De balustrade van de koepel in de nieuwe Bavo

De balustrade van de koepel in de nieuwe Bavo te Haarlem (foto BvHH 2013)

In geen gebouw is zoveel terracotta verwerkt als in de nieuwe Bavo te Haarlem, ontworpen door architect Joseph Cuypers. In geen gebouw is zo vroeg al verglaasde terracotta verwerkt. Toen de eerste bouwfase voltooid was – vanaf de apsis aan de oostkant tot en met de eerste bouwlaag van viering en transept, in 1898 – vormde het interieur een grote verrassing: het licht in de kathedraal werd opgevangen en gereflecteerd door vele strekkende meters terra cotta sierbanden over pijlers en muren, kapitelen en imposten en lijsten van ramen en bogen.

Er was op dat moment maar één fabriek in Nederland die in staat was dit toen nog hoogst experimentele bouwmateriaal te leveren: E.C. Martin te Zeist. En zo ingewikkeld was het maakproces dat slechts één op de vier exemplaren gaaf uit de ovens tevoorschijn kwam. Vandaar dat op verschillende plaatsen ook de misbaksel werden gebruikt, die werden gevernist om toch een glanzend, verglaasd effect op te roepen. Nu zou je denken dat dat alleen op verborgen plaatsen gebeurde, maar niets is minder waar. Als resultaat van een wordingsproces pasten de misbaksels bij uitstek in het concept van de Unvollendete, de bewust onvoltooide kathedraal van Joseph Cuypers. Of liever, de kathedraal van de potenties, want ieder onaf onderdeel heeft de potentie om iets te worden. Bij dit worden wordt een traject van trial and error afgelegd, dat geïllustreerd wordt door de misbaksels. Vandaar dat je deze op soms wel heel opvallende plaatsen ziet zitten, zoals bij het hoogkoor of in de top van een van de bogen bij de entree aan de westkant.

Bij de tweede bouwfase, toen transept, koepel en schip werden gebouwd (1902-1906), ging Joseph Cuypers aan de binnenkant verder met Martin. Hij leverde onder meer de sierstenen voor deze balustrade, waar de architect, zoals hij zelf vertelt, ‘Spaansch-Arabische motieven’ heeft toegepast. Die herken je in de in elkaar geschakelde decoraties, ontworpen op basis van geometrische modules. Ter afwisseling zijn de consoles waarop de kolonetten van de koepel rusten, uitgewerkt als fraaie kopjes met verschillende gelaatsuitdrukkingen. Zouden het oosterse genii zijn, of andere wezens?

Heb je een idee waar deze voor staan? Geef het me dan door. Je weet het, ik ben dol op erfgoedraadsels.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

  • De intrigerende terracotta’s, de glanselementen en het thema van de Unvollendete heb ik meer diepgaand behandeld in mijn boek over de nieuwe Bavo: Hellenberg Hubar, Bernadette van,  De nieuwe Bavo te Haarlem.Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016.
  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997.
  • Thompson,M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898.
  • Eggenkamp, Wim, ‘Restauratie Kathedrale complex van Sint Bavo halverwege’, in: Haerlem Jaarboek 2014, Haarlem 2015, pp. 133-179.
  • Een interessant stuk over E.C. Martin staat op de site van Capriolus Contemporary Ceramics – Keramiek Galerie onder deze Evernote link.

Meer lezen, bestel het boek via: bit.ly/Bavo-Ao

Bezoekadres

Heb je belangstelling om de kathedraal een keer te bezichtingen. Dat is mogelijk vanaf april tot en met oktober en in de kerstvakantie, waarbij je ontvangen wordt door kathedraalgidsen die je van alles over de nieuwe Bavo kunnen vertellen. Kijk voor je gaat even op de website van de kathedraal voor de precieze tijden.

De entree bevindt zich bij het hoofdportaal van de kathedraal aan het Bottemanneplein, onder de twee torens.
Er is ruime parkeergelegenheid op het Emmaplein, direct naast de kerk.
Voor autobussen zijn aparte plaatsen aan het Bottemanneplein.

De entree bedraagt € 4,00 en voor kinderen tot 12 jaar € 1,00.

Erfgoedverhaal, een virtueel Djemaa el Fnaplein

Place Djemaa el Fna in Marraksh
Place Djemaa el Fna in Marraksh, waar met name ‘s avonds de verhalenvertellers bij elkaar komen en een eeuwenoude traditie voortzetten. Maar ook acrobaten, slangenbezweerders, hennaververs en kooplui horen tot het beeld. Vandaar dat het plein door de Unesco is aangewezen tot immaterieel werelderfgoed. Foto auteur 2014.

Verhalenverteller — Ik ben een echte verhalenverteller. Je hoeft me maar op een plek, in of bij een gebouw, een museum, een landschap, het maakt niet uit, te zetten, en er rolt als vanzelf een verhaal uit mijn vingers. Vandaar het opzetten van @Erfgoedverhaal, waarmee ik graag de aandacht wil vestigen op de rijke epische kant van mijn vak. Ieder onderzoek, ieder veldwerk en iedere excursie brengt zoveel nieuws, dat ik er – los van de rapportage – hele verhalen over zou kunnen schrijven. Sterker nog, dat heb ik bij de meeste projecten in het verleden min of meer al gedaan, maar dan was het toch mondjesmaat: in de vorm van artikelen, een item op het forum van Res nova of LinkedIn, of een PowerPointpresentatie.

De Cuyperscode — De grote uitzondering was De Cuyperscode, waarvoor ik tientallen achtergrondverhalen heb geschreven als educatieve toelichting bij de verschillende raadsels. Voor deel 2 is zelfs een tutorial ontwikkeld, waarin het verhalende element domineert. Nu dit spel binnenkort (anno 2018) off line gaat – Doornroosje kan zelfs digitaal niet meer wakker worden gekust –  kan ik die verhalen eindelijk laten circuleren. Ook voor die verhalen heb ik een virtueel Djemaa el Fnaplein bedacht om de inspiratie van het erfgoed uit te strooien. Dat geldt niet minder voor de erfgoedraadsels die ik af en toe ad hoc verzin. Als je een maal een spel hebt gemaakt, blijf je in raadsels denken.

#Kerkverhalen — Een apart segment binnen erfgoedverhaal vormt de community #Kerkverhalen die Menno Heling van if then is now en ik samen hebben opgezet. Je kunt een deel ervan op deze site bekijken, maar het gros staat op if then is now, waar een aparte #Kerkverhalen pagina circuleert.

Gedichten — En dan zijn er ook nog de gedichten. Ho, hoor ik je zeggen, maar dat is niet episch! Dan hebben we het toch over de lyrische kant van de medaille? Strikt genomen is dat natuurlijk zo, maar ondertussen gaan vele nu net over facetten van erfgoed en brengen ze allemaal wel een boodschap over. De meeste heb ik voorzien van een post scriptum dat een erfgoedverhaal apart vormt. Ga eens kijken bij #Gom (Gedicht op maandag).

Jouw erfgoedverhaal — Uiteraard verspreid ik via @Erfgoedverhaal ook graag de verhalen van andere actoren in het erfgoedveld, of het nu om roerend of onroerend erfgoed gaat, materieel of immaterieel. Via dit twitteraccount  – waarvan je hier de widget kunt bekijken – kun je me altijd op interessante items attenderen. Dus heb je een mooi erfgoedverhaal voor mij, laat het weten! Je verhaal is trouwens ook altijd welkom op de site of het twitteraccount van @ifthenisnow.

B.1

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

 


  1. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/Erfgoedverhaal. 

Ubi sunt op weg naar Haarlem

Ubi sunt op weg naar Haarlem herinnert aan de Cuyperscode. Collage en tekst bvhh.nu 2007.
Ubi sunt, a photo by Bern4dette on Flickr.

Op weg naar 3 maart ben ik me aan het oriënteren. Daarbij kwam ik zomaar deze afbeelding tegen. Oude tijden herleven, niet alleen wat betreft de inhoud, maar ook de context, want dit kleine gedicht maakte ik als aanwijzing in het kader van het erfgoedspel De Cuyperscode. Welke weg zou hier beschreven staan? Misschien kom ik daar wel op terug bij de lezing van 3 maart 2014 in de nieuwe Bavo te Haarlem.

Post scriptum 2017

Het is jammer dat het niet meer kan, want ik vond het een geweldige optie: vanuit Flickr een foto met een stukje tekst bloggen. In bovenstaand geval nam ik een voorschot op een lezing over het hemels Jeruzalem in de kathedraal van Haarlem die zelf een van de mooiste incarnaties vormt van dit thema.

Toen ik enige tijd geleden de serie ‘Gedicht op maandag | #Gom’ startte – er lag inmiddels zoveel fraais onder het stof – vond ik dat ook Ubi sunt daarin een plaats verdiende. Misschien wel omdat het een van de exemplaren was die me er in 2008 toe inspireerde eindelijk de stap te zetten naar een bundel. Dat werd Assez de place pour être heureux. Die titel heeft zich onbedoeld tot een metafoor ontpopt, want het is beslist een van de dingen die me erg gelukkig maakt: gedichten schrijven.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

Een merkwaardig teken

Een merkwaardig teken. Foto bvhh.nu 2013.

Iemand vertelde me dat hij dacht dat het een kerstboom was, maar dat klopt toch niet. Kijk maar eens goed en kijk of je kunt achterhalen wat het betekent (want dat heb je natuurlijk met merkwaardige tekens, die betekenen iets). Als je er niet uitkomt, dan is er vast wel een team op deze site dat je helpt. O ja, en dan heb je nog een-op-een betekenissen en een meer diepgaande symboliek. Wat zou het hier wezen?

Mmm …, Je vindt dit teveel gedoe? Druk dan op dit klavertje .

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Wat nog meer?
  • Nog een merkwaardig teken? Surf dan naar de verzameling erfgoedraadsels via deze link.
  • Een paar ervan zijn inmiddels opgenomen in de collectie #kerkverhalen op if then is now.
  • Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-bA | http://bit.ly/1ZvvID0

 

Ruskin in de nieuwe Bavo

Retorische vraag

Het begon allemaal met een bijna retorische vraag op Twitter, waar een grapje aan vastgeknoopt werd:


Daar kwamen een paar reacties op, zoals:

en:

Zo begon de speurtocht op de sociale media, vooral op Facebook, met allerlei hints en tips. Met name dit bericht riep behoorlijk wat vragen op:

 

Verbazingwekkend hoe sterk de gevoelens zijn bij mensen die deze film hebben gezien. Nu moet gezegd worden dat dit meesterwerk van Visconti wel heel bijzonder is, met dat tragische einde, omlijst door de muziek van Mahler. Onvergetelijk!

Als je nieuwsgierig bent, kun je nu verder lezen. Maar wie weet, wil je eerst zelf een poging wagen. Dan kun je misschien ook nog wat met deze tip, die je na het voorgaande vast wel kunt plaatsen:

Is dit een dwaalspoor of lijkt dat maar zo? Wie zal het zeggen? Iedere aanwijzing is er immers een.

Leeswaarschuwing

Kijk uit: als je nu verder scrolt, komt de oplossing in zicht en dan kun je echt niet meer terug!

Plattegrond van de nieuwe Bavokathedraal (1898)

De oplossing van het raadsel zit in het zuidertransept. Als je het slakkenhuis hebt gevonden ben je héél dicht in de buurt (Herkomst: Thompson, De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem*).

Hoe zit het nu met Ruskin en de nieuwe Bavo?

Bij het onderzoek naar de nieuwe Bavo speelt met name het artikel van Joseph Cuypers in het tijdschrift Van Onzen Tijd (1906/1907) een belangrijke rol. Het is een stuk dat alleen na lezen, herlezen en nog eens lezen de onderliggende boodschap prijsgeeft die vaak door subtiele formuleringen en zijlijntjes tevoorschijn komt. Bij mijn onderzoek naar de ideeën van Joseph Cuypers over materiaal en kleur kwam ik onder meer uit bij een passage over het gebruik van verschillende soorten steen bij het triforium in de westwand van het zuidertransept. Hierin staat dat het:

‘[…] in Sint Bavo voor het karakter van de twee toegepaste materialen eene behandeling wenschelijk [is] geweest, die ons ook weer herinnert aan de schilderachtige galerijen van de Venetiaansche paleizen in den geest van het “Ca d’oro”.’*

The Casa d Oro Venice Ruskin

John Ruskin, Ca d'oro Venetie

John Ruskin, Aquarel van het Ca d’oro in Venetië. Herkomst Wikimedia Commons.

Jospeh Cuypers triforium zuidertransept nieuwe Bavo

Het triforium in het zuidertransept van de nieuwe Bavo, waarbij Joseph Cuypers zich liet inspireren door Venetiaanse galerijen als die van het Ca d’oro. Herkomst foto: Van Onzen Tijd (1906-1907).

Dit Ca’ d’oro en ook de overige Venetiaanse paleizen dankten hun roem boven alles aan John Ruskin die in 1849 en 1851 Venetië al tekenend en aquarellerend doortrok om in de jaren daarna zijn fameuze driedelige werk The Stones of Venice (1851-1853) te schrijven. Ruskin maakte zich namelijk ernstig zorgen over de toenmalige bezetting van Venetië door Oostenrijk en vreesde voor de verwoesting van het Ca’ d’Oro en het Dogenpaleis door de legers. De Engelsman was dan wel geen voorstander van ‘restauratie’ – in de zin van herstel in nieuwe glorie – maar vernietiging ging hem te ver. Dat brengt ons vanzelf op de vraag hoe hij als oudheidkundige nu precies tegen het behoud van monumenten aankeek. Ruskin geloofde in vertraagd verval, en nog sterker geloofde hij in de scheppende hand van de tijd. Voor hem was een gebouw pas op zijn toppunt als vier tot vijf eeuwen hun werk hadden gedaan: als de stenen waren geërodeerd en verkleurd, en vol ‘schilderachtige’ barsten en groeven zaten. Het summum was wel als de natuur zich in de muren geworteld had. Ondertussen was het wel nodig om het monument in stand te houden, zodat dat hoogtepunt ook bereikt kon worden. En daarom moest je het door de tijd heen nog liever oplappen dan herstellen, laat staan restaureren. Hoe romantisch dit ook klinkt, zo hadden we waarschijnlijk anno nu geen monument meer overgehouden. Toch wordt er tegenwoordig veel meer in de zin van Ruskin gewerkt, dan in zijn tijd.

13-05 Bavo patina_Pagina_09-bew

Links een illustratie van Ruskin van een gotisch timpaan van de kathedraal van St. Lo uit ‘The seven lamps of architecture’ (1849). Let op de varen met name linksboven. Midden het woonhuis van de familie Cuypers in Roermond, dat was overgroeid met klimop. Rechts de inmiddels verdwenen varen in de dwerggalerij van de nieuwe Bavo. Hoe ‘schilderachtig’ en ‘organisch’ ook, Ruskins visie op het erfgoed was niet altijd even praktisch.

Ruskins werk was buitengewoon populair en werd onder meer gebruikt bij architectenopleidingen als die van Delft, waar Joseph Cuypers was geschoold. Typisch genoeg was (ook) zijn opzichter en latere vennoot Jan Stuyt helemaal weg van Ruskin. Cuypers senior had met de ideeën van Ruskin kennis gemaakt bij zijn reis naar Engeland in 1862. Daar ontmoette hij architecten die de ideeën van Ruskin uit zijn Sevens lamps of architecture (1849) geïntegreerd hadden in een nieuwe stijl, de ‘structural’ of ‘constructional polychromy’.* Deze ‘polychrome constructie’, zoals Joseph Cuypers het begrip vertaalde, is een van de belangrijkste concepten geweest bij het ontwerp van de nieuwe Bavo, waar een prachtige combinatie van verschillende soorten natuur- en baksteen werd gerealiseerd inclusief de terracotta’s.

William Butterfield, All Saints, London (1850-1853)

William Butterfield, All Saints, London (1850-1853), de eerste kerk die werd ontworpen onder invloed van Ruskins ‘structural polychromy’. Cuypers senior leerde dit type architectuur in 1862 kennen, toen hij zijn collegae in Engeland bezocht.

De ‘polychrome constructie’ van de nieuwe Bavo te Haarlem: ook de geschilderde polychromie van de torenbekroning maakt deel uit van het concept: Joseph Cuypers wilde hiermee het effect van geglazuurde terracotta oproepen. Op dat moment was de industrie technisch gezien nog niet ver genoeg om dit harde materiaal volgens het ontwerp dat hij bedacht had, te produceren.

Wat me sterk verbaasde is dat Joseph Cuypers Ruskin in dit artikel niet bij name noemt, terwijl hij dat wel doet met andere invloedrijke tijdgenoten zoals: ‘Viollet le Duc, Semper, Morris, e.a.’. Waarschijnlijk valt Ruskin onder de e.a., waardoor bij mij de associatie met Repelsteeltje ontstond (alleen Joseph wist immers hoe hij echt heette) die de puzzelaars volstrekt op het verkeerde been heeft gezet. Dat werd nog erger toen ik vertelde dat Repelsteeltje in de kerk zat te zingen in het Italiaans, of was het Latijns: O domus aurea. Dit sloeg uiteraard op Ca’ d’oro dat eveneens gouden huis betekent. Wel een beetje gemeen, omdat de domus aurea in de nieuwe Bavo aan de buitenkant als Mariasymbool is vereeuwigd. Een volgend spoor in de goede richting was de snelkoppeling naar de PDF van het artikel van Joseph Cuypers, waarin het allemaal staat. Dat bracht geen soelaas, dus toen gooide ik het op de overeenkomst tussen Ruskin en Thomas Mann (Venetië uiteraard), ondersteund door de foto van Dirk Bogarde in de klassieker ‘Dood in Venetië’.

Dat zo’n speurtocht onverwachte resultaten oproept blijkt wel uit de reactie van Stephan van Rijt, de koster van de nieuwe Bavo:

‘Vandaag kreeg ik in handen: HERLEVING van de kerkelijke kunst in katholiek Nederland door Gerard Brom; Toeval? Ruskin wordt genoemd aangaande de Nieuwe Bavo op blz. 349. “Tussen Cuypers en Berlage stonden beginselen, die Ruskin tevoren had bepaald, toen hij rijke vormen een teken van nederigheid, strakke bouw een teken van hooghartigheid durfde noemen”. (Ruskin: the stones of venice, vol.II, ch.,VI, & LXXVIII)’.

Hoezo zijn sociale media oppervlakkig!

Bronnen

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar bronnen die hierna vermeld worden:

  • Cuypers, Joseph, ‘Van hedendaagsche bouwkunst in ’t algemeen en de kathedraal van Sint Bavo in ’t bijzonder.’, in: Van Onzen Tijd 7 (1906-1907), pp. 1-16; 100-116 (i.h.b. p. 3 en p. 103): http://bit.ly/Bavo2all.
  • Leeuwen, Wies (A.J.C.) van, P.J.H. Cuypers architect 1827-1921, Zwolle 2007, p. 286 (Engelse reis 1862).
  • Oxenaar, Aart, P.J.H. Cuypers en het gotisch rationalisme. Architectonisch denken, ontwerpen en uitgevoerde gebouwen 1845-1878 (dissertatie Universiteit van Amsterdam 2009), Rotterdam 2009, pp. 68-71 (‘structional polychromy’ en All saints).
  • Ruskin, John, The Seven Lamps of Architecture (1ste dr. 1849), pp. 160-163.
  • Thompson, M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898, plaat na p. 10.
  • Wikipedia: http://en.wikipedia.org/wiki/John_Ruskin
  • Wikipedia: http://en.wikipedia.org/wiki/Death_in_Venice_%28film%29
  • Youtube, Gustav Mahler, Vijfde symfonie, deel IV Adagietto, met een compilatie van fragmenten uit Dood in Venetië: https://youtu.be/4kpJehOi2p4

De voorgaande gegevens zijn verzameld in het kader van de waardenstelling waarmee ik bezig ben ter voorbereiding van een boek over de restauratie van de nieuwe Bavo. Dit project wordt uitgevoerd in opdracht van de stichting kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort, de gemeente Haarlem, Van Hoogevest Architecten te Amersfoort, Judith Bohan Interieur Restauratie te Haarlem, Davique Sierschilderwerk te Moordrecht en Bam Schakel & Schrale (Amsterdam, Roermond).

Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-ak | http://bit.ly/1Ot6m76

Erfgoedverhaal

Ubi sunt