Deinend …

Toen ik de Oermoeder gisteren fotografeerde – ik was gefascineerd door het effect van de achtergrond van de kersverse sneeuw – kwam de gedachte op om haar een plaatsje te geven in de serie ‘Gedicht op maandag’ (#Gom). Wat je hierna leest is een bewerking een van de items uit Oermoeder, een bundel die ik in 2009 tegen het einde van het jaar schreef. Centraal hierin staat dit robuuste, verhalende beeld dat Marij een paar maanden daarvoor had aangekocht van de Belgische beeldhouwer Wilfried Jacobs. Dat gaf me een inspiratie! Ik vind het heerlijk om gedichten te schrijven bij erfgoed en kunstwerken, zoals je hieronder kunt lezen.

Deinend in de moederschoot, uit ‘De oermoeder’. Foto bvhh.nu 2017.

Deinend in
de moederschoot
de vrouw in haar stenen foedraal
dat vloeibaar werd,
watermassa’s langs de
groeven
golven graverend in de steen
spoelend over obstakels
en slijpend en schurend en schavend
tot gladde vlakken ontstaan,
van buiten zo gaaf als
de huid van
een kind.
dat nog wacht in de vrouw
tastende handen
op de buik
voelt ze het leven
dat de kracht van het water
als golven herkent
in weeën

voortgestuwd
werd ook hij geboren
die de vrede brengt.

Deinend in de moederschoot (detail), uit ‘De oermoeder’. Foto bvhh.nu 2017.


Postscriptum — Met nog een paar weken te gaan tot Kerstmis dwarrelen als vanzelf associaties omlaag over de naderende geboorte van het ‘licht der wereld’ … uit de vrouw, wier beeldvorming zo sterk bepaald is door de archetypische oermoeder. Hierover schreef ik een verhaal onder de noemer van ‘De vrouw in het oosten’ in mijn boek over de nieuwe Bavo. Heel bijzonder wat Joseph Cuypers en de latere bisschop A.J. Callier daar hebben bedacht. Iedere dag vond hier in de Mariakapel tijdens de dageraad op symbolische de wijze de conceptie van ‘het licht der wereld’ opnieuw plaats!

Voor de toelichting bij de oorspronkelijke versie van het gedicht kun je een blik werpen in de bundel via http://bit.ly/Gedichten4all.

We gaan een mooie, contemplatieve tijd tegemoet en de sneeuw levert daar op haar manier een bijdrage aan.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2jM0pqF-Oermoeder

Piet Gerrits tijdens de Open Kerkendag Brabant 2017

Piet Gerrits Tilburg | Open Kerkendag Brabant 2017. Collage bvhh.nu 2017

Een van de gebouwen die open is tijdens de eerste Open Kerkendag Brabant vandaag is de Gerardus Majella in Tilburg. Een apart ontwerp van Joseph Cuypers (waarschijnlijk in samenwerking met zijn zoon Pierre J.J.M. Cuypers), uitgemonsterd met schilderingen en mozaïeken van Piet Gerrits. Waarom die zo bijzonder zijn vertel ik hieronder in een stuk, ontleend aan mijn boek ‘De genade van de steiger’:

Uit paragraaf 5.8.3 | Gerardus Majellakerk in Tilburg

In 1922 raakte Piet Gerrits betrokken bij de uitmonstering van de Gerardus Majellakerk in Tilburg, waarover de architect, Joseph Cuypers, in een krantenartikel schreef:

  • ‘Zeer gelukkig is in dit verband te noemen de keuze van pastoor Verschure die den kunstenaar en oud-stadgenoot Piet Gerrits, der H. Landstichting de leiding aanbood voor de meubileering en versiering der kerk, nu of later te voltooien. Juist zijn buitengewone kennis der Byzantijnsche kunst — de bakermat onzer kerkelijke kunst— zijn fijn en veel omvattend talent, zijn karaktervolle doch eenvoudige echt christelijke stijl, zullen dit nieuwe Huis Gods maken tot een heerlijk en devoot huis des gebeds.’[253]

In 1933, enkele jaren na de Cenakelkerk, waren de schilderingen klaar (afb. 187a-c). Bij een vergelijking van de twee cycli in Tilburg met de decoraties van de Heilig Landstichting valt als eerste op dat het Beuroner getinte werk vooral in mozaïek is uitgevoerd, in het heilige der heilige van de kerk, terwijl de verhalende voorstellingen boven de arcade, in de lichtbeuk van het schip geschilderd zijn. Dat de taferelen in een krantenartikel worden aangeduid als fresco’s duidt eerder op ingesleten taalgebruik dan op een correcte aanduiding van de techniek. Mede gelet op de matte toon heeft Gerrits hier zeer waarschijnlijk keimverf gebruikt, waarmee hij in 1929, dus eveneens in die tijd, ervaring opdeed in de Gerardus Majellakerk in Den Haag, ontworpen door Jan Stuyt.[254] De recensent van de Nieuwe Tilburgsche Courant was erg onder de indruk van de ‘diepe kennis van het H. Land en het oude en Nieuwe Testament’ die Gerrits in zijn uitmonstering tentoonspreidde: ‘Het is een Evangelie van lijn en kleur, waarbij de aandachtige beschouwer ziet wat hij vroeger gelezen en gehoord heeft’.[255] En dat is precies wat het werk zo bijzonder maakt.

Geen kunstenaar heeft zo systematisch als Piet Gerrits de episodes en lessen in beeld gebracht van het openbare leven van Jezus, waarin deze zich strijdbaar opstelde tegenover het vastgeroeste joodse geloof van het oude verbond. Het belang van de parabels hierbij komt in de Tilburgse schilderingen prachtig tot uitdrukking. Met korte teksten in het Nederlands worden telkens kernzinnen uit de bijbelse verhalen aangehaald, waardoor de boodschap van Christus nog sterker wordt ingeprent. De voorstellingen zijn in een vlotte stijl geschilderd, waarbij achtergrond en kostumering volledig zijn afgestemd op wat Gerrits in het Heilige Land had bestudeerd. Leerlingen, tollenaars, deugdzame en berouwvolle vrouwen, schriftgeleerden en farizeeën, ze zijn allemaal weergegeven als bedoeïenen, terwijl door middel van architectuurdetails, interieuropnames, rotsformaties en planten een beeld van het Palestina van het begin van de jaartelling wordt opgeroepen. Hier is de historieschilder aan het woord die de toeschouwer van de bijbelse wijsheid wil overtuigen. Hoewel de recensent meent dat de kleurstelling met de bruine hoofdtoon is aangepast aan de architectuur, lijkt Gerrits met deze aardse tinten met name de associatie met het Heilige Land te versterken. De afstemming op de architectuur wordt vooral bereikt door de indeling van de taferelen: ze lijken als een doorlopende reeks naadloos in elkaar over te vloeien, maar houden ondertussen het ritme aan van de korbelen van de kapconstructie en de zwikken van de bogen. Vooral bij de laatste toont Gerrits een grote vaardigheid op het gebied van compositie: hij gebruikt ze als een verlaagd podium voor zijn scènes, die door hun aparte positionering – als driekwart ruitvormig inzetje – de blik vangen.

Piet Gerrits, De parabel van Lazarus en de rijke vrek. Cyclus in de Gerardus Majellakerk in Tilburg. Foto RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2011).
Piet Gerrits, De parabel van Lazarus en de rijke vrek. Cyclus in de Gerardus Majellakerk, ontworpen door Joseph Cuypers, te Tilburg. Herkomst: RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2011).

Hier zien we Lazarus zitten tussen de honden; de beroofde en mishandelde Jood die door de meest verachtelijke van zijn geloofsgenoten, de barmhartige Samaritaan, wordt geholpen; de overspelige vrouw; het verdwaalde schaap en Maria Magdalena die de voeten van Christus wast. Voor wie gewend is aan de latere geïllustreerde kinderbijbels komt dit alles nauwelijks als revolutionair over, maar op dat moment was Gerrits de enige die op zo’n directe wijze het Nieuwe Testament voorspiegelde. Als een beeldband, een stripverhaal gelijk, kan het van de muren worden afgelezen, vooral ook vanwege de keuze voor Nederlandstalige teksten. Zelfs opgeknipt in afzonderlijke onderdelen zouden deze scènes al iconografisch een novum zijn, laat staan als doorlopende geschiedenis. Daarbij valt inhoudelijk vooral de nadruk op het menselijke karakter van dit deel van de bijbel, de kant van de eenvoud, de onvoorwaardelijke liefde en vergevingsgezindheid van Christus. Kortom, niet de straffende God waarmee de Una sancta* tijdens het interbellum het kerkvolk zo graag in het gareel hield. Voor Gerrits gold helemaal wat Van der Vliet zei: de kunstenaar moet zelf leraar zijn om de leer van Jezus te verspreiden. Met zijn laagdrempelige beeldverhalen gaf Gerrits haast een doorkijkje op wat na Vaticanum II in de kerkelijke kunst stond te gebeuren.

Het vreemde is dat het programma in de koorpartij, van de overwinnende kerk, dit idee eerder versterkt dan verzwakt: niet ondanks, maar juist dankzij de door Gerrits toegepaste Beuroner oplossingen – ‘Byzantijnsch’, zou Joseph Cuypers zeggen – lijkt hij hier vooruit te lopen op Vaticanum II (afb. 188). Op hiëratische wijze is Christus groter weergegeven dan de met hem rond de tafel zittende apostelen, terwijl Judas met zijn zak geld wegsluipt om zijn aandeel in de verlossing te bewerkstelligen. Net zoals Bach beeldde Gerrits de leerlingen ten teken van hun heiligheid vrijwel gewichtsloos, maar even kleurrijk als tweedimensionaal uit. Judas daarentegen is in wereldse dimensies neergezet met zwaar geplooide, in het aardse bruin getinte kleding. Ook hij weet dus gebruik te maken van de dichotomie die Riegl de kunstenaars had aangereikt.[256] Deze indruk wordt bevestigd door enkele kenmerken die tegelijkertijd tot de canon van Lenz kunnen worden herleid: zowel Jezus als zijn tafelgenoten zijn als non- individuele types weergegeven, zonder persoonlijke uitstraling. Op het tafelkleed na wordt iedere vorm van diepte vermeden. Wel is achter Christus’ rug als een monochroom ornament de vruchtbare druivenrank zichtbaar met elf weelderige trossen.[257] Als slotakkoord verschijnt, haast opgelost in etherische nuances, Maria als Moeder Gods. De manier waarop ze is gepositioneerd met haar mantel die uitwaaiert in een gelijkzijdige driehoek, verraadt de Beuroner getinte invloed van Toorop.

Wat iconografisch het meest frappeert, is de prominente verwijzing in woord en beeld naar de wijnstok uit het evangelie van Johannes die in het interbellum verder alleen bij Joep Nicolas in de Agneskerk te Amsterdam (1937) is te vinden (zie afb. 319). Sowieso is een laatste avondmaal op deze plaats niet standaard. Meestal komt dit onderwerp voor op de oostelijke transeptwanden of in de koortravee. Het enige andere bekende voorbeeld is het werk van Jan Dunselman in de kathedraal van Rotterdam. Vrijwel steeds wordt dan in de kalligrafie gerefereerd aan het hoogtepunt van de consecratie, zoals te zien viel bij het laatste avondmaal van Kees Dunselman in de Obrechtkerk. Piet Gerrits combineerde echter het moment van de instelling van de eucharistie met de metafoor van de wijnstok, waarmee nogmaals werd benadrukt hoe God en mens een symbiotische vereniging aangaan. Niet de geslachtofferde God, maar de liefdevolle God die het moment van de kruisdood haast voorbij kijkt, staat hier centraal. Vooral dit accent lijkt zijn licht vooruit te werpen. Men hoeft maar te denken aan het kerkelijk lied van de post-Vaticaan II dichter Huub Oosterhuis uit 1964:

  • ‘Ik ben de Wijnstok, Mijn Vader de Wijngaardenier
    Gij zijt de ranken, dus blijf in Mij, Ik blijf in u
    Dan vindt gij vruchten hier.’

Tegen de tijd dat dit lied in de kerken zou worden gezongen, werd ook op de muren een andere toon aangeslagen, zoals Kees Mandos in de Antoniuskerk in dezelfde stad laat zien (1958) (afb. 189). In een vertrouwde iconografie worden op tekenachtige wijze figuren gegroepeerd die alleen door het typologiseren van de koppen en de stilering nog iets van Beuron uitdragen. Voor het overige is er de adem van het expressionisme over heen gegaan, die opvallend genoeg het werk van Gerrits vrijwel geheel onberoerd heeft gelaten.

Piet Gerrits, Apsismozaïek met het Laatste Avondmaal. Cyclus in de Gerardus Majellakerk in Tilburg. Foto RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2011).
Piet Gerrits, Apsismozaïek met het Laatste Avondmaal. Cyclus in de Gerardus Majellakerk in Tilburg. Foto RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2011).

Naschrift

Tot zover het fragment uit De genade van de steiger. Meer lezen? Kijk dan of je het boek tweedehands kunt kopen, want bij de Walburg Pers is het uitverkocht.

Het zou fijn zijn als je dit dit artikel wilt delen of mailen. Dat kun je doen via de knop delen aan het einde van deze pagina (gebruik de hashtag #GvdSteiger).

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

Nota bene — In de voetnoten staan verkorte titels die volledig zijn aangehaald in de bibliografie van het boek dat inmiddels echter uitverkocht is. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verwacht de monografie binnenkort on line toegankelijk te maken.

*Una sancta (de enige): dit begrip dat op de kerk slaat, heb ik De genade van de steiger geïntroduceerd als synoniem. Het is ontleend aan het credo of de geloofsbelijdenis en slaat op ‘de enige heilige katholieke en apostolische kerk’ (et unam sanctam catholicam et apostolicam ecclesiam)

[253]    KB krantenbank (tegenwoordige beter bekend als Delpher.nl), zoektermen: Piet Gerrits Majella (Nieuwe Tilburgsche Courant 1922).

[254]    KB krantenbank, zoektermen: Piet Gerrits Gerarduskerk (Het Vaderland, 1929).

[256]    KB krantenbank, zoektermen: Piet Gerrits Majella (Nieuwe Tilburgsche Courant 1933).

[257]    Zie paragraaf 5.6.3 Aardse en hemelse stijl: Riegls dichotomie.

[258]    Nieuwbarn, Kerkgebouw, p. 90.

De verkorte link van vrijwel hetzelfde item op de projectpagina van De genade van de steiger is: http://bit.ly/2iQLE5t

Ubi sunt …

Ubi sunt

Ubi sunt | Gustave Doré

Eenmaal waren wij machtig
En leidde een sterke stamvader
het leger richting Jerusalem

Non nobis domine …

Verstard en met de ogen geloken
Zijn wij in een eeuwig staren verstomd
Onder het hemels Jeruzalem
met haar gouden muren en poorten
van edelsteen die als Apostelen
op wacht staan bij het graf

Dona nobis requiem sempiternam

Ubi sunt | screenshot van het forum voor de Cuyperscode.nl. Collage en tekst, bvhh.nu (2007)

_______________________

Post scriptum met erfgoedraadsel — Het gedicht Ubi sunt schreef ik zowat op de kop af tien jaar geleden voor de Cuyperscode, een erfgoedspel dat we met mijn vorige bedrijf Res nova hadden ontwikkeld in het kader van Cuypersjaar 2007 voor het voortgezet onderwijs in Roermond en omgeving. Het plaatje eronder laat een schermafdruk zien van de oorspronkelijke publicatie op het spelforum. Het doet een beetje denken aan het Droste-effect*, maar dat is het toch niet. Zie je wat er ontbreekt?

Het gedicht was bedoeld om op een versluierde manier te helpen om een van de puzzels van de code op te lossen. Ook al gaat het spel binnenkort off line – vanwege de verouderd interface – ik ga niet verklappen waarover het gaat. Laat ik er een miniraadseltje van maken. Het gaat om de combinatie van wat Doré op deze staalgravure laat zien, Roermond en de naamgever van het spel. Probeer daar een gemene deler in te vinden en dan kom je er wel. En ja, in het gedicht staan belangrijke aanwijzingen. 

Ubi sunt is overigens een prachtig dichterlijk thema dat slaat op de heimwee naar het verleden, kort samengevat in de vraag ‘Waar zijn ze gebleven …’, de tijden van weleer, de grote figuren die het verschil maakten. En het is universeel. Althans dat denk ik omdat ik me herinner hoe Bertus Aafjes dit verwerkte in een van zijn verhalen over de Japanse rechter Ooka.*

Met het werk van Gustave Doré* kwam ik voor het eerst in aanraking als middelbare scholier. Wat me destijds erg verbaasde was het negatieve oordeel over zijn werk. Wie het schreef weet ik niet meer, maar ik herinner me een opmerking in de trant van dat Doré geen diepte aan zijn onderwerpen vermocht mee te geven en dus het gebrek aan inhoud compenseerde door de formaten op te blazen. Dat raakte me, omdat ik zijn meeslepende, verhalende taferelen geweldig vond. Later zou ik me tijdens mijn studie kunstgeschiedenis realiseren dat – ook – dit een tijdsbeeld was, niet dat van de kunstenaar, maar van de scribent. En wie zal het zeggen … misschien ligt in dat besef wel de kern van engagement voor ondergewaardeerde kunstenaars die onder meer leidde tot acties voor het behoud van het werk van Cuypers en de oprichting van het Cuypersgenootschap.

Wat betreft het onderwerp van de gravure, het idealiseren van de kruistocht is een typisch fenomeen van de herontdekking van de middeleeuwen in de negentiende eeuw die in Nederland nauw verbonden was met de katholieke emancipatie. Een van de belangrijkste exponenten hier was Cuypers’ zwager, J.A. Alberdingk Thijm die onder meer historische romans over middeleeuwse figuren schreef. Wat ik aan de voorstelling zo frappant vind is dat ze niet buiten, maar binnen – in een grote kerk – is gesitueerd. Toch word je in eerste instantie op het verkeerde been gezet door het portaal linksonder in het beeld en de erker met het balkon voor de bisschop met zijn gevolg. Grappig genoeg hebben we in Nederland een kerk waar vergelijkbare erkers zitten, maar waar ook alweer …

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

Dit item kan geciteerd worden als Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Ubi sunt | Gedicht op maandag (#Gom)”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2007; 2017. http://bit.ly/2hkfrmj.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2hkfrmj

BewarenBewaren

Cuypersgenootschap najaarsexcursie 2017 Rotterdam

Tijdens de najaarsexcursie naar Rotterdam bezoekt het Cuypersgenootschap onder meer de Laurentius-Elisabethkathedraal, waar ik samen met Jojanneke Post van Davique.nl een verhaal zal houden over het gebouw, het terugbrengen van de schilderingen en over de beelden.

Maar er valt in Rotterdam nog veel meer te bekijken, zoals je op het Twittermoment hieronder kunt zien:

Over de Laurentius-Elisabethkathedraal geeft het convocaat van het Cuypersgenootschap de volgende informatie:

De kerk vormt een typisch product van de ideeën van de Katholieke Kunstkring De Violier, waarvan Buskens, maar ook de hierna te noemen gebroeders Dunselman lid waren. Bouwpastoor was Alphons Wreesman (1904-1927) die na zijn emeritaat betrokken bleef bij de inrichting van ‘zijn’ kerk. In 1915 trok hij Jan Dunselman aan voor de eerste kruiswegstatie en de beschildering van de Lourdeskapel, waarna deze kunstenaar met zijn team tot circa 1922 het ene na het andere werk voltooide. Waarschijnlijk vanwege ernstige problemen met Jans gezondheid nam Kees Dunselman in 1929 het stokje van zijn broer over. Hij maakte de uitmonstering van de kalot van de apsis die op dit moment teruggebracht wordt door Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken. Aan de basis ligt een gezamenlijk uitgevoerd onderzoek onder leiding van Bernadette van Hellenberg Hubar dat als E-boek* zal verschijnen op de site van het bisdom Rotterdam. Bernadette van Hellenberg Hubar en Jojanneke Post zullen ons in de kathedraal een toelichting geven op het werk van de gebroeders Dunselman en de overige uitmonstering van dit bijzondere gebouw.

Over de ander bezienswaardigheden die 28 oktober bezocht zullen worden, vind je meer in het volledige convocaat onder deze link.

Kijk ook eens op de projectpagina van deze opdracht.

Ik kijk er naar uit om je 28 oktober te ontmoeten!

;-)  B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


*Het E-boek is inmiddels in concept opgeleverd en verschijnt onder de titel:

Hubar, Bernadette van Hellenberg, Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken), en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen van Kees Dunselman in de Laurentius-Elisabethkathedraal te Rotterdam. Rotterdam: H.H. Laurentius-Elisabethparochie, 2017.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Belasting of ontlasting? Nogmaals ’t poepende mannetje

Op de omslag van de laatste Vitruvius staat als tekst ‘Het poepende mannetje op de nieuwe Bavo’; maar de foto toont de Sint Jan in Den Bosch. Hoe zit dat?
Wat een prozaïsch thema, zul je intussen denken. Maar toch zit er een lijn tussen de denkende mens en de broekzakker. En is dat poepende mannetje op de nieuwe Bavo in Haarlem wel echt een poepend mannetje?

Meer weten? Bestel het nummer bij Educom | Vitruvius.

De oorspronkelijke blog over dit onderwerp – zonder het naschrift over de Sint Jan –  kun je op deze website en op ifthenisnow vinden.

Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
En natuurlijk ook het antwoord op de vraag over het kakkertje van Rembrandt.

;-) B.

Het poepende mannetje op de nieuwe Bavo. Foto bvhh.nu 2013.

BewarenBewaren

Recensie Annemiek Punt

Recensie Nederlands Dagblad 7 juli 2017 boek ‘Annemiek Punt Monumentale glaskunst 1980-2017’.

Morgen, 9 juli 2017, verschijnt het boek over de monumentale glaskunst van Annemiek Punt. Samen met uitgever, redacteur en collega Joost de Wal en godsdienst(kunst)filosoof Wessel Stoker heb ik een analyse gemaakt van het gebouwgebonden oeuvre van deze kunstenares, die een van de weinige glazeniers is in Nederland.

Wat dat heeft gebracht? Daar krijg je een aardige indruk van door de recensie van Roel Sikkema in Nederlands Dagblad onder deze link.

Een enkel citaat dat aanhaakt op het eerdere boek over Annemiek Punt, Passie in glas, uit 2009:

  • ‘Maar het nieuwe boek is toch andere koek. “Het is door kunsthistorici geschreven, die een duiding geven van mijn werk”, zegt Annemiek Punt. “Het werk krijgt zo een plaats in de kunstgeschiedenis tussen dat van anderen. Het is heel merkwaardig als anderen over jou schrijven. Het is net of ik mezelf daar beter door leer kennen.”’

Het grappige is dat dit ook haar eerste reactie was toen ze mijn artikel in concept had gelezen.

Nederlands Dagblad vat mijn bijdrage samen in sleutelbegrippen als expressionisme, Joep Nicolas, Kandinsky, Cobra; de (spontane) mimesis en impliciet de herkenning door de toeschouwer. Hoewel ik hierbij een verbinding leg met de symboliek en spirituele kant van het werk van Punt, heeft Sikkema dat aspect vooral uitgediept bij het stuk van Wessel Stoker. Zijn paradox dat ‘het calvinisme de abstracte kunst heeft bevorderd’ wordt mooi geïllustreerd aan de hand van het werk van Punt. Wat onderbelicht blijft in de recensie is de oeuvrelijst die Joost de Wal heeft opgesteld, zijn stuk over de twee majeure technieken van Annemiek Punt – glas in lood en glasfusing – en een biografie in jaartallen. Allemaal zaken waardoor het boek een volwaardige monografie is geworden.

Nederlands Dagblad draagt als motto: ‘Christelijk betrokken’. Het zal dan ook niet verbazen dat deze krant gereformeerde roots heeft. Waarom ik hier de aandacht op vestig? Omdat de laatste recensies van mijn monografie over de nieuwe Bavo eveneens uit de protestants christelijke hoek komen. Ik ben benieuwd of het bij dit boek over Annemiek Punt ook zo stil blijft in de katholieke pers.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen en verdere informatie

  • Het boek over Annemiek Punt kan geciteerd worden als: Wal, Joost de, Bernadette van Hellenberg Hubar en Wessel Stoker. Annemiek Punt Monumentale glaskunst 1980-2017. Utrecht: Gebr. de Wal, 2017. ISBN 978-90-817976-2-7.
  • Wil je digitaal door het exemplaar bladeren of het boek bestellen? Volg dan deze link.
  • Voor een PDF van de recensie in Nederlands Dagblad surf je naar deze URL.

Verkorte link van dit item op de webpagina met recensies: http://bit.ly/2u3fY3J

Verkorte link van deze blog: http://bit.ly/2uCdiHx

Presentatie Rijksmuseum masterclass OU on line

Surf naar http://bit.ly/Arbeid-Bezieling om de presentatie voor de Open Universiteit te bekijken en te downloaden.

Dit tegeltableau betreft de historische ontvangst van Dürer in Den Bosch. Bij de presentatie kun je vinden hoe een van de programmamakers van het Rijksmuseum, Victor de Stuers, dit tafereel liet samenstellen door Georg Sturm. Wat ik zelf heel apart vind aan dit tableau is het kleurgebruik. Wat zou de bedoeling zijn geweest bij de onderverdeling van het gezelschap in lichte en donkere groepen; niet in naturalistische kleuren, maar wisselende partijen in  gebroken wit, zachtgeel en oker? En hoe apart om de Sint Janskathedraal op de achtergrond tegen een bordeauxrode hemel te plaatsen. Kleurtransposities waren in die tijd zeker niet gebruikelijk.

Wie het weet, mag het zeggen.

Op Wikimedia Commons kun je een overzicht vinden van de tableaus op de buitengevels van het Rijksmuseum. Misschien helpt dat om mijn vraag te beantwoorden, want ook bij de rest van de serie zie je dit type kleurtoepassing.

Overigens heb ik over dit bezoek van Dürer ooit een achtergrondverhaal geschreven voor de Cuyperscode. Dat kun je via deze link bekijken.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Kapellen #KunstinBreda

#Kerkverhalen | Kapellen in Breda op ifthenisnow.eu

Ook het laatste onderdeel van #KunstinBreda riep vragen op. Vandaar dat ik bij #kerkverhalen op if then is now een oproep heb geplaatst om hulp te krijgen bij de waardestelling van deze twee Mariabeelden in Teteringen en Gageldonk. Er moeten toch meer voorbeelden zijn van het gesluierde Jezuskind. En zou het rechter beeld nog afkomstig kunnen zijn van de middeleeuwse Martinuskerk van Princenhage, van vóór de brand van 1873, dus vóór de restauratie/herbouw door Pierre J.H. Cuypers en J.J. Langelaar? Allemaal interessante vragen, waarop de nieuwsgierige onderzoeker graag antwoord wil hebben. En dat komt de waardestelling ten goede.

De eerste reactie – van mijn vriend en vakgenoot, Joost van Hest – is inmiddels binnen. Hij heeft een paar hele interessante aanvullingen op if then is now geplaatst.
Intussen hebben Joost, Wies van leeuwen en Sander van Daal – ook – op Twitter via @kerkverhalen gereageerd.

Dit is waar ik van droom: interactie via het wereldwijde web om kennis te delen en over te dragen.
Want dit type kennis op iconografisch gebied wordt – het is niet anders – steeds zeldzamer.

Genoeg gepraat! Ga maar eens kijken bij if then is now!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen (opgemaakt met Zotero, Chigaco Manual of Styles 16h edition (note).

  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. #KunstinBreda | Religieuze kunst, Waardestellingen van uitmonsteringen en clusters. Ohé en Laak, 2017.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Kunst in Breda”. VanHellenbergHubar.org, 24 september 2016. http://bit.ly/KunstinBreda-VHHorg.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “#Kerkverhalen | Kapellen in Breda”. if then is now, 2017. http://bit.ly/2q0AFLk.

Aparte verloding apsisramen Begijnhofkapel Breda

Bernadette van Hellenberg Hubar. “#Kerkverhalen | Aparte verloding glas in lood Begijnhofkapel Breda”. if then is now.

Een van de meest sfeervolle kerkinterieurs van #KunstinBreda zit bij nader inzien – ook – vol geheimen. De meeste in deze intieme kapel op het Begijnhof in Breda heb ik dankzij een artikel uit 1997 van een van de docenten uit mijn studietijd, Wim Bergé, aardig kunnen ontsluieren. Overigens niet altijd tot mijn genoegen, want als je ziet wat er in anderhalve eeuw met de polychromie is gebeurd, word je niet blij. Karakteristiek voor het gebrek aan waardering in de jaren 1970 is dat, wat er aan oorspronkelijke afwerklagen op de houten beelden zat, volledig verdwenen, waarschijnlijk door ze in loogbaden onder te dompelen.

Het verhaal over de verloding van de apsisramen is gelukkig niet zo somber, al blijven de vragen daarover vooralsnog onbeantwoord.

Wie het weet, mag het zeggen! Ga het maar eens lezen op ifthenisnow.eu: http://bit.ly/2nZoZXJ.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen (opgemaakt met Zotero, Chigaco Manual of Styles 16h edition (note).

  • Bergé, Willem. “Negentiende-eeuwse gebouwen op het Begijnhof te Breda”. Evernote | deoranjeboom.nl, 1997. http://bit.ly/2laGa8D.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “#Kerkverhalen | Aparte verloding glas in lood Begijnhofkapel Breda”. if then is now. Geraadpleegd 2 april 2017. http://bit.ly/2nZoZXJ.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. #KunstinBreda | Religieuze kunst, Waardestellingen van uitmonsteringen en clusters. Ohé en Laak, 2017.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Kunst in Breda”. VanHellenbergHubar.org, 24 september 2016. http://bit.ly/KunstinBreda-VHHorg.

Crowdfunding voor Cuypers’ glasnegatieven

Ambassadeur voor Cuypers' glasnegatieven op ifthenisnow.eu. Screenshot bvhh.nu 2017.

Afgelopen maanden heb ik het Cuypershuis als ambassadeur geholpen bij de crowdfunding voor de redding van Cuypers’ glasnegatieven. Dat was een interessante actie, waarvan ik een soort logboek bij heb gehouden op if then is nowhttp://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2.

Zoals ik wel vaker met dit soort zaken meemaak (kijk naar De genade van de steiger, De nieuwe Bavo te Haarlem of naar #KunstinBreda), is er veel meer uitgekomen dan ik had verwacht. Voor mij was het een mooie oefening in kort blijven, want meer tekst dan op de ‘dia’ en een kleine toelichting eronder, was niet de bedoeling. Eigenlijk heb ik dus vooral een heleboel vragen opgeworpen die nog op antwoord wachten. Waar is de masterstudent die met al deze proefballonnetjes verder gaat?

De crowdfunding is inmiddels een groot succes geworden: het streefbedrag van 10.000 euro is bereikt, maar dat betekent niet dat het Cuypershuis op zijn lauweren gaat rusten. Voor de totale restauratie is immers het viervoudige nodig, dus donaties blijven welkom! De actie via bit.ly/Cuypersglasnegatieven op het platform voordekunst.nl is voorbij, maar de crowdfunding wordt voortgezet door het museum zelf. Help mee en geef je donatie door aan museum@roermond.nl onder vermelding van #CuypersinBeeld.

Of bezoek de tentoonstelling en doe daar je schenking. Tot 26 maart 2017 kun je terecht!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Post scriptum — Over de reddingsactie voor Cuypers’ glasnegatieven schreef ik eerder dit item op deze site: http://bit.ly/2hDGDLh.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-Cuy2