Kleurenvanger

De kleurenvanger op Curaçao


Tegen elkaar aangeschurkt op de kade
pand na pand divers in toon
als kleurige helklinkende ijzeren
plaatjes
op de kinderxylofoon
flikkerend bij iedere oogopslag
Dwalend van stoep naar stoep
gaat een bonte pijper
tingelend over de klinkers
een stoet van kleuren achter hem aan
wij in hun kielzog mee
ons oog betoverd door roze
en rood, okergeel en groen
en beige, citroengeel en blauw
geplukt uit de regenboog
Hier kersvers gesausd
op nieuwe pleisterlagen
met scherpe haakse hoeken
Daar gedempt door verwering
bladderende plekken
vocht en regenslag
met suggestieve vegen vervuiling
als expressionistische toets
Vreedzaam naast elkaar
in Caribische coëxistentie

Rond de evenaar
valt de korte schemer
ebt het kleurgetijde weg
de pijper sluit de avondpoort
vereffent de balans in blauwdonkergrijsgroenzwart

______________________________

Kleurenvanger — Het gedicht ‘Kleurenvanger’ komt uit E kas blau | Het blauwe huis, de bundel die ik schreef bij mijn eerste bezoek aan Curaçao in 2011.* Vandaag krijgt het een aparte plekje in het kader van het initiatief Gedicht op maandag | #Gom. In de achtergrondverhalen van de bundel staat de volgende toelichting:

Ik ben gek op kleur en heb van – historische – architectuur mijn beroep gemaakt. Dat zie je weerspiegeld in de Kleurenvanger en Vogelvlucht vanuit de toren. Wie door Punda en Otrabanda heeft gewandeld zal zich, net als wij, op sleeptouw hebben gevoeld van een kleurenvanger die bij iedere oogopslag de blik met een nieuwe tint weet te bekoren. Eenmaal dit thema van de rattenvanger gekozen, kon het uitgerold worden tot op het moment waarop de bergdeur achter de kinderen gesloten wordt. Hier worden ze gelukkig iedere dag bij zonsopgang weer uit hun gevangenis verlost. Het lef waarmee het palet is samengesteld doet erg denken aan de natuurlijke orde: nergens immers is de polychromie zo onbeschaamd uitbundig en gevarieerd als bij bloemen die in een volstrekte willekeur worden gegroepeerd en nooit vloeken (dat is ook de reden waarom ik zo dol ben op natuurgebieden met een rijke wilde flora). Is dat kleurgevoel antropologisch bepaald? Wie zal het zeggen. De anekdote dat een gezagsdrager het wit te pijnlijk voor zijn ogen vond, kan historisch kloppen, maar lijkt me toch wat banaal.

Zoals bekend staat een groot deel van Curaçao, waaronder de kleurige gebouwen, op de werelderfgoedlijst. Hoe paradoxaal dat ook klinkt, het gevaar daarvan is overkill dat ook in Nederland bij iedere restauratie dreigt. Waarschijnlijk zal het in een tropisch klimaat nog moeilijker zijn om het midden te vinden tussen verantwoord onderhoud en vernieuwing, maar ook de toegevoegde waarde van het patin, de verwering van de tijd behoort tot de cultuurhistorische kwaliteiten die beschermd moeten worden. In die zin popte het idee van de Caribische coëxistentie op: het zou spannend zijn om naast de strakke, gloednieuw ogende panden de schoonheid van de verwering een kans te geven. Te zoeken naar een manier van consolidatie die uiterst basaal is. Over meer scenario’s te beschikken dan alleen het herstel in nieuwe luister.

Postscriptum — Zeven jaar later en een paar boeken verder is mijn fascinatie voor kleur alleen maar verder verdiept, wat overigens niet minder geldt voor de mate waarin patin of patina me boeit. Op dit punt heeft vooral het onderzoek naar de nieuwe Bavo me veel gebracht. De al eerder aangetroffen associatie van de polychromie van Cuypers senior met de kosmische kleurenleer van Goethe – die minstens zo sterk, zo niet sterker voor zijn zoon Joseph gold – heb ik verder uit kunnen diepen. Hoewel een directe relatie tussen dit werk en de kleurtoepassing van vader en zoon Cuypers – nog – niet vaststaat, zijn de aanwijzingen heel sterk.* Met name de kleurenschema’s in de nieuwe Bavo lijken er het resultaat van te zijn.*

Wat betreft de omgang met patina doet zich in Nederland een ware richtingenstrijd voor, omdat het moeilijk blijkt om eenduidig te bepalen waar patina eindigt en vervuiling begint. Bij die gebouwen waar architecten materiaalpolychromie toegepast hebben als esthetische kunstgreep – zoals bij de nieuwe Bavo is gebeurd – dient ervoor gewaakt te worden dat de kleuren verdwijnen als gevolg van het nivellerende effect van de grauwsluier van vervuiling. Wat overigens heel interessant is, is dat Joseph Cuypers met zijn ontwerp anticipeerde op de ‘atmosferische’ werking van de tijd; niet alleen buiten, maar zelfs binnen, ín het gebouw. Naar dit fenomeen is in Nederland verder geen onderzoek gedaan, wat benadrukt dat in ieder geval gekeken moet worden naar de intenties van de architect bij de besluitvorming rond de aanpak van patina/vervuiling. Het onderdeel van de waardenstelling dat ik daarover geschreven heb, is vanwege de omvang buiten het boek over de nieuwe Bavo gebleven. Het blijft op de plank liggen tot de tijd rijp is om het uit te werken tot een artikel. Enkele aspecten heb ik meegenomen in het hoofdstuk over de polychromie van de Haarlemse kathedraal.*

Wordt vervolgd!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. E kas blau | Het blauwe huis. Gedichten op locatie met reisimpressies (Curaçao). Curaçao/Ohé en Laak, 2011. http://bit.ly/2ykneeF-KasBlau. Over mijn beeldgedichten/gedichten op locatie vind je meer onder deze link.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Het register kan via deze link geraadpleegd worden. Wil je het boek bestellen volg dan deze link.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘De muziek van het licht’, Cuypers’ polychromie. Erfgoed in ontwikkeling. Ohé en Laak: Res nova-VanHH.org, 2007. http://bit.ly/Muziek-polychromie.
  • Foto’s en collage bvhh.nu 2011.

Ben je een keer in Willemstad op Curacao, ga dan eens kijken in de Rifwaterstraat, waar de foto hierboven is genomen die de Caribische coëxistentie in de kleurige gevels laat zien.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2JReVIy-VanHH2Org

5 jaar eerder op 5 december

Chocoladeletters met Sinterklaas 2012 (screenshot 2017)

 

Begin september 2017 ben ik gestart met mijn rubriek Gedicht op maandag. Waarom, omdat ik me vanaf 2007 bewust heb geconcentreerd op het schrijven van gedichten, zoals je in dit item kunt lezen. Maar … wel rijmloos, want ik blijf denken dat werken op rijm zonder dat het gerijmel wordt, alleen aan de groten voorbehouden is. Eenmaal per jaar maak ik daar een uitzondering op en dat is met Sinterklaas. Zo kwam ik in 2017 uit bij deze verzameling chocoladeletters, die ik in 2012 voor mijn microkosmos schreef.

Op alfabetische volgorde start de cyclus met:

B

B. rust op haar B
Die kantelt gezellig met haar mee
Linksom krijg je twee toppen met ’n dal
Rechtsom een heel ander geval
Een bril? Maar die is overbodig
Een extra boezem heeft ze ook niet nodig
Een stukje van een slinger? Dat zal het zijn.
Want ze kijkt echt uit naar het startsein
om met T. leuke dingen te ondernemen
Vooral als hij weer staat op beide benen
Dan kunnen ze eindelijk weer een reis plannen
En onbekende streken verkennen
De B doet daar graag aan mee
Zij het wel dobberend op je inwendige zee
Laat het je lekker smaken
Zonder van je koers af te raken.

Sint & Sint

C

Kantel je de C
en dan wel met de klok mee
dan waan je je op zee
een boeg op stil water
maar wat gebeurt er later
oh nee de storm steekt op
de golf bereikt zijn top
en het schip haast op zijn kop
om hier van bij te komen
en een beetje weg te dromen
moet je deze letter consumeren
en rustig laten verteren
ga de herinnering sublimeren
en houd de feed back in ere

Sint & Sint

H

De H van deze man is heel flexibel
Dat krijg je van wat gewiebel
Naar links of rechts maakt niet uit
Je komt op het zelfde teken uit
Zet er een stel achter elkaar
Dan heb je een hekje zowaar
Niet dat H. iemand van hekjes is
Wat dat betreft is zijn geest heel fris
Hij mag graag over de schutting kijken
om daarmee zijn kennis te ijken
Het avontuur gaat hij ook aan
Zo is hij laatst naar Libanon gegaan
Om in zijn vrije tijd een goed werk te verrichten
Tussen zwakzinnigen en tragische gezichten
Ook zij waren even van hekjes verlost
En genoten van andere kost
Terug op het thuisfront is het dan weer wennen
Als je door de ABN-AMRO-toren moet rennen
Draai je het hekje schuin op zijn kant naar boven
dan is het een ladder die jou doet geloven
Dat je nog heel wat treden moet gaan
Voordat je carrière op z’n hoogtepunt zal staan
Ja zo’n H is lang niet mis
En weet je wat het leuke is
Je kunt hem ook nog eten
maar dat zul je vast niet vergeten

Sint & Sint

J

Draai de Jeeeeeeeeeeeeeeee
Een kwartslag naar rechts en je waant je op zee
De boeg gaat naar links met grote vaart
En het zog volgt in een lange staart
Zo surft J. op haar dromen naar Curaçao
Daar is het tenminste niet zo grauw
Eén Sint gaat in gedachten met haar mee
Maar ligt hier in Nederland op de ree
Ondertussen surft ze op zoek naar een baan
Want ze wil zo langzamerhand verder gaan
haar kompas is gericht op de eerste hulp
liefst zo dicht mogelijk bij haar stulp
ga nu eerst jouw J consumeren
Wie weet zal dat de breincellen activeren
om de baan te vinden die je hebben wilt
en jouw smaak voor steeds meer kennis stilt

Sint & Sint

M

De M kent een dal, maar tweemaal zoveel toppen
Dus M. moet zich niet laten foppen
Door ‘s levens listen en lagen
Bij ieder tegenslag gaat ze tweemaal slagen
Dus die baan die gaat er zeker komen
Alle inspanningen zullen zich lonen
LinkedIn en dan ook nog haar blog
Maar ga je ook op Twitter nog
Dan jaagt dat je kansen extra aan
(vanuit LinkedIn is dat zo gedaan)
zo kun je je blog nog verder verspreiden
bij verschillende groepen, op verschillende tijden
volg de route die je van de M krijgt
waarmee je hol en bol een ketting rijgt
MWMWMWMWMWMWMWMWMWMW
zo slinger je je door de arbeidsmarkt
waar je alle kansen bij elkaar harkt
om die ene er uit te halen
waarmee je eer gaat behalen
de M heeft dan zijn werk gedaan
en kan verder naar het inwendige gaan
Laat het je smaken

Sint & Sint

T

T stands for and taciturn and tough
I know it sounds a little rough
But that is how T. coped with this year
No lamentations, no cries, no swear
but trust in what lies ahead
And in what his doctors have said
To believe in their prognoses
You really needed vast doses
of optimism and willpower
and of course B. hour by hour
there is still some revalidation to face
but the T is giving you a taste
of next years ongoing feast
to be on your feat at least

Sint & Sint

W

De W deint op de wind
En wiegt het jongste kind
Dat wat in te halen heeft
niet op het gebied van de geest
want dat hoofd zit vol bagage
opgestouwd als in een garage
maar plannen is niet haar ding
dat vraagt meer ontwikkeling
dat geldt ook voor problemen
om die op te lossen moet ze in de benen
op tijd in bed, op tijd eruit
de wekker is niet haar lievelingsgeluid
maar reinheid, rust en regelmaat
slaan al eeuwen lang de maat
om goed te kunnen functioneren
dus dat ga jij ook waarderen
ondertussen krijg je wat cacao
dat geeft je een flinke douw
om vol energie je leven te leven
en te genieten en niet op te geven
dan kun je ook deinen op de wind
als een met zichzelf blij en gelukkig kind

Sint & Sint

Familiecollage (bvhh.nu 2017)

 

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2zGontc

Ubi sunt …

Ubi sunt

Ubi sunt | Gustave Doré

Eenmaal waren wij machtig
En leidde een sterke stamvader
het leger richting Jerusalem

Non nobis domine …

Verstard en met de ogen geloken
Zijn wij in een eeuwig staren verstomd
Onder het hemels Jeruzalem
met haar gouden muren en poorten
van edelsteen die als Apostelen
op wacht staan bij het graf

Dona nobis requiem sempiternam

Ubi sunt | screenshot van het forum voor de Cuyperscode.nl. Collage en tekst, bvhh.nu (2007)

_______________________

Post scriptum met erfgoedraadsel — Het gedicht Ubi sunt schreef ik zowat op de kop af tien jaar geleden voor de Cuyperscode, een erfgoedspel dat we met mijn vorige bedrijf Res nova hadden ontwikkeld in het kader van Cuypersjaar 2007 voor het voortgezet onderwijs in Roermond en omgeving. Het plaatje eronder laat een schermafdruk zien van de oorspronkelijke publicatie op het spelforum. Het doet een beetje denken aan het Droste-effect*, maar dat is het toch niet. Zie je wat er ontbreekt?

Het gedicht was bedoeld om op een versluierde manier te helpen om een van de puzzels van de code op te lossen. Ook al gaat het spel binnenkort off line – vanwege de verouderd interface – ik ga niet verklappen waarover het gaat. Laat ik er een miniraadseltje van maken. Het gaat om de combinatie van wat Doré op deze staalgravure laat zien, Roermond en de naamgever van het spel. Probeer daar een gemene deler in te vinden en dan kom je er wel. En ja, in het gedicht staan belangrijke aanwijzingen.

Ubi sunt is overigens een prachtig dichterlijk thema dat slaat op de heimwee naar het verleden, kort samengevat in de vraag ‘Waar zijn ze gebleven …’, de tijden van weleer, de grote figuren die het verschil maakten. En het is universeel. Althans dat denk ik omdat ik me herinner hoe Bertus Aafjes dit verwerkte in een van zijn verhalen over de Japanse rechter Ooka.*

Met het werk van Gustave Doré* kwam ik voor het eerst in aanraking als middelbare scholier. Wat me destijds erg verbaasde was het negatieve oordeel over zijn werk. Wie het schreef weet ik niet meer, maar ik herinner me een opmerking in de trant van dat Doré geen diepte aan zijn onderwerpen vermocht mee te geven en dus het gebrek aan inhoud compenseerde door de formaten op te blazen. Dat raakte me, omdat ik zijn meeslepende, verhalende taferelen geweldig vond. Later zou ik me tijdens mijn studie kunstgeschiedenis realiseren dat – ook – dit een tijdsbeeld was, niet dat van de kunstenaar, maar van de scribent. En wie zal het zeggen … misschien ligt in dat besef wel de kern van engagement voor ondergewaardeerde kunstenaars die onder meer leidde tot acties voor het behoud van het werk van Cuypers en de oprichting van het Cuypersgenootschap.

Wat betreft het onderwerp van de gravure, het idealiseren van de kruistocht is een typisch fenomeen van de herontdekking van de middeleeuwen in de negentiende eeuw die in Nederland nauw verbonden was met de katholieke emancipatie. Een van de belangrijkste exponenten hier was Cuypers’ zwager, J.A. Alberdingk Thijm die onder meer historische romans over middeleeuwse figuren schreef. Wat ik aan de voorstelling zo frappant vind is dat ze niet buiten, maar binnen – in een grote kerk – is gesitueerd. Toch word je in eerste instantie op het verkeerde been gezet door het portaal linksonder in het beeld en de erker met het balkon voor de bisschop met zijn gevolg. Grappig genoeg hebben we in Nederland een kerk waar vergelijkbare erkers zitten, maar waar ook alweer …

Natuurlijk werden de kruisvaarders geromantiseerd. Het klonk allemaal zo mooi en verheven, strijders voor het geloof. In werkelijkheid hebben zich de meest afgrijselijke taferelen afgespeeld die nauwelijks verschilden van wat IS in deze eeuw op zijn geweten heeft.* Wie zich van de kruistochten een indruk wil vormen, kan ik aanbevelen het indringende boek De bekeerlinge (2016) van Stefan Hertmans te lezen.

Om het effect van de spoiler te voorkomen is hieronder als locatie van dit item de plattegrond van Roermond rondom het Cuypershuis geplaatst, dat een behoorlijk grote rol speelde in de Cuyperscode. En ja, ook dit is een hint.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

Dit item kan geciteerd worden als Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Ubi sunt | Gedicht op maandag (#Gom)”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2007; 2017. http://bit.ly/2hkfrmj.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2zPXnaj-VanHH2Org

Recensie Annemiek Punt

Recensie Nederlands Dagblad 7 juli 2017 boek ‘Annemiek Punt Monumentale glaskunst 1980-2017’.

Morgen, 9 juli 2017, verschijnt het boek over de monumentale glaskunst van Annemiek Punt. Samen met uitgever, redacteur en collega Joost de Wal en godsdienst(kunst)filosoof Wessel Stoker heb ik een analyse gemaakt van het gebouwgebonden oeuvre van deze kunstenares, die een van de weinige glazeniers is in Nederland.

Wat dat heeft gebracht? Daar krijg je een aardige indruk van door de recensie van Roel Sikkema in Nederlands Dagblad onder deze link.

Een enkel citaat dat aanhaakt op het eerdere boek over Annemiek Punt, Passie in glas, uit 2009:

  • ‘Maar het nieuwe boek is toch andere koek. “Het is door kunsthistorici geschreven, die een duiding geven van mijn werk”, zegt Annemiek Punt. “Het werk krijgt zo een plaats in de kunstgeschiedenis tussen dat van anderen. Het is heel merkwaardig als anderen over jou schrijven. Het is net of ik mezelf daar beter door leer kennen.”’

Het grappige is dat dit ook haar eerste reactie was toen ze mijn artikel in concept had gelezen.

Nederlands Dagblad vat mijn bijdrage samen in sleutelbegrippen als expressionisme, Joep Nicolas, Kandinsky, Cobra; de (spontane) mimesis en impliciet de herkenning door de toeschouwer. Hoewel ik hierbij een verbinding leg met de symboliek en spirituele kant van het werk van Punt, heeft Sikkema dat aspect vooral uitgediept bij het stuk van Wessel Stoker. Zijn paradox dat ‘het calvinisme de abstracte kunst heeft bevorderd’ wordt mooi geïllustreerd aan de hand van het werk van Punt. Wat onderbelicht blijft in de recensie is de oeuvrelijst die Joost de Wal heeft opgesteld, zijn stuk over de twee majeure technieken van Annemiek Punt – glas in lood en glasfusing – en een biografie in jaartallen. Allemaal zaken waardoor het boek een volwaardige monografie is geworden.

Nederlands Dagblad draagt als motto: ‘Christelijk betrokken’. Het zal dan ook niet verbazen dat deze krant gereformeerde roots heeft. Waarom ik hier de aandacht op vestig? Omdat de laatste recensies van mijn monografie over de nieuwe Bavo eveneens uit de protestants christelijke hoek komen. Ik ben benieuwd of het bij dit boek over Annemiek Punt ook zo stil blijft in de katholieke pers.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen en verdere informatie

  • Het boek over Annemiek Punt kan geciteerd worden als: Wal, Joost de, Bernadette van Hellenberg Hubar en Wessel Stoker. Annemiek Punt Monumentale glaskunst 1980-2017. Utrecht: Gebr. de Wal, 2017. ISBN 978-90-817976-2-7.
  • Wil je digitaal door het exemplaar bladeren of het boek bestellen? Volg dan deze link.
  • Voor een PDF van de recensie in Nederlands Dagblad surf je naar deze URL.

Verkorte link van dit item op de webpagina met recensies: http://bit.ly/2u3fY3J

Verkorte link van deze blog: http://bit.ly/2uCdiHx

Sint Jozef op 19 maart

Sint Jozef — Dit verhaal schreef ik in 2016 voor mijn vader, Wolter Adriaan Joan Jozef van Hellenberg Hubar (1916-1996), die dat jaar op Sint Jozefdag 100 zou zijn geworden!


In de Jozefkapel van de nieuwe Bavo te Haarlem.
Het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2008.

Vandaag is het sint Jozef, of zoals we in het zuiden zeggen, sint Joep. Voor mij een heiligendag om nooit te vergeten, want het is de geboortedag van mijn vader. Stel dat we nu een eeuw terug zouden kunnen kijken, dan hadden we misschien niet alleen bij mijn grootouders de vlag uit zien hangen, maar in Haarlem horen vertellen dat de architect van de nieuwe Bavo zijn naamdag vierde. Wie weet was Joseph Cuypers die dag toevallig in de kathedraal en heeft hij een kaarsje opgestoken bij het altaar in de Jozefkapel, dat hij zelf ontworpen had.

De historische Jozef — Wie was Jozef nu eigenlijk en wat weten we van hem. Als we afgaan op de bronnen valt dat behoorlijk tegen. Een boeiend verhaal kwam ik tegen op de site van J.P. van de Giessen – Aantekeningen bij de Bijbel – die zich afvroeg welk beroep Christus had:

  • ‘Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons’ Marcus 6:3 (NBV) In bovengenoemde tekst wordt gesteld dat Jezus timmerman is, in Mattheus 13:55 wordt gesteld dat hij de zoon van de timmerman Jozef is. Gezien de leeftijd van Jezus toen Hij ging optreden, namelijk ~30 jaar, is het zeer goed mogelijk dat hij enkele jaren samen met Jozef heeft gewerkt als timmerman. De vraag die ik me stelde is wat betekent het Griekse woord tektōn wat in alle vertalingen met ‘timmerman’ wordt vertaald. Volgens de verschillende woordenboeken is het iemand die werkt met hout of steen, in tweede instantie wordt aangegeven een handwerker (als tegenpool van een metaalbewerker of smid). Het is iemand die huizen bouwt of construeert, waarbij wij in het laatste geval zouden zeggen een architect.’*

Timmerman of architect? Ambachtsman of denker? Het is interessant om te zien wat de geschiedenis ervan heeft gemaakt.

Zou je dat willen weten? Lees dan hieronder verder en laat je verrassen!

De bruiloft van Maria en Jozef op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2016.
De bruiloft van Maria en Jozef op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2015.

Legenda aurea — Vergeleken met andere heiligen, komt de verering van Jozef relatief laat op gang. Tot ver in de middeleeuwen verschijnt hij vaak als een wat anekdotische oude man bij kerstscènes. Maar dat is slechts één beeldtraditie, want vanaf het verschijnen van de Legenda aurea tegen het einde van de dertiende eeuw, komt de bruidegom van Maria meer in het licht te staan. Door toedoen van bisschop van Genua, Jacopo da Voragine, werden de tot dusver bekende heiligenlevens in deze Gouden legenden – al dan niet opgesierd – gebundeld. Het idee was om een naslagwerk te produceren met bruikbaar materiaal voor preken. Door het grote succes verschenen al snel over heel West-Europa vertalingen, ook in Nederland. Het geeft maar aan dat de markt behoefte had aan een meer gedetailleerd beeld van deze idolen van de katholieke kerk. Zo raakten scènes populair als de bruiloft van Jozef en Maria, die we ook in het Jozefaltaar van de nieuwe Bavo tegenkomen.*


Charles Vos, Theresa van Avila, pijlerbeeld bij de Barbarakapel aan de zuidelijke zijbeuk in de nieuwe Bavo. Foto RCE beeldbank/Margaretha Svensson 2013.

Charles Vos, Theresa van Àvila, pijlerbeeld bij de Barbarakapel aan de zuidelijke zijbeuk in de nieuwe Bavo. Foto RCE beeldbank/Margaretha Svensson 2013.

Theresa van Àvila — De verering van Jozef kreeg een krachtige impuls door de inzet van Theresa van Àvila (1515-1582), een van de stuwende krachten tijdens de contrareformatie. Dankzij Jozefs tussenkomst – zo vertelde ze later – ontwaakte ze uit een coma dat drie jaar had geduurd. Theresa was wat je noemt een vrouw met drive, en wat voor een drive. Tijdens haar leven reorganiseerde en stichtte zij verschillende kloosters, waarvan ze er een onder de bescherming van Jozef plaatste. Ze was niet alleen beroemd vanwege haar organisatievermogen, maar vooral om haar mystieke geschriften. Zo wordt ze in de nieuwe Bavo afgebeeld door Charles Vos (1952-1953). Net als bij Augustinus wordt haar hart doorboord met een pijl, hier als teken van de consumptie van het mystieke huwelijk met God als hemelse bruidegom. Bij haar oor bevindt zich de heilige Geest als duif die haar liefdesgezangen influisterde en haar zo inspireerde tot het schrijven van een eigen Hooglied, dat ze in haar hand houdt. Vergelijkbaar met het oudtestamentische bruidspaar in dit Canticum canticorum Salomonis (Lied der liederen van Salomon)*, viert zij haar extatische eenwording met haar goddelijke bruidegom. Dankzij deze mystica die aan de ene kant voor contemplatie en meditatie koos en aan de andere kant zeer krachtdadig was, promoveerde Jozef tijdens de contrareformatie tot een heilige met persoonlijkheid. Dat bleek de opmaat voor de negentiende eeuw, toen hij klaargestoomd werd voor het grote publiek.


Jozef als beschermvorst van de kerk, centraal op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.
Jozef als beschermvorst van de kerk, centraal op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.

Patroon van de kerk — De verering van Jozef was niet meer te stuiten, toen paus Pius IX hem in 1877 uitgeroepen had tot beschermer van de R.K. Kerk. Hoger kon je als heilige nauwelijks stijgen, want als patroon van de kerk stond Jozef zelfs boven Petrus, de eerste paus. Vandaar dat hij op het altaar in de nieuwe Bavo wordt weergegeven als een vorst met in de ene hand de bloeiende tak als symbool van de zuiverheid (ook uit de Legenda aurea) en in de andere hand een boek.*

De kerk had eeuwen ervaring in het promoten van heiligen en men deed dat op een manier waarop menige marketeer vandaag de dag jaloers zou zijn. Rome probeerde in te spelen op wat men meende dat de achterban nodig had. In de eeuw van het opkomende socialisme, de maatschappelijke onzekerheid als gevolg van de op scherp gezette gezagsverhoudingen en een groeiende verpaupering, waar de traditionele armenzorg geen antwoord meer op had, was dat Jozef: hij was de archetypische vaderfiguur die als summum van betrouwbaarheid gold omdat hij Jezus had opgevoed. Omdat hij ondanks deze vooraanstaande taak eenvoudig was gebleven, konden grote groepen gelovigen zich goed met hem identificeren. De boodschap was dat eenvoud, trouw en bescheidenheid niettemin tot een hoge positie konden leiden en dus het navolgen waard waren. De timmerman Jozef werd van meet af aan ingezet om de werkbijen onder het kerkvolk aan de kerk te binden en op die manier een tegenwicht te bieden aan moderne stromingen die het heil buiten de kerk zochten. Erger nog, die een paradijs op aarde verkondigden, zonder verlossing van de ziel of koppeling aan Gods rijk in het hiernamaals. In dit opzicht vond de kerk het liberalisme net zo bedreigend als het socialisme.

Tegenwicht in de sociale kwestie — Dit betekende niet dat de kerk, zoals wel wordt gesuggereerd, met de rug naar de maatschappelijke noden stond. Toen men zich eenmaal realiseerde dat de traditionele armenzorg niet langer voldeed, werd de ontwikkeling van een eigen sociaal beleid ter hand genomen. Een goed voorbeeld hiervan is de latere bisschop van Haarlem, J.D.J. Aengenent die zich hier vanaf 1898 mee bezighield en een belangrijke speler op nationaal niveau was.* De functie die Jozef als rolmodel toebedeeld had gekregen, bleek moeiteloos in deze transitie op te gaan. Hij bleef het tegenwicht tegen het niet-kerkelijke socialisme: hij getuigde hoe eenvoud en grootsheid samengingen door simpelweg zijn bijrol als voedstervader – degene die Christus opvoedde – te accepteren. Hij stelde een voorbeeld door de hem door God toegewezen taak eerlijk, maar zonder valse ambities of borstklopperij uit te voeren. In die eenvoud werd de brug naar het volk geslagen door hem als een nederige timmerman te profileren. Vader, werkman, echtgenoot, maar niettemin beschermvorst van de kerk. Hoe veel dichter bij huis kon je het hebben? Deze opgang benadrukte nog maar eens dat de eersten de laatsten zouden zijn, zoals Christus zijn leerlingen voorhield, en de laatsten de eersten.*


De heilige Familie op het Jozefaltaar van de gebroeders Custers in de Paterskerk in Eindhoven (1909)
De heilige Familie op het Jozefaltaar van de gebroeders Custers in de Paterskerk in Eindhoven (1909): vader, werkman, echtgenoot!

Icoon — Hoe pakte dat nu uit in de praktijk van de kunstproductie? Omdat, zoals gezegd, over het optreden van Jozef nauwelijks authentieke bronnen bekend waren, werd het plaatje geleidelijk aan zelf tot in detail ingevuld. Het doet denken aan de fanfictions vandaag de dag: hordes fans storten zich als ware scriptschrijvers op populaire series om daar extra episodes voor te bedenken. De voorstelling van de heilige Familie op het Jozefaltaar van de gebroeders Custers in de Paterskerk in Eindhoven is hier een goed voorbeeld van.* Op gezag van Rome werd een quasi-fictief plot uitgewerkt volgens de regels van de historieschilderkunst, waarin waarheid en verbeelding tot een verhaal werden gecombineerd: Jozef wàs een timmerman, althans ‘tektōn’ (bouwer, maker, schepper, et cetera), hij wàs met Maria getrouwd en wàs de pleeg- of voedstervader van Jezus, haar kind. Dit zijn de onomstotelijke historische ingrediënten die men combineerde in een imaginair tafereel, waarbij de geschiedkundige werkelijkheid verbeterd werd door het kind als helper van zijn vader voor te stellen en Maria met spinrokken in de hand af te beelden. Zoals de schildering van Gebhard Fugel in weekblad Sint Bavo van 1900 laat zien, werd dit thema in allerlei  variaties getoond.* De moraliserende boodschap is die van het gehoorzame, behulpzame kind en het eenvoudige, nijvere gezin dat de hoeksteen was van de katholieke samenleving.

Het geeft te denken. Je kunt er niet om heen om je af te vragen hoe het verhaal zou zijn afgelopen als tektōn als architect was vertaald. Dan had de bouwmeester van de nieuwe Bavo nog dichter bij zijn patroonheilige gestaan.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!



Het ‘zalige’ sterfbed van Jozef te midden van zijn gezin. Rechterpaneel op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.
Het ‘zalige’ sterfbed van Jozef te midden van zijn gezin. Zoals weekblad ‘Sint Bavo’ uitlegt: ‘De H. Josef wordt vereerd als de Patroon der kerk, van het Vaderland, van het christelijk huisgezin en van een zaligen dood’.* Rechterpaneel op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto bvhh.nu 2016.

Meer informatie & bestelgegevens van Ad orientem

Met dank aan Stephan van Rijt voor de foto’s en de plezierige samenwerking.

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de bronnen die hieronder staan vermeld.

  • Giessen, P.J. van der, ‘Welk beroep had Jezus’, op: http://bit.ly/1ihkyyl, verwijst naar Mattheüs 13:55 en Markus 6:3.
  • Voor de Legenda aurea zie Wikipedia.
  • Voor Theresa van Àvila zie heiligen.net en Wikipedia.
  • Voor het Canticum canticorum Salomonis (Lied der liederen van Salomon), zie Hubar, De genade van de steiger, p. 414. → bibliografie. Ook te vinden op deze site: http://bit.ly/VHH-Jonas1.
  • Hubar, De genade van de steiger, pp. 197-198. → bibliografie.
  • Vergelijk de definitie van marketing op Wikipedia.
  • Voor de kerk en het anti-modernisme zie onder meer: http://nl.wikipedia.org/wiki/Paus_Pius_IX. Voorts het bijzondere artikel van Salemink, ‘Liberale waan’ (2002). Een beeld van de weerzin van de kerk tegen – een overdreven – individualisme, dat geassocieerd werd met romantiek en pantheïsme, is ook te vinden in: Hubar, ‘“Eerdienst en kunst op het naauwst vereenigd”’, pp. 151-176. → bibliografie
  • Voor de iconografische details van Jozef zie: Timmers,  Symboliek en iconographie, pp. 185-186; 501. Voorts: Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, pp. 120-121. → bibliografie.
  • Voets, B., ‘Aengenent, Johannes Dominicus Josephus (1873-1935)’, in: Biografisch Woordenboek van Nederland, op: resources.huygens.knaw.nl, http://bit.ly/1RqGPgl (1985; 2013).
  • Zowel te vinden in Matteüs 19, 30; Marcus 10, 31 als Lucas 13, 30, op onder meer willibrordbijbel.nl.
  • Hubar, De mantel der liefde, De Paterskerk te Eindhoven, 17, 46, 50, 53, 58-59, 63. → bibliografie.
  • Voor spinrokken zie Wikipedia.
  • Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 3 (1898), p. 280. Voor dit werk van Gebhard Fugel zie: https://flic.kr/p/Fjud3c
  • Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 3 (1898), p. 168.
  • Meer weten over het beeldprogramma van de nieuwe Bavo? Bestel dan mijn boek: Bernadette van Hellenberg Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Voor een samenvatting surf naar http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.

Om mijn boek over de kathedraal te bestellen, klik je op deze link: http://bit.ly/Bavo-Ao.

Specificaties:

  • Uitgever: WBooks in samenwerking met Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem
  • Aantal pagina’s: 400
  • Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
  • Uitvoering: gebonden
  • ISBN 978 94 625 8119 7
  • Meer informatie: WBOOKS of http://bit.ly/Bavo-Ao.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is verkort gepubliceerd op de Facebookpagina van de kathedraal, 19 maart 2016 en op ithenisnow.eu op 19 maart 2018. Verkorte link van deze blog: http://bit.ly/VHH-Jozef

Erfgoedspel De Cuyperscode

Het eerste erfgoedspel in Nederland was De Cuyperscode die in 2007 verscheen.

images
De Cuyperscode deel 2 in Amsterdam, Brabant en Gelderland vormde een zo mogelijk nog spannender vervolg op deel 1 dat zich in Roermond afspeelde.

Dat dit als erfgoedspel een pioniersrol heeft vervuld, staat vast. De Alternate Reality Game (ARG) die mijn vroegere bedrijf Res nova samen met Lostagain.nl ontwikkelde rond de figuur van Cuypers – in het kader van Cuypers’ jaar 2007 – is destijds verbazingwekkend goed ontvangen: zowel de bezoekersaantallen op het forum als de reacties van de scholen in Roermond spraken boekdelen. Het spel is spijtig genoeg verouderd – dat geldt met name voor de interface die destijds met behulp van Flash is gemaakt – dus het wordt binnenkort off line gehaald. 

In 2009 is deel 2 van de Cuyperscode gelanceerd dat gespeeld kon worden met de antwoorden als het ware op de achtergrond. Maar dat was niet het enige nieuwe element, want deze versie was ook nog eens voorzien van een scoresysteem. De punten die de speler verdiende, kon hij inzetten om tips te kopen en om naar de tutorial te gaan die hem naar de oplossing leidden. Het werd dus nog spannender! Maar ook aantrekkelijker: nu kon immers iedereen het spel op eigen kracht uitspelen.

Ook dit spel wordt echter off line line gehaald: niet vanwege de interface, want Lostagain.nl had hiervoor een speciale game engine ontwikkeld. Het probleem is dat voor de levensechtheid van het spel destijds gebruik is gemaakt van het sociale medium Hyves. Dit is echter al enige jaren ter ziele. Mochten er in de toekomst middelen zijn om dit onderdeel te vervangen, dan kan het spel opnieuw gelanceerd worden. Dat zou zeer de moeite waard zijn, want er ligt een spannende roman in spelvorm die laat zien hoe aantrekkelijk raadsels uit het verleden zijn om erfgoed voor het voetlicht te plaatsen.

Er volgt een bericht als het zover is.

Trial and error in Thorn

In 2014 is de bètaversie van een erfgoedspel gelanceerd, dat zich afspeelde in Thorn (gemeente Maasgouw) en uitgewerkt was door Lostagain.nl. Hierin stond een mysterie centraal dat de jeugdige speler terugbracht naar de begindagen van het Koninkrijk der Nederlanden en de roerige periode daarvoor toen de Fransen ook dit deel van de gebieden langs de Maas bezet hadden. Dankzij een subsidie van de provincie Limburg en de gemeente Maasgouw kregen Museum Land van Thorn en lostagain.nl de kans om een nieuwe stap in de ontwikkeling van serious games op het gebied van cultuur zetten. Namens Vanhellenberghubar.org heb ik bij de zakelijke voorbereidingen en de ontwikkeling van de synopsis geholpen.

Helaas bleek het niet mogelijk om de bètaversie verder te ontwikkelen tot een definitief spel. Lopende het project werd het museum door de gemeente gedeprofessionaliseerd, waardoor de expertise verdween om feedback te vergaren en te beoordelen. Dit cruciale deel van het project werd nog eens bemoeilijkt doordat het basisonderwijs niet in staat bleek testers te leveren en voor te bereiden op de experimentele fase van het spel. Er zit nog altijd een grote kloof tussen spelontwikkelaars en doelgroepen in de onderwijssector.

Zo lang dat het geval is, zullen kleinschalige initiatieven die specifiek op de locale geschiedenis zijn geconcentreerd, het moeilijk hebben. Het is twijfelachtig of de fase van trial and error in Thorn in de toekomst hervat kan worden, maar we blijven er op hopen. Het historische materiaal ligt er en veroudert gelukkig niet.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren