Crowdfunding voor Cuypers’ glasnegatieven

Ambassadeur voor Cuypers' glasnegatieven op ifthenisnow.eu. Screenshot bvhh.nu 2017.

Afgelopen maanden heb ik het Cuypershuis als ambassadeur geholpen bij de crowdfunding voor de redding van Cuypers’ glasnegatieven. Dat was een interessante actie, waarvan ik een soort logboek bij heb gehouden op if then is nowhttp://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2.

Zoals ik wel vaker met dit soort zaken meemaak (kijk naar De genade van de steiger, De nieuwe Bavo te Haarlem of naar #KunstinBreda), is er veel meer uitgekomen dan ik had verwacht. Voor mij was het een mooie oefening in kort blijven, want meer tekst dan op de ‘dia’ en een kleine toelichting eronder, was niet de bedoeling. Eigenlijk heb ik dus vooral een heleboel vragen opgeworpen die nog op antwoord wachten. Waar is de masterstudent die met al deze proefballonnetjes verder gaat?

De crowdfunding is inmiddels een groot succes geworden: het streefbedrag van 10.000 euro is bereikt, maar dat betekent niet dat het Cuypershuis op zijn lauweren gaat rusten. Voor de totale restauratie is immers het viervoudige nodig, dus donaties blijven welkom! De actie via bit.ly/Cuypersglasnegatieven op het platform voordekunst.nl is voorbij, maar de crowdfunding wordt voortgezet door het museum zelf. Help mee en geef je donatie door aan museum@roermond.nl onder vermelding van #CuypersinBeeld.

Of bezoek de tentoonstelling en doe daar je schenking. Tot 26 maart 2017 kun je terecht!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Post scriptum — Over de reddingsactie voor Cuypers’ glasnegatieven schreef ik eerder dit item op deze site: http://bit.ly/2hDGDLh.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-Cuy2

Cuyperiana

 


 

Dertig jaar later

Nota bene — Deze blog verkeert in statu nascendi. Je mag rustig een kijkje nemen, maar het item is nog niet helemaal af.1 Er is zoveel over dit onderwerp te zeggen dat het misschien wel simpelweg onvoltooid moet blijven. Een continuing story?

Kreupele restanten

De Antoniuskapel in Servaaskerk te Maastricht (1874-1900) met een deels wel en deels niet gerestaureerde uitmonstering van Pierre J.H. Cuypers.2 Foto auteur, 2014.

Zeg niet dat dit mooi is, want dat is het niet, dit kreupele restant van Cuypers’ uitmonstering in de Maastrichtse Servaaskerk (1864-1908). Natuurlijk, het beeld van Antonius onder zijn neogotische baldakijn staat er nog, de geschilderde tapisserie tegen de wand is superbe en de epische schilderingen met scènes uit het leven van de heilige blijven hun verhaal vertellen, maar toch … het klopt niet. Ik heb de kapel nog gekend toen ze helemaal gaaf was: toen waren ook de schalken met de muraalbogen en het gewelf daarboven rijk gesjabloneerd. Op de zware pijlers richting schip zat schijnmetselmerk dat voor een evenwichtige dimensionering zorgde. Decennia verwaarlozing en een zoutuitbloei van jewelste hadden hun tol geëist, maar het gehele polychrome schema in deze ruimte was er nog. Een halfslachtige Cuypers resteerde na de restauratie van de Servaaskerk in 1983-1989.

Waarom ik hier aan denk? Misschien omdat ik er laatst weer eens was. Niet geheel vrijwillig, want ik kom er niet graag. Iedere keer als ik de kerk binnenstap is het een klap in mijn gezicht. Ik mis het geschilderde triforium in het schip, de kloeke blokverbanden van de pijlers en de weelde aan geschilderde tapisserieën die volgens een oeroude iconografische traditie door heel de kerk uit eerbied en pure verering waren aangebracht. Maar soms moet ik er wel naar toe, omdat tussen alle fragmenten bijzonderheden zitten die ik nodig heb voor onderzoek. Neem bijvoorbeeld de litanie van Loreto in de Mariakapel met al die oeroude Mariatitels, waarvan er een aantal op veel oudere culturen dan die van het christendom teruggaat.

Maar ik denk er ook aan, omdat ik laatst mijn eerste artikel over de iconografie van Cuypers, Alberdingk Thijm, De Stuers en hun tijdgenoten onder ogen kreeg. Dat verscheen in 1984 in het themanummer over de Servaaskerk in het Bulletin KNOB. Wies van Leeuwen, met wie ik dat jaar het Cuypersgenootschap heb opgericht, had dit bedacht om een wetenschappelijke bijdrage aan de restauratieproblematiek te kunnen leveren.3 Dat was ook nodig omdat kort ervoor twee publicaties van de restauratiestichting verschenen, waarin Cuypers met vereende krachten naar de verdoemenis was geschreven. Op liturgisch gebied werd dit weerlegd door een helder artikel van Kees Peeters, die dit schreef omdat hij vond dat verantwoording afgelegd moest worden voor het tribunaal van de geschiedenis (een zin die ik nooit meer ben vergeten). Daarna volgden Wies en ik met respectievelijk een evaluatie van wat er in de jaren zestig met de inrichting van Cuypers was gebeurd in de Munsterkerk en het iconografisch programma van de Servaaskerk, en tenslotte het enige artikel dat effect zou sorteren, dat van Jos Koldeweij over het Bergportaal. Toen men daar eenmaal was aangekomen met de werkzaamheden was het kwartje gevallen. Waarschijnlijk heeft men toen al ingezien wat voor een blamage de aanpak van het interieur was gebleken, ook al werd iedere kritiek overstemd door enigszins overspannen jubelgeluiden.

Kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht

Een iconografische zeldzaamheid vormt de kapel van het heilig Aanschijn (1893-1894) uit het atelier van Cuypers, waar de doek van Veronica wordt vereerd en de muur bezet is met votiefstenen die qua vorm en kleur passen in het decoratieschema.4 Rondom het altaar bevonden zich op de muur geschilderde draperieën, niet alleen bedoeld als lambrisering, maar ook om het beeld van gordijnen rondom een heilige plaats op te roepen. Versluiering was een teken van eerbied en paste bij het mysterie. De gordijnen werden verwijderd en geheel tegen de polychrome wetten in vervangen door schijnmetselwerk dat gewoon naar beneden doorgetrokken werd. Hierdoor is ook de dimensionering van de kapel geweld aangedaan. Foto auteur, 2014.

Wies heeft toen doorgezet dat we de restauratie zouden evalueren. En dat gebeurde ook, in het blad van het Cuypersgenootschap, De Sluitsteen.5 Hierdoor is er een behoorlijk goed gevulde portfolio van deze casus. De opmaat werd gevormd door de publicatie over het symposium van de Jan van Eyckacademie in 1979, geïnitieerd door de latere oprichter van de SRAL, Anne van Grevenstein. Daarna de reeks artikelen van Wies en van mij, waaronder het themanummer van het Bulletin KNOB en de publicaties in Heemschut, en tenslotte onze evaluatie. Het gros van de artikelen kan inmiddels gedownload worden. Zelf ben ik aangenaam verrast dat met name de iconografische artikelen actueel zijn gebleven en nog steeds worden gebruikt.

Ik ben nog altijd trots op wat we toen met die hele groep van het Cuypersgenootschap hebben gedaan, met Jenny Bierenbroodspot die onze artikelen kritisch doorlas en redigeerde, Jules Bonnet die voor foto’s zorgde, Guido Hoogewoud als onvermoeibaar klankbord, Gert van Kleef die z’n eerste schreden op het Cuyperspad zette, wijlen Pieter Singelenberg als onze onbetwiste autoriteit en Ruud van Hövell die ons juridisch advies gaf en leerde hoe we bij de Raad van State moesten optreden. Maar ook al heeft de geschiedenis ons gelijk gegeven – de reconstructie van de uitmonstering van Cuypers in het Rijksmuseum legt daar iedere dag getuigenis van af – de pijn blijft als ik het schip van de Servaaskerk betreed.

Sic erat in fatis, zou De Stuers zeggen.

B.6

Downloads

Bronnen

Nota bene — In de voetnoten gebruik ik onder meer verkorte titels die volledig aangehaald zijn in de bibliografie van deze site.


  1. Het woord blog mag mannelijk/vrouwelijk en onzijdig gebruikt worden. Hoewel je de laatste tijd steeds vaker het blog ziet staan, volg ik de voorkeursvorm van het Genootschap Onze Taal door het mannelijke lidwoord de toe te passen. 

  2. Hubar, Eenheid in het vele, in: https://vanhellenberghubar.box.com/Themanummer-KNOB-Servaas-1984, pp. 120, 135, noot 80. 

  3. Leeuwen, Wies van, red., ‘Van de redactie’ [themanummer restauratie Servaaskerk Maastricht], in: https://vanhellenberghubar.box.com/Themanummer-KNOB-Servaas-1984, pp. 103-104. 

  4. Hubar, Eenheid in het vele, in: https://vanhellenberghubar.box.com/Themanummer-KNOB-Servaas-1984, pp. 120, 129-131, 134. 

  5. Van Leeuwen en Hubar, ‘De beginselloosheid tot adagium verheven’, in: https://vanhellenberghubar.box.com/Evaluatie-Servaaskerk-1991, pp. 75-97. 

  6. Het lag in het lot besloten! Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Dertig jaar later’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/1QPcsPN (2014). 

Register op topografica

‘De genade van de steiger’ kan rechtstreeks besteld worden bij de Walburg Pers.1

A

  • Alkmaar, Stedelijk Museum Alkmaar, 138-140, 147-148, 512
  • Amerika, Amerikaan, 15, 62, 99, 254, 339, 364, 386, 468
  • Amersfoort, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed [RCE], 16, 19, 22-23, 87, 97, 118, 306, 512
  • Ammerzoden, 29
  • Amsterdam, Agneskerk, 244, 386, 407, 458-459; Algemene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond, 48, 51, 98, 122, 217, 271-272, 372; Amstelstation, 62; Augustinuskerk [gesloopt], 385; Begijnhofkerk, 34, 36, 47, 105; Bernulphushuis, 385; Beurs van Berlage, 35-37, 49, 55-58, 70, 112, 278-279, 281, 284-287, 298, 300, 302, 363, 372, 411, 420, 467, 470, 476; Chemisch Laboratorium, 58-59; De Roos, 61; Dominicuskerk, 227-228-231, 263, 328; First Church of Christ Scientist, 61; Franciscushuis, 291-292; Gemeentelijken Geneeskundigen Dienst, 172; Geologisch Instituut, 58-59; Kamer van Koophandel, 35, 37, 42, 49; Instituut voor Kerkelijke Kunst Bonifacius, 385; Levensverzekeringsmaatschappij ‘De Algemeene’, 48; Mozes en Aaronkerk [verwoest bombardement], 30; Nederlandsche Handel-Maatschappij, 35, 404, 406; Nicolaaskerk, 9, 30, 179, 183-192, 198, 202-203, 206-208, 263; Obrechtkerk (Roze(n)kranskerk, 9, 12, 30, 114, 135, 139, 143, 166, 175-185, 191, 193-208, 220, 235, 237, 244, 258-261, 267, 278, 328, 356, 382, 386, 389, 406, 415-416-431, 434, 437, 440, 447, 464, 466, 475, 512; Openluchtschool Oosterpark, 89; Paleis op de Dam, 46, 89; Papegaai (zie Petrus en Pauluskerk), 89, 167, 357, 372; Petrus en Pauluskerk (zie Papegaai), 89, 375; Posthoornkerk, 100; Quellinusschool, 73, 360, 372; Rijksmuseum, 23, 35-36, 41, 45, 48, 59, 62, 73, 100, 102, 166, 179, 241, 279, 341, 360, 406, 466, 470; Rijksschool voor Kunstnijverheid, 73, 80, 372, 431; Scheepvaarthuis, 45-46; Stadhuis, Trouwkamer der Eerste Klasse, 63, 359, 370; Stedelijk Museum, 62-63, 113-114, 142-143, 150, 274, 291, 306; Teekenschool voor Kunstambachten, 73; Van Goghmuseum, 151; Vredeskerk, 374; Willibrorduspatronaat, 88
  • Annecy, Frankrijk, Basiliek, 357
  • Antiochië, 10, 210-211, 249
  • Antwerpen, 133, 179, 262; Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, 179 239, 470; Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, 179; Maagdenhuis, 403
  • Arnhem, Nederlandsche Heidemaatschappij, 51; Walburgiskerk, 162
  • Ascona, Italië, 389, 401
  • Assen, Drents Museum, 72
  • Assisi, Italië, 10, 90, 98, 199, 332, 396
  • Assyrië, 291
  • Athene, 284; Akropolis, 284; Parthenon, 45-46, 284

B

  • Bakhuizen, Odulphuskerk, 17, 458
  • Balk, Ludgeruskerk, 458-460
  • Beegden, Martinuskerk, 72, 437
  • Beek-Genhout, Hubertuskerk, 159, 450-451
  • Beltrum, O.L. Vrouwe ten Hemelopnemingkerk, 198, 223-224, 268
  • Bergen aan Zee, Petrus en Pauluskerk, 58, 61, 65, 315-317
  • Berkel-Enschot, Ceciliakerk, 69, 71, 158, 226
  • Beuron, Genadekapel, 118, 228, 245, 254-255; Mauruskapel, 181
  • Bilthoven, O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand, 164, 457, 461, 464; Sanatorium, 328
  • Bir es-Zet, Transjordanië [?], 240
  • Bleyerheide, Antoniuskerk, 385
  • Bloemendaal, kapel, 358
  • Breda, 12, 406-407; Annakerk, 207; Stadhuis, 403, 405-406, 413
  • Broekhem-Valkenburg, Jozefkerk, 164, 174, 198, 382, 451, 455; kinderkapel, 382
  • Brugge, Stadhuis, 239; Stedelijk Museum, 293
  • Brunssum, Vincentius a Paolokerk (zie onder Rumpen), 155, 156, 254-260, 512
  • Brussel, 36, 87, 130, 262
  • Buffalo [New York], Albright–Knox Art Gallery, 128
  • Bunde, 19, 437
  • Bussum, Heilig Hartkerk, 385

C

  • Canada, 427
  • Chartres, Frankrijk, Kathedraal, 222
  • Compostella, 273, 278
  • Constantinopel, 208
  • Damascus, 240, 248, 250

D

  • Delft, Hippolytuskerk [gesloopt], 325, 459; Maria-van-Jessekerk, 196
  • Den Bosch, Catharinakerk, 10, 208-212; Jacobskerk,76, 90, 206, 211, 328, 467; Koninklijke School voor Beeldende Kunsten, 67; Sint Jan, 399; Stadhuis, 40, 50, 105, 179, 261-262
  • Den Haag, Academie van Beeldende Kunsten, 67, 312; Agneskerk, 317; Antonius en Lodewijkkerk, 30, 456; Dalton College, 357; Duinoordkerk [gesloopt],315-317; Emmaüskerk, 456; Firma Botermans & Co, 339; Gemeentemuseum, 142, 158, 307, 313, 465; Gerardus Majellakerk, 243; Hoge Raad, 100, 246; Joannes de Deokapel Westeinde Ziekenhuis, 11, 76-77, 329, 338, 367, 399; Koninklijke Schouwburg, 109, 111; Kunstzaal Kleykamp, 142, 287, 401; Lourdesgrotkapel O.L. Vrouwe van Lourdeskerk, 93, 319-322, 331; Marthakerk, 30-31, 312-314, 324, 326-328, 426; O.L. Vrouwe van Goede Raadkerk, 11, 118, 339-341, 345, 359-360, 384, 413, 475; Paschalis van Baylonkerk, 315-316; Sacramentskerk, 319; Vincentiuskapel, 317
  • Deurne, 130, 139, 145, 153, 424; Klein Kasteel, 130; Museum De Wieger, 144, 153, 162, 384, 512
  • Deventer, Stadhuis, 59, 358
  • Domburg, 288, 297, 304, 384, 424; Noordzeehuis, 284
  • Dongen, 93, 102, 238, 256, 267, 329, 331, 355, 456; Laurentiuskerk, 10, 22, 25-26, 127, 220, 226-227, 230-231, 234-237, 322-323, 330; Huize Overdonk, 68
  • Duitsland, 17, 60, 63, 93, 101, 117, 190, 357, 468, 476; Duits, 47, 49, 51, 53, 61, 64-65, 88, 90, 91-92, 115-116, 150, 163, 179-180, 191, 222, 257, 266, 317, 324, 369, 373, 379, 386, 413, 418, 458, 464, 471, 473
  • Düsseldorf, 325; Düsseldorfer Malerschule, 182; Staatliche Kunstakademie, 61

E

  • Edinburgh, Scottish National Gallery, 112
  • Efeze, 303
  • Egmond, Adelbertusabdij, 383
  • Egypte, 219, 237, 264, 285, 291, 304, 360, 425; Egyptisch, 55, 132, 183, 227, 251-252, 285-286, 334, 360, 368, 371, 383, 417, 468, 470
  • Eindhoven, Philips, 406; Van Abbemuseum, 150
  • El-Hosn, Transjordanië [?], 239
  • Engeland, 52, 93, 100, 103, 227; Engels, 103, 477
  • Enschede, Jacobskerk, 385; Jozefkerk, 199, 323; Mariakerk, 268, 459
  • Es-Rumenimes, Es-Salt, Transjordanië [?], 240
  • Essen, Duitsland, 380; Folkwang-Museum, 324, 379, 470; Kunstgewerbeschule, 61
  • Europa, 62, 69, 91, 222, 241, 348, 380 , 405, 425, 447, 463, 468, 474; Europees, 165

F

  • Fleury-en-Bière, Frankrijk, Kasteelkapel, 415-416
  • Florence, Italië, 90, 381, 403
  • Frankrijk, 12, 17, 100, 111, 201, 340, 357, 415-416, 421, 474; Frans, 426-427, 472, 473
  • Fribourg, Zwitserland, 389, 392, 395
  • Friesland, 16-17

G

  • Galaadgebergte [Gilead], Jordanië, 239
  • Galilea, Israël, 139, 251, 421
  • Gerach, 239
  • Goirle, Kerk, 68
  • Groenlo, Calixtuskerk, 203-204, 337, 381, 464
  • Groningen, 34, 59, 213; Groninger, 21, 213, 225; Groningse, 34
  • Groningen, Academie Minerva, 213
  • Grubbenvorst, 437

H

  • Haarlem, 16, 19, 25, 54, 80, 94, 208, 275; Bavo kathedrale basiliek, 10, 119, 206, 262-264, 266; Geneeskundige Dienst, 90; Kunstnijverheidsschool, 80, 94; Postkantoor, 367
  • Heerlen, Franciscus van Assisikerk, 98; Gerardus Majellakerk Heksenberg, 159, 163, 407, 446, 448-449; Pancratiuskerk, 104
  • Heilig Landstichting, 10, 116, 240-241, 243-244, 247-253, 267, 437, 475; Cenakelkerk, 10, 220, 240-254, 258, 303, 321, 437, 467, 474, 474, 475
  • Heiloo, 90; Bedevaartskapel, 110; Kruiswegpark, 190; O.L. Vrouwe ter Nood, 100, 264-265; Willibrordusstichting, 91
  • Helmond, 130, 450; Lambertuskerk, 34, 78
  • Herculaneum, Italië, 103
  • Hertogenbosch (zie Den Bosch)
  • Hilversum, 137, 159, 403, 426, 445; Ludgerus Kweekschool, 373-375, 394
  • Hoogeloon, Pancratiuskerk, 80
  • Houthem Sint-Gerlach, 29, 90, 451

I

  • Israël, 116, 190, 215, 237, 250, 365
  • Italië, 47, 88, 90, 182, 189, 348, 358, 456; Italiaan(s) 50, 88, 90, 264, 348, 364, 406, 461, 477

J

  • Jaffa, Israël, 240
  • Jeruzalem, Israël, 240, 244, 246, 248
  • Josaphat, Israël, 250, 289-290, 334, 365
  • Judea, Israël, Jordanië, 240
  • Jutphaas, 263, 266, 335-336, 427; Nicolaaskerk, 44, 119, 206, 337, 429, 466, 512

K

  • Kevelaar, 185, 198
  • Kleef, 93

L

  • Laren, 42, 331, 423, 443; Janskerk, 90
  • Leiden, 12, 16, 280, 313, 361, 369-372, 376, 391, 397; Franciscaner Kerk, 67; Oudkatholieke kerk, 11, 21, 273, 329, 344-345, 359-365, 367-369, 371, 376, 512; Rijksuniversiteit, 62
  • Limburg, 9, 16, 71, 74, 94, 114, 152, 155, 158-159, 409, 422, 435, 465
  • Lisse, 179, 199, 355, 382, 469; Agathakerk, 117-118, 177, 183-187, 190, 196, 198, 204, 206-208, 212, 219, 267, 327, 467
  • Luik, 87, 389

M

  • Maastricht, Dinghuis, 89; Heilig Hartkerk, 409; Juvenaatskapel, 34, 80, 177, 212-219, 222-223, 225, 228, 262, 330-331, 334, 437, 512; Koepelkerk, 12, 137, 158-159, 259, 320, 389, 409-415, 417-418; Lambertuskerk, 8, 20, 83-89, 92-97, 100-101, 114, 165, 402-403, 455, 460-462, 465, 512; Lidwinakapel, 94; Museum aan het Vrijthof , 19, 512; Servaaskerk, 23, 34, 168, 175, 185, 206, 402; SRAL [stichting Restauratieatelier Limburg], 22, 84, 86-87, 94, 98, 102-105; Stadsteekeninstituut, 87; Theresiakerk, 85, 87, 89
  • Madrid, Prado, 294
  • Manchester, 52
  • Marburg, Duitsland, 381
  • Medemblik, Martinuskerk, 182
  • Meyel, 237
  • Midden-Oosten, 239-240
  • Milaan, 331
  • Monte Cassino, Italië, 203; Benedictijner abdij, 181
  • München, 8, 52, 90-92, 102-103, 236, 402
  • Munstergeleen, 237

N

  • Nederland, 8, 12, 15-16, 19-21, 23, 29, 40-41, 51, 55, 59, 61-67, 74, 87-93, 101-102, 114-115, 130, 133-137, 142, 146, 159, 172, 178, 180-181, 184-185, 190, 208, 210, 238, 240, 254, 267, 275, 312, 314-315, 324, 326, 328-329, 359, 372, 377, 379-380, 383, 386, 400, 409, 415, 424-428, 431, 437, 439, 454, 469, 470, 473, 474
  • Neer, Martinuskerk, 94
  • Neerbeek, Callistuskerk, 437
  • Neuss, 317, 328, 342; Clemens-Sels-Museum, 285; Driekoningenkerk, 317, 409
  • New Mills, 52
  • New York, 357; Academie, 339; Albright–Knox Art Gallery 128
  • Nieuwenhagen-Landgraaf, O.L. Vrouwe Hulp der Christenenkerk, 104, 454
  • Nieuwkoop, Kapel van de Zusters van de Sociëteit van Jezus Maria Jozef, 68-69
  • Nijmegen, 17, 174, 236, 239, 358, 385; Bethlehem, klooster, 129; Jozefkerk, 275, 406-407; Museum Valkhof, 297; O.L. Vrouwekerk, 189
  • Noord-Holland, 16, 143, 152, 213
  • Noordwijkerhout, Jozefkerk, 182, 208
  • Nunhem, 13, 16, 389, 439, , 444, 464-465; Servatiushuis, 435, 437, 440, 445; Servatiuskerk, 435, 438, 441-443

O

  • Oekraïne, Vrije Zone van, 364
  • Otterlo, Kröller-Müller Museum, 286, 298, 302
  • Oud-Zevenaar, Martinuskerk, 406-407

P

  • Palestina, 116, 239-240, 243, 250, 467
  • Paray-le-Monial, 239
  • Parijs, 17, 57, 61, 88, 127, 130, 132, 137, 139, 142-143, 254, 312, 348, 393, 402-403, 424; Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes [1925], 307; Jeu de Paume, dependance Louvre, 348; Kunstzaal Blanche Guillot, 254; Louvre, 348; Mauméjean Frères mozaïekatelier, 348-349; Musée des Monumens Français, 241; Parc Monceau, 241
  • Patmos, Griekenland, 50, 402
  • Pompeï, Italië, 103
  • Pont-Aven, Frankrijk, 127, 421
  • Praag, 228; Emaus abdij, 191-192, 263

R

  • Ravenna, 10, 59, 208, 251, 254-255, 348, 354, 358, 456, 468; Sant Apollinare Nuovo Classe, 244-245
  • Ravenstein, Luciakerk, 434
  • Reijmerstok, 237
  • Rijswijk, Bonifatiuskerk, 339
  • Roermond, 385, 390-391; Museum Cuypershuis, 390; Teeken- en Ambachtsschool, 74-75, 307
  • Roggel, Petruskerk, 44, 463
  • Rome, 29, 69, 115, 133, 141, 144, 179, 189, 198, 203, 215, 220, 268-269, 278, 280, 348-349, 360, 386, 403, 409, 468, 470, 472; Romeins, 50, 103, 188, 191, 246, 290, 302, 373, 447, 472-473; Cornarokapel van Santa Maria della Vittoria, 149; Nederlands Historisch Instituut, 348; Sint Pieter, 175, 198, 203, 258; Sixtijnse Kapel, 46, 100, 189
  • Rotterdam, 16, 59, 75, 108, 150 204, 320; Erasmiaans Gymnasium, 328; kathedraal [Elisabethkerk], 184, 190, 202, 244; Laurentiuskerk, 72; Museum Boijmans van Beuningen, 295; Stadhuis, 59, 306; Willibrorduskerk 441
  • Rüdesheim, Abdijkerk, 202
  • Rumpen, 21, 103, 155, 266-267, 304, 327, 379, 404, 415, 427, 429, 445, 447, 451, 466; Vincentius a Paolokerk Brunssum, 156, 254-260, 512
  • Rusland, 244-245

S

  • Scheveningen, Antonius Abtkerk, 11, 329, 339, 341, 344-345, 348-350, 354, 356-357, 439, 475
  • Schiedam, Lidwinakerk, 121, 187
  • Schijndel, Kapel van de Congregatie van de Zusters van Liefde van Jezus en Maria, Moeder van Goede Bijstand, 385
  • Schoten, Lidwinakerk, 93
  • Siena, Italië, Dom, 381
  • Sint-Michielsgestel, Toenmalige doveninstituut, 94-95, 103, 165, 460-461, 463
  • Sion [of Zion], berg bij Jeruzalem, Israël, 195
  • Sittard, 409; Jezuitenkerk, 76, 328
  • Spaubeek, 44; Laurentiuskerk, 176, 456
  • Steenwijksmoer, Franciscuskerk, 71
  • Stuttgart, Mariakerk, 190-191, 222, 263, 469
  • Stuttgart: 190-191, 222, 263, 339, 469
  • Suriname, 434
  • Syrië, 240

T

  • Tabor, Israël, 422
  • Tarsus, Turkije, 246
  • Terwinselen, 103, 155, 237, 254, 259, 320
  • Thorn, 400
  • Tiberias, Israël, 203, 246
  • Tiel, [Walburgis?]kerk, 373
  • Tilburg, Antonius van Paduakerk [Korvel], 244; Dionysiuskerk of Goirkesekerk, 431, 434; Gerardus Majellakerk, 10, 241-245, 248, 366, 474, 475; kerk van Broekhoven, 70; Margaretha Maria Alacoquekerk, 245; Rooi Hartenkapel, 10, 34, 228-229, 259; Roomse Academie, 7, 19, 65, 67, 71, 137, 266
  • Transjordanië, 239-240, 248
  • Twente, 366, 431

U

  • Uden, 212, 215, 427; Petrus Stoel van Antiochiëkerk,10, 210-211
  • Utrecht, Academiegebouw, 42, 328, 406; Aloysiuskerk, 373; Catharijneconvent museum, 128, 273, 292, 299; Dom, 55, 160-161, 467; Kathedrale koorschool, kapel, 199; Kerkhof Barbara, kapel, 426, 445; Museum nieuwe religieuze kunst, 357; Nationale Schildersschool, 75-76; Voormalige hoofdpostkantoor op het Neude, 53

V

  • Vaticaan, 133, 358, 380, 403; Palazzo di Cancellaria, 348
  • Vlaanderen, 150, 153, 155; Vlaams, 133, 150, 153, 155, 206, 291, 403
  • Voorburg, Noord Brabant, kapel van de Congregatie van de Broeders van O.L.V. van Lourdes, 385
  • Vranck, Antoniuskerk, 437

W

  • Wahlwiller, Cunibertus en Dionysiuskerk, 337, 470
  • Wenen, Wiener Sezession, 217-218, 469
  • Wittem, Redemptoristenkerk, 450
  • Woudsend, 17 Michaelkerk, 458

Z

  • Zeeland, Zeeuw, Zeeuws 302
  • Zeist, Jozefkerk, 191; Jozefkweekschool, 157-158, 380, 426, 445, 447
  • Zoeterwoude, Kerk van de Kruisverheffing, 385
  • Zuid-Limburg, 16, 213
  • Zwolle, Dominicanerkerk, 309; Jozefkerk, 385

  1. De foto’s betreffen van links naar rechts: Anton Molkenboer in de Antonius Abtkerk te Scheveningen, Eugène Laudy in de Jozefkerk van Broekhem en Perey in de Lambertuskerk te Helmond. Ze kunnen gedownload worden via de beeldbank van de RCE en zijn gemaakt door Pixelpolder.

    < Terug naar De genade van de steiger

Down memorylane

Omslag CBA Bovendonk Hoeven 2008

Het onderzoek naar Bovendonk van drie generaties Cuypers uit 2008 blijkt nog steeds actueel.

Soms kom je uit bij een trip down memory lane en dat was bij mij het geval met Bovendonk. Ik was op zoek naar wat Thijm ook al weer vond van de pondération van Viollet-le-Duc – want die speelt natuurlijk bij de nieuwe Bavo ook een belangrijke rol1 – en toen kwam ik uit bij dit onderzoek uit 2008. Dit was werkelijk een heel plezierig project samen met David Mulder en Wies van Leeuwen. David heeft de hoofdmoot van het onderzoek gedaan, produceerde samen met Wies stukken tekst in diverse soorten en maten, ik schreef de waardenstelling, voegde er het een en ander aan toe, waarvan ik weer wat meer wist (zoals polychromie) en Marij Coenen maakte er een rapport van.

Toen ik er toch mee bezig was, leek het wel aardig om de projectbeschrijving van dit oeuvre van drie generaties Cuypers on line te zetten. Dan kun je zelf constateren dat synergie tot vruchtbare resultaten leidt: http://wp.me/P4eh3s-DR.

En mooier nog, het rapport kan zonder kosten gedownload worden via Cuypers4all.2

O ja, voor de liefhebber: zondag 31 augustus ben je van harte welkom bij de lezing Caelestis urbs Jeruzalem die ik vroeg in de middag in de nieuwe Bavo te Haarlem geef (vergeet niet om je op te geven bij koster@rkbavo.nl). De bijeenkomst begint om 12:15 uur.3

Wordt vervolgd!

B.4

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

 


  1. Voor het onderzoek naar de nieuwe Bavo volg deze link

  2. Voor Cuypers4all volg deze link

  3. Zie het item Caelestis urbs Jeruzalem op deze site. 

  4. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-SI 

Bovendonk van drie generaties Cuypers (2008)

Bovendonk-ptt-22aug08-1

Seminariecomplex Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. en Joseph Th. J. Cuypers (1897-1906; 1922-1923).

‘Kwaliteit is het product van een langdurige ontwikkeling, van een samengaan, versmelten, van ‘kunde’ in de dubbele betekenis van technische vaardigheid en beheersing van de stof, een en ander afgerond, tot iets dat de maker individueel eigen is, het stempel van de persoonlijkheid, de originaliteit’ (Hella Haase).1

In de zomer van 2008 vond in opdracht van MAS Architectuur het eerste grote cultuur- en bouwhistorisch onderzoek plaats naar het voormalig seminariecomplex Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers en Joseph Th.J. Cuypers. Het complex werd begin twintigste eeuw gesticht en functioneert tegenwoordig voor een klein deel nog steeds als priesteropleiding en voor het overige als conferentieoord. In 2007 vond in het kader van het Cuypersjaar een druk bezocht symposium plaats dat in ieder geval liet zien hoe passend deze bestemming voor dit gesamtkunstwerk van vader en zoon Cuypers is. Voordat we de samenvatting van de cultuur- en bouwhistorische analyse laten volgen, passeren hier eerst de vondsten uit het onderzoek de revue.

Res novae

— door Bernadette van Hellenberg Hubar

  • Bovendonk is in het werk van Cuypers evenzeer een statement van ontwerptechniek, stijl en iconografie als het Amsterdamse Rijksmuseum.
  • De symboliek is niet beperkt gebleven tot de beelden en reliëfs in de gevel maar strekt zich ook uit tot de gehanteerde bouwstijl van het complex.
  • Bij het ontwerp van het complex heeft Cuypers de aan A.W.N. Pugin ontleende thematiek van de ‘stad in het klein’ gebruikt.
  • Bovendonk is, net als bijvoorbeeld het Rijksmuseum, een voorbeeld van interpretatie en emulatie van een historisch voorbeeld, in dit geval de architectuur van het huis van Maarten van Rossum in Zaltbommel.
  • De geometrische patronen van de tegelvloeren in de gangen van het complex zijn ontleend aan de Dictionnaire raisonnée van Viollet-le-Duc.
  • Bij de bouw van het grootseminarie zijn de marmeren schouwen uit het voormalige zomerverblijf van monseigneur de Nelis hergebruikt in de hoofdvleugel.
  • Het complex is ontworpen op basis van een geometrisch raster dat zijn wortels heeft in de ontwerpleer van de Fransman J.N.L. Durand.
  • De logistieke indeling van Bovendonk is een uitwerking van de beproefde seminarieplattegronden van Haaren en Driebergen-Rijsenburg.
  • Cuypers grijpt in Hoeven terug op de kloostertypologie uit de renaissance en de barok, die gekenmerkt wordt door geometrische rasterplattegronden met vele binnenplaatsen en door kloostergangen ontsloten vleugels.
  • De voorgevel is ontworpen op basis van de gelijkzijdige driehoek, terwijl de verhoudingen van de zijgevels op de minder steile Egyptische driehoek zijn gebaseerd.
  • Het basisschema van de hoofdtrappen gaat terug op het trappenhuis van de directievilla van het Rijksmuseum.
  • Bovendonk is een van de vroegste complexen waar op grote schaal een CV-installatie is ingebouwd.
  • Het gehanteerde kleurschema in Bovendonk vertoont grote overeenkomsten met het ‘Oud-Hollandse’ kleurenschema van het Rijksmuseum, dat is gebaseerd op de kleurenleer van Georg Hirth. In Das deutsche Zimmer der Renaissance uit 1880 bepleitte Hirth de rehabilitatie van de kleur bruin. Cuypers werkt de belangrijkste principes uit dit werk in Bovendonk uit in directe samenhang met de materiaalpolychromie.
  • Het ontwerp van Bovendonk vertoont sterke overeenkomsten met andere late werken uit het oeuvre van P.J.H. Cuypers, in het bijzonder de Roermondse Teekenschool (1902-1904), de Maastrichtse Stichting Ridder Emile de Stuers (1901-1904), de Ursulinenkapel te Hamont (1912-1914), en de Lievevrouwekerk te Venlo (1912-1914).
  • Joseph Cuypers is niet alleen verantwoordelijk geweest voor de uitvoering van de bouw, maar heeft ook grote delen van het complex ontworpen. De refter en recreatiezaal zijn vrijwel zeker van zijn hand.
  • Het ontwerp van de voorgevel van de kapel door Joseph Cuypers vertoont opvallende overeenkomsten met de Amsterdamse Vondelkerk, ontworpen door P.J.H. Cuypers, en kan als eerbetoon aan zijn vader worden opgevat.
  • De iconografie van de kapel is grotendeels een herhaling van de iconografie van de voorgevel, gericht op de verbeelding van de rol van het seminarie bij de opleiding tot het priesterschap.
  • De noordvleugel is nooit van eigen toiletten voorzien geweest. De huidige toiletgroepen zijn pas bij een verbouwing in de jaren vijftig of zestig ingebouwd.
  • Het complex had oorspronkelijk geen badkamers wat opmerkelijk is gezien het feit dat ze wel voorkomen op oudere ontwerpvarianten van het complex.
  • Gelet op zijn aanwezigheid als één van de drie herders bij het Maria-altaar kan geconcludeerd worden dat Pierre Cuypers junior bij het ontwerp van de kapel betrokken is geweest.
Bovendonk-ptt-22aug08-8b

In de trappenhuizen beleef je de factor beweging.

Samenvatting

— door Wies van Leeuwen

Ruimtelijke schepping

Als grote ruimtelijke schepping in neogotische stijl is Bovendonk een samenballing van de principes die het werk van vader en zoon Cuypers typeren. Het is een kwalitatief hoogstaand gebouw, ontworpen en uitgevoerd door architecten met decennia aan ervaring. En dat is te zien. Wie het gebouw omcirkelt herkent onmiddellijk elementen uit de silhouetten van het Amsterdamse Rijksmuseum, het Centraal Station en de Roermondse Teekenschool. Aan deze gebouwen spelen hoge leien daken, torens, smeedijzeren bekroningen, dakkapellen, trap- en tuitgevels een intrigerend spel, waarbij het silhouet steeds verandert. In weerwil van de bewogen, schilderachtige silhouetten is de opzet van Cuypers’ gebouwen de resultante van de zakelijke eisen die aan het ontwerp worden gesteld. Hij volgt daarin de zienswijze van de door hem bewonderde Engelse architect A.W. Pugin. Die beschrijft in 1841 hoe pittoreske schoonheid voortkomt uit de wijze waarop de bouwers van de middeleeuwen hun plattegronden en ontwerpen opzetten aan de hand van de wensen van de opdrachtgevers en de plaatselijke omstandigheden. Daarbij benadrukken Pugin en de evenzeer door Cuypers bewonderde Eugène Viollet-le-Duc dat ornament alleen mag dienen als verrijking van de hoofdconstructie.

Typologie plattegrond

In samenspraak met de opdrachtgevers gebruiken ze een al sinds decennia voor seminaries beproefde plattegrond. Hoogstwaarschijnlijk is deze voor het eerst ontwikkeld in het bisdom ’s-Hertogenbosch, waar Jacobus Cuyten met de Oisterwijkse architect H. Essens in 1834-1836 het grootseminarie van Haaren ontwerpt. Het wordt een sobere, haast classicistische baksteenbouw met een waardig fronton en torentje. Essens rangschikt drie vleugels rondom een cour die gesloten wordt met een driebeukige kapel. Bovendonk is de schilderachtige variant van deze opzet. Het gebouw vormt een rechthoek, waarvan drie zijden bestaan uit twee- en drielaags vleugels met zadeldaken en de vierde zijde gesloten wordt door de kapel. De plattegrond toont het streng volgehouden grid van vierkanten en rechthoeken. Dat grid is overduidelijk zichtbaar in de lijnen van de gewelven van gangen en zalen, maar ook in de bibliotheek en klaslokalen keert het terug in de ijzeren plafondbalken, die de traveeën aangeven.

Bovendonk-ptt-22aug08-10a

De hallen, de gangen op de begane grond en de refter en recreatiezaal zijn overdekt met kruis- en netgewelven in baksteen.

Constructie, ambachtlijkheid en materiaalgebruik

Bovendonk is een baksteenbouw, deels onderkelderd. De buitenmuren zijn versierd met speklagen, siermetselwerk en ornamenten in kalksteen, de ramen en beeldnissen hebben gebakken profielsteen met subtiele kleurverschillen tussen helderrood en bruinrood. De hallen, de gangen op de begane grond en de refter en recreatiezaal zijn overdekt met kruis- en netgewelven in baksteen, ook weer met gebruik van gebakken profielsteen voor de ribben en kleurverschillen in de steen. Minder representatieve ruimten zijn overdekt met in baksteen gemetseld troggewelfjes, rustend op ijzeren profielen. Zo ontstaan brandvrije constructies. De gangen en kamers zijn veel soberder en hebben gepleisterde muren. Naar boven toe wordt het gebouw soberder, tot de indrukwekkende houten kappen van de immense bergzolders.

De decoraties en raamvormen tonen het onderscheid tussen representatieve gangen en zalen en eenvoudige verblijfsruimten. Vergelijk bijvoorbeeld de getraceerde ramen van de bibliotheek met de schuiframen van de theologantenkamers en de boogramen van de refter met die van de toiletaanbouwen. In de refter vinden we ook de brede bogen, rustend op hardstenen kolommen. Zij geven extra ruimtelijkheid en de gepleisterde aanzetten der gewelven zijn voorzien van gestileerde geschilderde bladmotieven, ter accentuering van de constructie. De muren zijn hier ter bescherming voorzien van een lambrisering van geglazuurde baksteen. Ook de grote variatie in kapitelen tussen de open en gesloten kloostergangen is opvallend: binnen bladkapitelen, buiten eenvoudige lijstkapitelen. De bibliotheek is ook een constructief hoogstandje. Daar rusten de uit grenenhout opgebouwde galerijen op ijzeren profielen met geschilderde geometrische siermotieven. De profielbalk van de twee galerijen is met een smeedijzeren stang opgehangen aan de oorspronkelijk okerkleurig geschilderde moerbalken van het plafond. De kapel door Joseph Cuypers is uitwendig sober gedetailleerd en minder rijzig dan de oudere ontwerpen van Pierre Cuypers. Middenschip en zijbeuken zijn gebaseerd op de gelijkzijdige driehoek en tonen een verzorgde detaillering in baksteen met marmeren kolommen en decoratieve marmeren vloeren.

Bovendonk-ptt-22aug08-7

De buitenmuren zijn versierd met speklagen, siermetselwerk en ornamenten in kalksteen, de ramen en beeldnissen hebben gebakken profielsteen met subtiele kleurverschillen tussen helderrood en bruinrood.

Cuypers wordt geroemd als de man ‘die alle ambachten kende’, niet in letterlijke zin maar ‘zeker voor zoover hij den aard van het materiaal en de bewerking daarvan moet begrijpen en daarnaar zijn vormen maken.’ Met zijn kennis en ervaring maakt hij Bovendonk tot een ruimtelijke en visuele eenheid. Als constructeur zal hij vanaf het eerste begin van zijn carrière, kort voor 1850, zeer uiteenlopende materialen gaan gebruiken, waarbij hij al vrijwel meteen afrekent met pleister- en stucwerk, dat hij als onwaardig surrogaat veroordeelt. Daarvoor in de plaats grijpt hij terug op de eeuwenoude baksteentraditie van Limburg. Verder past hij waar nodig uiteenlopende natuursteensoorten zoals hardsteen en mergel toe, al snel gecombineerd met ijzer. Ook hier is de Dictionnaire van Viollet-le-Duc een onuitputtelijke bron van inspiratie.

Rationeel door het ontwerpen op systeem

In Bovendonk gebruikt Cuypers baksteen, natuursteen, hout, ijzer en – niet zichtbaar – gewapend beton. Deze materialen stellen Cuypers in staat de inwendige bestemming van zijn gebouwen in het uitwendige uit te drukken, zoals zijn leermeesters het wilden. Die afwisseling van materialen en vormen geeft zijn gebouwen met een logische, rationele plattegrond een schilderachtig karakter. In de tweede helft van de negentiende eeuw vindt de overgang plaats van goeddeels op basis van ervaring en intuïtie geconstrueerde gebouwen, naar de berekening van constructies. Evenals zijn illustere voorbeeld, de Franse architect E. Viollet-le-Duc, is Cuypers van mening dat de stabiliteit van het gebouw wordt gewaarborgd door het gebruik van de juiste geometrische grondvormen. Cuypers senior zal zijn constructies dus waarschijnlijk nog niet berekend hebben, maar zijn zoon Joseph kan al wel tabellen voor draagsterkte gebruikt hebben. Cuypers garandeert de degelijkheid van zijn gebouwen door zijn ruime ervaring en intuïtie.

Hij baseert zijn gebouwen op geometrische grondvormen: het vierkant en de rechthoek. Daarnaast gebruikt hij de ranke gelijkzijdige en de iets minder rijzige Egyptische driehoek, die de basis vormen voor de gevels en de ornamenten. De rijzige voorgevel van Bovendonk is ontworpen op basis van de gelijkzijdige driehoek. In de soberder gevels van de zijvleugels vinden we de iets gedrongener proporties van de Egyptische driehoek.

Symboliek en iconologie

Net als deze gebouwen en in beginsel alle kerken is Bovendonk voor Cuypers de verbeelding van het Hemels Jeruzalem. In navolging van Alberdingk Thijms Heilige Linie vat Cuypers zijn kerken op als de verbeelding van het Hemels Jeruzalem op aarde. Het apocalyptische visioen van de evangelist Johannes inspireert hem levenslang. Zijn profane gebouwen krijgen een vergelijkbare symbolische lading. Ze verbeelden een ideale wereld, een stad-in-het-klein, als beeld van de corporatieve staat op katholieke grondslag. Een moreel verantwoord visioen: ieder kent zijn plaats, ieder heeft zijn rol. Daarnaast vertoont Bovendonk alle kenmerken van de Cuyperiaanse ‘stad-in-het-klein’. De Civitas dei, de Stad Gods van Augustinus is erin verbeeld. Het is daarmee de microkosmos van de in zichzelf besloten samenleving van professoren, priesterstudenten en huispersoneel. Het gebouw heeft net als andere kloosters en het Rijksmuseum een ‘stedelijk’ silhouet gekregen, met een afwisselend en schilderachtig dakenlandschap, topgevels en torens. Het beeld van de stad-in-het-klein is voor de bezoeker die de groene oprijlaan en daarna het voorplein betreedt overduidelijk zichtbaar aan de drie trapgevels van de voorbouw. Ook van opzij en op de binnenplaats is deze symboliek zeer sprekend aanwezig in de vooruitspringende trapgevels van de trappenhuizen van de noord- en zuidvleugel en de voorbouw.

De factor beweging

In de ‘stad’ Bovendonk buiten vader en zoon Cuypers de factor beweging ten volle uit. Door de ramen van de kloostergangen heen veranderen gevel en silhouetten van de vleugels voortdurend. Wie de trappenhuizen betreedt maakt kennis met wisselende ruimten. Door bogen en nissen zijn steeds weer andere gewelfvormen en plafonds te zien. De gangen en zalen functioneren als de ‘straten’ van de stad en bieden met hun op organische bruin- en bronstinten gebaseerde kleurstellingen een steeds wisselend beeld aan de bezoeker. Vooral de tegelvloeren en het glas-in-lood spelen daarin een belangrijke rol.

Bovendonk-ptt-22aug08-11

De factor beweging komt vooral tot zijn recht in de gangen en zalen met zijn tegelvloeren en glas-in-lood, doordat ze met hun kleurstellingen een steeds wisselend beeld geven aan de bezoeker.

Priesteropleiding

Door het vermengen van de gotiek en de Oud-Hollandse stijl maakt Cuypers in Bovendonk als het ware duidelijk dat ook de priesters die in daar worden opgeleid deel hebben aan de Nederlandse cultuur. Bovendonk draagt ook uit dat het samenlevingsverband van professoren, priesterstudenten en personeel een microkosmos is van de maatschappij op katholieke grondslag. Daarbij is de voorgevel het frontispice van het gebouw, de titelpagina die de functie verklaart. Dat blijkt uit de voorstellingen in de voorgevel en uit het educatieve programma in de kapel. Beide zijn gericht op de verbeelding van de rol van het seminarie bij de opleiding tot het priesterschap.

Vader en zoon Cuypers

Het seminarie is een laat werk van het bureau Cuypers. Het schijnbare gemak waarmee het geheel is opgezet en uitgewerkt verraadt de ervaring van de architect van het Rijksmuseum. Het vertoont echter een combinatie van soberheid en afgewogenheid die het laat passen tussen late werken als het klooster van Keer bij Maastricht, de Ursulinenkapel te Hamont en de Lievevrouwekerk te Venlo. Als we in Bovendonk proberen de hand van vader en zoon te herkennen, dan is dat niet gemakkelijk. De tekeningen zijn getekend door vader Cuypers, de schilderachtige vormentaal van Bovendonk verraadt in de afwisseling van baksteen en lichte natuursteen, de compositie en detaillering overduidelijk de hand van vader en zoon. De rationele opzet van het geheel is ook zichtbaar in het materiaalgebruik en de toegepaste constructies. Daarin verraadt zich ook de hand van de aan de Polytechnische School te Delft geschoolde Joseph Cuypers.

Het ligt voor de hand te veronderstellen dat vader Cuypers zich bij Bovendonk wel heeft bemoeid met de hoofdopzet en veel details – dat kon hij toch niet laten – maar dat ontwerp en detaillering goeddeels van de hand van Joseph zijn. Het seminariegebouw is door vader en zoon zeker opgevat als een typisch product van het bureau Cuypers, waarin Joseph al sinds 1885 nauw samenwerkt met zijn vader en vanaf 1898 de overhand heeft. Ondanks de verschillen in detaillering en de contrasten tussen rijkdom en soberheid vertoont het gebouw een onmiskenbare eenheid en daarmee alle kenmerken van een werk van het bureau Cuypers. Het onderzoek was in handen van David Mulder, Wies van Leeuwen en Bernadette van Hellenberg Hubar.

Bovendonk-herders

Pierre, Joseph en Pierre junior Cuypers als herders bij het Maria-altaar.

Naschrift en downloadlink

Het rapport over Bovendonk kan als onderdeel van het educatieve fonds Cuypers4all gratis gedownload worden via http://bit.ly/Cuypers-Bovendonk-2008.

In Cuypers4all zijn ook andere onderzoeken en artikelen over de architectenfamilie te vinden die tot het publieke domein horen. De enige voorwaarde die wordt gesteld is om de auteursrechten van de makers te respecteren door hen te vermelden.

B.2

_________________________________

Voetnoten:


  1. Hella S. Haasse, 1987, geciteerd naar: Retour Grenoble. Anthony Mertens in gesprek met Hella S. Haasse, Amsterdam 2003, p. 47. 

  2. De verkorte link van dit item is http://wp.me/P4eh3s-DR.

    ← Terug naar de inhoudsopgave

De nieuwe Bavo in verhalen


De nieuwe Bavo in verhalen

De titels van de items hierboven in het overzicht van deze pagina zijn gerangschikt op alfabetische volgorde, op de gecursiveerde titel na! Die is het meest actueel.

Zin in een voorproefje? Kijk dan eens hieronder!

De nieuwe Bavo in verhalen: Han Bijvoet, wonder Kana.

De nieuwe Bavo beschikt over een mooie collectie muurschilderingen van de kunstenaar Han Bijvoet (1897-1975), die vanaf 1925 tot zijn dood bij de kathedraal betrokken was. Tot dat oeuvre behoort ook het werk op de foto hierboven, die ik afgelopen zomer (2014) maakte. Het betreft het rechterdeel van de voorstelling op de kopwand van het zuidertransept, waarin de bruiloft van Kana wordt weergegeven:

Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ ‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’ Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. Toen zei hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze. En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’ Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem.*

Bijvoet was een epische kunstenaar pur sang die in zijn schilderingen de aloude epische traditie van de Rijksacademie hoog hield. Geleidelijk aan ontstaat gelukkig weer meer waardering voor het verhalende, figuratieve karakter van dit type werk, dat lange tijd als gedateerd werd verguisd.*

Gerelateerde onderwerpen

Met één klik op de afbeelding ga je naar …

Nes Amstel bvhh 19 juni 14 (31) bew (Large)  Recensie Mieke Rijnders 'Genade van de steiger' in Museumtijdschrift, mei 2014.  Merkelbeek mc 16 apr 14 (20) (Large)

B.

_________________________________

Post scriptum:

Het teken * in de bovenstaande tekst staat voor de volgende informatie:

  • Voor het leven en het oeuvre van Han Bijvoet zie de site www.bijvoet.org.
  • Voor het werk van Han Bijvoet in de nieuwe Bavo zie Erftemijer e.a., Getooid als een bruid, passim
  • Het bijbelcitaat gaat terug op Johannes 2, 1-11 en is ontleend aan www.willibrordbijbel.nl. De gecursiveerde passage is in dit deel van de schildering weergegeven.
  • Voor de herwaardering van dit type kunst zie mijn boek De genade van de steiger.
  • Meer weten over de nieuwe Bavokathedraal? Bezoek dan de volgende pagina’s:
  • Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-Or | http://bit.ly/VHH2nB-Verhalen

< Terug naar de projectpagina!
< [print_link]

 

Van mij voor jou …

Het altijd leuk om iets weg te geven: aan mensen die je zijn gaan volgen via de sociale media of iemand die je net hebt leren kennen of zomaar …

Vandaar deze keur aan mooiste dingen die ik heb gemaakt, fact and fiction naast elkaar:

  • Het labyrint, Fanfiction gewijd aan Pierre J.H. Cuypers en opgedragen aan Wies van Leeuwen, Ohé en Laak 2007. Als je al zo lang met iemand als Cuypers bezig bent, is het heel verfrissend om af en toe je fantasie de vrije loop te laten. Mooi om door te bladeren via Issuu.
  • E kas blou / Het blauwe huis, gedichten op locatie met reisimpressies, Curaçao 2011. Mateloos genieten van ’n stukje Caribisch ‘Nederland’. Ook dit kun je mooi door bladeren via Issuu.
  • Sur place, Roermond in dertien beeldgedichten (2010-2011), met Annelei Engelberts. Hoe je een historische stad door twee poëtische brillen kunt bekijken. Alweer iets om mooi door te bladeren met Issuu.
  • Se non è vero, Fanfiction gewijd aan Nenny Alberdingk Thijm, Ohé en Laak 2008. Het was heel plezierig om de vrouw achter Cuypers op een wat vrije manier tot leven te brengen. En ook voor dit item geldt: mooi door te bladeren via Issuu.
  • De muziek van het licht, Cuypers’ polychromie, Res nova, Ohé en Laak 2007. Ooit geweten dat Cuypers synesthesie had? Dat lees je in deze studie, waarin ook de kleuren van het Rijksmuseum aan de orde komen. Het stuk verkeert nog steeds in de conceptfase en dat is maar goed ook, want sinds ik met de nieuwe Bavo van Joseph Cuypers bezig ben, zijn er heel wat nieuwe inzichten naar voren gekomen.1
  • Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, Capita selecta, Res nova, Ohé en Laak 2007. Het Cuypershuis te Roermond is tot in alle hoeken en gaten onderzocht, voordat het gerestaureerd werd.2
  • ‘Retort in het borgingsproces, De erfgoedSWOT© en de Wederopbouwkernkwaliteiten in de AMvB Ruimte’, in: Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 4, nummer 13 (2010), pp. 16-21 en 5, nummer 14 (2011), pp.18-25. Wederopbouw is hot, maar er is wel heel veel van. In dit artikel zit een handreiking voor een selectiemethode. Speciaal voor lezers die van abstract denkwerk houden.

Ik zou zeggen, blader er eens doorheen en neem wat van je gading is.

Wil je meer weten over mij? Kijk dan eens bij mijn biografie.

B.3

Volg de link naar 'Se non è vero' Volg de link naar 'Het labyrint' Volg de link naar ...


  1. Meer weten? Surf naar http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo

  2. De hoofdrapporten kun je downloaden via de cassette Huis van Cuypers

  3. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH4U. 

Biografie

In de Picardie
Bernadette van Hellenberg Hubar geeft uitleg bij een monument in Frankrijk (foto: Poul de Haan)

Bernadette van Hellenberg Hubar (1956) studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit te Utrecht en promoveerde aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen op het proefschrift Arbeid & Bezieling, De esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum in 1995. De handelseditie van 1997 werd bekroond met de Karel van Manderprijs van de Nederlandse vereniging van kunsthistorici. November 2013 verscheen van haar hand De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum, dat naar een idee en onder leiding van Gerard van Wezel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) werd uitgevoerd en door de Walburg Pers wordt uitgegeven.

Het project, waaraan ze de afgelopen jaren heeft gewerkt, is de monografie over de nieuwe Bavo te Haarlem, die in september 2016 is verschenen. Het boek over het kerkelijke meesterwerk van Joseph Th.J. Cuypers, zoon van Pierre J.H. Cuypers is geschreven in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo – op initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – en uitgegeven door WBOOKS te Zwolle.

Nieuwe Bavo bestelformulier 'In de steiger'
Het boek over de nieuwe Bavo is tot en met december 2016 voor € 39,95 (dus met 10 euro korting) te bestellen via deze link

Expertise Bernadette van Hellenberg Hubar profileerde zich als cultureel ondernemer en productontwikkelaar op het raakvlak van cultuurhistorie en juridisch instrumentarium. De basis hiervoor is gelegd gedurende 15 jaar secretariaat van het Cuypersgenootschap dat in 1997 de Prins Bernhardfondsprijs toegekend kreeg voor de combinatie van wetenschappelijk onderzoek en juridisch optreden. Vanaf de entree van de nota Belvedere in 1999 is Bernadette op zoek gegaan naar methodes die inzetten op ruimtelijke bescherming en ontwikkeling. Een van deze producten – Praktijkboek en Concordans Atlas Sint Geertruid (Margraten) – die ze met Margreeth Bangert heeft uitgewerkt, werd in 2003 onderscheiden. Met name op het gebied van het stellen van waarden heeft Bernadette een bijzondere expertise die onder meer resulteerde in de erfgoedSWOT©, bedacht bij het traceren van kernkwaliteiten voor wederopbouwgebieden in opdracht van het ministerie van OC&W (2010). Door haar kennis van beleid en regelgeving, kan ze als weinig anderen waardestellingen synchroniseren met erfgoedprocedures. Dat is ook van pas gekomen bij grootschalige projecten als de herbestemming van Landgoed Rhederhof in samenwerking met Friso Woudstra Architecten te Vorden.

Uitvinder — Bernadette van Hellenberg Hubar staat voor de inhoudelijke kant van het vak. Naast haar eigen projecten, begeleidt ze onderzoekers, verzorgt collegiale toetsen en participeert als coauteur. Daarnaast heeft ze grote interesse in het bedenken van nieuwe producten. Ze ontwikkelde in 2003 de formule voor Fiscaal verhaal© voor Rijksmonumenten en in 2004 het Planologisch erfgoedregime (PER©) voor gemeenten, dat een modern alternatief biedt voor de klassieke monumentenverordening. De afgelopen jaren is dit bij bestemmingsplangebieden in Maastricht en Eindhoven ingevoerd. Het vernieuwende denken achter het (PER©) is gehonoreerd door minister Plasterk in de beleidsbrief MoMo (september 2009). Het beleid dat toen is ingezet heeft tot een wijziging van het B(esluit)ro geleid, waardoor het PER© per 1 januari 2012 voortaan direct wettelijk verankerd was. Vanaf dat moment had het bovengrondse erfgoed heeft in het bestemmingsplan dezelfde status als het bodemarchief. Met de nieuwe omgevingswet wordt deze lijn doorgezet in de opvolger van het bestemmingsplan, het omgevingsplan.  In 2013 heeft ze met haar vroegere bureau Res nova een variant van het PER© voor de gemeente Bunschoten afgerond.

PER© brochure
Een van de uitvindingen is het Planologisch erfgoedregime of PER© dat al vanaf 2005 in Maastricht wordt gebruikt. De brochure kan gedownload via http://bit.ly/PER-brochure.

Erfgoedspel — In het kader van de verdere ontwikkeling van de portfolio in de erfgoedsector heeft Bernadette van Hellenberg Hubar samen met Lost again in 2008 deel 2 van de Cuyperscode voltooid, een erfgoedspel dat vanaf de lancering in oktober 2007 ruim 80.000 bezoeken heeft getrokken. Bernadette tekende voor het script en schreef hiervoor enkele gedichten en fanfictions (historische korte verhalen), Lost again bouwde de engine. De Cuyperscode is op verschillende middelbare scholen gespeeld.

Gedichten — Als homo ludens kreeg Bernadette van Hellenberg Hubar in 2008 de gelegenheid om een nieuwe weg in te slaan met cultuurhistorie. Tijdens verschillende excursies, georganiseerd door Kunst der Vormen en haar reis naar China, kwam ze op het idee om gedichten op locatie te schrijven. Heel apart was de opdracht van de Rechtbank Roermond voor een bundel over rechtspraak in Roermond, die werd uitgevoerd in samenwerking met kunstenares Annelei Engelberts (2013-2014). Meer informatie daarover is te vinden onder deze link.

Interbellumboek — Eind 2013 is het boek De genade van de steiger, Monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum, verschenen, dat geschreven is in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Ter introductie schreef Bernadette van Hellenberg Hubar hierover:

‘Zo’n verzameling schilders kan je aardig bezig houden. Tijdens het onderzoek regende het vondsten. Iedere keer weer kwamen er verrassende zaken tevoorschijn. Omdat ook de aanloop naar het interbellum in kaart is gebracht, hebben we nu een goed beeld gekregen van de invloed van de Beuroner school op de monumentale schilderkunst. Die was niet alleen veel groter dan algemeen wordt gedacht, maar vooral héél anders. Dat valt op als je het werk van Anton Derkinderen plaatst naast dat van Jan en Kees Dunselman, of F.H. Bach vergelijkt met Joan Collette en Piet Gerrits. Zowel de verschillen als de overeenkomsten maken het heel spannend. Onder meer hierdoor kunnen we nu voor de eerste keer de vinger leggen op de betekenis van het katholieke werk van Jan Toorop. Naast de kunstenaars die tot zijn richting horen – met grote namen als Anton Molkenboer en Chris Lebeau – heb je de kunstenaars van de expressionistische stam met figuren als Joep Nicolas, Henri Jonas, Matthieu Wiegman, Otto van Rees, Charles Eyck, Jaap Mes et cetera. Via de kunstkritiek is het gelukt meer greep op dit gezelschap te krijgen, waarbij vooral de rol van de Franse filosoof Jacques Maritain tevoorschijn komt. Daarnaast heeft ook de liturgische stijlstrijd grote gevolgen gehad. De veelheid van invloeden en factoren heeft in het interbellum tot een indrukwekkende variëteit aan artistieke producten geleid, waaronder veel monumentaal werk met een grote K’.

Een beknopt overzicht van de inhoud van het boek is te vinden in de samenvatting op deze site. Daar wordt ook duidelijk gemaakt wat de kunstenaars Joan Collette en Anton Molkenboer nu precies bedoelden met ‘de genade van de steiger’.

(Foto BvHH 2 juli 13-50)
De beelden rond de apsis van de nieuwe Bavo te Haarlem tijdens de restauratie. Foto auteur 2013.

Nieuwe Bavo — Was De genade van de steiger al zo’n bijzonder project, het onderzoek naar de nieuwe Bavo weet dat te evenaren, zo niet te overtreffen.  Zelden is over het programma van een kerk zo diepgaand nagedacht, in dit geval met name door Joseph Cuypers en de bouwheer, de latere bisschop A.J. Callier. Hoewel er vrijwel voortdurend geldgebrek was, slaagden zij er toch in hun kathedraal te realiseren zonder al te veel concessies aan de kwaliteit. Die wordt niet alleen door het artistieke niveau bepaald, maar ook door de hoge mate van ambachtelijkheid, waarmee het gebouw en zijn inrichting zijn uitgevoerd. De ideeën die vóór 1900 ontwikkeld werden over de boodschap die de nieuwe Bavo in architectuur en uitmonstering moest uitdragen zijn tot na de jaren 1950 actueel gebleven. Ook de nieuwe tijdslagen die in het kader van de huidige restauratie aan de kathedraal worden toegevoegd zijn daar voor een belangrijk deel op geënt.  Zo vormt de nieuwe Bavo het podium van ruim een eeuw artistieke uitdrukkingsvormen, waarin beeld, uitvoering en inhoud elkaar completeren.

Meer informatie over het boek Ad orientem | Gericht naar het oosten, dat medio 2016 verschijnt, staat onder deze link.

Recent — Een overzicht van de activiteiten waar Bernadette van Hellenberg Hubar verder mee bezig is, is te vinden op LinkedIn en op deze site onder het tabblad Projecten.1

Joep Nicolas, Hubertusraam pastorie Obrechtkerk Amsterdam (Sjaan van der Jagt-Pixelpolder 2011)
Een van de meest bijzondere kunstenaars van het interbellumonderzoek is Joep Nicolas. Op deze site is een fragment uit ‘De genade van de steiger’ geplaatst, waarin ook bovenstaand werk ter sprake komt; het Hubertusraam (1928) in de de pastorie van de Obrechtkerk te Amsterdam. De twee linker (noordelijke) ramen zijn aan Maria gewijd: linksboven zien we de Kroning van Maria, Koningin van de Rozenkrans. Linksonder staat een rozenstruik met rozenkrans, verwijzend naar de naam van de kerk: de vijf witte rozen staan voor de blijde geheimen van de rozenkrans, de vijf rode rozen voor de droevige geheimen en de vijf gouden rozen voor de glorievolle geheimen. Centraal is de parabel van goede herder weergegeven die verwijst naar pastoor Hoosemans als herder van de parochie. De ramen rechts (zuidelijk), waar je Jozef zou verwachten, zijn hier gewijd aan de patroon van de pastoor, Hubertus: rechtsboven zien we de bekering van Hubert met het hert dat in zijn gewei een kruis draagt; rechtsonder figureert de heilige als bisschop van Luik. (Foto: RCEPixelpolder).2

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/Biografie-VHH-org


  1. Voor LinkedIn ga naar: http://bit.ly/VHH2LinkedIn

  2. Voor de datering en de iconografie zie de site obrechtkerk.nl

Voorheen Res nova

Het logo van voorheen Res nova
Het logo van Res nova was ontleend aan de historische kaart van Van Geelkercken en Blaue van Roermond.1

Een groot deel van mijn portfolio dateert nog uit de tijd van mijn vorige bedrijf, Res nova. Vorig is in dit geval best een rekbaar begrip, want ik ben nog altijd ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder Res nova, culturele kennisbemiddeling. Het gaat echter niet langer om een samenwerkingsverband, waarbij verschillende professionals onder één naam samenwerken. Waarom dat zo gekomen is en in hoeverre dat een breuk met het verleden betekent – wees gerust, dat is allerminst het geval – lees je hier.

Terugblikken naar hoe het voorheen was heeft vele vormen. Enerzijds wordt dat proces getekend door gemengde gevoelens en anderzijds ook door trots. Trots op de verschillende projecten die in in de periode 2003-2013 heb uitgevoerd. Via deze en enkele andere pagina’s wil ik een aantal daarvan de revue laten passeren. De ene keer heb ik daaraan bijgedragen als onderzoeker en rapporteur, de andere keer als projectleider en een volgende maal als collegiale toetser. Je vindt ze hierboven en elders op deze site, onder meer in de collectie Cuyperiana. Ga maar eens kijken.

B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Voor deze kaart zie Garde, Gerard van de, ‘Roermond vanuit de lucht. Gedrukte vogelvluchtkaarten uit de 16e en 17e eeuw’, op Historieroermond.nl (2006). Het fragment uit deze kaart is gevectoriseerd door lostagain.nl

  2. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1QPcW8s