De kerk in het midden | erfgoedverhalenvertellers

Untitled
De Laurentiuskerk te Alkmaar (1849-1861) van Pierre J.H. Cuypers (foto bvhh.nu 2016).

12 MEI 2016 komen in de Laurentiuskerk te Alkmaar (1859-1861) van P.J.H. Cuypers erfgoedverhalenvertellers bij elkaar. We hebben een select gezelschap van een kleine dertig mensen, waardoor een mooie interactie kan plaatsvinden. Natuurlijk is er nog ruimte voor geïnteresseerden, dus als je erbij wilt zijn …

De Alkmaarse Cuyperskerk is overigens van 1 april tot 1 november elke vrijdag open van 10.30 tot 16.00 uur (Verdronkenoord 68, 1811 BG Alkmaar).


Menno Heling van het verhalenplatform voor cultuur, erfgoed en toerisme if then is now en Bernadette van Hellenberg Hubar nodigen je uit voor een bijeenkomst op donderdag 12 MEI 2016 in de Laurentiuskerk te Alkmaar, met als titel ‘De kerk in het midden’. Wat is de bedoeling?

Menno liep al enige tijd rond met het idee om voor if then is now iets meer met het thema kerken te gaan doen. Als er één groep monumenten gebaat is bij de bevordering van erfgoedtoerisme, dan wel deze. De komende jaren zullen steeds meer kerken moeten kiezen voor integrale herbestemming of aanvullende functies, waarvoor het belangrijk is om publiek te trekken. Profileren is dus het motto. Dit geldt niet alleen voor de lange termijn, maar ook tijdelijk. Een recent voorbeeld is het streven in het herbestemmingsprogramma van de provincie Noord-Holland naar ‘pop-up activiteiten’ in leegstaande gebouwen. Door middel van verhalen wil if then is now mensen warm maken, ideeën genereren en bezoekers werven. Bij die verhalen kan het zowel gaan om specialistische informatie (artikelen, biografische informatie, points of interest) als om oral history. En zo laat if then is now rond dit onderwerp een heuse community ontstaan.

Voor de volledigheid: if then is now biedt niet alleen een platform voor deze verhalen. Het gaat veel verder. Door de sociale media in te zetten heeft if then is now een groot bereik. Zo promoot deze organisatie tentoonstellingen van musea als Hermitage in Amsterdam en CODA in Apeldoorn, maar ook nieuws van de buitenplaatsen in Gelders Arcadië voor Regionaal Bureau voor Toerisme Arnhem/Nijmegen.

Bernadette is vanaf de oprichting van het Cuypersgenootschap in 1984 bezig met religieus erfgoed. De afgelopen jaren heeft ze onder meer gewerkt aan het boek: De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum en, naar aanleiding van de restauratie van de nieuwe Bavo, Ad orientem | Gericht op het oosten.* Al enige tijd schrijft ze blogs voor het platform if then is now, de ene keer laagdrempelig, de volgende keer wat meer diepgaand. Ze zou graag wat meer specialisten in haar netwerk hierbij willen betrekken, vooral omdat er veel kennis aanwezig is die vaak niet verder komt dan een beperkte groep. Dat komt met name, doordat veel deskundigen te weinig vertrouwd zijn met de mogelijkheden van internet. Daar is veel winst te behalen: voor schrijvers om hun kennis over te dragen en te delen, voor het publiek om geïnformeerd te worden. Doordat lezers op de blogs kunnen reageren en ze op hun beurt weer delen, raakt de informatie steeds verder verspreid.

Menno en Bernadette hebben de koppen bij elkaar gestoken en deze middag georganiseerd om te kijken of het mogelijk is de krachten te bundelen. Vandaar deze uitnodiging die primair gericht is aan het eigen netwerk om de belangstelling te peilen en afspraken te maken. Toegang is gratis.

Programma (start om 13.00 uur):

  • 12:30 | Inloop met koffie en thee
  • 13.00-13:15 | Welkomstwoord door wethouder Anjo van de Ven, belast met onder meer cultuur en erfgoed, ons welkom in de kerk. Zij heeft een sterke visie op de toekomst van kerkelijk erfgoed die onder meer gepubliceerd is op het platform Toekomst religieus erfgoed.
  • 13.15-13:50 | Menno Heling: inleiding over if then is now (opzet, samenwerking door community-building, slagkracht, samenwerking e.d.)
  • 13.50-14:00 | Vragen
  • 14:00-14:40 | Bernadette van Hellenberg Hubar: sociale media voor kennisverspreiding
  • 14:40-15:00 | Vragen en pauze
  • 15:00-15:30 | Menno Heling: hoe plaats je een blog op if then is now?  Wat voor soorten blogs kent het platform? Een korte presentatie.
  • 15:30-16:00 | Vragen en slotgesprek.
  • 16:00 Rondleiding en borrel

Bij de rondleiding zal op drie locaties uitleg worden gegeven:

  • David Mulder zal in het noordertransept vertellen over de recent herontdekte schilderingen van Alexander Kläzener die bij de verplaatsing van het orgel tevoorschijn kwamen.
  • Cuypers’ biograaf Wies van Leeuwen zal in het schip uitleg geven over de Laurentiuskerk als een vroeg werk van Pierre J.H. Cuypers.
  • Bernadette van Hellenberg Hubar zal in het zuidertransept een paar aspecten van de bouwiconografie bespreken en enkele voorstellingen op het heilig Bloedaltaar van J.H. Tonnaer.

Je kunt je opgeven door een mail te sturen naar menno@ifthenisnow.nl.

Ben je verhinderd? En wil je toch graag mee doen om verhalen van kerken onder een groter publiek te verspreiden? Geen nood, maar geef het wel even door, dan ontvang je een schriftelijke instructie, en uiteraard een uitnodiging voor een volgende bijeenkomst.

Triomfboog Alexander Kläzener Laurentiuskerk Pierre J.H. Cuypers Alkmaar
De schildering van Alexander Kläzener (1886) op de triomfboog in de Laurentiuskerk te Alkmaar van Pierre J.H. Cuypers (1859-1861). Heel bijzonder is het houten tongewelf, waarmee Cuypers op de genius loci inspeelde. Herkomst: Gert van Kleef, ‘De schilder Alexander Kläzener’, p. 5.


Nadere informatie:

Adresgegevens Laurentiuskerk :
Verdronkenoord 68,
1811 BG Alkmaar.

Achtergrondinformatie:

Foto’s in de kop:

  • De Laurentiuskerk te Alkmaar (foto BvHH, 2016).
  • Pierre J.H. Cuypers, De Laurentiuskerk te Alkmaar met de geplande westtoren (ontleend aan Gert van Kleef, De schilder Alexander Kläzener, p. 2).
  • De Catharinakerk te Den Bosch van Jan Stuyt, met schilderingen van Jan Oosterman, is sinds de zomer van 2015 gesloten. Wat kan het verhaal bijdragen aan de herbestemmingsplannen? (Foto RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder).
  • De kapel van Joannes de Deo bij het Westeindeziekenhuis in Den Haag, ontworpen door F. Nieuwerkerk (1935), met schilderingen en glas in lood van Augustijn Hermans. Deze wordt tegenwoordig onder meer gebruikt voor amateur podiumkunsten (BvHH 2011).

Archief Joseph Cuypers naar Roermond

De sociale media hebben er al vol van gestaan, dus hier op de website mag het nieuws over het archief van Joseph Cuypers zeker niet ontbreken.

Je kunt het bericht lezen op de site van If then is now via deze link. Dat is in ieder geval een aanrader voor smartphones, tablets en iPads.
Maar het is ook mogelijk om het in te kijken en te downloaden via het scherm hieronder. De downloadknop zit in de werkbalk rechts van de zoom.

Archief-2-Joseph-Cuypers-naar-Roermond-if-then-is-now

Vrijwel tegelijkertijd met dit bericht verscheen een paginagroot artikel van Peter Janssen in Dagblad de Limburger. Wat in beide stukken onderbelicht is gebleven, is dat ik veel profijt heb gehad van dit archief bij het onderzoek naar en het schrijven van het boek over de nieuwe Bavo. Er kwamen juweeltjes uit, zoals een lezing van Joseph Cuypers over symboliek, waaraan ik het openingscitaat voor het boek ontleende.*

Verder heb ik op verzoek van De spiegel van Roermond – van de stichting Oud Roermond RURA – voor de jaargang van 2017 een artikel geschreven over de potenties van dit archief voor een biografie over Joseph Cuypers. Wat heet potenties! Zoals in die tijd – en eigenlijk nog altijd – gebruikelijk was, hielden kopstukken als Joseph Cuypers er tijdens hun leven al rekening mee dat er ooit iemand een biografie over hen zou schrijven. Met het oog daarop werd het archief ook geschoond en ingericht. Vandaar de veelzeggende titel: ‘De sortering van het verleden’.*

;-) B.

Archief Joseph Cuypers | Anton van Daal, Binnenkant koepel van de nieuwe Bavo te Haarlem, ontworpen door Joseph Th.J. Cuypers (opname 9 september 2016).

Meer informatie

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de volgende informatie en bronnen:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘De sortering van het verleden. De archiefcollectie van Joseph Cuypers bij het gemeentearchief van Roermond’, in: Spiegel van Roermond 25 (2017), pp. 100–107.
    Dit jaarboek kan besteld worden bij de stichting RURA te Roermond.
  • Bernadette van Hellenberg Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Voor een samenvatting ga je naar http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.
    Geïnteresseerd in het boek over de nieuwe Bavo? Je kunt het als volgt bestellen:

    • NieuweBavo@gmail.com, als je in of vlak bij Haarlem woont (vergeet niet je contactgegevens te vermelden). Na bevestiging van de betaling van € 49,95 kun je het boek bij de kathedraal ophalen. De opbrengst komt ten goede aan de restauratie en het onderhoud van dit monument, waar jaarlijks heel wat middelen voor nodig zijn.
    • http://bit.ly/WBOOKS-nBavo, als Haarlem buiten je horizon ligt. Zo kun je het boek voor dezelfde prijs rechtstreeks kopen bij de uitgever, inclusief verzendkosten.

Ben je toevallig in Haarlem of ga je er een keer naar toe, breng dan een bezoek aan de kathedraal die tijdens de kerstvakantie en vanaf april tot eind oktober open is voor publiek.

Verkorte link: http://bit.ly/1SlJIwW

 

Open monumentendag bij Galerie Mariska Dirkx

Open Monumentendag 12 en 13 september 2015, Galerie Mariska Dirkx in het atelier van de glazeniersfamilie Nicolas, Roermond.
Galerie Mariska Dirkx is gevestigd in het voormalige atelier van de glazeniersfamilie Nicolas te Roermond. Ook dit jaar doet ze weer mee aan de Open Monumentendag. Op de achtergrond van de foto is het raam Sjinderhannes van Joep Nicolas te zien, op de voorgrond een werk van zijn kleinzoon Diego Semprun Nicolas. Foto Marij Coenen 2014.

Komend weekend is het Open Monumentendag en dan draai ik zaterdag mee met glasspecialist Mariska Dirkx en beeldhouwer Dick van Wijk in het voormalige atelier van de glazeniersfamilie Nicolas in Roermond (start 11:00 uur, Wilhelminasingel 67, 6041 CH Roermond).

Wat ze zoal in petto hebben lees je in hun uitnodiging hieronder:

12 en 13 september aanstaande hebben veel mooie Monumenten in Roermond hun deuren gastvrij open gezet. Er hangt dan altijd een echte feestelijke sfeer in de stad en als het zonnetje er ook nog bij schijnt is het werkelijk een echte feestdag. Het is een dag vol leuke ontdekkingen en ontmoetingen.
Ook in ons atelier bruist het die dag van de geschiedenis en het ambacht in de kunst.
Sinds 1855 is dit pand al een kunstwerkplaats, waar nu nog immer veel kunstenaars en kunstminnenden elkaar ontmoeten.
Dick van Wijk werkt hier iedere dag aan zijn beelden en permanent komen hier geïnteresseerden voor de geschiedenis van atelier Nicolas en de nieuwe glaskunst van internationale professionele glaskunstenaars.

In het monumentenweekend geven wij met een heel team op onze locatie informatie over de kunst die gerelateerd is aan de geschiedenis van het voormalig atelier Nicolas.

Te zien zijn:

  • 2 grote gebrandschilderde ramen van Joep Nicolas
  • de geschiedenis van het inventariseren, en conserveren van de mooie cartons (ontwerptekeningen) van atelier Frans Nicolas
  • kunst en ambacht van de beelden van Dick van Wijk
  • restauratie atelier Restaura; zij restaureren kunstwerken voor vele musea, archeologen, en gemeenten
  • over textielrestauratie van gewaden, vaandels en vlaggen
  • informatie over “de genade van de steiger” : monumentale kerkelijke muurschilderkunst in het interbellum
  • ambacht en techniek van de eigentijdse glaskunst
  • en in het theehuis ziet U een leuke demonstratie over het werken voor de vlam om mooie glaskralen te maken.

Tijdens deze dagen zijn aanwezig:

  • Andrea Peeters en/of Dirk van de Leemput (cartons) Sociaal Historisch Centrum Maastricht
  • Doortje Lucassen (textielrestauratie) Sociaal Historisch Centrum Maastricht
  • Helma Helgers (glaskralen)
  • Bernadette van Hellenberg Hubar, kunsthistoricus ( De genade van de steiger)
  • en Dick en ik natuurlijk.

De koffie staat klaar en wij heten U allen van harte welkom.

De toegang is gratis zoals gewoonlijk in de galerie en het atelier dat in september en oktober weer alle weekenden geopend is.

Mocht U graag een aparte ontvangst met koffie en vla en een uitgebreide uitleg over de geschiedenis van het atelier willen hebben; dan graag van te voren reserveren bij Dick of Mariska.
Dit kan iedere dag van de week. De kosten zijn dan 7,50 euro p.p.

Hartelijke groet en tot ziens in Roermond,

Dick en Mariska


Nicolas, Derkinderen en Goudse glazen in de 'Genade van de steiger'.
Een deel van het stuk over Nicolas, Derkinderen en Goudse glazen in de ‘Genade van de steiger’.

Zelf geef ik uitleg aan de hand van mijn boek De genade van de steiger, waarin ik naast de schilderingen ook het glas-in-lood van Nicolas behandel. Het betreffende item is hier op de website opgenomen.
Misschien is er ook ruimte om nog wat te vertellen over de vernieuwende glazen van Joseph Cuypers in de nieuwe Bavo, waarover mijn volgende boek gaat.

Wie weet, zien we elkaar zaterdag!

B.

Bundels licht in de nieuwe Bavo

Bundels licht: Niels Polak en Josehp Cuypers in de nieuwe Bavo.

‘Licht Nieuwe Baaf overweldigt’ kopte Haarlems Dagblad afgelopen zaterdag, 15 november 2014, en: ‘Architect leidde zonlicht door het gebouw’. Die architect, Joseph Cuypers, was een meester in het regisseren van licht in zijn kathedraal: dat deed hij in allerlei variëteiten en sterktes, zoals ik in mijn webartikel over de atmosferische lichtval in de nieuwe Bavo heb geanalyseerd. Cuypers heeft ruim een eeuw na de bouw van zijn kathedraal het geluk gehad dat dit concept haast intuïtief begrepen werd door fotograaf Niels Polak. Naar aanleiding van de fototentoonstelling van Polak hierover – in Kunsthandel Courbois te Haarlem – schreef journalist Jaap Timmers zijn paginagrote verhaal. Als achtergrond gebruikte hij het genoemde webartikel, waarin ik de choreografie van het licht door de architect heb kunnen illustreren aan de hand van de foto’s van Polak die dit spel op verbluffende wijze zichtbaar heeft gemaakt. Daarover lees je hier meer.

Wat is nu zo goed aan dit krantenartikel? Omdat het een prima beeld geeft hoe Niels Polak het licht op het spoor komt. Een klein citaat:

‘Maandenlang zwerft hij al door het gebouw, zich soms spoedend van het ene schijnsel naar het andere. Zon en wolken zijn in beweging, waardoor telkens een andere plek in hel licht staat. Een goed lichtplan was erg belangrijk bij de bouw eind negentiende eeuw, anders zou het binnen pikkedonker zijn geworden. Wandelend door het monument ervaren we de lichtindrukken zelf. Geoefende fotografen, onder wie Polak, grijpen die bundels bij de kladden’.

Bundels licht: projectie engel neg nieuwe Bavo Niels Polak
Het glas-in-lood in de doopkapel is zeer waarschijnlijk ontworpen door Pierre Cuypers senior of Joseph Cuypers en mogelijk uitgevoerd door de firma Nicolas te Roermond. Foto: Niels Polak, 2014.

Maar niet alleen Niels Polak heeft het over de verrassende effecten van het licht, ook de koster, Stephan van Rijt, die het gebouw als geen ander kent, blijft zich verbazen:

‘Als we op onze rondleiding door de Nieuwe Bavo in de doopkapel aankomen, zien we opeens zonlicht naar binnenvallen door een glas-in-loodraam met engelenhoofd. Het zonneschijnsel projecteert de contouren van de engel ernaast op de zandkleurige binnenmuur. Koster Stephan van Rijt, die ons begeleidt, staat even paf’.

Het aardige is dat we hier te maken hebben met wat een van de inspiratiebronnen van Cuypers – Viollet-le-Duc – betitelde als de derde vorm van polychromie.* De eerste bestaat uit de kleuren van het materiaal, waaraan Cuypers in de nieuwe Bavo veel aandacht heeft besteed. De tweede wordt bepaald door de geschilderde onderdelen van de uitmonstering en de derde ontstaat door de projectie van licht op de pijlers en binnenmuren. Juist de diepe neggen van de ramen in de nieuwe Bavo lenen zich hier bij uitstek voor. Wat nu in de doopkapel is te zien, zal over niet al te lange tijd ook in het schip te bewonderen zijn als de glazen van Jan Dibbets eenmaal zijn geplaatst, waarover ik eerder een blog schreef.*

Ik zou zeggen, lees het hele artikel. Het is te downloaden via: http://bit.ly/HD-Bavo-Polak

B.*

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

000049 Polak Cuypers nB ITIN
Het webartikel over ‘Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo’ is ook de vinden op ifthenisnow.nl:
http://bit.ly/ITIN-nBavo-Polak.

____________

Post scriptum

Het teken * in de bovenstaande tekst staat voor de volgende informatie:

  • De foto aan het begin van dit item is van de hand van Niels Polak.
  • Het webartikel betreft: Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘De atmosferische lichtval van Joseph Cuypers in de foto’s van Niels Polak’, op: ifthenisnow.nl, http://bit.ly/ITIN-nBavo-Polak (2014) / op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/VHH-Cuypers-Polak (2014).
  • Voor de derde vorm van polychromie van E.E. Viollet-le-Duc zie de blog over het ontwerp voor de glazen in de nieuwe Bavo van Jan Dibbets.
  • De verkorte link van dit item is: http://bit.ly/HD-VHH-Polak.

Veronica

De kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht (foto BvHH 2014)

Moet je kijken hoe mooi! Dit is een van de muurschilderingen in de kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht die eind negentiende eeuw onder leiding van Pierre J.H. Cuypers tot stand is gekomen. Centraal daarin staat de verering van de doek van Veronica waaraan de afbeelding aan de bovenzijde is gewijd. In een architectonische omlijsting die niet gotisch, maar in overeenstemming met de kerk romaans is vormgegeven, wordt in feite één van de klassieke voorstellingen uit de kruisweg getoond: het moment waarop Christus Veronica ontmoet en zijn gelaat een afdruk op de doek in haar handen achterlaat.

Het geheel is opgebouwd uit drie horizontale segmenten: onder de scene waarin Veronica het gezicht van Christus aanraakt, zijn twee Bijbelse figuren in medaillons tussen decoratief vertakkend gebladerte weergegeven die deze gebeurtenis hebben geprofeteerd. Juist deze zone laat goed zien dat in het decoratieve werk van Cuypers van de late negentiende eeuw duidelijk Beuroner invloeden te bespeuren zijn. Vergelijk dit maar eens met de medaillons in de Clemenskerk van Merkelbeek of de weelde aan ranken in de uitmonstering van de Genadekapel van Beuron. Het achterliggende idee is dat van een tapisserie, een dik geweven tapijt met een verzadigd rood als hoofdtoon en grijze en gele tinten om de details vorm te geven. Heel bijzonder is de rand daaronder mer het meandermotief, waarin perspectiefgrapjes zijn verwerkt die we tegenwoordig met Escher associëren.


Detail met de meander in de kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht (foto BvHH 2014)

Het muurveld daaronder bestaat niet uit schilderingen, maar uit votiefstenen. Dit zijn dankbetuigingen van gelovigen die in deze kapel om een gunst hebben gevraagd; afgesmeekt, zei men vroeger. Votief komt van votum, belofte, stem en heeft dus te maken met stemmen in steen die als je heel stil bent hier nog hoort roepen: maak mijn kind beter, breng mijn man veilig terug, laat mij welslagen … Er was veel devotie vroeger, waarvan wij ons nauwelijks nog een voorstelling kunnen maken. Devotie die vaak heel innig was en een reflectie vormt van wat er voor de mens het meest toe doet.

Ook dat maakt het boeiend om door het venster van het verleden te kijken.

B.

__________________

Post scriptum:

Dertig jaar later

Nota bene — Deze blog verkeert in statu nascendi. Je mag rustig een kijkje nemen, maar het item is nog niet helemaal af.1 Er is zoveel over dit onderwerp te zeggen dat het misschien wel simpelweg onvoltooid moet blijven. Een continuing story?

Kreupele restanten

De Antoniuskapel in Servaaskerk te Maastricht (1874-1900) met een deels wel en deels niet gerestaureerde uitmonstering van Pierre J.H. Cuypers.2 Foto auteur, 2014.

Zeg niet dat dit mooi is, want dat is het niet, dit kreupele restant van Cuypers’ uitmonstering in de Maastrichtse Servaaskerk (1864-1908). Natuurlijk, het beeld van Antonius onder zijn neogotische baldakijn staat er nog, de geschilderde tapisserie tegen de wand is superbe en de epische schilderingen met scènes uit het leven van de heilige blijven hun verhaal vertellen, maar toch … het klopt niet. Ik heb de kapel nog gekend toen ze helemaal gaaf was: toen waren ook de schalken met de muraalbogen en het gewelf daarboven rijk gesjabloneerd. Op de zware pijlers richting schip zat schijnmetselmerk dat voor een evenwichtige dimensionering zorgde. Decennia verwaarlozing en een zoutuitbloei van jewelste hadden hun tol geëist, maar het gehele polychrome schema in deze ruimte was er nog. Een halfslachtige Cuypers resteerde na de restauratie van de Servaaskerk in 1983-1989.

Waarom ik hier aan denk? Misschien omdat ik er laatst weer eens was. Niet geheel vrijwillig, want ik kom er niet graag. Iedere keer als ik de kerk binnenstap is het een klap in mijn gezicht. Ik mis het geschilderde triforium in het schip, de kloeke blokverbanden van de pijlers en de weelde aan geschilderde tapisserieën die volgens een oeroude iconografische traditie door heel de kerk uit eerbied en pure verering waren aangebracht. Maar soms moet ik er wel naar toe, omdat tussen alle fragmenten bijzonderheden zitten die ik nodig heb voor onderzoek. Neem bijvoorbeeld de litanie van Loreto in de Mariakapel met al die oeroude Mariatitels, waarvan er een aantal op veel oudere culturen dan die van het christendom teruggaat.

Maar ik denk er ook aan, omdat ik laatst mijn eerste artikel over de iconografie van Cuypers, Alberdingk Thijm, De Stuers en hun tijdgenoten onder ogen kreeg. Dat verscheen in 1984 in het themanummer over de Servaaskerk in het Bulletin KNOB. Wies van Leeuwen, met wie ik dat jaar het Cuypersgenootschap heb opgericht, had dit bedacht om een wetenschappelijke bijdrage aan de restauratieproblematiek te kunnen leveren.3 Dat was ook nodig omdat kort ervoor twee publicaties van de restauratiestichting verschenen, waarin Cuypers met vereende krachten naar de verdoemenis was geschreven. Op liturgisch gebied werd dit weerlegd door een helder artikel van Kees Peeters, die dit schreef omdat hij vond dat verantwoording afgelegd moest worden voor het tribunaal van de geschiedenis (een zin die ik nooit meer ben vergeten). Daarna volgden Wies en ik met respectievelijk een evaluatie van wat er in de jaren zestig met de inrichting van Cuypers was gebeurd in de Munsterkerk en het iconografisch programma van de Servaaskerk, en tenslotte het enige artikel dat effect zou sorteren, dat van Jos Koldeweij over het Bergportaal. Toen men daar eenmaal was aangekomen met de werkzaamheden was het kwartje gevallen. Waarschijnlijk heeft men toen al ingezien wat voor een blamage de aanpak van het interieur was gebleken, ook al werd iedere kritiek overstemd door enigszins overspannen jubelgeluiden.

Kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht

Een iconografische zeldzaamheid vormt de kapel van het heilig Aanschijn (1893-1894) uit het atelier van Cuypers, waar de doek van Veronica wordt vereerd en de muur bezet is met votiefstenen die qua vorm en kleur passen in het decoratieschema.4 Rondom het altaar bevonden zich op de muur geschilderde draperieën, niet alleen bedoeld als lambrisering, maar ook om het beeld van gordijnen rondom een heilige plaats op te roepen. Versluiering was een teken van eerbied en paste bij het mysterie. De gordijnen werden verwijderd en geheel tegen de polychrome wetten in vervangen door schijnmetselwerk dat gewoon naar beneden doorgetrokken werd. Hierdoor is ook de dimensionering van de kapel geweld aangedaan. Foto auteur, 2014.

Wies heeft toen doorgezet dat we de restauratie zouden evalueren. En dat gebeurde ook, in het blad van het Cuypersgenootschap, De Sluitsteen.5 Hierdoor is er een behoorlijk goed gevulde portfolio van deze casus. De opmaat werd gevormd door de publicatie over het symposium van de Jan van Eyckacademie in 1979, geïnitieerd door de latere oprichter van de SRAL, Anne van Grevenstein. Daarna de reeks artikelen van Wies en van mij, waaronder het themanummer van het Bulletin KNOB en de publicaties in Heemschut, en tenslotte onze evaluatie. Het gros van de artikelen kan inmiddels gedownload worden. Zelf ben ik aangenaam verrast dat met name de iconografische artikelen actueel zijn gebleven en nog steeds worden gebruikt.

Ik ben nog altijd trots op wat we toen met die hele groep van het Cuypersgenootschap hebben gedaan, met Jenny Bierenbroodspot die onze artikelen kritisch doorlas en redigeerde, Jules Bonnet die voor foto’s zorgde, Guido Hoogewoud als onvermoeibaar klankbord, Gert van Kleef die z’n eerste schreden op het Cuyperspad zette, wijlen Pieter Singelenberg als onze onbetwiste autoriteit en Ruud van Hövell die ons juridisch advies gaf en leerde hoe we bij de Raad van State moesten optreden. Maar ook al heeft de geschiedenis ons gelijk gegeven – de reconstructie van de uitmonstering van Cuypers in het Rijksmuseum legt daar iedere dag getuigenis van af – de pijn blijft als ik het schip van de Servaaskerk betreed.

Sic erat in fatis, zou De Stuers zeggen.

B.6

Downloads

Bronnen

Nota bene — In de voetnoten gebruik ik onder meer verkorte titels die volledig aangehaald zijn in de bibliografie van deze site.


  1. Het woord blog mag mannelijk/vrouwelijk en onzijdig gebruikt worden. Hoewel je de laatste tijd steeds vaker het blog ziet staan, volg ik de voorkeursvorm van het Genootschap Onze Taal door het mannelijke lidwoord de toe te passen. 

  2. Hubar, Eenheid in het vele, in: http://bit.ly/Themanummer-Servaaskerk-KNOB84, pp. 120, 135, noot 80. 

  3. Leeuwen, Wies van, red., ‘Van de redactie’ [themanummer restauratie Servaaskerk Maastricht], in: http://bit.ly/Themanummer-Servaaskerk-KNOB84, pp. 103-104. 

  4. Hubar, Eenheid in het vele, in: http://bit.ly/Themanummer-Servaaskerk-KNOB84, pp. 120, 129-131, 134. 

  5. Van Leeuwen en Hubar, ‘De beginselloosheid tot adagium verheven’, in: http://bit.ly/Evaluatie-1991-Servaaskerk, pp. 75-97. 

  6. Het lag in het lot besloten! Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Dertig jaar later’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/1QPcsPN (2014). 

Diagram van ’n hemels bolwerk

Ook in de visioenen van Hildegard van Bingen spelen gebouwen een belangrijke rol. Ik kwam haar tegen bij mijn onderzoek naar de Clemenskerk van Merkelbeek, waar de jonge benedictijner monnik dom Romanus Jacobs in 1901 een bijzondere uitmonstering schilderde.1 Hierin wordt onder meer de goddelijke inspiratie of openbaring voorgesteld, en een van de oudste voorbeelden binnen de benedictijner traditie is zonder meer de miniatuur waarin abdis Hildegard van Bingen de vlammen van de inspiratie over haar hoofd krijgt uitgestort.

Hildegard van Bingen, miniaturen uit het Liber scivias.

Hildegard van Bingen, twee miniaturen uit het Liber scivias (1142-1151). Tragisch genoeg is het origineel verdwenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De miniaturen zijn afkomstig uit een facsimlie uit de jaren 1920.2

Ondertussen trok ook die andere miniatuur mijn aandacht, en dat heeft natuurlijk te maken met de lezing over het hemelse Jeruzalem die ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo in Haarlem geef.

Hier wordt echter geen hemelse stad weergegeven, maar het gebouw van de verlossing. Dat leunt natuurlijk sterk tegen de Caelestis urbs aan, vooral omdat een aantal beelden direct aan Johannes ontleend lijkt te zijn. Een van die elementen herken ik dankzij het genoemde onderzoek van de Clemenskerk in Merkelbeek en dat is de waterstroom die de boom des levens voedt:

‘Toen toonde de engel mij een rivier met water dat leven geeft, helder als kristal, die ontsprong aan de troon van God en van het lam. Midden op het plein van de stad en omgeven door de rivier stond de levensboom, die twaalfmaal vrucht draagt, elke maand eens; en zijn loof brengt de volken genezing’.3

De boom zelf echter vind je niet in het bolwerk van Hildegard. Wel de engel en ook Jezus met de banderol in zijn hand, die mogelijk verwijst naar het boek des levens van het lam, waarin alle namen staan van hen die toegang hebben tot de stad. Verder lijkt er een verwijzing naar de Jacobsladder uit Genesis in te zitten, waarbij mensen de plaats van engelen innemen die zich langs de ladder op en neer bewegen tussen hemel en aarde.

Deze bijbelse associaties hebben zeker een rol gespeeld bij het vastleggen van de visioenen. Niet alleen omdat het verlossingsgebouw van Hildegard een nadere duiding is van Christus’ leer hoe de mens het koninkrijk God zal binnengaan, maar ook omdat je altijd moet aanknopen bij een bestaand referentiekader, wil de boodschap overkomen. Die boodschap is in het geval van dit gebouw behoorlijk grimmig. In de eeuwige tweespalt van de kerk tussen onvoorwaardelijke liefde enerzijds en zonde, schuld en boete anderzijds, heeft de Januskop hier het gezicht op storm staan. En wat voor een storm!

Als je wil weten hoe Hildegard tegen het einde der tijden aankeek en zelf het diagram van haar verlossingsgebouw verklaarde, dan kun je dat in de synopsis verder lezen.4 Het verhaal dat ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo vertel, ontvouwt een heel wat rooskleuriger perspectief op het hemels Jeruzalem.

3D-model viering nieuwe Bavo met projectie

Waar zie je het hemels Jeruzalem in de nieuwe Bavo? Dat ga ik aan de hand van dit 3D-model op 31 augustus a.s. verduidelijken. Productie: wolthera.info.

De bijeenkomst is in principe voor de parochie bedoeld, maar iedereen is welkom vanaf 10.00 uur bij de start van de hoogmis. Mijn lezing begint om 12:15 uur en daarna is er nog alle tijd om de kathedraal te bezichtigen.

B.5

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Voor dit boek in wording zie het item over de Clemenskerk

  2. Zie: http://en.wikipedia.org/wiki/Hildegard_of_Bingen

  3. Johannes, Apocalyps, 22, 1-2, geciteerd naar willibrordbijbel.nl

  4. De synopsis van het derde deel van de Scivias van Hildegard von Bingen is/was te vinden onder deze link

  5. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-Dh.

    ← Terug naar het hoofdthema

Jan Dibbets ontmoet Joseph Cuypers

Aan de nieuwe glazen van Jan Dibbets (uitgevoerd door Glasatelier Hagemeier) wordt uitgebreid aandacht besteed in mijn boek De nieuwe Bavo te HaarlemAd orientem | Gericht op het oosten, dat 9 september 2016 verschenen is. Bestel het via deze link: http://bit.ly/Bavo-Ao.

Bavo ramen Dibbets Haarlems Dagblad 2
Het ontwerp van Jan Dibbets voor de nieuwe ramen in de kathedrale basiliek Sint Bavo is goed ontvangen. Voor een uitvoerig overzicht van de commentaren zie de blog van Angela van der Burcht op de site Glass is more! Herkomst: Haarlems Dagblad van 28 juni 2014.

Aan het slot van de voorlaatste fase van de restauratie van de kathedrale basiliek Sint-Bavo zijn rond de jaarwisseling de nieuwe glas-in-loodramen van Jan Dibbets geplaatst. Toen de ontwerpen in 2014 bekend werden, viel op hoe lovend de reacties uit de kunstkritische hoek waren. Vanuit de erfgoedsector was men wel gereserveerd, maar noch in de vakbladen, noch op de erfgoedsites verschenen er artikelen of blogs over. Omdat de nieuwe Bavo tot mijn speciale onderzoeksgebied behoort, heb ik toen een erfgoedtoets in het klein uitgevoerd:

  • Van eminent belang in het concept van Joseph is wat ik in de waardenstelling van 2013 betiteld heb als de atmosferische polychromie, waarbij de architect de wisselende lichtval van het Noord-Hollandse landschap naar binnen probeerde te halen. Dat op zichzelf is al zo bijzonder dat het nagenoeg als een unicum aangemerkt kan worden.1 Als je kijkt wat Dibbets doet, kan zonder meer gesproken worden van een goed ingevoelde aanpak. Hij respecteert het concept van veel witte of zacht getinte partijen in de glazen, wat Cuypers als uitgangspunt had vanwege de lichtval in de kerk. Tegelijkertijd zal de derde vorm van polychromie, die Joseph Cuypers ontleende aan Viollet-le-Duc goed tot zijn recht komen: dit betreft de projectie van kleuren tegen muren en pijlers door het licht. In dit opzicht zullen de glazen dus in belangrijke mate bijdragen aan de verdere invulling van het concept van de Unvollendete dat Joseph voor de kathedraal had ontwikkeld en dat ook al zo bijzonder is.2
  • Het ontwerp is verder goed verankerd in de kerkelijke beeldtraditie doordat met name de liturgische kleuren worden gevolgd. Ook het onderscheid tussen de noordelijke, koele en de zuidelijke, warme kant kan iconografisch tot een oude traditie herleid worden, zij het dat Dibbets dit als artistiek medium anders toepast dan de architect.3 Dat laatste valt goed af te lezen aan het eerste zelfstandige ontwerp van Joseph Cuypers, de Urbanuskerk in Nes aan de Amstel.4


Het Johannesraam van Jan Dibbets wordt geplaatst in de nieuwe Bavo van Haarlem (foto André Numan 2015).
Het Johannesraam van Jan Dibbets, gemaakt door Glasatelier Hagemeier, wordt geplaatst in de nieuwe Bavo van Haarlem (foto Van Hoogevest Architecten 2015).

  • De enige kanttekening die ik vanuit de context van het erfgoed had, betrof het plaatsen van de vier evangelisten in het schip. De meeste mensen zullen dit een formaliteit vinden, maar iemand zal het toch op moeten nemen voor het programma dat de bisschoppelijk vicaris en latere bisschop van Haarlem A.J. Callier in nauwe samenwerking met Joseph Cuypers heeft bedacht als basis voor de bouw en de inrichting van de kathedraal. Ook dat is immers een bestaande waarde in de kathedraal.5 In het nieuwe boek over de kathedraal zal duidelijk worden hoe verrassend Dibbets daarmee is omgegaan, waardoor hij van een nadeel ook iconografisch een toegevoegde waarde heeft kunnen maken.
  • Heel bijzonder is de inspiratie die de kunstenaar gevonden heeft bij Hrabanus Maurus, die hij ervaart als een Mondriaan uit de middeleeuwen. Om zijn bewondering tot uitdrukking te brengen heeft Dibbets de Δ (delta) in het raam met de kalligrafie van Adam als eerbetoon aan Hrabanus Maurus direct aan hem ontleend. Daarop zijn op hun beurt de A en de V in Adam en Eva afgestemd.6
  • Tekent het de tijd dat vanuit de kunstkritiek geen commentaar is gekomen in de zin dat het ontwerp misschien gedateerd zou zijn? Zelf overviel me dat gevoel wel, en wel bij de evangelistensymbolen. Dat is vreemd, zo niet tegenstrijdig voor iemand die net een heel werk heeft geschreven over monumentale kerkelijke schilderkunst, waarin ze juist waarschuwt voor de vertekenende werking van de kwalificatie ‘gedateerd’. Een valkuil die je beslist moet vermijden. Want ook al lijkt dit een open deur, echte creativiteit ontstijgt de belemmeringen van de tijd. Bovendien, zoals Josephs peetoom Alberdingk Thijm al zo pakkend zei: eenmaal de kunstenaar gekozen, dan moet je hem ook vrij laten.7
  • Het gebruik van symbolen en lettertekens als decoratieve motieven past bij uitstek bij de Joodse bron van het christendom waarbij letters als alternatieve beelden worden gebruikt.8 Op dit punt heeft de plebaan H.J. van Ogtrop een belangrijke bijdrage geleverd die voorstelde om een Hebreeuwse tekst aan de noordkant te plaatsen waar in de oorlog de Haarlemse Joden werden samengedreven en gedeporteerd. Zo wordt ook een tragische ‘lieu de memoire’ geactualiseerd.

De moraal van het verhaal kan kort zijn: ook vanuit de context van het erfgoed – of meer precies, bezien vanuit de waardenstelling – doorstaat het ontwerp van Dibbets voor de nieuwe glazen ruimschoots de toets der kritiek. Ik ben dan ook heel benieuwd naar de realisatie ervan; niet alleen vanwege het individuele kunstenaarschap van Dibbets, maar ook omdat we door zijn werk een artistiek volwaardig beeld zullen krijgen van wat bij Joseph Cuypers op het netvlies stond toen hij zijn Unvollendete ontwikkelde. Een beeld dat niet mogelijk was geweest zonder de uitvoering van het ontwerp door Glasatelier Hagemeier te Tilburg.9 Wie vandaag de dag de kathedraal bezoekt zal een bijzondere uitvoering te zien krijgen van de ‘muziek van het licht’, zoals vader én zoon de polychromie in hun gebouwen betitelden.10

B.11

← Terug naar de inhoudsopgave!))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Postscriptum — Medio december 2015 waren alle glazen in de lichtbeuk geplaatst en rond de kerst alle stellingen uit het schip verdwenen! Zelf was ik er begin november toen de steigers er voor een deel nog waren. Daar stonden we dan in de late namiddag van een grauwe najaarsdag bij het herdenkingsraam Jehi ohr (er zij licht), maar hoe somber en schemerig het buiten ook was, er wás licht! Een ervaring om nooit te vergeten.

Deze diashow vereist JavaScript.


  1. Kanttekening hierbij is dat dat uiteraard gerelateerd moet worden aan de stand van het onderzoek vandaag de dag, maar tot dusver heb ik geen andere expliciete voorbeelden gevonden. De enige die dicht in de buurt komt, was zijn bevriende collega Henri Evers die in dezelfde tijd lichte glazen liet aanbrengen in ‘zijn’ Remonstrantse kerk te Rotterdam. Zie hiervoor Van Ruyven, Van heiligen tot amoeben, p. 33 → bibliografie

  2. Bernadette van Hellenberg Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, hoofdstuk 4 ‘De Unvollendete en het oneindige’; paragraaf 6.4. ‘Licht en atmosfeer’. 

  3. Nieuwbarn, Roomsche kerkgebouw, p. 27 → bibliografie

  4. Voor de Urbanuskerk in Nes aan de Amstel volg deze link. Zie voorts Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten, paragraaf 6.4. ‘Licht en atmosfeer’. 

  5. Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten, paragraaf 6.5. ‘Nova: de glazen van Jan Dibbets’. Arjen Looyenga in: Erftemeijer, Looyenga en Van Room, Getooid als een bruid, pp. 39-51; 121-128 → bibliografie

  6. Voor een eerste kennismaking met Hrabanus Maurus zie het gelijknamige lemma op Wikipedia

  7. Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten, paragraaf 6.5. ‘Nova: de glazen van Jan Dibbets’. Hubar, De genade van de steiger, pp. 15, 80, 445, 463, 465. Voor Thijm zie Hubar, Arbeid en Bezieling, p. 361 → bibliografie

  8. Van Ogtrop, Dieu parmis nous, pp. 5-6 → bibliografie

  9. Voor Glasatelier Hagemeier volg deze link: http://bit.ly/1T3dl8m

  10. Zie Hubar, De muziek van het lichtbibliografie

  11. Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Dibbets’ ramen in de nieuwe Bavo’, op: vanhellenberghubar.org: http://bit.ly/1NHZM9i (2014-2015). Het is bijgewerkt naar aanleiding van de feestelijke afsluiting van de vierde fase van de restauratie van de nieuwe Bavo op 4 maart 2016: http://bit.ly/ITIN-242. Bij die gelegenheid is een aparte publicatie over de glazen van Jan Dibbets verschenen, van de hand van Antoon Erftemeijer: LICHTBEELDEN. Glas in lood van Jan Dibbets in de Nieuwe Bavo te Haarlem, Haarlem 2016. Deze is verkrijgbaar in de winkel van de nieuwe Bavo. Voor de openingstijden surf naar http://bit.ly/ITIN-KathedraalMuseum

Down memorylane

Omslag CBA Bovendonk Hoeven 2008

Het onderzoek naar Bovendonk van drie generaties Cuypers uit 2008 blijkt nog steeds actueel.

Soms kom je uit bij een trip down memory lane en dat was bij mij het geval met Bovendonk. Ik was op zoek naar wat Thijm ook al weer vond van de pondération van Viollet-le-Duc – want die speelt natuurlijk bij de nieuwe Bavo ook een belangrijke rol1 – en toen kwam ik uit bij dit onderzoek uit 2008. Dit was werkelijk een heel plezierig project samen met David Mulder en Wies van Leeuwen. David heeft de hoofdmoot van het onderzoek gedaan, produceerde samen met Wies stukken tekst in diverse soorten en maten, ik schreef de waardenstelling, voegde er het een en ander aan toe, waarvan ik weer wat meer wist (zoals polychromie) en Marij Coenen maakte er een rapport van.

Toen ik er toch mee bezig was, leek het wel aardig om de projectbeschrijving van dit oeuvre van drie generaties Cuypers on line te zetten. Dan kun je zelf constateren dat synergie tot vruchtbare resultaten leidt: http://wp.me/P4eh3s-DR.

En mooier nog, het rapport kan zonder kosten gedownload worden via Cuypers4all.2

O ja, voor de liefhebber: zondag 31 augustus ben je van harte welkom bij de lezing Caelestis urbs Jeruzalem die ik vroeg in de middag in de nieuwe Bavo te Haarlem geef (vergeet niet om je op te geven bij koster@rkbavo.nl). De bijeenkomst begint om 12:15 uur.3

Wordt vervolgd!

B.4

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

 


  1. Voor het onderzoek naar de nieuwe Bavo volg deze link

  2. Voor Cuypers4all volg deze link

  3. Zie het item Caelestis urbs Jeruzalem op deze site. 

  4. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-SI 

Lambert Lourijsen in Zandvoort

Lambert Lourijsen Zandvoort — 1 juli 2018 start een kleine tentoonstelling in de Agathakerk te Zandvoort over het werk van de kunstenaar Lambert Lourijsen. Een van de organisatoren, Dick Duijves, pastor emeritus, schreef een interessant stuk over dit initiatief om het 90-jarig bestaan van de kerk te herdenken. Meer daarover vind je onder deze link.

Terugblik 2014 — Enige tijd geleden ben ik gestart met het onderzoek voor het boek over de restauratie van de kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem. Dat betekent een boeiende tocht door de tijd, waarbij ik onderweg heel wat plaatsen aandoe. Met regelmaat kom ik zaken tegen waar een verhaal bij hoort, zoals het mozaïek van Lambert Lourijsen (1885-1950) in de Agathakerk te Zandvoort van Pierre J.J.M. Cuypers junior (1891-1982).1 Daar wil ik hier graag wat over vertellen, vooral omdat er een directe relatie met de nieuwe Bavo is.

In de Agathakerk

Lambert Lourijsen Zandvoort | Calvariegroep in de Agathakerk van Pierre J.J.M. Cuypers uit 1928. Foto bvhh.nu 2014.
Lambert Lourijsen (1885-1950), Calvariegroep in de apsis van de Agathakerk van Pierre Jean Joseph Michel Cuypers junior (1891-1982). De kerk dateert van 1928. Het mozaïek in de apsis is in hetzelfde jaar aangebracht, hetgeen voor de hand ligt bij een dergelijke prominente plaats voor de eredienst (foto bvhh.nu 2014).2

Een van de bijzondere dingen die me trof tijdens de Cuypersexcursie in en rond Heemstede, afgelopen mei 2014, is dit mozaïek van Lambert Lourijsen (1885-1950) die in 1923-1926 in het zelfde medium had gewerkt bij de Sacramentskapel van de nieuwe Bavo.3 Op een grotendeels leeg, gouden veld staat een Calvariegroep afgebeeld, geflankeerd door twee zwevende opschriften: adoramus te – Christe – et benedicimus tibi | quia per crucem tuam redemisti mundum (wij aanbidden je, Christus, en verheerlijken je | omdat je door jouw kruis de wereld hebt gered). Wat vooral treft, is het pure en uiterst sobere karakter van dit werk, alsof we zomaar een sprong in de tijd maken en direct van 1928 doorschieten naar midden jaren ’60, na het Tweede Vaticaans Concilie. In dit opzicht herinnert het aan het koormozaïek van Piet Gerrits in de Gerardus Majella in Tilburg (1922-1933). In beide gevallen vormt de versobering het resultaat van de invloed van de Beuroner school. In De genade van de steiger heb ik uitgelegd dat de kerkelijke kunstenaars in Nederland niet zozeer de stijl als wel de mentaliteit van Beuron in hun werk hebben overgenomen.4

Dat betekende onder andere een herinterpretatie van de oude symbolische tweedeling van het gebouw, van strijdende kerk in het schip en overwinnende kerk in koor en apsis. In dit laatste compartiment van het gebouw werden voorstellingen op een strenge, gestileerde manier toegepast: statische figuren met verstilde gezichten en gebaren tegen een egaal, liefst gouden fond. Of het nu Jan Dunselman, Piet Gerrits of Lambert Lourijsen is, dit hebben ze gemeen. Bij Lourijsen gaat het echter niet zomaar om Beuron, maar om Beuron door het filter van Jan Toorop. Want ook dat is in De genade van de steiger te voorschijn gekomen: hoe sterk het (katholieke) oeuvre van Toorop doordrongen was van Beuron en hoe superbe hij die invloed heeft getransformeerd in zijn eigen stijl.5 De manier waarop Lourijsen van dit filter gebruik maakt, herinnert aan de Roomse Haagse school: de figuren worden haast tot op het bot gestileerd, omdat men meende dat dat tot een overtuigend ascetisch resultaat zou leiden. In het koor verkeerde men immers in hemelse sferen, waarin voor aardse massa’s geen plaats was. De verheven locatie vraagt ook om gesublimeerde emoties: dus geen heftige dramatiek rond de kruisdood van Christus, maar ingehouden smart. Dit was de nieuwe kerkelijke kunst van de jaren twintig. In de kunstkritiek was hier veel waardering voor, zelfs als men van neutrale, niet-roomse huize was.6 Er gingen echter vanaf 1925 ook tegenstemmen op, met name in kringen van De Gemeenschap, waar Jan Engelman het voortouw nam. In De genade van de steiger heb ik hierover onder meer het volgende geschreven:

In 1931 maakte Jan Engelman de balans op van tien jaar kunstproductie en constateerde dat katholiek Nederland doorgeschoten was toen er eindelijk ruimte kwam voor kunstenaars ‘die zich hadden afgewend van de historische stijlen’. De ernst waarmee men had geëxperimenteerd, had geleid tot ‘veel godsdienstig bezielde kunst’, maar de nadruk lag te veel op godsdienst, meende hij niet zonder spijt. De vlam was er uitgedreven, zoals Engelman zei:

‘Zoodat vele nieuwe kerken er nu uitzien als tempels eener gewilde monumentaliteit, met beelden en voorstellingen, waarvan de soberheid vergeefs een armoede van het hart tracht te verbergen. Men heeft op kunstmiddelen [bedoeld worden die van Toorop – BvHH], die onder bepaalde omstandigheden goed zouden kunnen zijn, systemen gebouwd en verzuimd de hoogstrevende intenties vast te leggen in materie die leeft, materie die den artist gaat aankijken, biologeeren en zijn vlam doet terugslaan’. ((Hubar, De genade van de steiger, p. 312.))

Hoewel Engelmans kritiek de basis legde voor een nieuw type kerkelijke kunst, richtte ze ook schade aan. Ruimte om het kaf van het koren te scheiden was er niet, dus alles ging de container in. Dit lot heeft het oeuvre van de hiervoor genoemde kunstenaars zeker niet verdiend, zoals ook hierna zal blijken.

Lambert Lourijsen Zandvoort | Detail van de zeven watersprongen van de Calvariegroep (1928) in de Agathakerk te Zandvoort. bvhh.nu 2014.
Detail van de zeven waterstromen van de Calvariegroep van Lambert Lourijsen in de Agathakerk te Zandvoort. Foto bvhh.nu 2014.

Water

Een mooi symbolisch detail is de transformatie van de Calvarieberg, waarop het kruis staat, in de fontein van overvloed. Opnieuw komen enkele collega’s van Lourijsen langs. In de Obrechtkerk te Amsterdam combineerde Kees Dunselman in 1921 op een soortgelijke manier de vier paradijsstromen met een ander prominent thema dat met water te maken had, namelijk het dorstige hert. Oftewel, zoals hun tijdgenoot, de iconograaf Mattheaus Nieuwbarn over dit dier schreef:

‘Ook bekend symbool der vurige begeerte van de ziel naar de h. Kommunie, “gelijk een hert verlangt naar de waterbronnen” (des eeuwigen levens), vooral naar de zeven watersprongen der h. Sakramenten’.7

Zo vloeien de zeven stromen van de genade vanuit de bron die de Calvarieberg vormt langs de lambrisering het priesterkoor in. Je zou bijna zeggen dat in het abstracte mozaïek daaronder niet – zoals gebruikelijk – de aarde lijkt te zijn weergegeven, maar de wereld onder de waterspiegel, de zee.

Collega Jan Loots

Lambert Lourijsen Zandvoort | Jan Loots, Calvariegroep in het noordertransept van de nieuwe Bavo (circa 1925). bvhh.nu 2014.
Jan Loots, Calvariegroep boven de zogenaamde Mariapoort  in het noordertransept van de nieuwe Bavo.8 Het werk werd uitgevoerd in mozaïek door de Venetiaan Victor Bonata van de firma Wilhelm in Keulen (circa 1925; de Christusfiguur werd pas in 1951 toegevoegd ter vervanging van een houten corpus). De omringende schilderingen zijn van de hand van Han Bijvoet (1952). Foto bvhh.nu 2014.

Een iets vroeger voorbeeld is de voorstelling in het noordertransept van de nieuwe Bavo van Jan Loots9, circa 1925. Lourijsen heeft dit zeker gekend, omdat ook hij bij de kathedraal was betrokken. Het boogveld van de Mariapoort is afgezet met een tekstband waarin een zinsnede uit het Weesgegroet staat: Sancta Maria mater dei ora pro nobis peccatoribus (Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons, zondaars). Bij de voorstelling heeft Loots het thema van de kruising en de waterbronnen verenigd met dat van de boom des levens. In de ranken – een geliefd Beuroner motief10 – is de tekst verwerkt die Christus aan het kruis tot zijn moeder en Johannes sprak: Ecce mater tua (zie hier je moeder). Ecce filius tuus (zie hier je zoon).11 De opgeheven handen van Maria verwijzen volgens een oud iconografisch schema naar haar onbevlekte ontvangenis, waarmee ook dat dogma een plaats kreeg.12

Als we kijken naar de overeenkomsten met het werk van Lourijsen, dan gaat het ook hier om mozaïek, ook hier om een Calvariegroep, ook hier om de combinatie van de fontein van de genade, met de paradijsstromen en de zeven waterbronnen. Het was kennelijk een populaire iconografische variant onder de door Beuron geïnspireerde kunstenaars in de jaren twintig. Algemeen laat de kerkelijke kunst uit deze tijd verrassende iconografische combinaties zien. Vaak komt zoiets niet uit de lucht vallen, dus het roept de vraag op of er op dat moment vanuit Rome, of dichterbij, bepaalde geloofsthema’s zijn geactualiseerd die de kunstenaar op een meer aansprekelijke manier aan het kerkvolk kon overbrengen. Ook hiervoor bestond onder kunstcritici veel waardering.13

Pictor en mozaïst

Detail met de signatuur van de pictor, Lambert Lourijsen en van de mozaïst, de firma Beyer uit Keulen die dit werk uitvoerde in Venetiaans glas.14 Foto’s bvhh.nu 2014.

Ondertussen is er ook een duidelijk verschil tussen de mozaïeken. Terwijl Loots koos voor de firma Wilhelm in Keulen, ging Lourijsen in zee met de concurrent uit dezelfde stad, de Rheinische Mosaikwerkstätte Peter Beyer & Sohne. Omdat Loots met dit bedrijf al zijn mozaïeken zou maken, ziet het er naar uit dat de bisschop bij de keuze van de uitvoering de kunstenaar het laatste woord gunde.15 Op dit punt kan een parallel getrokken worden met de productie van glas-in-lood, waar over het algemeen ook sprake was van twee zelfstandige actoren bij het maakproces. Een van de weinigen in Nederland die het werk van pictor en mozaïst in één hand hield, was Anton Molkenboer, over wie ik in een later stadium kom te spreken.

De kruiswegstaties van Lambert Lourijsen in de Agathakerk zijn uitgevoerd als sectieltableaus in opaalglas. Dit laatste medium kwam op in de jaren dertig met name dankzij Joep Nicolas. Het werken in sectiel herinnert aan Toorop die op dit punt ook de kruisweg van Han Bijvoet in de nieuwe Bavo beïnvloed heeft. Bij de statie rechts staat rechtsonder het monogram van de kunstenaar en het jaartal 1949.16 Foto’s bvhh.nu 2014.

Maar ook over Lourijsen ben ik nog niet uitgesproken. Want behalve het mozaïek in de apsis en de Jozefkapel heeft hij later de glas-in-loodramen van de Agathakerk ontworpen (1948) en de kruisweg (1949), tevens zijn allerlaatste werk.17 Uitgevoerd als sectieltableaus, tonen de staties hoe trouw Lourijsen is gebleven aan de stijl die hij onder invloed van Toorop en Beuron ontwikkelde. Dat dit late oeuvre niet gedateerd oogt, geeft nogmaals aan hoe sterk de nieuwe kerkelijke kunst van de jaren twintig lijkt te anticiperen op de versobering van Vaticanum II.

Maar daarover vertel ik een andere keer.

B.18

Referenties en vervolg

In het vervolg verwacht ik nog een keer aandacht te besteden aan de volgende thema’s:

  • het Beuroner motief van de ranken: zeker in combinatie met het kruis als boom des levens en de stromen is dat op zijn beurt vrijwel zeker ontleend aan het beroemde vroegchristelijke apsismozaïek van de San Clemente te Rome, circa 1200. In De genade van de steiger verwijs ik naar het mausoleum van Galla Placida dat ook een goed referentiebeeld geeft, maar het apsismozaïek van de San Clemente staat nog dichter bij het werk van Loots.19
  • een heel bijzondere verwerking van dit Beuroner thema laat Charles Eyck zien met zijn schilderingen in Rumpen (Brunssum) in 1929.20

Nota bene — In de voetnoten gebruik ik onder meer verkorte titels die volledig aangehaald zijn in de bibliografie van deze site.21


  1. Met dank aan Stephan van Rijt, koster van de nieuwe Bavo, die de excursie organiseerde naar het werk van vader Joseph en zoon Pierre Cuypers in Heemstede, Aerdenhout en Zandvoort. Voor Pierre J.J.M. Cuypers zie het lemma op Wikipedia. Voor Lourijsen, die ook vermeld wordt als Lourysen en Lourijssen, zie het RKD. Voorts Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 231-233; 233-235. Over de kerk is een folder beschikbaar met mooie informatie: Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort. 

  2. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, p. 2. 

  3. Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 233-235. 

  4. Hubar, De genade van de steiger, pp. 243-244; 253-254: Piet Gerrits respectievelijk in Tilburg en evaluatie van onder meer de Beuroner invloed; pp. 468-469: over de Beuroner school en haar invloed. 

  5. Hubar, De genade van de steiger, pp. 273-306: Toorop en (onder meer) Beuron. 

  6. Van der Boom, ‘Mozaïek Jan Loots’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift (1925) pp. 293-295. Voorts http://wp.me/a4eh3s-E6

  7. Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, p. 89. 

  8. Voor de benaming Mariapoort zie: Van der Boom, ‘Mozaïek Jan Loots’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift (1925) p. 294. 

  9. Over Jan Loots zie Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 235-237. Voorts http://wp.me/a4eh3s-E6

  10. Hubar, De genade van de steiger, i.h.b. p. 255. 

  11. Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, p. 237. 

  12. Hubar, De genade van de steiger, p. 201: iconografie Maria onbevlekt ontvangen. 

  13. Van der Boom, ‘Mozaïek Jan Loots’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift (1925) pp. 293-295. Voorts http://wp.me/a4eh3s-E6

  14. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, p. 3. 

  15. Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, p. 233. 

  16. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, p. 6. 

  17. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, pp. 2-3; 6. 

  18. Anno 2018 heeft zich de gelegenheid nog niet aangediend om dit verhaal voort te zetten. Wel hebben tussentijdse onderzoeken, zoals die voor #KunstinBreda en in de kathedraal van Rotterdam de hier geschetste inzichten versterkt. 

  19. Hubar, De genade van de steiger, i.h.b. p. 255. Zie voorts het lemma over de San Clemente op Wikipedia

  20. Hubar, De genade van de steiger, i.h.b. pp. 254-260. 

  21. Zie de bibliografie van deze site.

    Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Lambert Lourijsen in Zandvoort’, op: Vanhellenberghubar.org: http://wp.me/p4eh3s-sF (2014). Verkorte link van dit item: bit.ly/1QPcZRQ-VanHH2Org