Bestel het boek door te klikken op …

  • NieuweBavo@gmail.com, als je in of vlak bij Haarlem woont (vergeet niet je contactgegevens te vermelden). Na bevestiging van de betaling van € 49,95 kun je het boek bij de kathedraal ophalen. De opbrengst komt ten goede aan de restauratie van dit monument.
  • http://bit.ly/WBOOKS-nBavo, als Haarlem buiten je horizon ligt. Zo kun je het boek voor dezelfde prijs rechtstreeks kopen bij de uitgever, inclusief verzendkosten.

De nieuwe Bavo te Haarlem, ad orientem | gericht op het oosten is 9 september 2016 verschenen bij gelegenheid van de Open Monumentendagen in Haarlem, gewijd aan het thema ‘Iconen en symbolen’. Dit thema kun je iedere dag weer in de kathedraal beleven, waar het boek in de museumwinkel gekocht kan worden.1

De aanbieding van het boek was een bijzonder feest, zoals je kunt zien op de diapresentatie onder deze link, waar ook mijn speech is te vinden over hoe je dit boek het beste kunt lezen.


Omslag 'De nieuwe Bavo te Haarlem'
De omslag van ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’ van vormgever Marjo Starink, met een foto van de RCE beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015. Het paars van de leien is gebruikt als uitgangspunt van het kleurengamma voor de vormgeving van het boek. Foto auteur door Marij Coenen 2016.

Ad orientem | Gericht op het oosten

Het rode ochtendlicht op de gevels van de nieuwe Bavo geeft al aan hoe de ondertitel van het nieuwe boek over de kathedraal luidt: Ad orientem | Gericht op het oosten.2 Het wordt uitgegeven door WBOOKS in opdracht van de stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem en zal 9 september 2016 verschijnen. Het actuele beeldmateriaal voor dit boek wordt onder meer ter beschikking gesteld door de Rijksdienst Cultureel Erfgoed en het historisch beeldmateriaal door Noord-Hollands Archief.

Vond ik het vorige grote boek dat ik mocht schrijven al zo’n bijzonder project, de nieuwe Bavo weet dit te evenaren, zo niet te overtreffen.3 Zelden is over het programma van een kerk zo diepgaand nagedacht, in dit geval met name door Joseph Cuypers en de bouwheer, de latere bisschop A.J. Callier. Hoewel er vrijwel voortdurend geldgebrek was, slaagden zij er toch in hun kathedraal te realiseren zonder al te veel concessies aan de kwaliteit. Die wordt niet alleen door het artistieke niveau bepaald, maar ook door de hoge mate van ambachtelijkheid, waarmee het gebouw en zijn inrichting zijn uitgevoerd. De ideeën die vóór 1900 ontwikkeld werden over de boodschap die de nieuwe Bavo in architectuur en uitmonstering moest uitdragen, zijn tot na de jaren 1950 actueel gebleven. Ook de nieuwe tijdslagen die in het kader van de huidige restauratie aan de kathedraal worden toegevoegd zijn daar voor een belangrijk deel op geënt. Zo vormt de nieuwe Bavo het podium van ruim een eeuw artistieke uitdrukkingsvormen, waarin beeld, uitvoering en inhoud elkaar completeren.

Alvast benieuwd naar ‘n voorproefje? Volg dan deze link naar de samenvatting op ‘If then is now’: http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.

Je kunt ook @nieuweBavo en @Bern4dette op Twitter volgen: daar komt een paar maal per week een interessant item over de nieuwe Bavo langs.

B.4

Iedereen denkt dat deze kathedraal van Pierre J.H. Cuypers (senior) is, maar hij heeft alleen de oostpartij getekend. De tweede fase kwam geheel voor rekening van Joseph Th.J. Cuypers, terwijl zijn zoon, Pierre J.J.M. (junior), ten slotte de vieringtoren zou ontwerpen. Screenshot van de site van Ad Tiggeler.

In de apsis van de nieuwe Bavo zit een eigentijdse versie van de Biblia pauperum, bedacht door de latere bisschop van Haarlem, A.J. Callier. Hij was een geweldige programmamaker, zoals je in mijn boek ‘Ad orientem’ kunt lezen. Foto BvHH mei 2014.

Ook de beelden van Charles Vos in het schip vertellen een verhaal dat een halve eeuw eerder door Joseph Cuypers en monseigneur Callier was bedacht. Foto BvHH december 2014.


  1. Voor de openingstijden volg deze link: http://bit.ly/ITIN-KathedraalMuseum

  2. Omslagfoto Sjaan van der Jagt/Pixelpolder. Vormgeving: Marjo Starink. 

  3. Het vorige grote boek was De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum (2013). Vervolgens verscheen in 2014 Verhalen op de muur over de Clemenskerk te Merkelbeek. 

  4. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/Bavo-Ao | Unieke tag: #Bavo_Ao. Terug naar de hoofdpagina

Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, De lichtinval in het schip van de nieuwe Bavo gaat een sfeervolle interactie aan met de zachte, organische tinten van de baksteen en glanselementen als de glasharde terracotta’s, de terrazzo vloer en de houten banken (2014).

De atmosferische lichtval van Joseph Cuypers in de foto’s van Niels Polak

De nieuwe Bavo is een bron van artistieke inspiratie. Dat laat Jan Dibbets zien met zijn ontwerp voor de nieuwe beglazing van het schip en dat laat ook de jonge fotograaf Niels Polak zien met zijn werk in het kader van de Kunstlijn Haarlem (31 oktober – 2 november 2014 en daarna nog de hele maand november in Kunsthandel Courbois). Het opvallende is dat beide kunstenaars vanuit hun aanvliegroute de kathedraal haast intuïtief, in een oogwenk weten te vatten; een proces waarover kunsthistorici als ik soms jaren doen.

De fascinatie van Polak met de kathedraal levert boeiende foto’s in zwart-wit op die laten zien wat het licht doet als hij de ruimte op het juiste moment vanuit de juiste plek observeert. Dan slaat hij toe, precies zoals Henri Cartier-Bresson het formuleerde: want fotograferen is immers een spontane impuls die ontstaat door voortdurend kijken en die het moment in zijn eeuwigheid grijpt.[1] Dat bijzondere moment in zijn eeuwigheid is nu precies wat Niels Polak (1977) en Joseph Cuypers (1861-1949), de architect van de nieuwe Bavo, met elkaar gemeen hebben. Daarover wil ik het hier hebben en om dat uit te leggen gaan we terug in de tijd.[2] Die achterwaartse reis wordt telkens onderbroken met voorbeelden van hoe Polak het licht in de nieuwe Bavo interpreteert. Het gaat immers niet zomaar om een afstandelijke observatie van wat Cuypers bedoelde, maar om wat hij daar als kunstenaar mee doet.

Licht en ‘atmospheer’

Van de bergkam van Goethe naar de Hollandse polder — Architect Joseph Cuypers, zoon van de man die het Rijksmuseum ontwierp, heeft verschillende artikelen over de nieuwe Bavo geschreven die zijn visie op het gebouw etaleren. Het meest elementaire stuk is gepubliceerd in het tijdschrift Van onzen tijd in 1906-1907. Hierin introduceert hij onder meer het woord ‘atmospheer’ dat hij globaal in twee verschillende betekenissen gebruikt: hij bedoelt er aan de ene kant de tijdsgebonden invloed mee van het weer op het bouwmateriaal – letterlijk de verwering. Anderzijds gaat het om de waarneming van licht en kleur. Veelzeggend is de passage die volgt op de constatering dat de Nederlandse bouwkunst van het verleden veel meer horizontale lijnen toont dan elders in Europa rond dezelfde tijd:

‘Moet daarin niet worden erkend de weerspiegeling van wat het Hollandsche landschap dien ouden bouwmeesters te zien en te voelen gaf — eene groote ruimte, afgeteekend door fijne, teere profielen aan den horizon, zonder scherpe kleuren of harde contrasten: eene ruimte niet omschreven door krachtige bergruggen, maar voelbaar door de tinteling der atmosfeer en de afbleekende tonen van ’t geboomte onzer polders?’ [3]

Je zou bijna zeggen, een impressionistische beschrijving pur sang. Inmiddels weten we dat Joseph Cuypers in deze passage sterk beïnvloed was door de tekst der teksten over dit type observatie uit niet minder dan de Farbenlehre van Goethe. Dit werk dat door zijn vader al was omarmd bij de ontwikkeling van zijn polychromie, had in Nederland tot in de schoolboeken voor het schildersambacht zijn weg gevonden.[4] Ik kan het niet laten, dus ik neem je mee op een kleine omweg langs Goethe die een prachtige analyse van het blauw in de lucht noteert:

‘Wird die Finsternis des unendlichen Raums durch atmosphärische vom Tageslicht erleuchtete Dünste hindurch angesehen, so erscheint die blaue Farbe. Auf hohen Gebirgen sieht man am Tage den Himmel königsblau, weil nur wenig feine Dünste vor dem unendlichen finstern Raum schweben; sobald man in die Täler herabsteigt, wird das Blaue heller, bis es endlich, in gewissen Regionen und bei zunehmenden Dünsten, ganz in ein Weißblau [afblekend] übergeht’.[5]

‘Als de duisternis van de oneindige ruimte door atmosferische, door het daglicht verluchte nevels [van de dampkring] bekeken wordt, dan verschijnt de blauwe kleur. Op hoge bergen ziet men overdag de hemel koningsblauw, omdat daar maar weinig [wolken]sluiers voor de oneindige donkere ruimte zweven; zodra men naar het dal beneden gaat, wordt het blauw heller, totdat het uiteindelijk in bepaalde gebieden en bij een toenemende bewolking volledig in een witblauw overgaat [afbleekt]’.

Dat was de kern van de kleurenleer van Goethe, dat het niet alleen maar gaat om een natuurkundig fenomeen van frequenties en golven, maar om een atmosferische gewaarwording die we vandaag de dag vertalen in termen van sfeer en stemming. Daar pakt Joseph de draad van het verhaal op en legt hij uit hoe anders dit werkt in het Nederlandse landschap waar Goethes bergkammen ontbreken en de ruimte voelbaar wordt door het geboomte en ‘de tinteling der atmospheer’. Laat dit nu de sfeer zijn die Joseph Cuypers in de nieuwe Bavo naar binnen wilde halen. Dat benadrukt hij als hij het heeft over de kleur in de kathedraal, waarvan de zachte gele toonzetting door de toename van kleurige decoraties meer en meer naar de achtergrond zal wijken:

‘Toch is het aangewezen om hier in gevoelige schakeerin­gen te blijven, zooals de natuur van het licht in ons Vaderland dat naar mijn oordeel steeds eischt. Wat wij ook van de Italiaansche en andere in ‘t Zuiden gestichte bouwwerken mogen leeren, de krasse verlichting die daar enkel door kleine bovenlichten eene groote betoovering aan de gebouwen geeft, zou in ons land gedurende meer dan de helft van ‘t jaar een onvoldoende verlichting geven’.[6]

Vandaar dat hij telkens weer een pleidooi zal houden voor de toepassing van lichte, witte partijen in de glazen die in ‘onze lage en breede Kathedraal, en in ons klimaat hoog noodig’ zijn.[7] Alleen zo zal het licht de kans krijgen om zowel op heldere als bewolkte dagen de sfeer in de binnenruimte te bepalen.

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, Licht en schaduw in het schip van de nieuwe Bavo vanaf de galerij van het transept (2014). Het gaat hier niet om de zon in zijn volle kracht, maar om het wisselende licht dat tussen de wolken door schiet en gedempte tonen veroorzaakt die de fotograaf een extra accent geeft door geeft door middel van belichtingsinstellingen. De vele tinten schaduwgrijs illustreren de ‘gevoelige schakeeringen’ die Joseph Cuypers als een reflectie beschouwde van het Nederlandse klimaat. De meer donkere pijlers en bogen op de voorgrond omlijsten het lichtere tafereel in het schip en werken als een repoussoir waardoor het oog de diepte in wordt getrokken. Daar wordt het opgenomen in de wisselwerking tussen haaks op elkaar staande richtingen – hoogte, breedte, diepte – die via de ronding van de gewelven en bogen in balans worden gebracht. Zelfs in een statisch medium als een foto weet Polak de factor beweging van Joseph Cuypers tot uitdrukking te brengen.

Van het schilderachtige naar het impressionisme

De factor beweging — Was het nieuw wat Joseph Cuypers met licht deed? In dit stadium ben ik geneigd om te zeggen: ja, maar niet zonder kanttekeningen. In relatie tot atmosfeer als stemming waren zijn collega-architecten er, gelet op de vakliteratuur, nauwelijks mee bezig.[8] Maar los daarvan hebben we ook nog te maken met de schaduw of liever de lichtval van zijn vader. Om dit in perspectief te plaatsen, ga ik het eerst hebben over iets wat daar in hoge mate mee samenhangt, namelijk beweging, en wel de beweging van ons, mensen in en om een gebouw. Al vanaf de achttiende eeuw houden architectuurtheoretici zich bezig met de ‘schilderachtige’ belevingswaarde die ontstaat doordat men al wandelend verschillende indrukken ontvangt van een gebouw.[9] Dit werd niet langer opgevat als een statisch object, maar als een bron van aangename variatie, doordat het tijdens het bewegen als het ware voortdurend veranderde. De volgende stap in dit bewustwordingsproces was dat architecten hierop in gingen spelen. Beïnvloed door de romantische landschapstuin die al in de achttiende eeuw furore maakte, ging men er toe over om ‘momenten’ te ensceneren, waardoor het gebouw in zijn diverse vormen tot zijn recht kon komen. Er kwam een choreografie van routes en vues die de toeschouwer quasi-spontaan stuurde en zo een nieuwe dimensie gaf aan de beleving van architectuur. Voor deze kwaliteit introduceerde de architectuurhistoricus Manfred Bock de factor beweging. Hij licht dit toe aan de hand van het Rijksmuseum, dat hij als een ‘modern gebouw’ typeert onder meer vanwege:

‘het feit dat Cuypers de factor beweging bij het ontwerp incalculeert en er dus voor zorgt dat de ruimtelijke structuur niet zo maar vanuit één punt afleesbaar is, maar pas in de tijd ervaren kan worden’.[10]

Deze opmerking kan moeiteloos doorgetrokken worden naar de lichtwerking, waarvoor immers bij uitstek geldt dat die alleen in de tijd ervaren kan worden. Van dat laatste was Cuypers senior zich welbewust, zoals blijkt uit de manier waarop hij scènes in licht en kleur in zijn ruimten regisseerde. Deze aanpak maakte dat er eigenlijk nooit sprake was van één gebouw, maar een verzameling momentane gebouwen die zich naar gelang de lichtinval en de factor beweging, ingezet door de wandelende toeschouwer, manifesteerden.[11] Bij de nieuwe Bavo is het al niet anders. Zijn zoon nam hier letterlijk de ruimte om gebruik te maken van het parallaxeffect: een voortdurende verandering van de ruimte als je langs of tussen de ritmisch geordende, zware pijlers van het schip loopt of in de arcade van de kooromgang. Ook met de dubbelschalige opzet van de wanden met hun vele galerijen heeft Joseph Cuypers hierop ingezet: niet alleen geven de verticale kolommen een extra impuls aan de factor beweging, maar gaat de diepte van de galerijen gepaard met licht- en schaduweffecten die het plastische aanzien van de binnenruimte vergroten.[12] De kathedraal behelst een meesterlijk ontworpen choreografie die beleefbaar wordt als je in en met het gebouw meebeweegt.

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, Het licht gevangen in de neggen van de ramen in de noordertoren van de westbouw. De ritmische geleding, de diepte van de dagkanten en de balustrades in steen en hout geven het geheel een plastische effect. Door dit in combinatie met de lichtval uit te buiten speelt Polak in op een van vele ‘momenten’ die Joseph Cuypers in de kathedraal had ingepland (2014).

De schilderachtige visie van Cuypers senior — Dit talent hadden vader en zoon dus duidelijk gemeen, maar waar lag dan het verschil? Dat wordt duidelijk wanneer we nagaan hoe Pierre Cuypers met licht omging. Dat had in zijn geval alles te maken met de ontwikkeling van zijn visie op polychromie: veelkleurige uitmonsteringen, zoals die in het Rijksmuseum. In zijn werkwijze valt een overgang te bespeuren van relatief zachte, heldere tinten naar een zwaarder kleurengamma dat als middeleeuws geafficheerd werd. Hierover merkte ik in mijn studie ‘De muziek van het licht’ het volgende op:

‘Zeker was het een winstpunt dat het verzadigde ‘middeleeuwse’ palet meer rekening hield met de werking van glas-in-loodramen. Cuypers kon zo verbluffende clair-obscur momenten realiseren die de factor verandering en beweging in zijn interieurs optimaal uitbuitten.[13] Opnieuw zijn daarin Engelse invloeden te bespeuren en wel via het tijdschrift The Ecclesiologist, dat zowel door Thijm[14] als Cuypers geraadpleegd werd. Met de auteur van het artikel in kwestie, architect G.E. Street, had Cuypers als erelid van The Ecclesiological Society in 1862 in Londen kennis gemaakt. Street hield reeds in 1852 een pleidooi voor de integratie van ‘those lovely alterations of light and shade, when nature gives them to us in briljant sunshine.’[15] Dit doet sterk denken aan de rol die Brouwers[16] ‘het klaarder en meer donker licht’ toekent bij de afstemming van polychromie. Cuypers parafraseerde Street nog in 1891 met zijn beschrijving van de traceringen van de Utrechtse Dom, ‘die het schitterend licht met het geheimzinnige halfdonker in schilderachtige schakeering afwisselt.’ Om dit effect te bereiken adviseerde Street de architecten ‘to concentrate the admission of light on particular points.’[17] Een van de interieurs waar Cuypers dit het meest overtuigend bereikt had, betrof de verdwenen uitmonstering van de Sint Servaaskerk: de afwisselende lichtkwaliteit, variërend van gedempt tot volop stralend, genereerde hier even zovele momenten, waarin een compleet register aan clair-obscur en kleurharmonieën werd opengetrokken.[18] Door deze meerwaarde speelde de verzadigde polychromie nog beter in op de gevoelens van grootsheid, melancholie en ‘wellustige droefgeestigheid’ (‘pleasing gloom’), dat een schilderachtig beleven van architectuur vergde. Maar terwijl dit zintuiglijk deelhebben voor de één doel op zich was, moest het in de visie van de clerus leiden tot ‘huiver der heilige plaats’, tot vatbaarheid voor Gods boodschap en aldus tot het ‘Sursum Corda’, dat Brouwers met Pugin[19], Cuypers en Thijm het ultieme doel achtte van de kunst.’[20]

Naar een impressionistische visie — Waar Cuypers senior met name inspeelde op wat de heldere lichtinval via het zware glas-in-lood in zijn gebouwen deed, concentreerde Joseph zich op een veel breder gamma van het typisch Hollandse licht, dat hij ook op minder uitgesproken zonnige dagen in zijn kathedraal wilde binnenhalen. Vandaar ook dat hij afstand neemt van de verzadigde Chartres-achtige ramen en pleit voor lichte glazen. Vandaar ook dat hij heel bewust glanselementen in de nieuwe Bavo toepast, te beginnen met de glasharde gele terracottabanden die door hun spiegelende kracht bij uitstek als lichtverspreiders aan te merken zijn. Maar daar blijft het niet bij: alles doet in dit spel van reflectie mee: de luchters en het koorhek, de vergulde accenten op de sculptuur, de polychromie en het edelsmeedwerk, de fluorescerend brons geschilderde deuren en vooral niet te vergeten het glanzend opgewreven hout van de banken.[21] Het gaat niet langer om het creëren van dramatische scenes, maar om een subtiele opeenvolging van verstilde momenten, waarvoor Joseph Cuypers niet zomaar het Hollandse polderlandschap als referentie nam. Je zou kunnen zeggen dat hij de schilderachtige toonzetting van zijn vader actualiseert door een impressionistische visie te ontwikkelen. Dat hij daarmee een antwoord bood op wat men in die tijd meer en meer in architectuur waardeerde, wordt bevestigd door de kunstcriticus Jan Kalf: in een artikel over Joseph Cuypers uit 1908 liet hij zich ontvallen dat hij afziet van ‘eene architectonische of impressionistische beschrijving’ van de nieuwe Bavo, omdat er daar al zoveel van waren.[22]

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, De Mariakapel pal in het oosten van de nieuwe Bavo (2014). Het felle licht corrigeert via de camera de donkergekleurde glazen van dom Jacques van der Meij. Door met een lange sluitertijd te werken en vaak in te flitsen is de sculptuur van het altaar in zijn detaillering zichtbaar gebleven ondanks de sterke lichtval. In werkelijkheid is de kapel op dit moment zo niet waar te nemen. Met deze opname benadert Polak het beeld dat Joseph Cuypers voor ogen stond, vooral omdat het altaar van Joseph Cuypers en Johannes Maas oorspronkelijk ook nog indirect licht vanuit het priesterkoor ving.

Tussen Monet en Schubert — Het idee van de beleving van een gebouw als een verzameling momenten wordt door de meeste mensen niet geassocieerd met architectuur en waarschijnlijk al helemaal niet met het oeuvre van vader en zoon Cuypers. Voor het gros is dit concept vrijwel exclusief verbonden met de beroemde momentopnamen van één en hetzelfde object van de impressionistische schilder Claude Monet. Een wel heel toepasselijk voorbeeld vormt de serie van de kathedraal van Rouen die hij door de dag heen in een steeds ander licht geschilderd heeft (1890-1894): de fameuze ‘instantanéité’, of zoals Cartier-Bresson zou zeggen, momenten in hun eeuwigheid.[23] Nauwelijks veel later lijkt Joseph Cuypers deze nieuwe versie van een schilderachtige visie op architectuur op te pakken om een architectonische variant van de ‘instantanéité’ ontwikkelen. Wat Monet op het doek registreerde bouwde hij in in zijn concept van de kathedraal: een verzameling momenten die onder bepaalde omstandigheden onder invloed van licht en beweging realiteit kunnen worden. Dit rijmt wonderwel met dat andere concept dat aan de kathedraal ten grondslag ligt: het gebouw als Unvollendete, als een onvoltooide symfonie à la Schubert, voltooid in zijn onvoltooidheid. Er waren heel wat overwegingen die aan dat concept ten grondslag lagen, maar als we het op de meest pragmatische houden dan is het geld. Joseph Cuypers wist dat hij de nieuwe Bavo nooit in eenmaal zou kunnen realiseren, hetgeen alleen al blijkt uit de drie bouwfasen: 1895-1898, 1902-1906 en 1927-1930. Maar dit gold ook voor het interieur met zijn noodbeglazing, dito polychromie, hoogst noodzakelijke meubilair et cetera. Dit incomplete krijgt doelbewust een plaats in het concept, zoals onder meer afgelezen kan worden aan de ruwe blokken steen die her en der de buitenkant sieren en de vele onvoltooide kapitelen, basementen en zelfs misbaksels van terracotta aan de binnenkant. De kathedraal was niet zomaar een gebouw: ze was opgetuigd met kwantumachtige potenties die in de toekomst al dan niet realiteit konden worden, zoals de glazen van Jan Dibbets laten zien.[24] En dat brengt ons weer terug bij de vraag hoe vernieuwend Joseph bezig was.

Innovatie of articulatie

Van ingrediënten naar receptuur — We zagen het al met de factor beweging: de meeste ideeën komen niet zomaar uit de lucht vallen en hebben een lange incubatietijd nodig om het niveau van een levensvatbaar artistiek concept te bereiken. Dat geldt ook voor de atmosferische lichtwerking, de architectonische instantanéité en de Unvollendete. De ingrediënten waren zonder meer aanwezig: de schilderachtige effecten waar Cuypers senior op inzette, het onvoltooide karakter van kunst waarover zijn zwager J.A. Alberdingk Thijm (de peetvader van Joseph) al had geschreven, de sfeervolle Hollandse landschappen die op schilderijen waren vereeuwigd en in de Voorhal van het Rijksmuseum zaten de eerste glazen met redelijk veel wit … het lag allemaal klaar als rijp fruit. Waarom juist bij Joseph Cuypers de vonk oversprong had te maken met zijn bijzondere, zo niet unieke positie als zoon van zijn vader. Toen hij na zijn studie in Delft in 1883 toetrad tot het productieve architectenbureau Cuypers heeft hij als weinig anderen van zijn tijdgenoten het bouwproces in een veelheid van facetten in de praktijk mee kunnen maken. Wat daarbij zeker beslissend is geweest voor de ontwikkeling van zijn visie is dat hij heel wat kerken heeft gezien in de eerste fase van de afronding: klaar om in gebruik te worden genomen, maar grotendeels oningericht. Hoe vaak zal hij niet rondgelopen hebben in zo’n gebouw met een rijk palet aan geologisch bepaalde kleuren dankzij de materiaalpolychromie, met lege afgepleisterde muurvelden, waar zich nog geen schilderingen op bevonden, en een atmosferische lichtinval als gevolg van de heldere noodbeglazing. Hoe je die laatste kwaliteit kunt behouden bij de overstap naar definitief glas-in-lood liet hij zien in zijn eerste echte eigen kerk, de Urbanus in Nes aan de Amstel (1889-1891). Daar hield hij zelfs rekening met de wisselende lichtintensiteit aan de noord- en zuidzijde van het schip.[25]

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, De patroonheilige van de nieuwe Bavo in de lichtval vanuit de koortravee (2014). In het voetspoor van zijn vader schiep Joseph Cuypers in zijn kathedraal ook ruimte voor een type instantanéité met sterke clair-obscurpotenties. Het bronsachtig glanzende houten beeld is van de hand van Albert Termote (1958).

Die atmosferische beleving was echter niet het enige dat tot de vernieuwende impuls leidde: Joseph Cuypers wist uit ruime ervaring dat veel kerken de eerste tijd door geldgebrek een pas op de plaats moesten maken. Op het meest noodzakelijke meubilair na zouden sommige gebouwen pas decennia later ingericht worden. En het kon nóg erger: het meest dramatische voorbeeld op dit gebied had Joseph van nabij meegemaakt met de kathedraal van Amsterdam, de Willibrordus buiten de veste die na de eerste fase van priesterkoor en pastorie (1873) maar niet voltooid leek te kunnen raken. Joseph zou deze kerk in plaats van zijn vader afbouwen. En hij doet dat analoog aan de nieuwe Bavo op een manier die ruimte laat voor verdere afwerking. Dat was in 1897 toen de eerste fase van de Haarlemse kathedraal bijna klaar was.

Van de nood een deugd — Vanuit deze ervaring zet Joseph Cuypers bij de nieuwe Bavo een beslissende stap: hij maakt van de nood een deugd door de nog niet voltooide kerk tot de inzet van zijn ontwerp te maken: een voldragen Unvollendete met de potentie om ooit of misschien wel nooit afgebouwd en ingericht te worden. Een gebouw dat in zijn onaffe toestand zoveel kwaliteit heeft dat het als af kan gelden, maar ruimte houdt voor toevoegingen. Dat betekende echter niet dat er grenzeloos toegevoegd mocht worden, dat er geen kaders waren waar de toekomstige sierkunstenaars zich aan te houden hadden. Een van de voorwaarden waar Joseph Cuypers streng aan vasthield was nu juist die atmosferische lichtval. Dat liet hijzelf zien met het wit dooraderde glas-in-lood van zijn vader in de apsis en zijn engelenglazen in het hoogkoor. En daar zit ook het grote verdriet van deze man: dat zijn opdrachtgever, de bisschop, in een vrij vroeg stadium hier vanaf is gestapt. Zo kwamen er hoge koorbanken die de lichtwerking in de koorgang en de kapellen sterk verhinderen. Zo kwamen er conflicten met Han Bijvoet en dom Jacques van der Meij die met hun glazen terugkeerden naar het Chartres-achtige palet, waarin voor wit of zachte partijen geen ruimte was.[26] Hierdoor kon het ook gebeuren dat de toepassing van licht glas welbeschouwd opnieuw uitgevonden zou worden. Dat gebeurde in 1925 met de glazen van Derkinderen in het gebouw van de Algemene Handelmaatschappij te Amsterdam van K.P.C. de Bazel. Doordat deze door het onverwachte overlijden van Derkinderen voltooid werden door Joep Nicolas, kreeg het witte glas een plek in het idioom van de volgende generatie glazeniers.[27]

Innovatie of articulatie — Dat brengt ons terug bij de vraag of Joseph Cuypers innovatief bezig was of de erfenis van zijn vader articuleerde. Het antwoord kan zijn: beide. De vondst ligt in de ontdekking van de impressionistische schoonheid van de maar net afgebouwde kerk die volgens de rationele uitgangspunten van zijn vader was ontworpen. Door dit stadium als esthetisch doel te articuleren zet Joseph zijn ontdekking op het artistieke plan en zet hij de toon voor een volledig nieuwe benadering van de kerkbouw. De manier waarop hij dit concept in de nieuwe Bavo en de Willibrordus heeft uitgevoerd, is naar het zich laat aanzien eenmalig geweest: tot dusver is geen andere Unvollendete tevoorschijn gekomen. Wel is zijn impressionistische visie op atmosfeer en licht in de kerk, waarmee hij een hele verzameling instantanéitées regisseerde, een stabiele factor in zijn werk en dat van anderen gebleken.[28] Het zijn deze instantanéitées die als momenten in hun eeuwigheid zijn geïnterpreteerd en vastgelegd in de monochrome foto’s van Niels Polak.

Bernadette van Hellenberg Hubar

____________

Nota bene — De voorgaande analyse maakt deel uit van het voorbereidende onderzoek van de auteur ten behoeve van een publicatie over de nieuwe Bavo naar aanleiding van de huidige restauratie. Dit project vindt plaats in opdracht van de stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem.

De verkort aangegeven literatuur in de noten verwijst naar titels die volledig zijn geciteerd in de bibliografie op de site van Vanhellenberghubar.org.[29]

Op de foto’s van Niels Polak berust auteursrecht en zijn alle rechten voorbehouden! Toestemming voor gebruik kan geregeld worden via: niels@silicium.nl.

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, Vue op het schip en koor van de nieuwe Bavo vanaf de orgeltribune (2014). De rustige ritmiek van de nieuwe Bavo met de schaduwslag van banken en kolommen nodigt uit tot een processie door het middenschip die alles in beweging zet.

Noten

[1]    Voor Henri Cartier-Bresson zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Henri_Cartier-Bresson. Voor de nieuwe Bavo volg http://bit.ly/VHH2nB-Haarlem.

[2]    Deze tekst is voor een deel ontleend aan de waardenstelling die ik in 2013 over de nieuwe Bavo schreef: Hubar, Auto intextum, paragraaf 4.3.

[3]    Joseph Cuypers, Sint-Bavo, Van Onzen Tijd (1906-1907), pp. 102-103.

[4]    Hubar, Auro intextum, paragraaf 4.3. Polman, De kleuren van het Nieuwe Bouwen, pp. 39-41, 55; 56-58.

[5]    Goethe, Farbenlehre, p. 110, stelling 155.

[6]    Joseph Cuypers, Sint-Bavo, Van Onzen Tijd (1906-1907), pp. 111-112.

[7]    Brief van Joseph Cuypers aan bisschop Aengenent, 13 januari 1930, geciteerd naar Erftemijer e.a., Getooid als een bruid, p. 214.

[8]    Een kleine steekproef via het zoekprogramma van de KB, Delpher – www.delpher.nl – met de termen architectuur en atmospheer brengt als vroegste voorbeeld het artikel geciteerd in noot 6 naar voren!

[9]    Hubar, De gepatineerde droom, p. 40. Hubar, Arbeid en Bezieling, p. 114. De factor beweging valt te herleiden tot de tweede helft van de achttiende eeuw.

[10]  Bock, Cuypers-Berlage-De Stijl, Forum (1986), pp. 102-103.

[11]  Hubar, De gepatineerde droom, p. 40. Hubar, Arbeid en Bezieling, p. 114.

[12]  Voor de dubbelschalige opzet zie de analyse van Arjen Looyenga in Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 76-83. De vraag van Looyenga waarom Joseph Cuypers hiervan zo’n overvloedig gebruik maakte is hiermee wel beantwoord.

[13]  Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 23, 114.

[14]  J.A. Alberdingk Thijm, kunstcriticus, -theoreticus, zwager van Cuypers en schrijver van de toonaangevende publicatie over kerkbouwsymboliek, De Heilige Linie (1858). Voor de nieuwe Bavo is dit handboek van grote invloed geweest.

[15]  Muthesius, High Victorian movement, 39-58; m.n. 41: citeert G.E. Street, ‘The true principles of architecture and the possibilities of development’, The Ecclesiologist 13 (1852), 247-262; m.n. 257-259.

[16]  J.W. Brouwers was priester, publicist en een huisvriend van Thijm en Cuypers. Hij schreef onder meer over Cuypers’ schilderingen in de Servaaskerk en op de piano van diens vrouw, Antoinette Alberdingk Thijm (zie Brouwers, Muurschilderingen). Brouwers vormde samen met zijn vrienden het ‘Roomsche ABC’: Alberdingk Thijm, Brouwers en Cuypers. Zie: http://bit.ly/Brouwers-dbnl.

[17]  Zie de vorige noot en Cuypers, Voordracht 1892, pp. 5-6.

[18]  Hubar en Van Leeuwen, De beginselloosheid tot adagium verheven, pp. 83-85.

[19]  Brouwers, Muurschilderingen, pp. 13. King, Pugin, pp. 135-141 (De Engelse architect A.W.N. Pugin was met name aan het begin van de carrière van Cuypers een belangrijk rolmodel voor zowel hem als Thijm). Stoks, Cuypers Gedenkboek, pp. 19-25; m.n. 25. Het begrip ‘wellustige droefgeestigheid’ is afkomstig van de romanschrijver Rheinvis Feith: voor deze en aanverwante termen en hun herkomst zie Hubar, Arbeid en Bezieling, 429-432.

[20]  Deze passage is in haar geheel overgenomen uit Hubar, De muziek van het licht, p. 65.

[21]  Door de chemische inwerking van de onderlaag van de bronzen beschildering van de deuren is het glanseffect hiervan versterkt (onderzocht door Judith Bohan, kleuronderzoeker en restaurator, en Luc Megens van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed).

[22]  Kalf, Joseph Cuypers, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 1908, p. 372.

[23]  Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Kathedraal_van_Rouen_%28Monet%29. Voor een goede uitleg zie: http://bit.ly/NGA-Monet, ontleend aan: Michael Lloyd & Michael Desmond, European and American Paintings and Sculptures 1870-1970 in the Australian National Gallery, 1992 p.72.

[24]  Zie Hubar, Dibbet’s ramen, http://wp.me/p4eh3s-Uo.

[25]  Zie Hubar, Urbanuskerk, http://wp.me/P4eh3s-bK en Hubar, Dibbet’s ramen, http://wp.me/p4eh3s-Uo.

[26]  Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 214-215.

[27]  Hubar, Genade van de steiger, pp. 404-407.

[28]  Een mooi voorbeeld is de Paterskerk te Eindhoven (1896-1898) van twee Cuypersleerlingen, P. Bekkers en J. Hegener, generatiegenoten van Joseph Cuypers. De atmosferische lichtinval en polychromie zijn in 2014 geanalyseerd door middel van een waardenstelling: Hubar, Paterskerk, http://wp.me/p4eh3s-pI.

[29]  Zie http://bit.ly/VHH2bibliografie.

Titel, verkorte link, tentoonstellingsadres et cetera

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘De atmosferische lichtval van Joseph Cuypers in de foto’s van Niels Polak’, op: ifthenisnow.nl, http://bit.ly/ITIN-nBavo-Polak (2014) / op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/VHH-Cuypers-Polak (2014).

Meer foto’s van Niels Polak zijn te zien op: http://bit.ly/Niels-Polak-500px en www.nielspolak.nl.

Tentoonstellingsadres:
Kunsthandel Courbois
Schaghelstraat 14
2011 HX Haarlem
www.kunsthandelcourbois.nl

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-Cuypers-Polak

Najaarsnieuwsbrief 2014

Hij lag alweer even op de plank, deze nieuwsbrief: te rijpen in de zon tot het tijd werd om te oogsten. Een concreet verzoek van een vriend van mij gaf het sein om er wat vaart achter te zetten. Daar kom ik aan het eind van dit schrijven op terug.

Bavo ramen Dibbets Haarlems Dagblad 2

Bij het ontwerp van Jan Dibbets voor de nieuwe ramen in de kathedrale basiliek Sint Bavo ontmoette de kunstenaar architect Joseph Cuypers. Herkomst: Haarlems Dagblad van 28 juni 2014.

Waar zullen we het over hebben? De afgelopen maanden ben ik druk bezig geweest met het onderzoek naar de nieuwe Bavokathedraal te Haarlem en het boek over de Clemenskerk van Merkelbeek. Een van de manieren om een groot onderzoek als dat naar de nieuwe Bavo telkens te herijken is om er af en toe over te schrijven. Dat heeft als niet onbelangrijk neveneffect dat het project in de belangstelling blijft. Om bij de actualiteit te blijven is een van de meest bekeken blogs die over het ontwerp van de nieuwe ramen van Jan Dibbets voor de kathedraal. Ga eens kijken bij:

Niet minder actueel zijn de tentoonstellingen in Roermond over Joep Nicolas en de glasbiënnale welke laatste tot en met het weekend van 12 oktober loopt. Dit initiatief van Galerie Mariska Dirkx sluit aan op de expositie over Nicolas in het Cuypershuis te Roermond die tot begin januari 2015 duurt. Voor mij was het een mooie aanleiding om een fragment uit De genade van de steiger over Nicolas on line te zetten. Surf maar eens naar:

En de Clemenskerk in Merkelbeek. Wat een feest om daarover te mogen schrijven. Vorig jaar besloot de gemeente Brunssum om de schilderingen van de benedictijner monnik dom Romanus Jacobs uit 1901 vrij te laten leggen door de SRAL. Een tipje van de sluier wordt opgelicht bij het volgende item:

De Clemenskerk is overigens op de site van RKK Kruispunt genomineerd als meest spirituele plek van Nederland. Het programma van de schilderingen draagt daar zeker aan bij. Mocht je er iets voor voelen, breng dan hier je stem uit.

Tenslotte de oproep van mijn vriend Paul van Sprang, die in november 2014 mee gaat lopen met een sponsorloop voor een non profit-organisatie in Beiroet. Ik hoop dat ik velen van jullie over de streep kan trekken om hem te helpen. Het is gegerandeerd 100% strijkstokvrij! Lees hier verder over dit goede doel.

We spreken elkaar spoedig weer!

;-) B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Als je iets meer over de tentoonstellingen wilt weten, ga dan naar dit bericht

  2. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/Nieuwsbrief-vhh914

    ← Terug naar de hoofdpagina!
    In- of uitschrijven

Ambachtsdag nieuwe Bavo #AHM14

#AHM14-openingsdia

Het wordt een volle bak op Ambachtsdag 18 september aanstaande, én de weersverwachtingen zijn goed! Wat willen we nog meer, want we zitten niet alleen in de kerk, maar er zijn ook demonstraties en workshops buiten.1

Mijn lezing is wat buitenissig, dus die hebben ze aan het einde van de dag geplaatst. Hoezo een buitenbeentje? Omdat ik de enige ben met een kunsthistorisch verhaal en als opdracht kreeg om iets over schoonheid en symboliek te vertellen. Dus niet over de laatste reinigingsmethodes, grondstoffen of baksteensoorten, maar over vorm en boodschap. Meestal kom je dan terecht in de sfeer van de architectuuriconografie, maar daar stapte ik van af na een twittergesprek met ambachtelijk voeg- en metselspecialist Danny van der Meer:

Bavo haptisch Ambachtsdag

Daar ga ik het dus over hebben: haptische schoonheid.

Liefst zou ik hier nog wat meer over willen vertellen, maar dat moet wachten tot donderdag. Dan zie ik je misschien bij de nieuwe Bavo tussen de mensen die het erfgoed in stand houden dankzij hun handen.

B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Voor meer informatie zie Ambachtsdag in de Bavo

  2. De verkorte link van dit item is http://wp.me/p4eh3s-10a

Diagram van ‘n hemels bolwerk

Ook in de visioenen van Hildegard van Bingen spelen gebouwen een belangrijke rol. Ik kwam haar tegen bij mijn onderzoek naar de Clemenskerk van Merkelbeek, waar de jonge benedictijner monnik dom Romanus Jacobs in 1901 een bijzondere uitmonstering schilderde.1 Hierin wordt onder meer de goddelijke inspiratie of openbaring voorgesteld, en een van de oudste voorbeelden binnen de benedictijner traditie is zonder meer de miniatuur waarin abdis Hildegard van Bingen de vlammen van de inspiratie over haar hoofd krijgt uitgestort.

Hildegard van Bingen, miniaturen uit het Liber scivias.

Hildegard van Bingen, twee miniaturen uit het Liber scivias (1142-1151). Tragisch genoeg is het origineel verdwenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De miniaturen zijn afkomstig uit een facsimlie uit de jaren 1920.2

Ondertussen trok ook die andere miniatuur mijn aandacht, en dat heeft natuurlijk te maken met de lezing over het hemelse Jeruzalem die ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo in Haarlem geef.

Hier wordt echter geen hemelse stad weergegeven, maar het gebouw van de verlossing. Dat leunt natuurlijk sterk tegen de Caelestis urbs aan, vooral omdat een aantal beelden direct aan Johannes ontleend lijkt te zijn. Een van die elementen herken ik dankzij het genoemde onderzoek van de Clemenskerk in Merkelbeek en dat is de waterstroom die de boom des levens voedt:

‘Toen toonde de engel mij een rivier met water dat leven geeft, helder als kristal, die ontsprong aan de troon van God en van het lam. Midden op het plein van de stad en omgeven door de rivier stond de levensboom, die twaalfmaal vrucht draagt, elke maand eens; en zijn loof brengt de volken genezing’.3

De boom zelf echter vind je niet in het bolwerk van Hildegard. Wel de engel en ook Jezus met de banderol in zijn hand, die mogelijk verwijst naar het boek des levens van het lam, waarin alle namen staan van hen die toegang hebben tot de stad. Verder lijkt er een verwijzing naar de Jacobsladder uit Genesis in te zitten, waarbij mensen de plaats van engelen innemen die zich langs de ladder op en neer bewegen tussen hemel en aarde.

Deze bijbelse associaties hebben zeker een rol gespeeld bij het vastleggen van de visioenen. Niet alleen omdat het verlossingsgebouw van Hildegard een nadere duiding is van Christus’ leer hoe de mens het koninkrijk God zal binnengaan, maar ook omdat je altijd moet aanknopen bij een bestaand referentiekader, wil de boodschap overkomen. Die boodschap is in het geval van dit gebouw behoorlijk grimmig. In de eeuwige tweespalt van de kerk tussen onvoorwaardelijke liefde enerzijds en zonde, schuld en boete anderzijds, heeft de Januskop hier het gezicht op storm staan. En wat voor een storm!

Als je wil weten hoe Hildegard tegen het einde der tijden aankeek en zelf het diagram van haar verlossingsgebouw verklaarde, dan kun je dat in de synopsis verder lezen.4 Het verhaal dat ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo vertel, ontvouwt een heel wat rooskleuriger perspectief op het hemels Jeruzalem.

3D-model viering nieuwe Bavo met projectie

Waar zie je het hemels Jeruzalem in de nieuwe Bavo? Dat ga ik aan de hand van dit 3D-model op 31 augustus a.s. verduidelijken. Productie: wolthera.info.

De bijeenkomst is in principe voor de parochie bedoeld, maar iedereen is welkom vanaf 10.00 uur bij de start van de hoogmis. Mijn lezing begint om 12:15 uur en daarna is er nog alle tijd om de kathedraal te bezichtigen.

B.5

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Voor dit boek in wording zie het item over de Clemenskerk

  2. Zie: http://en.wikipedia.org/wiki/Hildegard_of_Bingen

  3. Johannes, Apocalyps, 22, 1-2, geciteerd naar willibrordbijbel.nl

  4. De synopsis van het derde deel van de Scivias van Hildegard von Bingen is/was te vinden onder deze link

  5. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-Dh.

    ← Terug naar het hoofdthema

Glans in de nieuwe Bavo

Bericht op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo over het atelierbezoek bij Vera Bakker in het kader van de restauratie van de edelsmeedkunst. Screenshot bvhh.nu 2015.

Het mooie van deze ontdekking is dat ze opnieuw bevestigt hoe belangrijk glans in het concept van Joseph Cuypers voor de kathedraal was. De architect paste voor dit gebouw een type polychromie toe dat sterk bepaald werd door de lichtinval. Het gaat om de ‘atmosfeer’ die ontstaat als het licht in wisselende intensiteit binnenvalt en zich verspreid dankzij de reflectie op de glanzende terracotta’s, de geboende banken en andere ‘glansbronnen’, zoals deze kronen. In het kielzog van het licht volgen de kleuren die door de weerkaatsing op allerlei plaatsen geprojecteerd worden.

Joseph Cuypers werkte op deze manier een aantal observaties uit van E.E. Viollet-le-Duc: deze Franse oudheidkundige en architect was niet alleen voor de generatie van Cuypers senior, maar ook voor die van Joseph een vraagbaak van belang. Ondertussen speelde ook de Farbenlehre van Goethe bij het scheppen van ‘atmosfeer’ een spannende rol.

Deze atmosferische polychromie heeft een heel bijzonder karakter in het schip, waar aardse tinten overheersen. Dat past ook bij deze plek die symbool staat voor de wereld. Als je met dit verhaal in je achterhoofd door de kerk loopt, zul je merken dat de nieuwe Bavo zich op een heel andere manier laat zien.

B. *

Hoe licht en glans de hemelse stad in tweevoud accentueren.
Licht en glans en kleur in de nieuwe Bavo worden ingezet om tweemaal de volmaakt ronding van de hemelse stad te accentueren: in de kroonluchter van Jan Brom en in de koepel van Joseph Cuypers. Formeel was de kroonluchter gewijd aan het licht van het Oude Testament, te weten de tien geboden.* In die zin functioneert ze als voorafbeelding ten opzichte van de koepel, die als metafoor van het hemels Jeruzalem het koninkrijk Gods verbeeldt, waar Christus als koning en rechter zetelt.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

Nota bene — Deze blog schreef ik in 2014, toen ik net was gestart met het vervolg van mijn schrijfopdracht van de waardestelling, namelijk de kopij voor de monografie over de nieuwe Bavo. Over dit boek dat op 9 september 2016 verscheen, vind je meer op de bestelpagina.

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar bronnen die hierna vermeld worden. De volledige beschrijving van de verkorte titels is te vinden in de bibliografie van deze site.

  • De visie op licht, kleur en glans heb ik geanalyseerd in:
  • Zie voorts de blogs:
  • Verder onderzoek:
    • Het kleurhistorisch onderzoek van Judith Bohan Interieur Restauratie te Haarlem (meerdere rapporten en presentaties 2011-2014).
    • Erftemeijer, Looyenga en Van Roon, Getooid als een bruid, p. 167 (afb. 212): de luchter van Brom.
  • Metaalrestauratie Atelier Vera Bakker is gevestigd te Schoonhoven.

Het aspect van licht en glans in de nieuwe Bavo heb ik ook aan de orde gesteld in mijn bijdrage aan de tophit ‘Kerkinterieurs in Nederland‘ van het Catharijneconvent en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (2016).

Verkorte snelkoppeling van dit item: http://wp.me/p4eh3s-sd | http://bit.ly/1klL3Gm

Door naar de hoofdpagina van de nieuwe Bavo

De nieuwe Bavo in video | Greep uit de sociale media

Benieuwd hoe de nieuwe Bavo het in de sociale media deed tijdens de jaren dat ik aan het boek werkte? Neem dan een kijkje bij de selectie hieronder.

You tube

Met deze opname van een drone – gemaakt doorTeun Kelting – krijg je een prachtig beeld van de nieuwe Bavokathedraal. Kijk eens hoe mooi de polychromie aan de buitenkant is geworden. Wat een kleuren! Voor zover het de oostkant betreft, heb ik daar een bijdrage aan kunnen leveren met mijn onderzoek.* Daarbij heb ik ruimschoots kunnen profiteren van het kleurhistorische en -technische onderzoek van restorator Judith Bohan. De feitelijke uitvoering kwam voor rekening van Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerk. Gezamenlijk vormen we een goed team dat met veel plezier samenwerkt.

En nu we toch bezig zijn, wat dacht je van deze beauty? Meesterschilder Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerk geeft hier een impressie van het herstel van de polychromie gedurende de eerste fase van de restauratiecampagne van de nieuwe Bavo. Ook hiervoor verrichte restorator Judith Bohan kleurhistorisch en – technisch onderzoek.

In de schijnwerper

Gepind

Een selectie uit posts en tweets

Posts
  • Vue op de nieuwe Bavo: hoe de jongste vondsten uit de waardenstelling gebruikt zijn in het item over de nieuwe Bavo van RKK televisie.
  • Op de steiger, naar aanleiding van de bijzondere sfeer rond de apsis.
Tweets

Opdracht boek en samenwerking — Het boek wordt geschreven in opdracht van de stichting kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort. Bijzondere medewerking wordt verleend door Stephan van Rijt, koster van de nieuwe Bavo, Van Hoogevest Architecten te Amersfoort, Judith Bohan (Interieur Restauratie) te Haarlem en Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerk te Moordrecht.

Opdracht waardenstelling en samenwerking De waardenstelling werd in 2013 uitgevoerd in opdracht van de stichting kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort, de gemeente Haarlem, Van Hoogevest Architecten te Amersfoort, Judith Bohan Interieur Restauratie te Haarlem en Davique Sierschilderwerk te Moordrecht.

Nota bene De foto bij de tweet van 9 oktober 2013 is van de hand van Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerk, de overige zijn van de auteur.

← Terug naar de inhoudsopgave!


Untitled  Bavo bvhh 2 juli 13 (56) Untitled
Met één klik op de afbeelding ga je naar …

Het Rijksmuseum met Arbeid & Bezieling

Het Rijksmuseum met Arbeid & Bezieling
De voorgevel van het Rijksmuseum te Amsterdam met de beelden van Arbeid & Bezieling in de topgevel. Aan het programma van deze façade is mijn proefschrift gewijd. Foto bvhh.nu 2013.

Op weg naar 3 maart* maak ik een trip down memory lane waar ik op verschillende plaatsen herinneringen heb aan het hemelse Jeruzalem. Een van de meest prominente locaties tijdens deze tour is toch wel het Rijksmuseum te Amsterdam van de oude heer Cuypers. Et voilà … hier staat mijn proefschrift op een paar stevige pijlers: de voorgevel met het beeldprogramma waarachter de esthetica van Pierre J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en Victor E.L. de Stuers schuilgaat. De voorbereiding van 3 maart was een perfecte aanleiding om de Engelse samenvatting van Arbeid & Bezieling eindelijk eens on line te zetten. Na ruim 20 jaar mocht dat ook wel eens. Kortom, wat het Rijksmuseum te maken heeft met de Caelestis urbs, vind je hier: bit.ly/VHH2AnB.

Wist je trouwens dat de componist Alphons Diepenbrock zijn compositie op de oeroude tekst van de kerkwijdingshymne Caelestis urbs Jeruzalem speciaal voor Cuypers’ zeventigste verjaardag schreef. De première vond plaats in het Rijksmuseum en als je denkt in termen van het gesamtkunstwerk van Richard Wagner zou je kunnen stellen dat het gebouw op het moment van die eerste uitvoering definitie voltooid werd.

En om de trip down memory lane te vervolmaken, het was toch een hele belevenis dat deze hymne werd uitgevoerd bij mijn promotiefeest in Kasteel de Haar in 1995. Eerder gebeurde dat al bij het jubileum van het Cuypersgenootschap (1994), waar ik toen secretaris van was. Ook dat was heel bijzonder, omdat we door een misverstand met de organisatie van de Dom van Keulen toen met koor en al de kathedraal uit zijn gezet.

Programmablad bij het aanbieden van een oorkonde voor de 70ste verjaardag van Pierre Cuypers, met onder meer de hymne Caelestis urbs Jeruzalem van Alpons Diepenbrock (1897). Cuypershuis adlib 0483a.
Programmablad bij het aanbieden van een oorkonde voor de 70ste verjaardag van Pierre Cuypers, met onder meer de hymne Caelestis urbs Jeruzalem van Alpons Diepenbrock (1897). Herkomst Cuypershuis Roermond (adlib 0483a).

Als je de hymne van Diepenbrock life wil horen, moet je al helemaal niet vergeten om je aan te melden voor de lezing van 3 maart*, want die wordt dan uitgevoerd door de Kathedrale Bavo Cantorij: bit.ly/BvHH2Bavo1

Wordt vervolgd!

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Postscriptum

Deze lezing hield ik op 3 maart en 31 augustus 2014 in de nieuwe Bavo te Haarlem, waar ik op dat moment bezig was met het onderzoek voor mijn boek over de kathedraal. Mijn verslag er over heb ik opgenomen in de rubriek ‘De nieuwe Bavo in verhalen‘ onder de titel ‘Caelestis urbs Jeruzalem’. Ik kreeg er lovende reacties op, waaronder deze van Annelei Engelberts*:

  • Gisteravond bedacht ik in de trein waarom je lezing zo goed was: het wás geen lezing, het was een vertelling. Tijdens het deel na de pauze dacht ik: nou ze overschrijdt de beschikbare tijd. Dat kon mij niets schelen, maar ik had het idee dat je al uren bezig was terwijl je helemaal binnen het schema bleek te zijn. Een lezing gaat altijd een beetje over aangeleerde materie maar dit was helemaal van jouzelf. Met aanstekelijk enthousiasme. En allemaal uit het hoofd.

Kijk, daar doe je het voor!

Caelestis urbs Jeruzalem

Hoe de hemelse stad tot tweemaal toe even opnieuw nederdaalde …

Het was genieten op 31 augustus in de bisschoppelijke sacristie en 3 maart ‘s avonds in de nieuwe Bavo. Om het bij die laatste bijeenkomst te houden, samen met organist Ton van Eck, drie jeugdsolisten van de kathedrale koorschool en de Kathedrale Bavo Cantorij, mocht ik de avond verzorgen die gewijd was aan het hemels Jeruzalem. Alleen al qua muziek is er heel wat langs gekomen, variërend van Bach en Händel tot de Caelestis urbs Jeruzalem van Jean Titelouze (1562 – 1633) en Flor Peeters (1903 – 1986). Pièce de resistance was uiteraard de gelijknamige hymne van Alphons Diepenbrock (1862-1921). Wat de inhoud van de lezing betreft, kun je in de aankondiging hieronder een samenvatting aantreffen.*

 

De lezing zelf is met enthousiasme ontvangen, zoals je onder meer kunt lezen op de site van Van Hoogevest Architecten, het bureau dat verantwoordelijk is voor de restauratie van de nieuwe Bavo. Verschillende aanwezigen hebben me gevraagd of ze de lezing als PDF mochten hebben. Omdat alleen zo’n bestand niets van de voice over (mijn inbreng dus) of de sfeer van de locatie kan overbrengen, kan ik iedereen adviseren om in te zetten op de herkansing op 31 augustus 2014, om 12:15 uur.

Kijk trouwens hieronder vooral even naar de laatste dia van mijn presentatie, waar ik de mensen bedank die me hebben geholpen, want dit soort activiteiten doe je niet in je eentje. Stephan van Rijt, koster van de nieuwe Bavo en penningmeester van de Vrienden van de Bavo staat voorop, want zonder zijn inspirerende inzet had ik deze onderneming nooit tot een goed einde kunnen brengen.

Caelestis urbs Jeruzalem

… onder de koepel van de nieuwe Bavo

Wat bindt de componist Alphons Diepenbrock met Joseph Cuypers als architect van de nieuwe Bavo? Wat zijn de schakels tussen de Apocalyps van Johannes en De Heilige Linie van Cuypers’ peetoom J.A. Alberdingk Thijm? Welke gemene deler is er tussen de Sainte Chapelle van Parijs, het Amsterdamse Rijksmuseum en de nieuwe Bavo in Haarlem? En wat is dan weer de overeenkomst met de monstrans van Jan Brom in het Kathedraal Museum van de nieuwe Bavo? Er is maar één antwoord en dat is: het hemels Jeruzalem.

Jan Brom liet zich in 1906-1907 bij het ontwerp van de monstrans voor de nieuwe Bavo inspireren door Johannes’ beschrijving van het hemels Jeruzalem. Herkomst: restauratie.rkbavo.nl.

Inspiratie — Een van de meest inspirerende thema’s in de kerkelijke kunst is dat van de hemelse stad die door Johannes in zijn Apocalyps op onnavolgbare wijze wordt beschreven. Het rijk Gods dat niet van deze wereld is, werd niettemin vanouds opgevat als een aardse stadstaat, omsloten door muren als een veilige burcht. Zo schilderde Jan Oosterman haar in de Catharinakerk in Den Bosch van Jan Stuyt, de co-architect van de nieuwe Bavo. Oosterman, die ook in de nieuwe Bavo gewerkt heeft (de verering van het Lam Gods en de Drie-eenheid boven de noordelijke entree naar de kooromgang is van zijn hand), schilderde dit visioen in Den Bosch in de centrale koepel: het deel van de kerk dat bij uitstek door haar ronde vorm de eeuwigheid verbeeldt. Ook bij de majestueuze koepel van Haarlem is dat het geval. Zo ontvouwt zich een patroon dat verloopt van staat naar stad naar gebouw, of liever gezegd kerkgebouw. De hymne In festo dedicationis ecclesiae, bij het kerkwijdingsfeest, opent dan ook met de woorden Caelestis urbs Jeruzalem, want ieder kerkgebouw is een aardse voorafbeelding van de hemelse stad.

Oosterman Catharina Den Bosch
Jan Oosterman, Het hemels Jeruzalem met de acht zaligsprekingen (1918-1919) in de Catharinakerk van Jan Stuyt te Den Bosch (1917-1918). Herkomst: Beeldbank RCEPixelpolder

Nieuwe Bavo — Toch zijn er kerken bij wie dit thema nadrukkelijker speelt dan bij andere, en op dit punt springt de nieuwe Bavo er uit. Ze is namelijk de enige die een motto draagt dat direct te herleiden is tot de Apocalyptische stad. Johannes vertelt dat deze stad geheel uit goud is gemaakt en versierd is met edelstenen. Hij vergelijkt haar met een bruid die zich mooi maakt voor haar man: een beeld dat hij ontleende aan het Hooglied, dat andere bijbelse gezang dat maar niet ophield, noch houdt, te inspireren. Zo kwam de nieuwe Bavo als enige kerk in Nederland aan haar devies: sicut sponsa ornata, getooid als een bruid.

Leidmotief — Al vanaf mijn studie kunstgeschiedenis, die ik afrondde met een scriptie over de romaanse Servaaskerk in Maastricht, heeft het visioen van Johannes me geïntrigeerd. Het thema van de hemelse stad kwam terug, toen ik bezig was met mijn proefschrift over het Rijksmuseum en kan dan ook als een van de leidmotieven in het oeuvre van Cuypers senior worden beschouwd. Dat is ook de reden dat Alphons Diepenbrock zijn hymne In festo dedicationis ecclesiae speciaal voor de architect componeerde en wel voor zijn zeventigste verjaardag. Dat dit motief ook in de nieuwe Bavo een prominente positie inneemt, mag eigenlijk niet verbazen. In de lezing die ik op maandag 3 maart a.s. in de plebanie van de kathedraal geef (ingang Emmaplein), wil ik mijn toehoorders meenemen naar hemelse steden in aardse vormen.

Lezing — Tijdens de lezing die om 19:45 uur begint, wordt de hymne In festo dedicationis ecclesiae van Alphons Diepenbrock uitgevoerd door de Kathedrale Bavo Cantorij.

De lezing wordt georganiseerd door de Vriendenkring van de nieuwe Bavo. Voor de entree wordt een bijdrage van 10 euro gevraagd (vrienden vrij) die ten goede komt aan het nieuwe glas-in-lood van Marc Mulders voor de Doopkapel van de kathedraal. Belangstellenden worden verzocht zich aan te melden bij de vrienden@rkbavo.nl.

 

Jan Oosterman, Drie-eenheid met Lam Gods in de nieuwe Bavo (1908)

Jan Oosterman, De verering van het Lam Gods en de Drie-eenheid (1908) boven de noordelijke entree naar de kooromgang. Oosterman vertelde later in een interview dat Jan Stuyt, in die tijd vennoot van Joseph Cuypers, hem bij de nieuwe Bavo betrok. De schildering is gemaakt op doek en vervolgens op deze plaats aangebracht. Het idee was om dit werk op termijn te vervangen door mozaïek. Tijdens de huidige restauratie is de schildering gereinigd en geconserveerd, want was ernstig vervuild en beschadigd door de inwerking van roet en stof.

Naschrift van Pierre M. Cuypers junior

Pierre M. Cuypers junior vertelde naar aanleiding van het bovenstaand stukje dat er ook een familiale relatie bestaat tussen Alphons (Fons) Diepenbrock en Joseph Cuypers: ‘De moeder van Fons was een Kuytenbrouwer. Zijn overgrootvader, Joannes Henricus Kuytenbrouwer was getrouwd met een Alberdingk Thijm (Geertruide Maria) en zij was een zus van Joannes A.Th. en dus een tante van Nenny (de moeder van Joseph Cuypers). Kortom, Alphons was een zoon van de achternicht van Jos Cuypers (die dus zijn achteroudoom was). Niettemin was het destijds gevoelsmatig zeer wel familie’.

Bronnen &

  • Verkorte link van dit item: http://bit.ly/BvHH2Bavo1
  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Angelique Friedrichs en Gerard van Wezel, De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, Amersfoort-Zutphen 2013.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997 (voor een samenvatting volg deze link).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Auro intextum (met goud doorstikt), Kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, waardenstelling in modules, Ohé en Laak 2013.
  • Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Caelestis urbs Jeruzalem’, op: vanhellenberghubar.org: http://wp.me/P4eh3s-cp (2014).

Op de steiger

Steigers hebben me altijd gefascineerd, maar de laatste tijd lijkt het wel of ze een nieuwe metafoor vormen van wat ik zo al meemaak. Nieuwsgierig? Ik kom er nog op terug. Geniet ondertussen van dit juweeltje dat rond de apsis en het koor van de kathedrale basiliek Sint Bavo in Haarlem is opgericht. Met deze opdracht ben ik sinds enige tijd bezig, dus ik heb hier al een paar keer op hoog niveau mogen verkeren.

De nieuwe Bavo in de steigers