Een boek voor de bisschop

Soms heb je van die ontmoetingen die heel verrassend zijn. Dat overkwam mij toen ik begin dit jaar de Laurentius-Elisabethkathedraal in Rotterdam bezocht voor een gesprek over de schilderingen in de apsis, waar onderzoek voor nodig was. Bij die gelegenheid maakte ik kennis met de bisschop, monseigneur dr Hans J.H. van den Hende. De bisschop verraste me door een vergelijking te trekken tussen het werk van de gebroeders Dunselman en hun collega F.H. Bach, welke laatste zelfs in de kringen van kenners weinig bekendheid geniet. Bach heb ik, net als de gebroeders Dunselman, behandeld in ‘De genade van de steiger‘.* Van den Hende draagt warme herinneringen aan de heilig Hartkerk van zijn jeugd in Groningen die beschilderd was door deze kunstenaar, docent aan Academie Minerva in Groningen. Helaas is dit gebouw van Jan Stuyt uit 1913 in 1994 gesloopt.* Saillant detail: dit gesprek vond hoog boven op de steiger plaats, terwijl we de eerste resultaten van het herstel van de sjabloonschilderingen door Jojanneke Post in de apsis bekeken.

Maandag 17 juli heb ik op weg naar de kathedraal een omweg gemaakt via het bisschopshuis om De genade van de steiger aan de bisschop aan te bieden. Ik voelde me een beetje als Jozef Alberdinkg Thijm toen hij de bisschop van Haarlem De Heilige Linie aanbood; zo spiegel ik me aan een van mijn ‘helden’ uit de negentiende eeuw.* Alleen verging het mij beslist beter dan Thijm, want Van den Hende heeft grote belangstelling voor kerkelijke kunst en is heel geïnteresseerd in de terugkomst van Kees Dunselman in de kathedraal. Wordt dat een letterlijke terugkeer? Nee, zeker niet. Zoals we door de ogen van Kees kijken naar het ontwerp van zijn broer Jan – die dit project niet meer af heeft kunnen maken – zo kijken we straks door de ogen van Jojanneke Post naar de schildering van Kees Dunselman. Dat gaat nog heel spannend worden.

Van de aanbieding van ‘De genade van de steiger‘ is een bericht verschenen op de website van het bisdom, dat je hieronder kunt lezen (heb je een smartphone of tablet, klik dan op deze link en keer daarna terug naar het slot van mijn verhaal).

Als kunsthistorici willen we wel eens vergeten dat de kunst van schilders als de gebroeders Dunselman niet alleen iconografisch spannend is, maar ook een liturgische functie heeft. Dat is best een ingewikkeld begrip, liturgie, dus het is goed dat Van den Hende er hier nog eens de aandacht op vestigt. Dit past overigens in de eigentijdse context, want het werk van Kees Dunselman in de Lebuïnuskerk van Deventer werd onder meer gunstig beoordeeld vanwege de ‘streng liturgische afwerking‘.* Dat was in 1927, twee jaar voordat hij de Elisabethkerk in Rotterdam van zijn broer overnam.

Hoe dat afliep …

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette C.M., Angelique Friedrichs en G. W. C. van Wezel. De genade van de steiger: monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum. Zutphen: Walburg Pers, 2013.
  • “Groningen, Moesstraat 8 – Heilig Hartkerk – Reliwiki”, 2016. http://bit.ly/2vFyAV6.
  • “Franciscus Hermanus Bach”. Wikipedia, 22 juli 2017. http://bit.ly/2vGdXbu.
  • Thijm, J.A. Alberdingk. De Heilige Linie, proeve over de oostwaardsche richting van kerk en autaer als hoofdbeginsel der kerkelijke bouwkunst. Sterck, J.F.M., red., J.A. Alberdingk Thijm, werken IV, kunst en oudheidkunde I. Amsterdam/Den Haag: C.L. van Langenhuysen, Martinus Nijhof, 1909. http://bit.ly/Thijm-Heilige-Linie.
  • “UIT ANDERE PLAATSEN. Polychromie St. Lebuinuskerk te Deventer.” De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad. 30 augustus 1927, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2tAKYIB.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2ul3rrz
Terug naar de hoofdpagina!

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Vriendenbrief aan de vooravond van Kerstmis

Een vriendenbrief, wat is dat nu weer? En waarom heet dat geen nieuwsbrief? Omdat ik me hiermee niet richt tot mijn netwerk van zoveel honderd adressen, maar tot de mensen die me na staan, die me door het jaar heen volgen en steunen, en met wie ik graag het jaar doorloop. Oude vrienden en nieuwe vrienden, fysieke contacten en virtuele relaties. Een bont gezelschap dat over het merendeel mijn liefde voor kunst, cultuur en erfgoed deelt. Wat wil ik op mijn beurt graag met jullie delen?

Het boek over de nieuwe Bavo is goed ontvangen

De Mariakapel van de nieuwe Bavo (1951) met het altaar van Joseph Cuypers en Johannes Maas (1898).

De blikvanger van de aankondiging van de vriendenbrief toont – geheel in de sfeer van de kerstdagen – de Mariakapel van de nieuwe Bavo. Een van de mooiste opdrachten ooit leidde tot een prachtig vormgegeven boek over de kathedraal van Haarlem. Veel heb ik er op deze site al over geschreven en zoals vroeger plakboeken met krantenknipsels werden gemaakt, vergaar ik nu opmerkingen en kritieken digitaal.

De grappigste kwam van het Reformatorisch Dagblad dat ik zekerheidshalve op Evernote heb opgeslagen. De journalist signaleert op basis van recent onderzoek interessante verbanden tussen de oude en de nieuwe Bavo. Dat doet hij aan de hand van mijn boek en dat van Thomas von der Dunk. Ik zal niet zeggen Bien étonnés de se trouver ensemble, want Thomas en ik delen een verleden als actieve leden van het Cuypersgenootschap. Maar het was toch wel frappant.

‘Laat je dat nu makkelijk los, zo’n groot project?’, wordt me wel eens gevraagd. Nee, helemaal niet, maar als zelfstandig onderzoeker heb je geen keus. Je moet weer verder met het volgende project, waar ik tot mijn vreugde Joseph Cuypers (en Jan Stuyt) weer tegenkwam. Dat was bij de Annakerk en vooral de Laurentiuskerk in ’t Ginneken in Breda. Ik schreef er een artikel over voor ifthenisnow.eu.

Ondertussen heb ik over Joseph Cuypers zelf ook een artikel geschreven in verband met het project van de inventarisatie van het archief dat Pierre M. Cuypers begin dit jaar in bruikleen gaf aan het gemeentearchief van Roermond. Je kunt het via deze link inzien. Deze drukproef is exclusief de laatste verbeteringen, dus wil je het ‘schoon’ en in drukvorm zien, surf dan naar De Spiegel van Roermond en bestel dit jaarboek van 2017.

Wie weet zien we elkaar nog in Roermond of Haarlem. Want beide plaatsen zal ik komend jaar zeker nog een aantal keren aandoen.

Een nieuw boek over Annemiek Punt

'Thomas Moore' van Annemiek Punt in de kathedraal van Roermond. Foto bvhh.nu 2016.

Een leuke opdracht die via collega Evelyne Verheggen mijn kant op kwam, was het artikel over glazenier Annemiek Punt. Ik dacht dat het om een artikel zou gaan, maar het blijkt een boek te zijn, waarvan de andere bijdrage wordt geleverd door esthetisch filosoof Wessel Stoker die onder meer naam maakte met de publicatie: Kunst van hemel en aarde. Het spirituele bij Kandinsky, Rothko, Warhol en Kiefer (2011). Ik heb zijn verhaal nog niet gezien, maar ik ben er heel benieuwd naar. Het gaat vast een bijzonder boek worden. Je leest er meer over onder deze link.

Powervrouwen voor Free a girl

Ik weet dat we aan het einde van het jaar doodgegooid worden met goede doelen, maar ik ben zo vrij om er eentje in het bijzonder aan te bevelen. Dat is het initiatief van monumentenfotograaf Léontine van Geffen-Lamers: ‘Powervrouwen voor Free a girl’. Meer informatie vind je onder de link op deze site of op ifthenisnow.eu. Direct doneren? Ga dan naar http://bit.ly/Powervrouwen-FreeAGirl.

Opiniestuk van Léontine van Geffen-Lamers: 'Powervrouwen voor Free a girl' 2016.

#KunstinBreda

Het schrijven van waardestellingen over de niet beschermde religieuze kunst in Breda – aan en in de gebouwen of solitair in de publieke ruimte – was ’n groot feest. Marjanne Statema en ik zijn van de ene verbazing in de andere gevallen. Mooi om dan van de mannen van de gemeente te horen dat ze geen idee hadden dat er zoveel bijzonders tussen zat. Wel eens gehoord van pyrofotografie? Of van een expressionistisch wegkruis? Of van … ach wat, ga eens kijken onder deze link.

Leen Douwes, Wegkruis te Breda (1930). Foto Marjanne Statema 2014.

#Kerkverhalen

Met Menno Heling van if then is now heb ik afgelopen jaar het project #kerkverhalen opgezet. Het idee is om de rijkdom aan verborgen schatten in de kerken in het licht te zetten door middel van verhalen. Als platform voor verhalen over toerisme, kunst en erfgoed past dit bij uitstek in de doelstellingen van if then is now. Veel kerken zullen de komende jaren gesloten en herbestemd of – als het aan de Nederlandse kerk ligt – gesloopt worden. Door te helpen om een museale omslag te maken kunnen de kerken die voor de eredienst open blijven op meer fronten een publieksfunctie vervullen. Want medegebruik zal nodig blijven om inkomsten voor het beheer van deze gebouwen te genereren, of dat nu op het gebied van de kunsten is of andersoortige manifestaties.

Het leverde een leuk interview op van Rob den Boer in Christelijk weekblad.

Interview over #kerkverhalen in Christelijk Weekblad (2016).

Meer over #kerkverhalen kun je vinden op deze site en bij ifthenisnow.eu door #kerkverhalen in te voeren in het zoekscherm. Binnenkort worden de verhalen gebundeld op een aparte website.

De glasnegatieven van Cuypers

Ga maar direct kijken naar de diashow over de glasnegatieven in het Cuypershuis die dringend gerestaureerd moeten worden. Dan weet je waarom crowdfunding nodig is. Dit soort acties laat je beseffen hoe veel er nog is waarvan we nauwelijks iets weten. Inderdaad, Cuypers maakte al heel vroeg gebruik van de publicitaire mogelijkheden van de fotografie. Meer bijzonder is de exercitie die hij in 1860 in Breda uitvoert, waarbij foto’s gebruikt worden in het restauratieproces. Mijn collega-Cuyperianen Wies van Leeuwen en Lidwien Schiphorst betitelen deze werkwijze als heel vroeg en dat lijkt me terecht. Maar wat hebben we nu aan vergelijkingsmateriaal? Hoe ging het er elders aan toe?

Zo zie je maar weer dat iedere vondst niet alleen antwoorden brengt, maar vaak nog meer vragen oproept. Dat is natuurlijk ook het mooie aan dit vak.

Tentoonstelling en crowdfunding glasnegatieven Cuypershuis (2016).

De foto toont een van de glasnegatieven die Pierre M. Cuypers uit Bemmel bij gelegenheid van de opening van de tentoonstelling aan de verzameling toevoegde. Je ziet zijn vader Charles op de schoot van zijn overgrootvader Pierre, zijn grootvader Joseph links en zijn ooms, Pierre junior en Michael, staand. De foto is genomen op een van de mooiste plaatsen in het museum, de Cuyperszaal die Joseph in 1907-1908 in het complex integreerde.

Dit goede doel kan gesteund worden tot medio maart. Surf daarvoor naar http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven.

Bach’s Weihnachtsoratorium

Rest mij ieder van jullie een zalig Kerstmis, ontspannen feestdagen en een voorspoedig 2017 toe te wensen. Zelf kwam ik in de stemming door naar het Weihnachtsoratorium van Bach te luisteren. Ik vond een prachtige, historische uitvoering van Nikolaus Harnoncourt (1929-2016) op Youtube, die ik jullie van harte kan aanbevelen: klik hier voor de cantates 1-3 en hier voor de cantates 4-6. In een tijd waarin we tastend voorwaarts schuifelen – want dat we in zwaar weer verkeren en de wind voorlopig niet af zal nemen is wel duidelijk – brengt Bach je met zijn muziek terug naar het wonder van het Kerstfeest.

Dat gevoel van peis en vree is een schaars goed, dus laten we dat met elkaar delen.

;-) Bernadette

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-Vriendenbrief

Kunst in Breda


Glazen lucida Laurentiuskerk Ginneken en nieuwe Bavo (collage bvhh.nu 2016).
De glazen in de lucida of koorvensters van de Laurentiuskerk in ’t Ginneken (links) en in de nieuwe Bavokathedraal (collage bvhh.nu 2016).1

________________

#KunstinBreda zit vol verrassingen! Dat bleek voor het eerst toen ik bezig was met de uitmonstering van de Laurentiuskerk in ’t Ginneken, ontworpen door Joseph Cuypers en Jan Stuyt (1900-1902). Zo trok onder meer de lucida mijn aandacht:

  • Achter de glazen in de lucida of de lichtbeuk van de apsis gaat een apart verhaal schuil. Ze heten ontworpen te zijn door Pierre Cuypers, de vader van Joseph, maar dat klopt waarschijnlijk niet. Aangezien ze zo sterk lijken op die van de lucida in de nieuwe Bavo te Haarlem, staat wel vast dat ook de zoon een aandeel heeft gehad. Pierre Cuypers ontwierp de figuraties, Joseph Cuypers de ornamenten. In Haarlem vervullen ze iconografisch een rol als Biblia pauperum (armenbijbel) en in die positie maken ze deel uit van de ‘catechismus van steen’. Nu gaat het in de Laurentiuskerk niet om een kopie, want de opbouw van de ramen in horizontale lagen (registers) wijkt sterk af. Waarschijnlijk is voor een andere indeling gekozen om nog beter aan te sluiten bij de middeleeuwse platenbijbel, die Joseph Cuypers net als zijn vader goed kende. In de vijftiende-eeuwse Biblia pauperum zijn bij de indeling van de pagina’s onder de taferelen telkens twee vertellers of commentatoren geplaatst met een tekstband. Die zie je ook in het laagste register van de ramen in Breda (zie de afbeeldingen 6 en 7 in de galerij in de kop van dit artikel). De architect sloeg hiermee twee vliegen in één klap, want hierdoor kwam tegelijkertijd meer ruimte voor minder verzadigde kleurpartijen. En dat was een stokpaardje van Joseph Cuypers: meer licht in de kerk. In de vakliteratuur wordt wel gesuggereerd dat het ontwerp van Pierre Cuypers voor de glazen in de Haarlemse kathedraal aan Joseph was opgedrongen. Het vervolg in Breda geeft aan dat dat vrij onwaarschijnlijk is. Wel heeft Joseph in beide gevallen de wat ouderwetse figuraties door middel van eigentijdse ornamenten aan laten sluiten op de architectuur. In het boek over de nieuwe Bavo heb ik die samenhang als volgt […]

Lees het vervolg van dit verhaal in mijn artikel over de Laurentiuskerk op ifthenisnow.eu: http://bit.ly/25qDCR7

Nieuwsgierig naar wat dit project allemaal al heeft gebracht? Bekijk dan de twitterlijst op deze site of de andere items die in de kop van deze pagina staan.
Je kunt me ook volgen op twitter (#KunstinBreda).

B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. De linkerafbeelding is ontleend aan Hulshof o.p., Ben, Laurentiuskerk Ginneken, Een iconografie, Breda 2012, p. 24; de rechter van de nieuwe Bavo is van bvhh.nu 2014. 

  2. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/KunstinBreda-VHHorg 

What’s in a name: Jos, Jos. of Joseph?

Knipsel artikel Joseph Cuypers op Delpher 9 juni 1936 (screenshot BvHH 2016)

Ik kan me nog goed herinneren dat we het binnen het Cuypersgenootschap (ik praat nu over de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw) altijd over Jos Cuypers hadden. Totdat een van zijn nazaten aan een van ons – Arjen Looyenga* – vroeg, waarom we hem zo noemden. Hij heette immers Joseph. Als zijn naam werd afgekort tot Jos., wat hij overigens zelf niet deed, maar met name in de pers gebeurde, was dat met een punt erachter. Dat wil zeggen, voor zover men dat niet vergat, want het artikel in de kop laat zien dat men in de krant af en toe gewoonweg álle variaties toepaste!* Ik moet eerlijk bekennen dat bij mij het kwartje pas viel toen er een punt van de punt was gemaakt. Met mijn achtergrond als archivaris had ik dat toch wel mogen weten. Wanneer iemand achter een woord een punt zet (zijnde geen eindpunt), betekent dat vanouds dat je er nog wat achter moet denken. Met losse letters als initialen bijvoorbeeld is dat vandaag de dag nog steeds zo.

Typisch is dat toch! Wanneer je eenmaal aandacht krijgt voor zo’n detail, dan zal het je niet meer ontsnappen. Zo ook met deze naamsvarianten. In het gemeentearchief van Roermond vond ik in de correspondentie van Cuypers’ zoon, dat zijn roepnaam inderdaad Joseph was, en niet Jos. De oude Cuypers schrijft hem steevast aan met ‘Lieve Joseph’ en al zijn brieven – zakelijk of persoonlijk – zijn ondertekend met Joseph Cuypers. Dit aspect krijgt nog eens een extra bevestiging in de vorm van zijn architectenstempel met de vertrouwde attributen van passer en driehoek en in het randschrift Joseph Th.J. Cuypers.

joseph_cuypers_logo
Het architectenstempel van Joseph Cuypers (Herkomst: Gemeentearchief Roermond; gevectoriseerd door wolthera.info).

Dit soort emblemen werd niet alleen op papier gebruikt, maar ook in gebouwen als de kathedraal. Zelf liet Joseph Cuypers zich in de nieuwe Bavo als hoofd van het bouwteam afbeelden met de meest elementaire geometrische figuren van cirkel, vierkant en driehoek. Deze staan veelzeggend genoeg voor de volmaakte modules waarmee God het universum heeft geschapen. Het embleem dat Joseph in zijn stempel draagt, vinden we in een aangepaste vorm terug in deze serie bouwvakpictogrammen. Het gaat om passer en tekenhaak die hij heeft gereserveerd voor zijn opzichter en latere vennoot, Jan Stuyt: volgens zijn vader een bedreiging voor zijn zoon, volgens Joseph zelf een aanstormend jong talent vol potentie. Opvallend genoeg zie je dat Joseph zelf de driehoek nam en de passer met de tekenhaak toekende aan Stuyt: wat de een ontwierp, tekende de ander. Oftewel, wat de een al kon, zou de ander al doende leren.

De emblemen van Joseph Cuypers en Jan Stuyt in de apsisgalerij van de nieuwe Bavo (foto's BvHH 2013)
Links het embleem van Joseph Cuypers, waarmee hij zich spiegelde aan de goddelijke architect van het universum met cirkel, driehoek en vierkant. Rechts de gecombineerde passer en winkelhaak die Jan Stuyt als eretekens kreeg (foto’s BvHH 2013).

Nu heb ik je natuurlijk nieuwsgierig gemaakt naar deze geheimzinnige tekens, maar helaas … op dit moment kun je de hier bedoelde emblemen niet meer zien: ze zitten in de doorgang van de galerij van de apsis en zijn relatief kort zichtbaar geweest, toen dit deel van de kathedraal in de steigers stond. Wil je toch graag weten wat er nog meer was te zien, dan moet je verder surfen naar mijn artikel ‘Hommage aan het bouwteam’.*

Er is trouwens wel een andere plek in het complex waar een deel van deze pictogrammen op ooghoogte is te vinden. Probeer daar maar eens achter te komen en laat het me vooral weten als het is gelukt.

B.1

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie & bestelgegevens

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de volgende informatie en bronnen:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Voor een samenvatting ga je naar http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.
  • Delpher, zoekterm “Jos. Cuypers”. Dit leverde onder meer het artikel in de kop van deze blog op uit: De Tijd, Godsdienstig-staatkundig dagbladd. 09-06-1936, getiteld Joseph Cuypers Een bouwmeester die 75 jaar wordt (onder deze link).
  • Voor meer informatie over het Cuypersgenootschap surf naar cuypersgenootschap.nl. Arjen Looyenga was een van de auteurs van het vorige boek over de kathedraal, waarin dan ook consequent over Joseph Cuypers wordt gesproken: Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marike van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997.
  • Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘Hommage aan het team’, op: org, http://wp.me/P4eh3s-7q (2013).

Bibliofiele uitgave — Er komt een bibliofiele uitgave van ‘Ad orientem’, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de nieuwe Bavo. Dat is een aparte, genummerde en gesigneerde editie, waarin de naam van de begunstigers wordt vermeld. De ondergrens is € 100,00 per exemplaar, maar meer mag natuurlijk ook! Het boek is te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden).

Korting van € 10,00 — Op dit moment kan het boek ook besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, medio 2016, wordt dit € 49,95. Het boek is te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten).

Steuntje in de rug — Voor wie dit een sympathiek doel vindt, maar geen boek wil, is er ook de mogelijkheid om een lager bedrag naar vrije keuze te doneren. Wees zo goed om dit per mail door te geven aan NieuweBavo@gmail.com, onder vermelding van het te doneren bedrag.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.


  1. Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo‘ en is gepubliceerd op de Facebookpagina van de kathedraal, 5 februari 2016.
    Verkorte link: http://bit.ly/1LmJgbB 

De Kerstkapel van de nieuwe Bavo

Joseph Cuypers en Jan Stuyt, De Kerstkapel in de nieuwe Bavo, voorheen heilige Familiekapel (1896).
Joseph Cuypers en Jan Stuyt, De Kerstkapel in de nieuwe Bavo, voorheen heilige Familiekapel (1896).* Foto BvHH 2014.

Tijdens het onderzoek voor de nieuwe publicatie over de kathedraal ben ik heel wat verrassende dingen tegen gekomen, zoals dit katern in goudopdruk dat zo van de drukker lijkt te komen. Het gaat om een nummer van het Zondagsblad voor het Katholieke Huisgezin van 1896. Bij nader inzien blijkt het de jubileumuitgave te zijn bij gelegenheid van het gouden priesterfeest van bisschop Caspar Bottemanne (1823-1903). Op zich is dat al interessant, maar wat het nog mooier maakt is de artist’s impression van de Kerstkapel, die ondertekend is met ‘Jos. Cuypers inv.’ en ‘Jan Stuyt, del’. De afkortingen verwijzen naar termen uit de grafische kunst, waarbij inv. staat voor invenit (ontwierp het) en del. voor delineavit (tekende het).* Oftewel, Joseph Cuypers ontwierp de kapel en Jan Stuyt die als opzichter of uitvoerder bij de eerste bouwfase betrokken was (1893-1898), maakte de tekening. Hij heeft overigens meer van dit soort impressies gemaakt. Opvallend genoeg zie je op zijn voorstelling geen banken staan. Mensen dwalen in stille devotie door de ruimte, vergezeld door een enkele priester. Eigenlijk krijg je hier een beeld dat voor de contrareformatie in alle kerken was te zien: een ruimte gevuld met altaren, maar zonder banken voor het kerkvolk. Je kunt je afvragen of dit ook het ideaal was van de programmamaker van de kathedraal, A.J. Callier die Bottemanne in 1903 opvolgde.

De kapel was oorspronkelijk gesticht voor de Aartsbroederschap van de Heilige Familie die het genoemde zondagsblad uitgaf. Bisschop Bottemanne zette de broederschap in als een van zijn sociale instrumenten: de organisatie was namelijk opgericht als wapen tegen de ontkerstening, die in de loop van de negentiende eeuw alleen maar toe dreigde te nemen onder druk van het opkomende socialisme. Zolang men zich in het gezin – hoeksteen van de maatschappij – concentreerde op het katholiek leven, de vervulling van de godsdienstplicht en de devoties, verminderde de kans op afvalligheid. Bij dit katholiek leven hoorden ook zaken als het berusten in het lot, zoals vanaf 1898 met grote regelmaat staat te lezen in godsdienstig weekblad Sint Bavo. Het zou al te gemakkelijk zijn om dit uit de context van de tijd te trekken. Sinds het pontificaat van Leo XIII was de kerk namelijk oprecht bezig om een sociaal beleid te ontwikkelen, maar de manier waarop bleek ver achter de realiteit aan te sjokken. Pas onder bisschop Aengenent, de opvolger van Callier, zou dit serieus van de grond komen.

Je zou verwachten dat de heilige Familiekapel in de jaren zestig werd omgedoopt tot Kerstkapel, toen de algehele teloorgang van kerkelijke devoties ook de betreffende aartsbroederschap raakte. Maar dat klopt niet. Het nog middeleeuwse heilig Kerstmisgilde kreeg nog voor de oorlog, in 1925, toestemming om deze ruimte te gebruiken en verder in te richten. De brochure op de website van het gilde vermeldt dat toen de naam Kerstkapel inburgerde:

Vanaf dat moment is de kapel dankzij het gilde volledig ingericht op een wijze, zoals die voor alle (straal)kapellen bedoeld was. Mari Andriessen ontwierp het altaar, dat in 1929 werd gerealiseerd, tezamen met de daarboven als retabel geplaatste kerstscènes, Han Bijvoet maakte de ontwerpen voor de vier kroonluchters (1948) die in de loop der jaren werden uitgevoerd door de Haarlemse edelsmid Theodoor Thijssen. Datzelfde geldt voor de door Bijvoet ontworpen glas-in-loodramen en zijn evenals de kroonluchters verspreid over de jaren 1932-1957 geplaatst. In 1936 ontwierp architect B.J.J.M. Stevens de communiebank en de hardstenen vloer (1937). De bestuursbank voor het gilde werd in 1959 door beeldhouwer A.P. Termote ontworpen terwijl Bijvoet in die tijd de muurschilderingen boven de glas-in-loodramen verzorgde, evenals de wandschildering van David boven de deur, die toegang geeft tot de tribune van het transeptorgel (1965).*

De Kerstkapel vormt dan ook een prachtig ensemble van architectuur en toegepaste kunsten: een gesamtkunstwerk*, zoals dat in vakliteratuur wordt genoemd.

Kalligrafie zuiver hart Kerstkapel nBavo
Joseph Cuypers, Pijler met de kalligrafie ‘Mundi corde Deum videbunt’ (De zuiveren van hart zullen God zien). Foto www.heiligkerstmisgilde.eu.*

Waar ik tot slot nog de aandacht op wil vestigen?

Op de fraaie terracotta’s van Joseph Cuypers tegen de pijlers, ook omdat hierin de oorspronkelijke boodschap staat te lezen: Mundi corde Deum videbunt (De zuiveren van hart zullen God zien) en Deus humilibus dat gratiam (God geeft aan de nederigen zijn genade). Hoewel de aartsbroederschap dit moraliserend bedoelde om de gelovigen deugden als kuisheid en nederigheid in te prenten, gaat de strekking daar ver overheen.*

Zo begon het immers ooit, daar in Bethlehem met de herders die het kind kwamen begroeten, in alle eenvoud en onbevangen.

Een zalig kerstfeest voor iedereen!

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie & bestelgegevens

Benieuwd naar de Kerstkapel en de nieuwe Bavo? Dat komt mooi uit, want de kathedraal is tijdens de kerstvakantie geopend van 23 december 2015 t/m 3 januari 2016. Volg deze link voor het programma.

De * in de tekst staat voor de volgende informatie:

  • Het katern met de tekening in de kop van het artikel is afkomstig van het Noord-Hollands Archief te Haarlem.
  • Voor de grafische terminologie zie de site van de kunstbus.
  • Voor de Aartsbroederschap van de Heilige Familie zie de Site van Van Wersch en het Meertensinstituut/KNAW.
  • De brochure Een moderne kapel kan gedownload worden via www.heiligkerstmisgilde.eu. Ook de foto van de terracotta kalligrafie komt van deze site en kan daar gedownload worden.
  • Het begrip Gesamtkunstwerk komt van de componist Richard Wagner, voor wie het om een samenspel ging van muziek, toneel, architectuur en toegepaste kunsten. Het begrip is in Nederland zodanig ingeburgerd dat het met een kleine letter geschreven wordt.
  • Voor de tekst en de oorspronkelijke boodschap zie J.S., ‘Kathedrale kerk van St. Bavo te Haarlem, Heilige Familiekapel’, in Zondagsblad voor het Katholieke Huisgezin 32 (1896), nr 33 d.d. 16 augustus, p. 264. Dit is gelijkluidend met Marie A. Thompson, De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898, p. 79.
  • Voor de opzet van het beeldprogramma zie: Bernadette van Hellenberg Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016.

Bibliofiele uitgave — Er komt een bibliofiele uitgave van ‘Ad orientem’, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de nieuwe Bavo. Dat is een aparte, genummerde en gesigneerde editie, waarin de naam van de begunstigers wordt vermeld. De ondergrens is € 100,00 per exemplaar, maar meer mag natuurlijk ook! Het boek is te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden).

Korting van € 10,00 — Op dit moment kan het boek ook besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, medio 2016, wordt dit € 49,95. Het boek is te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden).

Voor wie dit een sympathiek doel vindt, maar geen boek wil, is er ook de mogelijkheid om een lager bedrag naar vrije keuze te doneren. Wees zo goed om dit per mail door te geven aan NieuweBavo@gmail.com, onder vermelding van het te doneren bedrag.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Samenvatting ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’

De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten

Het boek dat tijdens de restauratie geschreven werd

Op 9 september 2016 wordt de jongste publicatie over de Haarlemse kathedraal om 16:00 uur feestelijk gepresenteerd in de nieuwe Bavo bij gelegenheid van de start van de Open Monumentendagen in Haarlem, na een korte inleiding van professor dr Paul van den Akker van de OU te Heerlen. Iedereen is welkom: http://bit.ly/9sep-Bavoboek.

Ad orientem | Gericht op het oosten onthult hét leidmotief van het nieuwe boek over de Haarlemse kathedraal, beter bekend als de nieuwe Bavo van architect Joseph Th.J. Cuypers (1861-1949). De subtitel slaat zowel op de oriëntatie van het gebouw – met de apsis gericht op het oosten – als de lichtsymboliek van de dageraad en de oriëntaalse invloeden in de vormgeving. Dat heeft Joseph Cuypers niet allemaal alleen bedacht. Geen bouwmeester zonder bouwheer, dus ook zijn opdrachtgever hoort hier genoemd te worden. Dat was de bisschop van Haarlem, die vertegenwoordigd werd door zijn vicaris-generaal A.J. Callier (uit te spreken als rijmend op lier). Callier die als de programmamaker van de kathedraal beschouwd kan worden, werd in 1903 tot bisschop benoemd, tijdens de tweede bouwfase. De nieuwe Bavo kwam namelijk in drie fasen tot stand:

  • De oostpartij tot en met een deel van de viering in 1893-1898.
  • Het schip, de onderbouw van de westtorens, de rest van de viering en de koepel in 1902-1906.
  • De twee westtorens in 1925-1930, door Josephs zoon, Pierre J.J.M. Cuypers.


Nieuwe Bavo actoren web
afb. 1 De bouwheren en bouwmeesters van de nieuwe Bavo: bisschop Caspar Bottemanne, zijn opvolger vicaris-generaal Augustinus Callier, Joseph Cuypers en Jan Stuyt.

De architect en zijn ploeg

Wie de naam Cuypers hoort, zal waarschijnlijk in eerste instantie denken aan de ontwerper van het Rijksmuseum en het Centraal Station te Amsterdam. Dat ook zijn zoon Joseph en kleinzoon Pierre junior actief waren in het bouwvak is minder bekend. Hoewel er inmiddels verschillende publicaties aan Joseph Cuypers zijn gewijd – waarvan de meest recente van pastoor Crutzen over de kerk van Klimmen – is er nog veel dat niet bekend is over zijn visie en zijn creativiteit. Wat dat betreft zal met dit boek de achterstand ingelopen worden; en dat is vooral mogelijk gebleken doordat het hier om het meesterwerk gaat van Joseph Cuypers als kerkenbouwer. Bij de totstandkoming van de kathedraal waren overigens meer mensen betrokken: zijn vader kon het niet laten om in het begin zelf wat schetsen op tafel te leggen; bijna dertig jaar daarvoor was hem immers deze opdracht in het vooruitzicht gesteld. Behalve als klankbord is zijn inbreng verder beperkt gebleven tot het glas-in-lood in de lucida (de ramen in de apsis). Verder had je daar Jan Stuyt die aanvankelijk als opzichter werkzaam was, maar vanaf 1899 als vennoot van Joseph Cuypers. Ook met hem zal de architect vaak gespiegeld hebben over zijn ontwerpen. En ten slotte was daar Pierre junior die onder de hoede van zijn vader tekende aan de westtorens en het noorderportaal.[1] Los van deze creatieve mensen had je in het bouwteam bazen en onderbazen waarvan de belangrijksten in de galerij van de apsis in symbolen en initialen vereeuwigd zijn.[2]

Waarom een nieuw boek?

Nu zijn er sinds de kerkwijding van 1898 al verschillende publicaties aan de nieuwe Bavo gewijd, waarvan de laatste uit 1997: in Getooid als een bruid is uitvoerig aandacht besteed aan de ontwikkeling van het bouwplan, de iconografie en de verschillende kunstenaars die aan de inrichting werkten. Wat maakt ‘mijn’ boek anders, en sterker nog, waarom is er nog een boek nodig? Heel eenvoudig: de nieuwe inzichten als gevolg van de restauratie.[3] Het anders en nodig heeft namelijk te maken met de ontdekkingen die vooral vanaf de steiger zijn gedaan. Als een van de betrokken onderzoekers stond ik daar oog in oog met de verschillende onderdelen die van de grond af niet waren te zien. Daar kreeg ik uitleg over de vondst van minieme kleursporen wat er toe heeft geleid dat de buitenpolychromie voor een groot deel is hersteld. Daar werd ik op een wel heel directe manier geconfronteerd met onvoltooide, brute halffabricaten en zelfs misbaksels die bij zo’n verheven bouwwerk als een kathedraal eigenlijk niet passen. Daar zag je ook het vakmanschap van de baksteenpolychromie en het spannende verschiet waarin verschillende elementen hand over hand in een klimmende beweging omhoog stuwen naar het meest majestueuze onderdeel: de groenkoperen koepel. Alleen al het complexe spel van architectonische hoofdlijnen en verfijnde detaillering is een studie waard.


Nieuwe Bavo steigers web
afb. 2 Op de steiger zie je de dingen in heel andere dimensies. Maar het is vooral de sfeer die je niet loslaat. Een bijzondere plek tussen hemel en aarde.

Wat kan ik zoal vinden in ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’?

Licht — Niet alleen de twee genoemde thema’s komen aan bod, want er speelt meer dan alleen de polychromie en de onvoltooide elementen. Ze gaven wel de richting aan van enkele andere bijzonderheden. Allereerst de opmerkelijke visie van Joseph Cuypers op licht in architectuur. Ik haal een klein stukje aan uit een van zijn belangrijkste artikelen over de nieuwe Bavo. Eerst vertelt hij over de sterke horizontale lijnen in de historische gebouwen van Nederland. Ons land is vlak en dat geldt ook voor de architectuur.

  • ‘Moet daarin niet worden erkend de weerspiegeling van wat het Hollandsche landschap dien ouden bouwmeesters te zien en te voelen gaf — eene groote ruimte, afgeteekend door fijne, teere profielen aan den horizon, zonder scherpe kleuren of harde contrasten: eene ruimte niet omschreven door krachtige bergruggen, maar voelbaar door de tinteling der atmosfeer en de afbleekende tonen van ’t geboomte onzer polders?’[4]

Pas toen ik dit las, realiseerde ik me dat Joseph geen Limburger is, maar een Hollandse jongen! Zijn vader, ja, dat was een echt ‘Remunsje jung’, maar Joseph had een Amsterdamse moeder, grootvader en overgrootvader en voelde zich dus ook Hollander. Zelf zou hij zeggen dat hij van zijn moeder een ‘Hollandsch gemoed’ erfde en van zijn Limburgse vader het ‘harmonisch kunst-inzicht’.[5] Het beste dus van twee werelden.

Wat betekende dit in de praktijk? Dat hij brak met het ideaal van de zwaar gekleurde, donkere Chartresachtige glazen omdat hij het licht van het Hollandse polderlandschap naar binnen wilde halen. Zo ontwikkelde hij een nieuw concept dat je als de architectonische variant van het impressionisme zou kunnen betitelen. Want lichtinval is iets dat elk moment verandert. En daardoor heb je eigenlijk niet met één gebouw te maken, maar met een hele serie gebouwen die ieder moment van aanzien veranderen. Een belangrijke inspiratiebron hiervoor was vrijwel zeker de beroemde reeks van Monet, van de kathedraal van Rouen. Die laat prachtig zien hoeveel verschillende gebouwen één kathedraal vormt op de verschillende momenten van de dag.[6]


Nieuwe Bavo collectie Monet web
afb. 3 Claude Monet, Cathédrale de Rouen (1892-1894)

De Unvollendete — De onvoltooide elementen, misbaksels en halffabricaten worden in het boek behandeld als onderdeel van de Unvollendete, onder verwijzing naar de beroemde symfonie van Schubert. Nu was Joseph Cuypers een beelddenker, geen filosoof. Ook al zou je het niet (of misschien juist wel) zeggen na het poëtische stukje dat ik net aanhaalde: hij dacht vooral in beelden en niet in woorden. En dat is wat al die onvoltooide stukken steen laten zien: hoe Joseph Cuypers als beelddenker een filosofisch concept wist te verwerken. In dit geval gaat het om een denkbeeld van Thomas van Aquino die hierbij weer steunde op Aristoteles. Kort door de bocht kun je stellen dat alles wat bestaat één grote bulk potentie is: alleen zo kun je verklaren hoe het mogelijk is dat iets is en op hetzelfde moment iets anders aan het worden is. Als we alleen al naar ons zelf kijken zijn we voortdurend in staat van verandering: we zijn niet helemaal meer wat we waren, maar ook nog niet helemaal wat we het aan het worden zijn. En het mooie hiervan is dat we ieder moment keuzes kunnen maken. Dat is precies wat uitgedrukt wordt door de Unvollendete: de potentie om na het wordingsproces tot een bepaald stadium doorlopen te hebben, iets anders te worden. En dat iets anders maakt deel uit van een eindeloos scala aan mogelijkheden. Al die mogelijkheden zitten in ons, net zoals in de steen direct uit de groeve een eindeloze hoeveelheid beelden zit besloten.[7]


Nieuwe Bavo Unvollendete web
afb. 4 De Unvollendete bestaat uit rudimentair beeldhouwwerk, halffabrikaten en misbaksels

Oriëntalisme — De kathedraal valt op door sterk oosters aandoende patronen en ornamenten, met de koepel als meest in het oog lopende uitdrukkingsvorm. Deze aandacht van Joseph Cuypers voor, zoals hij het zelf noemde, ‘Spaansch-Arabische motieven’ heeft niet alleen te maken met de erkenning van de inheemse architectuur van het heilige Land als inspiratiebron van christelijke cultuur, maar is opnieuw sterk beïnvloed door de figuur van Thomas van Aquino. Want zoals deze wijsgeer de geschriften van Aristoteles te danken had aan de islamitische denkers van Arabische signatuur, ontleende Joseph Cuypers daar een onderscheidend deel van zijn vormenschat aan.[8]

Polychromie — Er wordt wel gezegd dat dit oriëntalisme ook tot uitdrukking komt in de kleuren. En hoewel er zeker enige overeenkomsten zijn, steunt Joseph Cuypers hier toch vooral op de Farbenlehre van Goethe – de dichter, ja ! – en het onderzoek van Viollet-le-Duc; om de enorme ervaring van zijn vader op dit gebied niet te vergeten. Vooral de buitenpolychromie is heel bijzonder, omdat we van dit type geen enkel ander voorbeeld in Nederland (meer?) hebben. Voor de oorlog moet die voor een groot deel al zijn verweerd, want in het collectieve geheugen van Haarlem was geen enkele herinnering meer aan de eertijds rijke tooi van de torens, gevels en steunberen van de kathedraal. De polychromie werd ondersteund door verguldsel dat het licht en de kleuren reflecteerde, zoals ook aan de binnenkant gebeurde door middel van glanselementen als terracotta, edelsmeedwerk, mozaïeken en noem maar op.[9]


Nieuwe Bavo juwelen bruid web
afb. 5 Van de buitenpolychromie van de nieuwe Bavo was nauwelijks nog iets over.

Catechismus en Biblia pauperum — Ook de latere bisschop Callier was intensief bezig met het gedachtegoed van Thomas van Aquino. Hij liet zich zelfs vereeuwigen in het beeld van deze heilige bij het heilig Hartaltaar. Anders dan de architect was hij geen beelddenker, maar vooral een docent die elementaire geloofswaarheden, vervat in de catechismus, over het voetlicht wilde brengen. Daarvoor koos hij onder meer de systematiek van de middeleeuwse Biblia pauperum (armenbijbel), waarvan in het bisdom nog verschillende originele exemplaren bestonden, zoals in de Grote Kerk van Laren. Callier wist heel goed dat hij zijn ideeën niet kon realiseren zonder de tussenkomst van de uitvoerende kunstenaar, die hij dan ook een bijzondere status toekende. Zo werd zijn haast persoonlijke beeldhouwer, Johannes Maas, getypeerd als ‘priester van het Schoone’. Het geeft aan dat kunstenaars en geestelijken tijdens de bouw een bijna gelijkwaardige status hadden. Bijna, want uiteindelijk voelde de geestelijkheid zich toch ver verheven en bevoorrecht boven de leken. Wel kon de kunstenaar net als een geestelijke als een ingewijde worden beschouwd, iemand die door zijn scheppingsvermogen, kennis en inspiratie dieper doordrong tot de goddelijke geheimen dan de gewone gelovige.[10]

Netwerk en De Heilige Linie — Om het verhaal over de verschillende actoren in te kaderen, is zowel aandacht besteed aan het netwerk waarin zij verkeerden, als aan de gemene deler die onder het programma lag, het handboek over kerkbouwsymboliek van Josephs peetoom, J.A. Alberdingk Thijm, De Heilige Linie (1858).[11] Om te beginnen komt dit tot uitdrukking in de oriëntatie van de kerk, maar er spelen nog talloze andere thema’s mee die onder meer leidden tot de ontdekking van de bruid van het oosten en de bruid van het westen.[12]

Ervaring

Wat heeft het nu zo bijzonder gemaakt om dit boek te schrijven. Sowieso was het fantastisch om dit onderzoek te mogen doen, me te verdiepen in de verschillende persoonlijkheden die direct en zijdelings bij het project van 1895 tot 1930 waren betrokken – wat heb ik veel mensen leren kennen! – en bezig te kunnen zijn met alles wat zich op ons netvlies ontvouwt. Want daar gaat het per slot van rekening bij een kunsthistoricus om: om het visuele spel dat zich voor onze ogen afspeelt dankzij de kunst die door mensenhanden tot stand is gebracht. Maar wat dit boek toch wel extra bijzonder maakt, is dat ik het tijdens de restauratie heb mogen schrijven. En dat is behoorlijk apart in Nederland, want meestal gebeurt zoiets als het werk gedaan is. Dan kun je in principe al niet meer achter de schermen, of liever, vanaf de steigers kijken. Vooral dat laatste heeft dit me bij dit boek veel gebracht. Zo vond bij het herstel van de polychromie een directe wisselwerking plaats tussen onderzoek, schrijven en restaureren, waarbij over en weer een verdiepingsslag plaatsvond. Maar ook de gelukkige situatie dat het gebouw vanaf de steigers bestudeerd kon worden, leverde kennis en inzichten op die zonder dat onmogelijk zouden zijn geweest.


Nieuwe Bavo Dibbets web
afb. 6 Jan Dibbets (centraal met de stok) ontwierp eigentijdse glazen voor het schip van de nieuwe Bavo.

Lest best was het heel speciaal dat er een wisselwerking was met levende kunstenaars over hun recente bijdrage aan de kathedraal. Wat dacht je van de glazen van Jan Dibbets in het schip, de glasobjecten van Marc Mulders in de doopkapel of het mozaïek van Gijs Frieling bij de Sacramentskapel, allemaal na een proces van denken en overleggen tot stand gekomen in 2016. Hierbij speelde op de achtergrond de iconografische inbreng van de plebaan, met wie ik over actuele beeldprogramma’s kon praten: niet iets van gisteren, maar van vandaag, alhoewel uiteraard wel diep geworteld in de traditie. En zo vonden verschillende gesprekken plaats met de actoren van nu, variërend van de voorzitter van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo tot de koster en de conservator van het KathedraalMuseum; van de architect en de opzichter tot de metselaar; van de kleurhistoricus tot de meesterschilder. Deel uitmaken van een team, vergelijkbaar met dat wat de Bavo ooit tot stand bracht. Je kunt het slechter treffen als onderzoeker en schrijver.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Noten en bestelinformatie

  • Verschijningsdatum — Het boek zal voorafgaand aan de Open Monumentendag verschijnen op 9 september 2016.
  • Korting van € 10,00 — Op dit moment kan het boek besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, media 2016, wordt dit € 49,95. Meld je aan via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres en het woord korting vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten).
  • Bibliofiele uitgave — Er komt een bibliofiele uitgave van ‘Ad orientem’, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de nieuwe Bavo. Dat is een aparte, genummerde en gesigneerde editie, waarin de naam van de begunstigers wordt vermeld. Hiervoor kan op dit moment (half juli 2016) niet meer ingetekend worden.
Specificaties
  • Uitgever: WBooks in samenwerking met Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem
  • Aantal pagina’s: 400
  • Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
  • Uitvoering: gebonden
  • ISBN 978 94 625 8119 7
  • Meer informatie: vanhellenberghubar.org
Beeldmateriaal boven de tekst
  • Omslag van Ad orientem | Gericht op het oosten, ontworpen door Marjo Starink met een foto van Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2015).
  • Video met behulp van een drone door Teun Kelting.
Beeldmateriaal in de tekst
  • afb. 1 Deze collage is gemaakt aan de hand van reprovrij beeldmateriaal uit het eerste boek over de nieuwe Bavo: M.A. Thompson, De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898. De portretten zijn van de hand van Theo Molkenboer.
  • afb. 2 Deze collage is gemaakt met foto’s van Bernadette van Hellenberg Hubar.
  • afb. 3 Deze collage is gemaakt aan de hand van reprovrij beeldmateriaal, afkomstig van Wikimedia Commons (zoektermen: Monet, Cathédral Rouen).
  • afb. 4 Deze collage is gemaakt met foto’s van Bernadette van Hellenberg Hubar.
  • afb. 5 Deze collage is gemaakt aan de hand van foto’s van Bernadette van Hellenberg Hubar en Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken.
  • afb. 6 Deze collega is gemaakt met foto’s van Judith Bohan en Bernadette van Hellenberg Hubar, en met een projectie van Van Hoogevest Architecten en een scan van Haarlems Dagblad.
Noten

[1]    Zie de uitleg van Arjen Looyenga in Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 44-58. De vennootschap van Joseph Cuypers en Jan Stuyt duurde van 1898 tot 1909 en niet, zoals vaak wordt gedacht van 1900 tot 1908 (vriendelijke mededeling Agnes van der Linden, onder verwijzing naar haar boek: Vrienden van Jan Stuyt en Louise Barozzi: Bijdragen aan een album anno 1928, Nijmegen 2015, p.86).

[2]    Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘Hommage aan het team’, op: vanhellenberghubar.org, http://wp.me/P4eh3s-7q (2013).

[3]    Eggenkamp, Wim, ‘Restauratie Kathedrale complex van Sint Bavo halverwege’, in: Haerlem Jaarboek 2014, Haarlem 2015, pp. 133-179.

[4]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.2.5 ‘De invloed van Goethe’.

[5]    Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, p. 214.

[6]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.4 ‘Licht en atmosfeer’.

[7]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 4.2 ‘De graden van volmaaktheid (Thomas van Aquino)’.

[8]    Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 7 ‘De koepel als epiloog’.

[9]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.1 ‘De juwelen van de bruid’.

[10]   Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 5 ‘Te Deum laudamus’.

[11]   Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 2 ‘Acte de présence’. Ibidem, hoofdstuk 3 ‘De Heilige Linie’.

[12]   Hubar, Ad orientem, paragraaf 3.4 ‘De onzichtbare patrones’.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is op 25 november 2015 gepubliceerd op de ifthenisnow.eu: http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.

Verkorte link: http://bit.ly/Bavo-samenvatting-vhhorg

Sacramentskerk Tilburg (2005)

Omslag Res nova Sacramentskerk 2005

De omslag van de rapportpublicatie over de Sacramentskerk in Tilburg. Onderaan dit item wordt uitgelegd hoe je het kunt bestellen.

Inleiding

In 2005 is Res nova gevraagd om een waardenstellend onderzoek naar de Sacramentskerk uit te voeren met als doel dit in te zetten voor het behoud van de kerk. De bisschop van ‘s-Hertogenbosch, mgr A. Hurkmans, had namelijk besloten de Sacramentskerk te verkopen met als doel de hieruit voortkomende opbrengst aan te wenden voor het behoud van andere Tilburgse kerken. Wanneer immers een kerkgebouw haar liturgische functie verliest, zo meende hij, ‘[blijft] er weinig ruimte over […] voor alternatief gebruik van Rooms-katholieke kerkgebouwen’. Verkoop betekende toen sloop, want het gebouw had geen status als rijksmonument noch als gemeentelijk monument. Na jaren procederen, waarbij ik eenmaal bij de rechtbank en eenmaal bij een slopende zitting van de monumentencommissie aanwezig was – die zich volledig had ingegraven – is dat spijtig genoeg niet gelukt.1 Ten onrechte, want uit het onderzoek van Res nova zijn ontegenzeggelijk de waarden van gebouw en inrichting gebleken.

Twaalf jaar later, anno 2017, mag de Sacramentskerk nog heel even haar stempel drukken op het stadsbeeld van Tilburg. In de loop van de zomer zal ze grotendeels gesloopt worden. Het meest actuele plan is om de beeldbepalende gevel van de Sacramentskerk met de toren te behouden en op de plaats van het schip daarachter vijftien woningen te bouwen.2

Anno 2017 blijkt het onderzoek naar de Sacramentskerk een van de meest gewilde titels uit het educatieve fonds dat Vanhellenberghubar.org namens Res nova heeft voortgezet. En terecht, want het blijft een rapport met verrassende vondsten, zoals hierna uit de samenvatting zal blijken. Het onderzoek is uitgevoerd door Don Rackham. Zelf zorgde ik voor de begeleiding, de completering en finetuning van de waardenstelling en de eindredactie van de tekst.

Sacramentskerk2

De Sacramentskerk en de pastorie na de sloop van de spits in 1992.

Samenvatting

De Sacramentskerk werd gebouwd op een belangrijke locatie, het kruispunt van de pas voltooide Ringbaan-Oost en de Nieuwe Bosscheweg. Vanuit beide wegen doemt de Sacramentskerk op als een fraai visueel baken, en is het geworden tot een belangrijk oriëntatiepunt voor de gemeente Tilburg en een herkenningspunt voor de Armhoefse Akkers, ook wel de Sacramentsparochie genoemd.

De door de Eindhovense architect M. van Beek in 1931 ontworpen Sacramentskerk is niet alleen een gaaf en geslaagd voorbeeld van de wijze waarop een kerk werd gebouwd als het middelpunt van een nieuwe parochiewijk, ook de intrinsieke waarden van de kerk zijn van belang. Geheel volgens de Christocentrische idealen uit het interbellum heeft Van Beek alle middelen aangewend om de aandacht van de parochianen op het koor te vestigen. De gordelbogen en triomfbogen die in versneld perspectief tot achter het altaar doorlopen, de enorme overspanning van het schip, waarbij geen zichtverstorende kolommen zijn geplaatst, het verhogen van het vloerniveau van het koor en de wijze waarop Van Beek gebruik heeft gemaakt van de natuurlijke lichtinval zorgen voor een dramatisch en doeltreffend effect.

_DSC1404

Het interieur van de Sacramentskerk. Door de repetitie en de exponentiële verkleining van de spitsboog wordt ons oog naar het altaar geleid. Foto Jack Janssen (2013).3

Ook aan het exterieur heeft hij de aandacht op het priesterkoor weten te vestigen: dit gebeurde door middel van een massief volume dat als een gesloten baldakijn over de locus sanctus staat en deze accentueert. De subtiele manier waarop Van Beek met de bouw van de kerk ruimtelijk op de plek heeft ingespeeld, blijkt uit de symmetrische opzet van de voorgevel. Door een trapsgewijze vergroting van de elkaar opvolgende bouwelementen is een fraai lijnenspel ontstaan. De detaillering versterkt dit: de Sacramentskerk is geheel in baksteen opgetrokken. Niet alleen de opgaande muren en de gewelven zijn hierbij van baksteen, maar ook de decoratieve elementen zoals rollagen, gootlijsten en plint. Door afwijkende tinten te gebruiken ontstond een verfijnde baksteenpolychromie.

Res novae

Omdat de besluitvorming eerder aan de marginale kant is gebleven en er voorheen geen integrale waardenstelling is opgesteld, is het onderhavige rapport geproduceerd. Hieruit blijkt dat de Sacramentskerk zowel cultuurhistorisch, architectonisch als stedenbouwkundig een groot aantal bijzondere waarden kan worden toegekend. Uit grondig onderzoek is een beeld naar boven gekomen, dat in eerder gevoerde discussies helemaal niet of onvoldoende ter sprake is gekomen. Een aantal aspecten daarvan kan als res novae (nieuwe zaken) worden beschouwd. We laten deze hieronder de revue passeren:

  • Het belangrijkste novum betreft de wijze waarop Van Beek bij de Sacramentskerk gebruik heeft gemaakt van het versneld perspectief, zowel bij het exterieur als aan de binnenzijde. Door dit optische spel dat in de renaissance is ontwikkeld door architecten als Bramante en Michelangelo, ontstaat aan de buitenzijde een nog rijziger en monumentaler gebouw, dat intern aan diepte wint. Deze toepassing is binnen de huidige stand van het onderzoek een unicum: op dit punt zijn er verder geen gebouwen bekend uit de periode 1900-1940, laat staan uit de jaren dertig.
  • De Sacramentskerk vormt het slotakkoord van een wijk die is opgezet als resultaat van de kruisbestuiving binnen een select netwerk aan stedenbouwkundigen, waartoe behalve ‘locale’ vakmensen als Johan Rückert in Tilburg en Louis Kooken in Eindhoven, grote namen behoren als G.J. de Jongh, H.P. Berlage, K.P.C. de Bazel en Jos.Th.J. Cuypers, naast omstreden figuren als de Delftse hoogleraar administratief recht J.H. Valckenier Kips die juridisch als een van de eerste planologen kan gelden.
  • Het betreffende netwerk liet zich leiden door met name de ideeën over de natuurlijk gegroeide stad van Camillo Sitte en de Engelse tuindorpgedachte van Ebenezer Howard, waarbij een sterk sociaal gevoel de idealistische ondertoon bepaalde.
  • Van Beek heeft de ideale – Christocentrische – volkskerk uit het interbellum gerealiseerd, hetgeen vooral blijkt uit de opzet van het ruime schip en de nadruk op het priesterkoor. Hierbij liet hij zich leiden door ideeën van de liturgist A.F. van Beukering, die architect A.J. Kropholler in de Antonius-Abtkerk te Rotterdam als prototype verwerkte.
  • De manier waarop Van Beek bij het volume van het priesterkoor een gelaagd beeld weet op te roepen, waarbij in- en exterieur zich naar de toeschouwer totaal anders manifesteren, getuigt van een subtiel architectonisch gevoel voor compositie: aan de buitenkant wordt het rijzige, gesloten ‘baldakijn’ getoond dat Van Beek aan Kropholler ontleende. Intern blijkt dit te functioneren als een soort toneeltoren om indirect licht op het priesterkoor te verkrijgen. Dit indirecte licht zorgde voor een ‘theatraal’, mystiek karakter dat er toe bijdroeg alle aandacht naar het altaar te trekken, geheel conform het Christocentrische ideaal.
  • Het belang van de Sacramentskerk in het oeuvre van een architect, waarvan verschillende werken op de Rijkslijst en onder meer in zijn geboorteplaats en domicilie – Eindhoven – op de gemeentelijke monumentenlijst staan, is pas met dit onderzoek aan het licht gekomen.
Tilburg-Bosscheweg-002

De Sacramentskerk gezien vanaf de Bosscheweg voor de oorlog.4

Overige waarden

Andere aspecten die wel bekend waren, maar eerder niet of onvoldoende in het besluitvormingsproces zijn meegenomen, zijn:

  • De hoge waarde van het kerkgebouw als centrum van de parochiewijk. Zowel visueel als sociaal-cultuurhistorisch neemt de kerk een prominente positie in de Armhoefse Akkers in.
  • De esthetische werking van de symmetrie van de voorgevel als gevolg van de ligging. Het lijnenspel dat ontstaat door de afgewogen compositie van de opeenvolgende bouwelementen zorgt voor een fraai schouwspel en benadrukt de belevingswaarde.
  • Het gevoel van detail van Van Beek dat zich vooral manifesteert door de toepassing van baksteen als deels sierend, deels accentuerend en deels geledend element.
  • Het interieur vormt een prachtig gesamtkunstwerk uit de jaren dertig waaraan namen als Charles Eyck en Joan Collette verbonden zijn.
  • Ook de wederopbouw is vertegenwoordigd, zoals het glas-in-lood van Jan Dijker laat zien (1951-1954). De herwaardering van kunst uit deze tijd heeft anno 2014 haar weerslag gekregen in de website die aan het oeuvre van deze kunstenaar is gewijd.5

Postcriptum

Naar aanleiding van dit item liet architectuurhistoricus Guido Hoogewoud in 2015 het volgende weten: ‘het versneld perspectief is ook toegepast door K.P. Tholens in het koor van de Chassékerk in Amsterdam (1924-1926). In de zich verjongende bogen zijn de namen van de engelenkoren aangebracht’. Maar er blijken er meer te zijn geweest: tijdens de excursie van het Cuypersgenootschap van 4 juni 2016 naar het voormalige kleinseminarie Hageveld, bleek ook architect Jan Stuyt van deze kunstgreep gebruik gemaakt te hebben; niet in de kapel, maar in de kolonnade van de hal van het hoofdgebouw (1925). Het is dus kennelijk iets dat in die tijd weer opgepakt werd in de eigentijdse architectuur en dus wel degelijk van architectuurhistorische waarde is. Maar juist de betekenis van het toepassen van het versneld perspectief is destijds door de monumentencommissie van Tilburg snerend van de tafel geveegd! Zo’n gremium heeft zelf te weinig ervaring met onderzoek om te beseffen dat wanneer eenmaal iets is gesignaleerd – zoals Don Rackham heeft gedaan met het versneld perspectief in de Sacramentskerk – er daarna meer voorbeelden volgen.

Een groot aantal jaren sprak ik op deze plaats de hoop uit dat zich hier niettemin een modelherbestemming zou ontwikkelen. Alle voorwaarden daartoe waren immers aanwezig.

Juli 2017 valt het doek dan toch definitief. De waardevolle onderdelen van de kerk worden ‘gered’, zoals de glazen van Jan Dijker en de beelden van Charles Eyck en Frans Mandos, maar over een maand is het silhouet van de Sacramentskerk voorgoed verdwenen. Het zal een vreemde gewaarwording zijn als ik met de trein vanuit het zuiden Eindhoven binnenrijd op weg naar een ander project of naar familie in de stad van mijn jeugd.

:-( B.6

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

 


Bronnen

  • De rapportpublicatie over de Sacramentskerk kan besteld worden bij het virtuele loket van Bibliodoc.
  • Het onderzoek is voor een deel in te zien via Google boeken.
  • Voor de voorgeschiedenis van de sloop zie het artikel van Petra Robben. “Erfgoed Tilburg: Behoud erfgoed Sacramentskerk Tilburg”. Erfgoed Tilburg, juli 2017. http://bit.ly/2uMX9kF.
  • Voor de overige vermeldingen zie de noten hieronder.
Sacramentskerk Tilburg Jan Dijker

In de Tilburgse Sacramentskerk bevindt/bevond zich ook naoorlogs glas-in-lood van Jan Dijker. Meer hierover vertelt Judith Kuipéri op de site van de stichtingjandijker.nl.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewarenBewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren


  1. Zie mijn pleitnotities bij die gelegenheid: http://bit.ly/1WIdX1e

  2. Zie het betreffende lemma op Wikipedia

  3. Ontleend aan het album Sacramentskerk Tilburg binnen

  4. Ontleend aan vandunstamboom.nl

  5. Uit de gegevens op deze site blijkt dat de ramen van Jan Dijker (1913-1993) voor een deel inmiddels verwijderd en opgeslagen zijn: stichtingjandijker.nl

  6. Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-T6 | http://bit.ly/1QPaAGJ.

    ← Terug naar Voorheen Res nova. 

Haptisch erfgoed

Lambrisering van reliëftegels in de Jacobskerk van Den Bosch van de architecten Joseph Cuypers en Jan Stuyt (1905).

Lambrisering van reliëftegels in de Jacobskerk in Den Bosch van de architecten Joseph Cuypers en Jan Stuyt (1905). Foto: auteur (2014).

Wat heeft een betegelde lambrisering te maken met haptisch erfgoed? Of liever gezegd, bestaat er wel zo iets als haptisch erfgoed? Dat gevoel had ik wel toen ik weer eens een bezoekje bracht aan de Jacobskerk in Den Bosch, van de architecten Joseph Cuypers en Jan Stuyt (1905). Daar bevindt zich in de zijbeuken een prachtige lambrisering van reliëftegels, sowieso al een bijzonder fenomeen. Als je er met je vingers overheen strijkt kun je de lijnen – wat zeg ik, de bladnerven – volgen. Een mooie haptische ervaring die het kijkgenot vergroot.

Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar de ‘vormelijke’ beïnvloeding van de art nouveau op de religieuze kunst en vice versa. Ondanks de weerzin van Cuypers senior tegen de ‘vermicellistijl’, valt op dat in de decoraties van de firma Cuypers & Co rond 1900 vloeiende lijnen doordringen. Het gaat dan vaak om monogrammen en symbolische figuren. In de Jacobskerk herken je ze in de lijnen van de de langstelige bloem, waaraan zowel leliën als rozen ontspruiten. Gaande naar beneden ontvouwt zich een spitse piramide van een in elkaar geslingerd motief met sterk gestileerde bladeren en wortels volgens een module van driehoeken. Daartussen bevinden zich passiebloemen die in een bolvormige structuur zijn gevat. En dit alles gebeurt dan ook nog in tamelijk ongewone kleuren die haast in elkaar overvloeien: tertiaire tinten groen, blauw, geel, bruin en weinig rood, waarbij op de bladeren vlammende toetsen zijn aangebracht. In een woord, bijzonder. Maar het blijft toch dat haptische gevoel van de sterke lijnen onder je vingers dat dit kijkspel afmaakt.

gelde lambrisering onder de kruisweg in de Urbanuskerk van Jospeh Cuypers in Nes aan de Amstel (1889-1891).

Betegelde lambrisering onder de kruisweg in de Urbanuskerk van Joseph Cuypers in Nes aan de Amstel (1889-1891). Foto: auteur (2014).

Hoe de ideeën van met name Joseph Cuypers qua stijl en haptiek gewijzigd zijn, valt op als je de lambrisering uit de Jacobskerk vergelijkt met die van zijn Urbanuskerk in Nes aan de Amstel: ook hier de afwisseling van lelies en passiebloemen, volgens hetzelfde ritme als in de Jacobskerk, maar daar houdt de gelijkenis toch wel mee op. De kleuren zijn helder gedefinieerd ten opzichte van elkaar, met diep donkergroen, warm rood en okergeel, terwijl de zacht getinte kruiswegscenes tegen een diepblauw fond zijn geplaatst. Opvallend is de rol van het wit in de kleding van Christus en in de bloemkronen. Cuypers en Stuyt hebben in Den Bosch weliswaar dezelfde module gebruikt, maar het ontwerp in veel vloeiender lijnen en in een afwijkend palet uitgevoerd. Dat wil niet zeggen dat in Nes iedere golvende lijn ontbreekt, helemaal niet. Juist in de doopkapel, waar vanouds het element water centraal staat, zien we onder de als ornamenten gecomponeerde golven Jugendstillijnen verschijnen in de sierlijk wuivende leliën.1 Er valt kortom nog heel wat te ontdekken als het gaat om de toegepaste kunst van de firma Cuypers & Co.

Meer zien? Ga dan eens kijken bij de site van het Nederlands tegelmuseum, waar de kruisweg van de firma Cuypers & Co, afkomstig uit de gesloopte Amsterdamse kerk De Liefde, wordt bewaard.

Wordt vervolgd!

B.2

 


  1. Zie het item over Joseph Cuypers en de Urbanuskerk

  2. De verkorte link van dit item is http://wp.me/p4eh3s-qq | http://bit.ly/1Ot6tzB

    < Door naar de nieuwe Bavo

Hommage aan het team

Mijn boek over de nieuwe Bavo verschijnt 9 september 2016 en kost tot 9 december € 39,95 (dus 10 euro korting). Te bestellen via deze link: http://bit.ly/Bavo-Ao.

Lettertekens en emblemen in de galerij onder de lichtbeuk van de apsis. Wat is wat?
Lettertekens en emblemen in de galerij onder de lichtbeuk van de apsis. Wat zou het allemaal betekenen?

Toen ik bij mijn eerste bezoek aan de nieuwe Bavo de steigers in het hoogkoor beklom, attendeerde de projectarchitect, Louis Gerdessen van Van Hoogevest Architecten, me op allerlei letters en tekens die in de smalle galerij onder de lucida of lichtbeuk van de apsis waren aangebracht. Hij was benieuwd waar die tekens op sloegen en waarom ze op zo’n onzichtbare plaats waren aangebracht. In mijn gesprek met een van de zonen van kunstenaar Han Bijvoet die zijn leven lang in en aan de kathedraal gewerkt heeft, merkte deze op dat bisschop ‘Callier, en ook de door hem uitgenodigde werkers, Dan Brown-achtige verwijzingen hebben achtergelaten naar teksten die heel bijzonder en in vergaand detail het decoratief programma van de Bavo bepalen’. Een mooiere typering is haast niet denkbaar, want dat achter de Bavo een net zo hermetisch als hermeneutisch programma schuilgaat staat wel vast: hermetisch omdat het een gesloten geheel vormt waarvan nog lang niet alle sleutels bekend zijn, hermeneutisch omdat de kerk vol symboliek zit die sterk religieus en theologisch doordesemd is en vol archetypische verwijzingen zit.

Het grappige is dat als we dit vandaag de dag snel duidelijk willen maken de naam van Dan Brown valt. In de tijd zelf zal vooral aan J.A. Alberdingk Thijm gedacht zijn: deze kunstcriticus en oudheidkundige, romanschrijver en dichter, koopman en hoogleraar aan de Rijksacademie van Amsterdam speelde op de achtergrond van verschillende projecten van zijn zwager Pierre Cuypers senior een inhoudelijke rol. Bij het Rijksmuseum werd zijn invloed nog eens uitvergroot door de betrokkenheid van hun ‘partner in crime’, Victor de Stuers, die zich bij die gelegenheid als een echte ‘beelddenker’ ontpopte. Ook bij de nieuwe Bavo is Thijms handboek over de kerkbouwsymboliek – De Heilige Linie (1858) – van grote betekenis geweest. Jan Stuyt verhaalde later dat hij er zowat mee opstond en naar bed ging, terwijl Joseph dit werk een centrale plaats gaf in de herdenkingsprent die hij na de dood van zijn peetoom maakte.*

Het hoogkoor met de apsis voor de restauratie.
Het hoogkoor met de apsis voor de restauratie. In de galerij vóór de mozaïeken van Henk Hilterman onder de lucida of raampartij van de apsis bevinden zich de lettertekens en emblemen (met dank aan Stephan van Rijt).]

Een van de passages in dit boek betreft de veelzijdigheid van de middeleeuwse architect, die in alle vakken doorkneed was:

‘Ziet gindschen geleerden kloosterling van St Gall, die in zijne cel eene verhandeling schrijft over de symboliek der kerkvormen […]: die zelfde schrijver is een kunstenaar, is een kerkenbouwer en muzikus. De Magister artium betoogt voor zijne leerlingen, dat de acht kerketonen aan acht verschillende gemoedsstemmingen bij den Christen beandwoorden, en hoe ze daarmee in over-een-stemming komen. Hij begeeft zich te midden van het werkvolk, dat zijn bouwplan eener kerk uitvoert. Die bouwing geschiedt natuurlijk met al de kerkelijke voorbereiding en bestiering, die een goede uitkomst aan het werk kan helpen verzekeren, en die door de liturigische wetboeken geregeld is. Het wordt eene romaansche kerk, met eene apside, die mysterieus verlicht zal zijn door zeven vensters. De monnik zal ginder in zijn boek gezegd hebben, dat de vensters de zinnebeelden van ons verkeer met den Hemel zijn, en dat het getal zeven een heilig getal is, dat, onder anderen, ook de zeven gaven van den H. Geest, en de zeven Sakramenten aanduidt’.*

Je staat er van te kijken hoe sterk deze passage van toepassing is op de nieuwe Bavo, want in de zeven dubbelvensters van de apsis zijn, naast de zeven regels van het Onze Vader, de zeven sacramenten en de zeven gaven van de heilige Geest gesymboliseerd. Dat wordt bevestigd door de Haarlemse priester M.A. Thompson die bij gelegenheid van de kerkwijding in 1898 een boekje over de symboliek van de kathedraal publiceerde. Maar dat is niet het enige: de verwijzing naar Sankt Gallen brengt ons bij een van de zeer weinige, originele middeleeuwse plattegronden die bekend zijn, in dit geval uit de negende eeuw. Het aparte van de kloosterkerk die daarop staat aangegeven is dat zich zowel aan de oost- als aan de westzijde een apsis bevindt – vergelijkbaar met de basiliek van Trier – die beide omringd zijn door een ambulatorium of omgang. De magister artium die zich alle kunsten meester heeft gemaakt, was verantwoordelijk voor het ontwerp dat hij te midden van kundige werklieden tot een goed einde heeft gebracht. Dit is ook wat voorgesteld wordt op de archiefkast die vader en zoon Cuypers voor kasteel De Haar hadden bedacht, met de zeven vrije, theoretische kunsten boven en een zelf bedachte versie van de zeven mechanische, toegepaste kunsten onder.*

Pierre en/of Joseph Cuypers, Archiefkast voor kasteel de Haar (1893?)
De archiefkast van vader en zoon Cuypers voor kasteel De Haar (1893?) met de vrije, theoretische kunsten boven en een eigen versie van de mechanische, toegepaste kunsten onder (verblijfplaats: Museum Cuypershuis te Roermond).

Van magister artium naar magister operum (de meester van de werken) is slechts één stap. Niemand heeft deze figuur zo lyrisch neergezet als de beroemde Goethe (1773) die helemaal verrukt was van de kathedraal van Straatsburg en zijn middeleeuwse architect ‘meister’ Erwin van Steinbach. Ruim een halve eeuw later nam de Franse architect en oudheidkundige E.E. Viollet-le-Duc het stokje over door van de ‘maître de l’oeuvre’ een rolmodel te maken. Deze meester voerde de directie over de bouwloods bij de kathedraal, het ‘maison de l’oeuvre’, waar ook de ‘maitres oeuvriers’ verbleven, de meesters in de verschillende kunsten die betrokken waren bij de totstandkoming van de kathedraal. Het zal niet verbazen dat we hen ook op de archiefkast aantreffen. Eerder al had Cuypers senior de meester van het werk met zijn opzichter en kunstenaars afgebeeld op de voorgevel van het Rijksmuseum.*

Deze uitweiding was nodig, want dit is nu precies het thema van de door elkaar slingerende letters en tekens in de smalle galerij onder de lucida van de apsis in de nieuwe Bavo. Je zou kunnen stellen dat Joseph Cuypers voor een meer gesublimeerde uitvoering koos, qua dispositie bepaald niet minder verheven, maar wel veel meer versluierd in de haast onbereikbare galerij op het niveau waar normaal heiligen de band tussen hemel en aarde bevestigen. Wat zegt het dat juist hier de architect en zijn team zijn weergegeven? Mogelijk kan het antwoord gevonden worden bij een ander door en door Thijmiaans motief, dat diep in de klassieke oudheid geworteld is: de architect als de aardse tegenhanger van de goddelijke demiurg, de deus artifex, oftewel, zoals de oude Cuypers stellen zou, ‘den grooten Bouwmeester en Kunstenaar’ die het universum had geconstrueerd. Deze analogie leidde in De Heilige Linie tot typeringen van de aarde als ‘den grooten tempel Gods’ en vice versa van de kerk als ‘eene afbeelding der wereld’.* Elders beschreef Thijm de gelijkenis als volgt:

‘De Bouwkunst is, als ’t ware, eene door het menschelijk genie gestichte tweede natuur, die, even als Gods groote natuur, alle vormen, door haren maker (hier de menschheid) rechtstreeks gewrocht, behoort te beheerschen’.*

Zo komen we weer terecht bij de magister operum die als leider van de bouwloods alle vormen beheerst, zowel in de zin van bepalen als deskundig zijn. Hij is immers niet alleen de dirigent, maar ook de magister artium. In de galerij wordt het monogram van Joseph Cuypers dan ook gecombineerd met een embleem waarin cirkel, vierkant en driehoek zijn weergegeven, de universele schema’s aan de hand waarvan God de schepping heeft gemaakt. Tevens zijn het de symbolen van de eeuwige en de tijdelijke orde, van hemel en aarde.

De monogrammen van het corps van de magister operum van de nieuwe #Bavo te Haarlem
De monogrammen van de magister artium of operum van de nieuwe Bavo te Haarlem en zijn team: van links naar rechts en onder naar boven volgen de initialen en de emblemen van de betrokken figuren: de architect en zijn hoofdopzichter en opzichter, de aannemer, de metselaarsbaas en de onderbaas van de aannemer. Hun tekens worden (hieronder) verklaard door Thompson.

Een zeer nauwkeurige beschrijving van het gehele team vinden we bij Thompson:

‘In vele kathedralen en abdijkerken vindt men nog heden ten dage de namen van de bouwmeesters en de werklieden bewaard en dit wel op verschillende wijze. Nu eens in letterschrift of symbolische figuren, dan weer in gebrandschilderde vensters of aan het reliëf beeldwerk van orgels en predikstoelen. Ook de nieuwe St. Bavo heeft dit gebruik willen eerbiedigen en daarom heeft men aan de namen en symbolische werkteekens van bovengenoemde mannen ter eeuwige en roemrijke gedachtenis een plaats gegeven op de onderste linteaux van den ronden koormuur in het presbyterium, en wel in deze volgorde: Van uit het midden naar het zuiden:
1. Jos. Th. J. Cuypers, architect der kathedraal, die door de conceptie en uitvoering van het monument een keer te meer bewezen heeft een grooten en waardigen naam waardig te kunnen dragen en hoog te houden. Aan de eene zijde staat het monogram van zijn naam, aan de andere zijde het drievoudig werkteeken n.l.

de cirkel, als symbool der eeuwige orde.
het vierkant, als symbool der tijdelijke orde.
de driehoek , als symbool der stabiliteit en harmonie.
2. Jan Stuyt, de wakkere hoofdopzichter van het werk, die meer dan berekend voor zijn taak, wat in het bouwplan en de opvatting van den architect besloten lag, in ontelbare fijne en onberispelijke werkteekeningen heeft uitgevoerd. Bij zijn monogram vindt ge den symbolischen passer. Onder zijne scherpzinnige leiding waren nog met grooten ijver en toewijding als teekenaars werkzaam J. Teppema en Jac. Heemskerk.
3. Jac. Etmans, de opzichter, die met alle zorgvuldigheid over de uitvoering gewaakt heeft. Bij zijn monogram staat als werkteeken de driehoek.
Van uit het midden naar het noorden:
4. G. Hulsebosch, de aannemer met nijvere en bekwame hand het geheele raderwerk ineenzettend. Bij zijn monogram staat dan ook het rad als symbolisch werkteeken.
5. P. van Paradijs, die als metselaarsbaas, en
6. P. C. Tulp, die als onderbaas van den aannemer heel de structuur van het gebouw met al zijne geledingen en zijne technieke schoonheid omhoog deden rijzen en in het metselwerk en in de behandeling van de onderdeelen der kathedraal een waar meesterwerk geleverd hebben. Naast hunne monogrammen staan er tevens de werktuigen van hun arbeid verzinnebeeld, de troffel, schietlood en maatlat’.
*

Na dit verhaal mag je wel stellen dat de zoon van Han Bijvoet er bepaald niet naast zat: de nieuwe Bavo is tot het kleinste detail zeer doordacht ontworpen. Het maakt me nog nieuwsgieriger naar wat het onderzoek verder gaat brengen.

Naschrift

Naar aanleiding van dit verhaal, attendeerde Huib Koudstaal van Van Hoogevest Architecten me er op dat er sterk gelijkende symbolen in de glazen van de sacristie van de nieuwe Bavo zitten. Hier gaat het niet alleen om het bouwvak, maar ook om andere emblemen, zoals een kroon en een bonnet (hoofddeksel van de priester), een schop met een juk (boerenbedrijf) et cetera.

Huib Koudstaal Van Hoogevest nBavo sacristie-P1010645 Huib Koudstaal Van Hoogevest nBavo sacristie-P1010646
Detail van de ramen in de parochiële sacristie van de nieuwe Bavo. Ze dateren van de eerste bouwfase (1895-1898) en zijn ontworpen door de firma Cuypers & Co. *

Daar kom ik nog een keer op terug. Wie weet in mijn boek over de nieuwe Bavo.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Bronnen

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar bronnen die hierna vermeld worden:

  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997.
  • Groenewald, S.G., De positie van de beeldende kunsten (binnen de vrije en de mechanische kunsten), op: Digischool 2010.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997: de magister operum, pp. 42-44, 56-59; de achtergronden van J.A. Alberdingk Thijm, pp. 62-65; de herdenkingsprent voor Thijm van Joseph Cuypers, p. 63; de analogie tussen aardse en hemelse bouwmeester, pp. 35; 120; de bouwkunst als een tweede natuur bij Thijm, pp. 342-343.
  • Leeuwen, Wies van, conceptbijdrage publicatie Jan Stuyt in samenwerking met F. van Gaal en T. van Oeffelt, te verschijnen in 2014.
  • Ruyven-Zeeman, Z. van, De glazen van de Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem 1897-1959, Rapport over de kunsthistorische waarde van de beglazing in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, Maastricht/Haarlem 2009.
  • Thijm, J.A. Alberdingk, ‘De Heilige Linie, proeve over de oostwaardsche richting van kerk en autaer als hoofdbeginsel der kerkelijke bouwkunst’, in: Sterck, J.F.M., red., J.A. Alberdingk Thijm, werken IV, kunst en oudheidkunde I, Amsterdam/Den Haag 1909 (1e dr. 1858), pp. 1-198: magister artium bij Sankt Gallen, pp. 62-63.
  • Thompson, M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898: programma lucida, pp. 40-41; bouwteam: pp. 94-95.
  • Wikipedia: kloosterplan van Sankt Gallen.

De voorgaande gegevens zijn verzameld in het kader van de waardenstelling die ik geschreven heb ten behoeve van de restauratie van de nieuwe Bavo. Dit project wordt uitgevoerd in opdracht van de stichting kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort, de gemeente Haarlem, Van Hoogevest Architecten te Amersfoort, Judith Bohan Interieur Restauratie te Haarlem, Davique Sierschilderwerk te Moordrecht en Bam Schakel & Schrale (Amsterdam, Roermond).

Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-7q