Aparte verloding apsisramen Begijnhofkapel Breda

Bernadette van Hellenberg Hubar. “#Kerkverhalen | Aparte verloding glas in lood Begijnhofkapel Breda”. if then is now.

Een van de meest sfeervolle kerkinterieurs van #KunstinBreda zit bij nader inzien – ook – vol geheimen. De meeste in deze intieme kapel op het Begijnhof in Breda heb ik dankzij een artikel uit 1997 van een van de docenten uit mijn studietijd, Wim Bergé, aardig kunnen ontsluieren. Overigens niet altijd tot mijn genoegen, want als je ziet wat er in anderhalve eeuw met de polychromie is gebeurd, word je niet blij. Karakteristiek voor het gebrek aan waardering in de jaren 1970 is dat, wat er aan oorspronkelijke afwerklagen op de houten beelden zat, volledig verdwenen, waarschijnlijk door ze in loogbaden onder te dompelen.

Het verhaal over de verloding van de apsisramen is gelukkig niet zo somber, al blijven de vragen daarover vooralsnog onbeantwoord.

Wie het weet, mag het zeggen! Ga het maar eens lezen op ifthenisnow.eu: http://bit.ly/2nZoZXJ.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  • Bergé, Willem. “Negentiende-eeuwse gebouwen op het Begijnhof te Breda”. Evernote | deoranjeboom.nl, 1997. http://bit.ly/2laGa8D.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “#Kerkverhalen | Aparte verloding glas in lood Begijnhofkapel Breda”. if then is now. Geraadpleegd 2 april 2017. http://bit.ly/2nZoZXJ.

Hoe het begon … if then is now

Screenshot Twitteraccount @Kerkverhalen

Op 12 mei 2016 is een eerste bijeenkomst geweest in de Laurentiuskerk te Alkmaar rond het thema: De kerk in het midden. Hoe je met verhalen kerkelijk erfgoed helpt, georganiseerd door ifthenisnow.eu en vanhellenberghubar.org. Hiermee is de start gemaakt met de ontwikkeling van een virtuele community rond kerkelijk erfgoed op if then is now, met het idee om de onzichtbare musea – die kerken vaak blijken te zijn – bekend te maken bij een groot publiek. Als er één groep monumenten gebaat is bij de bevordering van erfgoedtoerisme, dan wel deze. De komende jaren zullen steeds meer kerken moeten kiezen voor integrale herbestemming of aanvullende functies, waarvoor het belangrijk is om publiek te trekken. Profileren is dus het motto.

Meer weten over wat deze dag heeft gebracht? Lees dan verder via deze link: http://bit.ly/KihM-alg (even naar beneden scrollen).

#Kerkverhalen

Naar aanleiding van de bijeenkomst in Alkmaar is op ifthenisnow.eu de rubriek #Kerkverhalen gestart. Met de hashtag#kerkverhalen krijg je via het zoekscherm een overzicht van de items die tot dusver zijn gepubliceerd. Daar zit van alles bij, dus niet alleen items die in te ontsluiten kerkgebouwen staan, maar ook algemene verhalen zoals die van André Droogers, die vol humor #kerkverhalen als antropoloog benadert.

Bij mij zitten de verhalen vol weetjes, maar dat zal mensen die al vaker iets van me hebben gelezen niet verbazen. Voor een deel staan deze webartikelen ook – aangekondigd – op deze site. De meeste items over de nieuwe Bavo in Haarlem zijn van vóór #kerkverhalen, dus die kun je eenvoudig vinden met de zoekterm ‘nieuwe Bavo’. Op dit moment hebben mijn #kerkverhalen hoofdzakelijk betrekking op het project #KunstinBreda.

Ga eens kijken, want misschien wil je hier wel aan meedoen. Als dat het geval is kun je contact opnemen met menno@ifthenisnow.eu (06-31974866) of met mij (zie de contactgegevens rechtsboven op dit scherm).

We zijn trouwens niet alleen geïnteresseerd in gloednieuwe #kerkverhalen, maar ook in stukken die (vroeger) analoog zijn gepubliceerd of op een site met een totaal andere doelgroep. Zolang de stukken actueel zijn – of wel gedateerd, maar representatief voor een bepaald tijdsbeeld – en vallen binnen de reikwijdte van kunst, cultuur en erfgoed, kunnen we je een groot lezerspotentieel bieden.

Wil je niets missen? Volg ons dan via @kerkverhalen@ifthenisnow en @Bern4dette.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2g28S6d

Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract

Fatimahuis Weert. Marij Coenen, mei 2016.
Het Fatimaraam van Charles Eyck in het Fatimahuis (voorheen de Fatimakerk) te Weert, uit 1957. Als Eyck de figuren had weggelaten, zou het glas niets aan zeggingskracht hebben ingeboet. Foto Marij Coenen, mei 2016.

_______________

Na de Tweede Wereldoorlog pakten de kunstenaars vrijwel allemaal hun figuratieve stijl op van voor 1940. Maar de nieuwe abstracte kunst drong op. Wat betekende dit voor de kerkelijke kunst?

Je zou denken dat dit een theoretisch probleem is, maar dat is allerminst het geval. Los van hoe dit de kunstenaars aan het hart ging, heeft dit consequenties voor hoe wij hun werk waarderen. En dat heeft weer gevolgen voor het toekomstige lot van de fysieke objecten.

Zoals ik in de mirror* ‘De kerk als buit’ heb uitgelegd, zullen de komende jaren veel – erg veel – kerkgebouwen gesloten worden.* En waar blijft dan de uitmonstering? Sterker nog, in hoeverre zijn die inrichtingen geïnventariseerd of gewaardeerd? Want als we als maatschappij willen besluiten welke kerken wel of niet behouden blijven, tellen de uitmonsteringen natuurlijk mee. Dat betekent registreren wat je in huis hebt en de waarden daarvan vaststellen. Dat laatste kan alleen als we voldoende weten van de kunst in kwestie. Op dit gebied bestaat echter een behoorlijk grote kennisleemte die onder meer ontstaan is, doordat kunsthistorisch Nederland lange tijd alleen oog had voor de avant-gardekunst. Maar er is heel wat meer gemaakt tijdens de wederopbouw en de daarop volgende decennia.

In Breda hebben ze op deze problematiek een voorschot genomen met het project #KunstinBreda, waarover ik eerder al enkele blogs schreef. De afgelopen maanden ben ik bezig geweest met de waardering van een groot aantal religieuze kunstwerken in kerken, publieke gebouwen en de openbare ruimte. Een behoorlijk groot aantal hiervan dateert uit de periode 1935-1965, de tijdspanne waarover dit thema in het bijzonder gaat. In de jaren 1930 was het barok expressionisme wat de klok sloeg, zoals ik heb uitgelegd in het item over het wegkruis van Leen Douwes. Veel kunstenaars zetten dit voort na de oorlog, waardoor nog tot in de jaren zestig hiervan voorbeelden zijn te zien, zoals het tableau van Joep Nicolas in de Koninklijke Militaire Academie van Breda (1964). Daarnaast had je onder de glaskunstenaars de sterke invloed van Heinrich Campendonk, hoogleraar aan de Rijksacademie in Amsterdam, wiens invloed in naoorlogs Breda onder meer doorwerkte via het oeuvre van Marius de Leeuw, Jan Dijker en Gerrit de Morée. Met name hier zie je dat manoeuvreren met de kool en de geit tussen figuratief, decoratief of abstract.* Collega-onderzoeker Monique Dickhaut, bezig met een promotieonderzoek naar naoorlogse Limburgse kunst, wees me erop dat veel van wat als abstract gepresenteerd werd in feite decoratief was.* Zelf viel me op dat veel van wat abstract wordt genoemd vanzelf weer figuratief wordt – of lijkt te worden – als gevolg van de spontane mimesis. Ik zal dit hieronder toelichten, maar hier kan al opgemerkt worden dat je in beide gevallen zou kunnen spreken van een ontsnappingsclausule. Dat had niet alleen met esthetische of maatschappelijke vraagstukken te maken – figuratief werd op een bepaald moment geassocieerd met het realisme van de totalitaire staten – maar ook, of liever opnieuw met de kerk.

De kerk en de kunst

Wie meer over de strijd van de kerk tegen de moderne kunst wil weten moet het boeiende artikel lezen van Jos Pouls, ‘Tussen Rome en Parijs’.* Hierin bespreekt hij onder meer de reuring rond de eerste tentoonstelling over moderne kerkelijke kunst in Nederland in het Van Abbemuseum in 1951. Onder het motto dat Nederland wakker geschud moest worden, had Edy de Wilde deze overgenomen van Musee d’Art Moderne in Parijs. Dat wakker schudden lukte, want heel Nederland kwam er op af. Niemand die ook maar iets met kerkelijke kunst te maken had ontbrak. Was het dan zo schokkend wat er was te zien? Vandaag zouden we zeggen van niet – gelet op de expressionistische en kubistische signatuur – maar toen bleek het een graadmeter te zijn voor wat de Kerk (met een hoofdletter) accepteerde.


Kort en goed was er nauwelijks iets veranderd ten opzichte van de situatie van voor de oorlog, ook al was de sterke vernieuwingsbeweging vanuit Frankrijk – waarvan de bovenstaande diaserie een indruk geeft – evenmin te stuiten. Ik heb de belangrijkste jaartallen aan de hand van Pouls in een kroniek gerangschikt.* Wat blijkt als we ze langslopen:

  • 1920 | De veroordeling van de expressionistische kruisweg van Albert Servaes (hierover vertelde ik al iets bij het wegkruis van Leen Douwes). De waardigheid van Christus was in het geding.
  • 1931 | De veroordeling van de tentoonstelling van expressionistische moderne religieuze kunst in Essen als ‘arte blasfema’: met name de vertekening en misvorming van de door God geschapen ‘werkelijkheid’, die in de visie van de kerk geïdealiseerd hoorde te worden in vorm, factuur en kleur, was onacceptabel.
  • 1946 | Tentoonstelling Stedelijk Museum: Pablo Picasso en Henri Matisse.
  • 1947 | Tentoonstelling Stedelijk Museum: Piet Mondriaan (2.9).
  • 1947 | De encycliek Mediator Dei stelt dat ‘moderne voorstellingen en vormen niet uit vooringenomenheid mochten worden verworpen en dat kerkelijke kunstenaars vrij moesten worden gelaten’. Dit ging niet zonder mitsen en maren, want opnieuw klinkt het verzet tegen moderne kunstwerken die immers ‘misvormingen en verkrachtingen zijn van de gezonde kunst en bovendien menigmaal flagrant in strijd met de christelijke betamelijkheid, zedigheid en vroomheid’.
  • 1947-1949 | Met het voorgaande was de toon gezet voor de strijd rond de ‘blasfemische’ kruisweg van Aad de Haas in Wahlwiller die hij tenslotte zelf verwijderde uit de kerk. Omdat hier nooit een officieel verbod op is gelegd door Rome, kon deze in tegenstelling tot die van Albert Servaes, teruggeplaatst worden.
  • 1947-1948 | De dominicanen M.A. Couturier en P. Regamey – bevriend met onder meer de filosoof Jacques Maritain en zijn netwerk van hedendaagse kunstenaars – starten in hun tijdschrift Art sacré een offensief voor de toepassing van moderne kunst in de kerk.
  • 1948 | Tentoonstelling Stedelijk Museum: De experimenteelen (Cobra) (dia 2.9).
  • 1948 | P. Régamey is als spreker aanwezig op het con­gres over ‘Nederland’s Nieuwe Kerken’ in Rotterdam, waar hij vernieuwing bepleit. Zijn lezing wordt gepubliceerd in het Katholiek Bouwblad.
  • 1948 | In het Gildeboek (een periodiek voor kerkelijke kunst) wordt verslag gedaan van het congres over moderne religieuze kunst in Parijs, opgezet door M.A. Couturier en P. Regamey.
  • 1950 | Onder invloed van Art sacré worden de eerste moderne kerken in Frankrijk gebouwd en ingericht met behulp van – deels niet-katholieke – kunstenaars. Een van de meest aansprekende voorbeelden hiervan is Notre Dame de Toute Grâce in Assy, waar de dominicaan Couturier onder meer als glaskunstenaar bij betrokken was (dia 1.2). Hier vind je tegeltableaus van Henri Matis­se (dia 1.7) en Marc Chagall (dia 1.4), glazen van onder meer Georges Rouault (dia 1.3) en een bijzonder crucifix van Germaine Richier (dia 1.6). De voorgevel is gesierd met een reusachtig mozaïek van Fernand Léger (dia 1.1). Een ander voorbeeld in dit medium komen we tegen aan de binnenkant en dat is van een kunstenaar die ook in Breda heeft gewerkt: Théodore Stravinsky (dia 1.5). Als we de monumentale kunst in deze kerk onder een stilistische noemer willen samenvatten, dan is het expressionisme, en wel in een vorm die voor de oorlog al gangbaar was. Wat dat betreft hoeft alleen gewezen te worden op George Raoult, van wie werk opgenomen is in het toonaangevende naslagwerk van de kunsthandelaar Clemens Meuleman – Hedendaagsche religieuse kunst – uit 1936.
  • 1950 | Recensie in Limburgsch Dagblad van de tentoonstelling van ‘moderne Franse religieuze kunst in het Palazzetto Venezia’ te Rome, ‘welker welsprekende woordvoerder, de Dominicaner pater Pie Régamey is’: met onder meer werk van Marc Chagall, Alfred Manessier (dia’s 2.4 en 2.8). Henri Matisse, Georges Raoult en Georges Braque. De recensent verwijst onder andere naar Jacques Maritain en meent: ‘ook deze expositie herbergt haar deformaties, haar extremiteiten’, maar het zijn er relatief weinig.
  • 1951-1955 | In een van de meest progressieve bisdommen van Frankrijk, Besançon, kwam hèt icoon van de moderne kerkbouw tot stand: Notre-Dame-du­-Haut in Ronchamp van Le Corbusier (dia 2.2). Hij ontwierp zowel het gebouw als de monochrome glazen die hij zelf gebrand zou hebben.
  • 1951 | Tentoonstelling ‘Moderne religieuze kunst uit Frankrijk’ in het Van Abbe­museum in Eindhoven met een sterke expressionistische nadruk. De reacties varieerden van uitgesproken positief tot negatief. Apart is de vaak positieve aandacht die Alfred Manessier(dia’s 2.4 en 2.8) krijgt die als een van de weinigen met haast volledig abstracte doeken aanwezig is. Hij past bij uitstek in de visie van Couturier en Regamey dat met name de abstracte kunst goed ingezet kon worden om het religieuze ‘binnenleven’ uit te drukken.
  • 1950-1953 | Reactie Vaticaan: veroordelingen, anti-modernistische richtlijnen en verplaatsing kunstvoorwerpen. Casus: crucifix van Germaine Richter werd verwijderd uit de kerk van Assy (dia 1.6).
  • 1951-1955 | Katholieke kunstenaars en hun organisaties omarmen het voorbeeld uit Frankrijk. Exponenten in Nederland zijn onder meer de glaskunstenaar Daan Wildschut (dia 2.5) en beeldhouwer Nic Tummers (dia 2.6).
  • 1957-1958 | Omslag in het Vaticaan met de bedevaartkerk Madonna della Lacrime in Syracuse (Italië) in een futuristische kegelvorm uit gewapend beton (1957) (dia 2.7). Voorts werd het semi-abstracte werk ‘Doornenkroon’ van Alfred Manessier uit 1954 door de kerk in 1958 bekroond (dia 2.8).
  • 1962-1965 | Tweede Vaticaans Concilie.

Ik zou de lijst nog wel wat verder kunnen uitbreiden, maar dit is voldoende om te begrijpen waarom datgene wat we standaard als het gevolg van Vaticanum II karakteriseren, vaak al enige jaren ouder is, terwijl opnieuw duidelijk is dat de uitgesproken en dramatische versie van het expressionisme na de oorlog niet alleen opnieuw ‘modern’ was, maar onveranderd de gebeten hond bleef van Rome. Dit kan een extra aansporing zijn geweest voor al die kunstenaars om vast te houden aan de barokke variant die na 1931 tot ontwikkeling kwam, zoals Leen Douwes en Jacob Ydema.* Tegelijkertijd valt op dat maar weinig artiesten zich aan de abstracte kunst waagden, zelfs al was deze door de twee dominicaner pioniers was gepromoveerd tot volwaardig medium voor de uitdrukking van kerkelijke kunst en religieuze gevoelens. Een van de weinigen die daarin heel ver ging was Alfred Manessier die hier voor de oorlog al mee experimenteerde. Zijn werk geeft aan dat het de mannen van Ars sacré ook echt te doen was om abstract in de zin van optimaal non-figuratief.

Mimesis trouvé

De goede verstaander hoort het al: optimaal non-figuratief. Waarom ik deze nuance introduceer? Omdat het bijna ondoenlijk is pure abstracte kunst te maken. Óf het werk gaat in de richting van de geometrische abstractie, waarbij al snel een decoratieve boventoon doorklinkt. Óf de lijnen en vlakken hergroeperen zich in onze ogen tot herkenbare vormen: de spontane mimesis of mimesis trouvé die vaak geassocieerd wordt met Leonardo Da Vinci. Hij beschreef als eerste (?) hoe zich uit de wolken en – minder romantisch – bevlekte en vol gespogen muren figuren losmaakten.* De moraal van het verhaal is duidelijk: het menselijk oog kan zichzelf niet beletten om in de chaos van vormen het herkenbare naar voren te halen en de meest elementaire daarvan zien we bij de vroegste tekeningen van ieder kind: de kopvoeters die Cobra tot een artistiek leidmotief maakten (dia 2.9).*

Wat het met onze waarneming doet valt goed te illustreren aan de hand van het ‘moderne’ hoogaltaar van de heilig Hartkerk in Breda (dia 2.10). Toen het onder invloed van Vaticanum II regel werd om de mis te vieren met het gezicht naar het kerkvolk toe, was een nieuw hoogaltaar nodig. Het bestaat uit een tombe en altaarblad uit natuursteen met een zeer eenvoudige, maar weloverwogen ornamentiek. De inkepingen in de mensa suggereren stenen plooien. Op de tombe is het kruis in het midden het enige herkenbare embleem dat omringd wordt door omhooggaande, ‘zittende’ lijnen die vanuit de mimesis trouvé geïnterpreteerd kunnen worden als gelovigen rondom Christus. Het is duidelijk een van die voorbeelden waarbij de kerkelijke kunst de zwenking naar het abstracte maakt, maar wel op die manier dat het ook als decoratief geïnterpreteerd kan worden, zodat het geen aanstoot zou geven. Tegelijkertijd wordt de spontane mimesis geprikkeld die tot een figuratieve beleving leidt.

Toets: de Fatimakerk in Weert

In dit verband is het interessant om een uitstapje te maken naar Weert, naar de Fatimakerk van Pierre Weegels (1953) (dia 2.1). Hier ontwierp Hugo Brouwer in 1959 – naar verluidt – de eerste abstracte ramen voor een kerk, nadat Charles Eyck in 1957 zijn grote Fatimaraam boven de orgeltribune zag geplaatst. Dit laatste oogt als een explosie van wervelende zonnen die het centrum vormen van uitschietende vleugels van kleur, waarin de futuristisch beïnvloede zaagtandlijnen voor nog meer snelheid zorgen. Te midden van deze nagenoeg volledig abstracte dynamiek bewegen zich enkele figuren als dragers van het verhaal. De uitdrukking van dit machtige gebeuren gaf de kunstenaar een – mogelijk ook in zijn ogen – legitieme gelegenheid om over de grenzen van zijn figuratieve idioom te kijken. En een sterke expressionistische flair is het resultaat.

Wanneer Hugo Brouwer een paar jaar later, in 1959, opdracht krijgt voor de beglazing van het schip kiest hij voor een heel andere route dan Charles Eyck. Ze hebben dan al eerder aan een project gewerkt: de Catharinakerk van Pierre J.H. Cuypers te Eindhoven, waar door het oorlogsgeweld alle glazen verdwenen waren.* Eyck heet daar onder meer abstracte roosvensters ontworpen te hebben, maar die zijn nu net bij uitstek decoratief en borduren voort op de geometrische ontwerpmethode waarin de generatie van Joseph Cuypers zo sterk was (dia 2.11). De twee voorbeelden van Charles Eyck vormen een pittig contrast met het werk van Brouwer. In de Fatimakerk ontwierp de kunstenaar liefst twee maal vijf ramen in de lichtbeuk van het schip en twee in die van de apsis, terwijl hij voorts op het niveau van de zijbeuk verschillende medaillons met glas bezette. Hij koos hierbij voor een wisselend palet in verschillende combinaties, waarbij vooral de optische kwaliteit van het gekleurde glas werd benut, met naast elkaar geplaatst vlakken van gelijke kwaliteit. Grisaille werd achterwege gelaten om plastische suggesties van schaduwen te vermijden (dia’s 2.14-2.17).

Opzet was om het lineaire, tweedimensionale karakter van het ontwerp optimaal tot uitdrukking te laten komen. Daardoor wordt ook het decoratieve karakter van dit werk bepaald. De vernieuwing ligt in de stap die Brouwer vervolgens zet. Hij laat zich inspireren door het idioom van toonaangevende kunstenaars uit de Parijse scene om vervolgens met eigen oplossingen te komen. Het is fascinerend hoe hij omgaat met de surrealistische beeldtaal van Joan Miró (dia 2.12). Maar de meest veelzijdige invloed die hij ondergaat is die van Pablo Picasso (dia 2.13). Zo ontstonden ramen, waarin het motief van de stromende lijnen van Miró of Matisse is overgenomen. Hiertussen zijn basale geometrische figuren gevlochten die je bij Miró als geïsoleerde schema’s tegenkomt, ieder met hun eigen archetypische lading. Brouwer heeft duidelijk een voorkeur voor cirkels, driehoeken en ellipsen (dia 2.14). De invloed van Picasso herken je onder meer in een raam, waar uit de lijnen en gesloten omtrekken een grotendeels naakte, gedeformeerde vrouwenfiguur tevoorschijn komt. Hierbij wordt duidelijk ingespeeld op de mimesis trouvé. Dat gaat nog sterker op voor een van de andere glazen, waarin je een soort geabstraheerde, zij het geheel geklede Venus van Milo kunt herkennen. Iconografisch zou je die twee kunnen herleiden tot Eva en Maria of Judith (dia 2.15). Of dat correct is vraagt om een ander type onderzoek.

Behalve de twee vrouwenfiguren zijn er ook enkele dieren te herkennen, evangelistensymbolen nog wel: de vogel (adelaar) van Johannes, de stier van Lucas en de leeuw van Marcus (dia 2.16). Met elkaar maken ze deel uit van een oeuvre waarin de mimesis trouvé voor een groot deel is losgelaten en het decoratieve karakter van de abstracte kunst weer naar voren treedt. Wat bij dit segment opvalt, is de – vermoedelijke – toepassing van het automatische handschrift dat zich vaak uit in enkele alles verbindende lijnen (dia 2.17). Hoewel op dit gebied nog veel vergelijkend onderzoek gedaan moet worden, is het wel duidelijk dat Hugo Brouwer een bijzondere prestatie heeft neergezet in Weert, waarbij een serieuze stap is gezet om de eigentijdse abstracte beeldtaal te implementeren in de kerkelijke kunst.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

De * in bovenstaande tekst verwijst naar de volgende bronnen, samengesteld met behulp van Zotero.

  • De mirror op ifthenisnow.nl is een digitale constructie waarmee then en now tegenover elkaar geplaatst worden. Volg daarvoor de link onder de volgende bullet point.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “De kerk als buit | if then is now”. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2g4EuZd.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Spolia”. if then is now. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2f4Bvkq.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Uitmonstering”. if then is now. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2dPFUas.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “#KunstinBreda | Religieuze kunst, Waardestellingen van uitmonsteringen en clusters.” Ohé en Laak, 2017.
  • “Monique Dickhaut | LinkedIn”. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2iZfuCd.
  • Poels, Jos. “‘Tussen Rome en Parijs’, De context van een omstreden tentoonstelling van moderne religieuze kunst in Eindhoven (1951).” Trajecta. Tijdschrift voor de geschiedenis van het katholiek leven in de Nederlanden 11 (2002): 129–54.
  • De kroniek aan de hand van Pouls is aangevuld met significante momenten, ontleend aan Jobse, Jonneke. De schilderkunst in een kritiek stadium?: critici in debat over realisme en abstractie in een tijd van wederopbouw en Koude Oorlog: 1945-1960. Kunstkritiek in Nederland 1885-2015. Rotterdam: nai010 uitgevers, 2014.
  • “Surrealisme”. Geraadpleegd 1 januari 2017. http://kunst-modernisme.blogspot.com/p/surrealisme.html.
  • “Fatima Huis Historie”. Fatima Huis. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2iZjrqE.
  • Reliwiki. “Weert, Coenraad Abelsstraat 31a – Onbevlekt Hart van Maria – Reliwiki”. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2iZc1nb.
  • Thoben, Peter. “De ramen van de St.Catharinakerk – De historische en eigentijdse encyclopedie van Eindhoven”. Geraadpleegd 26 december 2016. http://bit.ly/2ixF16t.
  • Brouwer, Jos, Sybrand Zijlstra, en Hugo Brouwer. Hugo Brouwer. Eindhoven: (Z)OO producties, 2013.
  • Reliwiki. “Tilburg, Ringbaan West 300 – Margarita Maria Alacoque – Reliwiki”. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2iZ5sRw.

Jan Dijker, glazen apsis Margarita Maria Alacoquekerk, Ringbaan West 300, Tilburg. Foto Reliwiki/Anton van Daal 2002.
Jan Dijker, De abstract-decoratieve glazen in de apsis van de Margarita Maria Alacoquekerk aan de Ringbaan West te Tilburg dateren van 1961. Ik heb hier veel herinneringen liggen, omdat dit mijn parochiekerk was. Foto Reliwiki/Anton van Daal 2002.

_________

Dit webartikel kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/2folRjT (2016).

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2folRjT

 

 

Wat is dat, pyrophotographie?

Klik om naar het erfgoedverhaal te gaan over 'Pyrophotographie'. Foto van Marjanne Statema, 2014.

Wat dat is, pyrophotographie? Je leest het in mijn nieuwe erfgoedverhaal onder deze link: http://bit.ly/2ewTUE8

Heb je zelf voorbeelden van pyrophoto’s in glas in lood, laat het me weten via bernadette@vanhellenberghubar.org.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Pyrophotographie in #KunstinBreda

Om de diashow gedetailleerd te bekijken, druk op de pauzeknop en wandel er met de pijltjes doorheen.
________

Bij de inventarisatie van #KunstinBreda spoorde Marjanne Statema onder meer deze decoratieve ramen op in de trappenhal van Huize Liesbosch. Het werk is van een verzorgd, ambachtelijk karakter en behoort tot een type dat destijds standaard in dit soort gebouwen werd toegepast. In dit geval komen ze uit het atelier van de Gebroeders Wuisman, wier naam in een van de ramen staat. Een apart element vormen de fotoportretten van twee geestelijken die haarscherp in het glas zijn gebrand.

Op zich is de gewoonte om portretten op te nemen in glas in lood al vanaf de negentiende eeuw – internationaal – gebruikelijk. Meestal worden ze dan gecombineerd met heiligenfiguren, zoals onder meer blijkt uit het werk van firma’s als Heinrich Oidtmann (opgericht in 1857) in Linnich, circa 40 kilometer van Roermond in Duitsland, en Nicolas in Roermond (opgericht in 1855). Werden deze aanvankelijk ‘naturalistisch’ geschilderd, Oidtmann blijkt in 1870 een procedé ontwikkeld te hebben waarbij foto’s direct op glas afgedrukt konden worden: pyrophotographie of – in hedendaags Nederlands – pyrofotografie. In feite gaat het om een toen bejubelde vorm van massaproductie die zich niet beperkte tot bijbelse scenes, maar ook de mogelijkheid schiep om portretten op glas vast te leggen. Daar had Oidtmann aparte apparatuur voor ontwikkeld.

Of de Gebroeders Wuisman zelf hiervoor voorzieningen in het atelier hadden of dat dit werk uitbesteed werd aan een Duitse firma is niet duidelijk, maar in Breda is dit procedé ongetwijfeld toegepast. Wat het nog aparter maakt, is dat deze techniek voor een deel gecombineerd werd met glasschilderen, zoals te zien is bij de jas van de man rechts (dia 2). Ook bij gewone portretfoto’s gebeurde dat vaak. Aan deze twee voorbeelden in Breda kan een vrij nauwkeurige datering gehangen worden, omdat dit glas in de trappenhal vrijwel zeker uit de bouwtijd dateert (de uitbreiding onder architect Hubert van Groenendael, 1922). Als dat correct is zaten de gebroeders Wuisman op dat moment nog in Schiedam. Dat de portretten er niet later zijn ingezet blijkt uit de lijst die één geheel met de decoratie vormt. Ook al kwam dit type glas vroeger vrij vaak voor, er is in Breda nog maar een ander voorbeeld aangetroffen (zie hieronder naschrift 2).

De twee geestelijken die hier worden voorgesteld zijn pater Johannes Leo Dehon (1843 -1925) en een van zijn volgelingen. De een was de stichter van de congregatie, de ander waarschijnlijk de leidinggevende van het Grootseminarie dat hier door de Priestercongregatie van het Heilig Hart van Jezus in 1912 werd opgericht (achteraf blijkt dat anders te liggen, zoals blijkt uit het naschrift hieronder). Met de Latijnse tekst erboven houdt het tweetal de studenten die hier langs komen een paar van de belangrijkste stellingen van de congregatie voor:

  • Ecce Venio: Hier ben ik. Het betekent dat je er bent voor de ander, dat je bereid bent een ander bij te staan.
  • Sint Unum: Wees een met alle anderen. Dit betreft niet alleen de gemeenschapszin, maar ook de solidariteit.

Elders in de trappenhal zijn behalve enkele stichtelijke oneliners, de monastieke deugden weergegeven in symbolen en woorden: kuisheid, gehoorzaamheid, armoede en offervaardigheid. Ook voor de ornamenten geldt dat ze niet van hele hoge kunsthistorische waarde zijn, maar wel karakteristiek voor dit soort gebouwen en eveneens van een type waarvan al veel verdwenen is.

B.

Glas Huize Liesbosch, #KunstinBreda. Foto MStatema.nl 2014. Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Naschrift 1

Via de sociale media is de nodige respons gekomen op dit bericht. De meest informatieve reactie kwam van pastoor Henricus Jpt Broers die de rechterfiguur in dia 2 identificeerde als pater Andreas Prévot (1840-1913), een van de kopstukken van de congregatie.* De foto hieronder is niet zomaar letterlijk op het glas geprojecteerd, want daarna is de glasschilder aan het werk gezet om het portret te verouderen. Je maakt werkelijk van alles mee met #KunstinBreda! Overigens loopt voor beide voormannen van de congregatie, Dehon en Prévot, een proces tot zaligverklaring.

Pyrofotografie Huize Liesbosch #KunstinBreda pater Andreas Prevot, foto Henricus Jpt Broers
Pater Andreas Prévot (1840-1913). Foto: Henricus Jpt Broers 2016.

Naschrift 2

Inmiddels is een ander – tevens ouder – voorbeeld in Breda tevoorschijn gekomen, en wel in de Laurentiuskerk te Ulvenhout.

Pyrofotografie in de Laurentiuskerk Ulvenhout #KunstinBreda. Foto's MStatema.nl 2016.
Jacqueline de Grez Mahie is als ‘sponsor’ van het Laurentiusziekenhuis door middel van pyrofotografie in dit glas vereeuwigd. Firma Nicolas en Zonen 1912.

Graag neem ik hier de tekst over van de folder over de bijzondere collectie glazen in deze kerk:

  • ‘Drie ramen In 2011 in bruikleen gegeven door de Stichting Erfgoed de Grez-Mahie Breda. Herkomst kapel van het voormalige Laurensziekenhuis in het Ginneken. Met subsidie van het Prins Bernard Cultuurfonds Noord-Brabant werden de ramen in 2011 in de kerk passend gemaakt. De ramen werden in 1912 voor het ziekenhuis ontworpen bij de firma Frans Nicolas en Zonen. Links het offer van Abraham (Genesis 22) rechts het offer van Abraham aan de priester Melchisedech (Genesis 14) en in het midden de aanbidding van het Lam Gods (Openbaring 5). Links en rechts is het echtpaar De Grez-Mahie afgebeeld. Dankzij giften van de weduwe Jacqueline de Grez Mahie is in de periode vanaf 1910 tot 1917 een groot deel van de bouw van het Laurentiusgasthuis tot stand gekomen. Dit gasthuis was bestemd voor de ouden van dagen van Ulvenhout, Bavel en het Ginneken. Haar steenrijke man Jonkheer mr. Jan de Grez was eigenaar van Villa Valkrust in het Ginneken’.*

Dit is meer opzichten nieuws, want tot dusver was niet bekend dat ook de firma Nicolas pyrofotografie toepaste.


Bronnen
  • Met dank aan Sander van Daal zonder wie ik niet op het spoor was gekomen van Heinrich Oidtmann en de pyrophotographie, die naar hij vertelde ook aangeduid wordt als ‘Glasdruck’. Interessant was ook de sessie hierover met Sander van Daal en Atelier Nicolas (Sociaal Historisch Centrum Limburg te Maastricht) op de Facebookpagina van de laatste, op 14 juni 2016.
  • Oidtmann (lezing), H., en Th. Prümm (samenvatting), ‘Ueber Pyrophotographie’, Photographische Mitteilungen, Zeitschrift des Vereins zur Förderung der Photographie 6 (1870), pp. 88-94. | http://bit.ly/2egD4J5
  • Vogel, Hermann Wilhelm, Die chemischen Wirkungen des Lichts und die Photographie in ihrer Anwendung in Kunst, Wissenschaft und Industrie, Leipzig 1874, pp. 247-250 (Pyrophotographie). | http://bit.ly/2e4XiYL
  • Voor de Gebroeders Wuisman zie het interview met kees Wuisman junior (*1930), opgenomen in: Raaijmakers, Helma, Nettie Van Doorn, Paul Heye en Rinus Hoondert, 750 jaar geloofsgemeenschap H. Martinus, Religieus erfgoed Sint Martinus Princenhage, Princenhage 2011, pp. 39-40. Er dient dringend meer onderzoek naar dit atelier gedaan te worden.
  • Wikipedia, ‘Huize Liesbosch, op: wikiwand.com, http://bit.ly/2eccNOu, z.j.
  • Kreukels, Jo, ‘Sittard-Prevot’, op: meertens.knaw.nl|evernote, http://bit.ly/2e9Q56U (z.j.)
  • Laurentiuskerk Ulvenhout, Rondwandeling met plattegrond, z.pl., z.j. (Ulvenhout, circa 2008).
  • Nicolas en de pyrofotografie: vriendelijke mededeling van Dirk van de Leemput die bij het Sociaal Historisch Centrum van Limburg bezig is met het archief van de firma Nicolas en Max Weisman.

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Pyrophotographie in #KunstinBreda’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/2ewTUE8 (2016).

Verkorte link: http://bit.ly/2ewTUE8

Wegkruis Leen Douwes (1930)

Wie helpt mee met de zoektocht naar expressionistische wegkruisen?

Om de diashow gedetailleerd te bekijken, druk op de pauzeknop en wandel er met de pijltjes doorheen. Via het pijltje omlaag rechts naast het woord dia kun je direct doorgaan naar de gewenste dia.
________________________________________

Bij het project #KunstinBreda ontdekte Marjanne Statema onder meer dit wegkruis met een houten corpus van kunstenaar Pieter Leendert Douwes, beter bekend als Leen Douwes (1879-1965). Met zijn dramatische corpus is het geen alledaags wegkruis. Vooral niet als je bedenkt dat dit soort objecten, die de meest barre weersomstandigheden moesten trotseren, vaak bestonden uit exemplaren die industrieel waren vervaardigd en dus in principe vervangbaar waren. Met name Frankrijk kende een ware massaproductie in devotionalia, bekend geworden onder de naam van ‘style saint-sulpicien’, vernoemd naar de winkels en magazijnen met heiligenbeelden rond de kerk van Saint Sulpice in Parijs.* Deze ‘zielloze’ reproducties riepen in Nederland met name bij de jonge katholieke voorhoede van het tijdschrift De Gemeenschap veel weerstand op (dia 3). In 1929 klaagde een van de kopstukken, de kunstcriticus Jan Engelman, dat je vroeger onder de volkskunstenaars ’n gewone timmerman had:

  • ‘die een goeden Christus voor den wegkant schiep. Saint-Sulpice, de Neo-Gothiek, Beuron en het Gesellschaft für Christliche Kunst: het is verder bijna alles cliché en verstarring’.*

Natuurlijk was dit gechargeerd, maar het lijkt wel direct te anticiperen op een actie in Brabant een jaar later om in plaats van fabrieksbeelden een artistiek genre wegkruisen te ontwikkelen en te plaatsen. Dit haalde de pers, waarin fel werd geageerd tegen fabrieksmatige corpussen en elkaar reproducerende afgietsels. De initiatiefnemers menen:

  • ‘Het beeld moet wèl voor zichzelf spreken. En dit zal het ook doen, wanneer het door een kunstenaar wordt vervaardigd, — door iemand die rekening houdt met de omgeving, met den aard der bevolking, met den achtergrond’.*

Het artikel daarover in ‘De Tilburgsche Courant’ blijkt geflankeerd te worden door een bericht dat P.L Douwes opdracht heeft gekregen om een wegkruis ‘geheel uit hout’ te maken. Het wordt ‘een oorspronkelijk kunstwerk […] van een Nederlandschen beeldhouwer’.


Collage details wegkruis Leen Douwes (1930). Foto’s Marjanne Statema (2014).

Met de kwalificatie oorspronkelijk is niets miszegt, ook al is op dit moment nog niet duidelijk hoe oorspronkelijk. Wel bracht het onderzoek een recensie aan het licht die een mooi beeld van de kunstenaar geeft. Collega-kunstenaar Gerrit de Morée vergelijkt hierin het werk van de autodidact Douwes met dat van de Belgische expressionist Albert Servaes: in 1920-1922 speelde de roemruchte affaire rond diens kruisweg die volgens Rome te menselijk en te smartelijk was, waardoor ze afbreuk deed aan de waardigheid van Christus als God, als Overwinnaar van de Dood en Verlosser (dia 6). Hoewel dat eindigde met een veroordeling van dit kunstwerk – nog altijd de enige kruisweg die niet op plaatsen van devotie tentoongesteld mag worden – heeft Douwes zich daar met zijn corpus niets van aangetrokken: Christus wordt met verwrongen gelaat en lichaam weergegeven, ontdaan van zijn waardigheid. Ook al waren er historische precedenten, zoals het beroemde Isenheimer altaar van Matthias Grünewald (1511-1517), Rome kon zich daar anno 1920 niet (meer) mee verenigen (dia 7).*

Gelet op de cause celêbre die de affaire Servaes vormde – tot ver in de jaren dertig heeft dit de katholieke kunstkritiek beïnvloed – heeft Douwes hiermee een veelzeggende boodschap afgegeven. Het moet de situatie in kerkelijke kringen te Breda tekenen, dat een openbaar religieus kunstwerk op deze manier vorm mocht krijgen. In dit verband is het opvallend dat een ander kruisbeeld van Leen Douwes, in de Sacramentskerk, uit hetzelfde jaar, heel anders van opzet is. Qua schema doet het denken aan het werk van een tijdgenoot uit de Roomse Haagse School, Herman van Remmen (1932).* Hier gaat het om een Christusfiguur die op een gesublimeerde manier lijdt, waardoor zijn rol als Overwinnaar en Verlosser niet in het gedrang komt. In die zin lijkt Douwes de regels van het kerkelijk decorum gevolgd te hebben, dat hij op de vooraanstaande liturgische plaats in een kerk veel terughoudender is, dan in de publieke ruimte.

Het beeld van Douwes is gemaakt op een scharnierpunt in de kerkelijke kunst. Dat blijkt als we het vergelijken met een ander wegkruis in de collectie van Breda. Dit eveneens volledig houten exemplaar van een onbekende kunstenaar, lijkt een robuust vertaalde, gedrongen variant van de gewraakte fabrieksproducten. Van dat jaar dateert overigens ook het apert meer individuele werk van Albert Verschuuren in Udenhout, eveneens een kunstenaarskruis. We schrijven dan 1933, één jaar nadat de R.K. Kerk alle expressionistische kunstvormen veroordeeld had als ‘arte blasfema’. Zelfs het behoorlijk ingetogen werk van de Duitse beeldhouwer Ernst Barlach ging in de ban. De actie van Rome leidde in Nederland tot het alternatief van het barokke expressionisme, waarvan de naoorlogse werken van Charles Eyck en Joep Nicolas in Breda nog getuigen.*


Collage van het werk van Leen Douwes en Ernst Barlach (bvhh.nu. 2016).

Wat Douwes vooral met zijn vakbroeders gemeen heeft, is de nadruk op het belang van het persoonlijke handschrift van de kunstenaar: de factuur, die Douwes net als Barlach in de beitelslag tot uitdrukking brengt. Ook diens inspiratie had Douwes bereikt, wat niet vreemd is omdat er al vanaf 1910 artikelen in de pers verschijnen over het werk van deze Duitse beeldhouwer. Niet alleen waren beide kunstenaars autodidact, maar ook zou Barlach het hout als artistiek medium in ere hersteld hebben. Een prachtig voorbeeld van de beïnvloeding is Douwes’ Theresia van Lisieux in het museum van Breda (na 1925), waarin niet de beitelslag, maar – eveneens vergelijkbaar met Barlach – de prachtige houtnerven de factuur bepalen (dia 9). Tot in het latere werk van Douwes, in de Sacramentskerk uit 1951, is het belang van de factuur groot. Daar ijlt overigens de nieuwe barok na in met name het heilig Hartaltaar waarin opnieuw de smartelijke Christus centraal staat en wel in een opzet die herinnert aan een van de beroemde passievoorstellingen van Rubens. Tegelijkertijd houdt Douwes vast aan de lijdende Christusuitbeelding, die de kerk voor de oorlog uitgebannen had.

Positioneren

Er is geen centrale database om wegkruisen systematisch te vergelijken. Jammer genoeg ontbreekt het begrip wegkruis in de indrukwekkende verzameling van René en Peter van der Krogt. Of dat geholpen zou hebben is de vraag, want kijken we naar de big data in deze sector op Wikimedia, dan blijkt opnieuw hoe moeilijk het zoeken (en vergelijken) is bij een teveel aan informatie en een tekort aan trefwoorden. De zoekterm ‘expressionistisch wegkruis’ leverde op Google maar een serieuze treffer op, eveneens uit Brabant, eveneens van een kunstenaar en eveneens uit 1930: het wegkruis van docent van de Amsterdamse Rijksacademie, Jos Rovers (1893-1976) in Berlicum (in de buurt van Den Bosch) (dia 10).* Het resultaat met de zoektermen ‘wegkruis’ en ‘1930’ hield niet over, doordat een groot deel van het beeldmateriaal een te lage resolutie had. Naar het zich laat aanzien, bestaat het gros van de treffers uit de hiervoor genoemde serieproducten. Overigens verdienen ook deze nader onderzoek, want op dit moment is niet duidelijk, of dit soort corpussen inderdaad uit Frankrijk kwam. Wat in Limburg opvalt zijn enkele naoorlogse expressionistische wegkruisen, waaronder een van Cor van Geleuken (dia 11). Op zich is dit fenomeen verklaarbaar, omdat veel kunstenaars, net als Douwes, de draad van voor de oorlog oppakten. Aparter is een tweetal wegkruisen van na 2000 (dia 11)! De lange adem van het expressionisme maakt het nog interessanter om via dit webartikel meer vooroorlogse voorbeelden te vinden, waardoor het wegkruis van Leen Douwes beter gepositioneerd kan worden.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Expressionistisch ogende wegkruisen van na de oorlog én van na 2000. Collage bvhh.nu 2016.

Bronnen en opmerkingen

De * in de bovenstaande tekst slaat op de volgende bronnen en notities:

  • Het begrip expressionisme wordt hier gebruikt op de manier, zoals toegelicht in mijn boek: Hubar, Bernadette van Hellenberg, Angelique Friedrichs en Gerard van Wezel, De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, Amersfoort-Zutphen 2013, in het bijzonder bij de waardenstellende termen en begrippen. Zie voorts aldaar de affaire rond de kruisweg van Albert Servaes; de regels van kerkelijke decorum; de katholieke kunstkritiek; Jan Engelman; Herman van Remmen: Saint Sulpice; de veroordeling van het expressionisme door Rome in 1932; de opkomst van het ‘barokke expressionisme’. Voor meer informatie volg: http://bit.ly/GevdS
  • Delpher, zoekterm: eenheidskruis (Tilburgsche courant, 17-07-1930).
  • Delpher, zoektermen: Douwes kruisbeeld Breda (Tilburgsche courant, 17-07-1930; De Tijd, godsdienstig-staatkundig dagblad, 12-07-1930, auteur Gerrit de Morée).
  • Folkerts, Reina, ‘Albert Servaes’, op: kruiswegstaties.nl, http://bit.ly/2dcACWU, (l.b. 2016).
  • Folkerts, Reina, ‘Kruisweg van Luithagen (1919)’, op: kruiswegstaties.nl, http://bit.ly/2d9Q9nF, (l.b. 2016).
  • Wikipedia, ‘Style sulpicien’, op: wikiwand.com, http://bit.ly/2etaDs3, z.j.
  • #KunstinBreda:
    • (nr 243) de bronzen plastiek Sint Michael van Charles Eyck tegen de aula van de begraafplaats aan de Bieberglaan, 1965.
    • (nr 285) het vermurail met de allegorie op ‘Kennis, moed, beleid en trouw’ van Joep Nicolas in de KMA, 1964.
  • Wikipedia, ‘Ernst Barlach’, op: com, http://bit.ly/2cLU34E, z.j.
  • Wikimedia, ‘Category: Sculptures by Ernst Barlach’, wikimedia.org, http://bit.ly/2e6zGDg (l.b. 2015).
  • Delpher, zoektermen: Ernst Barlach (Algemeen Handelsblad, 08-02-1910).
  • Eloesser, Arthur, ‘Ernst Barlach’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 43, 1933, pp. 72-86. | http://bit.ly/2ew1E8Z
  • Breda’s Museum, ‘Portret van de Heilige Theresia, Pieter Leendert Douwes’, op: thuisinbrabant.nl, http://bit.ly/2e60Gmj, z.j.
  • Brouwers, Jan, Bea Hoeks-de Laat, Geert de Jong, Jan van der Kley, Marcel Rensen, Aula Dei, 75 jaar Sacramentskerk Breda, Breda 1996.
  • Wiki Tilburg, ‘Kruis Biezenmortelsestraat’, op: wiki.regionaalarchieftilburg.nl, http://bit.ly/2e5dnxu, (l.b. 2015).
  • Wols, Rien, ‘Christusbeeld aan de Groenstraat als dank’, op: bihc.nl, http://bit.ly/2e25etY, z.j.
  • Dat de invloed van het Isenheimer altaar van Matthias Grünewald voort bleef duren, blijkt ook uit het naoorlogse expressionistische wegkruis (1955-1956) in Wanssum: ‘Koester uw Monument’, in: Digitaal krantenarchief Peel en Maas, weekblad voor Venray en omgeving, d.d. 9 april 2009, p. 19. |  http://bit.ly/2ewfg3Y

De collage met de vergelijking van het werk van Leen Douwes en Ernst Barlach in de diapresentatie is (van links naar rechts) samengesteld uit:

  • Leen Douwes, Theresia van Lisieux, Breda’s museum, na 1925: http://bit.ly/2e60Gmj
  • Ernst Barlach, De dansende vrouw uit ‘der Fries der Lauschenden, 1930-35, Eichenholz, Ernst Barlach Haus, Hamburg’. Foto Rufus46 (2006) op Wikimedia Commons: http://bit.ly/2efK8rS
  • Ernst Barlach, Het bevriezende meisje, 1917, ‘Eichenholz, Ernst Barlach Haus, Hamburg’. Foto Rufus46 (2006) op Wikimedia Commons: http://bit.ly/2efOM9c
  • Ernst Barlach, Lezende monniken III (Stuckskulptur 1932)., ‘Güstrow (Mecklenburg-Vorpommern). Gertrudenkapelle – Barlachsammlung’. Oorspronkelijk was het beeld uit hout gesneden. Daarnaast heeft Barlach een ’Stuckskulptur’ gemaakt en een bronzen exemplaar. Van dit beeld zijn verschillende variaties en voorstudies bekend. Foto: Wolfgang Sauber (2014) Wikimedia Commons: http://bit.ly/2efJzOM
  • Leen Douwes, Crucifix in de Sacramentskerk te Breda, 1930. Foto Marjanne Statema (2014), #KunstinBreda.

Alle rechten op de foto’s in de diapresentatie zijn voorbehouden, op die van Wikipedia en Wikimedia na.

Dit item kwam tot stand in het kader van het project #KunstinBreda en is ook gepubliceerd op ifthenisnow.eu.
Het kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Wegkruis Leen Douwes (1930)’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/2dS497B (2016).

Verkorte link: http://bit.ly/2dS497B

#KunstinBreda op de sociale media

In deze diashow zit een selectie van de items die via de sociale media zijn verspreid: voor een deel gaat het om afbeeldingen met tekst die ik heb gepost en voor een deel om screenshots van het resultaat.

Om een indruk te krijgen van wat #KunstinBreda via de sociale media heeft gebracht, kun je via deze snelkoppelingen surfen naar Twitter en Facebook.
Dan wordt duidelijk hoe groot tegenwoordig de expertise is waar via de sociale media gebruik van gemaakt kan worden. Professionals delen hun kennis en varen er allemaal wel bij.
Achteraf vind ik het jammer dat ik niet eerder systematisch ben gaan werken met de hashtag #KunstinBreda, want er zijn nog meer interessante gegevens tevoorschijn gekomen, zoals over het bedrijfsstempel van de firma Nicolas.

We kunnen er niet om heen en ik wil er ook niet om heen: er zal wel een discipline ontwikkeld moeten worden, om dit soort gegevens duurzaam op te slaan.

Wie denkt mee?

;-) B.

Hemels Jeruzalem in de Laurentiuskerk van 't Ginneken, #KunstinBreda (bvhh.nu 2016).

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2ecnmPv

Terug naar de projectpagina.

Kunst in Breda


Glazen lucida Laurentiuskerk Ginneken en nieuwe Bavo (collage bvhh.nu 2016).
De glazen in de lucida of koorvensters van de Laurentiuskerk in ’t Ginneken (links) en in de nieuwe Bavokathedraal (collage bvhh.nu 2016).1

________________

#KunstinBreda zit vol verrassingen! Dat bleek voor het eerst toen ik bezig was met de uitmonstering van de Laurentiuskerk in ’t Ginneken, ontworpen door Joseph Cuypers en Jan Stuyt (1900-1902). Zo trok onder meer de lucida mijn aandacht:

  • Achter de glazen in de lucida of de lichtbeuk van de apsis gaat een apart verhaal schuil. Ze heten ontworpen te zijn door Pierre Cuypers, de vader van Joseph, maar dat klopt waarschijnlijk niet. Aangezien ze zo sterk lijken op die van de lucida in de nieuwe Bavo te Haarlem, staat wel vast dat ook de zoon een aandeel heeft gehad. Pierre Cuypers ontwierp de figuraties, Joseph Cuypers de ornamenten. In Haarlem vervullen ze iconografisch een rol als Biblia pauperum (armenbijbel) en in die positie maken ze deel uit van de ‘catechismus van steen’. Nu gaat het in de Laurentiuskerk niet om een kopie, want de opbouw van de ramen in horizontale lagen (registers) wijkt sterk af. Waarschijnlijk is voor een andere indeling gekozen om nog beter aan te sluiten bij de middeleeuwse platenbijbel, die Joseph Cuypers net als zijn vader goed kende. In de vijftiende-eeuwse Biblia pauperum zijn bij de indeling van de pagina’s onder de taferelen telkens twee vertellers of commentatoren geplaatst met een tekstband. Die zie je ook in het laagste register van de ramen in Breda (zie de afbeeldingen 6 en 7 in de galerij in de kop van dit artikel). De architect sloeg hiermee twee vliegen in één klap, want hierdoor kwam tegelijkertijd meer ruimte voor minder verzadigde kleurpartijen. En dat was een stokpaardje van Joseph Cuypers: meer licht in de kerk. In de vakliteratuur wordt wel gesuggereerd dat het ontwerp van Pierre Cuypers voor de glazen in de Haarlemse kathedraal aan Joseph was opgedrongen. Het vervolg in Breda geeft aan dat dat vrij onwaarschijnlijk is. Wel heeft Joseph in beide gevallen de wat ouderwetse figuraties door middel van eigentijdse ornamenten aan laten sluiten op de architectuur. In het boek over de nieuwe Bavo heb ik die samenhang als volgt […]

Lees het vervolg van dit verhaal in mijn artikel over de Laurentiuskerk op ifthenisnow.eu: http://bit.ly/25qDCR7

Nieuwsgierig naar wat dit project allemaal al heeft gebracht? Bekijk dan de twitterlijst op deze site of de andere items die in de kop van deze pagina staan.
Je kunt me ook volgen op twitter (#KunstinBreda).

B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. De linkerafbeelding is ontleend aan Hulshof o.p., Ben, Laurentiuskerk Ginneken, Een iconografie, Breda 2012, p. 24; de rechter van de nieuwe Bavo is van bvhh.nu 2014. 

  2. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/KunstinBreda-VHHorg 

Welkom!

Het boek over de nieuwe Bavo!
Op 9 september, aan de voormiddag van de Open Monumentendagen in 2016, kwam mijn boek over de nieuwe Bavo uit, geproduceerd door WBooks te Zwolle in opdracht van de stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem. Tot 9 december (!) kun je het boek met korting bestellen via deze link. De omslag van ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’ is ontworpen door Marjo Starink, met een foto van de RCE beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015.1

Welkom — Welkom op deze site waar ik graag met je kennis wil maken en mijn werk onder de aandacht wil brengen. Mijn naam is Bernadette van Hellenberg Hubar en ik ben erfgoedspecialist, homo ludens (spelende mens), schrijver en dichter, en voorheen vennoot van Res nova, erfgoed in ontwikkeling. Als professional ben ik al ruim dertig jaar actief in de wereld van de monumentenzorg en het erfgoedbeheer, een carrière die startte met de oprichting van het Cuypersgenootschap in 1984. Meer hierover lees je in mijn biografie.

Eén van de meest interessante projecten die ik ooit heb mogen doen, is  afgerond. Dat is het boek over de nieuwe Bavo te Haarlem van architect Joseph Cuypers dat 9 september voorafgaand aan de Open Monumentendagen in Haarlem wordt gepresenteerd. Hiermee ben ik vanaf 2013 bezig geweest. Nu is de kathedraal op zich al zo bijzonder, maar dat boek is nog eens extra apart omdat ik het lopende de restauratie heb mogen schrijven. Dat is tamelijk ongebruikelijk, maar heeft beslist een meerwaarde. Je komt met dingen in aanraking op een manier die onmogelijk wordt zodra de steigers verdwenen zijn. Hieronder vertel ik nog wat meer over deze opdracht.

Ik mag me gelukkig prijzen, want in de jaren ervoor is ook al zo’n spannend project op mijn weg gekomen: het onderzoek naar monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum. Het resultaat was een publicatie, getiteld De genade van de steiger, die tot stand kwam in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en uitgegeven is door de Walburg Pers te Zutphen.2

Bernadette van Hellenberg Hubar met 'De genade van de steiger' (2013)
Een blije Bernadette van Hellenberg Hubar met haar net verschenen boek ‘De genade van de steiger‘ in haar hand. De presentatie van dit naslagwerk over monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum vond 21 november 2013 plaats in de Obrechtkerk te Amsterdam (foto Marij Coenen, 2013).

Kathedraal nieuwe Bavo te Haarlem

Medio april 2014 kwam de opdracht binnen voor het schrijven van een boek naar aanleiding van de restauratie van de nieuwe Bavo. Met dit fantastische gebouw ben ik al enige tijd bezig. De waardenstelling – opmaat tot het manuscript – heb ik eind 2013 afgerond.3 De volgende stap was een lezing die ik in een druk bezette nieuwe Bavo heb gegeven. Leidmotief was het hemels Jeruzalem uit de Apocalyps van Johannes dat een immens belangrijke rol speelt bij dit rijksmonument. De gelijknamige hymne Caelestis urbs Jeruzalem van de componist Alphons Diepenbrock (1897) is bij die gelegenheid ten gehore gebracht door de Kathedrale Bavo Cantorij. Door al dit werk lag er heel wat informatie waarmee ik verder kon met mijn onderzoek voor de monografie: op de steigers, in de archieven, op excursie en achter de computer. Er stroomt heel wat water door de Leidsevaart eer je echt aan het schrijven bent. Inmiddels, ruim twee jaar verder, is het boek verschenen na een intensieve tijd van drukproeven, corrigeren, corrigeren en nogmaals corrigeren (en er achter komen dat je hier en daar toch nog iets gemist hebt). Maar het resultaat is er dan ook naar. Een prachtwerk, waar heel wat fotografen aan meegeholpen hebben. Dankzij vormgever Marjo Starink en WBooks heeft de lezer straks echt wat moois in handen. En dat moois zit tjokvol verhalen. Om daarvan alvast een indruk te geven, is een samenvatting gepubliceerd: http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo. Maar ook elders op deze site vind je verhalen over de Haarlemse kathedraal.4

Een van de beelden van de nieuwe Bavo te Haarlem
Aan de oostpartij van de nieuwe Bavo bevindt zich een bijzondere cyclus van beelden uit het atelier van Cuypers & Co (foto BvHH, zomer 2013).

Met wie werk ik veel samen?

De kracht van ondernemend Nederland ligt in de samenwerkingensverbanden die per project worden aangegaan. Zo werk ik bij kleuronderzoek graag samen met Judith Bohan in Haarlem en Angelique Friedrichs van de SRAL in Maastricht. Voor bijzondere bouwhistorische expertise kan ik steevast terecht bij Karl Pesch Konopka van Stadsherstel Limburg die tevens restauratiearchitect is. Ook met andere architecten werk ik in wisselende combinaties samen. Daarnaast is Charlotte Ruys mijn onmisbare hulp bij genealogische vragen, terwijl ik met Annelei Engelberts inmiddels twee bundels met beeldgedichten heb mogen maken. Op het digitale vlak word ik zowel technisch als creatief bijgestaan door Wolthera.info en Lost again. En dan heb je nog de vele netwerken die via de sociale media tot stand komen, zoals @Ifthenisnow.5 Met de laatste ben ik bezig een platform op te richten voor @kerkverhalen.

Degene echter met wie ik het meest constant samenwerk is Marij Coenen van Transparant A&C. Zij verzorgt niet alleen de boekhouding, maar helpt mij ook met de fotografie, de rapporten, de berichtgeving op de sociale media en de items op deze site. Zonder haar was het boek over de nieuwe Bavo er niet gekomen.

Marij en Bernadette expo Nicolas Steef Stevens
Bernadette en Marij luisteren geconcentreerd naar de uitleg tijdens de Probusexcursie naar de tentoonstelling ‘De sporen van Joep Nicolas’. Dit was in de galerie van Mariska Dirkx in het voormalige atelier van Nicolas te Roermond (foto Steef Stevens, 2014).
6

Het volgende wat ik ga doen?

Dat is een goede vraag, want ik heb de afgelopen vijf jaar vrijwel doorlopend aan drie boeken gewerkt: de twee die hiervoor zijn genoemd en Verhalen op de muur over de Clemenskerk in Merkelbeek.7 Of ik hierna nog een boek zou willen? Waarom niet? Het is mij erg goed bevallen en mijn opdrachtgevers zijn tevreden. Dus wat wil een mens nog meer?

Op de wat langere termijn ligt er mogelijk iets moois in het verschiet: de inventarisatie van het archief van Joseph Cuypers, met een tentoonstelling en biografie. Dit project is net opgestart, maar verkeert nog in de fase van verkenning en fondsenwerving. Als het doorgaat is het een droom die uitkomt, want sinds het onderzoek naar de nieuwe Bavo ben ik meer dan ooit geïntrigeerd door de figuur van Joseph Cuypers (1861-1949).8

En als we dan toch een beetje hardop aan het dromen zijn: kennis overdragen staat ook hoog op mijn agenda. Na zo’n 35 jaar in de erfgoedwereld zit er een heleboel in mijn hoofd wat ik graag met anderen zou willen delen. Of erfgoed koppelen aan nieuwe media, zoals destijds met de Cuyperscode9, maar ook gewoon lekker je handen vies maken bij het onderzoeken van een gebouw … Het heeft allemaal met passie, ontdekkingsreizen en verhalen te maken. Wat ik ontdek probeer ik – binnen de grenzen van de opdracht  – over te dragen via blogjes en de sociale media: de ene keer heel laagdrempelig, de andere keer meer diepgaand.

Maar het eerste wat de komende tijd op het programma staat, heeft te maken met heel iets anders wat ik met veel liefde en ervaring doe: waardestellingen van erfgoed maken. Het betreft het project #KunstInBreda, waarover je meer vindt onder het tabblad projecten. Nu al is het verbazingwekkend wat er allemaal tevoorschijn is gekomen.

Mocht je ’n keer een teamplayer met expertise nodig hebben, neem dan contact met me op: 06 513 87 805.

B.10

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

 


  1. De nieuwe Bavo te Haarlem kan on line besteld worden via: http://bit.ly/Bavo-Ao

  2. De genade van de steiger. Het boek kan rechtstreeks besteld worden bij de Walburg Pers

  3. Hubar, Auro intextum in de bibliografie

  4. Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo

  5. Voor meer informatie surf naar de pagina met snelkoppelingen. 

  6. Voor de tentoonstelling zie http://bit.ly/BiennaleX #biennaleX. Voor de excursie van Probus Rura et Mosa deze link

  7. Bezoek http://bit.ly/VHH2Clemenskerk 

  8. Zie het item over het archief van Joseph Cuypers

  9. Bezoek www.cuyperscode.nl

  10. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-org 

Werk in uitvoering

Werkzaamheden aan het schipdak van de nieuwe Bavo (Foto Marij Coenen, maart 2015).
Werkzaamheden aan het dak van de nieuwe Bavo. Foto Marij Coenen, maart 2014.

De volgende projecten en activiteiten zijn in uitvoering:

  • Het schrijven van waardestellingen in het kader van #KunstinBreda, waarover je onder deze link meer vindt: http://bit.ly/KunstinBreda-VHHorg, inclusief de updates op Twitter via de hashtag #KunstinBreda.

Joep Nicolas Breda

Recent voltooid

Meer weten over wat ik vanaf 1996 heb gedaan? Ga naar het item In vogelvlucht onder het tabblad Projecten.

B.1

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1Zvd3Y1