Daar schoten drie stralen dooreen …

J.A. Alberdingk Thijm portret en profile

J.A. Alberdingk Thijm portret en profile (in de vierpas staan met de klok mee de woorden: godsdienst, kunst, vaderland en taal). Het portret is tegenwoordig te bewonderen in Museum Cuypershuis te Roermond. Herkomst: KDC Nijmegen.

We zijn er zo langzamerhand wel aan gewend dat er binnen de katholieke kerk merkwaardige dingen gebeuren; dat zaken die allang afgehandeld hadden moeten zijn – zoals voorbehoedsmiddelen, celibaat en vrouwelijke voorgangers – in een doodlopende straat liggen te verschimmelen en trivia de voorrang krijgen. Hoewel … trivia? Kun je het afschaffen van het Nederlandse kerstliedje ‘De herdertjes lagen bij nachte’ echt als iets onbenulligs afdoen? Want dat is inmiddels (in 2013) door Rome gedaan, op voordracht van de Nederlandse Raad voor Liturgie. Niet dat er een verbod op het zingen ligt, oh nee, maar niet meer in kerkelijk verband, als onderdeel van de eredienst. Is het zomaar weer de volgende publicitaire flater van klasse van de Una sancta? Het is in ieder geval een tot treurnis stemmende miskenning van eeuwenoude volksvroomheid. En daar zou de kerk nu net haar bestaansrecht aan moeten ontlenen. Dit is echter niet het enige, want er schuilt nog meer achter.

Peter Nissen merkte op Facebook op dat J.A. Alberdingk Thijm de schrijver is van dit liedje, maar dat klopt niet helemaal. Het is namelijk een oud Utrechts volksliedje waarvan de ouderdom zich verliest in de tijd. Samen met zijn jong gestorven broer, de componist, musicus en musicoloog Lambert, heeft Thijm in 1852 teksten en partituren van dit soort oude kerstliedjes verzameld en uitgegeven. Wat dat voor een karwei is geweest, blijkt wel uit zijn beschrijving:

‘Had het eenige zwarigheden, om de beste texten dier liederen op te sporen, welke in hunne voormalige populariteit. zelve een waarborg hunner inderdaad onmiskenbare epische of lyrische kracht aanboden, het was ongelijk moeilijker de melodiën der meeste machtig te worden. Nu eens moesten er oude organisten of begijntjens, dan eens bedelaarskinderen van de straat, wijd en zijd in verschillende streken verspreide zangers en zangeressen, in den arm worden genomen, dan weêr door een doolhof van verkeerde aanwijzingen de weg gezocht in een vijftigtal van alom verzamelde handschriften en oude drukken, om te komen tot de traditioneele waarheid – dat is, om den text te doen zingen op de wijs, die er ‘van ouds bij behoorde’: om niet te spreken van de zwarigheid der overbrenging van verschillende onvolkomen noteeringen in nieuw muziekschrift, de kiesche bepaling van maatsverdeeling, waar die slechts zeer duister in het oude stuk was aangeduid en toch,. om den zang der verschillende koepletten den ongeoefenden duidelijk te maken, diende te worden vastgesteld; noch van de aanhoudende slingering der keuze tusschen het oude eigenaardige maar moeilijke of thands impopulaire en het nieuwere plattere , maar aangenamere. Bovendien, voor het letterkundig gedeelte had men den voorarbeid van vele verdienstelijke mannen; voor het muzikale was NIETS gedaan […].’

Het had dan ook heel wat werk gekost om tot publicatie van het resultaat te komen: een boekwerk dat de weidse titel kreeg van Oude en nieuwere kerstliederen benevens gezangen en liederen van andere hoogtijden en heilige dagen alsook van den advent en de vasten, gerangschikt naar de orde van het kerkelijk jaar, waaraan zijn toegevoegd eenige geestelijke liedekens van gemengden inhoud (Amsterdam 1852). De manier waarop de gebroeders Thijm dit materiaal presenteerden was niet zonder precedent: want net zoals Jozefs latere zwager, architect Pierre Cuypers, middeleeuwse kerken restaureerde en ‘voltooide’, deden zij dat met deze liedjes. Volgens de biografie over Thijm van Michel van der Plas is de tekst van De herdertjes, die slechts rudimentair bewaard was gebleven, tenslotte wel zo sterk omgewerkt dat het in zijn ogen een opus van Thijm is geworden. Met name het volgens hem weinig geslaagde couplet over de drie stralen zou geheel van de hand van Jozef zijn. Het voert te ver om daar hier op door te gaan, maar laat die tekst nu net van toepassing zijn op bepaalde thema’s die in de voorgevel van het Rijksmuseum zijn verwerkt. Hoewel Van der Plas tegen dit soort werk aankijkt als lang geleden kunsthistorici tegen de neogotiek, denkt ook hij dat zonder toedoen van de gebroeders Thijm veel verloren zou zijn gegaan.

En nu meent Nederlandse Raad voor Liturgie in te moeten grijpen en dit stukje kerkelijk cultuurgoed te moeten verbannen. Wat me het meest prikt bij deze actie van de Una sancta, is de miskenning van het werk van een man die een van de grootste voorvechters was van het herstel van de kerkelijke hiërarchie in Nederland in 1853. Michel van der Plas stelt terecht dat het de leken zijn die dit hebben klaargespeeld, waarbij vaak opgebokst moest worden tegen de opinies van vaderlandse geestelijken en Rome. Je kunt het haast niet gekker bedenken. Het kan niet vaak genoeg verteld worden: toen trouwe families als die van Thijm hun werk eenmaal hadden gedaan, werden ze door de kerk zonder pardon van het toneel geschoven. De nieuwe kerkelijke leiders in Nederland hadden geen behoefte aan strijdbare, onafhankelijk denkende katholieken. Die hadden hun tijd uitgediend. Het geeft te denken!

De piano van Antoinette Alberdingk Thijm, ontworpen door Pierre J.H. Cuypers

De piano van Nenny Alberdingk Thijm was een huwelijksgeschenk van haar man, Pierre J.H. Cuypers in 1858. Op de piano staan in het rechter paneel belangrijke promotors en componisten van kerkmuziek weergegeven: tweede van rechts staat Lambert Alberdingk Thijm. Op de foto staat de piano nog waar hij hoort, namelijk in het Cuypershuis te Roermond. Tegenwoordig staat het instrument tussen de vele topstukken haast onzichtbaar opgesteld in het Rijksmuseum.

Bronnen

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997
  • Plas, Michel van der, Vader Thijm, biografie van een koopman-schrijver, Baarn 1995.
  • Thijm, J.A. en L.J.A. Alberdingk, Oude en nieuwere kerstliederen benevens gezangen en liederen van andere hoogtijden en heilige dagen alsook van den advent en de vasten, gerangschikt naar de orde van het kerkelijk jaar, waaraan zijn toegevoegd eenige geestelijke liedekens van gemengden inhoud, Amsterdam 1852.
  • Thijm, J.A. Alberdingk, Enkele trekken eener characterschets. Gedachtenis eens vroeg verloren broeders, z.p. (Amsterdam) 1855: bron van het citaat hierboven en van het ontwerp voor de zerk van de familie Alberdingk Thijm.
  • www.omroepbrabant.nl d.d. 15 november 2013. Als PDF ook te vinden in @omtedelen.
Familiegraf Alberdingk Thijm

De dood van zijn broer Lambert was de reden voor Thijm om een grafplaat voor de familie te ontwerpen. Later werd hij zelf ook in dit graf bijgezet. Herkomst: Thijm, Enkele trekken eener characterschets (zie bronnenlijst hiervoor).

Loading Facebook Comments ...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *