Een boek voor de bisschop

Soms heb je van die ontmoetingen die heel verrassend zijn. Dat overkwam mij toen ik begin dit jaar de Laurentius-Elisabethkathedraal in Rotterdam bezocht voor een gesprek over de schilderingen in de apsis, waar onderzoek voor nodig was. Bij die gelegenheid maakte ik kennis met de bisschop, monseigneur dr Hans J.H. van den Hende. De bisschop verraste me door een vergelijking te trekken tussen het werk van de gebroeders Dunselman en hun collega F.H. Bach, welke laatste zelfs in de kringen van kenners weinig bekendheid geniet. Bach heb ik, net als de gebroeders Dunselman, behandeld in ‘De genade van de steiger‘.* Van den Hende draagt warme herinneringen aan de heilig Hartkerk van zijn jeugd in Groningen die beschilderd was door deze kunstenaar, docent aan Academie Minerva in Groningen. Helaas is dit gebouw van Jan Stuyt uit 1913 in 1994 gesloopt.* Saillant detail: dit gesprek vond hoog boven op de steiger plaats, terwijl we de eerste resultaten van het herstel van de sjabloonschilderingen door Jojanneke Post in de apsis bekeken.

Maandag 17 juli heb ik op weg naar de kathedraal een omweg gemaakt via het bisschopshuis om De genade van de steiger aan de bisschop aan te bieden. Ik voelde me een beetje als Jozef Alberdinkg Thijm toen hij de bisschop van Haarlem De Heilige Linie aanbood; zo spiegel ik me aan een van mijn ‘helden’ uit de negentiende eeuw.* Alleen verging het mij beslist beter dan Thijm, want Van den Hende heeft grote belangstelling voor kerkelijke kunst en is heel geïnteresseerd in de terugkomst van Kees Dunselman in de kathedraal. Wordt dat een letterlijke terugkeer? Nee, zeker niet. Zoals we door de ogen van Kees kijken naar het ontwerp van zijn broer Jan – die dit project niet meer af heeft kunnen maken – zo kijken we straks door de ogen van Jojanneke Post naar de schildering van Kees Dunselman. Dat gaat nog heel spannend worden.

Van de aanbieding van ‘De genade van de steiger‘ is een bericht verschenen op de website van het bisdom, dat je hieronder kunt lezen (heb je een smartphone of tablet, klik dan op deze link en keer daarna terug naar het slot van mijn verhaal).

Als kunsthistorici willen we wel eens vergeten dat de kunst van schilders als de gebroeders Dunselman niet alleen iconografisch spannend is, maar ook een liturgische functie heeft. Dat is best een ingewikkeld begrip, liturgie, dus het is goed dat Van den Hende er hier nog eens de aandacht op vestigt. Dit past overigens in de eigentijdse context, want het werk van Kees Dunselman in de Lebuïnuskerk van Deventer werd onder meer gunstig beoordeeld vanwege de ‘streng liturgische afwerking‘.* Dat was in 1927, twee jaar voordat hij de Elisabethkerk in Rotterdam van zijn broer overnam.

Hoe dat afliep …

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette C.M., Angelique Friedrichs en G. W. C. van Wezel. De genade van de steiger: monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum. Zutphen: Walburg Pers, 2013.
  • “Groningen, Moesstraat 8 – Heilig Hartkerk – Reliwiki”, 2016. http://bit.ly/2vFyAV6.
  • “Franciscus Hermanus Bach”. Wikipedia, 22 juli 2017. http://bit.ly/2vGdXbu.
  • Thijm, J.A. Alberdingk. De Heilige Linie, proeve over de oostwaardsche richting van kerk en autaer als hoofdbeginsel der kerkelijke bouwkunst. Sterck, J.F.M., red., J.A. Alberdingk Thijm, werken IV, kunst en oudheidkunde I. Amsterdam/Den Haag: C.L. van Langenhuysen, Martinus Nijhof, 1909. http://bit.ly/Thijm-Heilige-Linie.
  • “UIT ANDERE PLAATSEN. Polychromie St. Lebuinuskerk te Deventer.” De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad. 30 augustus 1927, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2tAKYIB.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2ul3rrz
Terug naar de hoofdpagina!

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Collectie recensies boek Annemiek Punt

De collectie recensies open ik met die van Rob Weeber vanwege het mooie citaat van Jan Engelman dat hij uit mijn bijdrage haalde. De overige besprekingen staan daaronder, rijp en groen.

Achterhoek Nieuws 8 juli 2017

BORCULO – Hoe kan het toch dat ook bekende kunstenaars relatief onbekend blijven en slechts een kleine groep in het (wetenschappelijk) brandpunt van de belangstelling komt te staan? Als leek is het moeilijk om te beoordelen wat echte kunst is en wat het belang ervan is voor de mensheid. Het moet dus van een andere groep mensen komen, kenners zoals kunsthistorici, die ons wijzen op een zekere samenhang van ontwikkelingen in een bepaald tijdperk waarbinnen individuele kunstuitingen hun plek verdienen en waarmee dit tijdsbeeld bevestigd en zelfs jaren na dato ook verdiept wordt.

Door Rob Weeber

De Borculose glaskunstenares Annemiek Punt (1959) maakt al vele jaren bijzonder werk dat internationaal hoog in aanzien staat. Met name haar kennis en toepassing van de versmeltingstechniek van glas (glasfusen) heeft haar al jaren een unieke plek in de (kleine) wereld van befaamde glaskunstenaars bezorgd. Aan nationale bekendheid ontbrak het ook niet, zeker niet na haar creatie in 2006 van het ‘gele’ Jaïrus raam, het glas voor de Nieuwe Kerk in Delft. Volgens de kenners was dit eens te meer het bewijs dat Annemiek niet alleen met glas werkt, maar zelfs ‘in glas denkt’. Sinds 1980 heeft ze meer dan zeventig opdrachten uitgevoerd voor gebouwen, kerken, stiltecentra, instellingen en woningen, variërend van ramen tot glaspanelen en glasreliëfs. Het maken van werken voor gebouwen wordt ook monumentale kunst genoemd. En juist hiermee heeft ze zich dermate onderscheiden dat ze nu ook door de wetenschap is omarmd. Haar werk is geduid onder de stroming abstract expressionisme en vergeleken met het werk van grote voorlopers als de Nederlanders Joep Nicolaas en Gunhild Kristensen, de Duitser Wassily Kandinsky, bekend van ‘Der Blauwe Reiter’ en de Amerikaan Jackson Pollock. Joep Nicolaas gold als een van Nederlands meest bekende en vernieuwende glazenier en glaskunstenaar van de 20e eeuw. Het monumentale werk van Annemiek Punt is begin 2016 op initiatief van kunsthistoricus dr. Joost van Wal onderzocht door kunsthistorica dr. Bernadette van Hellenberg Hubar en godsdienstfilosoof prof. Dr. Wessel Stoker. Dit heeft geresulteerd in een definitieve plek van haar monumentaal glaskunstwerk binnen de vaderlandse kunstgeschiedenis. Het werk is onder meer getoetst aan de hand van drie begrippen, schoonheid, betekenis voor de wetenschap en cultuurhistorische waarde. Maar misschien wel is het mooiste compliment aan haar het citaat dat kunsthistorica Van Hellenberg Hubar aanhaalt. Het dateert uit 1955 van Jan Engelman: “Door al dat denken in generaties en groeperingen, door het beate geloof in “de” ontwikkeling der kunst, zijn wij vorstelijk aan het vergeten dat de billijkheid en de intelligentie ons opleggen, ieder figuur (en zelfs ieder schilderij) als een apart fenomeen te beschouwen.”

Dr. Joost van Wal heeft een boekje over het monumentale werk van de afgelopen 35 jaar van Annemiek Punt uitgebracht, voorzien van uitleg van hemzelf en de beide onderzoekers en natuurlijk met veel afbeeldingen van de betreffende werken. De titel is: Annemiek Punt, Monumentale glaskunst 1980-2017 (ISBN 978-90-817976-2-7). Op 9 juli is de presentatie ervan in de galerie van Annemiek Punt aan de Kloosterstraat 5 te Ootmarsum. Iedereen is van harte welkom tussen 14.00 en 17.00 uur.

In november verschijnt er bovendien een artfilm over het werk en leven van Annemiek Punt, gemaakt door de bekende cineast Fokke Baarssen uit Zwolle. Deze film is te zien tijdens een expositie bij Te Lintelo Wonen in de Spoorstraat in Haaksbergen. Voor meer informatie over Annemiek Punt:
www.annemiekpunt.nl

Nederlands Dagblad 7 juli 2017

Recensie Nederlands Dagblad 7 juli 2017 boek ‘Annemiek Punt Monumentale glaskunst 1980-2017’.

Op 9 juli 2017 verscheen het boek over de monumentale glaskunst van Annemiek Punt. Samen met uitgever, redacteur en collega Joost de Wal en godsdienst(kunst)filosoof Wessel Stoker heb ik een analyse gemaakt van het gebouwgebonden oeuvre van deze kunstenares, die een van de weinige glazeniers is in Nederland.

Wat dat heeft gebracht? Daar krijg je een aardige indruk van door de recensie van Roel Sikkema in Nederlands Dagblad, waaraan ik een afzonderlijke blog heb gewijd.

Tubantia 7 juli 2017

Peter Zandee, ‘Boek over glaskunst Borculose Annemieke Punt ten doop in Ootmarsum’ — BORCULO / OOTMARSUM – De monumentale glaskunst van Annemiek Punt (1959) doet er toe, kunsthistorisch gezien. De kunsthistorici Bernadette van Hellenberg Hubar en Joost de Wal en godsdienstfilosoof Wessel Stoker hebben onderzoek gedaan naar de kunstwerken van Annemiek Punt en beschrijven ze in het boek Annemiek Punt, Monumentale glaskunst 1980-2017.

Lees dit artikel verder op de site van Tubantia of via Evernote.

Verwijzingen en verdere informatie

  • Het boek over Annemiek Punt kan geciteerd worden als: Wal, Joost de, Bernadette van Hellenberg Hubar en Wessel Stoker. Annemiek Punt Monumentale glaskunst 1980-2017. Utrecht: Gebr. de Wal, 2017. ISBN 978-90-817976-2-7.
  • Wil je digitaal door het exemplaar bladeren of het boek bestellen? Volg dan deze link.
  • Volg deze links voor meer informatie over Joost de Wal en uitgeverij Gebroeders de Wal.
  • Voor een PDF van de recensie in Nederlands Dagblad surf je naar deze URL.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2u3fY3J

Aparte verloding apsisramen Begijnhofkapel Breda

Bernadette van Hellenberg Hubar. “#Kerkverhalen | Aparte verloding glas in lood Begijnhofkapel Breda”. if then is now.

Een van de meest sfeervolle kerkinterieurs van #KunstinBreda zit bij nader inzien – ook – vol geheimen. De meeste in deze intieme kapel op het Begijnhof in Breda heb ik dankzij een artikel uit 1997 van een van de docenten uit mijn studietijd, Wim Bergé, aardig kunnen ontsluieren. Overigens niet altijd tot mijn genoegen, want als je ziet wat er in anderhalve eeuw met de polychromie is gebeurd, word je niet blij. Karakteristiek voor het gebrek aan waardering in de jaren 1970 is dat, wat er aan oorspronkelijke afwerklagen op de houten beelden zat, volledig verdwenen, waarschijnlijk door ze in loogbaden onder te dompelen.

Het verhaal over de verloding van de apsisramen is gelukkig niet zo somber, al blijven de vragen daarover vooralsnog onbeantwoord.

Wie het weet, mag het zeggen! Ga het maar eens lezen op ifthenisnow.eu: http://bit.ly/2nZoZXJ.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen (opgemaakt met Zotero, Chigaco Manual of Styles 16h edition (note).

  • Bergé, Willem. “Negentiende-eeuwse gebouwen op het Begijnhof te Breda”. Evernote | deoranjeboom.nl, 1997. http://bit.ly/2laGa8D.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “#Kerkverhalen | Aparte verloding glas in lood Begijnhofkapel Breda”. if then is now. Geraadpleegd 2 april 2017. http://bit.ly/2nZoZXJ.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. #KunstinBreda | Religieuze kunst, Waardestellingen van uitmonsteringen en clusters. Ohé en Laak, 2017.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Kunst in Breda”. VanHellenbergHubar.org, 24 september 2016. http://bit.ly/KunstinBreda-VHHorg.

Nieuwe Bavo genomineerd voor Nationale SchildersVakprijs 2016

Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken heeft de afgelopen vijf jaar bij de nieuwe Bavo een van de meest interessante opdrachten uit haar carrière uitgevoerd. Met haar team heeft ze zowel de buitenpolychromie als de gekleurde onderdelen van het interieur gerestaureerd, gereconstrueerd of opnieuw aangebracht. Dat gebeurde in hechte samenwerking met kleuronderzoeker Judith Bohan en met mij. Dit is werkelijk zo’n project waarbij de expertises elkaar op een inspirerende manier aanvullen en er synergie ontstaat. De namen van Jojanneke Post en Judith Bohan kom je dan ook zeer regelmatig tegen in mijn boek over de kathedraal, met name in hoofdstuk 6 ‘De tinteling der atmosfeer’ dat over licht en kleur gaat.1

Maar dat terzijde, want hier wil ik graag Jojanneke aan het woord laten en iedereen oproepen om op haar project van de nieuwe Bavo te stemmen.


De Nationale SchildersVakprijs is een initiatief van Eisma Bouwmedia, uitgever van onder andere de SchildersVakkrant, Eisma’s Schildersblad en SchildersVak.nl.

Je kunt je stem uitbrengen via deze link: http://bit.ly/Stem-op-Jojanneke.
En natuurlijk kun je haar ook helpen door dit bericht te delen op de sociale media.

B.2

Jojanneke Post aan het werk bij de nieuwe Bavo. Foto Margaratha Svensson 2013.


  1. Om het boek over de nieuwe Bavo te bestellen surf je naar http://bit.ly/Bavo-Ao

  2. Vergeet niet te stemmen, dus klik op deze link: http://bit.ly/Stem-op-Jojanneke.
    Wil je meer over Jojanneke weten, bezoek dan haar website of volg haar op Twitter – @davique2001 – en Facebook.
    Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2e2G9Ne 

Flora in steen | 21 april 2016 20.00 uur

De Royal FloraHolland concert/lezing in de nieuwe Bavo 21 april 2016 20.00 uur | De nieuwe Bavo bloeit

Deze diashow vereist JavaScript.


De nieuwe Bavo zit vol raadselachtige ornamenten en een groot deel daarvan bestaat uit bloemen, bladeren en ranken. Dat heeft de kathedraal gemeen met verreweg de meeste negentiende en vroeg twintigste-eeuwse kerken. Het vergt niet veel verbeelding om daarin de inspiratie van de middeleeuwen te herkennen. Met name in de gotische bouwkunst vind je weelderig uitgewerkte bloem- en bladornamenten op pijlers en in kapitelen. Waar komt dat toch vandaan?

In de loop van de tijd zijn daar heel wat verklaringen voor bedacht, de een nog romantischer dan de ander. Bij het openingsconcert van ‘De nieuwe Bavo bloeit’ ga ik iets vertellen over een van de tradities die ten grondslag ligt aan de flora in steen. Ik zal niet te veel verklappen, maar hierna zul je met heel andere ogen naar de kathedraal kijken en nog meer genieten van alles wat in de nieuwe Bavo bloeit.

Bloeiende akkoorden

Bij het openingsconcert worden verschillende soorten muziek uitgevoerd, allemaal geïnspireerd door bloemen. Zo komt Flora met de mooiste exemplaren langs in een lied van John Wilbye, circa 1600. Maar ook de ode op de roos van de hedendaagse koorcomponist Eric Whitacre ontbreekt niet. En wat te denken van de ontroerende cyclus die Morton Lauridsen in 1993 schreef op Les Chansons des Roses van de dichter Rainer Maria Rilke. Aan het slot wordt de boel nog eens bij elkaar geveegd met Benjamin Brittens Green broom. Dit deel van het concert wordt uitgevoerd door Vocaza uit Amsterdam, het kamerkoor onder leiding van de magistra-cantus van de nieuwe Bavo, Sanne Nieuwenhuijsen.

Een heel ander, verrassend repertoire wordt neergezet door zangeres Bobbie Blommesteijn en titulair-organist van de nieuwe Bavo, Ton van Eck. Laat je verleiden door je nieuwsgierigheid en kom naar de nieuwe Bavo op donderdagavond 21 april 2016, 20.00 uur (entree € 10,00).

De opbrengst van ‘De nieuwe Bavo bloeit’ komt ten goede aan de restauratie van de kathedraal.

B.1
Joseph Cuypers, Bloemmotieven in glas in lood in de lucida van de nieuwe Bavo (1897-1898). Foto BvHH 2014.


Informatie

‘De nieuwe Bavo bloeit’ wordt mogelijk gemaakt door sponsoring van Royal FloraHolland, een koepel van 5.000 Nederlandse bloementelers en vijf veilingen (onder meer Aalsmeer).

Foto’s in de kop

  • De nieuwe Bavo te Haarlem organiseert de tweede editie van ‘De nieuwe Bavo bloeit’ in het kader van het Bloemencorso. Foto Stephan van Rijt, 2016.
  • Het bloemengewelf uit de eerste editie van 2015. Foto Hans Guldemond, 2015.
  • Een van de vele verglaasde terracotta sierranden met gestileerde bladeren en eikeltjes, ontworpen door Joseph Cuypers 1893-1898. Beeldbank Rijksdienst Cultureel erfgoed – Sjaan van der Jagt/Pixelpolder, 2014.
  • Een weelde aan tulpen tijdens ‘De nieuwe Bavo bloeit’ verleden jaar. Foto Hans Guldemond, 2015.
  • Verguld en gepolychromeerd bladkapiteel in de apsisgalerij, ontworpen door Joseph Cuypers 1893-1898. Foto BvHH 2013.
  • Verguld en gepolychromeerd kapiteel met omringende bloemornamenten in de koepel, , ontworpen door Joseph Cuypers 1902-1906. Beeldbank Rijksdienst Cultureel erfgoed – Chris Booms, 1902.
  • Het hoogaltaar in de bloemen tijdens de eerste editie van 2015. Foto Hans Guldemond, 2015.

Op al het beeldmateriaal van Van Hoogevest Architecten & Sjaan van der Jagt/Pixelpolder, en Hans Guldemond zijn alle rechten voorbehouden. De overige afbeeldingen zijn onder restricties vrij van reprorechten: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA.

Adres

Leidsevaart 146
2014 HE Haarlem
De entree is via de hoofdingang aan het Bisschop Bottemanneplein.

Programma van De nieuwe Bavo bloeit

Vrijdag & zaterdag 22 en 23 april: 10:00 – 23:00 uur
Extra lange avondopenstelling met sfeervolle verlichting
Live orgelmuziek met hobo, trompet en klarinet vanaf 10:00 uur
Koepeltochten 11:00 – 21:00 uur
Rondleidingen vanaf 11:00 uur
Kinderactiviteiten vanaf 10:00 uur
Muziek van Koorschool Haarlem 18:45 – 22:00 uur

Zondag 24 april: 11:30 – 17:00 uur
Koepeltochten 11:30 – 17:00 uur
Rondleidingen 11:30 – 17:00 uur
Kinderactiviteiten 11:30 – 17:00 uur
Live orgelmuziek met hobo, trompet en klarinet vanaf 11:30 uur

Entreeprijzen 22-24 april

Volwassenen: € 5,00
Kinderen > 10 jaar: € 2,50
Kinderen < 10 jaar: gratis
Koepeltochten: € 3,00 p.p.

Voor meer informatie ga naar www.denieuwebavobloeit.nl.

Restauratie

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

 


  1. Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is gepubliceerd op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo op 16 april 2016 en op ifthenisnow.nl op 17 april 2016. Verkorte link: http://bit.ly/1NvytNk. 

Kalendarium

Het kalendarium in de nieuwe Bavo van Joseph Cuypers (foto Jo Kunne 2014).
Het kalendarium in de noordoostelijke traptoren van de nieuwe Bavo, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door firma Wed. N.S.A. Brantjes en Co., Purmerend (1898)* (foto Jo Kunnen 2015).

Komend weekend gaan we weer van winter- naar zomertijd en dat herinnert onherroepelijk aan de wisseling van de seizoenen. Die zijn in de nieuwe Bavo onder meer uitgebeeld in het kalendarium bij de noordoostelijke traptoren, naast het hoogkoor.

Een kathedraal zit vanouds vol kosmische elementen die te maken hebben met de eerbied voor Gods schepping. Hemel en aarde schiep hij uit het niets, meent de een, maar er zijn ook tradities waarbij hij de bestaande chaos tot de kosmos organiseerde als een hemelse demiurg (architect) of Deus artifex (kunstvaardige God). Het sprak de mens wel aan, dat greep krijgen op tijd en ruimte. In de nieuwe Bavo komt dat in verschillende decoratieve elementen tot uitdrukking, zoals hier in de noordertoren, waar Joseph Cuypers een kalendarium voor ontwierp. In het oudste boek over de kathedraal (1898), vertelt de priester-journalist Marie A. Thompson over ‘een tijdkalender, waarin de twaalf teekenen van den dierenriem en de symbolen der vier jaargetijden’ zitten.*

Je krijgt de indruk dat dit werk in 1898 nog niet klaar was, want Thompson schrijft dat het is uitgevoerd in ‘fijn, veelkleurig mozaiek’. In werkelijkheid is het een tegeltableau dat al staat afgebeeld in een artikel van C.J. Juffermans van mei 1898. Hij is ook de eerste die de kathedraal betitelt als ‘de Nieuwe Sint-Bavo’.* Op dat moment was het gebouw nog lang niet af, want alleen de oostpartij stond er. Tegen de eerste bouwlaag van het transept leunde een houten noodschip voor de parochianen om de mis op het voltooide priesterkoor bij te kunnen wonen. Daarom is het ook zo vreemd dat de kathedraal in het boek van Thompson werd beschreven alsof ze al helemaal af is. Dat heeft te maken met het karakter van de nieuwe Bavo als Unvollendete: als bewust onvoltooid gebouw vol met potenties die op termijn gerealiseerd kunnen worden. Op papier werd een voorschot genomen op de toekomstige afwerking van de kathedraal. Over dit spannende thema vind je meer in mijn boek: http://bit.ly/Bavo-Ao.*

Keren we terug naar het kalendarium dan zien we hoe de hemelse sterrenbeelden zijn ingebed in de groene aarde. Op de hoeken zijn de symbolen van de vier seizoenen aangegeven in de vorm van ontluikende lelietjes van dalen linksboven (lente); dan – met de klok – mee de bloeiende roos (zomer), vervolgens de rijpe druiventros (herfst) en tenslotte de eeuwig groene hulst (winter).*

Toch klopt er iets niet helemaal … Kun je me dat vertellen?

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Post scriptum —Kort na het verschijnen van deze blog heb ik een stukje over de tegenhanger van de jaarkalender, de klok in de zuider koortoren, geplaatst op LinkedIn.

 


Meer informatie & bestelgegevens van Ad orientem

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de volgende bronnen:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem’, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Voor een samenvatting surf naar http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.
  • Antoon Erftemeijer, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, ‘Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem’, Haarlem 1997, pp. 220-222.
  • C.J. Juffermans, ‘Het voltooide gedeelte van de Nieuwe Sint-Bavo’, in: ‘Sint Bavo Godsdienstig Weekblad voor het Bisdom Haarlem’ 1 (1898), pp. 301-303.
  • M.A. Thompson, ‘De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek’, Haarlem 1898, pp. 71-72.

Hoe je het boek Ad orientem kunt bestellen:

  • Bibliofiele uitgave — Er komt een bibliofiele uitgave van ‘Ad orientem’, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de nieuwe Bavo. Dat is een aparte, genummerde en gesigneerde editie, waarin de naam van de begunstigers wordt vermeld. De ondergrens is € 100,00 per exemplaar, maar meer mag natuurlijk ook! Het boek is te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag naam, bedrag en verzendadres vermelden).
  • Korting van € 10,00 — Op dit moment kan het boek ook besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, voorjaar 2016, wordt dit € 49,95. Meld je aan via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres en het woord korting vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten).
  • Voor wie dit een sympathiek doel vindt, maar geen boek wil, is er ook de mogelijkheid om een lager bedrag naar vrije keuze te doneren. Wees zo goed om dit per mail door te geven aan NieuweBavo@gmail.com, onder vermelding van het te doneren bedrag.

Specificaties:

  • Uitgever: WBooks in samenwerking met Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem
  • Aantal pagina’s: 400
  • Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
  • Uitvoering: gebonden
  • ISBN 978 94 625 8119 7
  • Meer informatie: WBOOKS of http://bit.ly/Bavo-Ao.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is eerder gepubliceerd op ‘if then is now’. Verkorte link van deze blog: http://bit.ly/Kalendarium-VHH.

 

 

Kees de Goede in De Pontmuseum

Kees de Goede in Museum De Pont Tilburg. Foto BvHH 2015.
De krantencollage van Kees de Goede in Museum De Pont brengt een indringend verhaal (foto bvhh 2015).

Tot 31 januari 2016 is de tentoonstelling van Kees de Goede in Museum De Pont in Tilburg te bekijken. Nu is het altijd al feest om naar dat museum te gaan, maar met deze expositie is een bezoek nog interessanter. En als je me nu vraagt waarom, kan ik er niet eens echt de vinger op leggen. Misschien wel vanwege de persoonlijke synthese die De Goede heeft gemaakt als kunstenaar die midden in de ontwikkelingen van zijn tijd stond en staat. Ik ben verzot op kleur, dus zijn abstracte polychromie is voor mij heel aantrekkelijk. Mijn hoofd is gevuld met beelden van negentiende en twintigste-eeuwse monumentale uitmonsteringen en grappig genoeg kan ik binnen dat referentiekader wel een plaats vinden voor de exercities van De Goede. Het is decoratief in de goede, oorspronkelijke zin van het woord: monumentaal en met een verhalend accent.

Dat verhalen kan episch zijn, zoals de wat ‘unheimische’ kosmische diepte in zijn cirkels met getande inkepingen. Of het kan heel eenvoudig liggen op het niveau van het kijk- en voelspel: hoe werken kleuren en vormen optisch ten opzichte van elkaar? Wat gebeurt er als ik een fel beschilderde huid strak span over een geraamte in een organisch aandoend vlechtwerk van takken? Het doet zo haptisch aan dat je het liefst je vingers zou willen gebruiken.

Boodschap en beeld zijn vooral indringend bij de collage van kranten tegen de muur … Het adagium dat bijna afgesleten berichten een bijzondere betekenis krijgen, zodra de kunstenaar ze van een andere context voorziet is hier heel sterk. Het trof me … maar daar wil ik verder geen woorden aan kwijt, want dit moet je gewoon gaan bekijken.

En als je dan gaat, lees dan ook het stuk op de website van het museum over Kees de Goede: http://bit.ly/1mqhyou. Hoewel dat misschien wat vreemd klinkt, tekent het de zeggingskracht van zijn werk dat hierin weer heel andere accenten worden gelegd, dan in mijn blogje hierboven.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Deze diashow vereist JavaScript.

Het gebruik van de foto’s op deze pagina is toegestaan onder voorbehoud: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/239F2zm

Samenvatting ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’

De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten

Het boek dat tijdens de restauratie geschreven werd

Op 9 september 2016 wordt de jongste publicatie over de Haarlemse kathedraal om 16:00 uur feestelijk gepresenteerd in de nieuwe Bavo bij gelegenheid van de start van de Open Monumentendagen in Haarlem, na een korte inleiding van professor dr Paul van den Akker van de OU te Heerlen. Iedereen is welkom: http://bit.ly/9sep-Bavoboek.

Ad orientem | Gericht op het oosten onthult hét leidmotief van het nieuwe boek over de Haarlemse kathedraal, beter bekend als de nieuwe Bavo van architect Joseph Th.J. Cuypers (1861-1949). De subtitel slaat zowel op de oriëntatie van het gebouw – met de apsis gericht op het oosten – als de lichtsymboliek van de dageraad en de oriëntaalse invloeden in de vormgeving. Dat heeft Joseph Cuypers niet allemaal alleen bedacht. Geen bouwmeester zonder bouwheer, dus ook zijn opdrachtgever hoort hier genoemd te worden. Dat was de bisschop van Haarlem, die vertegenwoordigd werd door zijn vicaris-generaal A.J. Callier (uit te spreken als rijmend op lier). Callier die als de programmamaker van de kathedraal beschouwd kan worden, werd in 1903 tot bisschop benoemd, tijdens de tweede bouwfase. De nieuwe Bavo kwam namelijk in drie fasen tot stand:

  • De oostpartij tot en met een deel van de viering in 1893-1898.
  • Het schip, de onderbouw van de westtorens, de rest van de viering en de koepel in 1902-1906.
  • De twee westtorens in 1925-1930, door Josephs zoon, Pierre J.J.M. Cuypers.


Nieuwe Bavo actoren web
afb. 1 De bouwheren en bouwmeesters van de nieuwe Bavo: bisschop Caspar Bottemanne, zijn opvolger vicaris-generaal Augustinus Callier, Joseph Cuypers en Jan Stuyt.

De architect en zijn ploeg

Wie de naam Cuypers hoort, zal waarschijnlijk in eerste instantie denken aan de ontwerper van het Rijksmuseum en het Centraal Station te Amsterdam. Dat ook zijn zoon Joseph en kleinzoon Pierre junior actief waren in het bouwvak is minder bekend. Hoewel er inmiddels verschillende publicaties aan Joseph Cuypers zijn gewijd – waarvan de meest recente van pastoor Crutzen over de kerk van Klimmen – is er nog veel dat niet bekend is over zijn visie en zijn creativiteit. Wat dat betreft zal met dit boek de achterstand ingelopen worden; en dat is vooral mogelijk gebleken doordat het hier om het meesterwerk gaat van Joseph Cuypers als kerkenbouwer. Bij de totstandkoming van de kathedraal waren overigens meer mensen betrokken: zijn vader kon het niet laten om in het begin zelf wat schetsen op tafel te leggen; bijna dertig jaar daarvoor was hem immers deze opdracht in het vooruitzicht gesteld. Behalve als klankbord is zijn inbreng verder beperkt gebleven tot het glas-in-lood in de lucida (de ramen in de apsis). Verder had je daar Jan Stuyt die aanvankelijk als opzichter werkzaam was, maar vanaf 1899 als vennoot van Joseph Cuypers. Ook met hem zal de architect vaak gespiegeld hebben over zijn ontwerpen. En ten slotte was daar Pierre junior die onder de hoede van zijn vader tekende aan de westtorens en het noorderportaal.[1] Los van deze creatieve mensen had je in het bouwteam bazen en onderbazen waarvan de belangrijksten in de galerij van de apsis in symbolen en initialen vereeuwigd zijn.[2]

Waarom een nieuw boek?

Nu zijn er sinds de kerkwijding van 1898 al verschillende publicaties aan de nieuwe Bavo gewijd, waarvan de laatste uit 1997: in Getooid als een bruid is uitvoerig aandacht besteed aan de ontwikkeling van het bouwplan, de iconografie en de verschillende kunstenaars die aan de inrichting werkten. Wat maakt ‘mijn’ boek anders, en sterker nog, waarom is er nog een boek nodig? Heel eenvoudig: de nieuwe inzichten als gevolg van de restauratie.[3] Het anders en nodig heeft namelijk te maken met de ontdekkingen die vooral vanaf de steiger zijn gedaan. Als een van de betrokken onderzoekers stond ik daar oog in oog met de verschillende onderdelen die van de grond af niet waren te zien. Daar kreeg ik uitleg over de vondst van minieme kleursporen wat er toe heeft geleid dat de buitenpolychromie voor een groot deel is hersteld. Daar werd ik op een wel heel directe manier geconfronteerd met onvoltooide, brute halffabricaten en zelfs misbaksels die bij zo’n verheven bouwwerk als een kathedraal eigenlijk niet passen. Daar zag je ook het vakmanschap van de baksteenpolychromie en het spannende verschiet waarin verschillende elementen hand over hand in een klimmende beweging omhoog stuwen naar het meest majestueuze onderdeel: de groenkoperen koepel. Alleen al het complexe spel van architectonische hoofdlijnen en verfijnde detaillering is een studie waard.


Nieuwe Bavo steigers web
afb. 2 Op de steiger zie je de dingen in heel andere dimensies. Maar het is vooral de sfeer die je niet loslaat. Een bijzondere plek tussen hemel en aarde.

Wat kan ik zoal vinden in ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’?

Licht — Niet alleen de twee genoemde thema’s komen aan bod, want er speelt meer dan alleen de polychromie en de onvoltooide elementen. Ze gaven wel de richting aan van enkele andere bijzonderheden. Allereerst de opmerkelijke visie van Joseph Cuypers op licht in architectuur. Ik haal een klein stukje aan uit een van zijn belangrijkste artikelen over de nieuwe Bavo. Eerst vertelt hij over de sterke horizontale lijnen in de historische gebouwen van Nederland. Ons land is vlak en dat geldt ook voor de architectuur.

  • ‘Moet daarin niet worden erkend de weerspiegeling van wat het Hollandsche landschap dien ouden bouwmeesters te zien en te voelen gaf — eene groote ruimte, afgeteekend door fijne, teere profielen aan den horizon, zonder scherpe kleuren of harde contrasten: eene ruimte niet omschreven door krachtige bergruggen, maar voelbaar door de tinteling der atmosfeer en de afbleekende tonen van ’t geboomte onzer polders?’[4]

Pas toen ik dit las, realiseerde ik me dat Joseph geen Limburger is, maar een Hollandse jongen! Zijn vader, ja, dat was een echt ‘Remunsje jung’, maar Joseph had een Amsterdamse moeder, grootvader en overgrootvader en voelde zich dus ook Hollander. Zelf zou hij zeggen dat hij van zijn moeder een ‘Hollandsch gemoed’ erfde en van zijn Limburgse vader het ‘harmonisch kunst-inzicht’.[5] Het beste dus van twee werelden.

Wat betekende dit in de praktijk? Dat hij brak met het ideaal van de zwaar gekleurde, donkere Chartresachtige glazen omdat hij het licht van het Hollandse polderlandschap naar binnen wilde halen. Zo ontwikkelde hij een nieuw concept dat je als de architectonische variant van het impressionisme zou kunnen betitelen. Want lichtinval is iets dat elk moment verandert. En daardoor heb je eigenlijk niet met één gebouw te maken, maar met een hele serie gebouwen die ieder moment van aanzien veranderen. Een belangrijke inspiratiebron hiervoor was vrijwel zeker de beroemde reeks van Monet, van de kathedraal van Rouen. Die laat prachtig zien hoeveel verschillende gebouwen één kathedraal vormt op de verschillende momenten van de dag.[6]


Nieuwe Bavo collectie Monet web
afb. 3 Claude Monet, Cathédrale de Rouen (1892-1894)

De Unvollendete — De onvoltooide elementen, misbaksels en halffabricaten worden in het boek behandeld als onderdeel van de Unvollendete, onder verwijzing naar de beroemde symfonie van Schubert. Nu was Joseph Cuypers een beelddenker, geen filosoof. Ook al zou je het niet (of misschien juist wel) zeggen na het poëtische stukje dat ik net aanhaalde: hij dacht vooral in beelden en niet in woorden. En dat is wat al die onvoltooide stukken steen laten zien: hoe Joseph Cuypers als beelddenker een filosofisch concept wist te verwerken. In dit geval gaat het om een denkbeeld van Thomas van Aquino die hierbij weer steunde op Aristoteles. Kort door de bocht kun je stellen dat alles wat bestaat één grote bulk potentie is: alleen zo kun je verklaren hoe het mogelijk is dat iets is en op hetzelfde moment iets anders aan het worden is. Als we alleen al naar ons zelf kijken zijn we voortdurend in staat van verandering: we zijn niet helemaal meer wat we waren, maar ook nog niet helemaal wat we het aan het worden zijn. En het mooie hiervan is dat we ieder moment keuzes kunnen maken. Dat is precies wat uitgedrukt wordt door de Unvollendete: de potentie om na het wordingsproces tot een bepaald stadium doorlopen te hebben, iets anders te worden. En dat iets anders maakt deel uit van een eindeloos scala aan mogelijkheden. Al die mogelijkheden zitten in ons, net zoals in de steen direct uit de groeve een eindeloze hoeveelheid beelden zit besloten.[7]


Nieuwe Bavo Unvollendete web
afb. 4 De Unvollendete bestaat uit rudimentair beeldhouwwerk, halffabrikaten en misbaksels

Oriëntalisme — De kathedraal valt op door sterk oosters aandoende patronen en ornamenten, met de koepel als meest in het oog lopende uitdrukkingsvorm. Deze aandacht van Joseph Cuypers voor, zoals hij het zelf noemde, ‘Spaansch-Arabische motieven’ heeft niet alleen te maken met de erkenning van de inheemse architectuur van het heilige Land als inspiratiebron van christelijke cultuur, maar is opnieuw sterk beïnvloed door de figuur van Thomas van Aquino. Want zoals deze wijsgeer de geschriften van Aristoteles te danken had aan de islamitische denkers van Arabische signatuur, ontleende Joseph Cuypers daar een onderscheidend deel van zijn vormenschat aan.[8]

Polychromie — Er wordt wel gezegd dat dit oriëntalisme ook tot uitdrukking komt in de kleuren. En hoewel er zeker enige overeenkomsten zijn, steunt Joseph Cuypers hier toch vooral op de Farbenlehre van Goethe – de dichter, ja ! – en het onderzoek van Viollet-le-Duc; om de enorme ervaring van zijn vader op dit gebied niet te vergeten. Vooral de buitenpolychromie is heel bijzonder, omdat we van dit type geen enkel ander voorbeeld in Nederland (meer?) hebben. Voor de oorlog moet die voor een groot deel al zijn verweerd, want in het collectieve geheugen van Haarlem was geen enkele herinnering meer aan de eertijds rijke tooi van de torens, gevels en steunberen van de kathedraal. De polychromie werd ondersteund door verguldsel dat het licht en de kleuren reflecteerde, zoals ook aan de binnenkant gebeurde door middel van glanselementen als terracotta, edelsmeedwerk, mozaïeken en noem maar op.[9]


Nieuwe Bavo juwelen bruid web
afb. 5 Van de buitenpolychromie van de nieuwe Bavo was nauwelijks nog iets over.

Catechismus en Biblia pauperum — Ook de latere bisschop Callier was intensief bezig met het gedachtegoed van Thomas van Aquino. Hij liet zich zelfs vereeuwigen in het beeld van deze heilige bij het heilig Hartaltaar. Anders dan de architect was hij geen beelddenker, maar vooral een docent die elementaire geloofswaarheden, vervat in de catechismus, over het voetlicht wilde brengen. Daarvoor koos hij onder meer de systematiek van de middeleeuwse Biblia pauperum (armenbijbel), waarvan in het bisdom nog verschillende originele exemplaren bestonden, zoals in de Grote Kerk van Laren. Callier wist heel goed dat hij zijn ideeën niet kon realiseren zonder de tussenkomst van de uitvoerende kunstenaar, die hij dan ook een bijzondere status toekende. Zo werd zijn haast persoonlijke beeldhouwer, Johannes Maas, getypeerd als ‘priester van het Schoone’. Het geeft aan dat kunstenaars en geestelijken tijdens de bouw een bijna gelijkwaardige status hadden. Bijna, want uiteindelijk voelde de geestelijkheid zich toch ver verheven en bevoorrecht boven de leken. Wel kon de kunstenaar net als een geestelijke als een ingewijde worden beschouwd, iemand die door zijn scheppingsvermogen, kennis en inspiratie dieper doordrong tot de goddelijke geheimen dan de gewone gelovige.[10]

Netwerk en De Heilige Linie — Om het verhaal over de verschillende actoren in te kaderen, is zowel aandacht besteed aan het netwerk waarin zij verkeerden, als aan de gemene deler die onder het programma lag, het handboek over kerkbouwsymboliek van Josephs peetoom, J.A. Alberdingk Thijm, De Heilige Linie (1858).[11] Om te beginnen komt dit tot uitdrukking in de oriëntatie van de kerk, maar er spelen nog talloze andere thema’s mee die onder meer leidden tot de ontdekking van de bruid van het oosten en de bruid van het westen.[12]

Ervaring

Wat heeft het nu zo bijzonder gemaakt om dit boek te schrijven. Sowieso was het fantastisch om dit onderzoek te mogen doen, me te verdiepen in de verschillende persoonlijkheden die direct en zijdelings bij het project van 1895 tot 1930 waren betrokken – wat heb ik veel mensen leren kennen! – en bezig te kunnen zijn met alles wat zich op ons netvlies ontvouwt. Want daar gaat het per slot van rekening bij een kunsthistoricus om: om het visuele spel dat zich voor onze ogen afspeelt dankzij de kunst die door mensenhanden tot stand is gebracht. Maar wat dit boek toch wel extra bijzonder maakt, is dat ik het tijdens de restauratie heb mogen schrijven. En dat is behoorlijk apart in Nederland, want meestal gebeurt zoiets als het werk gedaan is. Dan kun je in principe al niet meer achter de schermen, of liever, vanaf de steigers kijken. Vooral dat laatste heeft dit me bij dit boek veel gebracht. Zo vond bij het herstel van de polychromie een directe wisselwerking plaats tussen onderzoek, schrijven en restaureren, waarbij over en weer een verdiepingsslag plaatsvond. Maar ook de gelukkige situatie dat het gebouw vanaf de steigers bestudeerd kon worden, leverde kennis en inzichten op die zonder dat onmogelijk zouden zijn geweest.


Nieuwe Bavo Dibbets web
afb. 6 Jan Dibbets (centraal met de stok) ontwierp eigentijdse glazen voor het schip van de nieuwe Bavo.

Lest best was het heel speciaal dat er een wisselwerking was met levende kunstenaars over hun recente bijdrage aan de kathedraal. Wat dacht je van de glazen van Jan Dibbets in het schip, de glasobjecten van Marc Mulders in de doopkapel of het mozaïek van Gijs Frieling bij de Sacramentskapel, allemaal na een proces van denken en overleggen tot stand gekomen in 2016. Hierbij speelde op de achtergrond de iconografische inbreng van de plebaan, met wie ik over actuele beeldprogramma’s kon praten: niet iets van gisteren, maar van vandaag, alhoewel uiteraard wel diep geworteld in de traditie. En zo vonden verschillende gesprekken plaats met de actoren van nu, variërend van de voorzitter van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo tot de koster en de conservator van het KathedraalMuseum; van de architect en de opzichter tot de metselaar; van de kleurhistoricus tot de meesterschilder. Deel uitmaken van een team, vergelijkbaar met dat wat de Bavo ooit tot stand bracht. Je kunt het slechter treffen als onderzoeker en schrijver.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Noten en bestelinformatie

  • Verschijningsdatum — Het boek zal voorafgaand aan de Open Monumentendag verschijnen op 9 september 2016.
  • Korting van € 10,00 — Op dit moment kan het boek besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, media 2016, wordt dit € 49,95. Meld je aan via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres en het woord korting vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten).
  • Bibliofiele uitgave — Er komt een bibliofiele uitgave van ‘Ad orientem’, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de nieuwe Bavo. Dat is een aparte, genummerde en gesigneerde editie, waarin de naam van de begunstigers wordt vermeld. Hiervoor kan op dit moment (half juli 2016) niet meer ingetekend worden.
Specificaties
  • Uitgever: WBooks in samenwerking met Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem
  • Aantal pagina’s: 400
  • Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
  • Uitvoering: gebonden
  • ISBN 978 94 625 8119 7
  • Meer informatie: vanhellenberghubar.org
Beeldmateriaal boven de tekst
  • Omslag van Ad orientem | Gericht op het oosten, ontworpen door Marjo Starink met een foto van Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2015).
  • Video met behulp van een drone door Teun Kelting.
Beeldmateriaal in de tekst
  • afb. 1 Deze collage is gemaakt aan de hand van reprovrij beeldmateriaal uit het eerste boek over de nieuwe Bavo: M.A. Thompson, De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898. De portretten zijn van de hand van Theo Molkenboer.
  • afb. 2 Deze collage is gemaakt met foto’s van Bernadette van Hellenberg Hubar.
  • afb. 3 Deze collage is gemaakt aan de hand van reprovrij beeldmateriaal, afkomstig van Wikimedia Commons (zoektermen: Monet, Cathédral Rouen).
  • afb. 4 Deze collage is gemaakt met foto’s van Bernadette van Hellenberg Hubar.
  • afb. 5 Deze collage is gemaakt aan de hand van foto’s van Bernadette van Hellenberg Hubar en Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken.
  • afb. 6 Deze collega is gemaakt met foto’s van Judith Bohan en Bernadette van Hellenberg Hubar, en met een projectie van Van Hoogevest Architecten en een scan van Haarlems Dagblad.
Noten

[1]    Zie de uitleg van Arjen Looyenga in Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 44-58. De vennootschap van Joseph Cuypers en Jan Stuyt duurde van 1898 tot 1909 en niet, zoals vaak wordt gedacht van 1900 tot 1908 (vriendelijke mededeling Agnes van der Linden, onder verwijzing naar haar boek: Vrienden van Jan Stuyt en Louise Barozzi: Bijdragen aan een album anno 1928, Nijmegen 2015, p.86).

[2]    Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘Hommage aan het team’, op: vanhellenberghubar.org, http://wp.me/P4eh3s-7q (2013).

[3]    Eggenkamp, Wim, ‘Restauratie Kathedrale complex van Sint Bavo halverwege’, in: Haerlem Jaarboek 2014, Haarlem 2015, pp. 133-179.

[4]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.2.5 ‘De invloed van Goethe’.

[5]    Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, p. 214.

[6]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.4 ‘Licht en atmosfeer’.

[7]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 4.2 ‘De graden van volmaaktheid (Thomas van Aquino)’.

[8]    Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 7 ‘De koepel als epiloog’.

[9]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.1 ‘De juwelen van de bruid’.

[10]   Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 5 ‘Te Deum laudamus’.

[11]   Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 2 ‘Acte de présence’. Ibidem, hoofdstuk 3 ‘De Heilige Linie’.

[12]   Hubar, Ad orientem, paragraaf 3.4 ‘De onzichtbare patrones’.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is op 25 november 2015 gepubliceerd op de ifthenisnow.eu: http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.

Verkorte link: http://bit.ly/Bavo-samenvatting-vhhorg

Ara pacis Augustae

Cyclus Rome 3 | Ara pacis Augustae

Cyclus Rome 3: Ara pacis Augustae

Zij stappen zwijgzaam
Een stoet van mensen met prestige
lictoren, auguren en hofhouding
achter de keizer en zijn familie
in een vreedzame processie
Of toch vertoon van macht?
geplooide koppen fronsen je aan
ieder een eigen agenda
De vrouwen met kunstige kapsels
niet minder vol intrige
deinen in het ritme
elegant vallen de plooien
van de gewaden naar benee
hier een gebaar, daar een aai
over het hoofd van een kind
als speelse rekwisieten
Maar vooral … die menselijke koppen
niet geïdealiseerd, alsof
de man om de hoek
hiertussen had kunnen staan
en zich in gedragen pas
tot de keizer begeeft,
ieders keizer
in een vrede
van nu af aan.

Cyclus Rome 3: Ara pacis Augustae - processie

_____________

Post scriptum — Het derde beeldgedicht van de cyclus Rome gaat over de Ara pacis Agustae, het altaar van de vrede van Augustus (30 voor Christus). Natuurlijk vormt dit weer een prachtig staaltje propaganda van Augustus. Op het gebied van public relations liet deze man niets aan het toeval over. Wil je er meer van weten, lees dan het mooie verhaal hierover op Wikipedia.1

De keizer had overigens duidelijk oog voor de kosmische kant van dit type gedenktekens: het altaar was zo gesitueerd dat de zon op de verjaardag van Augustus precies op het altaar viel. Niet zomaar ging het hier om een heiligdom dat geen overkapping kende, maar deel uitmaakte van een ruimtelijke constellatie direct onder de hemelkoepel. Die kosmische symboliek was de Romeinen niet vreemd, zoals – jawel! – J.A. Alberdingk Thijm in zijn Heilige Linie wist te vertellen: van menig tempel in Rome was de voorgevel georiënteerd, gericht op de dageraad, waar iedere dag weer dat even wonderlijke als vertrouwde fenomeen plaatsvond en -vindt: de zonsopkomst.2

Wat me verder frappeerde waren de rijke guirlandes, omdat die mooi laten zien hoe sterk de christelijke kunst geworteld is in de Romeinse: ditzelfde type vind je terug in de apsismozaïeken van de San Clemente uit de elfde eeuw, die we ’s ochtends hadden bekeken. En dan moet je bedenken dat de Ara pacis ook nog gepolychromeerd was. Ook dat is iets dat direct vanuit de Romeinse cultuur overgegaan is naar de vroege middeleeuwen. Ach, wat een onzin is dit toch! Die mensen maakten dit onderscheid zelf helemaal niet: men zag geen breuklijnen die latere geleerden aan data koppelden, integendeel. Als directe nakomelingen zag men vooral de verbinding met het verleden.

Cyclus Rome 3: Ara pacis Augustae - interieur

Een van de andere themata die culturen en tijden met elkaar verbindt is het fenomeen dat aangeduid wordt als metabolisme. Stofwisseling in de meest letterlijke zin van het woord: je gebruikt het ene materiaal om het andere ermee te suggereren. Het bekendste voorbeeld zijn de trigliefen en metopen van de Griekse tempel die verwijzen naar de oorspronkelijke overdekking met hout. Ook bij de Ara pacis zie je dit, en wel aan de binnenkant, waar de ‘houten schutting’ in steen is omgezet.

Kijken naar dit rituele bouwwerk is al zo’n feest, maar dat geldt niet minder voor de architectonische hoes die er om heen staat. Richard Meijer schijnt behoorlijk veel kritiek gekregen te hebben voor zijn ontwerp, maar mij valt vooral op hoeveel respect hij betoont aan het gewijde karakter van de Ara pacis. Terwijl hij aan de buitenkant door een gevarieerde indeling met telkens verspringende, terrasachtige trappartijen iets van de ruimtelijke samenhang oproept waarin dit vredesaltaar ooit functioneerde, vormt de binnenkant een huls, waar aan alle kanten daglicht binnenstroomt alsof het object nog buiten staat.

Dus als je naar Rome gaat …

Ara pacis Augustae - Richard Meijer

Het bovenstaande gedicht schreef ik op locatie tijdens mijn excursie naar Rome van 12 tot 22 juni 2015, waarover onder deze link meer is te vinden. De foto’s zijn van mijn hand.

B.3

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Surf hiervoor naar Wikipedia 

  2. Alberdingk Thijm, De Heilige Linie, pp. 26-28. 

  3. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-1FR

    → Door naar de Cyclus Rome. 

Pas de deux à Rome

Cyclus Rome | Pas de deux

Cyclus Rome: Perseus en Minerva, Museo Palentino (foto auteur, 2015)

Zij dansen …
met tussen hen in de Gorgoon
een pas de deux op de metoop
in ’n eenparig versneld ritme
Perseus en Minerva
Het schild als een spiegel gepoetst
zal telkens weer het
schrikbeeld weerkaatsen
dat versteent …
Deinst zij achteruit,
Stapt hij naar voor
op gevleugelde voeten
in ’n haast niet te stuiten pas
komt de Gorgoon dichterbij
dood
of grijnzend aan ’t ontwaken?
De schedel van de ossenkop
’n stille verteller daaronder
laat alles in het midden …

Cyclus Rome: Perseus en Minerva, Museo Palentino (foto auteur, 2015)

______________

Post scriptum — De voorstellingen van Perseus, Minerva en de Gorgoon Medusa zijn in terracotta gebakken en vervolgens gepolychromeerd. Ze maken deel uit van een serie metopen (circa 28 voor Christus) die Augustus bestemd had voor de tempel van Apollo, maar die in werkelijkheid nooit zijn geplaatst. Ze kwamen terecht in een put, welke situatie verklaart waarom de kleuren door de inwerking van vocht en chemicaliën wel aan kracht hebben verloren, maar de lijnen van de reliëfs op de brokstukken zo gaaf zijn gebleven. Ze zijn nooit blootgesteld aan weer en wind.

De terracotta’s bevinden zich in het Museo Palentino te Rome, dat ik bezocht tijdens een excursie van 12 tot 22 juni 2015 onder leiding van Cis Brenders, klassiek archeoloog te Antwerpen die zich onder meer bezighoudt met de vertaling van De architectura Libri X  (De tien boeken over architectuur) van Vitruvius, voluit Marcus Vitruvius Pollio (circa 85 — 20 voor Christus). De resultaten van dit project zijn te volgen via www.vitruvius.be.1

Wil je meer weten over – de andere items uit – de cyclus Rome, volg dan deze link.

B.2

_________________________________

Voetnoten:


  1. Voor Vitruvius zie ook het lemma op Wikipedia

  2. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-1E7