Driekoningenfeest boven (en beneden) de rivieren (2018) #

Leestijd circa 10 minuten

Ik zie ons nog gaan, verkleed als herders en drie koningen, mijn broertjes, zusjes en ik. Van deur tot deur gingen we om iets lekkers op te halen en het lied dat we het meest zongen was:

  • Driekoningen, Driekoningen, geeft mij ‘ne nieuwen hoed
    M’n oude is versleten
    M’n moeder mag ’t niet weten
    M’n vader heeft ‘t geld
    Al op de toonbank neer geteld.

En ‘s avonds was het genieten van iets lekkers, waarin mijn moeder een boon had verstopt. Als je die tegenkwam was het helemaal feest, wat dan werd je met een papieren kroon tot koning uitgeroepen. Wat een opwinding was dat!*

Wie dit leest weet onmiddellijk dat ik van beneden de rivieren kom en dat klopt. Deze Brabantse traditie is zo uitzonderlijk dat ze op de ‘Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed’ is geplaatst en – als gevolg daarvan – op de ‘UNESCO-lijst van Immaterieel Erfgoed’.* Die erkenning is terecht, zeker als je bedenkt dat dit feest vroeger ook boven de rivieren werd gevierd. Daar kwam ik achter door het onderzoek naar de nieuwe Bavo. Niet doordat de wijzen uit het oosten tot tweemaal toe in de kathedraal zijn afgebeeld – in het prachtige altaarretabel van Mari Andriessen (1929-1930) en de kleurrijke glazen van Han Bijvoet (1951) – maar dankzij weekblad Sint Bavo.*

De geschiedenis herhaalt zich; want net zoals nu in Haarlem een magazine circuleert voor de fondsenwerving ten behoeve van de restauratie – ‘Bavo in de steigers’ – werd in 1898 een tijdschrift opgericht om geld bij elkaar te sprokkelen voor de volgende bouwfasen van de kerk: godsdienstig weekblad Sint Bavo. De bisschop zou de bisschop niet zijn geweest als hij dat medium niet meteen gebruikte als spreekbuis voor zijn beleid. En tot dat beleid hoorde ook het vertrouwd maken van de gelovigen met aloude gebruiken uit de tijd van voor de reformatie. In mijn boek De nieuwe Bavo te Haarlem vertel ik wat meer over dit aspect van de zorg voor de kudde.* De geschiedenis werd aan de ene kant ingezet om de vaderlandse origine van het Nederlandse katholicisme tegenover de rest van het land te positioneren. Een groot deel van de natie was er namelijk van overtuigd dat een katholiek geen goed Nederlander kon zijn, omdat uiteindelijk toch de paus het voor het zeggen had. Aan de andere kant concentreerde de kerk zich op het eigen verleden om een wij-gevoel te kweken en gevoel van eigenwaarde onder de katholieken. Dat was wel nodig na eeuwenlang als tweederangsburgers te zijn behandeld. Vandaar de rubriek die E.H. Rijkenberg, hoogleraar aan het grootseminarie Warmond, opzette over ‘de volksgebruiken van onze Katholieke voorvaderen, hier in dit bisdom’.*

Rijkenberg begon met het feest van Driekoningen, waarvoor hij het naslagwerk Volksvermaken van Jan ter Gouw heeft gebruikt. Hieruit blijkt dat Driekoningen in vroegere tijden veel weg had van Sinterklaas: het was een dag om gul te geven, zodat ook berooide mensen zich konden vermaken. Arme kloosters kregen wijn van de stadsbesturen en de rijke kloosters ‘gaven „den armen luden” brood en bier tot „hun Coninxfeeste”’. Kinderen kregen die dag vrij en ook zij ontvingen ‘coninxgelt’ om Driekoningen te kunnen vieren. In dit verband noemt Rijkenberg herkenbaar genoeg het kinderliedje over de hoed hierboven, dat dus niet alleen in het Brabantse bekend was. Dat geldt niet minder voor de uitverkiezing van de koning door middel van de ‘coninckx-bone’ die in een taart of brood verstopt werd. Ook dat was overigens iets wat bij ons thuis nog werd gedaan. Het was, zoals Rijkenberg benadrukt, op dit soort dagen bij ‘onze voorvaderen gewoonte een gezelligen maaltijd te houden’. Ter illustratie verwijst hij naar een van Jan Steens Driekoningentaferelen.*

Jan Steen, Driekoningenfeest, Wikimedia (Museum of Fine Arts, Boston)
Jan Steen, Driekoningenfeest met de koningsboon, kaarsjesspringen en sterdraaien (1662). Boston Museum of Fine Arts. Foto Wikimedia.

Rijkenberg laat niet alleen de gedrukte bronnen aan het woord, maar heeft zich ook geconcentreerd op de oral history van het bisdom. Zo vermeldt hij een lied, opgetekend uit de mond van ‘„den ouden Gerrit” te Noordwykerhout […] in het jaar 1893 onder het draaien van een mooie groote Driekoningenster gezongen’. Het gaat daarbij om het gebruik dat we hierboven zo mooi uitgebeeld zien in de voorstellingen van Cornelis Troost en Bernard Picart: ‘Drie personen: twee blanken en een zwarte, stelden de drie koningen voor. De zwarte, die in het midden loopt, draagt een standaard, waarop een draaiende papieren ster met een brandende kaars daarachter is bevestigd’. Meestal waren deze sterren gemaakt van perkament. Sommige ervan waren zo uitgewerkt dat er hele taferelen in waren opgenomen die via een ingenieus draaisysteem naar voren kwamen op het moment dat de betreffende scene in het lied aan de orde was. Het belangrijkste lied dat daarbij gezongen werd, begint als volgt:

  • Wij komen getreden met onze sterre;
    Lauwerier de Gransio,
    Wij zoeken Heer Jesus, wy hadden Hem gerre;
    Lauwerier de knier,
    Wij kwamen al voor Herodes z’n deur
    Lauwerier de Gransio.

En zo gaat het nog een stuk of vijf coupletten verder.*

Dat de reformatie een einde heeft gemaakt aan dit volksfeest staat wel vast. Maar dat betekent niet dat het helemaal uit het zicht verdween. Tot ver in de zeventiende eeuw werd het zelfs nog door gereformeerden in huiselijke kring gevierd. En het rondtrekken met de ster hield – zoals ook Rijkenberg aangeeft – stand tot laat in de negentiende eeuw. Of dit sensibiliseren ertoe geleid heeft dat Driekoningen rond 1900 echt is gaan leven in het bisdom Haarlen, is zeer de vraag. Als we afgaan op weekblad Sint Bavo, wordt alleen in 1899 gewag gemaakt van een kinderfeest in Haasveld en daarna blijft het opvallend stil.* Maar dat is eigen aan het registreren en beschermen van historische fenomenen: dat gebeurt vrijwel steeds op een moment dat de bewuste traditie zelf niet langer levenskrachtig genoeg is om het vol te houden. Paradoxaal genoeg wijst ook de plaatsing van het Driekoningenzingen op de lijst van het nationale immateriële erfgoed daarop. Mogelijk heeft dat in dit geval tevens te maken met het feit dat het verkleden en rondtrekken al voldoende beleefd kan worden tijdens Carnaval en het geven en ontvangen centraal staat met Sinterklaas. Toch kan niet ontkend worden dat zich de laatste jaren een opleving voordoet die top down gestimuleerd wordt.

Ken jij een vergelijkbaar feest dat onder druk staat?

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de bronnen die hieronder staan vermeld.

  1. Als kind heb ik tussen 1963 en 1986 deelgenomen aan het Driekoningenzingen in Tilburg, waar ik van 1960 tot ik ging studeren in 1974 heb gewoond.
  2. Zie de volgende artikelen:
    • Jager, Jef de. “driekoningen rituelen en tradities”. Rituelen & Tradities, t.p.q. 2012. http://bit.ly/2F2FUit-Driekoningen.
    • “Driekoningenzingen in Midden-Brabant”. Immaterieel Erfgoed, 2012. http://bit.ly/2F81Mc7-Driekoningen.
    • Cultureel Brabant. “Driekoningenzingen”. Cubra.nl, 12 december 2012. http://bit.ly/2F1QFRX-Driekoningen.
    • Driekoningen Werkgroep. “Driekoningen zingen in Tilburg”. Erfgoed Tilburg, 1 december 2017. http://bit.ly/2F55Hql-Driekoningen.
  3. Rijkenberg, E.H. “Volksgebruiken uit den Roomschen tijd”. Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 1 (1898): 28–30. http://bit.ly/2Efh3H1-Driekoningen
  4. Hubar, De nieuwe Bavo, pp. 60, 71-87.
  5. Zie de noten 3 en 4 hiervoor.
  6. Zie noot 3. Het plaatsje Haasveld dat in weekblad Sint Bavo van 1899 wordt genoemd, heb ik niet kunnen localiseren. Mogelijk was het een buurtschap. Mocht iemand dat weten, dan heel graag een reactie geven onder dit artikel.
  7. Lees ook mijn andere artikel over Driekoningen en de nieuwe Bavo: over het wapen van bisschop Bottemanne en de eerste bedevaart naar het heilige Land. Volg daarvoor deze link.

Beeldmateriaal in de diapresentatie

  1. Cornelis Troost, Driekoningen, 1750, Teylersmuseum Haarlem. Met dank aan Teylersmuseum dat de foto ter beschikking stelde.
  2. Bernard Picart, Het Hollandse gebruik van zingen met de ster langs de deuren met Driekoningen te Amsterdam, 1732. Rijksmuseum: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.482491
  3. Jan Steen, Driekoningenfeest met de koningsboon, kaarsjesspringen en sterdraaien (1662). Boston Museum of Fine Arts. Foto Wikimedia.
  4. In de Kerstkapel van de nieuwe Bavo zijn de Driekoningen zowel te zien in het raam van Han Bijvoet als in het altaar van Mari Andriessen. Rechtsonder een detail met het retabel van het altaar. Met dank aan het heilig Kerstmisgilde voor het ter beschikking stellen van de foto.
  5. Omslag van het weekblad Sint Bavo, waarin vanaf 1898 ook aandacht werd besteed aan oude katholieke volksgebruiken in het bisdom Haarlem. Foto bvhh.nu 2016.
  6. Screenshot van de site van immaterieel erfgoed in Nederland (bvhh.nu 2016). De foto blijkt – na raadpleging begin 2018 – vervangen te zijn. Zie “Driekoningenzingen in Midden-Brabant”. Immaterieel Erfgoed, 2012. http://bit.ly/2F81Mc7-Driekoningen.

Op alle foto’s berust auteursrecht, met uitzondering van de nummers 2 en 3 en de twee laatste. Nummer 2 hoort tot het ‘Public domain’; nummers 3 en 5 vallen onder de ‘Creative Commons’ licentie: http://bit.ly/2F5Yje8-CC-BY-NC-SA-4-0; nummer 6 is als screenshot rechtenvrij.

Bestel het boek over de nieuwe Bavo!

Nieuwsgierig naar meer verhalen over de kathedraal van Haarlem? Bestel dan het boek dat in september 2016 is verschenen via http://bit.ly/Bavo-Ao of http://bit.ly/WBOOKS-nBavo.

Het boek over de nieuwe Bavo!

‘Ad orientem’ of ‘Gericht op het oosten’ slaat op de ligging van de nieuwe Bavo, waardoor de oostkant op de meeste dagen van het jaar beschenen wordt door de roodkleurige ochtendzon, zoals hier. Ontwerp omslag Marjo Starink, met een foto van de RCE beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015: http://bit.ly/WBOOKS-nBavo.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt in de versie, waarin het in 2016 verscheen op if then is now, deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2AxOaGp-VanHH2Org