Speech bij de presentatie van ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’


Toen ik Paul van den Akker de laatste drukproef stuurde om zijn causerie voor vandaag voor te bereiden, vergeleek hij die met een doos chocolaatjes, waarvan je er af en toe eentje neemt om ervan te genieten. In de tien minuten die ik nu heb, wil ik hetzelfde doen. Want wat moet je in hemelsnaam vertellen over een boek van ruim 300 pagina’s in tien minuten.

Het chocolaatje dat ik er als eerste uit heb gehaald heet uniek. En nu zie ik de marketingmensen onder u al fronsen. Want niets is zo afgesleten als het woord uniek. We worden ermee doodgegooid in de reclames, waarmee we iedere dag weer gebombardeerd worden. Uniek. Nu mag u eens raden hoe vaak ik dat woord in mijn boek gebruik. Niet! Het zit een keer in een citaat en dan houdt het op. Daarmee heb ik ‘t me niet gemakkelijk gemaakt, want tja … de kathedraal is wel uniek. Dus vindt u bij mij omschrijvingen als ‘zonder weerga’, ‘zonder precedent’, ‘hoogst bijzonder’ en ga zo maar door. Waar heb ik het dan over?

Daar komt u natuurlijk het snelst achter als u dadelijk het boek gaat kopen. Blader meteen naar bladzijde 25 en dan krijgt u zo’n drie pagina’s nova voorgeschoteld. Die hebben we verpakt als – jawel – chocolaatjes. Of liever – want we zijn in Haarlem – als Droste flikken. In een reeks medaillons zijn de vondsten te zien die lopende het onderzoek zijn gedaan. En dan zie je hoe toepasselijk het thema ‘Iconen en symbolen’ van de Open Monumentendagen dit jaar is.

De belangrijkste ontdekking – het lekkerste chocolaatje – is zojuist door Paul van den Akker genoemd: de Unvollendete. Dat item op zich is al bijzonder genoeg. Maar als mijn analyse klopt dan heeft Joseph Cuypers hier een van de kerngedachten van het icoon Thomas van Aquino gesymboliseerd: dat de hele schepping uit potentie bestaat die ieder moment iets, of liever, iets anders kan worden. Alles is voortdurend bezig zichzelf te voltooien. En dat maakt de kathedraal in de meest letterlijke zin ‘buitengewoon’.

Dan is er de buitenpolychromie die nergens anders in Nederland te vinden is. Ook dat is al genoeg, maar hier gaat die ook nog eens terug op de kleuren van de edelstenen die Johannes in zijn visioen van het hemels Jeruzalem noemt. Als ik hier een lezing over geef zeg ik: sla er thuis de bijbel eens op na, maar nu zeg ik: lees mijn boek.

Wat te denken van de symboliek van de bruid van het westen en de bruid van het oosten, met Maria als kosmische vrouw. Daar zit niet zomaar een verhaal achter, maar een liefdesgeschiedenis die iedere dag als de zon opkomt symbolisch wordt herhaald. Zo vindt iedere dag weer in de Mariakapel de conceptie van Christus plaats volgens een oeroude symboliek. Want iedereen mag dan denken dat de kathedraal van circa 1900 dateert, maar in het parallelle universum van de symboliek is ze veel ouder. Volgens de programmamaker, bisschop Callier, gaat de kathedraal tenminste terug tot de tijd van Willibrordus en staat hier een benedictijner stichting die herinnert aan de oudste tijd van het christendom in de lage landen. Zo wilde het bisdom Haarlem zich profileren. Hoezo iconen en symbolen!

De nieuwe Bavo gonst van de verhalen en een van de meest actuele wil ik hier graag noemen. Dat verhaal wordt namelijk verteld door de koepel. In het begin wilde ik er helemaal niet aan, aan dat oriëntalisme in de kathedraal. Wat een onzin, een broodje aap, dacht ik nog. Vele woorden later blijkt die oosterse invloed er wel degelijk te zijn en tot één zin herleid te kunnen worden: Arabische ornamenten van Aristoteles tot Aquino. Dat klinkt vreemd, want wat hebben decoraties met filosofie te maken. Voor die decoraties keek Joseph Cuypers naar de Arabische cultuur van het Midden-Oosten – het heilige Land – en het Moorse erfgoed uit Spanje. Maar hij keek ook naar zijn muze, Thomas van Aquino. En deze middeleeuwse denker dankte zijn kennis van Aristoteles aan de Arabische scholen: aan stukken die hij ter beschikking kreeg via Spanje en zijn islamitische tradities van Arabische signatuur. Daarmee construeerde hij zijn eigen filosofie, zoals Joseph zijn eigen koepel bouwde. De nieuwe Bavo slaat een brug tussen de christelijke en islamitische cultuur door te laten zien wat de een vol respect van de ander heeft overgenomen en in iets eigens heeft getransformeerd. De boodschap die rond 1900 werd afgegeven, blijkt anno 2016 verrassend actueel te zijn.

Zo zou ik graag willen dat u straks dit boek gaat lezen: blader er eens door heen, laat het oog eens vallen op een mooi stukje en proef dat. Het prikkelt de nieuwsgierigheid om verder te lezen en wie weet op een goed moment … bereikt u de laatste pagina.

Dank u wel.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Bernadette van Hellenberg Hubar, 9 september 2016 (foto Anton van Daal).

Boek bestellen? Ga naar http://bit.ly/Bavo-Ao

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2cpv3Da

De luchtboogbeelden onderweg

Sint Jan Den Bosch Wonderlijke klim foto bvhh.nu 2016


Zittend op de luchtboog
zetten we ons voorzichtig af
om opwaarts te schuiven
’n trage dodendans
van heiligen en zondaars
zotskappen en wijzen
de man om de hoek en de koning
tussen dieren en monsters
zestien bogen lang
’n brug tussen aarde en hemel
waar Cerberus wacht
in vele gedaanten

de muil wijd geopend
gebeurt ‘t ieder moment
kokhalzend spuwend
een zondvloed van water
kolkt op onze lijven
houvast verdwijnt
graaiend, tuimelend,
vallend klauwend
vergeefs grijpen we
naar wapperende panden
‘n arm ‘n voet van hen
die nog sneller
dalen
de aarde tegemoet

aan de voet van de beren
zijn wij als Sisyphus
behept met ‘n taak
die nooit lijkt te voleinden
Steeds weer onderweg
naar waar engelen
zingen: Alleluja

________________

@kerkverhalen — De aanleiding mag Jeroen Bosch zijn geweest, maar dat heeft de ‘wonderlijke klim’ bij de Sint Jan van Den Bosch helemaal niet nodig. Het is werkelijk een briljante vondst geweest om deze sculptuur op de steunbogen langs het schip – die globaal tussen 1470 en 1520 tot stand kwam – op deze manier toegankelijk te maken voor een groot publiek. Wie wat vaker verhalen van mij leest, weet dat ik gek ben op steigers, of liever, helemaal weg ben van die wonderlijke wereld tussen hemel en aarde. Toen de Bossche kathedraal de laatste keer in de steigers stond, heb ik daar rond mogen dwalen in het gezelschap van Wies van Leeuwen die de problematiek van de restauratie toelichtte. Was dat al boeiend, nog aangrijpender was de poëtische sfeer op de steigerplanken tussen de beren, luchtbogen en wimbergen, oog in oog met beelden en ornamenten. Een andere wereld, dacht ik toen, een totaal aparte wereld. Datzelfde gevoel overviel me toen ik in 2013 op de steigers stond bij die andere fantastische kathedraal, de nieuwe Bavo in Haarlem, en waar dat toe leidde gaan we 9 september beleven.

Programma — Je wil nog weten wat er waar is in mijn verhaal in dichtvorm? Of het klopt van die waterspuwers boven de luchtbogen? Zoals zo vaak, is het antwoord ‘ja’ en ‘nee’. Wat de luchtboogbeelden precies betekenen heeft tot dusver niemand kunnen achterhalen, zoals Ronald Glaudemans in zijn boek hierover nog eens benadrukt.* Het onderliggende programma blijft in raadselen gehuld. Sterker nog, mijn promotor, Kees Peeters, meende zelfs dat de cyclus van toevalligheden aan elkaar hing. Ongetwijfeld is er naar de middeleeuwse achtergronden nog veel onderzoek nodig, maar misschien is het ook wel aardig om de menagerie op de luchtbogen te bekijken door een negentiende en vroeg twintigste-eeuwse bril. Want we denken wel dat we naar een middeleeuws toneel kijken, daarboven in de dakgoot van de Sint Jan, maar het gros van wat we zien is negentiende-eeuws. We zijn niet zozeer beland bij de wereld van Jeroen Bosch, als wel bij die van de belangrijkste restauratie-architect, Lambert Hezenmans (1841-1909) , en de man die namens het Rijk de inspectie van de werken uitvoerde, Pierre J.H. Cuypers (1827-1921). De twee kenden elkaar goed, want beiden waren door de afdeling kunsten en wetenschappen van het ministerie van buitenlandse zaken – dat wil zeggen, Victor de Stuers – aangesteld als rijksinspecteur. Niet zelden controleerden ze in die functie elkaars werken. In het geval van de luchtboogbeelden leidde dat tot pittige kritiek van de kant van Cuypers, met name wat betreft de concrete aanpak van Hezenmans, waardoor origineel, gerestaureerd en aangevuld niet goed te onderscheiden waren.*


/Volumes/Beeld/Web en sociale media 2016/Screenshot Lambert Hezenmans, luchtboogbeelden negentiende eeuw Sint Jan Den Bosch site Bossche Encyclopdie
Lambert Hezenmans, Schetsjes van een aantal luchtboogbeelden (1870-1885). Herkomst: site Bossche Encyclopedie: http://bit.ly/29kyLN3.

Lange tijd is behoorlijk denigrerend gedaan over de kennis die mensen als Hezenmans en Cuypers over de middeleeuwen hadden en wat dat voor een fnuikende gevolgen had voor de middeleeuwse monumenten van ons land. Vanaf de jaren zeventig kwam een herwaardering op gang die startte met een pleidooi voor de erkenning van de intrinsieke oudheidkundige betekenis van dit soort restauraties. Vrijwel niemand vond de negentiende-eeuwse bijdrage in die tijd ‘mooi’, maar dat stond los van de cultuurhistorische waarde. Geleidelijk kwam meer oog voor de ambachtelijke kwaliteit van de negentiende-eeuwse ateliers met hun strak gepolijste technieken. Toen eenmaal die horde tot het ‘mooi’ vinden genomen was, bleek ook nog eens dat men in die tijd veel meer wist van de middeleeuwen dan tot dusver was aangenomen. En dan valt onvermijdelijk de naam van Cuypers’ zwager, J.A. Alberdingk Thijm en zijn standaardwerk De Heilige Linie (1858). Niet dat Thijm de enige was die zich bezighield met de middeleeuwen, maar op het gebied van de iconografie en symboliek kun je hem zeker beschouwen als een vaandeldrager.*

Microkosmos — Voor Thijm en zijn tijdgenoten was de kathedraal een microkosmos, waarin ‘de gedaante der kerk als afbeelding der waereld’ centraal stond: een wereld in het klein, met al het goed en het kwaad wat ertoe behoorde. Zijn petekind, Joseph Cuypers, zou – vast ook geïnspireerd door de Sint Jan die hij onvermijdelijk kende – deze visie tot uitdrukking brengen in de beeldencyclus van de nieuwe Bavo. Dat deed hij niet alleen, want ook vicaris-generaal en later bisschop A.J. Callier droeg bij aan dit programma. Een belangrijk netwerk waar katholieke kunstenaars en geleerden elkaar ontmoeten was De Violier die in 1906 een bezoek bracht aan de kathedraal van Den Bosch. Tot deze kunstkring hoorde onder meer Xavier Smits die al eerder voor De Violier een lezing had gehouden over de Sint Jan en een proefschrift daarover voorbereidde bij de universiteit van Leuven.* Juist hij wordt afgeserveerd door Ronald Glaudemans:

  • ‘Een andere onderzoeker van de bouwgeschiedenis, C.-F.-X. Smits, ‘Doctor in de Archaeologie’, […] beredeneert in 1907 dat de beeldjes ‘de gezamenlijke menschheid’ voorstellen; ‘De geheele menschheid is dan door dat leger van opstijgende beeldjes verpersoonlijkt. Tusschen de rangen der menschen bevinden zich eenige potsierlijke en phantastische typen, die den mensch op zijn weg door het leven bemoeilijken’. Deze minstens zo merkwaardige verklaring verraadt duidelijk de tijdgeest van de periode waarin deze werd opgeschreven en kan vandaag de dag ook niet echt stand houden’.*

Als we het woord mensheid vervangen door schepping dan komen we dicht in de buurt van Thijms visie op de microkosmos die – zoals hij in De Heilige Linie uitlegt – een sterk antropologisch karakter heeft. Al zo lang als de mensheid bestaat hebben de volkeren in hun gewijde gebouwen de wereld in het klein weergegeven; niet alleen in het westen, maar over de hele aardbol. Dit idee werd bij De Violier verder uitgedragen door een andere vriend van Joseph Cuypers, de iconograaf Matthaeus Nieuwbarn die hierbij op Viollet-le-Duc leunde:

  • ‘De kunstenaars der middeleeuwen hebben van de Christelijke Kerk een soort van nieuwe schepping gemaakt; zij hebben er al wat in de zichtbare en onzichtbare wereld geschapen was, als een heldendicht van lijn en steen in samengebracht.’*

In die wereld is de mens op een symbolische pelgrimage op weg naar de hemel, en onderweg ontmoet hij alles en iedereen: naast de man om de hoek en z’n vrouw, de elite van koningen en keizers; naast bekende dieren de meest vreemdsoortige wezen die onder meer staan voor de beproevingen en verleidingen, zoals Jeroen Bosch ze heeft weergegeven op zijn beroemde schilderijen van heilige heremieten. Zo tijdgebonden was de visie van Smits dus niet. Daarbij komt dat de luchtboogbeelden zich bevinden boven het schip, de plek die volgens Thijm bij uitstek staat voor de aarde, de strijdende kerk, waar de gelovigen ‘zich door des waerelds woelige golven trachten heen te werken’.* Sinds ik met de nieuwe Bavo bezig ben geweest, koppel ik dit beeld van goed en kwaad aan de theodicee* van Thomas van Aquino die vanaf 1879 (opnieuw) in het centrum van het katholieke denken stond. Of daarin nog aanknopingspunten zitten voor het middeleeuwse programma van de beeldencyclus van de kathedraal, vraagt om verder onderzoek.

Brochure wonderlijke klim Sint Jan Den Bosch (2016).
Brochure met de plattegrond en de benaming van de luchtboogbeelden. Net als het informatieve boekje van Ronald Glaudemans (zie hieronder) verkrijgbaar bij de kaartverkoop van ‘De wonderlijke klim‘ van de Sint Jan in Den Bosch.

Klassieke referenties — Maar ja, zul je denken, hoe zit het dan met Cerberus en Sisyphus? Dan komen we toch terecht in de klassieke oudheid? Dat klopt, maar uit het oogpunt van de middeleeuwen was er geen scheiding met die oudheid. Die maakte integraal deel uit van het eigen erfgoed. Een mooi voorbeeld daarvan is de Divina Commedia van Dante uit het eerste kwart van de veertiende eeuw: de auteur gaat hierin met de – let wel! – klassieke schrijver Vergilius op stap. Op zijn reis – die in de vakliteratuur vaak als pelgrimage wordt bestempeld – komt hij onder meer Sisyphus en Cerberus tegen.*

Kijk, dat is het nu het mooie aan gedichten: met een minimum aan woorden roep je een beeld op, waarna heel veel zinnen nodig zijn om uitleg te geven. Terwijl zo’n gedicht ontstaat gebeurt er van alles in je hoofd: in een hoog tempo rijgen zich voorstellingen aan elkaar die vanuit de enorme vergaarbak van het geheugen intuïtief elkaars gezelschap zoeken en vervolgens via je vingers op het scherm belanden. Dit is een proces van ’n paar minuten, het denken daarna over de achtergrond en de context vraagt heel wat meer. Dat geeft de verdiepingsslag en maakt het – wie weet – wel mogelijk dat je als je daar staat, terugdenkt aan dit verhaal.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Bronnen

De * in de tekst verwijst naar de volgende bronnen:

  • ‘Luchtboogfiguren’, op: bossche-enyclopie.nl, http://bit.ly/29kyLN3 (2016).
  • Cuypers, Jos. en Jan Stuyt (Constructie) en Xav. Smits (Symboliek), De nieuwe St. Jacob te ’s-Hertogenbosch, ’s-Hertogenbosch 1907.
  • Davidson,Linda Kay en David Martin Gitlitz, Pilgrimage: From the Ganges to Graceland: an Encyclopedia, deel 1, 2002, pp. xviii-xix. | http://bit.ly/29NFwau
  • Divina commedia: zie https://www.wikiwand.com/nl/De_goddelijke_komedie
  • Donkers, Geert, ‘“De parel aan Brabants kroon”: het bezoek van ‘De Violier’ aan ‘s-Hertogenbosch’, in: Bossche Bladen, Cultuurhistorisch magazine over ‘s-Hertogenbosch 3 (2001), pp. 16-20. | http://bit.ly/29AHsPK
  • Donkers, Geert, ‘De Katholieke Kunstkring De Violier, 1901-1920’, in: Trajecta 10 (2001), pp. 112-135. | http://bit.ly/29mBa5Y
  • Glaudemans, Ronald, Een wonderlijke klim, De luchtboogbeelden op de Sint-Jan, Den Bosch 2016, pp. 6; 10-12.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997, onder meer pp. 325-329 (microkosmos).
  • Kalf, J., ‘Vierde jaarverslag van den Katholieken Kunstkring: De Violier’, in: Van Onzen Tijd 6 (1905-1906), pp. 130-142. | http://bit.ly/VanOnzenTijd (lezing Xavier Smits kathedraal Sint Jan).
  • Nieuwbarn, M.C., Het Roomsche kerkgebouw, leer der algemeene symboliek en ikonografie onzer Katholieke kerken, Nijmegen 1908, p. 9. | http://bit.ly/Nieuwbarn-bouwsymboliek.
  • Theodicee: https://www.wikiwand.com/nl/Theodicee
  • Thijm, J.A. Alberdingk, De Heilige Linie, pp. 73; 197. | http://bit.ly/Thijm-Sterck-Oudheidkunde

Beeldmateriaal

De foto’s in de kop en de diashow zijn van de hand van de auteur (bvhh.nu) en vallen onder http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA.

Dit bericht is tot stand gekomen in het kader van #kerkverhalen en tevens geplaatst op ifthenisnow.eu: http://bit.ly/29PRceK.
Meer weten over #kerkverhalen? Volg dan deze link. Interesse om mee te doen? Meld je dan aan bij menno@ifthenisnow.nl. Je kunt ons ook volgen op Twitter via @kerkverhalen.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/28U5chf

Pinksteren

cmore@pixelpolder.com
Het hoogkoor van de nieuwe Bavo, ontworpen door Joseph Th.J. Cuypers (1893-1898), staat het hele jaar door in het teken van de ‘Creator Spiritus’, de scheppende heilige Geest. Van de Pinksterhymne Veni Creator Spiritus staan dan ook, conform het iconografisch programma van vicaris-generaal en later bisschop A.J. Callier, de eerste regels tussen de arcade en de eerste galerij gekalligrafeerd. Foto Beeldbank RCESjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015.

Pinksteren heb ik altijd het meest aansprekende feest gevonden van de katholieke kerk. Ik weet wel dat het formeel niet de belangrijkste plechtigheid is, maar voor mij is het de ultieme dag van de inspiratie. Dit woord werd al vroeg in het Nederlands vrij letterlijk vertaald als ‘ingheestinge’, de geest die binnentreedt in de mens als gevolg van de ‘uitstorting’.* Niet van zomaar een geest, maar van een goddelijke Geest, een heilige Geest. Probeer het je voor te stellen, in het begin van de jaartelling: een ruimte met mensen – onder wie de apostelen – die oprecht hopen, maar toch ook treuren. Zij zijn er samen met de moeder van hun meester en verlosser die op een wel heel dramatische wijze het leven heeft gelaten, terugkeerde uit de dood en vervolgens opnieuw heenging. Natuurlijk heeft hij hen getroost, nog wel met de belofte dat hij Gods Geest zou zenden om hen te helpen, maar wanneer … En dan gebeurt het opeens:

  • Plotseling kwam er uit de hemel een geluid dat leek op een enorme windvlaag en het vulde het hele huis, waar zij zaten. Op hun hoofden vertoonden zich tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen. Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, zoals de Geest het hen gaf uit te spreken. — .*

De parakleet wordt deze geest genoemd, de vertrooster. Hoe dat opgevat moet worden, daarover zijn de meningen verdeeld, maar mij spreekt nog het meest de gedachte aan dat de parakleet door Christus is gestuurd als troost en compensatie voor zijn afwezigheid. En wat voor een compensatie! Want als er iets is dat de mens heel dicht bij God brengt, dan is het toch wel de bezieling, de ‘geestdrift’. De schrijver Jozef Alberdingk Thijm wist dat prachtig te verwoorden met zijn ‘steigring van den geest tot boven het hemelgewelf’.* Dat was de vervoering die bezit nam van de mens als hij kunst maakte en daarom was kunst zo belangrijk. Zijn petekind Joseph Cuypers, de architect van de nieuwe Bavo, dacht in soortgelijke termen en dat gold ook voor de bouwheer A.J. Callier die het iconografisch programma samenstelde. Dat de heilige Geest zeer aanwezig is in de kathedraal, heeft echter niet alleen te maken met inspiratie en creativiteit, maar ook met de bijzondere functie van dit type kerk. Alleen hier vindt de priesterwijding plaats, tijdens welk ritueel de heilige Geest zijn zeven gaven uitstort over de wijdelingen die het kerkvolk zullen bijstaan tijdens hun aardse pelgrimage van loutering en strijd. Zoals we kunnen lezen in het eerste boek over de nieuwe Bavo van Marie Thompson:

  • Geheel de zinnebeeldige voorstelling van het verhevenste en eerbiedwaardigste gedeelte dezer kathedraal wordt beheerscht door slechts ééne grondgedachte, de werking en de mededeeling van den H. Geest, den derden persoon der H. Drievuldigheid, de uitstorting zijner goddelijke liefdegaven over de strijdende Kerk hierbeneden. Gelijk Cherubijnen-vleugelen boven het verzoendeksel der Oud-Testamentische ark, zoo spreiden zich de heilige gewelven en de hoog opschietende bogen over de altaren der Nieuwe Wet, waar Gods Zoon, de eeuwige Liefde, troont […].*


cmore@pixelpolder.com
De gewelfknoop met de sluitsteen waar de ribben, of liever de ‘vleugels’ van het apsisgewelf van de nieuwe Bavo bij elkaar komen. Centraal is de zon weergegeven die staat voor Christus als licht der wereld. In combinatie met de uitschietende stralen in goud op de ribben, kan dit motief ook geïnterpreteerd worden als symbool van het Pinkstergebeuren waarbij de heilige Geest zich in vurige tongen uitstortte en Gods bezieling bracht. Foto Beeldbank RCESjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015.

Een prachtig beeld van gewelven als engelenvleugels, die je vooral herkent in de apsis. Ook later vinden we deze vergelijking met de vleugels van ‘cherubs’ nog wel eens een enkele keer in de kunstkritiek terug.* Zelf heb ik het vermoeden dat dit niet alleen beïnvloed is door het tweetal op de ark van het verbond, maar ook door een ander verhaal uit het Oude Testament. Wat te denken van de tempel van Salomon die een aparte (achter)zaal – het Heilige der Heilige – liet bouwen voor de ark van het verbond:

  • Voor de achterzaal liet hij van olijfhout twee kerubs maken van tien el hoogte. Elk van de beide vleugels van een kerub was vijf el lang: gerekend van de ene vleugeltip tot de andere was de spanwijdte tien el. Elke kerub was tien el hoog; beiden hadden dezelfde afmetingen en dezelfde vorm. De hoogte van de ene kerub was tien el en die van de andere eveneens. De kerubs liet hij achter in de tempel plaatsen. De vleugels van de kerubs stonden uitgespreid; een vleugel van de ene kerub raakte de ene muur en een vleugel van de andere kerub raakte de andere muur; hun andere vleugels raakten elkaar in het midden van de tempel.*

Keren we terug naar de parakleet die zich op Pinksteren uitstortte over de eerste christenen, dan valt op dat die in de nieuwe Bavo nog tweemaal voorkomt: allereerst letterlijk in de slotregel van het Te Deum, waarvan de eerste strofe eindigt met ‘Sanctum quoque Paraclitum Spiritum’ (‘en ook de Vertrooster, de Heilige Geest’). Deze tekst is onlangs op grond van een ontwerp van Joseph Cuypers uit circa 1929 gekalligrafeerd op de westelijke muur van het noordertransept .


Jojanneke Post brengt het bladgoud aan op de laatste letters van de kalligrafie van het Te Deum aan in de nieuwe Bavo te Haarlem. Het betreft het woord Spiritus van (heilige) Geest. Foto Davique Sierschilderwerken 2016.
Jojanneke Post brengt het bladgoud aan op de laatste letters van de kalligrafie van het Te Deum in de nieuwe Bavo te Haarlem. Het betreft het woord Spiritum van (heilige) Geest. Foto Davique Sierschilderwerken 2016.

Maar dat is niet de enige plaats, want ook in de Pinksterhymne Veni Creator Spiritus, die tevens een vast onderdeel is van de priesterwijding en waarvan de eerste regels geschilderd staan in de apsis van de kathedraal, treedt de heilige Geest als parakleet naar voren. Ik weet niet hoe het met jullie staat, maar deze wat onduidelijke figuur uit de heilige Drie-eenheid is als vertrooster, schepper en inspirator voor mij als iconograaf een stuk concreter geworden.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen:

  • Voor ‘ingheestinge’ zie Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 383-384 (→ Bibliografie).
  • Handelingen 2:1-4, geciteerd naar het lemma Pinksteren op Wikipedia.
  • Timmers, Symboliek en iconographie , p. 353, nr 716 (→ Bibliografie).
  • Hubar, De genade van de steiger, p. 68: het betreft de uitmonstering van Henri Sicking voor de verdwenen kapel van de Zusters van de Sociëteit van Jezus Maria Jozef te Nieuwkoop; Delpher, zoektermen: Sicking, Nieuwkoop (Nieuwe Tilburgsche Courant 1934) (→ Bibliografie).
  • Thompson, De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem, p. 36 (→ Bibliografie).
  • Willibrordbijbel.nl: 1 Koningen 6, 23-28.
  • Voor Thijm en de neoplatoonse context van de ‘geestdrift’ zie Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 67-70, 256-262, 320 (→ Bibliografie).
  • Voor meer informatie over de parakleet en de kalligrafie in de nieuwe Bavo zie mijn boek Ad orientem dat dit jaar zal verschijnen: http://bit.ly/Bavo-Ao.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is aangemeld op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo op 14 mei 2016.
Het is ook geplaatst op ifthenisnow.nl.
Verkorte link: http://bit.ly/1R2tAeY

Flora in steen | 21 april 2016 20.00 uur

De Royal FloraHolland concert/lezing in de nieuwe Bavo 21 april 2016 20.00 uur | De nieuwe Bavo bloeit

Deze diashow vereist JavaScript.


De nieuwe Bavo zit vol raadselachtige ornamenten en een groot deel daarvan bestaat uit bloemen, bladeren en ranken. Dat heeft de kathedraal gemeen met verreweg de meeste negentiende en vroeg twintigste-eeuwse kerken. Het vergt niet veel verbeelding om daarin de inspiratie van de middeleeuwen te herkennen. Met name in de gotische bouwkunst vind je weelderig uitgewerkte bloem- en bladornamenten op pijlers en in kapitelen. Waar komt dat toch vandaan?

In de loop van de tijd zijn daar heel wat verklaringen voor bedacht, de een nog romantischer dan de ander. Bij het openingsconcert van ‘De nieuwe Bavo bloeit’ ga ik iets vertellen over een van de tradities die ten grondslag ligt aan de flora in steen. Ik zal niet te veel verklappen, maar hierna zul je met heel andere ogen naar de kathedraal kijken en nog meer genieten van alles wat in de nieuwe Bavo bloeit.

Bloeiende akkoorden

Bij het openingsconcert worden verschillende soorten muziek uitgevoerd, allemaal geïnspireerd door bloemen. Zo komt Flora met de mooiste exemplaren langs in een lied van John Wilbye, circa 1600. Maar ook de ode op de roos van de hedendaagse koorcomponist Eric Whitacre ontbreekt niet. En wat te denken van de ontroerende cyclus die Morton Lauridsen in 1993 schreef op Les Chansons des Roses van de dichter Rainer Maria Rilke. Aan het slot wordt de boel nog eens bij elkaar geveegd met Benjamin Brittens Green broom. Dit deel van het concert wordt uitgevoerd door Vocaza uit Amsterdam, het kamerkoor onder leiding van de magistra-cantus van de nieuwe Bavo, Sanne Nieuwenhuijsen.

Een heel ander, verrassend repertoire wordt neergezet door zangeres Bobbie Blommesteijn en titulair-organist van de nieuwe Bavo, Ton van Eck. Laat je verleiden door je nieuwsgierigheid en kom naar de nieuwe Bavo op donderdagavond 21 april 2016, 20.00 uur (entree € 10,00).

De opbrengst van ‘De nieuwe Bavo bloeit’ komt ten goede aan de restauratie van de kathedraal.

B.1
Joseph Cuypers, Bloemmotieven in glas in lood in de lucida van de nieuwe Bavo (1897-1898). Foto BvHH 2014.


Informatie

‘De nieuwe Bavo bloeit’ wordt mogelijk gemaakt door sponsoring van Royal FloraHolland, een koepel van 5.000 Nederlandse bloementelers en vijf veilingen (onder meer Aalsmeer).

Foto’s in de kop

  • De nieuwe Bavo te Haarlem organiseert de tweede editie van ‘De nieuwe Bavo bloeit’ in het kader van het Bloemencorso. Foto Stephan van Rijt, 2016.
  • Het bloemengewelf uit de eerste editie van 2015. Foto Hans Guldemond, 2015.
  • Een van de vele verglaasde terracotta sierranden met gestileerde bladeren en eikeltjes, ontworpen door Joseph Cuypers 1893-1898. Beeldbank Rijksdienst Cultureel erfgoed – Sjaan van der Jagt/Pixelpolder, 2014.
  • Een weelde aan tulpen tijdens ‘De nieuwe Bavo bloeit’ verleden jaar. Foto Hans Guldemond, 2015.
  • Verguld en gepolychromeerd bladkapiteel in de apsisgalerij, ontworpen door Joseph Cuypers 1893-1898. Foto BvHH 2013.
  • Verguld en gepolychromeerd kapiteel met omringende bloemornamenten in de koepel, , ontworpen door Joseph Cuypers 1902-1906. Beeldbank Rijksdienst Cultureel erfgoed – Chris Booms, 1902.
  • Het hoogaltaar in de bloemen tijdens de eerste editie van 2015. Foto Hans Guldemond, 2015.

Op al het beeldmateriaal van Van Hoogevest Architecten & Sjaan van der Jagt/Pixelpolder, en Hans Guldemond zijn alle rechten voorbehouden. De overige afbeeldingen zijn onder restricties vrij van reprorechten: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA.

Adres

Leidsevaart 146
2014 HE Haarlem
De entree is via de hoofdingang aan het Bisschop Bottemanneplein.

Programma van De nieuwe Bavo bloeit

Vrijdag & zaterdag 22 en 23 april: 10:00 – 23:00 uur
Extra lange avondopenstelling met sfeervolle verlichting
Live orgelmuziek met hobo, trompet en klarinet vanaf 10:00 uur
Koepeltochten 11:00 – 21:00 uur
Rondleidingen vanaf 11:00 uur
Kinderactiviteiten vanaf 10:00 uur
Muziek van Koorschool Haarlem 18:45 – 22:00 uur

Zondag 24 april: 11:30 – 17:00 uur
Koepeltochten 11:30 – 17:00 uur
Rondleidingen 11:30 – 17:00 uur
Kinderactiviteiten 11:30 – 17:00 uur
Live orgelmuziek met hobo, trompet en klarinet vanaf 11:30 uur

Entreeprijzen 22-24 april

Volwassenen: € 5,00
Kinderen > 10 jaar: € 2,50
Kinderen < 10 jaar: gratis
Koepeltochten: € 3,00 p.p.

Voor meer informatie ga naar www.denieuwebavobloeit.nl.

Restauratie

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

 


  1. Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is gepubliceerd op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo op 16 april 2016 en op ifthenisnow.nl op 17 april 2016. Verkorte link: http://bit.ly/1NvytNk. 

Kalendarium

Het kalendarium in de nieuwe Bavo van Joseph Cuypers (foto Jo Kunne 2014).
Het kalendarium in de noordoostelijke traptoren van de nieuwe Bavo, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door firma Wed. N.S.A. Brantjes en Co., Purmerend (1898)* (foto Jo Kunnen 2015).

Komend weekend gaan we weer van winter- naar zomertijd en dat herinnert onherroepelijk aan de wisseling van de seizoenen. Die zijn in de nieuwe Bavo onder meer uitgebeeld in het kalendarium bij de noordoostelijke traptoren, naast het hoogkoor.

Een kathedraal zit vanouds vol kosmische elementen die te maken hebben met de eerbied voor Gods schepping. Hemel en aarde schiep hij uit het niets, meent de een, maar er zijn ook tradities waarbij hij de bestaande chaos tot de kosmos organiseerde als een hemelse demiurg (architect) of Deus artifex (kunstvaardige God). Het sprak de mens wel aan, dat greep krijgen op tijd en ruimte. In de nieuwe Bavo komt dat in verschillende decoratieve elementen tot uitdrukking, zoals hier in de noordertoren, waar Joseph Cuypers een kalendarium voor ontwierp. In het oudste boek over de kathedraal (1898), vertelt de priester-journalist Marie A. Thompson over ‘een tijdkalender, waarin de twaalf teekenen van den dierenriem en de symbolen der vier jaargetijden’ zitten.*

Je krijgt de indruk dat dit werk in 1898 nog niet klaar was, want Thompson schrijft dat het is uitgevoerd in ‘fijn, veelkleurig mozaiek’. In werkelijkheid is het een tegeltableau dat al staat afgebeeld in een artikel van C.J. Juffermans van mei 1898. Hij is ook de eerste die de kathedraal betitelt als ‘de Nieuwe Sint-Bavo’.* Op dat moment was het gebouw nog lang niet af, want alleen de oostpartij stond er. Tegen de eerste bouwlaag van het transept leunde een houten noodschip voor de parochianen om de mis op het voltooide priesterkoor bij te kunnen wonen. Daarom is het ook zo vreemd dat de kathedraal in het boek van Thompson werd beschreven alsof ze al helemaal af is. Dat heeft te maken met het karakter van de nieuwe Bavo als Unvollendete: als bewust onvoltooid gebouw vol met potenties die op termijn gerealiseerd kunnen worden. Op papier werd een voorschot genomen op de toekomstige afwerking van de kathedraal. Over dit spannende thema vind je meer in mijn boek: http://bit.ly/Bavo-Ao.*

Keren we terug naar het kalendarium dan zien we hoe de hemelse sterrenbeelden zijn ingebed in de groene aarde. Op de hoeken zijn de symbolen van de vier seizoenen aangegeven in de vorm van ontluikende lelietjes van dalen linksboven (lente); dan – met de klok – mee de bloeiende roos (zomer), vervolgens de rijpe druiventros (herfst) en tenslotte de eeuwig groene hulst (winter).*

Toch klopt er iets niet helemaal … Kun je me dat vertellen?

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Post scriptum —Kort na het verschijnen van deze blog heb ik een stukje over de tegenhanger van de jaarkalender, de klok in de zuider koortoren, geplaatst op LinkedIn.

 


Meer informatie & bestelgegevens van Ad orientem

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de volgende bronnen:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem’, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Voor een samenvatting surf naar http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.
  • Antoon Erftemeijer, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, ‘Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem’, Haarlem 1997, pp. 220-222.
  • C.J. Juffermans, ‘Het voltooide gedeelte van de Nieuwe Sint-Bavo’, in: ‘Sint Bavo Godsdienstig Weekblad voor het Bisdom Haarlem’ 1 (1898), pp. 301-303.
  • M.A. Thompson, ‘De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek’, Haarlem 1898, pp. 71-72.

Hoe je het boek Ad orientem kunt bestellen:

  • Bibliofiele uitgave — Er komt een bibliofiele uitgave van ‘Ad orientem’, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de nieuwe Bavo. Dat is een aparte, genummerde en gesigneerde editie, waarin de naam van de begunstigers wordt vermeld. De ondergrens is € 100,00 per exemplaar, maar meer mag natuurlijk ook! Het boek is te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag naam, bedrag en verzendadres vermelden).
  • Korting van € 10,00 — Op dit moment kan het boek ook besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, voorjaar 2016, wordt dit € 49,95. Meld je aan via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres en het woord korting vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten).
  • Voor wie dit een sympathiek doel vindt, maar geen boek wil, is er ook de mogelijkheid om een lager bedrag naar vrije keuze te doneren. Wees zo goed om dit per mail door te geven aan NieuweBavo@gmail.com, onder vermelding van het te doneren bedrag.

Specificaties:

  • Uitgever: WBooks in samenwerking met Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem
  • Aantal pagina’s: 400
  • Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
  • Uitvoering: gebonden
  • ISBN 978 94 625 8119 7
  • Meer informatie: WBOOKS of http://bit.ly/Bavo-Ao.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is eerder gepubliceerd op ‘if then is now’. Verkorte link van deze blog: http://bit.ly/Kalendarium-VHH.

 

 

Het kathedraalMuseum

 

Deze diashow vereist JavaScript.

 

LET OP! — Vanaf begin maart tot eind oktober 2016 zijn de kathedraal en het KathedraalMuseum weer open voor het publiek. Voor incidentele rondleidingen, orgelconcerten en andere evenementen, volg de meldingen op de website www.rkbavo.nl of kijk hierboven onder het tabblad ‘bezoek’. De openingstijden vind je hieronder.

___________

Koffie tussen kunst in een sfeervolle ruimte, om even bij te komen na een lange (trein)reis, voordat je het museum en de kathedraal gaat bekijken. Of om na te mijmeren van al het moois wat je hebt gezien. De kathedraalwacht bestaat uit vriendelijke gastheren – en vrouwen die altijd bereid zijn om nog eens wat te vertellen over het gebouw waar ze hun hart aan verloren hebben.

Overigens kun je ook bijeenkomsten organiseren in de nieuwe Bavo. Kleine groepen of grote groepen, met of zonder lunch of borrel, het is allemaal mogelijk. En heel goed te combineren met een rondleiding door het museum en de kathedraal.

Voor de muziekliefhebber zijn er dan ook nog de orgelconcerten, waarbij internationale grootheden te beluisteren zijn. Eens in de twee jaar wordt in de kathedraal zelfs het mondiale César Franckconcours georganiseerd.

Ten slotte vinden door het jaar heen verschillende evenementen plaats in de nieuwe Bavo, waaronder de lezingen van de vriendenkring, de gewelftochten en ‘De nieuwe Bavo bloeit’. Meer over het laatste vind je onder deze link: www.denieuwebavobloeit.nl.

Wil je na een bezoek aan de nieuwe Bavo niet met lege handen naar huis? Dan kun je in de Bavoshop terecht voor kaarsen, boeken, devotionalia en uiteraard de Bavowijn, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de kathedraal. Dat geldt ook voor de bibliofiele uitgave van het boek over de nieuwe Bavo, waarop je kunt intekenen: http://bit.ly/Bavo-Ao.


OPENINGSTIJDEN 2016

Van dinsdag tot en met vrijdag: 10:00 – 16:00 uur.
Zaterdag (vanaf 30 april): 11:00 – 14:30 uur, waarna er een orgelconcert is.

Vaste restauratiebijdrage per bezoeker: € 4,00 (kinderen € 1,00). Dit is inclusief toegang tot het KathedraalMuseum.

Het hele jaar door kun je de nieuwe Bavo zondags na het bijwonen van de mis bezichtigen.

De foto’s uit de diashow zijn gemaakt door Niels Polak en ontleend aan www.rkbavo.nl.

B.
De Mariakapel in de nieuwe Bavo met het hek uit 1951 (Herkomst Noord-Hollands Archief, parochiearchief nieuwe Bavo).

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/ITIN-KathedraalMuseum

Sint Jozef op 19 maart

Dit verhaal draag ik op aan mijn vader Wolter Adriaan Joan Jozef van Hellenberg Hubar (1916-1996) die vandaag 100 jaar zou zijn geworden!


In de Jozefkapel van de nieuwe Bavo te Haarlem.
Het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2008.

Vandaag is het sint Jozef, of zoals we in het zuiden zeggen, sint Joep. Voor mij een heiligendag om nooit te vergeten, want het is de geboortedag van mijn vader. Stel dat we nu een eeuw terug zouden kunnen kijken, dan hadden we misschien niet alleen bij mijn grootouders de vlag uit zien hangen, maar hier in Haarlem horen vertellen dat de architect van de nieuwe Bavo zijn naamdag vierde. Wie weet was hij die dag toevallig in de kathedraal en heeft hij een kaarsje opgestoken bij het altaar in de Jozefkapel, dat hij zelf ontworpen had.

De historische Jozef — Wie was Jozef nu eigenlijk en wat weten we van hem. Als we afgaan op de bronnen valt dat behoorlijk tegen. Een boeiend verhaal kwam ik tegen op de site van J.P. van de Giessen – Aantekeningen bij de Bijbel – die zich afvroeg welk beroep Christus had:

  • ‘“Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?” Markus 6:3 (NBV) In bovengenoemde tekst wordt gesteld dat Jezus timmerman is, in Mattheüs 13:55 wordt gesteld dat hij de zoon van de timmerman Jozef is. Gezien de leeftijd van Jezus toen Hij ging optreden, namelijk ~30 jaar, is het zeer goed mogelijk dat hij enkele jaren samen met Jozef heeft gewerkt als timmerman. De vraag die ik me stelde is wat betekent het Griekse woord tektōn wat in alle vertalingen met ‘timmerman’ wordt vertaald. Volgens de verschillende woordenboeken is het iemand die werkt met hout of steen, in tweede instantie wordt aangegeven een handwerker (als tegenpool van een metaalbewerker of smid). Het is iemand die huizen bouwt of construeert, waarbij wij in het laatste geval zouden zeggen een architect.’*

Timmerman of architect? Ambachtsman of denker? Het is interessant om te zien wat de geschiedenis ervan heeft gemaakt.


De bruiloft van Maria en Jozef op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2016.
De bruiloft van Maria en Jozef op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2015.

Legenda aurea — Vergeleken met andere heiligen, komt de verering van Jozef relatief laat op gang. Tot ver in de middeleeuwen verschijnt hij vaak als een wat anekdotische oude man bij kerstscènes. Maar dat is slechts één beeldtraditie, want vanaf het verschijnen van de Legenda aurea tegen het einde van de dertiende eeuw, komt de bruidegom van Maria meer in het licht te staan. Door toedoen van bisschop van Genua, Jacopo da Voragine, werden de tot dusver bekende heiligenlevens in deze Gouden legenden – al dan niet opgesierd – gebundeld. Het idee was om een naslagwerk te produceren met bruikbaar materiaal voor preken. Door het grote succes verschenen al snel over heel West-Europa vertalingen, ook in Nederland. Het geeft maar aan dat de markt behoefte had aan een meer gedetailleerd beeld van deze idolen van de katholieke kerk. Zo raakten scènes populair als de bruiloft van Jozef en Maria, die we ook in het Jozefaltaar van de nieuwe Bavo tegenkomen.*


Charles Vos, Theresa van Avila, pijlerbeeld bij de Barbarakapel aan de zuidelijke zijbeuk in de nieuwe Bavo. Foto RCE beeldbank/Margaretha Svensson 2013.

Charles Vos, Theresa van Àvila, pijlerbeeld bij de Barbarakapel aan de zuidelijke zijbeuk in de nieuwe Bavo. Foto RCE beeldbank/Margaretha Svensson 2013.

Theresa van Àvila — De verering van Jozef kreeg een krachtige impuls door de inzet van Theresa van Àvila (1515-1582), een van de stuwende krachten tijdens de contrareformatie. Dankzij Jozefs tussenkomst – zo vertelde ze later – ontwaakte ze uit een coma dat drie jaar had geduurd. Theresa was wat je noemt een vrouw met drive, en wat voor een drive. Tijdens haar leven reorganiseerde en stichtte zij verschillende kloosters, waarvan ze er een onder de bescherming van Jozef plaatste. Ze was niet alleen beroemd vanwege haar organisatievermogen, maar vooral om haar mystieke geschriften. Zo wordt ze in de nieuwe Bavo afgebeeld door Charles Vos (1952-1953). Net als bij Augustinus wordt haar hart doorboord met een pijl, hier als teken van de consumptie van het mystieke huwelijk met God als hemelse bruidegom. Bij haar oor bevindt zich de heilige Geest als duif die haar liefdesgezangen influisterde en haar zo inspireerde tot het schrijven van een eigen Hooglied, dat ze in haar hand houdt. Vergelijkbaar met het oudtestamentische bruidspaar in dit Canticum canticorum Salomonis (Lied der liederen van Salomon)*, viert zij haar extatische eenwording met haar goddelijke bruidegom. Dankzij deze mystica die aan de ene kant voor contemplatie en meditatie koos en aan de andere kant zeer krachtdadig was, promoveerde Jozef tijdens de contrareformatie tot een heilige met persoonlijkheid. Dat bleek de opmaat voor de negentiende eeuw, toen hij klaargestoomd werd voor het grote publiek.


Jozef als beschermvorst van de kerk, centraal op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.
Jozef als beschermvorst van de kerk, centraal op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.

Patroon van de kerk — De verering van Jozef was niet meer te stuiten, toen paus Pius IX hem in 1877 uitgeroepen had tot beschermer van de R.K. Kerk. Hoger kon je als heilige nauwelijks stijgen, want als patroon van de kerk stond Jozef zelfs boven Petrus, de eerste paus. Vandaar dat hij op het altaar in de nieuwe Bavo wordt weergegeven als een vorst met in de ene hand de bloeiende tak als symbool van de zuiverheid (ook uit de Legenda aurea) en in de andere hand een boek.*

De kerk had eeuwen ervaring in het promoten van heiligen en men deed dat op een manier waarop menige marketeer vandaag de dag jaloers zou zijn. Rome probeerde in te spelen op wat men meende dat de achterban nodig had. In de eeuw van het opkomende socialisme, de maatschappelijke onzekerheid als gevolg van de op scherp gezette gezagsverhoudingen en een groeiende verpaupering, waar de traditionele armenzorg geen antwoord meer op had, was dat Jozef: hij was de archetypische vaderfiguur die als summum van betrouwbaarheid gold omdat hij Jezus had opgevoed. Omdat hij ondanks deze vooraanstaande taak eenvoudig was gebleven, konden grote groepen gelovigen zich goed met hem identificeren. De boodschap was dat eenvoud, trouw en bescheidenheid niettemin tot een hoge positie konden leiden en dus het navolgen waard waren. De timmerman Jozef werd van meet af aan ingezet om de werkbijen onder het kerkvolk aan de kerk te binden en op die manier een tegenwicht te bieden aan moderne stromingen die het heil buiten de kerk zochten. Erger nog, die een paradijs op aarde verkondigden, zonder verlossing van de ziel of koppeling aan Gods rijk in het hiernamaals. In dit opzicht vond de kerk het liberalisme net zo bedreigend als het socialisme.

Tegenwicht in de sociale kwestie — Dit betekende niet dat de kerk, zoals wel wordt gesuggereerd, met de rug naar de maatschappelijke noden stond. Toen men zich eenmaal realiseerde dat de traditionele armenzorg niet langer voldeed, werd de ontwikkeling van een eigen sociaal beleid ter hand genomen. Een goed voorbeeld hiervan is de latere bisschop van Haarlem, J.D.J. Aengenent die zich hier vanaf 1898 mee bezighield en een belangrijke speler op nationaal niveau was.* De functie die Jozef als rolmodel toebedeeld had gekregen, bleek moeiteloos in deze transitie op te gaan. Hij bleef het tegenwicht tegen het niet-kerkelijke socialisme: hij getuigde hoe eenvoud en grootsheid samengingen door simpelweg zijn bijrol als voedstervader – degene die Christus opvoedde – te accepteren. Hij stelde een voorbeeld door de hem door God toegewezen taak eerlijk, maar zonder valse ambities of borstklopperij uit te voeren. In die eenvoud werd de brug naar het volk geslagen door hem als een nederige timmerman te profileren. Vader, werkman, echtgenoot, maar niettemin beschermvorst van de kerk. Hoe veel dichter bij huis kon je het hebben? Deze opgang benadrukte nog maar eens dat de eersten de laatsten zouden zijn, zoals Christus zijn leerlingen voorhield, en de laatsten de eersten.*


De heilige Familie op het Jozefaltaar van de gebroeders Custers in de Paterskerk in Eindhoven (1909)
De heilige Familie op het Jozefaltaar van de gebroeders Custers in de Paterskerk in Eindhoven (1909): vader, werkman, echtgenoot!

Icoon — Hoe pakte dat nu uit in de praktijk van de kunstproductie? Omdat, zoals gezegd, over het optreden van Jozef nauwelijks authentieke bronnen bekend waren, werd het plaatje geleidelijk aan zelf tot in detail ingevuld. Het doet denken aan de fanfictions vandaag de dag: hordes fans storten zich als ware scriptschrijvers op populaire series om daar extra episodes voor te bedenken. De voorstelling van de heilige Familie op het Jozefaltaar van de gebroeders Custers in de Paterskerk in Eindhoven is hier een goed voorbeeld van.* Op gezag van Rome werd een quasi-fictief plot uitgewerkt volgens de regels van de historieschilderkunst, waarin waarheid en verbeelding tot een verhaal werden gecombineerd: Jozef wàs een timmerman, althans ‘tektōn’ (bouwer, maker, schepper, et cetera), hij wàs met Maria getrouwd en wàs de pleeg- of voedstervader van Jezus, haar kind. Dit zijn de onomstotelijke historische ingrediënten die men combineerde in een imaginair tafereel, waarbij de geschiedkundige werkelijkheid verbeterd werd door het kind als helper van zijn vader voor te stellen en Maria met spinrokken in de hand af te beelden. Zoals de schildering van Gebhard Fugel in weekblad Sint Bavo van 1900 laat zien, werd dit thema in allerlei  variaties getoond.* De moraliserende boodschap is die van het gehoorzame, behulpzame kind en het eenvoudige, nijvere gezin dat de hoeksteen was van de katholieke samenleving.

Het geeft te denken. Je kunt er niet om heen om je af te vragen hoe het verhaal zou zijn afgelopen als tektōn als architect was vertaald. Dan had de bouwmeester van de nieuwe Bavo nog dichter bij zijn patroonheilige gestaan.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Het ‘zalige’ sterfbed van Jozef te midden van zijn gezin. Rechterpaneel op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.
Het ‘zalige’ sterfbed van Jozef te midden van zijn gezin. Zoals weekblad ‘Sint Bavo’ uitlegt: ‘De H. Josef wordt vereerd als de Patroon der kerk, van het Vaderland, van het christelijk huisgezin en van een zaligen dood’.* Rechterpaneel op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.

Meer informatie & bestelgegevens van Ad orientem

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de bronnen die hieronder staan vermeld.

  • Giessen, P.J. van der, ‘Welk beroep had Jezus’, op: http://bit.ly/1ihkyyl, verwijst naar Mattheüs 13:55 en Markus 6:3.
  • Voor de Legenda aurea zie Wikipedia.
  • Voor Theresa van Àvila zie heiligen.net en Wikipedia.
  • Voor het Canticum canticorum Salomonis (Lied der liederen van Salomon), zie Hubar, De genade van de steiger, p. 414. → bibliografie. Ook te vinden op deze site: http://bit.ly/VHH-Jonas1.
  • Hubar, De genade van de steiger, pp. 197-198. → bibliografie.
  • Vergelijk de definitie van marketing op Wikipedia.
  • Voor de kerk en het anti-modernisme zie onder meer: http://nl.wikipedia.org/wiki/Paus_Pius_IX. Voorts het bijzondere artikel van Salemink, ‘Liberale waan’ (2002). Een beeld van de weerzin van de kerk tegen – een overdreven – individualisme, dat geassocieerd werd met romantiek en pantheïsme, is ook te vinden in: Hubar, ‘“Eerdienst en kunst op het naauwst vereenigd”’, pp. 151-176. → bibliografie
  • Voor de iconografische details van Jozef zie: Timmers,  Symboliek en iconographie, pp. 185-186; 501. Voorts: Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, pp. 120-121. → bibliografie.
  • Voets, B., ‘Aengenent, Johannes Dominicus Josephus (1873-1935)’, in: Biografisch Woordenboek van Nederland, op: resources.huygens.knaw.nl, http://bit.ly/1RqGPgl (1985; 2013).
  • Zowel te vinden in Matteüs 19, 30; Marcus 10, 31 als Lucas 13, 30, op onder meer willibrordbijbel.nl.
  • Hubar, De mantel der liefde, De Paterskerk te Eindhoven, 17, 46, 50, 53, 58-59, 63. → bibliografie.
  • Voor spinrokken zie Wikipedia.
  • Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 3 (1898), p. 280. Voor dit werk van Gebhard Fugel zie: https://flic.kr/p/Fjud3c
  • Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 3 (1898), p. 168.
  • Meer weten over het beeldprogramma van de nieuwe Bavo? Bestel dan mijn boek: Bernadette van Hellenberg Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Voor een samenvatting surf naar http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.

Om mijn boek over de kathedraal te bestellen, klik je op deze link: http://bit.ly/Bavo-Ao.

Specificaties:

  • Uitgever: WBooks in samenwerking met Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem
  • Aantal pagina’s: 400
  • Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
  • Uitvoering: gebonden
  • ISBN 978 94 625 8119 7
  • Meer informatie: WBOOKS of http://bit.ly/Bavo-Ao.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is verkort gepubliceerd op de Facebookpagina van de kathedraal, 19 maart 2016. Verkorte link van deze blog: http://bit.ly/VHH-Jozef

Het poepende mannetje op de nieuwe Bavo

Collage van historische foto's van het zogenaamde poepertje op de nieuwe Bavo te Haarlem (collage en foto's BvHH 2014).
Historische opname van het kleimodel van het poepende mannetje, voordat het in steen gehakt werd. Herkomst Noord-Hollands Archief Haarlem, Parochiearchief nieuwe Bavo (collage en foto BvHH 2016 en 2014).

Laatst had ik een discussie met een vakgenoot over spotnamen in de kunst. Ze ergerde zich aan de titel ‘Van heilige tot amoeben’ van het boek over 150 jaar glas in lood van Zsuzsanna van Ruyven-Zeman (2014).* Dat amoebe bleek te slaan op de vormen van enkele hedendaagse ramen, waarvan ze aangenaam verrast was dat die in dit boek waren opgenomen. Maar vanwege de religieuze lading van deze werken vond ze de benaming ongepast. Zo nam je de kunstenaars niet serieus. Maar is dat inderdaad zo?

What’s in a name — Spotnamen in de kunst hebben namelijk de spannende neiging om zich te ontwikkelen tot geuzennamen die vaak weer resulteren in officiële aanduidingen van bepaalde soorten kunst of kunstenaarsgroeperingen. Dat gaat terug op een lange traditie. Als je het lemma op Wikipedia er op na slaat, vind je termen als impressionisme, fauvisme en Nazareners, allemaal geuzennamen die zich door de trots van de aangeduide kunstenaars voorgoed in de literatuur vestigden. Een van de meest bekende uit de bouwkunst ontbreekt overigens op Wikipedia. Dat is gotiek, wat barbaars betekent. En over barbaars gesproken, dat woord schuilt ook in de naam van Barbara, een van de oudste heiligen die we kennen. Een begrip waarvan ik zelf nog het gebruik als geuzennaam heb meegemaakt is neogotiek dat nu niemand meer – op een paar mastodonten na – in misprijzende zin zal gebruiken.

En nu wil je natuurlijk weten waar dat ‘geuzennaam’ vandaan komt? Ook dat kun je vinden op Wikipedia. Het is te aardig om hier niet aan te halen:

  • Met de woorden ‘N’ayez pas peur Madame, ce ne sont que des gueux’, ‘Wees niet bang mevrouw, het zijn slechts bedelaars’ zou Charles de Berlaymont, adviseur van Margaretha van Parma, in 1566 de lage edelen hebben aangeduid die het Smeekschrift der Edelen aanboden. Drie dagen later hief een van die edelen, Hendrik van Brederode, tijdens een feestmaal de volgende woorden aan: ‘J’ai bu à la santé des Gueux! Vive le Gueux!’, ‘Ik heb op de gezondheid van de bedelaars gedronken! Leve de bedelaar!’.*

Kortom, wat eerst negatief was, wordt positief.

De kruisbloem en het poepertje op de nieuwe Bavo (foto BvHH 2013)
De kruisbloem en het poepende mannetje op de nieuwe Bavo als onderdeel van een dekplaat van een steunbeer (ontwerp Joseph Cuypers, uitvoering atelier Cuypers & Co 1895-1898) (foto BvHH 2013).

Poepend mannetje — Je kunt je afvragen of zoiets ook gebeurd is met het poepende mannetje of kakkertje boven op de nieuwe Bavo. Bij deze figuur gaat het om een urban legend, vergelijkbaar met de erwtenman van de Bossche kathedraal. In allebei de gevallen staat de bouwvakker centraal, de man zonder wie de kathedraal niet had kunnen verrijzen. De bouwheer kan nog zo bevlogen zijn en de architect nog zulke mooie plannen hebben, zónder de bouwvakker die de steigers beklimt en zijn rug breekt op balen zand, stenen en houten balken, komt er niets van terecht. Joseph Cuypers realiseerde zich dat maar al te goed en hij bracht hem een bijzondere hommage.

Als je de afbeeldingen bij dit verhaal bekijkt zie je dat het poepende mannetje deel uitmaakt van een afdekplaat van een flinke steunbeer, in combinatie met een fraai gestileerde kruisbloem. Nou ja, bloem, meer een bloemachtig iets, want zo’n rechthoekig geval zul je in de natuur niet tegenkomen. Nu gaat het om de plek waar dit duo is aangebracht. Dat is schuin boven de Sacramentskapel, waar je verschillende niveaus kunt onderscheiden. Allereerst direct op het dak waar twee prachtige monsters zijn te zien, met achter zich een vleermuis en een springende vis. Vlak bij de laatste staat op de nok van de kapel – bij wijze van contrast – de zichzelf opofferende pelikaan die haar jongen met haar eigen bloed voedt. De middeleeuwse wijsgeer Thomas van Aquino (1225-1274) typeerde hem als het beeld van de zich opofferende Christus aan het kruis.* Direct in het verlengde van het monster met de vleermuis ontmoeten we een ruw, onbewerkt blok steen, terwijl daarboven op een hoger plan het koppel van de kruisbloem en het mannetje zit.

Unvollendete — Stellen de beelden van monsters en pelikaan het goed en het kwaad van de wereld voor, de steen die direct uit de groeve lijkt te komen symboliseert het wordingsproces. Er zitten meer van dit soort blokken aan de buitenkant van de kathedraal. Mensen die vaker verhalen van mij hebben gelezen, weten inmiddels dat dat te maken heeft met wat ik als de Unvollendete heb aangeduid. Joseph Cuypers heeft – uiteraard met instemming van zijn opdrachtgevers, de bisschop en zijn vicaris-generaal A.J. Callier – een gebouw neergezet dat bewust onvoltooid was. Zeer waarschijnlijk heeft hij een concept ‘verbeeld’ uit de filosofie van Thomas van Aquino die zich op zijn beurt heeft laten inspireren door Aristoteles. Het gaat hier om de actus (van handelen, doen, ontwikkelen) en de potentia (van aanleg, vermogen, talent).*

Betrekken we dat op ons zelf, dan zijn we in een voortdurende staat van wording, waarbij ieder moment iets anders kan ontstaan omdat we de potentie hebben om deze of die kant op te gaan.* In de nieuwe Bavo heeft Joseph Cuypers dat onder meer uitgedrukt in de bouwsculptuur: de kathedraal zit zowel binnen als buiten vol deels voltooid beeldhouwwerk dat elk een fase vormt van het totstandkomingsproces van een beeld. Het aardige hiervan is dat hij op deze manier ook het besluitvormingsproces illustreert, want juist dat onaffe laat zien dat het beeld nog alle kanten op kan. En dat is bij uitstek het geval helemaal aan het begin van het proces, met dat rudimentaire blok steen dat kersvers uit de groeve afkomstig lijkt te zijn.*

Onbewerkt blok steen bij de nieuwe Bavo, haast direct uit de groeve (foto BvHH 2013)
Onbewerkt blok steen bij de nieuwe Bavo, zo uit de groeve (foto BvHH 2013).

Wordingsproces — Maar waar een begin is, is ook een einde en dat wordt getoond door het bloemmotief en het poepende mannetje. Ze staan voor twee sporen in de beeldhouwkunst: de decoratieve kant met haar florale weelde en de figuratieve die zich op wezens van vlees en bloed concentreert. Wat Joseph Cuypers de vakmensen van zijn atelier in beide gevallen laat weergeven is hoe een blok steen een vorm wordt door er zo min mogelijk vanaf te halen. Volgens de acta en de potentia zit het beeld immers al in de steen, of liever gezegd, er zit een eindeloze verzameling beelden in die steen, waarvan deze twee worden vrijgelegd.

Maar we gaan nog een stap verder. Ons mannetje is nog maar net uit de steen bevrijd. Hij knijpt wat verbaasd met zijn ogen tegen het licht en zit nog even vast in zijn gedrukte houding. Maar het lijkt wel of hij ieder moment zijn handen van zijn hoofd kan halen om op te gaan staan. Ook die potentie is verbeeld. En laat nu juist de energie die hij bijna opstaand tot uitdrukking brengt door de beschouwers niet geïnterpreteerd zijn als een moment van belasting, maar van ontlasting. Een kakkertje dus!

Zouden de architect en zijn opdrachtgevers deze spotnaam gewaardeerd hebben? Hoogstwaarschijnlijk niet. Is het een geuzennaam geworden? In zekere zin wel, want de mensen rond de nieuwe Bavo zijn best wel trots op hun hoogsteigen poepende mannetje. Hij is dan ook op een hoogst vermakelijke manier tot leven gebracht in een uitzending van City Marketing Haarlem (2009) die je hieronder kunt zien.

Het goed recht van het publiek — En de laatste vraag: is dit nu erg? Is het een bespotting van de idealistische gedachte die er achter zit: van een scheppingsverhaal in steen? In mijn beleving is er geen ja of nee, omdat dit simpelweg hoort tot de receptiegeschiedenis van dit beeld. En als er iets getuigt van een effectieve receptie is het wel een spotnaam. Dan heeft het kunstwerk de mensen linksom of rechtsom gegrepen en dat is iets waarover de maker géén zeggenschap heeft. Wat dit betreft, mag ik graag verwijzen naar de kunstfilosoof Jacques de Visscher die hierover mooie dingen heeft gezegd. Hij is er heel stellig over dat de bestemming van de kunst niet de maker zelf is,

  • ‘maar het publiek, en dat bijgevolg de zaak van het begrijpen van een kunstvoorwerp niet in de eerste plaats bij de maker ligt die dit dan buiten het werk om aan de toeschouwer als aangesprokene dicteert’.*

Kunstwerken zijn niet aansprekend omdat ze ‘in de particulariteit van de wereld van de maker’ gevangen zitten, maar juist omdat ze steeds weer ‘nieuwe verhalen genereren’.* Het staat ieder dus vrij er van te maken wat hij of zij wil, zoals het poepende mannetje bij de nieuwe Bavo prachtig laat zien.

Wist je overigens dat Rembrandt ook een kakkertje heeft gemaakt? Heus waar! Probeer daar maar eens achter te komen en als je het vindt, laat het me weten.

B.1

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Video van City Marketing Haarlem (2009) met onder meer het poepende mannetje.


Meer informatie & bestelgegevens

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de bronnen die hieronder staan vermeld:

  • Hellenberg Hubar, Bernadette van, De nieuwe Bavo te Haarlem. Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016, paragraaf 4.2 en 4.3.4.
  • Ruyven-Zeman, Zsuzsanna van, Van heiligen tot amoeben, Honderdvijftig jaar monumentale glasschilderkunst in Nederland, Amersfoort 2014.
  • Visscher, Jacques de, Het verhaal van de kunst, een wijgerige hermeneutiek van het kunstwerk’ Amsterdam 1990, p. 80.
  • Wikipedia: https://www.wikiwand.com/nl/Geuzennaam.

Om het boek over de nieuwe Bavo te bestellen, volg deze link: http://bit.ly/Bavo-Ao

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.


  1. Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is gepubliceerd op ifthenisnow.nl, 24 januari 2016.
    Verkorte link: http://bit.ly/20LSvLB 

Het penningske van de weduwe

Mijn eerste nieuwsbrief van 2016 – Het penningske van de weduwe -, verstuurd via Laposta, kun je inkijken via de webversie via deze link.
Dat is in ieder geval een aanrader voor smartphones, tablets en iPads.

Maar het is ook mogelijk om het document te lezen via het scherm hieronder.

Het-penningske-van-de-weduwe-en-andere-verhalen

Het belangrijkste item van deze nieuwsbrief? Dat is zeker het bericht over de nieuwe Bavo, dat ik graag onder je aandacht wil brengen!

;-) Bernadette

Vleermuis op de nieuwe Bavo, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door de firma Cuypers & Co (1898) (foto BvHH 2013)

Verkorte link: http://bit.ly/2vPjPRR (voorheen: http://bit.ly/1nJ4paE)

De Kerstkapel van de nieuwe Bavo

Joseph Cuypers en Jan Stuyt, De Kerstkapel in de nieuwe Bavo, voorheen heilige Familiekapel (1896).
Joseph Cuypers en Jan Stuyt, De Kerstkapel in de nieuwe Bavo, voorheen heilige Familiekapel (1896).* Foto BvHH 2014.

Tijdens het onderzoek voor de nieuwe publicatie over de kathedraal ben ik heel wat verrassende dingen tegen gekomen, zoals dit katern in goudopdruk dat zo van de drukker lijkt te komen. Het gaat om een nummer van het Zondagsblad voor het Katholieke Huisgezin van 1896. Bij nader inzien blijkt het de jubileumuitgave te zijn bij gelegenheid van het gouden priesterfeest van bisschop Caspar Bottemanne (1823-1903). Op zich is dat al interessant, maar wat het nog mooier maakt is de artist’s impression van de Kerstkapel, die ondertekend is met ‘Jos. Cuypers inv.’ en ‘Jan Stuyt, del’. De afkortingen verwijzen naar termen uit de grafische kunst, waarbij inv. staat voor invenit (ontwierp het) en del. voor delineavit (tekende het).* Oftewel, Joseph Cuypers ontwierp de kapel en Jan Stuyt die als opzichter of uitvoerder bij de eerste bouwfase betrokken was (1893-1898), maakte de tekening. Hij heeft overigens meer van dit soort impressies gemaakt. Opvallend genoeg zie je op zijn voorstelling geen banken staan. Mensen dwalen in stille devotie door de ruimte, vergezeld door een enkele priester. Eigenlijk krijg je hier een beeld dat voor de contrareformatie in alle kerken was te zien: een ruimte gevuld met altaren, maar zonder banken voor het kerkvolk. Je kunt je afvragen of dit ook het ideaal was van de programmamaker van de kathedraal, A.J. Callier die Bottemanne in 1903 opvolgde.

De kapel was oorspronkelijk gesticht voor de Aartsbroederschap van de Heilige Familie die het genoemde zondagsblad uitgaf. Bisschop Bottemanne zette de broederschap in als een van zijn sociale instrumenten: de organisatie was namelijk opgericht als wapen tegen de ontkerstening, die in de loop van de negentiende eeuw alleen maar toe dreigde te nemen onder druk van het opkomende socialisme. Zolang men zich in het gezin – hoeksteen van de maatschappij – concentreerde op het katholiek leven, de vervulling van de godsdienstplicht en de devoties, verminderde de kans op afvalligheid. Bij dit katholiek leven hoorden ook zaken als het berusten in het lot, zoals vanaf 1898 met grote regelmaat staat te lezen in godsdienstig weekblad Sint Bavo. Het zou al te gemakkelijk zijn om dit uit de context van de tijd te trekken. Sinds het pontificaat van Leo XIII was de kerk namelijk oprecht bezig om een sociaal beleid te ontwikkelen, maar de manier waarop bleek ver achter de realiteit aan te sjokken. Pas onder bisschop Aengenent, de opvolger van Callier, zou dit serieus van de grond komen.

Je zou verwachten dat de heilige Familiekapel in de jaren zestig werd omgedoopt tot Kerstkapel, toen de algehele teloorgang van kerkelijke devoties ook de betreffende aartsbroederschap raakte. Maar dat klopt niet. Het nog middeleeuwse heilig Kerstmisgilde kreeg nog voor de oorlog, in 1925, toestemming om deze ruimte te gebruiken en verder in te richten. De brochure op de website van het gilde vermeldt dat toen de naam Kerstkapel inburgerde:

Vanaf dat moment is de kapel dankzij het gilde volledig ingericht op een wijze, zoals die voor alle (straal)kapellen bedoeld was. Mari Andriessen ontwierp het altaar, dat in 1929 werd gerealiseerd, tezamen met de daarboven als retabel geplaatste kerstscènes, Han Bijvoet maakte de ontwerpen voor de vier kroonluchters (1948) die in de loop der jaren werden uitgevoerd door de Haarlemse edelsmid Theodoor Thijssen. Datzelfde geldt voor de door Bijvoet ontworpen glas-in-loodramen en zijn evenals de kroonluchters verspreid over de jaren 1932-1957 geplaatst. In 1936 ontwierp architect B.J.J.M. Stevens de communiebank en de hardstenen vloer (1937). De bestuursbank voor het gilde werd in 1959 door beeldhouwer A.P. Termote ontworpen terwijl Bijvoet in die tijd de muurschilderingen boven de glas-in-loodramen verzorgde, evenals de wandschildering van David boven de deur, die toegang geeft tot de tribune van het transeptorgel (1965).*

De Kerstkapel vormt dan ook een prachtig ensemble van architectuur en toegepaste kunsten: een gesamtkunstwerk*, zoals dat in vakliteratuur wordt genoemd.

Kalligrafie zuiver hart Kerstkapel nBavo
Joseph Cuypers, Pijler met de kalligrafie ‘Mundi corde Deum videbunt’ (De zuiveren van hart zullen God zien). Foto www.heiligkerstmisgilde.eu.*

Waar ik tot slot nog de aandacht op wil vestigen?

Op de fraaie terracotta’s van Joseph Cuypers tegen de pijlers, ook omdat hierin de oorspronkelijke boodschap staat te lezen: Mundi corde Deum videbunt (De zuiveren van hart zullen God zien) en Deus humilibus dat gratiam (God geeft aan de nederigen zijn genade). Hoewel de aartsbroederschap dit moraliserend bedoelde om de gelovigen deugden als kuisheid en nederigheid in te prenten, gaat de strekking daar ver overheen.*

Zo begon het immers ooit, daar in Bethlehem met de herders die het kind kwamen begroeten, in alle eenvoud en onbevangen.

Een zalig kerstfeest voor iedereen!

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie & bestelgegevens

Benieuwd naar de Kerstkapel en de nieuwe Bavo? Dat komt mooi uit, want de kathedraal is tijdens de kerstvakantie geopend van 23 december 2015 t/m 3 januari 2016. Volg deze link voor het programma.

De * in de tekst staat voor de volgende informatie:

  • Het katern met de tekening in de kop van het artikel is afkomstig van het Noord-Hollands Archief te Haarlem.
  • Voor de grafische terminologie zie de site van de kunstbus.
  • Voor de Aartsbroederschap van de Heilige Familie zie de Site van Van Wersch en het Meertensinstituut/KNAW.
  • De brochure Een moderne kapel kan gedownload worden via www.heiligkerstmisgilde.eu. Ook de foto van de terracotta kalligrafie komt van deze site en kan daar gedownload worden.
  • Het begrip Gesamtkunstwerk komt van de componist Richard Wagner, voor wie het om een samenspel ging van muziek, toneel, architectuur en toegepaste kunsten. Het begrip is in Nederland zodanig ingeburgerd dat het met een kleine letter geschreven wordt.
  • Voor de tekst en de oorspronkelijke boodschap zie J.S., ‘Kathedrale kerk van St. Bavo te Haarlem, Heilige Familiekapel’, in Zondagsblad voor het Katholieke Huisgezin 32 (1896), nr 33 d.d. 16 augustus, p. 264. Dit is gelijkluidend met Marie A. Thompson, De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898, p. 79.
  • Voor de opzet van het beeldprogramma zie: Bernadette van Hellenberg Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016.

Bibliofiele uitgave — Er komt een bibliofiele uitgave van ‘Ad orientem’, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de nieuwe Bavo. Dat is een aparte, genummerde en gesigneerde editie, waarin de naam van de begunstigers wordt vermeld. De ondergrens is € 100,00 per exemplaar, maar meer mag natuurlijk ook! Het boek is te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden).

Korting van € 10,00 — Op dit moment kan het boek ook besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, medio 2016, wordt dit € 49,95. Het boek is te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden).

Voor wie dit een sympathiek doel vindt, maar geen boek wil, is er ook de mogelijkheid om een lager bedrag naar vrije keuze te doneren. Wees zo goed om dit per mail door te geven aan NieuweBavo@gmail.com, onder vermelding van het te doneren bedrag.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.