Errata en voortschrijdend inzicht boek nieuwe Bavo

Signeren op de Open Monumentendag in de nieuwe Bavo.
Signeren tijdens de Open Monumentendagen in de nieuwe Bavo. Foto Marij Coenen, 2016.

__________

‘Waar gehakt wordt vallen spaanders’, luidt een oer-Hollands gezegde. Die spaanders nemen we hier onder de loep onder de noemer van errata (vergissingen). Vroeger bestonden die uit een los briefje in een boek, dat natuurlijk steevast kwijt raakte. Vandaag de dag kunnen we hiervoor het wereldwijde internet gebruiken. Of dat minder vergankelijk is dan zo’n strookje papier is de vraag, maar je bereikt er in eerste instantie wel meer mensen mee.

Loop je even met me mee? Dan zie meteen op welke momenten mijn hoofd tijdens het schrijven en corrigeren overliep.

  • p. 4: niet te geloven, maar bij de inhoudsopgave hebben we er met het hele team overheen gelezen dat bij paragraaf 4.3.6 hét Unvollendete staat. Dat moet natuurlijk zijn de Unvollendete.
  • p. 13: door wijzigingen op het allerlaatste moment zijn in het dankwoord twee namen weggevallen van mensen die me geweldig geholpen hebben. Dat is allerleerst Carien van de Boer-van Hoogevest met wie ik archiefonderzoek heb gedaan naar de manier waarop de kathedraal kunstmatig verlicht werd. In het boek komt dat verder niet ter sprake, maar hier is het wel interessant om te vermelden dat dat van meet af met electriciteit gebeurde. Daarnaast drs David Mulder, werkzaam bij de atlas van het gemeentearchief van Amsterdam. Hij attendeerde me op die andere Unvollendete, de Willibroridus buiten de Veste te Amsterdam.
  • p. 27: Wies van Leeuwen attendeerde me er op dat Van Heukelom moet zijn Van Heukelum (op p. 91 staat de naam wel correct).
  • p. 43 t.h.v. noot 72: bij de Vioolstruikavond werd de ‘Gentilhomme bourgois’ of parvenu van Molière opgevoerd en niet de Tartuffe. Meer hierover is te vinden in het Spiegelend Venster van Matthijs Sanders of de Thijmbiografie van Michel van der Plas.
  • p. 72: De muurschilderingen van Bernard Meddens in de Willibrorduskapel heb ik verward met die van Jan van Druten in de Mariakapel (met dank aan Letty Muizelaar).
  • p. 269: abusievelijk staat in het bijschrijft de naam van Jan Loots, terwijl dat moet zijn Lambert Lourijsen. Ik heb de twee mozaïekmakers hier door elkaar gehaald (met dank aan Letty Muizelaar).
  • p. 321: bij noot 934 is een deel van de tekst weggevallen: Walle, H.J.,  ‘Verslag der 1057ste Gewone Vergadering, gehouden in het genootschapslokaal Hotel-Americain, Leidscheplein alhier op woensdag 15 sept 1897’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 5 (1897), pp. 171-172. | http://bit.ly/ Architectura-Tresor. Deze titel ontbreekt ook in de bibliografie.
  • In de bibliografie ontbreekt volstrekt ten onrechte de prachtige tentoonstellingscatalogus van Gerard van Wezel van Jan Toorop (2016).

Zo zullen vast nog meer correcties en aanvullingen volgen.

Voortschrijdend inzicht

Naar mate de tijd voortschrijdt en er meer onderzoek uit deze periode beschikbaar komt, zal inhoudelijk eveneens het nodige aan het boek toegevoegd kunnen worden. Dat zal me niet verdrietig maken, maar trots, omdat ik met dit boek een aantal nieuwe thema’s op het podium heb gezet – zoals het bewust onvoltooide ontwerp van Joseph Cuypers – dat ongetwijfeld tot een verdiepingsslag zal leiden. Dat hoort allemaal bij het proces van trial and error, waarmee we de wetenschap vooruit helpen. Om maar een voorbeeld te geven:

  • Onlangs (oktober 2017) kreeg ik toegang tot Kerkcollectie digitaal van het Catharijneconvent voor mijn Eboek over de Laurentius-Elisabethkathedraal te Rotterdam. Kerkcollectie digitaal kan sinds december 2015 geraadpleegd worden en omvat onder meer een groot deel van de vroegere inventarisaties van de opgeheven Stichting Kerkelijk Kunstbezit Nederland. Zo ontdekte ik dat de vroegste kalligrafie van de eerste strofe van het Te Deum niet in de nieuwe Bavo zit, maar in de kapel van het bisschoppelijk paleis van Utrecht: circa 1901. Het maakt deel uit van het ontwerp van een schildering van de genadestoel (Drie-eenheid) van F.W. Mengelberg (1837-1919), uitgevoerd door zijn medewerker Nicolaas Poland (1862-1949). Niet alleen was Mengelberg in de Haarlemse kathedraal actief, maar ook lid van de katholieke kunstkring De Violier. Hij zat dus zowel in het netwerk van A.J. Callier als van Joseph Cuypers.
  • Door het onderzoek naar de schilderingen van Kees Dunselman in de Laurentius-Elisabethkathedraal belandde ik – samen met Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken – in het Dunselmanarchief dat ligt bij Museum Amstelkring/Ons’ Lieve Heer op Solder. En wat bleek! De schilderingen rond het heilig Hartaltaar in de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel die ik toeschreef aan architect Joseph Cuypers, blijken van Kees Dunselman te zijn!* Meteen vraag je je dan af of de heren hierover contact hebben gehad. Ze kenden elkaar immers via De Violier, waar Joseph en Jan direct na de oprichting in 1900 in het bestuur zaten. Kees werd pas relatief laat lid in 1906.* Het kleurenschema van het werk in de Urbanuskerk is in ieder geval opvallend Cuyperiaans. De foto toont centraal het heilig hartaltaar met een gesneden beeldengroep van Christus die verschijnt aan Margareta Maria Alacoque, mogelijk uit het atelier van Cuypers. Op zich is de solitaire positie van deze voorstelling al vrij bijzonder. Hierboven houden geschilderde engelen een banderol vast met de tekst: ‘Ziedaar het hart dat u zoozeer bemint’. Links en rechts zijn engelen weergegeven tussen vazen met lelies. Ze zijn geplaatst in een gotische arcade dat rust op een gesjabloneerde lambrisering. Ook op de kopmuur bevinden zich schilderingen, maar daar is geen foto van in het Dunselmanarchief.
    Blijkens de jubileumkrant van de Urbanuskerk van 2016 – die ik spijtig genoeg niet meer heb kunnen raadplegen voor mijn boek – heeft Kees Dunselman hier meer werk verricht, waaronder de schilderingen aan de westkant en in de Antoniuskapel.*
  • Dankzij de voornoemde jubileumkrant staat nu vast dat de tegeltableaus van de kruisweg (1904) en de doopkapel (1899) ontworpen zijn door Joseph Cuypers. De bijzondere tegelvloer met het Benedicite is echter naar ontwerp van Theo Molkenboer (1904), eveneens een van de eerste leden van de Violier en betrokken bij de Haarlemse kathedraal.*
  • In het kader van een ander project – #KunstinBreda – kwam ik er achter dat de manier waarop Bekkers en Meijsing in hun boek uit 1923 de kathedraal als gebouw vergelijken met het mystieke lichaam van Christus, waar alle gelovigen deel aan hebben, geïnspireerd is door de liturgische visie van de priester-theoloog R. Guardini.* Dat is in meer opzichten interessant, omdat deze man zich in de voorhoede bevond van de liturgische vernieuwing. Wat zegt dat over de situatie in Haarlem? Wat zegt dat over bouwheer en architect die immers beiden hun goedkeuring aan dit boek hebben gehecht?
  • Van Philip Weijers ontving ik een stuk met interessante feed back die hier binnenkort een plaatsje zal krijgen.
  • Verder Wees Harrie-Jan Metselaars me op enkele frappante overeenkomsten met de Sacré Coeur in Parijs (1871-1914). Die zijn er zeker, hoewel daar in de primaire teksten over de nieuwe Bavo geen melding van wordt gemaakt. Toch is het wel aardig om dit een keer op een rij te zetten. Voorlopig blijft het nog bij deze observatie.

Wie aan dit voortschrijdend inzicht bij wil dragen is van harte welkom, of dit nu op een letterlijk niveau is, of inhoudelijk!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Verwijzingen

De * verwijst naar de volgende bronnen en annotaties.

  • Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, p. 244. Museum Amstelkring/Ons’ Lieve Heer op Solder, Dunselmanarchief, historische foto zonder nummer. Meer informatie over het Dunselmanarchief is te verkrijgen bij conservator Robert Schillemans.
  • Ontleend aan “Kees Dunselman”. Wikipedia, 17 oktober 2016. http://bit.ly/2ulMo8I.
  • Timmermans, Huub, Margaret Timmermans, en Elly van Rooden. “125 jaar Sint Urbanuskerk – Nes aan de Amstel 1891 – 2016 – jubileumkrant”. UrbanusparochieNes.nl, 2016. http://bit.ly/2ukgf1l. In dit document zijn verschillende data opgenomen, ontleend aan het parochiearchief, waaronder werk van Kees Dunselman.
  • Theo Molkenboer: Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 34, 40-41, 64, 176-177; 181.
  • Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 215-219. Melchers, Marisa, Het nieuwe religieuze bouwen, liturgie, kerken en stedenbouw, Amsterdam 2015, p. 59.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2eJhLjZ

Werkzaamheden aan het schipdak van de nieuwe Bavo (Foto Marij Coenen, maart 2015).
Werkzaamheden aan het dak van de nieuwe Bavo. Foto Marij Coenen, maart 2014.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren