Ubi sunt …

Ubi sunt

Ubi sunt | Gustave Doré

Eenmaal waren wij machtig
En leidde een sterke stamvader
het leger richting Jerusalem

Non nobis domine …

Verstard en met de ogen geloken
Zijn wij in een eeuwig staren verstomd
Onder het hemels Jeruzalem
met haar gouden muren en poorten
van edelsteen die als Apostelen
op wacht staan bij het graf

Dona nobis requiem sempiternam

Ubi sunt | screenshot van het forum voor de Cuyperscode.nl. Collage en tekst, bvhh.nu (2007)

_______________________

Post scriptum met erfgoedraadsel — Het gedicht Ubi sunt schreef ik zowat op de kop af tien jaar geleden voor de Cuyperscode, een erfgoedspel dat we met mijn vorige bedrijf Res nova hadden ontwikkeld in het kader van Cuypersjaar 2007 voor het voortgezet onderwijs in Roermond en omgeving. Het plaatje eronder laat een schermafdruk zien van de oorspronkelijke publicatie op het spelforum. Het doet een beetje denken aan het Droste-effect*, maar dat is het toch niet. Zie je wat er ontbreekt?

Het gedicht was bedoeld om op een versluierde manier te helpen om een van de puzzels van de code op te lossen. Ook al gaat het spel binnenkort off line – vanwege de verouderd interface – ik ga niet verklappen waarover het gaat. Laat ik er een miniraadseltje van maken. Het gaat om de combinatie van wat Doré op deze staalgravure laat zien, Roermond en de naamgever van het spel. Probeer daar een gemene deler in te vinden en dan kom je er wel. En ja, in het gedicht staan belangrijke aanwijzingen. 

Ubi sunt is overigens een prachtig dichterlijk thema dat slaat op de heimwee naar het verleden, kort samengevat in de vraag ‘Waar zijn ze gebleven …’, de tijden van weleer, de grote figuren die het verschil maakten. En het is universeel. Althans dat denk ik omdat ik me herinner hoe Bertus Aafjes dit verwerkte in een van zijn verhalen over de Japanse rechter Ooka.*

Met het werk van Gustave Doré* kwam ik voor het eerst in aanraking als middelbare scholier. Wat me destijds erg verbaasde was het negatieve oordeel over zijn werk. Wie het schreef weet ik niet meer, maar ik herinner me een opmerking in de trant van dat Doré geen diepte aan zijn onderwerpen vermocht mee te geven en dus het gebrek aan inhoud compenseerde door de formaten op te blazen. Dat raakte me, omdat ik zijn meeslepende, verhalende taferelen geweldig vond. Later zou ik me tijdens mijn studie kunstgeschiedenis realiseren dat – ook – dit een tijdsbeeld was, niet dat van de kunstenaar, maar van de scribent. En wie zal het zeggen … misschien ligt in dat besef wel de kern van engagement voor ondergewaardeerde kunstenaars die onder meer leidde tot acties voor het behoud van het werk van Cuypers en de oprichting van het Cuypersgenootschap.

Wat betreft het onderwerp van de gravure, het idealiseren van de kruistocht is een typisch fenomeen van de herontdekking van de middeleeuwen in de negentiende eeuw die in Nederland nauw verbonden was met de katholieke emancipatie. Een van de belangrijkste exponenten hier was Cuypers’ zwager, J.A. Alberdingk Thijm die onder meer historische romans over middeleeuwse figuren schreef. Wat ik aan de voorstelling zo frappant vind is dat ze niet buiten, maar binnen – in een grote kerk – is gesitueerd. Toch word je in eerste instantie op het verkeerde been gezet door het portaal linksonder in het beeld en de erker met het balkon voor de bisschop met zijn gevolg. Grappig genoeg hebben we in Nederland een kerk waar vergelijkbare erkers zitten, maar waar ook alweer …

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

Dit item kan geciteerd worden als Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Ubi sunt | Gedicht op maandag (#Gom)”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2007; 2017. http://bit.ly/2hkfrmj.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2hkfrmj

BewarenBewaren

Crowdfunding voor Cuypers’ glasnegatieven

Ambassadeur voor Cuypers' glasnegatieven op ifthenisnow.eu. Screenshot bvhh.nu 2017.

Afgelopen maanden heb ik het Cuypershuis als ambassadeur geholpen bij de crowdfunding voor de redding van Cuypers’ glasnegatieven. Dat was een interessante actie, waarvan ik een soort logboek bij heb gehouden op if then is nowhttp://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2.

Zoals ik wel vaker met dit soort zaken meemaak (kijk naar De genade van de steiger, De nieuwe Bavo te Haarlem of naar #KunstinBreda), is er veel meer uitgekomen dan ik had verwacht. Voor mij was het een mooie oefening in kort blijven, want meer tekst dan op de ‘dia’ en een kleine toelichting eronder, was niet de bedoeling. Eigenlijk heb ik dus vooral een heleboel vragen opgeworpen die nog op antwoord wachten. Waar is de masterstudent die met al deze proefballonnetjes verder gaat?

De crowdfunding is inmiddels een groot succes geworden: het streefbedrag van 10.000 euro is bereikt, maar dat betekent niet dat het Cuypershuis op zijn lauweren gaat rusten. Voor de totale restauratie is immers het viervoudige nodig, dus donaties blijven welkom! De actie via bit.ly/Cuypersglasnegatieven op het platform voordekunst.nl is voorbij, maar de crowdfunding wordt voortgezet door het museum zelf. Help mee en geef je donatie door aan museum@roermond.nl onder vermelding van #CuypersinBeeld.

Of bezoek de tentoonstelling en doe daar je schenking. Tot 26 maart 2017 kun je terecht!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Post scriptum — Over de reddingsactie voor Cuypers’ glasnegatieven schreef ik eerder dit item op deze site: http://bit.ly/2hDGDLh.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-Cuy2

Reddingsactie Cuypers’ glasnegatieven

De crowdfunding voor de redding van de glasnegatieven van Cuypers is een groot succes geworden: het streefbedrag van € 10.000,00 is ruimschoots bereikt, maar dat betekent niet dat het Cuypershuis op zijn lauweren gaat rusten. Voor de totale restauratie is immers het viervoudige nodig, dus donaties blijven welkom! De actie via http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven op het platform voordekunst.nl is voorbij, maar de crowdfunding wordt voortgezet door het museum zelf. Help mee en geef je donatie door aan museum@roermond.nl onder vermelding van #CuypersinBeeld.

Hoe begon het ook alweer? Dat lees je hieronder!

Museum Cuypershuis in Roermond heeft de afgelopen jaren interessante tentoonstellingen gemaakt waarin de architecten Cuypers, kerkelijke kunst en – ook moderne – design over het voetlicht zijn gebracht. De expositie over de glasnegatieven die onlangs is geopend, verschilt daar in zoverre van dat het publiek opgeroepen wordt om de restauratie hiervan via crowdfunding te ondersteunen. En dat is hard nodig, want de vroegere opslag op de zolder van het Cuypershuis heeft de conditie van deze beelddragers geen goed gedaan.

Vandaar de actie die je via deze link kunt steunen: http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven

Vóór de restauratie van het Cuypershuis heb ik uitgebreid waardenstellend onderzoek gedaan naar het complex. Ik kwam toen onder meer een plattegrond van circa 1893 tegen, waarin de volgende ruimtes op zolder worden vermeld: de zaal van de fijnschilders, de fotokamer, de glasschilderskamer en enkele slaapkamers.* Vermoedelijk hebben de glasnegatieven tenminste vanaf dat moment – zo niet eerder – op zolder gestaan. Meer hierover vond ik in het proefschrift ‘Een toevloed van werk, van wijd en zijd’ (2004) van Lidwien Schiphorst. Zij heeft als eerste uitgezocht hoe het nu precies zat met de fotografie bij Cuypers en vertelt daarover onder meer het volgende:

  • Voor werkzaamheden werd de fotografie de daaropvolgende zomer ingezet [1860]. Het herstel aan het wandgraf in de Onze-Lieve-Vrouwe-kerk te Breda werd aanzienlijk vergemakkelijkt, doordat er een fotograaf bijgehaald werd om het tekenwerk te bekorten. Het was niet de eerste de beste: de in zijn tijd al bekende Edmond Fierlants uit Brussel. Hij had in 1861 foto’s van schilderijen van de Vlaamse Primitieven gemaakt en in opdracht van de stad Antwerpen 300 opnames van stedelijke gebouwen, stadspoorten, dokken, kades, molens en kerken […]. Cuypers schreef aan [zijn vrouw] Antoinette over de foto’s: ‘zonder dat zoude ik nog meer dan een week moeten blijven om die honderd details op te nemen. Ik heb nu alle dimensies opgenomen en zal met eene photographie en enige afgietsels de zaak geheel en al kunnen afwerken. Het kost mij echter wel veel geld –ik durf het niet te schrijven’.*

De kost ging duidelijk voor de baat uit!

Grafmonument Engelbrecht I van Nassau Breda, historische foto, 1860-1864.
Het laatgotische grafmonument van Engelbrecht I van Nassau en Johanna van Polanen (circa 1505-1515) in de Grote Kerk van Breda werd door architect Pierre Cuypers, beeldhouwer Louis Royer en kunstkenner J.A. Alberdingk Thijm in 1860-1865 gerestaureerd. Historische opname van Edmond Fierlants circa 1865 (met dank aan Wies van Leeuwen*).

______________________

Dat moet geloond hebben, want vanaf 1862 heeft de firma Cuypers & Stoltzenberg een fotograaf op de loonlijst staan. Er werd met name een bestand opgebouwd van beeldmateriaal van gipsafgietselsels en -modellen die gebruikt werden in albums voor de handel. De koper kon hieruit een object kiezen dat vervolgens werd uitgevoerd in natuursteen. Na de liquidatie van Cuypers & Stoltzenberg in 1894 zal de opvolger, Cuypers & Co, onder Pierre en Joseph Cuypers, eveneens een verzameling van glasnegatieven opbouwen van werkstukken, tekeningen, modellen en voorwerpen.

Dit laatste sluit aan bij wat een van de ambassadeurs van de reddingsactie vertelde: de achterkleinzoon van de naamgever van het museum, Pierre M. Cuypers uit Bemmel, die nog in het Cuypershuis opgroeide, kan zich herinneren dat er dozen vol glasnegatieven waren. Toen de familie het complex verliet hebben ze alleen de glasnegatieven met portretten meegenomen en de rest achtergelaten. Tijdens de opening van de tentoonstelling kon hij daardoor nog enkele negatieven aan de collectie toevoegen. Terecht merkte hij toen op dat het niet alleen om de collectie van zijn overgrootvader gaat, maar ook om die van Joseph Cuypers. Dat wordt niet alleen bevestigd door het boek van Lidwien Schiphorst, maar ook door verschillende items die nu geëxposeerd zijn. Vooral de collectie heilig Hartbeelden trok mijn aandacht, omdat verschillende ervan door Joseph Cuypers zijn ontworpen. Ze laten zien dat hij koos voor de sterk gestileerde stijl die rond 1920 onder invloed van Jan Toorop het handelsmerk werd van de toen moderne katholieke kunst.

Met crowdfunding zal het mogelijk zijn om deze bijzondere collectie te redden. Doe hieraan mee en surf naar http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven om een donatie te doen. Alles is welkom!

Je kunt deze actie ook steunen door de link http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven te verspreiden via de sociale media en dergelijke.Vergeet dan vooral de hashtag #CuypersinBeeld niet, zodat ’t Cuypershuis jouw bericht kan doorzetten. De foto’s in de kop van dit artikel mogen daarvoor gebruikt worden. Als je denkt dat het werkt mag je ook dit artikel verder verspreiden: http://bit.ly/2hDGDLh.

Maar het liefst zie ik je bij de crowdfunding op http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen:

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 1 de stad in het klein, Res nova, Ohé en Laak 2007. | http://bit.ly/Cuypers4all
  • Leeuwen, A.J.C. van, P.J.H. Cuypers architect 1827-1921, Zwolle 2007.
  • Schiphorst, L.H.H.M., Een toevloed van werk, van wijd en zijd; de beginjaren van het Atelier Cuypers/Stolzenberg, Nijmegen 2004.

Beeldmateriaal

  • Uitnodiging van Cuypershuis om bij te dragen aan de redding van de glasnegatieven. Hierbij is gebruik gemaakt van een foto van het atelier, waar Cuypers zelf op staat, terwijl hij aanwijzigingen geeft aan een van zijn beeldhouwers met betrekking tot een Zouavenmonument.
  • Artikel over de reddingsactie van Adri Gorissen in Dagblad De Limburger van 19 november 2016. Te downloaden via deze link: http://bit.ly/2hqTR0a
  • Enkele foto’s van ’t Cuypershuis, waaruit blijkt hoe hard de reddingsactie nodig is.
  • Nazaat Pierre M. Cuypers voegt tijdens de opening van de tentoonstelling nog enkele glasnegatieven toe aan de collectie van ’t Cuypershuis. Foto bvhh.nu 2016.
  • Een van de glasnegatieven van Pierre M. Cuypers met zijn vader op de schoot van zijn overgrootvader, zijn grootvader links en zijn ooms staand. Herkomst Cuypershuis.
  • Ook de sociale media worden ingezet om de crowdfunding tot een succes te maken. Wie mee wil doen graag gebruik maken van de hashtag #CuypersinBeeld. Op de foto staan twee glasnegatieven die in deplorabele staat verkeren.
  • Enkele albums en folders met foto’s voor commercieel gebruik uit de tijd van Joseph Cuypers. Foto bvhh.nu 2016.
  • De firma Cuypers & Co had een ruim aanbod in verschillende soorten heilig Hartbeelden, waar een vrij grote markt voor bestond. Verschillende ervan zijn door Joseph Cuypers ontworpen.
  • Een van de meest intrigerende glasnegatieven uit de collectie betreft het maken van de mal voor het bronzen beeld van Jeroen Bosch op de markt in Den Bosch, van August Falise.
  • Foto van ’t Cuypershuis door fotograaf Peter Kessels. Herkomst Cuypershuis.

Dit artikel is tot stand gekomen in het kader van #CuypersinBeeld en #kerkverhalen. Het kan geciteerd worden als Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Reddingsactie Cuypers’ glasnegatieven’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/2hDGDLh (2016).

Je kunt deze actie verspreiden via de sociale media via de link http://bit.ly/2hDGDLh of http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven, onder vermelding van #CuypersinBeeld.

Mirror ‘De kerk als buit’ bij @ifthenisnow

Tweet mirror de kerk als buit ifthenisnow. Collage bvhh.nu 2016

De opzet van de mirrors van if then is now is ideaal om te laten zien hoe actueel ’t verleden is. Dat wordt ook duidelijk uit mijn eersteling die je kunt vinden onder deze link: http://bit.ly/2g4EuZd.

Behoorlijk confronterend, zeker als je bedenkt dat vorige week in de pers stond dat de inventaris van mijn oude parochiekerk in Tilburg – Margarita Maria Alacoque (1922) – momenteel verscheept wordt naar Polen.

Ondertussen heb ik een kleine hommage gebracht aan Wies van Leeuwen die in 1985 de sloop van de Dominicuskerk van Pierre J.H. Cuypers in Alkmaar documenteerde en het Cuypershuis in Roermond, waar spolia van dit monument tentoongesteld worden.

Ga het lezen, ga het zien!

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

#Kerkverhalen | topic spolia

Algemeen: sloopafval of buit? Toeval of bewust?

Spolia zijn buit, maar niet zomaar buit. Het zijn de vaak kostbare restanten die na een veldtocht geroofd of meegenomen werden en later verwerkt zijn in een gebouw of voor de inrichting van een heiligdom. Op een gegeven moment slaat het begrip ook op overblijfselen die hergebruikt zijn. De vroegchristelijke kerken van Rome zitten er vol van! Vooral basementen, zuilen en kapitelen, afkomstig uit vervallen of verwoeste tempels, waren populair. Ook Nederland kent dit soort voorbeelden, waaronder de Romeinse elementen in de O.L. Vrouwekerk van Maastricht en de Barbarossakapel van Nijmegen.* In dat laatste geval werd zeer waarschijnlijk de boodschap afgegeven dat de keizer zich als directe erfgenaam van zijn illustere Romeinse voorgangers beschouwde. Heel anders is het gesteld met de sloop van kerken vanaf circa 1970. Dan wordt alles  te gelde gemaakt wat ook maar iets waard is, vaak alleen al om de sloopkosten te drukken. Een diaspora van kerkelijke kunst is het gevolg.

Tijd: van alle tijden! Schaarste en overvloed

Spoliatie treffen we al aan in het Oude Testament, bij de bouw van de tabernakeltent voor de ark van het verbond, waarvoor de schatten uit Egypte, de spolia Ægyptiorum, werden omgesmolten. Door de schaarste aan bouwmaterialen was het vroeger sowieso gebruikelijk om materiaal uit gesloopte gebouwen te hergebruiken. Kijken we naar kerken dan komt spoliatie met betrekking tot de inrichting voor vanaf de eerste golf kerksluitingen die een aanvang nam in de jaren 1970. Het glas in lood van de Dominicuskerk in Alkmaar (ontworpen door Pierre J.H. Cuypers in 1863 en gesloopt in 1985) verdween om een nieuwe bestemming te krijgen in Amerikaanse kerken.* Maar ook dichter bij huis vonden vormen van spoliatie plaats. In Roermond liet het Cuypershuis een basement, zuil en kapiteel van deze kerk in de pandgang van het museum opnemen. Zo is tenminste één voorbeeld van de rijke bouwsculptuur van deze Cuyperskerk voor het publiek behouden gebleven.

Plaats: de kleine Eusebius op de wereldmarkt

Spoliatie is alleen mogelijk als er een voorraad is aan her te gebruiken materiaal. En daarvan is voldoende, zoals blijkt uit de lotgevallen van de inboedel van de Kleine Eusebiuskerk uit Arnhem (gesloopt in 1990).* De inventaris is opgeslagen met als waarschijnlijke doel Japan: ‘Ze bouwen daar de Notre Dame en de San Marco na als attractie’, vertelde de opkoper.* Bij dit voorbeeld van spoliatie zal het niet blijven. Veel kerken worden gesloten en herbestemd of gesloopt. Zo komen uitmonsteringen vrij, die nergens naartoe kunnen omdat een centrale opslag ontbreekt. Het Catharijneconvent probeert te bemiddelen, maar beperkt zich tot kleine, roerende objecten en loopt zo met een grote boog om de eigenlijke problematiek heen.* De provincie Limburg heeft een depot voor glas in lood opgericht, maar dat is slechts een deel van de inventaris.* Opkopers vullen onvermijdelijk het gat in de markt.


Op de achtergrond

De pandgang van het Cuypershuis, ontworpen door Joseph Cuypers, met de zuil uit de Dominicuskerk (1863-1866) van Pierre J.H. Cuypers. Foto bvhh.nu 2015.
De pandgang van het Cuypershuis, ontworpen door Joseph Cuypers, met een zuil basement en kapiteel uit de Dominicuskerk (1863-1866) van Pierre J.H. Cuypers. Hij staat hier opgesteld tussen gipsen voorbeelden van bouwsculptuur. Foto bvhh.nu 2015.
_____________

De handel in spolia die al vanaf de oudheid bestaat, heeft er vanaf het laatste kwart van de vorige eeuw een nieuwe dimensie bijgekregen door de sloop van kerken en de verhandeling van hun uitmonstering. Zelf kwam ik daar voor het eerst mee in aanraking tijdens de sloop van Cuypers’ Dominicuskerk in Alkmaar in 1985, als secretaris van het Cuypersgenootschap. Als bestuur raakten we daar in een veel te laat stadium bij betrokken en voor ons restte dan ook niet veel meer dan fysiek afscheid nemen van dit bijzondere oeuvre van de naamgever van ons genootschap. De keren dat we er waren viel ons op hoe mooi de kerk ondanks de verregaande onttakeling nog was. Toen het feitelijke moment van sloop dichterbij kwam, kwamen ook telefoontjes van diverse figuren en organisaties die geïnteresseerd waren in de spolia: de een vanwege het cultuurhistorisch belang, de ander omwille van het gewin. Wies van Leeuwen heeft toen bij wijze van requiem een uitgebreide fotoreportage gemaakt en een vlammend betoog geschreven voor De Sluitsteen.

  • ‘En hoe beschamend is die sloop zelf! Tientallen Alkmaarders kunnen zien hoe het van buiten grijs verweerde kerkgebouw als het ware openbreekt als een kleurige bloem die nog eenmaal in alle rijkdom van kleur haar bogen, pijlers, kapitelen en het veelkleurige baksteenmozaïek toont. Naast de ruïne en op een stukje industrieterrein liggen de bewaarde onderdelen: gebroken kolommen, hardstenen goten en geblutste kapitelen. Want zachtzinnig gaat het allemaal niet. Tijd is geld. Beschadigde kapitelen kosten 150 gulden, gave 500 gulden, gewelfschotels 150 gulden. De glasramen gaan naar Amerika. Wat niet verkocht kan worden, wordt vermorzeld. De noordbeuk heeft men laten instorten. De kapitelen zijn met een grijper in een container gegooid en op een hoop gekiept. Het puin wordt op oernederlandse wijze gebruikt voor het op delta-hoogte brengen van de dijk bij Wieringen’.*

Bij de opkopers bevond zich ook ons lid, de steenhandelaar Martien Mol uit Schoorl, die verschillende zuilen, kapitelen en basementen wist te bemachtigen. Daar ben ik nog altijd blij om, ook al was het toen schrale troost. Op die manier is één stel behouden gebleven in het Cuypershuis te Roermond, dankzij wijlen Harrie Tillie, de toenmalige directeur, die daar achteraan ging.


De kleine Eusebiuskerk in Arnhem, gesloopt in 1990. Van te voren werd onder meer het glas in lood weggehaald. Foto Beeldbank RCE-P. van Galen 1990.
De kleine Eusebiuskerk in Arnhem, gesloopt in 1990. Van te voren werd onder meer het glas in lood weggehaald. Foto Beeldbank RCE-P. van Galen 1990.

_____________

Na een nauw verwante lijdensweg als de Dominicuskerk deed zich vijf jaar later de volgende casus voor: de afbraak van de kleine Eusebius te Arnhem ontworpen door H.J. van den Brink in zogenaamde stukadoorsgotiek (1864-1865). Ondanks een realistisch herbestemmingsplan van architect Egbert Hoogenberk, dat we als Cuypersgenootschap steunden, vond men ook hier sloop lucratiever dan behoud. Ditmaal geen grof geweld, maar dissectie van het gebouw en zijn uitmonstering, waarvan de laatste stukken nu wachten op verscheping naar Japan.*

Er zijn ook positieve voorbeelden, zoals de herbestemde Annakerk in Breda laat zien. Ook daar is niet alles in situ behouden – er zullen altijd keuzes gemaakt moeten worden – maar de preekstoel, de glazen en de schilderingen bleven in het zicht. Waar de pijn in zit, is wat als handelswaar uít het zicht verdwijnt. Hier zullen de verantwoordelijke partijen met elkaar afspraken over moeten maken om een registratie op te zetten waardoor duidelijk is wat waarheen gaat én om rijp en groen van elkaar te scheiden. De kans is groot, dat we anders opnieuw zullen beleven hoe kunst die – meestal achteraf – van nationale betekenis bleek, uit ons land verdween.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


 

Bronnen 

De * in de teksten van dit topic slaat – in volgorde – op de volgende bronnen:

Herkomst beeldmateriaal in de kop

  • Algemeen: de Barbarossakapel te Nijmegen. Herkomst: Wikimedia, Hermann Luyken 2013, http://bit.ly/2eQGXHz
  • Tijd: Cuypers’ Dominicuskerk te Alkmaar werd in 1985 jammerlijk gesloopt! Deze foto is afkomstig uit het fotoarchief van de RCE, maar op de beeldbank niet te vinden. De fotograaf is (dus) onbekend. Mogelijk G.J. Dukker, circa 1970.
  • Plaats: screenshot artikel met foto Jan Rikken uit De Gelderlander (z.j.) over de inventaris van de kleine Eusebiuskerk bij Fluminalis, fluminalis.com | http://bit.ly/2eZRVrL

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘#Kerkverhalen | topic spolia’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/2foGuww (2016).
Eerder verscheen het op ifthenisnow.eu onder de verkorte link: http://bit.ly/2f4Bvkq

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2foGuww

Onttakelde kerk Joseph Cuypers Sas van Gent

Dit jeugdwerk van Joseph Cuypers in Sas van Gent, de Maria Hemelvaartkerk uit 1891-1892, is sinds 2013 onttrokken aan de eredienst en staat nu te koop voor circa 140.000 euro. Een groot deel van de uitmonstering, waaronder de originele beelden en meubels, is verdwenen. Het glas in lood uit het atelier Frans Nicolas & Zonen te Roermond en Hendrik Coppejans te Gent is nog aanwezig en valt onder de bescherming van de kerk als Rijksmonument. Helaas zijn er voorbeelden te over, waarbij die bescherming met voeten is getreden. Herkomst: kindtenbiesbroeck.nl

_____________________

Joseph Cuyperscollectie

Benieuwd waar dit over gaat? Klik op de afbeelding of op deze link.

Joseph Cuypers in De Limburger (11 februari 2016).

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo | 5 feb 2016

Het valt toch werkelijk niet altijd mee voor Joseph Cuypers. Zit je al met die zware schaduw van je vader, aan wie een groot deel van je oeuvre wordt toegeschreven, en dan wordt ook nog eens voortdurend je naam verhaspelt. Daar heb ik zelf nog aan meegedaan, zoals je kunt lezen in deze blog op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo: http://bit.ly/Facebook-nBavo-Jo.

Jos, Jos. of Joseph?

Het hele verhaal lezen? Surf dan naar: http://bit.ly/Facebook-nBavo-Jo.

Ben je geïnteresseerd in meer van dit soort blogs, ga dan naar ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo‘ op deze site.

O ja, en ik ben natuurlijk héél benieuwd of iemand die andere plaats in de kathedraal met bouwvaksymbolen kan vinden.

;-) B.1

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Zie ook What’s in a name: Jos, Jos. of Joseph? op deze site. 

Joseph Cuypers in De Limburger

Het zoemde in de pers over de nieuwe Bavo deze week. Enkele dagen geleden werd het nieuws bekend dat prinses Beatrix op 4 maart bij de afsluiting van de derde fase van de restauratie zal zijn. Dat was hét moment voor de stichting Kathedrale Basiliek om de schijnwerper op de nieuwe glazen van Jan Dibbets te richten, waarvan de laatste van de week op 9 februari zijn geplaatst.1 De blog die ik zo’n anderhalf jaar geleden over dit project schreef, heeft de afgelopen dagen opvallend veel bekijks gehad.2

Ondertussen heeft journalist Peter Janssen in De Limburger aandacht besteed aan het archief van Joseph Cuypers dat de nazaten in bewaring hebben gegeven aan het gemeentearchief in Roermond.3 De nieuwe Bavo komt hierin prominent aan de orde. Als voorbeeld van de ‘kathedraal vol potentie’ wordt het glas in lood van Dibbets, gemaakt door Glasatelier Hagemeier in Tilburg, hierin eveneens besproken.4

Het artikel vind je in het scherm hieronder. Om het makkelijk te lezen kun je het artikel vergroten met de knop in de werkbalk.

Joseph-Cuypers-De-Limburger-11-feb-2016-Peter-Janssen

Het proefschrift dat in deze tekst is vermeld, wordt voorbereid door Gert van Kleef, Cuyperskenner en oud-penningmeester van het Cuypersgenootschap.

Overigens is voor het project van Joseph Cuypers in Roermond aanvullende financiering nodig, dus ik ben bezig met de voorbereiding van een projectomschrijving waarmee het Cuypershuis fondsen gaat benaderen. Wie suggesties heeft …

Wordt vervolgd!

B.5
Monogram van Joseph Cuypers circa 1925 (bouwtekening nieuwe Bavo, Noord-Hollands Archief; foto BvHH 2014).


  1. Zie het bericht op de site van Van Hoogevest Architecten. 

  2. Zie ‘Jan Dibbets ontmoet Joseph Cuypers’. 

  3. Peter Janssen, ‘Joseph, de (nog) te onbekende zoon van Pierre Cuypers’, in De Limburger van 11 februari 2016. 

  4. Zie de site van Glasatelier Hagemeier. 

  5. Geïnteresseerd in het boek over de nieuwe Bavo? Ga dan naar de bestelpagina http://bit.ly/Bavo-Ao.
    Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1PHUJ7J. 

Archief Joseph Cuypers naar Roermond

De sociale media hebben er al vol van gestaan, dus hier op de website mag het nieuws over het archief van Joseph Cuypers zeker niet ontbreken.

Je kunt het bericht lezen op de site van If then is now via deze link. Dat is in ieder geval een aanrader voor smartphones, tablets en iPads.
Maar het is ook mogelijk om het in te kijken en te downloaden via het scherm hieronder. De downloadknop zit in de werkbalk rechts van de zoom.

Archief-2-Joseph-Cuypers-naar-Roermond-if-then-is-now

Ook voor dit project is een derde geldstroom nodig, dus wie nog tips voor fondsen heeft, kan dat mailen naar museum@roermond.nl of naar mij.

;-) B.
Lichtkroon van Joseph Cuypers in de Cuyperszaal van het Cuypershuis (foto Marij Coenen, 2014).

Verkorte link: http://bit.ly/1SlJIwW

Grafmonument familie Cuypers te Roermond (2005)

Untitled Untitled
Pierre Cuypers op de leeftijd van 48 en 90 jaar.1

Terugblik

Mijn relatie met Cuypers startte in 1978, tijdens mijn afstudeeronderzoek naar de romaanse oostpartij van de Servaaskerk te Maastricht. Op dat moment was de hele uitmonstering op de koortravee en de apsis na, nog helemaal aanwezig en je kon de bouwgeschiedenis niet doorgronden, zonder je eerst door de ingrepen van Cuypers heen te werken. Aanvankelijk vol weerzin tegen die negentiende-eeuwse, ‘vertroebelende’ laag, groeide lopende het project waardering en bewondering voor de kennis van deze architect en zijn twee kompanen, Victor de Stuers en Jozef Alberdingk Thijm. Dat was het begin van een avontuur dat leidde tot de oprichting van het Cuypersgenootschap in 1984 en mijn promotie in 1995. Met het onderzoek naar de nieuwe Bavo dat in 2013 een aanvang nam, heb ik mijn fascinatie voor deze bouwmeester overgedragen op zijn zoon, Joseph Th.J. Cuypers.

Na mijn proefschrift over het programma van de voorgevel van het Rijksmuseum heb ik een aantal onderzoeken verricht die interessant zijn om Cuypers senior beter te leren kennen. Die kun je bekijken en downloaden via Cuypers4all. Hieronder vind je een samenvatting van de publicatie over zijn grafmonument in Roermond.2 In een later stadium zal een item volgen over het onderzoek naar zijn huis en tevens atelier, het huidige Cuypershuis te Roermond. Daarin komt vooral zijn vernieuwende karakter naar voren in een werkomgeving met stoommachines en in een comfortabele woonplek met een van de eerste waterclosets (toilet) in Nederland. Tot slot komt een aantal verhalen uit de Cuyperscode aan de orde die een tipje van de persoonlijke sluier oplichten. De collectie Cuyperiana is inmiddels ook aangevuld met verhalen over Joseph Cuypers. Maar nu eerst naar het begin en het einde, de alfa en de omega: de grafkapel van en voor de familie Cuypers.

Op Allerzielen 2 november 2006 is het herstelde grafmonument van Pierre J.H. Cuypers door de bisschop van Roermond, monseigneur Frans Wiertz, na een mis in de grafkapel van de bisschoppen, plechtig ingewijd als slotceremonieel van de restauratie. De campagne werd voorbereid en begeleid door Res nova (cultuurhistorisch onderzoek, sponsoring, subsidie- en fondsenwerving, vergunningentraject, draagvlakverbreding en directie werkzaamheden) in samenwerking met architect Hans Coppen en aannemer Tom Loven te Roermond. Beeldhouwer Ton Mooy verzorgde de vier nieuwe beelden voor het monument. Als slotstuk van de restauratie zijn de vier vervangen beelden geconserveerd en overgedragen aan het stedelijk museum ‘Het Cuypershuis’ te Roermond. Voor dit werk tekende restaurateur Adriaan van Rossum. Het bestuur van de Stichting Restauratie Grafmonument dr P.J.H. Cuypers heeft na de voltooiing van de restauratie het monument overhandigd aan de familie Cuypers die voor verder gebruik en beheer zorg zal dragen.3

Grafmonument Cuypers met het ontbrekende beeld. Foto: Jan Straus
Het ontbrekende beeld op het grafmonument met links Cecilia en rechts Petrus.

Het meest spannende onderdeel van de restauratie was de reconstructie van het ontbrekende beeld. Uit onderzoek bleek dat dit geïdentificeerd kon worden als Johannes de Evangelist. Hij verwijst niet alleen naar de vader van Cuypers die als oudste familielid in het graf is bijgezet, maar ook naar het visioen van het hemelse Jeruzalem dat Cuypers als symbool beschouwde van de volmaakte architectuur. Een korte samenvatting van het onderzoek is in 2005 ten behoeve van de fondsenwerving onder de titel ‘Tussen tijd en eeuwigheid’ uitgebracht en hieronder overgenomen. De afbeeldingen van het grafmonument hierin zijn van vóór de restauratie. Het hoofdrapport met de waardenstelling kan overigens gedownload worden via deze link.

Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Johannes de Evangelist. Foto 2005 Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Petrus en Catharina. Foto 2005 Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Cecilia en Catharina. Foto 2015.
Het nieuwe beeld Johannes, het meer vrij gekopieerde beeld Petrus en de gereproduceerde beelden Cecilia en Catharina (van links naar rechts).

Tussen tijd en eeuwigheid

Begraven, maar niet vergeten!

Architect dr Pierre Cuypers (bekend van onder meer het Rijksmuseum en het Centraal station in Amsterdam) ligt begraven op ‘d’n Aje Kirkhoaf’ in Roermond. Het grafmonument, waar ook andere leden van zijn familie hun laatste rustplaats hebben, en het ontwerp van de begraafplaats zelf zijn beide van zijn hand en hebben sinds enkele jaren de status van rijksmonument.

Wie was Pierre Cuypers?

Pierre Cuypers werd in Roermond geboren op 16 mei 1827. Na het stedelijk gymnasium ging hij in 1844 naar de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen om zich te ontwikkelen als architect en allround ontwerper op het gebied van de toegepaste kunsten. In 1849 keerde hij terug naar Roermond, bekroond met de prix d’excellence. Een jaar later stelde de gemeente hem aan als stadsarchitect, terwijl hij door de bisschop van Roermond belast werd met de restauratie van de Munsterkerk.

Vanaf het begin maakte Cuypers naam met wat we kortweg als neogotiek aanduiden: hij ontwikkelde een eigentijdse stijl, waarbij hij elementen uit de Europese gotiek combineerde met inheemse motieven en materialen. Met name baksteen was favoriet. In Antwerpen waren de angry young men van de Academie te hoop gelopen tegen de bepleisterde schijnarchitectuur. In plaats daarvan werd ‘kale’ baksteen gebruikt: eerlijk en duurzaam materiaal dat op dat moment echter een armoedige reputatie had. Door dit te combineren met verfijnde metseltechnieken en toe te passen in verschillende kleurschakeringen, wist Cuypers de markt te interesseren voor zijn nieuwe manier van bouwen. Op den duur slaagde hij er zo in om een eigen ‘nationaal’ gezicht te geven aan internationale stromingen als de neogotiek en de neorenaissance.

Cuypers' huis en werkplaatsen te Roermond circa 1900.
Avant garde-architectuur van 1853: het woonhuis met de werkplaatsen te Roermond.

Zijn middeleeuws aandoende stijl, waarmee Cuypers teruggreep op de inheemse bouwtradities, was toentertijd zeer modern. Het complex van zijn eigen woonhuis en enkele werkplaatsen (tegenwoordig het Cuypershuis van Roermond) gold bij oplevering in 1853 als een avant-gardistisch visitekaartje van het architectenbureau en de kunstwerkplaatsen van Cuypers.

In 1850 trouwde Cuypers met de Antwerpse modiste Rosalie van de Vin. Zij overleed echter in 1855, kort na de dood van hun tweede dochtertje. In 1858 hertrouwde hij met Antoinette, de jongste zus van de Amsterdamse koopman en publicist Joseph Alberdingk Thijm, een goede vriend van Cuypers. Nenny, zoals zij in huiselijke kring heette, en Pierre kregen vijf kinderen waarvan zoon Joseph zelf ook een bekend architect werd. Beide echtgenotes en Joseph en zijn vrouw Delphine zijn bijgezet in het familiegraf in Roermond.

Voor de verdere ontwikkeling van architectenbureau Cuypers is zijn succes als ‘netwerker’ bijzonder belangrijk. In 1853 werd de kerkelijke hiërarchie hersteld in Nederland, hetgeen betekende dat de katholieke kerk zich als organisatie in het land mocht vestigen. Het gevolg was dat de paus met goedkeuring van de Nederlandse staat overging tot de oprichting van nieuwe bisdommen, van waaruit over heel Nederland nieuwe parochies werden gesticht. Dit luidde een hausse in de kerkenbouw in. Cuypers was samen met zijn compagnon Frans Stoltzenberg juist in 1853 van start gegaan met hun atelier voor christelijke kunst en had zich in Antwerpen al bekwaamd in de neogotische kerkenbouw. De timing om deze nieuwe markt te veroveren, was dus perfect.

De Willibrordus-buiten-de-Veste te Amsterdam, ontworpen door Cuypers (1864-1866) en voltooid door Joseph Th.J. Cuypers in 1897 en 1923.
De Willibrordus-buiten-de-Veste, ontworpen door Pierre Cuypers (1864-1866). Van de hoge torens van deze zogenaamde Kathedraal van Amsterdam, werd uiteindelijk alleen die op de viering uitgevoerd, en wel door Joseph Cuypers. De kerk is gesloopt in 1970.

In 1863 verhuisde Cuypers zijn architectenbureau naar Amsterdam, waar ‘het’ immers allemaal gebeurde. Mede door zijn functie als lid van het College van Rijksadviseurs voor de Monumenten van Geschiedenis en Kunst en zijn relatie met Victor de Stuers kreeg Cuypers de opdrachten voor het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam alsmede vele restauratieopdrachten.

Ook bij deze prestigieuze opdrachten paste Cuypers consequent baksteen als bouwmateriaal toe. Voor het Rijksmuseum liet hij zelfs een speciaal formaat ontwikkelen. Geen wonder dat zowel de vereniging van baksteenfabrikanten als de Nederlandse aannemersvereniging Cuypers huldigde bij verschillende jubilea. Doordat hij als voortrekker het traditionele bouwvak in ere had hersteld, was het spin-off effect van zijn praktijk voor zowel de ene als de andere bedrijfstak aanzienlijk.

Behalve als architect was Cuypers actief als politicus in de gemeenteraad van Amsterdam en Roermond en richtte hij een van de eerste werkgeversorganisaties in Nederland op.

Stadsplattegrond van Roermond uit 1902.
Stadsplattegrond van Roermond uit 1902: de clustering van gebouwen op het snijpunt van de wegen linksonder betreft het complex van de Kapel in het Zand. Aan de weg die naar het zuiden loopt, ligt de entree tot het kerkhof.

De begraafplaats ‘d’n Aje Kirkhoaf’ in Roermond

In de negentiende eeuw maakte de dood meer deel uit van het dagelijkse leven dan vandaag de dag. De frequentie waarmee men familie en vrienden verloor was relatief hoog ten gevolge van een verhoudingsgewijs laag peil van de kraam- en algemene gezondheidszorg. De positie die men bij leven had moest ook zichtbaar zijn na de dood. Graven waren statussymbolen, waarbij families elkaar de loef af wilden steken met de fraaiste monumenten. De laatste rustplaats werd het middelpunt van architectonische, beeldhouwkundige en sierijzeren hoogstandjes. Zo bevindt zich op het kerkhof in Roermond neogotische (graf)kunst van hoge kwaliteit in een parkachtige omgeving.

De ‘Aje Kirkhoaf’ is een van de oudste algemene begraafplaatsen in Nederland en kent een strikte scheiding van de diverse geloofsovertuigingen, zoals die in Nederland vanaf het eind van de achttiende eeuw voor dodenakkers werd doorgevoerd. Naast de indeling in religie is er op het kerkhof ook een duidelijk onderscheid in vier klassen. In de eerste klasse lieten de rijken zich begraven in “eeuwigdurende graven”, met monumentale opbouwen en indrukwekkende grafkelders. De tweede en derde klasse bestonden uit huurgraven, de vierde klasse was bedoeld voor de armste bewoners.

Deze indeling is van de hand van Cuypers, die als stadsarchitect in 1858 de begraafplaats opnieuw inrichtte. Toen ontstond ook het lineaire karakter van het kerkhof en de aandacht voor de beplanting. Inrichting en beplanting van de begraafplaats zijn belangrijk om bezoekers in de juiste sfeer te brengen. Cuypers en zijn tijdgenoten deelden de romantische visie dat de weemoed op een kerkhof een brug sloeg tussen hemel en aarde.

Cuypers gerestaureerd grafmonument aan de voet van de bisschoppelijke Grafkapel. Foto: Jan Straus
Het grafmonument van P.J.H. Cuypers ligt aan het koor van de bisschoppelijke Grafkapel. Deze symbolisch zeer belangrijke locatie zorgt ervoor dat zijn status tot het einde der tijden is verzekerd.

Cuypers’ boodschap

Het versleutelen van boodschappen in de kunst door middel van symbolen is iets van alle tijden. Bij Cuypers kan men deze ontcijferen, omdat zijn beeldentaal geënt was op een brede onderstroom van collectief bewustzijn die sterk bepaald was door het katholieke geloof. Dit kent een schat aan metaforen rond het thema ‘dood en verrijzenis’. Het kerkhof wordt beschouwd als het vertrekpunt naar het paradijs. Dit paradijs wordt gevonden in de heilige Stad, het hemels Jeruzalem dat de evangelist Johannes in de Openbaringen heeft beschreven. Deze stad staat symbool voor de katholieke maatschappij met haar heilige ordening in rangen en standen, die op haar beurt weer is ingebed in de indeling van het kerkhof. Maar dit hemelse Jeruzalem wordt ook zichtbaar gemaakt door middel van architectuur, beelden, schilderingen, (edel)smeedkunst en glas-in-lood in het aardse kerkgebouw dat als een voorafspiegeling van de Goddelijke stad geldt. Elementen als deze vormen de kern van Cuypers’ gedachtegoed, waarin de architect een rijke middeleeuwse symboliek en de rituelen van het katholieke geloof versleutelde.

Naast het thema van het hemels Jeruzalem, speelde het lijdensmotief een toonaangevende rol: het centrale ritueel in het katholieke geloof bestaat uit de eucharistie, het ‘Heilig Sacrament des Altaars’, waarbij het bloedige lijden en sterven van Christus op onbloedige wijze wordt herdacht. Daarom bevat elk altaar een kleine holte: het sepulchrum, dat een verwijzing vormt naar het graf van Christus. Iedere kerk was zo tevens de grafkerk van Christus en verwees als zodanig naar de Grafkerk bij uitstek in Jeruzalem. Dit gebouw, opgetrokken boven het lege graf van Christus (Jezus is herrezen), vormt – hoe kan het ook anders – een christelijk icoon van klasse.

Grafmonument Cuypers met de leeuw als symbool van Marcus. Grafmonument Cuypers met de os als symbool van Lucas. Grafmonument Cuypers met de adelaar als symbool van Johannes. Grafmonument Cuypers met de mens als symbool van Mattheus.
De vier evangelistensymbolen in de hoeken van het randschrift rondom de zerk en de gedenkpijler: de leeuw van Marcus, de os van Lucas, de adelaar van Johannes en de engel of mens van Mattheus.

Beide thema’s herkende Cuypers op goede gronden in de middeleeuwse Munsterkerk te Roermond. Toen hij dan ook in 1887 opdracht kreeg om een bisschoppelijke Grafkapel op ‘d’n Aje Kirkhoaf’ te ontwerpen, greep hij terug op dit model. Cuypers was waarschijnlijk al in 1858, ten tijde van de herinrichting van het kerkhof, op de hoogte van de geoormerkte positie van die grafkapel en heeft deze voorkennis gebruikt bij de bepaling van de locatie van zijn eigen graf. Als voorafbeelding van het hemels Jeruzalem, wordt de begraafplaats als het ware tot een microkosmos van de maatschappij. Het centrum van deze microkosmos wordt gevormd door de bisschoppelijke Grafkapel. Door deze symboliek plaatste Cuypers zijn graf zowel ín het hemels Jeruzalem als in de directe nabijheid van deze heilige Stad.

Grafmonument Cuypers voor de restauratie. Foto: Jan Straus
Het grafmonument van dr Pierre J.H. Cuypers te Roermond voor de restauratie (Foto: Jan Straus)

Het grafmonument van de familie Cuypers

Locatie en oriëntatie óp de begraafplaats waren van essentieel belang. Direct na de voltooiing van de werkzaamheden in 1858 wist Pierre Cuypers een vergunning te verkrijgen voor de bouw van een grafkelder op een prominente positie, in de directe nabijheid van de dertig jaar later door hem gebouwde bisschoppelijke Grafkapel.

Het grafmonument is één van de meest opvallende gedenktekens op het kerkhof. Zij geldt als eerbetoon aan zijn overleden familieleden en uiteindelijk ook voor Cuypers zelf. Het monument bestaat uit twee zerken en een grootse gedenkpijler. Op de sokkel, voorzien van de namen van de in het graf gelegen personen, is een opbouw met vier elegante heiligenfiguren geplaatst. De neogotische vormentaal van het geheel is kenmerkend voor de tweede helft van de negentiende eeuw. Het is bovendien de ‘taal’ die Cuypers gedurende zijn carrière vervolmaakte en op grote schaal toepaste.

De grafzerk van Rosa dateert van 1858 en is ontworpen in middeleeuwse stijl. Inspiratiebron hiervoor was de zerk die Cuypers vriend, geestverwant en latere zwager, Josef Alberdingk Thijm in 1855 voor de laatste rustplaats van zijn familie ontwierp. Rosa staat als het ware in een gotische kerk – verwijzing naar het hemels Jeruzalem – en is omringd door de vier evangelistensymbolen die aan ‘den ingang der poorte van het huis des Heere’ staan.

Grafmonument Cuypers voor de restauratie met de zerk van Rosa. Foto: Jan Straus
De zerk van Cuypers’ eerste vrouw, Rosa van de Vin.

De gedenkpijler, waartoe ook vier heiligenbeelden behoren, is ontstaan na de dood van Cuypers’ tweede vrouw, in 1898. De heiligen Cecilia en Catharina zijn beide verwijzingen naar Nenny; Cecilia als patrones van de muziek, Catharina als naamheilige. Beide figuren keren ook terug op een piano die Cuypers als verlovingsgeschenk aan zijn jonge vrouw had geschonken. Petrus is niet alleen afgebeeld als de naamheilige van Pierre Cuypers, maar ook als de drager van de sleutels die toegang bieden tot de poorten van de hemel, de heilige Stad. Verder was Petrus de eerste bisschop van Rome en staat hij dus symbool voor de aardse kerk.

Het vierde beeld, dat met moeite geïdentificeerd kon worden, is Johannes. Hij kreeg niet alleen een plaats als naamheilige van de vader van Cuypers, maar vooral als Johannes de evangelist die het hemels Jeruzalem in zijn visioen heeft gezien. Hij is op het grafmonument zo geplaatst dat hij kijkt naar de bisschoppelijke Grafkapel, de aardse voorafspiegeling van het hemels Jeruzalem.

Grafmonument Cuypers Mariasymbool roos op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool maarts viooltje op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool maarts viooltje op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool roos op hoek baldakijn.
De hoeken van de baldakijnen boven de vier heiligen zijn gesierd met bloemen die terug te voeren zijn tot de roos en het maarts viooltje: beide behoren tot de Mariasymbolen

Tot in details als de bloemmotieven toe werkt de symboliek door. De associatie van bloemen, hiernamaals en verrijzenis is al zo oud als de prehistorie. De rol van de bloemen in de grafcultus wordt op prachtige wijze door Cuypers verwoord, wanneer hij zijn zoon Joseph na een bezoek aan het graf van Nenny schrijft: ‘Wat is verwonderlijk hoe fraai de bloemen blijven op Moeders graf. Er zijn rozenknoppen die voortdurend ontluiken. Het groen is zoo frisch of ’t slechts eenige uren aan de stam onttrokken is -‘. Dit thema lijkt vertaald te zijn in de stenen rozen aan de baldakijnen die in een eeuwigdurend ontluiken zijn verstild.

Met de restauratie van het monumenten zijn de graven geschud en de beenderen verzameld. Rustend tussen zijn beide vrouwen is Cuypers op 2 november 2006 opnieuw ten grave gelegd in de crypte die hij voor zijn familie had bestemd. Dona eis requiem sempiternam.

Mozaïek van Cuypers: de vloer van het koor van de Munsterkerk.
Mozaïek van Cuypers de vloer van het koor van de Munsterkerk met het Benedicite.

B.4

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Deze en andere foto’s in dit item zijn ontleend aan het onderzoek over het grafmonument → Cuypers4all

  2. Dit is uitgevoerd in nauwe samenwerking met drs Don Rackham van DR Erfgoed. 

  3. Tijdens de restauratie werden de belangen van de familie behartigd door met name drs Pierre Cuypers uit Bemmel. 

  4. Terugblikkend op dit project was niet alleen de restauratie op zich een heel avontuur: het bleek ook een hele uitdaging om uit de specialistische tekst van het rapport een eenvoudige leesbare brochure te destilleren. Hier mag niet onvermeld blijven dat mijn co-onderzoeker, Don Rackham, de collegiale toets verrichtte en drs Roland Bruynesteyn MBA mij hielp met het verder vereenvoudigen van de tekst en de redactie op zich nam. Bij dit project voerde de laatste ook de fondsenwerving uit et cetera namens het bestuur van de restauratiestichting.

    De verkorte link van deze webpagina is http://bit.ly/1PHUGJ4. 

Wat schikt het …

Wat schikt het ... De Schikgodinnen van Joep NicolasWat zouden ze in petto hebben,
de schikgodinnen van Nicolas
Wat schikt het … in 2015?
Een onzekere zwaai
van het spinnewiel?
Als rad van fortuin
met stro dat in goud wordt omgezet?
Maar waar leidt die ene draad dan heen …
wat wil die harpij met haar schaar?
Of wordt het een gelukkige worp?
Vol concentratie gegooid
waarbij vier en zes en één
in stapels voorspoed
veranderen?
Gezondheid, vrede, welvaart
laat het dat schikken
in het nieuwe jaar.

Wat schikt het ... Nicolastentoonstelling Cuypershuis

Postscriptum — De collage is gemaakt aan de hand van foto’s van Marij Coenen bij de tentoonstelling van het werk van Joep Nicolas in museum Cuypershuis te Roermond. Deze is nog tot 22 februari 2015 te bezichtigen. Voor meer informatie zie:

Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-1cy
[print_link]