Een ster en een kroon

Wat heeft dit wapen nu met Driekoningen te maken, hoor ik je denken. Als je kijkt naar de volledige afbeelding onder deze link, kom je waarschijnlijk niet veel verder, want wat verbindt zo’n feestcantate met de drie wijzen uit het oosten? Het antwoord ligt verborgen in de naam boven het wapen: monseigneur C.J.M. Bottemanne (1823-1903), de vierde bisschop van Haarlem sinds 1853, het jaar van het herstel van de kerkelijke hiërarchie in Nederland. Voor hem werd dit blazoen namelijk ontworpen, toen hij in 1883 aantrad. Misschien begint er een lampje te branden als je weet wat zijn roepnaam was: Caspar.

Tijdens mijn onderzoek afgelopen twee jaar naar de nieuwe Bavo, vond ik in het Noord-Hollands Archief een artikel over dit wapen in het Maandblad van het Genealogisch-heraldiek genootschap “De Nederlandsche Leeuw” (1884). Zowel de vereniging als het  tijdschrift bestaat nog steeds. De auteur, L.J.A. Braakenburg, begint met zijn vooral protestantse lezerspubliek uit te leggen dat ‘Hoogwaardigheidsbekleeders in de Catholieke kerk een zegel moeten hebben’. Dat was nodig om officiële stukken te kunnen bezegelen. Nu was een van de hoogleraren van het grootseminarie Warmond, waar Bottemanne als president leiding gaf voor hij tot bisschop werd benoemd, zo goed geweest Braakenburg het groot- en kleinzegel te sturen. Dat beschrijft hij als volgt:

‘Het wapen omgeven door de attributen der bisschop-waardigheid [kruis, mijter, staf, platte hoed met tien kwasten], eigen is;
doorsneden 1. van azuur [blauw] beladen met een zespuntige ster van goud.
2. van keel [rood] beladen met eene gouden zevenpuntige Oostersche koningskroon, op den rand versierd met roode edelgesteenten (gemmae).
Devies: “Omnia in Charitate.” [Alles in liefde]
Randschrift van het groot zegel is: Sigillum Casparis Joseph Martini Epi. Harlemen [zegel van Casper Joseph Martinus bisschop van Haarlem].
Men zou oppervlakkig uit de beschrijving geen “sprekend” wapen herkennen. En toch is dit zoo.
Toen de Zaligmaker geboren was, togen de drie wijzen uit het Oosten op naar Palestina om Jezus hunne hulde te brengen. Hunne namen waren: Balthazar, Caspar en Melchior. De ster wees aan den blauwen hemel hun den weg, verder heeft de kroon betrekking op hun’ vorstelijken stand, terwijl rood de kleur der Oosterlingen is.
De verdere verklaring van ’t wapen als “sprekend” te zijn, is niet noodig. Want een der voornamen van den Bisschop is die van een der koningen’.*

Sprekend of niet, wat zegt het dat Bottemanne zich als een van de wijzen uit het oosten profileerde? Het sluit in ieder geval prachtig aan bij het oriëntalisme in Nederland dat eind negentiende eeuw aanwakkerde. Dat leidde onder meer tot een groeiende belangstelling voor het land waar Christus leefde, Palestina. Zo trok pastoor A.H.W. Kaag, een van Bottemanne’s redacteuren bij de katholieke pers, in 1895 naar het heilige Land om onder meer Kerstmis in Bethlehem bij te wonen. In de literatuur heet het dat de eerste Nederlandse pelgrimstocht naar het heilige Land in 1905 heeft plaatsgevonden, maar dat klopt toch niet. In De Tijd van 12 december 1894 staat een advertentie voor een ‘Bedevaart naar het Heilige Land’, onder ‘geestelijke leiding van den Weleerw. Heer Pastoor A. Kaag’. Kaag ging dus niet zomaar als toerist op reis, maar had de zorg voor ‘ten hoogste 16 katholieken’. In 1898 doet hij uitvoerig verslag van deze pelgrimstocht in weekblad Sint Bavo.*

Historische foto van de grotstal van Bethlehem, waar Christus geboren is (circa 1895)
Historische foto van de grotstal van Bethlehem, waar Christus geboren is en herders en wijzen hem kwamen bezoeken. Ontleend aan het artikel van A.H.W. Kaag over de bedevaart naar Palestina in 1895.

Of Bottemanne zelf nog het heilige Land had willen bezoeken? Dat is zeker niet uitgesloten, maar de bisschop kampte met twee hindernissen: allereerst was het de vraag of hij het verantwoord vond om zijn diocees, en daarmee zijn kudde, zo lang te verlaten. Kaag was immers alles bij elkaar ruim een jaar afwezig. Maar er was een nog grotere handicap. Bottemanne was begin jaren negentig al vrijwel blind. Je kunt je voorstellen dat Kaag bij hem op audiëntie is geweest om te vertellen over zijn reis. We mogen in ieder geval aannemen dat de bisschop met veel belangstelling zijn artikelen in weekblad Sint Bavo gevolgd heeft. Hoe zou dat geweest zijn? Zelf krijg ik een beeld van een winterse avond bij de haard in februari 1898: terwijl zijn secretaris hem het reisverslag van Kaag voorleest, vertrekt Bottemanne in gedachten naar het heilige Land. Als een van de drie wijzen volgt hij de ster naar Bethlehem om de nieuwe Koning te aanbidden en hem goud, wierook en mirre te offeren.

Deze scène is verschillende keren in de kathedraal uitgebeeld. Waar zou dat precies zijn?

B.1

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie & bestelgegevens

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de volgende informatie en bronnen:
  • Hellenberg Hubar, Bernadette van, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016.
  • Hellenberg Hubar, Bernadette van, ‘Driekoningenfeest’, op: Ithenisnow.nl | http://bit.ly/1O3uxFL (2016): over het volksfeest dat in het bisdom Haarlem in onbruik was geraakt.
  • Braakenburg, L.J.A., ‘Het wapen van den tcgenwoordigen Bisschop van Haarlem, Mgr. C. J. M. Bottemanne’, in: Maandblad van het Genealogisch-heraldiek genootschap “De Nederlandsche Leeuw” (1884), p. 81.
  • Delpher, berichten over de bedevaart van A.H.W Kaag in Algemeen Handelsblad van 14 november 1894 en De Tijd van 12 dec 1894.
  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997, pp. 220-222.
  • Kaag, A.H.W., ‘In Palestina vóór 2000 jaar’, in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 1 (1898), pp. 135-138; 152-154; 168-171.
  • Wikipedia: items over Bottemanne, Driekoningen en tijdschrift De Nederlandsche Leeuw.

Hoe je het boek Ad orientem kunt bestellen:

  • Bibliofiele uitgave — Er komt een bibliofiele uitgave van ‘Ad orientem’, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de nieuwe Bavo. Dat is een aparte, genummerde en gesigneerde editie, waarin de naam van de begunstigers wordt vermeld. De ondergrens is € 100,00 per exemplaar, maar meer mag natuurlijk ook! Het boek is te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag naam, bedrag en verzendadres vermelden).
  • Korting van € 10,00 — Op dit moment kan het boek ook besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, voorjaar 2016, wordt dit € 49,95. Meld je aan via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres en het woord korting vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten).
  • Voor wie dit een sympathiek doel vindt, maar geen boek wil, is er ook de mogelijkheid om een lager bedrag naar vrije keuze te doneren. Wees zo goed om dit per mail door te geven aan NieuweBavo@gmail.com, onder vermelding van het te doneren bedrag.

Specificaties:

  • Uitgever: WBooks in samenwerking met Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem
  • Aantal pagina’s: 400
  • Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
  • Uitvoering: gebonden
  • ISBN 978 94 625 8119 7
  • Meer informatie: WBOOKS of vanhellenberghubar.org

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

 


  1. Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is gepubliceerd op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo op 6 januari 2016.
    Verkorte link: http://bit.ly/1WS3DaP