Jos ten Horn in Tilburg

Aanleiding

Afgelopen jaar zijn de muurschilderingen van Jos ten Horn in de nieuwe apsis van de Goirkese kerk in Tilburg gerestaureerd door Leo Scholten. De kerk is 5 jaar gesloten geweest vanwege een ingrijpende restauratiecampagne en onlangs, in juni 2015 heropend. Dit werd gevierd met een monografie over de Goirkese kerk van collega Joost van Hest, waaronder ook aandacht is besteed aan het werk van deze kunstenaar. Ten Horn is een van de weinigen onder de monumentale schilders uit de expressionistische hoek met een groot oeuvre op het gebied van de muurschilderkunst en hij heeft veel waardering gekregen. Een van de belangrijkste vernieuwingen die in het interbellum zijn beslag kreeg, was de behandeling van de muur als een vel papier: hierbij werd de kleur van de pleister als achter- of ondergrond gebruikt en kwam er veel ‘wit’ in de voorstellingen voor. Ten Horn heeft de muur in de apsis gebruikt als een blad papier waarop hij ogenschijnlijk met houtskool werkte. Dit werk is enig in zijn soort en is een goede reden om een paragraaf uit mijn boek te delen.

Jos ten Horn, De verering van het kruis en Maria, Goirkese kerk Tilburg.
Afb. 370 Jos ten Horn, De verering van het kruis en Maria door de bekeerde volkeren van de overzeese gebieden (ca. 1938), in de nieuwe apsis van Kees de Bever (1937-1938) in de Dionysiuskerk of Goirkese kerk te Tilburg. Waarschijnlijk is deze aparte voorstelling bedoeld als eerbetoon aan de Tilburgse missionaris Peerke Donders, die in de parochie van het Goirke zijn wortels had en gedurende het interbellum grote verering ondervond in deze plaats.

Uit paragraaf 7.7 | De muur als een blad papier: Jos ten Horn

Ontleend aan Bernadette van Hellenberg Hubar, De genade van de steiger (Rijksdienst Cultureel Erfgoed | Walburg Pers 2013), pp. 431-435.

Nota bene — De tekst weerspiegelt de stand van zaken eind 2013. De afbeeldingen in de Goirkese kerk zijn afkomstig van de beeldbank van de RCE en gemaakt door Sjaan van der Jagt van Pixelpolder.

Het experiment dat Van Rees in 1931 uitvoerde in de Pietàkapel van de Obrechtkerk, vond, voor zover dat te traceren viel, nauwelijks navolging. De eerste die erop voortborduurde, was de kerkschilder Jos ten Horn (1894-1956) in de nieuwe apsis van de Goirkese kerk te Tilburg, circa 1938 (afb. 370). Ten Horn, die opgeleid was aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid en zijn eerste schreden op het gebied van de muurschilderkunst zette als figurist in het atelier van de firma Cuypers & Co, was een van de ontdekkingen van Clemens Meuleman. De handelaar probeerde vanaf de late jaren twintig belangstelling bij de vakwereld voor Ten Horn te wekken, onder meer door Plasschaert uit te nodigen voor een toer door Twente om enkele kerken te bekijken.[1] De waardering die Ten Horn genoot, blijkt niet alleen uit de vele opdrachten – hij is een van de weinigen onder de expressionisten met een groot oeuvre – maar ook uit zijn deelname aan de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs met een beschilderde altaarretabel voor de Nederlandse kapel in het pauselijk paviljoen. Op zich is dit een bijzonder werk, omdat het aangeeft dat Ten Horn met Collette en Molkenboer tot de weinige stijlpluralisten behoorde die een specifieke interpretatie van de Byzantijnse kunst ontwikkelden. Ook in zijn muurschilderingen [434] zien we hoe de kunstenaar in een gevarieerd idioom werkte, met afwisselend Byzantijnse, romaanse, gotische en barokke vormen. Wat het barokke idioom betreft, zijn de koepelschilderingen die hij met Piet Coppens uitvoerde in de achttiende-eeuwse Luciakerk in Ravenstein ongetwijfeld een hoogtepunt.[2]

Jos ten Horn, De centrale groep die door Peerke Donders waren bekeerd, Goirkese kerk Tilburg.
Afb. 371 Jos ten Horn, De centrale groep van de Surinaamse indianen en bosnegers die door de Tilburgse missionaris Peerke Donders waren bekeerd. Schildering (ca. 1938) in de nieuwe apsis van Kees de Bever (1937-1938) in de Dionysiuskerk of Goirkese kerk te Tilburg.

Hoewel Engelman Ten Horn in 1934 opnam bij de kunstenaars die de nieuwe barok beoefenden, leerde hij hem pas na de oorlog kennen, als docent glas-in-lood aan de Jan van Eyckacademie te Maastricht. In het artikel dat Engelman bij gelegenheid van de zestigste verjaardag van de kunstenaar publiceerde, schreef hij dit toe aan Ten Horns bescheidenheid. Niettemin was de kunstenaar er blijkens de vakbladen toch verschillende keren in geslaagd om de aandacht te trekken.[3] In het overzicht van de werken die Engelman in zijn verhaal opvoerde, ontbreekt jammer genoeg een van de interessantste, de apsisschilderingen in de Goirkese kerk in Tilburg. Deze zijn alleen al zo bijzonder omdat de aardse zone is gewijd aan een paradijselijke plek in de tropen. Zeer waarschijnlijk is hiermee een eerbetoon bedoeld aan de Tilburgse missionaris Peerke Donders (1809-1887): niet alleen was deze in de Goirkese kerk gedoopt, maar ook had hij er zijn afscheidsmis gecelebreerd voordat hij naar Suriname vertrok. Daar was hij werkzaam in de binnenlanden, waar hij de indianen bekeerde en de leprozen verzorgde. In het interbellum kende Tilburg een ware verering voor Peerke Donders, die onder meer leidde tot de oprichting van een standbeeld in 1926. De herdenking van zijn vijftigste sterfdag van 1937 tot 1938 gaf aanleiding tot een openluchtspel en een toneelstuk over de ‘Apostel van Suriname’, waarin indianen en bosnegers een prominente rol vervulden. Bij de keuze voor het type personages blijkt Ten Horn hier met zijn werk op te hebben ingespeeld (afb. 371).[4]

Jos ten Horn, Uitsnede van bekeerde Surinaamse indianen en bosnegers, Goirkese kerk Tilburg.
Jos ten Horn, Uitsnede uit de centrale groep van de Surinaamse indianen en bosnegers die door de Tilburgse missionaris Peerke Donders waren bekeerd. Schildering (ca. 1938) in de nieuwe apsis van Kees de Bever (1937-1938) in de Dionysiuskerk of Goirkese kerk te Tilburg.

Op een dunne pleisterlaag waar de baksteen op verschillende plekken doorheen schemert, heeft Ten Horn de verschillende figuurgroepen op een barokke manier over het concave oppervlak verspreid. Vanuit een stevige voet die bestaat uit een trapeziumachtige opbouw in het centrum klimmen beneden links en rechts indianen en negers naar boven tot ongeveer tweederde van de hoogte. Daar ontmoeten de bewoners van de aarde musicerende engelen, waarvan twee groepen naar het eigenlijke orkest in de kalot leiden: met instrumenten en wierookvaten wordt hulde gebracht aan Maria als apocalyptische vrouw en het kruis dat met enkele lijdenswerktuigen omhoog wordt gedragen door engelen. Ten Horn is vrij onorthodox te werk gegaan door geen van de hemelingen vleugels te geven, een iconografisch fenomeen dat volgens Timmers vroegchristelijk van oorsprong is.[5] Wat echter voor die tijd helemaal opmerkelijk is, is dat de engelen qua huidskleur en gelaatstrekken de tropische figuren weerspiegelen. Zelfs Maria en kind ogen bepaald niet westers.

De aardse zone is één grote hoorn des overvloeds met korven vol met de vruchten van het veld, de oogst van bomen en struiken en een net vol vissen. Dat de jacht geen plaats heeft gekregen in dit paradijs, is niet zonder reden. Ten Horn legde een speciale nadruk op Bijbelse producten als graan, appels, druiven en vissen. Dit roept onder meer associaties op met de wonderbare visvangst die Matthieu Wiegman in de Obrechtkerk weergaf. Tegelijkertijd wordt hiermee de eucharistische betekenis van brood en wijn en de vroegchristelijke symboliek van de vis als letterschrift van Christus benadrukt. Ook de activiteit van de visvangst zelf heeft een bijzondere lading: deze herinnert immers aan de opmerking van Christus dat hij van de vissers onder de apostelen vissers van mensen zou maken. Voor de apostel van Suriname zullen deze woorden een direct toepasselijke boodschap hebben gehad. De paradijselijke weelde wordt nog eens onderstreept door het mensenpaar aan de top van het trapezium, die als een nieuwe Adam en Eva de appels van het geloof mogen plukken. Om het geheel af te maken kunnen ook de vleugelloze engelen worden gepresenteerd als passende entourage voor een volk dat vergelijkenderwijs in de evangelische fase van het vroege christendom verkeerde, toen Peerke Donders hen bekeerde.

Jos ten Horn, Uitsnede van Maria en Kind, Goirkese kerk Tilburg.
Jos ten Horn, Detail met Maria met Kind en het kruis met de lijdenswerktuigen omringd door musicerende engelen. Schildering (ca. 1938) in de nieuwe apsis van Kees de Bever (1937-1938) in de Dionysiuskerk of Goirkese kerk te Tilburg.

Technisch bezien lijkt wat Ten Horn deed sterk op de werkwijze van Van Rees in de Obrechtkerk. De muur is opgevat als een blad papier, waarbij het gebroken wit van de pleisterlaag niet alleen is gebruikt voor de achtergrond, maar ook voor de lichtpartijen van de donkere lichamen, de wolken en de verschillende [435] overige elementen, als kruis, muziekinstrumenten et cetera. De voorstelling is vrijwel monochroom in donkerbruine schakeringen uitgevoerd, waardoor het effect is ontstaan van een houtskooltekening in het groot. Met behulp van deze tekenachtige techniek heeft Ten Horn zijn figuren een sterk modelé meegegeven, waarvan het plastische effect goed past bij de barokke weelde. Door de vervuiling van de schildering is nog maar moeilijk te zien dat de kunstenaar de compositie op verschillende plekken, met name bij de aureolen en het fruit, heeft verlevendigd met fel gekleurde toetsen en partijen. Wat het af maakt, is de kleurschijn rond de omtrekken van de verschillende groepen die haast geaquarelleerd zijn: vrij fel direct langs de contour vloeien de tinten steeds verder uit totdat ze opgaan in de achtergrond. Zo heeft Ten Horn ook dun opgezette grijs en bruin vervloeiende lagen aangebracht, onder meer bij de subtiele nuances voor de huid en de wolken. Qua compositie schakelde hij via de contrapost de figuren aan elkaar, waardoor een levende, sterk barok aandoende interactie tussen de personages plaatsvindt die als één grote guirlande stijgen en weer afhangen. Jos ten Horn was een groot vakman.

Het werk in Tilburg is niet alleen voor Ten Horn, maar ook voor het gehele interbellum enig in zijn soort. Een tweede werk van de hand van deze kunstenaar in deze uitdrukkingswijze bestaat niet. Hoewel hij haast zeker bij Van Rees inspiratie heeft gevonden, is niet alleen de vorm bijzonder maar ook de iconografie. Het getuigt van moed dat de pastoor in dit concept is meegegaan, want rond 1938 kon men heel wat conservatievere manieren bedenken om Peerke Donders te eren. Ook Ten Horn kan worden gevoegd bij die kunstenaars die in staat waren eigen oplossingen te bedenken binnen de voorgeschreven liturgisch bepaalde beeldtraditie van de kerk.

Jos ten Horn, Detail van Adam en Eva, Goirkese kerk Tilburg.
Afb. 371 Jos ten Horn, Detail met Adam en Eva uit de de centrale groep van de Surinaamse indianen en bosnegers die door de Tilburgse missionaris Peerke Donders waren bekeerd. Schildering (ca. 1938) in de nieuwe apsis van Kees de Bever (1937-1938) in de Dionysiuskerk of Goirkese kerk te Tilburg.

Naschrift

Tot zover het fragment uit De genade van de steiger. Meer lezen? Bestel het boek dan bij de Walburg Pers!

Wil je dit artikel delen of mailen, ga dan naar het einde van deze pagina.
De verkorte link van dit item is: http://bit.ly/GvdS-Jos-ten-Horn-Tilburg

Bernadette van Hellenberg Hubar

← Terug naar De genade van de steiger!

Bronnen

Nota bene — In de voetnoten staan verkorte titels die volledig zijn aangehaald in de bibliografie van het boek dat rechtstreeks besteld kan worden bij de Walburg Pers.

[1]    KB krantenbank, zoektermen: Jos ten Horn schilder (Jan Engelman, De Tijd 11-06-1954). Van Dael e.a., Schoonheid in devotie, p. 41.
[2]    KB krantenbank, zoektermen: Jos ten Horn schilder (Jan Engelman, De Tijd 11-06-1954; Limburger Koerier 29-07-1937). Meuleman, Religieuse kunst, plaat 257; andere werken: platen 33-35. De kapel van gesticht Voorburg te Vught is in 1994 afgebroken. De huidige verblijfplaats van dit retabel is niet achterhaald. KB krantenbank, zoektermen: Engelman nieuwe barok (De Tijd 30-09-1936). RCE, Monumentenregister, nr. 32337. Zie voorts de beeldbank van de RCE, zoektermen: Ravenstein, Luciakerk, Jos ten Horn.
[3]    W., Jozefkerk Zwolle (1933), p. 129. Van Rooijen, Kerkelijke traditie (1933), p. 11. Apelles, Van opdrachtgever tot kunstenaar (1932), p. 557. Verschuuren, ‘Aesthetische gedachten’ (1931), pp. 372-373.
[4]    KB krantenbank, zoektermen: Peerke Donders Apostel (1926, 1937, 1938). Voorts over Goirke en Peerke Donders www.parochiedebrontilburg.nl/cultureelerfgoed.htm.
[5]    Timmers, Symboliek en iconographie, p. 345, nr. 690.

Henri Jonas

Untitled
De medewerkers van de SRAL – Stichting Restauratie-Atelier Maastricht – zijn druk bezig met de restauratie van de enige muurschildering uit het oeuvre van Henri Jonas die in het interbellum hoge ogen gooide in de kunstkritiek en tot de top van de barok georiënteerde expressionistische schilderkunst van die tijd gerekend kan worden.

Henri Jonas in de Koepelkerk te Maastricht

In de Koepelkerk te Maastricht is de restauratie van de bijzondere muurschilderingen van Henri Jonas in de Mariakapel voltooid: de enige die hij ooit heeft gemaakt. Om dit heuglijke feit te vieren vindt op 15 maart 2015 de feestelijke onthulling van dit werk plaats. Drs Angelique Friedrichs van de Stichting Restauratie-Atelier Maastricht (SRAL) zal dan een korte toelichting geven op de werkzaamheden. Alles bij elkaar een mooie aanleiding om de paragraaf over dit werk van Jonas uit het boek De genade van de steiger hieronder voor het voetlicht te plaatsen. Daarin staat een hoofdstuk van Angelique Friedrichs over de technieken en het materiaalgebruik in het interbellum dat haar tot de aangewezen specialist maakt om deze restauratie te begeleiden. Het was spannend genoeg, want niet alleen was de onderliggende pleisterlaag er slecht aan toe, maar ook bleken de figuren op verschillende plaatsen later bewerkt te zijn. Het geeft meer weer aan hoe terecht de aandacht was die Jonas’ leermeester, Antoon Derkinderen, aan de problematiek van goed pleisterwerk besteedde. Deugt de drager niet, dan redt de schildering het niet, om het maar eens kort samen te vatten.

Uit paragraaf 7.4 | Henri Jonas

Ontleend aan: Bernadette van Hellenberg Hubar, Angelique Friedrichs en Gerard van Wezel, De genade van de steiger (Rijksdienst Cultureel Erfgoed | Walburg Pers 2013), pp. 408-415.

Nota bene — De tekst weerspiegelt de stand van zaken eind 2013. Op de foto hierboven van Marij Coenen na, zijn de afbeeldingen in de Koepelkerk afkomstig van de beeldbank van de RCE en gemaakt door Sjaan van der Jagt van Pixelpolder.

De Amsterdamse scene

Het was een spannend komen en gaan in Amsterdam tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog, ook waar het de Limburgse kunstenaars betrof: Henri Jonas (1878-1944) en Charles Eyck zaten – met een jaar verschil – in de klas van Derkinderen aan de Rijksacademie. Buiten de opleiding had Jonas ontmoetingen met vrienden en collega-schilders uit het zuiden die in de hoofdstad verbleven, zoals Jan Grégoire die later nog een sleutelroman over hem zou schrijven.[1] Net na de oorlog zou Nicolas er zijn opwachting maken, aan wie we een levendige beschrijving van [p. 409] de artistieke sfeer in de hoofdstad danken. Dit was ook de tijd, schreef Engelman later, dat het machtige trio kubisme, futurisme en expressionisme Amsterdam overspoelde. De frisse golfslag waarmee dit gepaard ging, leidde in 1916 tot de oprichting van het kunstenaarscollectief Het Signaal door Piet van Wijngaerdt en Henri Le Fauconnier. Zowel voor Jonas als voor Wiegman zou de kennismaking met de Fransman een keerpunt in het artistieke denken betekenen.[2] Doordat Jonas vanaf de oprichting in 1925 in het netwerk van De Gemeenschap verkeerde en in 1927 via Wiegersma Permeke leerde kennen, raakte het expressionisme bij hem geïntensiveerd op een manier die hem zonder twijfel tot een van de belangrijkste exponenten van deze stroming in Nederland maakte.

In de periode dat Jonas aan de academie studeerde, was Wiegman al enige tijd gevestigd in Bergen, het dorp dat zijn naam zou verlenen aan de schilderskolonie die zich daar vanaf omstreeks 1910 ontwikkelde. Zoals in hoofdstuk 4 is gebleken, kan aan de hand van de dagbladpers een directe lijn worden getrokken tussen Het Signaal, de Bergense school en de Nederlandse assimilatie van het expressionisme. Deze felle wind woei niet alleen naar het zuiden via de Limburgse studenten in Amsterdam, maar ook dankzij twee oud-leerlingen van de Rijksacademie, de priester-schilder Jean Adams en Matthieu Wiegman. De laatste had vanaf eind jaren twintig een pied-à-terre in Limburg, waar hij onder meer bevriend raakte met Jonas. In 1929 organiseerde Adams een omvangrijke tentoonstelling over moderne kerkelijke kunst op Rolduc, aan welk internaat hij in die tijd als tekenleraar verbonden was. Achteraf bezien was hij daarmee juist op tijd, want korte tijd later zou veel van het type werk dat daar werd getoond door Rome als ‘arte blasfema’ worden beschouwd. Blijkens de berichten in de pers lag het accent van de tentoonstelling op Matthieu Wiegman, die met veertig nieuwe werken kwam. Daarna volgden Jonas en Adams zelf, die voor de meesten een onbekende was. Verder waren de beeldhouwer Charles Vos en de architecten Jos. Wielders uit Sittard en Alphons Boosten uit Maastricht met werk vertegenwoordigd. De laatste kan als de man worden gezien die Jonas in de richting van de monumentale kunst voerde, waarna Meuleman het estafettestokje van hem zou overnemen.

Henri Jonas, Verloren zoon, Koepelkerk Maastricht.
Afb. 346 Henri Jonas, Glasraam met De verloren zoon (1924) in de Koepelkerk te Maastricht van Alphons Boosten (1920). De vormgeving van dit glas roept herinneringen op aan het werk van zijn vriend Jan Grégoire en aan de monumentale stijl die de Rijksacademie propageerde. Met name de zoon doet sterk ‘R. Holstiaansch’ aan, om een begrip uit die tijd te extrapoleren.

De glazen van de Koepelkerk

Hoewel ruim twintig jaar ouder dan Nicolas, maakte Jonas net als zijn jongere vakbroeder met de eerste de beste keer dat hij zich op het monumentale terrein begaf al naam. Zijn debuut vond plaats in de Heilig Hartkerk in Maastricht van Alphons Boosten, beter bekend als de Koepelkerk. Hoe omstreden het ontwerp zelf ook was – of de architectuur wel voldeed aan het decorum van de katholieke eredienst was ook hier onderwerp van debat – de ramen van Jonas werden direct in Opgang door Pieter van der Meer de Walcheren positief beoordeeld.[3] Aan de hand van deze opdracht valt de explosieve ontwikkeling te volgen die de kunstenaar van 1923 tot 1930 doormaakte.[4] In zijn vroegste glazen, met name in het raam met De verloren zoon, valt direct een stilering op die te herleiden valt tot de Rijksacademie. Deze vormgeving toont bovendien hoe sterk de invloed van zijn vriend Jan Grégoire op dat moment nog was (afb. 346). Alleen in de weergave van de lichtval bespeuren we iets van de stijlindicator van Thorn Prikker – de uitwaaierende stralen in ‘blokjes’ glas-in-lood – die in het vorige hoofdstuk uitvoerig is behandeld.[5] Na dit aarzelende begin pakte Jonas diens idioom op om ermee te experimenteren in het Mariaraam (1925), om vervolgens in het Davidraam (1927) alle registers open te trekken (afb. 347a-c).

Henri Jonas, Davidraam, Koepelkerk Maastricht.Davidraam

Het rijk gecomponeerde Davidraam werd in de tijd zelf al als een variatie in de stijl van Thorn Prikker opgevat.[6] Wat betreft diens idioom vallen enerzijds de rondingen van de ledematen onder de gewaden en (eigentijdse) kleren op, en anderzijds de rijke decoratie die de stof in patronen lijkt op te lossen. Daarnaast is het typische gefragmenteerde blokjesmozaïek gebruikt voor de hemelse lichtstralen en het perspectief van vloeren en muren. Deze laatste twee stijlindicatoren zijn we in wisselende combinaties tegengekomen bij Anton Molkenboer, Lou Asperslagh en Toon Ninaber van Eyben. Jonas is echter de enige die van Thorn Prikker de anatomische gelaagdheid overnam, die in de toenmalige vakliteratuur vooral bekend werd dankzij de Michael in de cyclus van de Driekoningenkerk te Neuss (1911-1912). Een prachtig detail zijn de vlezige handen, die eerder bij de analyse van het werk van Hermans in dit boek als erfdeel van Thorn Prikker zijn besproken.[7] Juist dat vlezige was in de Roomse Haagse School onder invloed van Beuron in hoge mate weggestileerd. Waar koning David de gesublimeerde [p. 411] trekken uit de historieschilderkunst toont, zijn de hoofden van het Heilige Gezin min of meer romaans opgevat, vergelijkbaar met de Catharina van Nicolas in Asselt (zie afb. 337). Met de aardse groep daaronder keerde Jonas terug naar het nu, hetgeen met name door het historisch presens manifest is. Op de fantasievolle manier die we langzamerhand van het interbellum kennen, vlocht Jonas verschillende thema’s door elkaar: dat van David als de oudtestamentische voorafbeelding van Christus, van David als voorvader van Jozef en Maria en dus Jezus, en van Jozef als patroon van de werklieden.

Bovenaan staat de koning afgebeeld met de harp als attribuut: dat de snaren dezelfde hoek aanhouden als de bezielende lichtstralen doet denken aan het kosmisch symbolisme waarvan het oeuvre van Toorop en Lebeau uit de jaren twintig is doordesemd. Direct daaronder staat het Heilige Gezin onder de schutse van een engel en ten slotte zien we in de zone van de strijdende kerk het leven van alledag (zie afb. 347). In dit laatste tafereel slaagde Jonas erin verschillende motieven door elkaar te laten lopen, niet alleen inhoudelijk, maar ook formeel door de ‘nieuwe ruimtelijke logica’, zoals Engelman het zou noemen, te volgen in de scènes en verdwijnpunten. Primair wordt een eenvoudige allegorie op de Arbeid weergegeven, waarvoor Toorop met het tableau Heden in de Beurs het prototype schiep. Jonas nam eveneens rokende schoorstenen op en plaatste naast de arbeider – de mijnwerker met zijn zwarte gezicht – de fabrieksdirecteur. Op de achtergrond is die andere prominente vorm van arbeid, de landbouw, weergegeven. Tegelijkertijd herinnert de mijnwerker aan de dood: niet alleen knielt hij, maar door het ver naar achteren gestrekte gezicht en de gevouwen handen lijkt hij tevens de geest te geven. De houding van de directeur met eerbiedig geloken ogen en de vrouw met het kind daaronder bevestigen deze betekenislaag, die bij uitstek past in de symboliek van Jozef als patroon van de stervenden. Een detail dat weer een volgende duiding onthult, is het object in de hand van de directeur: een plaquette of boek met een duidelijk expressionistisch-kubistische voorstelling van Maria met kind. Iconografisch gezien zou deze manager een samensmelting kunnen zijn van David als patroon van de muziek (en dus de kunst) met Jozef als beschermer van de werklieden. Jonas verleende hier een actuele boodschap aan doordat de fabrieksdirecteur tot de klasse behoorde die voldoende gevormd was om kunst te kunnen waarderen én voldoende bemiddeld was om zich kunst te kunnen veroorloven. Anders dan bij Toorop en Lebeau krijgt men bij dit type niet het gevoel dat er enige maatschappijkritiek aan ten grondslag ligt.[8] Eerder lijkt het een kleine hommage aan het type mecenaat waarvan Jonas het als kunstenaar moest hebben.

De Madonna en Jonas als pictor doctus

Zelfportret in de aanbidding van Maria

In de jaren hierna liet Jonas de invloed van Thorn Prikker achter zich, maar de romaans-middeleeuwse zweem liet hij juist op een dominantere manier toe, zoals te zien is in De aanbidding van Maria uit 1929 (afb. 348). In het centrale raam is de iconografie van de Hemelkoningin doorgedetailleerd met het gebaar van de open handen van de Onbevlekte Ontvangenis en de lelie van de Annunciatie. De omlijstende engelen doen middeleeuws aan, waarbij het gelaat van Maria neigt naar dezelfde amandelvorm die Nicolas ontleende aan het type dat bekend is van de Noodkist van Sint Servaas. De verticale volgorde die Jonas in het Davidraam aanhield, heeft hij hier horizontaal gekanteld: in het linkerglas zijn de oudtestamentische prefiguraties weergegeven, Judith, Esther en Ruth. In het midden zetelt de vervulling in de vorm van Maria die als Moeder van God voorwaardenscheppend was voor de heilsgeschiedenis. Rechts is de wereld van vandaag voorgesteld, die zich in Maastricht afspeelt. We komen hier de stapeling van scènes tegen die we eerder bij Nicolas (en Toorop) hebben gesignaleerd. Zelf staat de kunstenaar hier tussen een moeder met kind boven hem en – mogelijk – een jager onder hem. Volledig gericht op Maria, vormen zij wellicht variaties op de archetypische dualiteit tussen microkosmos en macrokosmos: tussen de beschermde ambiance binnenshuis en het bestaan in de wereld daarbuiten, het vrouwelijke en het mannelijke van Lenz (de kunstenaar was niet zomaar een leerling van Derkinderen). Tussen die twee personificaties beeldde Jonas zichzelf af als in gedachten verzonken.

Maritaineske pictor doctus

Van het zelfportret is een eerdere versie in houtskool bekend (afb. 349a). Engelman schreef hierover:

‘Er is van Jonas een recent zelfportret in houtskool, dat treffend is als zielsbekentenis en als materie. Het gezicht heeft een ingekeerdheid, een mijmerende uitdrukking die misschien eerst op stroefheid lijkt, maar een diepe, innige eenvoud blijkt te zijn. De gestalte is in groote, [p. 412] met waarachtige kracht uitgevoerde contouren en schaduwen aangeduid en de handen, als stukken halfverteerden mergelsteen, liggen in een zielvolle schamelheid en simpelheid bijeen. Zoo is hij, een man die zich moeilijk en langzaam uitdrukt, maar soms dingen loslaat van een bekoorlijke wijsgeerigheid en vol van de rust waarover wij spraken. Hij heeft geen pose en geen onwaarachtigheid, waar hij de techniek vermeestert schrijft hij een rijp en gedragen innerlijk uit’.[9]

Dat dit zelfportret Jonas bleef bezighouden blijkt wel uit het het feit dat hij het later verwerkte in Het gezin (afb. 349b). Dit werk kreeg een recensie in De Tijd van Herluf van Merlet:

‘Wij herinneren ons een schilderij van Henri Jonas, waarin deze Katholieke Limburgsche schilder een schoone en klare, diep en zuiver doorvoelde expressieve synthese gaf van “Het Gezin”. De arbeider en zijn kind zien met wachtend geduld toe, hoe de van zorg verwelkte moeder het dagelijksch brood snijdt. Er was in dit werk een innerlijke gelatenheid, een stilte vol leven, een ontroerende gedachte. Bovendien was dit doek in geen enkel opzicht litterair, maar enkel schilderlijk’.[10]

Zo wordt Jonas in de kunstkritiek aan de ene kant getypeerd als een weerbarstige denker, aan de andere kant volledig in ambachtelijke, Maritaineske termen neergezet. Het illustreert de dualiteit tussen hoofd en hand, wijsgeer en arbeider, die Jonas hier in één beeld verenigde. In overeenstemming met de opvattingen van Maritain, Engelman en Van Merlet profileerde hij zich met dit zelfbeeld bij uitstek als de artiest die zijn eigen taal (symboliek) ontwerpt: als een peinzende man die doende is de indrukken van de wereld te verwerken om vervolgens door middel daarvan op synthe(tis)tische wijze kunst te creëren. Jonas gaf zo bij uitstek de intuïtieve kracht van de kunstenaar, die naar binnen kijkt (letterlijk intuere) om het schone concept te vatten waarmee kunst kan worden gemaakt. Het doet denken aan de pictor doctus (de geleerde schilder) uit de academische traditie die als de klassieke beeldhouwer Phidias vanuit het denkbeeld in zijn geest werkt. Maar ook Maritain is niet ver weg:

‘De H. Thomas[van Aquino], die even eenvoudig van stijl als wijs was, bepaalde het schoone als dat wat geschouwd zijnde behaagt, id quod visum placet. Deze vier woorden zeggen alles wat noodig is: ’n visie [visum], dat wil zeggen een intuïtieve kennis en ’n vreugde. […] Wanneer een ding de ziel verheft en blij maakt juist daardoor, dat het intuïtief verkregen en bezeten wordt, dan is dat ding goed om aldus in bezit genomen te worden, het is Schoon’.[11]

Elementair is dat het schone ons verstand ‘door de zinnen en hun intuïtie’ komt verblijden. Zo geeft de kunst ons ‘den smaak van ’t aardsche paradijs, omdat zij voor een oogenblik den vrede en het gelijktijdig genot van verstand en zinnen opnieuw teweegbrengt’. De toeschouwer kan deze intuïtie voeden door zich te verdiepen in de wetenswaardigheden van de kunst.[12] Terwijl aan de rol van intuïtie bij het waarnemen veel passages worden gewijd, geldt dat voor het proces van het scheppen van schoonheid in de vorm van kunst veel minder. Maritain zoekt daarvoor zijn toevlucht bij een begrip dat er dicht tegenaan zit, namelijk ‘zicht’: de conceptie vindt plaats in termen van een ‘zicht’ op het werk dat gemaakt moet worden en dat de kunstenaar weet te vatten ‘in zijn persoonlijke ziel’. Dit zicht hangt zonder meer af van de intuïtie, maar ook van ‘de verbeelding en de gevoeligheid’. Het beantwoordt ‘aan een onbepaalden indruk van ontroering en van medevoelen’ die de schilder communiceert via zijn werk. Oftewel door middel van de stemmingsdragers van Brandt, zoals Jonas prachtig in Het gezin heeft verbeeld. Daarom kan dit zicht ‘niet in begrippen’ worden weergegeven, hoewel kunstcritici als Van Merlet en Engelman dat nu net per definitie wel doen. In hun bewoordingen sluiten zij zich aan bij hun mentor, waar deze stelt: ‘Wat de schilders hun “visie” der dingen noemen speelt daarin een wezenlijke rol’.[13] En die visie omvat bij Jonas vele facetten: het ambachtelijke en het denkbeeld, het verhevene en het nederige, de zinnen en het verstand, en vooral niet te vergeten de ontroering (het movere): met elkaar vloeien deze over in een ‘gelijktijdig genot’. Met één oog dicht en één slechts deels geopend laat Jonas dit alles door zijn gedachten gaan, opdat intuïtie, zicht en ontroering convergeren in kunst.

Henri Jonas, Mariaraam met zelfportret, Koepelkerk Maastricht.
Afb. 348 Henri Jonas, De aanbidding van Maria (1929) in de Koepelkerk te Maastricht van Alphons Boosten (1920). Middenrechts heeft de kunstenaar zichzelf afgebeeld.

Nog éénmaal heeft Jonas zichzelf op verwante wijze uitgebeeld, in het dubbelportret met zijn vrouw Eugénie Servais (ca. 1938-1939): terwijl zij haar handen gevouwen houdt, heeft hij zijn armen om haar heengeslagen en houden zijn handen palet en penselen vast. Programmatischer kan het haast niet. Of hij nu aanwezig is als secondant bij Maria als schoonheidsideaal – ‘tota pulchra et perfecta’ (door en door mooi en volmaakt) –, bij de moeder van het gezin als synthetistische weerklank van de Moeder van God, of in omstrengeling met zijn aardse Maria en [p. 413] muze, de trekken van het zelfportret illustreren hoe Jonas de wereld vanuit zijn inzichten bekeek en verwerkte. Voor iemand die bij tijden geveld werd door zware depressies, moet de vredige ‘smaak van ’t aardsche paradijs’ die de kunst bood, wel het hoogst denkbare doel hebben geleken.[14]

De Mariacyclus in de Koepelkerk ‘al fresco’ in keimverf

De enige muurschilderingen in het oeuvre van Jonas bevinden zich in de Mariakapel van de Koepelkerk, direct aan de noordzijde van het priesterkoor (afb. 350). Vergeleken met de glazen is de compositie tamelijk eenduidig van opzet, doordat de kunstenaar heeft afgezien van de gecompliceerde stapeling van figuren, decor en enscenering. Alles is op een veel bescheidener plan uitgevoerd. De precieze datering van dit werk is niet bekend, maar uit krantenartikelen viel te achterhalen dat enkele onderdelen, waarschijnlijk proefstukken ervan, in 1926 op de Maastrichtse tentoonstelling van ‘bouwkunst, sierkunst en plastiek’ te zien waren:

‘Van een tweetal detail-schetsen voor muurschildering is de eene gezet in de zgn. keimsch-verf, waarmee “al fresco” geschilderd wordt. Ook hier toont Jonas zijn forsche opvatting en breede behandeling’.[15]

De beschrijving roept de vraag op of Jonas, vergelijkbaar met Grégoire en Wiegman, werkte met proefstukken op mortel die in een lijst werden gevat. Opvallend is verder het begrip al fresco, dat we met een zekere regelmaat in combinatie met het gebruik van keimverf tegenkomen en dat hier vooral lijkt te slaan op de analoge manier van toepassing. Van huis uit vakschilder, moet Jonas heel goed hebben geweten wat het vergde om een muur duurzaam met verflagen af te werken. Het wekt dan ook verwondering dat de schilderingen zich in een zeer slechte staat bevinden, niet vanwege het verval van de keimverf, maar doordat de pleisterlaag van de muur komt. Op dit punt mag beslist de noodklok worden geluid.

Wie de Verheerlijking van Maria vergelijkt met het werk van Jonas uit dezelfde jaren, waarin met name het vrouwelijk naakt centraal staat, kan niet anders dan verrast zijn. Qua stijl lijkt deze uitmonstering in helemaal niets op wat hij tot dusver had gedaan. Verreweg de meeste kunstenaars zochten voor hun monumentale schilderwerk aansluiting bij hun glazen, zoals Molkenboer met zijn oeuvre in de kerk van O.L. Vrouwe van Goede Raad in Den Haag. Niet echter Jonas, die een heel andere richting koos dan een vertaalslag van het idioom van Thorn Prikker. Hij lijkt zich met de Mariakapel doelbewust te hebben gezet aan de ontwikkeling van een aparte stijl voor kerkelijke schilderingen met een bescheiden barok contrapost. Wat dit helemaal bijzonder maakt, is dat hij daarbij kennelijk aansluiting zocht met ideeën die onder Duitse kunstkenners leefden. Zoals hierboven al bleek, is heel weinig bekend van Jonas’ intellectuele bagage. Dit heeft ongetwijfeld ook te maken met het door Engelman geschapen beeld ‘van den simpelen huisschilder’. Maar uit de toelichting bij de zelfportretten blijkt Engelman zeker niet blind te zijn geweest voor de ‘wijsgeerigheid’ van Jonas. Engelman en Van Merlet stonden voor het probleem kost wat kost te voorkomen dat er ook maar een zweem van het literaire aan de schilder zou kleven. Dit gold niet alleen voor Jonas, maar ook voor Cantré, Wiegersma en andere schilders uit de waaier van Meuleman. Vandaar de nadruk op de ambachtelijkheid en de eenvoud, die gelijkgesteld werden met authenticiteit.[16] Daarmee is wel het kind met het badwater weggegooid. Zo werd namelijk opnieuw het misverstand gevoed dat iemand die meer op beelden dan op woorden is gericht – een beelddenker dus – niet intellectueel zou zijn.[17] Dit vormt een sterke nawee van de opkomst van het concept van de pictor doctus in de renaissance, hoewel juist Jonas zich door middel van het beeld als zodanig neerzette. Een van de weinigen die zich op dit punt werkelijk wist te profileren, was Nicolas, die het geluk had dat hij in woord én beeld over een vaardige hand beschikte. In wat mindere mate gold dat ook voor Adams, zoals later in dit hoofdstuk zal blijken. Nicolas is overigens de enige kunstenaar die zich rond 1926 met de verwerking van de barokke contrapost in zijn figuren aan een soortgelijk experiment waagde als Jonas. Deed Nicolas dat echter in de profane ambiance van het raadhuis van Breda, waar de klassiek aandoende sfeer van de burgerlijke deugden volledig in het decor past van de modern-classicistische uitbreiding van Hanrath, Jonas zette deze stap in de Koepelkerk. Dat wil wel wat zeggen, want zoals al is opgemerkt zou Nicolas het barokke idioom aanvankelijk alleen in niet-religieuze gebouwen toepassen.

Henri Jonas, Verheerlijking van Maria, middenstuk muurschildering, Koepelkerk Maastricht.
Afb. 350 Henri Jonas, De verheerlijking van Maria (1926) in de Koepelkerk te Maastricht van Alphons Boosten (1920). Muurschildering in keimverf.

Het ‘middenluik’

Bij de schilderingen van Jonas gaat het om een betrekkelijk eenvoudig programma, waarin enkele verrassende elementen niet [p. 414] ontbreken. Centraal staat het beeld van Maria met kind, waarvan het originele exemplaar uit het interbellum heeft moeten wijken voor een veel lagere, middeleeuwse Sedes sapientiae (Zetel der wijsheid).[18] Het beeld is ingekapseld in een scène waarin de boom van goed en kwaad, de slang en Eva als voorafbeelding figureren. Terwijl de slang zich afwendt van Maria, buigt Eva zich naar haar toe om vergeving te vragen. Daarboven zijn rond de Moeder van God musicerende engelen opgesteld, waarin nog de Beuroner thematiek doorklinkt. Op een aparte manier heeft Jonas de Madonna en haar hemelse orkest met de flankerende figuren verbonden door middel van instrumenten en een liedboek. Vandaar dat we links opnieuw David met de harp tegenkomen met Isaias of Jesaja achter hem die een bazuin vasthoudt. Dankzij de kalligrafie van enkele bijbelteksten die Jonas heeft verwerkt – te vinden op de plaquette bij de entree naar de sacristie – beschikken we over de sleutel tot het programma. Zo weten we dat David in de schildering een van de psalmen ten gehore brengt en Isaias de tekst uitspreekt: Ecce virgo concipiet et pariet filium et vocabitis nomen eius Emmanuël (Zie, de vrouw is zwanger, en zal een zoon ter wereld brengen, en u zult hem de naam Emmanuël geven). Aan de andere zijde bevinden zich twee figuren, van wie Jonas de naam niet aan de zoom van de schildering heeft geplaatst. De tegenhanger van David kan echter worden geïdentificeerd als Salomo vanwege de tekst op het manuscript dat hij vasthoudt: canticorum. Dit slaat op de Canticum canticorum Salomonis, oftewel het lied der liederen van Davids zoon en opvolger Salomon, beter bekend als het Hooglied. Hoewel juist het Hooglied een belangrijke bron van mariale metaforen is, kwamen we deze oudtestamentische persoonlijkheid eerder in de uitmonsteringen niet tegen. De man achter hem vervult, gelet op zijn houding en gewaad, dezelfde rol als Isaias. Ook voor zijn naam biedt de geschilderde plaquette uitkomst, want de enige andere profeet die vermeld staat is Ezechiël. Van hem komt de beeldspraak van Maria als gesloten poort, omdat geen levende man mag binnentreden waar God is binnengaan.[19] De over elkaar geschoven zon en maan, waar de ster van Bethlehem langs schiet, grijpen terug op het vers uit het Hooglied dat ook op de muur staat: pulchra ut luna electa ut sol terribilis ut castrorum acies ordinata (mooi als de maan, stralend als de zon, ontzagwekkend als een leger in slagorde). Het gaat hier om zinnebeeldige prefiguraties die terug te vinden zijn in de Litanie van Loreto en die voor een deel overgenomen zijn in de tekst van het dogma De immaculata conceptione. In relatie tot de eerdere omschrijving van Maria als ‘tota pulchra et perfecta’ geven deze typeringen een goed beeld van het aura van schoonheid waarmee Maria in de dagelijkse devotie werd omgeven.[20]

Henri Jonas, Verheerlijking van Maria, linkervleugel muurschildering, Koepelkerk Maastricht.

Henri Jonas, Verheerlijking van Maria, rechtervleugel muurschildering, Koepelkerk Maastricht.
Afb. 351a-b Henri Jonas, a. Bovenaan het linker ‘luik’ van De verheerlijking van Maria (1926) in de Koepelkerk te Maastricht van Alphons Boosten (1920). Van links naar rechts: de jezuïetenheilige Johannes Berchmans, Bernardus van Clairvaux en de evangelist Johannes. b. Onderaan het rechter ‘luik’ van De verheerlijking van Maria (1926) in de Koepelkerk te Maastricht van Alphons Boosten (1920). Van links naar rechts: Dominicus, Theresia van Lisieux en Agnes.

De ‘zijpanelen’

Het mariale programma wordt voortgezet op de zijmuren, die door Jonas zijn opgevat als de opengeslagen luiken van een triptiek en de penanten waarop de aartsengelen Gabriël en Michael staan (zie afb. 210a). Op de ‘muurluiken’ zijn onder meer heiligen weergegeven die een nauwe band hebben met Maria (afb. 351a-b). Aan de ene kant is dat haast vanzelfsprekend Bernardus van Clairvaux, die vergezeld wordt door Johannes met de Apocalyps in zijn hand: hierin staat de prachtige beschrijving van Maria als de vrouw bekleed met de zon en de maan aan haar voeten.[21] Dat ook de jezuïetenheilige Johannes Berchmans hier staat afgebeeld, heeft te maken met de persoonlijke devotie van Leo Dehon, de oprichter van de paters van het Heilig Hart van Jezus, die de Koepelkerk onder hun hoede hadden.[22]

Op het andere luik treffen we uiteraard Dominicus aan, die de rozenkrans invoerde, en voorts Agnes en Theresia. Uit de letters a j.i. (Teresiae ab Jesu Infante) kan worden afgeleid dat het hier om de kleine Theresia van Lisieux gaat, die dankzij Maria van een zwaar ziekbed genas. Omdat Agnes op dezelfde positie staat als Johannes Berchmans, is ook haar aanwezigheid mogelijk te verklaren uit meer persoonlijke motieven. Door het kettinkje in haar hand roept ze associaties op met de heidense priesteres van Joep Nicolas. Hier hangt echter geen toverkristal aan, maar een ring die duidt op haar huwelijk met de hemelse bruidengom. In het spoor van de Apocalyps is deze als lam verbeeld. Het dier in haar arm (agnus in het Latijn) slaat dus zowel hierop als op de naam van Agnes.[23] Bij dit luik heeft Jonas overigens moeten woekeren met de ruimte, doordat hier de doorgang naar de sacristie zit. Daardoor heeft hij hier vrij weinig met de enscenering kunnen doen. Daarentegen was er aan de andere kant alle ruimte om een volledig landschap in kaart te brengen met als synthetistische kwinkslag het Limburgse dorpje met de karakteristieke witte hoeves geheel links. Op de achtergrond [p. 415] is onder de regenboog – het teken van het verbond tussen God en de mensheid – de ark van Noach geschilderd: als schip en toevluchtsoord van getrouwen verwijst dit naar de kerk, zoals in hoofdstuk 5 bij Jan en Kees Dunselman is toegelicht. Daarbij vormt de ark een van de klassieke mariale metaforen. De duif met het takje in zijn bek lijkt hier niet alleen te wijzen op het einde van de zondvloed, maar tevens te zijn ingezet als symbool van Pinksteren.[24] Dit past bij de driehoek rond Johannes, wiens visioen op hemelse openbaring berust en daarmee de vervulling vormt van de voorafbeelding in de scène rechtsboven, waar Mozes de stenen tafelen van Jahweh ontvangt. Men kan zich afvragen hoe Jonas aan deze laatste invulling komt, want ze berust niet op een van de traditionele concordanties tussen het Oude en het Nieuwe Testament.[25] Zo blijkt hij zich opnieuw te ontpoppen als een kunstenaar wiens concepties als beelddenker van veel meer ‘gehersend overleg’ getuigen dan Engelman lief was.

Vormgeving en factuur

In de vormgeving heeft Jonas haast geaquarelleerd met de keimverf. De factuur onthult een onvoorstelbaar gemak waarmee hij grote kleurpartijen neerzette en voorzag van schaduwen en ophoogsels. Vloeiende lijnen geven de gewaden meer diepte, waarbij de bollingen de positie van knieën en schouders aangeven. Die lijnvoering keert terug in het beekje en de smalle boomstammen. Een bijzonder detail vormt het blauwe gebladerte, dat we inmiddels als een expressionistische stijlindicator herkennen dankzij het werk van Nicolas in Asselt. Jonas heeft de koppen, met name die van de heiligen in het linkerluik en Salomon in het centrale luik, voorzien van wat fellere gelaatstrekken, waardoor hij het door Lenz voorgeschreven puur typologische voorbijgaat. Dit illustreert heel mooi welke veranderingen zich voltrekken zodra de rol van het beeld als stemmingsdrager op de voorgrond mag treden. Het is duidelijk dat Jonas hier persoonlijkheden met een sterke overtuiging heeft willen neerzetten; mannen die staan voor het geloof en getekend zijn met de vlam van de openbaring. Wel is het de vraag waarom hij dat bij de een wel en bij de ander niet deed, en vooral, waarom de vrouwen zo non-descript ogen. Lenz triumphans, zou je bijna zeggen. Niet geheel onvoorspelbaar hield Jonas zich ook bij de engelen aan gedepersonaliseerde koppen.

Jonas toont hier zijn vakmanschap in de weergave van vleugels die door hun transparantie verfijnd ogen. Het is jammer dat het oorspronkelijke devotiebeeld is verdwenen, want de architectuurelementen die het op het platte vlak van de muur omlijsten en bekronen, verwijzen niet alleen naar de O.L. Vrouwekerk van Maastricht, maar refereren bovendien aan architectonische metaforen: hiervan is de turris Davidicae (de toren van David) tussen de hoogst geplaatste engelen wel de meest toepasselijke. Juist in dit centrale luik valt op hoe Jonas met de gotisch-barok-expressionistische drieslag van Brandt en Worringer is omgegaan: hij lijkt te hebben gehandeld conform de ingeprente associatie dat de engelen op hun gotische voorbeelden horen te lijken, terwijl de heiligen door aard en aantal sterk contrareformatorisch aandoen. Lang voordat de barok een alibi werd in de liturgische stijlslag, maakte Jonas hem tot onderdeel van zijn kerkelijke muurschilderstijl, die helaas na deze ene uitvoering al tot stilstand kwam. Ook op dat punt dringt zich een vergelijking met Nicolas op, die na Asselt evenmin nog veel schilderingen maakte. Het verschil is wel dat Nicolas met zijn jeugdwerk ruimschoots de publiciteit haalde. Algemeen had Jonas daar overigens ook niet over te klagen, zeker niet toen Van der Meer en Engelman hem eenmaal hadden ontdekt. Maar als men ziet hoeveel er geschreven is over de glazen van de Koepelkerk, blijft het verbazen dat zijn schildering niet meer aandacht heeft getrokken. Net als zijn ramen laat dit werk zien wat voor een zeldzaam begenadigd kunstenaar Jonas was. Het heeft dan ook iets tragisch dat dit oeuvre pas effect sorteerde toen Matthieu Wiegman en Charles Eyck Jonas’ indrukwekkende voorzet overnamen voor de uitvoerig bejubelde muurschilderingen in de Amsterdamse Obrechtkerk (1927) en in Rumpen (1929).

Henri Jonas, zelfportret in houtskool.  Henri Jonas, Het gezin, met zelfportret van de kunstenaar.
Afb. 349a-b Henri Jonas, Zelfportret in variaties, onder meer verwerkt in de glazen met De aanbidding van Maria (1929) in de Koepelkerk te Maastricht. a. Houtskoolschets (ca. 1927); b. Het gezin (ca. 1931).154 Fotografie: Paul Mellaart, Maastricht. Met dank aan Museum aan het Vrijthof.

Naschrift

Tot zover het fragment uit De genade van de steiger. Meer lezen? Bestel het boek dan bij de Walburg Pers!

Wil je dit artikel delen of mailen, ga dan naar het einde van deze pagina.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

← Terug naar Joep Nicolas of De genade van de steiger | Door naar Jos ten Horn

Bronnen

Nota bene — In de voetnoten staan verkorte titels die volledig zijn aangehaald in de bibliografie van het boek dat rechtstreeks besteld kan worden bij de Walburg Pers.

[1]    Zie de lemmata over Henri Jonas en Jan Grégoire in P.J.H. Ubachs en I.M.H. Evers, Historische Encyclopedie Maastricht, Zutphen 2005.

[2]    Dickhaut, Jonas, pp. 26-29, 39, 161-163. Claire Nicolas-White, Joep Nicolas, pp. 21-22. Engelman, Jonas (1936), p. 201

[3]    Van der Meer, Kunst in het Zuiden (1924), p. 849. Over het debat rond de architectuur van de Heilig Hartkerk in Maastricht – beter bekend als de Koepelkerk – zie Pouls, Ware schoonheid, pp. 135-139.

[4]    Zie hierover uitgebreid Dickhaut, Jonas, pp. 212-222; de dateringen zijn aan deze studie ontleend.

[5]    Zie paragraaf 6.3.2 Thorn Prikker terug in Den Haag: Lou Asperslagh; 6.3.3 Een breed register aan stijlen: Toon Ninaber van Eyben, en 6.3.6 Toetssteen: Augustijn Hermans en Gerhard Jansen.

[6]    Deze invloed werd in de eigen tijd al gesignaleerd: KB krantenbank, zoektermen: Jonas Henri Thorn Prikker (Veritas 30-04-1938).

[7]    Zie paragraaf 6.3.6 Toetssteen: Augustijn Hermans en Gerhard Jansen

[8]    Voor Toorop zie paragraaf 6.2.5 De pelgrim (1921). Voor Lebeau 6.5.1 Het kosmische programma in de oudkatholieke kerk te Leiden (1926-1931).

[9]    Engelman, Jonas (1927), p. 198.

[10]   KB krantenbank, zoektermen: Henri Jonas gezin (H.V.M. [=Herluf van Merlet] De Tijd 15-12-1931).

[11]   Maritain, Kunst en scholastiek, p. 35. Over de pictor doctus en Phidias zie Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. xxx-xxx.

[12]   Maritain, Kunst en scholastiek, pp. 38, 144-145

[13]   Maritain, Kunst en scholastiek, p. 157 (cursief door de auteur).

[14]   Dickhaut, Jonas, p. 91. De omschrijving ‘tota pulchra et perfecta’ komt uit het dogma De immaculata conceptione. Geciteerd naar Hubar, Arbeid en Bezieling, p. 289. Voor Maria als schoonheidsideaal: Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 126-132.

[15]   KB krantenbank, zoektermen: Jonas, Boosten, muurschildering (Limburger Koerier 28-09-1926).

[16]   Engelman, Jonas (1927), p. 198. Timmer, Kunstkritiek Engelman, pp. 97-109.

[17]   Voor het begrip beelddenken zie het betreffende lemma op Wikipedia met de betreffende literatuurverwijzingen. Met dank aan Mieke Siemons van Knockart: http://knockarttrainingen.blogspot.nl/2010/04/beelddenken-en-begripsdenken.html.

[18]   Op een historische ansichtkaart uit de collectie van Wil Lem te Maastricht is het oorspronkelijke beeld te zien.

[19]   Timmers, Symboliek en iconographie, p. 422.

[20]   Hooglied 6-10 (ten onrechte staat op de plaquette Cant. VI-9). Zie voor de Litanie van Loreto paragraaf 5.4.4 Kees Dunselman in de Obrechtkerk: een iconografische exercitie. Voor Maria als schoonheidsideaal: Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 126-132.

[21]   Nieuwbarn, Kerkgebouw, p. 96.

[22]   Driedonkx, H. Hartklooster Asten, p. 19.

[23]   Timmers, Symboliek en iconographie, p. 851. De afkorting a j.i. voor Theresia van Lisieux kon herleid worden dankzij een inscriptie op de toren uit 1926 van de kathedraal van Reggio Calabria (Zuid-Italië); vergelijk www.catedralescatolicas.com/?p=3394&cpage=1.

[24]   Nieuwbarn, Kerkgebouw, pp. 34-35, 102. Timmers, Symboliek en iconographie, p. 313.

[25]   Noch gevonden in Nieuwbarn, Kerkgebouw, noch in Timmers, Symboliek en iconographie.

Nota bene — De verkorte link van dit item is http://bit.ly/VHH-Jonas1.

Bestel #GvdSteiger

Met één klik op de afbeelding bestel je De genade van de steiger!

In november 2013 verscheen van Bernadette van Hellenberg Hubar, De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, dat naar een idee en onder leiding van Gerard van Wezel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) werd uitgevoerd en door de Walburg Pers wordt uitgegeven. Je kunt het boek rechtstreeks bestellen bij de Walburg Pers met één klik op de afbeelding.

  • Het onderzoek dat de Rijksdienst Cultureel Erfgoed in 2012 initieerde naar monumentale kerkelijke schilderkunst in het Interbellum resulteerde in de eerste studie over dit onderwerp, De genade van de steiger. De titel reflecteert de worsteling van de kunstenaar die in allerlei houdingen hoog op de steiger zijn werk uitvoert en in zijn hoofd een berekening moet maken van hoe dit er vanaf de grond uit komt te zien. Een beetje genade was daarbij onmisbaar. 

    De publicatie schetst hoe de academisch geschoolde kunstenaar aan het einde van de negentiende eeuw zijn entree maakte op de steiger. Dit leidde in het Interbellum tot een relatief kortstondige vlucht aan kerkelijke opdrachten voor specialistisch geschoolde muurschilders. Niet alleen de actoren en hun opleiding, maar ook de toegepaste technieken en de kunstkritiek passeren de revue. De publicatie wordt afgerond met een indeling in stromingen en karakteristieken met kopstukken en representanten, Einzelgänger en pluriforme kunstenaars. 

    Deze opzet biedt een kader om in de toekomst de waarden van dit type werk te kunnen positioneren. Vanuit een wetenschappelijke benadering beoogt De genade van de steiger een handwerk te zijn voor een ieder die in de praktijk met beheer en behoud van monumenten en hun interieurs te maken heeft.

Wil je dit of een van de andere berichten op deze site over De genade van de steiger delen, gebruik dan de hashtag #GvdSteiger.

Meer weten? Ga dan naar de inhoudsopgave van dit item.

Zin in een voorproefje? Lees dan hieronder verder.


Preview: Otto van Rees in de Obrechtkerk

Voorafgaand aan het verschijnen van De genade van de steiger publiceerde Historiek de volgende preview:

‘Toen Otto van Rees in 1931 de opdracht voor de beschildering van de Pietàkapel van de Obrechtkerk in Amsterdam aannam, vormde het vertrekpunt van zijn ontwerp het aanwezige beeld dat naar verluidt uit een Frans atelier afkomstig was. In zijn eerste opzet koos hij blijkens een gouache voor een veelkleurige barok-geïnspireerde opzet met musicerende engelen in contrapost. Uiteindelijk besloot hij:

‘mezelf en de schildering niet op de voorgrond te dringen doch een teruggehouden stemmige uitdrukking te bereiken, die in het kader op de achtergrond blijft en niet uit de muur springt’.

De kunstenaar koos dan ook voor een overwegend klassieke insteek, die hij consequent inzette door de Pieta van haar kleuren te ontdoen, zodat wat er resteerde op z’n minst neoclassicistisch oogde (afb. 365). Wat Van Rees vervolgens deed, kan met recht zonder weerga worden genoemd. Hij bracht op de muur een blanke, steenachtig ogende onderlaag aan die met een nauwelijks merkbare marmering in blauw en grijs de tactiele structuur van natuursteen oproept: als op een blad papier plaatste hij hierop in een tekenachtige factuur de figuren en objecten.

Otto van Rees, Obrechtkerk 1931 Otto van Rees, Obrechtkerk 1931 Otto van Rees, Obrechtkerk 1931 Otto van Rees, Obrechtkerk 1931
De meer dan levensgrote personificaties in de Pietàkapel van de Obrechtkerk zijn afgestemd op bekende bijbelse karakters: a. De Goede Herder, b. Johannes de Evangelist, c. Maria Magdalena en d. Maria met kind. Ze dragen daardoor een bepaalde boodschap uit, maar vormen geen ‘portretten’. Het werk is hiermee een voorbeeld van de iconografische creativiteit in het interbellum. 1

Sommige lijnen zijn zo fijn dat ze wel met de pen aangebracht hadden kunnen zijn. Van Rees hield daarbij een uiterst sober palet aan van zwart en bruin voor de contouren, en rood, oranjebeige, mosgroen en geel voor de schaduwen die plastische volumes definiëren. De vier figuren rond de Pietà zijn tegen blauwe fonds geplaatst, die niet alleen op een hemelse toekomst wijzen, vergelijkbaar met de engelen in de kalot, maar tevens herinneren aan het neoclassicistische Wedgwoodachtige gamma van Jan Oosterman in Den Bosch en Uden. Ze zijn hoekig en sculpturaal van gestalte met uitzondering van de vrouw direct rechts van het kruis, die als enige uit rondingen is opgebouwd.

Het tekenachtige effect komt ook tot uitdrukking doordat Van Rees totaal geen kleurvlakken gebruikt: op de toon van de schaduwen en contourlijnen na, zijn de huid en de gewaden transparant gehouden, dus in dezelfde kleur als de stenige factuur van de ondergrond. Hierdoor zijn de gestalten zelf zo lapidair dat ze wel sculpturen lijken die nauwelijks van de steen loskomen. Het is van een verfijning die tot dan toe op de muur zelden is toegepast en alleen een precedent heeft in het werk van Derkinderen in Jutphaas uit 1904. Of Van Rees zich hierdoor echt heeft laten inspireren, is zeer de vraag, ook al zal hij alleen al vanwege zijn vriendschap met Wiegman, Jonas en Eyck weet hebben gehad van de invloed van Derkinderen.

Wie weet heeft Eyck zijn vriend gewezen op het experiment bij het tongewelf van Rumpen (1929), waar hij zelf dit concept voor het eerst toepaste. Mocht dit Van Rees op het idee hebben gebracht, dan heeft hij deze oplossing wel op een heel ander plan getild.’

Het vervolg van dit verhaal kun je lezen in De genade van de steiger, pp. 426-430.

Gerelateerde onderwerpen

Met één klik op de afbeelding ga je naar …

Recensie Mieke Rijnders 'Genade van de steiger' in Museumtijdschrift, mei 2014. Hendrik Wiegersma, glas-in-lood in zijn woonhuis, 1939 Merkelbeek mc 16 apr 14 (20) (Large)

B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. De foto’s op de omslag en in het boek kunnen gedownload worden via de beeldbank van de RCE en zijn merendeels gemaakt door Pixelpolder

  2. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/Bestellen-GvdS

Veronica

De kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht (foto BvHH 2014)

Moet je kijken hoe mooi! Dit is een van de muurschilderingen in de kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht die eind negentiende eeuw onder leiding van Pierre J.H. Cuypers tot stand is gekomen. Centraal daarin staat de verering van de doek van Veronica waaraan de afbeelding aan de bovenzijde is gewijd. In een architectonische omlijsting die niet gotisch, maar in overeenstemming met de kerk romaans is vormgegeven, wordt in feite één van de klassieke voorstellingen uit de kruisweg getoond: het moment waarop Christus Veronica ontmoet en zijn gelaat een afdruk op de doek in haar handen achterlaat.

Het geheel is opgebouwd uit drie horizontale segmenten: onder de scene waarin Veronica het gezicht van Christus aanraakt, zijn twee Bijbelse figuren in medaillons tussen decoratief vertakkend gebladerte weergegeven die deze gebeurtenis hebben geprofeteerd. Juist deze zone laat goed zien dat in het decoratieve werk van Cuypers van de late negentiende eeuw duidelijk Beuroner invloeden te bespeuren zijn. Vergelijk dit maar eens met de medaillons in de Clemenskerk van Merkelbeek of de weelde aan ranken in de uitmonstering van de Genadekapel van Beuron. Het achterliggende idee is dat van een tapisserie, een dik geweven tapijt met een verzadigd rood als hoofdtoon en grijze en gele tinten om de details vorm te geven. Heel bijzonder is de rand daaronder mer het meandermotief, waarin perspectiefgrapjes zijn verwerkt die we tegenwoordig met Escher associëren.


Detail met de meander in de kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht (foto BvHH 2014)

Het muurveld daaronder bestaat niet uit schilderingen, maar uit votiefstenen. Dit zijn dankbetuigingen van gelovigen die in deze kapel om een gunst hebben gevraagd; afgesmeekt, zei men vroeger. Votief komt van votum, belofte, stem en heeft dus te maken met stemmen in steen die als je heel stil bent hier nog hoort roepen: maak mijn kind beter, breng mijn man veilig terug, laat mij welslagen … Er was veel devotie vroeger, waarvan wij ons nauwelijks nog een voorstelling kunnen maken. Devotie die vaak heel innig was en een reflectie vormt van wat er voor de mens het meest toe doet.

Ook dat maakt het boeiend om door het venster van het verleden te kijken.

B.

__________________

Post scriptum:

Dertig jaar later

Nota bene — Deze blog verkeert in statu nascendi. Je mag rustig een kijkje nemen, maar het item is nog niet helemaal af.1 Er is zoveel over dit onderwerp te zeggen dat het misschien wel simpelweg onvoltooid moet blijven. Een continuing story?

Kreupele restanten

De Antoniuskapel in Servaaskerk te Maastricht (1874-1900) met een deels wel en deels niet gerestaureerde uitmonstering van Pierre J.H. Cuypers.2 Foto auteur, 2014.

Zeg niet dat dit mooi is, want dat is het niet, dit kreupele restant van Cuypers’ uitmonstering in de Maastrichtse Servaaskerk (1864-1908). Natuurlijk, het beeld van Antonius onder zijn neogotische baldakijn staat er nog, de geschilderde tapisserie tegen de wand is superbe en de epische schilderingen met scènes uit het leven van de heilige blijven hun verhaal vertellen, maar toch … het klopt niet. Ik heb de kapel nog gekend toen ze helemaal gaaf was: toen waren ook de schalken met de muraalbogen en het gewelf daarboven rijk gesjabloneerd. Op de zware pijlers richting schip zat schijnmetselmerk dat voor een evenwichtige dimensionering zorgde. Decennia verwaarlozing en een zoutuitbloei van jewelste hadden hun tol geëist, maar het gehele polychrome schema in deze ruimte was er nog. Een halfslachtige Cuypers resteerde na de restauratie van de Servaaskerk in 1983-1989.

Waarom ik hier aan denk? Misschien omdat ik er laatst weer eens was. Niet geheel vrijwillig, want ik kom er niet graag. Iedere keer als ik de kerk binnenstap is het een klap in mijn gezicht. Ik mis het geschilderde triforium in het schip, de kloeke blokverbanden van de pijlers en de weelde aan geschilderde tapisserieën die volgens een oeroude iconografische traditie door heel de kerk uit eerbied en pure verering waren aangebracht. Maar soms moet ik er wel naar toe, omdat tussen alle fragmenten bijzonderheden zitten die ik nodig heb voor onderzoek. Neem bijvoorbeeld de litanie van Loreto in de Mariakapel met al die oeroude Mariatitels, waarvan er een aantal op veel oudere culturen dan die van het christendom teruggaat.

Maar ik denk er ook aan, omdat ik laatst mijn eerste artikel over de iconografie van Cuypers, Alberdingk Thijm, De Stuers en hun tijdgenoten onder ogen kreeg. Dat verscheen in 1984 in het themanummer over de Servaaskerk in het Bulletin KNOB. Wies van Leeuwen, met wie ik dat jaar het Cuypersgenootschap heb opgericht, had dit bedacht om een wetenschappelijke bijdrage aan de restauratieproblematiek te kunnen leveren.3 Dat was ook nodig omdat kort ervoor twee publicaties van de restauratiestichting verschenen, waarin Cuypers met vereende krachten naar de verdoemenis was geschreven. Op liturgisch gebied werd dit weerlegd door een helder artikel van Kees Peeters, die dit schreef omdat hij vond dat verantwoording afgelegd moest worden voor het tribunaal van de geschiedenis (een zin die ik nooit meer ben vergeten). Daarna volgden Wies en ik met respectievelijk een evaluatie van wat er in de jaren zestig met de inrichting van Cuypers was gebeurd in de Munsterkerk en het iconografisch programma van de Servaaskerk, en tenslotte het enige artikel dat effect zou sorteren, dat van Jos Koldeweij over het Bergportaal. Toen men daar eenmaal was aangekomen met de werkzaamheden was het kwartje gevallen. Waarschijnlijk heeft men toen al ingezien wat voor een blamage de aanpak van het interieur was gebleken, ook al werd iedere kritiek overstemd door enigszins overspannen jubelgeluiden.

Kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht

Een iconografische zeldzaamheid vormt de kapel van het heilig Aanschijn (1893-1894) uit het atelier van Cuypers, waar de doek van Veronica wordt vereerd en de muur bezet is met votiefstenen die qua vorm en kleur passen in het decoratieschema.4 Rondom het altaar bevonden zich op de muur geschilderde draperieën, niet alleen bedoeld als lambrisering, maar ook om het beeld van gordijnen rondom een heilige plaats op te roepen. Versluiering was een teken van eerbied en paste bij het mysterie. De gordijnen werden verwijderd en geheel tegen de polychrome wetten in vervangen door schijnmetselwerk dat gewoon naar beneden doorgetrokken werd. Hierdoor is ook de dimensionering van de kapel geweld aangedaan. Foto auteur, 2014.

Wies heeft toen doorgezet dat we de restauratie zouden evalueren. En dat gebeurde ook, in het blad van het Cuypersgenootschap, De Sluitsteen.5 Hierdoor is er een behoorlijk goed gevulde portfolio van deze casus. De opmaat werd gevormd door de publicatie over het symposium van de Jan van Eyckacademie in 1979, geïnitieerd door de latere oprichter van de SRAL, Anne van Grevenstein. Daarna de reeks artikelen van Wies en van mij, waaronder het themanummer van het Bulletin KNOB en de publicaties in Heemschut, en tenslotte onze evaluatie. Het gros van de artikelen kan inmiddels gedownload worden. Zelf ben ik aangenaam verrast dat met name de iconografische artikelen actueel zijn gebleven en nog steeds worden gebruikt.

Ik ben nog altijd trots op wat we toen met die hele groep van het Cuypersgenootschap hebben gedaan, met Jenny Bierenbroodspot die onze artikelen kritisch doorlas en redigeerde, Jules Bonnet die voor foto’s zorgde, Guido Hoogewoud als onvermoeibaar klankbord, Gert van Kleef die z’n eerste schreden op het Cuyperspad zette, wijlen Pieter Singelenberg als onze onbetwiste autoriteit en Ruud van Hövell die ons juridisch advies gaf en leerde hoe we bij de Raad van State moesten optreden. Maar ook al heeft de geschiedenis ons gelijk gegeven – de reconstructie van de uitmonstering van Cuypers in het Rijksmuseum legt daar iedere dag getuigenis van af – de pijn blijft als ik het schip van de Servaaskerk betreed.

Sic erat in fatis, zou De Stuers zeggen.

B.6

Downloads

Bronnen

Nota bene — In de voetnoten gebruik ik onder meer verkorte titels die volledig aangehaald zijn in de bibliografie van deze site.


  1. Het woord blog mag mannelijk/vrouwelijk en onzijdig gebruikt worden. Hoewel je de laatste tijd steeds vaker het blog ziet staan, volg ik de voorkeursvorm van het Genootschap Onze Taal door het mannelijke lidwoord de toe te passen. 

  2. Hubar, Eenheid in het vele, in: https://vanhellenberghubar.box.com/Themanummer-KNOB-Servaas-1984, pp. 120, 135, noot 80. 

  3. Leeuwen, Wies van, red., ‘Van de redactie’ [themanummer restauratie Servaaskerk Maastricht], in: https://vanhellenberghubar.box.com/Themanummer-KNOB-Servaas-1984, pp. 103-104. 

  4. Hubar, Eenheid in het vele, in: https://vanhellenberghubar.box.com/Themanummer-KNOB-Servaas-1984, pp. 120, 129-131, 134. 

  5. Van Leeuwen en Hubar, ‘De beginselloosheid tot adagium verheven’, in: https://vanhellenberghubar.box.com/Evaluatie-Servaaskerk-1991, pp. 75-97. 

  6. Het lag in het lot besloten! Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Dertig jaar later’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/1QPcsPN (2014). 

Diagram van ’n hemels bolwerk

Ook in de visioenen van Hildegard van Bingen spelen gebouwen een belangrijke rol. Ik kwam haar tegen bij mijn onderzoek naar de Clemenskerk van Merkelbeek, waar de jonge benedictijner monnik dom Romanus Jacobs in 1901 een bijzondere uitmonstering schilderde.1 Hierin wordt onder meer de goddelijke inspiratie of openbaring voorgesteld, en een van de oudste voorbeelden binnen de benedictijner traditie is zonder meer de miniatuur waarin abdis Hildegard van Bingen de vlammen van de inspiratie over haar hoofd krijgt uitgestort.

Hildegard van Bingen, miniaturen uit het Liber scivias.

Hildegard van Bingen, twee miniaturen uit het Liber scivias (1142-1151). Tragisch genoeg is het origineel verdwenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De miniaturen zijn afkomstig uit een facsimlie uit de jaren 1920.2

Ondertussen trok ook die andere miniatuur mijn aandacht, en dat heeft natuurlijk te maken met de lezing over het hemelse Jeruzalem die ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo in Haarlem geef.

Hier wordt echter geen hemelse stad weergegeven, maar het gebouw van de verlossing. Dat leunt natuurlijk sterk tegen de Caelestis urbs aan, vooral omdat een aantal beelden direct aan Johannes ontleend lijkt te zijn. Een van die elementen herken ik dankzij het genoemde onderzoek van de Clemenskerk in Merkelbeek en dat is de waterstroom die de boom des levens voedt:

‘Toen toonde de engel mij een rivier met water dat leven geeft, helder als kristal, die ontsprong aan de troon van God en van het lam. Midden op het plein van de stad en omgeven door de rivier stond de levensboom, die twaalfmaal vrucht draagt, elke maand eens; en zijn loof brengt de volken genezing’.3

De boom zelf echter vind je niet in het bolwerk van Hildegard. Wel de engel en ook Jezus met de banderol in zijn hand, die mogelijk verwijst naar het boek des levens van het lam, waarin alle namen staan van hen die toegang hebben tot de stad. Verder lijkt er een verwijzing naar de Jacobsladder uit Genesis in te zitten, waarbij mensen de plaats van engelen innemen die zich langs de ladder op en neer bewegen tussen hemel en aarde.

Deze bijbelse associaties hebben zeker een rol gespeeld bij het vastleggen van de visioenen. Niet alleen omdat het verlossingsgebouw van Hildegard een nadere duiding is van Christus’ leer hoe de mens het koninkrijk God zal binnengaan, maar ook omdat je altijd moet aanknopen bij een bestaand referentiekader, wil de boodschap overkomen. Die boodschap is in het geval van dit gebouw behoorlijk grimmig. In de eeuwige tweespalt van de kerk tussen onvoorwaardelijke liefde enerzijds en zonde, schuld en boete anderzijds, heeft de Januskop hier het gezicht op storm staan. En wat voor een storm!

Als je wil weten hoe Hildegard tegen het einde der tijden aankeek en zelf het diagram van haar verlossingsgebouw verklaarde, dan kun je dat in de synopsis verder lezen.4 Het verhaal dat ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo vertel, ontvouwt een heel wat rooskleuriger perspectief op het hemels Jeruzalem.

3D-model viering nieuwe Bavo met projectie

Waar zie je het hemels Jeruzalem in de nieuwe Bavo? Dat ga ik aan de hand van dit 3D-model op 31 augustus a.s. verduidelijken. Productie: wolthera.info.

De bijeenkomst is in principe voor de parochie bedoeld, maar iedereen is welkom vanaf 10.00 uur bij de start van de hoogmis. Mijn lezing begint om 12:15 uur en daarna is er nog alle tijd om de kathedraal te bezichtigen.

B.5

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Voor dit boek in wording zie het item over de Clemenskerk

  2. Zie: http://en.wikipedia.org/wiki/Hildegard_of_Bingen

  3. Johannes, Apocalyps, 22, 1-2, geciteerd naar willibrordbijbel.nl

  4. De synopsis van het derde deel van de Scivias van Hildegard von Bingen is te vinden onder deze link

  5. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-Dh.

    ← Terug naar het hoofdthema

En dan zijn er ook nog fragmenten!

Dit is een doorlinkpagina naar de post: En nu de fragmenten …

Trefwoorden:

benedictijnen, boek, Brunssum, Clemenskerk, fragmenten, heiligen, Hermann Renzel, Merkelbeek, Romanus Jacobs, SRAL, Verhalen op de muur, schilderingen, polychromie, decoratief, glas-in-lood, iconografie, kerk, monumentale schilderkunst, muurschilderingen, restauratie, symboliek, uitmonstering

Register op topografica

‘De genade van de steiger’ kan rechtstreeks besteld worden bij de Walburg Pers.1

A

  • Alkmaar, Stedelijk Museum Alkmaar, 138-140, 147-148, 512
  • Amerika, Amerikaan, 15, 62, 99, 254, 339, 364, 386, 468
  • Amersfoort, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed [RCE], 16, 19, 22-23, 87, 97, 118, 306, 512
  • Ammerzoden, 29
  • Amsterdam, Agneskerk, 244, 386, 407, 458-459; Algemene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond, 48, 51, 98, 122, 217, 271-272, 372; Amstelstation, 62; Augustinuskerk [gesloopt], 385; Begijnhofkerk, 34, 36, 47, 105; Bernulphushuis, 385; Beurs van Berlage, 35-37, 49, 55-58, 70, 112, 278-279, 281, 284-287, 298, 300, 302, 363, 372, 411, 420, 467, 470, 476; Chemisch Laboratorium, 58-59; De Roos, 61; Dominicuskerk, 227-228-231, 263, 328; First Church of Christ Scientist, 61; Franciscushuis, 291-292; Gemeentelijken Geneeskundigen Dienst, 172; Geologisch Instituut, 58-59; Kamer van Koophandel, 35, 37, 42, 49; Instituut voor Kerkelijke Kunst Bonifacius, 385; Levensverzekeringsmaatschappij ‘De Algemeene’, 48; Mozes en Aaronkerk [verwoest bombardement], 30; Nederlandsche Handel-Maatschappij, 35, 404, 406; Nicolaaskerk, 9, 30, 179, 183-192, 198, 202-203, 206-208, 263; Obrechtkerk (Roze(n)kranskerk, 9, 12, 30, 114, 135, 139, 143, 166, 175-185, 191, 193-208, 220, 235, 237, 244, 258-261, 267, 278, 328, 356, 382, 386, 389, 406, 415-416-431, 434, 437, 440, 447, 464, 466, 475, 512; Openluchtschool Oosterpark, 89; Paleis op de Dam, 46, 89; Papegaai (zie Petrus en Pauluskerk), 89, 167, 357, 372; Petrus en Pauluskerk (zie Papegaai), 89, 375; Posthoornkerk, 100; Quellinusschool, 73, 360, 372; Rijksmuseum, 23, 35-36, 41, 45, 48, 59, 62, 73, 100, 102, 166, 179, 241, 279, 341, 360, 406, 466, 470; Rijksschool voor Kunstnijverheid, 73, 80, 372, 431; Scheepvaarthuis, 45-46; Stadhuis, Trouwkamer der Eerste Klasse, 63, 359, 370; Stedelijk Museum, 62-63, 113-114, 142-143, 150, 274, 291, 306; Teekenschool voor Kunstambachten, 73; Van Goghmuseum, 151; Vredeskerk, 374; Willibrorduspatronaat, 88
  • Annecy, Frankrijk, Basiliek, 357
  • Antiochië, 10, 210-211, 249
  • Antwerpen, 133, 179, 262; Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, 179 239, 470; Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, 179; Maagdenhuis, 403
  • Arnhem, Nederlandsche Heidemaatschappij, 51; Walburgiskerk, 162
  • Ascona, Italië, 389, 401
  • Assen, Drents Museum, 72
  • Assisi, Italië, 10, 90, 98, 199, 332, 396
  • Assyrië, 291
  • Athene, 284; Akropolis, 284; Parthenon, 45-46, 284

B

  • Bakhuizen, Odulphuskerk, 17, 458
  • Balk, Ludgeruskerk, 458-460
  • Beegden, Martinuskerk, 72, 437
  • Beek-Genhout, Hubertuskerk, 159, 450-451
  • Beltrum, O.L. Vrouwe ten Hemelopnemingkerk, 198, 223-224, 268
  • Bergen aan Zee, Petrus en Pauluskerk, 58, 61, 65, 315-317
  • Berkel-Enschot, Ceciliakerk, 69, 71, 158, 226
  • Beuron, Genadekapel, 118, 228, 245, 254-255; Mauruskapel, 181
  • Bilthoven, O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand, 164, 457, 461, 464; Sanatorium, 328
  • Bir es-Zet, Transjordanië [?], 240
  • Bleyerheide, Antoniuskerk, 385
  • Bloemendaal, kapel, 358
  • Breda, 12, 406-407; Annakerk, 207; Stadhuis, 403, 405-406, 413
  • Broekhem-Valkenburg, Jozefkerk, 164, 174, 198, 382, 451, 455; kinderkapel, 382
  • Brugge, Stadhuis, 239; Stedelijk Museum, 293
  • Brunssum, Vincentius a Paolokerk (zie onder Rumpen), 155, 156, 254-260, 512
  • Brussel, 36, 87, 130, 262
  • Buffalo [New York], Albright–Knox Art Gallery, 128
  • Bunde, 19, 437
  • Bussum, Heilig Hartkerk, 385

C

  • Canada, 427
  • Chartres, Frankrijk, Kathedraal, 222
  • Compostella, 273, 278
  • Constantinopel, 208
  • Damascus, 240, 248, 250

D

  • Delft, Hippolytuskerk [gesloopt], 325, 459; Maria-van-Jessekerk, 196
  • Den Bosch, Catharinakerk, 10, 208-212; Jacobskerk,76, 90, 206, 211, 328, 467; Koninklijke School voor Beeldende Kunsten, 67; Sint Jan, 399; Stadhuis, 40, 50, 105, 179, 261-262
  • Den Haag, Academie van Beeldende Kunsten, 67, 312; Agneskerk, 317; Antonius en Lodewijkkerk, 30, 456; Dalton College, 357; Duinoordkerk [gesloopt],315-317; Emmaüskerk, 456; Firma Botermans & Co, 339; Gemeentemuseum, 142, 158, 307, 313, 465; Gerardus Majellakerk, 243; Hoge Raad, 100, 246; Joannes de Deokapel Westeinde Ziekenhuis, 11, 76-77, 329, 338, 367, 399; Koninklijke Schouwburg, 109, 111; Kunstzaal Kleykamp, 142, 287, 401; Lourdesgrotkapel O.L. Vrouwe van Lourdeskerk, 93, 319-322, 331; Marthakerk, 30-31, 312-314, 324, 326-328, 426; O.L. Vrouwe van Goede Raadkerk, 11, 118, 339-341, 345, 359-360, 384, 413, 475; Paschalis van Baylonkerk, 315-316; Sacramentskerk, 319; Vincentiuskapel, 317
  • Deurne, 130, 139, 145, 153, 424; Klein Kasteel, 130; Museum De Wieger, 144, 153, 162, 384, 512
  • Deventer, Stadhuis, 59, 358
  • Domburg, 288, 297, 304, 384, 424; Noordzeehuis, 284
  • Dongen, 93, 102, 238, 256, 267, 329, 331, 355, 456; Laurentiuskerk, 10, 22, 25-26, 127, 220, 226-227, 230-231, 234-237, 322-323, 330; Huize Overdonk, 68
  • Duitsland, 17, 60, 63, 93, 101, 117, 190, 357, 468, 476; Duits, 47, 49, 51, 53, 61, 64-65, 88, 90, 91-92, 115-116, 150, 163, 179-180, 191, 222, 257, 266, 317, 324, 369, 373, 379, 386, 413, 418, 458, 464, 471, 473
  • Düsseldorf, 325; Düsseldorfer Malerschule, 182; Staatliche Kunstakademie, 61

E

  • Edinburgh, Scottish National Gallery, 112
  • Efeze, 303
  • Egmond, Adelbertusabdij, 383
  • Egypte, 219, 237, 264, 285, 291, 304, 360, 425; Egyptisch, 55, 132, 183, 227, 251-252, 285-286, 334, 360, 368, 371, 383, 417, 468, 470
  • Eindhoven, Philips, 406; Van Abbemuseum, 150
  • El-Hosn, Transjordanië [?], 239
  • Engeland, 52, 93, 100, 103, 227; Engels, 103, 477
  • Enschede, Jacobskerk, 385; Jozefkerk, 199, 323; Mariakerk, 268, 459
  • Es-Rumenimes, Es-Salt, Transjordanië [?], 240
  • Essen, Duitsland, 380; Folkwang-Museum, 324, 379, 470; Kunstgewerbeschule, 61
  • Europa, 62, 69, 91, 222, 241, 348, 380 , 405, 425, 447, 463, 468, 474; Europees, 165

F

  • Fleury-en-Bière, Frankrijk, Kasteelkapel, 415-416
  • Florence, Italië, 90, 381, 403
  • Frankrijk, 12, 17, 100, 111, 201, 340, 357, 415-416, 421, 474; Frans, 426-427, 472, 473
  • Fribourg, Zwitserland, 389, 392, 395
  • Friesland, 16-17

G

  • Galaadgebergte [Gilead], Jordanië, 239
  • Galilea, Israël, 139, 251, 421
  • Gerach, 239
  • Goirle, Kerk, 68
  • Groenlo, Calixtuskerk, 203-204, 337, 381, 464
  • Groningen, 34, 59, 213; Groninger, 21, 213, 225; Groningse, 34
  • Groningen, Academie Minerva, 213
  • Grubbenvorst, 437

H

  • Haarlem, 16, 19, 25, 54, 80, 94, 208, 275; Bavo kathedrale basiliek, 10, 119, 206, 262-264, 266; Geneeskundige Dienst, 90; Kunstnijverheidsschool, 80, 94; Postkantoor, 367
  • Heerlen, Franciscus van Assisikerk, 98; Gerardus Majellakerk Heksenberg, 159, 163, 407, 446, 448-449; Pancratiuskerk, 104
  • Heilig Landstichting, 10, 116, 240-241, 243-244, 247-253, 267, 437, 475; Cenakelkerk, 10, 220, 240-254, 258, 303, 321, 437, 467, 474, 474, 475
  • Heiloo, 90; Bedevaartskapel, 110; Kruiswegpark, 190; O.L. Vrouwe ter Nood, 100, 264-265; Willibrordusstichting, 91
  • Helmond, 130, 450; Lambertuskerk, 34, 78
  • Herculaneum, Italië, 103
  • Hertogenbosch (zie Den Bosch)
  • Hilversum, 137, 159, 403, 426, 445; Ludgerus Kweekschool, 373-375, 394
  • Hoogeloon, Pancratiuskerk, 80
  • Houthem Sint-Gerlach, 29, 90, 451

I

  • Israël, 116, 190, 215, 237, 250, 365
  • Italië, 47, 88, 90, 182, 189, 348, 358, 456; Italiaan(s) 50, 88, 90, 264, 348, 364, 406, 461, 477

J

  • Jaffa, Israël, 240
  • Jeruzalem, Israël, 240, 244, 246, 248
  • Josaphat, Israël, 250, 289-290, 334, 365
  • Judea, Israël, Jordanië, 240
  • Jutphaas, 263, 266, 335-336, 427; Nicolaaskerk, 44, 119, 206, 337, 429, 466, 512

K

  • Kevelaar, 185, 198
  • Kleef, 93

L

  • Laren, 42, 331, 423, 443; Janskerk, 90
  • Leiden, 12, 16, 280, 313, 361, 369-372, 376, 391, 397; Franciscaner Kerk, 67; Oudkatholieke kerk, 11, 21, 273, 329, 344-345, 359-365, 367-369, 371, 376, 512; Rijksuniversiteit, 62
  • Limburg, 9, 16, 71, 74, 94, 114, 152, 155, 158-159, 409, 422, 435, 465
  • Lisse, 179, 199, 355, 382, 469; Agathakerk, 117-118, 177, 183-187, 190, 196, 198, 204, 206-208, 212, 219, 267, 327, 467
  • Luik, 87, 389

M

  • Maastricht, Dinghuis, 89; Heilig Hartkerk, 409; Juvenaatskapel, 34, 80, 177, 212-219, 222-223, 225, 228, 262, 330-331, 334, 437, 512; Koepelkerk, 12, 137, 158-159, 259, 320, 389, 409-415, 417-418; Lambertuskerk, 8, 20, 83-89, 92-97, 100-101, 114, 165, 402-403, 455, 460-462, 465, 512; Lidwinakapel, 94; Museum aan het Vrijthof , 19, 512; Servaaskerk, 23, 34, 168, 175, 185, 206, 402; SRAL [stichting Restauratieatelier Limburg], 22, 84, 86-87, 94, 98, 102-105; Stadsteekeninstituut, 87; Theresiakerk, 85, 87, 89
  • Madrid, Prado, 294
  • Manchester, 52
  • Marburg, Duitsland, 381
  • Medemblik, Martinuskerk, 182
  • Meyel, 237
  • Midden-Oosten, 239-240
  • Milaan, 331
  • Monte Cassino, Italië, 203; Benedictijner abdij, 181
  • München, 8, 52, 90-92, 102-103, 236, 402
  • Munstergeleen, 237

N

  • Nederland, 8, 12, 15-16, 19-21, 23, 29, 40-41, 51, 55, 59, 61-67, 74, 87-93, 101-102, 114-115, 130, 133-137, 142, 146, 159, 172, 178, 180-181, 184-185, 190, 208, 210, 238, 240, 254, 267, 275, 312, 314-315, 324, 326, 328-329, 359, 372, 377, 379-380, 383, 386, 400, 409, 415, 424-428, 431, 437, 439, 454, 469, 470, 473, 474
  • Neer, Martinuskerk, 94
  • Neerbeek, Callistuskerk, 437
  • Neuss, 317, 328, 342; Clemens-Sels-Museum, 285; Driekoningenkerk, 317, 409
  • New Mills, 52
  • New York, 357; Academie, 339; Albright–Knox Art Gallery 128
  • Nieuwenhagen-Landgraaf, O.L. Vrouwe Hulp der Christenenkerk, 104, 454
  • Nieuwkoop, Kapel van de Zusters van de Sociëteit van Jezus Maria Jozef, 68-69
  • Nijmegen, 17, 174, 236, 239, 358, 385; Bethlehem, klooster, 129; Jozefkerk, 275, 406-407; Museum Valkhof, 297; O.L. Vrouwekerk, 189
  • Noord-Holland, 16, 143, 152, 213
  • Noordwijkerhout, Jozefkerk, 182, 208
  • Nunhem, 13, 16, 389, 439, , 444, 464-465; Servatiushuis, 435, 437, 440, 445; Servatiuskerk, 435, 438, 441-443

O

  • Oekraïne, Vrije Zone van, 364
  • Otterlo, Kröller-Müller Museum, 286, 298, 302
  • Oud-Zevenaar, Martinuskerk, 406-407

P

  • Palestina, 116, 239-240, 243, 250, 467
  • Paray-le-Monial, 239
  • Parijs, 17, 57, 61, 88, 127, 130, 132, 137, 139, 142-143, 254, 312, 348, 393, 402-403, 424; Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes [1925], 307; Jeu de Paume, dependance Louvre, 348; Kunstzaal Blanche Guillot, 254; Louvre, 348; Mauméjean Frères mozaïekatelier, 348-349; Musée des Monumens Français, 241; Parc Monceau, 241
  • Patmos, Griekenland, 50, 402
  • Pompeï, Italië, 103
  • Pont-Aven, Frankrijk, 127, 421
  • Praag, 228; Emaus abdij, 191-192, 263

R

  • Ravenna, 10, 59, 208, 251, 254-255, 348, 354, 358, 456, 468; Sant Apollinare Nuovo Classe, 244-245
  • Ravenstein, Luciakerk, 434
  • Reijmerstok, 237
  • Rijswijk, Bonifatiuskerk, 339
  • Roermond, 385, 390-391; Museum Cuypershuis, 390; Teeken- en Ambachtsschool, 74-75, 307
  • Roggel, Petruskerk, 44, 463
  • Rome, 29, 69, 115, 133, 141, 144, 179, 189, 198, 203, 215, 220, 268-269, 278, 280, 348-349, 360, 386, 403, 409, 468, 470, 472; Romeins, 50, 103, 188, 191, 246, 290, 302, 373, 447, 472-473; Cornarokapel van Santa Maria della Vittoria, 149; Nederlands Historisch Instituut, 348; Sint Pieter, 175, 198, 203, 258; Sixtijnse Kapel, 46, 100, 189
  • Rotterdam, 16, 59, 75, 108, 150 204, 320; Erasmiaans Gymnasium, 328; kathedraal [Elisabethkerk], 184, 190, 202, 244; Laurentiuskerk, 72; Museum Boijmans van Beuningen, 295; Stadhuis, 59, 306; Willibrorduskerk 441
  • Rüdesheim, Abdijkerk, 202
  • Rumpen, 21, 103, 155, 266-267, 304, 327, 379, 404, 415, 427, 429, 445, 447, 451, 466; Vincentius a Paolokerk Brunssum, 156, 254-260, 512
  • Rusland, 244-245

S

  • Scheveningen, Antonius Abtkerk, 11, 329, 339, 341, 344-345, 348-350, 354, 356-357, 439, 475
  • Schiedam, Lidwinakerk, 121, 187
  • Schijndel, Kapel van de Congregatie van de Zusters van Liefde van Jezus en Maria, Moeder van Goede Bijstand, 385
  • Schoten, Lidwinakerk, 93
  • Siena, Italië, Dom, 381
  • Sint-Michielsgestel, Toenmalige doveninstituut, 94-95, 103, 165, 460-461, 463
  • Sion [of Zion], berg bij Jeruzalem, Israël, 195
  • Sittard, 409; Jezuitenkerk, 76, 328
  • Spaubeek, 44; Laurentiuskerk, 176, 456
  • Steenwijksmoer, Franciscuskerk, 71
  • Stuttgart, Mariakerk, 190-191, 222, 263, 469
  • Stuttgart: 190-191, 222, 263, 339, 469
  • Suriname, 434
  • Syrië, 240

T

  • Tabor, Israël, 422
  • Tarsus, Turkije, 246
  • Terwinselen, 103, 155, 237, 254, 259, 320
  • Thorn, 400
  • Tiberias, Israël, 203, 246
  • Tiel, [Walburgis?]kerk, 373
  • Tilburg, Antonius van Paduakerk [Korvel], 244; Dionysiuskerk of Goirkesekerk, 431, 434; Gerardus Majellakerk, 10, 241-245, 248, 366, 474, 475; kerk van Broekhoven, 70; Margaretha Maria Alacoquekerk, 245; Rooi Hartenkapel, 10, 34, 228-229, 259; Roomse Academie, 7, 19, 65, 67, 71, 137, 266
  • Transjordanië, 239-240, 248
  • Twente, 366, 431

U

  • Uden, 212, 215, 427; Petrus Stoel van Antiochiëkerk,10, 210-211
  • Utrecht, Academiegebouw, 42, 328, 406; Aloysiuskerk, 373; Catharijneconvent museum, 128, 273, 292, 299; Dom, 55, 160-161, 467; Kathedrale koorschool, kapel, 199; Kerkhof Barbara, kapel, 426, 445; Museum nieuwe religieuze kunst, 357; Nationale Schildersschool, 75-76; Voormalige hoofdpostkantoor op het Neude, 53

V

  • Vaticaan, 133, 358, 380, 403; Palazzo di Cancellaria, 348
  • Vlaanderen, 150, 153, 155; Vlaams, 133, 150, 153, 155, 206, 291, 403
  • Voorburg, Noord Brabant, kapel van de Congregatie van de Broeders van O.L.V. van Lourdes, 385
  • Vranck, Antoniuskerk, 437

W

  • Wahlwiller, Cunibertus en Dionysiuskerk, 337, 470
  • Wenen, Wiener Sezession, 217-218, 469
  • Wittem, Redemptoristenkerk, 450
  • Woudsend, 17 Michaelkerk, 458

Z

  • Zeeland, Zeeuw, Zeeuws 302
  • Zeist, Jozefkerk, 191; Jozefkweekschool, 157-158, 380, 426, 445, 447
  • Zoeterwoude, Kerk van de Kruisverheffing, 385
  • Zuid-Limburg, 16, 213
  • Zwolle, Dominicanerkerk, 309; Jozefkerk, 385

  1. De foto’s betreffen van links naar rechts: Anton Molkenboer in de Antonius Abtkerk te Scheveningen, Eugène Laudy in de Jozefkerk van Broekhem en Perey in de Lambertuskerk te Helmond. Ze kunnen gedownload worden via de beeldbank van de RCE en zijn gemaakt door Pixelpolder.

    < Terug naar De genade van de steiger

Register op namen

‘De genade van de steiger’ kan rechtstreeks besteld worden bij de Walburg Pers.1

A

  • Abel [Oude Testament], 212, 221-222, 326, 327, 447-449
  • Abraham [Oude Testament], 223, 447-448
  • Academie Minerva, Groningen 213
  • Academiegebouw Utrecht afb. 15, 42, 328, 406
  • Adam [Oude Testament], 10, 118, 138, 212, 218, 221-223, 285, 320, 362, 399, 434, 450, 451, 454, 455, 458, 512
  • Adams, Jean afb. 373, afb. 374, afb. 375, afb. 376, afb. 377, afb. 378, 12, 16, 21, 66, 71-72, 93, 152, 171, 388-389, 409, 413, 422, 430, 435-445, 451, 454-456, 463-466
  • Adelbertusabdij Egmond afb. 315, 383
  • Agatha, heilige, 183, 186, 207
  • Agathakerk Lisse afb. 79, afb. 124, afb. 130, afb. 132, afb. 134, afb. 139b, afb. 146, afb. 147, afb. 155, afb. 157f-g, afb. 158, afb. 159, afb. 163, afb. 397a, 117-118, 177, 183-187, 190, 196, 198, 204, 206-208, 212, 219, 267, 327, 467
  • Agnes van Montepulciano, heilige, 330-331
  • Agnes, heilige, 331, 408, 414, 435, 440-442
  • Agneskerk, Amsterdam afb. 319, afb. 390a, 244, 386, 407, 458-459; Den Haag, 317
  • Ahasverus, 295-296
  • Alberdingk Thijm, Joseph A. afb. 169b-c, 9, 36-37, 40-42, 44, 46-47, 50, 55, 58, 70, 73, 81, 110-111, 119, 121-122, 125, 128, 131, 144, 167, 174-176, 179-180, 182, 187-189, 201, 204, 206-207, 212-216, 221, 238, 255-256, 261, 267, 279, 284-285, 294, 301-304, 331, 372, 376, 384, 406, 436, 439, 444, 454-455, 466-467, 469, 472
  • Alberti, L.B., 50-51, 180, 470, 471
  • Albright–Knox Art Gallery te Buffalo, New York afb. 90, 128
  • Algemeen Handelsblad, 142, 155, 181, 254-255, 258, 260, 290, 294, 374, 401, 429
  • Algemene Katholieke Kunstenaarsvereniging, 324
  • Algemene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond [ANDB] Amsterdam afb. 83, afb. 219, 48, 51, 98, 122, 217, 271-272, 372
  • Allebé, August, 36
  • Alma, Peter, 62, 147
  • Aloysius van Gonzaga, heilige, 204, 275, 355
  • Aloysiuskerk Utrecht afb. 307b, 373
  • Ananias van Damascus [Nieuwe Testament], 246, 249
  • Andreas, apostel, 274, 278; -kruis, 439
  • Andriessen, Mari, 16, 337, 379
  • Antonieten, kloosterorde, 356
  • Antonius Abt, heremiet en heilige, 260, 330, 349-350, 355-356, 395, 398
  • Antonius Abtkerk Scheveningen afb. 280, afb. 281, afb. 282, afb. 283, afb. 284, afb. 285a-b, afb. 286a-b, 11, 329, 339, 341, 344-345, 348-350, 354, 356-357, 439, 475
  • Antonius en Lodewijkkerk Den Haag afb. 7, 30, 456
  • Antonius van Padua, heilige, 194, 204, 207, 236, 260, 310, 330, 404
  • Antoniuskerk van Paduakerk [Korvel] Tilburg afb. 4, afb. 189, afb. 267, afb. 268a-b, 244
  • Apollinaire, Guillaume, 424
  • Apollinare in Classe, Ravenna afb. 192, 244-245
  • Appel, Karel afb. 31b, 63
  • Aquino, Thomas van, 11, 131, 213-214, 307, 309, 332, 412
  • Arianen, 356
  • Ariens, priester Alphons, 302, 366
  • Arondéus, Willem, 35-36, 108
  • Arp, Hans, 424
  • Ars sacra afb. 40, afb. 257a-b, afb. 276a-b, afb. 300, afb. 308a-b, afb. 341, afb. 347b-c, 2, 29, 317-319, 323-324, 339, 366, 373, 377, 404, 406
  • Arti Amsterdam, kunstenaarsvereniging, 287
  • Asperslagh, Alex afb. 85, afb. 251, afb. 253a, afb. 254, 11, 124-125, 137-138, 311-314, 318, 321, 323-324, 327, 475
  • Asperslagh, Lou afb. 255a-d, afb. 263, 11, 19, 21, 124, 137, 273, 276, 311, 314-318, 323-324, 328-329, 338, 355, 409
  • Astarte, Fenicische moedergodin, 356, 395
  • Atlas, 278
  • Audsley, George Ahsdown, 7, 45, 49, 51-52, 54-55
  • Audsley, William, 7, 45, 49, 51-52, 54-55
  • Aurier, Albert, 8-9, 20, 58, 110-114, 117-118, 120-122, 125-127, 129, 135-136, 141, 210, 225, 237-238, 267, 269, 272, 284, 298, 305, 314, 338, 416, 422, 469

B

  • Baams, Anton, 212, 225-226
  • Bach, Franciscus H. afb. 164, afb. 165a-e, afb. 166, afb. 167, afb. 168, afb. 170, afb. 172, afb. 173a-c, afb. 174a-b, afb. 217, 10, 21, 34, 80, 93, 99, 177-178, 212-225, 228, 234-235, 238, 243, 251, 255, 262, 267-269, 273, 294, 326, 329-330, 332, 334, 343, 355, 372, 376, 391, 408, 426, 437, 449, 471
  • Barlach, Ernst, 380
  • Bartels, P.H., 75, 81
  • Bartholomeus, apostel, 278
  • Baudelaire, Charles, 108, 131, 145
  • Baudouin, Paul, 88
  • Bavo kathedrale basiliek Haarlem afb. 81, 10, 119, 206, 262-264, 266
  • Bazel, Karel de, 35, 37, 147, 280, 360, 372, 404, 470
  • Beerends, Jan, 386
  • Begijnhofkerk Amsterdam afb. 10, afb. 11, afb. 18, afb. 70, 34, 36, 47, 105
  • Bègue, Jehan Le, 50
  • Beiaard, De [Tijdschrift], 295
  • Bekkers, Jos., 374
  • Bellefroid, Edmond, 435
  • Bellini, 46
  • Bellot o.s.b., Dom, 358
  • Benedictus van Nursia, heilige, 212-214
  • Benoit Labre, heilige, 260
  • Berchmans, Johannes, 414
  • Bergen, pater, Raymond van, 29, 317-318
  • Berger, Ernst, 45, 49-51, 91-92, 102
  • Berlage, H.P., 36-37, 41, 48-49, 51, 57-58, 70, 72-73, 111, 147, 264, 271, 285, 313, 363
  • Bernadette Soubirous, heilige, 284, 286
  • Bernardus van Clairvaux, heilige, 212-214, 219, 330, 414
  • Bernini, Gian Lorenzo afb. 105, afb. 313c, 124, 149, 197, 381, 473
  • Bernulphusgilde, 29, 67, 115, 118, 121, 168-169, 206, 307
  • Bernulphushuis, Amsterdam, 385
  • Bernulphuskerk Oosterbeek afb. 20, afb.184a, afb. 233a-n, afb. 236a, afb. 238b, 49, 98, 101, 236, 289, 293
  • Bethlehem, klooster Nijmegen afb. 89, 129
  • Beukering, F.C., pastoor, 357
  • Beuroner kunstschool (Kunstschule), 28, 67, 259
  • Beurs van Berlage Amsterdam afb. 23, afb. 24, afb. 226, afb. 228, afb. 232, 35-37, 49, 55-58, 70, 112, 278-279, 281, 284-287, 298, 300, 302, 363, 372, 411, 420, 467, 470, 476
  • Beyart, zie broeders
  • Biënnale Venetië, 16, 63, 140, 436
  • Bijvoet, Han afb. 215, afb. 216a-b, 10, 263-267, 376, 379, 386, 388
  • Bingen, Hildegard van, 311
  • Blaauw, Sible de, 458
  • Blaue Reiter, 61, 113, 150, 401
  • Blavatsky, H.P., 360, 371-372
  • Bleijs, A.C., 30
  • Blom, Th., 68
  • Bloy, Léon, 130
  • Boendermaker, Piet afb. 353, 143, 415-416
  • Boers, Willy, 63
  • Bogtman, Willem [glas-in-lood atelier], 19, 54
  • Boijmans van Beuningen, museum Rotterdam afb. 239, 295
  • Boissevain, Barthold Hubert afb. 288, 358, 388
  • Bond van Nederlandsche Schilderpatroons, 76
  • Bonifatius, heilige Bonifacius, 343
  • Bons, Jan, 62
  • Bonsel, H.C., 67
  • Boom, A. van der, 58
  • Boonekamp, G., 68
  • Boosten, Alphons, 13, 159, 164, 174, 259, 409-411, 413-414, 446-451, 455-456
  • Bosboom, Johannes, 29, 42
  • Bosch, Hiëronymus, 179
  • Bosch, Jac. van den afb. 41, 72-73, 77, 147
  • Bosch, Jeroen, 393
  • Botticelli, Sandro afb. 313b, 381
  • Bourlier, E.G.S., 367
  • Boutens, P.C., 394, 396
  • Bouvy, D.P.R.A., 159, 161-162, 426
  • Brandt, Paul, 162-163, 381-384, 406, 412, 415, 417-418, 425
  • Braque, Georges, 130, 132, 424, 428
  • Breitner, G.H., 43, 46, 151-152, 313
  • Bremer, Rob, 183
  • Bremmer, H.P., 9, 109, 145-146, 148-149
  • Bressers, Leon, 44
  • Bröcker, Hermann, 30-31
  • Broeders, van de Beyart, – van Maastricht, – van de congregatie, 34, 94, 212-218, 221, 225
  • Brom, Gebroeders, edelsmeden, 349, 385, Leo -, 385 Jan Eloy -, Joanna -, 385
  • Brom, Gerard, 36, 167-168, 174-176, 181, 183, 206, 291-292, 385
  • Brueg(h)el, 114, 131, 401
  • Bruno van Keulen, 176
  • Buning, J.W.F. Werumeus, 389
  • Bus, Dirk afb. 248, 307
  • Buurman, R., 359-365, 367-368

C

  • Calixtuskerk Groenlo afb. 154, afb. 275, afb. 312, afb. 396, 203-204, 337, 381, 464
  • Callier, A.J., bisschop, 206-207, 263
  • Campendonk, Heinrich afb. 28, afb. 32, 7, 30, 35, 53, 60-65, 81, 108, 111, 113, 150, 162, 315, 338, 359, 372, 388, 401, 474, 475
  • Campendonkianen, 61-62
  • Canticum canticorum Salomonis (zie Hooglied), 414
  • Cantré, Jozef afb. 108a-b, 64, 137, 150, 152-153, 155, 337, 413
  • Capiau, Paul, 25
  • Caravaggio, M.M. da, 461
  • Carmontelle, Louis de, 241
  • Carolus Borromeus, heilige, 330-331
  • Catharijneconvent museum Utrecht afb. 77, afb. 235, afb. 241, afb. 243, 128, 273, 292, 299
  • Catharina, heilige, – van Alexandrië, 36, 209, 402, 411 – van Siena, 332, 334
  • Catharinakerk Den Bosch afb. 160, 10, 208-212
  • Cecilia, heilige, 285
  • Ceciliakerk Berkel-Enschot afb. 37a-b, 69, 71, 158, 226
  • Cenakelkerk Heilig Landstichting afb. 186, afb. 190, afb. 193, afb. 194, afb. 195, afb.196, afb. 197, afb. 198, afb. 199, afb. 200a-b, afb. 201a-b, afb. 202a-e, afb. 203a-c, afb. 397b, 10, 220, 240-254, 258, 303, 321, 437, 467, 474, 475
  • Cendrars, Blaise, 424
  • Cennini, Cennino, 49-51, 87, 477
  • Cézanne, Paul; Cezannisme afb. 99, 21, 64, 65, 107, 131, 140-141, 149-152, 165, 174, 179, 249, 380-381, 401, 421-422, 436, 461
  • Chabot, Henk, 153
  • Chagall, Marc afb. 338a-b, 389, 402, 403, 424
  • Chamael, engel, 214-215, 219-220, 450
  • Chavannes, Puvis de, 42, 107, 131, 155
  • Christoffel, heilige, 11, 95, 300, 304
  • Christus Koning, 10, 182, 194-199, 207, 220, 261, 264
  • Cillekens-Dreesens, Roermond, 385
  • Citroen, Paul, 63
  • Clara, heilige, 10, 184, 194, 199, 207, 310, 349
  • Cleevers, Pierre, 437
  • Clemens XII, paus, 180, 472
  • Clemens-Sels-Museum Neuss afb. 230, 285
  • Cobra, 62
  • Cocteau, Jean, 130, 132, 137, 140, 383, 392, 424, 426, 473
  • Collette, Joan afb. 5, afb. 148b, afb. 154, afb. 176, afb. 182, afb. 183, afb. 184a-b, afb. 250, afb. 261, afb. 262b, afb. 275, afb. 396a, 2, 10-11, 21-22, 25-26, 28-30, 42, 48, 53, 71, 93, 98-99, 102, 108, 113, 124, 127, 171, 178, 183, 199, 203-204, 226-227, 234-238, 251, 256, 258, 267, 269, 293, 298, 306-307, 310-312, 317-318, 321-324, 327-331, 337-338, 344, 355, 384, 386, 388, 391, 399, 431, 437, 456, 464, 471, 474, 475
  • Colnot, Arnout, 142
  • Concilie van Trente [1545-1563], 220, 331, 447, 472
  • Congregatie van O.L. Vrouwe Onbevlekt Ontvangen [Fratres immaculatae conceptionis], 214
  • Coppens, Piet, 434
  • Cornarokapel van Santa Maria della Vittoria Rome afb. 105, 149
  • Cornelius, heilige, 236, 246
  • Cramer, Rie, 44
  • Crane, Walter, 44, 263, 367
  • Cremer, Frans Gerhard, 50
  • Crispinus, heilige, 236, 331
  • Crouwel, Joop, 59
  • Cunibertus en Dionysiuskerk Wahlwiller, 337, 470
  • Cuypers & Co Kunstwerkplaatsen afb. 118, afb. 176, afb. 180, afb. 181a-c, afb. 182, afb. 183, afb.185a-b, 10, 22, 25-26, 28, 76, 93, 167, 226-231, 234-235, 237-238, 328, 385, 431
  • Cuypers, Eduard, 244, 329-331
  • Cuypers, Joseph Th.J. afb. 176, afb. 177, afb. 178, afb. 180, 10, 21, 25-26, 28, 30, 35-37, 42, 67, 69, 76-77, 113, 118-119, 127, 167, 178, 180-181, 183, 193, 201, 204, 206, 208, 220-221, 226-231, 234, 236-239, 241-243, 251, 256, 262-263, 267, 285, 310, 328-331, 337, 345, 348-350, 355-356, 381, 385, 416-420, 423, 427, 464, 469, 474, 475
  • Cuypers, Pierre J.H. [senior] afb. 178, 9, 21, 23, 25, 28-30, 34-37, 41-42, 48, 54-55, 57, 64, 69, 73-77, 79, 100, 117, 166-167-169, 175, 178-185, 188, 196, 201, 204, 210-211, 227-231, 236, 239, 241, 251, 269, 307, 325, 328, 331, 338-339, 342, 345, 348-350, 354, 356, 360, 363, 370, 372, 385, 390, 461, 469, 470
  • Cuypers, Pierre J.J.M. [junior], 28

D

  • Dalsum, Albert van, 435
  • Damen, Alphons afb. 179, 34, 166, 228-229, 238, 259, 267, 396
  • David [Oude Testament], 11, 100-101, 193, 212, 214-215, 223, 229, 256, 285, 300-304, 365, 367-368, 409-410, 414-415, 423
  • David, Gerard, 293
  • Dehio, Georg, 47
  • Delftse school, 15
  • Denis, Maurice, 131, 141, 147, 154, 161, 173, 272, 311, 329, 348
  • Derkinderen, Antoon, afb. 10, afb. 11, afb. 12, afb. 13, afb. 14, afb. 15, afb. 16, afb. 17, afb. 18, afb. 19, afb. 21, afb. 69a-b, afb. 70, afb. 111, afb. 212, afb. 213, afb. 340, afb. 367, 2, 7-8, 10, 12, 19-21, 25, 28-29, 31, 34-57, 62, 64, 66-73, 81-83, 87-94, 98-126, 138-139, , 153-157, 167, 173-188, 208, 217, 223, 238, 255-272, 279, 284, 305-307, 335-341, 358, 367, 372-273, 377, 381, 388, 391-393, 399, 403-411, 420, 427-430, 435-437, 443-445, 449, 456-461, 469-476, 512
  • Deumens, Guillaume, 34
  • Dickhaut, Monique, 19
  • Didron, A. N., 50, 83, 201, 377
  • Diederen, Hubert, 254
  • Diepenbrock, Alphons, 11, 36, 40, 130, 305, 328
  • Dietsche Warande, 44, 55
  • Dionysius de Areopagiet, 144, 163, 473
  • Dionysiuskerk Asselt afb. 1, afb. 25, afb. 27, afb. 322, afb. 324, afb. 326a-b, afb. 327, afb. 328, afb. 329, afb. 330, afb. 331, afb. 332, afb. 333, afb. 334, afb. 335, afb. 336, afb. 337, afb. 339, afb. 345, 16, 44, 58-60, 92, 390, 402, 512
  • Dionysiuskerk of Goirkese kerk Tilburg afb. 370, afb. 371, afb. 372, 431, 434
  • Divina Comedia, 260
  • Doerner, Max, -Instituut, 91
  • Doesburg, Theo van, 21, 65, 111, 154, 162, 332, 382, 384, 416, 421-422, 425-426, 430-431, 456, 464, 472-473
  • Dom Utrecht afb. 113a-b, 55, 160-161, 467
  • Dom, Siena afb. 313c, 381
  • Dominicanerkerk Zwolle, 309
  • Dominicuskerk Amsterdam afb. 177, afb. 178, 227-228-231, 263, 328
  • Dongen, Kees van, 424
  • Donner, O., 50
  • Doré, Gustave, 352
  • Douwes, W.F., 271-272
  • Doveninstituut Sint-Michielsgestel [toenmalig] afb. 58, afb. 67, afb. 392, afb. 393a-b, afb. 395, 94-95, 103, 165, 460-461, 463
  • Drents Museum Assen afb. 41, 72
  • Drie-eenheid, 10-11, 191-192, 195-196, 208, 216, 263, 276, 278, 285, 298, 310, 320-321, 329-330, 342-343, 356, 361, 367, 446
  • Driekoningenkerk te Neuss afb. 256, 317, 409
  • Duinkerken, Anton van, 386
  • Duinoordkerk Den Haag afb. 255b-c, 315-317
  • Dunselman, Jan afb. 79, afb. 124, afb. 129, afb. 130, afb. 131, afb. 133, afb. 134, afb. 135, afb. 136, afb. 137, afb. 138, afb. 139b, afb. 140a-b, afb. 141, afb. 146, afb. 147, afb. 152, afb. 155, afb. 158, afb. 159, afb. 397a, 9, 20-21, 29-30, 49, 72, 100, 117-118, 123, 166-169, 177-193, 196, 198, 202, 204, 207-210, 222, 228, 231, 236-239, 244, 259, 263, 266-267, 327, 355, 372, 382, 408, 415, 467, 469, 474, 475
  • Dunselman, Kees afb. 118, afb. 124, afb. 126, afb. 128, afb. 130,afb. 132, afb. 133, afb. 134, afb. 140c, afb. 143, afb. 144, afb. 147, afb. 151, afb. 153, afb. 155, afb. 156a-b, afb. 157a-g, afb. 158, afb. 163, afb. 352, afb. 397a, 9, 20-21, 29-30, 100, 117, 166, 171, 174, 177-187, 191, 193-212, 220, 222, 228, 231, 236, 239, 244, 267, 269, 294, 327, 329, 356, 372, 382, 386, 408, 415-417, 428, 467, 469, 474, 475, 512
  • Dürer, Albrecht afb. 325, 23, 42-43, 46, 179-180, 285, 296, 393-394, 470
  • Dusseldorfer Malerschule, 182
  • Dvořák, Max, 164, 297, 401
  • Dysney, 297

E

  • Eden, 455
  • Eerenbeemt, Herman van den, 131, 133
  • Egbertus, heilige, 212-214
  • Eibner, Alexander, 91
  • Elia [Oude Testament], 422, 461
  • Elias, 223
  • Elisabeth [zuster van Maria], heilige, 46, 138, 278, 442
  • Elisabeth van Hongarije (zie Elisabeth van Thüringen)
  • Elisabeth van Thüringen, heilige, 76-77, 236, 440-441
  • Elout-Drabbe, Mies, 288, 296, 384
  • Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, 51, 58, 88, 108, 162, 362, 391
  • Emaus, abdij Praag afb. 142, 191-192, 263
  • Emmanuel, Emmanuël [Christus], 10, 212, 216-217, 223, 244, 414
  • Engelman, Jan, 9, 11, 14-20, 28, 40, 47, 55, 57, 62-66, 108-116, 122-177, 197, 225, 254, 257-260, 267, 271-272, 280, 292, 295, 312, 314, 320, 324, 326, 328, 338, 352-357, 372, 375-386, 400-403, 408-417, 423-429, 434, 436, 443-444, 456, 461, 463, 465, 466, 468, 469, 471, 473
  • Ensor, James, 295, , 393, 401
  • Erens, Emile, 177
  • Erens, Frans, 10, 293-294
  • Erftemeijer, Anton, 263
  • Eschauzier, F.A., 162
  • Escher, Maurits, 249, 281, 371
  • Esther, koningin [Oude Testament], 301-304, 311
  • Eva [Oude Testament], 10, 118, 138, 207, 212, 218, 221-223, 320, 399, 414, 434, 450, 454-455, 458, 512
  • Evers, Henri, 59
  • Experimentelen, De, 62
  • Eyck, Charles afb. 3b, afb. 63a-b, afb. 68b, afb. 110, afb. 111, afb. 204, afb. 206, afb. 207, afb. 208, afb. 209, afb. 210b, d-e, afb. 311, afb. 379, afb. 380, afb. 381, afb. 382, afb. 383, 9-10, 13, 16-21, 29, 34, 42-44, 63, 65-66, 81, 93, 98, 101-104, 137, 155-164, 171, 173, 177-178, 198, 251, 254-260, 266-267, 273, 296, 304, 320-321, 326-328, 332, 359, 366, 371, 379-380, 388-389, 393, 396, 399, 404, 408, 415, 417-418, 424-430, 435-439, 445-459, 464, 466, 473-474, 512
  • Eyck, P.N. van, dichter, 392
  • Eyckeler, Jean, 250
  • Ezechiël [Oude Testament], 211, 229, 237, 414

F

  • Faassen, Egbert, 19
  • Faassen, Sjoerd, 19
  • Fauconnier, Henri Le, 21, 142, 147, 152, 384, 389, 400, 409
  • Faust, 392, 394
  • Federle, Anton, 93, 266, 369
  • Fernbach, Franz, 91
  • Feuerstein, Martin von, 386
  • Fierens, Paul, 151-152, 382
  • Filarete, 51
  • Filarski, 142
  • Fischer, Hildegard, 385
  • Flaton, Peter, 213, 215-216
  • Fourna, Dionysius van, 50-51
  • Fra Angelico, 131-132, 264, 287, 443
  • Franciscus van Assisi, heilige, 10, 194, 199, 201, 260, 310, 313-314, 317-318, 330, 332, 386, 396-397, 440-441, 443
  • Franciscus van Assisikerk Heerlen afb. 63, 98
  • Franciscus Xavierus, heilige, 212-214
  • Franciscuskerk Steenwijksmoer afb. 39, 71
  • Frederik Barbarossa, keizer, 262
  • Freundlich, Otto, 424
  • Friedhoff, Gijsbert, 59, 358
  • Fuchs, Johann von, 92

G

  • Gabriël, engel, 10, 97, 164, 212, 214-215, 218-220, 223, 256, 320, 414, 512
  • Gamaliël, 246, 250
  • Gambier Parry, Thomas, 7, 48, 51-52, 103
  • Gauguin, Paul afb. 75, afb. 90, 55, 110, 112, 114, 117, 127-128, 140-141, 173, 272, 353, 366, 376, 421, 425, 459, 464, 470-471, 474, 476
  • Gautier, Théophile, 393-394
  • Geelen, Hendrik, 25
  • Geetere, George de, 90, 206
  • Geffen, Gerrit van, 93
  • Geffen, H van, 68
  • Gelder, J.G. van, 47, 163-164, 405
  • Gemeenschap, De, afb. 3a-b, afb. 102a-b, afb. 108a-b, 9, 18, 40, 43-44, 61, 65, 108, 110, 127, 129-133, 136, 144-145, 147, 149, 152-153, 155, 157, 163-165, 168, 171, 256, 259, 291, 310, 319, 321, 325, 337, 353, 355, 371, 373, 376, 382, 386, 389, 409, 424, 436, 440, 451, 456, 458, 463, 468, 470, 471
  • Gemeentelijken Geneeskundigen Dienst Amsterdam afb. 120, 172
  • Gemeentemuseum Den Haagafb. 248, afb. 253b, 142, 158, 307, 313, 465
  • Genadekapel Beuron afb. 80a-d, afb. 205, 118, 228, 245, 254-255
  • Geraedts, Wijnand afb. 78, 116-117, 123-124, 128, 133, 166, 169, 177, 229, 266, 373, 386, 388
  • Gerardus Majella, heilige, 193, 204
  • Gerardus Majellakerk Den Haag, 243
  • Gerardus Majellakerk Heksenberg Heerlen afb. 115, afb. 380, afb. 381, afb. 382, afb. 383, 159, 163, 407, 446, 448-449
  • Gerardus Majellakerk Tilburg afb. 187a-c, afb. 188, 10, 241-245, 248, 366, 474, 475
  • Gerbrands, Roelf afb. 71, 108
  • Géricault, Théodore, 46
  • Germaan, Germaans, Germaansch, 151, 159
  • Gerrits, Ger, 142
  • Gerrits, Piet afb. 186, afb. 187a-c, afb. 188, afb. 190, afb. 193, afb. 195, afb. 196, afb.197, afb. 199, afb. 200a-b, afb. 201a-b, afb 202a-e, afb. 203a-c, afb. 397b, 10, 21, 93, 116, 178, 220, 238-255, 258, 267, 269, 303, 321, 326, 329, 366, 383-384, 420, 437, 442, 458, 467, 474, 475
  • Gervasius, pater, 67, 70-71, 121, 124-125
  • Gestel, Leo, 63, 147, 151
  • Ghandi, M.K., 364-365
  • Gibhardt, E. van, 53
  • Gildeboek, 8, 18, 58, 67-68, 70, 80, 90, 108, 115-116, 121, 124-125-127, 129, 137, 147, 159, 165-166, 171, 177, 181, 190, 223, 236, 315, 318, 323, 328-329, 336, 340, 342, 386, 390, 439, 472
  • Giotto di Bondone, 42, 51, 88, 107, 131, 150, 157, 181-182, 287, 465
  • Goebbels, Matthias, 49, 102
  • Goethe, W.A. von, 131, 305
  • Gogh, Vincent van, afb. 107, 13, 108, 110, 127, 150-151, 273, 313, 381-382, 401, 443-445, 466, 470, 473
  • Goossens, Th., 67
  • Gourmont, Remy de, 305
  • Grand prix, 61
  • Granpré Molière, M.J., 118, 324
  • Greco, [Domenikos Theotokopoulos] El, 164, 322, 379, 425, 443, 445, 457, 460
  • Grégoire, Jan afb. 48, afb. 49a, afb. 50a-b, afb. 51, afb. 52, afb. 53, afb. 120, afb. 306, 8, 12, 20, 83-90, 93, 126, 137, 171-172, 312, 372, 386, 388, 393, 408-409, 413, 460
  • Gregorius de Grote, paus en heilige, 173
  • Gregorius de Wit, 126
  • Gris, Juan, 424, 428
  • Groenen, P.G., 290
  • Groenestein, Jan; 62
  • Groot, Giovanni de; 90
  • Grote, Karel de, 250
  • Gruyter, Jos. de; 109, 160, 356-357, 371, 418
  • Guichard, Edouard, 54

H

  • Haalen, Leo van, 355-356
  • Haas, Aad de; 114, 337, 436, 460, 470
  • Hadewych, 291
  • Hahn, Albert; 281
  • Hammacher, Bram, 35-37, 41, 44, 47-49, 52, 60, 102, 104, 109, 160, 429
  • Hamman [Oude Testament], 303
  • Haniël, engel, 450
  • Hanrath, J.W., 405, 413
  • Hardy, Joop, 62
  • Harzing, Wim, 337
  • Haterd, Lex van de, 18, 144
  • Hebreeuws, Oud–, 215-216, 343
  • Heemkerk, Jacoba van, 304
  • Heilig Hart, 10, 69, 183, 197-198, 206-207, 226-227, 228, 234, 239, 301-302, 305, 313-314, 343-344, 350, 352, 356, 372, 385, 409, 414, 423, 467
  • Heilig Landstichting, 10, 116, 240-241, 243-244, 247-253, 267, 437, 474, 475
  • Heilige familie, – gezin, 11, 228, 312-313, 319, 321, 334, 411
  • Heilige Land; 10, 187, 237, 239-241, 243-246, 262
  • Helman, Albert, 256
  • Helwegen, Piet, 48
  • Hemelse Jeruzalem; 11, 209, 211, 214, 221, 223, 276, 332, 335, 344, 363
  • Henckens, Frans; 72, 80
  • Hendricks, J.H, 159, 162
  • Hendrik, hertog van Brabant, 262
  • Hendriks, Berend, 62, 65
  • Henricus, 93, 294
  • Heraclius, 50-51
  • Herman Jozef, heilige, 330-331
  • Hermans, Augustijn afb. 45, afb. 266, afb. 267, afb. 268a-b, afb. 269, afb. 270, afb. 271, afb. 272, 8, 11, 21, 35, 48, 76-77, 171, 273, 312, 328-336, 338, 367, 371, 377, 382, 399, 409, 426, 475
  • Hermans, W.F., 63
  • Hermsen, Dorus, 20, 29, 168, 266,
  • Heukelum, G.W. van, 206, 466-467
  • Heyenbrock, Herman, 424
  • Hippolytuskerk Delft afb. 264, 325, 459
  • Hittorf, Jacques Ignace, 46
  • Hodler, 51
  • Hoek, Loek van afb. 4, 21-22
  • Homerus; 284-285
  • Honée, pastoor Giel, 447, 450
  • Honk, het [kunstenaarssociëteit], 389
  • Honnecourt, Villard de, 46
  • Hoofdpostkantoor op het Neude Utrecht afb. 22, 53
  • Hoogewerff, G.J., 348
  • Hoogveld, Carine, 19
  • Hoornaer, Joannes van, pater dominicaan [martelaar van Gorcum], 343
  • Hoosemans, pastoor, 201, 386, 389, 437
  • Hordijk, Gerard, 17
  • Horn, Jos ten afb. 370, afb. 371, afb. 372, 12, 29, 66, 162, 171, 320, 379, 388-389, 425, 431, 434-435, 456, 465, 475
  • Horn, Lex, 62
  • Hosea, voorheen Osee [Oude Testament], 237
  • Houthem Sint Gerlach afb. 54, 29, 90, 451
  • Hugo, Victor, 40, 392
  • Huizinga, Johan, 54, 292, 393, 396, 467
  • Huysmans, J.K., 305
  • Hynckes, Raoul, 16, 63, 142, 389, 400

I

  • Immanuel (zie Emmanuel)
  • Ingendael, pastoor, 84
  • Instituut Collectie Nederland [ICN], 19
  • Instituut voor Kerkelijke Kunst Bonifacius, Amsterdam, 385
  • Isidorus, heilige, 260
  • Israëls, Jozef, 43, 46

J

  • Jacob, Max, 424
  • Jacobs, Gerard, 80
  • Jacobskerk Den Bosch afb. 266, 76, 90, 206, 211, 328, 467
  • Jacobskerk Enschede, 385
  • Jacobus of Jakobus de meerdere, apostel; 245, 274, 278
  • Jacobus of Jakobus de mindere, apostel, 278
  • Jaffé, Hans, 61
  • Jan van Eyck Academie, 65, 71, 152, 176, 258, 434, 456, 462
  • Jansen, Gerhard afb. 273, afb. 274a-b, 11, 29, 44, 273, 328, 335-338, 475
  • Janssen, Miek, 275, 291-293, 296-297
  • Janssens, pastoor Bernhard, 451, 454-455
  • Jesaja of Isaias [Oude Testament], 219, 229, 244, 257, 293, 414
  • Jesse [Oude Testament], 219, 229, 257
  • Joannes de Deo, heilige, 334
  • Joannes de Deokapel, Westeinde Ziekenhuis, Den Haag afb. 45, afb. 269, afb. 270, afb. 271, afb. 272, afb. 273, afb. 274a-b, 11, 76-77, 329, 338, 367, 399
  • Job [Oude Testament], 300, 383
  • Johannes Baptiste la Salle, heilige, 212-214
  • Johannes de Doper, heilige, 198, 212, 214-215, 234, 236, 250-251, 278, 435, 440-442
  • Johannes, evangelist, 50, 188, 197, 203, 204, 209, 211-214, 217, 225, 235, 243-246, 276, 278-279, 288-289, 296-297, 307, 321, 323-324, 343, 363, 391, 396-398, 402-403, 414-415, 419-422, 427-428, 444, 448, 458, 463
  • Jonas [Oude Testament], 407-408
  • Jonas, Henri afb. 94, afb. 102a, afb. 116, afb. 210a, afb. 314, afb. 346, afb. 347a-c, afb. 348, afb. 349a-b, afb. 350, afb. 351a-b, afb. 384, 12, 18, 21, 28, 31, 34, 43-44, 81, 87, 137, 144-145, 147, 149-150, 152, 158-159, 161, 164-165, 171, 179, 259-260, 317, 320-321, 366, 371, 376-377, 379-380, 382-383, 388-389, 408-409-415, 417-419, 422, 424-425, 427, 430-431, 435-437, 439-440, 451, 454, 456, 464-466, 473
  • Jordaens ,Jacob, 155, 403
  • Jordens, J.G., 142
  • Josephus Calasanctius, heilige, 212-214
  • Jozef, heilige, 10, 174, 178, 194, 197-199, 204, 207, 212, 214-215, 228-230, 235, 253, 258, 268, 304, 312, 320-321, 334, 336-337, 349, 354-355, 396-398, 411, 425, 455
  • Jozef, onderkoning van Egypte [Oude Testament], 69, 189, 371
  • Jozefkerk Enschede afb 148b, 199, 323
  • Jozefkerk Nijmegen afb. 223a-e, afb. 344, 275, 406-407
  • Jozefkerk Noordwijkerhout afb. 129, 182, 208
  • Jozefkerk Zeist afb. 140b, 191
  • Jozefkerk Zwolle, 385
  • Jozefkerk, Broekhem-Valkenburg afb. 116, afb. 121, afb. 314, afb. 384, afb. 385a-b, 164, 174, 198, 382, 451, 455
  • Jozefkweekschool Zeist afb. 111, afb 311, 157-158, 380, 426, 445, 447
  • Judas Iscariot, apostel, 240, 243-244, 249, 278, 374, 384
  • Judas Thaddeus, apostel, 278, 458
  • Judith [Oude Testament], 411
  • Jung, Car, 324, 425l
  • Juvenaatskapel Maastricht afb. 164, afb. 165a-e, afb. 166, afb. 167, afb. 168, afb. 170, afb. 172, afb. 173a-c, afb. 175, 34, 80, 177, 212-219, 222-223, 225, 228, 262, 330-331, 334, 437, 512
  • JX; 10, 217

K

  • Kalf, Jan, 30, 181, 184, 188, 207
  • Kana, 12, 395, 419, 422, 461
  • Kandinsky, Wassily afb. 106, 64, 147, 150, 389, 401
  • Kapucijnen, 67, 70-71
  • Kasteel De Haar, kapel afb. 180, 10, 57, 228-231, 237
  • Kasteelkapel, Fleury-en-Bière, Frankrijk afb. 353, 415-416
  • Kathedrale koorschool, kapel Utrecht afb. 149, 199
  • Katholieke Leergangen, 7, 47, 65-67, 70, 121, 137, 145, 475
  • Keijzer, Matthijs de, 23, 87, 96-97
  • Keim, Adolph Willem, firma-, 52, 91-93, 101
  • Kepler, Johannes, 285
  • Kerkhof Barbara, kapel Utrecht afb. 379, 426, 445
  • Kerkhof, Joannes a Cruce, 298, 314
  • Keyser [of Keijser], Hendrik de (Architectura Moderna), 46
  • Keyzer, Nicaise de, 179, 239
  • Kikkert, Conrad, 424
  • Kinseher, Kathrin, 92
  • Klee, Paul, 389, 401
  • Kleykamp Den Haag, kunstzaal, 142, 287, 401
  • Klimt, Gustav, 402, 461, 463
  • Klinkenberg, René, 390, 394, 467
  • Knuttel, Daniel, 59
  • Koch, Matthias, 391
  • Koch, Pyke, 16, 63, 107
  • Kocken, Henricus [Hein] afb. 238a, 294-295, 334
  • Koepelkerk Maastricht afb. 94, afb. 346, afb. 347a-c, afb. 348, afb. 350, afb. 351a-b, 12, 137, 158-159, 259, 320, 389, 409-415, 417-418
  • Koldeweij, B.J., 337
  • Konijnenburg, Willem van afb. 76, afb. 246, afb. 248, afb. 249, 11, 19, 42, 108-109, 113, 115, 117, 145, 150-151, 273, 298, 306-307, 309-310, 317, 328, 353, 367, 474
  • Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen afb. 125, 179, 239
  • Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, 239, 470
  • Koninklijke Bibliotheek, 28-29, 59, 142
  • Koninklijke School voor Beeldende Kunsten, Den Bosch 67
  • Koninklijke Schouwburg Den Haag afb. 72, afb. 74a-b, 109, 111
  • Krebs, Paulus afb. 80c, afb. 205, 118, 202, 255
  • Kröller-Müller Museum Otterlo afb. 231a-b, afb. 242, afb. 244, 286, 298, 302
  • Kropholler, A.J., 37, 181, 313, 315, 319, 324, 337, 437
  • Kruiskapel benedictijner abdij Montecassino afb. 127a, 181
  • Kruiswegpark Heiloo afb. 139c, 190
  • Kruyder [of Kruider], Herman, 150-152, 154, 383
  • Kruysen, Jan afb. 64, 100
  • Kuijpers [of Kuypers], Johan; 29
  • Kuitenbrouwer, Louis (zie ook Albert Kuyle), 424
  • Kultuurkamer, Nederlandsche, 15-16, 63, 424, 437, 454, 458
  • Kuyle, Albert (zie ook Louis Kuitenbrouwer), 132, 337, 375, 386, 424

L

  • Laan, Dom Hans van der, 67
  • Laan, Jan van der, 66-67
  • Labergerie, Raphaël, 357
  • Laer, Jean van de, 48
  • Lambertuskerk Maastricht afb. 47, afb. 48, afb. 49b, afb. 50b, afb. 51, afb. 59, afb. 60a-b, afb. 61, afb. 62, afb. 65a-b, afb. 394, 8, 20, 83-89, 92-97, 100-101, 114, 165, 402-403, 455, 460-462, 465, 512
  • Lau, Thé afb. 55, afb. 312, 20, 66, 90-91, 99, 381, 463
  • Laudy, Eugène afb. 68a, afb. 384, afb. 385a-b, 13, 104, 389, 451, 454-456, 462, 465, 512
  • Laurentiuskerk Dongen afb. 5, afb. 176, afb. 181a-c, afb. 182, afb. 183, afb.184b, afb.185a-b, 10, 22, 25-26, 127, 220, 226-227, 230-231, 234-237, 322-323, 330
  • Lauweriks, Jean, 25
  • Lauweriks, Mathieu, 281, 285, 360, 372, 470
  • Lawrence, T.E. [Lawrence of Arabia], 239
  • Lazarus [Nieuwe Testament], 242-243
  • Lebeau, Chris afb. 278e, afb. 289, afb. 290, afb. 291, afb. 292a-c, afb. 293, afb. 294, afb. 295, afb. 296, afb. 297, afb. 298, afb. 299, afb. 301, afb. 302a-b, afb. 303a-c, afb. 304, afb. 305, 11, 19, 21, 139, 171, 179, 269, 273, 280, 312, 329, 338, 344-345, 359-372, 376-377, 391, 393, 395, 397, 399, 411, 424, 437, 470, 474, 512
  • Lebègue, Jehan, 51
  • Leck, Bart van der, 18, 111
  • Leerink, A.J., 63
  • Leerling, J.A., 64
  • Lenin, V.I., 364-365
  • Lenoir, Alexandre, 241
  • Lenz, Desiderius afb. 80a-d, afb. 127a-b, afb. 139a, afb. 142, afb. 205, afb. 214, afb. 278c, 21, 55, 67, 107, 117-118, 129, 174, 177, 181-182, 190-193, 204, 208, 210, 212, 219, 222, 227-228, 231, 236-238, 244, 251, 253, 255, 257-258, 261-264, 267-269, 271-276, 280, 284-286, 293-294, 298, 301, 325, 328, 330, 339-341, 344-345, 360, 364, 367, 372, 376-377, 411, 415, 417, 425-426, 449, 468-470
  • Leo XIII, paus, 234
  • Lessing, G.E., 180
  • Levensverzekeringsmaatschappij ‘De Algemeene’ Amsterdam afb. 19, 48
  • Levigne, Huub, 435
  • Leyden, Lucas van, 179
  • Leys, Henri afb. 125, 179, 186, 239
  • Lichtveld, Lou, 265
  • Lidwina van Schiedam, heilige [Luduina], 187, 207, 314, 327, 338, 344, 352, 397, 460
  • Lidwinakapel Maastricht afb. 57, 94
  • Lidwinakerk Schiedam, 121, 187
  • Liefland, W.B. van, 30
  • Limburger Koerier; 88, 142, 391
  • Limburgsch Dagblad, 84, 147
  • Limburgse school, 9, 19-20, 163, 465-466
  • Linse, Jan afb. 72, afb. 74a-b, 109, 111, 306
  • Lommen, Jos., 29
  • Loosjes-Terpstra, A.B., 19
  • Loots, Jan, 266
  • Looy, Jacobus van, 180
  • Looyenga, Arjen, 263
  • Lourijssen, Lambert, 266
  • Louwerse, Jan, 116, 118, 266
  • Lubbe, J.C.A van der, 460
  • Lucas, Lukas, evangelist, 211, 219, 258, 288, 289, 363
  • Lucifer, engel, 215
  • Lücker, Eugène, familie-, 48, 390
  • Ludgerus Kweekschool Hilversum afb. 308, afb. 309, 373-375, 394
  • Ludgeruskerk Balk afb. 389, afb. 391, 458-460
  • Lulofs, H.J., 393
  • Luns, Huib, 158, 168, 208, 266, 370, 399

M

  • Maas, Willem, 157, 159, 380, 426, 447, 459
  • Madonna, heilige, 12, 231, 274, 276, 280-281, 284, 286-287, 302, 328, 334, 344, 358, 411, 414, 419, 421, 435
  • Maleachi [Oude Testament], 229
  • Maloney, Jade, 52
  • Mammen, Jan afb. 390, 386, 458-459, 463
  • Mander, Karel van, 40, 43
  • Mandos, Kees afb. 189, 244
  • Marchant, Guyot afb. 323, 393
  • Marcus, evangelist, 211, 288-289, 362-363, 422
  • Margareta Maria Alacoque, heilige, 10, 197, 239-240, 245
  • Margry, Jos, 241
  • Maria Magdalena, heilige, 243, 297, 356-357, 373, 381, 398, 427-428, 448
  • Maria Middelares, heilige, 12, 200-201, 246, 257, 418-420, 422
  • Maria onbevlekt ontvangen, 10, 201, 221, 245, 284, 296, 430, 512
  • Maria Rosa Mystica,11, 281, 284, 356
  • Maria van Jessekerk te Delft, 196
  • Mariakerk Enschede afb. 218, afb. 390b, 268, 459
  • Mariakerk Stuttgart afb. 139a, afb. 214, 190-191, 222, 263, 469
  • Maris, Jacob, 43
  • Maris, Matthijs, 43
  • Maritain, Jacques, 9, 13, 20, 126, 130-144, 146-149, 152-155, 157, 161-168, 172-173, 179, 237-238, 253-254, 267, 272, 274, 280, 292, 309-311, 314, 318, 323-325, 340, 355, 357, 375-376, 379-380, 383, 392, 402-403, 408, 412, 416, 418, 421-423, 426, 428-429, 435-436, 439-440, 444, 451, 464, 466, 468-475,
  • Marius, Grada, 48, 52
  • Martelaren van Gorcum, 186, 191-193, 207, 331, 343-344
  • Marthakerk Den Haag afb. 8, afb. 251, afb. 254, afb. 263, afb. 265a-d, 30-31, 312-314, 324, 326-328, 426
  • Martin, J., 48
  • Martinus, heilige, 72, 94, 118
  • Martinuskerk Beegden afb. 40, 72, 437
  • Matisse, Henri, 150, 381, 457
  • Mattheus, evangelist, 203-204, 209, 211, 251, 278, 288-289, 321, 362-363, 367, 391
  • Maurus, heilige, 181
  • Mauruskapel Beuron afb. 127b, 181
  • Mauve, Anton, 43, 49
  • Meer de Walcheren, Christine van der; 311
  • Meer de Walcheren, Pieter van der, 9, 28, 108, 110, 116, 122, 125, 127, 130-131-146, 152, 155, 163-167, 171-173, 180-181, 205, 225, 254, 267, 272, 274, 280, 298, 311-315, 318, 323, 372-376, 382-383, 386, 400, 409, 415-417, 420-424, 426, 428-429, 435, 443, 468, 471-473, 475
  • Meer, Frits van der, priester, hoogleraar, 17, 176, 407-408, 458, 463, 466-467
  • Meere, J.A.P., 75-76, 81
  • Meily, Jan, 72, 75, 184, 204
  • Melle [Oldenboerrigetr], 63
  • Memling, Hans; 195
  • Mengelberg, Friedrich Wilhelm, 180, 190
  • Mengelberg, Hans afb. 216, 264
  • Mengelberg, Willem afb. 126, 317, 328
  • Merinck, Albert afb. 342, 405
  • Merlet, Herluf van, 375, 386, 412-413, 429-430
  • Mes, François, benedictijner naam voor Jaap Mes (zie aldaar)
  • Mes, Jaap Afb. 47, afb. 56, afb. 57, afb. 58, afb. 59, afb. 60a-b, afb. 61, afb. 67, afb. 117a-b, afb. 392, afb. 393a-b, afb. 394, afb. 395, 8, 13, 20-21, 29, 43, 50, 66, 80, 83, 92, 94-97, 101, 103, 132, 141, 152, 161, 164-165, 171, 173, 321, 384, 388, 455-456, 460-466, 512
  • Mestrom, glas-in-lood atelier, 19, 437
  • Meuleman, Clemens afb. 49a, afb. 50a, afb. 88, afb. 92, afb. 259a, afb. 288, afb. 317, afb. 319, afb. 349b, afb. 357a, afb. 368, 12, 21, 28, 36, 85, 128, 134, 144, 158-159, 167, 324, 327-328, 337, 355, 358, 375, 379-381, 385-386, 388-389, 409, 413, 424, 429-431, 451, 456-458, 463, 466
  • Mey, Jacques van der, 66, 132, 137, 388, 451
  • Meyer, Sal, 63
  • Meysing, 67
  • Michael, engel, 10, 95, 138, 212, 214-215, 219-220, 223, 256, 259, 320, 372, 409, 414, 417-418, 449
  • Michelangelo; 2, 46, 100
  • Middelburgse Courant, 85
  • Min, Jaap afb. 29, afb. 33, 58, 61, 64-66, 355, 463
  • Minerva, 284-285
  • Moerkerken, Pieter van, 49-50, 340, 344
  • Molenaar, Nicolaas sr., 30-31, 312, 314, 324, 340-342, 345, 390
  • Molenaar, pater; 391
  • Molin, Willem afb. 26, 58-59
  • Molkenboer, Anton afb. 276a-b, afb. 277a-b, afb. 278a-b en d, afb. 279, afb. 280, afb. 281, afb. 282, afb. 283, afb. 284, afl. 285a-b, afb. 286a-b, afb. 287, 2, 11, 21, 99-100, 115, 118, 126, 167-168, 171, 179, 181, 269, 273, 312, 315, 324, 329, 338-361, 372-373, 376-377, 379, 384, 386, 388, 391, 395, 399, 407, 409, 413, 431, 439, 374-375
  • Molkenboer, Bernard H. o.p, dominicaan, 8, 68, 115-125, 128, 133-134, 166-167, 169, 174, 177, 182-183, 191, 206, 210, 253, 266-267, 287, 290, 293-298, 307, 309, 339, 373, 461, 472
  • Molkenboer, Theo, 115
  • Molkenboer, W.B.G., 36, 73-74, 115, 339
  • Moller, H.W.E., 121, 137, 145
  • Möller, rector J.B.W.M., 8, 67, 115-130, 134, 140, 168, 267, 272, 279, 286, 292, 314, 323, 325, 416, 472
  • Mondriaan; 65, 113, 126, 293, 304, 384, 424, 425-426
  • Monfortanen, 250
  • Mont Sainte Victoire, Frankrijk, 141, 401, 436
  • Montessori, Maria, 441
  • Moor, Chris de, 42, 63, 100, 328, 355
  • Moor, Pieter Cornelis de, 90
  • Moorsel, C.M. van, 319, 337
  • Mordechai [Oude Testament]; 303
  • Mottez, Victor; 88
  • Mozes [Oude Testament]; 212, 214-215, 217, 223, 415, 422, 458
  • Mozes en Aaronkerk Amsterdam, 30
  • Muche, Georg; 150
  • Muis, Ab afb. 30a, 62
  • Munch, Edvard; 150
  • Münchner Kunstausstellung 18, 93, 90
  • Museum aan het Vrijthof Maastricht afb. 9, 19, 512
  • Museum Cuypershuis Roermond 321, 390
  • Museum De Wieger Deurne afb. 101, afb. 109, afb. 114, afb. 316, afb. 362, 144, 153, 162, 384, 424, 512
  • Museum Valkhof Nijmegen afb. 240a, 297
  • Mussini, 50

N

  • Nabi(s), 55, 112, 117, 127-128, 131, 421, 425, 469, 476
  • Nazareners, 49, 182, 264
  • Nederlandsch Israëlitische Gemeente, 306
  • Nederlandsche Handel-Maatschappij Amsterdam, 35, 404, 406
  • Nederlandsche Vereeniging voor Ambachts- en Nijverheidskunst [kortweg de V.A.N.K.], 359, 361
  • Nicolaaskerk Amsterdam afb. 131, afb. 133, afb. 135, afb. 136, afb. 137, afb. 138, afb. 140a, afb. 141, afb. 152, afb. 157d-e, 9, 30, 179, 183-192, 198, 202-203, 206-208, 263
  • Nicolaaskerk Jutphaas afb. 17, afb. 367, 44, 119, 206, 337, 429, 466, 512
  • Nicolas en Zonen, glas-in-lood atelier, 19
  • Nicolas White, Claire, 19, 60, 385, 391, 393, 404-406
  • Nicolas, Edmond, 403, 450
  • Nicolas, Joep afb. 1, afb. 27, afb. 77, afb. 115, afb. 319, afb. 320, afb. 321, afb. 322, afb. 324, afb. 326a-b, afb. 327, afb. 328, afb. 329, afb. 330, afb. 331, afb. 332, afb. 333, afb. 334, afb. 335, afb. 336, afb. 337, afb. 339, afb. 340, afb. 341, afb. 343, afb. 344, afb. 345, 12, 16, 19-21, 28, 35, 42-44, 47, 52, 55, 57, 60-62, 81, 92-93, 108, 113-115, 129-130, 137, 142, 147, 149, 151, 153, 159-168, 171, 173, 179-180, 244, 258, 267, 273, 280, 312-315, 318, 321, 326, 328, 331, 336-337, 357, 379-425, 430, 435-437, 450-451, 456-457, 464, 466-467, 469, 512
  • Niehaus, Kasper, 51
  • Nieuw Amsterdam, stoomschip Holland Amerika Lijn, 328
  • Nieuwbarn, M.C. afb. 122, afb. 123a-f, afb. 145a-b, afb. 148a, afb. 169a, afb. 224, afb. 225, 9, 174-176, 181, 187-222, 255-256, 264, 267, 274-281, 285, 321, 330, 336, 343, 353, 365, 386, 399, 408, 442, 449, 458, 467, 472
  • Nieuwe Eeuw, De, 64, 130-131, 145, 155
  • Nieuwe Maas- en Roerbode, 93
  • Nieuwe Rotterdamsche Courant, 90, 93, 290, 293, 349, 359, 393
  • Nieuwe Tilburgsche Courant, 69, 243
  • Nijland, Dirk, 384
  • Nijs, Wim, 162, 388
  • Ninaber van Eyben, Toon afb. 257a-b, afb. 258, afb. 259b, afb. 260a-d, 11, 124, 137, 162, 312, 318-321, 326, 328, 332, 337-338, 355, 388, 409, 425-426, 430
  • Nolde, Emil, 380, 473
  • Nolet, Anthonij, 290, 297
  • Norden, Hans van, 61
  • Nys, Suzanne, 397, 398, 408

O

  • O.L. Vrouwe Hulp der Christenenkerk Nieuwenhagen-Landgraaf afb. 68a, 104, 454
  • O.L. Vrouwe ten Hemelopnemingkerk Beltrum afb. 174a-b, afb. 217, 198, 223-224, 268
  • O.L. Vrouwe ter Nood Heiloo afb. 64, afb. 215, afb. 216a-b, 100, 264-265
  • O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand, Mariakapel Bilthoven afb. 117a-b, afb. 210c, afb. 357b, afb. 386, afb. 387, afb. 396b, 164, 457, 461, 464
  • O.L. Vrouwe van Goede Raadkerk Den Haag afb. 276a-b, afb. 277a-b, afb. 278a-b en d, afb. 279, 11, 118, 339-341, 345, 359-360, 384, 413, 475
  • O.L. Vrouwe van Lourdeskerk, Lourdesgrotkapel Den Haag afb. 258, afb. 259b, afb. 260a-d, afb. 261, 93, 319-322, 331
  • Obrechtkerk Amsterdam (zie Rozekranskerk, Rozenkranskerk of O.L. Vrouwe Rozekranskerk) afb. 93, afb. 100, afb. 118, afb. 128, afb. 140c, afb. 143, afb. 144, afb. 150, afb. 151, afb. 153, afb. 156a-b, afb. 157a-c, afb. 320, afb. 352, afb. 354, afb. 355, afb. 356, afb. 358, afb. 359, afb. 360a-b, afb. 361, afb. 364, afb. 365, afb. 366a-d, afb. 368, afb. 369, 9, 12, 30, 114, 135, 139, 143, 166, 175-185, 191, 193-208, 220, 235, 237, 244, 258-261, 267, 278, 328, 356, 382, 386, 389, 406, 415-416-431, 434, 437, 440, 447, 464, 466, 475, 512
  • Odo van Clugny (Cluny)
  • Odulphuskerk Bakhuizen afb. 2, afb. 388, 17, 458
  • Oever, Karel van den, 11, 291-294, 296-297, 329, 332
  • Ommegangen, tijdschrift, 40
  • Onze Eeuw, 393
  • Oosterman, Jan 139c, afb. 160, afb. 161, afb. 162, 8, 10, 29-30, 80, 99, 117-118, 121, 171, 178, 190-191, 208-212, 215, 238, 251, 263, 267, 343, 362, 427
  • Op Steiger, tijdschrift, 65
  • Openbaring, boek der (zie Apocalyps), 216, 276, 397
  • Opgang afb. 250, afb. 253a, 108-109, 121, 126-127, 130-131, 133, 136, 138, 143-144, 168, 171, 236, 271, 274, 298, 300, 307, 310, 313-315, 318, 323, 327, 342, 372-373, 379, 386, 391, 404, 406, 409, 424, 429, 436, 456, 458, 463, 472
  • Osee, tegenwoordig Hosea [Oude Testament], 237
  • Ossian, 285
  • Ostwald, Wilhelm, 75
  • Otto, Rudolf; 324
  • Oudkatholieke kerk Leiden 278e, afb. 290, afb. 291, afb. 292a-c, afb. 293, afb. 294, afb. 295, afb. 296, afb. 297, afb. 298, afb. 299, afb. 301, afb. 302a-b, afb. 303a-c, 11, 21, 273, 329, 344-345, 359-365, 367-369, 371, 376, 512
  • Overdonk, Huize, Dongen afb. 35, 68

P

  • Paaslam, 10, 194
  • Palestrina, 328
  • Pancratiuskerk Heerlen afb. 68b, 104
  • Papegaai Amsterdam (zie Petrus en Pauluskerk) afb. afb. 119, afb. 287, afb. 306, 89, 167, 357, 372
  • Parthenon, 45-46, 284
  • Paschalis van Baylonkerk Den Haag afb. 255a, 315-316
  • Paulus, heilige; 11, 13, 212-214, 246-247, 249-250, 255, 260, 276, 278, 285, 296, 303, 313-314, 364, 371, 437-440, 443, 467
  • Peeters, Jan, 62
  • Peeters, Kees; 127, 240
  • Pereira, Alfons von, 48, 102
  • Perey, Arnoldus, Emmanuel-, Firma-, Johannes-, Lambertus-, 8, 34, 77-80, 166-167
  • Permeke, Constant, 151, 153, 155, 383, 409
  • Peters, C.H., 59
  • Petrus Cassianus, heilige, 212-214, 343
  • Petrus Donders, redemptorist, heilige, 343-344
  • Petrus en Pauluskerk Amsterdam (zie Papegaai) afb. 119, afb. 287, afb. 306, 89, 375
  • Petrus en Pauluskerk Bergen aan Zee afb. 29, afb. 33, afb. 53, afb. 255d, 58, 61, 65, 315-317
  • Petrus Stoel van Antiochiëkerk Uden afb. 161, afb. 162, 10, 210-211
  • Petrus, apostel en eerste paus, 10, 174, 175, 186-187, 194, 198-199, 203-204, 220, 245-246, 248-249, 256, 260, 278, 321, 323, 336, 398, 439, 512
  • Pettenkofer, Max von, 50-51, 91
  • Phaedrus; 304
  • Philippus, apostel, 278
  • Picasso, Pablo,, 64, 130, 132, 140, 150, 384, 408, 418, 424, 426, 428, 444, 473
  • Pieck, Nicolaas, pater franciscaan [martelaar van Gorcum], 343
  • Pinckers, Jean, rector Dyonisiuskerk Asselt, 390-391, 397
  • Pino, Paolo, 51
  • Pius X, paus, 66, 176, 441
  • Pius XI, paus, 380
  • Placidus, heilige; 181
  • Plasschaert, Albert, kunstcriticus, 8, 35-36, 42, 58, 60, 107-121, 127, 138-140, 143, 145, 148, 154, 163-164, 166, 210, 225, 237, 267, 274-276, 284, 287, 306-307, 314-315, 318, 335, 338, 353, 371-372, 382, 391, 396, 400-402, 416-418, 420, 431, 469, 474, 475
  • Plinius, 51
  • Ploeg, De, 231
  • Poels, priester H.A., 366, 422-423
  • Polak, Bettina, 19, 108, 273, 367, 372
  • Pollones, J.A., 162
  • Polman, Mariël, 19-20, 23, 41, 45, 75, 79
  • Pop, meesterschilder, 34, 75
  • Porceleynen Fles, Delft, 264
  • Pouls, Jos, 19, 431
  • Poussin, Nicolas afb. 98, 138, 140-141, 146, 172-174, 179-180, 253, 268, 298, 340, 408, 422, 469, 473
  • Prado Madrid afb. 237, 294
  • Prisma der Kunsten, vakblad, 62
  • Prix de Rome, 9, 30, 69, 178-180, 255
  • Prometheus, 284, 302
  • Puyvelde, Leo van, 291

Q

  • Quellinusschool, Amsterdam, 73, 360, 372

R

  • R.K. Kunstenaarsvereeniging, Den Haag, 67, 307
  • R.K. Militaire Vereenigingkapel Tilburg afb. 38a-b, 70
  • Raaijmakers, pater Ch., 296-297
  • Randag, Humbert afb. 34, 66-67, 71
  • Ravesteyn, Sybold van afb. 3a, afb. 101, 18, 144, 162
  • Realist, De, tijdschrift, 65
  • Realisten, De, 62-63
  • Reclair, Frans; 48
  • Redon, Odilon; 147, 323
  • Rees, Otto van afb. 114, afb. 259a, afb. 357a, afb. 362, afb. 363a-b, afb. 364, afb. 365, afb. 366a-d, afb. 368, afb. 369, afb. 396b, 12, 16-17, 19, 21, 44, 65, 113, 130-132, 137, 139-140, 145, 147, 149, 153, 159, 162, 171, 273, 312, 320-321, 326, 328, 332, 337, 355, 379-380, 382, 384, 388-389, 403, 415, 418-420, 423-431, 434-435, 437, 443-445, 456-458, 463-466, 473-475
  • Regout, Petrus [Aardewerkfabrieken Sphinx] Maastricht, 73
  • Religiöse Kunst der Gegenwart Folkwang-Museum, Essen, 324, 379, 470
  • Remmen, Herman van afb. 263, 124, 324, 326, 338
  • Residentiebode [krant], 331
  • Riegl, Alois, 10, 21, 154, 222, 235, 238, 244, 246, 269, 297, 314, 317, 322, 326, 329-330, 338, 353, 361, 371, 377, 425-426, 471, 473
  • Rietveld, Gerrit afb. 102b, 18, 144-145, 458
  • Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed [RCE] Amersfoort afb. 247, 16, 19, 22-23, 87, 97, 118, 306, 512
  • Rijksmuseum Amsterdam afb. 66a-c, 23, 35-36, 41, 45, 48, 59, 62, 73, 100, 102, 166, 179, 241, 279, 341, 360, 406, 466, 470
  • Rijksschool voor Kunstnijverheid, Amsterdam, -Haarlem, 73, 80, 372, 431
  • Rijnders, Mieke, 19, 145, 307
  • Ripa, Cesare, 406
  • Rodin, Auguste, 147
  • Roelofsz, Charles afb. 30a, 62-63
  • Roemi, 392
  • Roeping, tijdschrift, 137, 145, 391
  • Roermondsche School voor Nuttige en Beeldende Kunsten, 76
  • Roermondsche Typographen-Vereeniging, 76
  • Roland Holst, A., 389
  • Roland Holst, Henriette, 58, 130, 279
  • Roland Holst, R.N.; R. Holstiaansch afb. 22, afb. 23, afb. 24, afb. 83, afb. 113, afb. 219, 7, 12, 18, 28, 30, 35-36, 40-72, 81, 98, 101, 108, 110-117, 122-123, 126, 130, 137, 153, 158-162, 168, 173, 181-182, 217, 223, 226, 263-264, 271-273, 284-285, 325-326, 358, 367, 370, 373-376, 391, 402, 435, 437, 443, 467, 469-471, 474, 476
  • Rolduc, 49, 72, 102, 152, 409, 422, 435-437, 443, 451, 455, 463, 465
  • Rooi Hartenkapel Tilburg afb. 179, 10, 34, 228-229, 259
  • Rooijen, Henri van, 327, 379-380, 386, 403, 466
  • Roomsche Academie, 7, 65, 67
  • Roomse Haagse School, 11, 21, 61, 121, 124, 138-139, 158, 165, 168-169, 171, 174, 225, 236, 273, 298, 311-312, 318, 325, 329, 335-337, 375-377, 388, 409, 471, 473
  • Roon, Marike van, 363
  • Roos, De, 61
  • Roos, S.H. de, 340
  • Rooy, van, pastoor, 343
  • Rotterdamse Courant, 88
  • Rotterdamse Kunstkring, 62
  • Rouault, Georges, 130, 141
  • Rovers, Anton, 17, 62
  • Rubens, P.P., 196, 461
  • Ruskin, John, 465
  • Ruth [Oude Testament], 411
  • Rutten, Gerard afb. 262a, 124, 318, 323
  • Ruusbroec, Jan van, 70, 286, 305

S

  • Sacco, Nicola, 364
  • Sacramentskerk Den Haag afb. 257a-b, 319
  • Saenredam, Pieter, 29
  • Salem van Hosn, sjeik, 239-240
  • Salomon, 237, 392, 414-415
  • Samaritaan, 242-343
  • Sandberg, Willem, 62-65, , 445
  • Saphira, 246
  • Saraceen, 199, 207
  • Sarneel, Ko, 258, 436, 445
  • Saul, Saulus; 246-247, 250-251, 285, 303, 365, 367, 393, 467
  • Scheffer, Karl, 47
  • Schelfhout, Lodewijk afb. 220, afb. 253b, afb. 308, afb. 309, afb. 310, 12, 71, 108, 126, 137, 147, 271-272, 312-314, 318, 338, 361, 367, 373-375, 377, 384, 386, 388, 394, 424
  • Schendel, Annie van, 297
  • Schendel, Arthur van; 297
  • Schermer, Willem afb. 390a, 458-459, 463
  • Schilder, Klaas, 292
  • Schlotthauer, Joseph, 92
  • Schmincke, Hermann, 50
  • Schmitt, Pierre, 76
  • Schoonbrood, Henri [Harry, Harrie], 63, 162, 320, 388, 435, 451, 463
  • Schöpf, Johann Adam afb. 54, 90
  • Schreurs priester, Jacques, 390, 435
  • Schrieck, M. van der; 386
  • Schrimpf, Georg afb. 313d, 381, 417
  • Schumacher, Wim, 142
  • Schwitters, Kurt, 389
  • Scottish National Gallery Edinburgh afb. 75, 112
  • Semiet, 249
  • Sengers, Lode afb. 263, afb. 264, afb. 265a-d, 11, 312, 314, 320, 324-328, 337-338, 355, 357, 365, 373, 376, 388, 425-426, 430, 458-459
  • Serbrock, J.C., bouwpastoor, 193, 201
  • Servaas, Servatius, heilige, 168, 212-214, 343, 411, 439
  • Servaaskerk, Maastricht, 23, 34, 168, 175, 185, 206, 402
  • Servaes, Albert afb. 88, afb. 91, afb. 93, 9, 71, 110, 114, 128, 133-135, 144, 150, 153, 173, 269, 280, 292, 313, 317, 325, 329, 353, 357, 375, 384, 400, 416, 430, 470, 472-473
  • Servatiushuis, Nunhem, 435, 437, 440, 445
  • Servatiuskerk Nunhem afb. 373, afb. 374, afb. 375, afb. 376, afb. 377, afb. 378, 435, 438, 441-443
  • Sicking, Henri afb. 35, afb, 36, 7, 67-69, 71, 118, 266
  • Signaal, Het, 22, 147, 151-152, 400, 409
  • Sijben de Maroije, Edmond von, 80
  • Sijben de Maroije, Marcel von, 80
  • Simon [tovenaar] [Nieuwe Testament], 246
  • Simon de IJveraar, apostel, 278
  • Simon Petrus, 203
  • Simon van Cyrene [Nieuwe Testament], 191, 288, 290, 297, 302, 375, 459
  • Simon, Lambert afb. 112, afb. 149, afb. 317, afb. 386, afb. 387, 13, 17-18, 21, 29, 158-159, 161-162, 171, 199, 320-321, 379, 385, 388, 425, 456-458, 465
  • Sisyfus, 310
  • Six, Jan, 36, 44, 47
  • Sixtijnse kapel, 46, 100, 189
  • Sjollema, Joop, 62
  • Sluyters, Jan afb. 92, 16, 63, 65, 134, 135, 137, 142, 151-152, 173, 375, 389
  • Smeets, René afb. 40, afb. 121, 29, 44, 72, 81, 93, 162, 174, 259, 260, 320, 388, 435, 437, 451, 463
  • Smet, Gustave de, 147, 151, 155
  • Smets, pastoor, 239
  • Smit priester, Gabriel, 440, 442
  • Smit, G.A. pastoor Oudkatholieke kerk Leiden, 360, 362-363
  • Smits, Xavier, priester, 206, 467
  • Spectator, De, 63
  • Spengel, Oswald, 47
  • Speybrouck, Jos, 325-326
  • Sphinx, Maastricht, 258, 385
  • Spirito Sancto [Heilige Geest], 260
  • Sprenkels, Vic, 25
  • Staatscourant, 42
  • Stadhuis Amsterdam afb. 31b, 63, 359, 370
  • Stadhuis Breda afb. 343, 403, 405-407, 413
  • Stadhuis Brugge, 239
  • Stadhuis Den Bosch afb. 12, afb. 13, afb. 14, afb. 21, afb. 69a-b, afb. 111, afb. 212, 40, 50, 105, 179, 261-262
  • Stadhuis Deventer, 59, 358
  • Stadhuis Hilversum, 403
  • Stadhuis Rotterdam, 59, 306
  • Stauthamer, Cephas afb. 175, 212, 225-226
  • Stedelijk Museum Alkmaar afb. 95, afb. 96, afb. 97, afb. 103, afb. 104, 138-140, 147-148, 512
  • Stedelijk Museum Amsterdamafb. 30a-b, afb. 222, afb. 234, afb. 246, 62-63, 113-114, 142-143, 150, 274, 291, 306
  • Stedelijk Museum, Brugge afb. 236b, 293
  • Steffens, Lucie, 58
  • Steiner, Rudolf, 304
  • Stephanus [of Stefanus] heilige, 204, 230, 246
  • Stichting Restauratie Atelier Limburg [SRAL], 22, 84, 86-87, 94, 98, 102-105
  • Stijl, De, 15, 64, 113, 142, 154, 293, 382, 384, 416, 421, 426, 431, 456, 472
  • Stok, Henri van der; 60, 109
  • Stokvis, Willemijn, 19
  • Straet, van der, 46
  • Strawinsky, Igor, 130
  • Stuers, Victor de, 25, 29, 36-37, 41, 59, 69, 73-74, 115-116, 119, 179-180, 241, 339, 466, 469
  • Stummel, Friedrich, 185
  • Sturm, Der afb. 313d, 61, 150, 381
  • Sturm, Georg afb. 66a-c, 48, 100, 102, 179, 236, 339, 341
  • Stuyt, Jan afb. 194, afb. 198, 30, 37, 66, 80, 116, 167, 180-181, 193, 206, 208-209, 211, 227, 239-244, 247-252, 263, 265, 328, 386, 416-420, 423, 427, 467, 470
  • Sulpice, 133, 155, 168
  • Suys, priester Arnold, 116, 239, 240
  • Suys, T.F., 30, 239

T

  • T(h)eresia van Avila, heilige; 10, 124, 149, 194, 197, 236, 286, 325-326, 328, 332, 365, 473
  • T(h)eresia van Lisieux, –a.j.i. [ab Jesu Infante = van het kindje Jezus], kleine–, heilige, 319, 414
  • Te deum, 194, 205
  • Teeken en Ambachtschool, Roermond, 74-75, 307
  • Teekenschool voor Kunstambachten, Amsterdam, 73
  • Termote, Albert [Termooten], 337, 379
  • Thaddeus (zie Judas Thaddeus), apostel, 278, 458
  • Theophilus, 37, 50-51
  • Theresiakerk Maastricht afb. 52, 85, 87, 89
  • Thissen, Christof, 435
  • Thomas van Aquino, heilige, 11, 131, 213-214, 307, 309, 332, 412
  • Thomas van Kempen [a Kempis], 286, 292, 305
  • Thomas van Villenova, heilige, 339-340, 353
  • Thomas, apostel, 212, 278
  • Thomson, James, 393
  • Thorn Prikker, Johan afb. 256, 11, 21, 61, 77, 108-109, 113, 115, 117, 126, 151, 273, 312, 314-319, 328-329, 331-332, 334-336, 338-339, 341-342, 344, 353, 359, 372, 376-377, 388, 402, 409-411, 413, 418, 426, 437, 474
  • Tibbe, Lieske, 18
  • Tielens, George, 44, 176, 456
  • Tielraden, P. van, 30
  • Tiepolo, G., 196
  • Tijd, De, 29-30, 68, 95, 240, 287, 293, 298, 300, 303, 311, 349, 352, 354, 412, 429, 451
  • Tilburgse Leergangen, 7, 47, 65-67, 70, 121, 137, 145, 475
  • Timmers, J.J.M. [Zef], 9, 176, 196, 198, 206, 434, 451, 455-456, 462-463, 466-467
  • Tombergen, Daniel afb.342, 405
  • Tonnaer, J.H., 196
  • Toorop, Charley, 63, 142, 147, 151, 153, 389
  • Toorop, Jan afb. 20, afb. 81, afb. 82, afb. 84, afb. 86, afb. 89, afb. 184a, afb. 221, afb. 222, afb. 223a-e, afb. 224, afb. 225, afb. 226, afb. 227, afb. 228, afb. 229, afb. 230, afb. 231a-b, afb. 232, afb. 233a-n, afb. 234, afb. 235, afb. 236a, afb. 238b, afb. 239. Afb. 240a-c, afb. 241, afb. 242, afb. 243, afb. 244, afb. 245, afb. 252, afb. 300, 8, 11, 21-22, 25, 28, 36, 44, 49, 58, 71, 77, 98-99, 101, 107-130, 137-138, 147, 151, 169, 171, 173-177, 181, 195, 208, 217, 225, 236, 238, 244, 257, 264, 266, 269, 272-323, 326, 329, 331-338, 342-344, 352, 355, 360-367, 370-373, 376-377, 383-388, 391-393, 396, 402, 408, 411, 424, 426, 428, 456, 460, 469-474, 476, 512
  • Topografische namen staan in de rubriek topografica. Die namen ondergebracht die sterk gerelateerd zijn aan de iconografie, de kunsttheorie en de techniek staan in de begrippenlijst.
  • Tours, Gregorius van, 173, 469
  • Trautwein, A.H.,polychromeur, 30
  • Troost, Albert, 62
  • Trouwkamer der Eerste Klasse vroegere gemeentehuis, Amsterdam afb. 289, afb. 304, afb. 305, 359, 367, 369-371
  • Tweede Vaticaans Concilie [1962-1965] (Vaticanum II), 176, 197, 243-244, 253, 472

U

  • Una sancta [R.K. Kerk], 65-66, 71, 119-121, 133-134, 136, 144, 173, 176, 198, 203, 243, 268, 273, 280, 291, 298, 300, 311, 320, 324, 344, 357, 359, 361, 357, 377, 379, 380, 384, 396, 401, 460, 466, 470, 472, 474
  • Universiteitsgebouw Utrecht zie Academiegebouw afb. 15, 42, 328, 406
  • Urbanus, paus; 261

V

  • Vahânaschool, 360, 470
  • Van Abbemuseum Eindhoven afb. 106, 64, 150
  • Van Goghmuseum Amsterdam afb. 107, 151
  • Van Onzen Tijd, tijdschrift, 37, 168, 184, 266
  • Vanzetti, Bartolomeo, 364
  • Vasari, G., 50, 116, 117
  • Vaticaan [R.K. Kerk], 133, 348-358, 380, 403
  • Veghel, Leonardus van, pastoor [martelaar van Gorcum], 236, 327, 330, 331, 343
  • Verf en Kleur, vakblad, 76, 77
  • Verheyen, Jacgues, 29
  • Verhulst, Rombout, 46
  • Verkade, Eduard, 435
  • Verkade, Jan [Willibrord] afb. 80d, afb. 87, afb. 171, afb. 205, 9, 13, 36, 49, 53, 55, 57, 67, 69, 88, 98, 101-102, 112, 116-118, 127-129, 181, 217-218, 228, 240, 255, 262, 302, 373, 469, 470, 476
  • Verkuylen, Albert
  • Verschure, pastoor, 241
  • Verschuuren, Albert afb. 37a-b, afb. 38a-b, afb. 39, 7, 67, 69-71, 121, 124-125, 137, 158, 220, 226, 266, 272, 290, 373, 376
  • Verschuuren, Charles, 70
  • Versuchsanstalt für Maltechnik, 91
  • Verwey, Albert, 35, 47, 57, 147, 150, 291, 381
  • Verwilst, J., liturgist dominicaan, 269, 324-327, 357, 373, 472
  • Veth, Cornelis, 386
  • Veth, Jan, 36, 42-43, 57, 470
  • Via dolorosa, 240
  • Vigeliusprijs, 28, 390-391
  • Vincentius a Paolokerk Rumpen Brunssum afb. 110, afb. 204, afb. 206, afb. 207, afb. 208, afb. 209, afb. 210b en d, 156, 254-260, 512
  • Vincentiuskapel, Den Haag, 317
  • Violier De, kunstkring, 9, 28, 37, 167-169, 171, 174, 176, 180-183, 188, 191, 193, 201, 208, 227, 239, 255, 275, 329, 339, 468-469
  • Viollet-le-Duc, E.E., 7, 55-57, 64, 74-75, 115, 168, 182, 202, 204, 212, 230, 251, 256, 262, 269, 335, 344, 354, 370, 384, 461, 466, 469, 473
  • Visser, Leo; 60
  • Vitruvius, 50-51
  • Vlaamse Primitieven, 281, 284, 291-294, 296-298, 320, 461
  • Vliet, Nico van der, 239-240, 243
  • Vogel, C., 49, 51
  • Volk en Vaderland, NSB-blad, 65
  • Vondel, Joost van den, 13, 49, 443
  • Voragine, Jacob a, 198
  • Vos en van Straaten, firma de, 76
  • Vos, Charles, 379, 409, 451
  • Voskuil, Han, 15, 63
  • Voskuyl [Voskuil], Jeroen, 62-63
  • Vossenaar, pastoor A.C.H, 287, 294
  • Vredeman de Vries, Hans, 404, 406
  • Vriendt, Albrecht de, 239
  • Vrijman, J.A.W., 59
  • Vulcanus, 284

W

  • Wagner, Richard, 184, 471
  • Walburgis(?)kerk Tiel afb. 307a, 373
  • Walburgiskerk, Arnhem, 162
  • Walstra, Herman afb. 307a, 12, 373
  • Waterkamp, J.M.J., 175, 324-325, 377
  • Weber, Carl; 210-211
  • Weglau, J. afb. 126, 180
  • Weiss, Max afb. 319, 386
  • Weissenbruch, 43
  • Wenzel, Karl; 198
  • Werkhoven, Wil, 83
  • Westerwoudt, L.A.A.M., 263
  • Weyden, Rogier van der afb. 237, 220, 291, 293-294
  • Wichman, Erik, 115
  • Wichman, Johanna, 379
  • Wiegers, Jan, 142
  • Wiegersma, Hendrik afb. 109, afb. 316, 16, 18, 63, 130, 137, 145, 149, 151, 153-155, 158, 321, 337, 353, 379-380, 383-384, 388, 409, 413, 424-425, 430, 435, 464
  • Wiegman, Matthieu afb. 95, afb. 96, afb. 97, afb. 100, afb. 118, afb. 150, afb. 210c, afb. 315, afb. 352, afb. 353, afb. 354, afb. 355, afb. 356, afb. 357b, afb. 358, afb. 359, afb. 360a-b, afb. 361, 12-13, 16-17, 19, 21-22, 28, 34, 44, 51, 65, 81, 93, 109, 114-115, 126, 137-140-144, 147, 149, 151-152, 154, 157, 159, 166, 171-173, 179, 196-197, 200-201, 259-260, 267, 273, 311, 326, 332, 371, 380, 382-384, 388-389, 409, 413, 415-430, 434-437, 440, 443, 445, 454, 456, 458, 463-466, 473
  • Wiegman, Piet; 142, 153, 400
  • Wiegman, Tia, 19
  • Wiegmans, Willem afb. 307b, 12, 93, 373-374
  • Wielders, Jos., 409
  • Wiener Sezession, Wenen afb. 171, 217-218, 469
  • Wijnberg, Nico afb. 30b, afb. 31a, 62-64
  • Wijngaerdt, Piet van afb. 103, afb. 104, 129, 142, 147-150, 383, 400, 409
  • Wilde, Oscar, 145, 146
  • Wildschut, Daan, 81, 260
  • Wilfried, heilige, 343
  • Willebeek le Mair, Henriëtte afb. 25, 44, 48, 58-59, 98, 118, 390, 440-442
  • Willibrordus, heilige, 207, 213, 343, 422, 441
  • Willibrordusstichting, kapel Heiloo afb. 55, 91
  • Willink, Carel, 16, 63, 107, 389
  • Winckelmann, J.J., 140, 472
  • Windhausen, Fons afb. 390b, 459
  • Windhausen, Paul, 190, 435
  • Witsen, Willem, 46
  • Witteman, Nico afb. 312, 379, 381, 388
  • Woerdensch Weekblad, 89
  • Wölfflin, Heinrich, 154
  • Worm, Piet, 19, 21, 44, 162, 199, 418, 440, 442, 463
  • Worringer, Wilhelm, 47, 150, 154, 381, 406, 415, 425, 458
  • Wouters, Rik, 389

Y

  • Ydema, Jacob afb. 2, afb. 388, afb. 389, afb. 391, 13, 16-17, 21, 171, 381, 388, 456, 458-460, 463, 465

Z

  • Zacharia, heilige, 11, 306-307, 310
  • Zadkiël, engel, 450
  • Zadkine, Ossip, 130, 424
  • Zusters van de Sociëteit van Jezus Maria Jozef, kapel Nieuwkoop afb. 36, 68-69
  • Zusters van Liefde, -Nevers, -Tilburg, 330

  1. De foto’s betreffen van links naar rechts: Jos ten Horn in de Goirkese kerk te Tilburg, Jan Toorop in de Beurs van Berlage en Antoon Derkinderen in het stadhuis van Den Bosch. Ze kunnen gedownload worden via de beeldbank van de RCE en zijn gemaakt door Pixelpolder.

    < Terug naar De genade van de steiger

Toegangen op ‘De genade van de steiger’


Omslag van 'De genade van de steiger' (2013).
Omslag van ‘De genade van de steiger’. De foto’s op de omslag en in het boek kunnen gedownload worden via de beeldbank van de RCE en zijn merendeels gemaakt door Pixelpolder. Het boek kan rechtstreeks besteld worden bij de Walburg Pers.

De verkorte link van dit item is http://wp.me/P4eh3s-Vc.