Ontzielde handelswaar | Slavernijverleden

Ontzielde handelswaar op Curaçao

Museum Kura Hulanda vertelt over de positie van Curaçao in de internationale slavenhandel. Foto Anja Disselhof 2011 (onder Creative Commons Licentie op Flickr).


Ketens rammelen
in dichte rijen
donkere lijven zij aan zij
in het lichtloos vrachtruim
gestapeld
stank, ontbering,
vervuiling, ontering
weggevoerd uit
de alledag
ontworteld, verkracht
de mensheid voorbij

Levensgevaarlijk deze denkende dieren
wanhoop slaat van de boeien af
brouwt nachtmerries voor de beulen
angst die escalatie broedt
kneedt repressie in barbaarse vormen
gemartelde lijven, stront en bloed

Hebben wij dit inferno geduld?
een stinkende schuld op ons geladen
na anderhalve eeuw
reeds afbetaald?

Het nagebouwde scheepsruim in museum Kura Hulanda te Curaçao, waar slaven zij aan zij geketend lagen gedurende een reis die vele maanden kon duren. Foto Jeroen van Luin 2016 (onder Creative Commons Licentie op Flickr).

Plattegrond van een slavenschip met dicht op elkaar gepakte ontzielde handelswaar, tentoongesteld in museum Kura Hulanda te Curaçao. Foto Jeroen van Luin 2016 (onder Creative Commons Licentie op Flickr).

_______________________________

Ontzielde handelswaar — Het gedicht ‘Ontzielde handelswaar’ komt uit E kas blau | Het blauwe huis, de bundel die ik schreef bij mijn eerste bezoek aan Curaçao in 2011.* Ik heb het vandaag als apart item geplaatst vanwege de herdenking van de afschaffing van de slavernij op de Nederlandse Antillen en in Suriname door het centrale gezag in Nederland op 1 juli 1863.* Wat dit voor mij niet al te bekende facet van ons nationale verleden opriep, had ik, toen ik er was totaal niet aan zien komen.

Boter op ons hoofd, we hebben ladingen boter op ons hoofd. Dat was wat door mijn hoofd ging toen ik de eerste zalen van het slavernijmuseum op Kura Hulanda had bekeken. Natuurlijk weet je het wel, daar ergens in je achterhoofd, dat onze economische bloei in het verleden gegrondvest was op het bittere leed van anderen, maar als je daar met je neus op wordt gedrukt – het in alle omvang krijgt voorgespiegeld – dan overvalt een intense schaamte je. Vooral ook, omdat de Nederlander zich zo gemakkelijk de rol aanmeet van de moreel meerdere van de Duitser. Dat vergaat je wel als je ziet wat wij op ons geweten hebben. Formeel geen georganiseerde genocide – want wie bederft nu zijn eigen koopwaar? – maar niet één kerk heeft zich verzet tegen de massale ontzieling en de wreedheden die met deze nering gepaard gingen. Sterker nog, de kerken leverden de legitimatie van de slavenhandel door middel van pauselijke breven en citaten uit de Statenbijbel.

Curaçao was zo ongeveer het Westerbork van de Cariben en ook Kura Hulanda maakte deel uit van de niets ontziende logistiek. De ruimtes waar het museum in gevestigd is, waren eertijds het decor van hartverscheurende taferelen. Het besef dat je daar nagenoeg fysiek het verleden instapt, is ronduit beklemmend. Op het moment dat ik het nagebouwde scheepsruim betrad, overviel het gedicht me. Stortte zich op me met alle schuld en schaamte. Het was echter niet alleen de wanhoop van de gevangenen die ik voelde, maar ook de immense angst van de overweldigers voor een tegenstander die niets meer te verliezen heeft. Excessieve wreedheid is het gevolg geweest. Een wreedheid die zijn weerslag vond in een van de schakels van de driehoekshandel: gesmede martelwerktuigen, boeien en kettingen.

Omgaan met zo’n verleden is misschien nog te doen in een gepolariseerde constellatie, als je simpelweg of tot de ene of tot de andere partij hoort. Maar dat wordt anders als je allebei de kanten in je hebt. Hoe problematisch dat is ervaren Nederlandse families die zowel collaborateurs als verzetsmensen in hun gelederen hebben, tot de dag van vandaag. Voor hen geen helderheid. Kijken we naar het slavernijverleden dan is een van de meest saillante voorbeelden de uitzending van Verborgen verleden met de cabaretier Jörgen Raymann.* Wat mij betreft de meest indrukwekkende episode in deze bijzondere serie, die je onder deze link kunt bekijken. Neem er de tijd voor, want  … misschien overdrijf ik, maar ik werd er een ander mens van.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. E kas blau | Het blauwe huis. Gedichten op locatie met reisimpressies (Curaçao). Curaçao/Ohé en Laak, 2011. http://bit.ly/2ykneeF-KasBlau. Over mijn beeldgedichten/gedichten op locatie vind je meer onder deze link.
  • “Emancipatiewet”. Wikipedia, 11 mei 2018. http://bit.ly/2NgsKSO. Dit item is verder opgenomen in de rubriek #Gom | Gedicht op maandag (2 juli 2018).
  • Spijtig genoeg staat net deze aflevering niet op Youtube, zodat ik haar niet kan inbedden in dit bericht. Ook via NPO Start gaat dat niet. Maar dat moet je niet beletten om te gaan kijken!
  • Toelichting en herkomst foto’s:
    • Museum Kura Hulanda vertelt over de positie van Curaçao in de internationale slavenhandel. Foto Anja Disselhof 2011 (onder Creative Commons Licentie op Flickr).
    • Het nagebouwde scheepsruim in museum Kura Hulanda te Curaçao, waar slaven zij aan zij geketend lagen gedurende een reis die vele maanden kon duren. Foto Jeroen van Luin 2016 (onder Creative Commons Licentie op Flickr).
    • Plattegrond van een slavenschip met dicht op elkaar gepakte ontzielde handelswaar, tentoongesteld in museum Kura Hulanda te Curaçao. Foto Jeroen van Luin 2016 (onder Creative Commons Licentie op Flickr).
  • De beeldgedichten die ik tijdens mijn werkbezoek een jaar later schreef zijn direct on line geplaatst op Blogger: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Curaçao revisited”. Homo ludens op Curaçao (2012) (blog), 2012. bit.ly/2tU6upc-dichtwerk.

Ben je een keer in Willemstad op Curacao, ga dan eens kijken bij Museum Kura Hulanda.

Verkorte link: bit.ly/2tJxSXs-VanHH2Org

Le va et vient à Pierrefonds

Le va et vient à Pierrefonds


Le va et vient | E.E. Viollet-le-Duc (ontwerp), Het binnenplein van kasteel Pierrefonds (1861-1885). Foto bvhh.nu (2008). Le va et vient | E.E. Viollet-le-Duc (ontwerp), Het binnenplein van kasteel Pierrefonds (1861-1885). Foto bvhh.nu (2008).

Le va et vient …
het plein van Pierrefonds
lost op in een markt
waar mensen slenteren …
Iedere gevel
als een apart gebouw
organisch gegroeid
tous les temps, tous les lieux
ogenschijnlijk lukraak
maar au fond
resultaat
van een
tekentafel
waar de meester van het werk
zich fronsend over buigt
en ziet dat het goed is.

Le va et vient | E.E. Viollet-le-Duc (ontwerp), De bouwvakker in een van de sluitstenen van kasteel Pierrefonds (1861-1885). Foto Poul de Haan (2008).

______________________________________________________________________

Postscriptum | La va et vient

Dit gedicht met de uitleg in het citaat hieronder komt uit mijn eerste bundel met Kunst der Vormen in de Picardie – Assez de place (2008)* – en is hier geplaatst in het kader van het initiatief Gedicht op maandag | #Gom. Toen ik met deze groep op excursie ging, realiseerde ik me helemaal niet dat we zo dicht bij Pierrefonds zouden zijn.* En dat stond al zo lang op mijn verlanglijstje. Op het notebook dat ik bij me had, had een lezing staan over Pierre Cuypers die ik aanvulde met wat foto’s die Poul de Haan, Marja Langenberg en ik bij een verkennend bezoek hadden gemaakt. En zo kon ik een presentatie geven, voordat we er met het hele gezelschap naar toe gingen. Dat was ook wel nodig: we schrijven 2008, het Rijksmuseum was nog niet herontdekt (dat gebeurde pas na de opening in 2013) en in de groep heerste de nodige argwaan jegens de neostijlen. Er was dan ook geen onverdeeld enthousiasme over dit meesterwerk van Cuypers’ grote voorbeeld, Eugène Viollet-le-Duc. Min of meer schoorvoetend gaf men zich over …

Dit thema dank ik aan Maarten* wiens eerste reactie op het binnenplein van Pierrefonds was dat het zo van de tekentafel kwam. Die opmerking activeerde een paradox die tekenend is voor dit soort complexen: Viollet-le-Duc had als opdracht om in Pierrefonds een microcosmos van het Franse rijk en zijn verleden te tonen, waarvan de organische groei in de verschillende bouwvolumes en geveldelen tot uitdrukking moest komen. In het spoor van Lodewijk XIV wilde keizer Napoleon III zichzelf in het midden van dit rijk plaatsen: het was zijn Versailles. Analoog aan de al wat oudere landschapsparken moesten hier ‘tous les temps et tous les lieux’ verbeeld worden. Marja herkende dan ook direct tijdens de voorexcursie nagenoeg rechtstreekse stijlcitaten van de Sainte Chapelle en van kastelen als Blois en Chambord.

In het spoor van de microcosmos onthult het plein nog een favoriet thema uit deze tijd: architectuur als stad in het klein. Algemeen werd die ‘stad’ alleen als silhouet getoond, zoals Cuypers met name laat zien bij het Centraal Station. Door de bijzondere opgave van Pierrefonds was Viollet-le-Duc hier in de gelegenheid om de stad in het klein ook van binnen te tonen door het plein het aanzien te geven van een markt met verschillende gebouwen.

Van de middeleeuwse bouwkunst hadden Viollet-le-Duc en Cuypers het thema van de recursie overgenomen, dat vergelijkbaar is met het Droste Cacao-effect.* De grote kathedralen zijn een verbeelding van het hemelse Jeruzalem dat ik hiervoor heb aangestipt en bevolkt met heiligenbeelden wier baldakijnen opnieuw een hemels Jeruzalem vormen. Heel fraai zien we dat bij ons broddellapje in het frontispies, waar een prachtig gedetailleerd gotisch Jeruzalem is neergedaald.*

Dit thema werd op verschillende manieren uitgewerkt in Pierrefonds, waar het grote kasteel onder meer een recursie krijgt in de bekroning van de beren van de loge naar de keizerlijke vertrekken. Bij haar speurtocht naar een detail om zich op te concentreren attendeerde Janke me hierop. We zien het dan ook terug in de tekening die zij maakte.

Le va et vient | Janke de Boer, Een van de steunberen van Pierrefonds, bekroond door een miniatuur kasteel. Foto Marjan van den Bos, 2008.
Janke de Boer, Een van de steunberen van Pierrefonds, bekroond door een miniatuur kasteel. Foto Marjan van den Bos, 2008.

Over de foto’s nog het volgende: de twee in de kop zijn van mijn hand. Wat ze bijzonder maakt is dat ze genomen zijn met mijn eerste GSM met fotocamera, een Nokia. Vergeleken met de iPhone die ik nu heb, was het een soort stoommachine, maar wat was ik destijds blij met dit hulpmiddel. Ik heb toen ontdekt hoe gemakkelijk het is om een fototoestel direct bij de hand te hebben.

De foto van de bouwvakker in een van de sluitstenen van Pierrefonds is van Poul de Haan, wiens werk ik voor nagenoeg alle bundels heb mogen gebruiken die ik met Kunst der Vormen maakte. Het was delen in de overvloed wat ook gold voor de andere fotografen en de tekenaars in het gezelschap. Dat maakte het bundelen van de gedichten een dankbaar werk.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. Assez de place pour être heureux. Art des formes visite la Picardie. Gedichten op locatie. Ohé en Laak: VanHH.org, 2008. http://bit.ly/2yS3tYj-Assez, pp. 16-17.
  • Voor zie dit lemma op Wikipedia.
  • Maarten Ruijters, architect en begenadigd topografisch tekenaar. Van hem is ook de tekening op de omslag van Hubar, Assez de place.
  • Voor het Droste-effect of de recursie zie dit lemma op Wikipedia.
  • Het broddellapje slaat op de kerk van Saint Martin au Montigny Lengrain, een onvoltooide symfonie par excellence. Van het frontispies is een foto van Poul de Haan te zien in Hubar, Assez de place, p. 17.
  • Wat betreft de achtergrond van mijn observaties, zie Hubar, Arbeid en Bezieling, zoektermen: microcosmos; Louis de Carmontelle in verband met ‘tous les temps et tous les lieux’; Aart Oxenaar voor de stad in het klein. Het thema van de recursie heb ik verder uitgewerkt in mijn monografie over de nieuwe Bavo.

Ben je in de buurt van Pierrefonds, ga dan zeker kijken!

Verkorte link van dit item: bit.ly/2Iyqt70-VanHH2Org

#Gom | Gedicht op maandag


Vanaf 2006 heb ik gedichten geschreven, met name rond erfgoedthema’s, maar ook over andere vormen van ‘human interest’. Eens in de zoveel tijd stof ik er eentje af en zet dat on line onder de titel Gedicht op maandag | #Gom.

Gom | Met Kunst der Vormen in Wylre, bezig met een gedicht over dit werk van Leo Vroegindeweij. Collage bvhh.nu 2010.
Met Kunst der Vormen in de tuin van kasteel Wylre, bezig met een gedicht over dit werk van Leo Vroegindeweij voor de bundel ‘In ’t Zuie’. Collage bvhh.nu 2010.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Cyclus Rome

Cyclus Rome: het Colosseum
Het Colosseum te Rome (72-80). Foto auteur, 2015.

Van 12 tot 22 juni 2015 was ik met een kleine groep op excursie in Rome onder leiding van Cis Brenders, klassiek archeoloog te Antwerpen, die zich onder meer bezighoudt met de vertaling van De architectura Libri X (De tien boeken over architectuur) van Vitruvius, voluit Marcus Vitruvius Pollio (circa 85 — 20 voor Christus).1 Behalve in de Romeinse kunst – waarbij Brenders veel aandacht besteedde aan een van mijn favoriete onderwerpen, monumentale muurschilderkunst – maakte hij ons ook wegwijs in de vroegchristelijke cultuur. Heel bijzonder was het bezoek aan Ostia waar hij al jaren bezig is met een graffitiproject, klassieke graffiti wel te verstaan.

Daarnaast was er  voldoende gelegenheid voor enkele toppers als de Villa Farnesina, de Villa Borghese, de Agnese van Borromini – om er een paar te noemen – en een superbe ontdekking om de hoek van het hotel: de Joachimkerk met de Hollandse kapel die naar aanleiding van het vijftigjarig priesterfeest van Leo XIII werd gebouwd rond dezelfde tijd als de nieuwe Bavo in Haarlem. Waar ik ook ben, het project waarmee ik bezig ben komt altijd wel een keer om de hoek kijken. Een andere verrassing was het beeld van de zalige Ludovica van Bernini, waar een van de reisgenoten ons op attendeerde. Dit vrijwel onbekende kunstwerk bevindt zich in de Franceso da Ripa in Trastevere en laat – net als beroemde Theresa van Avila van Bernini – de extase zien als gevolg van de mystieke eenwording van de ziel met God.2 Het boeiende hiervan is dat Bernini de iconografie volgt van de Madonna lactans die zo’n prominente rol speelt in de mystiek van Bernardus van Clairvaux.3 Dat vraagt om nader onderzoek!

Bij de verschillende bezienswaardigheden kwamen als vanzelf woorden naar boven die de ene keer resulteerden in gedichten op locatie – gecombineerd met wat reflecties op de achtergrond – en de andere keer inspireerden tot korte essays op vakgebied. De eerste items staan inmiddels on line:

B.4

 


  1. De resultaten van dit project zijn te volgen via www.vitruvius.be. Voor Vitruvius zie ook het lemma op Wikipedia

  2. Zie het betreffende lemma op Wikipedia

  3. Zie daarover in het bijzonder: Kingma, De mooiste onder de vrouwen → Bibliografie

  4. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/Cyclus-Rome 

Blues

Gedichtencyclus Georgië
De reis naar Georgië in 2011 was onvergetelijk!.

Een van de mooiste reizen die ik gemaakt heb, was naar Georgië in 2011, waarbij ook nog een klein stukje Turkije aan de Zwarte Zee in het programma zat.1 Daar kwam een rijke verzameling impressies en beeldgedichten uit voort. Teveel keuze, zeg je terecht. Dus heb ik er, los van de inleiding, drie voor je geselecteerd:

Met name de laatste plek was overweldigend. Daar bleef een stukje van mezelf achter, dat ik later in gedachten op heb moeten halen. De heimwee wilde maar niet overgaan. Wat is de Kaukasus toch mooi.

Ga er heen, nu het nog kan!

B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Georgië, impressies en beeldgedichten’, op: bernadette-van-hellenberg-hubar.blogspot.nl, http://bit.ly/Georgie-2011 (2011). 

  2. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-Pt 

Mamelis revisited

Binnenkort heb ik een afspraak op de Sint Benedictusberg in Mamelis, een abdij die jammer genoeg niet zozeer bekend is vanwege de prachtige expressionistische architectuur van Dominikus Böhm, maar vanwege dom Hans van der Laan. Natuurlijk is het heel bijzonder wat deze laatste architect aan innovaties heeft bedacht, maar ik blijf het betreuren dat dat ten koste is gegaan van het werk van zijn oudere collega.1

Hoe ’t ook zij, ik was er in 2010 met Kunst der Vormen, een aparte vereniging van haast exclusief Delftenaren die samen op excursie gingen om te tekenen en te fotograferen. Ik zat daar zo’n beetje bij als buitenbeentje, geen bouwkunde in Delft, maar kunstgeschiedenis in Utrecht, niet om te tekenen of te fotograferen, maar om gedichten te maken. Uit deze samenwerking ontstonden beeldgedichten. Hieronder kun je zien wat dat ten aanzien van Mamelis bracht.

Ditmaal ga ik niet naar Mamelis voor het werk van Böhm, noch voor Van der Laan, maar vanwege de Clemenskerk in Merkelbeek. Ik ben bezig met een kleine publicatie over de onlangs gerestaureerde schilderingen daar. Nu waren de benedictijnen die in Mamelis zitten, rond 1900 gevestigd in Merkelbeek. Een van hen was de jonge dom Romanus Jacobs die van zijn abt de opdracht kreeg om de kerk te beschilderen. Maar dat verhaal ga ik hier niet vertellen.2

Er is echter nog een reden voor mij om Mamelis te bezoeken. Dankzij dit project kwam ik erachter dat een oude klasgenoot van mij daar ingetreden is. Een van de gedichten hieronder speelt zich af in de kapel, en daar meende ik hem destijds al te herkennen. Gezichtsbedrog, hield ik me zelf voor. Maar nu, zoveel jaar later … enfin, blader maar eens door naar beneden en klik gewoon op het plaatje als de letters te klein zijn. Mocht je de dichtbundel als geheel willen zien, dan vind je beneden een snelkoppeling.3



Klik om te vergroten! Mamelis revisited | Gedichtenbundel 'In 't Zuie', Kunst der Vormen, Raar mei 2010, p. 18.
Op de cour van Sint Benedictusklooster te Mamelis, ontworpen door dom Hans van der Laan, met een tekening van Maarten Ruyters. Herkomst: ‘In ’t Zuie’, 2010.

Klik om te vergroten! Mamelis revisited | Gedichtenbundel 'In 't Zuie', Kunst der Vormen, Raar mei 2010, p. 19.
Collage van een tekening van Janke de Boer tussen foto’s van Hans Ringnalda en Marjan van den Bos. Herkomst: ‘In ’t Zuie’, 2010.

Klik om te vergroten! Mamelis revisited | Gedichtenbundel 'In 't Zuie', Kunst der Vormen, Raar mei 2010, p. 20.
Collage van foto’s van Hans Ringnalda. Herkomst: ‘In ’t Zuie’, 2010.

Klik om te vergroten! Mamelis revisited | Gedichtenbundel 'In 't Zuie', Kunst der Vormen, Raar mei 2010, p. 21.
Collage van foto’s van Hans Ringnalda. Herkomst: ‘In ’t Zuie’, 2010.

Een fijne sfeer hangt daar. Ga er maar eens heen!

B.4

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren


  1. Zie de lemmata Dominikus Böhm en Abdij Sint Benedictusberg Mamelis op Wikipedia. 

  2. Zie het item Clemenskerk in Merkelbeek op deze site 

  3. Hubar, In ’t zuie op Issuu: http://bit.ly/In-t-Zuie, of via http://bit.ly/IntZuie-VHHorg

  4. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1NHZMGc | http://wp.me/p4eh3s-Li 

Van mij voor jou …

Het altijd leuk om iets weg te geven: aan mensen die je zijn gaan volgen via de sociale media of iemand die je net hebt leren kennen of zomaar …

Omslag historische novelle 'Se non è vero'. Klik op het plaatje om te vergroten (bvhh.nu 2008). Omslag historische novelle 'Het labyrint''. Klik op het plaatje om te vergroten (bvhh.nu 2007). Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018.

Vandaar deze keur aan mooiste dingen die ik heb gemaakt, fact and fiction naast elkaar:

  • Het labyrint, Fanfiction gewijd aan Pierre J.H. Cuypers en opgedragen aan Wies van Leeuwen, Ohé en Laak 2007. Als je al zo lang met iemand als Cuypers bezig bent, is het heel verfrissend om af en toe je fantasie de vrije loop te laten. Vandaar deze historische novelle die ik opdroeg aan mijn vriend en vakgenoot Wies van Leeuwen bij gelegenheid van het verschijnen van zijn Cuypersbiografie.
  • E kas blou / Het blauwe huis, gedichten op locatie met reisimpressies, Curaçao 2011. Mateloos genieten van ’n stukje Caribisch ‘Nederland’. Dit kun je mooi door bladeren via Issuu.
  • Sur place, Roermond in dertien beeldgedichten (2010-2011), met Annelei Engelberts. Hoe je een historische stad door twee poëtische brillen kunt bekijken. Alweer iets om mooi door te bladeren met Issuu.
  • Se non è vero, Fanfiction gewijd aan Nenny Alberdingk Thijm, Ohé en Laak 2008. Het was heel plezierig om de vrouw achter Cuypers op een wat vrije manier tot leven te brengen. Net als Het labyrint speelt deze historische novelle een rol in de Cuyperscode.
  • De muziek van het licht, Cuypers’ polychromie, Res nova, Ohé en Laak 2007. Ooit geweten dat Cuypers zeer waarschijnlijk synesthesie had? Dat lees je in deze studie, waarin ook de kleuren van het Rijksmuseum aan de orde komen. Het stuk verkeert nog steeds in de conceptfase en dat is maar goed ook, want sinds ik met de nieuwe Bavo van Joseph Cuypers bezig ben, zijn er heel wat nieuwe inzichten naar voren gekomen.1
  • Het poepende mannetje‘ over een bijzonder beeld aan de buitenkant van de nieuwe Bavo inVitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals, 10, nummer 40 (2017). Wat betekent zo’n geuzennaam en wat stond Joseph Cuypers voor ogen?
  • ‘Retort in het borgingsproces, De erfgoedSWOT© en de Wederopbouwkernkwaliteiten in de AMvB Ruimte’, in: Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 4, nummer 13 (2010), pp. 16-21 en 5, nummer 14 (2011), pp.18-25. Wederopbouw is hot, maar er is wel heel veel van. In dit artikel zit een handreiking voor een selectiemethode. Speciaal voor lezers die van abstract denkwerk houden.
  • En tenslotte uiteraard het laatste E-boek, Tussen Gabriel en Michael, waarover je onder deze link meer vindt.

Ik zou zeggen, blader er eens doorheen en neem wat van je gading is.

Wil je meer weten over mij? Kijk dan eens bij mijn biografie.

B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Meer weten? Surf naar de projectpagina op deze site. 

  2. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH4U. 

Erfgoedverhaal

Ubi sunt