Apsis kathedraal krijgt nieuwe schildering

Een interessant artikel in het blad van het bisdom Rotterdam Tussenbeide met een interview met projectleider Hans Beijersbergen. Het geeft een aardige indruk van hoe dit initiatief zich ontwikkelde en waar we op dit moment staan. Mooi om het werk van Kees (C.A.) Dunselman uit de vergetelheid te mogen halen.

Konings, Ted., Apsis kathedraal krijgt nieuwe schildering. (bit.ly)

Wil je een doorzoekbare versie van de pdf, volg dan deze link: http://bit.ly/2vuuwqX

B.

Jan Dunselman, Eerste statie van de kruisweg in de Laurentius-Elisabethkathedraal van Rotterdam (1916-1925). Foto bvhh nu. 2017.

 


Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2ujFosP
Terug naar de hoofdpagina!

Mirror ‘De kerk als buit’ bij @ifthenisnow

Tweet mirror de kerk als buit ifthenisnow. Collage bvhh.nu 2016

De opzet van de mirrors van if then is now is ideaal om te laten zien hoe actueel ’t verleden is. Dat wordt ook duidelijk uit mijn eersteling die je kunt vinden onder deze link: http://bit.ly/2g4EuZd.

Behoorlijk confronterend, zeker als je bedenkt dat vorige week in de pers stond dat de inventaris van mijn oude parochiekerk in Tilburg – Margarita Maria Alacoque (1922) – momenteel verscheept wordt naar Polen.

Ondertussen heb ik een kleine hommage gebracht aan Wies van Leeuwen die in 1985 de sloop van de Dominicuskerk van Pierre J.H. Cuypers in Alkmaar documenteerde en het Cuypershuis in Roermond, waar spolia van dit monument tentoongesteld worden.

Ga het lezen, ga het zien!

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract

Fatimahuis Weert. Marij Coenen, mei 2016.
Het Fatimaraam van Charles Eyck in het Fatimahuis (voorheen de Fatimakerk) te Weert, uit 1957. Als Eyck de figuren had weggelaten, zou het glas niets aan zeggingskracht hebben ingeboet. Het bleek niet eenvoudig om een begaanbaar pad te kiezen tussen figuratief, decoratief of abstract in de na-oorlogse kerkelijke kunst. Foto Marij Coenen, mei 2016.

_______________

Na de Tweede Wereldoorlog pakten de kunstenaars vrijwel allemaal hun figuratieve stijl op van voor 1940. Maar de nieuwe abstracte kunst drong op. Wat betekende dit voor de kerkelijke kunst? 

Je zou denken dat dit een theoretisch probleem is, maar dat is allerminst het geval. Los van hoe dit de kunstenaars aan het hart ging, heeft dit consequenties voor hoe wij hun werk waarderen. En dat heeft weer gevolgen voor het toekomstige lot van de fysieke objecten.

Zoals ik in de mirror* ‘De kerk als buit’ heb uitgelegd, zullen de komende jaren veel – erg veel – kerkgebouwen gesloten worden.* En waar blijft dan de uitmonstering? Sterker nog, in hoeverre zijn die inrichtingen geïnventariseerd of gewaardeerd? Want als we als maatschappij willen besluiten welke kerken wel of niet behouden blijven, tellen de uitmonsteringen natuurlijk mee. Dat betekent registreren wat je in huis hebt en de waarden daarvan vaststellen. Dat laatste kan alleen als we voldoende weten van de kunst in kwestie. Op dit gebied bestaat echter een behoorlijk grote kennisleemte die onder meer ontstaan is, doordat kunsthistorisch Nederland lange tijd alleen oog had voor de avant-gardekunst. Maar er is heel wat meer gemaakt tijdens de wederopbouw en de daarop volgende decennia.

In Breda hebben ze op deze problematiek een voorschot genomen met het project #KunstinBreda, waarover ik eerder al enkele blogs schreef. De afgelopen maanden ben ik bezig geweest met de waardering van een groot aantal religieuze kunstwerken in kerken, publieke gebouwen en de openbare ruimte. Een behoorlijk groot aantal hiervan dateert uit de periode 1935-1965, de tijdspanne waarover dit thema in het bijzonder gaat. In de jaren 1930 was het barok expressionisme wat de klok sloeg, zoals ik heb uitgelegd in het item over het wegkruis van Leen Douwes. Veel kunstenaars zetten dit voort na de oorlog, waardoor nog tot in de jaren zestig hiervan voorbeelden zijn te zien, zoals het tableau van Joep Nicolas in de Koninklijke Militaire Academie van Breda (1964). Daarnaast had je onder de glaskunstenaars de sterke invloed van Heinrich Campendonk, hoogleraar aan de Rijksacademie in Amsterdam, wiens invloed in naoorlogs Breda onder meer doorwerkte via het oeuvre van Marius de Leeuw, Jan Dijker en Gerrit de Morée. Met name hier zie je dat manoeuvreren met de kool en de geit tussen figuratief, decoratief of abstract.* Collega-onderzoeker Monique Dickhaut, bezig met een promotieonderzoek naar naoorlogse Limburgse kunst, wees me erop dat veel van wat als abstract gepresenteerd werd in feite decoratief was.* Zelf viel me op dat veel van wat abstract wordt genoemd vanzelf weer figuratief wordt – of lijkt te worden – als gevolg van de spontane mimesis. Ik zal dit hieronder toelichten, maar hier kan al opgemerkt worden dat je in beide gevallen zou kunnen spreken van een ontsnappingsclausule. Dat had niet alleen met esthetische of maatschappelijke vraagstukken te maken – figuratief werd op een bepaald moment geassocieerd met het realisme van de totalitaire staten – maar ook, of liever opnieuw met de kerk.

De kerk en de kunst: figuratief, decoratief of abstract

Wie meer over de strijd van de kerk tegen de moderne kunst wil weten moet het boeiende artikel lezen van Jos Pouls, ‘Tussen Rome en Parijs’.* Hierin bespreekt hij onder meer de reuring rond de eerste tentoonstelling over moderne kerkelijke kunst in Nederland in het Van Abbemuseum in 1951. Onder het motto dat Nederland wakker geschud moest worden, had Edy de Wilde deze overgenomen van Musee d’Art Moderne in Parijs. Dat wakker schudden lukte, want heel Nederland kwam er op af. Niemand die ook maar iets met kerkelijke kunst te maken had ontbrak. Was het dan zo schokkend wat er was te zien? Vandaag zouden we zeggen van niet – gelet op de expressionistische en kubistische signatuur – maar toen bleek het een graadmeter te zijn voor wat de Kerk (met een hoofdletter) accepteerde.


Kort en goed was er nauwelijks iets veranderd ten opzichte van de situatie van voor de oorlog, ook al was de sterke vernieuwingsbeweging vanuit Frankrijk – waarvan de bovenstaande diaserie een indruk geeft – evenmin te stuiten. Ik heb de belangrijkste jaartallen aan de hand van Pouls in een kroniek gerangschikt.* Wat blijkt als we ze langslopen:

  • 1920 | De veroordeling van de expressionistische kruisweg van Albert Servaes (hierover vertelde ik al iets bij het wegkruis van Leen Douwes). De waardigheid van Christus was in het geding.
  • 1931 | De veroordeling van de tentoonstelling van expressionistische moderne religieuze kunst in Essen als ‘arte blasfema’: met name de vertekening en misvorming van de door God geschapen ‘werkelijkheid’, die in de visie van de kerk geïdealiseerd hoorde te worden in vorm, factuur en kleur, was onacceptabel.
  • 1946 | Tentoonstelling Stedelijk Museum: Pablo Picasso en Henri Matisse.
  • 1947 | Tentoonstelling Stedelijk Museum: Piet Mondriaan (2.9).
  • 1947 | De encycliek Mediator Dei stelt dat ‘moderne voorstellingen en vormen niet uit vooringenomenheid mochten worden verworpen en dat kerkelijke kunstenaars vrij moesten worden gelaten’. Dit ging niet zonder mitsen en maren, want opnieuw klinkt het verzet tegen moderne kunstwerken die immers ‘misvormingen en verkrachtingen zijn van de gezonde kunst en bovendien menigmaal flagrant in strijd met de christelijke betamelijkheid, zedigheid en vroomheid’.
  • 1947-1949 | Met het voorgaande was de toon gezet voor de strijd rond de ‘blasfemische’ kruisweg van Aad de Haas in Wahlwiller die hij tenslotte zelf verwijderde uit de kerk. Omdat hier nooit een officieel verbod op is gelegd door Rome, kon deze in tegenstelling tot die van Albert Servaes, teruggeplaatst worden.
  • 1947-1948 | De dominicanen M.A. Couturier en P. Regamey – bevriend met onder meer de filosoof Jacques Maritain en zijn netwerk van hedendaagse kunstenaars – starten in hun tijdschrift Art sacré een offensief voor de toepassing van moderne kunst in de kerk.
  • 1948 | Tentoonstelling Stedelijk Museum: De experimenteelen (Cobra) (dia 2.9).
  • 1948 | P. Régamey is als spreker aanwezig op het con­gres over ‘Nederland’s Nieuwe Kerken’ in Rotterdam, waar hij vernieuwing bepleit. Zijn lezing wordt gepubliceerd in het Katholiek Bouwblad.
  • 1948 | In het Gildeboek (een periodiek voor kerkelijke kunst) wordt verslag gedaan van het congres over moderne religieuze kunst in Parijs, opgezet door M.A. Couturier en P. Regamey.
  • 1950 | Onder invloed van Art sacré worden de eerste moderne kerken in Frankrijk gebouwd en ingericht met behulp van – deels niet-katholieke – kunstenaars. Een van de meest aansprekende voorbeelden hiervan is Notre Dame de Toute Grâce in Assy, waar de dominicaan Couturier onder meer als glaskunstenaar bij betrokken was (dia 1.2). Hier vind je tegeltableaus van Henri Matis­se (dia 1.7) en Marc Chagall (dia 1.4), glazen van onder meer Georges Rouault (dia 1.3) en een bijzonder crucifix van Germaine Richier (dia 1.6). De voorgevel is gesierd met een reusachtig mozaïek van Fernand Léger (dia 1.1). Een ander voorbeeld in dit medium komen we tegen aan de binnenkant en dat is van een kunstenaar die ook in Breda heeft gewerkt: Théodore Stravinsky (dia 1.5). Als we de monumentale kunst in deze kerk onder een stilistische noemer willen samenvatten, dan is het expressionisme, en wel in een vorm die voor de oorlog al gangbaar was. Wat dat betreft hoeft alleen gewezen te worden op George Raoult, van wie werk opgenomen is in het toonaangevende naslagwerk van de kunsthandelaar Clemens Meuleman – Hedendaagsche religieuse kunst – uit 1936.
  • 1950 | Recensie in Limburgsch Dagblad van de tentoonstelling van ‘moderne Franse religieuze kunst in het Palazzetto Venezia’ te Rome, ‘welker welsprekende woordvoerder, de Dominicaner pater Pie Régamey is’: met onder meer werk van Marc Chagall, Alfred Manessier (dia’s 2.4 en 2.8). Henri Matisse, Georges Raoult en Georges Braque. De recensent verwijst onder andere naar Jacques Maritain en meent: ‘ook deze expositie herbergt haar deformaties, haar extremiteiten’, maar het zijn er relatief weinig.
  • 1951-1955 | In een van de meest progressieve bisdommen van Frankrijk, Besançon, kwam hèt icoon van de moderne kerkbouw tot stand: Notre-Dame-du­-Haut in Ronchamp van Le Corbusier (dia 2.2). Hij ontwierp zowel het gebouw als de monochrome glazen die hij zelf gebrand zou hebben.
  • 1951 | Tentoonstelling ‘Moderne religieuze kunst uit Frankrijk’ in het Van Abbe­museum in Eindhoven met een sterke expressionistische nadruk. De reacties varieerden van uitgesproken positief tot negatief. Apart is de vaak positieve aandacht die Alfred Manessier(dia’s 2.4 en 2.8) krijgt die als een van de weinigen met haast volledig abstracte doeken aanwezig is. Hij past bij uitstek in de visie van Couturier en Regamey dat met name de abstracte kunst goed ingezet kon worden om het religieuze ‘binnenleven’ uit te drukken.
  • 1950-1953 | Reactie Vaticaan: veroordelingen, anti-modernistische richtlijnen en verplaatsing kunstvoorwerpen. Casus: crucifix van Germaine Richter werd verwijderd uit de kerk van Assy (dia 1.6).
  • 1951-1955 | Katholieke kunstenaars en hun organisaties omarmen het voorbeeld uit Frankrijk. Exponenten in Nederland zijn onder meer de glaskunstenaar Daan Wildschut (dia 2.5) en beeldhouwer Nic Tummers (dia 2.6).
  • 1957-1958 | Omslag in het Vaticaan met de bedevaartkerk Madonna della Lacrime in Syracuse (Italië) in een futuristische kegelvorm uit gewapend beton (1957) (dia 2.7). Voorts werd het semi-abstracte werk ‘Doornenkroon’ van Alfred Manessier uit 1954 door de kerk in 1958 bekroond (dia 2.8).
  • 1962-1965 | Tweede Vaticaans Concilie.

Ik zou de lijst nog wel wat verder kunnen uitbreiden, maar dit is voldoende om te begrijpen waarom datgene wat we standaard als het gevolg van Vaticanum II karakteriseren, vaak al enige jaren ouder is, terwijl opnieuw duidelijk is dat de uitgesproken en dramatische versie van het expressionisme na de oorlog niet alleen opnieuw ‘modern’ was, maar onveranderd de gebeten hond bleef van Rome. Dit kan een extra aansporing zijn geweest voor al die kunstenaars om vast te houden aan de barokke variant die na 1931 tot ontwikkeling kwam, zoals Leen Douwes en Jacob Ydema.* Tegelijkertijd valt op dat maar weinig artiesten zich aan de abstracte kunst waagden, zelfs al was deze door de twee dominicaner pioniers was gepromoveerd tot volwaardig medium voor de uitdrukking van kerkelijke kunst en religieuze gevoelens. Een van de weinigen die daarin heel ver ging was Alfred Manessier die hier voor de oorlog al mee experimenteerde. Zijn werk geeft aan dat het de mannen van Ars sacré ook echt te doen was om abstract in de zin van optimaal non-figuratief.

Mimesis trouvé

De goede verstaander hoort het al: optimaal non-figuratief. Waarom ik deze nuance introduceer? Omdat het bijna ondoenlijk is pure abstracte kunst te maken. Óf het werk gaat in de richting van de geometrische abstractie, waarbij al snel een decoratieve boventoon doorklinkt. Óf de lijnen en vlakken hergroeperen zich in onze ogen tot herkenbare vormen: de spontane mimesis of mimesis trouvé die vaak geassocieerd wordt met Leonardo Da Vinci. Hij beschreef als eerste (?) hoe zich uit de wolken en – minder romantisch – bevlekte en vol gespogen muren figuren losmaakten.* De moraal van het verhaal is duidelijk: het menselijk oog kan zichzelf niet beletten om in de chaos van vormen het herkenbare naar voren te halen en de meest elementaire daarvan zien we bij de vroegste tekeningen van ieder kind: de kopvoeters die Cobra tot een artistiek leidmotief maakten (dia 2.9).*

Wat het met onze waarneming doet valt goed te illustreren aan de hand van het ‘moderne’ hoogaltaar van de heilig Hartkerk in Breda (dia 2.10). Toen het onder invloed van Vaticanum II regel werd om de mis te vieren met het gezicht naar het kerkvolk toe, was een nieuw hoogaltaar nodig. Het bestaat uit een tombe en altaarblad uit natuursteen met een zeer eenvoudige, maar weloverwogen ornamentiek. De inkepingen in de mensa suggereren stenen plooien. Op de tombe is het kruis in het midden het enige herkenbare embleem dat omringd wordt door omhooggaande, ‘zittende’ lijnen die vanuit de mimesis trouvé geïnterpreteerd kunnen worden als gelovigen rondom Christus. Het is duidelijk een van die voorbeelden waarbij de kerkelijke kunst de zwenking naar het abstracte maakt, maar wel op die manier dat het ook als decoratief geïnterpreteerd kan worden, zodat het geen aanstoot zou geven. Tegelijkertijd wordt de spontane mimesis geprikkeld die tot een figuratieve beleving leidt.

Toets: de Fatimakerk in Weert

In dit verband is het interessant om een uitstapje te maken naar Weert, naar de Fatimakerk van Pierre Weegels (1953) (dia 2.1). Hier ontwierp Hugo Brouwer in 1959 – naar verluidt – de eerste abstracte ramen voor een kerk, nadat Charles Eyck in 1957 zijn grote Fatimaraam boven de orgeltribune zag geplaatst. Dit laatste oogt als een explosie van wervelende zonnen die het centrum vormen van uitschietende vleugels van kleur, waarin de futuristisch beïnvloede zaagtandlijnen voor nog meer snelheid zorgen. Te midden van deze nagenoeg volledig abstracte dynamiek bewegen zich enkele figuren als dragers van het verhaal. De uitdrukking van dit machtige gebeuren gaf de kunstenaar een – mogelijk ook in zijn ogen – legitieme gelegenheid om over de grenzen van zijn figuratieve idioom te kijken. En een sterke expressionistische flair is het resultaat.

Wanneer Hugo Brouwer een paar jaar later, in 1959, opdracht krijgt voor de beglazing van het schip kiest hij voor een heel andere route dan Charles Eyck. Ze hebben dan al eerder aan een project gewerkt: de Catharinakerk van Pierre J.H. Cuypers te Eindhoven, waar door het oorlogsgeweld alle glazen verdwenen waren.* Eyck heet daar onder meer abstracte roosvensters ontworpen te hebben, maar die zijn nu net bij uitstek decoratief en borduren voort op de geometrische ontwerpmethode waarin de generatie van Joseph Cuypers zo sterk was (dia 2.11). De twee voorbeelden van Charles Eyck vormen een pittig contrast met het werk van Brouwer. In de Fatimakerk ontwierp de kunstenaar liefst twee maal vijf ramen in de lichtbeuk van het schip en twee in die van de apsis, terwijl hij voorts op het niveau van de zijbeuk verschillende medaillons met glas bezette. Hij koos hierbij voor een wisselend palet in verschillende combinaties, waarbij vooral de optische kwaliteit van het gekleurde glas werd benut, met naast elkaar geplaatst vlakken van gelijke kwaliteit. Grisaille werd achterwege gelaten om plastische suggesties van schaduwen te vermijden (dia’s 2.14-2.17).

Opzet was om het lineaire, tweedimensionale karakter van het ontwerp optimaal tot uitdrukking te laten komen. Daardoor wordt ook het decoratieve karakter van dit werk bepaald. De vernieuwing ligt in de stap die Brouwer vervolgens zet. Hij laat zich inspireren door het idioom van toonaangevende kunstenaars uit de Parijse scene om vervolgens met eigen oplossingen te komen. Het is fascinerend hoe hij omgaat met de surrealistische beeldtaal van Joan Miró (dia 2.12). Maar de meest veelzijdige invloed die hij ondergaat is die van Pablo Picasso (dia 2.13). Zo ontstonden ramen, waarin het motief van de stromende lijnen van Miró of Matisse is overgenomen. Hiertussen zijn basale geometrische figuren gevlochten die je bij Miró als geïsoleerde schema’s tegenkomt, ieder met hun eigen archetypische lading. Brouwer heeft duidelijk een voorkeur voor cirkels, driehoeken en ellipsen (dia 2.14). De invloed van Picasso herken je onder meer in een raam, waar uit de lijnen en gesloten omtrekken een grotendeels naakte, gedeformeerde vrouwenfiguur tevoorschijn komt. Hierbij wordt duidelijk ingespeeld op de mimesis trouvé. Dat gaat nog sterker op voor een van de andere glazen, waarin je een soort geabstraheerde, zij het geheel geklede Venus van Milo kunt herkennen. Iconografisch zou je die twee kunnen herleiden tot Eva en Maria of Judith (dia 2.15). Of dat correct is vraagt om een ander type onderzoek.

Behalve de twee vrouwenfiguren zijn er ook enkele dieren te herkennen, evangelistensymbolen nog wel: de vogel (adelaar) van Johannes, de stier van Lucas en de leeuw van Marcus (dia 2.16). Met elkaar maken ze deel uit van een oeuvre waarin de mimesis trouvé voor een groot deel is losgelaten en het decoratieve karakter van de abstracte kunst weer naar voren treedt. Wat bij dit segment opvalt, is de – vermoedelijke – toepassing van het automatische handschrift dat zich vaak uit in enkele alles verbindende lijnen (dia 2.17). Hoewel op dit gebied nog veel vergelijkend onderzoek gedaan moet worden, is het wel duidelijk dat Hugo Brouwer een bijzondere prestatie heeft neergezet in Weert, waarbij een serieuze stap is gezet om de eigentijdse abstracte beeldtaal te implementeren in de kerkelijke kunst.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

De * in bovenstaande tekst verwijst naar de volgende bronnen, samengesteld met behulp van Zotero.

  • De mirror op ifthenisnow.nl is een digitale constructie waarmee then en now tegenover elkaar geplaatst worden. Volg daarvoor de link onder de volgende bullet point.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “De kerk als buit | if then is now”. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2g4EuZd.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Spolia”. if then is now. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2f4Bvkq.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Uitmonstering”. if then is now. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2dPFUas.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “#KunstinBreda | Religieuze kunst, Waardestellingen van uitmonsteringen en clusters.” Ohé en Laak, 2017.
  • “Monique Dickhaut | LinkedIn”. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2iZfuCd.
  • Poels, Jos. “‘Tussen Rome en Parijs’, De context van een omstreden tentoonstelling van moderne religieuze kunst in Eindhoven (1951).” Trajecta. Tijdschrift voor de geschiedenis van het katholiek leven in de Nederlanden 11 (2002): 129–54.
  • De kroniek aan de hand van Pouls is aangevuld met significante momenten, ontleend aan Jobse, Jonneke. De schilderkunst in een kritiek stadium?: critici in debat over realisme en abstractie in een tijd van wederopbouw en Koude Oorlog: 1945-1960. Kunstkritiek in Nederland 1885-2015. Rotterdam: nai010 uitgevers, 2014.
  • “Surrealisme”. Geraadpleegd 1 januari 2017. http://kunst-modernisme.blogspot.com/p/surrealisme.html.
  • “Fatima Huis Historie”. Fatima Huis. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2iZjrqE.
  • Reliwiki. “Weert, Coenraad Abelsstraat 31a – Onbevlekt Hart van Maria – Reliwiki”. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2iZc1nb.
  • Thoben, Peter. “De ramen van de St.Catharinakerk – De historische en eigentijdse encyclopedie van Eindhoven”. Geraadpleegd 26 december 2016. http://bit.ly/2ixF16t.
  • Brouwer, Jos, Sybrand Zijlstra, en Hugo Brouwer. Hugo Brouwer. Eindhoven: (Z)OO producties, 2013.
  • Reliwiki. “Tilburg, Ringbaan West 300 – Margarita Maria Alacoque – Reliwiki”. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2iZ5sRw.

Jan Dijker, glazen apsis Margarita Maria Alacoquekerk, Ringbaan West 300, Tilburg. Foto Reliwiki/Anton van Daal 2002.
Jan Dijker, De abstract-decoratieve glazen in de apsis van de Margarita Maria Alacoquekerk aan de Ringbaan West te Tilburg dateren van 1961. Ik heb hier veel herinneringen liggen, omdat dit mijn parochiekerk was. Foto Reliwiki/Anton van Daal 2002.

_________

Dit webartikel kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/2folRjT (2016).
Het item ook te vinden op ifthenisnow.eu. Op deze site is het zowel geplaatst in het hoofdstuk #kerkverhalen als – door middel van een doorverwijzing – op #glas.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2folRjT

Terug naar de hoofdpagina #Kerkverhalen!
Terug naar de hoofdpagina #Glas!

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

#Kerkverhalen | topic spolia

Algemeen: sloopafval of buit? Toeval of bewust?

Spolia zijn buit, maar niet zomaar buit. Het zijn de vaak kostbare restanten die na een veldtocht geroofd of meegenomen werden en later verwerkt zijn in een gebouw of voor de inrichting van een heiligdom. Op een gegeven moment slaat het begrip ook op overblijfselen die hergebruikt zijn. De vroegchristelijke kerken van Rome zitten er vol van! Vooral basementen, zuilen en kapitelen, afkomstig uit vervallen of verwoeste tempels, waren populair. Ook Nederland kent dit soort voorbeelden, waaronder de Romeinse elementen in de O.L. Vrouwekerk van Maastricht en de Barbarossakapel van Nijmegen.* In dat laatste geval werd zeer waarschijnlijk de boodschap afgegeven dat de keizer zich als directe erfgenaam van zijn illustere Romeinse voorgangers beschouwde. Heel anders is het gesteld met de sloop van kerken vanaf circa 1970. Dan wordt alles  te gelde gemaakt wat ook maar iets waard is, vaak alleen al om de sloopkosten te drukken. Een diaspora van kerkelijke kunst is het gevolg.

Tijd: van alle tijden! Schaarste en overvloed

Spoliatie treffen we al aan in het Oude Testament, bij de bouw van de tabernakeltent voor de ark van het verbond, waarvoor de schatten uit Egypte, de spolia Ægyptiorum, werden omgesmolten. Door de schaarste aan bouwmaterialen was het vroeger sowieso gebruikelijk om materiaal uit gesloopte gebouwen te hergebruiken. Kijken we naar kerken dan komt spoliatie met betrekking tot de inrichting voor vanaf de eerste golf kerksluitingen die een aanvang nam in de jaren 1970. Het glas in lood van de Dominicuskerk in Alkmaar (ontworpen door Pierre J.H. Cuypers in 1863 en gesloopt in 1985) verdween om een nieuwe bestemming te krijgen in Amerikaanse kerken.* Maar ook dichter bij huis vonden vormen van spoliatie plaats. In Roermond liet het Cuypershuis een basement, zuil en kapiteel van deze kerk in de pandgang van het museum opnemen. Zo is tenminste één voorbeeld van de rijke bouwsculptuur van deze Cuyperskerk voor het publiek behouden gebleven.

Plaats: de kleine Eusebius op de wereldmarkt

Spoliatie is alleen mogelijk als er een voorraad is aan her te gebruiken materiaal. En daarvan is voldoende, zoals blijkt uit de lotgevallen van de inboedel van de Kleine Eusebiuskerk uit Arnhem (gesloopt in 1990).* De inventaris is opgeslagen met als waarschijnlijke doel Japan: ‘Ze bouwen daar de Notre Dame en de San Marco na als attractie’, vertelde de opkoper.* Bij dit voorbeeld van spoliatie zal het niet blijven. Veel kerken worden gesloten en herbestemd of gesloopt. Zo komen uitmonsteringen vrij, die nergens naartoe kunnen omdat een centrale opslag ontbreekt. Het Catharijneconvent probeert te bemiddelen, maar beperkt zich tot kleine, roerende objecten en loopt zo met een grote boog om de eigenlijke problematiek heen.* De provincie Limburg heeft een depot voor glas in lood opgericht, maar dat is slechts een deel van de inventaris.* Opkopers vullen onvermijdelijk het gat in de markt.


Op de achtergrond

De pandgang van het Cuypershuis, ontworpen door Joseph Cuypers, met de zuil uit de Dominicuskerk (1863-1866) van Pierre J.H. Cuypers. Foto bvhh.nu 2015.
De pandgang van het Cuypershuis, ontworpen door Joseph Cuypers, met een zuil basement en kapiteel uit de Dominicuskerk (1863-1866) van Pierre J.H. Cuypers. Hij staat hier opgesteld tussen gipsen voorbeelden van bouwsculptuur. Foto bvhh.nu 2015.
_____________

De handel in spolia die al vanaf de oudheid bestaat, heeft er vanaf het laatste kwart van de vorige eeuw een nieuwe dimensie bijgekregen door de sloop van kerken en de verhandeling van hun uitmonstering. Zelf kwam ik daar voor het eerst mee in aanraking tijdens de sloop van Cuypers’ Dominicuskerk in Alkmaar in 1985, als secretaris van het Cuypersgenootschap. Als bestuur raakten we daar in een veel te laat stadium bij betrokken en voor ons restte dan ook niet veel meer dan fysiek afscheid nemen van dit bijzondere oeuvre van de naamgever van ons genootschap. De keren dat we er waren viel ons op hoe mooi de kerk ondanks de verregaande onttakeling nog was. Toen het feitelijke moment van sloop dichterbij kwam, kwamen ook telefoontjes van diverse figuren en organisaties die geïnteresseerd waren in de spolia: de een vanwege het cultuurhistorisch belang, de ander omwille van het gewin. Wies van Leeuwen heeft toen bij wijze van requiem een uitgebreide fotoreportage gemaakt en een vlammend betoog geschreven voor De Sluitsteen.

  • ‘En hoe beschamend is die sloop zelf! Tientallen Alkmaarders kunnen zien hoe het van buiten grijs verweerde kerkgebouw als het ware openbreekt als een kleurige bloem die nog eenmaal in alle rijkdom van kleur haar bogen, pijlers, kapitelen en het veelkleurige baksteenmozaïek toont. Naast de ruïne en op een stukje industrieterrein liggen de bewaarde onderdelen: gebroken kolommen, hardstenen goten en geblutste kapitelen. Want zachtzinnig gaat het allemaal niet. Tijd is geld. Beschadigde kapitelen kosten 150 gulden, gave 500 gulden, gewelfschotels 150 gulden. De glasramen gaan naar Amerika. Wat niet verkocht kan worden, wordt vermorzeld. De noordbeuk heeft men laten instorten. De kapitelen zijn met een grijper in een container gegooid en op een hoop gekiept. Het puin wordt op oernederlandse wijze gebruikt voor het op delta-hoogte brengen van de dijk bij Wieringen’.*

Bij de opkopers bevond zich ook ons lid, de steenhandelaar Martien Mol uit Schoorl, die verschillende zuilen, kapitelen en basementen wist te bemachtigen. Daar ben ik nog altijd blij om, ook al was het toen schrale troost. Op die manier is één stel behouden gebleven in het Cuypershuis te Roermond, dankzij wijlen Harrie Tillie, de toenmalige directeur, die daar achteraan ging.


De kleine Eusebiuskerk in Arnhem, gesloopt in 1990. Van te voren werd onder meer het glas in lood weggehaald. Foto Beeldbank RCE-P. van Galen 1990.
De kleine Eusebiuskerk in Arnhem, gesloopt in 1990. Van te voren werd onder meer het glas in lood weggehaald. Foto Beeldbank RCE-P. van Galen 1990.

_____________

Na een nauw verwante lijdensweg als de Dominicuskerk deed zich vijf jaar later de volgende casus voor: de afbraak van de kleine Eusebius te Arnhem ontworpen door H.J. van den Brink in zogenaamde stukadoorsgotiek (1864-1865). Ondanks een realistisch herbestemmingsplan van architect Egbert Hoogenberk, dat we als Cuypersgenootschap steunden, vond men ook hier sloop lucratiever dan behoud. Ditmaal geen grof geweld, maar dissectie van het gebouw en zijn uitmonstering, waarvan de laatste stukken nu wachten op verscheping naar Japan.*

Er zijn ook positieve voorbeelden, zoals de herbestemde Annakerk in Breda laat zien. Ook daar is niet alles in situ behouden – er zullen altijd keuzes gemaakt moeten worden – maar de preekstoel, de glazen en de schilderingen bleven in het zicht. Waar de pijn in zit, is wat als handelswaar uít het zicht verdwijnt. Hier zullen de verantwoordelijke partijen met elkaar afspraken over moeten maken om een registratie op te zetten waardoor duidelijk is wat waarheen gaat én om rijp en groen van elkaar te scheiden. De kans is groot, dat we anders opnieuw zullen beleven hoe kunst die – meestal achteraf – van nationale betekenis bleek, uit ons land verdween.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


 

Bronnen 

De * in de teksten van dit topic slaat – in volgorde – op de volgende bronnen:

Herkomst beeldmateriaal in de kop

  • Algemeen: de Barbarossakapel te Nijmegen. Herkomst: Wikimedia, Hermann Luyken 2013, http://bit.ly/2eQGXHz
  • Tijd: Cuypers’ Dominicuskerk te Alkmaar werd in 1985 jammerlijk gesloopt! Deze foto is afkomstig uit het fotoarchief van de RCE, maar op de beeldbank niet te vinden. De fotograaf is (dus) onbekend. Mogelijk G.J. Dukker, circa 1970.
  • Plaats: screenshot artikel met foto Jan Rikken uit De Gelderlander (z.j.) over de inventaris van de kleine Eusebiuskerk bij Fluminalis, fluminalis.com | http://bit.ly/2eZRVrL

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘#Kerkverhalen | topic spolia’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/2foGuww (2016).
Eerder verscheen het op ifthenisnow.eu onder de verkorte link: http://bit.ly/2f4Bvkq

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2foGuww

Onttakelde kerk Joseph Cuypers Sas van Gent

Dit jeugdwerk van Joseph Cuypers in Sas van Gent, de Maria Hemelvaartkerk uit 1891-1892, is sinds 2013 onttrokken aan de eredienst en staat nu te koop voor circa 140.000 euro. Een groot deel van de uitmonstering, waaronder de originele beelden en meubels, is verdwenen. Het glas in lood uit het atelier Frans Nicolas & Zonen te Roermond en Hendrik Coppejans te Gent is nog aanwezig en valt onder de bescherming van de kerk als Rijksmonument. Helaas zijn er voorbeelden te over, waarbij die bescherming met voeten is getreden. Herkomst: kindtenbiesbroeck.nl

_____________________

Inkijkexemplaar van ‘Verhalen op de muur’

Clemenskerk inkijkexemplaar Verhalen op de muur

Op 22 november 2014 werd de digitale publicatie Verhalen op de muur als uitdraai gepresenteerd tijdens de opening van de Clemenskerk te Merkelbeek. Dit rijksmonument was vanaf 2013 in restauratie, waarbij niet alleen de constructie onder handen is genomen, maar ook de schilderingen die in 1901 zijn aangebracht. Dankzij de expertise en het vakmanschap van de Stichting Restauratieatelier Limburg (SRAL) zijn ze na ruim één eeuw weer in volle glorie te bewonderen.

Welke verhalen vertellen die schilderingen nu precies? Daar kun je je een idee van vormen via dit het inkijkscherm hieronder of via http://bit.ly/Clemenskerk-inkijkbestand.

Bestellen

Je kunt dit boek niet downloaden, maar wel een uitdraai bestellen bij de vrijwilligersorganisatie clemensdomein.nl die de kerk en het bezoekerscentrum beheren.
Stuur daarvoor een mail naar info@clemensdomein.nl met je bestelling en adresgegevens.

Op de site www.clemensdomein.nl staat informatie over de openingstijden en andere bezienswaardigheden rond de Clemenskerk.

Wie overigens de publicatie vanwege een visuele handicap of studiedoeleinden in PDF zou willen hebben, kan dat laten weten via bernadette@vanhellenberghubar.org.

Als auteur ben ik altijd blij met feed back, dus mocht je nog iets tegenkomen dat informatief is, geef het me door. Ik verwerk het dan bij de eerstvolgende editie.

B.*

Clemenskerk inkijkexemplaar
De Clemenskerk te Merkelbeek herbergt intrigerende verhalen op de muur. Foto Leo Reijnen (oktober 2014).

* Post scriptum
  • Toelichting bij de collage: linksboven, Dom Romanus Jacobs als jonge monnik in de benedictijner abdij van Merkelbeek. Linksonder, het monstertje op de stoel van koning David is mogelijk Titynillus. Er gaat een rijke symboliek achter dit wezen schuil. Midden: de omslag van het boek ‘Verhalen op de muur’ met de medaillons met de heiligen Gregorius, Scholastica en Benedictus (boven) en Placidus, Clemens en Bernardus (onder); daaronder bevindt zich koning David. Rechtsboven: de gerestaureerde bloemenbies in de apsis. Rechtsonder: de restauratie van de schilderingen in de apsis.
  • Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH2Inkijk-Clemenskerk.

Terug naar de hoofdpagina!

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewarenBewarenBewaren

Dertig jaar later

Nota bene — Deze blog verkeert in statu nascendi. Je mag rustig een kijkje nemen, maar het item is nog niet helemaal af.1 Er is zoveel over dit onderwerp te zeggen dat het misschien wel simpelweg onvoltooid moet blijven. Een continuing story?

Kreupele restanten

De Antoniuskapel in Servaaskerk te Maastricht (1874-1900) met een deels wel en deels niet gerestaureerde uitmonstering van Pierre J.H. Cuypers.2 Foto auteur, 2014.

Zeg niet dat dit mooi is, want dat is het niet, dit kreupele restant van Cuypers’ uitmonstering in de Maastrichtse Servaaskerk (1864-1908). Natuurlijk, het beeld van Antonius onder zijn neogotische baldakijn staat er nog, de geschilderde tapisserie tegen de wand is superbe en de epische schilderingen met scènes uit het leven van de heilige blijven hun verhaal vertellen, maar toch … het klopt niet. Ik heb de kapel nog gekend toen ze helemaal gaaf was: toen waren ook de schalken met de muraalbogen en het gewelf daarboven rijk gesjabloneerd. Op de zware pijlers richting schip zat schijnmetselmerk dat voor een evenwichtige dimensionering zorgde. Decennia verwaarlozing en een zoutuitbloei van jewelste hadden hun tol geëist, maar het gehele polychrome schema in deze ruimte was er nog. Een halfslachtige Cuypers resteerde na de restauratie van de Servaaskerk in 1983-1989.

Waarom ik hier aan denk? Misschien omdat ik er laatst weer eens was. Niet geheel vrijwillig, want ik kom er niet graag. Iedere keer als ik de kerk binnenstap is het een klap in mijn gezicht. Ik mis het geschilderde triforium in het schip, de kloeke blokverbanden van de pijlers en de weelde aan geschilderde tapisserieën die volgens een oeroude iconografische traditie door heel de kerk uit eerbied en pure verering waren aangebracht. Maar soms moet ik er wel naar toe, omdat tussen alle fragmenten bijzonderheden zitten die ik nodig heb voor onderzoek. Neem bijvoorbeeld de litanie van Loreto in de Mariakapel met al die oeroude Mariatitels, waarvan er een aantal op veel oudere culturen dan die van het christendom teruggaat.

Maar ik denk er ook aan, omdat ik laatst mijn eerste artikel over de iconografie van Cuypers, Alberdingk Thijm, De Stuers en hun tijdgenoten onder ogen kreeg. Dat verscheen in 1984 in het themanummer over de Servaaskerk in het Bulletin KNOB. Wies van Leeuwen, met wie ik dat jaar het Cuypersgenootschap heb opgericht, had dit bedacht om een wetenschappelijke bijdrage aan de restauratieproblematiek te kunnen leveren.3 Dat was ook nodig omdat kort ervoor twee publicaties van de restauratiestichting verschenen, waarin Cuypers met vereende krachten naar de verdoemenis was geschreven. Op liturgisch gebied werd dit weerlegd door een helder artikel van Kees Peeters, die dit schreef omdat hij vond dat verantwoording afgelegd moest worden voor het tribunaal van de geschiedenis (een zin die ik nooit meer ben vergeten). Daarna volgden Wies en ik met respectievelijk een evaluatie van wat er in de jaren zestig met de inrichting van Cuypers was gebeurd in de Munsterkerk en het iconografisch programma van de Servaaskerk, en tenslotte het enige artikel dat effect zou sorteren, dat van Jos Koldeweij over het Bergportaal. Toen men daar eenmaal was aangekomen met de werkzaamheden was het kwartje gevallen. Waarschijnlijk heeft men toen al ingezien wat voor een blamage de aanpak van het interieur was gebleken, ook al werd iedere kritiek overstemd door enigszins overspannen jubelgeluiden.

Kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht

Een iconografische zeldzaamheid vormt de kapel van het heilig Aanschijn (1893-1894) uit het atelier van Cuypers, waar de doek van Veronica wordt vereerd en de muur bezet is met votiefstenen die qua vorm en kleur passen in het decoratieschema.4 Rondom het altaar bevonden zich op de muur geschilderde draperieën, niet alleen bedoeld als lambrisering, maar ook om het beeld van gordijnen rondom een heilige plaats op te roepen. Versluiering was een teken van eerbied en paste bij het mysterie. De gordijnen werden verwijderd en geheel tegen de polychrome wetten in vervangen door schijnmetselwerk dat gewoon naar beneden doorgetrokken werd. Hierdoor is ook de dimensionering van de kapel geweld aangedaan. Foto auteur, 2014.

Wies heeft toen doorgezet dat we de restauratie zouden evalueren. En dat gebeurde ook, in het blad van het Cuypersgenootschap, De Sluitsteen.5 Hierdoor is er een behoorlijk goed gevulde portfolio van deze casus. De opmaat werd gevormd door de publicatie over het symposium van de Jan van Eyckacademie in 1979, geïnitieerd door de latere oprichter van de SRAL, Anne van Grevenstein. Daarna de reeks artikelen van Wies en van mij, waaronder het themanummer van het Bulletin KNOB en de publicaties in Heemschut, en tenslotte onze evaluatie. Het gros van de artikelen kan inmiddels gedownload worden. Zelf ben ik aangenaam verrast dat met name de iconografische artikelen actueel zijn gebleven en nog steeds worden gebruikt.

Ik ben nog altijd trots op wat we toen met die hele groep van het Cuypersgenootschap hebben gedaan, met Jenny Bierenbroodspot die onze artikelen kritisch doorlas en redigeerde, Jules Bonnet die voor foto’s zorgde, Guido Hoogewoud als onvermoeibaar klankbord, Gert van Kleef die z’n eerste schreden op het Cuyperspad zette, wijlen Pieter Singelenberg als onze onbetwiste autoriteit en Ruud van Hövell die ons juridisch advies gaf en leerde hoe we bij de Raad van State moesten optreden. Maar ook al heeft de geschiedenis ons gelijk gegeven – de reconstructie van de uitmonstering van Cuypers in het Rijksmuseum legt daar iedere dag getuigenis van af – de pijn blijft als ik het schip van de Servaaskerk betreed.

Sic erat in fatis, zou De Stuers zeggen.

B.6

Downloads

Bronnen

Nota bene — In de voetnoten gebruik ik onder meer verkorte titels die volledig aangehaald zijn in de bibliografie van deze site.


  1. Het woord blog mag mannelijk/vrouwelijk en onzijdig gebruikt worden. Hoewel je de laatste tijd steeds vaker het blog ziet staan, volg ik de voorkeursvorm van het Genootschap Onze Taal door het mannelijke lidwoord de toe te passen. 

  2. Hubar, Eenheid in het vele, in: https://vanhellenberghubar.box.com/Themanummer-KNOB-Servaas-1984, pp. 120, 135, noot 80. 

  3. Leeuwen, Wies van, red., ‘Van de redactie’ [themanummer restauratie Servaaskerk Maastricht], in: https://vanhellenberghubar.box.com/Themanummer-KNOB-Servaas-1984, pp. 103-104. 

  4. Hubar, Eenheid in het vele, in: https://vanhellenberghubar.box.com/Themanummer-KNOB-Servaas-1984, pp. 120, 129-131, 134. 

  5. Van Leeuwen en Hubar, ‘De beginselloosheid tot adagium verheven’, in: https://vanhellenberghubar.box.com/Evaluatie-Servaaskerk-1991, pp. 75-97. 

  6. Het lag in het lot besloten! Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Dertig jaar later’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/1QPcsPN (2014). 

Diagram van ’n hemels bolwerk

Ook in de visioenen van Hildegard van Bingen spelen gebouwen een belangrijke rol. Ik kwam haar tegen bij mijn onderzoek naar de Clemenskerk van Merkelbeek, waar de jonge benedictijner monnik dom Romanus Jacobs in 1901 een bijzondere uitmonstering schilderde.1 Hierin wordt onder meer de goddelijke inspiratie of openbaring voorgesteld, en een van de oudste voorbeelden binnen de benedictijner traditie is zonder meer de miniatuur waarin abdis Hildegard van Bingen de vlammen van de inspiratie over haar hoofd krijgt uitgestort.

Hildegard van Bingen, miniaturen uit het Liber scivias.

Hildegard van Bingen, twee miniaturen uit het Liber scivias (1142-1151). Tragisch genoeg is het origineel verdwenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De miniaturen zijn afkomstig uit een facsimlie uit de jaren 1920.2

Ondertussen trok ook die andere miniatuur mijn aandacht, en dat heeft natuurlijk te maken met de lezing over het hemelse Jeruzalem die ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo in Haarlem geef.

Hier wordt echter geen hemelse stad weergegeven, maar het gebouw van de verlossing. Dat leunt natuurlijk sterk tegen de Caelestis urbs aan, vooral omdat een aantal beelden direct aan Johannes ontleend lijkt te zijn. Een van die elementen herken ik dankzij het genoemde onderzoek van de Clemenskerk in Merkelbeek en dat is de waterstroom die de boom des levens voedt:

‘Toen toonde de engel mij een rivier met water dat leven geeft, helder als kristal, die ontsprong aan de troon van God en van het lam. Midden op het plein van de stad en omgeven door de rivier stond de levensboom, die twaalfmaal vrucht draagt, elke maand eens; en zijn loof brengt de volken genezing’.3

De boom zelf echter vind je niet in het bolwerk van Hildegard. Wel de engel en ook Jezus met de banderol in zijn hand, die mogelijk verwijst naar het boek des levens van het lam, waarin alle namen staan van hen die toegang hebben tot de stad. Verder lijkt er een verwijzing naar de Jacobsladder uit Genesis in te zitten, waarbij mensen de plaats van engelen innemen die zich langs de ladder op en neer bewegen tussen hemel en aarde.

Deze bijbelse associaties hebben zeker een rol gespeeld bij het vastleggen van de visioenen. Niet alleen omdat het verlossingsgebouw van Hildegard een nadere duiding is van Christus’ leer hoe de mens het koninkrijk God zal binnengaan, maar ook omdat je altijd moet aanknopen bij een bestaand referentiekader, wil de boodschap overkomen. Die boodschap is in het geval van dit gebouw behoorlijk grimmig. In de eeuwige tweespalt van de kerk tussen onvoorwaardelijke liefde enerzijds en zonde, schuld en boete anderzijds, heeft de Januskop hier het gezicht op storm staan. En wat voor een storm!

Als je wil weten hoe Hildegard tegen het einde der tijden aankeek en zelf het diagram van haar verlossingsgebouw verklaarde, dan kun je dat in de synopsis verder lezen.4 Het verhaal dat ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo vertel, ontvouwt een heel wat rooskleuriger perspectief op het hemels Jeruzalem.

3D-model viering nieuwe Bavo met projectie

Waar zie je het hemels Jeruzalem in de nieuwe Bavo? Dat ga ik aan de hand van dit 3D-model op 31 augustus a.s. verduidelijken. Productie: wolthera.info.

De bijeenkomst is in principe voor de parochie bedoeld, maar iedereen is welkom vanaf 10.00 uur bij de start van de hoogmis. Mijn lezing begint om 12:15 uur en daarna is er nog alle tijd om de kathedraal te bezichtigen.

B.5

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Voor dit boek in wording zie het item over de Clemenskerk

  2. Zie: http://en.wikipedia.org/wiki/Hildegard_of_Bingen

  3. Johannes, Apocalyps, 22, 1-2, geciteerd naar willibrordbijbel.nl

  4. De synopsis van het derde deel van de Scivias van Hildegard von Bingen is te vinden onder deze link

  5. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-Dh.

    ← Terug naar het hoofdthema

En dan zijn er ook nog fragmenten!

Dit is een doorlinkpagina naar de post: En nu de fragmenten …

Trefwoorden:

benedictijnen, boek, Brunssum, Clemenskerk, fragmenten, heiligen, Hermann Renzel, Merkelbeek, Romanus Jacobs, SRAL, Verhalen op de muur, schilderingen, polychromie, decoratief, glas-in-lood, iconografie, kerk, monumentale schilderkunst, muurschilderingen, restauratie, symboliek, uitmonstering

En nu de fragmenten …

Je denkt vast dat dit item gaat over de mensen van de SRAL die de schilderingen van de Clemenskerk in Merkelbeek weer helemaal toonbaar hebben gemaakt. Inderdaad, ze hebben prachtig werk geleverd, maar zij zijn al klaar. Op de laatste foto na toont het beeldmateriaal hierboven de stand van zaken van afgelopen april, toen ze nog druk bezig waren. Maar hun werk zit er op en het mijne is ver gevorderd. Ik ben goed op dreef met de Verhalen op de muur. 1 Nu ik er over nadenk … misschien is het wel andersom en zijn al die heiligen met mij op dreef, want ik ben al zoekend en schrijvend van de ene verbazing in de andere gerold.

Wat ik nu bedoelde ik met de fragmenten? Heel simpel, want dat is het volgende hoofdstuk dat ik ga schrijven. Het stuk over de architectuursymboliek is klaar en dat geldt ook voor de heiligen op de muur, die me werkelijk alle hoeken van de kerk hebben laten zien. En nu komen de fragmenten van oudere schilderingen die je hierboven ziet. Je staat er werkelijk van te kijken wat er in deze relatief toch achteraf gelegen kerk bij Brunssum allemaal aan kleur op de muur is gezet. Het was een heel gepuzzel, maar ik denk dat ik er uit ben.

En dan komt er ook nog een hoofdstuk over de twee actoren: abt Hermann Renzel die het programma heeft bedacht en Dom Romanus Jacobs die als hele jonge man hier een bijzondere prestatie neerzette. Het programma is verrassend omdat hierin het benedictijner verhaal centraal staat. Je kunt aan alles merken dat de abt op pedagogisch gebied ervaring had. Bij de schilderingen komt haast onvermijdelijk de Beuroner school te voorschijn van de benedictijnen te Beuron. Het is wat ik al dacht: Romanus heeft hun visie op kerkelijke kunst op een heel eigen manier verwerkt. Dat maakt het ook zo bijzonder.

Een boek schrijven doe je nooit alleen, dus ik ben erg blij met de hulp die ik heb van broeder Lambertus Moonen van de benedictijner abdij te Mamelis (de opvolger van de abdij in Merkelbeek), Angelique Friedrichs van de SRAL die de technische kant van het werk in de vingers (maar ook in haar hoofd) heeft, Charlotte Ruijs die me geholpen heeft om de data over Romanus Jacobs op een rij te krijgen en Marij Coenen die de bovenstaande foto’s maakte.

Het vervolg komt eraan!

B.2
_________________________________

Voetnoten:


  1. Voor meer informatie over dit boek volg deze link

  2. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-Tu 

Register op topografica

‘De genade van de steiger’ kan rechtstreeks besteld worden bij de Walburg Pers.1

A

  • Alkmaar, Stedelijk Museum Alkmaar, 138-140, 147-148, 512
  • Amerika, Amerikaan, 15, 62, 99, 254, 339, 364, 386, 468
  • Amersfoort, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed [RCE], 16, 19, 22-23, 87, 97, 118, 306, 512
  • Ammerzoden, 29
  • Amsterdam, Agneskerk, 244, 386, 407, 458-459; Algemene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond, 48, 51, 98, 122, 217, 271-272, 372; Amstelstation, 62; Augustinuskerk [gesloopt], 385; Begijnhofkerk, 34, 36, 47, 105; Bernulphushuis, 385; Beurs van Berlage, 35-37, 49, 55-58, 70, 112, 278-279, 281, 284-287, 298, 300, 302, 363, 372, 411, 420, 467, 470, 476; Chemisch Laboratorium, 58-59; De Roos, 61; Dominicuskerk, 227-228-231, 263, 328; First Church of Christ Scientist, 61; Franciscushuis, 291-292; Gemeentelijken Geneeskundigen Dienst, 172; Geologisch Instituut, 58-59; Kamer van Koophandel, 35, 37, 42, 49; Instituut voor Kerkelijke Kunst Bonifacius, 385; Levensverzekeringsmaatschappij ‘De Algemeene’, 48; Mozes en Aaronkerk [verwoest bombardement], 30; Nederlandsche Handel-Maatschappij, 35, 404, 406; Nicolaaskerk, 9, 30, 179, 183-192, 198, 202-203, 206-208, 263; Obrechtkerk (Roze(n)kranskerk, 9, 12, 30, 114, 135, 139, 143, 166, 175-185, 191, 193-208, 220, 235, 237, 244, 258-261, 267, 278, 328, 356, 382, 386, 389, 406, 415-416-431, 434, 437, 440, 447, 464, 466, 475, 512; Openluchtschool Oosterpark, 89; Paleis op de Dam, 46, 89; Papegaai (zie Petrus en Pauluskerk), 89, 167, 357, 372; Petrus en Pauluskerk (zie Papegaai), 89, 375; Posthoornkerk, 100; Quellinusschool, 73, 360, 372; Rijksmuseum, 23, 35-36, 41, 45, 48, 59, 62, 73, 100, 102, 166, 179, 241, 279, 341, 360, 406, 466, 470; Rijksschool voor Kunstnijverheid, 73, 80, 372, 431; Scheepvaarthuis, 45-46; Stadhuis, Trouwkamer der Eerste Klasse, 63, 359, 370; Stedelijk Museum, 62-63, 113-114, 142-143, 150, 274, 291, 306; Teekenschool voor Kunstambachten, 73; Van Goghmuseum, 151; Vredeskerk, 374; Willibrorduspatronaat, 88
  • Annecy, Frankrijk, Basiliek, 357
  • Antiochië, 10, 210-211, 249
  • Antwerpen, 133, 179, 262; Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, 179 239, 470; Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, 179; Maagdenhuis, 403
  • Arnhem, Nederlandsche Heidemaatschappij, 51; Walburgiskerk, 162
  • Ascona, Italië, 389, 401
  • Assen, Drents Museum, 72
  • Assisi, Italië, 10, 90, 98, 199, 332, 396
  • Assyrië, 291
  • Athene, 284; Akropolis, 284; Parthenon, 45-46, 284

B

  • Bakhuizen, Odulphuskerk, 17, 458
  • Balk, Ludgeruskerk, 458-460
  • Beegden, Martinuskerk, 72, 437
  • Beek-Genhout, Hubertuskerk, 159, 450-451
  • Beltrum, O.L. Vrouwe ten Hemelopnemingkerk, 198, 223-224, 268
  • Bergen aan Zee, Petrus en Pauluskerk, 58, 61, 65, 315-317
  • Berkel-Enschot, Ceciliakerk, 69, 71, 158, 226
  • Beuron, Genadekapel, 118, 228, 245, 254-255; Mauruskapel, 181
  • Bilthoven, O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand, 164, 457, 461, 464; Sanatorium, 328
  • Bir es-Zet, Transjordanië [?], 240
  • Bleyerheide, Antoniuskerk, 385
  • Bloemendaal, kapel, 358
  • Breda, 12, 406-407; Annakerk, 207; Stadhuis, 403, 405-406, 413
  • Broekhem-Valkenburg, Jozefkerk, 164, 174, 198, 382, 451, 455; kinderkapel, 382
  • Brugge, Stadhuis, 239; Stedelijk Museum, 293
  • Brunssum, Vincentius a Paolokerk (zie onder Rumpen), 155, 156, 254-260, 512
  • Brussel, 36, 87, 130, 262
  • Buffalo [New York], Albright–Knox Art Gallery, 128
  • Bunde, 19, 437
  • Bussum, Heilig Hartkerk, 385

C

  • Canada, 427
  • Chartres, Frankrijk, Kathedraal, 222
  • Compostella, 273, 278
  • Constantinopel, 208
  • Damascus, 240, 248, 250

D

  • Delft, Hippolytuskerk [gesloopt], 325, 459; Maria-van-Jessekerk, 196
  • Den Bosch, Catharinakerk, 10, 208-212; Jacobskerk,76, 90, 206, 211, 328, 467; Koninklijke School voor Beeldende Kunsten, 67; Sint Jan, 399; Stadhuis, 40, 50, 105, 179, 261-262
  • Den Haag, Academie van Beeldende Kunsten, 67, 312; Agneskerk, 317; Antonius en Lodewijkkerk, 30, 456; Dalton College, 357; Duinoordkerk [gesloopt],315-317; Emmaüskerk, 456; Firma Botermans & Co, 339; Gemeentemuseum, 142, 158, 307, 313, 465; Gerardus Majellakerk, 243; Hoge Raad, 100, 246; Joannes de Deokapel Westeinde Ziekenhuis, 11, 76-77, 329, 338, 367, 399; Koninklijke Schouwburg, 109, 111; Kunstzaal Kleykamp, 142, 287, 401; Lourdesgrotkapel O.L. Vrouwe van Lourdeskerk, 93, 319-322, 331; Marthakerk, 30-31, 312-314, 324, 326-328, 426; O.L. Vrouwe van Goede Raadkerk, 11, 118, 339-341, 345, 359-360, 384, 413, 475; Paschalis van Baylonkerk, 315-316; Sacramentskerk, 319; Vincentiuskapel, 317
  • Deurne, 130, 139, 145, 153, 424; Klein Kasteel, 130; Museum De Wieger, 144, 153, 162, 384, 512
  • Deventer, Stadhuis, 59, 358
  • Domburg, 288, 297, 304, 384, 424; Noordzeehuis, 284
  • Dongen, 93, 102, 238, 256, 267, 329, 331, 355, 456; Laurentiuskerk, 10, 22, 25-26, 127, 220, 226-227, 230-231, 234-237, 322-323, 330; Huize Overdonk, 68
  • Duitsland, 17, 60, 63, 93, 101, 117, 190, 357, 468, 476; Duits, 47, 49, 51, 53, 61, 64-65, 88, 90, 91-92, 115-116, 150, 163, 179-180, 191, 222, 257, 266, 317, 324, 369, 373, 379, 386, 413, 418, 458, 464, 471, 473
  • Düsseldorf, 325; Düsseldorfer Malerschule, 182; Staatliche Kunstakademie, 61

E

  • Edinburgh, Scottish National Gallery, 112
  • Efeze, 303
  • Egmond, Adelbertusabdij, 383
  • Egypte, 219, 237, 264, 285, 291, 304, 360, 425; Egyptisch, 55, 132, 183, 227, 251-252, 285-286, 334, 360, 368, 371, 383, 417, 468, 470
  • Eindhoven, Philips, 406; Van Abbemuseum, 150
  • El-Hosn, Transjordanië [?], 239
  • Engeland, 52, 93, 100, 103, 227; Engels, 103, 477
  • Enschede, Jacobskerk, 385; Jozefkerk, 199, 323; Mariakerk, 268, 459
  • Es-Rumenimes, Es-Salt, Transjordanië [?], 240
  • Essen, Duitsland, 380; Folkwang-Museum, 324, 379, 470; Kunstgewerbeschule, 61
  • Europa, 62, 69, 91, 222, 241, 348, 380 , 405, 425, 447, 463, 468, 474; Europees, 165

F

  • Fleury-en-Bière, Frankrijk, Kasteelkapel, 415-416
  • Florence, Italië, 90, 381, 403
  • Frankrijk, 12, 17, 100, 111, 201, 340, 357, 415-416, 421, 474; Frans, 426-427, 472, 473
  • Fribourg, Zwitserland, 389, 392, 395
  • Friesland, 16-17

G

  • Galaadgebergte [Gilead], Jordanië, 239
  • Galilea, Israël, 139, 251, 421
  • Gerach, 239
  • Goirle, Kerk, 68
  • Groenlo, Calixtuskerk, 203-204, 337, 381, 464
  • Groningen, 34, 59, 213; Groninger, 21, 213, 225; Groningse, 34
  • Groningen, Academie Minerva, 213
  • Grubbenvorst, 437

H

  • Haarlem, 16, 19, 25, 54, 80, 94, 208, 275; Bavo kathedrale basiliek, 10, 119, 206, 262-264, 266; Geneeskundige Dienst, 90; Kunstnijverheidsschool, 80, 94; Postkantoor, 367
  • Heerlen, Franciscus van Assisikerk, 98; Gerardus Majellakerk Heksenberg, 159, 163, 407, 446, 448-449; Pancratiuskerk, 104
  • Heilig Landstichting, 10, 116, 240-241, 243-244, 247-253, 267, 437, 475; Cenakelkerk, 10, 220, 240-254, 258, 303, 321, 437, 467, 474, 474, 475
  • Heiloo, 90; Bedevaartskapel, 110; Kruiswegpark, 190; O.L. Vrouwe ter Nood, 100, 264-265; Willibrordusstichting, 91
  • Helmond, 130, 450; Lambertuskerk, 34, 78
  • Herculaneum, Italië, 103
  • Hertogenbosch (zie Den Bosch)
  • Hilversum, 137, 159, 403, 426, 445; Ludgerus Kweekschool, 373-375, 394
  • Hoogeloon, Pancratiuskerk, 80
  • Houthem Sint-Gerlach, 29, 90, 451

I

  • Israël, 116, 190, 215, 237, 250, 365
  • Italië, 47, 88, 90, 182, 189, 348, 358, 456; Italiaan(s) 50, 88, 90, 264, 348, 364, 406, 461, 477

J

  • Jaffa, Israël, 240
  • Jeruzalem, Israël, 240, 244, 246, 248
  • Josaphat, Israël, 250, 289-290, 334, 365
  • Judea, Israël, Jordanië, 240
  • Jutphaas, 263, 266, 335-336, 427; Nicolaaskerk, 44, 119, 206, 337, 429, 466, 512

K

  • Kevelaar, 185, 198
  • Kleef, 93

L

  • Laren, 42, 331, 423, 443; Janskerk, 90
  • Leiden, 12, 16, 280, 313, 361, 369-372, 376, 391, 397; Franciscaner Kerk, 67; Oudkatholieke kerk, 11, 21, 273, 329, 344-345, 359-365, 367-369, 371, 376, 512; Rijksuniversiteit, 62
  • Limburg, 9, 16, 71, 74, 94, 114, 152, 155, 158-159, 409, 422, 435, 465
  • Lisse, 179, 199, 355, 382, 469; Agathakerk, 117-118, 177, 183-187, 190, 196, 198, 204, 206-208, 212, 219, 267, 327, 467
  • Luik, 87, 389

M

  • Maastricht, Dinghuis, 89; Heilig Hartkerk, 409; Juvenaatskapel, 34, 80, 177, 212-219, 222-223, 225, 228, 262, 330-331, 334, 437, 512; Koepelkerk, 12, 137, 158-159, 259, 320, 389, 409-415, 417-418; Lambertuskerk, 8, 20, 83-89, 92-97, 100-101, 114, 165, 402-403, 455, 460-462, 465, 512; Lidwinakapel, 94; Museum aan het Vrijthof , 19, 512; Servaaskerk, 23, 34, 168, 175, 185, 206, 402; SRAL [stichting Restauratieatelier Limburg], 22, 84, 86-87, 94, 98, 102-105; Stadsteekeninstituut, 87; Theresiakerk, 85, 87, 89
  • Madrid, Prado, 294
  • Manchester, 52
  • Marburg, Duitsland, 381
  • Medemblik, Martinuskerk, 182
  • Meyel, 237
  • Midden-Oosten, 239-240
  • Milaan, 331
  • Monte Cassino, Italië, 203; Benedictijner abdij, 181
  • München, 8, 52, 90-92, 102-103, 236, 402
  • Munstergeleen, 237

N

  • Nederland, 8, 12, 15-16, 19-21, 23, 29, 40-41, 51, 55, 59, 61-67, 74, 87-93, 101-102, 114-115, 130, 133-137, 142, 146, 159, 172, 178, 180-181, 184-185, 190, 208, 210, 238, 240, 254, 267, 275, 312, 314-315, 324, 326, 328-329, 359, 372, 377, 379-380, 383, 386, 400, 409, 415, 424-428, 431, 437, 439, 454, 469, 470, 473, 474
  • Neer, Martinuskerk, 94
  • Neerbeek, Callistuskerk, 437
  • Neuss, 317, 328, 342; Clemens-Sels-Museum, 285; Driekoningenkerk, 317, 409
  • New Mills, 52
  • New York, 357; Academie, 339; Albright–Knox Art Gallery 128
  • Nieuwenhagen-Landgraaf, O.L. Vrouwe Hulp der Christenenkerk, 104, 454
  • Nieuwkoop, Kapel van de Zusters van de Sociëteit van Jezus Maria Jozef, 68-69
  • Nijmegen, 17, 174, 236, 239, 358, 385; Bethlehem, klooster, 129; Jozefkerk, 275, 406-407; Museum Valkhof, 297; O.L. Vrouwekerk, 189
  • Noord-Holland, 16, 143, 152, 213
  • Noordwijkerhout, Jozefkerk, 182, 208
  • Nunhem, 13, 16, 389, 439, , 444, 464-465; Servatiushuis, 435, 437, 440, 445; Servatiuskerk, 435, 438, 441-443

O

  • Oekraïne, Vrije Zone van, 364
  • Otterlo, Kröller-Müller Museum, 286, 298, 302
  • Oud-Zevenaar, Martinuskerk, 406-407

P

  • Palestina, 116, 239-240, 243, 250, 467
  • Paray-le-Monial, 239
  • Parijs, 17, 57, 61, 88, 127, 130, 132, 137, 139, 142-143, 254, 312, 348, 393, 402-403, 424; Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes [1925], 307; Jeu de Paume, dependance Louvre, 348; Kunstzaal Blanche Guillot, 254; Louvre, 348; Mauméjean Frères mozaïekatelier, 348-349; Musée des Monumens Français, 241; Parc Monceau, 241
  • Patmos, Griekenland, 50, 402
  • Pompeï, Italië, 103
  • Pont-Aven, Frankrijk, 127, 421
  • Praag, 228; Emaus abdij, 191-192, 263

R

  • Ravenna, 10, 59, 208, 251, 254-255, 348, 354, 358, 456, 468; Sant Apollinare Nuovo Classe, 244-245
  • Ravenstein, Luciakerk, 434
  • Reijmerstok, 237
  • Rijswijk, Bonifatiuskerk, 339
  • Roermond, 385, 390-391; Museum Cuypershuis, 390; Teeken- en Ambachtsschool, 74-75, 307
  • Roggel, Petruskerk, 44, 463
  • Rome, 29, 69, 115, 133, 141, 144, 179, 189, 198, 203, 215, 220, 268-269, 278, 280, 348-349, 360, 386, 403, 409, 468, 470, 472; Romeins, 50, 103, 188, 191, 246, 290, 302, 373, 447, 472-473; Cornarokapel van Santa Maria della Vittoria, 149; Nederlands Historisch Instituut, 348; Sint Pieter, 175, 198, 203, 258; Sixtijnse Kapel, 46, 100, 189
  • Rotterdam, 16, 59, 75, 108, 150 204, 320; Erasmiaans Gymnasium, 328; kathedraal [Elisabethkerk], 184, 190, 202, 244; Laurentiuskerk, 72; Museum Boijmans van Beuningen, 295; Stadhuis, 59, 306; Willibrorduskerk 441
  • Rüdesheim, Abdijkerk, 202
  • Rumpen, 21, 103, 155, 266-267, 304, 327, 379, 404, 415, 427, 429, 445, 447, 451, 466; Vincentius a Paolokerk Brunssum, 156, 254-260, 512
  • Rusland, 244-245

S

  • Scheveningen, Antonius Abtkerk, 11, 329, 339, 341, 344-345, 348-350, 354, 356-357, 439, 475
  • Schiedam, Lidwinakerk, 121, 187
  • Schijndel, Kapel van de Congregatie van de Zusters van Liefde van Jezus en Maria, Moeder van Goede Bijstand, 385
  • Schoten, Lidwinakerk, 93
  • Siena, Italië, Dom, 381
  • Sint-Michielsgestel, Toenmalige doveninstituut, 94-95, 103, 165, 460-461, 463
  • Sion [of Zion], berg bij Jeruzalem, Israël, 195
  • Sittard, 409; Jezuitenkerk, 76, 328
  • Spaubeek, 44; Laurentiuskerk, 176, 456
  • Steenwijksmoer, Franciscuskerk, 71
  • Stuttgart, Mariakerk, 190-191, 222, 263, 469
  • Stuttgart: 190-191, 222, 263, 339, 469
  • Suriname, 434
  • Syrië, 240

T

  • Tabor, Israël, 422
  • Tarsus, Turkije, 246
  • Terwinselen, 103, 155, 237, 254, 259, 320
  • Thorn, 400
  • Tiberias, Israël, 203, 246
  • Tiel, [Walburgis?]kerk, 373
  • Tilburg, Antonius van Paduakerk [Korvel], 244; Dionysiuskerk of Goirkesekerk, 431, 434; Gerardus Majellakerk, 10, 241-245, 248, 366, 474, 475; kerk van Broekhoven, 70; Margaretha Maria Alacoquekerk, 245; Rooi Hartenkapel, 10, 34, 228-229, 259; Roomse Academie, 7, 19, 65, 67, 71, 137, 266
  • Transjordanië, 239-240, 248
  • Twente, 366, 431

U

  • Uden, 212, 215, 427; Petrus Stoel van Antiochiëkerk,10, 210-211
  • Utrecht, Academiegebouw, 42, 328, 406; Aloysiuskerk, 373; Catharijneconvent museum, 128, 273, 292, 299; Dom, 55, 160-161, 467; Kathedrale koorschool, kapel, 199; Kerkhof Barbara, kapel, 426, 445; Museum nieuwe religieuze kunst, 357; Nationale Schildersschool, 75-76; Voormalige hoofdpostkantoor op het Neude, 53

V

  • Vaticaan, 133, 358, 380, 403; Palazzo di Cancellaria, 348
  • Vlaanderen, 150, 153, 155; Vlaams, 133, 150, 153, 155, 206, 291, 403
  • Voorburg, Noord Brabant, kapel van de Congregatie van de Broeders van O.L.V. van Lourdes, 385
  • Vranck, Antoniuskerk, 437

W

  • Wahlwiller, Cunibertus en Dionysiuskerk, 337, 470
  • Wenen, Wiener Sezession, 217-218, 469
  • Wittem, Redemptoristenkerk, 450
  • Woudsend, 17 Michaelkerk, 458

Z

  • Zeeland, Zeeuw, Zeeuws 302
  • Zeist, Jozefkerk, 191; Jozefkweekschool, 157-158, 380, 426, 445, 447
  • Zoeterwoude, Kerk van de Kruisverheffing, 385
  • Zuid-Limburg, 16, 213
  • Zwolle, Dominicanerkerk, 309; Jozefkerk, 385

  1. De foto’s betreffen van links naar rechts: Anton Molkenboer in de Antonius Abtkerk te Scheveningen, Eugène Laudy in de Jozefkerk van Broekhem en Perey in de Lambertuskerk te Helmond. Ze kunnen gedownload worden via de beeldbank van de RCE en zijn gemaakt door Pixelpolder.

    < Terug naar De genade van de steiger