Een ster en een kroon (2016)

Een ster en een kroon — Wat heeft dit wapen nu met Driekoningen te maken, hoor ik je denken. Als je kijkt naar de volledige afbeelding onder deze link, kom je waarschijnlijk niet veel verder, want wat verbindt zo’n feestcantate met de drie wijzen uit het oosten? Het antwoord ligt verborgen in de naam boven het wapen: monseigneur C.J.M. Bottemanne (1823-1903), de vierde bisschop van Haarlem sinds 1853, het jaar van het herstel van de kerkelijke hiërarchie in Nederland. Voor hem werd dit blazoen namelijk ontworpen, toen hij in 1883 aantrad. Misschien begint er een lampje te branden als je weet wat zijn roepnaam was: Caspar.

Tijdens mijn onderzoek afgelopen twee jaar naar de nieuwe Bavo, vond ik in het Noord-Hollands Archief een artikel over dit wapen in het Maandblad van het Genealogisch-heraldiek genootschap “De Nederlandsche Leeuw” (1884). Zowel de vereniging als het  tijdschrift bestaat nog steeds. De auteur, L.J.A. Braakenburg, begint met zijn vooral protestantse lezerspubliek uit te leggen dat ‘Hoogwaardigheidsbekleeders in de Catholieke kerk een zegel moeten hebben’. Dat was nodig om officiële stukken te kunnen bezegelen. Nu was een van de hoogleraren van het grootseminarie Warmond, waar Bottemanne als president leiding gaf voor hij tot bisschop werd benoemd, zo goed geweest Braakenburg het groot- en kleinzegel te sturen. Dat beschrijft hij als volgt:

‘Het wapen omgeven door de attributen der bisschop-waardigheid [kruis, mijter, staf, platte hoed met tien kwasten], eigen is;
doorsneden 1. van azuur [blauw] beladen met een zespuntige ster van goud.
2. van keel [rood] beladen met eene gouden zevenpuntige Oostersche koningskroon, op den rand versierd met roode edelgesteenten (gemmae).
Devies: “Omnia in Charitate.” [Alles in liefde]
Randschrift van het groot zegel is: Sigillum Casparis Joseph Martini Epi. Harlemen [zegel van Casper Joseph Martinus bisschop van Haarlem].
Men zou oppervlakkig uit de beschrijving geen “sprekend” wapen herkennen. En toch is dit zoo.
Toen de Zaligmaker geboren was, togen de drie wijzen uit het Oosten op naar Palestina om Jezus hunne hulde te brengen. Hunne namen waren: Balthazar, Caspar en Melchior. De ster wees aan den blauwen hemel hun den weg, verder heeft de kroon betrekking op hun’ vorstelijken stand, terwijl rood de kleur der Oosterlingen is.
De verdere verklaring van ’t wapen als “sprekend” te zijn, is niet noodig. Want een der voornamen van den Bisschop is die van een der koningen’.*

Sprekend of niet, wat zegt het dat Bottemanne zich als een van de wijzen uit het oosten profileerde? Het sluit in ieder geval prachtig aan bij het oriëntalisme in Nederland dat eind negentiende eeuw aanwakkerde. Hoe belangrijk dit is geweest voor de nieuwe Bavo, laat de prachtige koepel van Joseph Cuypers op de kathedraal (1906) iedere dag weer zien. Dankzij de herleving van de visie en denkbeelden van Thomas van Aquino kon dit oriëntalisme katholiek ingekaderd worden. De belangstelling voor de Oriënt bevorderde ondertussen een groeiende belangstelling voor het land waar Christus leefde, Palestina. Zo trok pastoor A.H.W. Kaag, een van Bottemanne’s redacteuren bij de katholieke pers, in 1895 naar het heilige Land om onder meer Kerstmis in Bethlehem bij te wonen. In de literatuur heet het dat de eerste Nederlandse pelgrimstocht naar het heilige Land in 1905 heeft plaatsgevonden, maar dat klopt toch niet. In De Tijd van 12 december 1894 staat een advertentie voor een ‘Bedevaart naar het Heilige Land’, onder ‘geestelijke leiding van den Weleerw. Heer Pastoor A. Kaag’. Kaag ging dus niet zomaar als toerist op reis, maar had de zorg voor ‘ten hoogste 16 katholieken’. In 1898 doet hij uitvoerig verslag van deze pelgrimstocht in weekblad Sint Bavo.*

Historische foto van de grotstal van Bethlehem, waar Christus geboren is (circa 1895)
Historische foto van de grotstal van Bethlehem, waar Christus geboren is en herders en wijzen hem kwamen bezoeken. Ontleend aan het artikel van A.H.W. Kaag over de bedevaart naar Palestina in 1895.

Of Bottemanne zelf nog het heilige Land had willen bezoeken? Dat is zeker niet uitgesloten, maar de bisschop kampte met twee hindernissen: allereerst was het de vraag of hij het verantwoord vond om zijn diocees, en daarmee zijn kudde, zo lang te verlaten. Kaag was immers alles bij elkaar ruim een jaar afwezig. Maar er was een nog grotere handicap. Bottemanne was begin jaren negentig al vrijwel blind. Je kunt je voorstellen dat Kaag bij hem op audiëntie is geweest om te vertellen over zijn reis. We mogen in ieder geval aannemen dat de bisschop met veel belangstelling zijn artikelen in weekblad Sint Bavo gevolgd heeft. Hoe zou dat geweest zijn? Zelf krijg ik een beeld van een winterse avond bij de haard in februari 1898: terwijl zijn secretaris hem het reisverslag van Kaag voorleest, vertrekt Bottemanne in gedachten naar het heilige Land. Als een van de drie wijzen volgt hij de ster naar Bethlehem om de nieuwe Koning te aanbidden en hem goud, wierook en mirre te offeren.

Deze scène is verschillende keren in de kathedraal uitgebeeld. Waar zou dat precies zijn?

B.1

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie & bestelgegevens

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de volgende informatie en bronnen:
  • Hellenberg Hubar, Bernadette van,De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Met name hoofdstuk 4 en hoofdstuk 6 gaan over Thomas van Aquino en het oriëntalisme van Joseph Cuypers.
  • Hellenberg Hubar, Bernadette van, ‘Driekoningenfeest’, op: Ithenisnow.nl | http://bit.ly/1O3uxFL (2016): over het volksfeest dat in het bisdom Haarlem in onbruik was geraakt.
  • Braakenburg, L.J.A., ‘Het wapen van den tegenwoordigen Bisschop van Haarlem, Mgr. C. J. M. Bottemanne’, in: Maandblad van het Genealogisch-heraldiek genootschap “De Nederlandsche Leeuw” (1884), p. 81.
  • Delpher, berichten over de bedevaart van A.H.W Kaag in Algemeen Handelsblad van 14 november 1894 en De Tijd van 12 dec 1894.
  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997, pp. 220-222.
  • Kaag, A.H.W., ‘In Palestina vóór 2000 jaar’, in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 1 (1898), pp. 135-138; 152-154; 168-171.
  • Wikipedia: items over Bottemanne, Driekoningen en tijdschrift De Nederlandsche Leeuw.

Wil je het boek over de nieuwe Bavo bestellen, surf dan naar deze pagina.

Credit beeldmateriaal collage
  • Linksboven: omslag van de feestcantate voor bisschop Caspar J.M. Bottemanne bij gelegenheid van zijn gouden priesterfeest, 1896, gecomponeerd door Philip Loots (drukwerk). Herkomst: parochiearchief nieuwe Bavo in het Noord-Hollands Archief te Haarlem. Foto bvhh.nu 2015.
  • Rechtsboven: het altaar van Marie Andriessen met rechts op het retabel Driekoningen (2010). Met toestemming ontleend aan de website van het Heilig Kerstmisgilde.
  • Rechtsonder: historische afbeelding van de grotstal in Bethlehem uit het artikel van Kaag, geciteerd hierboven.
  • Middenonder: de drie wijzen in de mozaïeken van Ravenna. Herkomst Wikimedia Commons; foto Nina Aldin Thune, 2006.


De collage op de sociale media 6 januari 2019 (bvhh.nu).

 


  1. Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en vormt een bewerking van het item, gepubliceerd op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo op 6 januari 2016.
    Verkorte link: bit.ly/2CQcdlJ-VanHH2Org 

Beveiligd: Proefballonnetjes

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Vul het wachtwoord hieronder in om hem te kunnen bekijken:

Een ster en een kroon ¨

Dit is een doorverwijspagina naar Een ster en een kroon (2016).

Doorverwijspagina collectie webpagina's. Woordwolk bvhh.nu 2018.

B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


De Kerstkapel van de nieuwe Bavo

Joseph Cuypers en Jan Stuyt, De Kerstkapel in de nieuwe Bavo, voorheen heilige Familiekapel (1896).
Joseph Cuypers en Jan Stuyt, De Kerstkapel in de nieuwe Bavo, voorheen heilige Familiekapel (1896).* Foto BvHH 2014.

Tijdens het onderzoek voor de nieuwe publicatie over de kathedraal ben ik heel wat verrassende dingen tegen gekomen, zoals dit katern in goudopdruk dat zo van de drukker lijkt te komen. Het gaat om een nummer van het Zondagsblad voor het Katholieke Huisgezin van 1896. Bij nader inzien blijkt het de jubileumuitgave te zijn bij gelegenheid van het gouden priesterfeest van bisschop Caspar Bottemanne (1823-1903). Op zich is dat al interessant, maar wat het nog mooier maakt is de artist’s impression van de Kerstkapel, die ondertekend is met ‘Jos. Cuypers inv.’ en ‘Jan Stuyt, del’. De afkortingen verwijzen naar termen uit de grafische kunst, waarbij inv. staat voor invenit (ontwierp het) en del. voor delineavit (tekende het).* Oftewel, Joseph Cuypers ontwierp de kapel en Jan Stuyt die als opzichter of uitvoerder bij de eerste bouwfase betrokken was (1893-1898), maakte de tekening. Hij heeft overigens meer van dit soort impressies gemaakt. Opvallend genoeg zie je op zijn voorstelling geen banken staan. Mensen dwalen in stille devotie door de ruimte, vergezeld door een enkele priester. Eigenlijk krijg je hier een beeld dat voor de contrareformatie in alle kerken was te zien: een ruimte gevuld met altaren, maar zonder banken voor het kerkvolk. Je kunt je afvragen of dit ook het ideaal was van de programmamaker van de kathedraal, A.J. Callier die Bottemanne in 1903 opvolgde.

De kapel was oorspronkelijk gesticht voor de Aartsbroederschap van de Heilige Familie die het genoemde zondagsblad uitgaf. Bisschop Bottemanne zette de broederschap in als een van zijn sociale instrumenten: de organisatie was namelijk opgericht als wapen tegen de ontkerstening, die in de loop van de negentiende eeuw alleen maar toe dreigde te nemen onder druk van het opkomende socialisme. Zolang men zich in het gezin – hoeksteen van de maatschappij – concentreerde op het katholiek leven, de vervulling van de godsdienstplicht en de devoties, verminderde de kans op afvalligheid. Bij dit katholiek leven hoorden ook zaken als het berusten in het lot, zoals vanaf 1898 met grote regelmaat staat te lezen in godsdienstig weekblad Sint Bavo. Het zou al te gemakkelijk zijn om dit uit de context van de tijd te trekken. Sinds het pontificaat van Leo XIII was de kerk namelijk oprecht bezig om een sociaal beleid te ontwikkelen, maar de manier waarop bleek ver achter de realiteit aan te sjokken. Pas onder bisschop Aengenent, de opvolger van Callier, zou dit serieus van de grond komen.

Je zou verwachten dat de heilige Familiekapel in de jaren zestig werd omgedoopt tot Kerstkapel, toen de algehele teloorgang van kerkelijke devoties ook de betreffende aartsbroederschap raakte. Maar dat klopt niet. Het van oorsprong middeleeuwse heilig Kerstmisgilde kreeg nog voor de oorlog, in 1925, toestemming om deze ruimte te gebruiken en verder in te richten. De brochure op de website van het gilde vermeldt dat hierdoor de naam Kerstkapel inburgerde:

Vanaf dat moment is de kapel dankzij het gilde volledig ingericht op een wijze, zoals die voor alle (straal)kapellen bedoeld was. Mari Andriessen ontwierp het altaar, dat in 1929 werd gerealiseerd, tezamen met de daarboven als retabel geplaatste kerstscènes, Han Bijvoet maakte de ontwerpen voor de vier kroonluchters (1948) die in de loop der jaren werden uitgevoerd door de Haarlemse edelsmid Theodoor Thijssen. Datzelfde geldt voor de door Bijvoet ontworpen glas-in-loodramen en zijn evenals de kroonluchters verspreid over de jaren 1932-1957 geplaatst. In 1936 ontwierp architect B.J.J.M. Stevens de communiebank en de hardstenen vloer (1937). De bestuursbank voor het gilde werd in 1959 door beeldhouwer A.P. Termote ontworpen terwijl Bijvoet in die tijd de muurschilderingen boven de glas-in-loodramen verzorgde, evenals de wandschildering van David boven de deur, die toegang geeft tot de tribune van het transeptorgel (1965).*

De Kerstkapel vormt dan ook een prachtig ensemble van architectuur en toegepaste kunsten: een gesamtkunstwerk*, zoals dat in vakliteratuur wordt genoemd.

Kalligrafie zuiver hart Kerstkapel nBavo
Joseph Cuypers, Pijler met de kalligrafie ‘Mundi corde Deum videbunt’ (De zuiveren van hart zullen God zien). Foto www.heiligkerstmisgilde.eu.*

Waar ik tot slot nog de aandacht op wil vestigen?

Op de fraaie terracotta’s van Joseph Cuypers tegen de pijlers, ook omdat hierin de oorspronkelijke boodschap staat te lezen: Mundi corde Deum videbunt (De zuiveren van hart zullen God zien) en Deus humilibus dat gratiam (God geeft aan de nederigen zijn genade). Hoewel de aartsbroederschap dit moraliserend bedoelde om de gelovigen deugden als kuisheid en nederigheid in te prenten, gaat de strekking daar ver overheen.*

Zo begon het immers ooit, daar in Bethlehem met de herders die het kind kwamen begroeten, in alle eenvoud en onbevangen.

Een zalig kerstfeest voor iedereen!

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie & bestelgegevens

Benieuwd naar de Kerstkapel en de nieuwe Bavo? Dat komt mooi uit, want de kathedraal is ook tijdens de kerstvakantie geopend. Volg deze link voor de openingstijden.

De * in de tekst staat voor de volgende informatie:

  • Het katern met de tekening in de kop van het artikel is afkomstig van het Noord-Hollands Archief te Haarlem.
  • Voor de grafische terminologie zie de site van de kunstbus.
  • Voor de Aartsbroederschap van de Heilige Familie zie de site Warsage en die van het Meertensinstituut/KNAW.
  • De brochure Een moderne kapel kan gedownload worden via www.heiligkerstmisgilde.eu. Ook de foto van de terracotta kalligrafie komt van deze site en kan daar gedownload worden.
  • Het begrip Gesamtkunstwerk komt van de componist Richard Wagner, voor wie het om een samenspel ging van muziek, toneel, architectuur en toegepaste kunsten. Het begrip is in Nederland zodanig ingeburgerd dat het met een kleine letter geschreven wordt.
  • Voor de tekst en de oorspronkelijke boodschap zie J.S., ‘Kathedrale kerk van St. Bavo te Haarlem, Heilige Familiekapel’, in Zondagsblad voor het Katholieke Huisgezin 32 (1896), nr 33 d.d. 16 augustus, p. 264. Dit is gelijkluidend met Marie A. Thompson, De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898, p. 79.
  • Voor de opzet van het beeldprogramma zie: Bernadette van Hellenberg Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Om het boek te bestellen volg je deze link.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.