Fiat lux

Fiat lux, item nieuwe Bavo 100 kerkinterieurs Catharijneconvent

Ook de nieuwe Bavo komt voor in het nieuwe boek Kerkinterieurs in Nederland van het Catharijneconvent en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed. Deze publicatie bood een mooie gelegenheid om het licht van architect Joseph Cuypers onder de aandacht te brengen, dat ik nader heb geanalyseerd in het boek De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten. Als aanloop tot de Open Monumentendag zal deze monografie over de Haarlemse kathedraal 9 september a.s. verschijnen.

Voor de presentatie van Kerkinterieurs in Nederland, afgelopen maandag (20 juni) in de Thomaskerk te Amsterdam, verscheen de volgende tekst van het Catharijneconvent:

  • ‘Kerken zijn de landmarks van ons landschap. Al meer dan duizend jaar zijn zij onlosmakelijk verbonden met het Nederlandse dorps- of stadsgezicht. De aandacht gaat vaak uit naar de buitenkant, terwijl er juist vanbinnen zoveel te genieten valt. Van de middeleeuwse parel in Groningen tot de katholieke kathedraal in het zuiden, van neogotische pracht en praal tot strakke, betonnen wederopbouw. De rijkdom en diversiteit die ons land kent is indrukwekkend. Museum Catharijneconvent, het nationaal kenniscentrum voor religieus erfgoed, geeft die binnenkant nu de aandacht die hij verdient, door maar liefst honderd beeldbepalende interieurs uitgebreid in het zonnetje te zetten. Kerkinterieurs in Nederland is een ontdekkingstocht langs katholieke en protestante kerken en joodse synagogen, waarin architecten en kunstenaars door de eeuwen heen hun ideeën op indrukwekkende en vaak verrassende wijze hebben vormgegeven. Alle 100 kerkinterieurs zijn op artistieke wijze in beeld gebracht door fotograaf Arjan Bronkhorst. Het boek wordt uitgegeven door WBOOKS’.

Zelf heb ik het boek, dat je rechtstreeks kunt bestellen bij WBOOKS, nog niet gezien; maar zodra dat het geval is, kom ik er op terug. Los van de andere bijdragen, ben ik vooral benieuwd naar de inleiding.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Verkorte link naar dit item: http://bit.ly/28SbZfg

Joseph Cuyperscollectie

Benieuwd waar dit over gaat? Klik op de afbeelding of op deze link.

Joseph Cuypers in De Limburger (11 februari 2016).

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo | 5 feb 2016

Het valt toch werkelijk niet altijd mee voor Joseph Cuypers. Zit je al met die zware schaduw van je vader, aan wie een groot deel van je oeuvre wordt toegeschreven, en dan wordt ook nog eens voortdurend je naam verhaspelt. Daar heb ik zelf nog aan meegedaan, zoals je kunt lezen in deze blog op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo: http://bit.ly/Facebook-nBavo-Jo.

Jos, Jos. of Joseph?

Het hele verhaal lezen? Surf dan naar: http://bit.ly/Facebook-nBavo-Jo.

Ben je geïnteresseerd in meer van dit soort blogs, ga dan naar ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo‘ op deze site.

O ja, en ik ben natuurlijk héél benieuwd of iemand die andere plaats in de kathedraal met bouwvaksymbolen kan vinden.

;-) B.1

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Zie ook What’s in a name: Jos, Jos. of Joseph? op deze site. 

Joseph Cuypers in De Limburger

Het zoemde in de pers over de nieuwe Bavo deze week. Enkele dagen geleden werd het nieuws bekend dat prinses Beatrix op 4 maart bij de afsluiting van de derde fase van de restauratie zal zijn. Dat was hét moment voor de stichting Kathedrale Basiliek om de schijnwerper op de nieuwe glazen van Jan Dibbets te richten, waarvan de laatste van de week op 9 februari zijn geplaatst.1 De blog die ik zo’n anderhalf jaar geleden over dit project schreef, heeft de afgelopen dagen opvallend veel bekijks gehad.2

Ondertussen heeft journalist Peter Janssen in De Limburger aandacht besteed aan het archief van Joseph Cuypers dat de nazaten in bewaring hebben gegeven aan het gemeentearchief in Roermond.3 De nieuwe Bavo komt hierin prominent aan de orde. Als voorbeeld van de ‘kathedraal vol potentie’ wordt het glas in lood van Dibbets, gemaakt door Glasatelier Hagemeier in Tilburg, hierin eveneens besproken.4

Het artikel vind je in het scherm hieronder. Om het makkelijk te lezen kun je het artikel vergroten met de knop in de werkbalk.

Joseph-Cuypers-De-Limburger-11-feb-2016-Peter-Janssen

Het proefschrift dat in deze tekst is vermeld, wordt voorbereid door Gert van Kleef, Cuyperskenner en oud-penningmeester van het Cuypersgenootschap.

Overigens is voor het project van Joseph Cuypers in Roermond aanvullende financiering nodig, dus ik ben bezig met de voorbereiding van een projectomschrijving waarmee het Cuypershuis fondsen gaat benaderen. Wie suggesties heeft …

Wordt vervolgd!

B.5
Monogram van Joseph Cuypers circa 1925 (bouwtekening nieuwe Bavo, Noord-Hollands Archief; foto BvHH 2014).


  1. Zie het bericht op de site van Van Hoogevest Architecten. 

  2. Zie ‘Jan Dibbets ontmoet Joseph Cuypers’. 

  3. Peter Janssen, ‘Joseph, de (nog) te onbekende zoon van Pierre Cuypers’, in De Limburger van 11 februari 2016. 

  4. Zie de site van Glasatelier Hagemeier. 

  5. Geïnteresseerd in het boek over de nieuwe Bavo? Ga dan naar de bestelpagina http://bit.ly/Bavo-Ao.
    Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1PHUJ7J. 

Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo

Eind november ben ik gestart met een serie over kunst met een kleine en een grote K voor de Faceboekpagina van de nieuwe Bavo en het platform if then is now. Er valt voor een verhalenverteller zoveel te doen bij de kathedraal, zelfs als je klaar bent met de kopij van een boek van ruim 300 pagina’s. Via de pictografie hieronder kom je terecht bij de ene na de andere blog. Gaat het niet over het gebouw, dan gaat het wel over de architect, gaat het niet over de architect, dan wel over de inrichting, gaat het niet … ach, ik zou zeggen, klik eens wat aan en neem een kijkje. Je bent van harte welkom!

Recent geplaatst en druk bezocht

Klik op het plaatje of de link onder de afbeelding en je komt vanzelf bij het verhaal terecht.

De sluitsteen van de apsis van de nieuwe Bavo (Beeldbank RCE-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015). 'De heilige Geest' van Huib Luns uit: F.R. Hazenberg, Landgoed Hageveld, Heemstede (2012). Stairway to heaven. Ontwerp Sarah Dikker. Constructie Van Hoogevest Architecten. Foto Bram Bos, Vocoza Kamerkoor 2016.

Links en midden: de items over Pinksteren brachten weer de nodige verrassingen, ook op LinkedIn (midden). Rechts: de presentatie ‘Flora in steen’ bij gelegenheid van ‘De nieuwe Bavo bloeit’ staat on line

De items op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo

Klik op het plaatje of de link onder de afbeelding en je komt vanzelf bij het verhaal terecht.

Detail van een van de glazen in de lucida van de nieuwe Bavo van Pierre J.H. Cuypers (figuratie) en Joseph Th.J. Cuypers (ornamenten). Foto BvHH 2015.  Bloemen voor sint Jozef op 19 maart (foto BvHH 2015)

Links: het openingsconcert/lezing van ‘De nieuwe Bavo bloeit’. Rechts: de feestdag van Sint Jozef op 19 maart trok veel bekijks!

Joseph Cuypers in De Limburger van 11 februari 2016.  Joseph Cuypers 75 jaar, artikel De Tijd 9 juni 1936, herkomst Delpher.
Links: het artikel over Joseph Cuypers in De Limburger kreeg op Facebook veel aandacht. Rechts: is het nu Jos, Jos. of Joseph Cuypers (herkomst: Delpher)?

Ambachtsman of trapezewerker in de nieuwe Bavo (foto BvHH 2016).  Feestcantate voor bisschop Bottemanne met blazoen.
Links: ambachtsman of trapezewerker in de nieuwe Bavo (foto BvHH 2016)? Rechts: wat heeft deze feestcantate met Driekoningen te maken (foto BvHH 2014)?

Op zoek naar de monsters in de nieuwe Bavo (foto BvHH 2015).  De Kerstkapel van de nieuwe Bavo (foto BvHH 2014).
Links: op zoek naar de monsters (foto BvHH 2015). Rechts: de Kerstkapel van de nieuwe Bavo (foto BvHH 2014).

Marc Mulders met de koepelschaal van de doopkapel van de nieuwe Bavo (foto Stephan van Rijt 2013).   Hogepriester op het Sacramentsaltaar nieuwe Bavo (foto BvHH 2015)
Links: Marc Mulders met de koepelschaal van de doopkapel van de nieuwe Bavo (foto Stephan van Rijt 2013). Rechts: de hogepriester op het Sacramentsaltaar van de nieuwe Bavo (foto BvHH 2015).

Op de steigers van de nieuwe Bavo  Joseph Cuypers, monogram van Cecilia in de sluitsteen (1898)
Links: introductie van de serie ‘Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo’ (foto BvHH 2013). Rechts: d
e sluitsteen met Cecilia (foto Beeldbank RCE-Margaretha Svensson)

De items bij ‘if then is now’

Klik op het plaatje of de link onder de afbeelding en je komt vanzelf bij het verhaal terecht.

Dibbets straalt in de nieuwe Bavo. Het schip is klaar!

Links: hoe Jan Dibbets en Glasatelier Hagemeier in de Bavo stralen. Rechts: het schip van de nieuwe Bavo te Haarlem is klaar!

Historische opname van het kleimodel van het poepertje, voordat het in steen gehakt werd. Herkomst Noord-Hollands Archief haarlem, Parochiearchief nieuwe Bavo (collage en foto BvHH 2016 en 2014).  Driekoningenfeest op Ifthenisnow
Links: Het poepende mannetje op de nieuwe Bavo. Rechts: het bisdom Haarlem had veel aandacht voor volksgebruiken, zoals het Driekoningenfeest (Hoofdfoto: Cornelis Troost, Driekoningenzangers (1750). Met dank aan Teylersmuseum Haarlem).

De beelden boven de Kerstkapel van de nieuwe Bavo.  Nieuwe Bavo tijdens kerstvakantie geopend (foto's screenshot Marij Coenen, 2014)
Links: de beelden boven de Kerstkapel (foto BvHH 2013). Rechts: Nieuwe Bavo tijdens kerstvakantie geopend (foto’s screenshot Marij Coenen, 2014).

De glazen de lucida van de nieuwe Bavo.  nBavo-torenkalender-Jo Kunnen-P1110895
Links: De glazen van vader en zoon Cuypers in de lucida van de nieuwe Bavo (foto’s BvHH 2014). Rechts: het kalendarium in de noordertoren van de nieuwe Bavo (foto Jo Kunnen 2015).

Joseph Cuypers, Opstand van de oostpartij van de nieuwe Bavo (1895)  Nieuwe Bavo Ad orientem omslag WBOOKS
Links: ontwerpen aan de nieuwe Bavo te Haarlem (foto BvHH 2014). Rechts: waar gaat ‘Ad orientem‘ eigenlijk over? (ontwerp Marjo Starink, foto RCE beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder).

KathedraalMuseum nieuwe Bavo fthenisnow  Bundels licht: Niels Polak en Joseph Cuypers in de nieuwe Bavo.
Links: KathedraalMuseum nieuwe Bavo (foto’s screenshot Niels Polak, 2015).  Rechts: het grote artikel uit 2014 over de atmosferische lichtval in de nieuwe Bavo naar aanleiding van de fototentoonstelling van Niels Polak (foto Niels Polak 2014).

Verder op deze site en op LinkedIn

Vanaf het moment dat ik bezig ben met de nieuwe Bavo heb ik verschillende stukjes geschreven voor deze website.
Een paar heb ik hieronder geplaatst, terwijl je de rest kunt vinden in de rubriek De nieuwe Bavo in verhalen.
Ook op LinkedIn wordt via de ‘long post’ aandacht op de nieuwe Bavo gevestigd.

Klik op het plaatje of de link onder de afbeelding en je komt vanzelf bij het verhaal terecht.

Lettertekens en emblemen in de galerij onder de lichtbeuk van de apsis. Wat is wat?  Ruskin Dirk Bogarde mooiste erfgoedverhaal
Links: hommage aan het team (collage met foto’s BvHH 2013). Rechts: de puzzel rond Ruskin in de nieuwe Bavo

De nieuwe Bavo is een onuitputtelijke bron, dus voorlopig ben ik nog niet klaar met deze korte stukjes.

Ondertussen hoop ik dat het velen van jullie zal aanmoedigen om mijn boek over de kathedraal te bestellen!
Klik daarvoor op deze link: http://bit.ly/Bavo-Ao.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/nieuweBavo-kunst

Nota bene — In het geval van doublures tussen de Facebookpagina en ‘If then is now’ wordt alleen het eerst geplaatste item vermeld.

Museum aan het Vrijthof | LICHT

Hoewel het nieuwe jaar met snelle stappen nadert, zou je denken dat het nog altijd november is: Brumaire of nevelmaan volgens de kalender van de Franse revolutie. Als ik ’s ochtends uit mijn half beslagen raam over de akkers en weilanden kijk, wordt die benaming overvloedig bevestigd! Nevel en veel te korte dagen tekenen de eindejaarssfeer, dus waar hebben we behoefte aan? LICHT! Dat vindt ook mijn jaargenoot, Maarten Jager die regelmatig recensies schrijft voor de Telegraaf.

Museum aan het Vrijthof LICHT | Telegraaf dec. 23 07-18-57-lr
Wat heeft Museum aan het Vrijthof vanaf de nevelmaand tot diep in de sprokkelmaand (22 februari) te bieden?

LICHT! is de expositie die tot 22 februari 2015 is te zien.

‘Geïnspireerd door het festival Magisch Maastricht organiseert Museum aan het Vrijthof de tentoonstelling ‘LICHT’. Licht is een inspiratiebron, een energiebron, een warmtebron, een contrastbron. Maar op welke manieren kan licht een rol spelen in de kunst? Deze vraag wordt onderzocht aan de hand van oude en hedendaagse objecten en installaties waarbij licht als beeldend middel is ingezet’.*

Het museum heeft een bijzondere gastconservator uitgenodigd om de tentoonstelling vorm te geven, namelijk: Branko Reinders, directeur van Sassen Dielemans Dickhaut Uitvaartverzorgers. Vanuit zijn vak is hij ingegaan op de thema’s licht, leven, mystiek en duisternis. Hoe die duisternis er uit ziet, wordt duidelijk uit de volgende post op Twitter:

Een tentoonstelling van uitersten mag je wel zeggen!

De lichtreflectie van Yvonne Musterd

Terwijl Maarten Jager voor Rino Stefano Tagliafierro gaat, met zijn bizarre, aansprekelijke, bewegende ‘schilderijen’, heeft vooral Yvonne Mustard mijn aandacht getrokken. Installaties worden gangbaar geassocieerd met conceptuele kunst, waarbij niet de vorm maar het idee centraal staat. Maar hoe weinig tastbaar een conceptueel werk ook is, het treedt binnen in het domein van de beeldende kunst, zodra het is gematerialiseerd. En dat materialiseren vraagt de inzet van handen, van technische vaardigheden, van ambachtelijkheid, of het nu die van de kunstenaar zelf is of van de mensen die onder zijn of haar regie werken. Regie is in dit verband een passend sleutelwoord, want Yvonne Mostard regisseert haar ruimte in de tentoonstelling LICHT als een tableau met verschillende facetten. Wat mij bijzonder frappeerde was haar al wat oudere interpretatie van het beroemde Arnolfiniportret van Jan van Eyck, waarin ze inzoomt op enkele details om die vervolgens als het ware uit het schilderij te trekken en op een eigen manier driedimensionaal te vertalen. Dat doet ze niet alleen met de afhangende mouwen van de bruid waarvan ze de langwerpige openingen in neonlicht oproept, maar wat mij betreft nog het meest overtuigend met de beroemde bolle spiegel op de achtergrond van het echtpaar. Wat daardoor wordt gereflecteerd is niet de wereld zelf, maar een aspect daarvan, iets dat boven de werkelijkheid uitgaat en door de kunstenaar wordt gepresenteerd als spiegel van de ziel. Fascinerend!

Museum aan het Vrijthof LICHT | Yvonne Mustard Museum aan het Vrijthof LICHT | Jan van Eyck, (circa 1390–1441) Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw | http://bit.ly/Eyck-Arnolfini
Links: Yvonne Mustard, Spiegel van de ziel (1993) (bruikleen: Aegon Den Haag). Rechts: Jan van Eyck (circa 1390–1441), Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw (herkomst: Wikimedia Commons).* 

De collectie uitgelicht

Inmiddels heeft de tentoonstelling geleid tot het eerste item in de nieuwe rubriek ‘De collectie uitgelicht‘ op de website van het museum. Conservator Linda Eversteijn heeft een informatief verhaal geschreven over een van de zilveren objets d’art van edelsmid Joannes A. G. L’Herminotte (1732-1802), waar het LICHT vanaf spat.

Nominatie Limburgse Innovatieprijs 2014

Het is duidelijk dat het Museum aan het Vrijthof nieuwe wegen aan het verkennen is. Dat wordt gezien en gewaardeerd. Vandaar dat het museum is genomineerd voor de Limburgse Innovatieprijs 2014. Of het nu een beeldhouwer uit het interbellum is als Charles Vos, het oude ambacht in hedendaagse toepassingen met de Oldfashioned dagen of de tentoonstelling LICHT, als het Made in Maastricht is, is dit museum dé plek.

Begin januari 2015 wordt bekend wie de winnaar is.

B.*

Museum aan het Vrijthof LICHT

_________________________________

Post scriptum:

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst onder meer naar het volgende:

  • Het citaat is afkomstig van museumaanhetvrijthof.nl
  • De dark room in de tentoonstelling LICHT is gemaakt door EcoX/Ecoproducts4u met Luminicatie.
  • De tentoonstelling loop van 23 november 2014 tot en met 22 februari 2015 (10:00-17:30)! Denk eraan, het museum is op maandag gesloten! Dat geldt ook voor Carnaval, eerste Kerstdag en Nieuwjaarsdag. Controleer altijd even voor de zekerheid de website van het museum.
  • Links: foto auteur, november 2014. Rechts: Wikimedia Commons: http://bit.ly/Eyck-Arnolfini.
  • Verkorte link van dit item: http://bit.ly/MuseumVrijthof-Licht.

[print_link]

Bundels licht in de nieuwe Bavo

Bundels licht: Niels Polak en Josehp Cuypers in de nieuwe Bavo.

‘Licht Nieuwe Baaf overweldigt’ kopte Haarlems Dagblad afgelopen zaterdag, 15 november 2014, en: ‘Architect leidde zonlicht door het gebouw’. Die architect, Joseph Cuypers, was een meester in het regisseren van licht in zijn kathedraal: dat deed hij in allerlei variëteiten en sterktes, zoals ik in mijn webartikel over de atmosferische lichtval in de nieuwe Bavo heb geanalyseerd. Cuypers heeft ruim een eeuw na de bouw van zijn kathedraal het geluk gehad dat dit concept haast intuïtief begrepen werd door fotograaf Niels Polak. Naar aanleiding van de fototentoonstelling van Polak hierover – in Kunsthandel Courbois te Haarlem – schreef journalist Jaap Timmers zijn paginagrote verhaal. Als achtergrond gebruikte hij het genoemde webartikel, waarin ik de choreografie van het licht door de architect heb kunnen illustreren aan de hand van de foto’s van Polak die dit spel op verbluffende wijze zichtbaar heeft gemaakt. Daarover lees je hier meer.

Wat is nu zo goed aan dit krantenartikel? Omdat het een prima beeld geeft hoe Niels Polak het licht op het spoor komt. Een klein citaat:

‘Maandenlang zwerft hij al door het gebouw, zich soms spoedend van het ene schijnsel naar het andere. Zon en wolken zijn in beweging, waardoor telkens een andere plek in hel licht staat. Een goed lichtplan was erg belangrijk bij de bouw eind negentiende eeuw, anders zou het binnen pikkedonker zijn geworden. Wandelend door het monument ervaren we de lichtindrukken zelf. Geoefende fotografen, onder wie Polak, grijpen die bundels bij de kladden’.

Bundels licht: projectie engel neg nieuwe Bavo Niels Polak
Het glas-in-lood in de doopkapel is zeer waarschijnlijk ontworpen door Pierre Cuypers senior of Joseph Cuypers en mogelijk uitgevoerd door de firma Nicolas te Roermond. Foto: Niels Polak, 2014.

Maar niet alleen Niels Polak heeft het over de verrassende effecten van het licht, ook de koster, Stephan van Rijt, die het gebouw als geen ander kent, blijft zich verbazen:

‘Als we op onze rondleiding door de Nieuwe Bavo in de doopkapel aankomen, zien we opeens zonlicht naar binnenvallen door een glas-in-loodraam met engelenhoofd. Het zonneschijnsel projecteert de contouren van de engel ernaast op de zandkleurige binnenmuur. Koster Stephan van Rijt, die ons begeleidt, staat even paf’.

Het aardige is dat we hier te maken hebben met wat een van de inspiratiebronnen van Cuypers – Viollet-le-Duc – betitelde als de derde vorm van polychromie.* De eerste bestaat uit de kleuren van het materiaal, waaraan Cuypers in de nieuwe Bavo veel aandacht heeft besteed. De tweede wordt bepaald door de geschilderde onderdelen van de uitmonstering en de derde ontstaat door de projectie van licht op de pijlers en binnenmuren. Juist de diepe neggen van de ramen in de nieuwe Bavo lenen zich hier bij uitstek voor. Wat nu in de doopkapel is te zien, zal over niet al te lange tijd ook in het schip te bewonderen zijn als de glazen van Jan Dibbets eenmaal zijn geplaatst, waarover ik eerder een blog schreef.*

Ik zou zeggen, lees het hele artikel. Het is te downloaden via: http://bit.ly/Bavo-HD-Polak

B.*

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

000049 Polak Cuypers nB ITIN
Het webartikel over ‘Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo’ is ook de vinden op ifthenisnow.nl:
http://bit.ly/ITIN-nBavo-Polak.

____________

Post scriptum

Het teken * in de bovenstaande tekst staat voor de volgende informatie:

  • De foto aan het begin van dit item is van de hand van Niels Polak.
  • Het webartikel betreft: Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘De atmosferische lichtval van Joseph Cuypers in de foto’s van Niels Polak’, op: ifthenisnow.nl, http://bit.ly/ITIN-nBavo-Polak (2014) / op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/VHH-Cuypers-Polak (2014).
  • Voor de derde vorm van polychromie van E.E. Viollet-le-Duc zie de blog over het ontwerp voor de glazen in de nieuwe Bavo van Jan Dibbets.
  • De verkorte link van dit item is: http://bit.ly/HD-VHH-Polak.

Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, De lichtinval in het schip van de nieuwe Bavo gaat een sfeervolle interactie aan met de zachte, organische tinten van de baksteen en glanselementen als de glasharde terracotta’s, de terrazzo vloer en de houten banken (2014).

De atmosferische lichtval van Joseph Cuypers in de foto’s van Niels Polak

De nieuwe Bavo is een bron van artistieke inspiratie. Dat laat Jan Dibbets zien met zijn ontwerp voor de nieuwe beglazing van het schip en dat laat ook de jonge fotograaf Niels Polak zien met zijn werk in het kader van de Kunstlijn Haarlem (31 oktober – 2 november 2014 en daarna nog de hele maand november in Kunsthandel Courbois). Het opvallende is dat beide kunstenaars vanuit hun aanvliegroute de kathedraal haast intuïtief, in een oogwenk weten te vatten; een proces waarover kunsthistorici als ik soms jaren doen.

De fascinatie van Polak met de kathedraal levert boeiende foto’s in zwart-wit op die laten zien wat het licht doet als hij de ruimte op het juiste moment vanuit de juiste plek observeert. Dan slaat hij toe, precies zoals Henri Cartier-Bresson het formuleerde: want fotograferen is immers een spontane impuls die ontstaat door voortdurend kijken en die het moment in zijn eeuwigheid grijpt.[1] Dat bijzondere moment in zijn eeuwigheid is nu precies wat Niels Polak (1977) en Joseph Cuypers (1861-1949), de architect van de nieuwe Bavo, met elkaar gemeen hebben. Daarover wil ik het hier hebben en om dat uit te leggen gaan we terug in de tijd.[2] Die achterwaartse reis wordt telkens onderbroken met voorbeelden van hoe Polak het licht in de nieuwe Bavo interpreteert. Het gaat immers niet zomaar om een afstandelijke observatie van wat Cuypers bedoelde, maar om wat hij daar als kunstenaar mee doet.

Licht en ‘atmospheer’

Van de bergkam van Goethe naar de Hollandse polder — Architect Joseph Cuypers, zoon van de man die het Rijksmuseum ontwierp, heeft verschillende artikelen over de nieuwe Bavo geschreven die zijn visie op het gebouw etaleren. Het meest elementaire stuk is gepubliceerd in het tijdschrift Van onzen tijd in 1906-1907. Hierin introduceert hij onder meer het woord ‘atmospheer’ dat hij globaal in twee verschillende betekenissen gebruikt: hij bedoelt er aan de ene kant de tijdsgebonden invloed mee van het weer op het bouwmateriaal – letterlijk de verwering. Anderzijds gaat het om de waarneming van licht en kleur. Veelzeggend is de passage die volgt op de constatering dat de Nederlandse bouwkunst van het verleden veel meer horizontale lijnen toont dan elders in Europa rond dezelfde tijd:

‘Moet daarin niet worden erkend de weerspiegeling van wat het Hollandsche landschap dien ouden bouwmeesters te zien en te voelen gaf — eene groote ruimte, afgeteekend door fijne, teere profielen aan den horizon, zonder scherpe kleuren of harde contrasten: eene ruimte niet omschreven door krachtige bergruggen, maar voelbaar door de tinteling der atmosfeer en de afbleekende tonen van ’t geboomte onzer polders?’ [3]

Je zou bijna zeggen, een impressionistische beschrijving pur sang. Inmiddels weten we dat Joseph Cuypers in deze passage sterk beïnvloed was door de tekst der teksten over dit type observatie uit niet minder dan de Farbenlehre van Goethe. Dit werk dat door zijn vader al was omarmd bij de ontwikkeling van zijn polychromie, had in Nederland tot in de schoolboeken voor het schildersambacht zijn weg gevonden.[4] Ik kan het niet laten, dus ik neem je mee op een kleine omweg langs Goethe die een prachtige analyse van het blauw in de lucht noteert:

‘Wird die Finsternis des unendlichen Raums durch atmosphärische vom Tageslicht erleuchtete Dünste hindurch angesehen, so erscheint die blaue Farbe. Auf hohen Gebirgen sieht man am Tage den Himmel königsblau, weil nur wenig feine Dünste vor dem unendlichen finstern Raum schweben; sobald man in die Täler herabsteigt, wird das Blaue heller, bis es endlich, in gewissen Regionen und bei zunehmenden Dünsten, ganz in ein Weißblau [afblekend] übergeht’.[5]

‘Als de duisternis van de oneindige ruimte door atmosferische, door het daglicht verluchte nevels [van de dampkring] bekeken wordt, dan verschijnt de blauwe kleur. Op hoge bergen ziet men overdag de hemel koningsblauw, omdat daar maar weinig [wolken]sluiers voor de oneindige donkere ruimte zweven; zodra men naar het dal beneden gaat, wordt het blauw heller, totdat het uiteindelijk in bepaalde gebieden en bij een toenemende bewolking volledig in een witblauw overgaat [afbleekt]’.

Dat was de kern van de kleurenleer van Goethe, dat het niet alleen maar gaat om een natuurkundig fenomeen van frequenties en golven, maar om een atmosferische gewaarwording die we vandaag de dag vertalen in termen van sfeer en stemming. Daar pakt Joseph de draad van het verhaal op en legt hij uit hoe anders dit werkt in het Nederlandse landschap waar Goethes bergkammen ontbreken en de ruimte voelbaar wordt door het geboomte en ‘de tinteling der atmospheer’. Laat dit nu de sfeer zijn die Joseph Cuypers in de nieuwe Bavo naar binnen wilde halen. Dat benadrukt hij als hij het heeft over de kleur in de kathedraal, waarvan de zachte gele toonzetting door de toename van kleurige decoraties meer en meer naar de achtergrond zal wijken:

‘Toch is het aangewezen om hier in gevoelige schakeerin­gen te blijven, zooals de natuur van het licht in ons Vaderland dat naar mijn oordeel steeds eischt. Wat wij ook van de Italiaansche en andere in ’t Zuiden gestichte bouwwerken mogen leeren, de krasse verlichting die daar enkel door kleine bovenlichten eene groote betoovering aan de gebouwen geeft, zou in ons land gedurende meer dan de helft van ’t jaar een onvoldoende verlichting geven’.[6]

Vandaar dat hij telkens weer een pleidooi zal houden voor de toepassing van lichte, witte partijen in de glazen die in ‘onze lage en breede Kathedraal, en in ons klimaat hoog noodig’ zijn.[7] Alleen zo zal het licht de kans krijgen om zowel op heldere als bewolkte dagen de sfeer in de binnenruimte te bepalen.

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, Licht en schaduw in het schip van de nieuwe Bavo vanaf de galerij van het transept (2014). Het gaat hier niet om de zon in zijn volle kracht, maar om het wisselende licht dat tussen de wolken door schiet en gedempte tonen veroorzaakt die de fotograaf een extra accent geeft door geeft door middel van belichtingsinstellingen. De vele tinten schaduwgrijs illustreren de ‘gevoelige schakeeringen’ die Joseph Cuypers als een reflectie beschouwde van het Nederlandse klimaat. De meer donkere pijlers en bogen op de voorgrond omlijsten het lichtere tafereel in het schip en werken als een repoussoir waardoor het oog de diepte in wordt getrokken. Daar wordt het opgenomen in de wisselwerking tussen haaks op elkaar staande richtingen – hoogte, breedte, diepte – die via de ronding van de gewelven en bogen in balans worden gebracht. Zelfs in een statisch medium als een foto weet Polak de factor beweging van Joseph Cuypers tot uitdrukking te brengen.

Van het schilderachtige naar het impressionisme

De factor beweging — Was het nieuw wat Joseph Cuypers met licht deed? In dit stadium ben ik geneigd om te zeggen: ja, maar niet zonder kanttekeningen. In relatie tot atmosfeer als stemming waren zijn collega-architecten er, gelet op de vakliteratuur, nauwelijks mee bezig.[8] Maar los daarvan hebben we ook nog te maken met de schaduw of liever de lichtval van zijn vader. Om dit in perspectief te plaatsen, ga ik het eerst hebben over iets wat daar in hoge mate mee samenhangt, namelijk beweging, en wel de beweging van ons, mensen in en om een gebouw. Al vanaf de achttiende eeuw houden architectuurtheoretici zich bezig met de ‘schilderachtige’ belevingswaarde die ontstaat doordat men al wandelend verschillende indrukken ontvangt van een gebouw.[9] Dit werd niet langer opgevat als een statisch object, maar als een bron van aangename variatie, doordat het tijdens het bewegen als het ware voortdurend veranderde. De volgende stap in dit bewustwordingsproces was dat architecten hierop in gingen spelen. Beïnvloed door de romantische landschapstuin die al in de achttiende eeuw furore maakte, ging men er toe over om ‘momenten’ te ensceneren, waardoor het gebouw in zijn diverse vormen tot zijn recht kon komen. Er kwam een choreografie van routes en vues die de toeschouwer quasi-spontaan stuurde en zo een nieuwe dimensie gaf aan de beleving van architectuur. Voor deze kwaliteit introduceerde de architectuurhistoricus Manfred Bock de factor beweging. Hij licht dit toe aan de hand van het Rijksmuseum, dat hij als een ‘modern gebouw’ typeert onder meer vanwege:

‘het feit dat Cuypers de factor beweging bij het ontwerp incalculeert en er dus voor zorgt dat de ruimtelijke structuur niet zo maar vanuit één punt afleesbaar is, maar pas in de tijd ervaren kan worden’.[10]

Deze opmerking kan moeiteloos doorgetrokken worden naar de lichtwerking, waarvoor immers bij uitstek geldt dat die alleen in de tijd ervaren kan worden. Van dat laatste was Cuypers senior zich welbewust, zoals blijkt uit de manier waarop hij scènes in licht en kleur in zijn ruimten regisseerde. Deze aanpak maakte dat er eigenlijk nooit sprake was van één gebouw, maar een verzameling momentane gebouwen die zich naar gelang de lichtinval en de factor beweging, ingezet door de wandelende toeschouwer, manifesteerden.[11] Bij de nieuwe Bavo is het al niet anders. Zijn zoon nam hier letterlijk de ruimte om gebruik te maken van het parallaxeffect: een voortdurende verandering van de ruimte als je langs of tussen de ritmisch geordende, zware pijlers van het schip loopt of in de arcade van de kooromgang. Ook met de dubbelschalige opzet van de wanden met hun vele galerijen heeft Joseph Cuypers hierop ingezet: niet alleen geven de verticale kolommen een extra impuls aan de factor beweging, maar gaat de diepte van de galerijen gepaard met licht- en schaduweffecten die het plastische aanzien van de binnenruimte vergroten.[12] De kathedraal behelst een meesterlijk ontworpen choreografie die beleefbaar wordt als je in en met het gebouw meebeweegt.

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, Het licht gevangen in de neggen van de ramen in de noordertoren van de westbouw. De ritmische geleding, de diepte van de dagkanten en de balustrades in steen en hout geven het geheel een plastische effect. Door dit in combinatie met de lichtval uit te buiten speelt Polak in op een van vele ‘momenten’ die Joseph Cuypers in de kathedraal had ingepland (2014).

De schilderachtige visie van Cuypers senior — Dit talent hadden vader en zoon dus duidelijk gemeen, maar waar lag dan het verschil? Dat wordt duidelijk wanneer we nagaan hoe Pierre Cuypers met licht omging. Dat had in zijn geval alles te maken met de ontwikkeling van zijn visie op polychromie: veelkleurige uitmonsteringen, zoals die in het Rijksmuseum. In zijn werkwijze valt een overgang te bespeuren van relatief zachte, heldere tinten naar een zwaarder kleurengamma dat als middeleeuws geafficheerd werd. Hierover merkte ik in mijn studie ‘De muziek van het licht’ het volgende op:

‘Zeker was het een winstpunt dat het verzadigde ‘middeleeuwse’ palet meer rekening hield met de werking van glas-in-loodramen. Cuypers kon zo verbluffende clair-obscur momenten realiseren die de factor verandering en beweging in zijn interieurs optimaal uitbuitten.[13] Opnieuw zijn daarin Engelse invloeden te bespeuren en wel via het tijdschrift The Ecclesiologist, dat zowel door Thijm[14] als Cuypers geraadpleegd werd. Met de auteur van het artikel in kwestie, architect G.E. Street, had Cuypers als erelid van The Ecclesiological Society in 1862 in Londen kennis gemaakt. Street hield reeds in 1852 een pleidooi voor de integratie van ‘those lovely alterations of light and shade, when nature gives them to us in briljant sunshine.’[15] Dit doet sterk denken aan de rol die Brouwers[16] ‘het klaarder en meer donker licht’ toekent bij de afstemming van polychromie. Cuypers parafraseerde Street nog in 1891 met zijn beschrijving van de traceringen van de Utrechtse Dom, ‘die het schitterend licht met het geheimzinnige halfdonker in schilderachtige schakeering afwisselt.’ Om dit effect te bereiken adviseerde Street de architecten ‘to concentrate the admission of light on particular points.’[17] Een van de interieurs waar Cuypers dit het meest overtuigend bereikt had, betrof de verdwenen uitmonstering van de Sint Servaaskerk: de afwisselende lichtkwaliteit, variërend van gedempt tot volop stralend, genereerde hier even zovele momenten, waarin een compleet register aan clair-obscur en kleurharmonieën werd opengetrokken.[18] Door deze meerwaarde speelde de verzadigde polychromie nog beter in op de gevoelens van grootsheid, melancholie en ‘wellustige droefgeestigheid’ (‘pleasing gloom’), dat een schilderachtig beleven van architectuur vergde. Maar terwijl dit zintuiglijk deelhebben voor de één doel op zich was, moest het in de visie van de clerus leiden tot ‘huiver der heilige plaats’, tot vatbaarheid voor Gods boodschap en aldus tot het ‘Sursum Corda’, dat Brouwers met Pugin[19], Cuypers en Thijm het ultieme doel achtte van de kunst.’[20]

Naar een impressionistische visie — Waar Cuypers senior met name inspeelde op wat de heldere lichtinval via het zware glas-in-lood in zijn gebouwen deed, concentreerde Joseph zich op een veel breder gamma van het typisch Hollandse licht, dat hij ook op minder uitgesproken zonnige dagen in zijn kathedraal wilde binnenhalen. Vandaar ook dat hij afstand neemt van de verzadigde Chartres-achtige ramen en pleit voor lichte glazen. Vandaar ook dat hij heel bewust glanselementen in de nieuwe Bavo toepast, te beginnen met de glasharde gele terracottabanden die door hun spiegelende kracht bij uitstek als lichtverspreiders aan te merken zijn. Maar daar blijft het niet bij: alles doet in dit spel van reflectie mee: de luchters en het koorhek, de vergulde accenten op de sculptuur, de polychromie en het edelsmeedwerk, de fluorescerend brons geschilderde deuren en vooral niet te vergeten het glanzend opgewreven hout van de banken.[21] Het gaat niet langer om het creëren van dramatische scenes, maar om een subtiele opeenvolging van verstilde momenten, waarvoor Joseph Cuypers niet zomaar het Hollandse polderlandschap als referentie nam. Je zou kunnen zeggen dat hij de schilderachtige toonzetting van zijn vader actualiseert door een impressionistische visie te ontwikkelen. Dat hij daarmee een antwoord bood op wat men in die tijd meer en meer in architectuur waardeerde, wordt bevestigd door de kunstcriticus Jan Kalf: in een artikel over Joseph Cuypers uit 1908 liet hij zich ontvallen dat hij afziet van ‘eene architectonische of impressionistische beschrijving’ van de nieuwe Bavo, omdat er daar al zoveel van waren.[22]

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, De Mariakapel pal in het oosten van de nieuwe Bavo (2014). Het felle licht corrigeert via de camera de donkergekleurde glazen van dom Jacques van der Meij. Door met een lange sluitertijd te werken en vaak in te flitsen is de sculptuur van het altaar in zijn detaillering zichtbaar gebleven ondanks de sterke lichtval. In werkelijkheid is de kapel op dit moment zo niet waar te nemen. Met deze opname benadert Polak het beeld dat Joseph Cuypers voor ogen stond, vooral omdat het altaar van Joseph Cuypers en Johannes Maas oorspronkelijk ook nog indirect licht vanuit het priesterkoor ving.

Tussen Monet en Schubert — Het idee van de beleving van een gebouw als een verzameling momenten wordt door de meeste mensen niet geassocieerd met architectuur en waarschijnlijk al helemaal niet met het oeuvre van vader en zoon Cuypers. Voor het gros is dit concept vrijwel exclusief verbonden met de beroemde momentopnamen van één en hetzelfde object van de impressionistische schilder Claude Monet. Een wel heel toepasselijk voorbeeld vormt de serie van de kathedraal van Rouen die hij door de dag heen in een steeds ander licht geschilderd heeft (1890-1894): de fameuze ‘instantanéité’, of zoals Cartier-Bresson zou zeggen, momenten in hun eeuwigheid.[23] Nauwelijks veel later lijkt Joseph Cuypers deze nieuwe versie van een schilderachtige visie op architectuur op te pakken om een architectonische variant van de ‘instantanéité’ ontwikkelen. Wat Monet op het doek registreerde bouwde hij in in zijn concept van de kathedraal: een verzameling momenten die onder bepaalde omstandigheden onder invloed van licht en beweging realiteit kunnen worden. Dit rijmt wonderwel met dat andere concept dat aan de kathedraal ten grondslag ligt: het gebouw als Unvollendete, als een onvoltooide symfonie à la Schubert, voltooid in zijn onvoltooidheid. Er waren heel wat overwegingen die aan dat concept ten grondslag lagen, maar als we het op de meest pragmatische houden dan is het geld. Joseph Cuypers wist dat hij de nieuwe Bavo nooit in eenmaal zou kunnen realiseren, hetgeen alleen al blijkt uit de drie bouwfasen: 1895-1898, 1902-1906 en 1927-1930. Maar dit gold ook voor het interieur met zijn noodbeglazing, dito polychromie, hoogst noodzakelijke meubilair et cetera. Dit incomplete krijgt doelbewust een plaats in het concept, zoals onder meer afgelezen kan worden aan de ruwe blokken steen die her en der de buitenkant sieren en de vele onvoltooide kapitelen, basementen en zelfs misbaksels van terracotta aan de binnenkant. De kathedraal was niet zomaar een gebouw: ze was opgetuigd met kwantumachtige potenties die in de toekomst al dan niet realiteit konden worden, zoals de glazen van Jan Dibbets laten zien.[24] En dat brengt ons weer terug bij de vraag hoe vernieuwend Joseph bezig was.

Innovatie of articulatie

Van ingrediënten naar receptuur — We zagen het al met de factor beweging: de meeste ideeën komen niet zomaar uit de lucht vallen en hebben een lange incubatietijd nodig om het niveau van een levensvatbaar artistiek concept te bereiken. Dat geldt ook voor de atmosferische lichtwerking, de architectonische instantanéité en de Unvollendete. De ingrediënten waren zonder meer aanwezig: de schilderachtige effecten waar Cuypers senior op inzette, het onvoltooide karakter van kunst waarover zijn zwager J.A. Alberdingk Thijm (de peetvader van Joseph) al had geschreven, de sfeervolle Hollandse landschappen die op schilderijen waren vereeuwigd en in de Voorhal van het Rijksmuseum zaten de eerste glazen met redelijk veel wit … het lag allemaal klaar als rijp fruit. Waarom juist bij Joseph Cuypers de vonk oversprong had te maken met zijn bijzondere, zo niet unieke positie als zoon van zijn vader. Toen hij na zijn studie in Delft in 1883 toetrad tot het productieve architectenbureau Cuypers heeft hij als weinig anderen van zijn tijdgenoten het bouwproces in een veelheid van facetten in de praktijk mee kunnen maken. Wat daarbij zeker beslissend is geweest voor de ontwikkeling van zijn visie is dat hij heel wat kerken heeft gezien in de eerste fase van de afronding: klaar om in gebruik te worden genomen, maar grotendeels oningericht. Hoe vaak zal hij niet rondgelopen hebben in zo’n gebouw met een rijk palet aan geologisch bepaalde kleuren dankzij de materiaalpolychromie, met lege afgepleisterde muurvelden, waar zich nog geen schilderingen op bevonden, en een atmosferische lichtinval als gevolg van de heldere noodbeglazing. Hoe je die laatste kwaliteit kunt behouden bij de overstap naar definitief glas-in-lood liet hij zien in zijn eerste echte eigen kerk, de Urbanus in Nes aan de Amstel (1889-1891). Daar hield hij zelfs rekening met de wisselende lichtintensiteit aan de noord- en zuidzijde van het schip.[25]

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, De patroonheilige van de nieuwe Bavo in de lichtval vanuit de koortravee (2014). In het voetspoor van zijn vader schiep Joseph Cuypers in zijn kathedraal ook ruimte voor een type instantanéité met sterke clair-obscurpotenties. Het bronsachtig glanzende houten beeld is van de hand van Albert Termote (1958).

Die atmosferische beleving was echter niet het enige dat tot de vernieuwende impuls leidde: Joseph Cuypers wist uit ruime ervaring dat veel kerken de eerste tijd door geldgebrek een pas op de plaats moesten maken. Op het meest noodzakelijke meubilair na zouden sommige gebouwen pas decennia later ingericht worden. En het kon nóg erger: het meest dramatische voorbeeld op dit gebied had Joseph van nabij meegemaakt met de kathedraal van Amsterdam, de Willibrordus buiten de veste die na de eerste fase van priesterkoor en pastorie (1873) maar niet voltooid leek te kunnen raken. Joseph zou deze kerk in plaats van zijn vader afbouwen. En hij doet dat analoog aan de nieuwe Bavo op een manier die ruimte laat voor verdere afwerking. Dat was in 1897 toen de eerste fase van de Haarlemse kathedraal bijna klaar was.

Van de nood een deugd — Vanuit deze ervaring zet Joseph Cuypers bij de nieuwe Bavo een beslissende stap: hij maakt van de nood een deugd door de nog niet voltooide kerk tot de inzet van zijn ontwerp te maken: een voldragen Unvollendete met de potentie om ooit of misschien wel nooit afgebouwd en ingericht te worden. Een gebouw dat in zijn onaffe toestand zoveel kwaliteit heeft dat het als af kan gelden, maar ruimte houdt voor toevoegingen. Dat betekende echter niet dat er grenzeloos toegevoegd mocht worden, dat er geen kaders waren waar de toekomstige sierkunstenaars zich aan te houden hadden. Een van de voorwaarden waar Joseph Cuypers streng aan vasthield was nu juist die atmosferische lichtval. Dat liet hijzelf zien met het wit dooraderde glas-in-lood van zijn vader in de apsis en zijn engelenglazen in het hoogkoor. En daar zit ook het grote verdriet van deze man: dat zijn opdrachtgever, de bisschop, in een vrij vroeg stadium hier vanaf is gestapt. Zo kwamen er hoge koorbanken die de lichtwerking in de koorgang en de kapellen sterk verhinderen. Zo kwamen er conflicten met Han Bijvoet en dom Jacques van der Meij die met hun glazen terugkeerden naar het Chartres-achtige palet, waarin voor wit of zachte partijen geen ruimte was.[26] Hierdoor kon het ook gebeuren dat de toepassing van licht glas welbeschouwd opnieuw uitgevonden zou worden. Dat gebeurde in 1925 met de glazen van Derkinderen in het gebouw van de Algemene Handelmaatschappij te Amsterdam van K.P.C. de Bazel. Doordat deze door het onverwachte overlijden van Derkinderen voltooid werden door Joep Nicolas, kreeg het witte glas een plek in het idioom van de volgende generatie glazeniers.[27]

Innovatie of articulatie — Dat brengt ons terug bij de vraag of Joseph Cuypers innovatief bezig was of de erfenis van zijn vader articuleerde. Het antwoord kan zijn: beide. De vondst ligt in de ontdekking van de impressionistische schoonheid van de maar net afgebouwde kerk die volgens de rationele uitgangspunten van zijn vader was ontworpen. Door dit stadium als esthetisch doel te articuleren zet Joseph zijn ontdekking op het artistieke plan en zet hij de toon voor een volledig nieuwe benadering van de kerkbouw. De manier waarop hij dit concept in de nieuwe Bavo en de Willibrordus heeft uitgevoerd, is naar het zich laat aanzien eenmalig geweest: tot dusver is geen andere Unvollendete tevoorschijn gekomen. Wel is zijn impressionistische visie op atmosfeer en licht in de kerk, waarmee hij een hele verzameling instantanéitées regisseerde, een stabiele factor in zijn werk en dat van anderen gebleken.[28] Het zijn deze instantanéitées die als momenten in hun eeuwigheid zijn geïnterpreteerd en vastgelegd in de monochrome foto’s van Niels Polak.

Bernadette van Hellenberg Hubar

____________

Nota bene — De voorgaande analyse maakt deel uit van het voorbereidende onderzoek van de auteur ten behoeve van een publicatie over de nieuwe Bavo naar aanleiding van de huidige restauratie. Dit project vindt plaats in opdracht van de stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem.

De verkort aangegeven literatuur in de noten verwijst naar titels die volledig zijn geciteerd in de bibliografie op de site van Vanhellenberghubar.org.[29]

Op de foto’s van Niels Polak berust auteursrecht en zijn alle rechten voorbehouden! Toestemming voor gebruik kan geregeld worden via: niels@silicium.nl.

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, Vue op het schip en koor van de nieuwe Bavo vanaf de orgeltribune (2014). De rustige ritmiek van de nieuwe Bavo met de schaduwslag van banken en kolommen nodigt uit tot een processie door het middenschip die alles in beweging zet.

Noten

[1]    Voor Henri Cartier-Bresson zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Henri_Cartier-Bresson. Voor de nieuwe Bavo volg http://bit.ly/VHH2nB-Haarlem.

[2]    Deze tekst is voor een deel ontleend aan de waardenstelling die ik in 2013 over de nieuwe Bavo schreef: Hubar, Auto intextum, paragraaf 4.3.

[3]    Joseph Cuypers, Sint-Bavo, Van Onzen Tijd (1906-1907), pp. 102-103.

[4]    Hubar, Auro intextum, paragraaf 4.3. Polman, De kleuren van het Nieuwe Bouwen, pp. 39-41, 55; 56-58.

[5]    Goethe, Farbenlehre, p. 110, stelling 155.

[6]    Joseph Cuypers, Sint-Bavo, Van Onzen Tijd (1906-1907), pp. 111-112.

[7]    Brief van Joseph Cuypers aan bisschop Aengenent, 13 januari 1930, geciteerd naar Erftemijer e.a., Getooid als een bruid, p. 214.

[8]    Een kleine steekproef via het zoekprogramma van de KB, Delpher – www.delpher.nl – met de termen architectuur en atmospheer brengt als vroegste voorbeeld het artikel geciteerd in noot 6 naar voren!

[9]    Hubar, De gepatineerde droom, p. 40. Hubar, Arbeid en Bezieling, p. 114. De factor beweging valt te herleiden tot de tweede helft van de achttiende eeuw.

[10]  Bock, Cuypers-Berlage-De Stijl, Forum (1986), pp. 102-103.

[11]  Hubar, De gepatineerde droom, p. 40. Hubar, Arbeid en Bezieling, p. 114.

[12]  Voor de dubbelschalige opzet zie de analyse van Arjen Looyenga in Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 76-83. De vraag van Looyenga waarom Joseph Cuypers hiervan zo’n overvloedig gebruik maakte is hiermee wel beantwoord.

[13]  Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 23, 114.

[14]  J.A. Alberdingk Thijm, kunstcriticus, -theoreticus, zwager van Cuypers en schrijver van de toonaangevende publicatie over kerkbouwsymboliek, De Heilige Linie (1858). Voor de nieuwe Bavo is dit handboek van grote invloed geweest.

[15]  Muthesius, High Victorian movement, 39-58; m.n. 41: citeert G.E. Street, ‘The true principles of architecture and the possibilities of development’, The Ecclesiologist 13 (1852), 247-262; m.n. 257-259.

[16]  J.W. Brouwers was priester, publicist en een huisvriend van Thijm en Cuypers. Hij schreef onder meer over Cuypers’ schilderingen in de Servaaskerk en op de piano van diens vrouw, Antoinette Alberdingk Thijm (zie Brouwers, Muurschilderingen). Brouwers vormde samen met zijn vrienden het ‘Roomsche ABC’: Alberdingk Thijm, Brouwers en Cuypers. Zie: http://bit.ly/Brouwers-dbnl.

[17]  Zie de vorige noot en Cuypers, Voordracht 1892, pp. 5-6.

[18]  Hubar en Van Leeuwen, De beginselloosheid tot adagium verheven, pp. 83-85.

[19]  Brouwers, Muurschilderingen, pp. 13. King, Pugin, pp. 135-141 (De Engelse architect A.W.N. Pugin was met name aan het begin van de carrière van Cuypers een belangrijk rolmodel voor zowel hem als Thijm). Stoks, Cuypers Gedenkboek, pp. 19-25; m.n. 25. Het begrip ‘wellustige droefgeestigheid’ is afkomstig van de romanschrijver Rheinvis Feith: voor deze en aanverwante termen en hun herkomst zie Hubar, Arbeid en Bezieling, 429-432.

[20]  Deze passage is in haar geheel overgenomen uit Hubar, De muziek van het licht, p. 65.

[21]  Door de chemische inwerking van de onderlaag van de bronzen beschildering van de deuren is het glanseffect hiervan versterkt (onderzocht door Judith Bohan, kleuronderzoeker en restaurator, en Luc Megens van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed).

[22]  Kalf, Joseph Cuypers, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 1908, p. 372.

[23]  Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Kathedraal_van_Rouen_%28Monet%29. Voor een goede uitleg zie: http://bit.ly/NGA-Monet, ontleend aan: Michael Lloyd & Michael Desmond, European and American Paintings and Sculptures 1870-1970 in the Australian National Gallery, 1992 p.72.

[24]  Zie Hubar, Dibbet’s ramen, http://wp.me/p4eh3s-Uo.

[25]  Zie Hubar, Urbanuskerk, http://wp.me/P4eh3s-bK en Hubar, Dibbet’s ramen, http://wp.me/p4eh3s-Uo.

[26]  Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 214-215.

[27]  Hubar, Genade van de steiger, pp. 404-407.

[28]  Een mooi voorbeeld is de Paterskerk te Eindhoven (1896-1898) van twee Cuypersleerlingen, P. Bekkers en J. Hegener, generatiegenoten van Joseph Cuypers. De atmosferische lichtinval en polychromie zijn in 2014 geanalyseerd door middel van een waardenstelling: Hubar, Paterskerk, http://wp.me/p4eh3s-pI.

[29]  Zie http://bit.ly/VHH2bibliografie.

Titel, verkorte link, tentoonstellingsadres et cetera

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘De atmosferische lichtval van Joseph Cuypers in de foto’s van Niels Polak’, op: ifthenisnow.nl, http://bit.ly/ITIN-nBavo-Polak (2014) / op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/VHH-Cuypers-Polak (2014).

Meer foto’s van Niels Polak zijn te zien op: http://bit.ly/Niels-Polak-500px en www.nielspolak.nl.

Tentoonstellingsadres:
Kunsthandel Courbois
Schaghelstraat 14
2011 HX Haarlem
www.kunsthandelcourbois.nl

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-Cuypers-Polak

Glans in de nieuwe Bavo →

Klik om door te gaan naar 'Glans in de nieuwe Bavo'.
Met één klik op de afbeelding ga je naar …

Dit is een doorverwijspagina naar de post Glans in de nieuwe Bavo.

Het mooie van deze ontdekking die daar beschreven wordt, is dat ze opnieuw bevestigt hoe belangrijk glans in het concept van Joseph Cuypers voor de kathedraal was.

De verkorte snelkoppeling van dit item is http://wp.me/p4eh3s-sd.

B.

Jan Dibbets ontmoet Joseph Cuypers

Klik om door te gaan naar 'Jan Dibbets ontmoet Joseph Cuypers'.
Met één klik op de afbeelding ga je naar …

Dit is een doorverwijspagina naar de blog: Jan Dibbets ontmoet Joseph Cuypers.

Het betreft een beknopte erfgoedtoets van de nieuwe ramen van Jan Dibbets in het schip van de kathedrale basiliek nieuwe Bavo te Haarlem van architect Joseph Cuypers.

De verkorte link van deze blog is http://wp.me/p4eh3s-Uo.

B.