Fiat lux

Fiat lux, item nieuwe Bavo 100 kerkinterieurs Catharijneconvent

Ook de nieuwe Bavo komt voor in het nieuwe boek Kerkinterieurs in Nederland van het Catharijneconvent en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed. Deze publicatie bood een mooie gelegenheid om het licht van architect Joseph Cuypers onder de aandacht te brengen, dat ik nader heb geanalyseerd in het boek De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten. Als aanloop tot de Open Monumentendag verscheen de monografie over de Haarlemse kathedraal op 9 september 2016.*

Voor de presentatie van Kerkinterieurs in Nederland, afgelopen maandag (20 juni 2016) in de Thomaskerk te Amsterdam, verscheen de volgende tekst van het Catharijneconvent:

  • ‘Kerken zijn de landmarks van ons landschap. Al meer dan duizend jaar zijn zij onlosmakelijk verbonden met het Nederlandse dorps- of stadsgezicht. De aandacht gaat vaak uit naar de buitenkant, terwijl er juist vanbinnen zoveel te genieten valt. Van de middeleeuwse parel in Groningen tot de katholieke kathedraal in het zuiden, van neogotische pracht en praal tot strakke, betonnen wederopbouw. De rijkdom en diversiteit die ons land kent is indrukwekkend. Museum Catharijneconvent, het nationaal kenniscentrum voor religieus erfgoed, geeft die binnenkant nu de aandacht die hij verdient, door maar liefst honderd beeldbepalende interieurs uitgebreid in het zonnetje te zetten. Kerkinterieurs in Nederland is een ontdekkingstocht langs katholieke en protestante kerken en joodse synagogen, waarin architecten en kunstenaars door de eeuwen heen hun ideeën op indrukwekkende en vaak verrassende wijze hebben vormgegeven. Alle 100 kerkinterieurs zijn op artistieke wijze in beeld gebracht door fotograaf Arjan Bronkhorst. Het boek wordt uitgegeven door WBOOKS’.

Zelf heb ik het boek, dat je rechtstreeks kunt bestellen bij WBOOKS, nog niet gezien; maar zodra dat het geval is, kom ik er op terug. Los van de andere bijdragen, ben ik vooral benieuwd naar de inleiding.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


En verder …

  • Mijn boek over de nieuwe Bavo te Haarlem is te bestellen via deze link.
  • Het is ergerniswekkend! Links die niet meer werken. Van een instituut met wetenschappelijke pretenties als het Catharijneconvent mag je anders verwachten. Als iemand mij kan helpen aan een werkende link voor dit exemplaar, ben ik heel dankbaar: www.catharijneconvent.nl/media/medialibrary/2016/06/2016-06-09_Overhandiging__standaardwerk_100_iconische_kerkinterieurs_van_Nederland_aan_de_minister_van_OCW.pdf. Zelfs via de Way backmachine van Internet Archive heb ik het jammer genoeg niet kunnen vinden!
  • Het boek heeft hoge ogen geworpen, maar alle eer is daarbij gegaan naar/opgeëist door fotograaf Arjen Bronkhorst. Noch hij, noch het Catharijneconvent heeft het nodig gevonden de schrijvers in het zonnetje te zetten. We zijn met elkaar op één hoop gegooid als ‘Meer dan vijftig specialisten’. Eigenlijk had er in plaats van onze verhalen net zo goed de standaardtekst voor grafisch ontwerpers kunnen staan: ‘the quick brown fox jumps over the lazy dog’ (de klassieke zin met àlle letters van het alfabet) en dat honderden malen. Waarschijnlijk was het geen mens opgevallen en persoonlijk had het mij ‘t vervelende gezeur van de eindredacteur bespaard.

Verkorte link naar dit item: http://bit.ly/28SbZfg

Kalendarium

Het kalendarium in de nieuwe Bavo van Joseph Cuypers (foto Jo Kunne 2014).
Het kalendarium in de noordoostelijke traptoren van de nieuwe Bavo, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door firma Wed. N.S.A. Brantjes en Co., Purmerend (1898)* (foto Jo Kunnen 2015).

Komend weekend gaan we weer van winter- naar zomertijd en dat herinnert onherroepelijk aan de wisseling van de seizoenen. Die zijn in de nieuwe Bavo onder meer uitgebeeld in het kalendarium bij de noordoostelijke traptoren, naast het hoogkoor.

Een kathedraal zit vanouds vol kosmische elementen die te maken hebben met de eerbied voor Gods schepping. Hemel en aarde schiep hij uit het niets, meent de een, maar er zijn ook tradities waarbij hij de bestaande chaos tot de kosmos organiseerde als een hemelse demiurg (architect) of Deus artifex (kunstvaardige God). Het sprak de mens wel aan, dat greep krijgen op tijd en ruimte. In de nieuwe Bavo komt dat in verschillende decoratieve elementen tot uitdrukking, zoals hier in de noordertoren, waar Joseph Cuypers een kalendarium voor ontwierp. In het oudste boek over de kathedraal (1898), vertelt de priester-journalist Marie A. Thompson over ‘een tijdkalender, waarin de twaalf teekenen van den dierenriem en de symbolen der vier jaargetijden’ zitten.*

Je krijgt de indruk dat dit werk in 1898 nog niet klaar was, want Thompson schrijft dat het is uitgevoerd in ‘fijn, veelkleurig mozaiek’. In werkelijkheid is het een tegeltableau dat al staat afgebeeld in een artikel van C.J. Juffermans van mei 1898. Hij is ook de eerste die de kathedraal betitelt als ‘de Nieuwe Sint-Bavo’.* Op dat moment was het gebouw nog lang niet af, want alleen de oostpartij stond er. Tegen de eerste bouwlaag van het transept leunde een houten noodschip voor de parochianen om de mis op het voltooide priesterkoor bij te kunnen wonen. Daarom is het ook zo vreemd dat de kathedraal in het boek van Thompson werd beschreven alsof ze al helemaal af is. Dat heeft te maken met het karakter van de nieuwe Bavo als Unvollendete: als bewust onvoltooid gebouw vol met potenties die op termijn gerealiseerd kunnen worden. Op papier werd een voorschot genomen op de toekomstige afwerking van de kathedraal. Over dit spannende thema vind je meer in mijn boek: http://bit.ly/Bavo-Ao.*

Keren we terug naar het kalendarium dan zien we hoe de hemelse sterrenbeelden zijn ingebed in de groene aarde. Op de hoeken zijn de symbolen van de vier seizoenen aangegeven in de vorm van ontluikende lelietjes van dalen linksboven (lente); dan – met de klok – mee de bloeiende roos (zomer), vervolgens de rijpe druiventros (herfst) en tenslotte de eeuwig groene hulst (winter).*

Toch klopt er iets niet helemaal … Kun je me dat vertellen?

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Post scriptum —Kort na het verschijnen van deze blog heb ik een stukje over de tegenhanger van de jaarkalender, de klok in de zuider koortoren, geplaatst op LinkedIn.

 


Meer informatie & bestelgegevens van Ad orientem

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de volgende bronnen:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem’, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Voor een samenvatting surf naar http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.
  • Antoon Erftemeijer, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, ‘Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem’, Haarlem 1997, pp. 220-222.
  • C.J. Juffermans, ‘Het voltooide gedeelte van de Nieuwe Sint-Bavo’, in: ‘Sint Bavo Godsdienstig Weekblad voor het Bisdom Haarlem’ 1 (1898), pp. 301-303.
  • M.A. Thompson, ‘De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek’, Haarlem 1898, pp. 71-72.

Hoe je het boek Ad orientem kunt bestellen:

  • Bibliofiele uitgave — Er komt een bibliofiele uitgave van ‘Ad orientem’, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de nieuwe Bavo. Dat is een aparte, genummerde en gesigneerde editie, waarin de naam van de begunstigers wordt vermeld. De ondergrens is € 100,00 per exemplaar, maar meer mag natuurlijk ook! Het boek is te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag naam, bedrag en verzendadres vermelden).
  • Korting van € 10,00 — Op dit moment kan het boek ook besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, voorjaar 2016, wordt dit € 49,95. Meld je aan via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres en het woord korting vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten).
  • Voor wie dit een sympathiek doel vindt, maar geen boek wil, is er ook de mogelijkheid om een lager bedrag naar vrije keuze te doneren. Wees zo goed om dit per mail door te geven aan NieuweBavo@gmail.com, onder vermelding van het te doneren bedrag.

Specificaties:

  • Uitgever: WBooks in samenwerking met Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem
  • Aantal pagina’s: 400
  • Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
  • Uitvoering: gebonden
  • ISBN 978 94 625 8119 7
  • Meer informatie: WBOOKS of http://bit.ly/Bavo-Ao.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is eerder gepubliceerd op ‘if then is now’. Verkorte link van deze blog: http://bit.ly/Kalendarium-VHH.

 

 

Het poepende mannetje op de nieuwe Bavo

Collage van historische foto's van het zogenaamde poepertje op de nieuwe Bavo te Haarlem (collage en foto's BvHH 2014).
Historische opname van het kleimodel van het poepende mannetje, voordat het in steen gehakt werd. Herkomst Noord-Hollands Archief Haarlem, Parochiearchief nieuwe Bavo (collage en foto BvHH 2016 en 2014).

Laatst had ik een discussie met een vakgenoot over spotnamen in de kunst. Ze ergerde zich aan de titel ‘Van heilige tot amoeben’ van het boek over 150 jaar glas in lood van Zsuzsanna van Ruyven-Zeman (2014).* Dat amoebe bleek te slaan op de vormen van enkele hedendaagse ramen, waarvan ze aangenaam verrast was dat die in dit boek waren opgenomen. Maar vanwege de religieuze lading van deze werken vond ze de benaming ongepast. Zo nam je de kunstenaars niet serieus. Maar is dat inderdaad zo?

What’s in a name — Spotnamen in de kunst hebben namelijk de spannende neiging om zich te ontwikkelen tot geuzennamen die vaak weer resulteren in officiële aanduidingen van bepaalde soorten kunst of kunstenaarsgroeperingen. Dat gaat terug op een lange traditie. Als je het lemma op Wikipedia er op na slaat, vind je termen als impressionisme, fauvisme en Nazareners, allemaal geuzennamen die zich door de trots van de aangeduide kunstenaars voorgoed in de literatuur vestigden. Een van de meest bekende uit de bouwkunst ontbreekt overigens op Wikipedia. Dat is gotiek, wat barbaars betekent. En over barbaars gesproken, dat woord schuilt ook in de naam van Barbara, een van de oudste heiligen die we kennen. Een begrip waarvan ik zelf nog het gebruik als geuzennaam heb meegemaakt is neogotiek dat nu niemand meer – op een paar mastodonten na – in misprijzende zin zal gebruiken.

En nu wil je natuurlijk weten waar dat ‘geuzennaam’ vandaan komt? Ook dat kun je vinden op Wikipedia. Het is te aardig om hier niet aan te halen:

  • Met de woorden ‘N’ayez pas peur Madame, ce ne sont que des gueux’, ‘Wees niet bang mevrouw, het zijn slechts bedelaars’ zou Charles de Berlaymont, adviseur van Margaretha van Parma, in 1566 de lage edelen hebben aangeduid die het Smeekschrift der Edelen aanboden. Drie dagen later hief een van die edelen, Hendrik van Brederode, tijdens een feestmaal de volgende woorden aan: ‘J’ai bu à la santé des Gueux! Vive le Gueux!’, ‘Ik heb op de gezondheid van de bedelaars gedronken! Leve de bedelaar!’.*

Kortom, wat eerst negatief was, wordt positief.

De kruisbloem en het poepertje op de nieuwe Bavo (foto BvHH 2013)
De kruisbloem en het poepende mannetje op de nieuwe Bavo als onderdeel van een dekplaat van een steunbeer (ontwerp Joseph Cuypers, uitvoering atelier Cuypers & Co 1895-1898) (foto BvHH 2013).

Poepend mannetje — Je kunt je afvragen of zoiets ook gebeurd is met het poepende mannetje of kakkertje boven op de nieuwe Bavo. Bij deze figuur gaat het om een urban legend, vergelijkbaar met de erwtenman van de Bossche kathedraal. In allebei de gevallen staat de bouwvakker centraal, de man zonder wie de kathedraal niet had kunnen verrijzen. De bouwheer kan nog zo bevlogen zijn en de architect nog zulke mooie plannen hebben, zónder de bouwvakker die de steigers beklimt en zijn rug breekt op balen zand, stenen en houten balken, komt er niets van terecht. Joseph Cuypers realiseerde zich dat maar al te goed en hij bracht hem een bijzondere hommage.

Als je de afbeeldingen bij dit verhaal bekijkt zie je dat het poepende mannetje deel uitmaakt van een afdekplaat van een flinke steunbeer, in combinatie met een fraai gestileerde kruisbloem. Nou ja, bloem, meer een bloemachtig iets, want zo’n rechthoekig geval zul je in de natuur niet tegenkomen. Nu gaat het om de plek waar dit duo is aangebracht. Dat is schuin boven de Sacramentskapel, waar je verschillende niveaus kunt onderscheiden. Allereerst direct op het dak waar twee prachtige monsters zijn te zien, met achter zich een vleermuis en een springende vis. Vlak bij de laatste staat op de nok van de kapel – bij wijze van contrast – de zichzelf opofferende pelikaan die haar jongen met haar eigen bloed voedt. De middeleeuwse wijsgeer Thomas van Aquino (1225-1274) typeerde hem als het beeld van de zich opofferende Christus aan het kruis.* Direct in het verlengde van het monster met de vleermuis ontmoeten we een ruw, onbewerkt blok steen, terwijl daarboven op een hoger plan het koppel van de kruisbloem en het mannetje zit.

Unvollendete — Stellen de beelden van monsters en pelikaan het goed en het kwaad van de wereld voor, de steen die direct uit de groeve lijkt te komen symboliseert het wordingsproces. Er zitten meer van dit soort blokken aan de buitenkant van de kathedraal. Mensen die vaker verhalen van mij hebben gelezen, weten inmiddels dat dat te maken heeft met wat ik als de Unvollendete heb aangeduid. Joseph Cuypers heeft – uiteraard met instemming van zijn opdrachtgevers, de bisschop en zijn vicaris-generaal A.J. Callier – een gebouw neergezet dat bewust onvoltooid was. Zeer waarschijnlijk heeft hij een concept ‘verbeeld’ uit de filosofie van Thomas van Aquino die zich op zijn beurt heeft laten inspireren door Aristoteles. Het gaat hier om de actus (van handelen, doen, ontwikkelen) en de potentia (van aanleg, vermogen, talent).*

Betrekken we dat op ons zelf, dan zijn we in een voortdurende staat van wording, waarbij ieder moment iets anders kan ontstaan omdat we de potentie hebben om deze of die kant op te gaan.* In de nieuwe Bavo heeft Joseph Cuypers dat onder meer uitgedrukt in de bouwsculptuur: de kathedraal zit zowel binnen als buiten vol deels voltooid beeldhouwwerk dat elk een fase vormt van het totstandkomingsproces van een beeld. Het aardige hiervan is dat hij op deze manier ook het besluitvormingsproces illustreert, want juist dat onaffe laat zien dat het beeld nog alle kanten op kan. En dat is bij uitstek het geval helemaal aan het begin van het proces, met dat rudimentaire blok steen dat kersvers uit de groeve afkomstig lijkt te zijn.*

Onbewerkt blok steen bij de nieuwe Bavo, haast direct uit de groeve (foto BvHH 2013)
Onbewerkt blok steen bij de nieuwe Bavo, zo uit de groeve (foto BvHH 2013).

Wordingsproces — Maar waar een begin is, is ook een einde en dat wordt getoond door het bloemmotief en het poepende mannetje. Ze staan voor twee sporen in de beeldhouwkunst: de decoratieve kant met haar florale weelde en de figuratieve die zich op wezens van vlees en bloed concentreert. Wat Joseph Cuypers de vakmensen van zijn atelier in beide gevallen laat weergeven is hoe een blok steen een vorm wordt door er zo min mogelijk vanaf te halen. Volgens de acta en de potentia zit het beeld immers al in de steen, of liever gezegd, er zit een eindeloze verzameling beelden in die steen, waarvan deze twee worden vrijgelegd.

Maar we gaan nog een stap verder. Ons mannetje is nog maar net uit de steen bevrijd. Hij knijpt wat verbaasd met zijn ogen tegen het licht en zit nog even vast in zijn gedrukte houding. Maar het lijkt wel of hij ieder moment zijn handen van zijn hoofd kan halen om op te gaan staan. Ook die potentie is verbeeld. En laat nu juist de energie die hij bijna opstaand tot uitdrukking brengt door de beschouwers niet geïnterpreteerd zijn als een moment van belasting, maar van ontlasting. Een kakkertje dus!

Zouden de architect en zijn opdrachtgevers deze spotnaam gewaardeerd hebben? Hoogstwaarschijnlijk niet. Is het een geuzennaam geworden? In zekere zin wel, want de mensen rond de nieuwe Bavo zijn best wel trots op hun hoogsteigen poepende mannetje. Hij is dan ook op een hoogst vermakelijke manier tot leven gebracht in een uitzending van City Marketing Haarlem (2009) die je hieronder kunt zien.

Het goed recht van het publiek — En de laatste vraag: is dit nu erg? Is het een bespotting van de idealistische gedachte die er achter zit: van een scheppingsverhaal in steen? In mijn beleving is er geen ja of nee, omdat dit simpelweg hoort tot de receptiegeschiedenis van dit beeld. En als er iets getuigt van een effectieve receptie is het wel een spotnaam. Dan heeft het kunstwerk de mensen linksom of rechtsom gegrepen en dat is iets waarover de maker géén zeggenschap heeft. Wat dit betreft, mag ik graag verwijzen naar de kunstfilosoof Jacques de Visscher die hierover mooie dingen heeft gezegd. Hij is er heel stellig over dat de bestemming van de kunst niet de maker zelf is,

  • ‘maar het publiek, en dat bijgevolg de zaak van het begrijpen van een kunstvoorwerp niet in de eerste plaats bij de maker ligt die dit dan buiten het werk om aan de toeschouwer als aangesprokene dicteert’.*

Kunstwerken zijn niet aansprekend omdat ze ‘in de particulariteit van de wereld van de maker’ gevangen zitten, maar juist omdat ze steeds weer ‘nieuwe verhalen genereren’.* Het staat ieder dus vrij er van te maken wat hij of zij wil, zoals het poepende mannetje bij de nieuwe Bavo prachtig laat zien.

Wist je overigens dat Rembrandt ook een kakkertje heeft gemaakt? Heus waar! Probeer daar maar eens achter te komen en als je het vindt, laat het me weten.

B.1

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Video van City Marketing Haarlem (2009) met onder meer het poepende mannetje.


Meer informatie & bestelgegevens

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de bronnen die hieronder staan vermeld:

  • Hellenberg Hubar, Bernadette van, De nieuwe Bavo te Haarlem. Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016, paragraaf 4.2 en 4.3.4.
  • Ruyven-Zeman, Zsuzsanna van, Van heiligen tot amoeben, Honderdvijftig jaar monumentale glasschilderkunst in Nederland, Amersfoort 2014.
  • Visscher, Jacques de, Het verhaal van de kunst, een wijgerige hermeneutiek van het kunstwerk’ Amsterdam 1990, p. 80.
  • Wikipedia: https://www.wikiwand.com/nl/Geuzennaam.

Om het boek over de nieuwe Bavo te bestellen, volg deze link: http://bit.ly/Bavo-Ao

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.


  1. Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is gepubliceerd op ifthenisnow.nl, 24 januari 2016.
    Verkorte link: http://bit.ly/20LSvLB 

De Kerstkapel van de nieuwe Bavo

Joseph Cuypers en Jan Stuyt, De Kerstkapel in de nieuwe Bavo, voorheen heilige Familiekapel (1896).
Joseph Cuypers en Jan Stuyt, De Kerstkapel in de nieuwe Bavo, voorheen heilige Familiekapel (1896).* Foto BvHH 2014.

Tijdens het onderzoek voor de nieuwe publicatie over de kathedraal ben ik heel wat verrassende dingen tegen gekomen, zoals dit katern in goudopdruk dat zo van de drukker lijkt te komen. Het gaat om een nummer van het Zondagsblad voor het Katholieke Huisgezin van 1896. Bij nader inzien blijkt het de jubileumuitgave te zijn bij gelegenheid van het gouden priesterfeest van bisschop Caspar Bottemanne (1823-1903). Op zich is dat al interessant, maar wat het nog mooier maakt is de artist’s impression van de Kerstkapel, die ondertekend is met ‘Jos. Cuypers inv.’ en ‘Jan Stuyt, del’. De afkortingen verwijzen naar termen uit de grafische kunst, waarbij inv. staat voor invenit (ontwierp het) en del. voor delineavit (tekende het).* Oftewel, Joseph Cuypers ontwierp de kapel en Jan Stuyt die als opzichter of uitvoerder bij de eerste bouwfase betrokken was (1893-1898), maakte de tekening. Hij heeft overigens meer van dit soort impressies gemaakt. Opvallend genoeg zie je op zijn voorstelling geen banken staan. Mensen dwalen in stille devotie door de ruimte, vergezeld door een enkele priester. Eigenlijk krijg je hier een beeld dat voor de contrareformatie in alle kerken was te zien: een ruimte gevuld met altaren, maar zonder banken voor het kerkvolk. Je kunt je afvragen of dit ook het ideaal was van de programmamaker van de kathedraal, A.J. Callier die Bottemanne in 1903 opvolgde.

De kapel was oorspronkelijk gesticht voor de Aartsbroederschap van de Heilige Familie die het genoemde zondagsblad uitgaf. Bisschop Bottemanne zette de broederschap in als een van zijn sociale instrumenten: de organisatie was namelijk opgericht als wapen tegen de ontkerstening, die in de loop van de negentiende eeuw alleen maar toe dreigde te nemen onder druk van het opkomende socialisme. Zolang men zich in het gezin – hoeksteen van de maatschappij – concentreerde op het katholiek leven, de vervulling van de godsdienstplicht en de devoties, verminderde de kans op afvalligheid. Bij dit katholiek leven hoorden ook zaken als het berusten in het lot, zoals vanaf 1898 met grote regelmaat staat te lezen in godsdienstig weekblad Sint Bavo. Het zou al te gemakkelijk zijn om dit uit de context van de tijd te trekken. Sinds het pontificaat van Leo XIII was de kerk namelijk oprecht bezig om een sociaal beleid te ontwikkelen, maar de manier waarop bleek ver achter de realiteit aan te sjokken. Pas onder bisschop Aengenent, de opvolger van Callier, zou dit serieus van de grond komen.

Je zou verwachten dat de heilige Familiekapel in de jaren zestig werd omgedoopt tot Kerstkapel, toen de algehele teloorgang van kerkelijke devoties ook de betreffende aartsbroederschap raakte. Maar dat klopt niet. Het van oorsprong middeleeuwse heilig Kerstmisgilde kreeg nog voor de oorlog, in 1925, toestemming om deze ruimte te gebruiken en verder in te richten. De brochure op de website van het gilde vermeldt dat hierdoor de naam Kerstkapel inburgerde:

Vanaf dat moment is de kapel dankzij het gilde volledig ingericht op een wijze, zoals die voor alle (straal)kapellen bedoeld was. Mari Andriessen ontwierp het altaar, dat in 1929 werd gerealiseerd, tezamen met de daarboven als retabel geplaatste kerstscènes, Han Bijvoet maakte de ontwerpen voor de vier kroonluchters (1948) die in de loop der jaren werden uitgevoerd door de Haarlemse edelsmid Theodoor Thijssen. Datzelfde geldt voor de door Bijvoet ontworpen glas-in-loodramen en zijn evenals de kroonluchters verspreid over de jaren 1932-1957 geplaatst. In 1936 ontwierp architect B.J.J.M. Stevens de communiebank en de hardstenen vloer (1937). De bestuursbank voor het gilde werd in 1959 door beeldhouwer A.P. Termote ontworpen terwijl Bijvoet in die tijd de muurschilderingen boven de glas-in-loodramen verzorgde, evenals de wandschildering van David boven de deur, die toegang geeft tot de tribune van het transeptorgel (1965).*

De Kerstkapel vormt dan ook een prachtig ensemble van architectuur en toegepaste kunsten: een gesamtkunstwerk*, zoals dat in vakliteratuur wordt genoemd.

Kalligrafie zuiver hart Kerstkapel nBavo
Joseph Cuypers, Pijler met de kalligrafie ‘Mundi corde Deum videbunt’ (De zuiveren van hart zullen God zien). Foto www.heiligkerstmisgilde.eu.*

Waar ik tot slot nog de aandacht op wil vestigen?

Op de fraaie terracotta’s van Joseph Cuypers tegen de pijlers, ook omdat hierin de oorspronkelijke boodschap staat te lezen: Mundi corde Deum videbunt (De zuiveren van hart zullen God zien) en Deus humilibus dat gratiam (God geeft aan de nederigen zijn genade). Hoewel de aartsbroederschap dit moraliserend bedoelde om de gelovigen deugden als kuisheid en nederigheid in te prenten, gaat de strekking daar ver overheen.*

Zo begon het immers ooit, daar in Bethlehem met de herders die het kind kwamen begroeten, in alle eenvoud en onbevangen.

Een zalig kerstfeest voor iedereen!

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie & bestelgegevens

Benieuwd naar de Kerstkapel en de nieuwe Bavo? Dat komt mooi uit, want de kathedraal is ook tijdens de kerstvakantie geopend. Volg deze link voor de openingstijden.

De * in de tekst staat voor de volgende informatie:

  • Het katern met de tekening in de kop van het artikel is afkomstig van het Noord-Hollands Archief te Haarlem.
  • Voor de grafische terminologie zie de site van de kunstbus.
  • Voor de Aartsbroederschap van de Heilige Familie zie de site Warsage en die van het Meertensinstituut/KNAW.
  • De brochure Een moderne kapel kan gedownload worden via www.heiligkerstmisgilde.eu. Ook de foto van de terracotta kalligrafie komt van deze site en kan daar gedownload worden.
  • Het begrip Gesamtkunstwerk komt van de componist Richard Wagner, voor wie het om een samenspel ging van muziek, toneel, architectuur en toegepaste kunsten. Het begrip is in Nederland zodanig ingeburgerd dat het met een kleine letter geschreven wordt.
  • Voor de tekst en de oorspronkelijke boodschap zie J.S., ‘Kathedrale kerk van St. Bavo te Haarlem, Heilige Familiekapel’, in Zondagsblad voor het Katholieke Huisgezin 32 (1896), nr 33 d.d. 16 augustus, p. 264. Dit is gelijkluidend met Marie A. Thompson, De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898, p. 79.
  • Voor de opzet van het beeldprogramma zie: Bernadette van Hellenberg Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Om het boek te bestellen volg je deze link.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Samenvatting ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’

Samenvatting ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’ — Ad orientem | Gericht op het oosten

Het boek dat tijdens de restauratie geschreven werd

Op 9 september 2016 is de jongste publicatie over de Haarlemse kathedraal feestelijk gepresenteerd in de nieuwe Bavo bij gelegenheid van de start van de Open Monumentendagen in Haarlem, na een korte inleiding van professor dr Paul van den Akker van de OU te Heerlen.

Ad orientem | Gericht op het oosten onthult hét leidmotief van het nieuwe boek over de Haarlemse kathedraal, beter bekend als de nieuwe Bavo van architect Joseph Th.J. Cuypers (1861-1949). De subtitel slaat zowel op de oriëntatie van het gebouw – met de apsis gericht op het oosten – als de lichtsymboliek van de dageraad en de oriëntaalse invloeden in de vormgeving. Dat heeft Joseph Cuypers niet allemaal alleen bedacht. Geen bouwmeester zonder bouwheer, dus ook zijn opdrachtgever hoort hier genoemd te worden. Dat was de bisschop van Haarlem, die vertegenwoordigd werd door zijn vicaris-generaal A.J. Callier (uit te spreken als rijmend op lier). Callier die als de programmamaker van de kathedraal beschouwd kan worden, werd in 1903 tot bisschop benoemd, tijdens de tweede bouwfase. De nieuwe Bavo kwam namelijk in drie fasen tot stand:

  • De oostpartij tot en met een deel van de viering in 1893-1898.
  • Het schip, de onderbouw van de westtorens, de rest van de viering en de koepel in 1902-1906.
  • De twee westtorens in 1925-1930, door Josephs zoon, Pierre J.J.M. Cuypers.


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | De actoren
afb. 1 De bouwheren en bouwmeesters van de nieuwe Bavo: bisschop Caspar Bottemanne, zijn opvolger vicaris-generaal Augustinus Callier, Joseph Cuypers en Jan Stuyt.

De architect en zijn ploeg

Wie de naam Cuypers hoort, zal waarschijnlijk in eerste instantie denken aan de ontwerper van het Rijksmuseum en het Centraal Station te Amsterdam. Dat ook zijn zoon Joseph en kleinzoon Pierre junior actief waren in het bouwvak is minder bekend. Hoewel er inmiddels verschillende publicaties aan Joseph Cuypers zijn gewijd – waarvan de meest recente van pastoor Crutzen over de kerk van Klimmen – is er nog veel dat niet bekend is over zijn visie en zijn creativiteit. Wat dat betreft zal met dit boek de achterstand ingelopen worden; en dat is vooral mogelijk gebleken doordat het hier om het meesterwerk gaat van Joseph Cuypers als kerkenbouwer. Bij de totstandkoming van de kathedraal waren overigens meer mensen betrokken: zijn vader kon het niet laten om in het begin zelf wat schetsen op tafel te leggen; bijna dertig jaar daarvoor was hem immers deze opdracht in het vooruitzicht gesteld. Behalve als klankbord is zijn inbreng verder beperkt gebleven tot het glas-in-lood in de lucida (de ramen in de apsis). Verder had je daar Jan Stuyt die aanvankelijk als opzichter werkzaam was, maar vanaf 1899 als vennoot van Joseph Cuypers. Ook met hem zal de architect vaak gespiegeld hebben over zijn ontwerpen. En ten slotte was daar Pierre junior die onder de hoede van zijn vader tekende aan de westtorens en het noorderportaal.[1] Los van deze creatieve mensen had je in het bouwteam bazen en onderbazen waarvan de belangrijksten in de galerij van de apsis in symbolen en initialen vereeuwigd zijn.[2]

Waarom een nieuw boek?

Nu zijn er sinds de kerkwijding van 1898 al verschillende publicaties aan de nieuwe Bavo gewijd, waarvan de laatste uit 1997: in Getooid als een bruid is uitvoerig aandacht besteed aan de ontwikkeling van het bouwplan, de iconografie en de verschillende kunstenaars die aan de inrichting werkten. Wat maakt ‘mijn’ boek anders, en sterker nog, waarom is er nog een boek nodig? Heel eenvoudig: de nieuwe inzichten als gevolg van de restauratie.[3] Het anders en nodig heeft namelijk te maken met de ontdekkingen die vooral vanaf de steiger zijn gedaan. Als een van de betrokken onderzoekers stond ik daar oog in oog met de verschillende onderdelen die van de grond af niet waren te zien. Daar kreeg ik uitleg over de vondst van minieme kleursporen wat er toe heeft geleid dat de buitenpolychromie voor een groot deel is hersteld. Daar werd ik op een wel heel directe manier geconfronteerd met onvoltooide, brute halffabricaten en zelfs misbaksels die bij zo’n verheven bouwwerk als een kathedraal eigenlijk niet passen. Daar zag je ook het vakmanschap van de baksteenpolychromie en het spannende verschiet waarin verschillende elementen hand over hand in een klimmende beweging omhoog stuwen naar het meest majestueuze onderdeel: de groenkoperen koepel. Alleen al het complexe spel van architectonische hoofdlijnen en verfijnde detaillering is een studie waard.


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | Op de steigers
afb. 2 Op de steiger zie je de dingen in heel andere dimensies. Maar het is vooral de sfeer die je niet loslaat. Een bijzondere plek tussen hemel en aarde.

Samenvatting ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’ | Wat kan ik vinden in dit boek?

Licht — Niet alleen de twee genoemde thema’s komen aan bod, want er speelt meer dan alleen de polychromie en de onvoltooide elementen. Ze gaven wel de richting aan van enkele andere bijzonderheden. Allereerst de opmerkelijke visie van Joseph Cuypers op licht in architectuur. Ik haal een klein stukje aan uit een van zijn belangrijkste artikelen over de nieuwe Bavo. Eerst vertelt hij over de sterke horizontale lijnen in de historische gebouwen van Nederland. Ons land is vlak en dat geldt ook voor de architectuur.

  • ‘Moet daarin niet worden erkend de weerspiegeling van wat het Hollandsche landschap dien ouden bouwmeesters te zien en te voelen gaf — eene groote ruimte, afgeteekend door fijne, teere profielen aan den horizon, zonder scherpe kleuren of harde contrasten: eene ruimte niet omschreven door krachtige bergruggen, maar voelbaar door de tinteling der atmosfeer en de afbleekende tonen van ’t geboomte onzer polders?’[4]

Pas toen ik dit las, realiseerde ik me dat Joseph niet alleen een Limburger is, maar ook een Hollandse jongen! Zijn vader, ja, dat was een echt ‘Remunsje jung’, maar Joseph had een Amsterdamse moeder, grootvader en overgrootvader en voelde zich dus ook Hollander. Zelf zou hij zeggen dat hij van zijn moeder een ‘Hollandsch gemoed’ erfde en van zijn Limburgse vader het ‘harmonisch kunst-inzicht’.[5] Het beste dus van twee werelden.

Wat betekende dit in de praktijk? Dat hij brak met het ideaal van de zwaar gekleurde, donkere Chartresachtige glazen omdat hij het licht van het Hollandse polderlandschap naar binnen wilde halen. Zo ontwikkelde hij een nieuw concept dat je als de architectonische variant van het impressionisme zou kunnen betitelen. Want lichtinval is iets dat elk moment verandert. En daardoor heb je eigenlijk niet met één gebouw te maken, maar met een hele serie gebouwen die ieder moment van aanzien veranderen. Een belangrijke inspiratiebron hiervoor was vrijwel zeker de beroemde reeks van Monet, van de kathedraal van Rouen. Die laat prachtig zien hoeveel verschillende gebouwen één kathedraal vormt op de verschillende momenten van de dag.[6]


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | Instantaneité
afb. 3 Claude Monet, Cathédrale de Rouen (1892-1894)

De Unvollendete — De onvoltooide elementen, misbaksels en halffabricaten worden in het boek behandeld als onderdeel van de Unvollendete, onder verwijzing naar de beroemde symfonie van Schubert. Nu was Joseph Cuypers een beelddenker, geen filosoof. Ook al zou je het niet (of misschien juist wel) zeggen na het poëtische stukje dat ik net aanhaalde: hij dacht vooral in beelden en niet in woorden. En dat is wat al die onvoltooide stukken steen laten zien: hoe Joseph Cuypers als beelddenker een filosofisch concept wist te verwerken. In dit geval gaat het om een denkbeeld van Thomas van Aquino die hierbij weer steunde op Aristoteles. Kort door de bocht kun je stellen dat alles wat bestaat één grote bulk potentie is: alleen zo kun je verklaren hoe het mogelijk is dat iets is en op hetzelfde moment iets anders aan het worden is. Als we alleen al naar ons zelf kijken zijn we voortdurend in staat van verandering: we zijn niet helemaal meer wat we waren, maar ook nog niet helemaal wat we het aan het worden zijn. En het mooie hiervan is dat we ieder moment keuzes kunnen maken. Dat is precies wat uitgedrukt wordt door de Unvollendete: de potentie om na het wordingsproces tot een bepaald stadium doorlopen te hebben, iets anders te worden. En dat iets anders maakt deel uit van een eindeloos scala aan mogelijkheden. Al die mogelijkheden zitten in ons, net zoals in de steen direct uit de groeve een eindeloze hoeveelheid beelden zit besloten.[7]


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | Die Unvollendete
afb. 4 De Unvollendete bestaat uit rudimentair beeldhouwwerk, halffabrikaten en misbaksels

Oriëntalisme — De kathedraal valt op door sterk oosters aandoende patronen en ornamenten, met de koepel als meest in het oog lopende uitdrukkingsvorm. Deze aandacht van Joseph Cuypers voor, zoals hij het zelf noemde, ‘Spaansch-Arabische motieven’ heeft niet alleen te maken met de erkenning van de inheemse architectuur van het heilige Land als inspiratiebron van christelijke cultuur, maar is opnieuw sterk beïnvloed door de figuur van Thomas van Aquino. Want zoals deze wijsgeer de geschriften van Aristoteles te danken had aan de islamitische denkers van Arabische signatuur, ontleende Joseph Cuypers daar een onderscheidend deel van zijn vormenschat aan.[8]

Polychromie — Er wordt wel gezegd dat dit oriëntalisme ook tot uitdrukking komt in de kleuren. En hoewel er zeker enige overeenkomsten zijn, steunt Joseph Cuypers hier toch vooral op de Farbenlehre van Goethe – de dichter, ja ! – en het onderzoek van Viollet-le-Duc; om de enorme ervaring van zijn vader op dit gebied niet te vergeten. Vooral de buitenpolychromie is heel bijzonder, omdat we van dit type geen enkel ander voorbeeld in Nederland (meer?) hebben. Voor de oorlog moet die voor een groot deel al zijn verweerd, want in het collectieve geheugen van Haarlem was geen enkele herinnering meer aan de eertijds rijke tooi van de torens, gevels en steunberen van de kathedraal. De polychromie werd ondersteund door verguldsel dat het licht en de kleuren reflecteerde, zoals ook aan de binnenkant gebeurde door middel van glanselementen als terracotta, edelsmeedwerk, mozaïeken en noem maar op.[9]


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | De bruid
afb. 5 Van de buitenpolychromie van de nieuwe Bavo was nauwelijks nog iets over.

Catechismus en Biblia pauperum — Ook de latere bisschop Callier was intensief bezig met het gedachtegoed van Thomas van Aquino. Hij liet zich zelfs vereeuwigen in het beeld van deze heilige bij het heilig Hartaltaar. Anders dan de architect was hij geen beelddenker, maar vooral een docent die elementaire geloofswaarheden, vervat in de catechismus, over het voetlicht wilde brengen. Daarvoor koos hij onder meer de systematiek van de middeleeuwse Biblia pauperum (armenbijbel), waarvan in het bisdom nog verschillende originele exemplaren bestonden, zoals in de Grote Kerk van Laren. Callier wist heel goed dat hij zijn ideeën niet kon realiseren zonder de tussenkomst van de uitvoerende kunstenaar, die hij dan ook een bijzondere status toekende. Zo werd zijn haast persoonlijke beeldhouwer, Johannes Maas, getypeerd als ‘priester van het Schoone’. Het geeft aan dat kunstenaars en geestelijken tijdens de bouw een bijna gelijkwaardige status hadden. Bijna, want uiteindelijk voelde de geestelijkheid zich toch ver verheven en bevoorrecht boven de leken. Wel kon de kunstenaar net als een geestelijke als een ingewijde worden beschouwd, iemand die door zijn scheppingsvermogen, kennis en inspiratie dieper doordrong tot de goddelijke geheimen dan de gewone gelovige.[10]

Netwerk en De Heilige Linie — Om het verhaal over de verschillende actoren in te kaderen, is zowel aandacht besteed aan het netwerk waarin zij verkeerden, als aan de gemene deler die onder het programma lag, het handboek over kerkbouwsymboliek van Josephs peetoom, J.A. Alberdingk Thijm, De Heilige Linie (1858).[11] Om te beginnen komt dit tot uitdrukking in de oriëntatie van de kerk, maar er spelen nog talloze andere thema’s mee die onder meer leidden tot de ontdekking van de bruid van het oosten en de bruid van het westen.[12]

Ervaring

Wat heeft het nu zo bijzonder gemaakt om dit boek te schrijven. Sowieso was het fantastisch om dit onderzoek te mogen doen, me te verdiepen in de verschillende persoonlijkheden die direct en zijdelings bij het project van 1895 tot 1930 waren betrokken – wat heb ik veel mensen leren kennen! – en bezig te kunnen zijn met alles wat zich op ons netvlies ontvouwt. Want daar gaat het per slot van rekening bij een kunsthistoricus om: om het visuele spel dat zich voor onze ogen afspeelt dankzij de kunst die door mensenhanden tot stand is gebracht. Maar wat dit boek toch wel extra bijzonder maakt, is dat ik het tijdens de restauratie heb mogen schrijven. En dat is behoorlijk apart in Nederland, want meestal gebeurt zoiets als het werk gedaan is. Dan kun je in principe al niet meer achter de schermen, of liever, vanaf de steigers kijken. Vooral dat laatste heeft dit me bij dit boek veel gebracht. Zo vond bij het herstel van de polychromie een directe wisselwerking plaats tussen onderzoek, schrijven en restaureren, waarbij over en weer een verdiepingsslag plaatsvond. Maar ook de gelukkige situatie dat het gebouw vanaf de steigers bestudeerd kon worden, leverde kennis en inzichten op die zonder dat onmogelijk zouden zijn geweest.


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | Jan Dibbets
afb. 6 Jan Dibbets (centraal met de stok) ontwierp eigentijdse glazen voor het schip van de nieuwe Bavo.

Lest best was het heel speciaal dat er een wisselwerking was met levende kunstenaars over hun recente bijdrage aan de kathedraal. Wat dacht je van de glazen van Jan Dibbets in het schip, de glasobjecten van Marc Mulders in de doopkapel of het mozaïek van Gijs Frieling bij de Sacramentskapel, allemaal na een proces van denken en overleggen tot stand gekomen in 2016. Hierbij speelde op de achtergrond de iconografische inbreng van de plebaan, met wie ik over actuele beeldprogramma’s kon praten: niet iets van gisteren, maar van vandaag, alhoewel uiteraard wel diep geworteld in de traditie. En zo vonden verschillende gesprekken plaats met de actoren van nu, variërend van de voorzitter van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo tot de koster en de conservator van het KathedraalMuseum; van de architect en de opzichter tot de metselaar; van de kleurhistoricus tot de meesterschilder. Deel uitmaken van een team, vergelijkbaar met dat wat de Bavo ooit tot stand bracht. Je kunt het slechter treffen als onderzoeker en schrijver.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Noten en bestelinformatie

  • NieuweBavo@gmail.com, als je in of vlak bij Haarlem woont (vergeet niet je contactgegevens te vermelden). Na bevestiging van de betaling van € 49,95 kun je het boek bij de kathedraal ophalen. De opbrengst komt ten goede aan de restauratie van dit monument, waar op dit moment nog heel wat middelen voor nodig zijn.
  • http://bit.ly/WBOOKS-nBavo, als Haarlem buiten je horizon ligt. Zo kun je het boek voor dezelfde prijs rechtstreeks kopen bij de uitgever, inclusief verzendkosten.

De nieuwe Bavo te Haarlem, ad orientem | gericht op het oosten is 9 september 2016 verschenen bij gelegenheid van de Open Monumentendagen in Haarlem, gewijd aan het thema ‘Iconen en symbolen’. Dit thema kun je iedere dag weer in de kathedraal beleven, waar het boek in de museumwinkel gekocht kan worden. Voor de openingstijden volg deze link: http://bit.ly/ITIN-KathedraalMuseum.

Specificaties

  • Uitgever: WBooks in samenwerking met Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem
  • Aantal pagina’s: 400
  • Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
  • Uitvoering: gebonden
  • ISBN 978 94 625 8119 7
  • Meer informatie: vanhellenberghubar.org

Beeldmateriaal boven de tekst

  • Omslag van Ad orientem | Gericht op het oosten, ontworpen door Marjo Starink met een foto van Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2015).
  • Video met behulp van een drone door Teun Kelting.

Beeldmateriaal in de tekst

  • afb. 1 Deze collage is gemaakt aan de hand van reprovrij beeldmateriaal uit het eerste boek over de nieuwe Bavo: M.A. Thompson, De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898. De portretten zijn van de hand van Theo Molkenboer.
  • afb. 2 Deze collage is gemaakt met foto’s van Bernadette van Hellenberg Hubar.
  • afb. 3 Deze collage is gemaakt aan de hand van reprovrij beeldmateriaal, afkomstig van Wikimedia Commons (zoektermen: Monet, Cathédral Rouen).
  • afb. 4 Deze collage is gemaakt met foto’s van Bernadette van Hellenberg Hubar.
  • afb. 5 Deze collage is gemaakt aan de hand van foto’s van Bernadette van Hellenberg Hubar en Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken.
  • afb. 6 Deze collega is gemaakt met foto’s van Judith Bohan en Bernadette van Hellenberg Hubar, en met een projectie van Van Hoogevest Architecten en een scan van Haarlems Dagblad.

Noten

[1]    Zie de uitleg van Arjen Looyenga in Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 44-58. De vennootschap van Joseph Cuypers en Jan Stuyt duurde van 1898 tot 1909 en niet, zoals vaak wordt gedacht van 1900 tot 1908 (vriendelijke mededeling Agnes van der Linden, onder verwijzing naar haar boek: Vrienden van Jan Stuyt en Louise Barozzi: Bijdragen aan een album anno 1928, Nijmegen 2015, p.86).

[2]    Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘Hommage aan het team’, op: vanhellenberghubar.org, http://wp.me/P4eh3s-7q (2013).

[3]    Eggenkamp, Wim, ‘Restauratie Kathedrale complex van Sint Bavo halverwege’, in: Haerlem Jaarboek 2014, Haarlem 2015, pp. 133-179.

[4]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.2.5 ‘De invloed van Goethe’.

[5]    Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, p. 214.

[6]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.4 ‘Licht en atmosfeer’.

[7]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 4.2 ‘De graden van volmaaktheid (Thomas van Aquino)’.

[8]    Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 7 ‘De koepel als epiloog’.

[9]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.1 ‘De juwelen van de bruid’.

[10]   Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 5 ‘Te Deum laudamus’.

[11]   Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 2 ‘Acte de présence’. Ibidem, hoofdstuk 3 ‘De Heilige Linie’.

[12]   Hubar, Ad orientem, paragraaf 3.4 ‘De onzichtbare patrones’.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is op 25 november 2015 gepubliceerd op ifthenisnow.eu: http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.

Verkorte link: http://bit.ly/nBavo-samenvatting-vhhorg

Welkom!

Voor een eerste kennismaking ben je van harte welkom om door de dia’s te bladeren of meteen door te gaan naar de tekst eronder.

Deze diashow vereist JavaScript.

Een kleine selectie van publicaties, rapporten en ander werk van de afgelopen jaren. Niets hiervan was tot stand gekomen zonder mijn vennoot Marij Coenen.* Wil je rustig door de dia’s wandelen, navigeer dan zelf met de muis of bij een touchscreen met je vinger.*

Welkom

Welkom op deze site waar we graag met je kennis willen maken en ons werk onder de aandacht willen brengen. Mijn naam is Bernadette van Hellenberg Hubar en ik ben erfgoedspecialist, homo ludens (spelende mens), schrijver en dichter, en voorheen vennoot van Res nova, erfgoed in ontwikkeling. Als professional ben ik al bijna 40 jaar actief in de wereld van de monumentenzorg en het erfgoedbeheer.* Voor ‘ons’ zijn minimaal twee personen nodig en dat is hier niet anders: graag stel ik je dan ook voor aan mijn vennoot Marij Coenen, die zowel hier op de homepage voor het voetlicht wordt geplaatst, als in haar biografie op deze site.* Samen met haar vorm ik in feite al jaren een schrijverscollectief.

Schrijver — Het afgelopen decennium ben ik geworden wat ik, acht jaar oud, graag wilde zijn, namelijk schrijver. De diashow hierboven laat zien dat we prachtige projecten hebben mogen uitvoeren, waarvan we er een paar hierna voor het voetlicht plaatsen. Voor een deel gaat het om fysieke en deels om digitale boeken. De opmars van het E-boek is niet meer te stuiten. Omdat het eenvoudig te produceren is, zie je dat steeds meer instellingen onderzoeksopdrachten als E-boek ter beschikking willen stellen aan hun achterban en de vakwereld. Een mooi voorbeeld is het jongste exemplaar aan de loot, de brochure Monumentale kerkelijke schilderkunst (1890-1980), uitgegeven door de RCE. Je vindt er meer over onder deze link.

Ook bij ons lopende project – de ontsluiting van de Joseph Cuypers Collectie – staat ‘t schrijven centraal.

Duizendpoot — De hoofdmoot van ons werk de afgelopen jaren ligt op het gebied van de kerkelijke kunst van de negentiende en twintigste eeuw. Dat heeft uiteraard te maken met de massale sluiting van dit type monumentale architectuur, die wekelijks de pers haalt. Maar dat is niet het enige waar we mee bezig zijn geweest.

  • Waardenstellend onderzoek | Voor iets wat zo belangrijk is bij bescherming en beheer van erfgoed, is het opvallend hoe weinig aandacht dit onderdeel van ons vak krijgt. Onderzoeken en inventariseren kunnen de meeste erfgoedprofessionals wel, maar waarden stellen is een verhaal apart. Er worden her en der wel handreikingen gedaan – zoals de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek – maar over een samenhangende systematiek beschikken we niet. Zelf heb ik een methode ontwikkeld die op het gebied van monumentale schilderkunst uitgewerkt is in mijn boek De genade van de steiger en waarvan ik opnieuw gebruik heb kunnen maken bij de nieuwe Bavo en het stuk voor het boek over Annemiek Punt. Bij het project #KunstinBreda heb ik gewerkt met de erfgoedmeetlat van de VNG die de gemeente verder ontwikkeld heeft. Omdat het hierbij om roerende objecten ging, is de lat in goed overleg aangepast.*
  • Planologische bescherming | Dit staat in het middelpunt van de belangstelling vanwege de nieuwe Omgevingswet die in 2021 van kracht wordt. In 2005 heb ik samen met een team de voorloper ontwikkeld voor de gemeente Maastricht: het planologisch erfgoedregime. Gemeenten hoeven niet te wachten tot 2021, want dankzij jurisprudentie en bouwbesluiten is het bestaande bestemmingsplan al een prima instrument.*
  • Sociale media | Je hoeft maar een blik te werpen op Twitter of Facebook om in te zien dat erfgoed niet meer zonder sociale media kan. Wat dat voor een invloed heeft, heb ik op een rij gezet in het kader van het project #kerkverhalen.* Toch merk je dat de erfgoedwereld deze media nog lang niet ten volle heeft omarmd. Zo heeft het Cuypersgenootschap de stekker getrokken uit een project voor een 2.0 opzet* voor deze vereniging, hoewel Menno Heling van if then is now en ik twee perspectiefrijke rapporten hierover hebben geproduceerd.
  • Verhalenverteller | Of het nu episch of lyrisch is, ik ben een rasechte verhalenverteller. Daar staat deze site ook bol van.

Voor wat ik nog meer heb gedaan, mag ik graag verwijzen naar mijn biografie.*

Kroonjuwelen — Eén van de meest interessante projecten die ik ooit heb mogen doen, heb ik alweer enige tijd geleden afgerond. Dat is het boek over de nieuwe Bavo te Haarlem van architect Joseph Cuypers dat 9 september 2016 voorafgaand aan de Open Monumentendagen in Haarlem is gepresenteerd. Met deze opdracht ben ik vanaf 2013 bezig geweest. Nu is de kathedraal op zich al zo bijzonder, maar dat boek is nog eens extra apart omdat ik het lopende de restauratie heb mogen schrijven. Dat is tamelijk ongebruikelijk, maar heeft beslist een meerwaarde. Je komt met dingen in aanraking op een manier die onmogelijk wordt zodra de steigers verdwenen zijn. En het resultaat is er dan ook naar. Een prachtwerk, waar heel wat fotografen aan meegeholpen hebben. Dankzij vormgever Marjo Starink en WBooks heeft de lezer echt wat moois in handen. En dat moois zit tjokvol verhalen. Om daarvan alvast een indruk te geven, is een samenvatting gepubliceerd op het platform if then is now. Maar ook elders op deze site vind je verhalen over de Haarlemse kathedraal.*

Ik mag me gelukkig prijzen, want in de jaren ervoor is ook al zo’n spannend project op mijn weg gekomen: het onderzoek naar monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum. Een juweel van teamwork dat verrassende inzichten heeft opgeleverd in een type kunst, waarover vrijwel niets bekend was. Het resultaat was een publicatie, getiteld De genade van de steiger, die tot stand kwam in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en uitgegeven is door de Walburg Pers te Zutphen. Het boek is sinds oktober 2017 uitverkocht, maar nog wel in enkele boekwinkels en antiquarisch te verkrijgen.*

Bernadette van Hellenberg Hubar met 'De genade van de steiger' (2013)
Een blije Bernadette van Hellenberg Hubar met haar net verschenen boek ‘De genade van de steiger’ in haar hand. De presentatie van dit naslagwerk over monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum vond 21 november 2013 plaats in de Obrechtkerk te Amsterdam. Het eerste exemplaar werd aangeboden aan Henk van Os die er een lovende recensie over schreef.* (foto Marij Coenen, 2013).

Met wie werk ik samen?

De kracht van ondernemend Nederland ligt in de samenwerkingsverbanden die per project worden aangegaan.* Zo heb ik wat betreft kleuronderzoek onder meer samengewerkt met Judith Bohan (nieuwe Bavo te Haarlem) en Angelique Friedrichs van de SRAL in Maastricht (Clemenskerk Merkelbeek, Lambertuskerk Maastricht). Ik mag graag verwijzen naar de SRAL als uitvoerende instantie, maar ook naar Jojanneke Post van Davique Schilderwerken, met wie ik het project bij de kathedraal in Rotterdam heb gedaan. Daar heeft zij een beslissende stap gezet van restauratie naar kunstproductie. Voor bijzondere bouwhistorische expertise kan ik steevast terecht bij Karl Pesch Konopka van Stadsherstel Limburg die tevens restauratiearchitect is. Ook met andere architecten werk ik in wisselende combinaties samen. Daarnaast heb ik met Annelei Engelberts inmiddels enkele bundels met beeldgedichten mogen maken. Daar komt nog een vervolg op. Op het digitale vlak word ik zowel technisch als creatief bijgestaan door Wolthera.info en Lostagain.nl. En dan heb je nog de vele netwerken via de sociale media en andere platforms. Zo heeft de samenwerking met ifthenisnow.nl – platform voor cultuur, kunst en toerisme – geleid tot de rubriek #Kerkverhalen op onze sites en de oprichting van een aparte subsite voor kerkverhalen.*

Degene echter met wie ik het meest constant samenwerk is mijn vennoot Marij Coenen. Zij speelt een belangrijke rol bij de fotografie, de manuscripten en rapporten, de berichtgeving op de sociale media en de items op deze site. Zonder haar waren de boeken en bundels die ik de afgelopen jaren heb geschreven, er niet gekomen.

Marij en Bernadette expo Nicolas Steef Stevens
Bernadette en Marij luisteren geconcentreerd naar de uitleg tijdens de Probusexcursie naar de tentoonstelling ‘De sporen van Joep Nicolas’. Dit was in de galerie van Mariska Dirkx in het voormalige atelier van Nicolas te Roermond (foto Steef Stevens, 2014).*
 

Waar zijn jullie mee bezig?

‘Waar zijn jullie op dit moment mee bezig?’, wordt me vaak gevraagd. En vaak in een adem er achter aan: ‘Wat zijn nu jullie plannen?’ Na van die bijzondere opdrachten kunnen mensen zich niet voorstellen dat er weer wat moois op je pad komt. Maar toch gebeurt dat.

De Joseph Cuypers Collectie — Onlangs ben ik opnieuw met een fascinerend project gestart: de ordening van de Joseph Cuypers Collectie als onderdeel van de productie van een E-boek/biografie met een tentoonstelling in het Cuypershuis te Roermond. Alweer een schrijfopdracht dus. Voor een deel zijn de middelen hiervoor afkomstig van de gemeente Roermond die Joseph Cuypers als een belangrijke figuur beschouwt in het programma van het Cuypershuis. Men vertrouwt erop dat de overige financiering door middel van fondsenwerving wordt gerealiseerd. Als alles doorgaat is het een droom die uitkomt, want sinds het onderzoek naar de nieuwe Bavo ben ik meer dan ooit geïntrigeerd door de figuur van Joseph Cuypers (1861-1949).* En een biografie schrijven … wat een uitdaging. Maar vooralsnog is het werk gericht op een E-boek over de collectie en voordat je dat kunt maken moet je ordenen, ordenen en nog eens ordenen. Ik heb zowel wat betreft dit laatste als op biografisch gebied al wat voorwerk gedaan in mijn artikel ‘De sortering van het verleden’ voor De Spiegel van Roermond van 2017.

Dromen — En andere dromen? Wat dacht je van kennis overdragen? Dat staat ook hoog op mijn agenda. Na bijna 40 jaar in de erfgoedwereld zit er een heleboel in mijn hoofd wat ik graag met anderen deel. Vandaar dat ik graag tijdens mijn projecten gebruik maak van de sociale media, overigens niet alleen om kennis te delen, maar ook om kennis te vergaren. Ondertussen is het ook heerlijk om veldwerk te doen, liefst bovenop een steiger … gewoon lekker kijken met je handen en ze vies maken bij het onderzoeken van een gebouw. Het heeft allemaal met passie, ontdekkingsreizen en verhalen te maken. Wat ik ontdek probeer ik – binnen de grenzen van de opdracht – over te dragen via blogjes en de sociale media: de ene keer heel laagdrempelig, de andere keer meer diepgaand. Je kunt er op deze encyclopedische site van meegenieten.

Welkom! | Op de steigers in de Laurentius-Elisabethkathedraal met Jojanneke Post. Foto Davique.nl 30 jan 2017
Domweg gelukkig op de steigers in de apsis van de Laurentius Elisabeth Kathedraal van Rotterdam met Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken. Een geweldige samenwerking die tot een rijk boek en een bijzonder kunstwerk heeft geleid.* Foto Davique.nl 2017.

Of het nu toeval is of niet, het E-boek wat Marij en ik begin dit jaar hebben afgerond, borduurt naadloos voort op De nieuwe Bavo en De genade van de steiger. Het betreft de schilderingen van Jojanneke Post naar Kees Dunselman in de Laurentius Elisabeth Kathedraal in Rotterdam, waarover je meer kunt vinden via deze (download) link. Het is verbazingwekkend wat er allemaal tevoorschijn is gekomen. Alsof het zo heeft moeten zijn, kwam ook hier Joseph Cuypers langs.

En verder? Kijk eens bij ‘Werk in uitvoering‘.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen:

  • De diapresentaties op deze site werken alleen als JavaScript op je computer is geïnstalleerd. Sowieso doet zich op dit moment (8/11/18) op de Mac een probleem met Chrome voor, waardoor met een storende regelmaat de vermelding verschijnt: ‘Deze diashow vereist JavaScript’. Aangeraden wordt de site te bekijken met Safari of Firefox, waar deze plugin gewoon werkt.
  • Voor mijn wederwaardigheden, onder meer als oprichter van het Cuypersgenootschap en Res nova, zie mijn biografie.
  • Voor #KunstinBreda volg deze link. Hubar, De genade van de steiger, pp. 468-475 (paragraaf 8.1 Waardenstellende termen en begrippen).
  • Voor het Planologisch erfgoedregime (PER©) volg deze link.
  • Voor mijn biografie volg je deze link.
  • Je kunt het boek over de nieuwe Bavo te Haarlem bestellen via deze link. De omslag van ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’ is ontworpen door Marjo Starink, met een foto van de RCE beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015. Voor de samenvatting zie http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo. De korte verhalen over de kathedraal zijn te vinden in Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo.
  • Voor het begrip 2.0 zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Web_2.0.
  • De presentatie die ik hierover hield in het kader van het minisymposium ‘De kerk in het midden’ staat on line op deze site.
  • Voor De genade van de steiger volg deze link.
  • De recensie van Henk van Os is te vinden onder deze link.
  • Voor meer informatie surf naar de pagina met snelkoppelingen.
  • Voor #Kerkverhalen ga je naar … #Kerkverhalen!
  • Voor Galerie Mariska Dirkx volg deze link.
  • Zie het item over het archief van Joseph Cuypers.
  • Surf hiervoor naar de projectpagina.

Nota bene — Wil je terug naar de vorige positie in de tekst, dan moet je omhoog scrollen.

Beeldmateriaal diashow

  • Collage van publicaties van de laatste jaren (bvhh.nu 2018).
  • Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018.
  • Annemiek Punt Monumentale glaskunst 1980-2017. Utrecht: Gebr. de Wal, 2017.
  • #KunstinBreda | Religieuze kunst, Waardestellingen van uitmonsteringen en clusters (bvhh.nu 2017)
  • Omslag van ‘De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad Orientem | Gericht op het oosten’ (2016).
  • Titelblad van ‘De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad Orientem | Gericht op het oosten’ (2016).
  • Opdrachtblad van ‘De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad Orientem | Gericht op het oosten’ (2016).
  • Vue vanaf de Leidsevaart op ‘De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad Orientem | Gericht op het oosten’ (2016).
  • Verhalen op de muur | De Clemenskerk te Merkelbeek (2014).
  • Wikken en wegen. Rechtspraak in Roermond in 14 beeldgedichten. Omslag met aquarel Annelei Engelberts 2014.
  • De genade van de steiger. Monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum (2013).
  • De genade van de steiger, vers van de pers! (2013)
  • De kruisweg van Jan Toorop in ‘De genade van de steiger’ (2013)
  • Het mozaïek van Anton Molkenboer in ‘De genade van de steiger’ (2013).
  • E kas blou | Het blauwe huis. Beeldgedichten op Curaçao 2011. Omslag bvhh.2011.
  • Omslag van ‘Het labyrint, Fanfiction gewijd aan Pierre J.H. Cuypers en opgedragen aan Wies van Leeuwen’, Ohé en Laak 2007
  • Omslag van ‘Se non è vero, Fanfiction gewijd aan Nenny Alberdingk Thijm’, Ohé en Laak 2008.
  • Omslag ‘De Sacramentskerk te Tilburg’ (Res nova, 2005).
  • Collage werkzaamheden Joseph Cuypers Collectie.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-org

Vue op de nieuwe Bavo

Mijn boek over de nieuwe Bavo is tot de verschijningsdatum medio 2016 voor € 39,95 (dus met 10 euro korting) te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten). Je kunt ook meer of juist wat minder bijdragen. Surf daarvoor naar de bestelpagina: http://bit.ly/Bavo-Ao

De Mariakapel van de nieuwe Bavo bezien vanaf de steigers

De Mariakapel van de nieuwe Bavo bezien vanaf de steigers: op het gebeeldhouwde monogram, bekroond met de miniatuur koepel van de Sint Pieter van Rome, zijn onlangs de kleuren terug gebracht. Foto BvHH 2013.

Ik kan er maar geen genoeg van krijgen! Het is daar zo mooi op de steigers van de nieuwe Bavo. Dat vond ook RKK Katholiek Nederland TV toen de koster, Stephan van Rijt, materiaal stuurde over de beelden. Het resultaat was een uitzending over de restauratie die op 19 oktober 2013 uitgezonden werd, maar jammer genoeg niet meer beschikbaar is. Wat kwam er in deze gefilmde vue op de nieuwe Bavo zoal ter sprake:

De Unvollendete — Joseph Cuypers wist dat hij vanwege geldgebrek de kathedraal niet in één keer zou kunnen bouwen. Sterker nog, hij was zich er van bewust dat er meer generaties voor nodig zouden zijn om de kathedraal te voltooien. In overleg met de bisschop en de vicaris bedacht hij daarom een concept dat je zou kunnen opvatten als de architectonische tegenhanger van de beroemde Unvollendete (de onvoltooide symfonie) van Schubert:

  • Daardoor is het gebouw af en onaf tegelijkertijd: een optelsom van kwantumachtige momenten die elk de potentie hebben werkelijkheid te worden.
  • Tegelijkertijd schuilt hierachter een rijke christelijke symboliek die met name bepaald wordt door de visie dat het onvoltooide ons onweerstaanbaar naar de bron van alle voltooiing trekt: God. Maar zeker zo belangrijk is het – katholieke – besef dat het kruisoffer van Christus tijdens de eucharistie niet zomaar herdacht wordt, maar telkens weer opnieuw herhaald én voltooid wordt.
  • In het kielzog van het Oriëntalisme onderging ook Joseph Cuypers de aantrekkingskracht van de Arabische cultuur die een extra dimensie had, omdat ze het toenmalige aanzien bepaalde van het Heilige Land, waar Christus zijn verlossingswerk had verricht. In dit verband synchroniseerde de architect de ‘heilige leegte’ uit de christelijke en islamitische traditie door middel van lege poortnissen (in de koepel) en onbezette baldakijnen binnen en buiten de kerk. Omdat de leegte in principe ooit vol zal kunnen worden, maken ook deze deel uit van de Unvollendete.
  • Daarnaast speelde Joseph Cuypers in op een fenomeen dat in de achttiende eeuw werd ontdekt en afgelopen decennia door hersenonderzoek bevestigd werd: de voltooiende werking van onze ogen. Hoe sterk dat bij de nieuwe Bavo speelde, wordt vooral duidelijk als je bedenkt dat nu pas – tijdens de restauratie – ‘gezien’ werd hoeveel onafgewerkte brokken steen in het gebouw zitten. Te beginnen in de dominante koepel op de viering.
Detail van de koepel op de vieringtoren van de nieuwe Bavo te Haarlem

Pas tijdens deze restauratie vielen de hoeveelheid voorbewerkte blokken natuursteen op die de plaats innemen van beelden. Waren ze wel al gesignaleerd onder de baldakijnen van de lijst direct onder de koperen koepel, op de andere plaatsen in en buiten de kathedraal werden ze nu pas ontdekt. Foto BvHH 2013.

De juwelen van de bruid — Als devies draagt de kathedraal het motto Sicut sponsa ornata, getooid als een bruid. Dit is afkomstig uit de Apocalyps van Johannes en wel uit het hoofdstuk, waarin hij het hemels Jeruzalem ziet nederdalen, getooid als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man. Op zijn beurt heeft Johannes dit prachtige beeld weer ontleend aan het Hooglied van Salomon. De kathedraal is symbolisch bezien de bruid, terwijl de selectief toegepaste buitenpolychromie de rol vervult van het snoer met juwelen rond haar hals. Opvallend genoeg zijn de kleuren vrijwel zonder uitzondering op bekroningen te zien, of dat nu torens betreft of topgevels.

Het dakenlandschap met de gepolychromeerde torens aan de noordoostzijde van de nieuwe Bavo.

De juwelen van de bruid. Foto BvHH 2013.

Microkosmos van de schepping — Stephan van Rijt merkte op dat je de beelden van Joseph Cuypers rond de nieuwe Bavo zou kunnen beschouwen als de tegenhangers van die van Viollet-le-Duc bij de Notre Dame van Parijs. Opvallend zijn de vele monsters die als symbool van de duistere kant van de schepping inherent zijn aan het wereldbeeld dat de kerk representeert: de strijd tussen goed en kwaad, licht en donker en noem maar op, wordt juist op gewijde plaatsen op het scherp van de snede uitgevochten. Daar vindt de apocalyptische kortsluiting plaats tussen de tegenstellingen die ons als mens raken, maar ook de verzoening met het aardse onvolmaakte dat een afspiegeling van de hemelse volmaaktheid toont. Bij de nieuwe Bavo tref je op verschillende plaatsen ambivalente wezens aan die hier en daar gekoppeld zijn aan een helend element: zo staan de meest bijzondere exemplaren op de Sacramentskapel, terwijl de duivel bij een van de beren rond de apsis achter de exorcist is geplaatst.

De monsters boven de sacramentskapel van de nieuwe Bavo

De wezens boven de sacramentskapel maken deel uit van de kosmische tegenstelling tussen goed en kwaad die de kathedraal als microkosmos van de schepping toont. Foto BvHH 2013.

Waardenstelling — De voorgaande gegevens zijn ontleend aan de waardenstelling waarmee ik bezig ben ten behoeve van de restauratie van de nieuwe Bavo.1 Dit project wordt uitgevoerd in opdracht van de stichting kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort, de gemeente Haarlem, Van Hoogevest Architecten te Amersfoort, Judith Bohan Interieur Restauratie te Haarlem en Davique Sierschilderwerk te Moordrecht.

Een nieuw boek over de kathedraal — Naar aanleiding van de resultaten van de waardenstelling kreeg ik in 2014 de opdracht om een boek te schrijven naar aanleiding van de huidige restauratie van de nieuwe Bavo: Ad orientem | Gericht op het oosten. Dit boek over de nieuwe Bavo is tot de verschijningsdatum medio 2016 voor € 39,95 (dus met 10 euro korting) te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten). Je kunt ook meer of juist wat minder bijdragen. Surf daarvoor naar de bestelpagina: http://bit.ly/Bavo-Ao

Wil je het productieproces volgen? Abonneer je dan op mijn site of surf naar mijn blog!

B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Hubar, Inauro textum, 2013, passim. 

  2. Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-7u.

    ← Door naar de hoofdpagina