Prikbord met stukken uit de JCC

Leestijd circa 34 minuten

Joseph Cuypers Collectie: bloedstollend is dat archiefwerk! En af en toe denk ik dat Joseph Cuypers me roept ... Foto's en collage bvhh.nu 2017

Ik meende wel dat Joseph Cuypers me riep, maar Pierre M. Cuypers (III) attendeerde me erop dat dit het handschrift is van zijn vrouw Delphine Povel die hier begon met een brief aan haar zusje Bernadette (zie hieronder). Wat zegt het dat ik dat zelf niet opgemerkt heb, want de handschriften van het echtpaar zijn – na zoveel leeswerk – vertrouwd en goed te onderscheiden. Overigens is het ook prima om geroepen te worden door Delphine. Uit de vele brieven komt ze naar voren als een pittige vrouw. Collage, tekst en foto’s bvhh.nu 2018.

Inhoud van dit scherm:

Welkom op dit prikbord!

Zoals op de hoofdpagina uitgelegd maakt het prikbord deel uit van het open atelier van de Joseph Cuypers Collectie. Hier vind je allerlei fragmenten met informatie die te maken hebben met de nota bene’s bij de beschrijving van de stukken uit de Joseph Cuypers Collectie in MAIS-Flexus. Voor een deel moeten deze verder uitgewerkt worden en voor het overige staan ze hier met extra informatie en bronverwijzingen ten behoeve van het E-boek over de inventarisatie en de biografie.

Het gaat om een selectie die we nu al on line zetten. Waarom we dat doen? Omdat we graag ons voordeel doen met de kennis van anderen, dus als je aanvullingen of correcties hebt, heel graag doorgeven via deze link. Denk eraan, dit is een groeidocument: omdat er voortdurend aan veranderd wordt, staan de noten in de hoofdtekst (hieronder) getalsmatig niet in volgorde, maar in de bronnenlijst wel.

De terugkerende aanduiding hieronder van GAR, JCC, v.n. staat overigens voor Gemeentearchief Roermond, Joseph Cuypers Collectie, voorlopig nummer.

__________________

GAR JCC v.n. 200: Bijdragen van Delphine Cuypers-Povel aan de R.K. Vrouwenbond, 1925-1930

Notabene — Het betreft een lezing en de concept beantwoording van waarschijnlijk een vragenlijst voor de R.K. Vrouwenbond in Roermond. De lezing voor gaat over mentale en fysieke opvoeding en morele herbewapening van de de mannelijke jeugd en het leger; en in het verlengde daarvan de opleiding van hulpziekenverpleegsters. De tekst zelf heeft geen datum, maar kon via krantenartikelen gedateerd worden op 1925 (#GAR, Historische Kranten, Nieuwe Koerier Maas- en Roerbode 1925-04-18, 1925-04-15, 1925-04-11). Dan al gaan er stemmen op om het leger af te schaffen voelt men de dreiging van een ‘vernielenden maalstroom’ buiten Nederland. Het ‘vrede leger’ als ‘levensschool’, als een niet al te groot ‘keurkorps’. Delphine vermeldt verder oprichting van een ‘cursus’ op verzoek van de ‘gewestelijke landstorm commissie’ voor de opleiding van ‘hulpziekenverpleegsters’ voor ‘vredestijd als bij internationale ontwikkelingen’. Dit mislukte bij gebrek aan steun van de ‘toenmalige inspecteur van den landstorm’. Recent vond de oprichting plaats van een ‘voorloopig bestuur […] van eene afdeeling van het roode kruis in Roermond’ met hetzelfde doel. Het Rode Kruis zelf bestond in Roermond al in de negentiende eeuw, dus het gaat specifiek om dit punt. Ze refereert aan de rampzalige staat van ziekenverpleging tijdens de mobilisatie. Tijdens de lezing zong Delphine verschillende (kinder)liederen en werd ze door de schilder Joan Collette, destijds werkzaam voor de Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co, begeleid op de luit. Op de envelop met de lezing, geadresseerd aan Delphine Cuypers-Povel, staat in het handschrift van de oude Joseph Cuypers DCP? Dat blijkt dus inderdaad correct te zijn. Het ongedateerde conceptstuk, met in handschrift van Joseph Cuypers in potlood ‘D. Cuypers-Povel’, laat zien dat Delphine rechts van het midden stelling neemt in de bandbreedte tussen de katholieke huisvrouw en de moderne carrièrevrouw. Het is vrijwel een zeker een vragenlijst die de kerk via de R.K. Vrouwenbond heeft laten verspreiden, gelet op het anti-modernistische karakter ervan. Overigens woonde Joan (Sjoan) Collette in die tijd in een van de woonhuizen van het corps de logis van het Cuypershuis (zie GAR JCC v.n. 202 en v.n. 206). 

Delphine Cuypers-Povel in een park of tuin, vermoedelijk in Amsterdam. Screenshot website Cuypershuis, nr 6492. bvhh.nu 2019.

Delphine Cuypers-Povel in een park of tuin, vermoedelijk in Amsterdam of Roermond. Screenshot website Cuypershuis, nr 6492. bvhh.nu 2019.

Delphine Cuypers-Povel, een politiek bewuste vrouw 

Hoe Joseph Cuypers en Delphine Povel elkaar hebben leren kennen, is niet precies bekend, maar het was beslist een ‘match made in heaven’: een goed huwelijk van twee mensen die elkaar tot op hoge leeftijd zeer nabij waren. 

Delphine is zeer aanwezig in de Joseph Cuypers Collectie. Primair door de vele brieven die ze met haar man wisselde als hij weg was. En net zoals zijn vader was Joseph véél weg, voorop door zijn werkzaamheden die maakten dat hij door het hele land trok, en voorts door de vele buitenlandse reizen. Dat reizen sloeg over op de volgende generatie, van wie alleen Yvonne door haar langdurige depressie nauwelijks de grens over is geweest, België uitgezonderd. De brieven van Delphine geven een inkijkje in een familie op stand, waarin kunstzinnigheid en burgerlijkheid (in de goede zin van het woord) hand in hand gingen. 

Wat opvalt is dat Delphine een redelijk zelfstandige vrouw is in de behoudende, anti-modernistische katholieke zuil van de samenleving. Zeker, ze committeert zich aan de geijkte verhoudingen tussen man en vrouw die in haar wereld vanzelfsprekend waren en ook door de katholieke kerk ingeprent werden. Dat geldt navenant voor de visie op de gevaren voor werkende vrouwen en de intellectuele vorming, maar juist op dit laatste punt geeft ze in haar antwoorden op de vragenlijst – haast nolens volens – blijk van eigen inzichten. De manier waarop zij zich manifesteert, verraadt duidelijk de sporen van de eerste emancipatiegolf van de vrouw die bekroond werd met het vrouwenkiesrecht in 1919, waaraan zij in haar lezing refereert. Ze werkte in 1917-1918 actief mee aan de oproep aan de vrouwen in Nederland om een petitie te steunen aan de keizerin van Duitsland ten behoeve van het lot van weggevoerde vrouwen, kinderen en burgers uit oorlogsgebieden (GAR JCC v.n. 107). In die tijd was haar dochter Marguerite (1896-1986) in de weer als vrijwillige oorlogsverpleegster in Frankrijk en bij gedetineerde Engelse militairen in Nederland (1916-1917/8). In een van de brieven van Joseph Cuypers aan Yvonne (ongedateerd) vertelt hij dat haar moeder ‘overwerkt’ was: ‘Je kent dat leven hier wel: tuin, huishouden, dienstbode zoeken voor Joopie [de vrouw van Pierre J.J.M.], oefeningen vrouwelijke vrijwillige landstorm, politiek naast vrouwenbond!’ 6

De brief is geschreven in de tijd dat Yvonne in het klooster zat, want Joseph legt uit waarom zij hem nog niet in ‘de spreekkamer’ heeft gezien, de ruimte in het klooster waar familieleden van en door de religieuzen ontvangen werden. Voor de datering van deze brief betekent dit zeer waarschijnlijk 1922. Direct na deze opmerking vertelt Joseph over de ontmoeting met haar tante Jeanne in ‘de spreekkamer’ van het klooster in Velp, waar hij – saillant detail – liggend op de ‘sopha’ jeugdherinneringen met zijn tien jaar jongere schoonzus ophaalt die nog bij hen op de Vondelstraat heeft gewoond.7 Jeanne Povel behoorde tot de Franse onderwijscongregatie van de Dames du Sacré-Coeur, ook bekend als de Société du Sacré-Coeur de Jesus.8 

Drie van de vier zusjes Povel: van links naar rechts Bernadette Veltman-Povel m(1876-1957), Delphine Cuypers-Povel (1868-1948) en Jeanne Povel (1871-1956). Alleen Bébé (koosnaam voor Mathilde Delphine Marie Elisabeth Everard-Povel, 1882-1955) ontbreekt. Zeer waarschijnlijk is de foto gemaakt door hun neef/zoon/neef Charles Cuypers circa 1935; mogelijk in de grote tuin achter het woonhuis aan de Maastrichterweg, net voordat deze verkaveld zou worden voor woningbouw en de - nieuwe - Henri Luytenstraat. Herkomst GAR, JCC, v.n. 199.

Drie van de vier zusjes Povel! Wat lijken ze op elkaar! Van links naar rechts Bernadette Veltman-Povel (1876-1957), Delphine Cuypers-Povel (1868-1948) en Jeanne Povel (1871-1956). Alleen Baby (koosnaam voor Mathilde Delphine Marie Elisabeth Everard-Povel, 1882-1955) ontbreekt. Zeer waarschijnlijk is de foto gemaakt door hun neef/zoon/neef Charles Cuypers circa 1935; mogelijk in de grote tuin achter het woonhuis aan de Maastrichterweg, net voordat deze verkaveld zou worden voor woningbouw en de – nieuwe – Henri Luytenstraat. Herkomst GAR, JCC, v.n. 199.

De R.K. Vrouwenbond en het vrouwenkiesrecht

De lezing van Delphine moet zeker tegen het licht worden gehouden. Passen haar ideeën over de opvoeding van jongens tot mannen en de rol daarbij van een ‘vredeleger’ in de toenmalige tijdsgeest of zijn ze dan al aan de conservatieve kant? En hoe zit het met haar pleidooi voor een opleiding van hulpziekenverpleegsters? Verder moet de vragenlijst die ten grondslag ligt aan haar antwoorden achterhaald worden. Mogelijk via een centraal archief van de R.K. vrouwenbond die in de jaren ’60 (?) omgedoopt is tot Katholiek Vrouwengilde. De bond werd in 1912 centraal opgericht. Het katholieke dagblad De Tijd meldt:  

dat door elk der Bisschoppen in hun diocees dames zullen worden aangewezen om voor een R. K. Vrouwenbond te gaan werken, dat de R K. Vrouwenorganisatie zal staan op den grondslag der K.S.A. (Katholieke Sociale Actie), doch een zelfstandig lichaam zal vormen, dus in hoofdzaak geheel vrij zal zijn van het Centraal Bureau. Wel zal prof. Aengenent, algemeen Adviseur worden van de Vrouwenorganisatie. De indeeling zal zijn als bij de K.S.A.: er zullen afdeelingen worden opgericht en deze vereenigd in een R. K. Vrouwenbond.9

Uit een eerste speurtocht op Delpher blijkt dat de vroegste vermeldingen van de R.K. Vrouwenbond in relatie staan tot de door de kerk verafschuwde vrouwenemancipatie. Veelzeggend is de speech van ‘den pas benoemden geestelijken adviseur van de op te richten Diocesanen R. K. Vrouwenbond, rector Stroomer’, bij de oprichting van de afdeling Amsterdam, 28 november 1912:

Daarom zijn we hier bijeen. Een R. K. Vrouwenbond zal worden gesticht en Amsterdam zal, zooals ‘t behoort, de eerste afdeeling krijgen. In vele kringen zal het bericht uit de couranten omtrent de oprichting tot verschillende beoordeelingen hebben aanleiding gegeven. Velen zullen geroepen hebben: »eindelijk« ; en zij dachten, dat al ‘t bestaande omvergeworpen zou worden om een nieuwe beweging te beginnen. Dezulken zijn niet vrij te pleiten van overdrijving. Zeker, er is nog een groot arbeidsveld, doch wij zijn verre er van om — zooals in het leelijke boek van Hilda van Suylenburgh gedaan wordt — te denken, dat in deze jaren eerst de vrouwenbeweging begint. Wij kunnen wijzen op een breede schare vrouwen, dié jaren en jaren in alle stilte aan ‘t heil der menschheid werkzaam zijn geweest. Niet echter langs heel de linie zal het»eindelijk« vernomen zijn. Het bericht over de stichting werd gepubliceerd in de dagen, dat de couranten vol stonden met nieuws over het modepaleis van Hirsch. Had dit aanstekelijk gewerkt vroeg men! Gaat men nu een R. K. Vrouwenbond stichten, omdat de vrouwenbeweging »mode« is in onze dagen. Ja, sommigen zagen de rust verstoord reeds door R. K. Kiesrechtjuffers. Neen, de R.K. Vrouwenbond zal niet met geringschatting op het bestaande neerzien. Integendeel. De R. K- Vrouwenbond wil niet met alle energie er naar streven de mode te dienen. Een christelijk feminisme zal hij niet brengen. Hij wil echter de vrouwenbeweging, die in onzen tijd niet te ontkennen valt, langs goede banen leiden en behoeden voor afwijkingen.9

Een van die afwijkingen betrof in 1912 de politiek: ‘Doel is: deelneming der vrouw aan het katholieke leven in den geest van Paus en Bisschoppen, met uitsluiting van alle politieke actie.’9

Een saillant detail is de afkeurende verwijzing naar de feministische roman Hilda van Suylenburg (1897) van Cécile de Jong van Beek en Donk, een van de hoofdpersonen van Elisabeth Leijnse, Cécile en Elsa, strijdbare freules, een biografie (2015). Terwijl Cecile in deze tendensroman die van onvoorstelbaar belang is geweest voor het feminisme in Europa, de barricaden beklimt, kwam haar zus Elsa aan de andere kant van de scheidslijn terecht: zij trouwde met de componist Alphons Diepenbrock, verre neef (via de familie Alberdingk Thijm) en vriend van Joseph Cuypers. Zelf behoorlijk vrij opgevoed, kwam Elsa in een door en door roomse familie terecht; weliswaar een die over de schutting kon kijken, maar toch …10

De afkeuring van de kerk roept de vraag op of Delphine dit boek gelezen zal hebben. Ze was vrijwel zeker aanwezig bij deze bijeenkomst, want in 1912 woonde het gezin nog op de Vondelstraat in Amsterdam; als lid van de familie Povel en de familie Cuypers behoorde Delphine stellig tot de roomse elite van de stad. Uit de bevolkingsregisters kun je opmaken dat ze waarschijnlijk vanaf 1917 in Roermond verbleef: in 1917 en 1918 worden haar dochters Yvonne en Marguerite in Roermond ingeschreven. In 1919 volgt Delphine zelf en pas in 1921 Joseph. Of Delphine in Amsterdam lid was van de R.K. Vrouwenbond moet nog nagegaan worden. Wanneer ze zich in Roermond aansluit vraagt eveneens nader onderzoek. De Vrouwenbond daar werd begin 1919 opgericht, zoals blijkt uit de publicatie van de akte van dit gezelschap in de Nederlandsche Staatscourant op 22 januari 1919. Al snel blijkt sprake van een actieve vereniging die april dat jaar toetreedt tot de R.K. Diocesane Vrouwenbond. Wat heel opvallend is, is dat de Roermondse club werd uitgezonderd van het verbod op politieke actie: in mei 1919 werd een van de bestuursleden, Mathilde de Haan, door de Katholieke Kiesvereniging (KK) aangezocht als kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen. Zo  bizar was de situatie dat een vrouw wel gekozen kon worden, maar niet zelf mocht kiezen. Mathilde de Haan, afgestudeerd en werkzaam als apotheker, was tot haar huwelijk in 1923 lid van de gemeenteraad van Roermond. Aangezien Delphine zeer waarschijnlijk in 1922 lid was van de R.K. Vrouwenbond in Roermond (zie de brief van Joseph hierboven), zal ze haar vrijwel zeker gekend hebben. Het zou interessant zijn om te achterhalen of en wat dit contact heeft gebracht.11 

Toen het kiesrecht voor de vrouw op 28 september 1919 een feit werd, was het helemaal gedaan met het verbod op politieke actie. Dan kunnen de heren clerici er niet langer omheen. Dat deel van het – potentiële – electoraat dat altijd op de achtergrond was gehouden, moest men nu wel serieus nemen en kiesrijp maken; dat wil zeggen, kiesrijp voor de Algemeene Bond van R.K. Kiesverenigingen (toen al bekend onder de naam van R.K. Staatspartij die pas later, in 1926, werd opgericht)! De R.K. Vrouwenbond lijkt een onmisbaar podium voor deze vorm van missionering te zijn geweest, zoals ook blijkt uit de diocesane richtlijnen van onder meer het bisdom Den Bosch. In Roermond zal dat niet anders zijn geweest, want een van van de krantenberichten over de R.K. Vrouwenbond aldaar uit 1920 betreft nu net politieke vorming. Op 24 november 1920 weet de Limburger koerier te melden:

R.K. Vrouwenbond. — Onze dameskiezers die zich vereenigd hebben in bovengenoemde bond, zullen in geregelde cursussen op de hoogte gebracht worden van Staats- en sociale wetenschappen. Daarom zal mr. Bolsius op Maandag 29 November a s. te 8 1/2 uur nam. In het Christoffelhuis het eerste onderwerp behandelen.12 

Met het oog op de Tweede Kamer Verkiezingen van 1922 en de gemeenteraadsverkiezingen van 1923 wilde Roermond er kennelijk op tijd bij zijn. Mr Frans Jozef Bolsius was overigens niemand minder dan de president van de rechtbank van Roermond, tevens de zoon van de eerste co-architect en buurman van Pierre J.H. Cuypers, A.C. Bolsius, die getrouwd was met M.C.H.J. Stoltzenberg (dochter van de eerste vennoot van de oude Cuypers in de firma Cuypers & Stoltzenberg). De oude Cuypers heeft zijn leven lang contact gehouden met mr Bolsius. Delphine zal hem zeker via haar schoonvader gekend hebben.

In 1920 mocht de vrouw voor het eerst kiezen. De primeur daarvoor ging naar Maria Elisabeth (Elise) Spauwen-Schrijnemakers, getrouwd met de burgemeester van Gronsveld (onder Maastricht), waar zij op zaterdag 15 mei 1920 (!) bij de gemeenteraadsverkiezingen van Gronsveld haar stem uitbracht.12 Zou de R.K. Vrouwenbond ook hier voor instructie hebben gezorgd?

We komen nog op terug op de R.K. Vrouwenbond, want er valt waarschijnlijk nog heel wat te achterhalen over de positie van Delphine in de Roermondse afdeling.

Wordt vervolgd!

__________________

GAR JCC v.n. 179: Condoleances naar aanleiding van het overlijden van Joseph Cuypers, 20 januari 1949, met algemeen bedankbriefje van Pierre J.J.M. Cuypers

Notabene — De condoleances zijn onder meer gericht tot Delphine die een paar maanden eerder, 17 oktober 1948, was overleden. Onder de afzenders zitten Georges Dahmen, Herman Reuser (woonde met zijn vrouw bij Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel in in de jaren 1944-1945; eerst Op ’t Zwartbroek en daarna op de Maastrichterweg), E. Versteegh-Vennik (ex-vrouw Paul Versteegh), Theo Rueter, G.A.F. Huisintveld, pastoor Schoolmeester ( verbonden aan R.A.K.), Theo van Reijn, H.C.P. Nuyten, Johan W.B. Beijk (nieuwe Bavo), Jan de Meijer. Voor de condoleances bij gelegenheid van het overlijden van Delphine zie v.n. 197. 

Noot B&M | De brief van Herman Reuser is belangrijk voor situatie in de Tweede Wereldoorlog. Tot dusver is uit de familieverhalen niet bekend dat hij en zijn vrouw bij de familie gebivakkeerd hebben. De brief van E. Versteegh-Vennik geeft informatie over het reilen en zeilen van pleegzoon Paul (de zoon van een vroeg overleden studievriend van Joseph); hij blijkt zich ontwikkeld te hebben tot een weinig stabiele, onrustige man.

Bovenstaand overzicht kan aanmerkelijk uitgebreid worden dankzij de nagekomen doos met stukken van Pierre M. Cuypers. Hierin bevindt zich onder meer een pak met condoleances met het overlijden van Joseph Cuypers. Uit een begeleidend briefje van Pierre J.J.M. Cuypers blijkt dat hij deze heeft overgedragen aan Charles.

Wordt vervolgd!

__________________

GAR JCC v.n. 173: Correspondentie van en aan Joseph Cuypers tijdens zijn studiereis door België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, Oostenrijk-Hongarije, 1884-1885

Notabene —Joseph Cuypers reist voor een deel samen met zijn zus Katrien (Katrina, later Kat(h)y en vanaf 1916 zuster Maria Benedicta bij de redemptoristinnen te Velp). Zie ook de schetsboeken en losse schetsen van die reis: v.n. 17, 31, 41, 42, 47, 58-62, 67; hieruit blijkt dat de studiereis direct begon in Nederland. De brieven aan zijn ouders zijn ondertekend met Joseph. De brieven zijn bij elkaar gehouden in een (hergebruikte) omslag, afkomstig van een van de schetsboekjes (oude ordening). Zie #E-boek: Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect, p. 288.

__________________

GAR JCC v.n. 172: Stukken met betrekking tot de breuk met Frans Stoltzenberg junior, 1892

Notabene — Frans Stoltzenberg junior, zoon en opvolger van François Stoltzenberg met wie P.J.H. Cuypers in 1852 het atelier Cuypers & Stoltzenberg heeft opgericht, licht Cuypers senior op door een eigen bedrijf te beginnen en uiteindelijk met geld van de firma naar Amerika te gaan. Dit betekende het einde van de firma Cuypers & Stoltzenberg en het begin van de Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co. Dit nummer bevat voornamelijk correspondentie hierover tussen Pierre J.H. Cuypers, Delphine Cuypers-Povel en Joseph Cuypers, die de laatste apart heeft gehouden. Het gaat dus om oude ordening. Zie het #E-boek: Hubar, Rien de pareil, deel 1; Schiphorst, Een toevloed van werk, p. 85. Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect, pp. 34-36.

Noot B&M | Het hoofdstuk in Rien de pareil kreeg de veelzeggende subtitel Buddenbrooks revisited. Zeer de moeite waard om te lezen, omdat ook de rol van Joseph Cuypers hierin duidelijk wordt. Vaststaat dat Cuypers senior een buitengewoon eigenwijs iemand was die zowel de raadgevingen van zijn vrouw, zijn zwager als zijn zoon passeerde, met een vertrouwenscrisis en financiële rampspoed als gevolg. Dit verhaal van vaders en zonen, van vertrouwen en bedrog, stond centraal in de Cuypersmusical van Hans van Bergen (tekst) & Hub Boesten (muziek) die in 2007 in Roermond werd uitgevoerd bij gelegenheid van het Cuypersjaar.


In bovenstaand item worden zoon Frans en vader François door elkaar gehaald, maar verder is het een geweldige aanvulling op het verhaal over de familie Stoltzenberg!

__________________

GAR JCC v.n. 164: Correspondentie van (en tussen) Emmy Cuypers-Kneepkens en Charles Cuypers, 1945-1949

Notabene — Betreft onder meer de brieven van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel aan hun schoondochter. Net zoals bij Joseph en Delphine is de correspondentie tussen Charles en Emmy voor een deel gescheiden opgeslagen, hier vooral vanwege de omstandigheid dat zij in de naoorlogse jaren voor een groot deel noodgedwongen apart leefden. Behelst onder meer een brief van Joseph (1945) waarin hij Charles tot ‘archivaris van onze stam’ benoemt. Er blijkt veel contact met zoon Michael te zijn die vanuit de USA postpakketten stuurt. Delphine’s zus Bernadette Veltman-Povel die eerder al in Meerssen ging wonen, was kwartiermaker voor hun verhuizing. Verder zat ook zus Jeanne in de buurt, en wel in het klooster Sacre Coeur bij Vaals (brief aan Charles Cuypers d.d. 26 februari 1948, v.n. 96). Ten slotte verbleef jongste dochter Yvonne in Mariënwaard in Maastricht (GAR, JCC, v.n. 96, brief van Delphine aan Charles, circa 7-11 augustus 1948). Joseph werkt in deze tijd ondanks zijn slechtziendheid aan de restauratie/herbouw van het ‘Kloosterpension’ van de Kleine Zusters van de Heilige Joseph in Meerssen dat hij in 1932 had gebouwd (2010 gesloopt). Zie aanvullend de correspondentie in v.n. 96.

Noot B&M | Wie is Antoinette die voor Joseph en Delphine zorgt in Meerssen. De zuster van Delphine, Bernadette Veltman-Povel, heeft gezorgd dat het echtpaar daar terecht kon.1 In de brief van Joseph aan Charles van 7 november 1948 blijkt het om Antoinette Smeets te gaan. Waarschijnlijk de gezelschapsdame van Bernadette na het overlijden van haar man Karel in 1940. Bernadette zelf overlijdt in Meerssen in 1957 en overleeft haar zuster bijna negen jaar.2 Een bijzonderheid of niet, brieven werden in die tijd een paar keer achter elkaar gelezen, zoals Delphine schrijft aan Emmy, zelfs bij de afstand Meerssen-Roermond. Emmy doet na de dood van Joseph in haar brief een boekje open over Marguerite en Pierre die volgens haar liever hebben dat Charles niet terugkomt uit Argentinië (GAR, JCC, 22 januari 1949, v.n. 96).

Uit de briefwisseling tussen Joseph en Michel blijkt dat zijn ouders in december 1940 al van plan waren om naar een ‘klein pension’ te zoeken, waardoor Delphine ontlast zou worden van de steeds meer drukkende huishoudelijke taken. Dat had ook te maken met de inmiddels te hoge kosten van de bewoning van Roerzicht in relatie tot de geslonken middelen van inkomsten (GAR, JCC, v.n. 202).

Voor het ‘Kloosterpension’ zijn verschillende items opgeslagen in Zotero, die nader uitgewerkt worden.3

Wordt vervolgd!

__________________

GAR JCC v.n. 118: Inleiding tot de eisen waaraan een kunstwerk moet voldoen, door Pierre J.H. Cuypers

Notabene — Handschrift Pierre J.H. Cuypers, oorspronkelijk in pen, met later aantekeningen in potlood. Waarschijnlijk gebruikt voor lessen aan de Quellinusschool en/of de Rijksschool voor Kunstnijverheid in het Rijksmuseum te Amsterdam. Thema’s: ‘aesthetica’, ontwerpen op systeem (geometrie, patronen), ‘symmetrie’ en ‘ponderation’, ‘denkbeeld’ en ‘wezen’, ‘Karakter en stijl’, ‘Symboliek’, ‘Het meetkundig geometrische element’, ‘Stijl’, ‘Symbool’, ‘(Ornament) De Versiering’, ‘De Kleuren’. #PM Einddatum bepaald door afscheid Rijksmuseumscholen in 1895 (?) Zie uitnodiging uitreiking oorkonde 1895 in GAR JCC v.n. 93.

Noot B&M | Pierre J.H. Cuypers werd in 1881 benoemd tot docent aan de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers en de Rijksschool voor Kunstnijverheid die na 1885 (?) gevestigd waren op de zolder van het Rijksmuseum. Datum ontleend aan: Cuypers, (toeschrijving), Joseph. “Petrus Josephus Hubertus Cuypers”. Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia 5 (1897): 1–4. http://bit.ly/Architectura-Tresor.

__________________

GAR JCC v.n. 117: Stukken met betrekking tot het rapport over de O.L. Vrouwe Hemelvaart te Heemstede ten behoeve van de liturgische commissie van het bisdom Haarlem, 1925

Notabene — Deze kerk werd ontworpen door Joseph Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers en in gebruik genomen in 1926 (bron: parochiesite). Typologisch vormt het gebouw een hybride tussen de klassieke kruiskerk en de koepelkerk (centraalbouw) met als doel de liturgische betrokkenheid van de kerkganger te vergroten (volkskerk, Liturgische Beweging).

Noot B&M | De parochiesite verwijst naar W. de Groot-Boot, M. Bakker, M. Wagemaker, Onze Lieve Vrouw Hemelvaart, 75 jaar parochieleven aan het Valkenburgerplein, Uitgeverij De Vrieseborgh, Haarlem 2002.
Het lemma op Reliwiki is te globaal om te gebruiken als verwijzing. Daaraan is wel ontleend dat in 2018 besloten is de kerk op termijn buiten gebruik te stellen.

Binnenkort verschijnt een artikel over deze kerk van Gert M. van Kleef die bezig is met de voorbereiding van een proefschrift over het kerkelijke oeuvre van Joseph Cuypers.

Voor het liturgische concept van de volkskerk en de daaruit voortgekomen Christocentrische kerk zie Rackham en Hubar, De Sacramentskerk te Tilburg (2005), pp. 34-46. Voorts Rackham m.m.v. Hubar, De Steentjeskerk te Eindhoven (2019).

__________________

GAR JCC v.n. 113: Stukken met betrekking tot de oprichting van de Bond van Nederlandsche Bouwkundige Vereenigingen en de Bond van Nederlandsche Architecten, met een overzicht van steun betuigende architecten; en van de R.K. Architecten Vakvereeniging, 1898-1933

Notabene — Centrale spelers hierin zijn De Maatschappij ter Bevordering van de Bouwkunst en Architectura et Amicitia. Uiteindelijk leidden deze ontwikkeling tot het ontstaan aan de B.N.A. Bij de ondertekenaars van de oproep tot een Bond van Nederlandsche Bouwkundige Vereenigingen zitten onder meer J.H. Leliman, Eug. Gugel, Henri Evers, W. Kromhout, C.B. Posthumus Meyes (doorgestreept), F.J. Nieuwenhuijs, K.P.C. de Bazel, J.W. Boerbooms, C.A. Huijgen, J.L.M. Lauweriks, J. van Gils, D.A.N. Margadant, L.M. Moolenaar, Nic. Moolenaar, C.W. Nijhoff, W. te Riele, J.A.G. van der Steur, Jac. van Straaten, Joseph Cuypers, W.C. Deenik junior (toegevoegd in handschrift JC) (zie artikel David Mulder Cuypersbulletin), J.G. van Gendt (toegevoegd in handschrift JC), D.J. Nijland (toegevoegd in handschrift JC). De R.K. Architecten Vakvereeniging lijkt een initiatief van Joseph Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (tweespalt standsorganisatie en vakorganisatie).

Noot B&M | Lijst nog completeren met namen, functies en de relatie tot Joseph Cuypers.

__________________

GAR JCC v.n. 109: Stukken met betrekking tot modernisering van het Bernulphusgilde

Notabene — Met onder meer statutenwijziging 1896 (reacties van Jan Brom, Hendriks van der Geld, Nics Molenaar, M. Maarschalkerweerd, Hermans Smits Eindhoven). Violier; K.S.A. Het Bernulphusgilde (1869) had als doel om de clerus te sensibiliseren voor historische en eigentijdse kerkelijke kunst en architectuur. De oprichter, monseigneur G.W. van Heukelum, deed dat door middel van bijeenkomsten met lezingen, excursies en de uitgave van een eigen tijdschrift, Het Gildeboek. Aanvankelijk was het lidmaatschap beperkt voor de clerus. Vanaf medio jaren 1880 werd de vereniging opengesteld voor leken. Joseph Cuypers en zijn vriend Antoon Derkinderen werden in 1888 lid.

Noot B&M | Herkomst: Wikipedia. Hubar, De nieuwe Bavo, pp. 54, 56.

Nog uitzoeken: K.S.A.

__________________

GAR JCC v.n. 1: Schetsboek België, Nederland, Engeland, Duitsland. België: Montjoie, Weismes, Visé Haute. Nederland: Haarzuylens, Zutphen, Denekamp (Wolter te Riele), Vondelstraat Amsterdam, Beverwijk (1914-1915), Meerssen Tweebruggen (1945). Engeland: W.F. Dixon Londen. Duitsland: München, 1914-1945

Notabene — Schutblad: Jos Cuypers. BNA. C.B.Ing. Vondelstraat 77 Amsterdam APRIL – 1914 / Joh. Van Oostveen (?). W.F. Dixon, glazenier van de Voorhal van het Rijksmuseum (1848-1929). Door papierschaarste Tweede Wereldoorlog hergebruikt.

Noot B&M | Kennelijk hielden de architecten Cuypers, of in ieder geval Joseph, contact met Dixon na de glazen die hij leverde voor het Rijksmuseum.

Kennisgeving van de opheffing van de VOF Cuijpers & Co te Roermond tussen P.J.H. Cuypers en J.Th.J. Cuypers op 1 februari 1912. Foto Marij Coenen 2018.

Kennisgeving van de opheffing van de VOF Cuijpers & Co te Roermond tussen P.J.H. Cuypers en J.Th.J. Cuypers op 1 februari 1912. Joseph zet de ‘de zaken der vennootschap onder denzelfden firmanaam’ voort. Een jaar later, 1913, komt er een nieuwe vennootschap van Joseph en zijn zoon Michael Cuypers die tot circa 1920 blijft bestaan.4 Foto Marij Coenen 2018.

Zoals we hierboven hebben aangegeven gaat het om een uitdijende selectie die als gevolg van voortschrijdend inzicht telkens aangepast wordt. Mocht je bezig zijn met onderzoek of de voorbereiding van een lezing of artikel en feedback willen geven of meer informatie willen hebben, dan kun je ons mailen via postvanhellenberghubar@gmail.com.

Naar dit item kan verwezen worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. “Prikbord met stukken uit de JCC”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2018-2019. bit.ly/2BH5fP1-VanHH2Org.

Wij delen graag, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.5

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

Wordt vervolgd!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De verkorte titels in de tekst hierboven verwijzen naar de bibliografie van de Joseph Cuypers Collectie en/of van de integrale website.

  1. GAR JCC v.n. 164 en 96. Precieze verwijzing verifiëren.
  2. Cuypers, Pierre M. “CUYPERS – MyHeritage”. MyHeritage, 2018-2019. http://bit.ly/2OGqofQ-JCC. Delphine Cuypers-Povel overlijdt 17 oktober 1948 en Bernadette Veltman-Povel 7 juli 1957.
  3. Zotero is een gratis referentiemanager, waarin literatuur en andere verwijzingen inzake dit project zijn opgeslagen. Voor meer informatie volg deze link. Te zijner tijd komt de deelverzameling met betrekking tot dit project on line: Joseph Cuypers Collectie (zoektermen klooster, Meerssen).
  4. Toepasselijke nummers in GAR JCC nog opzoeken. 
  5. In principe mag iedereen gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op deze site. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.
  6. Voor de vrijwillige landstorm zie dit lemma op Wikipedia, waarin overigens niets over de vrouwelijke tak wordt vermeld.
  7. GAR JCC v.n. 91, VanHH.org-fotonrs P1300794-P1300796. Joseph en Delphine zijn hun getrouwde leven begonnen in Hilversum, op Hilverheuvel; daarna zijn ze verhuisd naar – het vroegere woonhuis van de familie of een van de andere huizen – in de Vondelstraat in Amsterdam en vervolgens na de Eerste Wereldoorlog naar Roermond. Hilverheuvel was oorspronkelijk het zomerverblijf van de familie Povel. Volgens een lokale architectuursite is het oude Hilverheuvel (Emmastraat 35-37) in 1903 afgebroken, waarna in 1905 de nieuwbouw gereed was. Het is niet duidelijk of een van de architecten die voor de latere uitbreiding tekende, E. Hogervorst en J.H. van Straaten, ook verantwoordelijk is voor het originele ontwerp uit 1905. Eduard en Bernadette Veltman-Povel lieten in 1905 een nieuwe Hilverheuvel ontwerpen door Joseph Cuypers en Jan Stuyt in Bloemendaal (HNI/Nai: CUBA.110381406 Nieuwbouw en decoratie van woonhuis ‘Hilverheuvel’ in Bloemendaal. 1905-1914). 
  8. GAR JCC v.n. 91, VanHH.org-fotonrs P1300794-P1300796. Ibidem v.n. 90 en 164 (voor de laatste zie hierboven). Voor zover tot dusver (augustus 2019) uit de briefwisseling opgemaakt kan worden, heeft soeur Jeanne Povel gewoond in de huizen van Sacre Coeur in Jette (bij Brussel) rond 1909 (als novice; ze was een late roeping met haar 38 jaar), in Velp rond 1922 en in Vaals na de Tweede Wereldoorlog. Haar brieven vallen op door een zakelijke, levendige schrijfstijl met nauwelijks religieuze overpeinzingen. “Sacre Cœur Vereniging Nederland (S.C.V.) – Geschiedenis”. Sacre-coeur.nl. Geraadpleegd 4 augustus 2019. bit.ly/2GL01UK-JCC.
  9. “NED. R.K. VROUWENBOND.” De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad. 13 november 1912, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2zePnBw-JCC. “STADSNIEUWS. R.K. Vrouwenbond.” De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad. 29 november 1912, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2NyTWyV-JCC. Rector Stroomer is vrijwel zeker Petrus Stroomer (1861-1929), de latere deken van Amsterdam die van 1910 tot 1913 hij rector was van Joannes de Deo te Amsterdam. 
  10. Leijnse, Elisabeth, Cécile en Elsa, strijdbare freules, een biografie, Amsterdam 2015. In de JCC bevinden zich verschillende stukken van en over Diepenbrock en zijn dochters (GAR JCC v.n. 73, 142, 153, 192, 199). voor de invloed van dit boek zie onder meer het lemma ‘Hilda van Suylenburg’ op Wikipedia.
  11. Hubar, Rien de pareil, deel 2, pp. 227-229, onder verwijzing naar GAR I.5. Bevolkingsregisters, inv.nrs 3861 pp. 167 en 172, en 3879, p. 127.  “Provinciaal Nieuws. R.K. Dioc. Vrouwenbond”. Nieuwe Venlosche courant. 15 april 1919, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2NCymtm-JCC. De Roermondse R.K. Vrouwenbond werd ingeschreven in de Staatscourant in januari 1919: “MEDEDEELINGEN VAN VERSCHILLENDEN AARD.” Nederlandsche staatscourant. 22 januari 1919, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2ZjdTkz-JCC. Roos, Jan de. “Haan, Mathilda Alexia Frederica Hubertina”. ING Project. Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, 30 mei 2017. http://bit.ly/2QhYTz4-JCC (nog toevoegen aan bibliografie).
  12. “Politiek en R.-K. Vrouwenbond”. Eindhovensch dagblad. 8 maart 1919, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2MGrrQ6-JCC.  “Nagekomen Nieuws. Maastricht R.K. Vrouwenbond. Roermond R.K. Vrouwenbond.” Limburger koerier: provinciaal dagblad. 24 november 1920, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/344FKDu-JCC (Maastricht: juridische positie van de vrouw. Roermond: kiesrecht). Zie verder de lemma’s Vrouwenkiesrecht en Algemeene Bond van RK-kiesverenigingen op Wikipedia.
  13. Voor Frans J. Bolsius zie het betreffende lemma op Wikipedia. Voorts Linssen, G. (2013) “Mr. Frans Bolsius, politicus en president (1911-1939)” in Berkens, A.M.J.A. et al. Rechtspraak in Roermond: van Soevereine Raad naar Rechtbank Limburg (1580-2012). Hilversum: Verloren. ISBN 978-908704-351-3. p. 165-167 (nog toevoegen aan de bibliografie van de JCC).  Bij gelegenheid van zijn benoeming tot president van de rechtbank ontving Bolsius van de oude Pierre een beschilderd paneel met een persoonlijke opdracht aan de achterkant. Dit paneel is in particuliere handen.

Over Joseph Cuypers is nog meer te vinden bij De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

Verkorte link van deze pagina: bit.ly/2BH5fP1-VanHH2Org

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie