Wie is wie in de JCC (Joseph Cuypers Collectie)

Wie is wie in de JCC? — Op deze pagina van het open atelier van de Joseph Cuypers Collectie introduceren we de spelers en figuranten in het levensverhaal van onze architect/kunstenaar/pater familias/netwerker/zoon van Pierre J.H. Cuypers et cetera. Denk eraan, dit is een groeidocument: omdat er voortdurend aan veranderd wordt, staan de noten in de hoofdtekst (hieronder) getalsmatig niet in volgorde, maar in de bronnenlijst wel.

Scroll naar beneden voor de inhoudsopgave van deze pagina, of ga terug naar het Open atelier, of de hoofdpagina van de JCC.

Pierre J.J.M. Cuypers beschikte over een vliegbrevet. Wanneer de foto precies genomen is, is niet bekend (GAR JCC, fotonummer P1310611).

Pierre J.J.M. Cuypers beschikte over een vliegbrevet, wat destijds tamelijk bijzonder was. Deze foto is gemaakt in 1939-1940, toen hij voorzitter was van de Amsterdamse Aeroclub. (GAR, JCC v.n. 202; VanHH.org fotonummer P1310611).10

Familie 

Nota bene — Op alfabetische volgorde voornaam en/of eerste voorletter.1

Charles J.A.G. Cuypers (1906-1985) (78 jaar)

Charles Joseph Adolphe Gérard Cuypers (30 november 1906-28 mei 1985) – in familiekring aangeduid als Charlot – was de jongste zoon van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel. Hij volgde van 1925 tot 1932 een opleiding aan de ETH (Elektro Technische Hochschule) te Zürich tot werktuigbouwkundig ingenieur. Van die tijd zijn brieven bekend aan met name zijn moeder. In een ervan vertelt hij dat hij Berlage heeft ontmoet en een avond met hem in een kroeg door heeft gebracht. Berlage hield volgens hem niet op met zijn lofzang op Rusland en Moskou in het bijzonder.14

In 1934 trouwde hij met Emmy Kneepkens met wie hij – er was in de crisis nauwelijks werk te krijgen – in 1935 naar Marokko had willen emigreren, maar dat bleek minder perspectiefrijk dan verwacht. Nét vóór de Spaanse revolutie keerde het echtpaar via Spanje terug naar Roermond, waar in 1936 en 1937 de twee oudste kinderen werden geboren (Cyril in 1936, Melo(dia) in 1937). In 1938 verhuisde de familie ze naar Den Haag, op het Benoordenhout. Charlot werkte in die tijd op het departement van economische zaken en hield zich bezig met op houtgas gestookt vervoer (zijn afstudeerspecialisatie). In 1940 verliet hij het departement en ging werken voor een particulier bedrijf, Munninckhoff. Omdat Charlot het Benoordenhout in de oorlog te riskant vond, verhuisde hij met zijn gezin naar het Bezuidenhout. 

Na een bezoek met zijn gezin aan zijn ouders in 1944 kon hij niet meer terug naar Den Haag als gevolg van spoorwegstaking (vanaf september 1944). Tijdens hun verblijf werd in maart 1945 bij het vergissingsbombardement op het Bezuidenhout hun huis weggebombardeerd. Samen met drie kinderen (Cyriel van 8 jaar, Melodia van 7 jaar en Joos van 3 jaar) en de hoogbejaarde Joseph en Delphine waren Charlot en Emmy gedwongen de Tweede Wereldoorlog uit te zitten in de kelders van het Cuypershuis. Blijkens de stukken van de JCC verbleven daar ook architect Herman Reuser en zijn vrouw (aanvankelijk zaten ze met Joseph en Delphine op ’t Zwartbroek en daarna op de Maastrichterweg). Charlot hielp zijn vader in de nadagen van de oorlog om de familiekroniek te voltooien. Het ligt voor de hand dat Joseph hem daarom in 1945 tot ‘archivaris van onze stam’ benoemt.2 

Ook na de bevrijding zou het nog een hele tijd duren eer Charlot en Emmy met hun kinderen terug konden naar Den Haag. Vandaar dat het jongste kind, de derde Pierre in de familie, in 1947 in Roermond, in het Cuypershuis, geboren is. Werk vinden in die tijd was evenmin eenvoudig. Charles heeft daarom in 1948-1949 Argentinië bezocht met – opnieuw – het oog op emigratie. Helaas bracht dat niet wat Emmy en hij ervan hadden gehoopt, dus keerde hij in 1949 terug naar zijn gezin in Nederland. Navrant genoeg heeft hij hierdoor noch bij het overlijden kunnen zijn van zijn moeder Delphine in 1948 als van zijn vader, 20 januari 1949. Terug in Nederland ging hij in Den Haag aan de slag in dienst van de Octrooiraad, terwijl de familie tot 1952 in Roermond bleef wonen. In het weekend pendelde hij naar Roermond in een jeep die uit de oorlog was overgebleven. In 1965 vertrok hij samen met Emmy naar Spanje, waar hij in 1985 overleed.2

Dit item is opgesteld met medewerking van de jongste zoon van Charlot, Pierre M. Cuypers.

Delphine M.C.A. Cuypers-Povel (1868-1948) (80 jaar)

Delphine Cuypers-Povel (23 maart 1868-17 oktober 1948) kan zeker betiteld worden als de belangrijkste persoon in het leven van Joseph Cuypers. Een aparte biografische pagina over deze markante vrouw is in wording. Om alvast een beeld van haar te krijgen verwijzen we hier naar enkele losse items:

  • De lezing die ze in 1925 hield voor de R.K. Vrouwenbond van Roermond op deze pagina (zoekterm lezing).
  • Hoe Joseph en Delphine op het einde van hun leven in Meerssen terecht kwamen, vind je op deze pagina (zoekcombinatie Bernadette Veltman).

Emmy H.J. Cuypers-Kneepkens (1905-2007) (102 jaar)

Van Emmy (16 maart 1905-27 december 2007), de vrouw van Charlot, was tot dusver niet veel bekend. Zij was de dochter van het hoofd van de lagere school in Budel (?), Emmanuel Kneepkens. Dankzij Pierre M. Cuypers kon deze lacune in de kennis gedicht worden:

Mijn moeder is geboren op 16 maart 1905 te Budel waar haar vader hoofd der school was. De familie verhuisde in 1915 naar Swalmen, waar haar vader dezelfde functie kreeg. Haar moeder, Anna Doensen, was verloskundige, net als haar moeder en haar grootmoeder.
Ze kreeg verkering met Charlot ca. 1925. Tijdens een schaatspartij op de grachten rond kasteel Hillenraedt, kwam Emmy op het ijs ten val, waarbij ze een voortand verloor, die echter door een snelle actie (Charlot met auto) kon worden hersteld, waardoor blijvend letsel werd voorkomen.
Tijdens de studie van Charlot in Zürich verbleef ze frequent in Roermond bij Delphine Cuypers-Povel die haar (met groot succes) invoerde in de Franse keuken en taal, haar detacheerde bij gerenommeerde restaurants in België en Zwitserland en haar invoerde in de sociale geleding waarin zij de familie Cuypers en in elk geval de Povels achtte thuis te horen.
Haar oordeel over haar schoonouders is bepalend geweest voor het beeld dat deze later ook bij de nazaten zouden hebben.

Zoals hiervoor bij Charles werd verteld, verbleef het gezin met de drie kinderen (Cyriel van 1936, Melodia van 1937 en Joos van 1942) vanaf de spoorwegstaking, september 1944, in Roermond in het huidige Cuypershuis. Uit de kladjes voor de brieven van Joseph aan Michel blijkt dat Emmy, Cyriel en Melodia in de herfst van 1940 eveneens in Roermond bivakkeerden vanwege de gevaarlijke positie van Den Haag, maar dan nog in Roerzicht (GAR JCC v.n. 200).

In de Joseph Cuypers Collectie geven de brieven Van Emmy aan haar man en schoonouders een mooi beeld van het reilen en zeilen van de familie in de jaren na de bevrijding. De vertrouwelijke toon van de brieven tussen Delphine en Emmy roept een echo op van die tussen Nenny en Delphine een generatie eerder.13

Feico Pieter Glastra van Loon (1922-2013) (90 jaar)

De Rijksluchtvaartschool te Eelde is ontworpen door Feico P. Glastra van Loon, met medewerking van Bart van der Leck (1953-1957). Foto van voor de herbestemming en restauratie door Boei: Wutsje/Wikimedia Commons/CC-BY-SA, 2013.

De Rijksluchtvaartschool te Eelde is ontworpen door Feico P. Glastra van Loon, met medewerking van Bart van der Leck (1953-1957). In de geschiedenis is het ingegaan als een werk van Feico’s oom en medefirmant Pierre J.J.M. Cuypers die op die manier de werkwijze herhaalde van zijn vader Joseph Cuypers met hem en zijn grootvader Pierre J.H. Cuypers met Joseph Cuypers. Foto van voor de herbestemming en restauratie door Boei: Wutsje/Wikimedia Commons/CC-BY-SA, 2013.

Feico Pieter Glastra van Loon kwamen we tegen tussen de brieven aan Joseph Cuypers tijdens de oorlog. Er is niet veel van de jongste zoon van Marguérite Glastra van Loon-Cuypers bewaard gebleven, maar hij schrijft interessante en goed geformuleerde brieven aan zijn grootvader Joseph Cuypers over architectuur en stedenbouw. Feico was 17 jaar toen de oorlog begon. Uit een van de brieven blijkt dat hij in oktober 1942 studeerde in Delft, dus na de heropening van de TU in 1941. In 1943 blijkt hij werkzaam te zijn in Amsterdam, bij zijn oom Pierre J.J.M.Cuypers, hoewel er nauwelijks werk was en de TH Delft formeel nog ‘open’ was. Kennelijk heeft Feico de loyaliteitsverklaring in 1943 niet willen tekenen. Weer een jaar later schrijft hij zijn grootvader over hervormingen aan de Leidse universiteit, waarover slechts ‘in beperkte kring’ over gesproken mag worden. Joseph Cuypers blijkt voor hem een belangrijke gesprekspartner bij de ontwikkeling van zijn ideeën over hun vak. Uit de kanttekeningen van Joseph blijkt dat hij de brieven heeft beantwoord, maar waar deze brieven gebleven zijn is tot dusver niet bekend.#16

Of Feico zijn opleiding in Delft na de oorlog heeft voltooid, is niet achterhaald. Als architect is hij gaan werken bij zijn oom, Pierre J.J.M. Cuypers, bij wie hij nauwelijks zelfstandig naam heeft kunnen maken. Zijn ruim twintig jaar jongere neef, Pierre M. Cuypers, gaf door dat Feico de medefirmant was van het architectenbureau Cuypers en – wat je niet zou verwachten binnen de familie Cuypers – vrij streng gereformeerd was. Hij volgde dus het geloof van zijn vader en niet dat van zijn moeder. Wat hiermee rijmt is de in 1951 in eigen beheer uitgegeven publicatie A Protestant Church. Saillant genoeg zijn de enige stukken die met zekerheid van hem behouden zijn in het bedrijfsarchief op HNI, foto’s van de maquette van een protestantse kerk in Pianta (Italië).17 

Een van de belangrijkste werken van Feico is de Rijksluchtvaartschool te Eelde (1953-1957), waar híj – volgens de familie – Bart van der Leck bij betrokken heeft. Dit project liep al vanaf 1948 en zal vrijwel zeer geïnitieerd zijn door Pierre J.J.M. Cuypers als vliegenier contacten in deze wereld had. Hij heeft dan ook het auteurschap van dit werk op zijn naam staan. Zo herhaalt de geschiedenis zich in de werkverhouding van Pierre J.H. Cuypers met Joseph Cuypers, Joseph Cuypers met zijn zoon Pierre J.J.M. en de laatste met zijn neef Feico.18 

Aparte verkorte link voor deze paragraaf: http://bit.ly/37YtIxz-JCC

Hubert (Angilbert) Cuypers (1873-1960) (86 jaar)

Wie onderzoek doet naar de architecten Cuypers, komt onvermijdelijk de componist-dirigent Hubert Cuypers (26 december 1873-22 februari 1960) tegen. Dat heb je met kerkenbouwers en kerkelijke componisten die tot elkaars generatie behoren. Ze staan zowaar gedrieën bij elkaar in de nationale wie-is-wie van 1937, Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld: eerst Hubert die eigenlijk Angilbert heette, dan Joseph en tenslotte Pierre J.J.M. Cuypers.10 Wel of geen familie is dan de vraag. Hubert kwam uit Baexem, niet ver van Roermond, waar zijn vader organist en koster was. Hij werd opgeleid aan de kerkmuziekschool in Aken en vestigde zich daarna in Amsterdam. Hier werd hij dirigent van het koor van de Keizersgrachtkerk; tegelijkertijd zette hij zijn studie voort bij Bernard Zweers. Hubert Cuypers heeft een indrukwekkende staat van dienst en trad met grote regelmaat op in het Concertgebouw, onder met eigen werk. Er zijn jammer genoeg maar weinig uitvoeringen van zijn werk te vinden op Youtube. Alleen zijn Ave Maria en Transeamus usque Bethlehem zijn in zwang gebleven. Van de laatste is zelfs een uitvoering op Youtube van Ton Koopman en Herman van Veen. Kenners beschouwen zijn Missa in honorem Sanctissimae Trinitatis als een van zijn topwerken, maar die moet wachten op herwaardering.11 

Voor meer informatie over de relatie met de architecten Cuypers laten we graag onze genealogische vraagbaak Pierre M. Cuypers aan het woord:

Hubert Cuypers was lang een genealogisch probleem. Mijn grootvader, Joseph, had het steeds over ‘zijn neef’, maar dat klopt natuurlijk niet en zal wel wat ruimer geïnterpreteerd moeten worden.
Totdat we Emmy Ralet-Cuypers ontmoetten. Zij bewoont een chateau bij Luik (Beyne-le-Chateau). Ze hebben/ zitten in/ beheren een farmaceutisch bedrijf en hij is consul voor Zuid Korea in België. Ze sponseren aankomende musici en laten die optreden in het kasteel, waarbij dan de ‘haute volée’ van Wallonië is geïnviteerd. […] Zij – la chatelaine Emmanuela Cuypers- is van origine lerares Frans en stamt af van Hubert Cuypers. In het Cuypersjaar meldde ze zich bij mij met de stellige mededeling dat wij verwant waren. Bij het bekijken van haar genealogie viel me op dat die een hoog Baexems kostersgehalte had. Maar omdat haar vader Petrus Josephus Hubertus Cuypers heette en – volgens Emmy- een petekind van Pierre [J.H.] was, moest er wel een verwantschap zijn. Ik kon alleen vinden dat ze van een tak afstammen ergens rond 1700, dus vier generaties vóór P.J.H. Cuypers. Stammen wij af van Herman Cuypers’ en Christina Cloudt’s zoon Jacobus (1699-1756), zij stamt af van zoon Arnoldus (*1709). Allemaal erg ver terug; het blijft dus raadselachtig.
Hubert (Angilbert) Cuypers was een oudoom van Emmy Ralet-Cuypers.12

Paulus Franciscus Maria Jozef Versteegh (29 augustus 1895, Besuki, Indonesië-25 januari 1971, Rotterdam)

Paulus of Paul Versteegh was het voogdijkind van Joseph Cuypers, zoon van een van zijn oudste en beste vrienden, Paul (Jean Paul Ernest) Versteegh (Pasuruan, Indonesië, 7 oktober 1858-Den Haag, 14 november 1901). Na zijn studietijd in Delft keerde Paul (J.P.E.) terug naar ‘Nederlandsch Indië’, waar hij werkzaam was in de opiumregie. Joseph Cuypers kende hem al vanaf hun HBS-tijd op Rolduc (GAR, JCC v.n. 208) en zou na diens dood samen met Delphine de opvoeding ter hand nemen van diens zoon (GAR JCC v.n. 156): Paulus Franciscus Maria Jozef Versteegh (29 augustus 1895, Besuki, Indonesië-25 januari 1971, Rotterdam). Zijn moeder was een inlandse vrouw, waarvan alleen de voornaam bekend is: Minah. Blijkens de gezinskaart van Joseph Cuypers in Amsterdam werd Paulus Versteegh opgevat als ‘bezoek’. De zes jaar oude jongen kwam na de dood van zijn vader alleen uit ‘Oost Indië’ over en wordt 15/?/02 ingeschreven op de gezinskaart. Op 25 september 1902 vertrekt hij naar Roermond met als bestemming ‘pensionaat St. Louis’.20 Paul was maar een paar jaar jonger dan Pierre J.J.M. en Michel, dus mogelijk paste de jongen niet in het gezin of werd het als deel van opvoeding opgevat om hem bij de broeders van Maastricht (vestiging Roermond) op kostschool te doen.

Bij de condoleances na het overlijden van Joseph Cuypers zit onder meer een brief van de tweede ex-vrouw van Paul Versteegh. Daaruit komt een beeld naar voren van iemand die zich ontwikkeld heeft tot een weinig stabiele, onrustige persoonlijkheid.
In het dossier over de voogdij bevindt zich overigens een prachtige necrologie van Joseph Cuypers van Paul Versteegh senior.20

Pierre J.J.M. Cuypers (1891-1982) (90 jaar)

Pierre J.J.M. Cuypers (11 juli 1891-3 april 1982) is de oudste zoon van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel. Op het moment dat hij in Delft bouwkunde aan de Technische Hogeschool wilde studeren brak de Groote oorlog/Eerste Wereldoorlog uit (1914) en werd Nederland gemobiliseerd. Pierre heeft vier jaar in het leger gezeten en toen hij gedemobiliseerd werd, was het moment om te studeren voorbij. Een groot deel van het familiekapitaal was verdampt (Russische Revolutie, nationalisatie Russische Staatsspoorwegen), hij was getrouwd – met Jopie van der Crab – en moest dus ook in zijn inkomen voorzien. Uit het huwelijk van Pierre en Jopie werd één kind geboren: Adriana Margaretha Cuypers 22 maart 1922-8 juni 2016, in de familie Margrietje genoemd. Uit enkele stukken in de JCC kan opgemaakt worden dat Jopie zeer waarschijnlijk is overleden aan tbc. Pierre J.J.M. hertrouwde later met Mieke (Margaretha) de Vries.19

In de familiekroniek die Joseph Cuypers bijhield zit een kladje met daarop de aantekening: ‘Bureau verhuisd naar Vondelstr. (met potlood ingevoegd 79) na Wapenstilstand 1918, terwijl Pierre daarin trekt en weldra Jan Six daar[onder?] komt wonen’. Uit een aanvaring tussen vader en zoon in 1932 blijkt dat de associatie tussen Joseph en Pierre nooit geformaliseerd is. Pierre heeft ook nog samengewerkt met Dom Bellot en een eigen bedrijf erop nagehouden. Na de Tweede Wereldoorlog heeft hij ‘Architectuur’, zoals deze bedrijfstak in de familie heette, onder de oude naam van Joseph Cuypers en Pierre Cuypers voortgezet, waarbij onder meer zijn neef Feico Glastra van Loon, zoon van zijn zus Marguerite, ingeschakeld werd.3

In de hiervoor genoemde Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1937) staan niet alleen gegevens over de (voor)opleiding van Pierre J.J.M. en zijn loopbaan als officier en architect, maar ook over zijn activiteiten als wereldreiziger en vliegenier. Op 1 oktober 1968 ontving hij – 77 jaar oud – als ‘oudste Nederlander met een geldig vliegbrevet’ op Schiphol de nieuwe luchtvaartzegels die op die dag waren verschenen (ANP). 10

Rosa (Felicitas Catharina Rosalia) Cuypers (1852-1936) (83 jaar)

De familie Cuypers in het groen, met onder andere Pierre senior, Joseph en Delphine en enkele kinderen, Rosa en haar man Eduard, en Katy. Herkomst Cuypershuis Roermond, nr 6509.

De familie Cuypers in het groen. Het Cuypershuis suggereert dat deze foto bij Cuypers’ 80ste verjaardag is gemaakt (1908), maar het kan om willekeurig welke familiebijeenkomst na 1900 gaan. Een aardige indicatie is de aanwezigheid van Eduard Alberdingk Thijm, de man van Rosa die in de verte bij de oude Cuypers staat. Hij overleed 60 jaar oud op 19 juni 1911. Zijn vrouw zit naast Delphine Cuypers-Povel (uiterst rechts van de boom in het midden). De setting is niet duidelijk, maar kan heel goed in de tuin bij het Cuypershuis zijn die tot de Frans Douvenstraat doorliep. Daar lag een gemengde landschappelijke tuin naar ontwerp van Henri Copijn en/of Joseph Cuypers.4 Heeft men een beroepsfotograaf ingehuurd of bediende iemand van het gezelschap de camera? Op de site van het Cuypershuis staat een genummerde versie met de mogelijke namen van de aanwezigen. Herkomst Cuypershuis Roermond, nr 6509.

Rosa (10 april 1852-14 maart 1936) is de oudste dochter uit het eerste huwelijk van Pierre J.H. Cuypers met de liefde van zijn Antwerpse academiejaren, Rosalie de Vin. De meest recente stand van zaken over haar is te vinden in de Cuypersbiografie (2007) van Wies van leeuwen.5 Haar moeder en zusje stierven met een paar maanden verschil in 1855. De eerste jaren is Rosa verzorgd door haar tante, een zus van Rosa die gehoopt had haar plaats in te nemen. Toen Cuypers Nenny Alberdingk Thijm leerde kennen en met haar verder wilde, werd dit een van de struikelblokken voor haar broer en zijn beste vriend Joseph die hij als hoofd van de familie om toestemming verzocht. Zijn schoonzus keert na de verloving van Pierre en Nenny (1858) terug naar Antwerpen; het contact met de familie van de Vin zal hierna geleidelijk uitdoven. Na het huwelijk (3 maart 1859) nam Nenny de opvoeding van ‘Roosje’ ter hand, wat zeker in het begin niet eenvoudig bleek te zijn. In 1862 vertrekt Rosa naar het pensionaat Jeruzalem van de Ursulinen in Venray, aan welk complex Cuypers zijn hele loopbaan gewerkt heeft door steeds verdere uitbreidingen. Deze staalkaart van zijn oeuvre ging in de Tweede Wereldoorlog verloren. 

In de JCC is met name v.n. 198 een belangrijke bron van informatie over Rosa. Hierin zit een selectie van brieven van Nenny aan haar stiefdochter, vanaf de kostschooltijd (te beginnen met 4 maart 1863) tot haar huwelijksreis met Eduard Alberdingk Thijm in oktober 1876. Vader Pierre maakte deze selectie voor zijn neef Jan Alberdingk Thijm, om te verwerken in het album In Memoriam – Antoinette Cathérine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm.6 Uit de brieven blijkt dat Nenny haar best doet om haar stiefdochter te bereiken, maar dat die – hoewel niet echt onhartelijk – gesloten en afstandelijk is. Toen Nenny in het gezin trad was Rosa bijna 7 jaar oud; ze was vanaf de dood van haar moeder op driejarige leeftijd verzorgd door haar tante die als het ware verjaagd werd door de tweede vrouw van haar vader. Alle ingrediënten voor een moeizame relatie waren aanwezig. 

Zoals hiervoor aangegeven trouwde Rosa in in de familie Alberdingk Thijm door haar huwelijk met Eduard, een neef van Nenny. Zijn zus, Louise, trouwde met Frans Stoltzenberg junior (1838-1909), de zoon van de vennoot van Cuypers. Dit verklaart waarom Rosa en Eduard er alles aan gedaan hebben om te voorkomen dat de vennootschap Cuypers & Stoltzenberg werd ontbonden. Door het faillissement van Frans Stoltzenberg zijn zowel de oude Cuypers als Eduard veel geld kwijtgeraakt. De verhouding met zijn zwager Joseph was en bleef goed tot het einde van zijn leven (1911). Door het gechicaneer van vader Pierre in de aanloop naar en tijdens de Eerste Wereldoorlog, verslechterde de relatie tussen Joseph aan de ene kant en Rosa en zijn jongste zus Annie aan de andere. Na het overlijden van hun vader is het niet Joseph die de erfenis afhandelt, maar zijn zoon Pierre (inmiddels 29 jaar oud). Joseph is duidelijk klaar met deze twee zussen en opent zelfs de envelop niet waarin de kwitanties zitten met betrekking tot de erfenis.7

Yvonne M.T. Cuypers (1899-1980) (80 jaar)

Yvonne Marie Thérèse Cuypers (5 april 1899-7 maart 1980) was de jongste dochter van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel. Ze was een gevoelige persoonlijkheid met belangstelling en aanleg voor kunst. In 1914 gaat ze volgens de familiekroniek van Joseph Cuypers naar ‘de Teekenschool voor meisjes’. Op het eerder genoemde kladje staat bij 1915: ‘Yvonne te Haarlem en Vogelenzang School (met potlood toegevoegd) Kunst Nijverheidsch.’. Van dat jaar is een schetsboek van Yvonne bewaard gebleven. Verder vermeldt Joseph in 1920; ‘… en studeert Yvonne […] bij Cornelie van Zanten en Tilly Koenen’. Een meer compleet beeld van haar wederwaardigheden komt naar voren uit de brief die Joseph Cuypers in 1923 (?) aan dr F. Allmann in Duitsland schrijft, die Yvonne zal behandelen.

Uiteindelijk kiest ze voor een toekomst als religieuze, maar na het zware noviciaat bij de zusters Clarissen-Capucinessen in Amsterdam (1922-1923?) belandt ze in een heftige mentale crisis. Naar het zich laat aanzien is ze daar nooit echt overheen gekomen, ook niet na de behandeling door dr. Allmann. Ze bleef levenslang het zorgenkind van haar ouders. Vanaf vermoedelijk de late jaren ’30 woont Yvonne in bij de franciscanessen in Mariënwaard (Maastricht). Na de dood van haar moeder schrijft Marguerite aan Charles – die dan in Argentinië zit, dat Yvonne vermoedelijk onder invloed van overgangsjaren zeer lastig en onberekenbaar is geworden. Ze kan niet bij de zusters blijven. Het is Marguerites man, Feico Glastra van Loon, gelukt om een plaats voor haar in Santpoort te krijgen, zodat ze deskundige medische verzorging kan krijgen.8

Namen en jaartallen

Vooruitlopend op de ‘wie is wie’ worden de dramatis personae hier alvast in het kort opgevoerd. 

Familie Cuypers (op alfabetische volgorde voornaam/eerste voorletter)

  • Annie (Anny) (Anna Josepha Theodora Maria) Mathon-Cuypers (1873-1961)
  • Antoinette (Nenny) Catherine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm (15 maart 1829-7 januari 1898) (68 jaar)
  • Bernadette (Marguerite Maria Bernadette) Veltman-Povel  (20 mei 1876-7 juli 1957) (81 jaar)
  • Catharina Alberdingk-Thijm (24 november 1793 -1 augustus 1864) (70 jaar)
  • Charles (Charlot) Joseph Adolphe Gérard Cuypers (30 november 1906-28 mei 1985) (78 jaar)
  • Cyril J.C.E. Cuypers (1936-2019)
  • Delphine Marie Clara Antonie Cuypers-Povel (23 maart 1868-17 oktober 1948) (80 jaar)
  • Door, Dora (Dorothea Anna) Fuchs-Alberdingk Thijm (30 januari 1825-3 augustus 1910) (85 jaar)
  • Eduard Maria Alberdingk Thijm (4 november 1850-29 juni 1911) (60 jaar)
  • Emmy (Emma Hendrika Josephina) Cuypers-Kneepkens (16 maart 1905-27 december 2007) (102 jaar)
  • Enny (Engelina Everdina) Cuypers-Schlencker (10 juni 1889-19 mei 1954) (64 jaar), getrouwd met Michel/Michael Cuypers.
  • Feico Herman Glastra van Loon (1886-1971), echtgenoot van Marguérite Cuypers.
  • Feico P. Glastra van Loon (1922-2013) (90 jaar), zoon van Marguérite Cuypers, getrouwd met Adri Glastra van Loon-Voorhoeve .
  • Hubert Cuypers (26 december 1873-22 februari 1960) (86 jaar)
  • Jan Glastra van Loon (16 maart 1920 – 22 oktober 2001) (80 jaar), zoon van Marguérite Cuypers.
  • Jan (Joannes Carolus) Alberdingk Thijm sj (1847-1926)
  • Joannes Franciscus Alberdingk (22 oktober 1788-15 april 1858) (69 jaar)
  • Jopie (Johanna) Cuypers-van der Crab, eerste vrouw van Pierre J.J.M. Cuypers (17 december 1894-30 april 1929) (34 jaar)
  • Josef P.D. Cuypers (*1942)
  • Joseph (Joop/Joô) Th.J. Cuypers (10 juni 1861-20 januari 1949) (87 jaar)
  • Karel E. Veltman, echtgenoot van Bernadette Veltman-Povel (18 april 1874-18 juli 1940) (66 jaar)
  • Karel J.L. Alberdingk Thijm, alias Lodewijk van Deyssel (22 september 1864–26 januari 1952) (87 jaar)
  • Katy (Katrien, Katrina) (Catharina Wilhelmina Maria) Cuypers (1866-1934)
  • Margriet (Adriana Margaretha) Dons-Cuypers, dochter van Pierre J.J.M. en Jopie Cuypers van der Crab (22 maart 1922-8 juni 2016) (94 jaar)
  • Marguérite Marie Delphine Antoinette Cuypers Glastra van Loon-Cuypers (21 oktober 1896-19 augustus 1986) (89 jaar)
  • Melodia H.A.E.A. Tulkens-Cuypers (*1937)
  • Mia (Maria Catharina Ursula) Taen Er Toeng-Cuypers (1864-1944)
  • Mieke (Margaretha) Cuypers-de Vries, tweede vrouw van Pierre J.J.M. Cuypers (13 juli 1919-11 oktober 1991) (72 jaar)
  • Michel (Michael) Edouard Jean Antoine Cuypers (25 november 1892-20 juli 1971)
  • Nenny = Antoinette Catherine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm (15 maart 1829-7 januari 1898) (68 jaar)
  • Pierre Jean Joseph Michel Cuypers (11 juli 1891-3 april 1982) (90 jaar)
  • Pierre M. Cuypers (*11 juni 1947)
  • Rosa Felicitas Catharina Rosalia Cuypers (10 april 1852-14 maart 1936) (83 jaar)
  • Yvonne Marie Thérèse Cuypers (5 april 1899-7 maart 1980) (80 jaar)

Van de gecursiveerde personen zijn geen stukken afkomstig in de JCC; wel wordt er over hen geschreven.

Namen vrienden en netwerk (op alfabetische volgorde eerste voorletter/voornaam)

  • François Charles Stoltzenberg
  • Frans Hubert Stoltzenberg (1838-1909)
  • Jan (Johannes Franciscus Maria) Sterck (1859-1941)
  • Joep (Josephus Antonius Hubertus Franciscus) Nicolas (6 oktober 1897-25 juli 1972) (zie item over JCC v.n. 206)
  • Nics F.A. Molenaar (1892-1973)
  • Paul (Jean Paul Ernest) Versteegh (Pasuruan, Indonesië, 7 oktober 1858-Den Haag, 14 november 1901) (43 jaar)
  • Victor E.L. de Stuers, jonkheer mr. (20 oktober 1843-21 maart 1916)
  • Willem Everts, monseigneur dr. (8 maart 1827 – 8 juni 1900)
Idem (op alfabetische volgorde achternaam)
  • Kronenburg cssr, Joannes A.F. (1853-1940)
  • Noort, Mgr. Dr. Gerardus Cornelis van (9 mei 1861-15 september 1946) (85 jaar)
  • Stoks cssr, Pater Martin (18 februari 1881-10 augustus 1958 (77 jaar)

Delen &

Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruikmaken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.9

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

Meer weten over de centrale figuur van de JCC? Surf dan naar De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen &

De verkorte titels verwijzen naar de bibliografie van de JCC! Omdat dit een groeidocument is, waar voortdurend aan veranderd wordt, staan de noten in de hoofdtekst (hierboven) getalsmatig niet in volgorde, maar in het overzicht hieronder wel. 

De Joseph Cuypers Collectie wordt geïnventariseerd in opdracht van het gemeentearchief van Roermond (GAR).

  1. De genealogische gegevens op deze pagina zijn ontleend aan: Pierre M. Cuypers, ‘CUYPERS – MyHeritage’.
  2. GAR JCC v.n. 83, 96, 162-164; Prikbord met nota bene’s (zoektermen Charles en/of Emmy). Voor Herman Reuser zie GAR JCC v.n. 179 en het lemma over de AKKV op Wikipedia. Zie het lemma op Wikipedia voor het bombardement op het Bezuidenhout, waarbij ook een kerk van Nicolaas Molenaar senior, met een uitmonstering van Joseph en Pierre J.J.M. Cuypers verloren ging. Ook de muurschilderingen en de glazen van Antoon Molkenboer werden vernietigd (Hubar e.a., De genade van de steiger, pp. 118; 339; voorts Reliwiki). Het verhaal over Marokko is afkomstig van Pierre M. Cuypers.
  3. GAR JCC v.n. 127, 133. Aardweg e.a., Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld, zoekterm Cuypers.
  4. Zie Hubar, Rien de pareil, deel 2 (zoekterm Copijn): er lag een enorme beboste tuin achter het Cuypershuis, zoals uit de afgebeelde luchtfoto uit 1933 blijkt.
  5. Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect, pp. 13-15; 21-28; 282, 285-286, 325.
  6. GAR JCC v.n. 198. Pierre J.H. Cuypers, In Memoriam – Antoinette Cathérine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm. Zie hierover het item in Varia deel 2 van de JCC (zoekterm Nenny).
  7. GAR JCC v.n. 88, 99, 182, 198. Voor de kwestie Stoltzenberg zie Hubar, Rien de pareil, deel 1 (zoekcombinatie: Buddenbrooks revisited) en Prikbord met nota bene’s (zoekterm Stoltzenberg).
  8. Zie onder meer GAR JCC v.n. 97, brief van Thomas Kwakman d.d. 29/10/1924); hierin bevindt zich ook een brief van Joseph Cuypers aan een Duitse psychiater, dr. Allmann (1923). Voorts deel 1 van de familiekroniek in GAR JCC v.n. 133. Het schetsboek bevindt zich in GAR JCC v.n. 29. Ook Yvonne’s broer Michel refereert in een brief aan de artistieke aanleg van Yvonne (vermoedelijk in GAR JCC v.n. 87 (#controleren). Mariënwaard: GAR, JCC, v.n. 96, brief van Delphine aan Charles, circa 7-11 augustus 1948. De brief van Marguerite aan Charles bevindt zich in GAR JCC v.n. 96.
  9. Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.
  10. Jaartallen en Amsterdamse Aeroclub staan op de achterzijde van de foto aangegeven. Voor deze hobby van Pierre J.J.M. Cuypers zie Aardweg e.a., Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld, zoekterm Cuypers. Met dank aan Stephan van Rijt voor het opsporen van de foto van de luchtvaartzegels: Geheugen van Nederland, ANP Foundation.
  11. Kramer, Thijs. “Hubert Cuypers (1873-1960). Missa in honorem Sanctissimae Trinitatis Op. 5”. Vocaalensemblefioretto.nl, z.j. http://bit.ly/2lbAxYE-JCC. Voor de algemene gegevens over Hubert Cuypers zie noot 10 en het lemma op Wikipedia.
  12. Mail van Pierre M. Cuypers aan VanHH.org d.d. 13/6/2019.
  13. GAR JCC v.n. 96, 164 (Emmy) en GAR JCC v.n. 92 (Delphine).
  14. GAR JCC v.n. 96. Heijden, Marien van der. “BERLAGE, Hendrik Petrus | BWSA”. BWSA | Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, 1995-2003. http://bit.ly/2LxeM1E-JCC.
  15. Mondelinge overleveringen zijn in principe net zo betrouwbaar als – geschreven – archiefstukken, maar beide type bronnen dienen geïnterpreteerd te worden volgens wetenschappelijke uitgangspunten (oral history). Bij oral history en geschreven ego-documenten moet onder meer rekening gehouden worden met de verhalende kracht van het geheugen en ons brein, zoals beschreven Visser, ’75 jaar oorlogsherinneringen’ en Mieras, Ben ik dat?, p. 357.
  16. GAR JCC v.n. 203.
  17. Glastra van Loon, Feico P. A Protestant Church. (in eigen beheer), 1951. http://bit.ly/2LdR8p0-JCC (moet nog opgespoord worden!). Glastra van Loon, Feico P., en HNI/Nai. “CUYPf2382 Protestantse kerk”. Cuypers, P.J.H. , J.Th.J. & P.J.J.M / Archief. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, z.j. bit.ly/35N2iZA-JCC.
  18. Glastra van Loon, Feico P., Pierre (JJ.M.) Cuypers, en HNI/Nai. “CUBA.110383242 Rijksluchtvaartschool in Eelde”. Bureau Cuypers/ Archief. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, 1948 1956. bit.ly/37VGk8L-JCC. Pierre M. Cuypers verwijst naar de weduwe Van Feico, Adri Glastra van Loon-Voorhoeve, die nog leeft en een belangrijke bron van informatie is.
  19. Voor de lotgevallen van Pierre J.J.M. zie de tweedelige familiekroniek  GAR JCC v.n.v.n. 133-134. Voor Jopie van der Crab (1894-1929), haar dochter Margriet (Adriana Margaretha) Dons-Cuypers (1922-2016) en de tweede vrouw van Pierre J.J.M. Cuypers, Mieke (Margaretha) Cuypers-de Vries (1919-1991) zie voorts GAR JCC v.n. 202.
  20. GAR JCC, v.n. 179, 140, 142, 156, 208. Bevolkingsregister Gezinskaarten: NL-SAA-2118784. “Joseph Th.J. Cuypers (Cuijpers) en gezin”. Archiefbank Gemeente Amsterdam Stadsarchief, 1889-1921. http://bit.ly/2nJKjmE-JCC. Vennik, E. E. “Paulus Franciscus Maria Jozef Versteegh (1895-1971) » Stamboom Vennik » Genealogie Online”. Genealogie Online, z.j. bit.ly/2BHRNKJ-JCC (nog toevoegen aan bibliografie).
  21. Levensdata ontleend aan Genealogieonline.nl: https://www.genealogieonline.nl/alle-begijnen-van-amsterdam/I687.php (behelst tevens een biografie). Nog toevoegen aan de bronnenlijst.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2XOboBF-JCC

← Naar het Open atelier | de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie | de inhoudsopgave van deze pagina

Kleurenvanger

De kleurenvanger op Curaçao


Tegen elkaar aangeschurkt op de kade
pand na pand divers in toon
als kleurige helklinkende ijzeren
plaatjes
op de kinderxylofoon
flikkerend bij iedere oogopslag
Dwalend van stoep naar stoep
gaat een bonte pijper
tingelend over de klinkers
een stoet van kleuren achter hem aan
wij in hun kielzog mee
ons oog betoverd door roze
en rood, okergeel en groen
en beige, citroengeel en blauw
geplukt uit de regenboog
Hier kersvers gesausd
op nieuwe pleisterlagen
met scherpe haakse hoeken
Daar gedempt door verwering
bladderende plekken
vocht en regenslag
met suggestieve vegen vervuiling
als expressionistische toets
Vreedzaam naast elkaar
in Caribische coëxistentie

Rond de evenaar
valt de korte schemer
ebt het kleurgetijde weg
de pijper sluit de avondpoort
vereffent de balans in blauwdonkergrijsgroenzwart

______________________________

Kleurenvanger — Het gedicht ‘Kleurenvanger’ komt uit E kas blau | Het blauwe huis, de bundel die ik schreef bij mijn eerste bezoek aan Curaçao in 2011.* Vandaag krijgt het een aparte plekje in het kader van het initiatief Gedicht op maandag | #Gom. In de achtergrondverhalen van de bundel staat de volgende toelichting:

Ik ben gek op kleur en heb van – historische – architectuur mijn beroep gemaakt. Dat zie je weerspiegeld in de Kleurenvanger en Vogelvlucht vanuit de toren. Wie door Punda en Otrabanda heeft gewandeld zal zich, net als wij, op sleeptouw hebben gevoeld van een kleurenvanger die bij iedere oogopslag de blik met een nieuwe tint weet te bekoren. Eenmaal dit thema van de rattenvanger gekozen, kon het uitgerold worden tot op het moment waarop de bergdeur achter de kinderen gesloten wordt. Hier worden ze gelukkig iedere dag bij zonsopgang weer uit hun gevangenis verlost. Het lef waarmee het palet is samengesteld doet erg denken aan de natuurlijke orde: nergens immers is de polychromie zo onbeschaamd uitbundig en gevarieerd als bij bloemen die in een volstrekte willekeur worden gegroepeerd en nooit vloeken (dat is ook de reden waarom ik zo dol ben op natuurgebieden met een rijke wilde flora). Is dat kleurgevoel antropologisch bepaald? Wie zal het zeggen. De anekdote dat een gezagsdrager het wit te pijnlijk voor zijn ogen vond, kan historisch kloppen, maar lijkt me toch wat banaal.

Zoals bekend staat een groot deel van Curaçao, waaronder de kleurige gebouwen, op de werelderfgoedlijst. Hoe paradoxaal dat ook klinkt, het gevaar daarvan is overkill dat ook in Nederland bij iedere restauratie dreigt. Waarschijnlijk zal het in een tropisch klimaat nog moeilijker zijn om het midden te vinden tussen verantwoord onderhoud en vernieuwing, maar ook de toegevoegde waarde van het patin, de verwering van de tijd behoort tot de cultuurhistorische kwaliteiten die beschermd moeten worden. In die zin popte het idee van de Caribische coëxistentie op: het zou spannend zijn om naast de strakke, gloednieuw ogende panden de schoonheid van de verwering een kans te geven. Te zoeken naar een manier van consolidatie die uiterst basaal is. Over meer scenario’s te beschikken dan alleen het herstel in nieuwe luister.

Postscriptum — Zeven jaar later en een paar boeken verder is mijn fascinatie voor kleur alleen maar verder verdiept, wat overigens niet minder geldt voor de mate waarin patin of patina me boeit. Op dit punt heeft vooral het onderzoek naar de nieuwe Bavo me veel gebracht. De al eerder aangetroffen associatie van de polychromie van Cuypers senior met de kosmische kleurenleer van Goethe – die minstens zo sterk, zo niet sterker voor zijn zoon Joseph gold – heb ik verder uit kunnen diepen. Hoewel een directe relatie tussen dit werk en de kleurtoepassing van vader en zoon Cuypers – nog – niet vaststaat, zijn de aanwijzingen heel sterk.* Met name de kleurenschema’s in de nieuwe Bavo lijken er het resultaat van te zijn.*

Wat betreft de omgang met patina doet zich in Nederland een ware richtingenstrijd voor, omdat het moeilijk blijkt om eenduidig te bepalen waar patina eindigt en vervuiling begint. Bij die gebouwen waar architecten materiaalpolychromie toegepast hebben als esthetische kunstgreep – zoals bij de nieuwe Bavo is gebeurd – dient ervoor gewaakt te worden dat de kleuren verdwijnen als gevolg van het nivellerende effect van de grauwsluier van vervuiling. Wat overigens heel interessant is, is dat Joseph Cuypers met zijn ontwerp anticipeerde op de ‘atmosferische’ werking van de tijd; niet alleen buiten, maar zelfs binnen, ín het gebouw. Naar dit fenomeen is in Nederland verder geen onderzoek gedaan, wat benadrukt dat in ieder geval gekeken moet worden naar de intenties van de architect bij de besluitvorming rond de aanpak van patina/vervuiling. Het onderdeel van de waardenstelling dat ik daarover geschreven heb, is vanwege de omvang buiten het boek over de nieuwe Bavo gebleven. Het blijft op de plank liggen tot de tijd rijp is om het uit te werken tot een artikel. Enkele aspecten heb ik meegenomen in het hoofdstuk over de polychromie van de Haarlemse kathedraal.*

Wordt vervolgd!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. E kas blau | Het blauwe huis. Gedichten op locatie met reisimpressies (Curaçao). Curaçao/Ohé en Laak, 2011. http://bit.ly/2ykneeF-KasBlau. Over mijn beeldgedichten/gedichten op locatie vind je meer onder deze link.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Het register kan via deze link geraadpleegd worden. Wil je het boek bestellen volg dan deze link.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘De muziek van het licht’, Cuypers’ polychromie. Erfgoed in ontwikkeling. Ohé en Laak: Res nova-VanHH.org, 2007. http://bit.ly/Muziek-polychromie.
  • Foto’s en collage bvhh.nu 2011.

Ben je een keer in Willemstad op Curacao, ga dan eens kijken in de Rifwaterstraat, waar de foto hierboven is genomen die de Caribische coëxistentie in de kleurige gevels laat zien.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2JReVIy-VanHH2Org

Ubi sunt …

Ubi sunt

Ubi sunt | Gustave Doré

Eenmaal waren wij machtig
En leidde een sterke stamvader
het leger richting Jerusalem

Non nobis domine …

Verstard en met de ogen geloken
Zijn wij in een eeuwig staren verstomd
Onder het hemels Jeruzalem
met haar gouden muren en poorten
van edelsteen die als Apostelen
op wacht staan bij het graf

Dona nobis requiem sempiternam

Ubi sunt | screenshot van het forum voor de Cuyperscode.nl. Collage en tekst, bvhh.nu (2007)

_______________________

Post scriptum met erfgoedraadsel — Het gedicht Ubi sunt schreef ik zowat op de kop af tien jaar geleden voor de Cuyperscode, een erfgoedspel dat we met mijn vorige bedrijf Res nova hadden ontwikkeld in het kader van Cuypersjaar 2007 voor het voortgezet onderwijs in Roermond en omgeving. Het plaatje eronder laat een schermafdruk zien van de oorspronkelijke publicatie op het spelforum. Het doet een beetje denken aan het Droste-effect*, maar dat is het toch niet. Zie je wat er ontbreekt?

Het gedicht was bedoeld om op een versluierde manier te helpen om een van de puzzels van de code op te lossen. Ook al gaat het spel binnenkort off line – vanwege de verouderd interface – ik ga niet verklappen waarover het gaat. Laat ik er een miniraadseltje van maken. Het gaat om de combinatie van wat Doré op deze staalgravure laat zien, Roermond en de naamgever van het spel. Probeer daar een gemene deler in te vinden en dan kom je er wel. En ja, in het gedicht staan belangrijke aanwijzingen.

Ubi sunt is overigens een prachtig dichterlijk thema dat slaat op de heimwee naar het verleden, kort samengevat in de vraag ‘Waar zijn ze gebleven …’, de tijden van weleer, de grote figuren die het verschil maakten. En het is universeel. Althans dat denk ik omdat ik me herinner hoe Bertus Aafjes dit verwerkte in een van zijn verhalen over de Japanse rechter Ooka.*

Met het werk van Gustave Doré* kwam ik voor het eerst in aanraking als middelbare scholier. Wat me destijds erg verbaasde was het negatieve oordeel over zijn werk. Wie het schreef weet ik niet meer, maar ik herinner me een opmerking in de trant van dat Doré geen diepte aan zijn onderwerpen vermocht mee te geven en dus het gebrek aan inhoud compenseerde door de formaten op te blazen. Dat raakte me, omdat ik zijn meeslepende, verhalende taferelen geweldig vond. Later zou ik me tijdens mijn studie kunstgeschiedenis realiseren dat – ook – dit een tijdsbeeld was, niet dat van de kunstenaar, maar van de scribent. En wie zal het zeggen … misschien ligt in dat besef wel de kern van engagement voor ondergewaardeerde kunstenaars die onder meer leidde tot acties voor het behoud van het werk van Cuypers en de oprichting van het Cuypersgenootschap.

Wat betreft het onderwerp van de gravure, het idealiseren van de kruistocht is een typisch fenomeen van de herontdekking van de middeleeuwen in de negentiende eeuw die in Nederland nauw verbonden was met de katholieke emancipatie. Een van de belangrijkste exponenten hier was Cuypers’ zwager, J.A. Alberdingk Thijm die onder meer historische romans over middeleeuwse figuren schreef. Wat ik aan de voorstelling zo frappant vind is dat ze niet buiten, maar binnen – in een grote kerk – is gesitueerd. Toch word je in eerste instantie op het verkeerde been gezet door het portaal linksonder in het beeld en de erker met het balkon voor de bisschop met zijn gevolg. Grappig genoeg hebben we in Nederland een kerk waar vergelijkbare erkers zitten, maar waar ook alweer …

Natuurlijk werden de kruisvaarders geromantiseerd. Het klonk allemaal zo mooi en verheven, strijders voor het geloof. In werkelijkheid hebben zich de meest afgrijselijke taferelen afgespeeld die nauwelijks verschilden van wat IS in deze eeuw op zijn geweten heeft.* Wie zich van de kruistochten een indruk wil vormen, kan ik aanbevelen het indringende boek De bekeerlinge (2016) van Stefan Hertmans te lezen.

Om het effect van de spoiler te voorkomen is hieronder als locatie van dit item de plattegrond van Roermond rondom het Cuypershuis geplaatst, dat een behoorlijk grote rol speelde in de Cuyperscode. En ja, ook dit is een hint.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

Dit item kan geciteerd worden als Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Ubi sunt | Gedicht op maandag (#Gom)”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2007; 2017. http://bit.ly/2hkfrmj.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2zPXnaj-VanHH2Org

Presentatie Rijksmuseum masterclass OU on line

Presentatie Rijksmuseum masterclass — Zowel in 2017 als in 2019 heb ik een presentatie gegeven over het programma van het Rijksmuseum voor de masterclass van de Open Universiteit.

Surf naar http://bit.ly/Arbeid-Bezieling om deze presentatie voor de Open Universiteit te bekijken en te downloaden.

Dit tegeltableau betreft de historische ontvangst van Dürer in Den Bosch. Bij de presentatie kun je vinden hoe een van de programmamakers van het Rijksmuseum, Victor de Stuers, dit tafereel liet samenstellen door Georg Sturm. Wat ik zelf heel apart vind aan dit tableau is het kleurgebruik. Wat zou de bedoeling zijn geweest bij de onderverdeling van het gezelschap in lichte en donkere groepen; niet in naturalistische kleuren, maar wisselende partijen in  gebroken wit, zachtgeel en oker? En hoe apart om de Sint Janskathedraal op de achtergrond tegen een bordeauxrode hemel te plaatsen. Kleurtransposities waren in die tijd zeker niet gebruikelijk.

Wie het weet, mag het zeggen.

Op Wikimedia Commons kun je een overzicht vinden van de tableaus op de buitengevels van het Rijksmuseum. Misschien helpt dat om mijn vraag te beantwoorden, want ook bij de rest van de serie zie je dit type kleurtoepassing.

Overigens heb ik over dit bezoek van Dürer ooit een achtergrondverhaal geschreven voor de Cuyperscode. Dat vult de presentatie mooi aan. Surf naar deze link om het te lezen!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Crowdfunding voor Cuypers’ glasnegatieven

Ambassadeur voor Cuypers' glasnegatieven op ifthenisnow.eu. Screenshot bvhh.nu 2017.

Afgelopen maanden heb ik het Cuypershuis als ambassadeur geholpen bij de crowdfunding voor de redding van Cuypers’ glasnegatieven. Dat was een interessante actie, waarvan ik een soort logboek bij heb gehouden op if then is nowhttp://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2.

Zoals ik wel vaker met dit soort zaken meemaak (kijk naar De genade van de steiger, De nieuwe Bavo te Haarlem of naar #KunstinBreda), is er veel meer uitgekomen dan ik had verwacht. Voor mij was het een mooie oefening in kort blijven, want meer tekst dan op de ‘dia’ en een kleine toelichting eronder, was niet de bedoeling. Eigenlijk heb ik dus vooral een heleboel vragen opgeworpen die nog op antwoord wachten. Waar is de masterstudent die met al deze proefballonnetjes verder gaat?

De crowdfunding is inmiddels een groot succes geworden: het streefbedrag van 10.000 euro is bereikt, maar dat betekent niet dat het Cuypershuis op zijn lauweren gaat rusten. Voor de totale restauratie is immers het viervoudige nodig, dus donaties blijven welkom! De actie via bit.ly/Cuypersglasnegatieven op het platform voordekunst.nl is voorbij, maar de crowdfunding wordt voortgezet door het museum zelf. Help mee en geef je donatie door aan museum@roermond.nl onder vermelding van #CuypersinBeeld.

Of bezoek de tentoonstelling en doe daar je schenking. Tot 26 maart 2017 kun je terecht!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Post scriptum

Bij de proefballonetjes zat onder meer het volgende erfgoedraadsel:


Welke fototechniek gebruikte Cuypers? Collage bvhh.nu 2017 met beeldmateriaal van Wikimedia Commons.

Kom je er niet uit, dan kun je hier de spoiler vinden!

Over de reddingsactie voor Cuypers’ glasnegatieven schreef ik eerder dit item op deze site: http://bit.ly/2hDGDLh.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-Cuy2

Cuypers assortiment


Warning: require_once(D:\appdata\IIS\vhosts\vanhellenberghubar.org\httpdocs/wp-includes/class-wp-oembed.php): failed to open stream: No such file or directory in D:\appdata\IIS\vhosts\vanhellenberghubar.org\httpdocs\wp-content\plugins\embedpress\EmbedPress\Shortcode.php on line 97

Fatal error: require_once(): Failed opening required 'D:\appdata\IIS\vhosts\vanhellenberghubar.org\httpdocs/wp-includes/class-wp-oembed.php' (include_path='.;C:\php\pear') in D:\appdata\IIS\vhosts\vanhellenberghubar.org\httpdocs\wp-content\plugins\embedpress\EmbedPress\Shortcode.php on line 97