Reddingsactie Cuypers’ glasnegatieven

Museum Cuypershuis in Roermond heeft de afgelopen jaren interessante tentoonstellingen gemaakt waarin de architecten Cuypers, kerkelijke kunst en – ook moderne – design over het voetlicht zijn gebracht. De expositie over de glasnegatieven die onlangs is geopend, verschilt daar in zoverre van dat het publiek opgeroepen wordt om de restauratie hiervan via crowdfunding te ondersteunen. En dat is hard nodig, want de vroegere opslag op de zolder van het Cuypershuis heeft de conditie van deze beelddragers geen goed gedaan.

Vandaar de actie die je via deze link kunt steunen: http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven

Vóór de restauratie van het Cuypershuis heb ik uitgebreid waardenstellend onderzoek gedaan naar het complex. Ik kwam toen onder meer een plattegrond van circa 1893 tegen, waarin de volgende ruimtes op zolder worden vermeld: de zaal van de fijnschilders, de fotokamer, de glasschilderskamer en enkele slaapkamers.* Vermoedelijk hebben de glasnegatieven tenminste vanaf dat moment – zo niet eerder – op zolder gestaan. Meer hierover vond ik in het proefschrift ‘Een toevloed van werk, van wijd en zijd’ (2004) van Lidwien Schiphorst. Zij heeft als eerste uitgezocht hoe het nu precies zat met de fotografie bij Cuypers en vertelt daarover onder meer het volgende:

  • Voor werkzaamheden werd de fotografie de daaropvolgende zomer ingezet [1860]. Het herstel aan het wandgraf in de Onze-Lieve-Vrouwe-kerk te Breda werd aanzienlijk vergemakkelijkt, doordat er een fotograaf bijgehaald werd om het tekenwerk te bekorten. Het was niet de eerste de beste: de in zijn tijd al bekende Edmond Fierlants uit Brussel. Hij had in 1861 foto’s van schilderijen van de Vlaamse Primitieven gemaakt en in opdracht van de stad Antwerpen 300 opnames van stedelijke gebouwen, stadspoorten, dokken, kades, molens en kerken […]. Cuypers schreef aan [zijn vrouw] Antoinette over de foto’s: ‘zonder dat zoude ik nog meer dan een week moeten blijven om die honderd details op te nemen. Ik heb nu alle dimensies opgenomen en zal met eene photographie en enige afgietsels de zaak geheel en al kunnen afwerken. Het kost mij echter wel veel geld –ik durf het niet te schrijven’.*

De kost ging duidelijk voor de baat uit!

Grafmonument Engelbrecht I van Nassau Breda, historische foto, 1860-1864.
Het laatgotische grafmonument van Engelbrecht I van Nassau en Johanna van Polanen (circa 1505-1515) in de Grote Kerk van Breda werd door architect Pierre Cuypers, beeldhouwer Louis Royer en kunstkenner J.A. Alberdingk Thijm in 1860-1865 gerestaureerd. Historische opname van Edmond Fierlants circa 1865 (met dank aan Wies van Leeuwen*).

______________________

Dat moet geloond hebben, want vanaf 1862 heeft de firma Cuypers & Stoltzenberg een fotograaf op de loonlijst staan. Er werd met name een bestand opgebouwd van beeldmateriaal van gipsafgietselsels en -modellen die gebruikt werden in albums voor de handel. De koper kon hieruit een object kiezen dat vervolgens werd uitgevoerd in natuursteen. Na de liquidatie van Cuypers & Stoltzenberg in 1894 zal de opvolger, Cuypers & Co, onder Pierre en Joseph Cuypers, eveneens een verzameling van glasnegatieven opbouwen van werkstukken, tekeningen, modellen en voorwerpen.

Dit laatste sluit aan bij wat een van de ambassadeurs van de reddingsactie vertelde: de achterkleinzoon van de naamgever van het museum, Pierre M. Cuypers uit Bemmel, die nog in het Cuypershuis opgroeide, kan zich herinneren dat er dozen vol glasnegatieven waren. Toen de familie het complex verliet hebben ze alleen de glasnegatieven met portretten meegenomen en de rest achtergelaten. Tijdens de opening van de tentoonstelling kon hij daardoor nog enkele negatieven aan de collectie toevoegen. Terecht merkte hij toen op dat het niet alleen om de collectie van zijn overgrootvader gaat, maar ook om die van Joseph Cuypers. Dat wordt niet alleen bevestigd door het boek van Lidwien Schiphorst, maar ook door verschillende items die nu geëxposeerd zijn. Vooral de collectie heilig Hartbeelden trok mijn aandacht, omdat verschillende ervan door Joseph Cuypers zijn ontworpen. Ze laten zien dat hij koos voor de sterk gestileerde stijl die rond 1920 onder invloed van Jan Toorop het handelsmerk werd van de toen moderne katholieke kunst.

Met crowdfunding zal het mogelijk zijn om deze bijzondere collectie te redden. Doe hieraan mee en surf naar http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven om een donatie te doen. Alles is welkom!

Je kunt deze actie ook steunen door de link http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven te verspreiden via de sociale media en dergelijke.Vergeet dan vooral de hashtag #CuypersinBeeld niet, zodat ’t Cuypershuis jouw bericht kan doorzetten. De foto’s in de kop van dit artikel mogen daarvoor gebruikt worden. Als je denkt dat het werkt mag je ook dit artikel verder verspreiden: http://bit.ly/2hDGDLh.

Maar het liefst zie ik je bij de crowdfunding op http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen:

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 1 de stad in het klein, Res nova, Ohé en Laak 2007. | http://bit.ly/Cuypers4all
  • Leeuwen, A.J.C. van, P.J.H. Cuypers architect 1827-1921, Zwolle 2007.
  • Schiphorst, L.H.H.M., Een toevloed van werk, van wijd en zijd; de beginjaren van het Atelier Cuypers/Stolzenberg, Nijmegen 2004.

Beeldmateriaal

  • Uitnodiging van Cuypershuis om bij te dragen aan de redding van de glasnegatieven. Hierbij is gebruik gemaakt van een foto van het atelier, waar Cuypers zelf op staat, terwijl hij aanwijzigingen geeft aan een van zijn beeldhouwers met betrekking tot een Zouavenmonument.
  • Artikel over de reddingsactie van Adri Gorissen in Dagblad De Limburger van 19 november 2016. Te downloaden via deze link: http://bit.ly/2hqTR0a
  • Enkele foto’s van ’t Cuypershuis, waaruit blijkt hoe hard de reddingsactie nodig is.
  • Nazaat Pierre M. Cuypers voegt tijdens de opening van de tentoonstelling nog enkele glasnegatieven toe aan de collectie van ’t Cuypershuis. Foto bvhh.nu 2016.
  • Een van de glasnegatieven van Pierre M. Cuypers met zijn vader op de schoot van zijn overgrootvader, zijn grootvader links en zijn ooms staand. Herkomst Cuypershuis.
  • Ook de sociale media worden ingezet om de crowdfunding tot een succes te maken. Wie mee wil doen graag gebruik maken van de hashtag #CuypersinBeeld. Op de foto staan twee glasnegatieven die in deplorabele staat verkeren.
  • Enkele albums en folders met foto’s voor commercieel gebruik uit de tijd van Joseph Cuypers. Foto bvhh.nu 2016.
  • De firma Cuypers & Co had een ruim aanbod in verschillende soorten heilig Hartbeelden, waar een vrij grote markt voor bestond. Verschillende ervan zijn door Joseph Cuypers ontworpen.
  • Een van de meest intrigerende glasnegatieven uit de collectie betreft het maken van de mal voor het bronzen beeld van Jeroen Bosch op de markt in Den Bosch, van August Falise.
  • Foto van ’t Cuypershuis door fotograaf Peter Kessels. Herkomst Cuypershuis.

Dit artikel is tot stand gekomen in het kader van #CuypersinBeeld en #kerkverhalen. Het kan geciteerd worden als Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Reddingsactie Cuypers’ glasnegatieven’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/2hDGDLh (2016).

Je kunt deze actie verspreiden via de sociale media via de link http://bit.ly/2hDGDLh of http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven, onder vermelding van #CuypersinBeeld.

Annemiek Punt

Artikel #AnnemiekPunt klaar, @Glaskunst! Sublieme Thomas More in kathedraal Roermond, @ifthenisnow @EMFVerheggen

Een interessante uitdaging om een artikel te schrijven over een levende kunstenaar. De eerste ervaringen heb ik daarmee opgedaan in het Bavoboek, maar toen ging het erom om te laten zien hoe de eigentijdse kunstwerken zich verhouden tot het iconografische gedachtegoed dat bouwheer en architect inspireerde, toen ze de kathedraal ontwierpen. Nu gaat het om het positioneren van een persoon en haar oeuvre, vergelijkbaar met wat ik in De genade van de steiger heb gedaan. Na het gesprek wat ik met Annemiek Punt en Astrid Vroemesse heb gehad buitelen de ideeën door mijn hoofd. Omdat ik vrijwel altijd schrijf op mijn intuïtie, zal dat vast ook hier gebeuren. Ik ben benieuwd waar het me brengt.

Inmiddels is het artikel ingeleverd en zowel Joost de Wal, de eindredacteur van het boek, als de persoon om wie het tenslotte gaat, Annemiek Punt, is tevreden. De eerste vond het ‘een rijk en wijs verhaal’: ‘helder & compleet en logisch van opbouw’. De kunstenaar schreef me: ‘Erg indrukwekkend! Het is net of ik mezelf beter ken nu’. Dat laatste is heel mooi en kernachtig gezegd, want dat is wel wat er kan gebeuren als iemand bij wijze van spreken drie stappen naar achteren zet en jouw oeuvre bekijkt als deel van de geschiedenis. Of misschien beter, een geschiedenis, want iedereen heeft nu eenmaal als vertrekpunt zijn of haar visie op het verleden; hoe wetenschappelijk ook. En ja, je hebt het al in de gaten, ik werp met deze volzinnen ook wat rookgordijnen op, omdat ik op een plezierige manier verlegen ben met de complimenten.

Heb ik je nieuwsgierig gemaakt? Volg de wording van dit boek via Twitter. Je kunt er zelfs aan bijdragen door in je tweet de hashtag #APu16 te gebruiken.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2eoB83F

Pyrophotographie in #KunstinBreda

Om de diashow gedetailleerd te bekijken, druk op de pauzeknop en wandel er met de pijltjes doorheen.
________

Bij de inventarisatie van #KunstinBreda spoorde Marjanne Statema onder meer deze decoratieve ramen op in de trappenhal van Huize Liesbosch. Het werk is van een verzorgd, ambachtelijk karakter en behoort tot een type dat destijds standaard in dit soort gebouwen werd toegepast. In dit geval komen ze uit het atelier van de Gebroeders Wuisman, wier naam in een van de ramen staat. Een apart element vormen de fotoportretten van twee geestelijken die haarscherp in het glas zijn gebrand.

Op zich is de gewoonte om portretten op te nemen in glas in lood al vanaf de negentiende eeuw – internationaal – gebruikelijk. Meestal worden ze dan gecombineerd met heiligenfiguren, zoals onder meer blijkt uit het werk van firma’s als Heinrich Oidtmann (opgericht in 1857) in Linnich, circa 40 kilometer van Roermond in Duitsland, en Nicolas in Roermond (opgericht in 1855). Werden deze aanvankelijk ‘naturalistisch’ geschilderd, Oidtmann blijkt in 1870 een procedé ontwikkeld te hebben waarbij foto’s direct op glas afgedrukt konden worden: pyrophotographie of – in hedendaags Nederlands – pyrofotografie. In feite gaat het om een toen bejubelde vorm van massaproductie die zich niet beperkte tot bijbelse scenes, maar ook de mogelijkheid schiep om portretten op glas vast te leggen. Daar had Oidtmann aparte apparatuur voor ontwikkeld.

Of de Gebroeders Wuisman zelf hiervoor voorzieningen in het atelier hadden of dat dit werk uitbesteed werd aan een Duitse firma is niet duidelijk, maar in Breda is dit procedé ongetwijfeld toegepast. Wat het nog aparter maakt, is dat deze techniek voor een deel gecombineerd werd met glasschilderen, zoals te zien is bij de jas van de man rechts (dia 2). Ook bij gewone portretfoto’s gebeurde dat vaak. Aan deze twee voorbeelden in Breda kan een vrij nauwkeurige datering gehangen worden, omdat dit glas in de trappenhal vrijwel zeker uit de bouwtijd dateert (de uitbreiding onder architect Hubert van Groenendael, 1922). Als dat correct is zaten de gebroeders Wuisman op dat moment nog in Schiedam. Dat de portretten er niet later zijn ingezet blijkt uit de lijst die één geheel met de decoratie vormt. Ook al kwam dit type glas vroeger vrij vaak voor, er is in Breda nog maar een ander voorbeeld aangetroffen (zie hieronder naschrift 2).

De twee geestelijken die hier worden voorgesteld zijn pater Johannes Leo Dehon (1843 -1925) en een van zijn volgelingen. De een was de stichter van de congregatie, de ander waarschijnlijk de leidinggevende van het Grootseminarie dat hier door de Priestercongregatie van het Heilig Hart van Jezus in 1912 werd opgericht (achteraf blijkt dat anders te liggen, zoals blijkt uit het naschrift hieronder). Met de Latijnse tekst erboven houdt het tweetal de studenten die hier langs komen een paar van de belangrijkste stellingen van de congregatie voor:

  • Ecce Venio: Hier ben ik. Het betekent dat je er bent voor de ander, dat je bereid bent een ander bij te staan.
  • Sint Unum: Wees een met alle anderen. Dit betreft niet alleen de gemeenschapszin, maar ook de solidariteit.

Elders in de trappenhal zijn behalve enkele stichtelijke oneliners, de monastieke deugden weergegeven in symbolen en woorden: kuisheid, gehoorzaamheid, armoede en offervaardigheid. Ook voor de ornamenten geldt dat ze niet van hele hoge kunsthistorische waarde zijn, maar wel karakteristiek voor dit soort gebouwen en eveneens van een type waarvan al veel verdwenen is.

B.

Glas Huize Liesbosch, #KunstinBreda. Foto MStatema.nl 2014. Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Naschrift 1

Via de sociale media is de nodige respons gekomen op dit bericht. De meest informatieve reactie kwam van pastoor Henricus Jpt Broers die de rechterfiguur in dia 2 identificeerde als pater Andreas Prévot (1840-1913), een van de kopstukken van de congregatie.* De foto hieronder is niet zomaar letterlijk op het glas geprojecteerd, want daarna is de glasschilder aan het werk gezet om het portret te verouderen. Je maakt werkelijk van alles mee met #KunstinBreda! Overigens loopt voor beide voormannen van de congregatie, Dehon en Prévot, een proces tot zaligverklaring.

Pyrofotografie Huize Liesbosch #KunstinBreda pater Andreas Prevot, foto Henricus Jpt Broers
Pater Andreas Prévot (1840-1913). Foto: Henricus Jpt Broers 2016.

Naschrift 2

Inmiddels is een ander – tevens ouder – voorbeeld in Breda tevoorschijn gekomen, en wel in de Laurentiuskerk te Ulvenhout.

Pyrofotografie in de Laurentiuskerk Ulvenhout #KunstinBreda. Foto's MStatema.nl 2016.
Jacqueline de Grez Mahie is als ‘sponsor’ van het Laurentiusziekenhuis door middel van pyrofotografie in dit glas vereeuwigd. Firma Nicolas en Zonen 1912.

Graag neem ik hier de tekst over van de folder over de bijzondere collectie glazen in deze kerk:

  • ‘Drie ramen In 2011 in bruikleen gegeven door de Stichting Erfgoed de Grez-Mahie Breda. Herkomst kapel van het voormalige Laurensziekenhuis in het Ginneken. Met subsidie van het Prins Bernard Cultuurfonds Noord-Brabant werden de ramen in 2011 in de kerk passend gemaakt. De ramen werden in 1912 voor het ziekenhuis ontworpen bij de firma Frans Nicolas en Zonen. Links het offer van Abraham (Genesis 22) rechts het offer van Abraham aan de priester Melchisedech (Genesis 14) en in het midden de aanbidding van het Lam Gods (Openbaring 5). Links en rechts is het echtpaar De Grez-Mahie afgebeeld. Dankzij giften van de weduwe Jacqueline de Grez Mahie is in de periode vanaf 1910 tot 1917 een groot deel van de bouw van het Laurentiusgasthuis tot stand gekomen. Dit gasthuis was bestemd voor de ouden van dagen van Ulvenhout, Bavel en het Ginneken. Haar steenrijke man Jonkheer mr. Jan de Grez was eigenaar van Villa Valkrust in het Ginneken’.*

Dit is meer opzichten nieuws, want tot dusver was niet bekend dat ook de firma Nicolas pyrofotografie toepaste.


Bronnen
  • Met dank aan Sander van Daal zonder wie ik niet op het spoor was gekomen van Heinrich Oidtmann en de pyrophotographie, die naar hij vertelde ook aangeduid wordt als ‘Glasdruck’. Interessant was ook de sessie hierover met Sander van Daal en Atelier Nicolas (Sociaal Historisch Centrum Limburg te Maastricht) op de Facebookpagina van de laatste, op 14 juni 2016.
  • Oidtmann (lezing), H., en Th. Prümm (samenvatting), ‘Ueber Pyrophotographie’, Photographische Mitteilungen, Zeitschrift des Vereins zur Förderung der Photographie 6 (1870), pp. 88-94. | http://bit.ly/2egD4J5
  • Vogel, Hermann Wilhelm, Die chemischen Wirkungen des Lichts und die Photographie in ihrer Anwendung in Kunst, Wissenschaft und Industrie, Leipzig 1874, pp. 247-250 (Pyrophotographie). | http://bit.ly/2e4XiYL
  • Voor de Gebroeders Wuisman zie het interview met kees Wuisman junior (*1930), opgenomen in: Raaijmakers, Helma, Nettie Van Doorn, Paul Heye en Rinus Hoondert, 750 jaar geloofsgemeenschap H. Martinus, Religieus erfgoed Sint Martinus Princenhage, Princenhage 2011, pp. 39-40. Er dient dringend meer onderzoek naar dit atelier gedaan te worden.
  • Wikipedia, ‘Huize Liesbosch, op: wikiwand.com, http://bit.ly/2eccNOu, z.j.
  • Kreukels, Jo, ‘Sittard-Prevot’, op: meertens.knaw.nl|evernote, http://bit.ly/2e9Q56U (z.j.)
  • Laurentiuskerk Ulvenhout, Rondwandeling met plattegrond, z.pl., z.j. (Ulvenhout, circa 2008).
  • Nicolas en de pyrofotografie: vriendelijke mededeling van Dirk van de Leemput die bij het Sociaal Historisch Centrum van Limburg bezig is met het archief van de firma Nicolas en Max Weisman.

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Pyrophotographie in #KunstinBreda’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/2ewTUE8 (2016).

Verkorte link: http://bit.ly/2ewTUE8

Joseph Cuyperscollectie

Benieuwd waar dit over gaat? Klik op de afbeelding of op deze link.

Joseph Cuypers in De Limburger (11 februari 2016).

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo | 5 feb 2016

Het valt toch werkelijk niet altijd mee voor Joseph Cuypers. Zit je al met die zware schaduw van je vader, aan wie een groot deel van je oeuvre wordt toegeschreven, en dan wordt ook nog eens voortdurend je naam verhaspelt. Daar heb ik zelf nog aan meegedaan, zoals je kunt lezen in deze blog op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo: http://bit.ly/Facebook-nBavo-Jo.

Jos, Jos. of Joseph?

Het hele verhaal lezen? Surf dan naar: http://bit.ly/Facebook-nBavo-Jo.

Ben je geïnteresseerd in meer van dit soort blogs, ga dan naar ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo‘ op deze site.

O ja, en ik ben natuurlijk héél benieuwd of iemand die andere plaats in de kathedraal met bouwvaksymbolen kan vinden.

;-) B.1

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Zie ook What’s in a name: Jos, Jos. of Joseph? op deze site. 

Joseph Cuypers in De Limburger

Het zoemde in de pers over de nieuwe Bavo deze week. Enkele dagen geleden werd het nieuws bekend dat prinses Beatrix op 4 maart bij de afsluiting van de derde fase van de restauratie zal zijn. Dat was hét moment voor de stichting Kathedrale Basiliek om de schijnwerper op de nieuwe glazen van Jan Dibbets te richten, waarvan de laatste van de week op 9 februari zijn geplaatst.1 De blog die ik zo’n anderhalf jaar geleden over dit project schreef, heeft de afgelopen dagen opvallend veel bekijks gehad.2

Ondertussen heeft journalist Peter Janssen in De Limburger aandacht besteed aan het archief van Joseph Cuypers dat de nazaten in bewaring hebben gegeven aan het gemeentearchief in Roermond.3 De nieuwe Bavo komt hierin prominent aan de orde. Als voorbeeld van de ‘kathedraal vol potentie’ wordt het glas in lood van Dibbets, gemaakt door Glasatelier Hagemeier in Tilburg, hierin eveneens besproken.4

Het artikel vind je in het scherm hieronder. Om het makkelijk te lezen kun je het artikel vergroten met de knop in de werkbalk.

Joseph-Cuypers-De-Limburger-11-feb-2016-Peter-Janssen

Het proefschrift dat in deze tekst is vermeld, wordt voorbereid door Gert van Kleef, Cuyperskenner en oud-penningmeester van het Cuypersgenootschap.

Overigens is voor het project van Joseph Cuypers in Roermond aanvullende financiering nodig, dus ik ben bezig met de voorbereiding van een projectomschrijving waarmee het Cuypershuis fondsen gaat benaderen. Wie suggesties heeft …

Wordt vervolgd!

B.5
Monogram van Joseph Cuypers circa 1925 (bouwtekening nieuwe Bavo, Noord-Hollands Archief; foto BvHH 2014).


  1. Zie het bericht op de site van Van Hoogevest Architecten. 

  2. Zie ‘Jan Dibbets ontmoet Joseph Cuypers’. 

  3. Peter Janssen, ‘Joseph, de (nog) te onbekende zoon van Pierre Cuypers’, in De Limburger van 11 februari 2016. 

  4. Zie de site van Glasatelier Hagemeier. 

  5. Geïnteresseerd in het boek over de nieuwe Bavo? Ga dan naar de bestelpagina http://bit.ly/Bavo-Ao.
    Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1PHUJ7J. 

Archief Joseph Cuypers naar Roermond

De sociale media hebben er al vol van gestaan, dus hier op de website mag het nieuws over het archief van Joseph Cuypers zeker niet ontbreken.

Je kunt het bericht lezen op de site van If then is now via deze link. Dat is in ieder geval een aanrader voor smartphones, tablets en iPads.
Maar het is ook mogelijk om het in te kijken en te downloaden via het scherm hieronder. De downloadknop zit in de werkbalk rechts van de zoom.

Archief-2-Joseph-Cuypers-naar-Roermond-if-then-is-now

Ook voor dit project is een derde geldstroom nodig, dus wie nog tips voor fondsen heeft, kan dat mailen naar museum@roermond.nl of naar mij.

;-) B.
Lichtkroon van Joseph Cuypers in de Cuyperszaal van het Cuypershuis (foto Marij Coenen, 2014).

Verkorte link: http://bit.ly/1SlJIwW

Open monumentendag bij Galerie Mariska Dirkx

Open Monumentendag 12 en 13 september 2015, Galerie Mariska Dirkx in het atelier van de glazeniersfamilie Nicolas, Roermond.
Galerie Mariska Dirkx is gevestigd in het voormalige atelier van de glazeniersfamilie Nicolas te Roermond. Ook dit jaar doet ze weer mee aan de Open Monumentendag. Op de achtergrond van de foto is het raam Sjinderhannes van Joep Nicolas te zien, op de voorgrond een werk van zijn kleinzoon Diego Semprun Nicolas. Foto Marij Coenen 2014.

Komend weekend is het Open Monumentendag en dan draai ik zaterdag mee met glasspecialist Mariska Dirkx en beeldhouwer Dick van Wijk in het voormalige atelier van de glazeniersfamilie Nicolas in Roermond (start 11:00 uur, Wilhelminasingel 67, 6041 CH Roermond).

Wat ze zoal in petto hebben lees je in hun uitnodiging hieronder:

12 en 13 september aanstaande hebben veel mooie Monumenten in Roermond hun deuren gastvrij open gezet. Er hangt dan altijd een echte feestelijke sfeer in de stad en als het zonnetje er ook nog bij schijnt is het werkelijk een echte feestdag. Het is een dag vol leuke ontdekkingen en ontmoetingen.
Ook in ons atelier bruist het die dag van de geschiedenis en het ambacht in de kunst.
Sinds 1855 is dit pand al een kunstwerkplaats, waar nu nog immer veel kunstenaars en kunstminnenden elkaar ontmoeten.
Dick van Wijk werkt hier iedere dag aan zijn beelden en permanent komen hier geïnteresseerden voor de geschiedenis van atelier Nicolas en de nieuwe glaskunst van internationale professionele glaskunstenaars.

In het monumentenweekend geven wij met een heel team op onze locatie informatie over de kunst die gerelateerd is aan de geschiedenis van het voormalig atelier Nicolas.

Te zien zijn:

  • 2 grote gebrandschilderde ramen van Joep Nicolas
  • de geschiedenis van het inventariseren, en conserveren van de mooie cartons (ontwerptekeningen) van atelier Frans Nicolas
  • kunst en ambacht van de beelden van Dick van Wijk
  • restauratie atelier Restaura; zij restaureren kunstwerken voor vele musea, archeologen, en gemeenten
  • over textielrestauratie van gewaden, vaandels en vlaggen
  • informatie over “de genade van de steiger” : monumentale kerkelijke muurschilderkunst in het interbellum
  • ambacht en techniek van de eigentijdse glaskunst
  • en in het theehuis ziet U een leuke demonstratie over het werken voor de vlam om mooie glaskralen te maken.

Tijdens deze dagen zijn aanwezig:

  • Andrea Peeters en/of Dirk van de Leemput (cartons) Sociaal Historisch Centrum Maastricht
  • Doortje Lucassen (textielrestauratie) Sociaal Historisch Centrum Maastricht
  • Helma Helgers (glaskralen)
  • Bernadette van Hellenberg Hubar, kunsthistoricus ( De genade van de steiger)
  • en Dick en ik natuurlijk.

De koffie staat klaar en wij heten U allen van harte welkom.

De toegang is gratis zoals gewoonlijk in de galerie en het atelier dat in september en oktober weer alle weekenden geopend is.

Mocht U graag een aparte ontvangst met koffie en vla en een uitgebreide uitleg over de geschiedenis van het atelier willen hebben; dan graag van te voren reserveren bij Dick of Mariska.
Dit kan iedere dag van de week. De kosten zijn dan 7,50 euro p.p.

Hartelijke groet en tot ziens in Roermond,

Dick en Mariska


Nicolas, Derkinderen en Goudse glazen in de 'Genade van de steiger'.
Een deel van het stuk over Nicolas, Derkinderen en Goudse glazen in de ‘Genade van de steiger’.

Zelf geef ik uitleg aan de hand van mijn boek De genade van de steiger, waarin ik naast de schilderingen ook het glas-in-lood van Nicolas behandel. Het betreffende item is hier op de website opgenomen.
Misschien is er ook ruimte om nog wat te vertellen over de vernieuwende glazen van Joseph Cuypers in de nieuwe Bavo, waarover mijn volgende boek gaat.

Wie weet, zien we elkaar zaterdag!

B.

Grafmonument familie Cuypers te Roermond (2005)

Untitled Untitled
Pierre Cuypers op de leeftijd van 48 en 90 jaar.1

Terugblik

Mijn relatie met Cuypers startte in 1978, tijdens mijn afstudeeronderzoek naar de romaanse oostpartij van de Servaaskerk te Maastricht. Op dat moment was de hele uitmonstering op de koortravee en de apsis na, nog helemaal aanwezig en je kon de bouwgeschiedenis niet doorgronden, zonder je eerst door de ingrepen van Cuypers heen te werken. Aanvankelijk vol weerzin tegen die negentiende-eeuwse, ‘vertroebelende’ laag, groeide lopende het project waardering en bewondering voor de kennis van deze architect en zijn twee kompanen, Victor de Stuers en Jozef Alberdingk Thijm. Dat was het begin van een avontuur dat leidde tot de oprichting van het Cuypersgenootschap in 1984 en mijn promotie in 1995. Met het onderzoek naar de nieuwe Bavo dat in 2013 een aanvang nam, heb ik mijn fascinatie voor deze bouwmeester overgedragen op zijn zoon, Joseph Th.J. Cuypers.

Na mijn proefschrift over het programma van de voorgevel van het Rijksmuseum heb ik een aantal onderzoeken verricht die interessant zijn om Cuypers senior beter te leren kennen. Die kun je bekijken en downloaden via Cuypers4all. Hieronder vind je een samenvatting van de publicatie over zijn grafmonument in Roermond.2 In een later stadium zal een item volgen over het onderzoek naar zijn huis en tevens atelier, het huidige Cuypershuis te Roermond. Daarin komt vooral zijn vernieuwende karakter naar voren in een werkomgeving met stoommachines en in een comfortabele woonplek met een van de eerste waterclosets (toilet) in Nederland. Tot slot komt een aantal verhalen uit de Cuyperscode aan de orde die een tipje van de persoonlijke sluier oplichten. De collectie Cuyperiana is inmiddels ook aangevuld met verhalen over Joseph Cuypers. Maar nu eerst naar het begin en het einde, de alfa en de omega: de grafkapel van en voor de familie Cuypers.

Op Allerzielen 2 november 2006 is het herstelde grafmonument van Pierre J.H. Cuypers door de bisschop van Roermond, monseigneur Frans Wiertz, na een mis in de grafkapel van de bisschoppen, plechtig ingewijd als slotceremonieel van de restauratie. De campagne werd voorbereid en begeleid door Res nova (cultuurhistorisch onderzoek, sponsoring, subsidie- en fondsenwerving, vergunningentraject, draagvlakverbreding en directie werkzaamheden) in samenwerking met architect Hans Coppen en aannemer Tom Loven te Roermond. Beeldhouwer Ton Mooy verzorgde de vier nieuwe beelden voor het monument. Als slotstuk van de restauratie zijn de vier vervangen beelden geconserveerd en overgedragen aan het stedelijk museum ‘Het Cuypershuis’ te Roermond. Voor dit werk tekende restaurateur Adriaan van Rossum. Het bestuur van de Stichting Restauratie Grafmonument dr P.J.H. Cuypers heeft na de voltooiing van de restauratie het monument overhandigd aan de familie Cuypers die voor verder gebruik en beheer zorg zal dragen.3

Grafmonument Cuypers met het ontbrekende beeld. Foto: Jan Straus
Het ontbrekende beeld op het grafmonument met links Cecilia en rechts Petrus.

Het meest spannende onderdeel van de restauratie was de reconstructie van het ontbrekende beeld. Uit onderzoek bleek dat dit geïdentificeerd kon worden als Johannes de Evangelist. Hij verwijst niet alleen naar de vader van Cuypers die als oudste familielid in het graf is bijgezet, maar ook naar het visioen van het hemelse Jeruzalem dat Cuypers als symbool beschouwde van de volmaakte architectuur. Een korte samenvatting van het onderzoek is in 2005 ten behoeve van de fondsenwerving onder de titel ‘Tussen tijd en eeuwigheid’ uitgebracht en hieronder overgenomen. De afbeeldingen van het grafmonument hierin zijn van vóór de restauratie. Het hoofdrapport met de waardenstelling kan overigens gedownload worden via deze link.

Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Johannes de Evangelist. Foto 2005 Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Petrus en Catharina. Foto 2005 Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Cecilia en Catharina. Foto 2015.
Het nieuwe beeld Johannes, het meer vrij gekopieerde beeld Petrus en de gereproduceerde beelden Cecilia en Catharina (van links naar rechts).

Tussen tijd en eeuwigheid

Begraven, maar niet vergeten!

Architect dr Pierre Cuypers (bekend van onder meer het Rijksmuseum en het Centraal station in Amsterdam) ligt begraven op ‘d’n Aje Kirkhoaf’ in Roermond. Het grafmonument, waar ook andere leden van zijn familie hun laatste rustplaats hebben, en het ontwerp van de begraafplaats zelf zijn beide van zijn hand en hebben sinds enkele jaren de status van rijksmonument.

Wie was Pierre Cuypers?

Pierre Cuypers werd in Roermond geboren op 16 mei 1827. Na het stedelijk gymnasium ging hij in 1844 naar de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen om zich te ontwikkelen als architect en allround ontwerper op het gebied van de toegepaste kunsten. In 1849 keerde hij terug naar Roermond, bekroond met de prix d’excellence. Een jaar later stelde de gemeente hem aan als stadsarchitect, terwijl hij door de bisschop van Roermond belast werd met de restauratie van de Munsterkerk.

Vanaf het begin maakte Cuypers naam met wat we kortweg als neogotiek aanduiden: hij ontwikkelde een eigentijdse stijl, waarbij hij elementen uit de Europese gotiek combineerde met inheemse motieven en materialen. Met name baksteen was favoriet. In Antwerpen waren de angry young men van de Academie te hoop gelopen tegen de bepleisterde schijnarchitectuur. In plaats daarvan werd ‘kale’ baksteen gebruikt: eerlijk en duurzaam materiaal dat op dat moment echter een armoedige reputatie had. Door dit te combineren met verfijnde metseltechnieken en toe te passen in verschillende kleurschakeringen, wist Cuypers de markt te interesseren voor zijn nieuwe manier van bouwen. Op den duur slaagde hij er zo in om een eigen ‘nationaal’ gezicht te geven aan internationale stromingen als de neogotiek en de neorenaissance.

Cuypers' huis en werkplaatsen te Roermond circa 1900.
Avant garde-architectuur van 1853: het woonhuis met de werkplaatsen te Roermond.

Zijn middeleeuws aandoende stijl, waarmee Cuypers teruggreep op de inheemse bouwtradities, was toentertijd zeer modern. Het complex van zijn eigen woonhuis en enkele werkplaatsen (tegenwoordig het Cuypershuis van Roermond) gold bij oplevering in 1853 als een avant-gardistisch visitekaartje van het architectenbureau en de kunstwerkplaatsen van Cuypers.

In 1850 trouwde Cuypers met de Antwerpse modiste Rosalie van de Vin. Zij overleed echter in 1855, kort na de dood van hun tweede dochtertje. In 1858 hertrouwde hij met Antoinette, de jongste zus van de Amsterdamse koopman en publicist Joseph Alberdingk Thijm, een goede vriend van Cuypers. Nenny, zoals zij in huiselijke kring heette, en Pierre kregen vijf kinderen waarvan zoon Joseph zelf ook een bekend architect werd. Beide echtgenotes en Joseph en zijn vrouw Delphine zijn bijgezet in het familiegraf in Roermond.

Voor de verdere ontwikkeling van architectenbureau Cuypers is zijn succes als ‘netwerker’ bijzonder belangrijk. In 1853 werd de kerkelijke hiërarchie hersteld in Nederland, hetgeen betekende dat de katholieke kerk zich als organisatie in het land mocht vestigen. Het gevolg was dat de paus met goedkeuring van de Nederlandse staat overging tot de oprichting van nieuwe bisdommen, van waaruit over heel Nederland nieuwe parochies werden gesticht. Dit luidde een hausse in de kerkenbouw in. Cuypers was samen met zijn compagnon Frans Stoltzenberg juist in 1853 van start gegaan met hun atelier voor christelijke kunst en had zich in Antwerpen al bekwaamd in de neogotische kerkenbouw. De timing om deze nieuwe markt te veroveren, was dus perfect.

De Willibrordus-buiten-de-Veste te Amsterdam, ontworpen door Cuypers (1864-1866) en voltooid door Joseph Th.J. Cuypers in 1897 en 1923.
De Willibrordus-buiten-de-Veste, ontworpen door Pierre Cuypers (1864-1866). Van de hoge torens van deze zogenaamde Kathedraal van Amsterdam, werd uiteindelijk alleen die op de viering uitgevoerd, en wel door Joseph Cuypers. De kerk is gesloopt in 1970.

In 1863 verhuisde Cuypers zijn architectenbureau naar Amsterdam, waar ‘het’ immers allemaal gebeurde. Mede door zijn functie als lid van het College van Rijksadviseurs voor de Monumenten van Geschiedenis en Kunst en zijn relatie met Victor de Stuers kreeg Cuypers de opdrachten voor het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam alsmede vele restauratieopdrachten.

Ook bij deze prestigieuze opdrachten paste Cuypers consequent baksteen als bouwmateriaal toe. Voor het Rijksmuseum liet hij zelfs een speciaal formaat ontwikkelen. Geen wonder dat zowel de vereniging van baksteenfabrikanten als de Nederlandse aannemersvereniging Cuypers huldigde bij verschillende jubilea. Doordat hij als voortrekker het traditionele bouwvak in ere had hersteld, was het spin-off effect van zijn praktijk voor zowel de ene als de andere bedrijfstak aanzienlijk.

Behalve als architect was Cuypers actief als politicus in de gemeenteraad van Amsterdam en Roermond en richtte hij een van de eerste werkgeversorganisaties in Nederland op.

Stadsplattegrond van Roermond uit 1902.
Stadsplattegrond van Roermond uit 1902: de clustering van gebouwen op het snijpunt van de wegen linksonder betreft het complex van de Kapel in het Zand. Aan de weg die naar het zuiden loopt, ligt de entree tot het kerkhof.

De begraafplaats ‘d’n Aje Kirkhoaf’ in Roermond

In de negentiende eeuw maakte de dood meer deel uit van het dagelijkse leven dan vandaag de dag. De frequentie waarmee men familie en vrienden verloor was relatief hoog ten gevolge van een verhoudingsgewijs laag peil van de kraam- en algemene gezondheidszorg. De positie die men bij leven had moest ook zichtbaar zijn na de dood. Graven waren statussymbolen, waarbij families elkaar de loef af wilden steken met de fraaiste monumenten. De laatste rustplaats werd het middelpunt van architectonische, beeldhouwkundige en sierijzeren hoogstandjes. Zo bevindt zich op het kerkhof in Roermond neogotische (graf)kunst van hoge kwaliteit in een parkachtige omgeving.

De ‘Aje Kirkhoaf’ is een van de oudste algemene begraafplaatsen in Nederland en kent een strikte scheiding van de diverse geloofsovertuigingen, zoals die in Nederland vanaf het eind van de achttiende eeuw voor dodenakkers werd doorgevoerd. Naast de indeling in religie is er op het kerkhof ook een duidelijk onderscheid in vier klassen. In de eerste klasse lieten de rijken zich begraven in “eeuwigdurende graven”, met monumentale opbouwen en indrukwekkende grafkelders. De tweede en derde klasse bestonden uit huurgraven, de vierde klasse was bedoeld voor de armste bewoners.

Deze indeling is van de hand van Cuypers, die als stadsarchitect in 1858 de begraafplaats opnieuw inrichtte. Toen ontstond ook het lineaire karakter van het kerkhof en de aandacht voor de beplanting. Inrichting en beplanting van de begraafplaats zijn belangrijk om bezoekers in de juiste sfeer te brengen. Cuypers en zijn tijdgenoten deelden de romantische visie dat de weemoed op een kerkhof een brug sloeg tussen hemel en aarde.

Cuypers gerestaureerd grafmonument aan de voet van de bisschoppelijke Grafkapel. Foto: Jan Straus
Het grafmonument van P.J.H. Cuypers ligt aan het koor van de bisschoppelijke Grafkapel. Deze symbolisch zeer belangrijke locatie zorgt ervoor dat zijn status tot het einde der tijden is verzekerd.

Cuypers’ boodschap

Het versleutelen van boodschappen in de kunst door middel van symbolen is iets van alle tijden. Bij Cuypers kan men deze ontcijferen, omdat zijn beeldentaal geënt was op een brede onderstroom van collectief bewustzijn die sterk bepaald was door het katholieke geloof. Dit kent een schat aan metaforen rond het thema ‘dood en verrijzenis’. Het kerkhof wordt beschouwd als het vertrekpunt naar het paradijs. Dit paradijs wordt gevonden in de heilige Stad, het hemels Jeruzalem dat de evangelist Johannes in de Openbaringen heeft beschreven. Deze stad staat symbool voor de katholieke maatschappij met haar heilige ordening in rangen en standen, die op haar beurt weer is ingebed in de indeling van het kerkhof. Maar dit hemelse Jeruzalem wordt ook zichtbaar gemaakt door middel van architectuur, beelden, schilderingen, (edel)smeedkunst en glas-in-lood in het aardse kerkgebouw dat als een voorafspiegeling van de Goddelijke stad geldt. Elementen als deze vormen de kern van Cuypers’ gedachtegoed, waarin de architect een rijke middeleeuwse symboliek en de rituelen van het katholieke geloof versleutelde.

Naast het thema van het hemels Jeruzalem, speelde het lijdensmotief een toonaangevende rol: het centrale ritueel in het katholieke geloof bestaat uit de eucharistie, het ‘Heilig Sacrament des Altaars’, waarbij het bloedige lijden en sterven van Christus op onbloedige wijze wordt herdacht. Daarom bevat elk altaar een kleine holte: het sepulchrum, dat een verwijzing vormt naar het graf van Christus. Iedere kerk was zo tevens de grafkerk van Christus en verwees als zodanig naar de Grafkerk bij uitstek in Jeruzalem. Dit gebouw, opgetrokken boven het lege graf van Christus (Jezus is herrezen), vormt – hoe kan het ook anders – een christelijk icoon van klasse.

Grafmonument Cuypers met de leeuw als symbool van Marcus. Grafmonument Cuypers met de os als symbool van Lucas. Grafmonument Cuypers met de adelaar als symbool van Johannes. Grafmonument Cuypers met de mens als symbool van Mattheus.
De vier evangelistensymbolen in de hoeken van het randschrift rondom de zerk en de gedenkpijler: de leeuw van Marcus, de os van Lucas, de adelaar van Johannes en de engel of mens van Mattheus.

Beide thema’s herkende Cuypers op goede gronden in de middeleeuwse Munsterkerk te Roermond. Toen hij dan ook in 1887 opdracht kreeg om een bisschoppelijke Grafkapel op ‘d’n Aje Kirkhoaf’ te ontwerpen, greep hij terug op dit model. Cuypers was waarschijnlijk al in 1858, ten tijde van de herinrichting van het kerkhof, op de hoogte van de geoormerkte positie van die grafkapel en heeft deze voorkennis gebruikt bij de bepaling van de locatie van zijn eigen graf. Als voorafbeelding van het hemels Jeruzalem, wordt de begraafplaats als het ware tot een microkosmos van de maatschappij. Het centrum van deze microkosmos wordt gevormd door de bisschoppelijke Grafkapel. Door deze symboliek plaatste Cuypers zijn graf zowel ín het hemels Jeruzalem als in de directe nabijheid van deze heilige Stad.

Grafmonument Cuypers voor de restauratie. Foto: Jan Straus
Het grafmonument van dr Pierre J.H. Cuypers te Roermond voor de restauratie (Foto: Jan Straus)

Het grafmonument van de familie Cuypers

Locatie en oriëntatie óp de begraafplaats waren van essentieel belang. Direct na de voltooiing van de werkzaamheden in 1858 wist Pierre Cuypers een vergunning te verkrijgen voor de bouw van een grafkelder op een prominente positie, in de directe nabijheid van de dertig jaar later door hem gebouwde bisschoppelijke Grafkapel.

Het grafmonument is één van de meest opvallende gedenktekens op het kerkhof. Zij geldt als eerbetoon aan zijn overleden familieleden en uiteindelijk ook voor Cuypers zelf. Het monument bestaat uit twee zerken en een grootse gedenkpijler. Op de sokkel, voorzien van de namen van de in het graf gelegen personen, is een opbouw met vier elegante heiligenfiguren geplaatst. De neogotische vormentaal van het geheel is kenmerkend voor de tweede helft van de negentiende eeuw. Het is bovendien de ‘taal’ die Cuypers gedurende zijn carrière vervolmaakte en op grote schaal toepaste.

De grafzerk van Rosa dateert van 1858 en is ontworpen in middeleeuwse stijl. Inspiratiebron hiervoor was de zerk die Cuypers vriend, geestverwant en latere zwager, Josef Alberdingk Thijm in 1855 voor de laatste rustplaats van zijn familie ontwierp. Rosa staat als het ware in een gotische kerk – verwijzing naar het hemels Jeruzalem – en is omringd door de vier evangelistensymbolen die aan ‘den ingang der poorte van het huis des Heere’ staan.

Grafmonument Cuypers voor de restauratie met de zerk van Rosa. Foto: Jan Straus
De zerk van Cuypers’ eerste vrouw, Rosa van de Vin.

De gedenkpijler, waartoe ook vier heiligenbeelden behoren, is ontstaan na de dood van Cuypers’ tweede vrouw, in 1898. De heiligen Cecilia en Catharina zijn beide verwijzingen naar Nenny; Cecilia als patrones van de muziek, Catharina als naamheilige. Beide figuren keren ook terug op een piano die Cuypers als verlovingsgeschenk aan zijn jonge vrouw had geschonken. Petrus is niet alleen afgebeeld als de naamheilige van Pierre Cuypers, maar ook als de drager van de sleutels die toegang bieden tot de poorten van de hemel, de heilige Stad. Verder was Petrus de eerste bisschop van Rome en staat hij dus symbool voor de aardse kerk.

Het vierde beeld, dat met moeite geïdentificeerd kon worden, is Johannes. Hij kreeg niet alleen een plaats als naamheilige van de vader van Cuypers, maar vooral als Johannes de evangelist die het hemels Jeruzalem in zijn visioen heeft gezien. Hij is op het grafmonument zo geplaatst dat hij kijkt naar de bisschoppelijke Grafkapel, de aardse voorafspiegeling van het hemels Jeruzalem.

Grafmonument Cuypers Mariasymbool roos op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool maarts viooltje op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool maarts viooltje op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool roos op hoek baldakijn.
De hoeken van de baldakijnen boven de vier heiligen zijn gesierd met bloemen die terug te voeren zijn tot de roos en het maarts viooltje: beide behoren tot de Mariasymbolen

Tot in details als de bloemmotieven toe werkt de symboliek door. De associatie van bloemen, hiernamaals en verrijzenis is al zo oud als de prehistorie. De rol van de bloemen in de grafcultus wordt op prachtige wijze door Cuypers verwoord, wanneer hij zijn zoon Joseph na een bezoek aan het graf van Nenny schrijft: ‘Wat is verwonderlijk hoe fraai de bloemen blijven op Moeders graf. Er zijn rozenknoppen die voortdurend ontluiken. Het groen is zoo frisch of ’t slechts eenige uren aan de stam onttrokken is -‘. Dit thema lijkt vertaald te zijn in de stenen rozen aan de baldakijnen die in een eeuwigdurend ontluiken zijn verstild.

Met de restauratie van het monumenten zijn de graven geschud en de beenderen verzameld. Rustend tussen zijn beide vrouwen is Cuypers op 2 november 2006 opnieuw ten grave gelegd in de crypte die hij voor zijn familie had bestemd. Dona eis requiem sempiternam.

Mozaïek van Cuypers: de vloer van het koor van de Munsterkerk.
Mozaïek van Cuypers de vloer van het koor van de Munsterkerk met het Benedicite.

B.4

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Deze en andere foto’s in dit item zijn ontleend aan het onderzoek over het grafmonument → Cuypers4all

  2. Dit is uitgevoerd in nauwe samenwerking met drs Don Rackham van DR Erfgoed. 

  3. Tijdens de restauratie werden de belangen van de familie behartigd door met name drs Pierre Cuypers uit Bemmel. 

  4. Terugblikkend op dit project was niet alleen de restauratie op zich een heel avontuur: het bleek ook een hele uitdaging om uit de specialistische tekst van het rapport een eenvoudige leesbare brochure te destilleren. Hier mag niet onvermeld blijven dat mijn co-onderzoeker, Don Rackham, de collegiale toets verrichtte en drs Roland Bruynesteyn MBA mij hielp met het verder vereenvoudigen van de tekst en de redactie op zich nam. Bij dit project voerde de laatste ook de fondsenwerving uit et cetera namens het bestuur van de restauratiestichting.

    De verkorte link van deze webpagina is http://bit.ly/1PHUGJ4. 

Tweemaal lezing ‘Genade van de steiger’

Op 13 april aanstaande houd ik een lezing voor de kring Maastricht van Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap en op 22 april voor de stichting RURA te Roermond. Hieronder vind je de aankondiging!


Lezing 'Genade van de Steiger': F.H. Bach in de Juvenaatskapel te Maastricht (1922-1927).
Een van de schilderingen van F.H. Bach in de Juvenaatskapel te Maastricht (1922-1927). Foto: Beeldbank RCEPixelpolder.

Bernadette van Hellenberg Hubar,
De genade van de steiger, monumentale schilderkunst in het interbellum (met een accent op Maastrichtse voorbeelden)
Lezing voor de kring Maastricht van LGOG
13 april 2015.1

De genade van de steiger, monumentale schilderkunst in het interbellum (met een accent op Roermondse voorbeelden)
Lezing voor de stichting RURA te Roermond
22 april 2015.2

Algemeen — De lezing gaat over het onderzoek naar monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, dat in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werd uitgevoerd. Dit resulteerde in het eerste boek over dit onderwerp: De genade van de steiger. De titel reflecteert de worsteling van de kunstenaar die in allerlei houdingen hoog op de steiger zijn werk uitvoert en in zijn hoofd een berekening moet maken van hoe dit er vanaf de grond uit komt te zien. Een beetje genade was daarbij onmisbaar.

Over monumentale schilderkunst uit de twintigste eeuw was nauwelijks iets bekend: niet alleen strikt genomen wat betreft de jaren twintig en dertig, maar ook over de aanloop vanaf circa 1900 en de nasleep na 1940. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed constateerde dat het gesignaleerde hiaat dit segment van de kerkelijke kunst onzichtbaar dreigde te maken. De geïnitieerde inhaalslag heeft er toe geleid dat er veel relevante informatie beschikbaar is gekomen voor het beheer en behoud van dit type erfgoed. Dat blijkt op verschillende niveaus opportuun te zijn.

Maastricht — Zo is in Maastricht onlangs de enige muurschildering van Henri Jonas – in de Koepelkerk – gerestaureerd door de SRAL (Stichting Restauratie Atelier Limburg).3 Minder goed is het gesteld met het werk van Jan Grégoire en Jaap Mes in de Lambertuskerk, terwijl de leegstand van het vroegere juvenaat van de broeders Maastricht het nodige doet vrezen voor de schilderingen van F.H. Bach. Daartegenover staat weer het werk van Harrie Schoonbrood en Eugène Laudy in de Hubertuskerk dat ondanks de herbestemming van het gebouw tot sportschool ongemoeid bleef.4

Roermond — Wat betreft Roermond is het met name de figuur van Joseph Th.J. Cuypers die centraal staat, de zoon van de architect van het Cuypershuis en het Rijksmuseum, Pierre J.H. Cuypers. Niet alleen probeerde Joseph Cuypers professioneel opgeleid kerkschilders als Joan Collette aan de kunstwerkplaatsen te verbinden, maar ook – hoewel hij het aanbod afsloeg – een autodidact als Joep Nicolas. Overigens komt een van de ontdekkingen van het onderzoek, Augustijn Hermans, zelf uit de stal van de Roermondse werkplaatsen.

Personalia — Bernadette van Hellenberg Hubar (1956) houdt zich vanaf de jaren ’80 bezig met monumentale kunst, onder meer als onderdeel van het oeuvre van de architectenfamilie Cuypers. Zij promoveerde op het proefschrift Arbeid & Bezieling, over de esthetica van Pierre J.H. Cuypers, Joseph A. Alberdingk Thijm en Victor E.L. de Stuers, zoals uitgedrukt in de voorgevel van het Rijksmuseum. Op dit moment is ze bezig met een boek over de nieuwe Bavokathedraal te Haarlem (1895-1930), een werk van Joseph Th.J. Cuypers.5

Lezing: Joseph Cuypers | Cuypers & Co, Gewelfschildering in de kapel van kasteel De Haar , circa 1917.
Joseph Cuypers | Cuypers & Co, Gewelfschildering in de kapel van kasteel De Haar (circa 1917). De gewelven in deze kapel zijn uiteindelijk niet voltooid en in 1926 verwijderd. Ook de schilderingen zijn dus verdwenen. Ik heb dit ontwerp van Joseph Cuypers geanalyseerd in mijn boek ‘De genade van de steiger’. Met dank aan Jacqueline Heijenbrok van De Fabryck6

De genade van de steiger kan rechtstreeks besteld worden bij de Walburg Pers.

_________________________________

Voetnoten:


  1. Locatie en tijdstip: Stayokay, Maasboulevard 10, 6211 JW Maastricht om 19:45 uur. 

  2. Locatie en tijdstip: Forum te Maasniel, inloop vanaf 19.15 uur, start om 19.30 uur. 

  3. Zie het fragment op deze site via http://wp.me/P4eh3s-1ms. 

  4. Voor meer informatie over dit laatste voorbeeld zie http://wp.me/p4eh3s-fU

  5. Voor Arbeid & Bezieling volg deze link, voor de nieuwe Bavo deze. De verkorte link van de onderhavige blogpost is http://wp.me/p4eh3s-1BO

  6. Hubar, De genade van de steiger, pp. 229-230. Jacqueline Heijenbrok, Guido Steenmeijer, Katrien Timmers, Wat een weelde. Tien eeuwen Kasteel de Haar, Zwolle-Amersfoort 2013, p.391.

    → Door naar De genade van de steiger

Beveiligd: Cuypers’ huis als tempel der kunst

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Vul het wachtwoord hieronder in om hem te kunnen bekijken: