Flora in steen | 21 april 2016 20.00 uur

De Royal FloraHolland concert/lezing in de nieuwe Bavo 21 april 2016 20.00 uur | De nieuwe Bavo bloeit

Deze diashow vereist JavaScript.


De nieuwe Bavo zit vol raadselachtige ornamenten en een groot deel daarvan bestaat uit bloemen, bladeren en ranken. Dat heeft de kathedraal gemeen met verreweg de meeste negentiende en vroeg twintigste-eeuwse kerken. Het vergt niet veel verbeelding om daarin de inspiratie van de middeleeuwen te herkennen. Met name in de gotische bouwkunst vind je weelderig uitgewerkte bloem- en bladornamenten op pijlers en in kapitelen. Waar komt dat toch vandaan?

In de loop van de tijd zijn daar heel wat verklaringen voor bedacht, de een nog romantischer dan de ander. Bij het openingsconcert van ‘De nieuwe Bavo bloeit’ ga ik iets vertellen over een van de tradities die ten grondslag ligt aan de flora in steen. Ik zal niet te veel verklappen, maar hierna zul je met heel andere ogen naar de kathedraal kijken en nog meer genieten van alles wat in de nieuwe Bavo bloeit.

Bloeiende akkoorden

Bij het openingsconcert worden verschillende soorten muziek uitgevoerd, allemaal geïnspireerd door bloemen. Zo komt Flora met de mooiste exemplaren langs in een lied van John Wilbye, circa 1600. Maar ook de ode op de roos van de hedendaagse koorcomponist Eric Whitacre ontbreekt niet. En wat te denken van de ontroerende cyclus die Morton Lauridsen in 1993 schreef op Les Chansons des Roses van de dichter Rainer Maria Rilke. Aan het slot wordt de boel nog eens bij elkaar geveegd met Benjamin Brittens Green broom. Dit deel van het concert wordt uitgevoerd door Vocaza uit Amsterdam, het kamerkoor onder leiding van de magistra-cantus van de nieuwe Bavo, Sanne Nieuwenhuijsen.

Een heel ander, verrassend repertoire wordt neergezet door zangeres Bobbie Blommesteijn en titulair-organist van de nieuwe Bavo, Ton van Eck. Laat je verleiden door je nieuwsgierigheid en kom naar de nieuwe Bavo op donderdagavond 21 april 2016, 20.00 uur (entree € 10,00).

De opbrengst van ‘De nieuwe Bavo bloeit’ komt ten goede aan de restauratie van de kathedraal.

B. ((Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is gepubliceerd op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo op 16 april 2016 en op ifthenisnow.nl op 17 april 2016. Verkorte link: http://bit.ly/1NvytNk.))
Joseph Cuypers, Bloemmotieven in glas in lood in de lucida van de nieuwe Bavo (1897-1898). Foto BvHH 2014.


Informatie

‘De nieuwe Bavo bloeit’ wordt mogelijk gemaakt door sponsoring van Royal FloraHolland, een koepel van 5.000 Nederlandse bloementelers en vijf veilingen (onder meer Aalsmeer).

Foto’s in de kop

  • De nieuwe Bavo te Haarlem organiseert de tweede editie van ‘De nieuwe Bavo bloeit’ in het kader van het Bloemencorso. Foto Stephan van Rijt, 2016.
  • Het bloemengewelf uit de eerste editie van 2015. Foto Hans Guldemond, 2015.
  • Een van de vele verglaasde terracotta sierranden met gestileerde bladeren en eikeltjes, ontworpen door Joseph Cuypers 1893-1898. Beeldbank Rijksdienst Cultureel erfgoed – Sjaan van der Jagt/Pixelpolder, 2014.
  • Een weelde aan tulpen tijdens ‘De nieuwe Bavo bloeit’ verleden jaar. Foto Hans Guldemond, 2015.
  • Verguld en gepolychromeerd bladkapiteel in de apsisgalerij, ontworpen door Joseph Cuypers 1893-1898. Foto BvHH 2013.
  • Verguld en gepolychromeerd kapiteel met omringende bloemornamenten in de koepel, , ontworpen door Joseph Cuypers 1902-1906. Beeldbank Rijksdienst Cultureel erfgoed – Chris Booms, 1902.
  • Het hoogaltaar in de bloemen tijdens de eerste editie van 2015. Foto Hans Guldemond, 2015.

Op al het beeldmateriaal van Van Hoogevest Architecten & Sjaan van der Jagt/Pixelpolder, en Hans Guldemond zijn alle rechten voorbehouden. De overige afbeeldingen zijn onder restricties vrij van reprorechten: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA.

Adres

Leidsevaart 146
2014 HE Haarlem
De entree is via de hoofdingang aan het Bisschop Bottemanneplein.

Programma van De nieuwe Bavo bloeit

Vrijdag & zaterdag 22 en 23 april: 10:00 – 23:00 uur
Extra lange avondopenstelling met sfeervolle verlichting
Live orgelmuziek met hobo, trompet en klarinet vanaf 10:00 uur
Koepeltochten 11:00 – 21:00 uur
Rondleidingen vanaf 11:00 uur
Kinderactiviteiten vanaf 10:00 uur
Muziek van Koorschool Haarlem 18:45 – 22:00 uur

Zondag 24 april: 11:30 – 17:00 uur
Koepeltochten 11:30 – 17:00 uur
Rondleidingen 11:30 – 17:00 uur
Kinderactiviteiten 11:30 – 17:00 uur
Live orgelmuziek met hobo, trompet en klarinet vanaf 11:30 uur

Entreeprijzen 22-24 april

Volwassenen: € 5,00
Kinderen > 10 jaar: € 2,50
Kinderen < 10 jaar: gratis
Koepeltochten: € 3,00 p.p.

Voor meer informatie ga naar www.denieuwebavobloeit.nl.

Restauratie

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

 

Bestel het boek door te klikken op …

… op niets! Het boek over de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal is namelijk uitverkocht!

De oproep ‘Bestel het boek’ is niet meer aan de orde, want het is uitverkocht. Misschien wordt het ooit ‘Lees het boek door te klikken op …’ als het online komt te staan, maar dat is toekomstmuziek. De enige manier om aan een fysiek exemplaar te komen is de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem bezoeken voor de Klim naar het licht. Na deze bijzondere ervaring, waarbij je de koepel (hieronder op de omslag) van dichtbij kunt bekijken, kun je de publicatie in de museumwinkel kopen. Wacht er niet te lang mee, want tot onze aangename verrassing is er behoorlijk vraag naar. En nee, dat zou je denken … maar de museumwinkel van het Cuypershuis in Roermond heeft evenmin nog voorraad! Ook daar is het boek uitverkocht.

Aankoop bij de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem komt ten goede aan het onderhoud van dit topmonument dat onlangs (in mei 2019) de prestigieuze Europa Nostra Award voor de restauratie ontving.

Omslag van ‘De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad Orientem | Gericht op het oosten’ (2016)

De oriëntaals geïnspireerde koepel op de omslag van ‘De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad Orientem | Gericht op het oosten’ (2016). De omslag is ontworpen door vormgever Marjo Starink, met een foto van de RCE beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015. Het paars van de leien is gebruikt als uitgangspunt van het kleurengamma voor de vormgeving van het boek.

De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten is 9 september 2016 verschenen bij gelegenheid van de Open Monumentendagen in Haarlem, gewijd aan het thema ‘Iconen en symbolen’. Dit thema kun je iedere dag weer in de kathedraal beleven.* 

De aanbieding van het boek was een bijzonder feest, zoals je kunt zien op de diapresentatie onder deze link, waar ook de speech van Bernadette van Hellenberg Hubar is te vinden over hoe je dit werk het beste zou kunnen lezen.

Ad orientem | Gericht op het oosten

Het rode ochtendlicht op de gevels van de nieuwe Bavo (in 2019 omgedoopt tot KoepelKathedraal*) geeft al aan hoe de ondertitel van het nieuwe boek over de kathedraal luidt: Ad orientem | Gericht op het oosten. Het is uitgegeven door WBOOKS in opdracht van de stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem. Het actuele beeldmateriaal voor dit boek is onder meer ter beschikking gesteld door de Rijksdienst Cultureel Erfgoed en het historisch beeldmateriaal door Noord-Hollands Archief.

Was het vorige grote boek dat we mochten schrijven al zo’n bijzonder project, de nieuwe Bavo wist dit te evenaren, zo niet te overtreffen.* Zelden is over het programma van een kerk zo diepgaand nagedacht, in dit geval met name door Joseph Cuypers en de bouwheer, de latere bisschop A.J. Callier. Hoewel er vrijwel voortdurend geldgebrek was, slaagden zij er toch in hun kathedraal te realiseren zonder al te veel concessies aan de kwaliteit. Die wordt niet alleen door het artistieke niveau bepaald, maar ook door de hoge mate van ambachtelijkheid, waarmee het gebouw en zijn inrichting zijn uitgevoerd. De ideeën die vóór 1900 ontwikkeld werden over de boodschap die de nieuwe Bavo in architectuur en uitmonstering moest uitdragen, zijn tot na de jaren 1950 actueel gebleven. Ook de nieuwe tijdslagen die men in het kader van de huidige restauratie aan de kathedraal heeft toegevoegd, zijn daar voor een belangrijk deel op geënt. Zo vormt de nieuwe Bavo het podium van ruim een eeuw artistieke uitdrukkingsvormen, waarin beeld, uitvoering en inhoud elkaar completeren.

Alvast benieuwd naar ‘n voorproefje? Volg dan deze link naar de samenvatting op ‘If then is now’: http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.

De architect van de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal heeft nooit opgehouden te fascineren. Op dit moment zijn we bezig met een E-boek dat geschreven wordt over en tijdens de inventarisatie van de Joseph Cuypers Collectie die de nazaten in bewaring hebben gegeven aan het gemeentearchief van Roermond. Ga eens kijken op de projectpagina.

;-) B&M*

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Iedereen denkt dat deze kathedraal van Pierre J.H. Cuypers (senior) is, maar hij heeft alleen de oostpartij getekend. De tweede fase kwam geheel voor rekening van Joseph Th.J. Cuypers, terwijl zijn zoon, Pierre J.J.M. (junior), ten slotte de vieringtoren zou ontwerpen. Screenshot van de site van Ad Tiggeler.

In de apsis van de nieuwe Bavo zit een eigentijdse versie van de Biblia pauperum, bedacht door de latere bisschop van Haarlem, A.J. Callier. Hij was een geweldige programmamaker, zoals je in mijn boek ‘Ad orientem’ kunt lezen. Foto BvHH mei 2014.

Ook de beelden van Charles Vos in het schip vertellen een verhaal dat een halve eeuw eerder door Joseph Cuypers en monseigneur Callier was bedacht. Foto BvHH december 2014.


Meer informatie
  • Volledige titel Bernadette van Hellenberg Hubar. De nieuwe Bavo te Haarlem: Ad orientem – Gericht op het oosten. Onder redactie van Marij Coenen. Zwolle; Haarlem: Wbooks ; Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, 2016.
  • De samenvatting op if then is now is ook te vinden op deze site.
  • Wil je de kathedraal bezoeken? Volg deze link voor de bezoektijden. Hier vind je ook informatie over de Klim naar het licht.
  • De naam van de nieuwe Bavo is in 2019 uitgebreid met/veranderd in KoepelKathedraal Haarlem. Dit vanwege de voortdurende verwarring met de oude Bavo in het centrum van de stad, waardoor bezoekers aan Haarlem zich niet realiseren wat voor een bijzonder bouwwerk zich bevindt aan de Leidsevaart.
  • Het vorige grote boek was De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum (2013). Vervolgens verscheen in 2014 Verhalen op de muur over de Clemenskerk te Merkelbeek. Na het boek over de nieuwe Bavo verschenen het monografietje over Annemiek Punt (2017), het E-boek over de nieuwe schilderingen in de kathedraal van Rotterdam (2018) en de brochure over monumentale schilderkunst van de RCE (2019). 
Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/Bavo-Ao

←Terug naar de hoofdpagina!

Oneindig

Cyclus Rome 2 | Oneindig

Cyclus Rome: Charles-Louis Clérisseau (1721–1820), Stefano Rotondo, 1750-1755.

De cirkel wordt gedragen
door zuilen in het rond
in een eeuwig draaiend ritme
met lijnen haaks geplaatst
De triomfboog als een wig
hakend naar de hemel
dwars daarop de zoldering
vol aardse vlakke tinten
Twee Korinthische kapitelen,
rijke schouders met de geboort’
van twee bogen balancerend
op de as van het akkoord
noord naar zuid gelinieerd
Boven het hoogaltaar de leegte
van het boogvormige niets
al te heilig voor meer vormen
op de vliezen van het oog
Oost en west de oculi
die het rijzen en het dalen
van de zon naar ‘t laatste uur
tot een vlammend spel
herleiden in de ronde
architectuur

Cyclus Rome: Lalupa op Wikimedia Commons, Stefano Rotondo, 2008.

______________

Post scriptum — In dit beeldgedicht van de cyclus Rome staat de Stefano Rotondo centraal, een van de meest bijzondere vroegchristelijke kerken in Rome, met een bouwgeschiedenis die teruggaat op de vijfde eeuw.1 Ze vormt de eerste christelijke centraalbouw in dit deel van de beschaving. Zelfs in een stad waar het Pantheon herinnerde aan het hoge niveau van de Romeinse architecten en constructeurs, was ze typologisch een buitenbeentje door de dubbele arcade rondom de locus sanctus in het midden. De koepel die je hier zou verwachten is echter achterwege gebleven. De tweede arcade is in de twaalfde eeuw dichtgezet, maar als boogstelling nog goed herkenbaar in de concentrische muur.

Op grond van de bijzondere verschijningsvorm wordt verondersteld dat de Stefano Rotondo in figuurlijke zin een kopie vormt van de heilig Grafkerk die Constantijn in 335 over het graf van Christus in Jeruzalem heeft laten bouwen: de Anastasis rotunda.2 De grote stroom pelgrims die hier naar toe kwam, keerde terug met verhalen waarin uiteraard ook de grafkerk een rol speelde. Hoe zag dat gebouw eruit? Wel, de kerk was een centraalbouw, omringd door drie apsiden met arcades, een centraal gewelf et cetera. Vrijwel zeker beïnvloed door deze orale context ontstonden over heel Europa symbolische ‘kopieën’ die vaak niet meer dan enkele karakteristieke elementen met de bron gemeen hadden, zoals in dit geval de centraalbouw. Was de kerk in Jeruzalem opgericht over het graf van Christus, bij de Stefano stond ze over het altaar dat symbolisch gelijkstaat met dat graf, omdat hier tijdens de misviering telkens weer het bloedige offer van Christus op onbloedige wijze wordt herhaald.3

Tevens is dit de plek waar zich de relieken van de heiligen bevinden: de heilige die een ‘alter Christus’ is, een andere Christus, een concept waar Paulus de opmaat van gaf: ‘Niet ik leef, het is Christus die leeft in mij’.4 Hij leeft dus volgens Paulus in ieder van ons, maar wel het meest illu­stratief in heiligen. Je zou kunnen zeggen dat Christus zich via de heiligen aan de mensen openbaart. Vandaar dat lotgevallen van de heiligen vol zitten met ontle­ningen aan het Oude en het Nieuwe Testament, als gaat het bij wijze van spreken om Bijbelse episodes.5 

SStefanoRotondoVsec
In de Stefano Rotondo te Rome is de centraalbouw gecombineerd met de kruisvorm. Naar een reconstructie van S. Corbett.6 Herkomst: Wikimedia Commons.

Nu is het interessante van de Stefano Rotondo dat de circulaire opzet wordt gecombineerd met een axiale, waarin de christelijke kruisvorm domineert. Die wordt door twee onderdelen nog eens extra geaccentueerd: allereerst door de merkwaardige dwarsmuur van noord naar zuid in het hart van de centraalbouw boven het hoogaltaar, die in de middeleeuwen aangebracht zou zijn ter ondersteuning van de constructie. Voorts door de oostelijke uitbouw met zijn raam waardoor het ochtendlicht binnenvalt en de tegenhanger aan de westkant waardoor de laatste zonnestralen van de dag de kerk betreden.7 Of in het centrum van dit gebouw overigens werkelijk sprake is van heilige leegte – zoals in de Joods-christelijke traditie – blijft de vraag.8 

Het bovenstaande gedicht schreef ik op locatie tijdens mijn excursie naar Rome van 12 tot 22 juni 2015, waarover onder deze link meer is te vinden. Het reprovrije beeldmateriaal is ontleend aan:

  • Arthermitage.org: Charles-Louis Clérisseau (28 August 1721–9 January 1820), Interior of St Stefano Rotondo Church in Rome (1750-1755). Voor meer informatie volg deze link.
  • Wikimedia Commons: fotograaf Lalupa (2008).9 
  • Wikimedia Commons: MM (2006) naar een reconstructie van Spencer Corbett.10 

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  1. Voor algemene informatie zie Stefano Rotondo op Wikipedia.
  2. Deze ontdekking staat op naam van Richard Krautheimer, ‘Introduction to an “Iconography of Mediaeval Architecture”‘ → Bibliografie. Voor algemene informatie zie heilig Grafkerk op Wikipedia. Een interessant laat voorbeeld is de kapel van Hoogcruts in Margraten.
  3. Een van de grote kenners van Stefano Rotondo, Richard Krautheimer, betwijfelt overigens of hier wel van oorsprong af een altaar heeft gestaan. Voor zijn boeiende visie zie zijn artikel ‘Succes and failure in late antique church planning’, pp. 134-135 → Bibliografie.
  4. Galaten 2, 20: geciteerd naar Van den Akker en Gerritsen, ‘Legende’, op www.heiligen.netBibliografie.
  5. Hubar, Verhalen op de muur, pp. 73-74 → Bibliografie.
  6. Krautheimer, ‘Succes and failure’, p.123→ Bibliografie
  7. De kerk ligt overigens niet helemaal georiënteerd, maar ongeveer zuid-oost. Vergelijk Krautheimer, ‘Succes and failure’, p. 122 → Bibliografie.
  8. Waarschijnlijk speelde dit ook in de Arabische cultuur, zoals verwoord in mijn beeldgedicht Op het oosten, uit de cyclus Marrakesh.
  9. Voor meer informatie volg deze link.
  10. Voor meer informatie volg deze link.

Dit item is aangepast op 27 december 2019.

Al ons werk valt onder de CC-BY-NC-SA licentie. Er mag dus vrijelijk gebruik van gemaakt worden, mits de bron wordt vermeld.

Je kunt dit item delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn zijn als je daarbij de hashtag #StefanoRotondo gebruikt.

Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-1E7

< Naar de Cyclus Rome.

Down memorylane

Omslag CBA Bovendonk Hoeven 2008

Het onderzoek naar Bovendonk van drie generaties Cuypers uit 2008 blijkt nog steeds actueel.

Soms kom je uit bij een trip down memory lane en dat was bij mij het geval met Bovendonk. Ik was op zoek naar wat Thijm ook al weer vond van de pondération van Viollet-le-Duc – want die speelt natuurlijk bij de nieuwe Bavo ook een belangrijke rol ((Voor het onderzoek naar de nieuwe Bavo volg deze link.)) – en toen kwam ik uit bij dit onderzoek uit 2008. Dit was werkelijk een heel plezierig project samen met David Mulder en Wies van Leeuwen. David heeft de hoofdmoot van het onderzoek gedaan, produceerde samen met Wies stukken tekst in diverse soorten en maten, ik schreef de waardenstelling, voegde er het een en ander aan toe, waarvan ik weer wat meer wist (zoals polychromie) en Marij Coenen maakte er een rapport van.

Toen ik er toch mee bezig was, leek het wel aardig om de projectbeschrijving van dit oeuvre van drie generaties Cuypers on line te zetten. Dan kun je zelf constateren dat synergie tot vruchtbare resultaten leidt: http://wp.me/P4eh3s-DR.

En mooier nog, het rapport kan zonder kosten gedownload worden via Cuypers4all. ((Voor Cuypers4all volg deze link.))

O ja, voor de liefhebber: zondag 31 augustus ben je van harte welkom bij de lezing Caelestis urbs Jeruzalem die ik vroeg in de middag in de nieuwe Bavo te Haarlem geef (vergeet niet om je op te geven bij koster@rkbavo.nl). De bijeenkomst begint om 12:15 uur. ((Zie het item Caelestis urbs Jeruzalem op deze site.))

Wordt vervolgd!

B. ((Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-SI))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

 

Bovendonk van drie generaties Cuypers (2008)

Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

Seminariecomplex Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th. J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923).

‘Kwaliteit is het product van een langdurige ontwikkeling, van een samengaan, versmelten, van ‘kunde’ in de dubbele betekenis van technische vaardigheid en beheersing van de stof, een en ander afgerond, tot iets dat de maker individueel eigen is, het stempel van de persoonlijkheid, de originaliteit’ (Hella Haase).*

In de zomer van 2008 vond in opdracht van MAS Architectuur het eerste grote cultuur- en bouwhistorisch onderzoek plaats naar het voormalig seminariecomplex Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers en Joseph Th.J. Cuypers. Het complex werd begin twintigste eeuw gesticht en functioneert tegenwoordig voor een klein deel nog steeds als priesteropleiding en voor het overige als hotel en conferentieoord. In 2007 vond in het kader van het Cuypersjaar een druk bezocht symposium plaats dat in ieder geval liet zien hoe passend deze bestemming voor dit gesamtkunstwerk van de architecten Cuypers is. Voordat we de samenvatting van de cultuur- en bouwhistorische analyse laten volgen, passeren hier eerst de vondsten uit het onderzoek de revue.*

Res novae

— door Bernadette van Hellenberg Hubar

  • Bovendonk is in het werk van Cuypers evenzeer een statement van ontwerptechniek, stijl en iconografie als het Amsterdamse Rijksmuseum.
  • De symboliek is niet beperkt gebleven tot de beelden en reliëfs in de gevel maar strekt zich ook uit tot de gehanteerde bouwstijl van het complex.
  • Bij het ontwerp van het complex heeft Cuypers de aan A.W.N. Pugin ontleende thematiek van de ‘stad in het klein’ gebruikt.
  • Bovendonk is, net als bijvoorbeeld het Rijksmuseum, een voorbeeld van interpretatie en emulatie van een historisch voorbeeld, in dit geval de architectuur van het huis van Maarten van Rossum in Zaltbommel.
  • De geometrische patronen van de tegelvloeren in de gangen van het complex zijn ontleend aan de Dictionnaire raisonnée van Viollet-le-Duc.
  • Bij de bouw van het grootseminarie zijn de marmeren schouwen uit het voormalige zomerverblijf van monseigneur de Nelis hergebruikt in de hoofdvleugel.
  • Het complex is ontworpen op basis van een geometrisch raster dat zijn wortels heeft in de ontwerpleer van de Fransman J.N.L. Durand.
  • De logistieke indeling van Bovendonk is een uitwerking van de beproefde seminarieplattegronden van Haaren en Driebergen-Rijsenburg.
  • Cuypers grijpt in Hoeven terug op de kloostertypologie uit de renaissance en de barok, die gekenmerkt wordt door geometrische rasterplattegronden met vele binnenplaatsen en door kloostergangen ontsloten vleugels.
  • De voorgevel is ontworpen op basis van de gelijkzijdige driehoek, terwijl de verhoudingen van de zijgevels op de minder steile Egyptische driehoek zijn gebaseerd.
  • Het basisschema van de hoofdtrappen gaat terug op het trappenhuis van de directievilla van het Rijksmuseum.
  • Bovendonk is een van de vroegste complexen waar op grote schaal een CV-installatie is ingebouwd.
  • Het gehanteerde kleurschema in Bovendonk vertoont grote overeenkomsten met het ‘Oud-Hollandse’ kleurenschema van het Rijksmuseum, dat is gebaseerd op de kleurenleer van Georg Hirth. In Das deutsche Zimmer der Renaissance uit 1880 bepleitte Hirth de rehabilitatie van de kleur bruin. Cuypers werkt de belangrijkste principes uit dit werk in Bovendonk uit in directe samenhang met de materiaalpolychromie.
  • Het ontwerp van Bovendonk vertoont sterke overeenkomsten met andere late werken uit het oeuvre van P.J.H. Cuypers, in het bijzonder de Roermondse Teekenschool (1902-1904), de Maastrichtse Stichting Ridder Emile de Stuers (1901-1904), de Ursulinenkapel te Hamont (1912-1914), en de Lievevrouwekerk te Venlo (1912-1914).
  • Joseph Cuypers is niet alleen verantwoordelijk geweest voor de uitvoering van de bouw, maar heeft ook grote delen van het complex ontworpen. De refter en recreatiezaal zijn vrijwel zeker van zijn hand.
  • Het ontwerp van de voorgevel van de kapel door Joseph Cuypers vertoont opvallende overeenkomsten met de Amsterdamse Vondelkerk, ontworpen door P.J.H. Cuypers, en kan als eerbetoon aan zijn vader worden opgevat.
  • De iconografie van de kapel is grotendeels een herhaling van de iconografie van de voorgevel, gericht op de verbeelding van de rol van het seminarie bij de opleiding tot het priesterschap.
  • De noordvleugel is nooit van eigen toiletten voorzien geweest. De huidige toiletgroepen zijn pas bij een verbouwing in de jaren vijftig of zestig ingebouwd.
  • Het complex had oorspronkelijk geen badkamers wat opmerkelijk is gezien het feit dat ze wel voorkomen op oudere ontwerpvarianten van het complex.
  • Gelet op zijn aanwezigheid als één van de drie herders bij het Maria-altaar kan geconcludeerd worden dat Pierre Cuypers junior bij het ontwerp van de kapel betrokken is geweest.
 
Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

In de trappenhuizen beleef je de factor beweging.

Samenvatting onderzoek Bovendonk

— door Wies van Leeuwen

Ruimtelijke schepping

Als grote ruimtelijke schepping in neogotische stijl is Bovendonk een samenballing van de principes die het werk van vader en zoon Cuypers typeren. Het is een kwalitatief hoogstaand gebouw, ontworpen en uitgevoerd door architecten met decennia aan ervaring. En dat is te zien. Wie het gebouw omcirkelt herkent onmiddellijk elementen uit de silhouetten van het Amsterdamse Rijksmuseum, het Centraal Station en de Roermondse Teekenschool. Aan deze gebouwen spelen hoge leien daken, torens, smeedijzeren bekroningen, dakkapellen, trap- en tuitgevels een intrigerend spel, waarbij het silhouet steeds verandert. In weerwil van de bewogen, schilderachtige silhouetten is de opzet van Cuypers’ gebouwen de resultante van de zakelijke eisen die aan het ontwerp worden gesteld. Hij volgt daarin de zienswijze van de door hem bewonderde Engelse architect A.W. Pugin. Die beschrijft in 1841 hoe pittoreske schoonheid voortkomt uit de wijze waarop de bouwers van de middeleeuwen hun plattegronden en ontwerpen opzetten aan de hand van de wensen van de opdrachtgevers en de plaatselijke omstandigheden. Daarbij benadrukken Pugin en de evenzeer door Cuypers bewonderde Eugène Viollet-le-Duc dat ornament alleen mag dienen als verrijking van de hoofdconstructie.

Typologie plattegrond

In samenspraak met de opdrachtgevers gebruiken ze een al sinds decennia voor seminaries beproefde plattegrond. Hoogstwaarschijnlijk is deze voor het eerst ontwikkeld in het bisdom ’s-Hertogenbosch, waar Jacobus Cuyten met de Oisterwijkse architect H. Essens in 1834-1836 het grootseminarie van Haaren ontwerpt. Het wordt een sobere, haast classicistische baksteenbouw met een waardig fronton en torentje. Essens rangschikt drie vleugels rondom een cour die gesloten wordt met een driebeukige kapel. Bovendonk is de schilderachtige variant van deze opzet. Het gebouw vormt een rechthoek, waarvan drie zijden bestaan uit twee- en drielaags vleugels met zadeldaken en de vierde zijde gesloten wordt door de kapel. De plattegrond toont het streng volgehouden grid van vierkanten en rechthoeken. Dat grid is overduidelijk zichtbaar in de lijnen van de gewelven van gangen en zalen, maar ook in de bibliotheek en klaslokalen keert het terug in de ijzeren plafondbalken, die de traveeën aangeven.

Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

De hallen, de gangen op de begane grond en de refter en recreatiezaal zijn overdekt met kruis- en netgewelven in baksteen.

Constructie, ambachtlijkheid en materiaalgebruik

Bovendonk is een baksteenbouw, deels onderkelderd. De buitenmuren zijn versierd met speklagen, siermetselwerk en ornamenten in kalksteen, de ramen en beeldnissen hebben gebakken profielsteen met subtiele kleurverschillen tussen helderrood en bruinrood. De hallen, de gangen op de begane grond en de refter en recreatiezaal zijn overdekt met kruis- en netgewelven in baksteen, ook weer met gebruik van gebakken profielsteen voor de ribben en kleurverschillen in de steen. Minder representatieve ruimten zijn overdekt met in baksteen gemetseld troggewelfjes, rustend op ijzeren profielen. Zo ontstaan brandvrije constructies. De gangen en kamers zijn veel soberder en hebben gepleisterde muren. Naar boven toe wordt het gebouw soberder, tot de indrukwekkende houten kappen van de immense bergzolders.

De decoraties en raamvormen tonen het onderscheid tussen representatieve gangen en zalen en eenvoudige verblijfsruimten. Vergelijk bijvoorbeeld de getraceerde ramen van de bibliotheek met de schuiframen van de theologantenkamers en de boogramen van de refter met die van de toiletaanbouwen. In de refter vinden we ook de brede bogen, rustend op hardstenen kolommen. Zij geven extra ruimtelijkheid en de gepleisterde aanzetten der gewelven zijn voorzien van gestileerde geschilderde bladmotieven, ter accentuering van de constructie. De muren zijn hier ter bescherming voorzien van een lambrisering van geglazuurde baksteen. Ook de grote variatie in kapitelen tussen de open en gesloten kloostergangen is opvallend: binnen bladkapitelen, buiten eenvoudige lijstkapitelen. De bibliotheek is ook een constructief hoogstandje. Daar rusten de uit grenenhout opgebouwde galerijen op ijzeren profielen met geschilderde geometrische siermotieven. De profielbalk van de twee galerijen is met een smeedijzeren stang opgehangen aan de oorspronkelijk okerkleurig geschilderde moerbalken van het plafond. De kapel door Joseph Cuypers is uitwendig sober gedetailleerd en minder rijzig dan de oudere ontwerpen van Pierre Cuypers. Middenschip en zijbeuken zijn gebaseerd op de gelijkzijdige driehoek en tonen een verzorgde detaillering in baksteen met marmeren kolommen en decoratieve marmeren vloeren.

Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

De buitenmuren zijn versierd met speklagen, siermetselwerk en ornamenten in kalksteen, de ramen en beeldnissen hebben gebakken profielsteen met subtiele kleurverschillen tussen helderrood en bruinrood.

Cuypers wordt geroemd als de man ‘die alle ambachten kende’, niet in letterlijke zin maar ‘zeker voor zoover hij den aard van het materiaal en de bewerking daarvan moet begrijpen en daarnaar zijn vormen maken.’ Met zijn kennis en ervaring maakt hij Bovendonk tot een ruimtelijke en visuele eenheid. Als constructeur zal hij vanaf het eerste begin van zijn carrière, kort voor 1850, zeer uiteenlopende materialen gaan gebruiken, waarbij hij al vrijwel meteen afrekent met pleister- en stucwerk, dat hij als onwaardig surrogaat veroordeelt. Daarvoor in de plaats grijpt hij terug op de eeuwenoude baksteentraditie van Limburg. Verder past hij waar nodig uiteenlopende natuursteensoorten zoals hardsteen en mergel toe, al snel gecombineerd met ijzer. Ook hier is de Dictionnaire van Viollet-le-Duc een onuitputtelijke bron van inspiratie.

Rationeel door het ontwerpen op systeem

In Bovendonk gebruikt Cuypers baksteen, natuursteen, hout, ijzer en – niet zichtbaar – gewapend beton. Deze materialen stellen Cuypers in staat de inwendige bestemming van zijn gebouwen in het uitwendige uit te drukken, zoals zijn leermeesters het wilden. Die afwisseling van materialen en vormen geeft zijn gebouwen met een logische, rationele plattegrond een schilderachtig karakter. In de tweede helft van de negentiende eeuw vindt de overgang plaats van goeddeels op basis van ervaring en intuïtie geconstrueerde gebouwen, naar de berekening van constructies. Evenals zijn illustere voorbeeld, de Franse architect E. Viollet-le-Duc, is Cuypers van mening dat de stabiliteit van het gebouw wordt gewaarborgd door het gebruik van de juiste geometrische grondvormen. Cuypers senior zal zijn constructies dus waarschijnlijk nog niet berekend hebben, maar zijn zoon Joseph kan al wel tabellen voor draagsterkte gebruikt hebben. Cuypers garandeert de degelijkheid van zijn gebouwen door zijn ruime ervaring en intuïtie.

Hij baseert zijn gebouwen op geometrische grondvormen: het vierkant en de rechthoek. Daarnaast gebruikt hij de ranke gelijkzijdige en de iets minder rijzige Egyptische driehoek, die de basis vormen voor de gevels en de ornamenten. De rijzige voorgevel van Bovendonk is ontworpen op basis van de gelijkzijdige driehoek. In de soberder gevels van de zijvleugels vinden we de iets gedrongener proporties van de Egyptische driehoek.

Symboliek en iconologie

Net als deze gebouwen en in beginsel alle kerken is Bovendonk voor Cuypers de verbeelding van het Hemels Jeruzalem. In navolging van Alberdingk Thijms Heilige Linie vat Cuypers zijn kerken op als de verbeelding van het Hemels Jeruzalem op aarde. Het apocalyptische visioen van de evangelist Johannes inspireert hem levenslang. Zijn profane gebouwen krijgen een vergelijkbare symbolische lading. Ze verbeelden een ideale wereld, een stad-in-het-klein, als beeld van de corporatieve staat op katholieke grondslag. Een moreel verantwoord visioen: ieder kent zijn plaats, ieder heeft zijn rol. Daarnaast vertoont Bovendonk alle kenmerken van de Cuyperiaanse ‘stad-in-het-klein’. De Civitas dei, de Stad Gods van Augustinus is erin verbeeld. Het is daarmee de microkosmos van de in zichzelf besloten samenleving van professoren, priesterstudenten en huispersoneel. Het gebouw heeft net als andere kloosters en het Rijksmuseum een ‘stedelijk’ silhouet gekregen, met een afwisselend en schilderachtig dakenlandschap, topgevels en torens. Het beeld van de stad-in-het-klein is voor de bezoeker die de groene oprijlaan en daarna het voorplein betreedt overduidelijk zichtbaar aan de drie trapgevels van de voorbouw. Ook van opzij en op de binnenplaats is deze symboliek zeer sprekend aanwezig in de vooruitspringende trapgevels van de trappenhuizen van de noord- en zuidvleugel en de voorbouw.

De factor beweging

In de ‘stad’ Bovendonk buiten vader en zoon Cuypers de factor beweging ten volle uit. Door de ramen van de kloostergangen heen veranderen gevel en silhouetten van de vleugels voortdurend. Wie de trappenhuizen betreedt maakt kennis met wisselende ruimten. Door bogen en nissen zijn steeds weer andere gewelfvormen en plafonds te zien. De gangen en zalen functioneren als de ‘straten’ van de stad en bieden met hun op organische bruin- en bronstinten gebaseerde kleurstellingen een steeds wisselend beeld aan de bezoeker. Vooral de tegelvloeren en het glas-in-lood spelen daarin een belangrijke rol.

Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

De factor beweging komt vooral tot zijn recht in de gangen en zalen met zijn tegelvloeren en glas-in-lood, doordat ze met hun kleurstellingen een steeds wisselend beeld geven aan de bezoeker.

Priesteropleiding

Door het vermengen van de gotiek en de Oud-Hollandse stijl maakt Cuypers in Bovendonk als het ware duidelijk dat ook de priesters die in daar worden opgeleid deel hebben aan de Nederlandse cultuur. Bovendonk draagt ook uit dat het samenlevingsverband van professoren, priesterstudenten en personeel een microkosmos is van de maatschappij op katholieke grondslag. Daarbij is de voorgevel het frontispice van het gebouw, de titelpagina die de functie verklaart. Dat blijkt uit de voorstellingen in de voorgevel en uit het educatieve programma in de kapel. Beide zijn gericht op de verbeelding van de rol van het seminarie bij de opleiding tot het priesterschap.

Vader en zoon Cuypers

Het seminarie is een laat werk van het bureau Cuypers. Het schijnbare gemak waarmee het geheel is opgezet en uitgewerkt verraadt de ervaring van de architect van het Rijksmuseum. Het vertoont echter een combinatie van soberheid en afgewogenheid die het laat passen tussen late werken als het klooster van Keer bij Maastricht, de Ursulinenkapel te Hamont en de Lievevrouwekerk te Venlo. Als we in Bovendonk proberen de hand van vader en zoon te herkennen, dan is dat niet gemakkelijk. De tekeningen zijn getekend door vader Cuypers, de schilderachtige vormentaal van Bovendonk verraadt in de afwisseling van baksteen en lichte natuursteen, de compositie en detaillering overduidelijk de hand van vader en zoon. De rationele opzet van het geheel is ook zichtbaar in het materiaalgebruik en de toegepaste constructies. Daarin verraadt zich ook de hand van de aan de Polytechnische School te Delft geschoolde Joseph Cuypers.

Het ligt voor de hand te veronderstellen dat vader Cuypers zich bij Bovendonk wel heeft bemoeid met de hoofdopzet en veel details – dat kon hij toch niet laten – maar dat ontwerp en detaillering goeddeels van de hand van Joseph zijn. Het seminariegebouw is door vader en zoon zeker opgevat als een typisch product van het bureau Cuypers, waarin Joseph al sinds 1885 nauw samenwerkt met zijn vader en vanaf 1898 de overhand heeft. Ondanks de verschillen in detaillering en de contrasten tussen rijkdom en soberheid vertoont het gebouw een onmiskenbare eenheid en daarmee alle kenmerken van een werk van het bureau Cuypers. Het onderzoek was in handen van David Mulder, Wies van Leeuwen en Bernadette van Hellenberg Hubar. De laatste heeft de verschillende bijdragen aangevuld en in één rapport samengebracht, dat redactioneel getoetst werd door Marij Coenen.*

Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

De architecten Pierre, Joseph en Pierre junior Cuypers als herders bij het Maria-altaar.

Naschrift en downloadlink

— Door VanHH.org

Voortschrijdend inzicht — Ruim 10 jaar na dato is er zeker sprake van kenniswinst als het gaat om grote en langdurige projecten als Bovendonk. Door het onderzoek naar de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal in Haarlem en de Joseph Cuypers Collectie in Roermond is het wel duidelijk dat de samenwerking tussen de vaders en zonen Cuypers niet altijd even eenduidig is. Wies van Leeuwen geeft in zijn samenvatting al aan dat Joseph vanaf 1889 de overhand heeft op het bureau in Amsterdam. Cuypers is al overwerkt als in 1892 de vertrouwensbreuk met Stoltzenberg plaatsvindt, waarna hij zich terugtrekt in Valkenburg. Net nadat hij terug verhuisd is naar Roermond (in 1898) overlijdt zijn vrouw, Nenny, waarop een tweede inzinking volgt. Terecht meent Wies (hierboven) dat je je kunt afvragen wat de oude Cuypers nu echt aan het ontwerp van Bovendonk heeft gedaan, behalve het ontwerp van Joseph Cuypers en zijn medewerkers kritisch volgen en tenslotte goedkeuren. De geschiedenis herhaalt zich in 1922, want dan vormen Joseph en zijn zoon Pierre J.J.M. het architectenteam Cuypers. Zo zijn de torens van de nieuwe Bavo die na 1925 zijn ontworpen, van de hand van Pierre J.J.M. die het hele project ook heeft begeleid; dit alles onder de vleugels van zijn vader. Dit is de reden waarom we tegenwoordig van de architecten Cuypers zouden moeten spreken. Vanaf het moment dat Joseph afstudeert, in 1883, en aan de slag gaat in Architectuur, zoals het bureau in de familie genoemd werd, is het afgelopen met de solopositie van zijn vader. Op zijn beurt geeft Joseph na de Eerste Wereldoorlog het estafettestokje door aan zijn zoon die bij Bovendonk zeer waarschijnlijk een positie verdient als co-architect.*

Het rapport en latere publicaties — Het rapport over Bovendonk kan als onderdeel van het educatieve fonds Cuypers4all gratis gedownload worden via http://bit.ly/Cuypers-Bovendonk. Delen ervan zijn inmiddels gebruikt voor de monografie Lindeijer, Marc, Jan Brouwers, David Mulder, en Hans de Jong. Seminarie Bovendonk: reisgids door een monument, 2018. De daaraan opgenomen teksten van David Mulder zijn collegiaal getoetst door Bernadette van Hellenberg Hubar. In de literatuurlijst staat ten onrechte Herman Heuver bij de auteurs, terwijl de inbreng van Bernadette van Hellenberg Hubar en Marij Coenen achterwege is gelaten. Herman van Heuver was opdrachtgever, Bernadette was co-auteur en samensteller van het rapport en Marij eindredacteur.

Eveneens in 2018 is een publicatie van de heemkundevereniging verschenen: Caulil, C.M.M. van, Hans de Jong, P.C Lauwerijssen, A.J.M Vermunt, Rieni Voermans, A.P.F Wouters, en Stichting Priesteropleiding Bovendonk (Hoeven). Uythof Bovendonk: centrum van West-Brabant. Hoeven: Stichting Bovendonk, 2018.

Voor beide publicaties heeft Bea Hoeks – een deel van – de fotografie en/of vormgeving verzorgd. Als lid van de Facebookgroep Nederlands Religieus Erfgoed zorgt ze ervoor dat dit deel van Nederland in de aandacht blijft staan.

In het kader van de Open monumentendagen in 2019 is Bovendonk als locatie opgenomen in de Open Monumenten Special over de Bernardusdagen (25 augustus, 1, 8 en 15 september). Een mooie gelegenheid om meteen dat andere bijzondere werk van Pierre J.H. Cuypers te zien, de Sint Pieter in het klein in Oudenbosch. Klik op onderstaand plaatje voor een vergroting van de route!

Kennis delen — Zoals hiervoor al aangestipt, is VanHH.org op dit moment als schrijverscollectief intensief bezig met de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond, onderwerp van het volgende e-boek. Dit project komt met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten als de bovenstaande een nog grotere actieradius bereiken!

In Cuypers4all zijn ook andere onderzoeken en artikelen over de architectenfamilie Cuypers te vinden die tot het publieke domein horen. Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.*

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &

  • Hella S. Haasse, 1987, geciteerd naar: Retour Grenoble. Anthony Mertens in gesprek met Hella S. Haasse, Amsterdam 2003, p. 47.
  • De volledige titel luidt: Hubar, Bernadette van Hellenberg, A. J. C (Wies) van Leeuwen, en David Mulder. Bovendonk te Hoeven, Cultuur- en bouwhistorische analyse van het voormalige seminariecomplex van Pierre J.H. en Joseph Th.J. Cuypers. Onder redactie van Marij Coenen. Erfgoed in ontwikkeling. Ohé en Laak/Horn: Res nova-VanHH.org, 2008. http://bit.ly/Cuypers-Bovendonk. Het project werd uitgevoerd met mijn vorige bedrijf Res nova.
  • Dit zal nog duidelijker worden als Gert van Kleef klaar is met zijn promotieonderzoek naar het kerkelijke oeuvre van Joseph Cuypers.
  • Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.

De verkorte link van dit item is http://wp.me/P4eh3s-DR of http://bit.ly/1PHUJEz.

← Naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment!

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Leegte | Medersa Ben Youssef in Marrakesh

Leegte

Leegte | Ben Joesoef Madrassa | Medersa Ben Youssef te Marrakesh (gebouwd circa 1570, gerestaureerd in 1950), gezien naar het oosten (maart 2014).


‘t Hele universum in de wand
Een duizelingwekkende
stapeling van vormen
 in verticaal geordende
cassettes waar een
statige cadans van
hoekige pijlers
ritmiek aan verleent
Gaan lijnen van robuust
naar uiterst teer
Het filigrein van de ornamenten
herhaalt de thema’s keer
op keer in de minutieus
gedetailleerde velden
waar stijlen en bogen variëren
en ieder vak weer
deelbaar blijkt
totdat alleen nog
leegte rest tussen de
geslonken vormen
waarvan de contour
de ruimte ontvouwt
als holtes begrensd
door hout, pleister en steen

Leegte | De binnenplaats van Ben Joesoef Madrassa | Medersa Ben Youssef te Marrakesh (gebouwd circa 1570, gerestaureerd in 1950), gezien naar het oosten (bvhh.nu, maart 2014).
__________________

Postscriptum — Leegte, heilige leegte. Ook zo’n thema dat oost en west verbindt. Je komt het al tegen in het vorige gedicht over de Medersa Ben Youssef (de Ben Joesoefmadrassa): ‘Atomen’.* Eén van de eerste keren dat ik me van de rol van leegte opvallend bewust werd, was in de moskee van Tbilisi.* Ook toen ging het om iets ouds, iets wat in mijn geheugen was blijven zweven sinds mijn studietijd. Als ik in gedachten terug ga, kom ik uit bij mijn afstudeerscriptie over de Servaaskerk in Maastricht, waar de – symbolische – troon van de keizer leeg was.* Op die leegte ben ik nader ingegaan in mijn boek over de nieuwe Bavo, waar de kennismaking met de islamitische architectuur in Marrakesh een niet weg te denken bijdrage aan geleverd heeft.

Is dat dezelfde leegte die ik hier beschrijf?

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (volledige titels zijn te vinden in de bibliografie):

  • Zie ook de gedichten Atomen, Tijd en slijt en Op het oosten in deze cyclus. Voor informatie over de Ben Joesoefmadrassa (1570), een van de belangrijkste Koranscholen in de islamitische wereld destijds, zie het lemma op Wikipedia en het hieronder geciteerde boek uit 1999.
  • Volg deze link voor de moskee van Tbilisi.
  • Ik zie ons als studenten in 1978 nog staan bij de zetel onder de halfkoepel in de westbouw, waarboven zich de met zo lege, overkoepelde keizerzaal bevindt. We kregen uitleg van Aart Mekking, specialist architectuur iconologie en later hoogleraar in Leiden (nu allang weer met emeritaat), die een vergelijking trok met de de doorgaans lege troon van de keizer in de Paltskapel van Aken.
  • Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem (2016). Wil je weten op welke pagina’s de betreffende begrippen in het boek zijn behandeld, bezoek dan het register op deze site.
  • Triki, Hamid en Alain Dovifat, Medersa de Marrakech, met bijdragen van Yves Pochy en Jacques Vignaud, Rigueur et modernité, en Jean-Paul Saint-Aubin, L’image et la realité de l’architecture, Parijs 1999.
  • Hoe kwam ik er ook alweer bij om gedichten te schrijven?

Ben je in Marrakesh, dan moet je zeker een kijkje gaan nemen bij de Medersa Ben Youssef:

Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Leegte | Medersa Ben Youssef in Marrakesh”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2014. bit.ly/2zfKoAN-Gom.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2zfKoAN-Gom

← Terug naar de hoofdpagina!

Cyclus Marrakesh

 


Marrakesh 2014 | Les trois Pilliers

Via bovenstaande titels kom je terecht bij de gedichten die ik tijdens mijn verblijf in Marrakesh in maart 2014 heb gemaakt. Het was mijn eerste bezoek aan Marokko, wat zonder meer voor herhaling vatbaar is. Aan de Medersa Ben Youssef van Marrakesh heb ik soort minicyclus gewijd (het derde tot en met zesde gedicht), geïnspireerd door de vele verbanden tussen de historische, sacrale architectuur daar en die in onze contreien. Hoewel dit thema me sowieso aan het hart gaat, had en heeft mijn belangstelling hiervoor primair te maken met het onderzoek naar de nieuwe Bavo van Joseph Cuypers in Haarlem (1895-1930). In dit gebouw werden voor het eerst – en dat nog wel in een kathedraal – Arabische motieven verwerkt, iets waar de architect eer mee inlegde. Gemene deler blijkt de Moorse architectuur in Spanje te zijn. Je leest er meer over in het naschrift bij de gedichten.

Voor wie een keer op een hele plezierige manier in Marrakesh wil verblijven, kunnen wij Les trois Pilliers van harte aanraden.* Het is een gastenverblijf in een ‘compound’, of – zoals men daar zegt – in een jardin. Het leuke ervan is dat je midden tussen de plaatselijke bevolking zit en niet in een Westeuropese kolonie die overal elders in een warm land had kunnen liggen.

Voor wie van architectuur houdt is het een feest: bij de woonwijk is namelijk qua vormgeving ingespeeld op de genius loci, waardoor je geen anonieme blokken hebt, maar straten met speelse inkijkjes onder een reeks van bogen die – zo lijkt het – in versneld perspectief naar het eindpunt voeren.

Een van de straatjes van de 'jardin' in Marrakesh, waar zich Les trois pilliers bevindt (2014).

Een van de straatjes van de ‘jardin’ in Marrakesh, waar zich Les trois pilliers bevindt (2014).

Kortom, een prima uitvalsbasis om de medina van Marrakesh te bezoeken.

Een beeld van de sfeer in de soeks van Marrakesh (2014).

Een beeld van de sfeer in de soeks van de medina van Marrakesh (2014).

Wordt vervolgd!

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

  • Voor meer informatie over en contactgegevens van Heimerick Tromp, zie LinkedIn.*
  • Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH2Marrakesh

Hommage aan het team

Dit webartikel, dat ik in 2013 schreef lopende het onderzoek voor de nieuwe monografie over de Haarlemse kathedraal, is daarin verwerkt. Wil je het boek over de nieuwe Bavo (2016) bestellen, surf dan naar http://bit.ly/Bavo-Ao.

Lettertekens en emblemen in de galerij onder de lichtbeuk van de apsis. Wat is wat?
Lettertekens en emblemen in de galerij onder de lichtbeuk van de apsis. Wat zou het allemaal betekenen?

Toen ik bij mijn eerste bezoek aan de nieuwe Bavo de steigers in het hoogkoor beklom, attendeerde de projectarchitect, Louis Gerdessen van Van Hoogevest Architecten, me op allerlei letters en tekens die in de smalle galerij onder de lucida of lichtbeuk van de apsis waren aangebracht. Hij was benieuwd waar die tekens op sloegen en waarom ze op zo’n onzichtbare plaats waren aangebracht. In mijn gesprek met een van de zonen van kunstenaar Han Bijvoet die zijn leven lang in en aan de kathedraal gewerkt heeft, merkte deze op dat bisschop ‘Callier, en ook de door hem uitgenodigde werkers, Dan Brown-achtige verwijzingen hebben achtergelaten naar teksten die heel bijzonder en in vergaand detail het decoratief programma van de Bavo bepalen’. Een mooiere typering is haast niet denkbaar, want dat achter de Bavo een net zo hermetisch als hermeneutisch programma schuilgaat staat wel vast: hermetisch omdat het een gesloten geheel vormt waarvan nog lang niet alle sleutels bekend zijn, hermeneutisch omdat de kerk vol symboliek zit die sterk religieus en theologisch doordesemd is en vol archetypische verwijzingen zit.

Het grappige is dat als we dit vandaag de dag snel duidelijk willen maken de naam van Dan Brown valt. In de tijd zelf zal vooral aan J.A. Alberdingk Thijm gedacht zijn: deze kunstcriticus en oudheidkundige, romanschrijver en dichter, koopman en hoogleraar aan de Rijksacademie van Amsterdam speelde op de achtergrond van verschillende projecten van zijn zwager Pierre Cuypers senior een inhoudelijke rol. Bij het Rijksmuseum werd zijn invloed nog eens uitvergroot door de betrokkenheid van hun ‘partner in crime’, Victor de Stuers, die zich bij die gelegenheid als een echte ‘beelddenker’ ontpopte. Ook bij de nieuwe Bavo is Thijms handboek over de kerkbouwsymboliek – De Heilige Linie (1858) – van grote betekenis geweest. Jan Stuyt verhaalde later dat hij er zowat mee opstond en naar bed ging, terwijl Joseph dit werk een centrale plaats gaf in de herdenkingsprent die hij na de dood van zijn peetoom maakte.*

Het hoogkoor met de apsis voor de restauratie.
Het hoogkoor met de apsis voor de restauratie. In de galerij vóór de mozaïeken van Henk Hilterman onder de lucida of raampartij van de apsis bevinden zich de lettertekens en emblemen (met dank aan Stephan van Rijt).]

Een van de passages in dit boek betreft de veelzijdigheid van de middeleeuwse architect, die in alle vakken doorkneed was:

‘Ziet gindschen geleerden kloosterling van St Gall, die in zijne cel eene verhandeling schrijft over de symboliek der kerkvormen […]: die zelfde schrijver is een kunstenaar, is een kerkenbouwer en muzikus. De Magister artium betoogt voor zijne leerlingen, dat de acht kerketonen aan acht verschillende gemoedsstemmingen bij den Christen beandwoorden, en hoe ze daarmee in over-een-stemming komen. Hij begeeft zich te midden van het werkvolk, dat zijn bouwplan eener kerk uitvoert. Die bouwing geschiedt natuurlijk met al de kerkelijke voorbereiding en bestiering, die een goede uitkomst aan het werk kan helpen verzekeren, en die door de liturigische wetboeken geregeld is. Het wordt eene romaansche kerk, met eene apside, die mysterieus verlicht zal zijn door zeven vensters. De monnik zal ginder in zijn boek gezegd hebben, dat de vensters de zinnebeelden van ons verkeer met den Hemel zijn, en dat het getal zeven een heilig getal is, dat, onder anderen, ook de zeven gaven van den H. Geest, en de zeven Sakramenten aanduidt’.*

Je staat er van te kijken hoe sterk deze passage van toepassing is op de nieuwe Bavo, want in de zeven dubbelvensters van de apsis zijn, naast de zeven regels van het Onze Vader, de zeven sacramenten en de zeven gaven van de heilige Geest gesymboliseerd. Dat wordt bevestigd door de Haarlemse priester M.A. Thompson die bij gelegenheid van de kerkwijding in 1898 een boekje over de symboliek van de kathedraal publiceerde. Maar dat is niet het enige: de verwijzing naar Sankt Gallen brengt ons bij een van de zeer weinige, originele middeleeuwse plattegronden die bekend zijn, in dit geval uit de negende eeuw. Het aparte van de kloosterkerk die daarop staat aangegeven is dat zich zowel aan de oost- als aan de westzijde een apsis bevindt – vergelijkbaar met de basiliek van Trier – die beide omringd zijn door een ambulatorium of omgang. De magister artium die zich alle kunsten meester heeft gemaakt, was verantwoordelijk voor het ontwerp dat hij te midden van kundige werklieden tot een goed einde heeft gebracht. Dit is ook wat voorgesteld wordt op de archiefkast die vader en zoon Cuypers voor kasteel De Haar hadden bedacht, met de zeven vrije, theoretische kunsten boven en een zelf bedachte versie van de zeven mechanische, toegepaste kunsten onder.*

Pierre en/of Joseph Cuypers, Archiefkast voor kasteel de Haar (1893?)
De archiefkast van vader en zoon Cuypers voor kasteel De Haar (1893?) met de vrije, theoretische kunsten boven en een eigen versie van de mechanische, toegepaste kunsten onder (verblijfplaats: Museum Cuypershuis te Roermond).

Van magister artium naar magister operum (de meester van de werken) is slechts één stap. Niemand heeft deze figuur zo lyrisch neergezet als de beroemde Goethe (1773) die helemaal verrukt was van de kathedraal van Straatsburg en zijn middeleeuwse architect ‘meister’ Erwin van Steinbach. Ruim een halve eeuw later nam de Franse architect en oudheidkundige E.E. Viollet-le-Duc het stokje over door van de ‘maître de l’oeuvre’ een rolmodel te maken. Deze meester voerde de directie over de bouwloods bij de kathedraal, het ‘maison de l’oeuvre’, waar ook de ‘maitres oeuvriers’ verbleven, de meesters in de verschillende kunsten die betrokken waren bij de totstandkoming van de kathedraal. Het zal niet verbazen dat we hen ook op de archiefkast aantreffen. Eerder al had Cuypers senior de meester van het werk met zijn opzichter en kunstenaars afgebeeld op de voorgevel van het Rijksmuseum.*

Deze uitweiding was nodig, want dit is nu precies het thema van de door elkaar slingerende letters en tekens in de smalle galerij onder de lucida van de apsis in de nieuwe Bavo. Je zou kunnen stellen dat Joseph Cuypers voor een meer gesublimeerde uitvoering koos, qua dispositie bepaald niet minder verheven, maar wel veel meer versluierd in de haast onbereikbare galerij op het niveau waar normaal heiligen de band tussen hemel en aarde bevestigen. Wat zegt het dat juist hier de architect en zijn team zijn weergegeven? Mogelijk kan het antwoord gevonden worden bij een ander door en door Thijmiaans motief, dat diep in de klassieke oudheid geworteld is: de architect als de aardse tegenhanger van de goddelijke demiurg, de deus artifex, oftewel, zoals de oude Cuypers stellen zou, ‘den grooten Bouwmeester en Kunstenaar’ die het universum had geconstrueerd. Deze analogie leidde in De Heilige Linie tot typeringen van de aarde als ‘den grooten tempel Gods’ en vice versa van de kerk als ‘eene afbeelding der wereld’.* Elders beschreef Thijm de gelijkenis als volgt:

‘De Bouwkunst is, als ‘t ware, eene door het menschelijk genie gestichte tweede natuur, die, even als Gods groote natuur, alle vormen, door haren maker (hier de menschheid) rechtstreeks gewrocht, behoort te beheerschen’.*

Zo komen we weer terecht bij de magister operum die als leider van de bouwloods alle vormen beheerst, zowel in de zin van bepalen als deskundig zijn. Hij is immers niet alleen de dirigent, maar ook de magister artium. In de galerij wordt het monogram van Joseph Cuypers dan ook gecombineerd met een embleem waarin cirkel, vierkant en driehoek zijn weergegeven, de universele schema’s aan de hand waarvan God de schepping heeft gemaakt. Tevens zijn het de symbolen van de eeuwige en de tijdelijke orde, van hemel en aarde.

De monogrammen van het corps van de magister operum van de nieuwe #Bavo te Haarlem
De monogrammen van de magister artium of operum van de nieuwe Bavo te Haarlem en zijn team: van links naar rechts en onder naar boven volgen de initialen en de emblemen van de betrokken figuren: de architect en zijn hoofdopzichter en opzichter, de aannemer, de metselaarsbaas en de onderbaas van de aannemer. Hun tekens worden (hieronder) verklaard door Thompson.

Een zeer nauwkeurige beschrijving van het gehele team vinden we bij Thompson:

‘In vele kathedralen en abdijkerken vindt men nog heden ten dage de namen van de bouwmeesters en de werklieden bewaard en dit wel op verschillende wijze. Nu eens in letterschrift of symbolische figuren, dan weer in gebrandschilderde vensters of aan het reliëf beeldwerk van orgels en predikstoelen. Ook de nieuwe St. Bavo heeft dit gebruik willen eerbiedigen en daarom heeft men aan de namen en symbolische werkteekens van bovengenoemde mannen ter eeuwige en roemrijke gedachtenis een plaats gegeven op de onderste linteaux van den ronden koormuur in het presbyterium, en wel in deze volgorde: Van uit het midden naar het zuiden:
1. Jos. Th. J. Cuypers, architect der kathedraal, die door de conceptie en uitvoering van het monument een keer te meer bewezen heeft een grooten en waardigen naam waardig te kunnen dragen en hoog te houden. Aan de eene zijde staat het monogram van zijn naam, aan de andere zijde het drievoudig werkteeken n.l.

de cirkel, als symbool der eeuwige orde.
het vierkant, als symbool der tijdelijke orde.
de driehoek , als symbool der stabiliteit en harmonie.
2. Jan Stuyt, de wakkere hoofdopzichter van het werk, die meer dan berekend voor zijn taak, wat in het bouwplan en de opvatting van den architect besloten lag, in ontelbare fijne en onberispelijke werkteekeningen heeft uitgevoerd. Bij zijn monogram vindt ge den symbolischen passer. Onder zijne scherpzinnige leiding waren nog met grooten ijver en toewijding als teekenaars werkzaam J. Teppema en Jac. Heemskerk.
3. Jac. Etmans, de opzichter, die met alle zorgvuldigheid over de uitvoering gewaakt heeft. Bij zijn monogram staat als werkteeken de driehoek.
Van uit het midden naar het noorden:
4. G. Hulsebosch, de aannemer met nijvere en bekwame hand het geheele raderwerk ineenzettend. Bij zijn monogram staat dan ook het rad als symbolisch werkteeken.
5. P. van Paradijs, die als metselaarsbaas, en
6. P. C. Tulp, die als onderbaas van den aannemer heel de structuur van het gebouw met al zijne geledingen en zijne technieke schoonheid omhoog deden rijzen en in het metselwerk en in de behandeling van de onderdeelen der kathedraal een waar meesterwerk geleverd hebben. Naast hunne monogrammen staan er tevens de werktuigen van hun arbeid verzinnebeeld, de troffel, schietlood en maatlat’.
*

Na dit verhaal mag je wel stellen dat de zoon van Han Bijvoet er bepaald niet naast zat: de nieuwe Bavo is tot het kleinste detail zeer doordacht ontworpen. Het maakt me nog nieuwsgieriger naar wat het onderzoek verder gaat brengen.

Naschrift

Naar aanleiding van dit verhaal, attendeerde Huib Koudstaal van Van Hoogevest Architecten me er op dat er sterk gelijkende symbolen in de glazen van de sacristie van de nieuwe Bavo zitten. Hier gaat het niet alleen om het bouwvak, maar ook om andere emblemen, zoals een kroon en een bonnet (hoofddeksel van de priester), een schop met een juk (boerenbedrijf) et cetera.

Huib Koudstaal Van Hoogevest nBavo sacristie-P1010645 Huib Koudstaal Van Hoogevest nBavo sacristie-P1010646
Detail van de ramen in de parochiële sacristie van de nieuwe Bavo. Ze dateren van de eerste bouwfase (1895-1898) en zijn ontworpen door de firma Cuypers & Co. *

Daar kom ik nog een keer op terug.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Bronnen

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar bronnen die hierna vermeld worden:

  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997.
  • Groenewald, S.G., De positie van de beeldende kunsten (binnen de vrije en de mechanische kunsten), op: Digischool 2010.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997: de magister operum, pp. 42-44, 56-59; de achtergronden van J.A. Alberdingk Thijm, pp. 62-65; de herdenkingsprent voor Thijm van Joseph Cuypers, p. 63; de analogie tussen aardse en hemelse bouwmeester, pp. 35; 120; de bouwkunst als een tweede natuur bij Thijm, pp. 342-343.
  • Leeuwen, Wies van, conceptbijdrage publicatie Jan Stuyt in samenwerking met F. van Gaal en T. van Oeffelt, te verschijnen in 2014.
  • Ruyven-Zeeman, Z. van, De glazen van de Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem 1897-1959, Rapport over de kunsthistorische waarde van de beglazing in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, Maastricht/Haarlem 2009.
  • Thijm, J.A. Alberdingk, ‘De Heilige Linie, proeve over de oostwaardsche richting van kerk en autaer als hoofdbeginsel der kerkelijke bouwkunst’, in: Sterck, J.F.M., red., J.A. Alberdingk Thijm, werken IV, kunst en oudheidkunde I, Amsterdam/Den Haag 1909 (1e dr. 1858), pp. 1-198: magister artium bij Sankt Gallen, pp. 62-63.
  • Thompson, M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898: programma lucida, pp. 40-41; bouwteam: pp. 94-95.
  • Wikipedia: kloosterplan van Sankt Gallen.

De voorgaande gegevens zijn verzameld in het kader van de waardenstelling die ik geschreven heb ten behoeve van de restauratie van de nieuwe Bavo. Dit project wordt uitgevoerd in opdracht van de stichting kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort, de gemeente Haarlem, Van Hoogevest Architecten te Amersfoort, Judith Bohan Interieur Restauratie te Haarlem, Davique Sierschilderwerk te Moordrecht en Bam Schakel & Schrale (Amsterdam, Roermond).

Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-7q