De Urbanuskerk in Nes aan de Amstel

Urbanuskerk Nes aan de Amstel

De Urbanus van Nes aan de Amstel (1889-1891) geldt als het eerste kerkgebouw dat Joseph Cuypers zelfstandig als architect heeft ontworpen. Foto auteur 2014

Al eens de Urbanuskerk in Nes aan de Amstel bezocht? Dat zou ik zeker een keer doen, want het is echt een juweeltje. Ze oogt wat somber van de buitenkant, maar dat heeft vooral met vervuiling te maken. Aan de binnenkant is het één feest van kleur, licht en glans, ook al lijden verschillende muren aan vochtproblemen en zoutuitbloei. Alles bij elkaar een verbazingwekkende primeur van Joseph Cuypers, die zoals zijn tijdgenoten zeiden, niet alleen een droit de naissance kende, maar ook een droit de conquête (oftewel, je hebt weliswaar een streep voor als zoon van een beroemde architect, maar o, wat is het zwaar om tegen zo’n grootheid op te moeten boksen).

Wat die wisselwerking bij de Urbanuskerk heeft gebracht, kun je vinden onder deze knop.

Glans in de nieuwe Bavo

Bericht op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo over het atelierbezoek bij Vera Bakker in het kader van de restauratie van de edelsmeedkunst. Screenshot bvhh.nu 2015.

Het mooie van deze ontdekking is dat ze opnieuw bevestigt hoe belangrijk glans in het concept van Joseph Cuypers voor de kathedraal was. De architect paste voor dit gebouw een type polychromie toe dat sterk bepaald werd door de lichtinval. Het gaat om de ‘atmosfeer’ die ontstaat als het licht in wisselende intensiteit binnenvalt en zich verspreid dankzij de reflectie op de glanzende terracotta’s, de geboende banken en andere ‘glansbronnen’, zoals deze kronen. In het kielzog van het licht volgen de kleuren die door de weerkaatsing op allerlei plaatsen geprojecteerd worden.

Joseph Cuypers werkte op deze manier een aantal observaties uit van E.E. Viollet-le-Duc: deze Franse oudheidkundige en architect was niet alleen voor de generatie van Cuypers senior, maar ook voor die van Joseph een vraagbaak van belang. Ondertussen speelde ook de Farbenlehre van Goethe bij het scheppen van ‘atmosfeer’ een spannende rol.

Deze atmosferische polychromie heeft een heel bijzonder karakter in het schip, waar aardse tinten overheersen. Dat past ook bij deze plek die symbool staat voor de wereld. Als je met dit verhaal in je achterhoofd door de kerk loopt, zul je merken dat de nieuwe Bavo zich op een heel andere manier laat zien.

B. *

Hoe licht en glans de hemelse stad in tweevoud accentueren.
Licht en glans en kleur in de nieuwe Bavo worden ingezet om tweemaal de volmaakt ronding van de hemelse stad te accentueren: in de kroonluchter van Jan Brom en in de koepel van Joseph Cuypers. Formeel was de kroonluchter gewijd aan het licht van het Oude Testament, te weten de tien geboden.* In die zin functioneert ze als voorafbeelding ten opzichte van de koepel, die als metafoor van het hemels Jeruzalem het koninkrijk Gods verbeeldt, waar Christus als koning en rechter zetelt.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

Nota bene — Deze blog schreef ik in 2014, toen ik net was gestart met het vervolg van mijn schrijfopdracht van de waardestelling, namelijk de kopij voor de monografie over de nieuwe Bavo. Over dit boek dat op 9 september 2016 verscheen, vind je meer op de bestelpagina.

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar bronnen die hierna vermeld worden. De volledige beschrijving van de verkorte titels is te vinden in de bibliografie van deze site.

  • De visie op licht, kleur en glans heb ik geanalyseerd in:
  • Zie voorts de blogs:
  • Verder onderzoek:
    • Het kleurhistorisch onderzoek van Judith Bohan Interieur Restauratie te Haarlem (meerdere rapporten en presentaties 2011-2014).
    • Erftemeijer, Looyenga en Van Roon, Getooid als een bruid, p. 167 (afb. 212): de luchter van Brom.
  • Metaalrestauratie Atelier Vera Bakker is gevestigd te Schoonhoven.

Het aspect van licht en glans in de nieuwe Bavo heb ik ook aan de orde gesteld in mijn bijdrage aan de tophit ‘Kerkinterieurs in Nederland‘ van het Catharijneconvent en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (2016).

Verkorte snelkoppeling van dit item: http://wp.me/p4eh3s-sd | http://bit.ly/1klL3Gm

Door naar de hoofdpagina van de nieuwe Bavo

De jongste Cuypers in Zandvoort

Cuypers Heemstede bvhh 15 mei 2014 (189)

Interieur van de Agathakerk uit Zandvoort van Pierre J.J.M. Cuypers junior (1891-1982) uit 1928. Je zou het niet zeggen, maar er zijn verschillende overeenkomsten tussen dit gebouw en de nieuwe Bavo, waaraan hij in de laatste fase (1929-1930) heeft meegewerkt. Dat geldt met name voor het decoratieprogramma, dat in een ander item aan de orde zal komen. Bijzonder is de met glad geschaafd hout afgeschoten kap op geknikte schoren. Hoewel de dragende onderdelen aan het oog onttrokken zijn, volgt de bekleding de structuur, waardoor deze herkenbaar is gebleven. Hoewel het jammer is dat de oorspronkelijke banken verdwenen zijn, wordt de nieuwe opstelling met lichte, houten stoelen als meer uitnodigend ervaren. Met het oog op de toename van het medegebruik van kerken is dit zeker niet overbodig.

B.

____________________

Gerelateerde onderwerpen:

  • De Agathakerk in Zandvoort als ontdekking tijdens de Cuypersexcursie in Heemstede en omgeving (mei 2014).
  • De nieuwe Bavokathedraal.

 

Fotodocumentatie Paterskerk

De Paterskerk te Eindhoven met het heilig Hartbeeld

De Paterskerk te Eindhoven (1896-1898) met het heilig Hartbeeld hoog in de top van de toren. Deze riskante positie heeft het beeld de bijnaam bezorgd van Jezus waaghals, of Jezus de springer. Van een aangetrouwde oom hoorde ik dat de Amerikaanse soldaten die Eindhoven op 18 september 1944 bevrijdden, dachten dat het mr Philips was. Foto: Bas Gijselhart | BASEPHOTOGRAPHY (2014).

Het onderstaande stukje schreef ik in 2014, toen ik druk bezig was met het onderzoek en de waardenstelling van dit rijksmonument. Nog altijd vraag ik me af of ik niet te naïef ben geweest. Of het projectmanagement mij niet gewoon zag als een onvermijdelijke specialist die je d’r gang laat gaan, terwijl je ondertussen je eigen plan trekt. De besluitvorming is het zoveelste echec van de monumentenzorg en vroeg of laat zit er niets anders op dan deze taak weer bij de gemeentes weg te halen, omdat men daar de broodnodige distantie mist.

Soms bof je met een project en dat geldt zeer beslist voor de Paterskerk in Eindhoven. Afgezien van het genoegen dat ik beleef aan het schrijven over zo’n mooi gebouw met zo’n bijzondere uitmonstering, heb ik het ook getroffen met de fotografen. Terwijl ik bezig was met de waardenstelling, was ondertussen een ploegje druk in de weer met de opname van alle bijzondere onderdelen van het interieur.

Want dat was de gedachte die er achter zat: de Paterskerk zal – als alles goed loopt – herbestemd worden, en dan kun je niet vroeg genoeg beginnen met de documentatie. Een goede documentatie is nog altijd de achilleshiel van alles wat in Nederland aan cultuurgoed verdwijnt. Vaak heeft dat te maken met een kwaad geweten, niet omdat mensen per definitie de kwader trouw zijn, maar omdat iedereen zich toch diep in zijn hart schaamt als iets waardevols vernietigd wordt.

Nu gaat het daar met de Paterskerk helemaal niet om. Er wordt op dit moment uitermate prudent met het gebouw en zijn inrichting omgegaan. Bij dit project ben ik er dan ook eerder bang voor dat op een gegeven moment het proces in zo’n krachtige versnelling raakt dat zoiets als documentatie over het hoofd wordt gezien.

Daarom ben ik heel blij dat fotoclub De Gender in Eindhoven, en wel meer in het bijzonder Bas Gijselhart van BASEPHOTOGRAPHY en Anke Spijkers zich over de Paterskerk ontfermd hebben. Ze hebben prachtig werk verricht. Daarnaast hebben Barbara Bonfrer en Bart van Gestel van Franken Projectmanagement opnames gemaakt. Eigenlijk zou een centraal orgaan deze digitale collectie moeten beheren, maar zover is het nog niet.

De foto’s van Bas Gijselhart en Anke Spijkers staan grotendeels on line via de site van BASEPHOTOGRAPHY. Van het werk van het tweetal van Franken Projectmagagement heb ik zelf een selectie in een lage resolutie op Flickrgezet, die bekeken kan worden via http://bit.ly/Paterskerk2franken-pm.

Ik zou zeggen, ga een kijkje nemen en geniet, maar respecteer het auteursrecht van de makers!

Inderdaad, geniet, want verreweg het meeste is verdwenen of onzichtbaar gemaakt tegen de tijd dat het gebouw weer in gebruik genomen wordt.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Detail van het Augustinusaltaar in de Paterskerk

Detail van het Augustinusaltaar van de gebroeders Custers te Eindhoven (vóór 1908). Afgezien van de bijzondere iconografie is de uitvoering van een zeer hoog niveau. Het reliëf was bedoeld om in steen gerealiseerd te worden, maar daar gaven de augustijnen geen toestemming voor. Om toch die indruk te wekken werd het gedaan in wit beschilderd hout. Foto: Barbara Bonfrer van franken-pm.nl (2014).

Meer weten?

Het onderzoek over de Paterskerk is onder meer opgeleverd in de volgende twee delen:

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, De mantel der liefde, De Paterskerk te Eindhoven, ErfgoedSWOT©, onderdeel waardenstelling, Ohé en Laak 2014.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Met hart en ziel, De Paterskerk te Eindhoven, ErfgoedSWOT©, onderdeel perspectief, Ohé en Laak 2014.

Deze twee stukken zijn te vinden in de cassette van het project Paterskerk: http://bit.ly/2B0GejS-Paterskerk, waarvan de inhoud openbaar is gemaakt door de gemeente Eindhoven als bevoegd gezag.

Mijn opdrachtgever was coöperatie DELA te Eindhoven die met succes heeft deelgenomen aan marktconsultatie van de gemeente Eindhoven en de augustijnen:

‘De Orde der Augustijnen en de gemeente Eindhoven hebben naar aanleiding van de marktconsultatie Mariënhage besloten om verkennende gesprekken te voeren met coöperatie DELA over de verkoop van het gehele complex. DELA gaat een haalbaarheidsstudie doen naar het renoveren en exploiteren van gebied Mariënhage (exclusief het klooster) als ceremoniële locatie en daarmee opnieuw invulling geven aan de ‘hart en ziel’ gedachte. Verder wordt bekeken of er een samenwerking tussen DELA en Kapellerput (als beoogd huurder) mogelijk is om er zo ook ontmoetings- en overnachtingsfaciliteiten te realiseren ten behoeve van zakelijke en particuliere bijeenkomsten’. ((Persbericht van de gemeente Eindhoven d.d. 21 november 2013, ontleend aan de gemeentelijk website.))

Het project wordt gecoördineerd door Karl Franken van Franken Projectmanagement en namens Dela begeleid door Peter Hoesbergen Advies. Als architecten zijn Diederendirrix en Architecten|en|en, beide te Eindhoven, bij dit initiatief betrokken. Projectleider vanuit de gemeente Eindhoven is Sandra Janssen-Poelman.
Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1Pq4CZf

Door naar het hoofditem

Nieuwsbrief februari 2014

Een nieuwsbrief? Is dat niet een gedateerd medium? Dat zou je denken, maar dat schijnt niet het geval te zijn. Een tijdje terug viel me nota bene op Twitter een berichtje op met de prikkelende stelling dat de ouderwetse nieuwsbrief alle stormen van de sociale media gaat overleven. Er worden namelijk zoveel berichten via deze media verspreid dat jouw – in dit geval mijn – specifieke verhaal in de veelheid verloren gaat. Daar komt bij dat je alleen met een nieuwsbrief je eigen achterban bereikt. De veel gehoorde stelling als zou je via Twitter en Facebook effectief met je doelgroep in contact komen, klopt dan ook niet of niet helemaal. Natuurlijk krijg je er volgers bij, maar ook hun postbus stroomt over van informatie, hetgeen betekent dat je nogal wat competitie hebt te verduren. Maar dan de nieuwsbrief! Daarmee heb je exclusief het oor, of liever het oog, van de mensen die je wil bereiken, zonder dat een ander zich daar tussen dringt.

De sociale media blijken niet op te wegen tegen het beproefde medium van de nieuwsbrief. Niettemin heb ik graag meegedaan aan de actie van Artsen zonder Grenzen met dit item uit De genade van de steiger (foto: RCE-Pixelpolder).

Vandaar deze nieuwsbrief, waarmee ik jullie op de hoogte wil stellen van het reilen en zeilen van Vanhellenberghubar.org. Waar zullen we eens mee beginnen? Met de nieuwe Bavo in Haarlem natuurlijk. Lezing 3 maart a.s. in de nieuwe Bavo — Maandag 3 maart a.s. in de kathedraal houd ik een verhaal over het hemelse Jeruzalem dat opgeluisterd wordt door de Kathedrale Bavo Cantorij. In overleg met de organisator, de Vriendenkring van de Bavo, is het thema bepaald. Dat geeft de gelegenheid voor een wandeling door de tijd die vanzelfsprekend eindigt bij de nieuwe Bavo. Bij wijze van amuse heb ik er alvast een stukje over geschreven dat je hier kunt vinden. Voor de lezing wordt een bijdrage van 10 euro gevraagd die ten goede komt aan het nieuwe glas-in-lood van Marc Mulders voor de Doopkapel van de kathedraal. Belangstellenden worden verzocht zich aan te melden bij de vrienden@rkbavo.nl.

Waardenstelling Bavo — Net op de valreep van het jaar heb ik de waardenstelling Auro textum (met goud doorstikt) opgeleverd. Deze waardenstelling is zowel bedoeld om inhoudelijke informatie te leveren voor de besluitvorming als om het fundament te leggen voor een wetenschappelijke monografie. Het resultaat heeft er toe geleid dat de stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed verder met me willen voor een publicatie over – de restauratie van – de nieuwe Bavo. Over deze kathedraal heb ik het afgelopen half jaar verschillende korte verhalen geschreven die je kunt volgen via deze link. De genade van de steiger — Zoals de meeste van jullie weten, is afgelopen november het resultaat van bijna drie jaar werk in boekvorm verschenen: De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, dat naar een idee en onder leiding van Gerard van Wezel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) werd uitgevoerd en door de Walburg Pers is uitgegeven. Angelique Friedrichs van de SRAL schreef het materiaaltechnische hoofdstuk. Het boek is inmiddels in vakkringen positief ontvangen en heeft een verrassende respons opgeleverd van kinderen en kleinkinderen van de behandelde kunstenaars. Wat dit gebracht heeft wil ik in de vorm van addenda hier op mijn website verwerken, zodat anderen kunnen profiteren van het aanvullende materiaal. Een overzicht van recensies en signalementen, waaronder die van Henk van Os, vind je onder deze link.

De kruisweg van Jan Toorop in Oosterbeek (1916-1919)

In ‘De genade van de steiger’ wordt onder meer stilgestaan bij een van de iconen van de kerkelijke schilderkunst, de kruisweg van Jan Toorop in Oosterbeek (1916-1919). Door de slechte klimatologische omstandigheden waarin het werk hangt gaat de conditie helaas met het jaar verder achteruit. Het boek is direct te bestellen bij de Walburg Pers.

Interbellumdatabase — In de loop van 2014 zal de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) een database van monumentale kunstenaars technisch ontwikkelen en on line zetten. Uitgangspunt was het materiaal van het onderzoek dat ten grondslag heeft gelegen aan de monografie De genade van de steiger. Onlangs is dit in de vorm van een spreadsheet opgeleverd. In de komende jaren staan verschillende van dit soort on line raadpleegbare gegevensbanken bij de RCE op het programma. Lees dit stukje voor meer informatie.

Wikken & wegen — Op Driekoningen 2014 is de bundel beeldgedichten over rechtspraak in Roermond gepresenteerd, met aquarellen van Annelei Engelberts en gedichten (met een toelichting) van mij. De president van de rechtbank Limburg, mr Peter Pulles, schreef het voorwoord. De bundel is mooi uitgegeven, maar jammer genoeg niet in de handel. Als project van de Kunstcommissie in Roermond was ze bestemd voor het personeel en voor representatie. Algemeen zijn de reacties positief, vooral omdat men verrast is dat rechtspraak zich – zo goed – leent voor een poëtisch beeldende benadering.

Wikken & Wegen

Een van de beeldgedichten uit Wikken & wegen met aquarellen van Annelei Engelberts en tekst van Bernadette van Hellenberg Hubar

Dit is slechts een kleine greep uit het nieuws van Vanhellenberghubar.org. Ik had graag nog wat meer verteld, bijvoorbeeld over de opdracht voor de Paterskerk in Eindhoven en de Clemenskerk in Merkelbeek. Maar dat komt de volgende keer. Ondertussen ben je van harte welkom om verder te surfen op mijn website voor andere nieuwtjes. Uiteraard hoop ik ik velen van jullie te zien in de nieuwe Bavo op 3 maart a.s., ijs, weder en grote afstanden dienende. Met vriendelijke groet, Bernadette

Het Rijksmuseum down memorylane

Het Rijksmuseum met Arbeid & Bezieling
De voorgevel van het Rijksmuseum te Amsterdam met de beelden van Arbeid & Bezieling in de topgevel. Aan het programma van deze façade is mijn proefschrift gewijd. Foto bvhh.nu 2013.

Het Rijksmuseum down memorylane — Op weg naar 3 maart* maak ik een trip down memory lane waar ik op verschillende plaatsen herinneringen heb aan het hemelse Jeruzalem. Een van de meest prominente locaties tijdens deze tour is toch wel het Rijksmuseum te Amsterdam van de oude heer Cuypers. Et voilà … hier staat mijn proefschrift op een paar stevige pijlers: de voorgevel met het beeldprogramma waarachter de esthetica van Pierre J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en Victor E.L. de Stuers schuilgaat. De voorbereiding van 3 maart was een perfecte aanleiding om de Engelse samenvatting van Arbeid & Bezieling eindelijk eens on line te zetten. Na ruim 20 jaar mocht dat ook wel eens. Kortom, wat het Rijksmuseum te maken heeft met de Caelestis urbs, vind je hier: bit.ly/VHH2AnB.

Wist je trouwens dat de componist Alphons Diepenbrock zijn compositie op de oeroude tekst van de kerkwijdingshymne Caelestis urbs Jeruzalem speciaal voor Cuypers’ zeventigste verjaardag schreef. De première vond plaats in het Rijksmuseum en als je denkt in termen van het gesamtkunstwerk van Richard Wagner zou je kunnen stellen dat het gebouw op het moment van die eerste uitvoering definitie voltooid werd.

En om de trip down memory lane te vervolmaken, het was toch een hele belevenis dat deze hymne werd uitgevoerd bij mijn promotiefeest in Kasteel de Haar in 1995. Eerder gebeurde dat al bij het jubileum van het Cuypersgenootschap (1994), waar ik toen secretaris van was. Ook dat was heel bijzonder, omdat we door een misverstand met de organisatie van de Dom van Keulen toen met koor en al de kathedraal uit zijn gezet.

Programmablad bij het aanbieden van een oorkonde voor de 70ste verjaardag van Pierre Cuypers, met onder meer de hymne Caelestis urbs Jeruzalem van Alpons Diepenbrock (1897). Cuypershuis adlib 0483a.
Programmablad bij het aanbieden van een oorkonde voor de 70ste verjaardag van Pierre Cuypers, met onder meer de hymne Caelestis urbs Jeruzalem van Alpons Diepenbrock (1897). Herkomst Cuypershuis Roermond (adlib 0483a).

Als je de hymne van Diepenbrock life wil horen, moet je al helemaal niet vergeten om je aan te melden voor de lezing van 3 maart*, want die wordt dan uitgevoerd door de Kathedrale Bavo Cantorij: bit.ly/BvHH2Bavo1

Wordt vervolgd!

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Postscriptum

Deze lezing hield ik op 3 maart en 31 augustus 2014 in de nieuwe Bavo te Haarlem, waar ik op dat moment bezig was met het onderzoek voor mijn boek over de kathedraal. Mijn verslag er over heb ik opgenomen in de rubriek ‘De nieuwe Bavo in verhalen‘ onder de titel ‘Caelestis urbs Jeruzalem’. Ik kreeg er lovende reacties op, waaronder deze van Annelei Engelberts*:

  • Gisteravond bedacht ik in de trein waarom je lezing zo goed was: het wás geen lezing, het was een vertelling. Tijdens het deel na de pauze dacht ik: nou ze overschrijdt de beschikbare tijd. Dat kon mij niets schelen, maar ik had het idee dat je al uren bezig was terwijl je helemaal binnen het schema bleek te zijn. Een lezing gaat altijd een beetje over aangeleerde materie maar dit was helemaal van jouzelf. Met aanstekelijk enthousiasme. En allemaal uit het hoofd.

Kijk, daar doe je het voor!

Zalig kerstfeest anno 2013

Het onderstaande verhaal schreef ik in 2013 als kerstboodschap. Toen was het nog lang niet zeker dat ik verder mocht gaan met mijn project over de nieuwe Bavo, waarvan de waardenstelling net was afgerond. Die was bedoeld als voorbereiding voor het schrijven van een monografie naar aanleiding van de restauratie van de kathedraal. Pas in mei 2014 was er voldoende uitzicht op het doorgaan van het project en kon de stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo mij opdracht verlenen. Nu, ruim anderhalf jaar later, ligt er een manuscript, waar alleen de inleiding nog aan ontbreekt. ((Je kunt de restauratie steunen door het boek te bestellen via deze link.)) Dit werk heeft veel gebracht, en dat inspireerde me ertoe om anno 2015 het onderstaande verhaal opnieuw ter hand te nemen. De nieuwe, uitgebreide versie is te vinden op If then is now en wordt opnieuw vergezeld door een zalig kerstfeest.

Onderkoning Jozef van Egypte met achter hem de ezel op de Kerstkapel van de nieuwe Bavo (1898). Ontwerp Joseph Cuypers, uitvoering Cuypers & Co Roermond.
Onderkoning Joseph en de ezel boven de kerstkapel van de nieuwe Bavo (voorheen heilige Familiekapel). Atelier Cuypers & Co te Roermond. Foto BvHH 2013.

Zij waken over het kind boven de kerstkapel van de nieuwe Bavo in Haarlem: ‘Joseph, den onderkoning van Egypte, die het brood verstrekte aan de hongerenden en van Maria, Mozes’ zuster, die de verlossing uit Egypte bezong, welke beelden zich met den os en den ezel boven de kapel der H. Familie verheffen’, vertelt Thompson in zijn boekje uit 1898. ((Thompson, M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898.))

Waarom heeft monseigneur Callier, die het beeldprogramma van de Haarlemse kathedraal bedacht, voor deze twee gekozen? De oudtestamentische Joseph zou je kunnen opvatten als voorafbeelding van de voedstervader die het kerstkind opvoedde, maar ook van het kind zelf dat eens koning zou worden van een rijk dat veel machtiger zou zijn dan Egypte. Ondertussen veroordeelde datzelfde Egypte na de dood van de onderkoning zijn volk tot slavernij. Mogelijk heeft Callier hier een parallel gezien met de mensheid die voor Christus’ komst het ware geloof nog niet kende en op Gods volk na zich verslaafde aan de verering van valse goden. Maar het lied van de oudtestamentische Maria bood uitzicht op de verlossing, zoals de stem van de Moeder van God het Magnificat anima mea aanhief toen Gabriel haar vertelde dat zij de Verlosser zou baren. Zijn de os en de ezel in dit verband nederige dieren? Of herinnert het laatste dier aan de intocht van de nieuwe koning in Jeruzalem met Palmpasen en de os aan de evangelist Lucas die als eerste de Madonna met haar kind schilderde?

Maria van Egypte met achter haar de os op de Kerstkapel van de nieuwe Bavo (1898). Ontwerp Joseph Cuypers, uitvoering Cuypers & Co Roermond.
Maria, de zuster van Mozes, met de os boven de kerstkapel van de nieuwe Bavo (voorheen heilige Familiekapel). Atelier Cuypers & Co te Roermond. Foto BvHH 2013.

Dit soort parallellen – harmonieën – tussen het Oude en het Nieuwe Testament waren zeer populair in de kringen waarin Joseph Cuypers en monseigneur Callier verkeerden. Opnieuw is het Josephs peetoom, J.A. Alberdingk Thijm, geweest die deze harmonieën op grond van middeleeuwse bronnen actualiseerde. Maar daar kom ik nog een andere keer over te praten. Ondertussen wens ik iedereen een zalig kerstfeest toe.

B. ((Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-c0.))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Rijksmuseum in Cuypershuis Roermond

In een van de museumzalen van Joseph Cuypers in het @Cuypershuis is de eregalerij van het Rijksmuseum als omlijsting gekozen om het verhaal te vertellen over de opdracht van het Rijksmuseum aan zijn vader. Een mooie overzichtelijke tentoonstelling die de moeite van een bezoek meer dan waard is. Er is nog alle tijd, want de expositie loopt tot mei 2014.

Daar schoten drie stralen dooreen …

J.A. Alberdingk Thijm portret en profile (in de vierpas staan met de klok mee de woorden: godsdienst, kunst, vaderland en taal). Het portret is tegenwoordig te bewonderen in Museum Cuypershuis te Roermond. Herkomst: KDC Nijmegen.

J.A. Alberdingk Thijm portret en profile (in de vierpas staan met de klok mee de woorden: godsdienst, kunst, vaderland en taal). Het portret is tegenwoordig te bewonderen in Museum Cuypershuis te Roermond. Herkomst: KDC Nijmegen.

We zijn er zo langzamerhand wel aan gewend dat er binnen de katholieke kerk merkwaardige dingen gebeuren; dat zaken die allang afgehandeld hadden moeten zijn – zoals voorbehoedsmiddelen, celibaat en vrouwelijke voorgangers – in een doodlopende straat liggen te verschimmelen en trivia de voorrang krijgen. Hoewel … trivia? Kun je het afschaffen van het Nederlandse kerstliedje ‘De herdertjes lagen bij nachte’ echt als iets onbenulligs afdoen? Want dat is inmiddels (in 2013) door Rome gedaan, op voordracht van de Nederlandse Raad voor Liturgie. Niet dat er een verbod op het zingen ligt, oh nee, maar niet meer in kerkelijk verband, als onderdeel van de eredienst. Is het zomaar weer de volgende publicitaire flater van klasse van de Una sancta? Het is in ieder geval een tot treurnis stemmende miskenning van eeuwenoude volksvroomheid. En daar zou de kerk nu net haar bestaansrecht aan moeten ontlenen. Dit is echter niet het enige, want er schuilt nog meer achter.

Peter Nissen merkte op Facebook op dat J.A. Alberdingk Thijm de schrijver is van dit liedje, maar dat klopt niet helemaal. Het is namelijk een oud Utrechts volksliedje waarvan de ouderdom zich verliest in de tijd. Samen met zijn jong gestorven broer, de componist, musicus en musicoloog Lambert, heeft Thijm in 1852 teksten en partituren van dit soort oude kerstliedjes verzameld en uitgegeven. Wat dat voor een karwei is geweest, blijkt wel uit zijn beschrijving:

‘Had het eenige zwarigheden, om de beste texten dier liederen op te sporen, welke in hunne voormalige populariteit. zelve een waarborg hunner inderdaad onmiskenbare epische of lyrische kracht aanboden, het was ongelijk moeilijker de melodiën der meeste machtig te worden. Nu eens moesten er oude organisten of begijntjens, dan eens bedelaarskinderen van de straat, wijd en zijd in verschillende streken verspreide zangers en zangeressen, in den arm worden genomen, dan weêr door een doolhof van verkeerde aanwijzingen de weg gezocht in een vijftigtal van alom verzamelde handschriften en oude drukken, om te komen tot de traditioneele waarheid – dat is, om den text te doen zingen op de wijs, die er ‘van ouds bij behoorde’: om niet te spreken van de zwarigheid der overbrenging van verschillende onvolkomen noteeringen in nieuw muziekschrift, de kiesche bepaling van maatsverdeeling, waar die slechts zeer duister in het oude stuk was aangeduid en toch,. om den zang der verschillende koepletten den ongeoefenden duidelijk te maken, diende te worden vastgesteld; noch van de aanhoudende slingering der keuze tusschen het oude eigenaardige maar moeilijke of thands impopulaire en het nieuwere plattere , maar aangenamere. Bovendien, voor het letterkundig gedeelte had men den voorarbeid van vele verdienstelijke mannen; voor het muzikale was NIETS gedaan […].’

Het had dan ook heel wat werk gekost om tot publicatie van het resultaat te komen: een boekwerk dat de weidse titel kreeg van Oude en nieuwere kerstliederen benevens gezangen en liederen van andere hoogtijden en heilige dagen alsook van den advent en de vasten, gerangschikt naar de orde van het kerkelijk jaar, waaraan zijn toegevoegd eenige geestelijke liedekens van gemengden inhoud (Amsterdam 1852). De manier waarop de gebroeders Thijm dit materiaal presenteerden was niet zonder precedent: want net zoals Jozefs latere zwager, architect Pierre Cuypers, middeleeuwse kerken restaureerde en ‘voltooide’, deden zij dat met deze liedjes. Volgens de biografie over Thijm van Michel van der Plas is de tekst van De herdertjes, die slechts rudimentair bewaard was gebleven, tenslotte wel zo sterk omgewerkt dat het in zijn ogen een opus van Thijm is geworden. Met name het volgens hem weinig geslaagde couplet over de drie stralen zou geheel van de hand van Jozef zijn. Het voert te ver om daar hier op door te gaan, maar laat die tekst nu net van toepassing zijn op bepaalde thema’s die in de voorgevel van het Rijksmuseum zijn verwerkt. Hoewel Van der Plas tegen dit soort werk aankijkt als lang geleden kunsthistorici tegen de neogotiek, denkt ook hij dat zonder toedoen van de gebroeders Thijm veel verloren zou zijn gegaan.

En nu meent de Nederlandse Raad voor Liturgie in te moeten grijpen en dit stukje kerkelijk cultuurgoed te moeten verbannen. Wat me het meest prikt bij deze actie van de Una sancta, is de miskenning van het werk van een man die een van de grootste voorvechters was van het herstel van de kerkelijke hiërarchie in Nederland in 1853. Michel van der Plas stelt terecht dat het de leken zijn die dit hebben klaargespeeld, waarbij vaak opgebokst moest worden tegen de opinies van vaderlandse geestelijken en Rome. Je kunt het haast niet meer averechts bedenken, noch kan het vaak genoeg verteld worden: toen betrokken families als die van Thijm hun werk eenmaal hadden gedaan, werden ze door de kerk zonder pardon van het toneel geschoven. De nieuwe kerkelijke leiders in Nederland hadden geen behoefte aan strijdbare, onafhankelijk denkende katholieken, leken wel te verstaan. Die hadden hun tijd uitgediend. Het geeft te denken!

De piano van Antoinette Alberdingk Thijm, ontworpen door Pierre J.H. Cuypers

De piano van Nenny Alberdingk Thijm was een huwelijksgeschenk van haar man, Pierre J.H. Cuypers in 1858. Op de piano staan in het rechter paneel belangrijke promotors en componisten van kerkmuziek weergegeven: tweede van rechts staat Lambert Alberdingk Thijm. Op de foto staat de piano nog waar hij hoort, namelijk in het Cuypershuis te Roermond. Tegenwoordig staat het instrument tussen de vele topstukken haast onzichtbaar opgesteld in het Rijksmuseum.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Postscriptum 2018

Vijf jaar na dato herlas ik dit stuk in de kersttijd en werd opnieuw verontwaardigd. Intussen ben ik een paar boeken verder: in 2016 verscheen De nieuwe Bavo te Haarlem en begin vorig jaar Tussen Gabriel en Michael over de kathedraal te Rotterdam.  Het blijft een ingewikkeld verhaal, de verhouding van de Una sancta – een benaming die in 2013 als synoniem voor de R.K. Kerk in De genade van de steiger introduceerde – tot de leken. Als reflectie is het zeker een artikel waard om op een rij te zetten waarom ik dat synoniem in het ene boek wel en het andere niet gebruik. Nolens volens weerspiegel ik de Januskop van de kerk: aan de ene kant een geloof vol liefde, aan de andere kant een kerk vol beklemmende dogma’s. Ik kom er op terug en daar mag je me aan houden!

Collectie Kersteindejaarsgedichten en -verhalen

Meer gedichten en verhalen lezen, die ik bij gelegenheid van Kerstmis, Oud & Nieuw en Driekoningen schreef? Pluk dan eens wat uit dit rijtje:

  • 2018 Kerstmis en Nieuwjaar 2019 via deze link.
  • Tweemaal Driekoningen | Sweet memories (2016; 2018) via deze link.
  • Nieuwjaarswens op Driekoningen (2017) via deze link.
  • Kerstverhaal in de Poolse Kapel (2017) via deze link.
  • Deinend … (2009; 2017) via deze link.
  • Zalig kerstfeest allemaal! (2016) via deze link.
  • Driekoningenfeest (2016 op if then is now) onder deze link.
  • Draaiende spiralen (2015) via deze link.
  • Wat schikt het … (2015) via deze link.
  • Een ster en een kroon (2015-2016) via deze link.
  • De Kerstkapel van de nieuwe Bavo (2015) via deze link.
  • De vlam van de kosmos tegen ‘t blauw | Nieuwjaarswens 2014 via deze link.
  • Rood | Colourfield (2014) via deze link.
  • Boven de Kerstkapel (2013) via deze link.
  • Daar schoten drie stralen dooreen … (2013) via deze link.
Bronnen
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997
  • Plas, Michel van der, Vader Thijm, biografie van een koopman-schrijver, Baarn 1995.
  • Thijm, J.A. en L.J.A. Alberdingk, Oude en nieuwere kerstliederen benevens gezangen en liederen van andere hoogtijden en heilige dagen alsook van den advent en de vasten, gerangschikt naar de orde van het kerkelijk jaar, waaraan zijn toegevoegd eenige geestelijke liedekens van gemengden inhoud, Amsterdam 1852.
  • Thijm, J.A. Alberdingk, Enkele trekken eener characterschets. Gedachtenis eens vroeg verloren broeders, z.p. (Amsterdam) 1855: bron van het citaat hierboven en van het ontwerp voor de zerk van de familie Alberdingk Thijm.
  • www.omroepbrabant.nl d.d. 15 november 2013. Als PDF ook te vinden in http://bit.ly/Uitdelen2all.
Familiegraf Alberdingk Thijm

De dood van zijn broer Lambert was de reden voor Thijm om een grafplaat voor de familie te ontwerpen. Later werd hij zelf ook in dit graf bijgezet. Herkomst: Thijm, Enkele trekken eener characterschets (zie bronnenlijst hiervoor).