Sint Jozef op 19 maart

Sint Jozef — Dit verhaal schreef ik in 2016 voor mijn vader, Wolter Adriaan Joan Jozef van Hellenberg Hubar (1916-1996), die dat jaar op Sint Jozefdag 100 zou zijn geworden!


In de Jozefkapel van de nieuwe Bavo te Haarlem.
Het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2008.

Vandaag is het sint Jozef, of zoals we in het zuiden zeggen, sint Joep. Voor mij een heiligendag om nooit te vergeten, want het is de geboortedag van mijn vader. Stel dat we nu een eeuw terug zouden kunnen kijken, dan hadden we misschien niet alleen bij mijn grootouders de vlag uit zien hangen, maar in Haarlem horen vertellen dat de architect van de nieuwe Bavo zijn naamdag vierde. Wie weet was Joseph Cuypers die dag toevallig in de kathedraal en heeft hij een kaarsje opgestoken bij het altaar in de Jozefkapel, dat hij zelf ontworpen had.

De historische Jozef — Wie was Jozef nu eigenlijk en wat weten we van hem. Als we afgaan op de bronnen valt dat behoorlijk tegen. Een boeiend verhaal kwam ik tegen op de site van J.P. van de Giessen – Aantekeningen bij de Bijbel – die zich afvroeg welk beroep Christus had:

  • ‘Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons’ Marcus 6:3 (NBV) In bovengenoemde tekst wordt gesteld dat Jezus timmerman is, in Mattheus 13:55 wordt gesteld dat hij de zoon van de timmerman Jozef is. Gezien de leeftijd van Jezus toen Hij ging optreden, namelijk ~30 jaar, is het zeer goed mogelijk dat hij enkele jaren samen met Jozef heeft gewerkt als timmerman. De vraag die ik me stelde is wat betekent het Griekse woord tektōn wat in alle vertalingen met ‘timmerman’ wordt vertaald. Volgens de verschillende woordenboeken is het iemand die werkt met hout of steen, in tweede instantie wordt aangegeven een handwerker (als tegenpool van een metaalbewerker of smid). Het is iemand die huizen bouwt of construeert, waarbij wij in het laatste geval zouden zeggen een architect.’*

Timmerman of architect? Ambachtsman of denker? Het is interessant om te zien wat de geschiedenis ervan heeft gemaakt.

Zou je dat willen weten? Lees dan hieronder verder en laat je verrassen!

De bruiloft van Maria en Jozef op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2016.
De bruiloft van Maria en Jozef op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2015.

Legenda aurea — Vergeleken met andere heiligen, komt de verering van Jozef relatief laat op gang. Tot ver in de middeleeuwen verschijnt hij vaak als een wat anekdotische oude man bij kerstscènes. Maar dat is slechts één beeldtraditie, want vanaf het verschijnen van de Legenda aurea tegen het einde van de dertiende eeuw, komt de bruidegom van Maria meer in het licht te staan. Door toedoen van bisschop van Genua, Jacopo da Voragine, werden de tot dusver bekende heiligenlevens in deze Gouden legenden – al dan niet opgesierd – gebundeld. Het idee was om een naslagwerk te produceren met bruikbaar materiaal voor preken. Door het grote succes verschenen al snel over heel West-Europa vertalingen, ook in Nederland. Het geeft maar aan dat de markt behoefte had aan een meer gedetailleerd beeld van deze idolen van de katholieke kerk. Zo raakten scènes populair als de bruiloft van Jozef en Maria, die we ook in het Jozefaltaar van de nieuwe Bavo tegenkomen.*


Charles Vos, Theresa van Avila, pijlerbeeld bij de Barbarakapel aan de zuidelijke zijbeuk in de nieuwe Bavo. Foto RCE beeldbank/Margaretha Svensson 2013.

Charles Vos, Theresa van Àvila, pijlerbeeld bij de Barbarakapel aan de zuidelijke zijbeuk in de nieuwe Bavo. Foto RCE beeldbank/Margaretha Svensson 2013.

Theresa van Àvila — De verering van Jozef kreeg een krachtige impuls door de inzet van Theresa van Àvila (1515-1582), een van de stuwende krachten tijdens de contrareformatie. Dankzij Jozefs tussenkomst – zo vertelde ze later – ontwaakte ze uit een coma dat drie jaar had geduurd. Theresa was wat je noemt een vrouw met drive, en wat voor een drive. Tijdens haar leven reorganiseerde en stichtte zij verschillende kloosters, waarvan ze er een onder de bescherming van Jozef plaatste. Ze was niet alleen beroemd vanwege haar organisatievermogen, maar vooral om haar mystieke geschriften. Zo wordt ze in de nieuwe Bavo afgebeeld door Charles Vos (1952-1953). Net als bij Augustinus wordt haar hart doorboord met een pijl, hier als teken van de consumptie van het mystieke huwelijk met God als hemelse bruidegom. Bij haar oor bevindt zich de heilige Geest als duif die haar liefdesgezangen influisterde en haar zo inspireerde tot het schrijven van een eigen Hooglied, dat ze in haar hand houdt. Vergelijkbaar met het oudtestamentische bruidspaar in dit Canticum canticorum Salomonis (Lied der liederen van Salomon)*, viert zij haar extatische eenwording met haar goddelijke bruidegom. Dankzij deze mystica die aan de ene kant voor contemplatie en meditatie koos en aan de andere kant zeer krachtdadig was, promoveerde Jozef tijdens de contrareformatie tot een heilige met persoonlijkheid. Dat bleek de opmaat voor de negentiende eeuw, toen hij klaargestoomd werd voor het grote publiek.


Jozef als beschermvorst van de kerk, centraal op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.
Jozef als beschermvorst van de kerk, centraal op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.

Patroon van de kerk — De verering van Jozef was niet meer te stuiten, toen paus Pius IX hem in 1877 uitgeroepen had tot beschermer van de R.K. Kerk. Hoger kon je als heilige nauwelijks stijgen, want als patroon van de kerk stond Jozef zelfs boven Petrus, de eerste paus. Vandaar dat hij op het altaar in de nieuwe Bavo wordt weergegeven als een vorst met in de ene hand de bloeiende tak als symbool van de zuiverheid (ook uit de Legenda aurea) en in de andere hand een boek.*

De kerk had eeuwen ervaring in het promoten van heiligen en men deed dat op een manier waarop menige marketeer vandaag de dag jaloers zou zijn. Rome probeerde in te spelen op wat men meende dat de achterban nodig had. In de eeuw van het opkomende socialisme, de maatschappelijke onzekerheid als gevolg van de op scherp gezette gezagsverhoudingen en een groeiende verpaupering, waar de traditionele armenzorg geen antwoord meer op had, was dat Jozef: hij was de archetypische vaderfiguur die als summum van betrouwbaarheid gold omdat hij Jezus had opgevoed. Omdat hij ondanks deze vooraanstaande taak eenvoudig was gebleven, konden grote groepen gelovigen zich goed met hem identificeren. De boodschap was dat eenvoud, trouw en bescheidenheid niettemin tot een hoge positie konden leiden en dus het navolgen waard waren. De timmerman Jozef werd van meet af aan ingezet om de werkbijen onder het kerkvolk aan de kerk te binden en op die manier een tegenwicht te bieden aan moderne stromingen die het heil buiten de kerk zochten. Erger nog, die een paradijs op aarde verkondigden, zonder verlossing van de ziel of koppeling aan Gods rijk in het hiernamaals. In dit opzicht vond de kerk het liberalisme net zo bedreigend als het socialisme.

Tegenwicht in de sociale kwestie — Dit betekende niet dat de kerk, zoals wel wordt gesuggereerd, met de rug naar de maatschappelijke noden stond. Toen men zich eenmaal realiseerde dat de traditionele armenzorg niet langer voldeed, werd de ontwikkeling van een eigen sociaal beleid ter hand genomen. Een goed voorbeeld hiervan is de latere bisschop van Haarlem, J.D.J. Aengenent die zich hier vanaf 1898 mee bezighield en een belangrijke speler op nationaal niveau was.* De functie die Jozef als rolmodel toebedeeld had gekregen, bleek moeiteloos in deze transitie op te gaan. Hij bleef het tegenwicht tegen het niet-kerkelijke socialisme: hij getuigde hoe eenvoud en grootsheid samengingen door simpelweg zijn bijrol als voedstervader – degene die Christus opvoedde – te accepteren. Hij stelde een voorbeeld door de hem door God toegewezen taak eerlijk, maar zonder valse ambities of borstklopperij uit te voeren. In die eenvoud werd de brug naar het volk geslagen door hem als een nederige timmerman te profileren. Vader, werkman, echtgenoot, maar niettemin beschermvorst van de kerk. Hoe veel dichter bij huis kon je het hebben? Deze opgang benadrukte nog maar eens dat de eersten de laatsten zouden zijn, zoals Christus zijn leerlingen voorhield, en de laatsten de eersten.*


De heilige Familie op het Jozefaltaar van de gebroeders Custers in de Paterskerk in Eindhoven (1909)
De heilige Familie op het Jozefaltaar van de gebroeders Custers in de Paterskerk in Eindhoven (1909): vader, werkman, echtgenoot!

Icoon — Hoe pakte dat nu uit in de praktijk van de kunstproductie? Omdat, zoals gezegd, over het optreden van Jozef nauwelijks authentieke bronnen bekend waren, werd het plaatje geleidelijk aan zelf tot in detail ingevuld. Het doet denken aan de fanfictions vandaag de dag: hordes fans storten zich als ware scriptschrijvers op populaire series om daar extra episodes voor te bedenken. De voorstelling van de heilige Familie op het Jozefaltaar van de gebroeders Custers in de Paterskerk in Eindhoven is hier een goed voorbeeld van.* Op gezag van Rome werd een quasi-fictief plot uitgewerkt volgens de regels van de historieschilderkunst, waarin waarheid en verbeelding tot een verhaal werden gecombineerd: Jozef wàs een timmerman, althans ‘tektōn’ (bouwer, maker, schepper, et cetera), hij wàs met Maria getrouwd en wàs de pleeg- of voedstervader van Jezus, haar kind. Dit zijn de onomstotelijke historische ingrediënten die men combineerde in een imaginair tafereel, waarbij de geschiedkundige werkelijkheid verbeterd werd door het kind als helper van zijn vader voor te stellen en Maria met spinrokken in de hand af te beelden. Zoals de schildering van Gebhard Fugel in weekblad Sint Bavo van 1900 laat zien, werd dit thema in allerlei  variaties getoond.* De moraliserende boodschap is die van het gehoorzame, behulpzame kind en het eenvoudige, nijvere gezin dat de hoeksteen was van de katholieke samenleving.

Het geeft te denken. Je kunt er niet om heen om je af te vragen hoe het verhaal zou zijn afgelopen als tektōn als architect was vertaald. Dan had de bouwmeester van de nieuwe Bavo nog dichter bij zijn patroonheilige gestaan.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!



Het ‘zalige’ sterfbed van Jozef te midden van zijn gezin. Rechterpaneel op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.
Het ‘zalige’ sterfbed van Jozef te midden van zijn gezin. Zoals weekblad ‘Sint Bavo’ uitlegt: ‘De H. Josef wordt vereerd als de Patroon der kerk, van het Vaderland, van het christelijk huisgezin en van een zaligen dood’.* Rechterpaneel op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto bvhh.nu 2016.

Meer informatie & bestelgegevens van Ad orientem

Met dank aan Stephan van Rijt voor de foto’s en de plezierige samenwerking.

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de bronnen die hieronder staan vermeld.

  • Giessen, P.J. van der, ‘Welk beroep had Jezus’, op: http://bit.ly/1ihkyyl, verwijst naar Mattheüs 13:55 en Markus 6:3.
  • Voor de Legenda aurea zie Wikipedia.
  • Voor Theresa van Àvila zie heiligen.net en Wikipedia.
  • Voor het Canticum canticorum Salomonis (Lied der liederen van Salomon), zie Hubar, De genade van de steiger, p. 414. → bibliografie. Ook te vinden op deze site: http://bit.ly/VHH-Jonas1.
  • Hubar, De genade van de steiger, pp. 197-198. → bibliografie.
  • Vergelijk de definitie van marketing op Wikipedia.
  • Voor de kerk en het anti-modernisme zie onder meer: http://nl.wikipedia.org/wiki/Paus_Pius_IX. Voorts het bijzondere artikel van Salemink, ‘Liberale waan’ (2002). Een beeld van de weerzin van de kerk tegen – een overdreven – individualisme, dat geassocieerd werd met romantiek en pantheïsme, is ook te vinden in: Hubar, ‘“Eerdienst en kunst op het naauwst vereenigd”’, pp. 151-176. → bibliografie
  • Voor de iconografische details van Jozef zie: Timmers,  Symboliek en iconographie, pp. 185-186; 501. Voorts: Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, pp. 120-121. → bibliografie.
  • Voets, B., ‘Aengenent, Johannes Dominicus Josephus (1873-1935)’, in: Biografisch Woordenboek van Nederland, op: resources.huygens.knaw.nl, http://bit.ly/1RqGPgl (1985; 2013).
  • Zowel te vinden in Matteüs 19, 30; Marcus 10, 31 als Lucas 13, 30, op onder meer willibrordbijbel.nl.
  • Hubar, De mantel der liefde, De Paterskerk te Eindhoven, 17, 46, 50, 53, 58-59, 63. → bibliografie.
  • Voor spinrokken zie Wikipedia.
  • Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 3 (1898), p. 280. Voor dit werk van Gebhard Fugel zie: https://flic.kr/p/Fjud3c
  • Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 3 (1898), p. 168.
  • Meer weten over het beeldprogramma van de nieuwe Bavo? Bestel dan mijn boek: Bernadette van Hellenberg Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Voor een samenvatting surf naar http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.

Om mijn boek over de kathedraal te bestellen, klik je op deze link: http://bit.ly/Bavo-Ao.

Specificaties:

  • Uitgever: WBooks in samenwerking met Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem
  • Aantal pagina’s: 400
  • Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
  • Uitvoering: gebonden
  • ISBN 978 94 625 8119 7
  • Meer informatie: WBOOKS of http://bit.ly/Bavo-Ao.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is verkort gepubliceerd op de Facebookpagina van de kathedraal, 19 maart 2016 en op ithenisnow.eu op 19 maart 2018. Verkorte link van deze blog: http://bit.ly/VHH-Jozef

De Heilige Linie

Thijm Heilige Linie dia openingswoorden
De openingswoorden uit ‘De Heilige Linie’ van J.A. Alberdingk Thijm die in 1858 verscheen. Dia uit de lezing Caelestis urbs Jeruzalem met de herdenkingsprent die Joseph Cuypers na het overlijden van zijn peetoom maakte.1

Sinds vandaag staat op Bibliodoc het handboek over kerkbouwsymboliek van J.A. Alberdingk Thijm,  De Heilige Linie (1858) in de editie van 1909, on line. Ook het informatieve voorwoord van zijn zwager Pierre J.H. Cuypers zit daarbij.

Het boek kan gedownload worden als PDF en is toegankelijk met de zoektoets dankzij OCR. De scan is niet vlekkeloos, maar wordt toch ter beschikking gesteld omdat De Heilige Linie een belangrijke bron is voor de negentiende en twintigste-eeuwse kerkelijke iconografie. Dankzij het voorwoord van Cuypers wordt duidelijk hoe moeilijk het zeker in het begin was om de ideeën uit dit boek in de praktijk te brengen. Door de vele geannoteerde verwijzingen naar middeleeuwse bronnen, kan De Heilige Linie tevens gebruikt worden voor onderzoek op dat terrein. Hoewel vorige generaties wat snerend deden over Thijms kennis, is de afgelopen decennia gebleken dat die zeer aanzienlijk was.2 Tot dusver heeft echter geen wetenschappelijke evaluatie plaatsgevonden van wat Thijm wist van de middeleeuwen. Wie weet kan deze versie on line daartoe inspireren.

In de editie van 1909 zijn ook de opstellen Over de kompozitie in de kunst van Thijm gebundeld. Deze werpen veel licht op de visie van een vooraanstaande criticus uit de negentiende eeuw op de kunst van zijn tijd.3 Wat het lezen heel plezierig maakt, is dat de opstellen niet zonder humor zijn geschreven.

Ik zou zeggen, ga het boek downloaden en kijk ook nog even hieronder bij het postscriptum.

B.4

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Postscriptum — Inmiddels is De Heilige Linie op meer plaatsen op het wereldwijde internet te downloaden:

  • De oorspronkelijke editie van 1858 op archive.org onder deze link.
  • Net als het exemplaar in Bibliodoc als onderdeel van De verzamelde werken uit 1908 (?) op archive.org onder deze link.

Toch interessant dat het eerste exemplaar afkomstig is van Harvard University en de tweede van het Getty Research Institute. Je vraagt je wel af welke motieven achter deze aanschaf zaten, want er zullen toch niet zoveel mensen zijn geweest die daar Nederlands lazen.


  1. Voor de lezing volg deze link

  2. Vergelijk onder meer de bundel uit het Thijmjaar in de bibliografie van deze site, zoekterm: erflater

  3. Hubar, Arbeid en Bezieling, 1997. Samenvatting http://wp.me/P4eh3s-eI

  4. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-11X | http://bit.ly/1ZvcKwh. 

Dertig jaar later

Nota bene — Deze blog verkeert in statu nascendi. Je mag rustig een kijkje nemen, maar het item is nog niet helemaal af.1 Er is zoveel over dit onderwerp te zeggen dat het misschien wel simpelweg onvoltooid moet blijven. Een continuing story?

Kreupele restanten

De Antoniuskapel in Servaaskerk te Maastricht (1874-1900) met een deels wel en deels niet gerestaureerde uitmonstering van Pierre J.H. Cuypers.2 Foto auteur, 2014.

Zeg niet dat dit mooi is, want dat is het niet, dit kreupele restant van Cuypers’ uitmonstering in de Maastrichtse Servaaskerk (1864-1908). Natuurlijk, het beeld van Antonius onder zijn neogotische baldakijn staat er nog, de geschilderde tapisserie tegen de wand is superbe en de epische schilderingen met scènes uit het leven van de heilige blijven hun verhaal vertellen, maar toch … het klopt niet. Ik heb de kapel nog gekend toen ze helemaal gaaf was: toen waren ook de schalken met de muraalbogen en het gewelf daarboven rijk gesjabloneerd. Op de zware pijlers richting schip zat schijnmetselmerk dat voor een evenwichtige dimensionering zorgde. Decennia verwaarlozing en een zoutuitbloei van jewelste hadden hun tol geëist, maar het gehele polychrome schema in deze ruimte was er nog. Een halfslachtige Cuypers resteerde na de restauratie van de Servaaskerk in 1983-1989.

Waarom ik hier aan denk? Misschien omdat ik er laatst weer eens was. Niet geheel vrijwillig, want ik kom er niet graag. Iedere keer als ik de kerk binnenstap is het een klap in mijn gezicht. Ik mis het geschilderde triforium in het schip, de kloeke blokverbanden van de pijlers en de weelde aan geschilderde tapisserieën die volgens een oeroude iconografische traditie door heel de kerk uit eerbied en pure verering waren aangebracht. Maar soms moet ik er wel naar toe, omdat tussen alle fragmenten bijzonderheden zitten die ik nodig heb voor onderzoek. Neem bijvoorbeeld de litanie van Loreto in de Mariakapel met al die oeroude Mariatitels, waarvan er een aantal op veel oudere culturen dan die van het christendom teruggaat.

Maar ik denk er ook aan, omdat ik laatst mijn eerste artikel over de iconografie van Cuypers, Alberdingk Thijm, De Stuers en hun tijdgenoten onder ogen kreeg. Dat verscheen in 1984 in het themanummer over de Servaaskerk in het Bulletin KNOB. Wies van Leeuwen, met wie ik dat jaar het Cuypersgenootschap heb opgericht, had dit bedacht om een wetenschappelijke bijdrage aan de restauratieproblematiek te kunnen leveren.3 Dat was ook nodig omdat kort ervoor twee publicaties van de restauratiestichting verschenen, waarin Cuypers met vereende krachten naar de verdoemenis was geschreven. Op liturgisch gebied werd dit weerlegd door een helder artikel van Kees Peeters, die dit schreef omdat hij vond dat verantwoording afgelegd moest worden voor het tribunaal van de geschiedenis (een zin die ik nooit meer ben vergeten). Daarna volgden Wies en ik met respectievelijk een evaluatie van wat er in de jaren zestig met de inrichting van Cuypers was gebeurd in de Munsterkerk en het iconografisch programma van de Servaaskerk, en tenslotte het enige artikel dat effect zou sorteren, dat van Jos Koldeweij over het Bergportaal. Toen men daar eenmaal was aangekomen met de werkzaamheden was het kwartje gevallen. Waarschijnlijk heeft men toen al ingezien wat voor een blamage de aanpak van het interieur was gebleken, ook al werd iedere kritiek overstemd door enigszins overspannen jubelgeluiden.

Kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht

Een iconografische zeldzaamheid vormt de kapel van het heilig Aanschijn (1893-1894) uit het atelier van Cuypers, waar de doek van Veronica wordt vereerd en de muur bezet is met votiefstenen die qua vorm en kleur passen in het decoratieschema.4 Rondom het altaar bevonden zich op de muur geschilderde draperieën, niet alleen bedoeld als lambrisering, maar ook om het beeld van gordijnen rondom een heilige plaats op te roepen. Versluiering was een teken van eerbied en paste bij het mysterie. De gordijnen werden verwijderd en geheel tegen de polychrome wetten in vervangen door schijnmetselwerk dat gewoon naar beneden doorgetrokken werd. Hierdoor is ook de dimensionering van de kapel geweld aangedaan. Foto auteur, 2014.

Wies heeft toen doorgezet dat we de restauratie zouden evalueren. En dat gebeurde ook, in het blad van het Cuypersgenootschap, De Sluitsteen.5 Hierdoor is er een behoorlijk goed gevulde portfolio van deze casus. De opmaat werd gevormd door de publicatie over het symposium van de Jan van Eyckacademie in 1979, geïnitieerd door de latere oprichter van de SRAL, Anne van Grevenstein. Daarna de reeks artikelen van Wies en van mij, waaronder het themanummer van het Bulletin KNOB en de publicaties in Heemschut, en tenslotte onze evaluatie. Het gros van de artikelen kan inmiddels gedownload worden. Zelf ben ik aangenaam verrast dat met name de iconografische artikelen actueel zijn gebleven en nog steeds worden gebruikt.

Ik ben nog altijd trots op wat we toen met die hele groep van het Cuypersgenootschap hebben gedaan, met Jenny Bierenbroodspot die onze artikelen kritisch doorlas en redigeerde, Jules Bonnet die voor foto’s zorgde, Guido Hoogewoud als onvermoeibaar klankbord, Gert van Kleef die z’n eerste schreden op het Cuyperspad zette, wijlen Pieter Singelenberg als onze onbetwiste autoriteit en Ruud van Hövell die ons juridisch advies gaf en leerde hoe we bij de Raad van State moesten optreden. Maar ook al heeft de geschiedenis ons gelijk gegeven – de reconstructie van de uitmonstering van Cuypers in het Rijksmuseum legt daar iedere dag getuigenis van af – de pijn blijft als ik het schip van de Servaaskerk betreed.

Sic erat in fatis, zou De Stuers zeggen.

B.6

Downloads

Bronnen

Nota bene — In de voetnoten gebruik ik onder meer verkorte titels die volledig aangehaald zijn in de bibliografie van deze site.


  1. Het woord blog mag mannelijk/vrouwelijk en onzijdig gebruikt worden. Hoewel je de laatste tijd steeds vaker het blog ziet staan, volg ik de voorkeursvorm van het Genootschap Onze Taal door het mannelijke lidwoord de toe te passen. 

  2. Hubar, Eenheid in het vele, in: http://bit.ly/Themanummer-Servaaskerk-KNOB84, pp. 120, 135, noot 80. 

  3. Leeuwen, Wies van, red., ‘Van de redactie’ [themanummer restauratie Servaaskerk Maastricht], in: http://bit.ly/Themanummer-Servaaskerk-KNOB84, pp. 103-104. 

  4. Hubar, Eenheid in het vele, in: http://bit.ly/Themanummer-Servaaskerk-KNOB84, pp. 120, 129-131, 134. 

  5. Van Leeuwen en Hubar, ‘De beginselloosheid tot adagium verheven’, in: http://bit.ly/Evaluatie-1991-Servaaskerk, pp. 75-97. 

  6. Het lag in het lot besloten! Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Dertig jaar later’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/1QPcsPN (2014). 

Diagram van ’n hemels bolwerk

Ook in de visioenen van Hildegard van Bingen spelen gebouwen een belangrijke rol. Ik kwam haar tegen bij mijn onderzoek naar de Clemenskerk van Merkelbeek, waar de jonge benedictijner monnik dom Romanus Jacobs in 1901 een bijzondere uitmonstering schilderde.1 Hierin wordt onder meer de goddelijke inspiratie of openbaring voorgesteld, en een van de oudste voorbeelden binnen de benedictijner traditie is zonder meer de miniatuur waarin abdis Hildegard van Bingen de vlammen van de inspiratie over haar hoofd krijgt uitgestort.

Hildegard van Bingen, miniaturen uit het Liber scivias.

Hildegard van Bingen, twee miniaturen uit het Liber scivias (1142-1151). Tragisch genoeg is het origineel verdwenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De miniaturen zijn afkomstig uit een facsimlie uit de jaren 1920.2

Ondertussen trok ook die andere miniatuur mijn aandacht, en dat heeft natuurlijk te maken met de lezing over het hemelse Jeruzalem die ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo in Haarlem geef.

Hier wordt echter geen hemelse stad weergegeven, maar het gebouw van de verlossing. Dat leunt natuurlijk sterk tegen de Caelestis urbs aan, vooral omdat een aantal beelden direct aan Johannes ontleend lijkt te zijn. Een van die elementen herken ik dankzij het genoemde onderzoek van de Clemenskerk in Merkelbeek en dat is de waterstroom die de boom des levens voedt:

‘Toen toonde de engel mij een rivier met water dat leven geeft, helder als kristal, die ontsprong aan de troon van God en van het lam. Midden op het plein van de stad en omgeven door de rivier stond de levensboom, die twaalfmaal vrucht draagt, elke maand eens; en zijn loof brengt de volken genezing’.3

De boom zelf echter vind je niet in het bolwerk van Hildegard. Wel de engel en ook Jezus met de banderol in zijn hand, die mogelijk verwijst naar het boek des levens van het lam, waarin alle namen staan van hen die toegang hebben tot de stad. Verder lijkt er een verwijzing naar de Jacobsladder uit Genesis in te zitten, waarbij mensen de plaats van engelen innemen die zich langs de ladder op en neer bewegen tussen hemel en aarde.

Deze bijbelse associaties hebben zeker een rol gespeeld bij het vastleggen van de visioenen. Niet alleen omdat het verlossingsgebouw van Hildegard een nadere duiding is van Christus’ leer hoe de mens het koninkrijk God zal binnengaan, maar ook omdat je altijd moet aanknopen bij een bestaand referentiekader, wil de boodschap overkomen. Die boodschap is in het geval van dit gebouw behoorlijk grimmig. In de eeuwige tweespalt van de kerk tussen onvoorwaardelijke liefde enerzijds en zonde, schuld en boete anderzijds, heeft de Januskop hier het gezicht op storm staan. En wat voor een storm!

Als je wil weten hoe Hildegard tegen het einde der tijden aankeek en zelf het diagram van haar verlossingsgebouw verklaarde, dan kun je dat in de synopsis verder lezen.4 Het verhaal dat ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo vertel, ontvouwt een heel wat rooskleuriger perspectief op het hemels Jeruzalem.

3D-model viering nieuwe Bavo met projectie

Waar zie je het hemels Jeruzalem in de nieuwe Bavo? Dat ga ik aan de hand van dit 3D-model op 31 augustus a.s. verduidelijken. Productie: wolthera.info.

De bijeenkomst is in principe voor de parochie bedoeld, maar iedereen is welkom vanaf 10.00 uur bij de start van de hoogmis. Mijn lezing begint om 12:15 uur en daarna is er nog alle tijd om de kathedraal te bezichtigen.

B.5

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Voor dit boek in wording zie het item over de Clemenskerk

  2. Zie: http://en.wikipedia.org/wiki/Hildegard_of_Bingen

  3. Johannes, Apocalyps, 22, 1-2, geciteerd naar willibrordbijbel.nl

  4. De synopsis van het derde deel van de Scivias van Hildegard von Bingen is/was te vinden onder deze link

  5. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-Dh.

    ← Terug naar het hoofdthema

En nu de fragmenten …

Je denkt vast dat dit item gaat over de mensen van de SRAL die de schilderingen van de Clemenskerk in Merkelbeek weer helemaal toonbaar hebben gemaakt. Inderdaad, ze hebben prachtig werk geleverd, maar zij zijn al klaar. Op de laatste foto na toont het beeldmateriaal hierboven de stand van zaken van afgelopen april, toen ze nog druk bezig waren. Maar hun werk zit er op en het mijne is ver gevorderd. Ik ben goed op dreef met de Verhalen op de muur. 1 Nu ik er over nadenk … misschien is het wel andersom en zijn al die heiligen met mij op dreef, want ik ben al zoekend en schrijvend van de ene verbazing in de andere gerold.

Wat ik nu bedoelde ik met de fragmenten? Heel simpel, want dat is het volgende hoofdstuk dat ik ga schrijven. Het stuk over de architectuursymboliek is klaar en dat geldt ook voor de heiligen op de muur, die me werkelijk alle hoeken van de kerk hebben laten zien. En nu komen de fragmenten van oudere schilderingen die je hierboven ziet. Je staat er werkelijk van te kijken wat er in deze relatief toch achteraf gelegen kerk bij Brunssum allemaal aan kleur op de muur is gezet. Het was een heel gepuzzel, maar ik denk dat ik er uit ben.

En dan komt er ook nog een hoofdstuk over de twee actoren: abt Hermann Renzel die het programma heeft bedacht en Dom Romanus Jacobs die als hele jonge man hier een bijzondere prestatie neerzette. Het programma is verrassend omdat hierin het benedictijner verhaal centraal staat. Je kunt aan alles merken dat de abt op pedagogisch gebied ervaring had. Bij de schilderingen komt haast onvermijdelijk de Beuroner school te voorschijn van de benedictijnen te Beuron. Het is wat ik al dacht: Romanus heeft hun visie op kerkelijke kunst op een heel eigen manier verwerkt. Dat maakt het ook zo bijzonder.

Een boek schrijven doe je nooit alleen, dus ik ben erg blij met de hulp die ik heb van broeder Lambertus Moonen van de benedictijner abdij te Mamelis (de opvolger van de abdij in Merkelbeek), Angelique Friedrichs van de SRAL die de technische kant van het werk in de vingers (maar ook in haar hoofd) heeft, Charlotte Ruijs die me geholpen heeft om de data over Romanus Jacobs op een rij te krijgen en Marij Coenen die de bovenstaande foto’s maakte.

Het vervolg komt eraan!

B.2
_________________________________

Voetnoten:


  1. Voor meer informatie over dit boek volg deze link

  2. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-Tu 

Jan Dibbets ontmoet Joseph Cuypers

Aan de nieuwe glazen van Jan Dibbets (uitgevoerd door Glasatelier Hagemeier) wordt uitgebreid aandacht besteed in mijn boek De nieuwe Bavo te HaarlemAd orientem | Gericht op het oosten, dat 9 september 2016 verschenen is. Bestel het via deze link: http://bit.ly/Bavo-Ao.

Bavo ramen Dibbets Haarlems Dagblad 2
Het ontwerp van Jan Dibbets voor de nieuwe ramen in de kathedrale basiliek Sint Bavo is goed ontvangen. Voor een uitvoerig overzicht van de commentaren zie de blog van Angela van der Burcht op de site Glass is more! Herkomst: Haarlems Dagblad van 28 juni 2014.

Aan het slot van de voorlaatste fase van de restauratie van de kathedrale basiliek Sint-Bavo zijn rond de jaarwisseling de nieuwe glas-in-loodramen van Jan Dibbets geplaatst. Toen de ontwerpen in 2014 bekend werden, viel op hoe lovend de reacties uit de kunstkritische hoek waren. Vanuit de erfgoedsector was men wel gereserveerd, maar noch in de vakbladen, noch op de erfgoedsites verschenen er artikelen of blogs over. Omdat de nieuwe Bavo tot mijn speciale onderzoeksgebied behoort, heb ik toen een erfgoedtoets in het klein uitgevoerd:

  • Van eminent belang in het concept van Joseph is wat ik in de waardenstelling van 2013 betiteld heb als de atmosferische polychromie, waarbij de architect de wisselende lichtval van het Noord-Hollandse landschap naar binnen probeerde te halen. Dat op zichzelf is al zo bijzonder dat het nagenoeg als een unicum aangemerkt kan worden.1 Als je kijkt wat Dibbets doet, kan zonder meer gesproken worden van een goed ingevoelde aanpak. Hij respecteert het concept van veel witte of zacht getinte partijen in de glazen, wat Cuypers als uitgangspunt had vanwege de lichtval in de kerk. Tegelijkertijd zal de derde vorm van polychromie, die Joseph Cuypers ontleende aan Viollet-le-Duc goed tot zijn recht komen: dit betreft de projectie van kleuren tegen muren en pijlers door het licht. In dit opzicht zullen de glazen dus in belangrijke mate bijdragen aan de verdere invulling van het concept van de Unvollendete dat Joseph voor de kathedraal had ontwikkeld en dat ook al zo bijzonder is.2
  • Het ontwerp is verder goed verankerd in de kerkelijke beeldtraditie doordat met name de liturgische kleuren worden gevolgd. Ook het onderscheid tussen de noordelijke, koele en de zuidelijke, warme kant kan iconografisch tot een oude traditie herleid worden, zij het dat Dibbets dit als artistiek medium anders toepast dan de architect.3 Dat laatste valt goed af te lezen aan het eerste zelfstandige ontwerp van Joseph Cuypers, de Urbanuskerk in Nes aan de Amstel.4


Het Johannesraam van Jan Dibbets wordt geplaatst in de nieuwe Bavo van Haarlem (foto André Numan 2015).
Het Johannesraam van Jan Dibbets, gemaakt door Glasatelier Hagemeier, wordt geplaatst in de nieuwe Bavo van Haarlem (foto Van Hoogevest Architecten 2015).

  • De enige kanttekening die ik vanuit de context van het erfgoed had, betrof het plaatsen van de vier evangelisten in het schip. De meeste mensen zullen dit een formaliteit vinden, maar iemand zal het toch op moeten nemen voor het programma dat de bisschoppelijk vicaris en latere bisschop van Haarlem A.J. Callier in nauwe samenwerking met Joseph Cuypers heeft bedacht als basis voor de bouw en de inrichting van de kathedraal. Ook dat is immers een bestaande waarde in de kathedraal.5 In het nieuwe boek over de kathedraal zal duidelijk worden hoe verrassend Dibbets daarmee is omgegaan, waardoor hij van een nadeel ook iconografisch een toegevoegde waarde heeft kunnen maken.
  • Heel bijzonder is de inspiratie die de kunstenaar gevonden heeft bij Hrabanus Maurus, die hij ervaart als een Mondriaan uit de middeleeuwen. Om zijn bewondering tot uitdrukking te brengen heeft Dibbets de Δ (delta) in het raam met de kalligrafie van Adam als eerbetoon aan Hrabanus Maurus direct aan hem ontleend. Daarop zijn op hun beurt de A en de V in Adam en Eva afgestemd.6
  • Tekent het de tijd dat vanuit de kunstkritiek geen commentaar is gekomen in de zin dat het ontwerp misschien gedateerd zou zijn? Zelf overviel me dat gevoel wel, en wel bij de evangelistensymbolen. Dat is vreemd, zo niet tegenstrijdig voor iemand die net een heel werk heeft geschreven over monumentale kerkelijke schilderkunst, waarin ze juist waarschuwt voor de vertekenende werking van de kwalificatie ‘gedateerd’. Een valkuil die je beslist moet vermijden. Want ook al lijkt dit een open deur, echte creativiteit ontstijgt de belemmeringen van de tijd. Bovendien, zoals Josephs peetoom Alberdingk Thijm al zo pakkend zei: eenmaal de kunstenaar gekozen, dan moet je hem ook vrij laten.7
  • Het gebruik van symbolen en lettertekens als decoratieve motieven past bij uitstek bij de Joodse bron van het christendom waarbij letters als alternatieve beelden worden gebruikt.8 Op dit punt heeft de plebaan H.J. van Ogtrop een belangrijke bijdrage geleverd die voorstelde om een Hebreeuwse tekst aan de noordkant te plaatsen waar in de oorlog de Haarlemse Joden werden samengedreven en gedeporteerd. Zo wordt ook een tragische ‘lieu de memoire’ geactualiseerd.

De moraal van het verhaal kan kort zijn: ook vanuit de context van het erfgoed – of meer precies, bezien vanuit de waardenstelling – doorstaat het ontwerp van Dibbets voor de nieuwe glazen ruimschoots de toets der kritiek. Ik ben dan ook heel benieuwd naar de realisatie ervan; niet alleen vanwege het individuele kunstenaarschap van Dibbets, maar ook omdat we door zijn werk een artistiek volwaardig beeld zullen krijgen van wat bij Joseph Cuypers op het netvlies stond toen hij zijn Unvollendete ontwikkelde. Een beeld dat niet mogelijk was geweest zonder de uitvoering van het ontwerp door Glasatelier Hagemeier te Tilburg.9 Wie vandaag de dag de kathedraal bezoekt zal een bijzondere uitvoering te zien krijgen van de ‘muziek van het licht’, zoals vader én zoon de polychromie in hun gebouwen betitelden.10

B.11

← Terug naar de inhoudsopgave!))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Postscriptum — Medio december 2015 waren alle glazen in de lichtbeuk geplaatst en rond de kerst alle stellingen uit het schip verdwenen! Zelf was ik er begin november toen de steigers er voor een deel nog waren. Daar stonden we dan in de late namiddag van een grauwe najaarsdag bij het herdenkingsraam Jehi ohr (er zij licht), maar hoe somber en schemerig het buiten ook was, er wás licht! Een ervaring om nooit te vergeten.

Deze diashow vereist JavaScript.


  1. Kanttekening hierbij is dat dat uiteraard gerelateerd moet worden aan de stand van het onderzoek vandaag de dag, maar tot dusver heb ik geen andere expliciete voorbeelden gevonden. De enige die dicht in de buurt komt, was zijn bevriende collega Henri Evers die in dezelfde tijd lichte glazen liet aanbrengen in ‘zijn’ Remonstrantse kerk te Rotterdam. Zie hiervoor Van Ruyven, Van heiligen tot amoeben, p. 33 → bibliografie

  2. Bernadette van Hellenberg Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, hoofdstuk 4 ‘De Unvollendete en het oneindige’; paragraaf 6.4. ‘Licht en atmosfeer’. 

  3. Nieuwbarn, Roomsche kerkgebouw, p. 27 → bibliografie

  4. Voor de Urbanuskerk in Nes aan de Amstel volg deze link. Zie voorts Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten, paragraaf 6.4. ‘Licht en atmosfeer’. 

  5. Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten, paragraaf 6.5. ‘Nova: de glazen van Jan Dibbets’. Arjen Looyenga in: Erftemeijer, Looyenga en Van Room, Getooid als een bruid, pp. 39-51; 121-128 → bibliografie

  6. Voor een eerste kennismaking met Hrabanus Maurus zie het gelijknamige lemma op Wikipedia

  7. Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten, paragraaf 6.5. ‘Nova: de glazen van Jan Dibbets’. Hubar, De genade van de steiger, pp. 15, 80, 445, 463, 465. Voor Thijm zie Hubar, Arbeid en Bezieling, p. 361 → bibliografie

  8. Van Ogtrop, Dieu parmis nous, pp. 5-6 → bibliografie

  9. Voor Glasatelier Hagemeier volg deze link: http://bit.ly/1T3dl8m

  10. Zie Hubar, De muziek van het lichtbibliografie

  11. Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Dibbets’ ramen in de nieuwe Bavo’, op: vanhellenberghubar.org: http://bit.ly/1NHZM9i (2014-2015). Het is bijgewerkt naar aanleiding van de feestelijke afsluiting van de vierde fase van de restauratie van de nieuwe Bavo op 4 maart 2016: http://bit.ly/ITIN-242. Bij die gelegenheid is een aparte publicatie over de glazen van Jan Dibbets verschenen, van de hand van Antoon Erftemeijer: LICHTBEELDEN. Glas in lood van Jan Dibbets in de Nieuwe Bavo te Haarlem, Haarlem 2016. Deze is verkrijgbaar in de winkel van de nieuwe Bavo. Voor de openingstijden surf naar http://bit.ly/ITIN-KathedraalMuseum

Lambert Lourijsen in Zandvoort

Lambert Lourijsen Zandvoort — 1 juli 2018 start een kleine tentoonstelling in de Agathakerk te Zandvoort over het werk van de kunstenaar Lambert Lourijsen. Een van de organisatoren, Dick Duijves, pastor emeritus, schreef een interessant stuk over dit initiatief om het 90-jarig bestaan van de kerk te herdenken. Meer daarover vind je onder deze link.

Terugblik anno 2018 op 2014 — Twee jaar geleden kwam mijn boek uit over – de restauratie van – de kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem. Dit project betekende een boeiende tocht door de tijd, waarbij ik onderweg heel wat plaatsen aandeed. Met regelmaat kwam ik zaken tegen waar een verhaal bij hoorde, zoals het mozaïek van Lambert Lourijsen (1885-1950) in de Agathakerk te Zandvoort van Pierre J.J.M. Cuypers junior (1891-1982).1 Daarover gaat deze blog.

In de Agathakerk

Lambert Lourijsen Zandvoort | Calvariegroep in de Agathakerk van Pierre J.J.M. Cuypers uit 1928. Foto bvhh.nu 2014.
Lambert Lourijsen (1885-1950), Calvariegroep in de apsis van de Agathakerk van Pierre Jean Joseph Michel Cuypers junior (1891-1982). De kerk dateert van 1928. Het mozaïek in de apsis is in hetzelfde jaar aangebracht, hetgeen voor de hand ligt bij een dergelijke prominente plaats voor de eredienst (foto bvhh.nu 2014).2

Een van de dingen die me trof bij het Zandvoortse mozaïek van Lambert Lourijsen (1885-1950) was het verschil met zijn werk in het zelfde medium  bij de Sacramentskapel van de nieuwe Bavo (1923-1926).3 Op een grotendeels leeg, gouden veld staat een Calvariegroep afgebeeld, geflankeerd door twee zwevende opschriften: adoramus te – Christe – et benedicimus tibi | quia per crucem tuam redemisti mundum (wij aanbidden je, Christus, en verheerlijken je | omdat je door jouw kruis de wereld hebt gered). Wat vooral treft, is het pure en uiterst sobere karakter van dit werk, alsof we zomaar een sprong in de tijd maken en direct van 1928 doorschieten naar midden jaren ’60, na het Tweede Vaticaans Concilie. In dit opzicht herinnert het aan het koormozaïek van Piet Gerrits in de Gerardus Majella in Tilburg (1922-1933). In beide gevallen vormt de versobering het resultaat van de invloed van de Beuroner school. In De genade van de steiger heb ik uitgelegd dat de kerkelijke kunstenaars in Nederland niet zozeer de stijl als wel de mentaliteit van Beuron in hun werk hebben overgenomen.4

Dat betekende onder andere een herinterpretatie van de oude symbolische tweedeling van het gebouw, van strijdende kerk in het schip en overwinnende kerk in koor en apsis. In dit laatste compartiment van het gebouw werden voorstellingen op een strenge, gestileerde manier toegepast: statische figuren met verstilde gezichten en gebaren tegen een egaal, liefst gouden fond. Of het nu Jan Dunselman, Piet Gerrits of Lambert Lourijsen is, dit hebben ze gemeen. Bij Lourijsen gaat het echter niet zomaar om Beuron, maar om Beuron door het filter van Jan Toorop. Want ook dat is in De genade van de steiger te voorschijn gekomen: hoe sterk het (katholieke) oeuvre van Toorop doordrongen was van Beuron en hoe superbe hij die invloed heeft getransformeerd in zijn eigen stijl.5 De manier waarop Lourijsen van dit filter gebruik maakt, herinnert aan de Roomse Haagse school: de figuren worden haast tot op het bot gestileerd, omdat men meende dat dat tot een overtuigend ascetisch resultaat zou leiden. In het koor verkeerde men immers in hemelse sferen, waarin voor aardse massa’s geen plaats was. De verheven locatie vraagt ook om gesublimeerde emoties: dus geen heftige dramatiek rond de kruisdood van Christus, maar ingehouden smart. Dit was de nieuwe kerkelijke kunst van de jaren twintig. In de kunstkritiek was hier veel waardering voor, zelfs als men van neutrale, niet-roomse huize was.6 Er gingen echter vanaf 1925 ook tegenstemmen op, met name in kringen van De Gemeenschap, waar Jan Engelman het voortouw nam. In De genade van de steiger heb ik hierover onder meer het volgende geschreven:

In 1931 maakte Jan Engelman de balans op van tien jaar kunstproductie en constateerde dat katholiek Nederland doorgeschoten was toen er eindelijk ruimte kwam voor kunstenaars ‘die zich hadden afgewend van de historische stijlen’. De ernst waarmee men had geëxperimenteerd, had geleid tot ‘veel godsdienstig bezielde kunst’, maar de nadruk lag te veel op godsdienst, meende hij niet zonder spijt. De vlam was er uitgedreven, zoals Engelman zei:

‘Zoodat vele nieuwe kerken er nu uitzien als tempels eener gewilde monumentaliteit, met beelden en voorstellingen, waarvan de soberheid vergeefs een armoede van het hart tracht te verbergen. Men heeft op kunstmiddelen [bedoeld worden die van Toorop – BvHH], die onder bepaalde omstandigheden goed zouden kunnen zijn, systemen gebouwd en verzuimd de hoogstrevende intenties vast te leggen in materie die leeft, materie die den artist gaat aankijken, biologeeren en zijn vlam doet terugslaan’. ((Hubar, De genade van de steiger, p. 312.))

Hoewel Engelmans kritiek de basis legde voor een nieuw type kerkelijke kunst, richtte ze ook schade aan. Ruimte om het kaf van het koren te scheiden was er niet, dus alles ging de container in. Dit lot heeft het oeuvre van de hiervoor genoemde kunstenaars zeker niet verdiend, zoals ook hierna zal blijken.

Lambert Lourijsen Zandvoort | Detail van de zeven watersprongen van de Calvariegroep (1928) in de Agathakerk te Zandvoort. bvhh.nu 2014.
Detail van de zeven waterstromen van de Calvariegroep van Lambert Lourijsen in de Agathakerk te Zandvoort. Foto bvhh.nu 2014.

Water

Een mooi symbolisch detail is de transformatie van de Calvarieberg, waarop het kruis staat, in de fontein van overvloed. Opnieuw komen enkele collega’s van Lourijsen langs. In de Obrechtkerk te Amsterdam combineerde Kees Dunselman in 1921 op een soortgelijke manier de vier paradijsstromen met een ander prominent thema dat met water te maken had, namelijk het dorstige hert. Oftewel, zoals hun tijdgenoot, de iconograaf Mattheaus Nieuwbarn over dit dier schreef:

‘Ook bekend symbool der vurige begeerte van de ziel naar de h. Kommunie, “gelijk een hert verlangt naar de waterbronnen” (des eeuwigen levens), vooral naar de zeven watersprongen der h. Sakramenten’.7

Zo vloeien de zeven stromen van de genade vanuit de bron die de Calvarieberg vormt langs de lambrisering het priesterkoor in. Je zou bijna zeggen dat in het abstracte mozaïek daaronder niet – zoals gebruikelijk – de aarde lijkt te zijn weergegeven, maar de wereld onder de waterspiegel, de zee.

Collega Jan Loots

Lambert Lourijsen Zandvoort | Jan Loots, Calvariegroep in het noordertransept van de nieuwe Bavo (circa 1925). bvhh.nu 2014.
Jan Loots, Calvariegroep boven de zogenaamde Mariapoort  in het noordertransept van de nieuwe Bavo.8 Het werk werd uitgevoerd in mozaïek door de Venetiaan Victor Bonata van de firma Wilhelm in Keulen (circa 1925; de Christusfiguur werd pas in 1951 toegevoegd ter vervanging van een houten corpus). De omringende schilderingen zijn van de hand van Han Bijvoet (1952). Foto bvhh.nu 2014.

Een iets vroeger voorbeeld is de voorstelling in het noordertransept van de nieuwe Bavo van Jan Loots9, circa 1925. Lourijsen heeft dit zeker gekend, omdat ook hij bij de kathedraal was betrokken. Het boogveld van de Mariapoort is afgezet met een tekstband waarin een zinsnede uit het Weesgegroet staat: Sancta Maria mater dei ora pro nobis peccatoribus (Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons, zondaars). Bij de voorstelling heeft Loots het thema van de kruising en de waterbronnen verenigd met dat van de boom des levens. In de ranken – een geliefd Beuroner motief10 – is de tekst verwerkt die Christus aan het kruis tot zijn moeder en Johannes sprak: Ecce mater tua (zie hier je moeder). Ecce filius tuus (zie hier je zoon).11 De opgeheven handen van Maria verwijzen volgens een oud iconografisch schema naar haar onbevlekte ontvangenis, waarmee ook dat dogma een plaats kreeg.12

Als we kijken naar de overeenkomsten met het werk van Lourijsen, dan gaat het ook hier om mozaïek, ook hier om een Calvariegroep, ook hier om de combinatie van de fontein van de genade, met de paradijsstromen en de zeven waterbronnen. Het was kennelijk een populaire iconografische variant onder de door Beuron geïnspireerde kunstenaars in de jaren twintig. Algemeen laat de kerkelijke kunst uit deze tijd verrassende iconografische combinaties zien. Vaak komt zoiets niet uit de lucht vallen, dus het roept de vraag op of er op dat moment vanuit Rome, of dichterbij, bepaalde geloofsthema’s zijn geactualiseerd die de kunstenaar op een meer aansprekelijke manier aan het kerkvolk kon overbrengen. Ook hiervoor bestond onder kunstcritici veel waardering.13

Pictor en mozaïst

Detail met de signatuur van de pictor, Lambert Lourijsen en van de mozaïst, de firma Beyer uit Keulen die dit werk uitvoerde in Venetiaans glas.14 Foto’s bvhh.nu 2014.

Ondertussen is er ook een duidelijk verschil tussen de mozaïeken. Terwijl Loots koos voor de firma Wilhelm in Keulen, ging Lourijsen in zee met de concurrent uit dezelfde stad, de Rheinische Mosaikwerkstätte Peter Beyer & Sohne. Omdat Loots met dit bedrijf al zijn mozaïeken zou maken, ziet het er naar uit dat de bisschop bij de keuze van de uitvoering de kunstenaar het laatste woord gunde.15 Op dit punt kan een parallel getrokken worden met de productie van glas-in-lood, waar over het algemeen ook sprake was van twee zelfstandige actoren bij het maakproces. Een van de weinigen in Nederland die het werk van pictor en mozaïst in één hand hield, was Anton Molkenboer, over wie ik in een later stadium kom te spreken.

De kruiswegstaties van Lambert Lourijsen in de Agathakerk zijn uitgevoerd als sectieltableaus in opaalglas. Dit laatste medium kwam op in de jaren dertig met name dankzij Joep Nicolas. Het werken in sectiel herinnert aan Toorop die op dit punt ook de kruisweg van Han Bijvoet in de nieuwe Bavo beïnvloed heeft. Bij de statie rechts staat rechtsonder het monogram van de kunstenaar en het jaartal 1949.16 Foto’s bvhh.nu 2014.

Maar ook over Lourijsen ben ik nog niet uitgesproken. Want behalve het mozaïek in de apsis en de Jozefkapel heeft hij later de glas-in-loodramen van de Agathakerk ontworpen (1948) en de kruisweg (1949), tevens zijn allerlaatste werk.17 Uitgevoerd als sectieltableaus, tonen de staties hoe trouw Lourijsen is gebleven aan de stijl die hij onder invloed van Toorop en Beuron ontwikkelde. Dat dit late oeuvre niet gedateerd oogt, geeft nogmaals aan hoe sterk de nieuwe kerkelijke kunst van de jaren twintig lijkt te anticiperen op de versobering van Vaticanum II.

Maar daarover vertel ik een andere keer.

B.18

Referenties en vervolg

In het vervolg verwacht ik nog een keer aandacht te besteden aan de volgende thema’s:

  • het Beuroner motief van de ranken: zeker in combinatie met het kruis als boom des levens en de stromen is dat op zijn beurt vrijwel zeker ontleend aan het beroemde vroegchristelijke apsismozaïek van de San Clemente te Rome, circa 1200. In De genade van de steiger verwijs ik naar het mausoleum van Galla Placida dat ook een goed referentiebeeld geeft, maar het apsismozaïek van de San Clemente staat nog dichter bij het werk van Loots.19
  • een heel bijzondere verwerking van dit Beuroner thema laat Charles Eyck zien met zijn schilderingen in Rumpen (Brunssum) in 1929.20

Nota bene — In de voetnoten gebruik ik onder meer verkorte titels die volledig aangehaald zijn in de bibliografie van deze site.21


  1. Met dank aan Stephan van Rijt, koster van de nieuwe Bavo, die de excursie organiseerde naar het werk van vader Joseph en zoon Pierre Cuypers in Heemstede, Aerdenhout en Zandvoort. Voor Pierre J.J.M. Cuypers zie het lemma op Wikipedia. Voor Lourijsen, die ook vermeld wordt als Lourysen en Lourijssen, zie het RKD. Voorts Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 231-233; 233-235. Over de kerk is een folder beschikbaar met mooie informatie: Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort. 

  2. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, p. 2. 

  3. Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 233-235. 

  4. Hubar, De genade van de steiger, pp. 243-244; 253-254: Piet Gerrits respectievelijk in Tilburg en evaluatie van onder meer de Beuroner invloed; pp. 468-469: over de Beuroner school en haar invloed. 

  5. Hubar, De genade van de steiger, pp. 273-306: Toorop en (onder meer) Beuron. 

  6. Van der Boom, ‘Mozaïek Jan Loots’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift (1925) pp. 293-295. Voorts http://wp.me/a4eh3s-E6

  7. Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, p. 89. 

  8. Voor de benaming Mariapoort zie: Van der Boom, ‘Mozaïek Jan Loots’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift (1925) p. 294. 

  9. Over Jan Loots zie Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 235-237. Voorts http://wp.me/a4eh3s-E6

  10. Hubar, De genade van de steiger, i.h.b. p. 255. 

  11. Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, p. 237. 

  12. Hubar, De genade van de steiger, p. 201: iconografie Maria onbevlekt ontvangen. 

  13. Van der Boom, ‘Mozaïek Jan Loots’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift (1925) pp. 293-295. Voorts http://wp.me/a4eh3s-E6

  14. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, p. 3. 

  15. Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, p. 233. 

  16. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, p. 6. 

  17. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, pp. 2-3; 6. 

  18. Anno 2018 heeft zich de gelegenheid nog niet aangediend om dit verhaal voort te zetten. Wel hebben tussentijdse onderzoeken, zoals die voor #KunstinBreda en in de kathedraal van Rotterdam de hier geschetste inzichten versterkt. 

  19. Hubar, De genade van de steiger, i.h.b. p. 255. Zie voorts het lemma over de San Clemente op Wikipedia

  20. Hubar, De genade van de steiger, i.h.b. pp. 254-260. 

  21. Zie de bibliografie van deze site.

    Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Lambert Lourijsen in Zandvoort’, op: Vanhellenberghubar.org: http://wp.me/p4eh3s-sF (2014). Verkorte link van dit item: bit.ly/1QPcZRQ-VanHH2Org 

Vue vanuit de koepel van de nieuwe Bavo

Momenteel ben ik intens bezig met de lezing voor 3 maart over het hemels Jeruzalem. Het vreemde is dat ik zelf nooit van tevoren weet hoe het precies gaat worden. Ik drijf wat dat betreft op mijn intuïtie. Alsof je in een verhaal zit dat je weliswaar zelf schrijft, maar tegelijkertijd haast buiten jou om een afloop krijgt. Iedere keer weer verbaast me dat. Hersenonderzoekers beweren dat dat met de epische opzet van onze hersens te maken heeft. We zijn dol op verhalen, wat zeg ik: we zijn zelf één groot verhaal.

;-) B.

Postscriptum — Wil je weten hoe het afliep met de lezing? Surf dan naar dit bericht.

Zalig kerstfeest anno 2013

Het onderstaande verhaal schreef ik in 2013 als kerstboodschap. Toen was het nog lang niet zeker dat ik verder mocht gaan met mijn project over de nieuwe Bavo, waarvan de waardenstelling net was afgerond. Die was bedoeld als voorbereiding voor het schrijven van een monografie naar aanleiding van de restauratie van de kathedraal. Pas in mei 2014 was er voldoende uitzicht op het doorgaan van het project en kon de stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo mij opdracht verlenen. Nu, ruim anderhalf jaar later, ligt er een manuscript, waar alleen de inleiding nog aan ontbreekt.1 Dit werk heeft veel gebracht, en dat inspireerde me ertoe om anno 2015 het onderstaande verhaal opnieuw ter hand te nemen. De nieuwe, uitgebreide versie is te vinden op If then is now en wordt opnieuw vergezeld door een zalig kerstfeest.

Onderkoning Jozef van Egypte met achter hem de ezel op de Kerstkapel van de nieuwe Bavo (1898). Ontwerp Joseph Cuypers, uitvoering Cuypers & Co Roermond.
Onderkoning Joseph en de ezel boven de kerstkapel van de nieuwe Bavo (voorheen heilige Familiekapel). Atelier Cuypers & Co te Roermond. Foto BvHH 2013.

Zij waken over het kind boven de kerstkapel van de nieuwe Bavo in Haarlem: ‘Joseph, den onderkoning van Egypte, die het brood verstrekte aan de hongerenden en van Maria, Mozes’ zuster, die de verlossing uit Egypte bezong, welke beelden zich met den os en den ezel boven de kapel der H. Familie verheffen’, vertelt Thompson in zijn boekje uit 1898.2

Waarom heeft monseigneur Callier, die het beeldprogramma van de Haarlemse kathedraal bedacht, voor deze twee gekozen? De oudtestamentische Joseph zou je kunnen opvatten als voorafbeelding van de voedstervader die het kerstkind opvoedde, maar ook van het kind zelf dat eens koning zou worden van een rijk dat veel machtiger zou zijn dan Egypte. Ondertussen veroordeelde datzelfde Egypte na de dood van de onderkoning zijn volk tot slavernij. Mogelijk heeft Callier hier een parallel gezien met de mensheid die voor Christus’ komst het ware geloof nog niet kende en op Gods volk na zich verslaafde aan de verering van valse goden. Maar het lied van de oudtestamentische Maria bood uitzicht op de verlossing, zoals de stem van de Moeder van God het Magnificat anima mea aanhief toen Gabriel haar vertelde dat zij de Verlosser zou baren. Zijn de os en de ezel in dit verband nederige dieren? Of herinnert het laatste dier aan de intocht van de nieuwe koning in Jeruzalem met Palmpasen en de os aan de evangelist Lucas die als eerste de Madonna met haar kind schilderde?

Maria van Egypte met achter haar de os op de Kerstkapel van de nieuwe Bavo (1898). Ontwerp Joseph Cuypers, uitvoering Cuypers & Co Roermond.
Maria, de zuster van Mozes, met de os boven de kerstkapel van de nieuwe Bavo (voorheen heilige Familiekapel). Atelier Cuypers & Co te Roermond. Foto BvHH 2013.

Dit soort parallellen – harmonieën – tussen het Oude en het Nieuwe Testament waren zeer populair in de kringen waarin Joseph Cuypers en monseigneur Callier verkeerden. Opnieuw is het Josephs peetoom, J.A. Alberdingk Thijm, geweest die deze harmonieën op grond van middeleeuwse bronnen actualiseerde. Maar daar kom ik nog een andere keer over te praten. Ondertussen wens ik iedereen een zalig kerstfeest toe.

B.3

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Je kunt de restauratie steunen door het boek te bestellen via deze link

  2. Thompson, M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898. 

  3. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-c0.