Gedicht op maandag op Twitter

De serie ‘Gedicht op maandag’ #Gom kan direct op twitter bekeken worden via deze link.

Wat ik daar nu toch mee wil, met dit soort gedichten, lees je hieronder naar aanleiding van mijn eerste bundel ‘Assez de place’ (2008).

 


 

Mijn eersteling

Ik liep er al een hele tijd mee rond, voordat ik me waagde aan mijn eerste bundel gedichten – Assez de place pour être heureux – die ik schreef tijdens een excursie in de Picardie met het gezelschap ‘Kunst der vormen’ in 2008. De titel is ontleend aan de tekst die Marjan ons tijdens een briefing voorlas, waarin de regel voorkwam: ‘Pense qu’il faut si per de place pour être heureux’. Wat mij betreft, was er op de plek waar we waren ‘assez de place pour être heureux’. Ik heb het als een gunst ervaren om zowel in ambiance als gezelschap zoveel inspiratie te vinden dat mijn droom werkelijkheid werd. De ‘notice explicative’ bij de gedichten ben ik gestart met een soort beginselverklaring die niets van haar kracht verloren heeft:

De gedichten zijn het resultaat van vrije associatie en zijn in de kiem vaak in enkele minuten op locatie tot stand gekomen, waarna het tijdrovende schaafwerk en het wikken en wegen van subtiele woordschakeringen volgde. Bij de opzet ervan heb ik vanwege de beoogde relatie met de ‘kunst der vormen’ geen enkele poging gedaan me los te maken van mijn discipline als kunsthistoricus. Ook al deed zich hier niet de noodzaak voor om mijn interpre- taties wetenschappelijk te onderbouwen, om ze te kunnen geven – hoe verdicht ook – moest ik een beroep doen op mijn individuele schatkamer aan beelden en woorden. Daar schuilt natuurlijk ook een pracht van een paradox achter die ik graag bewaar voor een volgende keer.

Net zoals architectuur – en de kunst in het algemeen – kunnen gedichten vanuit verschillende lagen gelezen worden. Dat geldt al helemaal als er ook nog een plaatje bij zit. Het bleek een spannende worsteling te zijn om een goede onderlinge groepering te vinden tussen de twee media. Bij een gedicht op locatie zijn woord en beeld immers onverbrekelijk met elkaar verbonden. Eigenlijk gaat het om een soort stripverhaal en dan staat zo’n zin er zonder figuratieve ondergrond maar naakt bij.

Bij deze stripgedichten bestaat de eerste laag van de interpretatie uit datgene wat iedereen er zelf van maakt. En dat kan iets heel anders zijn dan ik bedoelde. Dat is niet erg. Zoals de kunstfilosoof Jacques de Visscher ooit met de nodige verve beweerde, is de bestemming van de kunst niet de maker zelf, ‘maar het publiek, en dat bijgevolg de zaak van het begrijpen van een kunstvoorwerp niet in de eerste plaats bij de maker ligt die dit dan buiten het werk om aan de toeschouwer als aangesprokene dicteert’. Kunstwerken zijn niet aansprekelijk omdat ze ‘in de particulariteit van de wereld van de maker’ gevangen zitten, maar juist omdat ze steeds weer ‘nieuwe verhalen genereren’. Het staat ieder dus vrij er van te maken wat men wil, zoals ik met mijn vrije associatie eveneens heb gedaan. Maar de meeste mensen blijken daar wel een handvat bij te kunnen gebruiken. Vandaar dat ik enige achtergrondinformatie bij de gedichten geef.

En zo ben ik dat blijven doen.

Meer weten over de gedichten die ik vanaf 2006 schreef? Volg dan deze link.

;-) B.

Omslag gedichtenbundel 'Assez de place' (2008) | Gedicht op maandag #Gom
De eerste bundel met erfgoedgedichten op locatie was ‘Assez de place’.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

De kerk in het midden | 12 mei 2016

'De kerk in het midden', Laurentiuskerk Alkmaar 12 mei 2016 (foto Anton van Daal)
Menno Heling legt uit hoe het platform if then is now in elkaar zit en werkt. Zijn missie is verhalen vertellen over erfgoed en cultuur en die weer te binden met toerisme. Foto Anton van Daal 2016.

Verslag van de bijeenkomst ‘De kerk in het midden’

Hoe je met verhalen kerken helpt

Op uitnodiging van Menno Heling van het verhalenplatform voor cultuur, erfgoed en toerisme if then is now en Bernadette van Hellenberg Hubar, sinds de oprichting van het Cuypersgenootschap in 1984 bezig met religieus erfgoed, kwamen een kleine dertig verhalenvertellers bijeen in de Laurentiuskerk te Alkmaar (1859-1861) van P.J.H. Cuypers. Dit selecte gezelschap werd op het goede spoor gezet door wethouder Anjo van de Ven van Alkmaar die haar sterke visie op de toekomst van kerkelijk erfgoed graag deelt (zie onder andere het platform Toekomst religieus erfgoed). In haar opening vroeg ze aandacht voor een drietal kernverhalen over de Laurentiuskerk: de architect Pierre J.H. Cuypers, de kerkschilder Alexander Kläsener en het heilig Bloedwonder van Alkmaar. Deze verhalen typeren bij uitstek de opzet van de bijeenkomst, zoals blijkt uit de tekst die integraal op if then is now is gezet: http://bit.ly/KihM-avdv.

Doelstelling van de middag op 12 mei was om de groep (wetenschappelijke én activistische) verhalenvertellers een breder en groter publiek te laten bereiken door enerzijds de inzet van social media, en anderzijds gebruik te maken van if then is now om verhalen te publiceren online. Immers, de komende jaren zullen steeds meer kerken moeten kiezen voor integrale herbestemming of aanvullende functies, waarvoor het belangrijk is om publiek te trekken. Profileren en krachten bundelen was en is dus het motto. Met de hashtag #KihM werd dat die middag op Twitter kracht bijgezet.

Bij haar inleiding opende de wethouder het eerste verhaal van de Laurentiuskerk door een QR-code over de schilder Kläsener, met diverse werken in de Laurentius vertegenwoordigd, te scannen. Bernadette en Menno bieden de mogelijkheid aan om op deze laagdrempelige manier de verhalen van een kerk te ontsluiten.

'De kerk in het midden', Laurentiuskerk Alkmaar 12 mei 2016 (foto Anton van Daal)
Wethouder Anjo van de Ven test met Menno Heling de QR-code uit die de eerste 2.0-ontsluiting vormt van de schilderingen in de Laurentiuskerk te Alkmaar. Foto Anton van Daal 2016.

Het platform ifthenisnow.eu

Menno presenteerde if then is now als een platform voor iedereen. Van experts die hun artikelen delen tot gebruikers die hun persoonlijke verhalen daaraan koppelen. Hij wil mensen warm maken, ideeën genereren en bezoekers werven voor (religieus) erfgoed. Bij die verhalen kan het zowel gaan om specialistische informatie (artikelen, biografische informatie, points of interest) als om oral history. De middag was dan ook bedoeld om een Kerk in het midden community te laten ontstaan.

Zijn presentatie (http://bit.ly/KihM-mh) liet een aantal onderdelen van if then is now zien, en wat er reeds is, van samenwerking met musea tot clusters verhalen over vluchtelingen. if then is now wil dan ook mensen aan het denken zetten door onder andere De kerk in het midden als verhalencluster te promoten.

if then is now is niet simpelweg een verhalensite, maar heeft ook een journalistieke opzet. De vele artikelen, verhalen en andere content laten zich groeperen rond een onderwerp (topic) dat vervolgens geplaatst tegenover een andere topic een spiegel tussen het verleden en het heden oplevert. Hierdoor ontstaat het broodnodige historisch perspectief waardoor ontwikkelingen vandaag de dag in breder verband beoordeeld kunnen worden. Dat levert een belangrijke waarde voor de toekomst.

Alle content op het platform if then is now is voorzien van een geo-locatie, inspireert gebruikers om een plek van (historische) betekenis op te gaan zoeken en heeft koppelingen naar objecten uit diverse erfgoedcollecties als Rijksmuseum, Centraal Museum of Archief Eemland (e.a.). Menno zijn presentatie toonde schematisch de lagen van betekenis die het platform in zich draagt, de beleving die associaties met de context en een bijzondere plek als de Laurentiuskerk mogelijk maakt.

Zo kan het verhaal van een kerk of klooster in een bredere context worden geplaatst, gekoppeld aan biografische informatie over een priester of een bisschop, aan een issue over de kerk in het algemeen of persoonlijke verhalen van gebruikers. Zo ontwikkelt zich een community die met de door Menno gepresenteerde strategie ook weer ingezet kan worden om het belang van religieus erfgoed onder de aandacht te brengen.

Naar aanleiding van de vragen uit de groep: if then is now is een open source platform gebouwd in Drupal, en heeft contact met diverse provinciale verhalensites. Het platform gebruikt alleen maar rechtenvrije foto’s of afbeeldingen met toestemming van de fotograaf. Vanuit de groep werd geadviseerd om hiervoor ook gebruik te maken van Wikimedia, waar veel reprovrije foto’s van Nederlandse monumenten op staan. Menno legde uit dat het op dit moment nog niet mogelijk is om hoge resolutiefoto’s te plaatsen op ifthenisnow. Na de pauze ging hij in op kwaliteitsbewaking van de content en de interface.

De presentatie toonde tot slot enkele aparte homepages zoals binnenkort ook voor De kerk in het midden opgezet wordt: http://bit.ly/KihM-mh.

Zo oud als de wereld: verhalenvertellers

'De kerk in het midden', Laurentiuskerk Alkmaar 12 mei 2016 (foto Anton van Daal)
Bernadette van Hellenberg Hubar komt met een nieuwe iconografische interpretatie van de iconografie van het heilig Bloedaltaar in de Laurentiuskerk. Dat alleen al vormt een rijke bron van verhalen. Foto Anton van Daal 2016.

Bernadette hield een pleidooi om social media te gaan gebruiken om meer aandacht voor het eigen verhaal te krijgen. Of je nu regelmatig een blog publiceert over religieus erfgoed of dat je je intensief inzet voor het behoud van een kerk, met Facebook en Twitter bereik je veel meer mensen dan via printmedia of op je eigen website. Haar missie richt zich vooral op het betrekken van de specialisten in haar netwerk, vooral omdat er veel kennis aanwezig is die vaak niet verder komt dan een beperkte groep. Haar presentatie vind je hier: http://bit.ly/KihM-bvhh.

Storytelling is hot! Erfgoed heeft dan ook een enorme voorsprong op allerlei media of vormen van vermaak. Erfgoed heeft een wereld van verhalen (content) die ze kan delen met het potentiële publiek en zo vele mensen aan zich kan binden. Met name ten aanzien van onroerend erfgoed is er nog weinig onderzoek gedaan naar de waarde van social media. Bernadette pleitte dan ook voor meer aandacht om harde cijfers te verzamelen in de strijd om de aandacht.

De traditionele manier om aandacht voor een verhaal of artikel te vragen (het broadcasten) ziet Bernadette steeds meer vervangen worden door een nieuwe manier van presenteren. Publiceren in een ‘drietrapsraket’ online op een eigen website, daar een blog over schrijven, en dit delen via de social media. Met name raakt zij geïnspireerd door het krijgen van directe respons op haar publicaties, waar vroeger hooguit een ingezonden brief het resultaat was.

Bernadette toonde de verschillende aspecten van social media als Facebook, Twitter en LinkedIn als mogelijke kanalen om te publiceren en je werk te promoten. Haar presentatie toonde diverse afbeeldingen van hoe je op deze kanalen beeld en tekst kunt combineren met onder andere video. Aan de hand van deze basiselementen overtuigde ze haar publiek om het zelf ook te gaan proberen.

Een publicatie op if then is now kan gedeeld worden via Twitter en verder verspreid via LinkedIn en Facebook via een uitgekiende strategie (WAT wil ik HOE communiceren) en in samenwerking met een groep gelijkgestemden (de claque die het op haar beurt verder verspreidt). Maar ook ter plekke kan het verhaal gedeeld worden via de eerder genoemde QR-codes.

In haar presentatie heeft Bernadette op een rij gezet wat een kerk als organisatie nodig heeft om het digitale traject te bewandelen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een statische component (website) en dynamische onderdelen (sociale media, platforms zoals if then is now et cetera) Haar presentatie laat zien hoe en wat dit stappenplan betekent voor de Laurentiuskerk, maar ook een organisatie als het Cuypersgenootschap die veel voor kerken doet: http://bit.ly/KihM-bvhh.

Op vragen van de deelnemers adviseerde Bernadette Evernote of Onenote om op een eenvoudige manier inhoudelijk webpagina’s op te slaan, waardoor die kennis niet verdwijnt als er iets uit de lucht wordt gehaald. Dit is ook heel bruikbaar voor sociale media. Verder is het aan te raden om je eigen site of blog aan te melden bij de KB voor behoud op langere termijn van je content.

Bernadette pleitte tot slot nog voor het in ere houden van de klassieke digitale nieuwsbrief. Zij toonde nog Hootsuite als beheersinstrument om alle uitingen overzichtelijk te kunnen managen en niet teveel tijd aan social media kwijt te zijn, en is gaarne bereid om iemand die ons netwerk De kerk in het midden wil komen versterken, hierin verder te helpen. Zij eindigde met een citaat van het bekende blog Erfgoed 2.0: ‘Internetbezoekers zijn mensen die twitteren, namens zichzelf of namens hun organisatie, mensen die hun kennis en onkunde met elkaar delen, hun afkeer en voorkeur, passie en desinteresse. Zij verwachten van een museum [/kerk] hetzelfde.’

De onderzoeken naar musea en sociale media die Bernadette tijdens haar presentatie heeft genoemd kun je downloaden via deze link.

'De kerk in het midden', Laurentiuskerk Alkmaar 12 mei 2016 (foto Anton van Daal)
David Mulder geeft uitleg bij de schilderingen van Alexander Kläsener die in belangrijke mate de aankleding van de Laurentiuskerk bepalen. Foto Anton van Daal 2016.

Hoe deel je een artikel of verhaal op ifthenisnow.eu?

Na de pauze nam Menno de verhalenvertellers mee in hoe je je verhaal of artikel bij if then is now kunt uploaden. De formulieren hiervoor zijn recent vereenvoudigd en simpel in gebruik. Verder worden nieuwe auteurs door de redactie van if then is now in de gaten gehouden. Per week maken 3-5 mensen een nieuw account aan, en gaan iets toevoegen. Zo nodig stuurt de redactie een Schrijfwijzer met tips hoe je verhaal of artikel online beter tot zijn recht komt.

Auteurs worden met naam en toenaam genoemd op het platform, zodat duidelijk is voor de gebruiker hoe de waarde van een stuk is in te schatten. Persoonlijke verhalen blijven eerder hangen dan (wetenschappelijke) artikelen, en daarom is de combinatie van beide zo belangrijk voor de werking van een platform als if then is now.

Zijn presentatie liet tot slot zien dat een cluster over De kerk in het midden voor een breder publiek makkelijk te maken is. Immers een aantal artikelen rond kluizenaars en hedendaags mediteren is makkelijk te koppelen aan een fietstocht over de Moderne Devotie: http://bit.ly/KihM-mh.

Netwerkborrel

Bij de borrel zwermde de groep verhalenvertellers uit over de Laurentiuskerk waarbij David Mulder enthousiast vertelde over de recent herontdekte schilderingen van Alexander Kläzener, Cuypers’ biograaf Wies van Leeuwen het vroege werk van Pierre J.H. Cuypers detailleerde met zijn eigen verhalen en Bernadette de aparte iconografie van het heilig Bloedaltaar van J.H. Tonnaer van uitleg voorzag.

De middag heeft bewezen dat de Alkmaarse Cuyperskerk zeer geschikt is voor dit soort bijeenkomsten en dus een mooi voorbeeld is van multifunctioneel gebruik.

'De kerk in het midden', Laurentiuskerk Alkmaar 12 mei 2016 (foto Anton van Daal)
Wies van Leeuwen legt uit wat er zo bijzonder is aan deze vroege Cuyperskerk in Alkmaar. Foto Anton van Daal 2016.

Geef het door!

  • Deel dit verslag met kennissen en andere geïnteresseerden, en vraag hen ook mee te doen met het vertellen van verhalen over kerken, kloosters en ander religieus erfgoed. Dat kan zomaar door een verhaal of artikel te plaatsen op if then is now of het eigen blog te delen via social media. Maar je kunt iemand ook opgeven voor de volgende meeting van onze Kerk in het midden community, begin oktober nog van dit jaar. Dat kan via Bernadette of via Menno. Het programma wordt later bekend gemaakt.
  • Van de bijeenkomst en de kerk zijn foto’s gemaakt door Anton van Daal. Hij is een van de actieve leden van de besloten groep Nederlands religieus erfgoed op Facebook. Wie daar belangstelling voor heeft kan zich op Facebook aanmelden via Rob Kreukniet, tevens de beheerde van Reliwiki.
  • De Laurentiuskerk is van 1 april tot 1 november elke vrijdag open van 10.30 tot 16.00 uur en is zeker een omweg waard. De kerk is te vinden aan het Verdronkenoord 68, 1811 BG te Alkmaar.
  • Interesse om in de Alkmaarse Cuyperskerk iets te organiseren? Neem dan contact op met Kees Groenland, secretaris van de beheerstichting, via info@alkmaarsecuyperskerk.nl.
  • Om de boodschap van de presentaties in de praktijk te brengen, zijn op deze pagina alle links op een rij gezet voor wie de informatie over kerkverhalen verder wil verspreiden via de sociale media.

Contactgegevens

Wil je de ontwikkelingen volgen? Volg ons dan via via @ifthenisnow, @Bern4dette en @kerkverhalen.

Menno Heling en Bernadette van Hellenberg Hubar, Laurentiuskerk Alkmaar, 12mei 2016. Foto Anton van Daal.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/KihM-verslag

Het mooiste erfgoedverhaal …?

Het mooiste erfgoedverhaal? Dat zou ik je graag cadeau willen doen. Maar als je gaat zoeken voel je je in een winkel vol lekkere kaasjes (of zo je wil, bonbons): er is geen beginnen aan! Er zijn er zoveel!

Daarom houd ik het hier eenvoudig. Ik heb een keuze gemaakt tussen de erfgoedverhalen die op deze website staan. Het gaat om de items die behoorlijk veel aandacht hebben getrokken. Maar om die belangstelling te kwantificeren, is óók zo goed als onmogelijk. De verschillende statistieken van WordPress, Sohosted, Twitter, LinkedIn, Bitly en noem maar op, zijn allerminst eenduidig. Dus …

Ruskin Dirk Bogarde mooiste erfgoedverhaal

Dus ik heb zelf een selectie gemaakt van de items waar ik aardige reacties op heb gehad. Soms  onverwacht veel overigens, zoals die over de Veronica in de Servaaskerk. Loop even met me mee en mocht je me feed back willen geven, dan is dat van harte welkom!

  • Veronica | http://wp.me/s4eh3s-veronica | De schildering van de ontmoeting tussen Christus en Veronica, toen hij op weg was naar Golgotha. Zij depte zijn gezicht af met een doek, waarop zijn beeltenis bleef staan. De schildering is van de firma Cuypers & Co en een van de weinige die de restauratie van de jaren 1980 heeft overleefd.
  • Jan Dibbets ontmoet Joseph Cuypers | http://wp.me/p4eh3s-Uo | Jan Dibbets heeft glas-in-loodramen voor de nieuwe Bavo ontworpen die in de loop van 2015 worden geplaatst. De kunstkritiek was lovend, maar een erfgoedtoets ontbrak. Ook die is, op enkele kritische kanttekeningen na, positief.
  • Mamelis revisited | http://wp.me/p4eh3s-Li | Een verrassende ontmoeting in de benedictijner abdij van Mamelis voerde me vele jaren terug.
  • Clemenskerk te Merkelbeek | http://bit.ly/VHH2Clemenskerk | Een bijzonder project waarin de ‘Verhalen op de muur’ centraal staan.
  • Ruskin in de nieuwe Bavo | http://wp.me/P4eh3s-ak | Een erfgoedraadsel dat erg veel aandacht trok en via Facebook werd opgelost. Als ik tijd van leven had zou ik er nog een heleboel meer verzinnen.
  • Vagevuur in de Paterskerk | http://wp.me/P4eh3s-a4 | De oeroude fascinatie van de mens met wat er na de dood gebeurt, kreeg ook een plek in een van de altaren van deze kerk. Het verhaal is nog lang niet af, wat niet vreemd is voor zo’n onuitputtelijk thema.

Nog meer erfgoedverhalen bekijken? Ga dan naar de grand’ entree.

B.1


Waarom zou dit nu net een van de meest bijzondere erfgoedverhalen zijn?
Zullen we er een erfgoedraadsel van maken met een ludieke bekroning?
Toe maar … stuur je oplossing naar mijn mailadres.

 


  1. Een van de aardigste reacties die ik kreeg was van ambachtelijk metselaar en voeger Danny van der Meer via Twitter:
    ‘#FF de mooie en zeer interessante verhalen van het @Erfgoedverhaal zeer inspirerend en gewoon heel erg leuk!’

    En wat dacht je van deze:

    Verkorte link van dit item: http://bit.ly/Erfgoedverhaal4U

Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, De lichtinval in het schip van de nieuwe Bavo gaat een sfeervolle interactie aan met de zachte, organische tinten van de baksteen en glanselementen als de glasharde terracotta’s, de terrazzo vloer en de houten banken (2014).

De atmosferische lichtval van Joseph Cuypers in de foto’s van Niels Polak

De nieuwe Bavo is een bron van artistieke inspiratie. Dat laat Jan Dibbets zien met zijn ontwerp voor de nieuwe beglazing van het schip en dat laat ook de jonge fotograaf Niels Polak zien met zijn werk in het kader van de Kunstlijn Haarlem (31 oktober – 2 november 2014 en daarna nog de hele maand november in Kunsthandel Courbois). Het opvallende is dat beide kunstenaars vanuit hun aanvliegroute de kathedraal haast intuïtief, in een oogwenk weten te vatten; een proces waarover kunsthistorici als ik soms jaren doen.

De fascinatie van Polak met de kathedraal levert boeiende foto’s in zwart-wit op die laten zien wat het licht doet als hij de ruimte op het juiste moment vanuit de juiste plek observeert. Dan slaat hij toe, precies zoals Henri Cartier-Bresson het formuleerde: want fotograferen is immers een spontane impuls die ontstaat door voortdurend kijken en die het moment in zijn eeuwigheid grijpt.[1] Dat bijzondere moment in zijn eeuwigheid is nu precies wat Niels Polak (1977) en Joseph Cuypers (1861-1949), de architect van de nieuwe Bavo, met elkaar gemeen hebben. Daarover wil ik het hier hebben en om dat uit te leggen gaan we terug in de tijd.[2] Die achterwaartse reis wordt telkens onderbroken met voorbeelden van hoe Polak het licht in de nieuwe Bavo interpreteert. Het gaat immers niet zomaar om een afstandelijke observatie van wat Cuypers bedoelde, maar om wat hij daar als kunstenaar mee doet.

Licht en ‘atmospheer’

Van de bergkam van Goethe naar de Hollandse polder — Architect Joseph Cuypers, zoon van de man die het Rijksmuseum ontwierp, heeft verschillende artikelen over de nieuwe Bavo geschreven die zijn visie op het gebouw etaleren. Het meest elementaire stuk is gepubliceerd in het tijdschrift Van onzen tijd in 1906-1907. Hierin introduceert hij onder meer het woord ‘atmospheer’ dat hij globaal in twee verschillende betekenissen gebruikt: hij bedoelt er aan de ene kant de tijdsgebonden invloed mee van het weer op het bouwmateriaal – letterlijk de verwering. Anderzijds gaat het om de waarneming van licht en kleur. Veelzeggend is de passage die volgt op de constatering dat de Nederlandse bouwkunst van het verleden veel meer horizontale lijnen toont dan elders in Europa rond dezelfde tijd:

‘Moet daarin niet worden erkend de weerspiegeling van wat het Hollandsche landschap dien ouden bouwmeesters te zien en te voelen gaf — eene groote ruimte, afgeteekend door fijne, teere profielen aan den horizon, zonder scherpe kleuren of harde contrasten: eene ruimte niet omschreven door krachtige bergruggen, maar voelbaar door de tinteling der atmosfeer en de afbleekende tonen van ’t geboomte onzer polders?’ [3]

Je zou bijna zeggen, een impressionistische beschrijving pur sang. Inmiddels weten we dat Joseph Cuypers in deze passage sterk beïnvloed was door de tekst der teksten over dit type observatie uit niet minder dan de Farbenlehre van Goethe. Dit werk dat door zijn vader al was omarmd bij de ontwikkeling van zijn polychromie, had in Nederland tot in de schoolboeken voor het schildersambacht zijn weg gevonden.[4] Ik kan het niet laten, dus ik neem je mee op een kleine omweg langs Goethe die een prachtige analyse van het blauw in de lucht noteert:

‘Wird die Finsternis des unendlichen Raums durch atmosphärische vom Tageslicht erleuchtete Dünste hindurch angesehen, so erscheint die blaue Farbe. Auf hohen Gebirgen sieht man am Tage den Himmel königsblau, weil nur wenig feine Dünste vor dem unendlichen finstern Raum schweben; sobald man in die Täler herabsteigt, wird das Blaue heller, bis es endlich, in gewissen Regionen und bei zunehmenden Dünsten, ganz in ein Weißblau [afblekend] übergeht’.[5]

‘Als de duisternis van de oneindige ruimte door atmosferische, door het daglicht verluchte nevels [van de dampkring] bekeken wordt, dan verschijnt de blauwe kleur. Op hoge bergen ziet men overdag de hemel koningsblauw, omdat daar maar weinig [wolken]sluiers voor de oneindige donkere ruimte zweven; zodra men naar het dal beneden gaat, wordt het blauw heller, totdat het uiteindelijk in bepaalde gebieden en bij een toenemende bewolking volledig in een witblauw overgaat [afbleekt]’.

Dat was de kern van de kleurenleer van Goethe, dat het niet alleen maar gaat om een natuurkundig fenomeen van frequenties en golven, maar om een atmosferische gewaarwording die we vandaag de dag vertalen in termen van sfeer en stemming. Daar pakt Joseph de draad van het verhaal op en legt hij uit hoe anders dit werkt in het Nederlandse landschap waar Goethes bergkammen ontbreken en de ruimte voelbaar wordt door het geboomte en ‘de tinteling der atmospheer’. Laat dit nu de sfeer zijn die Joseph Cuypers in de nieuwe Bavo naar binnen wilde halen. Dat benadrukt hij als hij het heeft over de kleur in de kathedraal, waarvan de zachte gele toonzetting door de toename van kleurige decoraties meer en meer naar de achtergrond zal wijken:

‘Toch is het aangewezen om hier in gevoelige schakeerin­gen te blijven, zooals de natuur van het licht in ons Vaderland dat naar mijn oordeel steeds eischt. Wat wij ook van de Italiaansche en andere in ’t Zuiden gestichte bouwwerken mogen leeren, de krasse verlichting die daar enkel door kleine bovenlichten eene groote betoovering aan de gebouwen geeft, zou in ons land gedurende meer dan de helft van ’t jaar een onvoldoende verlichting geven’.[6]

Vandaar dat hij telkens weer een pleidooi zal houden voor de toepassing van lichte, witte partijen in de glazen die in ‘onze lage en breede Kathedraal, en in ons klimaat hoog noodig’ zijn.[7] Alleen zo zal het licht de kans krijgen om zowel op heldere als bewolkte dagen de sfeer in de binnenruimte te bepalen.

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, Licht en schaduw in het schip van de nieuwe Bavo vanaf de galerij van het transept (2014). Het gaat hier niet om de zon in zijn volle kracht, maar om het wisselende licht dat tussen de wolken door schiet en gedempte tonen veroorzaakt die de fotograaf een extra accent geeft door geeft door middel van belichtingsinstellingen. De vele tinten schaduwgrijs illustreren de ‘gevoelige schakeeringen’ die Joseph Cuypers als een reflectie beschouwde van het Nederlandse klimaat. De meer donkere pijlers en bogen op de voorgrond omlijsten het lichtere tafereel in het schip en werken als een repoussoir waardoor het oog de diepte in wordt getrokken. Daar wordt het opgenomen in de wisselwerking tussen haaks op elkaar staande richtingen – hoogte, breedte, diepte – die via de ronding van de gewelven en bogen in balans worden gebracht. Zelfs in een statisch medium als een foto weet Polak de factor beweging van Joseph Cuypers tot uitdrukking te brengen.

Van het schilderachtige naar het impressionisme

De factor beweging — Was het nieuw wat Joseph Cuypers met licht deed? In dit stadium ben ik geneigd om te zeggen: ja, maar niet zonder kanttekeningen. In relatie tot atmosfeer als stemming waren zijn collega-architecten er, gelet op de vakliteratuur, nauwelijks mee bezig.[8] Maar los daarvan hebben we ook nog te maken met de schaduw of liever de lichtval van zijn vader. Om dit in perspectief te plaatsen, ga ik het eerst hebben over iets wat daar in hoge mate mee samenhangt, namelijk beweging, en wel de beweging van ons, mensen in en om een gebouw. Al vanaf de achttiende eeuw houden architectuurtheoretici zich bezig met de ‘schilderachtige’ belevingswaarde die ontstaat doordat men al wandelend verschillende indrukken ontvangt van een gebouw.[9] Dit werd niet langer opgevat als een statisch object, maar als een bron van aangename variatie, doordat het tijdens het bewegen als het ware voortdurend veranderde. De volgende stap in dit bewustwordingsproces was dat architecten hierop in gingen spelen. Beïnvloed door de romantische landschapstuin die al in de achttiende eeuw furore maakte, ging men er toe over om ‘momenten’ te ensceneren, waardoor het gebouw in zijn diverse vormen tot zijn recht kon komen. Er kwam een choreografie van routes en vues die de toeschouwer quasi-spontaan stuurde en zo een nieuwe dimensie gaf aan de beleving van architectuur. Voor deze kwaliteit introduceerde de architectuurhistoricus Manfred Bock de factor beweging. Hij licht dit toe aan de hand van het Rijksmuseum, dat hij als een ‘modern gebouw’ typeert onder meer vanwege:

‘het feit dat Cuypers de factor beweging bij het ontwerp incalculeert en er dus voor zorgt dat de ruimtelijke structuur niet zo maar vanuit één punt afleesbaar is, maar pas in de tijd ervaren kan worden’.[10]

Deze opmerking kan moeiteloos doorgetrokken worden naar de lichtwerking, waarvoor immers bij uitstek geldt dat die alleen in de tijd ervaren kan worden. Van dat laatste was Cuypers senior zich welbewust, zoals blijkt uit de manier waarop hij scènes in licht en kleur in zijn ruimten regisseerde. Deze aanpak maakte dat er eigenlijk nooit sprake was van één gebouw, maar een verzameling momentane gebouwen die zich naar gelang de lichtinval en de factor beweging, ingezet door de wandelende toeschouwer, manifesteerden.[11] Bij de nieuwe Bavo is het al niet anders. Zijn zoon nam hier letterlijk de ruimte om gebruik te maken van het parallaxeffect: een voortdurende verandering van de ruimte als je langs of tussen de ritmisch geordende, zware pijlers van het schip loopt of in de arcade van de kooromgang. Ook met de dubbelschalige opzet van de wanden met hun vele galerijen heeft Joseph Cuypers hierop ingezet: niet alleen geven de verticale kolommen een extra impuls aan de factor beweging, maar gaat de diepte van de galerijen gepaard met licht- en schaduweffecten die het plastische aanzien van de binnenruimte vergroten.[12] De kathedraal behelst een meesterlijk ontworpen choreografie die beleefbaar wordt als je in en met het gebouw meebeweegt.

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, Het licht gevangen in de neggen van de ramen in de noordertoren van de westbouw. De ritmische geleding, de diepte van de dagkanten en de balustrades in steen en hout geven het geheel een plastische effect. Door dit in combinatie met de lichtval uit te buiten speelt Polak in op een van vele ‘momenten’ die Joseph Cuypers in de kathedraal had ingepland (2014).

De schilderachtige visie van Cuypers senior — Dit talent hadden vader en zoon dus duidelijk gemeen, maar waar lag dan het verschil? Dat wordt duidelijk wanneer we nagaan hoe Pierre Cuypers met licht omging. Dat had in zijn geval alles te maken met de ontwikkeling van zijn visie op polychromie: veelkleurige uitmonsteringen, zoals die in het Rijksmuseum. In zijn werkwijze valt een overgang te bespeuren van relatief zachte, heldere tinten naar een zwaarder kleurengamma dat als middeleeuws geafficheerd werd. Hierover merkte ik in mijn studie ‘De muziek van het licht’ het volgende op:

‘Zeker was het een winstpunt dat het verzadigde ‘middeleeuwse’ palet meer rekening hield met de werking van glas-in-loodramen. Cuypers kon zo verbluffende clair-obscur momenten realiseren die de factor verandering en beweging in zijn interieurs optimaal uitbuitten.[13] Opnieuw zijn daarin Engelse invloeden te bespeuren en wel via het tijdschrift The Ecclesiologist, dat zowel door Thijm[14] als Cuypers geraadpleegd werd. Met de auteur van het artikel in kwestie, architect G.E. Street, had Cuypers als erelid van The Ecclesiological Society in 1862 in Londen kennis gemaakt. Street hield reeds in 1852 een pleidooi voor de integratie van ‘those lovely alterations of light and shade, when nature gives them to us in briljant sunshine.’[15] Dit doet sterk denken aan de rol die Brouwers[16] ‘het klaarder en meer donker licht’ toekent bij de afstemming van polychromie. Cuypers parafraseerde Street nog in 1891 met zijn beschrijving van de traceringen van de Utrechtse Dom, ‘die het schitterend licht met het geheimzinnige halfdonker in schilderachtige schakeering afwisselt.’ Om dit effect te bereiken adviseerde Street de architecten ‘to concentrate the admission of light on particular points.’[17] Een van de interieurs waar Cuypers dit het meest overtuigend bereikt had, betrof de verdwenen uitmonstering van de Sint Servaaskerk: de afwisselende lichtkwaliteit, variërend van gedempt tot volop stralend, genereerde hier even zovele momenten, waarin een compleet register aan clair-obscur en kleurharmonieën werd opengetrokken.[18] Door deze meerwaarde speelde de verzadigde polychromie nog beter in op de gevoelens van grootsheid, melancholie en ‘wellustige droefgeestigheid’ (‘pleasing gloom’), dat een schilderachtig beleven van architectuur vergde. Maar terwijl dit zintuiglijk deelhebben voor de één doel op zich was, moest het in de visie van de clerus leiden tot ‘huiver der heilige plaats’, tot vatbaarheid voor Gods boodschap en aldus tot het ‘Sursum Corda’, dat Brouwers met Pugin[19], Cuypers en Thijm het ultieme doel achtte van de kunst.’[20]

Naar een impressionistische visie — Waar Cuypers senior met name inspeelde op wat de heldere lichtinval via het zware glas-in-lood in zijn gebouwen deed, concentreerde Joseph zich op een veel breder gamma van het typisch Hollandse licht, dat hij ook op minder uitgesproken zonnige dagen in zijn kathedraal wilde binnenhalen. Vandaar ook dat hij afstand neemt van de verzadigde Chartres-achtige ramen en pleit voor lichte glazen. Vandaar ook dat hij heel bewust glanselementen in de nieuwe Bavo toepast, te beginnen met de glasharde gele terracottabanden die door hun spiegelende kracht bij uitstek als lichtverspreiders aan te merken zijn. Maar daar blijft het niet bij: alles doet in dit spel van reflectie mee: de luchters en het koorhek, de vergulde accenten op de sculptuur, de polychromie en het edelsmeedwerk, de fluorescerend brons geschilderde deuren en vooral niet te vergeten het glanzend opgewreven hout van de banken.[21] Het gaat niet langer om het creëren van dramatische scenes, maar om een subtiele opeenvolging van verstilde momenten, waarvoor Joseph Cuypers niet zomaar het Hollandse polderlandschap als referentie nam. Je zou kunnen zeggen dat hij de schilderachtige toonzetting van zijn vader actualiseert door een impressionistische visie te ontwikkelen. Dat hij daarmee een antwoord bood op wat men in die tijd meer en meer in architectuur waardeerde, wordt bevestigd door de kunstcriticus Jan Kalf: in een artikel over Joseph Cuypers uit 1908 liet hij zich ontvallen dat hij afziet van ‘eene architectonische of impressionistische beschrijving’ van de nieuwe Bavo, omdat er daar al zoveel van waren.[22]

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, De Mariakapel pal in het oosten van de nieuwe Bavo (2014). Het felle licht corrigeert via de camera de donkergekleurde glazen van dom Jacques van der Meij. Door met een lange sluitertijd te werken en vaak in te flitsen is de sculptuur van het altaar in zijn detaillering zichtbaar gebleven ondanks de sterke lichtval. In werkelijkheid is de kapel op dit moment zo niet waar te nemen. Met deze opname benadert Polak het beeld dat Joseph Cuypers voor ogen stond, vooral omdat het altaar van Joseph Cuypers en Johannes Maas oorspronkelijk ook nog indirect licht vanuit het priesterkoor ving.

Tussen Monet en Schubert — Het idee van de beleving van een gebouw als een verzameling momenten wordt door de meeste mensen niet geassocieerd met architectuur en waarschijnlijk al helemaal niet met het oeuvre van vader en zoon Cuypers. Voor het gros is dit concept vrijwel exclusief verbonden met de beroemde momentopnamen van één en hetzelfde object van de impressionistische schilder Claude Monet. Een wel heel toepasselijk voorbeeld vormt de serie van de kathedraal van Rouen die hij door de dag heen in een steeds ander licht geschilderd heeft (1890-1894): de fameuze ‘instantanéité’, of zoals Cartier-Bresson zou zeggen, momenten in hun eeuwigheid.[23] Nauwelijks veel later lijkt Joseph Cuypers deze nieuwe versie van een schilderachtige visie op architectuur op te pakken om een architectonische variant van de ‘instantanéité’ ontwikkelen. Wat Monet op het doek registreerde bouwde hij in in zijn concept van de kathedraal: een verzameling momenten die onder bepaalde omstandigheden onder invloed van licht en beweging realiteit kunnen worden. Dit rijmt wonderwel met dat andere concept dat aan de kathedraal ten grondslag ligt: het gebouw als Unvollendete, als een onvoltooide symfonie à la Schubert, voltooid in zijn onvoltooidheid. Er waren heel wat overwegingen die aan dat concept ten grondslag lagen, maar als we het op de meest pragmatische houden dan is het geld. Joseph Cuypers wist dat hij de nieuwe Bavo nooit in eenmaal zou kunnen realiseren, hetgeen alleen al blijkt uit de drie bouwfasen: 1895-1898, 1902-1906 en 1927-1930. Maar dit gold ook voor het interieur met zijn noodbeglazing, dito polychromie, hoogst noodzakelijke meubilair et cetera. Dit incomplete krijgt doelbewust een plaats in het concept, zoals onder meer afgelezen kan worden aan de ruwe blokken steen die her en der de buitenkant sieren en de vele onvoltooide kapitelen, basementen en zelfs misbaksels van terracotta aan de binnenkant. De kathedraal was niet zomaar een gebouw: ze was opgetuigd met kwantumachtige potenties die in de toekomst al dan niet realiteit konden worden, zoals de glazen van Jan Dibbets laten zien.[24] En dat brengt ons weer terug bij de vraag hoe vernieuwend Joseph bezig was.

Innovatie of articulatie

Van ingrediënten naar receptuur — We zagen het al met de factor beweging: de meeste ideeën komen niet zomaar uit de lucht vallen en hebben een lange incubatietijd nodig om het niveau van een levensvatbaar artistiek concept te bereiken. Dat geldt ook voor de atmosferische lichtwerking, de architectonische instantanéité en de Unvollendete. De ingrediënten waren zonder meer aanwezig: de schilderachtige effecten waar Cuypers senior op inzette, het onvoltooide karakter van kunst waarover zijn zwager J.A. Alberdingk Thijm (de peetvader van Joseph) al had geschreven, de sfeervolle Hollandse landschappen die op schilderijen waren vereeuwigd en in de Voorhal van het Rijksmuseum zaten de eerste glazen met redelijk veel wit … het lag allemaal klaar als rijp fruit. Waarom juist bij Joseph Cuypers de vonk oversprong had te maken met zijn bijzondere, zo niet unieke positie als zoon van zijn vader. Toen hij na zijn studie in Delft in 1883 toetrad tot het productieve architectenbureau Cuypers heeft hij als weinig anderen van zijn tijdgenoten het bouwproces in een veelheid van facetten in de praktijk mee kunnen maken. Wat daarbij zeker beslissend is geweest voor de ontwikkeling van zijn visie is dat hij heel wat kerken heeft gezien in de eerste fase van de afronding: klaar om in gebruik te worden genomen, maar grotendeels oningericht. Hoe vaak zal hij niet rondgelopen hebben in zo’n gebouw met een rijk palet aan geologisch bepaalde kleuren dankzij de materiaalpolychromie, met lege afgepleisterde muurvelden, waar zich nog geen schilderingen op bevonden, en een atmosferische lichtinval als gevolg van de heldere noodbeglazing. Hoe je die laatste kwaliteit kunt behouden bij de overstap naar definitief glas-in-lood liet hij zien in zijn eerste echte eigen kerk, de Urbanus in Nes aan de Amstel (1889-1891). Daar hield hij zelfs rekening met de wisselende lichtintensiteit aan de noord- en zuidzijde van het schip.[25]

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, De patroonheilige van de nieuwe Bavo in de lichtval vanuit de koortravee (2014). In het voetspoor van zijn vader schiep Joseph Cuypers in zijn kathedraal ook ruimte voor een type instantanéité met sterke clair-obscurpotenties. Het bronsachtig glanzende houten beeld is van de hand van Albert Termote (1958).

Die atmosferische beleving was echter niet het enige dat tot de vernieuwende impuls leidde: Joseph Cuypers wist uit ruime ervaring dat veel kerken de eerste tijd door geldgebrek een pas op de plaats moesten maken. Op het meest noodzakelijke meubilair na zouden sommige gebouwen pas decennia later ingericht worden. En het kon nóg erger: het meest dramatische voorbeeld op dit gebied had Joseph van nabij meegemaakt met de kathedraal van Amsterdam, de Willibrordus buiten de veste die na de eerste fase van priesterkoor en pastorie (1873) maar niet voltooid leek te kunnen raken. Joseph zou deze kerk in plaats van zijn vader afbouwen. En hij doet dat analoog aan de nieuwe Bavo op een manier die ruimte laat voor verdere afwerking. Dat was in 1897 toen de eerste fase van de Haarlemse kathedraal bijna klaar was.

Van de nood een deugd — Vanuit deze ervaring zet Joseph Cuypers bij de nieuwe Bavo een beslissende stap: hij maakt van de nood een deugd door de nog niet voltooide kerk tot de inzet van zijn ontwerp te maken: een voldragen Unvollendete met de potentie om ooit of misschien wel nooit afgebouwd en ingericht te worden. Een gebouw dat in zijn onaffe toestand zoveel kwaliteit heeft dat het als af kan gelden, maar ruimte houdt voor toevoegingen. Dat betekende echter niet dat er grenzeloos toegevoegd mocht worden, dat er geen kaders waren waar de toekomstige sierkunstenaars zich aan te houden hadden. Een van de voorwaarden waar Joseph Cuypers streng aan vasthield was nu juist die atmosferische lichtval. Dat liet hijzelf zien met het wit dooraderde glas-in-lood van zijn vader in de apsis en zijn engelenglazen in het hoogkoor. En daar zit ook het grote verdriet van deze man: dat zijn opdrachtgever, de bisschop, in een vrij vroeg stadium hier vanaf is gestapt. Zo kwamen er hoge koorbanken die de lichtwerking in de koorgang en de kapellen sterk verhinderen. Zo kwamen er conflicten met Han Bijvoet en dom Jacques van der Meij die met hun glazen terugkeerden naar het Chartres-achtige palet, waarin voor wit of zachte partijen geen ruimte was.[26] Hierdoor kon het ook gebeuren dat de toepassing van licht glas welbeschouwd opnieuw uitgevonden zou worden. Dat gebeurde in 1925 met de glazen van Derkinderen in het gebouw van de Algemene Handelmaatschappij te Amsterdam van K.P.C. de Bazel. Doordat deze door het onverwachte overlijden van Derkinderen voltooid werden door Joep Nicolas, kreeg het witte glas een plek in het idioom van de volgende generatie glazeniers.[27]

Innovatie of articulatie — Dat brengt ons terug bij de vraag of Joseph Cuypers innovatief bezig was of de erfenis van zijn vader articuleerde. Het antwoord kan zijn: beide. De vondst ligt in de ontdekking van de impressionistische schoonheid van de maar net afgebouwde kerk die volgens de rationele uitgangspunten van zijn vader was ontworpen. Door dit stadium als esthetisch doel te articuleren zet Joseph zijn ontdekking op het artistieke plan en zet hij de toon voor een volledig nieuwe benadering van de kerkbouw. De manier waarop hij dit concept in de nieuwe Bavo en de Willibrordus heeft uitgevoerd, is naar het zich laat aanzien eenmalig geweest: tot dusver is geen andere Unvollendete tevoorschijn gekomen. Wel is zijn impressionistische visie op atmosfeer en licht in de kerk, waarmee hij een hele verzameling instantanéitées regisseerde, een stabiele factor in zijn werk en dat van anderen gebleken.[28] Het zijn deze instantanéitées die als momenten in hun eeuwigheid zijn geïnterpreteerd en vastgelegd in de monochrome foto’s van Niels Polak.

Bernadette van Hellenberg Hubar

____________

Nota bene — De voorgaande analyse maakt deel uit van het voorbereidende onderzoek van de auteur ten behoeve van een publicatie over de nieuwe Bavo naar aanleiding van de huidige restauratie. Dit project vindt plaats in opdracht van de stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem.

De verkort aangegeven literatuur in de noten verwijst naar titels die volledig zijn geciteerd in de bibliografie op de site van Vanhellenberghubar.org.[29]

Op de foto’s van Niels Polak berust auteursrecht en zijn alle rechten voorbehouden! Toestemming voor gebruik kan geregeld worden via: niels@silicium.nl.

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, Vue op het schip en koor van de nieuwe Bavo vanaf de orgeltribune (2014). De rustige ritmiek van de nieuwe Bavo met de schaduwslag van banken en kolommen nodigt uit tot een processie door het middenschip die alles in beweging zet.

Noten

[1]    Voor Henri Cartier-Bresson zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Henri_Cartier-Bresson. Voor de nieuwe Bavo volg http://bit.ly/VHH2nB-Haarlem.

[2]    Deze tekst is voor een deel ontleend aan de waardenstelling die ik in 2013 over de nieuwe Bavo schreef: Hubar, Auto intextum, paragraaf 4.3.

[3]    Joseph Cuypers, Sint-Bavo, Van Onzen Tijd (1906-1907), pp. 102-103.

[4]    Hubar, Auro intextum, paragraaf 4.3. Polman, De kleuren van het Nieuwe Bouwen, pp. 39-41, 55; 56-58.

[5]    Goethe, Farbenlehre, p. 110, stelling 155.

[6]    Joseph Cuypers, Sint-Bavo, Van Onzen Tijd (1906-1907), pp. 111-112.

[7]    Brief van Joseph Cuypers aan bisschop Aengenent, 13 januari 1930, geciteerd naar Erftemijer e.a., Getooid als een bruid, p. 214.

[8]    Een kleine steekproef via het zoekprogramma van de KB, Delpher – www.delpher.nl – met de termen architectuur en atmospheer brengt als vroegste voorbeeld het artikel geciteerd in noot 6 naar voren!

[9]    Hubar, De gepatineerde droom, p. 40. Hubar, Arbeid en Bezieling, p. 114. De factor beweging valt te herleiden tot de tweede helft van de achttiende eeuw.

[10]  Bock, Cuypers-Berlage-De Stijl, Forum (1986), pp. 102-103.

[11]  Hubar, De gepatineerde droom, p. 40. Hubar, Arbeid en Bezieling, p. 114.

[12]  Voor de dubbelschalige opzet zie de analyse van Arjen Looyenga in Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 76-83. De vraag van Looyenga waarom Joseph Cuypers hiervan zo’n overvloedig gebruik maakte is hiermee wel beantwoord.

[13]  Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 23, 114.

[14]  J.A. Alberdingk Thijm, kunstcriticus, -theoreticus, zwager van Cuypers en schrijver van de toonaangevende publicatie over kerkbouwsymboliek, De Heilige Linie (1858). Voor de nieuwe Bavo is dit handboek van grote invloed geweest.

[15]  Muthesius, High Victorian movement, 39-58; m.n. 41: citeert G.E. Street, ‘The true principles of architecture and the possibilities of development’, The Ecclesiologist 13 (1852), 247-262; m.n. 257-259.

[16]  J.W. Brouwers was priester, publicist en een huisvriend van Thijm en Cuypers. Hij schreef onder meer over Cuypers’ schilderingen in de Servaaskerk en op de piano van diens vrouw, Antoinette Alberdingk Thijm (zie Brouwers, Muurschilderingen). Brouwers vormde samen met zijn vrienden het ‘Roomsche ABC’: Alberdingk Thijm, Brouwers en Cuypers. Zie: http://bit.ly/Brouwers-dbnl.

[17]  Zie de vorige noot en Cuypers, Voordracht 1892, pp. 5-6.

[18]  Hubar en Van Leeuwen, De beginselloosheid tot adagium verheven, pp. 83-85.

[19]  Brouwers, Muurschilderingen, pp. 13. King, Pugin, pp. 135-141 (De Engelse architect A.W.N. Pugin was met name aan het begin van de carrière van Cuypers een belangrijk rolmodel voor zowel hem als Thijm). Stoks, Cuypers Gedenkboek, pp. 19-25; m.n. 25. Het begrip ‘wellustige droefgeestigheid’ is afkomstig van de romanschrijver Rheinvis Feith: voor deze en aanverwante termen en hun herkomst zie Hubar, Arbeid en Bezieling, 429-432.

[20]  Deze passage is in haar geheel overgenomen uit Hubar, De muziek van het licht, p. 65.

[21]  Door de chemische inwerking van de onderlaag van de bronzen beschildering van de deuren is het glanseffect hiervan versterkt (onderzocht door Judith Bohan, kleuronderzoeker en restaurator, en Luc Megens van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed).

[22]  Kalf, Joseph Cuypers, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 1908, p. 372.

[23]  Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Kathedraal_van_Rouen_%28Monet%29. Voor een goede uitleg zie: http://bit.ly/NGA-Monet, ontleend aan: Michael Lloyd & Michael Desmond, European and American Paintings and Sculptures 1870-1970 in the Australian National Gallery, 1992 p.72.

[24]  Zie Hubar, Dibbet’s ramen, http://wp.me/p4eh3s-Uo.

[25]  Zie Hubar, Urbanuskerk, http://wp.me/P4eh3s-bK en Hubar, Dibbet’s ramen, http://wp.me/p4eh3s-Uo.

[26]  Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 214-215.

[27]  Hubar, Genade van de steiger, pp. 404-407.

[28]  Een mooi voorbeeld is de Paterskerk te Eindhoven (1896-1898) van twee Cuypersleerlingen, P. Bekkers en J. Hegener, generatiegenoten van Joseph Cuypers. De atmosferische lichtinval en polychromie zijn in 2014 geanalyseerd door middel van een waardenstelling: Hubar, Paterskerk, http://wp.me/p4eh3s-pI.

[29]  Zie http://bit.ly/VHH2bibliografie.

Titel, verkorte link, tentoonstellingsadres et cetera

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘De atmosferische lichtval van Joseph Cuypers in de foto’s van Niels Polak’, op: ifthenisnow.nl, http://bit.ly/ITIN-nBavo-Polak (2014) / op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/VHH-Cuypers-Polak (2014).

Meer foto’s van Niels Polak zijn te zien op: http://bit.ly/Niels-Polak-500px en www.nielspolak.nl.

Tentoonstellingsadres:
Kunsthandel Courbois
Schaghelstraat 14
2011 HX Haarlem
www.kunsthandelcourbois.nl

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-Cuypers-Polak

Ambachtsdag nieuwe Bavo #AHM14

#AHM14-openingsdia

Het wordt een volle bak op Ambachtsdag 18 september aanstaande, én de weersverwachtingen zijn goed! Wat willen we nog meer, want we zitten niet alleen in de kerk, maar er zijn ook demonstraties en workshops buiten.1

Mijn lezing is wat buitenissig, dus die hebben ze aan het einde van de dag geplaatst. Hoezo een buitenbeentje? Omdat ik de enige ben met een kunsthistorisch verhaal en als opdracht kreeg om iets over schoonheid en symboliek te vertellen. Dus niet over de laatste reinigingsmethodes, grondstoffen of baksteensoorten, maar over vorm en boodschap. Meestal kom je dan terecht in de sfeer van de architectuuriconografie, maar daar stapte ik van af na een twittergesprek met ambachtelijk voeg- en metselspecialist Danny van der Meer:

Bavo haptisch Ambachtsdag

Daar ga ik het dus over hebben: haptische schoonheid.

Liefst zou ik hier nog wat meer over willen vertellen, maar dat moet wachten tot donderdag. Dan zie ik je misschien bij de nieuwe Bavo tussen de mensen die het erfgoed in stand houden dankzij hun handen.

B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Voor meer informatie zie Ambachtsdag in de Bavo

  2. De verkorte link van dit item is http://wp.me/p4eh3s-10a

Diagram van ’n hemels bolwerk

Ook in de visioenen van Hildegard van Bingen spelen gebouwen een belangrijke rol. Ik kwam haar tegen bij mijn onderzoek naar de Clemenskerk van Merkelbeek, waar de jonge benedictijner monnik dom Romanus Jacobs in 1901 een bijzondere uitmonstering schilderde.1 Hierin wordt onder meer de goddelijke inspiratie of openbaring voorgesteld, en een van de oudste voorbeelden binnen de benedictijner traditie is zonder meer de miniatuur waarin abdis Hildegard van Bingen de vlammen van de inspiratie over haar hoofd krijgt uitgestort.

Hildegard van Bingen, miniaturen uit het Liber scivias.

Hildegard van Bingen, twee miniaturen uit het Liber scivias (1142-1151). Tragisch genoeg is het origineel verdwenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De miniaturen zijn afkomstig uit een facsimlie uit de jaren 1920.2

Ondertussen trok ook die andere miniatuur mijn aandacht, en dat heeft natuurlijk te maken met de lezing over het hemelse Jeruzalem die ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo in Haarlem geef.

Hier wordt echter geen hemelse stad weergegeven, maar het gebouw van de verlossing. Dat leunt natuurlijk sterk tegen de Caelestis urbs aan, vooral omdat een aantal beelden direct aan Johannes ontleend lijkt te zijn. Een van die elementen herken ik dankzij het genoemde onderzoek van de Clemenskerk in Merkelbeek en dat is de waterstroom die de boom des levens voedt:

‘Toen toonde de engel mij een rivier met water dat leven geeft, helder als kristal, die ontsprong aan de troon van God en van het lam. Midden op het plein van de stad en omgeven door de rivier stond de levensboom, die twaalfmaal vrucht draagt, elke maand eens; en zijn loof brengt de volken genezing’.3

De boom zelf echter vind je niet in het bolwerk van Hildegard. Wel de engel en ook Jezus met de banderol in zijn hand, die mogelijk verwijst naar het boek des levens van het lam, waarin alle namen staan van hen die toegang hebben tot de stad. Verder lijkt er een verwijzing naar de Jacobsladder uit Genesis in te zitten, waarbij mensen de plaats van engelen innemen die zich langs de ladder op en neer bewegen tussen hemel en aarde.

Deze bijbelse associaties hebben zeker een rol gespeeld bij het vastleggen van de visioenen. Niet alleen omdat het verlossingsgebouw van Hildegard een nadere duiding is van Christus’ leer hoe de mens het koninkrijk God zal binnengaan, maar ook omdat je altijd moet aanknopen bij een bestaand referentiekader, wil de boodschap overkomen. Die boodschap is in het geval van dit gebouw behoorlijk grimmig. In de eeuwige tweespalt van de kerk tussen onvoorwaardelijke liefde enerzijds en zonde, schuld en boete anderzijds, heeft de Januskop hier het gezicht op storm staan. En wat voor een storm!

Als je wil weten hoe Hildegard tegen het einde der tijden aankeek en zelf het diagram van haar verlossingsgebouw verklaarde, dan kun je dat in de synopsis verder lezen.4 Het verhaal dat ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo vertel, ontvouwt een heel wat rooskleuriger perspectief op het hemels Jeruzalem.

3D-model viering nieuwe Bavo met projectie

Waar zie je het hemels Jeruzalem in de nieuwe Bavo? Dat ga ik aan de hand van dit 3D-model op 31 augustus a.s. verduidelijken. Productie: wolthera.info.

De bijeenkomst is in principe voor de parochie bedoeld, maar iedereen is welkom vanaf 10.00 uur bij de start van de hoogmis. Mijn lezing begint om 12:15 uur en daarna is er nog alle tijd om de kathedraal te bezichtigen.

B.5

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Voor dit boek in wording zie het item over de Clemenskerk

  2. Zie: http://en.wikipedia.org/wiki/Hildegard_of_Bingen

  3. Johannes, Apocalyps, 22, 1-2, geciteerd naar willibrordbijbel.nl

  4. De synopsis van het derde deel van de Scivias van Hildegard von Bingen is/was te vinden onder deze link

  5. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-Dh.

    ← Terug naar het hoofdthema

En nu de fragmenten …

Je denkt vast dat dit item gaat over de mensen van de SRAL die de schilderingen van de Clemenskerk in Merkelbeek weer helemaal toonbaar hebben gemaakt. Inderdaad, ze hebben prachtig werk geleverd, maar zij zijn al klaar. Op de laatste foto na toont het beeldmateriaal hierboven de stand van zaken van afgelopen april, toen ze nog druk bezig waren. Maar hun werk zit er op en het mijne is ver gevorderd. Ik ben goed op dreef met de Verhalen op de muur. 1 Nu ik er over nadenk … misschien is het wel andersom en zijn al die heiligen met mij op dreef, want ik ben al zoekend en schrijvend van de ene verbazing in de andere gerold.

Wat ik nu bedoelde ik met de fragmenten? Heel simpel, want dat is het volgende hoofdstuk dat ik ga schrijven. Het stuk over de architectuursymboliek is klaar en dat geldt ook voor de heiligen op de muur, die me werkelijk alle hoeken van de kerk hebben laten zien. En nu komen de fragmenten van oudere schilderingen die je hierboven ziet. Je staat er werkelijk van te kijken wat er in deze relatief toch achteraf gelegen kerk bij Brunssum allemaal aan kleur op de muur is gezet. Het was een heel gepuzzel, maar ik denk dat ik er uit ben.

En dan komt er ook nog een hoofdstuk over de twee actoren: abt Hermann Renzel die het programma heeft bedacht en Dom Romanus Jacobs die als hele jonge man hier een bijzondere prestatie neerzette. Het programma is verrassend omdat hierin het benedictijner verhaal centraal staat. Je kunt aan alles merken dat de abt op pedagogisch gebied ervaring had. Bij de schilderingen komt haast onvermijdelijk de Beuroner school te voorschijn van de benedictijnen te Beuron. Het is wat ik al dacht: Romanus heeft hun visie op kerkelijke kunst op een heel eigen manier verwerkt. Dat maakt het ook zo bijzonder.

Een boek schrijven doe je nooit alleen, dus ik ben erg blij met de hulp die ik heb van broeder Lambertus Moonen van de benedictijner abdij te Mamelis (de opvolger van de abdij in Merkelbeek), Angelique Friedrichs van de SRAL die de technische kant van het werk in de vingers (maar ook in haar hoofd) heeft, Charlotte Ruijs die me geholpen heeft om de data over Romanus Jacobs op een rij te krijgen en Marij Coenen die de bovenstaande foto’s maakte.

Het vervolg komt eraan!

B.2
_________________________________

Voetnoten:


  1. Voor meer informatie over dit boek volg deze link

  2. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-Tu 

De nieuwe Bavo in verhalen


De nieuwe Bavo in verhalen

De titels van de items hierboven in het overzicht van deze pagina zijn gerangschikt op alfabetische volgorde, op de gecursiveerde titel na! Die is het meest actueel.

Zin in een voorproefje? Kijk dan eens hieronder!

De nieuwe Bavo in verhalen: Han Bijvoet, wonder Kana.

De nieuwe Bavo beschikt over een mooie collectie muurschilderingen van de kunstenaar Han Bijvoet (1897-1975), die vanaf 1925 tot zijn dood bij de kathedraal betrokken was. Tot dat oeuvre behoort ook het werk op de foto hierboven, die ik afgelopen zomer (2014) maakte. Het betreft het rechterdeel van de voorstelling op de kopwand van het zuidertransept, waarin de bruiloft van Kana wordt weergegeven:

Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ ‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’ Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. Toen zei hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze. En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’ Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem.*

Bijvoet was een epische kunstenaar pur sang die in zijn schilderingen de aloude epische traditie van de Rijksacademie hoog hield. Geleidelijk aan ontstaat gelukkig weer meer waardering voor het verhalende, figuratieve karakter van dit type werk, dat lange tijd als gedateerd werd verguisd.*

Gerelateerde onderwerpen

Met één klik op de afbeelding ga je naar …

Nes Amstel bvhh 19 juni 14 (31) bew (Large)  Recensie Mieke Rijnders 'Genade van de steiger' in Museumtijdschrift, mei 2014.  Merkelbeek mc 16 apr 14 (20) (Large)

B.

_________________________________

Post scriptum:

Het teken * in de bovenstaande tekst staat voor de volgende informatie:

  • Voor het leven en het oeuvre van Han Bijvoet zie de site www.bijvoet.org.
  • Voor het werk van Han Bijvoet in de nieuwe Bavo zie Erftemijer e.a., Getooid als een bruid, passim
  • Het bijbelcitaat gaat terug op Johannes 2, 1-11 en is ontleend aan www.willibrordbijbel.nl. De gecursiveerde passage is in dit deel van de schildering weergegeven.
  • Voor de herwaardering van dit type kunst zie mijn boek De genade van de steiger.
  • Meer weten over de nieuwe Bavokathedraal? Bezoek dan de volgende pagina’s:
  • Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-Or | http://bit.ly/VHH2nB-Verhalen

< Terug naar de projectpagina!
< [print_link]

 

Clemenskerk te Merkelbeek


De Clemenskerk te Merkelbeek feestelijk in gebruik genomen!

Op zaterdag 22 november 2014 is de Clemenskerk te Merkelbeek (gemeente Brunssum) officieel heropend door de gouverneur van Limburg, Theo Bovens. Op dit moment is de kerk alleen voor groepen op aanvraag via info@clemensdomein.nl toegankelijk. Binnenkort echter staat de deur enkele dagen per week voor iedereen open. Dankzij een handige folder kun je er kennis maken met de benedictijner schilderingen van abt Hermann Renzel (verhaalllijn) en dom Romanus Jacobs (uitvoering) uit 1901. Na de bezichtiging ben je welkom om na te genieten met een kopje koffie of een andere versnapering in het informatiecentrum naast de kerk. Daar is ook een uitdraai van het digitale boek te koop:

Bernadette van Hellenberg Hubar, Verhalen op de muur, De schilderingen in de Clemenskerk van Merkelbeek, Brunssum 2014 (ISBN: 978-90-820976-1-0).

Voor een inkijkexemplaar volg je deze link.

Op de site www.clemensdomein.nl kun je meer informatie over de openingstijden en andere bezienswaardigheden vinden.

Omslag van mijn boek 'Verhalen op de muur' (2014), Clemenskerk te Merkelbeek.
De omslag van mijn digitale boek ‘Verhalen op de muur’ (2014), over de schilderingen in de Clemenskerk te Merkelbeek. Foto’s: Emile Verheijden, 2014. Vormgeving: Els Gulpen, 2014. 

Projectsignalement

Na het verschijnen van De genade van de steiger zijn opvallend veel nieuwe – onbekende – monumentale uitmonsteringen gesignaleerd. Dat geldt onder meer voor de Clemenskerk te Merkelbeek, die in 1901 werd beschilderd door de uit Duitsland afkomstige benedictijn dom Romanus Jacobs, toen 21 jaar oud. Je zou verwachten dat dit de sfeer zou ademen van de invloedrijke Beuroner school, de stroming die zich ontwikkeld had binnen de muren van de benedictijner abdij te Beuron, maar zo eenvoudig ligt het niet. Het gaat om krachtig weergegeven, haast geportretteerde heiligen, gevat in medaillons die op hun beurt in neogotisch geïnspireerd, decoratief sjabloonwerk opgenomen zijn. Naar achteraf is gebleken, geldt voor de jonge kunstenaar hetzelfde als voor veel van zijn Nederlandse vakgenoten: hij liet zich wel inspireren door zijn Beuroner confraters, maar koos voor eigen oplossingen. Zeer waarschijnlijk heeft zijn abt, Hermann Renzel die vrijwel zeker het decoratieprogramma van de schilderingen bedacht, hem hierbij aangestuurd.

Bij het onderzoek, dat ik in opdracht van de gemeente Brunssum voor een publicatie verricht, worden uiteraard ook de oudere afwerklagen betrokken die dateren vanaf de achttiende eeuw. De restauratie van het werk werd uitgevoerd door de SRAL, onder leiding van drs Angelique Friedrichs. Het is inmiddels voltooid.

Clemenskerk Merkelbeek met Angelique Friedrichs van de SRAL en Bernadette van Hellenberg Hubar

De schildering van koning David van dom Romanus Jacobs in de Clemenskerk te Merkelbeek, met restaurator Angelique Friedrichs van de SRAL (links) en Bernadette van Hellenberg Hubar (foto: Marij Coenen, november 2013).

Locatiegegevens

Clemenskerk | Bezoekerscentrum
Groeneweg 2 | Groeneweg 4
6441 LL Merkelbeek

Coördinaten:
50° 57′ 24″ NB, 5° 57′ 33″ OL

De verkorte link van deze pagina is http://bit.ly/VHH2Clemenskerk.

@Erfgoedverhaal

@Erfgoedverhaal

@Erfgoedverhaal verbindt de polen! (Ontwerp: Wolthera.info, 2014).

@Erfgoedverhaal speelt zich af tussen wat tastbaar is op locatie en wat zich virtueel bevindt in de geschreven bronnen.

@Erfgoedverhaal laat zien dat het als instrument functioneert bij herbestemming/herplaatsing/revitalisering en consolidatie, doordat het sensibiliseert en enthousiasmeert. En dat geldt dus niet alleen voor onroerend, maar ook voor roerend en immaterieel erfgoed. Zoiets doe je niet alleen, dat doe je met elkaar!

Meer weten? Volg @Erfgoedverhaal of surf naar http://bit.ly/Erfgoedverhaal en naar @Erfgoedverhaal in tweets.

Wordt vervolgd!

B.

______________

Nota bene — De verkorte link van dit item is http://wp.me/p4eh3s-K4