Open monumentendag bij Galerie Mariska Dirkx

Open Monumentendag 12 en 13 september 2015, Galerie Mariska Dirkx in het atelier van de glazeniersfamilie Nicolas, Roermond.
Galerie Mariska Dirkx is gevestigd in het voormalige atelier van de glazeniersfamilie Nicolas te Roermond. Ook dit jaar doet ze weer mee aan de Open Monumentendag. Op de achtergrond van de foto is het raam Sjinderhannes van Joep Nicolas te zien, op de voorgrond een werk van zijn kleinzoon Diego Semprun Nicolas. Foto Marij Coenen 2014.

Komend weekend is het Open Monumentendag en dan draai ik zaterdag mee met glasspecialist Mariska Dirkx en beeldhouwer Dick van Wijk in het voormalige atelier van de glazeniersfamilie Nicolas in Roermond (start 11:00 uur, Wilhelminasingel 67, 6041 CH Roermond).

Wat ze zoal in petto hebben lees je in hun uitnodiging hieronder:

12 en 13 september aanstaande hebben veel mooie Monumenten in Roermond hun deuren gastvrij open gezet. Er hangt dan altijd een echte feestelijke sfeer in de stad en als het zonnetje er ook nog bij schijnt is het werkelijk een echte feestdag. Het is een dag vol leuke ontdekkingen en ontmoetingen.
Ook in ons atelier bruist het die dag van de geschiedenis en het ambacht in de kunst.
Sinds 1855 is dit pand al een kunstwerkplaats, waar nu nog immer veel kunstenaars en kunstminnenden elkaar ontmoeten.
Dick van Wijk werkt hier iedere dag aan zijn beelden en permanent komen hier geïnteresseerden voor de geschiedenis van atelier Nicolas en de nieuwe glaskunst van internationale professionele glaskunstenaars.

In het monumentenweekend geven wij met een heel team op onze locatie informatie over de kunst die gerelateerd is aan de geschiedenis van het voormalig atelier Nicolas.

Te zien zijn:

  • 2 grote gebrandschilderde ramen van Joep Nicolas
  • de geschiedenis van het inventariseren, en conserveren van de mooie cartons (ontwerptekeningen) van atelier Frans Nicolas
  • kunst en ambacht van de beelden van Dick van Wijk
  • restauratie atelier Restaura; zij restaureren kunstwerken voor vele musea, archeologen, en gemeenten
  • over textielrestauratie van gewaden, vaandels en vlaggen
  • informatie over “de genade van de steiger” : monumentale kerkelijke muurschilderkunst in het interbellum
  • ambacht en techniek van de eigentijdse glaskunst
  • en in het theehuis ziet U een leuke demonstratie over het werken voor de vlam om mooie glaskralen te maken.

Tijdens deze dagen zijn aanwezig:

  • Andrea Peeters en/of Dirk van de Leemput (cartons) Sociaal Historisch Centrum Maastricht
  • Doortje Lucassen (textielrestauratie) Sociaal Historisch Centrum Maastricht
  • Helma Helgers (glaskralen)
  • Bernadette van Hellenberg Hubar, kunsthistoricus ( De genade van de steiger)
  • en Dick en ik natuurlijk.

De koffie staat klaar en wij heten U allen van harte welkom.

De toegang is gratis zoals gewoonlijk in de galerie en het atelier dat in september en oktober weer alle weekenden geopend is.

Mocht U graag een aparte ontvangst met koffie en vla en een uitgebreide uitleg over de geschiedenis van het atelier willen hebben; dan graag van te voren reserveren bij Dick of Mariska.
Dit kan iedere dag van de week. De kosten zijn dan 7,50 euro p.p.

Hartelijke groet en tot ziens in Roermond,

Dick en Mariska


Nicolas, Derkinderen en Goudse glazen in de 'Genade van de steiger'.
Een deel van het stuk over Nicolas, Derkinderen en Goudse glazen in de ‘Genade van de steiger’.

Zelf geef ik uitleg aan de hand van mijn boek De genade van de steiger, waarin ik naast de schilderingen ook het glas-in-lood van Nicolas behandel. Het betreffende item is hier op de website opgenomen.
Misschien is er ook ruimte om nog wat te vertellen over de vernieuwende glazen van Joseph Cuypers in de nieuwe Bavo, waarover mijn volgende boek gaat.

Wie weet, zien we elkaar zaterdag!

B.

Tweemaal lezing ‘Genade van de steiger’

Op 13 april aanstaande houd ik een lezing voor de kring Maastricht van Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap en op 22 april voor de stichting RURA te Roermond. Hieronder vind je de aankondiging!


Lezing 'Genade van de Steiger': F.H. Bach in de Juvenaatskapel te Maastricht (1922-1927).
Een van de schilderingen van F.H. Bach in de Juvenaatskapel te Maastricht (1922-1927). Foto: Beeldbank RCEPixelpolder.

Bernadette van Hellenberg Hubar,
De genade van de steiger, monumentale schilderkunst in het interbellum (met een accent op Maastrichtse voorbeelden)
Lezing voor de kring Maastricht van LGOG
13 april 2015.1

De genade van de steiger, monumentale schilderkunst in het interbellum (met een accent op Roermondse voorbeelden)
Lezing voor de stichting RURA te Roermond
22 april 2015.2

Algemeen — De lezing gaat over het onderzoek naar monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, dat in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werd uitgevoerd. Dit resulteerde in het eerste boek over dit onderwerp: De genade van de steiger. De titel reflecteert de worsteling van de kunstenaar die in allerlei houdingen hoog op de steiger zijn werk uitvoert en in zijn hoofd een berekening moet maken van hoe dit er vanaf de grond uit komt te zien. Een beetje genade was daarbij onmisbaar.

Over monumentale schilderkunst uit de twintigste eeuw was nauwelijks iets bekend: niet alleen strikt genomen wat betreft de jaren twintig en dertig, maar ook over de aanloop vanaf circa 1900 en de nasleep na 1940. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed constateerde dat het gesignaleerde hiaat dit segment van de kerkelijke kunst onzichtbaar dreigde te maken. De geïnitieerde inhaalslag heeft er toe geleid dat er veel relevante informatie beschikbaar is gekomen voor het beheer en behoud van dit type erfgoed. Dat blijkt op verschillende niveaus opportuun te zijn.

Maastricht — Zo is in Maastricht onlangs de enige muurschildering van Henri Jonas – in de Koepelkerk – gerestaureerd door de SRAL (Stichting Restauratie Atelier Limburg).3 Minder goed is het gesteld met het werk van Jan Grégoire en Jaap Mes in de Lambertuskerk, terwijl de leegstand van het vroegere juvenaat van de broeders Maastricht het nodige doet vrezen voor de schilderingen van F.H. Bach. Daartegenover staat weer het werk van Harrie Schoonbrood en Eugène Laudy in de Hubertuskerk dat ondanks de herbestemming van het gebouw tot sportschool ongemoeid bleef.4

Roermond — Wat betreft Roermond is het met name de figuur van Joseph Th.J. Cuypers die centraal staat, de zoon van de architect van het Cuypershuis en het Rijksmuseum, Pierre J.H. Cuypers. Niet alleen probeerde Joseph Cuypers professioneel opgeleid kerkschilders als Joan Collette aan de kunstwerkplaatsen te verbinden, maar ook – hoewel hij het aanbod afsloeg – een autodidact als Joep Nicolas. Overigens komt een van de ontdekkingen van het onderzoek, Augustijn Hermans, zelf uit de stal van de Roermondse werkplaatsen.

Personalia — Bernadette van Hellenberg Hubar (1956) houdt zich vanaf de jaren ’80 bezig met monumentale kunst, onder meer als onderdeel van het oeuvre van de architectenfamilie Cuypers. Zij promoveerde op het proefschrift Arbeid & Bezieling, over de esthetica van Pierre J.H. Cuypers, Joseph A. Alberdingk Thijm en Victor E.L. de Stuers, zoals uitgedrukt in de voorgevel van het Rijksmuseum. Op dit moment is ze bezig met een boek over de nieuwe Bavokathedraal te Haarlem (1895-1930), een werk van Joseph Th.J. Cuypers.5

Lezing: Joseph Cuypers | Cuypers & Co, Gewelfschildering in de kapel van kasteel De Haar , circa 1917.
Joseph Cuypers | Cuypers & Co, Gewelfschildering in de kapel van kasteel De Haar (circa 1917). De gewelven in deze kapel zijn uiteindelijk niet voltooid en in 1926 verwijderd. Ook de schilderingen zijn dus verdwenen. Ik heb dit ontwerp van Joseph Cuypers geanalyseerd in mijn boek ‘De genade van de steiger’. Met dank aan Jacqueline Heijenbrok van De Fabryck6

De genade van de steiger kan rechtstreeks besteld worden bij de Walburg Pers.

_________________________________

Voetnoten:


  1. Locatie en tijdstip: Stayokay, Maasboulevard 10, 6211 JW Maastricht om 19:45 uur. 

  2. Locatie en tijdstip: Forum te Maasniel, inloop vanaf 19.15 uur, start om 19.30 uur. 

  3. Zie het fragment op deze site via http://wp.me/P4eh3s-1ms. 

  4. Voor meer informatie over dit laatste voorbeeld zie http://wp.me/p4eh3s-fU

  5. Voor Arbeid & Bezieling volg deze link, voor de nieuwe Bavo deze. De verkorte link van de onderhavige blogpost is http://wp.me/p4eh3s-1BO

  6. Hubar, De genade van de steiger, pp. 229-230. Jacqueline Heijenbrok, Guido Steenmeijer, Katrien Timmers, Wat een weelde. Tien eeuwen Kasteel de Haar, Zwolle-Amersfoort 2013, p.391.

    → Door naar De genade van de steiger

Een jeugdwerk van Joep Nicolas

Jeugdwerk van Joep Nicolas in Asselt, noorderportaal.
Vue op het noorderportaal van de crypte van de Dionysiuskerk te Asselt (Foto: RCEPixelpolder).

Joep Nicolas in Asselt

Het is wat paradoxaal om de aandacht te vragen voor een kunstwerk dat je nauwelijks iemand kunt laten zien. Want de bijzondere cyclus over de mens en de dood en het hiernamaals in de crypte van de Dionysiuskerk te Asselt verdraagt maar mondjesmaat bezoek. Met name de gangetjes die de twee portalen met de centrale ruimte verbinden zijn zo nauw dat de verf alleen al te lijden heeft van onze jassen die er langs schuren als we er door heen gaan. Enkele dagen geleden gaf ik er op verzoek van Galerie Mariska Dirkx uit Roermond uitleg voor het Prins Bernhard Cultuurfonds van Limburg. Het gezelschap was diep onder de indruk van dit jeugdwerk van Joep Nicolas in Asselt en vond het toch wel jammer dat zo’n bijzonder oeuvre zo onbekend was. Dat vormde voor mij het sein om het betreffende stuk uit De genade van de steiger op deze site voor het voetlicht te plaatsen.

Afgelopen jaar deed zich een zeldzame gelegenheid voor om nader kennis te maken met Joep Nicolas dankzij de tentoonstelling die tot 22 februari 2015 liep in museum Cuypershuis te Roermond. Daar was ook Morte fortior te zien, het jeugdwerk waarmee Nicolas de Vigeliusprijs won en dat hierna besproken wordt. Alleen al qua legendevorming vertegenwoordigt deze opmaat tot de cyclus van Asselt een boeiend stukje geschiedenis.

Lees hier verder →

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

De voetsporen van Joep Nicolas | Glasbiënnale Roermond

Ook zo genoten van de tentoonstelling over Joep Nicolas in Cuypershuis te Roermond afgelopen jaar? Maak dan een afspraak bij Galerie Mariska Dirkx (www.galeriemariskadirkx.nl) in het voormalige atelier van Joep Nicolas.

Joep Nicolas, Portret van de vrouw van Max Weiss.

Joep Nicolas, Portret van de vrouw van zijn chef de atelier, Max Weiss, circa 1930 (detail) met in de spiegeling de ruimte van zijn vroegere atelier. Te zien op de tentoonstelling ‘De voetsporen van Joep Nicolas’, Galerie Mariska Dirkx te Roermond. Foto, Marij Coenen 2014.1

Als je een boek schrijft over kunstenaars – want dat is De genade van de steiger natuurlijk – ga je met elk van hen een relatie aan. Met ieder van hen is het dansen op het scherp van de snede tussen wetenschappelijke afstandelijkheid en empathie. Dat dat laatste zeker zo belangrijk is als de objectiverende logica, is er bij mij wel ingeprent. Ik hoor nog mijn promotor Paulus citeren door ons voor te houden: als je de liefde niet hebt …

Daar had hij zonder meer gelijk in en het aparte is, dat de beroemde kunstenaar en -theoreticus Albrecht Dürer dat ook al stelde. Met zijn visie eindig ik de inleiding van De genade van de steiger: je hoeft een geslaagd werk niet lang te bekijken, want zoiets trekt de mensen onmiddellijk naar zich toe door een ongelooflijke liefde.2

Het zou eigenlijk geen betoog behoeven dat dit nu precies is wat het werk van Joep Nicolas doet. Maar zo’n betoog is wel degelijk nodig, want hij is in geen enkele vaste collectie van enig Nederlands museum nog te zien. Misschien gaat dat veranderen na de twee tentoonstellingen in Roermond, de een in het Cuypershuis (tot 22 februari 2015) en de andere in zijn vroegere atelier, waar nu de Galerie van Mariska Dirkx gevestigd is en beeldhouwer Dick van Wijk zijn werkplaats heeft. Deze laatste expositie, De voetsporen van Joep Nicolas, wordt gecombineerd met de tiende glasbiënnale van Mariska Dirkx in de kruisgang van het kartuizer klooster (beide eindigden 22 oktober 2014, maar een aantal werken blijft tentoongesteld in de galerie van Mariska Dirkx die op afspraak te bezoeken is).3

De tentoonstellingen vormden een mooie aanleiding om het stuk over de glazen van Joep Nicolas uit De genade van de steiger on line te zetten. Omdat het boek over monumentale schilderkunst gaat, verwachten de meeste mensen niet direct informatie over het medium glas-in-lood. Waarom dat toch het geval is, leg ik uit bij het item zelf.4 Hier wil ik nog even terugkomen op de reactie van Mariska Dirkx op dit fragment uit De genade van de steiger:

Bernadette, wat heb je een prachtige uiteenzetting geschreven over het werk van Joep Nicolas! Zo uitgebreid heb ik het nog nergens gelezen. Het is een plezier om zo samen naar het werk te kijken.

Dat is toch wel heel prettig om te horen van iemand die al vanaf 1986 met het werk van Nicolas bezig is.5 Na zo’n opmaat ben je meer dan welkom om zelf een kijkje te nemen bij http://bit.ly/GvdS-Nicolas-glazen.

Ondertussen hoop ik je ook te verleiden om Roermond te bezoeken. Want niet alleen de Nicolastentoonstellingen, maar ook de glasbiënnale is een feest. Een mooiere ambiance voor dit medium dan het oude kartuizer klooster is nauwelijks te vinden.6

Ga kijken in Roermond!

B.7

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

 


  1. Voor meer informatie zie www.galeriemariskadirkx.nl

  2. Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 232; 254; parafrase van de Oudhollandse vertaling Van de Menschelijcke Proportien (1622) die zich in de bibliotheek van de Rijksacademie bevond: men hoeft ‘een loflick werck niet langh aen te zien/ maer dat selve treckt terstont alle verstandighe tot onghelooflicke liefde van sich selve.’ 

  3. Voor meer informatie zie www.galeriemariskadirkx.nl

  4. Surf daarvoor naar http://bit.ly/GvdS-Nicolas-glazen

  5. Mariska Dirkx staat aan de basis van de herwaardering van het gehele werk van de familie Nicolas: http://www.galeriemariskadirkx.nl/nicolas.html

  6. Adressen: Wilhelminasingel 67 – Roermond: het voormalige atelier Joep Nicolas. Swalmerstraat 100 – Roermond: Eigentijdse glaskunst van moderne glaskunstenaars, fragmenten van de grootste glasvondst in N.W. Europa in de kruisgangen van het voormalig kartuizerklooster. Openingstijden op beide locaties: zaterdag en zondag van 13 – 17 uur. Toegang gratis.  

  7. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-10n.

    < Surf verder naar http://bit.ly/GvdS-Nicolas-glazen

Jan Dibbets ontmoet Joseph Cuypers

Aan de nieuwe glazen van Jan Dibbets (uitgevoerd door Glasatelier Hagemeier) wordt uitgebreid aandacht besteed in mijn boek De nieuwe Bavo te HaarlemAd orientem | Gericht op het oosten, dat 9 september 2016 verschenen is. Bestel het via deze link: http://bit.ly/Bavo-Ao.

Bavo ramen Dibbets Haarlems Dagblad 2
Het ontwerp van Jan Dibbets voor de nieuwe ramen in de kathedrale basiliek Sint Bavo is goed ontvangen. Voor een uitvoerig overzicht van de commentaren zie de blog van Angela van der Burcht op de site Glass is more! Herkomst: Haarlems Dagblad van 28 juni 2014.

Aan het slot van de voorlaatste fase van de restauratie van de kathedrale basiliek Sint-Bavo zijn rond de jaarwisseling de nieuwe glas-in-loodramen van Jan Dibbets geplaatst. Toen de ontwerpen in 2014 bekend werden, viel op hoe lovend de reacties uit de kunstkritische hoek waren. Vanuit de erfgoedsector was men wel gereserveerd, maar noch in de vakbladen, noch op de erfgoedsites verschenen er artikelen of blogs over. Omdat de nieuwe Bavo tot mijn speciale onderzoeksgebied behoort, heb ik toen een erfgoedtoets in het klein uitgevoerd:

  • Van eminent belang in het concept van Joseph is wat ik in de waardenstelling van 2013 betiteld heb als de atmosferische polychromie, waarbij de architect de wisselende lichtval van het Noord-Hollandse landschap naar binnen probeerde te halen. Dat op zichzelf is al zo bijzonder dat het nagenoeg als een unicum aangemerkt kan worden.1 Als je kijkt wat Dibbets doet, kan zonder meer gesproken worden van een goed ingevoelde aanpak. Hij respecteert het concept van veel witte of zacht getinte partijen in de glazen, wat Cuypers als uitgangspunt had vanwege de lichtval in de kerk. Tegelijkertijd zal de derde vorm van polychromie, die Joseph Cuypers ontleende aan Viollet-le-Duc goed tot zijn recht komen: dit betreft de projectie van kleuren tegen muren en pijlers door het licht. In dit opzicht zullen de glazen dus in belangrijke mate bijdragen aan de verdere invulling van het concept van de Unvollendete dat Joseph voor de kathedraal had ontwikkeld en dat ook al zo bijzonder is.2
  • Het ontwerp is verder goed verankerd in de kerkelijke beeldtraditie doordat met name de liturgische kleuren worden gevolgd. Ook het onderscheid tussen de noordelijke, koele en de zuidelijke, warme kant kan iconografisch tot een oude traditie herleid worden, zij het dat Dibbets dit als artistiek medium anders toepast dan de architect.3 Dat laatste valt goed af te lezen aan het eerste zelfstandige ontwerp van Joseph Cuypers, de Urbanuskerk in Nes aan de Amstel.4


Het Johannesraam van Jan Dibbets wordt geplaatst in de nieuwe Bavo van Haarlem (foto André Numan 2015).
Het Johannesraam van Jan Dibbets, gemaakt door Glasatelier Hagemeier, wordt geplaatst in de nieuwe Bavo van Haarlem (foto Van Hoogevest Architecten 2015).

  • De enige kanttekening die ik vanuit de context van het erfgoed had, betrof het plaatsen van de vier evangelisten in het schip. De meeste mensen zullen dit een formaliteit vinden, maar iemand zal het toch op moeten nemen voor het programma dat de bisschoppelijk vicaris en latere bisschop van Haarlem A.J. Callier in nauwe samenwerking met Joseph Cuypers heeft bedacht als basis voor de bouw en de inrichting van de kathedraal. Ook dat is immers een bestaande waarde in de kathedraal.5 In het nieuwe boek over de kathedraal zal duidelijk worden hoe verrassend Dibbets daarmee is omgegaan, waardoor hij van een nadeel ook iconografisch een toegevoegde waarde heeft kunnen maken.
  • Heel bijzonder is de inspiratie die de kunstenaar gevonden heeft bij Hrabanus Maurus, die hij ervaart als een Mondriaan uit de middeleeuwen. Om zijn bewondering tot uitdrukking te brengen heeft Dibbets de Δ (delta) in het raam met de kalligrafie van Adam als eerbetoon aan Hrabanus Maurus direct aan hem ontleend. Daarop zijn op hun beurt de A en de V in Adam en Eva afgestemd.6
  • Tekent het de tijd dat vanuit de kunstkritiek geen commentaar is gekomen in de zin dat het ontwerp misschien gedateerd zou zijn? Zelf overviel me dat gevoel wel, en wel bij de evangelistensymbolen. Dat is vreemd, zo niet tegenstrijdig voor iemand die net een heel werk heeft geschreven over monumentale kerkelijke schilderkunst, waarin ze juist waarschuwt voor de vertekenende werking van de kwalificatie ‘gedateerd’. Een valkuil die je beslist moet vermijden. Want ook al lijkt dit een open deur, echte creativiteit ontstijgt de belemmeringen van de tijd. Bovendien, zoals Josephs peetoom Alberdingk Thijm al zo pakkend zei: eenmaal de kunstenaar gekozen, dan moet je hem ook vrij laten.7
  • Het gebruik van symbolen en lettertekens als decoratieve motieven past bij uitstek bij de Joodse bron van het christendom waarbij letters als alternatieve beelden worden gebruikt.8 Op dit punt heeft de plebaan H.J. van Ogtrop een belangrijke bijdrage geleverd die voorstelde om een Hebreeuwse tekst aan de noordkant te plaatsen waar in de oorlog de Haarlemse Joden werden samengedreven en gedeporteerd. Zo wordt ook een tragische ‘lieu de memoire’ geactualiseerd.

De moraal van het verhaal kan kort zijn: ook vanuit de context van het erfgoed – of meer precies, bezien vanuit de waardenstelling – doorstaat het ontwerp van Dibbets voor de nieuwe glazen ruimschoots de toets der kritiek. Ik ben dan ook heel benieuwd naar de realisatie ervan; niet alleen vanwege het individuele kunstenaarschap van Dibbets, maar ook omdat we door zijn werk een artistiek volwaardig beeld zullen krijgen van wat bij Joseph Cuypers op het netvlies stond toen hij zijn Unvollendete ontwikkelde. Een beeld dat niet mogelijk was geweest zonder de uitvoering van het ontwerp door Glasatelier Hagemeier te Tilburg.9 Wie vandaag de dag de kathedraal bezoekt zal een bijzondere uitvoering te zien krijgen van de ‘muziek van het licht’, zoals vader én zoon de polychromie in hun gebouwen betitelden.10

B.11

← Terug naar de inhoudsopgave!))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Postscriptum — Medio december 2015 waren alle glazen in de lichtbeuk geplaatst en rond de kerst alle stellingen uit het schip verdwenen! Zelf was ik er begin november toen de steigers er voor een deel nog waren. Daar stonden we dan in de late namiddag van een grauwe najaarsdag bij het herdenkingsraam Jehi ohr (er zij licht), maar hoe somber en schemerig het buiten ook was, er wás licht! Een ervaring om nooit te vergeten.

Deze diashow vereist JavaScript.


  1. Kanttekening hierbij is dat dat uiteraard gerelateerd moet worden aan de stand van het onderzoek vandaag de dag, maar tot dusver heb ik geen andere expliciete voorbeelden gevonden. De enige die dicht in de buurt komt, was zijn bevriende collega Henri Evers die in dezelfde tijd lichte glazen liet aanbrengen in ‘zijn’ Remonstrantse kerk te Rotterdam. Zie hiervoor Van Ruyven, Van heiligen tot amoeben, p. 33 → bibliografie

  2. Bernadette van Hellenberg Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, hoofdstuk 4 ‘De Unvollendete en het oneindige’; paragraaf 6.4. ‘Licht en atmosfeer’. 

  3. Nieuwbarn, Roomsche kerkgebouw, p. 27 → bibliografie

  4. Voor de Urbanuskerk in Nes aan de Amstel volg deze link. Zie voorts Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten, paragraaf 6.4. ‘Licht en atmosfeer’. 

  5. Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten, paragraaf 6.5. ‘Nova: de glazen van Jan Dibbets’. Arjen Looyenga in: Erftemeijer, Looyenga en Van Room, Getooid als een bruid, pp. 39-51; 121-128 → bibliografie

  6. Voor een eerste kennismaking met Hrabanus Maurus zie het gelijknamige lemma op Wikipedia

  7. Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten, paragraaf 6.5. ‘Nova: de glazen van Jan Dibbets’. Hubar, De genade van de steiger, pp. 15, 80, 445, 463, 465. Voor Thijm zie Hubar, Arbeid en Bezieling, p. 361 → bibliografie

  8. Van Ogtrop, Dieu parmis nous, pp. 5-6 → bibliografie

  9. Voor Glasatelier Hagemeier volg deze link: http://bit.ly/1T3dl8m

  10. Zie Hubar, De muziek van het lichtbibliografie

  11. Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Dibbets’ ramen in de nieuwe Bavo’, op: vanhellenberghubar.org: http://bit.ly/1NHZM9i (2014-2015). Het is bijgewerkt naar aanleiding van de feestelijke afsluiting van de vierde fase van de restauratie van de nieuwe Bavo op 4 maart 2016: http://bit.ly/ITIN-242. Bij die gelegenheid is een aparte publicatie over de glazen van Jan Dibbets verschenen, van de hand van Antoon Erftemeijer: LICHTBEELDEN. Glas in lood van Jan Dibbets in de Nieuwe Bavo te Haarlem, Haarlem 2016. Deze is verkrijgbaar in de winkel van de nieuwe Bavo. Voor de openingstijden surf naar http://bit.ly/ITIN-KathedraalMuseum

Schoonhoven’s Leda en de zwaan

Jan Schoonhoven, Leda en de Zwaan (1957). Herkomst: site Museumkijker van F. Ledeboer (2015). Screenshot collage bvhh.nu 2018.
Jan Schoonhoven (1914-1994), Leda en de zwaan (1952), Museum Prinsenhof Delft. Voor wie het verhaal niet kent, is dit item handig. Herkomst: site Museumkijker van Françoise Ledeboer (2015). Screenshot collage bvhh.nu 2018.

Een tijdje terug (in 2015) viel mijn oog op dit berichtje dat me via @ArtFollowers bereikte:

Soms zijn er van die werken die je de adem benemen, zo mooi van vorm en zo puur, dat het een genot is om naar te kijken. Zo’n werk is Leda en de Zwaan van de Delftse kunstenaar Jan Schoonhoven.1

Dat maakte me erg nieuwsgierig, vooral omdat het hartverwarmend is als critici weer eens ongegeneerd hun enthousiasme durven te uiten. En het is ook een fantastisch werk, alleen al uit het oogpunt van compositie en kleurgebruik. Waar eindigt de zwaan en begint de vrouw en wie bevrucht wie in deze interactie tussen uitwaaierende stroken en centrale cirkel/hoekige vorm? Zien we hier spermatozoïden tot de eicel doordringen in een kosmische setting waarin alles om de cyclus van leven en dood draait? Het zou fascinerend zijn om daar meer over te weten, vooral omdat het werk een buitenbeentje lijkt in het oeuvre van deze kunstenaar.2 Nu viel me in de blog van José van der Wegen nog iets anders op: dit bijzondere werk is namelijk van linoleum gemaakt.

Wat typisch dat Jan Schoonhoven hiervoor koos3. Je zou haast denken dat dat op dat moment een nieuw medium was, maar niets is minder waar. Bij het onderzoek voor De genade van de steiger kwamen Angelique Friedrichs van de SRAL en ik erachter dat de beroemde Bossche Wanden van Antoon Derkinderen uit de late negentiende eeuw in Nederland tot de vroegste experimenten behoren met deze nieuwe drager.4 Wat Leda en de zwaan echter héél anders maakt, is dat linoleum hier niet de drager is, maar het artistieke uitdrukkingsmiddel. Restaurator Evelyne Snyders, die het werk heeft hersteld, vertelde me dat Schoonhoven koos voor ‘een collage van verschillende kleuren linoleum (‘marmoleum’ om precies te zijn) verlijmd op een multiplex drager’.5

Dit ongewone gebruik heeft Schoonhoven in zekere zin gemeen met de monumentale kunstenaars van rond 1900. Men kampte toen met het probleem dat direct op de muur schilderen in het Nederlandse klimaat veel risico’s met zich meebracht. Was dat nog niet zo’n ramp voor de gesjabloneerde decoraties – die waren immers eenvoudig reproduceerbaar – voor de figuratieve unica lag het heel anders. Vandaar dat men met allerlei soorten doek experimenteerde, maar ook met hard- en zachtboard, eterniet en linoleum. Vooral Jan Dunselman, voor wiens technische vaardigheid Derkinderen grote bewondering had, heeft van die laatste drager veel gebruik gemaakt. Wie kent niet zijn prachtige kruisweg in de Nicolaaskerk van Amsterdam.6 Als je zijn fijne penseel vergelijkt met de collage van Schoonhoven had het verschil haast niet groter kunnen zijn. Bien étonnés de se trouver ensemble lijkt de moraal.

Jan Dunselman en de geschilderde uitmonstering van de Nicolaaskerk te Amsterdam. Uit ‘De genade van de steiger’, p. 188. Screenshot bvhh.nu 2018.
Jan Dunselman schilderde onder meer de kruisweg van de Nicolaaskerk te Amsterdam op linoleum (1891-1898). Herkomst: Genade van de steiger, detail van p. 188 (Voor een groter beeld klik op de afbeelding).7

Nu is het werken met linoleum één ding, maar het instandhouden weer iets heel anders. Dat geldt sowieso voor al die nieuwe materialen en technieken waarmee men vanaf circa 1900 aan de slag ging. Vandaar dat Angelique Friedrichs hierover een speciaal hoofdstuk heeft geschreven voor De genade van de steiger. Het accent hierin ligt vooral op het onderzoek naar technieken als fresco en keim, waarin baanbrekende vondsten zijn gedaan. Wat betreft de problematiek van het linoleum zijn er al wel veel praktijkervaringen, maar is nog niet zoveel publiek vastgelegd.8 Op dat punt is de casus van de restauratie van Leda en de zwaan een welkome aanvulling.9 Nu dit oeuvre duurzaam behouden is, lijkt de tijd rijp om het toe te voegen aan de indrukwekkende canon van kunstwerken – variërend van de klassieke oudheid tot Leonardo da Vinci en van de barok tot Gustav Klimt en Jan Sluijters – die Leda en de zwaan tot onderwerp hebben.10 De versie van Schoonhoven is te bezichtigen in Museum Prinsenhof.

B.11

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. José van der Wegen op kunst.blog.nl 

  2. Vergelijk de mooie blog hierover van Françoise Ledeboer van Museumkijker. Voorts het betreffende lemma op Wikipedia. Onderzoek via Delpher leverde geen treffers op van dit werk van Schoonhoven. 

  3. Voor Jan Schoonhoven zie ook de database van RKD 

  4. Hubar, Bernadette van Hellenberg, Angelique Friedrichs en Gerard van Wezel, De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, Amersfoort-Zutphen 2013, pp. 51; 100; 104. Dit boek kwam tot stand in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). 

  5. Mail van Evelyne Snyders d.d. 21 juli 2014. 

  6. Hubar, De genade van de steiger, pp. 184-186. 

  7. Hubar, De genade van de steiger, p. 188. Voor een groter beeld klik op de afbeelding. 

  8. Wat betreft het werk op linoleum van Dunselman in de Agathakerk te Lisse heb ik bij De genade van de steiger mogen profiteren van het restauratieverslag van Rob Bremer en Wil Werkman. 

  9. Schoonhoven’s Leda en de Zwaan is weer terug | Blog Museum Prinsenhof

  10. Voor een overzicht zie tijdruimte.nl

  11. Met dank aan Evelyne Snijders, die me feedback geef op de eerst versie van dit bericht. Hierdoor was het mogelijk om enkele omissies te corrigeren. Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Schoonhoven’s Leda en de zwaan’, op: Vanhellenberghubar.org: http://wp.me/p4eh3s-HT | http://bit.ly/1Ot7F5S (2014-2018). 

Lambert Lourijsen in Zandvoort

Lambert Lourijsen Zandvoort — 1 juli 2018 start een kleine tentoonstelling in de Agathakerk te Zandvoort over het werk van de kunstenaar Lambert Lourijsen. Een van de organisatoren, Dick Duijves, pastor emeritus, schreef een interessant stuk over dit initiatief om het 90-jarig bestaan van de kerk te herdenken. Meer daarover vind je onder deze link.

Terugblik anno 2018 op 2014 — Twee jaar geleden kwam mijn boek uit over – de restauratie van – de kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem. Dit project betekende een boeiende tocht door de tijd, waarbij ik onderweg heel wat plaatsen aandeed. Met regelmaat kwam ik zaken tegen waar een verhaal bij hoorde, zoals het mozaïek van Lambert Lourijsen (1885-1950) in de Agathakerk te Zandvoort van Pierre J.J.M. Cuypers junior (1891-1982).1 Daarover gaat deze blog.

In de Agathakerk

Lambert Lourijsen Zandvoort | Calvariegroep in de Agathakerk van Pierre J.J.M. Cuypers uit 1928. Foto bvhh.nu 2014.
Lambert Lourijsen (1885-1950), Calvariegroep in de apsis van de Agathakerk van Pierre Jean Joseph Michel Cuypers junior (1891-1982). De kerk dateert van 1928. Het mozaïek in de apsis is in hetzelfde jaar aangebracht, hetgeen voor de hand ligt bij een dergelijke prominente plaats voor de eredienst (foto bvhh.nu 2014).2

Een van de dingen die me trof bij het Zandvoortse mozaïek van Lambert Lourijsen (1885-1950) was het verschil met zijn werk in het zelfde medium  bij de Sacramentskapel van de nieuwe Bavo (1923-1926).3 Op een grotendeels leeg, gouden veld staat een Calvariegroep afgebeeld, geflankeerd door twee zwevende opschriften: adoramus te – Christe – et benedicimus tibi | quia per crucem tuam redemisti mundum (wij aanbidden je, Christus, en verheerlijken je | omdat je door jouw kruis de wereld hebt gered). Wat vooral treft, is het pure en uiterst sobere karakter van dit werk, alsof we zomaar een sprong in de tijd maken en direct van 1928 doorschieten naar midden jaren ’60, na het Tweede Vaticaans Concilie. In dit opzicht herinnert het aan het koormozaïek van Piet Gerrits in de Gerardus Majella in Tilburg (1922-1933). In beide gevallen vormt de versobering het resultaat van de invloed van de Beuroner school. In De genade van de steiger heb ik uitgelegd dat de kerkelijke kunstenaars in Nederland niet zozeer de stijl als wel de mentaliteit van Beuron in hun werk hebben overgenomen.4

Dat betekende onder andere een herinterpretatie van de oude symbolische tweedeling van het gebouw, van strijdende kerk in het schip en overwinnende kerk in koor en apsis. In dit laatste compartiment van het gebouw werden voorstellingen op een strenge, gestileerde manier toegepast: statische figuren met verstilde gezichten en gebaren tegen een egaal, liefst gouden fond. Of het nu Jan Dunselman, Piet Gerrits of Lambert Lourijsen is, dit hebben ze gemeen. Bij Lourijsen gaat het echter niet zomaar om Beuron, maar om Beuron door het filter van Jan Toorop. Want ook dat is in De genade van de steiger te voorschijn gekomen: hoe sterk het (katholieke) oeuvre van Toorop doordrongen was van Beuron en hoe superbe hij die invloed heeft getransformeerd in zijn eigen stijl.5 De manier waarop Lourijsen van dit filter gebruik maakt, herinnert aan de Roomse Haagse school: de figuren worden haast tot op het bot gestileerd, omdat men meende dat dat tot een overtuigend ascetisch resultaat zou leiden. In het koor verkeerde men immers in hemelse sferen, waarin voor aardse massa’s geen plaats was. De verheven locatie vraagt ook om gesublimeerde emoties: dus geen heftige dramatiek rond de kruisdood van Christus, maar ingehouden smart. Dit was de nieuwe kerkelijke kunst van de jaren twintig. In de kunstkritiek was hier veel waardering voor, zelfs als men van neutrale, niet-roomse huize was.6 Er gingen echter vanaf 1925 ook tegenstemmen op, met name in kringen van De Gemeenschap, waar Jan Engelman het voortouw nam. In De genade van de steiger heb ik hierover onder meer het volgende geschreven:

In 1931 maakte Jan Engelman de balans op van tien jaar kunstproductie en constateerde dat katholiek Nederland doorgeschoten was toen er eindelijk ruimte kwam voor kunstenaars ‘die zich hadden afgewend van de historische stijlen’. De ernst waarmee men had geëxperimenteerd, had geleid tot ‘veel godsdienstig bezielde kunst’, maar de nadruk lag te veel op godsdienst, meende hij niet zonder spijt. De vlam was er uitgedreven, zoals Engelman zei:

‘Zoodat vele nieuwe kerken er nu uitzien als tempels eener gewilde monumentaliteit, met beelden en voorstellingen, waarvan de soberheid vergeefs een armoede van het hart tracht te verbergen. Men heeft op kunstmiddelen [bedoeld worden die van Toorop – BvHH], die onder bepaalde omstandigheden goed zouden kunnen zijn, systemen gebouwd en verzuimd de hoogstrevende intenties vast te leggen in materie die leeft, materie die den artist gaat aankijken, biologeeren en zijn vlam doet terugslaan’. ((Hubar, De genade van de steiger, p. 312.))

Hoewel Engelmans kritiek de basis legde voor een nieuw type kerkelijke kunst, richtte ze ook schade aan. Ruimte om het kaf van het koren te scheiden was er niet, dus alles ging de container in. Dit lot heeft het oeuvre van de hiervoor genoemde kunstenaars zeker niet verdiend, zoals ook hierna zal blijken.

Lambert Lourijsen Zandvoort | Detail van de zeven watersprongen van de Calvariegroep (1928) in de Agathakerk te Zandvoort. bvhh.nu 2014.
Detail van de zeven waterstromen van de Calvariegroep van Lambert Lourijsen in de Agathakerk te Zandvoort. Foto bvhh.nu 2014.

Water

Een mooi symbolisch detail is de transformatie van de Calvarieberg, waarop het kruis staat, in de fontein van overvloed. Opnieuw komen enkele collega’s van Lourijsen langs. In de Obrechtkerk te Amsterdam combineerde Kees Dunselman in 1921 op een soortgelijke manier de vier paradijsstromen met een ander prominent thema dat met water te maken had, namelijk het dorstige hert. Oftewel, zoals hun tijdgenoot, de iconograaf Mattheaus Nieuwbarn over dit dier schreef:

‘Ook bekend symbool der vurige begeerte van de ziel naar de h. Kommunie, “gelijk een hert verlangt naar de waterbronnen” (des eeuwigen levens), vooral naar de zeven watersprongen der h. Sakramenten’.7

Zo vloeien de zeven stromen van de genade vanuit de bron die de Calvarieberg vormt langs de lambrisering het priesterkoor in. Je zou bijna zeggen dat in het abstracte mozaïek daaronder niet – zoals gebruikelijk – de aarde lijkt te zijn weergegeven, maar de wereld onder de waterspiegel, de zee.

Collega Jan Loots

Lambert Lourijsen Zandvoort | Jan Loots, Calvariegroep in het noordertransept van de nieuwe Bavo (circa 1925). bvhh.nu 2014.
Jan Loots, Calvariegroep boven de zogenaamde Mariapoort  in het noordertransept van de nieuwe Bavo.8 Het werk werd uitgevoerd in mozaïek door de Venetiaan Victor Bonata van de firma Wilhelm in Keulen (circa 1925; de Christusfiguur werd pas in 1951 toegevoegd ter vervanging van een houten corpus). De omringende schilderingen zijn van de hand van Han Bijvoet (1952). Foto bvhh.nu 2014.

Een iets vroeger voorbeeld is de voorstelling in het noordertransept van de nieuwe Bavo van Jan Loots9, circa 1925. Lourijsen heeft dit zeker gekend, omdat ook hij bij de kathedraal was betrokken. Het boogveld van de Mariapoort is afgezet met een tekstband waarin een zinsnede uit het Weesgegroet staat: Sancta Maria mater dei ora pro nobis peccatoribus (Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons, zondaars). Bij de voorstelling heeft Loots het thema van de kruising en de waterbronnen verenigd met dat van de boom des levens. In de ranken – een geliefd Beuroner motief10 – is de tekst verwerkt die Christus aan het kruis tot zijn moeder en Johannes sprak: Ecce mater tua (zie hier je moeder). Ecce filius tuus (zie hier je zoon).11 De opgeheven handen van Maria verwijzen volgens een oud iconografisch schema naar haar onbevlekte ontvangenis, waarmee ook dat dogma een plaats kreeg.12

Als we kijken naar de overeenkomsten met het werk van Lourijsen, dan gaat het ook hier om mozaïek, ook hier om een Calvariegroep, ook hier om de combinatie van de fontein van de genade, met de paradijsstromen en de zeven waterbronnen. Het was kennelijk een populaire iconografische variant onder de door Beuron geïnspireerde kunstenaars in de jaren twintig. Algemeen laat de kerkelijke kunst uit deze tijd verrassende iconografische combinaties zien. Vaak komt zoiets niet uit de lucht vallen, dus het roept de vraag op of er op dat moment vanuit Rome, of dichterbij, bepaalde geloofsthema’s zijn geactualiseerd die de kunstenaar op een meer aansprekelijke manier aan het kerkvolk kon overbrengen. Ook hiervoor bestond onder kunstcritici veel waardering.13

Pictor en mozaïst

Detail met de signatuur van de pictor, Lambert Lourijsen en van de mozaïst, de firma Beyer uit Keulen die dit werk uitvoerde in Venetiaans glas.14 Foto’s bvhh.nu 2014.

Ondertussen is er ook een duidelijk verschil tussen de mozaïeken. Terwijl Loots koos voor de firma Wilhelm in Keulen, ging Lourijsen in zee met de concurrent uit dezelfde stad, de Rheinische Mosaikwerkstätte Peter Beyer & Sohne. Omdat Loots met dit bedrijf al zijn mozaïeken zou maken, ziet het er naar uit dat de bisschop bij de keuze van de uitvoering de kunstenaar het laatste woord gunde.15 Op dit punt kan een parallel getrokken worden met de productie van glas-in-lood, waar over het algemeen ook sprake was van twee zelfstandige actoren bij het maakproces. Een van de weinigen in Nederland die het werk van pictor en mozaïst in één hand hield, was Anton Molkenboer, over wie ik in een later stadium kom te spreken.

De kruiswegstaties van Lambert Lourijsen in de Agathakerk zijn uitgevoerd als sectieltableaus in opaalglas. Dit laatste medium kwam op in de jaren dertig met name dankzij Joep Nicolas. Het werken in sectiel herinnert aan Toorop die op dit punt ook de kruisweg van Han Bijvoet in de nieuwe Bavo beïnvloed heeft. Bij de statie rechts staat rechtsonder het monogram van de kunstenaar en het jaartal 1949.16 Foto’s bvhh.nu 2014.

Maar ook over Lourijsen ben ik nog niet uitgesproken. Want behalve het mozaïek in de apsis en de Jozefkapel heeft hij later de glas-in-loodramen van de Agathakerk ontworpen (1948) en de kruisweg (1949), tevens zijn allerlaatste werk.17 Uitgevoerd als sectieltableaus, tonen de staties hoe trouw Lourijsen is gebleven aan de stijl die hij onder invloed van Toorop en Beuron ontwikkelde. Dat dit late oeuvre niet gedateerd oogt, geeft nogmaals aan hoe sterk de nieuwe kerkelijke kunst van de jaren twintig lijkt te anticiperen op de versobering van Vaticanum II.

Maar daarover vertel ik een andere keer.

B.18

Referenties en vervolg

In het vervolg verwacht ik nog een keer aandacht te besteden aan de volgende thema’s:

  • het Beuroner motief van de ranken: zeker in combinatie met het kruis als boom des levens en de stromen is dat op zijn beurt vrijwel zeker ontleend aan het beroemde vroegchristelijke apsismozaïek van de San Clemente te Rome, circa 1200. In De genade van de steiger verwijs ik naar het mausoleum van Galla Placida dat ook een goed referentiebeeld geeft, maar het apsismozaïek van de San Clemente staat nog dichter bij het werk van Loots.19
  • een heel bijzondere verwerking van dit Beuroner thema laat Charles Eyck zien met zijn schilderingen in Rumpen (Brunssum) in 1929.20

Nota bene — In de voetnoten gebruik ik onder meer verkorte titels die volledig aangehaald zijn in de bibliografie van deze site.21


  1. Met dank aan Stephan van Rijt, koster van de nieuwe Bavo, die de excursie organiseerde naar het werk van vader Joseph en zoon Pierre Cuypers in Heemstede, Aerdenhout en Zandvoort. Voor Pierre J.J.M. Cuypers zie het lemma op Wikipedia. Voor Lourijsen, die ook vermeld wordt als Lourysen en Lourijssen, zie het RKD. Voorts Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 231-233; 233-235. Over de kerk is een folder beschikbaar met mooie informatie: Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort. 

  2. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, p. 2. 

  3. Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 233-235. 

  4. Hubar, De genade van de steiger, pp. 243-244; 253-254: Piet Gerrits respectievelijk in Tilburg en evaluatie van onder meer de Beuroner invloed; pp. 468-469: over de Beuroner school en haar invloed. 

  5. Hubar, De genade van de steiger, pp. 273-306: Toorop en (onder meer) Beuron. 

  6. Van der Boom, ‘Mozaïek Jan Loots’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift (1925) pp. 293-295. Voorts http://wp.me/a4eh3s-E6

  7. Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, p. 89. 

  8. Voor de benaming Mariapoort zie: Van der Boom, ‘Mozaïek Jan Loots’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift (1925) p. 294. 

  9. Over Jan Loots zie Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 235-237. Voorts http://wp.me/a4eh3s-E6

  10. Hubar, De genade van de steiger, i.h.b. p. 255. 

  11. Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, p. 237. 

  12. Hubar, De genade van de steiger, p. 201: iconografie Maria onbevlekt ontvangen. 

  13. Van der Boom, ‘Mozaïek Jan Loots’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift (1925) pp. 293-295. Voorts http://wp.me/a4eh3s-E6

  14. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, p. 3. 

  15. Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, p. 233. 

  16. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, p. 6. 

  17. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, pp. 2-3; 6. 

  18. Anno 2018 heeft zich de gelegenheid nog niet aangediend om dit verhaal voort te zetten. Wel hebben tussentijdse onderzoeken, zoals die voor #KunstinBreda en in de kathedraal van Rotterdam de hier geschetste inzichten versterkt. 

  19. Hubar, De genade van de steiger, i.h.b. p. 255. Zie voorts het lemma over de San Clemente op Wikipedia

  20. Hubar, De genade van de steiger, i.h.b. pp. 254-260. 

  21. Zie de bibliografie van deze site.

    Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Lambert Lourijsen in Zandvoort’, op: Vanhellenberghubar.org: http://wp.me/p4eh3s-sF (2014). Verkorte link van dit item: bit.ly/1QPcZRQ-VanHH2Org 

Palet van het interbellum laatste dag

Morgen, 29 juni, eindigt de tentoonstelling Palet van het interbellum in Museum De Wieger te Deurne. Een kans die je niet ongebruikt moet laten liggen, want je ziet hier echt een keur aan meesters bij elkaar. De meesten ervan heb ik ontmoet tijdens mijn onderzoek naar de monumentale schilderkunst in het interbellum, want behalve op vrij werk concentreerden deze schilders zich een enkele keer op de muur. De resultaten waren verbluffend, zoals je in het boek De genade van de steiger kunt lezen.

De kunstenaar van de bovenstaande ‘collage’, Hugo Landheer (1896-1995), ben ik eerder niet tegen gekomen.1 Hoewel hij – voor zover bekend – nooit een monumentaal werk heeft gemaakt, komen deze twee stukken wel zeer monumentaal over: het ene, Droomstad aan het water dateert van 1929 en het andere, Kerkinterieur met beelden uit 1926. Hieraan zijn ook de details (midden en rechts) ontleend. We zien een mengeling van kubisme en symbolisme dat helemaal past bij de nieuwe kerkelijke kunst uit de jaren twintig, zoals deze met name door de Roomse Haagse school beoefend werd.2 Héél apart.

De schilderijen behoren tot de collectie van het museum, dus het zou interessant te achterhalen of Wiegersma ze zelf aangeschaft heeft. Dat is vooral zo spannend, omdat de kunstenaars uit deze richting door de critici van De Gemeenschap, de katholieke angry young men waar Wiegersma deel van uitmaakte, regelmatig neergesabeld werden. Jan Engelman, aan wiens relatie met Wiegersma de volgende tentoonstelling in het museum is gewijd (vanaf 6 juli), stond daarbij voorop.

Op naar Deurne zou ik zeggen!

B.3
_________________________________

Voetnoten


  1. Foto’s Marij Coenen, 2014 

  2. Hubar, De genade van de steiger, pp. 311-338 

  3. Verkorte link van bovenstaand item: http://wp.me/p4eh3s-xg 

KRO studio te Hilversum

De K.R.O.-studio van Willem Maas met werk van Charles Eyck en Joep Nicolas.

De K.R.O.-studio van Willem Maas met onder andere schilderingen van Charles Eyck en glazen van Joep Nicolas dreigt gesloopt te worden. Dit ondanks het herbestemmingsplan dat Van Hoogevest Architecten ontwikkeld heeft. Herkomst foto: site Van Hoogevest Architecten.*

Er is heel wat te doen over het voortbestaan van de K.R.O.-studio in Hilversum van architect Willem Maas. Van Hoogevest Architecten spant zich in om het gebouw te behouden en heeft op eigen initiatief een herbestemmingsplan ontwikkeld. Dat initiatief wil ik graag ondersteunen, al was het maar omdat ik de schilderingen van Charles Eyck in dit gebouw behandeld heb in De genade van de steiger. Maar ook de glazen van Joep Nicolas zijn van belang, en vooral niet te vergeten, de plastieken van zijn vrouw, Suzanne Nys, op de voorgevel en in de grote concertzaal. Mijn belangrijkste bron was het artikel van D.P.R.A. Bouvy in het Gildenboek van 1938, dat je onder aan deze pagina kunt downloaden.

Tot 28 augustus 2014 kon je de petitie ondersteunen om sloop van dit bijzondere gebouw te voorkomen.

Medio september volgde goed nieuws voor het voortbestaan van het complex:

In 2017 waren het echter niet de plannen van Van Hoogevest Architecten, maar die van projectontwikkelaar Stebru die door de gemeente werden goedgekeurd: ‘Het project omvat het restaureren, gedeeltelijk slopen en herbouwen van de KRO-studio inclusief nieuwbouw van in totaal 85 levensloopbestendige appartementen‘.* De monumentale onderdelen blijven behouden. Of dat ook voor de hoogwaardige onderdelen van het interieur geldt, is de vraag.

Wordt vervolgd!

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en andere verwijzingen

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen:

  • Bouvy, D.P.R.A., ‘De kunstwerken in de K.R.O. studio te Hilversum’, in: Gildeboek 21 (1938), pp. 181-185. | http://bit.ly/2HYyzSb-Bouvy
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Angelique Friedrichs en Gerard van Wezel, De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, Amersfoort-Zutphen 2013, pp. 159-161.
    Het boek is inmiddels uitverkocht!
  • Voor meer informatie over De genade van de steiger volg http://wp.me/P4eh3s-iw.
  • Voor een verwante kunstenaar als Harrie Schoonbrood zie http://wp.me/p4eh3s-fU.
  • Over het werk van Nicolas zijn tot en met 12 oktober 2014 en tot begin januari 2015 twee tentoonstellingen te zien in Roermond. Zie de items op deze site: http://wp.me/p4eh3s-10n en http://bit.ly/GvdS-Nicolas-glazen.
  • Over het werk van een van de andere betrokken kunstenaars, Charles Vos, is tot en met 16 november 2014 in Museum aan het Vrijthof te Maastricht een tentoonstelling te zien. Voor het beeld van Vos zie Delpher (De Gooi- en Eemlander, 28-01-1938).
  • “KRO-studio Hilversum”. Van Hoogevest Architecten, 2014. http://bit.ly/2G0oe6a | http://bit.ly/2ruDTq8-Evernote.
  • “Stebru | Projecten | KRO gebouw”. Stebru.nl, 2017. http://bit.ly/2jL0rib | http://bit.ly/2IrneNC-Evernote.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1NHZijB.

Nieuwsbrief februari 2014

Een nieuwsbrief? Is dat niet een gedateerd medium? Dat zou je denken, maar dat schijnt niet het geval te zijn. Een tijdje terug viel me nota bene op Twitter een berichtje op met de prikkelende stelling dat de ouderwetse nieuwsbrief alle stormen van de sociale media gaat overleven. Er worden namelijk zoveel berichten via deze media verspreid dat jouw – in dit geval mijn – specifieke verhaal in de veelheid verloren gaat. Daar komt bij dat je alleen met een nieuwsbrief je eigen achterban bereikt. De veel gehoorde stelling als zou je via Twitter en Facebook effectief met je doelgroep in contact komen, klopt dan ook niet of niet helemaal. Natuurlijk krijg je er volgers bij, maar ook hun postbus stroomt over van informatie, hetgeen betekent dat je nogal wat competitie hebt te verduren. Maar dan de nieuwsbrief! Daarmee heb je exclusief het oor, of liever het oog, van de mensen die je wil bereiken, zonder dat een ander zich daar tussen dringt.

De sociale media blijken niet op te wegen tegen het beproefde medium van de nieuwsbrief. Niettemin heb ik graag meegedaan aan de actie van Artsen zonder Grenzen met dit item uit De genade van de steiger (foto: RCEPixelpolder).

Vandaar deze nieuwsbrief, waarmee ik jullie op de hoogte wil stellen van het reilen en zeilen van Vanhellenberghubar.org. Waar zullen we eens mee beginnen? Met de nieuwe Bavo in Haarlem natuurlijk. Lezing 3 maart a.s. in de nieuwe Bavo — Maandag 3 maart a.s. in de kathedraal houd ik een verhaal over het hemelse Jeruzalem dat opgeluisterd wordt door de Kathedrale Bavo Cantorij. In overleg met de organisator, de Vriendenkring van de Bavo, is het thema bepaald. Dat geeft de gelegenheid voor een wandeling door de tijd die vanzelfsprekend eindigt bij de nieuwe Bavo. Bij wijze van amuse heb ik er alvast een stukje over geschreven dat je hier kunt vinden. Voor de lezing wordt een bijdrage van 10 euro gevraagd die ten goede komt aan het nieuwe glas-in-lood van Marc Mulders voor de Doopkapel van de kathedraal. Belangstellenden worden verzocht zich aan te melden bij de vrienden@rkbavo.nl.

Waardenstelling Bavo — Net op de valreep van het jaar heb ik de waardenstelling Auro textum (met goud doorstikt) opgeleverd. Deze waardenstelling is zowel bedoeld om inhoudelijke informatie te leveren voor de besluitvorming als om het fundament te leggen voor een wetenschappelijke monografie. Het resultaat heeft er toe geleid dat de stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed verder met me willen voor een publicatie over – de restauratie van – de nieuwe Bavo. Over deze kathedraal heb ik het afgelopen half jaar verschillende korte verhalen geschreven die je kunt volgen via deze link. De genade van de steiger — Zoals de meeste van jullie weten, is afgelopen november het resultaat van bijna drie jaar werk in boekvorm verschenen: De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, dat naar een idee en onder leiding van Gerard van Wezel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) werd uitgevoerd en door de Walburg Pers is uitgegeven. Angelique Friedrichs van de SRAL schreef het materiaaltechnische hoofdstuk. Het boek is inmiddels in vakkringen positief ontvangen en heeft een verrassende respons opgeleverd van kinderen en kleinkinderen van de behandelde kunstenaars. Wat dit gebracht heeft wil ik in de vorm van addenda hier op mijn website verwerken, zodat anderen kunnen profiteren van het aanvullende materiaal. Een overzicht van recensies en signalementen, waaronder die van Henk van Os, vind je onder deze link.

De kruisweg van Jan Toorop in Oosterbeek (1916-1919)

In ‘De genade van de steiger’ wordt onder meer stilgestaan bij een van de iconen van de kerkelijke schilderkunst, de kruisweg van Jan Toorop in Oosterbeek (1916-1919). Door de slechte klimatologische omstandigheden waarin het werk hangt gaat de conditie helaas met het jaar verder achteruit. Het boek is direct te bestellen bij de Walburg Pers.

Interbellumdatabase — In de loop van 2014 zal de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) een database van monumentale kunstenaars technisch ontwikkelen en on line zetten. Uitgangspunt was het materiaal van het onderzoek dat ten grondslag heeft gelegen aan de monografie De genade van de steiger. Onlangs is dit in de vorm van een spreadsheet opgeleverd. In de komende jaren staan verschillende van dit soort on line raadpleegbare gegevensbanken bij de RCE op het programma. Lees dit stukje voor meer informatie.

Wikken & wegen — Op Driekoningen 2014 is de bundel beeldgedichten over rechtspraak in Roermond gepresenteerd, met aquarellen van Annelei Engelberts en gedichten (met een toelichting) van mij. De president van de rechtbank Limburg, mr Peter Pulles, schreef het voorwoord. De bundel is mooi uitgegeven, maar jammer genoeg niet in de handel. Als project van de Kunstcommissie in Roermond was ze bestemd voor het personeel en voor representatie. Algemeen zijn de reacties positief, vooral omdat men verrast is dat rechtspraak zich – zo goed – leent voor een poëtisch beeldende benadering.

Wikken & Wegen

Een van de beeldgedichten uit Wikken & wegen met aquarellen van Annelei Engelberts en tekst van Bernadette van Hellenberg Hubar

Dit is slechts een kleine greep uit het nieuws van Vanhellenberghubar.org. Ik had graag nog wat meer verteld, bijvoorbeeld over de opdracht voor de Paterskerk in Eindhoven en de Clemenskerk in Merkelbeek. Maar dat komt de volgende keer. Ondertussen ben je van harte welkom om verder te surfen op mijn website voor andere nieuwtjes. Uiteraard hoop ik ik velen van jullie te zien in de nieuwe Bavo op 3 maart a.s., ijs, weder en grote afstanden dienende. Met vriendelijke groet, Bernadette