Kapellen #KunstinBreda

#Kerkverhalen | Kapellen in Breda op ifthenisnow.eu

Ook het laatste onderdeel van #KunstinBreda riep vragen op. Vandaar dat ik bij #kerkverhalen op if then is now een oproep heb geplaatst om hulp te krijgen bij de waardestelling van deze twee Mariabeelden in Teteringen en Gageldonk. Er moeten toch meer voorbeelden zijn van het gesluierde Jezuskind. En zou het rechter beeld nog afkomstig kunnen zijn van de middeleeuwse Martinuskerk van Princenhage, van vóór de brand van 1873, dus vóór de restauratie/herbouw door Pierre J.H. Cuypers en J.J. Langelaar? Allemaal interessante vragen, waarop de nieuwsgierige onderzoeker graag antwoord wil hebben. En dat komt de waardestelling ten goede.

De eerste reactie – van mijn vriend en vakgenoot, Joost van Hest – is inmiddels binnen. Hij heeft een paar hele interessante aanvullingen op if then is now geplaatst.
Intussen hebben Joost, Wies van leeuwen en Sander van Daal – ook – op Twitter via @kerkverhalen gereageerd.

Dit is waar ik van droom: interactie via het wereldwijde web om kennis te delen en over te dragen.
Want dit type kennis op iconografisch gebied wordt – het is niet anders – steeds zeldzamer.

Genoeg gepraat! Ga maar eens kijken bij if then is now!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen (opgemaakt met Zotero, Chigaco Manual of Styles 16h edition (note).

  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. #KunstinBreda | Religieuze kunst, Waardestellingen van uitmonsteringen en clusters. Ohé en Laak, 2017.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Kunst in Breda”. VanHellenbergHubar.org, 24 september 2016. http://bit.ly/KunstinBreda-VHHorg.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “#Kerkverhalen | Kapellen in Breda”. if then is now, 2017. http://bit.ly/2q0AFLk.

De luchtboogbeelden onderweg

Sint Jan Den Bosch Wonderlijke klim foto bvhh.nu 2016


Zittend op de luchtboog
zetten we ons voorzichtig af
om opwaarts te schuiven
’n trage dodendans
van heiligen en zondaars
zotskappen en wijzen
de man om de hoek en de koning
tussen dieren en monsters
zestien bogen lang
’n brug tussen aarde en hemel
waar Cerberus wacht
in vele gedaanten

de muil wijd geopend
gebeurt ‘t ieder moment
kokhalzend spuwend
een zondvloed van water
kolkt op onze lijven
houvast verdwijnt
graaiend, tuimelend,
vallend klauwend
vergeefs grijpen we
naar wapperende panden
‘n arm ‘n voet van hen
die nog sneller
dalen
de aarde tegemoet

aan de voet van de beren
zijn wij als Sisyphus
behept met ‘n taak
die nooit lijkt te voleinden
Steeds weer onderweg
naar waar engelen
zingen: Alleluja

________________

@kerkverhalen — De aanleiding mag Jeroen Bosch zijn geweest, maar dat heeft de ‘wonderlijke klim’ bij de Sint Jan van Den Bosch helemaal niet nodig. Het is werkelijk een briljante vondst geweest om deze sculptuur op de steunbogen langs het schip – die globaal tussen 1470 en 1520 tot stand kwam – op deze manier toegankelijk te maken voor een groot publiek. Wie wat vaker verhalen van mij leest, weet dat ik gek ben op steigers, of liever, helemaal weg ben van die wonderlijke wereld tussen hemel en aarde. Toen de Bossche kathedraal de laatste keer in de steigers stond, heb ik daar rond mogen dwalen in het gezelschap van Wies van Leeuwen die de problematiek van de restauratie toelichtte. Was dat al boeiend, nog aangrijpender was de poëtische sfeer op de steigerplanken tussen de beren, luchtbogen en wimbergen, oog in oog met beelden en ornamenten. Een andere wereld, dacht ik toen, een totaal aparte wereld. Datzelfde gevoel overviel me toen ik in 2013 op de steigers stond bij die andere fantastische kathedraal, de nieuwe Bavo in Haarlem, en waar dat toe leidde gaan we 9 september beleven.

Programma — Je wil nog weten wat er waar is in mijn verhaal in dichtvorm? Of het klopt van die waterspuwers boven de luchtbogen? Zoals zo vaak, is het antwoord ‘ja’ en ‘nee’. Wat de luchtboogbeelden precies betekenen heeft tot dusver niemand kunnen achterhalen, zoals Ronald Glaudemans in zijn boek hierover nog eens benadrukt.* Het onderliggende programma blijft in raadselen gehuld. Sterker nog, mijn promotor, Kees Peeters, meende zelfs dat de cyclus van toevalligheden aan elkaar hing. Ongetwijfeld is er naar de middeleeuwse achtergronden nog veel onderzoek nodig, maar misschien is het ook wel aardig om de menagerie op de luchtbogen te bekijken door een negentiende en vroeg twintigste-eeuwse bril. Want we denken wel dat we naar een middeleeuws toneel kijken, daarboven in de dakgoot van de Sint Jan, maar het gros van wat we zien is negentiende-eeuws. We zijn niet zozeer beland bij de wereld van Jeroen Bosch, als wel bij die van de belangrijkste restauratie-architect, Lambert Hezenmans (1841-1909) , en de man die namens het Rijk de inspectie van de werken uitvoerde, Pierre J.H. Cuypers (1827-1921). De twee kenden elkaar goed, want beiden waren door de afdeling kunsten en wetenschappen van het ministerie van buitenlandse zaken – dat wil zeggen, Victor de Stuers – aangesteld als rijksinspecteur. Niet zelden controleerden ze in die functie elkaars werken. In het geval van de luchtboogbeelden leidde dat tot pittige kritiek van de kant van Cuypers, met name wat betreft de concrete aanpak van Hezenmans, waardoor origineel, gerestaureerd en aangevuld niet goed te onderscheiden waren.*


/Volumes/Beeld/Web en sociale media 2016/Screenshot Lambert Hezenmans, luchtboogbeelden negentiende eeuw Sint Jan Den Bosch site Bossche Encyclopdie
Lambert Hezenmans, Schetsjes van een aantal luchtboogbeelden (1870-1885). Herkomst: site Bossche Encyclopedie: http://bit.ly/29kyLN3.

Lange tijd is behoorlijk denigrerend gedaan over de kennis die mensen als Hezenmans en Cuypers over de middeleeuwen hadden en wat dat voor een fnuikende gevolgen had voor de middeleeuwse monumenten van ons land. Vanaf de jaren zeventig kwam een herwaardering op gang die startte met een pleidooi voor de erkenning van de intrinsieke oudheidkundige betekenis van dit soort restauraties. Vrijwel niemand vond de negentiende-eeuwse bijdrage in die tijd ‘mooi’, maar dat stond los van de cultuurhistorische waarde. Geleidelijk kwam meer oog voor de ambachtelijke kwaliteit van de negentiende-eeuwse ateliers met hun strak gepolijste technieken. Toen eenmaal die horde tot het ‘mooi’ vinden genomen was, bleek ook nog eens dat men in die tijd veel meer wist van de middeleeuwen dan tot dusver was aangenomen. En dan valt onvermijdelijk de naam van Cuypers’ zwager, J.A. Alberdingk Thijm en zijn standaardwerk De Heilige Linie (1858). Niet dat Thijm de enige was die zich bezighield met de middeleeuwen, maar op het gebied van de iconografie en symboliek kun je hem zeker beschouwen als een vaandeldrager.*

Microkosmos — Voor Thijm en zijn tijdgenoten was de kathedraal een microkosmos, waarin ‘de gedaante der kerk als afbeelding der waereld’ centraal stond: een wereld in het klein, met al het goed en het kwaad wat ertoe behoorde. Zijn petekind, Joseph Cuypers, zou – vast ook geïnspireerd door de Sint Jan die hij onvermijdelijk kende – deze visie tot uitdrukking brengen in de beeldencyclus van de nieuwe Bavo. Dat deed hij niet alleen, want ook vicaris-generaal en later bisschop A.J. Callier droeg bij aan dit programma. Een belangrijk netwerk waar katholieke kunstenaars en geleerden elkaar ontmoeten was De Violier die in 1906 een bezoek bracht aan de kathedraal van Den Bosch. Tot deze kunstkring hoorde onder meer Xavier Smits die al eerder voor De Violier een lezing had gehouden over de Sint Jan en een proefschrift daarover voorbereidde bij de universiteit van Leuven.* Juist hij wordt afgeserveerd door Ronald Glaudemans:

  • ‘Een andere onderzoeker van de bouwgeschiedenis, C.-F.-X. Smits, ‘Doctor in de Archaeologie’, […] beredeneert in 1907 dat de beeldjes ‘de gezamenlijke menschheid’ voorstellen; ‘De geheele menschheid is dan door dat leger van opstijgende beeldjes verpersoonlijkt. Tusschen de rangen der menschen bevinden zich eenige potsierlijke en phantastische typen, die den mensch op zijn weg door het leven bemoeilijken’. Deze minstens zo merkwaardige verklaring verraadt duidelijk de tijdgeest van de periode waarin deze werd opgeschreven en kan vandaag de dag ook niet echt stand houden’.*

Als we het woord mensheid vervangen door schepping dan komen we dicht in de buurt van Thijms visie op de microkosmos die – zoals hij in De Heilige Linie uitlegt – een sterk antropologisch karakter heeft. Al zo lang als de mensheid bestaat hebben de volkeren in hun gewijde gebouwen de wereld in het klein weergegeven; niet alleen in het westen, maar over de hele aardbol. Dit idee werd bij De Violier verder uitgedragen door een andere vriend van Joseph Cuypers, de iconograaf Matthaeus Nieuwbarn die hierbij op Viollet-le-Duc leunde:

  • ‘De kunstenaars der middeleeuwen hebben van de Christelijke Kerk een soort van nieuwe schepping gemaakt; zij hebben er al wat in de zichtbare en onzichtbare wereld geschapen was, als een heldendicht van lijn en steen in samengebracht.’*

In die wereld is de mens op een symbolische pelgrimage op weg naar de hemel, en onderweg ontmoet hij alles en iedereen: naast de man om de hoek en z’n vrouw, de elite van koningen en keizers; naast bekende dieren de meest vreemdsoortige wezen die onder meer staan voor de beproevingen en verleidingen, zoals Jeroen Bosch ze heeft weergegeven op zijn beroemde schilderijen van heilige heremieten. Zo tijdgebonden was de visie van Smits dus niet. Daarbij komt dat de luchtboogbeelden zich bevinden boven het schip, de plek die volgens Thijm bij uitstek staat voor de aarde, de strijdende kerk, waar de gelovigen ‘zich door des waerelds woelige golven trachten heen te werken’.* Sinds ik met de nieuwe Bavo bezig ben geweest, koppel ik dit beeld van goed en kwaad aan de theodicee* van Thomas van Aquino die vanaf 1879 (opnieuw) in het centrum van het katholieke denken stond. Of daarin nog aanknopingspunten zitten voor het middeleeuwse programma van de beeldencyclus van de kathedraal, vraagt om verder onderzoek.

Brochure wonderlijke klim Sint Jan Den Bosch (2016).
Brochure met de plattegrond en de benaming van de luchtboogbeelden. Net als het informatieve boekje van Ronald Glaudemans (zie hieronder) verkrijgbaar bij de kaartverkoop van ‘De wonderlijke klim‘ van de Sint Jan in Den Bosch.

Klassieke referenties — Maar ja, zul je denken, hoe zit het dan met Cerberus en Sisyphus? Dan komen we toch terecht in de klassieke oudheid? Dat klopt, maar uit het oogpunt van de middeleeuwen was er geen scheiding met die oudheid. Die maakte integraal deel uit van het eigen erfgoed. Een mooi voorbeeld daarvan is de Divina Commedia van Dante uit het eerste kwart van de veertiende eeuw: de auteur gaat hierin met de – let wel! – klassieke schrijver Vergilius op stap. Op zijn reis – die in de vakliteratuur vaak als pelgrimage wordt bestempeld – komt hij onder meer Sisyphus en Cerberus tegen.*

Kijk, dat is het nu het mooie aan gedichten: met een minimum aan woorden roep je een beeld op, waarna heel veel zinnen nodig zijn om uitleg te geven. Terwijl zo’n gedicht ontstaat gebeurt er van alles in je hoofd: in een hoog tempo rijgen zich voorstellingen aan elkaar die vanuit de enorme vergaarbak van het geheugen intuïtief elkaars gezelschap zoeken en vervolgens via je vingers op het scherm belanden. Dit is een proces van ’n paar minuten, het denken daarna over de achtergrond en de context vraagt heel wat meer. Dat geeft de verdiepingsslag en maakt het – wie weet – wel mogelijk dat je als je daar staat, terugdenkt aan dit verhaal.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Bronnen

De * in de tekst verwijst naar de volgende bronnen:

  • ‘Luchtboogfiguren’, op: bossche-enyclopie.nl, http://bit.ly/29kyLN3 (2016).
  • Cuypers, Jos. en Jan Stuyt (Constructie) en Xav. Smits (Symboliek), De nieuwe St. Jacob te ’s-Hertogenbosch, ’s-Hertogenbosch 1907.
  • Davidson,Linda Kay en David Martin Gitlitz, Pilgrimage: From the Ganges to Graceland: an Encyclopedia, deel 1, 2002, pp. xviii-xix. | http://bit.ly/29NFwau
  • Divina commedia: zie https://www.wikiwand.com/nl/De_goddelijke_komedie
  • Donkers, Geert, ‘“De parel aan Brabants kroon”: het bezoek van ‘De Violier’ aan ‘s-Hertogenbosch’, in: Bossche Bladen, Cultuurhistorisch magazine over ‘s-Hertogenbosch 3 (2001), pp. 16-20. | http://bit.ly/29AHsPK
  • Donkers, Geert, ‘De Katholieke Kunstkring De Violier, 1901-1920’, in: Trajecta 10 (2001), pp. 112-135. | http://bit.ly/29mBa5Y
  • Glaudemans, Ronald, Een wonderlijke klim, De luchtboogbeelden op de Sint-Jan, Den Bosch 2016, pp. 6; 10-12.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997, onder meer pp. 325-329 (microkosmos).
  • Kalf, J., ‘Vierde jaarverslag van den Katholieken Kunstkring: De Violier’, in: Van Onzen Tijd 6 (1905-1906), pp. 130-142. | http://bit.ly/VanOnzenTijd (lezing Xavier Smits kathedraal Sint Jan).
  • Nieuwbarn, M.C., Het Roomsche kerkgebouw, leer der algemeene symboliek en ikonografie onzer Katholieke kerken, Nijmegen 1908, p. 9. | http://bit.ly/Nieuwbarn-bouwsymboliek.
  • Theodicee: https://www.wikiwand.com/nl/Theodicee
  • Thijm, J.A. Alberdingk, De Heilige Linie, pp. 73; 197. | http://bit.ly/Thijm-Sterck-Oudheidkunde

Beeldmateriaal

De foto’s in de kop en de diashow zijn van de hand van de auteur (bvhh.nu) en vallen onder http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA.

Dit bericht is tot stand gekomen in het kader van #kerkverhalen en tevens geplaatst op ifthenisnow.eu: http://bit.ly/29PRceK.
Meer weten over #kerkverhalen? Volg dan deze link. Interesse om mee te doen? Meld je dan aan bij menno@ifthenisnow.nl. Je kunt ons ook volgen op Twitter via @kerkverhalen.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/28U5chf

Presentatie ‘De genade van de steiger’

Deze presentatie heb ik in mei 2016 gehouden voor de Probusclub Leudal en Thornerkwartier. Daarvoor heb ik deze lezing in verschillende variaties voor allerlei gremia voorgedragen, variërend van erfgoedstudenten van de universiteit van Amsterdam tot de voorjaarsbijeenkomst van de stichting Oud-Roermond Rura. Iedere keer weer blijkt dan hoe dankbaar dit onderzoek is geweest, want na afloop krijg ik vrijwel steeds te horen dat men nu met heel andere ogen naar deze vergeten kunst en kunstenaars kijkt. Daar doen we het toch voor!

Vanwege de effecten met verschijnende en verdwijnende voorbeelden in de presentatie, kun je de dia’s het beste handmatig doorklikken via het pijltje →.

B.

Han Bijvoet, Kruiswegstatie nieuwe Bavo. Foto beeldbank RCE-Margareta Svensson 2013.

Bronnen &

  • Vrijwel alle foto’s in deze presentatie zijn afkomstig van de Beeldbank van de RCE en gemaakt door Sjaan van der Jagt/Pixelpolder.
  • De foto in het medaillon betreft een van de kruiswegstaties in de nieuwe Bavo van Han Bijvoet. Hij was een leerling van Antoon Derkinderen aan de Rijksacademie van Amsterdam en is datgene wat hij in zijn stijl integreerde van zijn leermeester zijn hele leven trouw gebleven.
  • Verkorte link van dit item: http://bit.ly/GvdS-presentatie

Sint Jozef op 19 maart

Dit verhaal draag ik op aan mijn vader Wolter Adriaan Joan Jozef van Hellenberg Hubar (1916-1996) die vandaag 100 jaar zou zijn geworden!


In de Jozefkapel van de nieuwe Bavo te Haarlem.
Het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2008.

Vandaag is het sint Jozef, of zoals we in het zuiden zeggen, sint Joep. Voor mij een heiligendag om nooit te vergeten, want het is de geboortedag van mijn vader. Stel dat we nu een eeuw terug zouden kunnen kijken, dan hadden we misschien niet alleen bij mijn grootouders de vlag uit zien hangen, maar hier in Haarlem horen vertellen dat de architect van de nieuwe Bavo zijn naamdag vierde. Wie weet was hij die dag toevallig in de kathedraal en heeft hij een kaarsje opgestoken bij het altaar in de Jozefkapel, dat hij zelf ontworpen had.

De historische Jozef — Wie was Jozef nu eigenlijk en wat weten we van hem. Als we afgaan op de bronnen valt dat behoorlijk tegen. Een boeiend verhaal kwam ik tegen op de site van J.P. van de Giessen – Aantekeningen bij de Bijbel – die zich afvroeg welk beroep Christus had:

  • ‘“Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?” Markus 6:3 (NBV) In bovengenoemde tekst wordt gesteld dat Jezus timmerman is, in Mattheüs 13:55 wordt gesteld dat hij de zoon van de timmerman Jozef is. Gezien de leeftijd van Jezus toen Hij ging optreden, namelijk ~30 jaar, is het zeer goed mogelijk dat hij enkele jaren samen met Jozef heeft gewerkt als timmerman. De vraag die ik me stelde is wat betekent het Griekse woord tektōn wat in alle vertalingen met ‘timmerman’ wordt vertaald. Volgens de verschillende woordenboeken is het iemand die werkt met hout of steen, in tweede instantie wordt aangegeven een handwerker (als tegenpool van een metaalbewerker of smid). Het is iemand die huizen bouwt of construeert, waarbij wij in het laatste geval zouden zeggen een architect.’*

Timmerman of architect? Ambachtsman of denker? Het is interessant om te zien wat de geschiedenis ervan heeft gemaakt.


De bruiloft van Maria en Jozef op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2016.
De bruiloft van Maria en Jozef op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2015.

Legenda aurea — Vergeleken met andere heiligen, komt de verering van Jozef relatief laat op gang. Tot ver in de middeleeuwen verschijnt hij vaak als een wat anekdotische oude man bij kerstscènes. Maar dat is slechts één beeldtraditie, want vanaf het verschijnen van de Legenda aurea tegen het einde van de dertiende eeuw, komt de bruidegom van Maria meer in het licht te staan. Door toedoen van bisschop van Genua, Jacopo da Voragine, werden de tot dusver bekende heiligenlevens in deze Gouden legenden – al dan niet opgesierd – gebundeld. Het idee was om een naslagwerk te produceren met bruikbaar materiaal voor preken. Door het grote succes verschenen al snel over heel West-Europa vertalingen, ook in Nederland. Het geeft maar aan dat de markt behoefte had aan een meer gedetailleerd beeld van deze idolen van de katholieke kerk. Zo raakten scènes populair als de bruiloft van Jozef en Maria, die we ook in het Jozefaltaar van de nieuwe Bavo tegenkomen.*


Charles Vos, Theresa van Avila, pijlerbeeld bij de Barbarakapel aan de zuidelijke zijbeuk in de nieuwe Bavo. Foto RCE beeldbank/Margaretha Svensson 2013.

Charles Vos, Theresa van Àvila, pijlerbeeld bij de Barbarakapel aan de zuidelijke zijbeuk in de nieuwe Bavo. Foto RCE beeldbank/Margaretha Svensson 2013.

Theresa van Àvila — De verering van Jozef kreeg een krachtige impuls door de inzet van Theresa van Àvila (1515-1582), een van de stuwende krachten tijdens de contrareformatie. Dankzij Jozefs tussenkomst – zo vertelde ze later – ontwaakte ze uit een coma dat drie jaar had geduurd. Theresa was wat je noemt een vrouw met drive, en wat voor een drive. Tijdens haar leven reorganiseerde en stichtte zij verschillende kloosters, waarvan ze er een onder de bescherming van Jozef plaatste. Ze was niet alleen beroemd vanwege haar organisatievermogen, maar vooral om haar mystieke geschriften. Zo wordt ze in de nieuwe Bavo afgebeeld door Charles Vos (1952-1953). Net als bij Augustinus wordt haar hart doorboord met een pijl, hier als teken van de consumptie van het mystieke huwelijk met God als hemelse bruidegom. Bij haar oor bevindt zich de heilige Geest als duif die haar liefdesgezangen influisterde en haar zo inspireerde tot het schrijven van een eigen Hooglied, dat ze in haar hand houdt. Vergelijkbaar met het oudtestamentische bruidspaar in dit Canticum canticorum Salomonis (Lied der liederen van Salomon)*, viert zij haar extatische eenwording met haar goddelijke bruidegom. Dankzij deze mystica die aan de ene kant voor contemplatie en meditatie koos en aan de andere kant zeer krachtdadig was, promoveerde Jozef tijdens de contrareformatie tot een heilige met persoonlijkheid. Dat bleek de opmaat voor de negentiende eeuw, toen hij klaargestoomd werd voor het grote publiek.


Jozef als beschermvorst van de kerk, centraal op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.
Jozef als beschermvorst van de kerk, centraal op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.

Patroon van de kerk — De verering van Jozef was niet meer te stuiten, toen paus Pius IX hem in 1877 uitgeroepen had tot beschermer van de R.K. Kerk. Hoger kon je als heilige nauwelijks stijgen, want als patroon van de kerk stond Jozef zelfs boven Petrus, de eerste paus. Vandaar dat hij op het altaar in de nieuwe Bavo wordt weergegeven als een vorst met in de ene hand de bloeiende tak als symbool van de zuiverheid (ook uit de Legenda aurea) en in de andere hand een boek.*

De kerk had eeuwen ervaring in het promoten van heiligen en men deed dat op een manier waarop menige marketeer vandaag de dag jaloers zou zijn. Rome probeerde in te spelen op wat men meende dat de achterban nodig had. In de eeuw van het opkomende socialisme, de maatschappelijke onzekerheid als gevolg van de op scherp gezette gezagsverhoudingen en een groeiende verpaupering, waar de traditionele armenzorg geen antwoord meer op had, was dat Jozef: hij was de archetypische vaderfiguur die als summum van betrouwbaarheid gold omdat hij Jezus had opgevoed. Omdat hij ondanks deze vooraanstaande taak eenvoudig was gebleven, konden grote groepen gelovigen zich goed met hem identificeren. De boodschap was dat eenvoud, trouw en bescheidenheid niettemin tot een hoge positie konden leiden en dus het navolgen waard waren. De timmerman Jozef werd van meet af aan ingezet om de werkbijen onder het kerkvolk aan de kerk te binden en op die manier een tegenwicht te bieden aan moderne stromingen die het heil buiten de kerk zochten. Erger nog, die een paradijs op aarde verkondigden, zonder verlossing van de ziel of koppeling aan Gods rijk in het hiernamaals. In dit opzicht vond de kerk het liberalisme net zo bedreigend als het socialisme.

Tegenwicht in de sociale kwestie — Dit betekende niet dat de kerk, zoals wel wordt gesuggereerd, met de rug naar de maatschappelijke noden stond. Toen men zich eenmaal realiseerde dat de traditionele armenzorg niet langer voldeed, werd de ontwikkeling van een eigen sociaal beleid ter hand genomen. Een goed voorbeeld hiervan is de latere bisschop van Haarlem, J.D.J. Aengenent die zich hier vanaf 1898 mee bezighield en een belangrijke speler op nationaal niveau was.* De functie die Jozef als rolmodel toebedeeld had gekregen, bleek moeiteloos in deze transitie op te gaan. Hij bleef het tegenwicht tegen het niet-kerkelijke socialisme: hij getuigde hoe eenvoud en grootsheid samengingen door simpelweg zijn bijrol als voedstervader – degene die Christus opvoedde – te accepteren. Hij stelde een voorbeeld door de hem door God toegewezen taak eerlijk, maar zonder valse ambities of borstklopperij uit te voeren. In die eenvoud werd de brug naar het volk geslagen door hem als een nederige timmerman te profileren. Vader, werkman, echtgenoot, maar niettemin beschermvorst van de kerk. Hoe veel dichter bij huis kon je het hebben? Deze opgang benadrukte nog maar eens dat de eersten de laatsten zouden zijn, zoals Christus zijn leerlingen voorhield, en de laatsten de eersten.*


De heilige Familie op het Jozefaltaar van de gebroeders Custers in de Paterskerk in Eindhoven (1909)
De heilige Familie op het Jozefaltaar van de gebroeders Custers in de Paterskerk in Eindhoven (1909): vader, werkman, echtgenoot!

Icoon — Hoe pakte dat nu uit in de praktijk van de kunstproductie? Omdat, zoals gezegd, over het optreden van Jozef nauwelijks authentieke bronnen bekend waren, werd het plaatje geleidelijk aan zelf tot in detail ingevuld. Het doet denken aan de fanfictions vandaag de dag: hordes fans storten zich als ware scriptschrijvers op populaire series om daar extra episodes voor te bedenken. De voorstelling van de heilige Familie op het Jozefaltaar van de gebroeders Custers in de Paterskerk in Eindhoven is hier een goed voorbeeld van.* Op gezag van Rome werd een quasi-fictief plot uitgewerkt volgens de regels van de historieschilderkunst, waarin waarheid en verbeelding tot een verhaal werden gecombineerd: Jozef wàs een timmerman, althans ‘tektōn’ (bouwer, maker, schepper, et cetera), hij wàs met Maria getrouwd en wàs de pleeg- of voedstervader van Jezus, haar kind. Dit zijn de onomstotelijke historische ingrediënten die men combineerde in een imaginair tafereel, waarbij de geschiedkundige werkelijkheid verbeterd werd door het kind als helper van zijn vader voor te stellen en Maria met spinrokken in de hand af te beelden. Zoals de schildering van Gebhard Fugel in weekblad Sint Bavo van 1900 laat zien, werd dit thema in allerlei  variaties getoond.* De moraliserende boodschap is die van het gehoorzame, behulpzame kind en het eenvoudige, nijvere gezin dat de hoeksteen was van de katholieke samenleving.

Het geeft te denken. Je kunt er niet om heen om je af te vragen hoe het verhaal zou zijn afgelopen als tektōn als architect was vertaald. Dan had de bouwmeester van de nieuwe Bavo nog dichter bij zijn patroonheilige gestaan.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Het ‘zalige’ sterfbed van Jozef te midden van zijn gezin. Rechterpaneel op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.
Het ‘zalige’ sterfbed van Jozef te midden van zijn gezin. Zoals weekblad ‘Sint Bavo’ uitlegt: ‘De H. Josef wordt vereerd als de Patroon der kerk, van het Vaderland, van het christelijk huisgezin en van een zaligen dood’.* Rechterpaneel op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.

Meer informatie & bestelgegevens van Ad orientem

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de bronnen die hieronder staan vermeld.

  • Giessen, P.J. van der, ‘Welk beroep had Jezus’, op: http://bit.ly/1ihkyyl, verwijst naar Mattheüs 13:55 en Markus 6:3.
  • Voor de Legenda aurea zie Wikipedia.
  • Voor Theresa van Àvila zie heiligen.net en Wikipedia.
  • Voor het Canticum canticorum Salomonis (Lied der liederen van Salomon), zie Hubar, De genade van de steiger, p. 414. → bibliografie. Ook te vinden op deze site: http://bit.ly/VHH-Jonas1.
  • Hubar, De genade van de steiger, pp. 197-198. → bibliografie.
  • Vergelijk de definitie van marketing op Wikipedia.
  • Voor de kerk en het anti-modernisme zie onder meer: http://nl.wikipedia.org/wiki/Paus_Pius_IX. Voorts het bijzondere artikel van Salemink, ‘Liberale waan’ (2002). Een beeld van de weerzin van de kerk tegen – een overdreven – individualisme, dat geassocieerd werd met romantiek en pantheïsme, is ook te vinden in: Hubar, ‘“Eerdienst en kunst op het naauwst vereenigd”’, pp. 151-176. → bibliografie
  • Voor de iconografische details van Jozef zie: Timmers,  Symboliek en iconographie, pp. 185-186; 501. Voorts: Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, pp. 120-121. → bibliografie.
  • Voets, B., ‘Aengenent, Johannes Dominicus Josephus (1873-1935)’, in: Biografisch Woordenboek van Nederland, op: resources.huygens.knaw.nl, http://bit.ly/1RqGPgl (1985; 2013).
  • Zowel te vinden in Matteüs 19, 30; Marcus 10, 31 als Lucas 13, 30, op onder meer willibrordbijbel.nl.
  • Hubar, De mantel der liefde, De Paterskerk te Eindhoven, 17, 46, 50, 53, 58-59, 63. → bibliografie.
  • Voor spinrokken zie Wikipedia.
  • Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 3 (1898), p. 280. Voor dit werk van Gebhard Fugel zie: https://flic.kr/p/Fjud3c
  • Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 3 (1898), p. 168.
  • Meer weten over het beeldprogramma van de nieuwe Bavo? Bestel dan mijn boek: Bernadette van Hellenberg Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Voor een samenvatting surf naar http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.

Om mijn boek over de kathedraal te bestellen, klik je op deze link: http://bit.ly/Bavo-Ao.

Specificaties:

  • Uitgever: WBooks in samenwerking met Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem
  • Aantal pagina’s: 400
  • Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
  • Uitvoering: gebonden
  • ISBN 978 94 625 8119 7
  • Meer informatie: WBOOKS of http://bit.ly/Bavo-Ao.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is verkort gepubliceerd op de Facebookpagina van de kathedraal, 19 maart 2016. Verkorte link van deze blog: http://bit.ly/VHH-Jozef

Jos ten Horn in Tilburg

Aanleiding

Afgelopen jaar zijn de muurschilderingen van Jos ten Horn in de nieuwe apsis van de Goirkese kerk in Tilburg gerestaureerd door Leo Scholten. De kerk is 5 jaar gesloten geweest vanwege een ingrijpende restauratiecampagne en onlangs, in juni 2015 heropend. Dit werd gevierd met een monografie over de Goirkese kerk van collega Joost van Hest, waaronder ook aandacht is besteed aan het werk van deze kunstenaar. Ten Horn is een van de weinigen onder de monumentale schilders uit de expressionistische hoek met een groot oeuvre op het gebied van de muurschilderkunst en hij heeft veel waardering gekregen. Een van de belangrijkste vernieuwingen die in het interbellum zijn beslag kreeg, was de behandeling van de muur als een vel papier: hierbij werd de kleur van de pleister als achter- of ondergrond gebruikt en kwam er veel ‘wit’ in de voorstellingen voor. Ten Horn heeft de muur in de apsis gebruikt als een blad papier waarop hij ogenschijnlijk met houtskool werkte. Dit werk is enig in zijn soort en is een goede reden om een paragraaf uit mijn boek te delen.

Jos ten Horn, De verering van het kruis en Maria, Goirkese kerk Tilburg.
Afb. 370 Jos ten Horn, De verering van het kruis en Maria door de bekeerde volkeren van de overzeese gebieden (ca. 1938), in de nieuwe apsis van Kees de Bever (1937-1938) in de Dionysiuskerk of Goirkese kerk te Tilburg. Waarschijnlijk is deze aparte voorstelling bedoeld als eerbetoon aan de Tilburgse missionaris Peerke Donders, die in de parochie van het Goirke zijn wortels had en gedurende het interbellum grote verering ondervond in deze plaats.

Uit paragraaf 7.7 | De muur als een blad papier: Jos ten Horn

Ontleend aan Bernadette van Hellenberg Hubar, De genade van de steiger (Rijksdienst Cultureel Erfgoed | Walburg Pers 2013), pp. 431-435.

Nota bene — De tekst weerspiegelt de stand van zaken eind 2013. De afbeeldingen in de Goirkese kerk zijn afkomstig van de beeldbank van de RCE en gemaakt door Sjaan van der Jagt van Pixelpolder.

Het experiment dat Van Rees in 1931 uitvoerde in de Pietàkapel van de Obrechtkerk, vond, voor zover dat te traceren viel, nauwelijks navolging. De eerste die erop voortborduurde, was de kerkschilder Jos ten Horn (1894-1956) in de nieuwe apsis van de Goirkese kerk te Tilburg, circa 1938 (afb. 370). Ten Horn, die opgeleid was aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid en zijn eerste schreden op het gebied van de muurschilderkunst zette als figurist in het atelier van de firma Cuypers & Co, was een van de ontdekkingen van Clemens Meuleman. De handelaar probeerde vanaf de late jaren twintig belangstelling bij de vakwereld voor Ten Horn te wekken, onder meer door Plasschaert uit te nodigen voor een toer door Twente om enkele kerken te bekijken.[1] De waardering die Ten Horn genoot, blijkt niet alleen uit de vele opdrachten – hij is een van de weinigen onder de expressionisten met een groot oeuvre – maar ook uit zijn deelname aan de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs met een beschilderde altaarretabel voor de Nederlandse kapel in het pauselijk paviljoen. Op zich is dit een bijzonder werk, omdat het aangeeft dat Ten Horn met Collette en Molkenboer tot de weinige stijlpluralisten behoorde die een specifieke interpretatie van de Byzantijnse kunst ontwikkelden. Ook in zijn muurschilderingen [434] zien we hoe de kunstenaar in een gevarieerd idioom werkte, met afwisselend Byzantijnse, romaanse, gotische en barokke vormen. Wat het barokke idioom betreft, zijn de koepelschilderingen die hij met Piet Coppens uitvoerde in de achttiende-eeuwse Luciakerk in Ravenstein ongetwijfeld een hoogtepunt.[2]

Jos ten Horn, De centrale groep die door Peerke Donders waren bekeerd, Goirkese kerk Tilburg.
Afb. 371 Jos ten Horn, De centrale groep van de Surinaamse indianen en bosnegers die door de Tilburgse missionaris Peerke Donders waren bekeerd. Schildering (ca. 1938) in de nieuwe apsis van Kees de Bever (1937-1938) in de Dionysiuskerk of Goirkese kerk te Tilburg.

Hoewel Engelman Ten Horn in 1934 opnam bij de kunstenaars die de nieuwe barok beoefenden, leerde hij hem pas na de oorlog kennen, als docent glas-in-lood aan de Jan van Eyckacademie te Maastricht. In het artikel dat Engelman bij gelegenheid van de zestigste verjaardag van de kunstenaar publiceerde, schreef hij dit toe aan Ten Horns bescheidenheid. Niettemin was de kunstenaar er blijkens de vakbladen toch verschillende keren in geslaagd om de aandacht te trekken.[3] In het overzicht van de werken die Engelman in zijn verhaal opvoerde, ontbreekt jammer genoeg een van de interessantste, de apsisschilderingen in de Goirkese kerk in Tilburg. Deze zijn alleen al zo bijzonder omdat de aardse zone is gewijd aan een paradijselijke plek in de tropen. Zeer waarschijnlijk is hiermee een eerbetoon bedoeld aan de Tilburgse missionaris Peerke Donders (1809-1887): niet alleen was deze in de Goirkese kerk gedoopt, maar ook had hij er zijn afscheidsmis gecelebreerd voordat hij naar Suriname vertrok. Daar was hij werkzaam in de binnenlanden, waar hij de indianen bekeerde en de leprozen verzorgde. In het interbellum kende Tilburg een ware verering voor Peerke Donders, die onder meer leidde tot de oprichting van een standbeeld in 1926. De herdenking van zijn vijftigste sterfdag van 1937 tot 1938 gaf aanleiding tot een openluchtspel en een toneelstuk over de ‘Apostel van Suriname’, waarin indianen en bosnegers een prominente rol vervulden. Bij de keuze voor het type personages blijkt Ten Horn hier met zijn werk op te hebben ingespeeld (afb. 371).[4]

Jos ten Horn, Uitsnede van bekeerde Surinaamse indianen en bosnegers, Goirkese kerk Tilburg.
Jos ten Horn, Uitsnede uit de centrale groep van de Surinaamse indianen en bosnegers die door de Tilburgse missionaris Peerke Donders waren bekeerd. Schildering (ca. 1938) in de nieuwe apsis van Kees de Bever (1937-1938) in de Dionysiuskerk of Goirkese kerk te Tilburg.

Op een dunne pleisterlaag waar de baksteen op verschillende plekken doorheen schemert, heeft Ten Horn de verschillende figuurgroepen op een barokke manier over het concave oppervlak verspreid. Vanuit een stevige voet die bestaat uit een trapeziumachtige opbouw in het centrum klimmen beneden links en rechts indianen en negers naar boven tot ongeveer tweederde van de hoogte. Daar ontmoeten de bewoners van de aarde musicerende engelen, waarvan twee groepen naar het eigenlijke orkest in de kalot leiden: met instrumenten en wierookvaten wordt hulde gebracht aan Maria als apocalyptische vrouw en het kruis dat met enkele lijdenswerktuigen omhoog wordt gedragen door engelen. Ten Horn is vrij onorthodox te werk gegaan door geen van de hemelingen vleugels te geven, een iconografisch fenomeen dat volgens Timmers vroegchristelijk van oorsprong is.[5] Wat echter voor die tijd helemaal opmerkelijk is, is dat de engelen qua huidskleur en gelaatstrekken de tropische figuren weerspiegelen. Zelfs Maria en kind ogen bepaald niet westers.

De aardse zone is één grote hoorn des overvloeds met korven vol met de vruchten van het veld, de oogst van bomen en struiken en een net vol vissen. Dat de jacht geen plaats heeft gekregen in dit paradijs, is niet zonder reden. Ten Horn legde een speciale nadruk op Bijbelse producten als graan, appels, druiven en vissen. Dit roept onder meer associaties op met de wonderbare visvangst die Matthieu Wiegman in de Obrechtkerk weergaf. Tegelijkertijd wordt hiermee de eucharistische betekenis van brood en wijn en de vroegchristelijke symboliek van de vis als letterschrift van Christus benadrukt. Ook de activiteit van de visvangst zelf heeft een bijzondere lading: deze herinnert immers aan de opmerking van Christus dat hij van de vissers onder de apostelen vissers van mensen zou maken. Voor de apostel van Suriname zullen deze woorden een direct toepasselijke boodschap hebben gehad. De paradijselijke weelde wordt nog eens onderstreept door het mensenpaar aan de top van het trapezium, die als een nieuwe Adam en Eva de appels van het geloof mogen plukken. Om het geheel af te maken kunnen ook de vleugelloze engelen worden gepresenteerd als passende entourage voor een volk dat vergelijkenderwijs in de evangelische fase van het vroege christendom verkeerde, toen Peerke Donders hen bekeerde.

Jos ten Horn, Uitsnede van Maria en Kind, Goirkese kerk Tilburg.
Jos ten Horn, Detail met Maria met Kind en het kruis met de lijdenswerktuigen omringd door musicerende engelen. Schildering (ca. 1938) in de nieuwe apsis van Kees de Bever (1937-1938) in de Dionysiuskerk of Goirkese kerk te Tilburg.

Technisch bezien lijkt wat Ten Horn deed sterk op de werkwijze van Van Rees in de Obrechtkerk. De muur is opgevat als een blad papier, waarbij het gebroken wit van de pleisterlaag niet alleen is gebruikt voor de achtergrond, maar ook voor de lichtpartijen van de donkere lichamen, de wolken en de verschillende [435] overige elementen, als kruis, muziekinstrumenten et cetera. De voorstelling is vrijwel monochroom in donkerbruine schakeringen uitgevoerd, waardoor het effect is ontstaan van een houtskooltekening in het groot. Met behulp van deze tekenachtige techniek heeft Ten Horn zijn figuren een sterk modelé meegegeven, waarvan het plastische effect goed past bij de barokke weelde. Door de vervuiling van de schildering is nog maar moeilijk te zien dat de kunstenaar de compositie op verschillende plekken, met name bij de aureolen en het fruit, heeft verlevendigd met fel gekleurde toetsen en partijen. Wat het af maakt, is de kleurschijn rond de omtrekken van de verschillende groepen die haast geaquarelleerd zijn: vrij fel direct langs de contour vloeien de tinten steeds verder uit totdat ze opgaan in de achtergrond. Zo heeft Ten Horn ook dun opgezette grijs en bruin vervloeiende lagen aangebracht, onder meer bij de subtiele nuances voor de huid en de wolken. Qua compositie schakelde hij via de contrapost de figuren aan elkaar, waardoor een levende, sterk barok aandoende interactie tussen de personages plaatsvindt die als één grote guirlande stijgen en weer afhangen. Jos ten Horn was een groot vakman.

Het werk in Tilburg is niet alleen voor Ten Horn, maar ook voor het gehele interbellum enig in zijn soort. Een tweede werk van de hand van deze kunstenaar in deze uitdrukkingswijze bestaat niet. Hoewel hij haast zeker bij Van Rees inspiratie heeft gevonden, is niet alleen de vorm bijzonder maar ook de iconografie. Het getuigt van moed dat de pastoor in dit concept is meegegaan, want rond 1938 kon men heel wat conservatievere manieren bedenken om Peerke Donders te eren. Ook Ten Horn kan worden gevoegd bij die kunstenaars die in staat waren eigen oplossingen te bedenken binnen de voorgeschreven liturgisch bepaalde beeldtraditie van de kerk.

Jos ten Horn, Detail van Adam en Eva, Goirkese kerk Tilburg.
Afb. 371 Jos ten Horn, Detail met Adam en Eva uit de de centrale groep van de Surinaamse indianen en bosnegers die door de Tilburgse missionaris Peerke Donders waren bekeerd. Schildering (ca. 1938) in de nieuwe apsis van Kees de Bever (1937-1938) in de Dionysiuskerk of Goirkese kerk te Tilburg.

Naschrift

Tot zover het fragment uit De genade van de steiger. Meer lezen? Bestel het boek dan bij de Walburg Pers!

Wil je dit artikel delen of mailen, ga dan naar het einde van deze pagina.
De verkorte link van dit item is: http://bit.ly/GvdS-Jos-ten-Horn-Tilburg

Bernadette van Hellenberg Hubar

← Terug naar De genade van de steiger!

Bronnen

Nota bene — In de voetnoten staan verkorte titels die volledig zijn aangehaald in de bibliografie van het boek dat rechtstreeks besteld kan worden bij de Walburg Pers.

[1]    KB krantenbank, zoektermen: Jos ten Horn schilder (Jan Engelman, De Tijd 11-06-1954). Van Dael e.a., Schoonheid in devotie, p. 41.
[2]    KB krantenbank, zoektermen: Jos ten Horn schilder (Jan Engelman, De Tijd 11-06-1954; Limburger Koerier 29-07-1937). Meuleman, Religieuse kunst, plaat 257; andere werken: platen 33-35. De kapel van gesticht Voorburg te Vught is in 1994 afgebroken. De huidige verblijfplaats van dit retabel is niet achterhaald. KB krantenbank, zoektermen: Engelman nieuwe barok (De Tijd 30-09-1936). RCE, Monumentenregister, nr. 32337. Zie voorts de beeldbank van de RCE, zoektermen: Ravenstein, Luciakerk, Jos ten Horn.
[3]    W., Jozefkerk Zwolle (1933), p. 129. Van Rooijen, Kerkelijke traditie (1933), p. 11. Apelles, Van opdrachtgever tot kunstenaar (1932), p. 557. Verschuuren, ‘Aesthetische gedachten’ (1931), pp. 372-373.
[4]    KB krantenbank, zoektermen: Peerke Donders Apostel (1926, 1937, 1938). Voorts over Goirke en Peerke Donders www.parochiedebrontilburg.nl/cultureelerfgoed.htm.
[5]    Timmers, Symboliek en iconographie, p. 345, nr. 690.

Van Res nova naar Vanhellenberghubar.org

Waarschijnlijk klikte je op een pagina van Res nova toen je hier terecht kwam. Maar het kan ook zijn dat je op zoek was naar fiscaalverhaal.nu of naar res-virens.nl en groenverbindingsplan.nl.

Ik zou zeggen, lees even verder, want dan begrijp je waarom je bij vanhellenberghubar.org uit bent gekomen.

Collage van enkele items uit de portfolio van Res nova
Collage van enkele items uit de portfolio, die ik ontwikkelde als partner en vennoot van Res nova.

Res nova — Res nova was het samenwerkingsverband dat ik in 2003 heb opgericht met enkele collega’s van Monumentenhuis Limburg. Na een productieve periode van tien jaar in wisselende samenstellingen heeft dit in 2013 opgehouden te bestaan. Soms word ik daar nog wel eens op aangesproken, want wat mensen zich vooral herinneren was … ‘jullie waren toch zo’n goed team’. Dat is heel plezierig om te horen, ook omdat dat klopt. Maar wat ook klopt, is dat mensen veranderen, andere inzichten ontwikkelen en ieder voor zich met nieuwe uitdagingen worden geconfronteerd. Dan ga je divergeren in plaats van convergeren. En zo groeit het moment waarop afscheid nemen aan de orde is.

Res-virens.nl en groenverbindingsplan.nl — Res nova heeft in de tien jaar van haar bestaan veel ruimtelijk onderzoek gedaan, ook in verband met het Planologisch erfgoedregime© (PER©). Zoals dat gaat met vaardigheden die je verder ontwikkelt, deed zich op een bepaald moment de vraag voor of we niet een vertaalslag zouden kunnen maken naar een concreet plan. Vooral op landschappelijk gebied deden zich kansen voor, waaraan we onder meer in de vaste rubriek voor vakblad Vitruvius aandacht hebben besteed. Ruimte en groen ontpopten tot een aparte cultuurhistorische specialiteit. Een van de eerste exercities op dit gebied voerde ik overigens zelf al in 1997 uit samen met Monumentenhuis Limburg voor het ECI-complex te Roermond. Een wel heel apart voorbeeld vormt het onderzoek naar het Kruiswegpark te Roermond, waar ik in 2006 de liturgische en iconografische analyse van de flora voor mijn rekening nam.*

ECI presentatie selectie 10 sep 2011_Bernadette
Bij de Open Monumentendag van 2011 gaf ik in de ECI te Roermond een korte inleiding over het cultuurhistorisch onderzoek naar dit complex. De analyse leverde verrassende vondsten op wat betreft de voor ons wat wonderlijke combinatie van industrie en tuinaanleg. Toch was dat in de negentiende eeuw allerminst ongewoon.

Fiscaalverhaal.nu — Een van de producten waarmee ik al tijdens mijn werk voor Monumentenhuis Limburg bezig was, was de ontwikkeling van Fiscaal verhaal© voor Rijksmonumenten. Met Res nova kregen we de kans om dit uit te voeren voor het rijksmonument Graeterhof te Swalmen. Dat was het begin van een lange reeks, waarbij we voor heel wat eigenaren een maximum aan aftrekbare onderhoudskosten hebben kunnen regelen. Dit gebeurde in goed overleg met Belastingdienst Bureau Monumentenpanden in Amersfoort, terwijl vervolgens met het NRF afspraken werden gemaakt voor de laagrentende lening. Door de systematiek is Fiscaal verhaal© als product van blijvende betekenis, tenzij het (nieuwe) kabinet de plannen doorzet om deze faciliteit af te schaffen. Dat zou spijtig zijn, omdat de aftrek een geweldige impuls vormt voor particulieren en dus een effectief instrument is binnen het nationale erfgoedbeheer. Met de juiste allianties heeft het in principe niets aan actualiteit verloren.

Fiscaal verhaal Stjieewieeg Res nova 2004 Fiscaal verhaal Neerstraat Clarissen Res nova 2006 Fiscaal verhaal Munsterstraat Res nova 2006
Vanaf 2003 heb ik verschillende keren Fiscaal verhaal© voor rijksmonumenten uitgevoerd. Enkele van de meest memorabele projecten zie je hier op een rij. Met de juiste allianties biedt dit product ook vandaag de dag de op maat gesneden onderlegger voor planontwikkeling, vergunningverlening en financiering.

Core business — De afgelopen dertig jaar heb ik met organisaties als het Cuypersgenootschap, Ad rem monumentorum, Monumentenhuis Limburg, Res nova en mijn huidige bedrijf heel wat wegen bewandeld, zoals wordt bevestigd door mijn biografie.* Daarom is het ook niet eenvoudig om slechts een bepaalde activiteit als mijn core business te benoemen. Zolang het erfgoed centraal staat, ben ik voor een breed scala aan uitdagingen in. Daarbij werk ik graag én goed in teamverband, maar ook projecten die de concentratie van een solist vergen kan ik prima behappen. Zonder me daar op voor te willen laten staan, heb ik de afgelopen decennia laten zien dat ik een zeldzame flair heb om vondsten te doen en over een breed veld verbindingen te leggen, of dat nu gaat om cultuurhistorisch onderzoek of het bedenken van nieuwe producten en methodes. Het resultaat daarvan wil ik graag delen.

Wie geïnteresseerd is om met mij te werken kan altijd terecht voor een vrijblijvend gesprek, of dat nu analoog is – vis à vis – of digitaal per telefoon of een videogesprek: 06 513 87 805.

Bernadette

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

_____________________

Gerelateerde onderwerpen

Met één klik op de afbeelding ga je naar …

Bernadette met 'De genade van de steiger in haar hand'  Se non è vero Bibliodoc

Post scriptum

Het teken * in de bovenstaande tekst staat voor de volgende informatie:

  • De presentatie over de ECI te Roermond bij gelegenheid van de Open Monumentendag 2011 kan bekeken worden via deze link.
  • Voor het Kruiswegpark te Roermond volg deze link.
  • Voor mijn biografie volg deze link.
  • Meer weten over hoe ik werk? Kijk dan eens bij mijn Algemene voorwaarden.
  • Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-1oi

← Terug naar de hoofdpagina!

Clemens in de Legenda aurea


Clemens in de Legenda aurea (dom Romanus Jacobs, Merkelbeek, 1901)
Dom Romanus Jacobs, Paus Clemens in de Clemenskerk te Merkelbeek (1901), toen de restauratie nog niet helemaal klaar was. In zijn linkerhand toont hij zijn vaste attribuut, het anker uit de Legenda aurea. Ook het Lam Gods waar hij naar kijkt, berust op een passage uit de Legenda aurea. Foto Marij Coenen, april 2014.

Opmaat

Wie zich verdiept in Clemens als historische figuur komt vroeg of laat uit bij de Legenda aurea, het boek met heiligenverhalen die de dominicaan Jacopo da Voragine (Jacobus de Voragine) tussen 1250 en 1260 verzamelde om te gebruiken voor de dagelijkse lezing en de preken tijdens de mis. Dit boek was ongekend populair, zoals blijkt uit een Middelnederlandse versie en een Engelse editie uit respectievelijk 1438 en 1483. Met name de Engelse editie is verbazingwekkend goed leesbaar, hetgeen vermoedelijk ook op het conto staat van de F.S. Ellis die in 1900 voor een herdruk zorgde. De twee publicaties gaan terug op een moederbron in het Latijn die ik geraadpleegd heb via de uitgave van J.G.Th. Graesse uit 1850. Gezamenlijk ligt dit drietal aan de basis van mijn vertaling van het deel waarop de schildering in de Clemenskerk betrekking heeft. Dat kun je hieronder aan het einde van de legende vinden onder de kopjes Exiled into the desert en The anchor and the shrine in the sea.*

Omdat er heel wat meer te vertellen is over Clemens dan alleen zijn verbanning naar de Krim en zijn marteldood, leek het me wel aardig de Engelse tekst hieronder volledig weer te geven. Voor sommige zal het wat naïef en onwerkelijk aandoen. Dat wordt voor een groot deel veroorzaakt doordat we vandaag de dag geen besef meer hebben van de context, waarin dit soort verhalen tot stand kwam en functioneerde. Hoewel intriges van alle tijden zijn en zonder duivelse ingrediënten nagenoeg geen roman geschreven zou kunnen worden, staan tovenaars en wonderen als historisch gepresenteerde ‘feiten’ toch wel heel ver van ons af. Wie daar moeite mee heeft, doet er goed aan eerst de paragraaf over Gregorius uit Verhalen op de muur te lezen. Dan vallen een heleboel puzzelstukjes op hun plek.*

De kans is overigens groot dat een jongere generatie minder moeite zal hebben met het ‘realistische’ karakter van een heiligenverhaal als dat van Clemens. Wie opgegroeid is met Harry Potter, Lord of the Rings en Nardia is vertrouwd met goede en kwaadaardige tovenaars en de intriges die zich in het spanningsveld tussen licht en donker afspelen. De legende van Clemens, met schaduwrijke figuren als de magiër Simon Magus, de edelman Sisinnius, de provoost Mamertin en keizer Trajanus zelf, staat daar bol van. Ook al is de kerk daar allerminst van gecharmeerd, vanuit deze achtergrond kun je toch een zekere sympathie opvatten voor de visie van Simon Magus, die Petrus en zijn volgelingen (als Clemens) opvatte als magiërs van het kaliber van Gandalf en Perkamentus. Wie op deze manier de belevenissen van Clemens leest, zou wel eens tot zijn verrassing kunnen merken dat hij meer dan verwacht meegetrokken wordt in het verhaal.

Clemens in de Legenda aurea: het apsismozaïek in de San Clemente te Rome.
Het apsismozaïek van de San Clemente in Rome dateert uit de twaalfde eeuw. Clemens zelf is rechtsboven afgebeeld naast Petrus, wiens discipel hij was. Herkomst: Wikimedia Commons.*

The GOLDEN LEGEND or LIVES of the SAINTS

Compiled by Jacobus de Voragine, Archbishop of Genoa, 1275 First Edition Published 1470
ENGLISHED by WILLIAM CAXTON, First Edition 1483
VOLUME SIX
From the Temple Classics Edited by F.S. ELLIS First issue of this Edition, 1900 Reprinted 1922, 1931*

Here followeth the Life of S. Clement, Pope and Martyr, and first of his name.

Clement is said of cleos, that is, glory, and mens, that is, mind, as it were a glorious mind. He had a glorious mind purged from all filth, ornate with all virtue, and decorate with all felicity. Or he is said of clementia, which is merciful. It is said in the glossary that clement is said righteous, sweet, ripe, and meek, righteous in deed, sweet in speech, ripe in conversation, and meek in intention. His life he himself set in his book named Itinerary, specially unto that place which he succeeded to S. Peter in the papacy. The remnant of his acts that commonly be had, be taken in divers places.

Of S. Clement, Pope.

Clement the bishop was born of the lineage of the Romans, and his father was named Faustinianus, and his mother Macidiana. He had two brethren, of whom that one was named Faustinus and that other Faustus, and Macidiana was of marvellous beauty. Her husband’s brother burned in the love of her by the disordinate concupiscence of luxury, and daily he vexed her in desiring her to accord to his foul lust, but she in no wise would consent to him. And she doubted to show it to her husband because there should no debate ne enmity fall between the brethren. Then she thought to absent her by some means from him so long that he should forget this disordinate love, for the sight of her presence set him afire. And because she might have licence of her husband, she feigned a dream subtly, which she told to her husband in this wise, saying: There is a vision come to me this night by which I am commanded to depart out of this city of Rome with my two sons Faustinus and Faustus, and that I should abide out so long till I were commanded to return, and if I did not I should die and my children also.

And when her husband heard this he was sore abashed and afeared, and sent his wife and his two sons to Athens with much other meiny, and that she should abide there and set her sons to school, and the father held Clement at home with him, which was the least, and was but five years old, for his solace. And as the mother sailed on the sea with her sons, there rose a great tempest and brought the ship to wrack and was all to-broken, and the mother was thrown by the waves of the sea upon a rock and escaped, weeping that her two sons had been perished, and for sorrow and discomfort would have drowned herself in the sea if she had not had hope to find her sons. And when she saw that she could not find them alive ne dead, she cried and brayed strongly, and bit her hands, and would not be comforted of nobody, and then came to her many women, which told to her the fortunes that they had had, but she was comforted by none. And among the other there came one that said she had lost her husband, a young man, in the sea, and that she would never after be married for the love of him, and she comforted her how it was, and dwelled with her, and gat daily their living with their hands. But anon after, her hands that she had bitten, became so sore and broken out, that she might not work, and she that harboured her had the palsy and might not rise out of her bed.

And thus was Macidiana constrained to beg and ask her living from door to door, and of such as she could get she fed herself and her hostess. And when the year was passed that she was departed with her children, her husband sent messengers to Athens for to know how they did, but them that he sent returned not, and he sent other messengers after, which returned and said that they had found none. And then he left Clement his son under the keeping of certain tutors, and went for to seek his wife and his children, and took his shipping, but he came not again. And thus Clement was twenty years orphan, and never had tidings of father ne mother, ne of his brothers, and he went to study and became a sovereign philosopher, and desired and enquired diligently in what manner he might know the immortality of the soul, and therefore haunted he oft the schools of philosophy; and when he heard that it was concluded in the disputation that the soul was immortal, he was glad and joyous; and when they said that it was mortal he went all heavy and confused.

And at the last when Barnabas came to Rome preaching the faith of Jesu Christ, the philosophers mocked him as he had been mad or out of his wits, and, as some say, Clement was the first philosopher that mocked him and despised his predication, and in scorn put to him this question, saying: What is the cause that culex, which is a little beast, hath six feet and two wings, and an elephant which is a great beast hath but four feet and no wings? To whom Barnabas said: Fool, I might lightly answer to thy question if thou demandedst it to know the truth, but it should be a rude and a deaf thing to say to you anything of creatures, when ye know not the maker of the creatures, and because ye know not the creator of all, it is right that ye err in the creatures. This word went much to the heart of Clement the philosopher, in such wise that he was informed of Barnabas in the faith of Jesu Christ, and went anon into Judea to S. Peter, which taught him the faith, and showed to him the immortality of the soul all clearly.

Clemens in de Legenda aurea: hier gezeten naast Petrus, terwijl hij wijst op het anker van zijn martelaarschap.
Clemens (rechts) wijst Petrus op zijn vaste attribuut, het anker, dat in de christelijke traditie tot symbool werd van de hoop. Detail van het apsismozaïek van de San Clemente in Rome uit de elfde eeuw. Herkomst: Wikimedia Commons.*

Clemens’ family between Saint Peter and Simon Magus

And in that time Simon the enchanter had two disciples, that is to wit Aquila and Nicetas, and when they understood and knew his fallacies they forsook and left him and fled to S. Peter and were his disciples. Then S. Peter demanded of Clement of what lineage he was, and he told to him all by order what was happed to his father, and to his mother, and to his brethren, and said that he supposed that his mother with his brethren was drowned in the sea and that his father was dead for sorrow or drowned also in the sea. And when S. Peter heard this he might not keep him from weeping. On a time Peter came into the isle where Macidiana, the mother of Clement dwelled, in which isle were pillars of glass of marvellous length, and as S. Peter beheld these pillars he saw Macidiana begging, whom he blamed because she laboured not with her hands, and she answered and said: Sir, I have nothing but the form and likeness of my hands, for they be so feebled by my biting that I feel them not, and me repenteth that I drowned not myself in the sea that I should no longer have lived. Then Peter said: What sayst thou, woman? Knowest thou not that the the souls of them that slay themselves be most grievously punished? To whom she said: Would God that I were certain that souls should live after the death, for then would I slay myself to the end that I might but one hour see my sweet children. And when Peter had demanded of her the cause, and that she had told to him all the order of the things done, then Peter said: There is a young man with us named Clement which saith like as thou sayest, that it so happed to his father and mother and to his brethren.

And when she heard that, she was smitten with so great wonder that she fell, and when she was come to herself, she said weeping to S. Peter: I am certainly mother of that young man, and kneeling down tofore S. Peter, she prayed him that he would hastily show to her her son, and Peter said to her: Abide a while till we be out of this isle, and when they were out of the isle, Peter took her by the hand and brought her to the ship where Clement was in. And when Clement saw Peter holding the woman by the hand he began to laugh; and anon as this woman was nigh by Clement she might abstain her no longer, but embraced him about the neck and kissed him. And he put her aback like as she had been frantic, and was much angry against Peter. And Peter said to him: Whatsomever thou doest, put thou not away thy mother. And when Clement heard that, anon he began to weep, and advised him, and took up his mother which was fallen down aswoon and began to know her. And the hostess that lay sick of the palsy was brought forth by the commandment of Peter, and he healed her anon. And then the mother demanded Clement of his father, and he said to her that he went to seek her, and that he sith never saw him, and when she heard that, she sighed and comforted her other sorrows by the great joy that she had of her son. In the meanwhile Nicetas and Aquila came, which were not there when she came, and when they saw this woman they enquired what she was. Then Clement said: She is my mother whom God hath given to me by my lord Peter.

Then Peter told to them all by order, and when Nicetas and Aquila heard that, they arose and were all abashed and said: Lord, maker of all things, is this true that we have heard, or is it a dream? Then Peter said to them: If ye be not out of your mind these things be all true. Then said they: We be Faustus and Faustinian, whom our mother had supposed had been perished in the sea. And then the mother ran and embraced them about the neck and said: What may this be? And Peter said: These be thy sons, Faustus and Faustinian, whom thou supposedst had been perished in the sea. And when she heard that, she fell down aswoon for joy. And when she was come again to herself, she said to them: Say ye to me how ye escaped. And they said: When our ship was broken we were borne upon a table, and other mariners found us and took us into their ship, and changed our names, and sold us to a woman named Justine which hath holden us as her sons, and hath made us to learn the arts liberal, and after, we learned philosophy and sith we joined us unto Simon, an enchanter, which hath been nourished with us, and when we knew his fallacies, we left him all, and were made disciples of Peter.

Clemens in de Legenda aurea: Petrus en Simon Magus, door Piet Gerrits (Cenakelkerk Heiliglandstichting).
Als historische figuur is Simon Magus bekend uit ‘De handelingen van de apostelen’. Hoewel de magiër zich tot het christendom bekeerde, reikte zijn geloof in Christus niet verder dan in een betere vorm van tovenarij. In de muurschildering van Piet Gerrits hierboven zie je middenrechts de scène, waarin Petrus boos op Simon wordt als hij hem geld aanbiedt om de nieuwe trucs te kunnen leren. Ook de teksten boven de schildering slaan daarop.* Clemens en Simon Magus zijn tijdgenoten, maar hoe historisch het verhaal in de Legenda aurea is, is de vraag. De auteur Jacopo da Voragine zegt dat hij het ontleend heeft aan het boek (Itinerary) dat Clemens zelf geschreven heeft. Herkomst: beeldbank RCE.*

And the next day following, Peter, with his three disciples, Clement, Nicetas, and Aquila went into a more secret place for to pray, and a much ancient and honourable man, but right poor, was there, and began to reason and say to them: I have pity on you, brethren, for under the likeness of pity I consider you greatly to err. For there is no God ne none worshipping here, ne no providence in the world, but fortune only, of engendrure and hap, doth all, like as I have found expertly of myself, which was informed in the discipline of mathesis more than many others. Then pray ye no more, for whether ye pray or pray not, that which is ordained to you by destiny shall fall. And Clement beheld him, and his heart judged that he had seen him tofore time, and when Clement, Aquila, and Nicetas had long disputed with him by the commandment of Peter, and they had showed to him what providence was, by open reasons, and for reverence called him often father, Aquila said: What need have we to call him father when we have in commandment that we ought to call no man father upon earth? And he beheld this ancient man and said: Thou holdest thee injured father, because I blamed my brother that called thee father. We have in commandment that we should call no man by such name, and when he had said so, all they of the company laughed, and he asked them why they laughed, and Clement said: Thou dost that for which thou blamest others in calling this old man father.

And when they had enough disputed of providence, the old man said: I had well believed providence, but mine own conscience denieth me it, that I may not believe it. I know my destiny and my wife’s, and that which fortune hath destined is ordained to each body. Now hearken ye what fortune happed to my wife. She had in her nativity, Mars with Venus upon the centre, and the moon waning in the house of Mars and ends of Saturn. And this adventure maketh the adulterers to break their wedlock, and to love their servants, and to go with them into strange countries, and to be drowned in waters, and so is it fallen by my wife. For she fell in the love of her servant and fled with him and perished in the sea, for as my brother hath recounted to me, she loved him first, and he would not consent to her, and then she turned her lecherous love in her servant, and it ought not to be laid any blame in her, for her destiny hath made her to do so. And then he told how she feigned a dream, and how in sailing towards Athens she perished. And then his sons would have run to him and have discovered the matter. But Peter defended them and said: Suffer ye till it please me; and then Peter said to him: If I show to thee this day thy wife, right chaste, with thy three sons, wilt thou believe that destiny is nothing ? And he said: Like as it is a thing impossible to show that thou hast promised, so impossible is it to do anything above destiny. And then said Peter: This is Clement thy son, and these two be thy two sons, Faustus and Faustinian. Then the old man fell down for joy as he had been without soul. Then his sons came unto him and kissed him, and were afeard that he should not have come to himself again, and when his swooning was gone, he heard of them all by order, how all things had happened. Then his wife came suddenly and began to cry and weep strongly, saying; O my husband and my lord, where is he? And this said she as she had been all from herself, and the old man, that hearing, ran to her and embraced her straining with great weeping, and then as they thus were dwelling together, there came a messenger that told how Apion and Ambion, which were great friends unto this old man Faustinian, were lodged with Simon Magus, of whom this old man was much glad, and went to visit them. And forthwith came a messenger which said that there was come a minister of the emperor’s unto Antioch, and sought all the enchanters for to punish them to death.

Clemens in de Legenda aurea: de val van Simon Magus door Rombouts, circa 1522-1530
Met Simon Magus liep het niet goed af. Volgens de apocriefe ‘Handelingen van Petrus’ beweerde de magiër dat hij kon vliegen. Je zou geneigd zijn te denken dat Petrus dit opvatte als godslastering vanwege Simons twijfelachtige opvatting van het geloof in Christus. Hoe dat ook zij, de apostel bad tot God om deze truc te laten mislukken met als gevolg dat Simon Magus neerstortte. Vanaf het moment dat de tovenaar zich bij Petrus probeerde in te kopen lijkt hij steeds ongunstiger te worden beschreven in de heiligenverhalen. Herkomst: Wikimedia Commons.*

Simon Magus defeated

Then Simon Magus, because he hated the sons of Faustinian, because they forsook him, he imprinted his similitude and likeness in this old man Faustinian, in such wise that of every man he was supposed to be Simon Magus. And this did Simon Magus because he should be taken of the ministers of the emperor, and be slain instead of him, and Simon then departed from those parts. And when this old Faustinian came again to S. Peter and to his sons, the sons were abashed, which saw in him the similitude and likeness of Simon Magus, and understood the voice of their father, but S. Peter saw the natural likeness of him. And his wife and his sons blamed and reproved him, and he said: Wherefore blame ye me and flee from me that am your father ? And they said: We flee from thee because the likeness of Simon Magus appeareth in thee. Now this Simon had composed an ointment and anointed him withal, and had imprinted the form of himself by art magic in this old man, which wept and said: What mishap, alas, is fallen to me! I have but one day been known of my wife and of my children, and may not be joyful with them. And his wife and his children wept sore, and tore their hair. And Simon Magus when he was in Antioch defamed strongly S. Peter, and said he was a cursed enchanter and a homicide, and had so moved the people against Peter that they purposed so slay him if they might once hold him. And then said S. Peter to this old Faustinian: Because thou art like and seemest Simon Magus, go forth into Antioch and excuse me tofore all the people of such things as Simon himself hath said of me, and after I shall come into Antioch and shall take from thee this strange likeness, and shall give to thee again thy proper and natural similitude tofore all the people. But it is not to suppose that S. Peter bade him to lie, for God hath no need of leasings. And then should the book of Clement, called Itinerarium, not be apocryphum, as who saith, of none authority, in which these things be written, and ought not to be taken in such things, but as it pleaseth to some men. Nevertheless it may be said, if these words be diligently considered, that he should not say that he were Simon Magus, but that he should show to the people the semblance of Simon Magus’ visage, showing S. Peter in the person of Simon, and should revoke the words that he had said, and if he said that he was Simon, that was not as touching the truth, but unto the appearance and likeness. Then Faustinian said: I am Simon, as who saith, I am like unto Simon, and was supposed to be Simon of the people.

Then this old man, Faustinian, went into Antioch, and assembled the people and said: I Simon show to you and confess that I have deccived you of all that I have said of Peter the apostle, for he is no traitor ne enchanter, but is sent for the health of the world. Wherefore if ever I hereafter shall say anything against him, that ye take me as a traitor and wicked, and put me away from you, for I do now penance for that I acknowledge me to have said falsely and evil of him. I warn you therefore that ye believe in him that ye ne your city perish not. And when he had said this that Peter had commanded him, and had stirred the people into love of Peter, S. Peter came to him and made his prayer, and after took away from him the likeness of Simon, and became in his natural likeness. Then all the people of Antioch received debonairly S. Peter, and with great honour enhanced him and set him in a chair as a bishop. And when Simon Magus heard this he came and gathered the people together and said: I marvel when I have enseigned and taught you the commandments of health, and have warned you that ye should keep you from the traitor Peter, and ye have not only heard him but ye have enhanced him, and have set him in the chair of a bishop. Then all the people arose in a great fury against him and said: Thou art nothing but a monster, thou saidest that other day that thou repentedst of that thou hadst said against S. Peter, and now thou wouldst overthrow us and thyself. And all at once they rose against him and cast him out of the town. All these things S. Clement telleth of himself in his book, and hath set it in this history. After this when S. Peter came to Rome and saw that his passion approached, he ordained Clement to be bishop after him. And when S. Peter, prince of the apostles, was dead, Clement, which was a man purveyed, and took heed of the time to come, so that lest by his ensample every bishop would choose a successor after him in the church of our Lord, and so possess the see of God by heritage, he gave it over to Linus and afterwards to Cletus, and after them Clement was chosen and compelled to take it upon him, wherein he shone by virtuous liviing and good manners that he pleased well unto the Jews, christian men and paynims. He had the poor people written by name of every each religion for to give to them according to their necessity, he loved much poor people, and them that he sanctified by baptism he suffered them not to beg commonly.

Thedora and Sisinnius

Clemens in de Legenda aurea: Clemens en Sisinnius (digitale reconstructie fresco San Clemente elfde eeuw). Clemens in de Legenda aurea: Clemens en Sisinnius (fresco San Clemente elfde eeuw).
Een bijzonder fresco in de San Clemente te Rome betreft de geschiedenis van Clemens en Sissinius. Links zie je een interpretatie in volle kleuren van de feitelijke situatie rechts. In het middentafereel wordt de scène beschreven waarbij Sissinius zijn vrouw bespiedt ‘die christelijke erediensten bijwoont. Tot straf maakt God hem blind en doof. St. Clemens geneest hem, maar de ondankbare Sisinnius wil hem en zijn gezellen gevangen nemen. God verandert dezen in zuilen, maar de wachters proberen de zuilen mee te nemen. Sisinnius roept: Trekken, hoerenzonen. Trekken, Gosmari en Albertel. Jij, Carvoncelle, zet er een hefboom achter!’* Dit tafereel met de bijbehorende teksten vind je in het onderste muurveld. Herkomst afbeelding links: Heiligen.net. Herkomst afbeelding rechts: Sacred Destinations.

And when he had sacred a damoisel with a veil which was a virgin, and niece of Domitian the emperor, and had converted to the faith Theodora, wife of Sisinnius, friend of the emperor, and she had promised to be in purpose of chastity, Sisinnius had doubt of his wife, and entered after her into the church privily for to know what she used to do there; and when S. Clement had said the orison and the people had answered, Amen, Sisinnius was made deaf and blind and he said to his servants: Bring me hence and lead me out, and they led him round about the church and could not come to the doors ne gates. And when Theodora saw them erring so, she went to the first door, weening that her husband had known her, and after, she asked of the servants what they did, and they said to her: Our master would hear and see that was not lawful, and therefore he is made both blind and deaf. And then she gave herself to prayer, and prayed God that her husband might go out from thence, and after her prayers she said to the servants: Go ye hence and bring my lord home to his house, and they went and brought him thither. And Theodora went unto S. Clement and told to him what was happened, and then this holy man came to him and found his eyes open, but he saw ne heard nothing. Then S. Clement prayed for him, and anon he received his sight and his hearing, and when he saw Clement standing by his wife, he was wood, and supposed that he had been illuded by art magic, and commanded his servants to hold fast Clement, saying: He hath made me blind by art magic for to come to my wife; and he commanded to his ministers that they should bind Clement and so draw him, and they bound the pillars and stones, weening to Sisinnius, that they had bound S. Clement and his clerks and drawn them forth. Then Clement said to Sisinnius: Because thou worshippest stones for gods and trees, therefore hast thou deserved to draw stones and trees. And he which supposed him to be bound verily, said: I shall do slay thee. And then Clement departed, and he prayed Theodora that she should not cease to pray till that our Lord had visited her husband. Then S. Peter appeared to Theodora praying, and said to her: Thy husband shall be saved by thee for to accomplish that that Paul my brother saith: The man miscreant shall be saved by his true wife. And this saying, he vanished away; and anon Sisinnius called his wife to him and prayed her to pray for him, and that she should call to him S. Clement. And when he was come he was instructed in the faith, and was baptized with three hundred and thirteen of his meiny, and many noble men and friends of the emperor believed in our Lord by this Sisinnius.

Exiled into the desert

Then the earl of the sacrifices gave much money, and moved great treason and discord against S. Clement. Then Mamertin, provost of the city of Rome might not suffer this discord, but made S. Clement to be brought tofore him, and as he reproved and essayed to draw him to his law, Clement said to him: I would well rather that thou wouldst come to reason. For if many dogs have barked against us and have bitten us, yet they may not take from us but that we be men reasonable, and they be hounds disreasonable. This dissension which is moved, it showeth that it hath no certainty ne truth. And then Mamertin wrote unto Trajan the emperor, of Clement, and he had answer that he should do sacrifice or to be exiled into the desert that was beyond the city over the sea. Then the provost said to him weeping: Thy God whom thou worshippest purely, may he help thee. Then the provost delivered to him a ship and all things necessary to him, and many clerks and lay people followed him in exile. And the provost found in that isle more than two thousand people christian, which had been long there condemned for to hew the marble in the rocks. And anon when they saw S. Clement they began to weep, and he comforted them and said: Our Lord hath not sent me hither by my merits, but he hath made me partner of your crown.

Clemens in de Legenda aurea: het wonder van het lam Gods. Dom Romanus Jacobs, 1901, Merkelbeek.
Detail van de schildering van dom Romanus Jacobs in de Clemenskerk te Merkelbeek: het wonder van de bron die Clemens kan slaan dankzij het visioen van het Lam Gods dat met een van zijn hoeven de waterader aanduidt. Dit herinnert zowel aan een van de wonderen van Benedictus als aan het oudtestamentische verhaal van Mozes die – aangestuurd door God – water aanboort door met een stok op een rots te slaan. Foto Marij Coenen, september 2014.*

And when he understood of them that they fetched water six miles thence, and bare it upon their shoulders, he said to them: Let us all pray unto our Lord that he open to us, his confessors in this place here, the veins of a fountain or of a well, and that he that smote the stone in desert of Sinai and water flowed abundantly, he give to us running water so that we may be enjoyed of his benefits. And when he had made his prayer, he looked here and there, and saw a lamb standing which lifted up his right foot and showed a place to the bishop, and he understanding that it was our Lord Jesu Christ, whom he only saw, went to the place and said: In the name of the Father and of the Son and of the Holy Ghost, smite in this place. And when he saw that no man would smite in the place where the lamb stood, he took a little pickaxe, and smote one stroke lightly in the place under the foot of the lamb, and anon a well or a fountain sprang up and grew into a great flood. Then, unto all them joying, S. Clement said: The coming of the flood gladdeth the city of God. And for the fame of this miracle much people came thither, and five hundred and more received baptism of him in one day, and they destroyed the temples of the idols through all that province, and within one year they edified seventy-five churches to the honour of our Lord.

The anchor and the shrine in the sea

And three years after, Trajan the emperor, understanding this which was the year of our Lord one hundred and six, sent thither a duke, and when this duke saw that all they would gladly die for God’s love, he left the multitude and took only Clement, and bound an anchor round his neck and threw him into the sea, and said: Now they may not worship him for a god. And all that great multitude of the people went to the rivage of the sea and beheld the cruelty of the tyrant.

Clemens in de Legenda aurea: de marteldood met het anker. Clemens in de Legenda aurea: het anker. Dom Romanus Jacobs, 1901, Merkelbeek.
Miniatuur links met de marteldood van Clemens die op bevel van keizer Trajanus verzwaard met een anker in de zee geworpen werd en zo de verdrinkingsdood stierf. Het anker is tot vast attribuut van deze heilige geworden, zoals het detail rechts van de schildering van dom Romanus Jacobs aangeeft. Dat het anker tot algemeen symbool van de hoop is geworden, heeft waarschijnlijk te maken met de hoop die Clemens gaf aan zijn lotgenoten in het verbanningsoord en die hij tot ver na zijn dood volgens de legende bleef geven. Herkomst miniatuur: Patristique.org. Foto rechts, Marij Coenen, september 2014.*

And then Cornelius and Phoebus, disciples of S. Clement, commanded to all the others to pray to our Lord that he would show to them the body of his martyr; and anon the sea departed three miles away far, so that all they might go dry foot thither, and there they found a habitacle in a temple of marble which God had made and ordained, and found the body of S. Clement laid in an ark or a chest, and the anchor thereby, and it was showed to his disciples that they should not take away the body from thence. Every year, in the time of his passion, the sea departed by seven days during, four miles far, which gave dry way to them that came thither. In one of the solemnities there was a woman went thither with a little child, and when the solemnity of the feast was accomplished, the child slept, and the noise and sound of the water was heard which came and approached fast, and the woman was abashed and forgat her child, and fled unto the rivage with the great multitude of people, and afterwards she remembered her son and began strongly to cry and weep, and ran hither and thither braying by the rivage for to know if by adventure the body of her son might be cast up on the rivage; and when she saw no succour ne no hope, she returned home, and was all that year in weeping and in heaviness. And the year after following, when the sea was departed and the way open, she ran tofore all the others and came to the place for to know if by adventure she might have any knowledge or find anything of her son, and when she kneeled down tofore the tomb of S. Clement and had made her prayers, she arose up and saw her son in the place where she had left him sleeping. Then she supposed he had been dead, and went near for to have taken the body as it had been without life, but when she saw him sleeping, she awoke him and took him in her arms tofore all the people all whole and safe, and enquired of him where he had been all that year. And he said that he wist not, but that he had slept there but one night sweetly.

Clemens in de Legenda aurea: het wonder van de zee (digitale reconstructie fresco San Clemente elfde eeuw).
Het wonder van het kind dat een jaar lang sliep in Clemens’ schrijn onder de zeespiegel. Digitale reconstructie van een fresco uit de elfde eeuw in de San Clemente te Rome. Herkomst: Basilicasanclemente.com

The palm of victory

S. Ambrose saith in his preface in this wise: When the most wicked persecutor was constrained of the devil for to torment by pains the blessed Clement, he gave to him no pain, but victory. The martyr was cast into the flood for to be drowned, and therefore came he to a good reward by which Peter his master came into heaven. Christ approving the minds of them both in the floods, he called Clement from the bottom of the sea to the palm of victory, and he releved S. Peter in the same element, that he should not be drowned, unto the heavenly realm.

To Rome

Leo, the bishop of Ostia, recounteth that in the time that Michael the emperor governed the Empire of Rome, a priest, named Philosophus, came to Tersona and demanded of them that dwelled in the country of the things that be rehearsed in the history of S. Clement, and because they had not been of that time, but were strange, they said that they knew nothing thereof. For, for the sin of them of the country that dwelled in that place, the water had long ceased for to withdraw as it was wont to do. In the time of Martin the emperor the church had been destroyed of the barbarians, and the ark with the body of the martyr was wrapped in the floods of the sea for the sin of them that dwelled there, and then the priest was all amarvelled of these things and came unto a little city named Georgia, and went with the bishop and the clerks with the people for to seek the holy relics in the isle whereas they supposed that the body of the holy martyr had been. And there they digged and sang hymns and canticles, and then by revelation divine they found the body of the holy saint and the anchor by it which was cast into the sea with him, and then they bare it to Tersona. And after, this same priest came to Rome with the body of S. Clement, and there showed God many miracles for this holy saint, and the body was laid in the church, which is now called S. Clement. And it is read in a chronicle that the sea waxed dry in that place, and that the blessed Cyril, bishop of Morianne, brought the holy body unto Rome. Then let us devoutly pray unto this blessed saint, S. Clement, that by his merits we may deserve to come to the bliss of heaven. Amen.

Clemens in de Legenda aurea: de translatie van de relieken naar Rome, naar de San Clemente ((digitale reconstructie fresco San Clemente elfde eeuw).
De translatie van de relieken van Clemens naar Rome, naar de San Clemente. Digitale reconstructie van een fresco uit de elfde eeuw in de San Clemente te Rome. Herkomst: Basilicasanclemente.com

Naschrift en bronnen

Voor de volledige titels van literatuur die hier verkort worden weergegeven zie de bibliografie van de Clemenskerk op deze site.

Het teken * in de bovenstaande tekst staat voor de volgende informatie:

  • De volledige tekst van Caxtons editie van de Legenda aurea is te vinden via: http://bit.ly/Legenda-aurea. Voor het hoofdstuk daarin over Clemens, dat hierboven is overgenomen, surf naar dit item.
  • Op de eerste twee na zijn de ingelaste kopjes van mijn hand, te weten: 2.1.2 tot en met 2.1.8 (zie inhoudsopgave boven aan de pagina).
  • Voor de gebruikte edities van de Legenda aurea en de vertaalde passages uit de legende van Clemens, zie Hubar, Verhalen op de muur, pp. 101-103; 106-107: http://bit.ly/Clemenskerk-inkijkexemplaar.
  • De foto’s van het apsismozaïek van de San Clemente te Rome zijn van de hand van Dnalor: “Rom, Basilika San Clemente, Apsis 1” by Dnalor 01 – Eigen werk. Licensed under Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 via Wikimedia Commons.
  • Voor Simon Magus zie het item op Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Simon_Magus.
  • De afbeelding van de val van Simon Magus is ontleend aan Wikimedia: The Fall of Simon Magus (left) and The Conversion of St. Paul (right), by Jan Rombouts, c. 1522-1530, view 6 – Museum M – Leuven, Belgium – DSC05051” door DaderotEigen werk. Licentie CC0 via Wikimedia Commons.
  • Het citaat in het onderschrift van het fresco over Clemens, Theodora en Sisinnius is afkomstig uit de PDF over de San Clemente van Garmt Bouwman.
  • Voor de vergelijking van het waterwonder van Clemens met dat van Benedictus en Mozes, zie Hubar, Verhalen op de muur, pp. 102-106 : http://bit.ly/Clemenskerk-inkijkexemplaar.
  • De miniatuur ontleend aan de site Patristique.org heeft als verwijzing: © Bnf. Ms. Français 241, fol. 311.
  • Wie meer wil weten over de Legende aurea kan terecht bij Victor Hunink die samen met Mark Nieuwenhuis in 2006 de mooiste heiligenlevens heeft vertaald (zie de bibliografie op deze site, met een link om het boek te downloaden).
  • Voor de muurschildering van Piet Gerrits in de Cenakelkerk van de Heilig Landstichting zie Hubar, De genade van de steiger, pp. 246-251. De foto van de beeldbank van de RCE is gemaakt door Sjaan van der Jagt van Pixelpolder.
  • De verkorte link van dit item is: http://bit.ly/Clemens-Legenda-aurea.

← Terug naar de hoofdpagina!

Inkijkexemplaar van ‘Verhalen op de muur’

Clemenskerk inkijkexemplaar Verhalen op de muur

Op 22 november 2014 werd de digitale publicatie Verhalen op de muur als uitdraai gepresenteerd tijdens de opening van de Clemenskerk te Merkelbeek. Dit rijksmonument was vanaf 2013 in restauratie, waarbij niet alleen de constructie onder handen is genomen, maar ook de schilderingen die in 1901 zijn aangebracht. Dankzij de expertise en het vakmanschap van de Stichting Restauratieatelier Limburg (SRAL) zijn ze na ruim één eeuw weer in volle glorie te bewonderen.

Welke verhalen vertellen die schilderingen nu precies? Daar kun je je een idee van vormen via dit het inkijkscherm hieronder of via http://bit.ly/Clemenskerk-inkijkbestand.

Bestellen

Je kunt dit boek niet downloaden, maar wel een uitdraai bestellen bij de vrijwilligersorganisatie clemensdomein.nl die de kerk en het bezoekerscentrum beheren. Je kunt een mail sturen naar info@clemensdomein.nl met je bestelling en adresgegevens.

Op de site www.clemensdomein.nl kun je meer informatie vinden over de openingstijden en andere bezienswaardigheden rond de Clemenskerk.

Wie overigens de publicatie vanwege een visuele handicap of studiedoeleinden in PDF zou willen hebben, kan dat laten weten via bernadette@vanhellenberghubar.org.

Als auteur ben ik altijd blij met feed back, dus mocht je nog iets tegenkomen dat informatief is, geef het me door. Ik verwerk het dan bij de eerstvolgende editie.

B.*

Clemenskerk inkijkexemplaar
De Clemenskerk te Merkelbeek herbergt intrigerende verhalen op de muur. Foto Leo Reijnen (oktober 2014).

* Post scriptum
  • Toelichting bij de collage: linksboven, Dom Romanus Jacobs als jonge monnik in de benedictijner abdij van Merkelbeek. Linksonder, het monstertje op de stoel van koning David is mogelijk Titynillus. Er gaat een rijke symboliek achter dit wezen schuil. Midden: de omslag van het boek ‘Verhalen op de muur’ met de medaillons met de heiligen Gregorius, Scholastica en Benedictus (boven) en Placidus, Clemens en Bernardus (onder); daaronder bevindt zich koning David. Rechtsboven: de gerestaureerde bloemenbies in de apsis. Rechtsonder: de restauratie van de schilderingen in de apsis.
  • Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH2Inkijk-Clemenskerk.

Terug naar de hoofdpagina!

Diagram van ’n hemels bolwerk

Ook in de visioenen van Hildegard van Bingen spelen gebouwen een belangrijke rol. Ik kwam haar tegen bij mijn onderzoek naar de Clemenskerk van Merkelbeek, waar de jonge benedictijner monnik dom Romanus Jacobs in 1901 een bijzondere uitmonstering schilderde.1 Hierin wordt onder meer de goddelijke inspiratie of openbaring voorgesteld, en een van de oudste voorbeelden binnen de benedictijner traditie is zonder meer de miniatuur waarin abdis Hildegard van Bingen de vlammen van de inspiratie over haar hoofd krijgt uitgestort.

Hildegard van Bingen, miniaturen uit het Liber scivias.

Hildegard van Bingen, twee miniaturen uit het Liber scivias (1142-1151). Tragisch genoeg is het origineel verdwenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De miniaturen zijn afkomstig uit een facsimlie uit de jaren 1920.2

Ondertussen trok ook die andere miniatuur mijn aandacht, en dat heeft natuurlijk te maken met de lezing over het hemelse Jeruzalem die ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo in Haarlem geef.

Hier wordt echter geen hemelse stad weergegeven, maar het gebouw van de verlossing. Dat leunt natuurlijk sterk tegen de Caelestis urbs aan, vooral omdat een aantal beelden direct aan Johannes ontleend lijkt te zijn. Een van die elementen herken ik dankzij het genoemde onderzoek van de Clemenskerk in Merkelbeek en dat is de waterstroom die de boom des levens voedt:

‘Toen toonde de engel mij een rivier met water dat leven geeft, helder als kristal, die ontsprong aan de troon van God en van het lam. Midden op het plein van de stad en omgeven door de rivier stond de levensboom, die twaalfmaal vrucht draagt, elke maand eens; en zijn loof brengt de volken genezing’.3

De boom zelf echter vind je niet in het bolwerk van Hildegard. Wel de engel en ook Jezus met de banderol in zijn hand, die mogelijk verwijst naar het boek des levens van het lam, waarin alle namen staan van hen die toegang hebben tot de stad. Verder lijkt er een verwijzing naar de Jacobsladder uit Genesis in te zitten, waarbij mensen de plaats van engelen innemen die zich langs de ladder op en neer bewegen tussen hemel en aarde.

Deze bijbelse associaties hebben zeker een rol gespeeld bij het vastleggen van de visioenen. Niet alleen omdat het verlossingsgebouw van Hildegard een nadere duiding is van Christus’ leer hoe de mens het koninkrijk God zal binnengaan, maar ook omdat je altijd moet aanknopen bij een bestaand referentiekader, wil de boodschap overkomen. Die boodschap is in het geval van dit gebouw behoorlijk grimmig. In de eeuwige tweespalt van de kerk tussen onvoorwaardelijke liefde enerzijds en zonde, schuld en boete anderzijds, heeft de Januskop hier het gezicht op storm staan. En wat voor een storm!

Als je wil weten hoe Hildegard tegen het einde der tijden aankeek en zelf het diagram van haar verlossingsgebouw verklaarde, dan kun je dat in de synopsis verder lezen.4 Het verhaal dat ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo vertel, ontvouwt een heel wat rooskleuriger perspectief op het hemels Jeruzalem.

3D-model viering nieuwe Bavo met projectie

Waar zie je het hemels Jeruzalem in de nieuwe Bavo? Dat ga ik aan de hand van dit 3D-model op 31 augustus a.s. verduidelijken. Productie: wolthera.info.

De bijeenkomst is in principe voor de parochie bedoeld, maar iedereen is welkom vanaf 10.00 uur bij de start van de hoogmis. Mijn lezing begint om 12:15 uur en daarna is er nog alle tijd om de kathedraal te bezichtigen.

B.5

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Voor dit boek in wording zie het item over de Clemenskerk

  2. Zie: http://en.wikipedia.org/wiki/Hildegard_of_Bingen

  3. Johannes, Apocalyps, 22, 1-2, geciteerd naar willibrordbijbel.nl

  4. De synopsis van het derde deel van de Scivias van Hildegard von Bingen is te vinden onder deze link

  5. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-Dh.

    ← Terug naar het hoofdthema

En dan zijn er ook nog fragmenten!

Dit is een doorlinkpagina naar de post: En nu de fragmenten …

Trefwoorden:

benedictijnen, boek, Brunssum, Clemenskerk, fragmenten, heiligen, Hermann Renzel, Merkelbeek, Romanus Jacobs, SRAL, Verhalen op de muur, schilderingen, polychromie, decoratief, glas-in-lood, iconografie, kerk, monumentale schilderkunst, muurschilderingen, restauratie, symboliek, uitmonstering