Verhalen in het verschiet


Verhalen in het verschiet — Een mens komt zoveel tegen als hij bezig is met historische stukken. Rijp, maar vooral groen passeren allerlei zaken de revue. Bij een collectie gaat het dan niet alleen om de inhoud, maar ook om de vorm. Hoe werden de stukken bewaard en waarom koos men voor bepaalde oplossingen. Was het weloverwogen of ging het om een tijdelijke oplossing? Was schaarste een drijfveer of gemakzucht? Ook dit soort dingen verdient aandacht in een E-boek over een collectie. Vandaar dat ik een lijstje bijhoud met …

Voer voor verhalen

In de loop van het project zal ik er een aantal van uitwerken in blogs of een webartikel. Wat je je daarbij kunt voorstellen? Ga eens kijken bij de rubriek Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo.
Overigens staat het meest recente item in deze rubriek bovenaan!

De brief van Anton van Duyl

In de Joseph Cuypers Collectie zitten niet alleen stukken van Joseph, maar ook van zijn familie, onder wie zijn vader Pierre J.H. Cuypers. Het is niet altijd duidelijk voor wie van de twee een bepaalde brief is bestemd. Dan moet je wat dieper graven en vooral niet schromen om de familie erbij te betrekken, zoals in het onderhavige geval.

Pierre J.H. Cuypers (I) door Thérèse Schwartze (1885-1909). Herkomst en verblijfplaats Rijksmuseum.
Pierre J.H. Cuypers (I) door Thérèse Schwartze. De precieze datum is onbekend, maar wordt geplaatst tussen 1885 (opening Rijksmuseum) en 1918 (jaar voor de dood van de kunstenares). Op basis van de brief van haar echtgenoot, waaruit een amicale relatie blijkt, kan het laatste jaartal teruggebracht worden tot 1909. Herkomst en verblijfplaats Rijksmuseum.

Opnieuw gaat het om een brief die in een boek is opgeborgen. Ditmaal staat niet het boek als opslagmedium centraal, zoals hieronder bij Van Can, maar om een ingenesteld stuk dat iets vertelt over de betreffende publicatie. Het gaat om de biografie van Leo van Heemstede (pseudoniem van Leo Tepe) over Paul Alberdingk Thijm (1827-1904), uit 1909.* Paul was de jongere broer van Jozef en Nenny (Antoinette) en was als historicus gepromoveerd op een voor die tijd behoorlijk kritisch wetenschappelijk onderzoek naar Willibrordus.* In zijn biografie zit een brief aan vermoedelijk Pierre senior, gelet op de aanhef ‘Hooggeachte heer en vriend’ die een verschil in senioriteit suggereert. Het stuk is gedateerd op 15 december 1909 en gaat onder meer in op de genealogische onnauwkeurigheden in de biografie. Pierre M. Cuypers (III) was zo goed om de handtekening te ontcijferen en de scribent te identificeren. Hij schreef me het volgende:

Een aantal aanknopingspunten in de brief:

  • er wordt gerefereerd aan een verjaardag te Amsterdam kort voor 15 december (19)09:
  • ondertekenaar is: A.G.C. van Duyl senior
  • schrijver is geïnteresseerd in de familie en is inhoudelijk goed op de hoogte, want hij heeft gelijk over de onnauwkeurigheden: Johann Heinrich Alberdingk (* 14 mei 1719 in Herstelle) trouwt op 15 november 1750 in Amsterdam met Geertruy Clasen (* 6 mei 1725 in Amsterdam). Dit echtpaar zijn de overgrootouders van Joseph, Antoinette en Paul Alberdingk Thijm. Uit het eerste huwelijk van Joannes Franciscus Alberdingk met Elisabeth Reydon werden twee kinderen geboren: Catharina (1811-1831) en Theo (1813-1881). Beiden heetten dus Alberdingk, maar werden later ook tot Alberdingk Thijm hernoemd, toen JF voor de tweede maal trouwde met Catharina Thijm.*

Betreft wellicht Anton Gillis Cornelis van Duyl (1829-1918), echtgenoot van Thérèse Schwartze, die leden van de familie geschilderd had.
De verwijzing naar de verjaardag slaat waarschijnlijk op zijn 80ste verjaardag. De man was hoofdredacteur geweest van het Algemeen Handelsblad.*

En zo krijgen we steeds meer inzicht in het netwerk van de familie Cuypers. Voor een biografie – of die nu over de collectie of de persoon gaat – is dat ideaal. Van de portretten van Thérèse Schwartze bevindt zich dat van Cuypers senior in het Rijksmuseum en dat van Rosa Cuypers – uit het eerste huwelijk van Pierre (I) – in het Cuypershuis te Roermond.* Schwartze was een belangrijke society portretschilder, wat opnieuw aangeeft dat de familie Cuypers – zonder meer dankzij het huwelijk van Pierre met Nenny – zich in Amsterdam op stand bewoog.

De regie

In het archief gedeelte van de collectie bevindt zich van Joseph Cuypers, onder meer een ‘Biographie’, een ongedateerde typoscript van levensdata. Het laatste jaar dat ik erin vond was 1927, waarachter Joseph in potlood 1932 heeft geplaatst. Het stuk start als een egodocument met persoonlijke herinneringen, waarna een kroniek volgt. Die kroniek lijkt sterk op wat je terugvindt in verschillende herdenkingsartikelen bij gelegenheid van de 70ste verjaardag van de architect in 1931. Heeft men hem hierom gevraagd of heeft Joseph dit uit eigen beweging gedaan om de regie in de hand te houden. Dat laatste zou overeenkomen met het beeld in mijn artikel in De Spiegel van Roermond van 2017.*

Wat het des te interessanter maakt, is dat in een van die herdenkingsartikelen niet alleen Joseph, maar ook zijn vrouw Delphine lijkt te bepalen wat er gebeurt. Het betreft het themanummer in het tijdschrift Van bouwen en sieren uit 1931.* Aanvankelijk dacht ik dat Pierre (II) hier als regisseur naar voren trad, maar dat blijkt gelet op de verschillende handschriften, zijn moeder Delphine te zijn.* Op de omslag staat in potlood: ‘Pierre Cuypers’, in haar schuins lopende handschrift. Dit komt vaker voor bij meer nummers van hetzelfde tijdschrift, die zij kennelijk verdeelde onder de kinderen. In een van de artikelen zit een strookje aantekeningen in haar handschrift met het oog op publicatie in andere bladen. Los daarvan is later nog een krantenknipsel toegevoegd over het nieuwe raadhuis te Haaksbergen d.d. 10 mei 1939, van Joseph en Pierre (II) Cuypers.* Of dit een actie is van Delphine of haar zoon, valt niet uit te maken.

Pagina uit het artikel van Jan Stuyt over Joseph Cuypers bij zijn 75ste verjaardag in ‘Van bouwen en sieren’ uit 1931. Het strookje met aantekeningen links is van Pierre (II) Foto bvhh.nu 2018
Pagina uit het artikel van Jan Stuyt over Joseph Cuypers bij zijn 70ste verjaardag in ‘Van bouwen en sieren’ uit 1931. Het strookje met aantekeningen links is van Delphine Cuypers-Povel. Foto bvhh.nu 2018.*

Frappant dat we hier de vrouw achter de architect tevoorschijn zien komen. Van Josephs moeder, Nenny, wisten we dat ze nauw betrokken was bij de bedrijfsvoering, maar van Delphine niet. Wie weet wat er nog meer tevoorschijn gaat komen. Los daarvan is dit een mooi thema voor het E-boek: wat vertellen de stukken over hoe en dankzij wie de architectenfamilie zich profileerde?

Ingenestelde stukken en de oude ordening

Het boek van Matheus van Can over Alberdingk Thijm dient tevens als opslagmedium voor allerlei stukken van en over Thijm. Foto bvhh.nu 2018.
Het boek van Matheus van Can over Alberdingk Thijm dient tevens als opslagmedium voor allerlei stukken van en over Thijm. Foto bvhh.nu 2018.

Archivarissen zijn gek op een oude ordening. Die lijkt zich onder meer voor te doen bij de publicatie van Matheus (H.L.M) van Can, J.A. Alberdingk Thijm, Zijn dichterlijke periode, proefschrift Leiden (1ste dr. Rotterdam: Vox Romana, 1936). Dit proefschrift is niet alleen een boek, maar ook een opslagmedium voor allerlei brochures en overdrukken van en artikelen over Thijm. In de inventaris beschrijf ik dit fenomeen als ingenestelde stukken. Omdat er geen brieven of andere archivalia in de strikte zin van het woord bij zitten, ligt dit probleem op het terrein van de bibliothecaris. Het exemplaar is van Joseph Cuypers, dus het ligt voor de hand om de inhoud apart als een deel van zijn bibliotheek te beschrijven. Wat denk je, geldt dat ook voor de krantenknipsels?

Het Gildeboek

In de collectie zit een los deel van Het gildeboek, Orgaan van het St. Bernulphusgilde, uit 1948, met in potlood Charlot (Charles Cuypers). Het gildeboek blijkt in de laatste jaren van zijn bestaan uitgegeven te worden door Het Limburgsch Dagblad (Heerlen). Zegt dit wat over de invloed van het bisdom Roermond in die tijd op dit landelijke gilde? De redactie blijkt over heel Nederland verspreid te zijn en een realistische afspiegeling van clerici en leken in de kunst te bieden. Van de laatste zijn er dus meer dan van de eerste.

Dat is behoorlijk veelzeggend als je bedenkt dat het Gildeboek het tijdschrift was van het Bernulphusgilde dat in 1869 startte als educatief gezelschap voor kerkelijke kunst voor uitsluitend geestelijken.* Later in de eeuw opende het gilde zijn kringen voor leken. Tussen de clericale kopstukken treffen we al heel snel Joseph Cuypers en zijn vriend Antoon Derkinderen aan (1888).* Anno 1948 behoren tot de toonaangevende leken in de redactie onder meer de kunstcritici Pieter van der Meer de Walcheren en Jan Engelman, die ik uitvoerig behandeld heb in De genade van de steiger.*

Opslagmedium of collectiestuk?

Een deel van het bestand aan tekeningen en foto’s van de Joseph Cuypers Collectie is opgeslagen in de omslag van september 1887 van de jaargang 1886-1887 van Documents classés de l’art dans les Pays-Bas du Xe au XVIIIe siècle, recueillis et reproduits par J.-J. Van Ysendyck.* Op zich heel interessant, omdat het vol prachtige foto’s zit van gebouwen in Vlaamse renaissance die nauwelijks verschilt van de ‘Oud-Hollandsche’ stijl, waardoor Cuypers senior zich liet inspireren voor zijn profane gebouwen. Mogelijk is dit nog gebruikt voor het Centraal Station te Amsterdam.

Wat doe je met deze vorm van hergebruik? Behandel je het item als een afzonderlijk collectiestuk? Maakte het origineel deel uit van de bibliotheek van Pierre J.H. Cuypers? En wat is er met de inhoud gebeurd?

Wordt vervolgd!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

Nota bene — De * in het stuk hierboven linkt door naar de verwijzingen hieronder. De volledige titels van verkorte literatuur zijn te vinden in de Joseph Cuypers Collectie Bibliografie.

  • Voor Leo van Heemstede zie Krol, ‘Leo Tepe Van Heemstede’.
  • Zie Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 199-220.
  • Voor een genealogisch overzicht van Joannes Franciscus Alberdingk Thijm volg deze link.
  • Mail van Pierre M. Cuypers (III) d.d. 14 juni 2018. Voor Thérèse Schwartze zie het lemma op Wikipedia.
  • Voor een overzicht van de kinderen en de directe familie van Pierre Cuypers (I) volg deze link. Het portret van Rosa Cuypers staat op de beeldbank van het Cuypershuis. Daarnaast is er een portret van Mia Cuypers (particuliere collectie) dat het Cuypershuis bij gelegenheid van het Cuypersweekend in 2018 op Facebook heeft geplaatst.
  • Hubar, ‘De sortering van het verleden’.
  • Volledige titel: Redactie (Nic. Molenaar junior?) en Jan Stuyt. “Themanummer Joseph Cuypers 70 jaar”. Van Bouwen en Sieren. Veertiendaagsch-Tijdschrift Officieel Orgaan van de groepen Bouwkunst en Beeldende Kunst der Algem. R.K. Kunstenaars-Vereeniging, 1931. GAR, Collectie Joseph Cuypers.
  • Voor de verschillende handschriften zie de brieven in de doos ‘Brieven Joseph Cuypers e.d. [onleesbaar door waterschade] + kroniek’ (fotonummer JoCuy-IMG_4376.JPG). Tijdens de inventarisatie worden deze brieven geordend naar adressant. Behalve van Pierre (II) zitten hier ook brieven tussen van Michael Cuypers die in 1920 met zijn gezin via Londen naar Amerika vertrok.
  • In het ‘Avondblad’ van een onbekende krant. Nog achterhalen via Delpher.nl.
  • Redactie e.a., ‘Themanummer Joseph Cuypers 70 jaar’.
  • Voor meer informatie zie met name Lankhorst en Timmerman (Katholiek Documentatie Centrum),  Bibliografie van katholieke Nederlandse periodieken.
  • Zie het lemma ‘St. Bernulphusgilde’ op Wikipedia.
  • Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, p. 56.
  • Hubar, De genade van de steiger, pp. 130-144; 144-166.
  • Zie bibliografie JCC. Voor meer informatie over Jules Jacques van Ysendyck zie het betreffende lemma op Wikipedia.

Wil je het gemeentearchief van Roermond bezoeken? Dat kan door de week van maandag tot en met donderdag van 9:00 tot 17:00 uur.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2INMw9I-VanHH2Org