Revisited | Sinterklaas 2011

Revisited — Toen ik vorig jaar (2017) startte met de rubriek ‘Gedicht op maandag’, voelde ik me rond Sinterklaas zowaar overvallen door de Goedheiligman, wat toch vreemd is voor een jaarlijks terugkerend feest. ‘Doe ik nu net alsof er niets aan de hand is, of speel ik er op in?’ Het werd het laatste. Ditmaal gaan we naar 2011, naar het gedicht wat ik voor Annelei Engelberts schreef, nadat ze mij het mooie boekje met ‘Brieven aan een jonge dichter’ van Rainer Maria Rilke als Sinterklaascadeau had gestuurd.* Annelei en ik hadden niet lang daarvoor de bundel Sur place* geproduceerd, zij de tekeningen en ik de gedichten, dus het leek me voor de variatie wel aardig om zelf eens een poging te wagen om lijnen op ‘t papier te zetten. Aandoenlijk vond ze het.

Revisited | Collage Sinterklaas met Annelei Engelberts, 'Sur place' en R.M. Rilke (2011). bvhh.nu 2018

En suivant

Voor 2011 gorden wij ons aan
het kompas gericht op
Spaanse krochten het
kerkhof der verloren boeken
achterna
waar vreemd genoeg
niet veel
te wachten staat

De sjamaan die van Turkije kwam
en schimmel en knecht
kreeg toebedeeld van
Wodan
die allesheerser
wereldwijd opgetuigd
met namen van Zeus
of Allah of Jahweh
of Demiourg, architect
van het universum
Die wijze wit bebaarde man
met tabbard, mijter en staf
als gekerstende insigniën
een koning te paard zijn
zwarte schildknaap
een tegenspeler
archetypes

… aartsbeelden
waarvan ieder
van ons
ze in het gedeelde
geheugen bezit
Daar liggen de verhalen
die oeroud
gezaaid zijn
in ons bloed
en af en toe
ruisend
op onze hartslag
naar boven dringen
tot
bewustzijn hun
een kleed aantrekt
dat wij met
onze zintuigen
omhelzen.

Laat dat het
avontuur zijn
dat in 2011
wacht.

Bernadette van Hellenberg Hubar & Annelei Engelberts in Soissons (2009). Foto Poul de Haan.

__________________________________

Naschrift — Annelei en ik hebben elkaar leren kennen tijdens een van de excursies van ‘Kunst der vormen’.* Ik vertelde haar dat ik al enige tijd zocht naar iemand om een bundel mee te maken: mijn partner de tekeningen en ik de gedichten. Ze reageerde heel spontaan dat zij dit wel wilde proberen. Van haar werk heb ik om te beginnen dankbaar gebruik gemaakt voor de bundel Poèmes de Picardie (2009). Daarna hebben we een jaar samengewerkt aan Sur Place. Met haar Delftse stedenbouwkundige achtergrond leek het haar aardig om iets te doen met een stad, en dan wel een met een interessant stedenbouwkundig verleden. Het werd Roermond, een stad waar ik zoveel onderzoek heb gedaan dat de bijzondere onderwerpen voor het oprapen lagen. Hoogleraar Peter Nissen was dat jaar bezig met zijn grote monografie over Roermond en nog altijd ben ik hem dankbaar dat hij tijd vrijmaakte om mijn historische post scriptum te lezen. Dat is mijn makke … ik kan niet zomaar gedichten over de schutting gooien, ik wil de lezer ook graag voeden met informatie om ze te interpreteren. Of dat nog steeds een taboe is in schrijvend Nederland, weet ik niet en dat boeit me ook niet zo.

En dan Rilke met zijn adviezen aan een jonge dichter. Goede wijn behoeft geen krans en dat geldt ook hiervoor. Je zou iedereen zo’n liefdevolle mentor gunnen en misschien heeft iedereen die ook wel nodig. Wat ik in ieder geval al die jaren ter harte genomen heb is Rilke’s opmerking ‘Kunstwerken zijn van een oneindige eenzaamheid en met niets zo weinig nader te komen als met kritiek. Alleen liefde kan ze omvangen, bewaren en recht doen wedervaren.’* Bij geen enkel poëtengezelschap heb ik me aangesloten, geen enkel forum heb ik opgezocht. Alleen in binaire sferen deel ik de gedichten uit, laat ik ze los in de wereld, geef ik ze vleugels door mijn periodieke rubriek ‘Gedicht op maandag’.

Hoe vreemd dat ook schijnt te zijn, Rilke heeft bij mij een bijzondere plaats gekregen in het boek over de nieuwe Bavo, en wel bij de Unvollendete. Het was de inmiddels oud-plebaan van de kathedraal die me attendeerde op het gedicht uit Das Stundenbuch (1905) over de niet te voltooien kathedraal. Ik heb dit gedicht van Rilke eerder aangehaald bij het gedicht ‘Atomen’ uit de minicyclus over de Medersa Ben Youssef in Marrakesh.*

Tja, en dan het onvermijdelijke onderwerp … Zwarte Piet. Ik herhaal hier wat ik op Facebook in besloten kring al heb gezegd naar aanleiding van de afgewogen blog van Jaïr Cijntje: ‘Dit is zo’n discussie waar ik buiten wil blijven, omdat ik de escalatie op z’n zachtst gezegd verontrustend vind. Maar eerlijk is eerlijk … dit is een evenwichtig verhaal [van Jaïr Cijntje]. En als we alles terzijde schuiven – ook de cultuurhistorische argumenten die heel valide (kunnen) zijn – dan gaat het alleen nog maar om de menselijke maat’.*

In mijn gedicht refereer ik aan archetypen. Hoe sterk dat achteraf voor deze discussie op blijkt te gaan, onthullen twee jonge filosofen in hun artikel over het ‘feest van impliciet racisme’.*

Is december geen mooie maand om te wijden aan de menselijke maat?

Alle Menschen werden Brüder!*

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!  


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Rilke, Rainer Maria, en Theodor Duquesnoy (vertaling). Brieven aan een jonge dichter. Amsterdam: Balans, 2009.
  • Engelberts, Annelei, en Bernadette van Hellenberg Hubar. Sur place, Roermond in dertien beeldgedichten. 1ste dr. Amsterdam/Ohé en Laak, 2011. http://bit.ly/Surplace-2011. Daarna hebben we samen Wikken en wegen gemaakt, in opdracht van de Rechtbank Roermond toen deze opging in de Rechtbank Limburg (2013-2014).
  • Surf daarvoor naar deze link.
  • Rilke, Brieven aan een jonge dichter, p. 16.
  • Hubar, De nieuwe Bavo, p. 163, Rilke, Ranson en Hutchinson, Rainer Maria Rilke’s The Book of Hours, pp. 19-10, 201 (blijkens p. 201 schreef Rilke dit gedicht uit Das Stundenbuch (1905) in 1899). Van Ogtrop had dit gedicht weer doorgekregen van Eric Ottenheijm, assistent hoogleraar Joodse en bijbelse studies. De gecursiveerde woorden zijn van toepassing op het aanzien van de nieuwe Bavo. Het roept natuurlijk de vraag op of Joseph Cuypers dit ooit heeft gelezen. Mocht dat zo zijn, dan is het vast een feest van herkenning voor hem geweest. Surf naar het gedicht ‘Atomen’ uit de minicyclus over de Medersa Ben Youssef in Marrakesh via deze link.
  • Cijntje, Jaïr. “Zwarte Piet: wat is er nou precies racistisch aan?” Ondertussen.nl, 26 september 2018. http://bit.ly/2QCv8br-Evernote. Mijn Facebook bericht dateert van 21 november 2018.
  • Jongepier, Fleur, en Sem de Maagt. “Waarom Zwarte Piet onacceptabel is”. De Groene Amsterdammer, 4 december 2014. http://bit.ly/2U5pddO-Evernote
  • Uit de Ode an die Freude van Friedrich von Schiller uit 1785/1803. Dit gedicht heeft vooral naam gemaakt doordat Beethoven de tekst op muziek heeft gezet in het laatste deel van zijn Negende symfonie in 1823. De tekst is onder meer te vinden op Wikipedia. De ode van Schiller/Beethoven werd in 1972 door de uitgekozen als volkslied. Op Youtube is een hele menigte uitvoeringen te vinden!

 

As | In statu nascendi

As — Deze pagina is nog in wording. Ze is opgesteld naar aanleiding van de concrete vraag van de organisatie Traces of War of ze de foto van het Joods herdenkingsmonument in Roermond mogen gebruiken voor hun site. In ruil daarvoor wordt aangeboden om een link naar de afbeelding op te nemen. Omdat ik volgend jaar begin mei met mijn rubriek ‘gedicht op maandag‘ aandacht wil geven aan de Tweede Wereldoorlog, reserveer ik deze pagina daar alvast voor. Traces of War heeft dan een permalink voor de foto en wij hebben alvast een item in voorbereiding voor dodenherdenking 4 mei 2019.

As | Het Joods monument van beeldhouwer Appie Drielsma (2007) in de tuin van de synagoge van Roermond. Foto bvhh.nu 2013.
Het Joods monument van beeldhouwer Appie Drielsma (2007) in de tuin van de synagoge van Roermond. Foto bvhh.nu 2013.

Wordt vervolgd!

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Druiven plukken op Roozendael

Deze diashow vereist JavaScript.

De stilte bestond uit zonlicht

Uit de wind die in de ranken draalde

Tegen een achtergrond van landbouwruis

En het zachte timbre van stemmen

De schreeuw van de buizerds in de lucht

begeleidt pirouettes boven de wijngaard.

Staccato geklik van de snoeischaar

gevolgd door de geluidloze plof

van trossen als kolven

’n blauw mozaïek in allerlei tinten

Tot berstens toe ontploft

zoet fruit in je mond

papillair verrast onstilbaar genot

Oogsttijd op Roozendael

Druiven plukken op landgoed Roozendael in Reuver. Foto Marij Coenen 2018.


Druiven plukken op Roozendael

Welk Roozendael zullen kenners als eerste vragen? Want er zijn wel heel veel Rozendalen in allerlei schrijf varianten in Nederland. Dit Roozendael is een landgoed in Reuver (Midden-Limburg) dat bestierd wordt door wijnboer Henk Stiekema en zijn vrouw, mijn Probus collega, Marieke Kruit. Na al het onderzoek wat ik in het verleden naar boerderijen en landelijke gebieden heb gedaan en begeleid, raak je je fascinatie voor toponiemen niet meer kwijt. Dat deel ik met de eigenaren, want op hun website staat dit aardige stukje:

Het landgoed bevindt zich op een maasterras, een voormalige dalbodem, aan de oostzijde van de rivier. Door deze ligging bestaat er geen gevaar voor wateroverlast bij hoge waterstanden van de Maas. Meer naar het oosten (richting Duitsland) bevinden zich nog een aantal hogere maasterrassen, zodat de geologische ontwikkeling van het gebied goed zichtbaar is in het landschap. De grond bestaat uit voormalige stuifzanden (maasduinen), maar in de diepte bevindt zich een oude kleilaag. Deze is in de jaren 60 van de 20ste eeuw doorgestoken, om wateroverlast in de nabij gelegen woonwijk te verminderen. Tot dan toe bevond zich aan de noordoostelijke zijde een groot ven met begroeiing. Daar is waarschijnlijk ook de naam van het gebied van afkomstig. Ross (maar ook reuss) is een oude benaming voor riet en dal duidt op een laagte in het land. Er zijn in Nederland meer plaatsen die op deze wijze een soortgelijke naam hebben gekregen. Dat de naam in de loop der jaren aangepast is, blijkt uit de topografische kaarten, waarop het gebied aangegeven is met de naam Roosendaal.*

Het landgoed wordt overigens niet alleen uitgebaat als wijngaard en wijnmakerij. Marieke heeft er ook haar atelier voor grafiek, beeldhouwen en glas in lood, waar ze eveneens cursussen verzorgt. Wijn en kunst, altijd een goede combinatie.

Het gedicht geeft het al aan: ‘t was een dag met een gouden randje. Waar anderen duizenden kilometers rijden om in mediterraan weer wijngaarden te bewonderen, konden Marij en ik hetzelfde doen op nog geen half uur van ons huis! En wat zo apart is … je stapt uit en bent haast meteen van de wereld! Alles valt van je af als je tussen de stokken zit en meter voor meter opschuift om de trossen te knippen. Af en toe een prikkende braamstengel weghalen of wat verhullende bladeren en verder niets. Er is een rust die alles omhult en waarin ook het praten telkens weer wegzinkt. Vredig …

En zoet! Zo zoet had ik het niet verwacht. Zelfs de spontaan ontwikkelde rozijnen die aan de trossen zaten, waren zoet en dat schijnt nogal bijzonder te zijn. Voor we zo’n tros in de emmer mochten doen, moesten we eerst proeven of de rozijn inderdaad niet zuur was, want anders … weg ermee. Maar de hoeveelheid zonuren had voor veel zoets gezorgd en dat was voor mij überhaupt een verrassing, omdat ik niet van zoet houd.

Door de hete droge zomer is de oogst dit jaar tweemaal zo groot als andere jaren. Dus wie belangstelling heeft om te plukken kan zich melden bij hoeve Roozendael via de website of Facebook.*

Tot slot nog een dankwoord aan mijn andere Probus collega en medeplukker, Steef Stevens, die tussen het plukken door mompelde dat ik vast aan het denken was over een gedicht.

Et voilà!

;-) Bernadette

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar het volgende:

  • “Beschrijving Landgoed Roozendael”. Roozendael.nl, 2013. bit.ly/2Nvhuks-Roozendael. Voor deze informatie wordt verwezen naar Tussen Maas en Meerlebroek, Toponiemen in de gemeente Beesel. Auteur Loe Giesen, uitgave Heemkunde vereniging Maas- en Swalmdal, Reuver, 1990.
  • Voor de site zie de voorgaande noot. Voorts: “Hoeve Roozendael”. Facebook. Geraadpleegd 8 oktober 2018. bit.ly/2NuSAlc-Roozendael.

Routebeschrijving:

Verkorte link: bit.ly/2y75AID-VanHH2Org

Gedicht op maandag: moerbeiengaard

Ook benieuwd naar mijn vorige #Gom?

Nog meer? Surf dan naar deze pagina of ga kijken hoe het allemaal begon.

;-) B.

Gedicht op maandag: Onbeslist | Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Le va et vient à Pierrefonds

Le va et vient à Pierrefonds


Le va et vient | E.E. Viollet-le-Duc (ontwerp), Het binnenplein van kasteel Pierrefonds (1861-1885). Foto bvhh.nu (2008). Le va et vient | E.E. Viollet-le-Duc (ontwerp), Het binnenplein van kasteel Pierrefonds (1861-1885). Foto bvhh.nu (2008).

Le va et vient …
het plein van Pierrefonds
lost op in een markt
waar mensen slenteren …
Iedere gevel
als een apart gebouw
organisch gegroeid
tous les temps, tous les lieux
ogenschijnlijk lukraak
maar au fond
resultaat
van een
tekentafel
waar de meester van het werk
zich fronsend over buigt
en ziet dat het goed is.

Le va et vient | E.E. Viollet-le-Duc (ontwerp), De bouwvakker in een van de sluitstenen van kasteel Pierrefonds (1861-1885). Foto Poul de Haan (2008).

______________________________________________________________________

Postscriptum | La va et vient

Dit gedicht met de uitleg in het citaat hieronder komt uit mijn eerste bundel met Kunst der Vormen in de Picardie – Assez de place (2008)* – en is hier geplaatst in het kader van het initiatief Gedicht op maandag | #Gom. Toen ik met deze groep op excursie ging, realiseerde ik me helemaal niet dat we zo dicht bij Pierrefonds zouden zijn.* En dat stond al zo lang op mijn verlanglijstje. Op het notebook dat ik bij me had, had een lezing staan over Pierre Cuypers die ik aanvulde met wat foto’s die Poul de Haan, Marja Langenberg en ik bij een verkennend bezoek hadden gemaakt. En zo kon ik een presentatie geven, voordat we er met het hele gezelschap naar toe gingen. Dat was ook wel nodig: we schrijven 2008, het Rijksmuseum was nog niet herontdekt (dat gebeurde pas na de opening in 2013) en in de groep heerste de nodige argwaan jegens de neostijlen. Er was dan ook geen onverdeeld enthousiasme over dit meesterwerk van Cuypers’ grote voorbeeld, Eugène Viollet-le-Duc. Min of meer schoorvoetend gaf men zich over …

Dit thema dank ik aan Maarten* wiens eerste reactie op het binnenplein van Pierrefonds was dat het zo van de tekentafel kwam. Die opmerking activeerde een paradox die tekenend is voor dit soort complexen: Viollet-le-Duc had als opdracht om in Pierrefonds een microcosmos van het Franse rijk en zijn verleden te tonen, waarvan de organische groei in de verschillende bouwvolumes en geveldelen tot uitdrukking moest komen. In het spoor van Lodewijk XIV wilde keizer Napoleon III zichzelf in het midden van dit rijk plaatsen: het was zijn Versailles. Analoog aan de al wat oudere landschapsparken moesten hier ‘tous les temps et tous les lieux’ verbeeld worden. Marja herkende dan ook direct tijdens de voorexcursie nagenoeg rechtstreekse stijlcitaten van de Sainte Chapelle en van kastelen als Blois en Chambord.

In het spoor van de microcosmos onthult het plein nog een favoriet thema uit deze tijd: architectuur als stad in het klein. Algemeen werd die ‘stad’ alleen als silhouet getoond, zoals Cuypers met name laat zien bij het Centraal Station. Door de bijzondere opgave van Pierrefonds was Viollet-le-Duc hier in de gelegenheid om de stad in het klein ook van binnen te tonen door het plein het aanzien te geven van een markt met verschillende gebouwen.

Van de middeleeuwse bouwkunst hadden Viollet-le-Duc en Cuypers het thema van de recursie overgenomen, dat vergelijkbaar is met het Droste Cacao-effect.* De grote kathedralen zijn een verbeelding van het hemelse Jeruzalem dat ik hiervoor heb aangestipt en bevolkt met heiligenbeelden wier baldakijnen opnieuw een hemels Jeruzalem vormen. Heel fraai zien we dat bij ons broddellapje in het frontispies, waar een prachtig gedetailleerd gotisch Jeruzalem is neergedaald.*

Dit thema werd op verschillende manieren uitgewerkt in Pierrefonds, waar het grote kasteel onder meer een recursie krijgt in de bekroning van de beren van de loge naar de keizerlijke vertrekken. Bij haar speurtocht naar een detail om zich op te concentreren attendeerde Janke me hierop. We zien het dan ook terug in de tekening die zij maakte.

Le va et vient | Janke de Boer, Een van de steunberen van Pierrefonds, bekroond door een miniatuur kasteel. Foto Marjan van den Bos, 2008.
Janke de Boer, Een van de steunberen van Pierrefonds, bekroond door een miniatuur kasteel. Foto Marjan van den Bos, 2008.

Over de foto’s nog het volgende: de twee in de kop zijn van mijn hand. Wat ze bijzonder maakt is dat ze genomen zijn met mijn eerste GSM met fotocamera, een Nokia. Vergeleken met de iPhone die ik nu heb, was het een soort stoommachine, maar wat was ik destijds blij met dit hulpmiddel. Ik heb toen ontdekt hoe gemakkelijk het is om een fototoestel direct bij de hand te hebben.

De foto van de bouwvakker in een van de sluitstenen van Pierrefonds is van Poul de Haan, wiens werk ik voor nagenoeg alle bundels heb mogen gebruiken die ik met Kunst der Vormen maakte. Het was delen in de overvloed wat ook gold voor de andere fotografen en de tekenaars in het gezelschap. Dat maakte het bundelen van de gedichten een dankbaar werk.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. Assez de place pour être heureux. Art des formes visite la Picardie. Gedichten op locatie. Ohé en Laak: VanHH.org, 2008. http://bit.ly/2yS3tYj-Assez, pp. 16-17.
  • Voor zie dit lemma op Wikipedia.
  • Maarten Ruijters, architect en begenadigd topografisch tekenaar. Van hem is ook de tekening op de omslag van Hubar, Assez de place.
  • Voor het Droste-effect of de recursie zie dit lemma op Wikipedia.
  • Het broddellapje slaat op de kerk van Saint Martin au Montigny Lengrain, een onvoltooide symfonie par excellence. Van het frontispies is een foto van Poul de Haan te zien in Hubar, Assez de place, p. 17.
  • Wat betreft de achtergrond van mijn observaties, zie Hubar, Arbeid en Bezieling, zoektermen: microcosmos; Louis de Carmontelle in verband met ‘tous les temps et tous les lieux’; Aart Oxenaar voor de stad in het klein. Het thema van de recursie heb ik verder uitgewerkt in mijn monografie over de nieuwe Bavo.

Ben je in de buurt van Pierrefonds, ga dan zeker kijken!

Verkorte link van dit item: bit.ly/2Iyqt70-VanHH2Org

Duet voor Gerard | Tussen de hond en de kat

Duet voor Gerard — Vandaag gaan we verdrietig genoeg een dierbare vriend naar zijn laatste rustplaats begeleiden: Gerard van Wezel (1951-2018), mijn opdrachtgever bij De genade van de steiger.* Als ik zeg opdrachtgever, klinkt dat heel afstandelijk. En dat was onze werkrelatie die lopende het project uitgroeide tot een vriendschap, allerminst. Ik kom er nog op terug in een blog, die ik binnenkort zal plaatsen. Vandaag, in het kader van de serie ‘Gedicht op maandag’ (#Gom)*, haal ik twee items naar voren, die Marij en ik in beeld en woord maakten voor de jaarwisseling van 2012/2013 en 2016/2017. Gerard was namelijk een echt hondenmens die bij de eerste ontmoeting al vriendschap sloot met Dogle en ons later hielp toen we problemen hadden met haar opvolgster Frieda. Dankzij hem ontwikkelde de laatste zich tot een plezierige huisgenoot. Overigens was Gerard zo honds nog niet of er kon wel een kat bij. Zo kwam in huize Van den Akker/Van Wezel Pip de boxer Twinkel gezelschap houden. Vandaar dit duet voor een inspirerende vakgenoot en loyale vriend.

Duet voor Gerard | Onze Hovawart Dogle (2004) en Troef de kat die in 2012 zijn entree maakte. Collage van Foto's van Marij Coenen en bvhh.nu 2013.
Onze Hovawart Dogle (2004) en Troef de kat die in 2012 zijn entree maakte. Collage van foto’s van Marij Coenen en bvhh.nu 2013.

Vertrouwen (2013)

Stapsgewijs
naderden ze elkaar
het onbegrip in de genen
gebakken
de staart die
vreugdevol groet of
juist vervaarlijk zwaait
leidt tot een lik of een haal
en toch groeide vertrouwen
worden slaapplaats,
eten en drinken gedeeld
de tuin samen verkend
het spel samen gespeeld
als kat en hond
zonder woorden
vol vertrouwen
in elkaar, in ons
in het ongewisse
dat toch wel komen zal
maar gezamenlijk
genomen kan worden.

Kakafonie in rood en blond (2017)

De dag dat de koningen in Bethlehem kwamen
Wordt steevast gevierd met een boon
Nog altijd zijn wij in de bonen
Met onze nieuwe huisgenoot
hoe rood en blond elkaar hier raken
Soms in gekwispel,
dan weer een klauw
geblaas en geblaf als dissonanten
spel en jacht in één parcours
soms op het randje, maar …
nooit rancuneus
nooit langer dan een brok of kluif
nooit zonder ook in peis en vree
de bank te delen
Zou dat vaker passeren
in dit nieuwe jaar?
lam en leeuw, havik en duif?

Duet voor Gerard | Troef en zijn nieuwe huisgenoot Frieda de Hovawart (2016). Collage van Foto's van Marij Coenen en bvhh.nu 2017.
Troef en zijn nieuwe huisgenoot Frieda de Hovawart (2016). Collage van Foto’s van Marij Coenen en bvhh.nu 2017.

Rust zacht Gerard!

B & M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Grand’ parade te Soissons

Grand’ parade

Grand’ parade, de faun in de groteske van 'le petit cloître' van l'Ancienne abbaye de Saint-Jean-des-Vignes te Soissons. Foto Poul de Haan 2009.

Onbeschaamd
de dijen gespreid
wachtte de faun
de eeuwen af
steunend op zijn geslacht
een slang uit de doodskop van zijn buik

Ontdekt als groteske
in de ruïnes van het paleis
kreeg hij een plaats
op het timpaan boven
de voluut op de zuil
die de beer geleedde
De verheerlijking van de klassieken
een schaamlap
om zich open en bloot
te tonen
aan de pandgang van de abdij

Toen de tijd
zijn werk had gedaan
en ranken zijn
benen verlengden
werd het effect bizar uitvergroot
decoratief, obsceen en grotesk

Gemaskerde koppen
monsterden het resultaat
gillend grijnslachend om zoveel lef
in een sacrale ambiance
Grand’ parade

Het gedicht 'Grand' parade' in de bundel 'Poèmes de Picardie' uit 2009. Tekst en collage bvhh.nu 2009.

___________________

Grand’ parade Dit gedicht schreef ik tijdens de derde excursie die ik met Kunst der Vormen meemaakte, opnieuw in de Picardie (2009). In Soissons hadden Marjan van de Bosch en Marja Langenberg al vastgesteld waar ik dit zou moeten maken: bij het beeldhouwwerk van le petit cloître van l’Ancienne abbaye de Saint-Jean-des-Vignes te Soissons. Mijn aandacht werd direct getrokken door de ruïneuze decoratie op een van de steunberen die een wat scabreuze indruk maakte. ‘Volgens mij is het een faun’, zei ik tegen Poul de Haan die zich zette aan het fotograferen van de details. ‘Leunt hij op zijn geslacht?’, vroeg Poul wat verbaasd. Daar leek het sterk op. Nu we dankzij de scherpe foto’s de details kunnen zien komt naar voren dat de buik van de faun – jawel, hij heeft hoeven – een doodskop is waaruit een slang glijdt als geslacht. Hoe bizar kun je het bedenken.

Als het gaat om de belangstelling voor monsters is er niet zoveel verschil tussen de Middeleeuwen en de renaissance. Zoals zo vaak gebeurt in de cultuurgeschiedenis, krijgt hetzelfde beestje een andere naam. Toen men in Rome rond 1490 onder vele lagen puin de domus aurea van Nero ontdekte, raakten de kunstenaars helemaal in de ban van het stucwerk en de schilderingen die ze daar zagen. De meest vreemdsoortige mythologische wezens, monstertjes, maskers, bladmotieven en architecturale franje passeerden de revue. Nadat Rafael deze eenmaal verwerkt had in de loggia’s van het Vaticaan, was de opmars niet meer te stuiten. Wie als kunstenaar in Rome vertoefde kon niet naar huis keren zonder tekeningen van deze grotesken, die vernoemd waren naar het grotachtige karakter van de ondergrondse ruimtes van het paleis van Nero. Kijken we naar de verspreiding van dit type decoratie benoorden de Alpen, dan zijn het met name de graveurs geweest die daarin een grote rol hebben gespeeld. Bij ons heeft vooral Hans Vredeman de Vries (1527 – circa 1609) met zijn architectuurtraktaten de toon gezet. Concentreren we ons op de Franse invloed­­sfeer dan valt de naam van zijn tijdgenoot, Jacques Androuet du Cerceau (1515 –1585). De abt die le petit cloître liet bouwen liep dus helemaal in de pas met de ontwikkelingen van zijn tijd.

Toch wordt hier een vreemde boodschap afgegeven en lijkt de scabreuze faun op dezelfde manier gelegitimeerd te worden als de bekoringscènes die Jeroen Bosch rond 1500 in zijn werk opnam: om aan te geven waar het kwaad in school moest het wel afgeschilderd worden en dus werden de verleidingen zo onomwonden mogelijk op doek en paneel en in hout en steen uitgebeeld. De legitimatie school bij de faun niet alleen in de klassieke herkomst, maar ook en opnieuw in de suggestie van grens tussen goed en kwaad, het aardse en het hemelse.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

  • Gedicht en toelichting zijn ontleend aan Hubar, Bernadette van Hellenberg. Poèmes de Picardie. Art des formes à la recherche de structures du passé. Ressons le long/Ohé en Laak: VanHH.org, 2009. http://bit.ly/Poemes-de-Picardie.
  • Voor de achtergronden van de groteske zie onder meer
    Rackham, Don, Bernadette van Hellenberg Hubar en Karl Pesch-Konopka. Kasteel Wolfrath, Cultuur- en bouwhistorische analyse. Erfgoed in ontwikkeling 6. Ohé en Laak/Horn: Res nova, 2006. Zie Google Boeken.
  • De foto’s zijn van de hand van Poul de Haan. Hierop zijn alle rechten voorbehouden.

Ben je een keer in Soissons, ga dan eens kijken op de locatie waar dit gedicht zich afspeelt.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2F1WQFW-Dichtwerk

Deinend …

Toen ik de Oermoeder gisteren fotografeerde – ik was gefascineerd door het effect van de achtergrond van de kersverse sneeuw – kwam de gedachte op om haar een plaatsje te geven in de serie ‘Gedicht op maandag’ (#Gom). Wat je hierna leest is een bewerking een van de items uit Oermoeder, een bundel die ik in 2009 tegen het einde van het jaar schreef. Centraal hierin staat dit robuuste, verhalende beeld dat Marij een paar maanden daarvoor had aangekocht van de Belgische beeldhouwer Wilfried Jacobs. Dat gaf me een inspiratie! Ik vind het heerlijk om gedichten te schrijven bij erfgoed en kunstwerken, zoals je hieronder kunt lezen.

Deinend in de moederschoot, uit ‘De oermoeder’. Foto bvhh.nu 2017.

Deinend in
de moederschoot
de vrouw in haar stenen foedraal
dat vloeibaar werd,
watermassa’s langs de
groeven
golven graverend in de steen
spoelend over obstakels
en slijpend en schurend en schavend
tot gladde vlakken ontstaan,
van buiten zo gaaf als
de huid van
een kind.
dat nog wacht in de vrouw
tastende handen
op de buik
voelt ze het leven
dat de kracht van het water
als golven herkent
in weeën

voortgestuwd
werd ook hij geboren
die de vrede brengt.

Deinend in de moederschoot (detail), uit ‘De oermoeder’. Foto bvhh.nu 2017.


Postscriptum — Met nog een paar weken te gaan tot Kerstmis dwarrelen als vanzelf associaties omlaag over de naderende geboorte van het ‘licht der wereld’ … uit de vrouw, wier beeldvorming zo sterk bepaald is door de archetypische oermoeder. Hierover schreef ik een verhaal onder de noemer van ‘De vrouw in het oosten’ in mijn boek over de nieuwe Bavo. Heel bijzonder wat Joseph Cuypers en de latere bisschop A.J. Callier daar hebben bedacht. Iedere dag vond hier in de Mariakapel tijdens de dageraad op symbolische de wijze de conceptie van ‘het licht der wereld’ opnieuw plaats!

Voor de toelichting bij de oorspronkelijke versie van het gedicht kun je een blik werpen in de bundel via http://bit.ly/Gedichten4all.

We gaan een mooie, contemplatieve tijd tegemoet en de sneeuw levert daar op haar manier een bijdrage aan.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2jM0pqF-Oermoeder

Uitzicht met een terugblik

Ik was aan het nadenken over een item voor mijn rubriek Gedicht op maandag en nu Sinterklaas dit jaar één dag later valt, leek me dat wel een aardige insteek. In mijn 61 nagenoeg voltooide levensjaren tel ik toch minstens 53 Sinterklaasvieringen in gezinsverband. Van jongs af aan altijd met surprises en gedichten en naarmate de jaren klommen steeds meer met de nadruk op gedichten. Al zoekend tussen de vele bestanden op mijn computer kwam ik uit bij dit exemplaar uit 2009, gewijd aan de belangrijkste persoon in mijn microkosmos:

Sint | De tuin was hier alweer iets meer besloten. Op de voorgrond onze Hovawart, Dogle (2004-2015). Foto bvhh.nu/Marij Coenen 2011.

Bernadette, mijn uitzicht is naar de maan
waarom heb je je laten gaan
voor de wensen van de buren
nu kunnen ze ons begluren
weg is de beslotenheid
onze privacy zijn we helemaal kwijt
ik wil een hek, een haag, een muur
ook al is dat nog zo duur
maar dan moet ik onze klusser bellen
en hem helder en duidelijk vertellen
hoe de coulisse moet ogen
wordt ze recht of komen er bogen
helemaal van hout of ruimte voor wingerd
die zich door de spijlen slingert
O help, ik weet niet wat ik wil!
Ssst, mompelt de Sint, ben even stil
Met dit cadeautje kun je keuren en kiezen
Zonder je in teveel opties te verliezen
Als je dan tijdig je klusser laat komen
heb je weer snel een tuin van je dromen.

Sint

Chocoladeletters met Sinterklaas (screenshot bvhh.nu 2017)


Naschrift —  De tuin is op de foto hierboven uit 2011 alweer iets meer besloten, dus kun je nagaan hoe open het was. Op de voorgrond zie je trouwens onze lieve Hovawart, Dogle (2004-2015), die inmiddels opgevolgd is door rasgenoot Frieda. Inmiddels vraagt de tuin opnieuw veel aandacht. We hebben de regenwaterafvoer afgekoppeld, waarvan een deel heel praktisch via twee IBC-containers opgevangen wordt en de rest terugkeert naar het grondwater, doordat het wegzakt in de grond. Nu moeten we wel nog een min of meer esthetische oplossing voor die twee containers bedenken, want echt mooi zijn ze niet. Een tuin verveelt nooit en houdt je altijd bezig, zoals ook dit Sinterklaasgedicht uit 2009 laat zien.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Verkorte link: http://bit.ly/2zMhS8a-uitzicht

 

Salomé

Salomé, gedicht uit Assez de place pour être heureux (2008)

Salomé (2008)

Ach, Salomé! Wie ooit de avant-gardistische opera uit 1904 van Richard Strauss heeft gezien zal Salomé nooit meer vergeten. Ook hiervoor verwijs ik naar Wikipedia, waar de opera (gecomponeerd naar een roman van Oscar Wilde) toegelicht wordt. Hier voldoet het verhaal dat de dans van Salomé leidde tot de onthoofding van Johannes de Doper die we in een volgend gedicht terug zien keren.

In de linteau van het portaal zijn twee sterk verweerde vrouwenfiguren te zien, waarvan de gekruiste benen het beeld van een dans oproepen. In Nederland komt dit onder meer voor bij het beeld van de Oudtestamentische rechter Samuel in het Bergportaal van de Sint- Servaaskerk te Maastricht dat in de jaren 1880 door Cuypers werd gerestaureerd. Hiermee wordt een tweede betekenis onthuld, want de gekruiste benen duiden ook op macht en wel meer in het bijzonder op rechtspraak.* De associatie met Johannes door de prachtige kop in de gevel links van het portaal transformeerde het vrouwenbeeldje in mijn hoofd tot Salomé die haar oordeel danst en aan de overzijde zichzelf gespiegeld ziet. Dat spiegelen krijgt een commentaar in de laatste zin — Dieu se fait connaitre (God laat zich kennen), die ieder voor zich kan interpreteren, de een cynisch, de ander mild. Ik zag de woorden staan op het aanplakbord voor de kerk en kon me niet ontrekken aan de meervoudige betekenis die hierachter schuilgaat.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Postscriptum

Dit gedicht met de uitleg er onder komt uit mijn eerste bundel en is hier geplaatst in het kader van het initiatief Gedicht op maandag | #Gom.

Voor de titelbeschrijving en meer achtergrondinformatie over de iconografie van de gekruiste benen:
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. Assez de place pour être heureux. Art des formes visite la Picardie. Gedichten op locatie. Ohé en Laak: VanHH.org, 2008. http://bit.ly/2yS3tYj-Assez
  • Meder, Theo. “Hoed en voet”. Meertens.knaw.nl, z.j. http://bit.ly/2fH06e2.
  • Jong, E. de, A.J.J. Mekking, A.M. Koldeweij, en A. van Run. “Een studie over het bergportaal en de bergpoort van de Sint Servaaskerk te Maastricht”. Publications de la société historique et archéologique dans le Limbourg 113 (1977): 34–192.
Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Salomé, gedicht uit Assez de place pour être heureux (2008)”. VanHellenbergHubar.org, 2008; 2017. http://bit.ly/2kfN4cz.
Verkorte link: http://bit.ly/2kfN4cz

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren