Najaarsnieuwsbrief 2014

Hij lag alweer even op de plank, deze nieuwsbrief: te rijpen in de zon tot het tijd werd om te oogsten. Een concreet verzoek van een vriend van mij gaf het sein om er wat vaart achter te zetten. Daar kom ik aan het eind van dit schrijven op terug.

Bavo ramen Dibbets Haarlems Dagblad 2

Bij het ontwerp van Jan Dibbets voor de nieuwe ramen in de kathedrale basiliek Sint Bavo ontmoette de kunstenaar architect Joseph Cuypers. Herkomst: Haarlems Dagblad van 28 juni 2014.

Waar zullen we het over hebben? De afgelopen maanden ben ik druk bezig geweest met het onderzoek naar de nieuwe Bavokathedraal te Haarlem en het boek over de Clemenskerk van Merkelbeek. Een van de manieren om een groot onderzoek als dat naar de nieuwe Bavo telkens te herijken is om er af en toe over te schrijven. Dat heeft als niet onbelangrijk neveneffect dat het project in de belangstelling blijft. Om bij de actualiteit te blijven is een van de meest bekeken blogs die over het ontwerp van de nieuwe ramen van Jan Dibbets voor de kathedraal. Ga eens kijken bij:

Niet minder actueel zijn de tentoonstellingen in Roermond over Joep Nicolas en de glasbiënnale welke laatste tot en met het weekend van 12 oktober loopt. Dit initiatief van Galerie Mariska Dirkx sluit aan op de expositie over Nicolas in het Cuypershuis te Roermond die tot begin januari 2015 duurt. Voor mij was het een mooie aanleiding om een fragment uit De genade van de steiger over Nicolas on line te zetten. Surf maar eens naar:

En de Clemenskerk in Merkelbeek. Wat een feest om daarover te mogen schrijven. Vorig jaar besloot de gemeente Brunssum om de schilderingen van de benedictijner monnik dom Romanus Jacobs uit 1901 vrij te laten leggen door de SRAL. Een tipje van de sluier wordt opgelicht bij het volgende item:

De Clemenskerk is overigens op de site van RKK Kruispunt genomineerd als meest spirituele plek van Nederland. Het programma van de schilderingen draagt daar zeker aan bij. Mocht je er iets voor voelen, breng dan hier je stem uit.

Tenslotte de oproep van mijn vriend Paul van Sprang, die in november 2014 mee gaat lopen met een sponsorloop voor een non profit-organisatie in Beiroet. Ik hoop dat ik velen van jullie over de streep kan trekken om hem te helpen. Het is gegerandeerd 100% strijkstokvrij! Lees hier verder over dit goede doel.

We spreken elkaar spoedig weer!

;-) B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Als je iets meer over de tentoonstellingen wilt weten, ga dan naar dit bericht

  2. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/Nieuwsbrief-vhh914

    ← Terug naar de hoofdpagina!
    In- of uitschrijven

De voetsporen van Joep Nicolas | Glasbiënnale Roermond

Ook zo genoten van de tentoonstelling over Joep Nicolas in Cuypershuis te Roermond afgelopen jaar? Maak dan een afspraak bij Galerie Mariska Dirkx (www.galeriemariskadirkx.nl) in het voormalige atelier van Joep Nicolas.

Joep Nicolas, Portret van de vrouw van Max Weiss.

Joep Nicolas, Portret van de vrouw van zijn chef de atelier, Max Weiss, circa 1930 (detail) met in de spiegeling de ruimte van zijn vroegere atelier. Te zien op de tentoonstelling ‘De voetsporen van Joep Nicolas’, Galerie Mariska Dirkx te Roermond. Foto, Marij Coenen 2014.1

Als je een boek schrijft over kunstenaars – want dat is De genade van de steiger natuurlijk – ga je met elk van hen een relatie aan. Met ieder van hen is het dansen op het scherp van de snede tussen wetenschappelijke afstandelijkheid en empathie. Dat dat laatste zeker zo belangrijk is als de objectiverende logica, is er bij mij wel ingeprent. Ik hoor nog mijn promotor Paulus citeren door ons voor te houden: als je de liefde niet hebt …

Daar had hij zonder meer gelijk in en het aparte is, dat de beroemde kunstenaar en -theoreticus Albrecht Dürer dat ook al stelde. Met zijn visie eindig ik de inleiding van De genade van de steiger: je hoeft een geslaagd werk niet lang te bekijken, want zoiets trekt de mensen onmiddellijk naar zich toe door een ongelooflijke liefde.2

Het zou eigenlijk geen betoog behoeven dat dit nu precies is wat het werk van Joep Nicolas doet. Maar zo’n betoog is wel degelijk nodig, want hij is in geen enkele vaste collectie van enig Nederlands museum nog te zien. Misschien gaat dat veranderen na de twee tentoonstellingen in Roermond, de een in het Cuypershuis (tot 22 februari 2015) en de andere in zijn vroegere atelier, waar nu de Galerie van Mariska Dirkx gevestigd is en beeldhouwer Dick van Wijk zijn werkplaats heeft. Deze laatste expositie, De voetsporen van Joep Nicolas, wordt gecombineerd met de tiende glasbiënnale van Mariska Dirkx in de kruisgang van het kartuizer klooster (beide eindigden 22 oktober 2014, maar een aantal werken blijft tentoongesteld in de galerie van Mariska Dirkx die op afspraak te bezoeken is).3

De tentoonstellingen vormden een mooie aanleiding om het stuk over de glazen van Joep Nicolas uit De genade van de steiger on line te zetten. Omdat het boek over monumentale schilderkunst gaat, verwachten de meeste mensen niet direct informatie over het medium glas-in-lood. Waarom dat toch het geval is, leg ik uit bij het item zelf.4 Hier wil ik nog even terugkomen op de reactie van Mariska Dirkx op dit fragment uit De genade van de steiger:

Bernadette, wat heb je een prachtige uiteenzetting geschreven over het werk van Joep Nicolas! Zo uitgebreid heb ik het nog nergens gelezen. Het is een plezier om zo samen naar het werk te kijken.

Dat is toch wel heel prettig om te horen van iemand die al vanaf 1986 met het werk van Nicolas bezig is.5 Na zo’n opmaat ben je meer dan welkom om zelf een kijkje te nemen bij http://bit.ly/GvdS-Nicolas-glazen.

Ondertussen hoop ik je ook te verleiden om Roermond te bezoeken. Want niet alleen de Nicolastentoonstellingen, maar ook de glasbiënnale is een feest. Een mooiere ambiance voor dit medium dan het oude kartuizer klooster is nauwelijks te vinden.6

Ga kijken in Roermond!

B.7

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

 


  1. Voor meer informatie zie www.galeriemariskadirkx.nl

  2. Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 232; 254; parafrase van de Oudhollandse vertaling Van de Menschelijcke Proportien (1622) die zich in de bibliotheek van de Rijksacademie bevond: men hoeft ‘een loflick werck niet langh aen te zien/ maer dat selve treckt terstont alle verstandighe tot onghelooflicke liefde van sich selve.’ 

  3. Voor meer informatie zie www.galeriemariskadirkx.nl

  4. Surf daarvoor naar http://bit.ly/GvdS-Nicolas-glazen

  5. Mariska Dirkx staat aan de basis van de herwaardering van het gehele werk van de familie Nicolas: http://www.galeriemariskadirkx.nl/nicolas.html

  6. Adressen: Wilhelminasingel 67 – Roermond: het voormalige atelier Joep Nicolas. Swalmerstraat 100 – Roermond: Eigentijdse glaskunst van moderne glaskunstenaars, fragmenten van de grootste glasvondst in N.W. Europa in de kruisgangen van het voormalig kartuizerklooster. Openingstijden op beide locaties: zaterdag en zondag van 13 – 17 uur. Toegang gratis.  

  7. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-10n.

    < Surf verder naar http://bit.ly/GvdS-Nicolas-glazen

De Heilige Linie

Thijm Heilige Linie dia openingswoorden
De openingswoorden uit ‘De Heilige Linie’ van J.A. Alberdingk Thijm die in 1858 verscheen. Dia uit de lezing Caelestis urbs Jeruzalem met de herdenkingsprent die Joseph Cuypers na het overlijden van zijn peetoom maakte.1

Sinds vandaag staat op Bibliodoc het handboek over kerkbouwsymboliek van J.A. Alberdingk Thijm,  De Heilige Linie (1858) in de editie van 1909, on line. Ook het informatieve voorwoord van zijn zwager Pierre J.H. Cuypers zit daarbij.

Het boek kan gedownload worden als PDF en is toegankelijk met de zoektoets dankzij OCR. De scan is niet vlekkeloos, maar wordt toch ter beschikking gesteld omdat De Heilige Linie een belangrijke bron is voor de negentiende en twintigste-eeuwse kerkelijke iconografie. Dankzij het voorwoord van Cuypers wordt duidelijk hoe moeilijk het zeker in het begin was om de ideeën uit dit boek in de praktijk te brengen. Door de vele geannoteerde verwijzingen naar middeleeuwse bronnen, kan De Heilige Linie tevens gebruikt worden voor onderzoek op dat terrein. Hoewel vorige generaties wat snerend deden over Thijms kennis, is de afgelopen decennia gebleken dat die zeer aanzienlijk was.2 Tot dusver heeft echter geen wetenschappelijke evaluatie plaatsgevonden van wat Thijm wist van de middeleeuwen. Wie weet kan deze versie on line daartoe inspireren.

In de editie van 1909 zijn ook de opstellen Over de kompozitie in de kunst van Thijm gebundeld. Deze werpen veel licht op de visie van een vooraanstaande criticus uit de negentiende eeuw op de kunst van zijn tijd.3 Wat het lezen heel plezierig maakt, is dat de opstellen niet zonder humor zijn geschreven.

Ik zou zeggen, ga het boek downloaden en kijk ook nog even hieronder bij het postscriptum: http://bit.ly/Thijm-Heilige-Linie

B.4

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Postscriptum — Inmiddels is De Heilige Linie op meer plaatsen op het wereldwijde internet te downloaden:

  • De oorspronkelijke editie van 1858 op archive.org onder deze link.
  • Net als het exemplaar in Bibliodoc als onderdeel van De verzamelde werken uit 1908 (?) op archive.org onder deze link.

Toch interessant dat het eerste exemplaar afkomstig is van Harvard University en de tweede van het Getty Research Institute. Je vraagt je wel af welke motieven achter deze aanschaf zaten, want er zullen toch niet zoveel mensen zijn geweest die daar Nederlands lazen.


  1. Voor de lezing volg deze link

  2. Vergelijk onder meer de bundel uit het Thijmjaar in de bibliografie van deze site, zoekterm: erflater

  3. Hubar, Arbeid en Bezieling, 1997. Samenvatting http://wp.me/P4eh3s-eI

  4. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-11X. 

Ambachtsdag nieuwe Bavo #AHM14

#AHM14-openingsdia

Het wordt een volle bak op Ambachtsdag 18 september aanstaande, én de weersverwachtingen zijn goed! Wat willen we nog meer, want we zitten niet alleen in de kerk, maar er zijn ook demonstraties en workshops buiten.1

Mijn lezing is wat buitenissig, dus die hebben ze aan het einde van de dag geplaatst. Hoezo een buitenbeentje? Omdat ik de enige ben met een kunsthistorisch verhaal en als opdracht kreeg om iets over schoonheid en symboliek te vertellen. Dus niet over de laatste reinigingsmethodes, grondstoffen of baksteensoorten, maar over vorm en boodschap. Meestal kom je dan terecht in de sfeer van de architectuuriconografie, maar daar stapte ik van af na een twittergesprek met ambachtelijk voeg- en metselspecialist Danny van der Meer:

Bavo haptisch Ambachtsdag

Daar ga ik het dus over hebben: haptische schoonheid.

Liefst zou ik hier nog wat meer over willen vertellen, maar dat moet wachten tot donderdag. Dan zie ik je misschien bij de nieuwe Bavo tussen de mensen die het erfgoed in stand houden dankzij hun handen.

B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Voor meer informatie zie Ambachtsdag in de Bavo

  2. De verkorte link van dit item is http://wp.me/p4eh3s-10a

Dertig jaar later

Nota bene — Deze blog verkeert in statu nascendi. Je mag rustig een kijkje nemen, maar het item is nog niet helemaal af.1 Er is zoveel over dit onderwerp te zeggen dat het misschien wel simpelweg onvoltooid moet blijven. Een continuing story?

Kreupele restanten

De Antoniuskapel in Servaaskerk te Maastricht (1874-1900) met een deels wel en deels niet gerestaureerde uitmonstering van Pierre J.H. Cuypers.2 Foto auteur, 2014.

Zeg niet dat dit mooi is, want dat is het niet, dit kreupele restant van Cuypers’ uitmonstering in de Maastrichtse Servaaskerk (1864-1908). Natuurlijk, het beeld van Antonius onder zijn neogotische baldakijn staat er nog, de geschilderde tapisserie tegen de wand is superbe en de epische schilderingen met scènes uit het leven van de heilige blijven hun verhaal vertellen, maar toch … het klopt niet. Ik heb de kapel nog gekend toen ze helemaal gaaf was: toen waren ook de schalken met de muraalbogen en het gewelf daarboven rijk gesjabloneerd. Op de zware pijlers richting schip zat schijnmetselmerk dat voor een evenwichtige dimensionering zorgde. Decennia verwaarlozing en een zoutuitbloei van jewelste hadden hun tol geëist, maar het gehele polychrome schema in deze ruimte was er nog. Een halfslachtige Cuypers resteerde na de restauratie van de Servaaskerk in 1983-1989.

Waarom ik hier aan denk? Misschien omdat ik er laatst weer eens was. Niet geheel vrijwillig, want ik kom er niet graag. Iedere keer als ik de kerk binnenstap is het een klap in mijn gezicht. Ik mis het geschilderde triforium in het schip, de kloeke blokverbanden van de pijlers en de weelde aan geschilderde tapisserieën die volgens een oeroude iconografische traditie door heel de kerk uit eerbied en pure verering waren aangebracht. Maar soms moet ik er wel naar toe, omdat tussen alle fragmenten bijzonderheden zitten die ik nodig heb voor onderzoek. Neem bijvoorbeeld de litanie van Loreto in de Mariakapel met al die oeroude Mariatitels, waarvan er een aantal op veel oudere culturen dan die van het christendom teruggaat.

Maar ik denk er ook aan, omdat ik laatst mijn eerste artikel over de iconografie van Cuypers, Alberdingk Thijm, De Stuers en hun tijdgenoten onder ogen kreeg. Dat verscheen in 1984 in het themanummer over de Servaaskerk in het Bulletin KNOB. Wies van Leeuwen, met wie ik dat jaar het Cuypersgenootschap heb opgericht, had dit bedacht om een wetenschappelijke bijdrage aan de restauratieproblematiek te kunnen leveren.3 Dat was ook nodig omdat kort ervoor twee publicaties van de restauratiestichting verschenen, waarin Cuypers met vereende krachten naar de verdoemenis was geschreven. Op liturgisch gebied werd dit weerlegd door een helder artikel van Kees Peeters, die dit schreef omdat hij vond dat verantwoording afgelegd moest worden voor het tribunaal van de geschiedenis (een zin die ik nooit meer ben vergeten). Daarna volgden Wies en ik met respectievelijk een evaluatie van wat er in de jaren zestig met de inrichting van Cuypers was gebeurd in de Munsterkerk en het iconografisch programma van de Servaaskerk, en tenslotte het enige artikel dat effect zou sorteren, dat van Jos Koldeweij over het Bergportaal. Toen men daar eenmaal was aangekomen met de werkzaamheden was het kwartje gevallen. Waarschijnlijk heeft men toen al ingezien wat voor een blamage de aanpak van het interieur was gebleken, ook al werd iedere kritiek overstemd door enigszins overspannen jubelgeluiden.

Kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht

Een iconografische zeldzaamheid vormt de kapel van het heilig Aanschijn (1893-1894) uit het atelier van Cuypers, waar de doek van Veronica wordt vereerd en de muur bezet is met votiefstenen die qua vorm en kleur passen in het decoratieschema.4 Rondom het altaar bevonden zich op de muur geschilderde draperieën, niet alleen bedoeld als lambrisering, maar ook om het beeld van gordijnen rondom een heilige plaats op te roepen. Versluiering was een teken van eerbied en paste bij het mysterie. De gordijnen werden verwijderd en geheel tegen de polychrome wetten in vervangen door schijnmetselwerk dat gewoon naar beneden doorgetrokken werd. Hierdoor is ook de dimensionering van de kapel geweld aangedaan. Foto auteur, 2014.

Wies heeft toen doorgezet dat we de restauratie zouden evalueren. En dat gebeurde ook, in het blad van het Cuypersgenootschap, De Sluitsteen.5 Hierdoor is er een behoorlijk goed gevulde portfolio van deze casus. De opmaat werd gevormd door de publicatie over het symposium van de Jan van Eyckacademie in 1979, geïnitieerd door de latere oprichter van de SRAL, Anne van Grevenstein. Daarna de reeks artikelen van Wies en van mij, waaronder het themanummer van het Bulletin KNOB en de publicaties in Heemschut, en tenslotte onze evaluatie. Het gros van de artikelen kan inmiddels gedownload worden. Zelf ben ik aangenaam verrast dat met name de iconografische artikelen actueel zijn gebleven en nog steeds worden gebruikt.

Ik ben nog altijd trots op wat we toen met die hele groep van het Cuypersgenootschap hebben gedaan, met Jenny Bierenbroodspot die onze artikelen kritisch doorlas en redigeerde, Jules Bonnet die voor foto’s zorgde, Guido Hoogewoud als onvermoeibaar klankbord, Gert van Kleef die z’n eerste schreden op het Cuyperspad zette, wijlen Pieter Singelenberg als onze onbetwiste autoriteit en Ruud van Hövell die ons juridisch advies gaf en leerde hoe we bij de Raad van State moesten optreden. Maar ook al heeft de geschiedenis ons gelijk gegeven – de reconstructie van de uitmonstering van Cuypers in het Rijksmuseum legt daar iedere dag getuigenis van af – de pijn blijft als ik het schip van de Servaaskerk betreed.

Sic erat in fatis, zou De Stuers zeggen.

B.6

Downloads

Bronnen

Nota bene — In de voetnoten gebruik ik onder meer verkorte titels die volledig aangehaald zijn in de bibliografie van deze site.


  1. Het woord blog mag mannelijk/vrouwelijk en onzijdig gebruikt worden. Hoewel je de laatste tijd steeds vaker het blog ziet staan, volg ik de voorkeursvorm van het Genootschap Onze Taal door het mannelijke lidwoord de toe te passen. 

  2. Hubar, Eenheid in het vele, in: https://vanhellenberghubar.box.com/Themanummer-KNOB-Servaas-1984, pp. 120, 135, noot 80. 

  3. Leeuwen, Wies van, red., ‘Van de redactie’ [themanummer restauratie Servaaskerk Maastricht], in: https://vanhellenberghubar.box.com/Themanummer-KNOB-Servaas-1984, pp. 103-104. 

  4. Hubar, Eenheid in het vele, in: https://vanhellenberghubar.box.com/Themanummer-KNOB-Servaas-1984, pp. 120, 129-131, 134. 

  5. Van Leeuwen en Hubar, ‘De beginselloosheid tot adagium verheven’, in: https://vanhellenberghubar.box.com/Evaluatie-Servaaskerk-1991, pp. 75-97. 

  6. Het lag in het lot besloten! Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Dertig jaar later’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/1QPcsPN (2014).