De luchtboogbeelden onderweg

Sint Jan Den Bosch Wonderlijke klim foto bvhh.nu 2016


Zittend op de luchtboog
zetten we ons voorzichtig af
om opwaarts te schuiven
’n trage dodendans
van heiligen en zondaars
zotskappen en wijzen
de man om de hoek en de koning
tussen dieren en monsters
zestien bogen lang
’n brug tussen aarde en hemel
waar Cerberus wacht
in vele gedaanten

de muil wijd geopend
gebeurt ‘t ieder moment
kokhalzend spuwend
een zondvloed van water
kolkt op onze lijven
houvast verdwijnt
graaiend, tuimelend,
vallend klauwend
vergeefs grijpen we
naar wapperende panden
‘n arm ‘n voet van hen
die nog sneller
dalen
de aarde tegemoet

aan de voet van de beren
zijn wij als Sisyphus
behept met ‘n taak
die nooit lijkt te voleinden
Steeds weer onderweg
naar waar engelen
zingen: Alleluja

________________

@kerkverhalen — De aanleiding mag Jeroen Bosch zijn geweest, maar dat heeft de ‘wonderlijke klim’ bij de Sint Jan van Den Bosch helemaal niet nodig. Het is werkelijk een briljante vondst geweest om deze sculptuur op de steunbogen langs het schip – die globaal tussen 1470 en 1520 tot stand kwam – op deze manier toegankelijk te maken voor een groot publiek. Wie wat vaker verhalen van mij leest, weet dat ik gek ben op steigers, of liever, helemaal weg ben van die wonderlijke wereld tussen hemel en aarde. Toen de Bossche kathedraal de laatste keer in de steigers stond, heb ik daar rond mogen dwalen in het gezelschap van Wies van Leeuwen die de problematiek van de restauratie toelichtte. Was dat al boeiend, nog aangrijpender was de poëtische sfeer op de steigerplanken tussen de beren, luchtbogen en wimbergen, oog in oog met beelden en ornamenten. Een andere wereld, dacht ik toen, een totaal aparte wereld. Datzelfde gevoel overviel me toen ik in 2013 op de steigers stond bij die andere fantastische kathedraal, de nieuwe Bavo in Haarlem, en waar dat toe leidde gaan we 9 september beleven.

Programma — Je wil nog weten wat er waar is in mijn verhaal in dichtvorm? Of het klopt van die waterspuwers boven de luchtbogen? Zoals zo vaak, is het antwoord ‘ja’ en ‘nee’. Wat de luchtboogbeelden precies betekenen heeft tot dusver niemand kunnen achterhalen, zoals Ronald Glaudemans in zijn boek hierover nog eens benadrukt.* Het onderliggende programma blijft in raadselen gehuld. Sterker nog, mijn promotor, Kees Peeters, meende zelfs dat de cyclus van toevalligheden aan elkaar hing. Ongetwijfeld is er naar de middeleeuwse achtergronden nog veel onderzoek nodig, maar misschien is het ook wel aardig om de menagerie op de luchtbogen te bekijken door een negentiende en vroeg twintigste-eeuwse bril. Want we denken wel dat we naar een middeleeuws toneel kijken, daarboven in de dakgoot van de Sint Jan, maar het gros van wat we zien is negentiende-eeuws. We zijn niet zozeer beland bij de wereld van Jeroen Bosch, als wel bij die van de belangrijkste restauratie-architect, Lambert Hezenmans (1841-1909) , en de man die namens het Rijk de inspectie van de werken uitvoerde, Pierre J.H. Cuypers (1827-1921). De twee kenden elkaar goed, want beiden waren door de afdeling kunsten en wetenschappen van het ministerie van buitenlandse zaken – dat wil zeggen, Victor de Stuers – aangesteld als rijksinspecteur. Niet zelden controleerden ze in die functie elkaars werken. In het geval van de luchtboogbeelden leidde dat tot pittige kritiek van de kant van Cuypers, met name wat betreft de concrete aanpak van Hezenmans, waardoor origineel, gerestaureerd en aangevuld niet goed te onderscheiden waren.*


/Volumes/Beeld/Web en sociale media 2016/Screenshot Lambert Hezenmans, luchtboogbeelden negentiende eeuw Sint Jan Den Bosch site Bossche Encyclopdie
Lambert Hezenmans, Schetsjes van een aantal luchtboogbeelden (1870-1885). Herkomst: site Bossche Encyclopedie: http://bit.ly/29kyLN3.

Lange tijd is behoorlijk denigrerend gedaan over de kennis die mensen als Hezenmans en Cuypers over de middeleeuwen hadden en wat dat voor een fnuikende gevolgen had voor de middeleeuwse monumenten van ons land. Vanaf de jaren zeventig kwam een herwaardering op gang die startte met een pleidooi voor de erkenning van de intrinsieke oudheidkundige betekenis van dit soort restauraties. Vrijwel niemand vond de negentiende-eeuwse bijdrage in die tijd ‘mooi’, maar dat stond los van de cultuurhistorische waarde. Geleidelijk kwam meer oog voor de ambachtelijke kwaliteit van de negentiende-eeuwse ateliers met hun strak gepolijste technieken. Toen eenmaal die horde tot het ‘mooi’ vinden genomen was, bleek ook nog eens dat men in die tijd veel meer wist van de middeleeuwen dan tot dusver was aangenomen. En dan valt onvermijdelijk de naam van Cuypers’ zwager, J.A. Alberdingk Thijm en zijn standaardwerk De Heilige Linie (1858). Niet dat Thijm de enige was die zich bezighield met de middeleeuwen, maar op het gebied van de iconografie en symboliek kun je hem zeker beschouwen als een vaandeldrager.*

Microkosmos — Voor Thijm en zijn tijdgenoten was de kathedraal een microkosmos, waarin ‘de gedaante der kerk als afbeelding der waereld’ centraal stond: een wereld in het klein, met al het goed en het kwaad wat ertoe behoorde. Zijn petekind, Joseph Cuypers, zou – vast ook geïnspireerd door de Sint Jan die hij onvermijdelijk kende – deze visie tot uitdrukking brengen in de beeldencyclus van de nieuwe Bavo. Dat deed hij niet alleen, want ook vicaris-generaal en later bisschop A.J. Callier droeg bij aan dit programma. Een belangrijk netwerk waar katholieke kunstenaars en geleerden elkaar ontmoeten was De Violier die in 1906 een bezoek bracht aan de kathedraal van Den Bosch. Tot deze kunstkring hoorde onder meer Xavier Smits die al eerder voor De Violier een lezing had gehouden over de Sint Jan en een proefschrift daarover voorbereidde bij de universiteit van Leuven.* Juist hij wordt afgeserveerd door Ronald Glaudemans:

  • ‘Een andere onderzoeker van de bouwgeschiedenis, C.-F.-X. Smits, ‘Doctor in de Archaeologie’, […] beredeneert in 1907 dat de beeldjes ‘de gezamenlijke menschheid’ voorstellen; ‘De geheele menschheid is dan door dat leger van opstijgende beeldjes verpersoonlijkt. Tusschen de rangen der menschen bevinden zich eenige potsierlijke en phantastische typen, die den mensch op zijn weg door het leven bemoeilijken’. Deze minstens zo merkwaardige verklaring verraadt duidelijk de tijdgeest van de periode waarin deze werd opgeschreven en kan vandaag de dag ook niet echt stand houden’.*

Als we het woord mensheid vervangen door schepping dan komen we dicht in de buurt van Thijms visie op de microkosmos die – zoals hij in De Heilige Linie uitlegt – een sterk antropologisch karakter heeft. Al zo lang als de mensheid bestaat hebben de volkeren in hun gewijde gebouwen de wereld in het klein weergegeven; niet alleen in het westen, maar over de hele aardbol. Dit idee werd bij De Violier verder uitgedragen door een andere vriend van Joseph Cuypers, de iconograaf Matthaeus Nieuwbarn die hierbij op Viollet-le-Duc leunde:

  • ‘De kunstenaars der middeleeuwen hebben van de Christelijke Kerk een soort van nieuwe schepping gemaakt; zij hebben er al wat in de zichtbare en onzichtbare wereld geschapen was, als een heldendicht van lijn en steen in samengebracht.’*

In die wereld is de mens op een symbolische pelgrimage op weg naar de hemel, en onderweg ontmoet hij alles en iedereen: naast de man om de hoek en z’n vrouw, de elite van koningen en keizers; naast bekende dieren de meest vreemdsoortige wezen die onder meer staan voor de beproevingen en verleidingen, zoals Jeroen Bosch ze heeft weergegeven op zijn beroemde schilderijen van heilige heremieten. Zo tijdgebonden was de visie van Smits dus niet. Daarbij komt dat de luchtboogbeelden zich bevinden boven het schip, de plek die volgens Thijm bij uitstek staat voor de aarde, de strijdende kerk, waar de gelovigen ‘zich door des waerelds woelige golven trachten heen te werken’.* Sinds ik met de nieuwe Bavo bezig ben geweest, koppel ik dit beeld van goed en kwaad aan de theodicee* van Thomas van Aquino die vanaf 1879 (opnieuw) in het centrum van het katholieke denken stond. Of daarin nog aanknopingspunten zitten voor het middeleeuwse programma van de beeldencyclus van de kathedraal, vraagt om verder onderzoek.

Brochure wonderlijke klim Sint Jan Den Bosch (2016).
Brochure met de plattegrond en de benaming van de luchtboogbeelden. Net als het informatieve boekje van Ronald Glaudemans (zie hieronder) verkrijgbaar bij de kaartverkoop van ‘De wonderlijke klim‘ van de Sint Jan in Den Bosch.

Klassieke referenties — Maar ja, zul je denken, hoe zit het dan met Cerberus en Sisyphus? Dan komen we toch terecht in de klassieke oudheid? Dat klopt, maar uit het oogpunt van de middeleeuwen was er geen scheiding met die oudheid. Die maakte integraal deel uit van het eigen erfgoed. Een mooi voorbeeld daarvan is de Divina Commedia van Dante uit het eerste kwart van de veertiende eeuw: de auteur gaat hierin met de – let wel! – klassieke schrijver Vergilius op stap. Op zijn reis – die in de vakliteratuur vaak als pelgrimage wordt bestempeld – komt hij onder meer Sisyphus en Cerberus tegen.*

Kijk, dat is het nu het mooie aan gedichten: met een minimum aan woorden roep je een beeld op, waarna heel veel zinnen nodig zijn om uitleg te geven. Terwijl zo’n gedicht ontstaat gebeurt er van alles in je hoofd: in een hoog tempo rijgen zich voorstellingen aan elkaar die vanuit de enorme vergaarbak van het geheugen intuïtief elkaars gezelschap zoeken en vervolgens via je vingers op het scherm belanden. Dit is een proces van ’n paar minuten, het denken daarna over de achtergrond en de context vraagt heel wat meer. Dat geeft de verdiepingsslag en maakt het – wie weet – wel mogelijk dat je als je daar staat, terugdenkt aan dit verhaal.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Bronnen

De * in de tekst verwijst naar de volgende bronnen:

  • ‘Luchtboogfiguren’, op: bossche-enyclopie.nl, http://bit.ly/29kyLN3 (2016).
  • Cuypers, Jos. en Jan Stuyt (Constructie) en Xav. Smits (Symboliek), De nieuwe St. Jacob te ’s-Hertogenbosch, ’s-Hertogenbosch 1907.
  • Davidson,Linda Kay en David Martin Gitlitz, Pilgrimage: From the Ganges to Graceland: an Encyclopedia, deel 1, 2002, pp. xviii-xix. | http://bit.ly/29NFwau
  • Divina commedia: zie https://www.wikiwand.com/nl/De_goddelijke_komedie
  • Donkers, Geert, ‘“De parel aan Brabants kroon”: het bezoek van ‘De Violier’ aan ‘s-Hertogenbosch’, in: Bossche Bladen, Cultuurhistorisch magazine over ‘s-Hertogenbosch 3 (2001), pp. 16-20. | http://bit.ly/29AHsPK
  • Donkers, Geert, ‘De Katholieke Kunstkring De Violier, 1901-1920’, in: Trajecta 10 (2001), pp. 112-135. | http://bit.ly/29mBa5Y
  • Glaudemans, Ronald, Een wonderlijke klim, De luchtboogbeelden op de Sint-Jan, Den Bosch 2016, pp. 6; 10-12.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997, onder meer pp. 325-329 (microkosmos).
  • Kalf, J., ‘Vierde jaarverslag van den Katholieken Kunstkring: De Violier’, in: Van Onzen Tijd 6 (1905-1906), pp. 130-142. | http://bit.ly/VanOnzenTijd (lezing Xavier Smits kathedraal Sint Jan).
  • Nieuwbarn, M.C., Het Roomsche kerkgebouw, leer der algemeene symboliek en ikonografie onzer Katholieke kerken, Nijmegen 1908, p. 9. | http://bit.ly/Nieuwbarn-bouwsymboliek.
  • Theodicee: https://www.wikiwand.com/nl/Theodicee
  • Thijm, J.A. Alberdingk, De Heilige Linie, pp. 73; 197. | http://bit.ly/Thijm-Sterck-Oudheidkunde

Beeldmateriaal

De foto’s in de kop en de diashow zijn van de hand van de auteur (bvhh.nu) en vallen onder http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA.

Dit bericht is tot stand gekomen in het kader van #kerkverhalen en tevens geplaatst op ifthenisnow.eu: http://bit.ly/29PRceK.
Meer weten over #kerkverhalen? Volg dan deze link. Interesse om mee te doen? Meld je dan aan bij menno@ifthenisnow.nl. Je kunt ons ook volgen op Twitter via @kerkverhalen.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/28U5chf

Cecilia in de nieuwe Bavo

Sluitsteen met het monogram van Cecilia in de nieuwe Bavo (foto Margaretha Svensson-beeldbank RCE)
Sluitsteen met het monogram van Cecilia in de nieuwe Bavo (foto Beeldbank RCE-Margaretha Svensson).

Ook dit ornament hoort in de serie verborgen schoonheden in de nieuwe Bavo. Je kunt vast raden waar het zit, als ik je vertel waar de initialen voor staan: Cecilia die op 22 november haar feestdag heeft. Alleen de eerste vier letters die haast aan elkaar geregen worden door een S, van sancta uiteraard. Joseph Cuypers heeft dit op een aparte manier gedaan, want het gaat hier om een sluitsteen die je overal ziet waar gewelfribben elkaar ontmoeten (alweer een hint dus, want dat betekent omhoog kijken). Meestal zijn de sluitstenen rond, maar hier heeft hij er een soort kussentje van gemaakt. Probeer eens met je ogen het patroon van het fraai gestrikte lint te volgen, waar in de kwasten gouddraad lijkt te zijn verwerkt. Rond de gouden letters op het blauwe fluweel – want zo stel ik me dat voor – is een lauwerkrans gevlochten. Dat herinnert aan de ene kant aan de Romeinse herkomst van Cecilia en aan de andere kant aan haar martelaarschap.

Het interessante van kerkelijke kunst is dat ze ons als een tijdcapsule terugbrengt naar momenten lang geleden, in dit geval naar Rome anno 223. Hoe zou het daar toen zijn geweest. Als je het verhaal van Cecilia in de ‘Legenda aurea’ leest, waren het geen rustige tijden, want ze werd immers gedood vanwege haar geloof. In de eerste eeuwen van het christendom ging het op en af met de vervolgingen, ook al was het geloof al vrij snel doorgedrongen tot de hogere regionen van de maatschappij. Cecilia is wat dat betreft een mooi voorbeeld, want zij kwam, zoals de ‘Legenda aurea’ vertelt, uit een nobel geslacht.

In dit verhaal is ook de aardige misinterpretatie opgenomen die er toe leidde dat Cecilia de patrones van de muziek werd. Het gaat om één zin uit de oorspronkelijke legende, waarin staat dat ze tot God zong, terwijl de muziek van haar bruiloft opklonk. De passage ‘cantantibus organis’ (=klinkende muziekinstrumenten) werd veel later zo begrepen dat zij tot God bad, terwijl ze het orgel liet zingen. Zo heeft ze Gregorius als originele patroon van de muziek weten te verdringen. Het aardige is dat ook hij in de nieuwe Bavo aanwezig is, en als je hem hebt gevonden ben je behoorlijk dicht in de buurt van deze sluitsteen. Overigens had de architect wel iets met Cecilia, maar daarover vertel ik een andere keer.

Wil je meer weten over de nieuwe Bavo van Joseph Cuypers, teken dan in op mijn boek Ad orientem: http://bit.ly/Bavo-Ao.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


 

Bronnen &
  • Akker s.j, Dries van den, en Albert Gerritsen, Heiligen, op: www.heiligen.net (vanaf 2007), zoekterm Cecilia.
  • Beeldbank RCE, zoektermen: Bavo, Margaretha Svensson.
  • Caxton, William, The Golden Legend or Lives of the Saints. Compiled by Jacobus de Voragine, Archbishop of Genoa, 1275. First Edition Published 1470. Englished by William Caxton, First Edition 1483, Edited by F.S. Ellis, Temple Classics, 1900 (Reprinted 1922, 1931.) | http://bit.ly/Legenda-aurea, zoekterm Cecilia.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016.
  • Wursten, Dick, ‘St. Caecilia – patrones der muziek en muzikanten’, op: dick.wursten.be, http://www.dick.wursten.be/caecilia.htm (2015).

Om mijn boek over de kathedraal te bestellen, klik je op deze link: http://bit.ly/Bavo-Ao.

Nota bene — Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ die ik schrijf voor de Facebookpagina van de kathedrale basiliek Sint Bavo en Ifthenisnow.

 

Oneindig

Cyclus Rome 2 | Oneindig

Cyclus Rome: Charles-Louis Clérisseau (1721–1820), Stefano Rotondo, 1750-1755.

De cirkel wordt gedragen
door zuilen in het rond
in een eeuwig draaiend ritme
met lijnen haaks geplaatst
De triomfboog als een wig
hakend naar de hemel
dwars daarop de zoldering
vol aardse vlakke tinten
Twee Korinthische kapitelen,
rijke schouders met de geboort’
van twee bogen balancerend
op de as van het akkoord
noord naar zuid gelinieerd
Boven het hoogaltaar de leegte
van het boogvormige niets
al te heilig voor meer vormen
op de vliezen van het oog
Oost en west de oculi
die het rijzen en het dalen
van de zon naar ’t laatste uur
tot een vlammend spel
herleiden in de ronde
architectuur

Cyclus Rome: Lalupa op Wikimedia Commons, Stefano Rotondo, 2008.

______________

Post scriptum — In dit beeldgedicht van de cyclus Rome staat de Stefano Rotondo centraal, een van de meest bijzondere vroegchristelijke kerken in Rome, met een bouwgeschiedenis die teruggaat op de vijfde eeuw.1 Ze vormt de eerste christelijke centraalbouw in dit deel van de beschaving. Zelfs in een stad waar het Pantheon herinnerde aan het hoge niveau van de Romeinse architecten en constructeurs, was ze typologisch een buitenbeentje door de dubbele arcade rondom de locus sanctus in het midden. De koepel die je hier zou verwachten is echter achterwege gebleven. De tweede arcade is in de twaalfde eeuw dichtgezet, maar als boogstelling nog goed herkenbaar in de concentrische muur.

Op grond van de bijzondere verschijningsvorm wordt verondersteld dat de Stefano Rotondo in figuurlijke zin een kopie vormt van de heilig Grafkerk die Constantijn in 335 over het graf van Christus in Jeruzalem heeft laten bouwen: de Anastasis rotunda.2 De grote stroom pelgrims die hier naar toe kwam, keerde terug met verhalen waarin uiteraard ook de grafkerk een rol speelde. Hoe zag dat gebouw eruit? Wel, de kerk was een centraalbouw, omringd door drie apsiden met arcades, een centraal gewelf et cetera. Vrijwel zeker beïnvloed door deze orale context ontstonden over heel Europa symbolische ‘kopieën’ die vaak niet meer dan enkele karakteristieke elementen met de bron gemeen hadden, zoals in dit geval de centraalbouw. Was de kerk in Jeruzalem opgericht over het graf van Christus, bij de Stefano stond ze over het altaar dat symbolisch gelijkstaat met dat graf, omdat hier tijdens de misviering telkens weer het bloedige offer van Christus op onbloedige wijze wordt herhaald.3

Tevens is dit de plek waar zich de relieken van de heiligen bevinden: de heilige die een ‘alter Christus’ is, een andere Christus, een concept waar Paulus de opmaat van gaf: ‘Niet ik leef, het is Christus die leeft in mij’.4 Hij leeft dus volgens Paulus in ieder van ons, maar wel het meest illu­stratief in heiligen. Je zou kunnen zeggen dat Christus zich via de heiligen aan de mensen openbaart. Vandaar dat lotgevallen van de heiligen vol zitten met ontle­ningen aan het Oude en het Nieuwe Testament, als gaat het bij wijze van spreken om Bijbelse episodes.5

SStefanoRotondoVsec
In de Stefano Rotondo te Rome is de centraalbouw gecombineerd met de kruisvorm. Naar een reconstructie van S. Corbett.6 Herkomst: Wikimedia Commons.

Nu is het interessante van de Stefano Rotondo dat de circulaire opzet wordt gecombineerd met een axiale, waarin de christelijke kruisvorm domineert. Die wordt door twee onderdelen nog eens extra geaccentueerd: allereerst door de merkwaardige dwarsmuur van noord naar zuid in het hart van de centraalbouw boven het hoogaltaar, die in de middeleeuwen aangebracht zou zijn ter ondersteuning van de constructie. Voorts door de oostelijke uitbouw met zijn raam waardoor het ochtendlicht binnenvalt en de tegenhanger aan de westkant waardoor de laatste zonnestralen van de dag de kerk betreden.7 Of in het centrum van dit gebouw overigens werkelijk sprake is van heilige leegte – zoals in de Joods-christelijke traditie – blijft de vraag.8

Het bovenstaande gedicht schreef ik op locatie tijdens mijn excursie naar Rome van 12 tot 22 juni 2015, waarover onder deze link meer is te vinden. Het reprovrije beeldmateriaal is ontleend aan:

  • Arthermitage.org: Charles-Louis Clérisseau (28 August 1721–9 January 1820), Interior of St Stefano Rotondo Church in Rome (1750-1755).9
  • Wikimedia Commons: fotograaf Lalupa (2008).10
  • Wikimedia Commons: MM (2006) naar een reconstructie van Spencer Corbett11

B.12
_________________________________

Voetnoten:


  1. Voor algemene informatie zie Stefano Rotondo op Wikipedia

  2. Deze ontdekking staat op naam van Richard Krautheimer, ‘Introduction to an “Iconography of Mediaeval Architecture”‘ → Bibliografie. Voor algemene informatie zie heilig Grafkerk op Wikipedia. Een interessant laat voorbeeld is de kapel van Hoogcruts in Margraten. 

  3. Een van de grote kenners van Stefano Rotondo, Richard Krautheimer, betwijfelt overigens of hier wel van oorsprong af een altaar heeft gestaan. Voor zijn boeiende visie zie zijn artikel ‘Succes and failure in late antique church planning’, pp. 134-135 → Bibliografie

  4. Galaten 2, 20: geciteerd naar Van den Akker en Gerritsen, ‘Legende’, op www.heiligen.netBibliografie

  5. Hubar, Verhalen op de muur, pp. 73-74 → Bibliografie

  6. Krautheimer, ‘Succes and failure’, p.123→ Bibliografie

  7. De kerk ligt overigens niet helemaal georiënteerd, maar ongeveer zuid-oost. Vergelijk Krautheimer, ‘Succes and failure’, p. 122 → Bibliografie

  8. Waarschijnlijk speelde dit ook in de Arabische cultuur, zoals verwoord in mijn beeldgedicht Op het oosten, uit de cyclus Marrakesh. 

  9. Voor meer informatie volg deze link

  10. Voor meer informatie volg deze link

  11. Voor meer informatie volg deze link

  12. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-1EJ.

    < Naar de Cyclus Rome. 

Clemens in de Legenda aurea


Clemens in de Legenda aurea (dom Romanus Jacobs, Merkelbeek, 1901)
Dom Romanus Jacobs, Paus Clemens in de Clemenskerk te Merkelbeek (1901), toen de restauratie nog niet helemaal klaar was. In zijn linkerhand toont hij zijn vaste attribuut, het anker uit de Legenda aurea. Ook het Lam Gods waar hij naar kijkt, berust op een passage uit de Legenda aurea. Foto Marij Coenen, april 2014.

Opmaat

Wie zich verdiept in Clemens als historische figuur komt vroeg of laat uit bij de Legenda aurea, het boek met heiligenverhalen die de dominicaan Jacopo da Voragine (Jacobus de Voragine) tussen 1250 en 1260 verzamelde om te gebruiken voor de dagelijkse lezing en de preken tijdens de mis. Dit boek was ongekend populair, zoals blijkt uit een Middelnederlandse versie en een Engelse editie uit respectievelijk 1438 en 1483. Met name de Engelse editie is verbazingwekkend goed leesbaar, hetgeen vermoedelijk ook op het conto staat van de F.S. Ellis die in 1900 voor een herdruk zorgde. De twee publicaties gaan terug op een moederbron in het Latijn die ik geraadpleegd heb via de uitgave van J.G.Th. Graesse uit 1850. Gezamenlijk ligt dit drietal aan de basis van mijn vertaling van het deel waarop de schildering in de Clemenskerk betrekking heeft. Dat kun je hieronder aan het einde van de legende vinden onder de kopjes Exiled into the desert en The anchor and the shrine in the sea.*

Omdat er heel wat meer te vertellen is over Clemens dan alleen zijn verbanning naar de Krim en zijn marteldood, leek het me wel aardig de Engelse tekst hieronder volledig weer te geven. Voor sommige zal het wat naïef en onwerkelijk aandoen. Dat wordt voor een groot deel veroorzaakt doordat we vandaag de dag geen besef meer hebben van de context, waarin dit soort verhalen tot stand kwam en functioneerde. Hoewel intriges van alle tijden zijn en zonder duivelse ingrediënten nagenoeg geen roman geschreven zou kunnen worden, staan tovenaars en wonderen als historisch gepresenteerde ‘feiten’ toch wel heel ver van ons af. Wie daar moeite mee heeft, doet er goed aan eerst de paragraaf over Gregorius uit Verhalen op de muur te lezen. Dan vallen een heleboel puzzelstukjes op hun plek.*

De kans is overigens groot dat een jongere generatie minder moeite zal hebben met het ‘realistische’ karakter van een heiligenverhaal als dat van Clemens. Wie opgegroeid is met Harry Potter, Lord of the Rings en Nardia is vertrouwd met goede en kwaadaardige tovenaars en de intriges die zich in het spanningsveld tussen licht en donker afspelen. De legende van Clemens, met schaduwrijke figuren als de magiër Simon Magus, de edelman Sisinnius, de provoost Mamertin en keizer Trajanus zelf, staat daar bol van. Ook al is de kerk daar allerminst van gecharmeerd, vanuit deze achtergrond kun je toch een zekere sympathie opvatten voor de visie van Simon Magus, die Petrus en zijn volgelingen (als Clemens) opvatte als magiërs van het kaliber van Gandalf en Perkamentus. Wie op deze manier de belevenissen van Clemens leest, zou wel eens tot zijn verrassing kunnen merken dat hij meer dan verwacht meegetrokken wordt in het verhaal.

Clemens in de Legenda aurea: het apsismozaïek in de San Clemente te Rome.
Het apsismozaïek van de San Clemente in Rome dateert uit de twaalfde eeuw. Clemens zelf is rechtsboven afgebeeld naast Petrus, wiens discipel hij was. Herkomst: Wikimedia Commons.*

The GOLDEN LEGEND or LIVES of the SAINTS

Compiled by Jacobus de Voragine, Archbishop of Genoa, 1275 First Edition Published 1470
ENGLISHED by WILLIAM CAXTON, First Edition 1483
VOLUME SIX
From the Temple Classics Edited by F.S. ELLIS First issue of this Edition, 1900 Reprinted 1922, 1931*

Here followeth the Life of S. Clement, Pope and Martyr, and first of his name.

Clement is said of cleos, that is, glory, and mens, that is, mind, as it were a glorious mind. He had a glorious mind purged from all filth, ornate with all virtue, and decorate with all felicity. Or he is said of clementia, which is merciful. It is said in the glossary that clement is said righteous, sweet, ripe, and meek, righteous in deed, sweet in speech, ripe in conversation, and meek in intention. His life he himself set in his book named Itinerary, specially unto that place which he succeeded to S. Peter in the papacy. The remnant of his acts that commonly be had, be taken in divers places.

Of S. Clement, Pope.

Clement the bishop was born of the lineage of the Romans, and his father was named Faustinianus, and his mother Macidiana. He had two brethren, of whom that one was named Faustinus and that other Faustus, and Macidiana was of marvellous beauty. Her husband’s brother burned in the love of her by the disordinate concupiscence of luxury, and daily he vexed her in desiring her to accord to his foul lust, but she in no wise would consent to him. And she doubted to show it to her husband because there should no debate ne enmity fall between the brethren. Then she thought to absent her by some means from him so long that he should forget this disordinate love, for the sight of her presence set him afire. And because she might have licence of her husband, she feigned a dream subtly, which she told to her husband in this wise, saying: There is a vision come to me this night by which I am commanded to depart out of this city of Rome with my two sons Faustinus and Faustus, and that I should abide out so long till I were commanded to return, and if I did not I should die and my children also.

And when her husband heard this he was sore abashed and afeared, and sent his wife and his two sons to Athens with much other meiny, and that she should abide there and set her sons to school, and the father held Clement at home with him, which was the least, and was but five years old, for his solace. And as the mother sailed on the sea with her sons, there rose a great tempest and brought the ship to wrack and was all to-broken, and the mother was thrown by the waves of the sea upon a rock and escaped, weeping that her two sons had been perished, and for sorrow and discomfort would have drowned herself in the sea if she had not had hope to find her sons. And when she saw that she could not find them alive ne dead, she cried and brayed strongly, and bit her hands, and would not be comforted of nobody, and then came to her many women, which told to her the fortunes that they had had, but she was comforted by none. And among the other there came one that said she had lost her husband, a young man, in the sea, and that she would never after be married for the love of him, and she comforted her how it was, and dwelled with her, and gat daily their living with their hands. But anon after, her hands that she had bitten, became so sore and broken out, that she might not work, and she that harboured her had the palsy and might not rise out of her bed.

And thus was Macidiana constrained to beg and ask her living from door to door, and of such as she could get she fed herself and her hostess. And when the year was passed that she was departed with her children, her husband sent messengers to Athens for to know how they did, but them that he sent returned not, and he sent other messengers after, which returned and said that they had found none. And then he left Clement his son under the keeping of certain tutors, and went for to seek his wife and his children, and took his shipping, but he came not again. And thus Clement was twenty years orphan, and never had tidings of father ne mother, ne of his brothers, and he went to study and became a sovereign philosopher, and desired and enquired diligently in what manner he might know the immortality of the soul, and therefore haunted he oft the schools of philosophy; and when he heard that it was concluded in the disputation that the soul was immortal, he was glad and joyous; and when they said that it was mortal he went all heavy and confused.

And at the last when Barnabas came to Rome preaching the faith of Jesu Christ, the philosophers mocked him as he had been mad or out of his wits, and, as some say, Clement was the first philosopher that mocked him and despised his predication, and in scorn put to him this question, saying: What is the cause that culex, which is a little beast, hath six feet and two wings, and an elephant which is a great beast hath but four feet and no wings? To whom Barnabas said: Fool, I might lightly answer to thy question if thou demandedst it to know the truth, but it should be a rude and a deaf thing to say to you anything of creatures, when ye know not the maker of the creatures, and because ye know not the creator of all, it is right that ye err in the creatures. This word went much to the heart of Clement the philosopher, in such wise that he was informed of Barnabas in the faith of Jesu Christ, and went anon into Judea to S. Peter, which taught him the faith, and showed to him the immortality of the soul all clearly.

Clemens in de Legenda aurea: hier gezeten naast Petrus, terwijl hij wijst op het anker van zijn martelaarschap.
Clemens (rechts) wijst Petrus op zijn vaste attribuut, het anker, dat in de christelijke traditie tot symbool werd van de hoop. Detail van het apsismozaïek van de San Clemente in Rome uit de elfde eeuw. Herkomst: Wikimedia Commons.*

Clemens’ family between Saint Peter and Simon Magus

And in that time Simon the enchanter had two disciples, that is to wit Aquila and Nicetas, and when they understood and knew his fallacies they forsook and left him and fled to S. Peter and were his disciples. Then S. Peter demanded of Clement of what lineage he was, and he told to him all by order what was happed to his father, and to his mother, and to his brethren, and said that he supposed that his mother with his brethren was drowned in the sea and that his father was dead for sorrow or drowned also in the sea. And when S. Peter heard this he might not keep him from weeping. On a time Peter came into the isle where Macidiana, the mother of Clement dwelled, in which isle were pillars of glass of marvellous length, and as S. Peter beheld these pillars he saw Macidiana begging, whom he blamed because she laboured not with her hands, and she answered and said: Sir, I have nothing but the form and likeness of my hands, for they be so feebled by my biting that I feel them not, and me repenteth that I drowned not myself in the sea that I should no longer have lived. Then Peter said: What sayst thou, woman? Knowest thou not that the the souls of them that slay themselves be most grievously punished? To whom she said: Would God that I were certain that souls should live after the death, for then would I slay myself to the end that I might but one hour see my sweet children. And when Peter had demanded of her the cause, and that she had told to him all the order of the things done, then Peter said: There is a young man with us named Clement which saith like as thou sayest, that it so happed to his father and mother and to his brethren.

And when she heard that, she was smitten with so great wonder that she fell, and when she was come to herself, she said weeping to S. Peter: I am certainly mother of that young man, and kneeling down tofore S. Peter, she prayed him that he would hastily show to her her son, and Peter said to her: Abide a while till we be out of this isle, and when they were out of the isle, Peter took her by the hand and brought her to the ship where Clement was in. And when Clement saw Peter holding the woman by the hand he began to laugh; and anon as this woman was nigh by Clement she might abstain her no longer, but embraced him about the neck and kissed him. And he put her aback like as she had been frantic, and was much angry against Peter. And Peter said to him: Whatsomever thou doest, put thou not away thy mother. And when Clement heard that, anon he began to weep, and advised him, and took up his mother which was fallen down aswoon and began to know her. And the hostess that lay sick of the palsy was brought forth by the commandment of Peter, and he healed her anon. And then the mother demanded Clement of his father, and he said to her that he went to seek her, and that he sith never saw him, and when she heard that, she sighed and comforted her other sorrows by the great joy that she had of her son. In the meanwhile Nicetas and Aquila came, which were not there when she came, and when they saw this woman they enquired what she was. Then Clement said: She is my mother whom God hath given to me by my lord Peter.

Then Peter told to them all by order, and when Nicetas and Aquila heard that, they arose and were all abashed and said: Lord, maker of all things, is this true that we have heard, or is it a dream? Then Peter said to them: If ye be not out of your mind these things be all true. Then said they: We be Faustus and Faustinian, whom our mother had supposed had been perished in the sea. And then the mother ran and embraced them about the neck and said: What may this be? And Peter said: These be thy sons, Faustus and Faustinian, whom thou supposedst had been perished in the sea. And when she heard that, she fell down aswoon for joy. And when she was come again to herself, she said to them: Say ye to me how ye escaped. And they said: When our ship was broken we were borne upon a table, and other mariners found us and took us into their ship, and changed our names, and sold us to a woman named Justine which hath holden us as her sons, and hath made us to learn the arts liberal, and after, we learned philosophy and sith we joined us unto Simon, an enchanter, which hath been nourished with us, and when we knew his fallacies, we left him all, and were made disciples of Peter.

Clemens in de Legenda aurea: Petrus en Simon Magus, door Piet Gerrits (Cenakelkerk Heiliglandstichting).
Als historische figuur is Simon Magus bekend uit ‘De handelingen van de apostelen’. Hoewel de magiër zich tot het christendom bekeerde, reikte zijn geloof in Christus niet verder dan in een betere vorm van tovenarij. In de muurschildering van Piet Gerrits hierboven zie je middenrechts de scène, waarin Petrus boos op Simon wordt als hij hem geld aanbiedt om de nieuwe trucs te kunnen leren. Ook de teksten boven de schildering slaan daarop.* Clemens en Simon Magus zijn tijdgenoten, maar hoe historisch het verhaal in de Legenda aurea is, is de vraag. De auteur Jacopo da Voragine zegt dat hij het ontleend heeft aan het boek (Itinerary) dat Clemens zelf geschreven heeft. Herkomst: beeldbank RCE.*

And the next day following, Peter, with his three disciples, Clement, Nicetas, and Aquila went into a more secret place for to pray, and a much ancient and honourable man, but right poor, was there, and began to reason and say to them: I have pity on you, brethren, for under the likeness of pity I consider you greatly to err. For there is no God ne none worshipping here, ne no providence in the world, but fortune only, of engendrure and hap, doth all, like as I have found expertly of myself, which was informed in the discipline of mathesis more than many others. Then pray ye no more, for whether ye pray or pray not, that which is ordained to you by destiny shall fall. And Clement beheld him, and his heart judged that he had seen him tofore time, and when Clement, Aquila, and Nicetas had long disputed with him by the commandment of Peter, and they had showed to him what providence was, by open reasons, and for reverence called him often father, Aquila said: What need have we to call him father when we have in commandment that we ought to call no man father upon earth? And he beheld this ancient man and said: Thou holdest thee injured father, because I blamed my brother that called thee father. We have in commandment that we should call no man by such name, and when he had said so, all they of the company laughed, and he asked them why they laughed, and Clement said: Thou dost that for which thou blamest others in calling this old man father.

And when they had enough disputed of providence, the old man said: I had well believed providence, but mine own conscience denieth me it, that I may not believe it. I know my destiny and my wife’s, and that which fortune hath destined is ordained to each body. Now hearken ye what fortune happed to my wife. She had in her nativity, Mars with Venus upon the centre, and the moon waning in the house of Mars and ends of Saturn. And this adventure maketh the adulterers to break their wedlock, and to love their servants, and to go with them into strange countries, and to be drowned in waters, and so is it fallen by my wife. For she fell in the love of her servant and fled with him and perished in the sea, for as my brother hath recounted to me, she loved him first, and he would not consent to her, and then she turned her lecherous love in her servant, and it ought not to be laid any blame in her, for her destiny hath made her to do so. And then he told how she feigned a dream, and how in sailing towards Athens she perished. And then his sons would have run to him and have discovered the matter. But Peter defended them and said: Suffer ye till it please me; and then Peter said to him: If I show to thee this day thy wife, right chaste, with thy three sons, wilt thou believe that destiny is nothing ? And he said: Like as it is a thing impossible to show that thou hast promised, so impossible is it to do anything above destiny. And then said Peter: This is Clement thy son, and these two be thy two sons, Faustus and Faustinian. Then the old man fell down for joy as he had been without soul. Then his sons came unto him and kissed him, and were afeard that he should not have come to himself again, and when his swooning was gone, he heard of them all by order, how all things had happened. Then his wife came suddenly and began to cry and weep strongly, saying; O my husband and my lord, where is he? And this said she as she had been all from herself, and the old man, that hearing, ran to her and embraced her straining with great weeping, and then as they thus were dwelling together, there came a messenger that told how Apion and Ambion, which were great friends unto this old man Faustinian, were lodged with Simon Magus, of whom this old man was much glad, and went to visit them. And forthwith came a messenger which said that there was come a minister of the emperor’s unto Antioch, and sought all the enchanters for to punish them to death.

Clemens in de Legenda aurea: de val van Simon Magus door Rombouts, circa 1522-1530
Met Simon Magus liep het niet goed af. Volgens de apocriefe ‘Handelingen van Petrus’ beweerde de magiër dat hij kon vliegen. Je zou geneigd zijn te denken dat Petrus dit opvatte als godslastering vanwege Simons twijfelachtige opvatting van het geloof in Christus. Hoe dat ook zij, de apostel bad tot God om deze truc te laten mislukken met als gevolg dat Simon Magus neerstortte. Vanaf het moment dat de tovenaar zich bij Petrus probeerde in te kopen lijkt hij steeds ongunstiger te worden beschreven in de heiligenverhalen. Herkomst: Wikimedia Commons.*

Simon Magus defeated

Then Simon Magus, because he hated the sons of Faustinian, because they forsook him, he imprinted his similitude and likeness in this old man Faustinian, in such wise that of every man he was supposed to be Simon Magus. And this did Simon Magus because he should be taken of the ministers of the emperor, and be slain instead of him, and Simon then departed from those parts. And when this old Faustinian came again to S. Peter and to his sons, the sons were abashed, which saw in him the similitude and likeness of Simon Magus, and understood the voice of their father, but S. Peter saw the natural likeness of him. And his wife and his sons blamed and reproved him, and he said: Wherefore blame ye me and flee from me that am your father ? And they said: We flee from thee because the likeness of Simon Magus appeareth in thee. Now this Simon had composed an ointment and anointed him withal, and had imprinted the form of himself by art magic in this old man, which wept and said: What mishap, alas, is fallen to me! I have but one day been known of my wife and of my children, and may not be joyful with them. And his wife and his children wept sore, and tore their hair. And Simon Magus when he was in Antioch defamed strongly S. Peter, and said he was a cursed enchanter and a homicide, and had so moved the people against Peter that they purposed so slay him if they might once hold him. And then said S. Peter to this old Faustinian: Because thou art like and seemest Simon Magus, go forth into Antioch and excuse me tofore all the people of such things as Simon himself hath said of me, and after I shall come into Antioch and shall take from thee this strange likeness, and shall give to thee again thy proper and natural similitude tofore all the people. But it is not to suppose that S. Peter bade him to lie, for God hath no need of leasings. And then should the book of Clement, called Itinerarium, not be apocryphum, as who saith, of none authority, in which these things be written, and ought not to be taken in such things, but as it pleaseth to some men. Nevertheless it may be said, if these words be diligently considered, that he should not say that he were Simon Magus, but that he should show to the people the semblance of Simon Magus’ visage, showing S. Peter in the person of Simon, and should revoke the words that he had said, and if he said that he was Simon, that was not as touching the truth, but unto the appearance and likeness. Then Faustinian said: I am Simon, as who saith, I am like unto Simon, and was supposed to be Simon of the people.

Then this old man, Faustinian, went into Antioch, and assembled the people and said: I Simon show to you and confess that I have deccived you of all that I have said of Peter the apostle, for he is no traitor ne enchanter, but is sent for the health of the world. Wherefore if ever I hereafter shall say anything against him, that ye take me as a traitor and wicked, and put me away from you, for I do now penance for that I acknowledge me to have said falsely and evil of him. I warn you therefore that ye believe in him that ye ne your city perish not. And when he had said this that Peter had commanded him, and had stirred the people into love of Peter, S. Peter came to him and made his prayer, and after took away from him the likeness of Simon, and became in his natural likeness. Then all the people of Antioch received debonairly S. Peter, and with great honour enhanced him and set him in a chair as a bishop. And when Simon Magus heard this he came and gathered the people together and said: I marvel when I have enseigned and taught you the commandments of health, and have warned you that ye should keep you from the traitor Peter, and ye have not only heard him but ye have enhanced him, and have set him in the chair of a bishop. Then all the people arose in a great fury against him and said: Thou art nothing but a monster, thou saidest that other day that thou repentedst of that thou hadst said against S. Peter, and now thou wouldst overthrow us and thyself. And all at once they rose against him and cast him out of the town. All these things S. Clement telleth of himself in his book, and hath set it in this history. After this when S. Peter came to Rome and saw that his passion approached, he ordained Clement to be bishop after him. And when S. Peter, prince of the apostles, was dead, Clement, which was a man purveyed, and took heed of the time to come, so that lest by his ensample every bishop would choose a successor after him in the church of our Lord, and so possess the see of God by heritage, he gave it over to Linus and afterwards to Cletus, and after them Clement was chosen and compelled to take it upon him, wherein he shone by virtuous liviing and good manners that he pleased well unto the Jews, christian men and paynims. He had the poor people written by name of every each religion for to give to them according to their necessity, he loved much poor people, and them that he sanctified by baptism he suffered them not to beg commonly.

Thedora and Sisinnius

Clemens in de Legenda aurea: Clemens en Sisinnius (digitale reconstructie fresco San Clemente elfde eeuw). Clemens in de Legenda aurea: Clemens en Sisinnius (fresco San Clemente elfde eeuw).
Een bijzonder fresco in de San Clemente te Rome betreft de geschiedenis van Clemens en Sissinius. Links zie je een interpretatie in volle kleuren van de feitelijke situatie rechts. In het middentafereel wordt de scène beschreven waarbij Sissinius zijn vrouw bespiedt ‘die christelijke erediensten bijwoont. Tot straf maakt God hem blind en doof. St. Clemens geneest hem, maar de ondankbare Sisinnius wil hem en zijn gezellen gevangen nemen. God verandert dezen in zuilen, maar de wachters proberen de zuilen mee te nemen. Sisinnius roept: Trekken, hoerenzonen. Trekken, Gosmari en Albertel. Jij, Carvoncelle, zet er een hefboom achter!’* Dit tafereel met de bijbehorende teksten vind je in het onderste muurveld. Herkomst afbeelding links: Heiligen.net. Herkomst afbeelding rechts: Sacred Destinations.

And when he had sacred a damoisel with a veil which was a virgin, and niece of Domitian the emperor, and had converted to the faith Theodora, wife of Sisinnius, friend of the emperor, and she had promised to be in purpose of chastity, Sisinnius had doubt of his wife, and entered after her into the church privily for to know what she used to do there; and when S. Clement had said the orison and the people had answered, Amen, Sisinnius was made deaf and blind and he said to his servants: Bring me hence and lead me out, and they led him round about the church and could not come to the doors ne gates. And when Theodora saw them erring so, she went to the first door, weening that her husband had known her, and after, she asked of the servants what they did, and they said to her: Our master would hear and see that was not lawful, and therefore he is made both blind and deaf. And then she gave herself to prayer, and prayed God that her husband might go out from thence, and after her prayers she said to the servants: Go ye hence and bring my lord home to his house, and they went and brought him thither. And Theodora went unto S. Clement and told to him what was happened, and then this holy man came to him and found his eyes open, but he saw ne heard nothing. Then S. Clement prayed for him, and anon he received his sight and his hearing, and when he saw Clement standing by his wife, he was wood, and supposed that he had been illuded by art magic, and commanded his servants to hold fast Clement, saying: He hath made me blind by art magic for to come to my wife; and he commanded to his ministers that they should bind Clement and so draw him, and they bound the pillars and stones, weening to Sisinnius, that they had bound S. Clement and his clerks and drawn them forth. Then Clement said to Sisinnius: Because thou worshippest stones for gods and trees, therefore hast thou deserved to draw stones and trees. And he which supposed him to be bound verily, said: I shall do slay thee. And then Clement departed, and he prayed Theodora that she should not cease to pray till that our Lord had visited her husband. Then S. Peter appeared to Theodora praying, and said to her: Thy husband shall be saved by thee for to accomplish that that Paul my brother saith: The man miscreant shall be saved by his true wife. And this saying, he vanished away; and anon Sisinnius called his wife to him and prayed her to pray for him, and that she should call to him S. Clement. And when he was come he was instructed in the faith, and was baptized with three hundred and thirteen of his meiny, and many noble men and friends of the emperor believed in our Lord by this Sisinnius.

Exiled into the desert

Then the earl of the sacrifices gave much money, and moved great treason and discord against S. Clement. Then Mamertin, provost of the city of Rome might not suffer this discord, but made S. Clement to be brought tofore him, and as he reproved and essayed to draw him to his law, Clement said to him: I would well rather that thou wouldst come to reason. For if many dogs have barked against us and have bitten us, yet they may not take from us but that we be men reasonable, and they be hounds disreasonable. This dissension which is moved, it showeth that it hath no certainty ne truth. And then Mamertin wrote unto Trajan the emperor, of Clement, and he had answer that he should do sacrifice or to be exiled into the desert that was beyond the city over the sea. Then the provost said to him weeping: Thy God whom thou worshippest purely, may he help thee. Then the provost delivered to him a ship and all things necessary to him, and many clerks and lay people followed him in exile. And the provost found in that isle more than two thousand people christian, which had been long there condemned for to hew the marble in the rocks. And anon when they saw S. Clement they began to weep, and he comforted them and said: Our Lord hath not sent me hither by my merits, but he hath made me partner of your crown.

Clemens in de Legenda aurea: het wonder van het lam Gods. Dom Romanus Jacobs, 1901, Merkelbeek.
Detail van de schildering van dom Romanus Jacobs in de Clemenskerk te Merkelbeek: het wonder van de bron die Clemens kan slaan dankzij het visioen van het Lam Gods dat met een van zijn hoeven de waterader aanduidt. Dit herinnert zowel aan een van de wonderen van Benedictus als aan het oudtestamentische verhaal van Mozes die – aangestuurd door God – water aanboort door met een stok op een rots te slaan. Foto Marij Coenen, september 2014.*

And when he understood of them that they fetched water six miles thence, and bare it upon their shoulders, he said to them: Let us all pray unto our Lord that he open to us, his confessors in this place here, the veins of a fountain or of a well, and that he that smote the stone in desert of Sinai and water flowed abundantly, he give to us running water so that we may be enjoyed of his benefits. And when he had made his prayer, he looked here and there, and saw a lamb standing which lifted up his right foot and showed a place to the bishop, and he understanding that it was our Lord Jesu Christ, whom he only saw, went to the place and said: In the name of the Father and of the Son and of the Holy Ghost, smite in this place. And when he saw that no man would smite in the place where the lamb stood, he took a little pickaxe, and smote one stroke lightly in the place under the foot of the lamb, and anon a well or a fountain sprang up and grew into a great flood. Then, unto all them joying, S. Clement said: The coming of the flood gladdeth the city of God. And for the fame of this miracle much people came thither, and five hundred and more received baptism of him in one day, and they destroyed the temples of the idols through all that province, and within one year they edified seventy-five churches to the honour of our Lord.

The anchor and the shrine in the sea

And three years after, Trajan the emperor, understanding this which was the year of our Lord one hundred and six, sent thither a duke, and when this duke saw that all they would gladly die for God’s love, he left the multitude and took only Clement, and bound an anchor round his neck and threw him into the sea, and said: Now they may not worship him for a god. And all that great multitude of the people went to the rivage of the sea and beheld the cruelty of the tyrant.

Clemens in de Legenda aurea: de marteldood met het anker. Clemens in de Legenda aurea: het anker. Dom Romanus Jacobs, 1901, Merkelbeek.
Miniatuur links met de marteldood van Clemens die op bevel van keizer Trajanus verzwaard met een anker in de zee geworpen werd en zo de verdrinkingsdood stierf. Het anker is tot vast attribuut van deze heilige geworden, zoals het detail rechts van de schildering van dom Romanus Jacobs aangeeft. Dat het anker tot algemeen symbool van de hoop is geworden, heeft waarschijnlijk te maken met de hoop die Clemens gaf aan zijn lotgenoten in het verbanningsoord en die hij tot ver na zijn dood volgens de legende bleef geven. Herkomst miniatuur: Patristique.org. Foto rechts, Marij Coenen, september 2014.*

And then Cornelius and Phoebus, disciples of S. Clement, commanded to all the others to pray to our Lord that he would show to them the body of his martyr; and anon the sea departed three miles away far, so that all they might go dry foot thither, and there they found a habitacle in a temple of marble which God had made and ordained, and found the body of S. Clement laid in an ark or a chest, and the anchor thereby, and it was showed to his disciples that they should not take away the body from thence. Every year, in the time of his passion, the sea departed by seven days during, four miles far, which gave dry way to them that came thither. In one of the solemnities there was a woman went thither with a little child, and when the solemnity of the feast was accomplished, the child slept, and the noise and sound of the water was heard which came and approached fast, and the woman was abashed and forgat her child, and fled unto the rivage with the great multitude of people, and afterwards she remembered her son and began strongly to cry and weep, and ran hither and thither braying by the rivage for to know if by adventure the body of her son might be cast up on the rivage; and when she saw no succour ne no hope, she returned home, and was all that year in weeping and in heaviness. And the year after following, when the sea was departed and the way open, she ran tofore all the others and came to the place for to know if by adventure she might have any knowledge or find anything of her son, and when she kneeled down tofore the tomb of S. Clement and had made her prayers, she arose up and saw her son in the place where she had left him sleeping. Then she supposed he had been dead, and went near for to have taken the body as it had been without life, but when she saw him sleeping, she awoke him and took him in her arms tofore all the people all whole and safe, and enquired of him where he had been all that year. And he said that he wist not, but that he had slept there but one night sweetly.

Clemens in de Legenda aurea: het wonder van de zee (digitale reconstructie fresco San Clemente elfde eeuw).
Het wonder van het kind dat een jaar lang sliep in Clemens’ schrijn onder de zeespiegel. Digitale reconstructie van een fresco uit de elfde eeuw in de San Clemente te Rome. Herkomst: Basilicasanclemente.com

The palm of victory

S. Ambrose saith in his preface in this wise: When the most wicked persecutor was constrained of the devil for to torment by pains the blessed Clement, he gave to him no pain, but victory. The martyr was cast into the flood for to be drowned, and therefore came he to a good reward by which Peter his master came into heaven. Christ approving the minds of them both in the floods, he called Clement from the bottom of the sea to the palm of victory, and he releved S. Peter in the same element, that he should not be drowned, unto the heavenly realm.

To Rome

Leo, the bishop of Ostia, recounteth that in the time that Michael the emperor governed the Empire of Rome, a priest, named Philosophus, came to Tersona and demanded of them that dwelled in the country of the things that be rehearsed in the history of S. Clement, and because they had not been of that time, but were strange, they said that they knew nothing thereof. For, for the sin of them of the country that dwelled in that place, the water had long ceased for to withdraw as it was wont to do. In the time of Martin the emperor the church had been destroyed of the barbarians, and the ark with the body of the martyr was wrapped in the floods of the sea for the sin of them that dwelled there, and then the priest was all amarvelled of these things and came unto a little city named Georgia, and went with the bishop and the clerks with the people for to seek the holy relics in the isle whereas they supposed that the body of the holy martyr had been. And there they digged and sang hymns and canticles, and then by revelation divine they found the body of the holy saint and the anchor by it which was cast into the sea with him, and then they bare it to Tersona. And after, this same priest came to Rome with the body of S. Clement, and there showed God many miracles for this holy saint, and the body was laid in the church, which is now called S. Clement. And it is read in a chronicle that the sea waxed dry in that place, and that the blessed Cyril, bishop of Morianne, brought the holy body unto Rome. Then let us devoutly pray unto this blessed saint, S. Clement, that by his merits we may deserve to come to the bliss of heaven. Amen.

Clemens in de Legenda aurea: de translatie van de relieken naar Rome, naar de San Clemente ((digitale reconstructie fresco San Clemente elfde eeuw).
De translatie van de relieken van Clemens naar Rome, naar de San Clemente. Digitale reconstructie van een fresco uit de elfde eeuw in de San Clemente te Rome. Herkomst: Basilicasanclemente.com

Naschrift en bronnen

Voor de volledige titels van literatuur die hier verkort worden weergegeven zie de bibliografie van de Clemenskerk op deze site.

Het teken * in de bovenstaande tekst staat voor de volgende informatie:

  • De volledige tekst van Caxtons editie van de Legenda aurea is te vinden via: http://bit.ly/Legenda-aurea. Voor het hoofdstuk daarin over Clemens, dat hierboven is overgenomen, surf naar dit item.
  • Op de eerste twee na zijn de ingelaste kopjes van mijn hand, te weten: 2.1.2 tot en met 2.1.8 (zie inhoudsopgave boven aan de pagina).
  • Voor de gebruikte edities van de Legenda aurea en de vertaalde passages uit de legende van Clemens, zie Hubar, Verhalen op de muur, pp. 101-103; 106-107: http://bit.ly/Clemenskerk-inkijkexemplaar.
  • De foto’s van het apsismozaïek van de San Clemente te Rome zijn van de hand van Dnalor: “Rom, Basilika San Clemente, Apsis 1” by Dnalor 01 – Eigen werk. Licensed under Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 via Wikimedia Commons.
  • Voor Simon Magus zie het item op Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Simon_Magus.
  • De afbeelding van de val van Simon Magus is ontleend aan Wikimedia: The Fall of Simon Magus (left) and The Conversion of St. Paul (right), by Jan Rombouts, c. 1522-1530, view 6 – Museum M – Leuven, Belgium – DSC05051” door DaderotEigen werk. Licentie CC0 via Wikimedia Commons.
  • Het citaat in het onderschrift van het fresco over Clemens, Theodora en Sisinnius is afkomstig uit de PDF over de San Clemente van Garmt Bouwman.
  • Voor de vergelijking van het waterwonder van Clemens met dat van Benedictus en Mozes, zie Hubar, Verhalen op de muur, pp. 102-106 : http://bit.ly/Clemenskerk-inkijkexemplaar.
  • De miniatuur ontleend aan de site Patristique.org heeft als verwijzing: © Bnf. Ms. Français 241, fol. 311.
  • Wie meer wil weten over de Legende aurea kan terecht bij Victor Hunink die samen met Mark Nieuwenhuis in 2006 de mooiste heiligenlevens heeft vertaald (zie de bibliografie op deze site, met een link om het boek te downloaden).
  • Voor de muurschildering van Piet Gerrits in de Cenakelkerk van de Heilig Landstichting zie Hubar, De genade van de steiger, pp. 246-251. De foto van de beeldbank van de RCE is gemaakt door Sjaan van der Jagt van Pixelpolder.
  • De verkorte link van dit item is: http://bit.ly/Clemens-Legenda-aurea.

← Terug naar de hoofdpagina!

Inkijkexemplaar van ‘Verhalen op de muur’

Clemenskerk inkijkexemplaar Verhalen op de muur

Op 22 november 2014 werd de digitale publicatie Verhalen op de muur als uitdraai gepresenteerd tijdens de opening van de Clemenskerk te Merkelbeek. Dit rijksmonument was vanaf 2013 in restauratie, waarbij niet alleen de constructie onder handen is genomen, maar ook de schilderingen die in 1901 zijn aangebracht. Dankzij de expertise en het vakmanschap van de Stichting Restauratieatelier Limburg (SRAL) zijn ze na ruim één eeuw weer in volle glorie te bewonderen.

Welke verhalen vertellen die schilderingen nu precies? Daar kun je je een idee van vormen via dit het inkijkscherm hieronder of via http://bit.ly/Clemenskerk-inkijkbestand.

Bestellen

Je kunt dit boek niet downloaden, maar wel een uitdraai bestellen bij de vrijwilligersorganisatie clemensdomein.nl die de kerk en het bezoekerscentrum beheren.
Stuur daarvoor een mail naar info@clemensdomein.nl met je bestelling en adresgegevens.

Op de site www.clemensdomein.nl staat informatie over de openingstijden en andere bezienswaardigheden rond de Clemenskerk.

Wie overigens de publicatie vanwege een visuele handicap of studiedoeleinden in PDF zou willen hebben, kan dat laten weten via bernadette@vanhellenberghubar.org.

Als auteur ben ik altijd blij met feed back, dus mocht je nog iets tegenkomen dat informatief is, geef het me door. Ik verwerk het dan bij de eerstvolgende editie.

B.*

Clemenskerk inkijkexemplaar
De Clemenskerk te Merkelbeek herbergt intrigerende verhalen op de muur. Foto Leo Reijnen (oktober 2014).

* Post scriptum
  • Toelichting bij de collage: linksboven, Dom Romanus Jacobs als jonge monnik in de benedictijner abdij van Merkelbeek. Linksonder, het monstertje op de stoel van koning David is mogelijk Titynillus. Er gaat een rijke symboliek achter dit wezen schuil. Midden: de omslag van het boek ‘Verhalen op de muur’ met de medaillons met de heiligen Gregorius, Scholastica en Benedictus (boven) en Placidus, Clemens en Bernardus (onder); daaronder bevindt zich koning David. Rechtsboven: de gerestaureerde bloemenbies in de apsis. Rechtsonder: de restauratie van de schilderingen in de apsis.
  • Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH2Inkijk-Clemenskerk.

Terug naar de hoofdpagina!

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewarenBewarenBewaren

En dan zijn er ook nog fragmenten!

Dit is een doorlinkpagina naar de post: En nu de fragmenten …

Trefwoorden:

benedictijnen, boek, Brunssum, Clemenskerk, fragmenten, heiligen, Hermann Renzel, Merkelbeek, Romanus Jacobs, SRAL, Verhalen op de muur, schilderingen, polychromie, decoratief, glas-in-lood, iconografie, kerk, monumentale schilderkunst, muurschilderingen, restauratie, symboliek, uitmonstering

En nu de fragmenten …

Je denkt vast dat dit item gaat over de mensen van de SRAL die de schilderingen van de Clemenskerk in Merkelbeek weer helemaal toonbaar hebben gemaakt. Inderdaad, ze hebben prachtig werk geleverd, maar zij zijn al klaar. Op de laatste foto na toont het beeldmateriaal hierboven de stand van zaken van afgelopen april, toen ze nog druk bezig waren. Maar hun werk zit er op en het mijne is ver gevorderd. Ik ben goed op dreef met de Verhalen op de muur. 1 Nu ik er over nadenk … misschien is het wel andersom en zijn al die heiligen met mij op dreef, want ik ben al zoekend en schrijvend van de ene verbazing in de andere gerold.

Wat ik nu bedoelde ik met de fragmenten? Heel simpel, want dat is het volgende hoofdstuk dat ik ga schrijven. Het stuk over de architectuursymboliek is klaar en dat geldt ook voor de heiligen op de muur, die me werkelijk alle hoeken van de kerk hebben laten zien. En nu komen de fragmenten van oudere schilderingen die je hierboven ziet. Je staat er werkelijk van te kijken wat er in deze relatief toch achteraf gelegen kerk bij Brunssum allemaal aan kleur op de muur is gezet. Het was een heel gepuzzel, maar ik denk dat ik er uit ben.

En dan komt er ook nog een hoofdstuk over de twee actoren: abt Hermann Renzel die het programma heeft bedacht en Dom Romanus Jacobs die als hele jonge man hier een bijzondere prestatie neerzette. Het programma is verrassend omdat hierin het benedictijner verhaal centraal staat. Je kunt aan alles merken dat de abt op pedagogisch gebied ervaring had. Bij de schilderingen komt haast onvermijdelijk de Beuroner school te voorschijn van de benedictijnen te Beuron. Het is wat ik al dacht: Romanus heeft hun visie op kerkelijke kunst op een heel eigen manier verwerkt. Dat maakt het ook zo bijzonder.

Een boek schrijven doe je nooit alleen, dus ik ben erg blij met de hulp die ik heb van broeder Lambertus Moonen van de benedictijner abdij te Mamelis (de opvolger van de abdij in Merkelbeek), Angelique Friedrichs van de SRAL die de technische kant van het werk in de vingers (maar ook in haar hoofd) heeft, Charlotte Ruijs die me geholpen heeft om de data over Romanus Jacobs op een rij te krijgen en Marij Coenen die de bovenstaande foto’s maakte.

Het vervolg komt eraan!

B.2
_________________________________

Voetnoten:


  1. Voor meer informatie over dit boek volg deze link

  2. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-Tu 

Santekraam

→ Verdieping van de paragraaf ‘Heiligenverering’ in Verhalen op de muur.

Santekraam in het Heiligenbeeldenmuseum te Vorden

Het Heiligenbeeldenmuseum te Vorden geeft een mooi beeld van een santekraam. Herkomst: Meer hierover.

Santekraam

Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) vermeldt dat in santenkraam het verouderde woord sant zit, dat ‘heilige’ betekende, en teruggaat op het Latijnse woord sanctus (‘heilig’). Santenkraam was een spottende aanduiding voor een verzameling heiligenbeelden die zich op een bepaalde plaats (bijvoorbeeld in een kerk) bevond. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermoedt dat deze spottende betekenis “in den tijd der kerkhervorming zal zijn gevormd”. De kerkhervorming was de beweging die in het begin van de zestiende eeuw door Luther in gang werd gezet met het doel terug te keren naar de oorspronkelijke zuiverheid van de Rooms-Katholieke Kerk. Onder meer de verering van ‘de santenkraam’ werd gezien als een verwijdering van de basiswaarden van het geloof. Gezegdendeskundige Riemer Reinsma vond een citaat van Hendrik Doedyns, die in zijn satirische tijdschrift Haagsche Mercurius in 1698 schreef: “In zeeker Dorp (…) hebben de Luthersche Inwoonders den daer aangestelden Catholyken Pastoor al desselfs kerksieraden met de geheele Sante kraam voor zyn huis gebragt, en aangezegt te verhuizen.”1

Wat men er tijdens de reformatie ook van vond, de Rooms-Katholieke Kerk heeft de heiligenverering nooit losgelaten. Hierna gaan we terug in de tijd om te kijken naar het hoe en waarom daarvan.

Hoe het begon

Je wordt niet zomaar een heilige, dat is duidelijk. Dan moet je je op een bepaalde manier onderscheiden. Dat was al van meet af aan zo. In de begintijd van het Christendom ging het vaak om mensen die geëerd werden, omdat zij de verlosser nog hadden gekend. Dat de meesten van hen op een voorbeeldige manier Christus’ voetstappen hadden gedrukt, was uiteraard een meerwaarde. Uit die tijd stamt ook de eerste martelaar (martyr is Grieks voor getuige) die bereid was geweest om voor zijn geloof te sterven: Stefanus (in het Nederlands Steven of Stefan). De jonge diaken* werd gestenigd toen hij de hogepriesters en de oudsten aansprak op hun rol bij de dood van de Messias.2 Onwillekeurig worden we herinnerd aan de situatie met de overspelige vrouw, toen Christus de Farizeeën voorstelde: ‘Wie zonder zonden is werpt de eerste steen’. Met name uit de eerste eeuwen na Christus, toen de jonge kerk vervolgd werd, stammen veel martelaren. Een van de meest bekende was Sebastiaan die in de kunst vooral populair was omdat hij een goed excuus was om een mannelijk naakt af te beelden.3 Dat was echter lang nadat de grimmigheid van die tijden in de vergetelheid lag. Wat toen gold was dat de geloofsovertuiging en de moed van de martelaren voor de andere christenen een voorbeeld was om het onder moeilijke omstandigheden vol te houden.4

Stefanus, de eerste martelaar van de R.K. Kerk

Stefanus was de eerste martelaar van de R.K. Kerk. Gravure, getiteld ‘Beati qui persecutione[m] (Zalig zij die vervolgd worden), uitgevoerd door Harmen Jansz Muller, naar een ontwerp van Maerten van Heemskerk (zestiende eeuw). Herkomst Museum Boijmans Van Beuningen.

Nu was niet iedere heilige een martelaar. Vandaar dat voor de overigen de verzamelnaam confessor of belijder werd bedacht. Hieronder vind je de kluizenaars of heremieten die vanaf de vierde eeuw van Christus hun opwachting maken en die we zo goed kennen uit de taferelen van Jeroen Bosch: de meest populaire waren ongetwijfeld Antonius Abt en Hiëronymus.5 Zij trokken in navolging van Christus in de woestijn om zich door onthouding te zuiveren en tot God te komen. Door alle culturen heen is de ascese een beproefd middel om in een gemoedstoestand te komen die als extatisch beleefd werd. Van dit type heiligen werd gezegd dat zij ‘reeds tijdens hun leven de dood hebben gesmaakt’, dat wil zeggen de grens van hemel en aarde hebben bereikt door hun ascetische euforie.6

Relieken

Geleidelijk aan breidde deze groep zich uit met vooral lokale en regionale heiligen. Dat had waarschijnlijk te maken met de behoefte aan herkenbare grootheden. Aan de andere kant was ook de reliekenverering* er debet aan. Zoals op Wikipedia wordt uitgelegd:

‘De canonisatie werd in die gevallen verricht door één of meerdere bisschoppen, die de relieken van de heilige liet opgraven en in een reliekschrijn liet plaatsen, dat vervolgens tijdens een plechtige mis ter verering op of in een altaar werd geplaatst. Dit proces wordt de elevatio genoemd, de ‘verheffing’ der relieken. Een variant hierop is de translatio, de overplaatsing der relieken in een plechtige processie naar een andere plaats. Een voorbeeld hiervan is de translatio van de relieken van de heilige Lambertus van Maastricht van Sint Pieter (Maastricht) naar Luik, waarschijnlijk in 717’.7

Om dit fenomeen aan andersdenkenden duidelijk te maken, werd de reliekenverering in de negentiende eeuw wel vergeleken met de souvenirjacht van toeristen.8 Waarschijnlijk hebben we te maken met het oeroude haptische instinct van de mens om van iets wat of iemand die hem dierbaar is een tastbare herinnering te bewaren. Een memento om het contact te herstellen. En dat gold al helemaal voor relieken die bestonden uit de beenderen van de heiligen. Maar ook zaken als de moedermelk van Maria en splinters van het kruishout werden daartoe gerekend. Aan dit soort relicten (restanten) werd een wonderdadige kracht toegekend die in vele heiligenverhalen – je zou bijna zeggen – uitgemolken werd. Ondertussen leidde deze verering tot een lucratieve handel die in de zestiende eeuw sterk onder druk kwam te staan. Van Erasmus zou de spottende opmerking zijn dat alle splinters van het kruishout bij elkaar opgeteld een heel bos opleverden. Deze kritiek maakte dat de kerk tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) een resolutie aannam om de reliekenverering te verantwoorden:

‘Ook de heilige lichamen van heilige martelaren en anderen, die met Christus leven, die levende ledematen zijn van Christus en tempel van de Heilige Geest die door Hem zijn opgewekt tot eeuwig leven en verheerlijkt, moeten door gelovigen vereerd worden, waardoor de mensen van God vele weldaden worden verleend’.9

Reliekenschat Munsterkerk

Al eeuwen ligt er een reliekenschat onder een van de altaren in de Munsterkerk te Roermond. Deze werd in 1964 ontdekt, maar pas vorig jaar zijn de objecten ter conservering van deze oorspronkelijke (?) plaats weggehaald. Krantenfoto uit 1964, ontleend aan ‘Over Roermond en omstreken’.

Procedure

Werden de helden van het geloof lange tijd spontaan uitgeroepen en vereerd, in de loop van de middeleeuwen ging Rome zich ermee bemoeien. En ook dat riep kritiek op gedurende de hervorming. Eerst was het zaak de verering van heiligen veilig te stellen, wat eveneens gebeurde tijdens het Concilie van Trente (1545-1563). Toen die hobbel genomen was, werd in 1588 de Congregatie voor de Riten opgericht. Deze organisatie heeft tot 1969 gefunctioneerd, toen ze werd opgevolgd door een aparte Congregatie voor de Heilig- en Zaligsprekingsprocessen. Deze instelling gaat met name over dat deel van de procedure dat in Rome wordt uitgevoerd.

Voordat we kijken hoe dat in zijn werk gaat, moet een belangrijk onderscheid aan de orde gesteld worden, namelijk tussen zalig en heilig: het eerste is nodig om het laatste te worden. Om het eerste te bereiken is één erkend wonder nodig voor het laatste nog minimaal twee. Als die ontbreken dan blijft de zalige zalig en zal deze kandidaat nooit in de rangen van de heiligen worden opgenomen.

Hoe gaat deze zalig- en heiligverklaring nu in zijn werk:

  • Als eerste vindt er een uitvoerig onderzoek plaats: dat concentreert zich in eerste instantie op het bisdom waaruit de kandidaat afkomstig is. De belangrijkste vraag daarbij is of de betreffende figuur er wel een levenswandel op nagehouden heeft die past bij de waardigheid van een heilige. In dit opzicht lijkt het vooronderzoek veel op wat bij mensen wordt gedaan die voorgedragen worden voor een lintje. Als deze horde is genomen, dan wordt de zalige dienares of ‘dienaar Gods’ genoemd.
  • Vervolgens wordt het stokje overgenomen door Rome, door de Congregatie voor Heiligverklaringen. Deze bestudeert het dossier en als dat tot een positief advies aan de paus leidt, dan wordt de kandidaat ‘eerbiedwaardige’ genoemd.
  • Daarna moeten de gemelde wonderen worden onderzocht door een speciale commissie, waarin onder meer artsen zitten die zich buigen over wonderbaarlijke genezingen.
  • Tenslotte komt er een formeel proces met voor- en tegenstanders. Hierbij wordt de kritische rol wordt gespeeld door de ‘advocaat van de duivel’ (advocatus diaboli). De paus hoort de partijen aan en bepaalt op grond van argumenten en tegenargumenten of hij voor de echtheid van de wonderen in kan staan. Als hij daarvan overtuigd is, volgt een decreet waarin staat dat ‘veilig kan worden overgegaan tot de plechtige heiligverklaring van de zalige’ (toto procedi posse ad sollemnem beati canonizationem)’.10

De heiligen in de Clemenskerk zijn allemaal zo oud, dat ze geen van allen een dergelijke proces hebben ondergaan. Naar het zich laat aanzien hebben ze vrijwel zonder uitzondering hun status te danken aan paus Gregorius. Ik ben er dan ook van overtuigd dat hij niet alleen vanwege het Gregoriaanse koorgezang in de Clemenskerk staat afbeeld, maar ook omdat hij het leven van de heilige Benedictus te boek heeft gesteld. Maar daarover meer bij de Clemenskerk.11

B.12

Bronnen

Nota bene — In de voetnoten gebruik ik onder meer verkorte titels die volledig aangehaald zijn in de bibliografie van deze webpublicatie.


  1. Dit citaat was afkomstig van de site van Onzetaal.nl, maar jammer genoeg heeft die organisatie het betreffende item verwijderd. Voorheen te vinden op: https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/de-hele-santenkraam. 

  2. Wikipedia: Stefanus, martelaar

  3. Wikipedia: Sebastianus

  4. Bosman en Goris, Heiligen, 2011-2014. 

  5. Wikipedia: Antoniusdrieluik, Heremietendrieluik

  6. Bosman en Goris, Heiligen, 2011-2014. 

  7. Wikipedia: heiligverklaring

  8. Kapelaan M.P. Schmeitz van de Servaaskerk te Maastricht in de Servatiusklok (1877-1895. 

  9. Zie: http://bit.ly/Trente-1

  10. Hartelman en Niemeijer, 2007, 58. Wikipedia: heiligverklaring. Bosman en Goris, Heiligen, 2011-2014. Heiligennet

  11. Hubar, Verhalen aan de muur (2014). 

  12. Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Verhalen op de muur in perspectief, paragraaf Heiligen, http://wp.me/P4eh3s-L5. 

Clemenskerk te Merkelbeek


De Clemenskerk te Merkelbeek feestelijk in gebruik genomen!

Op zaterdag 22 november 2014 is de Clemenskerk te Merkelbeek (gemeente Brunssum) officieel heropend door de gouverneur van Limburg, Theo Bovens. Op dit moment is de kerk alleen voor groepen op aanvraag via info@clemensdomein.nl toegankelijk. Binnenkort echter staat de deur enkele dagen per week voor iedereen open. Dankzij een handige folder kun je er kennis maken met de benedictijner schilderingen van abt Hermann Renzel (verhaalllijn) en dom Romanus Jacobs (uitvoering) uit 1901. Na de bezichtiging ben je welkom om na te genieten met een kopje koffie of een andere versnapering in het informatiecentrum naast de kerk. Daar is ook een uitdraai van het digitale boek te koop:

Bernadette van Hellenberg Hubar, Verhalen op de muur, De schilderingen in de Clemenskerk van Merkelbeek, Brunssum 2014 (ISBN: 978-90-820976-1-0).

Voor een inkijkexemplaar volg je deze link.

Op de site www.clemensdomein.nl kun je meer informatie over de openingstijden en andere bezienswaardigheden vinden.

Omslag van mijn boek 'Verhalen op de muur' (2014), Clemenskerk te Merkelbeek.
De omslag van mijn digitale boek ‘Verhalen op de muur’ (2014), over de schilderingen in de Clemenskerk te Merkelbeek. Foto’s: Emile Verheijden, 2014. Vormgeving: Els Gulpen, 2014. 

Projectsignalement

Na het verschijnen van De genade van de steiger zijn opvallend veel nieuwe – onbekende – monumentale uitmonsteringen gesignaleerd. Dat geldt onder meer voor de Clemenskerk te Merkelbeek, die in 1901 werd beschilderd door de uit Duitsland afkomstige benedictijn dom Romanus Jacobs, toen 21 jaar oud. Je zou verwachten dat dit de sfeer zou ademen van de invloedrijke Beuroner school, de stroming die zich ontwikkeld had binnen de muren van de benedictijner abdij te Beuron, maar zo eenvoudig ligt het niet. Het gaat om krachtig weergegeven, haast geportretteerde heiligen, gevat in medaillons die op hun beurt in neogotisch geïnspireerd, decoratief sjabloonwerk opgenomen zijn. Naar achteraf is gebleken, geldt voor de jonge kunstenaar hetzelfde als voor veel van zijn Nederlandse vakgenoten: hij liet zich wel inspireren door zijn Beuroner confraters, maar koos voor eigen oplossingen. Zeer waarschijnlijk heeft zijn abt, Hermann Renzel die vrijwel zeker het decoratieprogramma van de schilderingen bedacht, hem hierbij aangestuurd.

Bij het onderzoek, dat ik in opdracht van de gemeente Brunssum voor een publicatie verricht, worden uiteraard ook de oudere afwerklagen betrokken die dateren vanaf de achttiende eeuw. De restauratie van het werk werd uitgevoerd door de SRAL, onder leiding van drs Angelique Friedrichs. Het is inmiddels voltooid.

Clemenskerk Merkelbeek met Angelique Friedrichs van de SRAL en Bernadette van Hellenberg Hubar

De schildering van koning David van dom Romanus Jacobs in de Clemenskerk te Merkelbeek, met restaurator Angelique Friedrichs van de SRAL (links) en Bernadette van Hellenberg Hubar (foto: Marij Coenen, november 2013).

Locatiegegevens

Clemenskerk | Bezoekerscentrum
Groeneweg 2 | Groeneweg 4
6441 LL Merkelbeek

Coördinaten:
50° 57′ 24″ NB, 5° 57′ 33″ OL

De verkorte link van deze pagina is http://bit.ly/VHH2Clemenskerk.

Vagevuur in de Paterskerk

Nota bene — Deze pagina is nog in wording, maar ga rustig je gang, als je alvast een kijkje wilt nemen. Er staat al heel wat interessante informatie op over een onderwerp dat de gemoederen aardig bezig kan houden.

Opmaat

Je komt het vagevuur niet zo vaak tegen in de Nederlandse kerkelijke kunst en al helemaal niet op de oorspronkelijke locatie. Daarom was ik wel verbaasd om kort achter elkaar twee voorbeelden te ontdekken, beide uit het eerste decennium van de twintigste eeuw: een reliëf van de hand van de gebroeders Custers uit Eindhoven in de Paterskerk aldaar (na 1909) op de tombe van het altaar van Nicolaas van Tolentino en een schildering van J.B. Anthony in de kathedraal van Den Bosch (1910). Het zou interessant zijn om te weten of het vagevuur in die tijd weer opnieuw in de belangstelling is komen te staan. Wie weet, kwamen er nieuwe richtlijnen uit Rome om de kerkgangers er aan te herinneren dat er tussen hemel en hel nog iets anders was, waar men op voorspraak van de heiligen – en wel heel in het bijzonder van Maria – uit verlost kon worden.


Detail met het vagevuur op de tombe (boven), het altaar (links) en het retabel (midden) van Nicolaas van Tolentijn in de Paterskerk te Eindhoven, van de hand van de gebroeders Custers aldaar (na 1909). Foto: Barbara Bonfrer van franken-pm.nl (2014). Uiterst rechts: Jan Custers was de leidende artistieke figuur van het atelier.1

Het vagevuur in de theologie

Een mooi lemma over het vagevuur is te vinden op Lucepedia van de Katholieke Universiteit Tilburg. Daar heb ik de volgende uitleg aan ontleend. Als je het leest, ben je bijna geneigd te denken dat het vagevuur het katholieke alternatief vormt op de reïncarnatieleer uit andere godsdiensten. Los je daar je karma op in volgende levens, als katholiek doe je dat in het vagevuur. Typerend genoeg voor de Januskop van de Una sancta werd dat proces vanouds enerzijds aangeduid met de positieve benaming louteren en anderzijds met de sombere noemer straf: de milde kerk tegenover de strenge kerk.2 Aan de ene kant voel je hoe de kerk de gelovige wilde tegemoet komen en aan de andere kant kon men de controle door middel van schuld en boete niet loslaten. Lucepedia kiest voor de eerste benadering:

‘Het vagevuur, in het Latijn ook wel purgaturio genoemd (vergelijk het Engelse purgatory), duidt een proces aan waarbij de menselijke ziel na de dood wordt ontdaan van ‘onzuiverheden’ veroorzaakt door zonde, om na deze periode van loutering toe te kunnen treden in de hemel. Hoewel het vagevuur wordt geassocieerd met verbranden, pijn of straf, moet het eerder als een louteringsproces gezien worden. Het betreft de reinigende liefde van God die menselijke onvolmaaktheden, veroorzaakt door zonden begaan tijdens het leven, wegbrand. Deze reinigende kracht van het vagevuur is in het Latijn (en het Engels) nog wel enigszins terug te vinden, zo betekent het Engelse woord to purge zoveel als ‘reinigen’ of ‘uitbannen’. Vanwege de associatie met vuur wordt het purgatorio ook wel (ten onrechte) in verband gebracht met de hel, en als het ware als een voorportaal hiervan gezien. Het vagevuur is echter eerder een proces dan een plaats, en in tegenstelling tot de verbanning tot de hel, is de loutering in het vagevuur van een eindige aard; nadat alle zonden zijn uitgezuiverd kan de geperfectioneerde menselijke ziel de hemel betreden.’3

J.B. Anthony, Maria en de lijdende, strijdende en overwinnende kerk (1910).

Het altaarstuk van J.B. Anthony uit 1910 met de lijdende kerk rechts (waar het vagevuur centraal staat), de strijdende kerk links en centraal de overwinnende kerk. Het staat in de eerste straalkapel aan de zuidzijde van de kathedraal van Den Bosch. Het beeldsnijwerk is uit het atelier van Hendrik van der Geld aldaar. Foto: auteur (2014).

Het lemma op Wikipedia legt meer de nadruk op de boetende kant:

‘iedere zware zonde, hoe groot ook, kan worden vergeven door een volmaakt berouw (als biechten niet mogelijk is) of middels een berouwvolle biecht, maar de schuld die aan de zonde aankleeft moet nog worden goedgemaakt, uitgeboet. Men kan dit bij zijn leven doen door zijn lijden, ziekte etc. geduldig te dragen, werken van barmhartigheid te doen, gebed, het bijwonen van de heilige Mis, maar is men te kort geschoten dan boet men de rest van de schuld in het vagevuur uit’.4

Dit laatste concept, waarbij je als het ware in je leven een groot deel van je karma oplost, werd als het ware gekwantificeerd in de vorm van aflaten. Zo kon je door de hiervoor genoemde handelingen van goede werken, mis bijwonen et cetera aflaten verdienen die je tijd in het vagevuur bekorten. Wat je ook deed in je leven, er lagen altijd kansen om je te revancheren. Sterker nog, het was ook mogelijk om aflaten voor anderen te verwerven, zoals op Allerzielen voor de dierbare overledenen.5 Op dit systeem werd op allerlei manieren ingespeeld, zoals onder meer blijkt uit het wonderdadige scapulier van de karmelieten. Een van hun grote ordegeestelijken, Simon Stock, zag met leedwezen toe hoe de karmelieten in de loop van de dertiende eeuw een ernstige crisis doormaakten. Biddend tot Maria om hem te helpen beleefde hij in 1251 een verschijning, waarbij hij uit haar handen een hemels geschenk ontving, namelijk het scapulier: twee lapjes stof die door schouderlinten aan elkaar zijn verbonden en door de gelovigen onder hun kleding werden gedragen, een op de borst en een op de rug:

‘Dit hier is een teken voor jou en een voorrecht voor alle Karmelieten: diegene die in dit kleed sterft wordt gespaard voor het eeuwige vuur.’ 6

Door aan het dragen van een scapulier een volle aflaat te verbinden, bleef je niet alleen gespaard voor het eeuwige vuur, maar ging ook het louterende vagevuur aan je voorbij. Een volle aflaat betekende immers dat je terug was in de staat van je doopsel, direct nadat je gereinigd was van de erfzonde. En wat nog mooier was, je kon zelfs een ander uit het vagevuur bevrijden.7 Heel beknopt lijkt dit de boodschap te zijn die J.B. Anthony in het rechterluik van zijn triptiek afgeeft, waarin de scapulier een prominente plaats inneemt. Maar daar kom ik nog op terug.

Overigens ontaardde het systeem van de aflaten tegen het einde van de middeleeuwen in een even oneigenlijke als levendige handel die onder anderen door Maarten Luther aan de kaak werd gesteld.8

De rol van Maria

Zoals de triptiek van J.B. Anthony laat zien, was een bijzondere rol weggelegd voor Maria. Die wordt heel pakkend toegelicht in dit verhaal uit het leven van Dominicus, de stichter van de orde der dominicanen of preekheren, uit de beroemde Legenda aureau:

‘Nog voor de stichting van de orde van predikheren was er een monnik die in extase raakte en zag hoe de gezegende Maagd geknield en met samengevouwen handen tot haar Zoon bad ter wille van de mensheid. Hij wees zijn liefhebbende moeder meermalen af maar zij bleef aandringen. ‘‘Moeder,’’ sprak hij toen, ‘‘wat kan of moet ik nog voor ze doen? Ik heb ze al patriarchen en profeten gestuurd maar ze hebben zich onvoldoende gebeterd. Ik ben zelf naar ze toegegaan en daarna heb Ik mijn apostelen gezonden, maar ze hebben Mij en hen ter dood gebracht. Martelaren en belijders en leraren heb ik ze gestuurd, maar ze hebben geen acht op hen geslagen. Maar u mag Ik niets weigeren! Ik zal de mensen dus mijn predikers geven, door wie zij verlicht en gezuiverd kunnen worden.’ 9

De opvatting dat Christus zijn Moeder niets kon weigeren, versterkte haar positie als middelares.10 Heel karakteristiek zijn de verschillende passages hierover uit de beroemde Glorie van Maria van Alphonsus de Liguori, zoals deze:

‘Op den zelfden oogenblik dat Maria geschikt wierd om de moeder van den Verlosser te zyn, wierd zy ook bestemd om de middelares tusschen God en den mensch te wezen. Daerom zegt den H. Thomas dat Maria zoo eenen overvloed van gratie ontving, dat hy genoegzaem was om alle menschen zalig te maken. En daerom ook noemt den H. Bernardus Maria eenen vollen waterstroom, van wiens volheyd wy allen deelachtig worden. 0 myne Koningin, o middelares der zondaers, oefen uwe bediening yt met voor my ten besten te spreken.’11

Omdat Christus zijn moeder niets kon weigeren, ziet het er naar uit dat op haar voorspraak niet alleen de zonden werden vergeven, maar ook de boetetijd werd bekort. Die overtuiging vond ook haar weg in de kunst, zoals het luik met het vagevuur van J.B. Anthony laat zien.

Inspiratiebronnen van J.B. Anthony

Via Wikimedia kun je verschillende afbeeldingen van het vagevuur bestuderen.12 Er zitten nauwelijks Nederlandse voorbeelden bij, maar een ervan is wel van het allerhoogste niveau, namelijk het exemplaar uit Les Très Riches Heures du Duc de Berry, van de Nijmeegse gebroeders van Limburg uit 1410.13

Gebroeders van Limburg, Vagevuur (1410)

In de miniaturen van het getijdenboek ‘Les Très Riches Heures du Duc de Berry’ (1410) is ook het vagevuur opgenomen. Let op de engelen die de zielen zowel uit het water als uit het vuur verlossen. Vermoedelijk werd op deze manier onderscheid gemaakt in de zwaarte van de vergrijpen die uitgeboet moesten worden. Herkomst: Wikimedia Commons.

Al vanaf de late middeleeuwen zijn voorbeelden bekend, waarin het vagevuur wordt gecombineerd met Maria met Kind, als om te benadrukken dat Gods moeder bij uitstek in staat is om de tijd in het vagevuur te bekorten en een einde te maken aan het lijden van de ziel. Het slot van het Weesgegroet herinnert daaraan: ‘Heilige Maria, Moeder van God, Bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood’. Ik laat hier overigens geen exemplaar uit de middeleeuwen zien, maar een contrareformatorische weergave, geschilderd door Ludovico Carracci, circa 1610:

Ludovico Carracci (1555-1619), Het vagevuur.

Ludovico Carracci (1555-1619), Het vagevuur: de engel die de ziel verlost wijst naar Maria met Kind, omringd door de paus (met de witte mijter) en met name vertegenwoordigers van de belangrijkste religieuze orden.  Mogelijk was de vingerwijzing bedoeld om te benadrukken dat vooral Gods moeder door haar voorspraak de boetetijd kan bekorten. De figuren om haar heen laten op typisch contrareformatorische wijze zien dat dit alleen mogelijk is binnen de enige heilige roomse kerk: de ‘una sancta catholica et apostolica ecclesia’ uit de geloofsbelijdenis. Verblijfplaats: Pinacotheek van het Vaticaans Museum. Herkomst: Wikimedia Commons.

Als Antwerpenaar zal J.B. Anthony ongetwijfeld ook het barokke Vagevuur van Rubens hebben gekend, waarin de engelen druk bezig zijn om de zielen naar de hemel te brengen. Toch was dat niet de tijd waarop hij zich richtte. Dat was het snijvlak van de gotiek en de renaissance, de late vijftiende en vroege zestiende eeuw toen, naar de mening van de kerkelijke kunstenaars rond 1900, de hervorming nog niet had toegeslagen en er dus nog samenhang was tussen kunst, religie en maatschappij. Anthony heeft zich verbazingwekkend goed ingeleefd in die tijd, want zijn aan Maria gewijde altaarstuk vormt een zeer overtuigend ensemble. Toch draagt het onvermijdelijk ook de kenmerken van de religieuze kunst van rond 1900, met name in het thema van de lijdende, strijdende en overwinnende kerk. Maar daar kom ik nog een keer op terug. Laten we samen een detail van het rechterluik bekijken om na te gaan wat de schilder nu precies heeft gedaan.

Detail van het altaarstuk van J.B. Anthony uit 1910, Sint Jan, Den Bosch

Detail van het altaarstuk van J.B. Anthony uit 1910 met de lijdende kerk in de vorm van het vagevuur. Foto: auteur (2014).

Het eerste dat opvalt is dat J.B. Anthony gekozen heeft voor een vuurzee, waardoor de elementen water en vuur tot een geheel zijn gemaakt, als een soort lava-achtige, smeulende stroom. Vervolgens zien we dat de verloste zielen zijn gekleed, terwijl de boetende personages naakt zijn. Dit rijmt met de middeleeuwse associatie van naaktheid met slechtheid, hetgeen nog terug te voeren was op de zondeval: pas nadat hij gegeten had van de appel realiseerde Adam zich dat hij naakt was en daar schaamde hij zich voor. Heel bijzonder is de persoon rechtsonder, omdat dat geen type is, maar door het portretachtige karakter van zijn kop een bestaand iemand lijkt. Met de blik gericht op het middenpaneel (afb. 2) onderstreept hij dat Gods moeder in de verlossing van de ziel bij haar Zoon kan en zal bemiddelen. Concentreren we ons op deze groep, dan zien we dat Maria geheel in de lijn van O.L. Vrouwe van Den Bosch gekroond is als hemelkoningin. De voorwerpen die zij en haar Zoon in hun hand houden zijn scapulieren, zoals ik hiervoor heb uitgelegd. Ongetwijfeld werden in 1910 ook scapulieren uit naam van O.L. Vrouwe van Den Bosch uitgereikt. Later werd de stof vervangen door een medaille die men als amulet aan de onderkleding spelde. Het bericht dat afgegeven wordt, zou je kunnen interpreteren als: ‘Draag deze scapulieren die ik de mensheid geschonken heb om zich te ontlasten van schuld en boete.’

Terug naar de gebroeders Custers

Vergeleken met de epische opzet van J.B. Anthony, waarin meer verhaallijnen voorkomen die elkaar uiteindelijk treffen in één boodschap – namelijk de verlossing van de ziel – zetten de gebroeders met hun reliëf als het ware een on liner neer: of je nu een koning bent of een eenvoudige sloeber, jong of oud, man of vrouw, je kunt pro-actief bijdragen aan de bekorting van je boetetijd in het vagevuur door de voorspraak te vragen van de heiligen, in dit geval de augustijner heilige Nicolaas van Tolentino. De augustijnen wisten wel hoe ze hun devotiekerk zo moesten opzetten dat er een grote aantrekkingskracht op de gelovigen van uit zou gaan. Ook dit altaar getuigt daarvan.

B.14

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Wat nog volgt

  • Een passages over het Concilie van Trente over de voorspraak van Christus en de heiligen.
  • De Gregoriusmis en het vagevuur.
  • Nederlandse contrareformatorische weergave(n) van het vagevuur.
  • Lidwina’s geduldig lijden.

Bronnen

Nota bene — In de voetnoten gebruik ik onder meer verkorte titels die volledig aangehaald zijn in de bibliografie van deze site.


  1. Herkomst: Van Leeuwen e.a., Arbeyd Sere, p. 114, naar een repro van Peter Thoben. 

  2. Hubar, De genade van de steiger, pp. 500-513: register; zoektermen: Una sancta, Januskop, transcendentie 

  3. Zie: Lucepedia, dossier Vagevuur

  4. Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vagevuur

  5. Zie: Lucepedia, dossier Vagevuur

  6. Zie: De scapulier van de berg Karmel

  7. Zie: De scapulier van de berg Karmel. Voorts: Aflaten

  8. Zie: http://www.dick.wursten.be/aflaten.htm

  9. Hunink, Jacobus de Voragine, pp. 3-4 [vet door mij, bvhh]. Met de predikers worden de Dominicanen of predikheren bedoeld, de ordo predicatores

  10. Voor deze titel zie en.wikipedia.org/wiki/Mediatrix 

  11. De Liguori, Glorie van Maria, 1839, (eerste druk midden achttiende eeuw), p. 402. Alphonsus de Liguori (1696-1787) was de stichter van de orde der redemptoristen en staat voor de verzoenende, barmhartige kant van de kerk. 

  12. Zie de collectie afbeeldingen op Wikimedia met betrekking tot het vagevuur

  13. Zie het lemma Les Très Riches Heures du Duc de Berry op Wikipedia. Voorts de gebroeders van Limburg op Wikipedia 

  14. Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Het Vagevuur in de Paterskerk’, op: vanhellenberghubar.org: http://wp.me/P4eh3s-a4 (2014).

    ← Terug naar de hoofdpagina