Ubi sunt …*

Deze pagina vormt een doorverwijzing naar Ubi sunt …

Doorverwijspagina

 

Grafmonument familie Cuypers te Roermond (2005)

Untitled Untitled
Pierre Cuypers op de leeftijd van 48 en 90 jaar.1

Terugblik

Mijn relatie met Cuypers startte in 1978, tijdens mijn afstudeeronderzoek naar de romaanse oostpartij van de Servaaskerk te Maastricht. Op dat moment was de hele uitmonstering op de koortravee en de apsis na, nog helemaal aanwezig en je kon de bouwgeschiedenis niet doorgronden, zonder je eerst door de ingrepen van Cuypers heen te werken. Aanvankelijk vol weerzin tegen die negentiende-eeuwse, ‘vertroebelende’ laag, groeide lopende het project waardering en bewondering voor de kennis van deze architect en zijn twee kompanen, Victor de Stuers en Jozef Alberdingk Thijm. Dat was het begin van een avontuur dat leidde tot de oprichting van het Cuypersgenootschap in 1984 en mijn promotie in 1995. Met het onderzoek naar de nieuwe Bavo dat in 2013 een aanvang nam, heb ik mijn fascinatie voor deze bouwmeester overgedragen op zijn zoon, Joseph Th.J. Cuypers.

Na mijn proefschrift over het programma van de voorgevel van het Rijksmuseum heb ik een aantal onderzoeken verricht die interessant zijn om Cuypers senior beter te leren kennen. Die kun je bekijken en downloaden via Cuypers4all. Hieronder vind je een samenvatting van de publicatie over zijn grafmonument in Roermond.2 In een later stadium zal een item volgen over het onderzoek naar zijn huis en tevens atelier, het huidige Cuypershuis te Roermond. Daarin komt vooral zijn vernieuwende karakter naar voren in een werkomgeving met stoommachines en in een comfortabele woonplek met een van de eerste waterclosets (toilet) in Nederland. Tot slot komt een aantal verhalen uit de Cuyperscode aan de orde die een tipje van de persoonlijke sluier oplichten. De collectie Cuyperiana is inmiddels ook aangevuld met verhalen over Joseph Cuypers. Maar nu eerst naar het begin en het einde, de alfa en de omega: de grafkapel van en voor de familie Cuypers.

Op Allerzielen 2 november 2006 is het herstelde grafmonument van Pierre J.H. Cuypers door de bisschop van Roermond, monseigneur Frans Wiertz, na een mis in de grafkapel van de bisschoppen, plechtig ingewijd als slotceremonieel van de restauratie. De campagne werd voorbereid en begeleid door Res nova (cultuurhistorisch onderzoek, sponsoring, subsidie- en fondsenwerving, vergunningentraject, draagvlakverbreding en directie werkzaamheden) in samenwerking met architect Hans Coppen en aannemer Tom Loven te Roermond. Beeldhouwer Ton Mooy verzorgde de vier nieuwe beelden voor het monument. Als slotstuk van de restauratie zijn de vier vervangen beelden geconserveerd en overgedragen aan het stedelijk museum ‘Het Cuypershuis’ te Roermond. Voor dit werk tekende restaurateur Adriaan van Rossum. Het bestuur van de Stichting Restauratie Grafmonument dr P.J.H. Cuypers heeft na de voltooiing van de restauratie het monument overhandigd aan de familie Cuypers die voor verder gebruik en beheer zorg zal dragen. Tijdens de restauratie werden de belangen van de familie behartigd door met name drs Pierre M. Cuypers uit Bemmel.3

Grafmonument Cuypers met het ontbrekende beeld. Foto: Jan Straus
Het ontbrekende beeld op het grafmonument met links Cecilia en rechts Petrus.

Het meest spannende onderdeel van de restauratie was de reconstructie van het ontbrekende beeld. Uit onderzoek bleek dat dit geïdentificeerd kon worden als Johannes de Evangelist. Hij verwijst niet alleen naar de vader van Cuypers die als oudste familielid in het graf is bijgezet, maar ook naar het visioen van het hemelse Jeruzalem dat Cuypers als symbool beschouwde van de volmaakte architectuur. Een korte samenvatting van het onderzoek is in 2005 ten behoeve van de fondsenwerving onder de titel ‘Tussen tijd en eeuwigheid’ uitgebracht en hieronder overgenomen. De afbeeldingen van het grafmonument hierin zijn van vóór de restauratie. Het hoofdrapport met de waardenstelling kan overigens gedownload worden via deze link.

Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Johannes de Evangelist. Foto 2005 Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Petrus en Catharina. Foto 2005 Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Cecilia en Catharina. Foto 2015.
Het nieuwe beeld Johannes, het meer vrij gekopieerde beeld Petrus en de gereproduceerde beelden Cecilia en Catharina (van links naar rechts).

Tussen tijd en eeuwigheid

Begraven, maar niet vergeten!

Architect dr Pierre Cuypers (bekend van onder meer het Rijksmuseum en het Centraal station in Amsterdam) ligt begraven op ‘d’n Aje Kirkhoaf’ in Roermond. Het grafmonument, waar ook andere leden van zijn familie hun laatste rustplaats hebben, en het ontwerp van de begraafplaats zelf zijn beide van zijn hand en hebben sinds enkele jaren de status van rijksmonument.

Wie was Pierre Cuypers?

Pierre Cuypers werd in Roermond geboren op 16 mei 1827. Na het stedelijk gymnasium ging hij in 1844 naar de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen om zich te ontwikkelen als architect en allround ontwerper op het gebied van de toegepaste kunsten. In 1849 keerde hij terug naar Roermond, bekroond met de prix d’excellence. Een jaar later stelde de gemeente hem aan als stadsarchitect, terwijl hij door de bisschop van Roermond belast werd met de restauratie van de Munsterkerk.

Vanaf het begin maakte Cuypers naam met wat we kortweg als neogotiek aanduiden: hij ontwikkelde een eigentijdse stijl, waarbij hij elementen uit de Europese gotiek combineerde met inheemse motieven en materialen. Met name baksteen was favoriet. In Antwerpen waren de angry young men van de Academie te hoop gelopen tegen de bepleisterde schijnarchitectuur. In plaats daarvan werd ‘kale’ baksteen gebruikt: eerlijk en duurzaam materiaal dat op dat moment echter een armoedige reputatie had. Door dit te combineren met verfijnde metseltechnieken en toe te passen in verschillende kleurschakeringen, wist Cuypers de markt te interesseren voor zijn nieuwe manier van bouwen. Op den duur slaagde hij er zo in om een eigen ‘nationaal’ gezicht te geven aan internationale stromingen als de neogotiek en de neorenaissance.

Cuypers' huis en werkplaatsen te Roermond circa 1900.
Avant garde-architectuur van 1853: het woonhuis met de werkplaatsen te Roermond.

Zijn middeleeuws aandoende stijl, waarmee Cuypers teruggreep op de inheemse bouwtradities, was toentertijd zeer modern. Het complex van zijn eigen woonhuis en enkele werkplaatsen (tegenwoordig het Cuypershuis van Roermond) gold bij oplevering in 1853 als een avant-gardistisch visitekaartje van het architectenbureau en de kunstwerkplaatsen van Cuypers.

In 1850 trouwde Cuypers met de Antwerpse modiste Rosalie van de Vin. Zij overleed echter in 1855, kort na de dood van hun tweede dochtertje. In 1859 hertrouwde hij met Antoinette, de jongste zus van de Amsterdamse koopman en publicist Joseph Alberdingk Thijm, een goede vriend van Cuypers. Nenny, zoals zij in huiselijke kring heette, en Pierre kregen vijf kinderen, waarvan zoon Joseph zelf ook een bekend architect werd. Beide echtgenotes en Joseph en zijn vrouw Delphine zijn bijgezet in het familiegraf in Roermond.

Voor de verdere ontwikkeling van architectenbureau Cuypers is zijn succes als ‘netwerker’ bijzonder belangrijk. In 1853 werd de kerkelijke hiërarchie hersteld in Nederland, hetgeen betekende dat de katholieke kerk zich als organisatie in het land mocht vestigen. Het gevolg was dat de paus met goedkeuring van de Nederlandse staat overging tot de oprichting van nieuwe bisdommen, van waaruit over heel Nederland nieuwe parochies werden gesticht. Dit luidde een hausse in de kerkenbouw in. Cuypers was samen met zijn compagnon Frans Stoltzenberg juist in 1853 van start gegaan met hun atelier voor christelijke kunst en had zich in Antwerpen al bekwaamd in de neogotische kerkenbouw. De timing om deze nieuwe markt te veroveren, was dus perfect.

De Willibrordus-buiten-de-Veste te Amsterdam, ontworpen door Cuypers (1864-1866) en voltooid door Joseph Th.J. Cuypers in 1897 en 1923.
De Willibrordus-buiten-de-Veste, ontworpen door Pierre Cuypers (1864-1866). Van de hoge torens van deze zogenaamde Kathedraal van Amsterdam, werd uiteindelijk alleen die op de viering uitgevoerd, en wel door Joseph Cuypers. De kerk is gesloopt in 1970.

In 1863 verhuisde Cuypers zijn architectenbureau naar Amsterdam, waar ‘het’ immers allemaal gebeurde. Mede door zijn functie als lid van het College van Rijksadviseurs voor de Monumenten van Geschiedenis en Kunst en zijn relatie met Victor de Stuers kreeg Cuypers de opdrachten voor het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam alsmede vele restauratieopdrachten.

Ook bij deze prestigieuze opdrachten paste Cuypers consequent baksteen als bouwmateriaal toe. Voor het Rijksmuseum liet hij zelfs een speciaal formaat ontwikkelen. Geen wonder dat zowel de vereniging van baksteenfabrikanten als de Nederlandse aannemersvereniging Cuypers huldigde bij verschillende jubilea. Doordat hij als voortrekker het traditionele bouwvak in ere had hersteld, was het spin-off effect van zijn praktijk voor zowel de ene als de andere bedrijfstak aanzienlijk.

Behalve als architect was Cuypers actief als politicus in de gemeenteraad van Amsterdam en Roermond en richtte hij een van de eerste werkgeversorganisaties in Nederland op.

Stadsplattegrond van Roermond uit 1902.
Stadsplattegrond van Roermond uit 1902: de clustering van gebouwen op het snijpunt van de wegen linksonder betreft het complex van de Kapel in het Zand. Aan de weg die naar het zuiden loopt, ligt de entree tot het kerkhof.

De begraafplaats ‘d’n Aje Kirkhoaf’ in Roermond

In de negentiende eeuw maakte de dood meer deel uit van het dagelijkse leven dan vandaag de dag. De frequentie waarmee men familie en vrienden verloor was relatief hoog ten gevolge van een verhoudingsgewijs laag peil van de kraam- en algemene gezondheidszorg. De positie die men bij leven had moest ook zichtbaar zijn na de dood. Graven waren statussymbolen, waarbij families elkaar de loef af wilden steken met de fraaiste monumenten. De laatste rustplaats werd het middelpunt van architectonische, beeldhouwkundige en sierijzeren hoogstandjes. Zo bevindt zich op het kerkhof in Roermond neogotische (graf)kunst van hoge kwaliteit in een parkachtige omgeving.

De ‘Aje Kirkhoaf’ is een van de oudste algemene begraafplaatsen in Nederland en kent een strikte scheiding van de diverse geloofsovertuigingen, zoals die in Nederland vanaf het eind van de achttiende eeuw voor dodenakkers werd doorgevoerd. Naast de indeling in religie is er op het kerkhof ook een duidelijk onderscheid in vier klassen. In de eerste klasse lieten de rijken zich begraven in “eeuwigdurende graven”, met monumentale opbouwen en indrukwekkende grafkelders. De tweede en derde klasse bestonden uit huurgraven, de vierde klasse was bedoeld voor de armste bewoners.

Deze indeling is van de hand van Cuypers, die als stadsarchitect in 1858 de begraafplaats opnieuw inrichtte. Toen ontstond ook het lineaire karakter van het kerkhof en de aandacht voor de beplanting. Inrichting en beplanting van de begraafplaats zijn belangrijk om bezoekers in de juiste sfeer te brengen. Cuypers en zijn tijdgenoten deelden de romantische visie dat de weemoed op een kerkhof een brug sloeg tussen hemel en aarde.

Cuypers gerestaureerd grafmonument aan de voet van de bisschoppelijke Grafkapel. Foto: Jan Straus
Het grafmonument van P.J.H. Cuypers ligt aan het koor van de bisschoppelijke Grafkapel. Deze symbolisch zeer belangrijke locatie zorgt ervoor dat zijn status tot het einde der tijden is verzekerd.

Cuypers’ boodschap

Het versleutelen van boodschappen in de kunst door middel van symbolen is iets van alle tijden. Bij Cuypers kan men deze ontcijferen, omdat zijn beeldentaal geënt was op een brede onderstroom van collectief bewustzijn die sterk bepaald was door het katholieke geloof. Dit kent een schat aan metaforen rond het thema ‘dood en verrijzenis’. Het kerkhof wordt beschouwd als het vertrekpunt naar het paradijs. Dit paradijs wordt gevonden in de heilige Stad, het hemels Jeruzalem dat de evangelist Johannes in de Openbaringen heeft beschreven. Deze stad staat symbool voor de katholieke maatschappij met haar heilige ordening in rangen en standen, die op haar beurt weer is ingebed in de indeling van het kerkhof. Maar dit hemelse Jeruzalem wordt ook zichtbaar gemaakt door middel van architectuur, beelden, schilderingen, (edel)smeedkunst en glas-in-lood in het aardse kerkgebouw dat als een voorafspiegeling van de Goddelijke stad geldt. Elementen als deze vormen de kern van Cuypers’ gedachtegoed, waarin de architect een rijke middeleeuwse symboliek en de rituelen van het katholieke geloof versleutelde.

Naast het thema van het hemels Jeruzalem, speelde het lijdensmotief een toonaangevende rol: het centrale ritueel in het katholieke geloof bestaat uit de eucharistie, het ‘Heilig Sacrament des Altaars’, waarbij het bloedige lijden en sterven van Christus op onbloedige wijze wordt herdacht. Daarom bevat elk altaar een kleine holte: het sepulchrum, dat een verwijzing vormt naar het graf van Christus. Iedere kerk was zo tevens de grafkerk van Christus en verwees als zodanig naar de Grafkerk bij uitstek in Jeruzalem. Dit gebouw, opgetrokken boven het lege graf van Christus (Jezus is herrezen), vormt – hoe kan het ook anders – een christelijk icoon van klasse.

Grafmonument Cuypers met de leeuw als symbool van Marcus. Grafmonument Cuypers met de os als symbool van Lucas. Grafmonument Cuypers met de adelaar als symbool van Johannes. Grafmonument Cuypers met de mens als symbool van Mattheus.
De vier evangelistensymbolen in de hoeken van het randschrift rondom de zerk en de gedenkpijler: de leeuw van Marcus, de os van Lucas, de adelaar van Johannes en de engel of mens van Mattheus.

Beide thema’s herkende Cuypers op goede gronden in de middeleeuwse Munsterkerk te Roermond. Toen hij dan ook in 1887 opdracht kreeg om een bisschoppelijke Grafkapel op ‘d’n Aje Kirkhoaf’ te ontwerpen, greep hij terug op dit model. Cuypers was waarschijnlijk al in 1858, ten tijde van de herinrichting van het kerkhof, op de hoogte van de geoormerkte positie van die grafkapel en heeft deze voorkennis gebruikt bij de bepaling van de locatie van zijn eigen graf. Als voorafbeelding van het hemels Jeruzalem, wordt de begraafplaats als het ware tot een microkosmos van de maatschappij. Het centrum van deze microkosmos wordt gevormd door de bisschoppelijke Grafkapel. Door deze symboliek plaatste Cuypers zijn graf zowel ín het hemels Jeruzalem als in de directe nabijheid van deze heilige Stad.

Grafmonument Cuypers voor de restauratie. Foto: Jan Straus
Het grafmonument van dr Pierre J.H. Cuypers te Roermond voor de restauratie (Foto: Jan Straus)

Het grafmonument van de familie Cuypers

Locatie en oriëntatie óp de begraafplaats waren van essentieel belang. Direct na de voltooiing van de werkzaamheden in 1858 wist Pierre Cuypers een vergunning te verkrijgen voor de bouw van een grafkelder op een prominente positie, in de directe nabijheid van de dertig jaar later door hem gebouwde bisschoppelijke Grafkapel.

Het grafmonument is één van de meest opvallende gedenktekens op het kerkhof. Zij geldt als eerbetoon aan zijn overleden familieleden en uiteindelijk ook voor Cuypers zelf. Het monument bestaat uit twee zerken en een grootse gedenkpijler. Op de sokkel, voorzien van de namen van de in het graf gelegen personen, is een opbouw met vier elegante heiligenfiguren geplaatst. De neogotische vormentaal van het geheel is kenmerkend voor de tweede helft van de negentiende eeuw. Het is bovendien de ‘taal’ die Cuypers gedurende zijn carrière vervolmaakte en op grote schaal toepaste.

De grafzerk van Rosa dateert van 1858 en is ontworpen in middeleeuwse stijl. Inspiratiebron hiervoor was de zerk die Cuypers vriend, geestverwant en latere zwager, Josef Alberdingk Thijm in 1855 voor de laatste rustplaats van zijn familie ontwierp. Rosa staat als het ware in een gotische kerk – verwijzing naar het hemels Jeruzalem – en is omringd door de vier evangelistensymbolen die aan ‘den ingang der poorte van het huis des Heere’ staan.

Grafmonument Cuypers voor de restauratie met de zerk van Rosa. Foto: Jan Straus
De zerk van Cuypers’ eerste vrouw, Rosa van de Vin.

De gedenkpijler, waartoe ook vier heiligenbeelden behoren, is ontstaan na de dood van Cuypers’ tweede vrouw, in 1898. De heiligen Cecilia en Catharina zijn beide verwijzingen naar Nenny; Cecilia als patrones van de muziek, Catharina als naamheilige. Beide figuren keren ook terug op een piano die Cuypers als verlovingsgeschenk aan zijn jonge vrouw had geschonken. Petrus is niet alleen afgebeeld als de naamheilige van Pierre Cuypers, maar ook als de drager van de sleutels die toegang bieden tot de poorten van de hemel, de heilige Stad. Verder was Petrus de eerste bisschop van Rome en staat hij dus symbool voor de aardse kerk.

Het vierde beeld, dat met moeite geïdentificeerd kon worden, is Johannes. Hij kreeg niet alleen een plaats als naamheilige van de vader van Cuypers, maar vooral als Johannes de evangelist die het hemels Jeruzalem in zijn visioen heeft gezien. Hij is op het grafmonument zo geplaatst dat hij kijkt naar de bisschoppelijke Grafkapel, de aardse voorafspiegeling van het hemels Jeruzalem.

Grafmonument Cuypers Mariasymbool roos op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool maarts viooltje op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool maarts viooltje op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool roos op hoek baldakijn.
De hoeken van de baldakijnen boven de vier heiligen zijn gesierd met bloemen die terug te voeren zijn tot de roos en het maarts viooltje: beide behoren tot de Mariasymbolen

Tot in details als de bloemmotieven toe werkt de symboliek door. De associatie van bloemen, hiernamaals en verrijzenis is al zo oud als de prehistorie. De rol van de bloemen in de grafcultus wordt op prachtige wijze door Cuypers verwoord, wanneer hij zijn zoon Joseph na een bezoek aan het graf van Nenny schrijft: ‘Wat is verwonderlijk hoe fraai de bloemen blijven op Moeders graf. Er zijn rozenknoppen die voortdurend ontluiken. Het groen is zoo frisch of ‘t slechts eenige uren aan de stam onttrokken is -‘. Dit thema lijkt vertaald te zijn in de stenen rozen aan de baldakijnen die in een eeuwigdurend ontluiken zijn verstild.

Met de restauratie van het monumenten zijn de graven geschud en de beenderen verzameld. Rustend tussen zijn beide vrouwen is Cuypers op 2 november 2006 opnieuw ten grave gelegd in de crypte die hij voor zijn familie had bestemd. Dona eis requiem sempiternam.

Mozaïek van Cuypers: de vloer van het koor van de Munsterkerk.
Mozaïek van Cuypers de vloer van het koor van de Munsterkerk met het Benedicite.

Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.4

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina

;-) B(&M)

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &

  1. Deze en andere foto’s in dit item zijn ontleend aan het onderzoek over het grafmonument, waravan de volledige titel luidt: Bernadette van Hellenberg Hubar en Don Rackham. Het familiegraf van Pierre J.H. Cuypers. Cultuurhistorische analyse met waardenstelling. 1ste dr. Ohé en Laak/Horn: Res nova-VanHH.org, 2005. http://bit.ly/2jT4LM3-Cuyperiana. Onder deze laatste link kan het onderzoek ingekeken en gedownload worden.
  2. Het onderzoek is uitgevoerd in nauwe samenwerking met drs Don Rackham van Res nova Monumenten die een groot deel van de tekst van de publicatie voor zijn rekening nam.
  3. Terugblikkend op dit project, anno 2019, was niet alleen de restauratie op zich een heel avontuur: het bleek ook een hele uitdaging om uit de specialistische tekst van het rapport een eenvoudige leesbare brochure te destilleren. Hier mag niet onvermeld blijven dat onze co-onderzoeker, Don Rackham, de collegiale toets verrichtte en drs Roland Bruynesteyn MBA ons hielp met het verder vereenvoudigen van de tekst en de redactie op zich nam. Bij dit project voerde de laatste ook de fondsenwerving uit namens het bestuur van de restauratiestichting.
  4. Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.

De verkorte link van deze webpagina is http://bit.ly/1PHUGJ4.

← Terug naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

← Terug naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment

 

Diagram van ‘n hemels bolwerk

Ook in de visioenen van Hildegard van Bingen spelen gebouwen een belangrijke rol. Ik kwam haar tegen bij mijn onderzoek naar de Clemenskerk van Merkelbeek, waar de jonge benedictijner monnik dom Romanus Jacobs in 1901 een bijzondere uitmonstering schilderde. ((Voor dit boek in wording zie het item over de Clemenskerk.)) Hierin wordt onder meer de goddelijke inspiratie of openbaring voorgesteld, en een van de oudste voorbeelden binnen de benedictijner traditie is zonder meer de miniatuur waarin abdis Hildegard van Bingen de vlammen van de inspiratie over haar hoofd krijgt uitgestort.

Hildegard van Bingen, miniaturen uit het Liber scivias.

Hildegard van Bingen, twee miniaturen uit het Liber scivias (1142-1151). Tragisch genoeg is het origineel verdwenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De miniaturen zijn afkomstig uit een facsimlie uit de jaren 1920. ((Zie: http://en.wikipedia.org/wiki/Hildegard_of_Bingen.))

Ondertussen trok ook die andere miniatuur mijn aandacht, en dat heeft natuurlijk te maken met de lezing over het hemelse Jeruzalem die ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo in Haarlem geef.

Hier wordt echter geen hemelse stad weergegeven, maar het gebouw van de verlossing. Dat leunt natuurlijk sterk tegen de Caelestis urbs aan, vooral omdat een aantal beelden direct aan Johannes ontleend lijkt te zijn. Een van die elementen herken ik dankzij het genoemde onderzoek van de Clemenskerk in Merkelbeek en dat is de waterstroom die de boom des levens voedt:

‘Toen toonde de engel mij een rivier met water dat leven geeft, helder als kristal, die ontsprong aan de troon van God en van het lam. Midden op het plein van de stad en omgeven door de rivier stond de levensboom, die twaalfmaal vrucht draagt, elke maand eens; en zijn loof brengt de volken genezing’. ((Johannes, Apocalyps, 22, 1-2, geciteerd naar willibrordbijbel.nl.))

De boom zelf echter vind je niet in het bolwerk van Hildegard. Wel de engel en ook Jezus met de banderol in zijn hand, die mogelijk verwijst naar het boek des levens van het lam, waarin alle namen staan van hen die toegang hebben tot de stad. Verder lijkt er een verwijzing naar de Jacobsladder uit Genesis in te zitten, waarbij mensen de plaats van engelen innemen die zich langs de ladder op en neer bewegen tussen hemel en aarde.

Deze bijbelse associaties hebben zeker een rol gespeeld bij het vastleggen van de visioenen. Niet alleen omdat het verlossingsgebouw van Hildegard een nadere duiding is van Christus’ leer hoe de mens het koninkrijk God zal binnengaan, maar ook omdat je altijd moet aanknopen bij een bestaand referentiekader, wil de boodschap overkomen. Die boodschap is in het geval van dit gebouw behoorlijk grimmig. In de eeuwige tweespalt van de kerk tussen onvoorwaardelijke liefde enerzijds en zonde, schuld en boete anderzijds, heeft de Januskop hier het gezicht op storm staan. En wat voor een storm!

Als je wil weten hoe Hildegard tegen het einde der tijden aankeek en zelf het diagram van haar verlossingsgebouw verklaarde, dan kun je dat in de synopsis verder lezen. ((De synopsis van het derde deel van de Scivias van Hildegard von Bingen is/was te vinden onder deze link.)) Het verhaal dat ik zondag 31 augustus om 12.15 uur in de nieuwe Bavo vertel, ontvouwt een heel wat rooskleuriger perspectief op het hemels Jeruzalem.

3D-model viering nieuwe Bavo met projectie

Waar zie je het hemels Jeruzalem in de nieuwe Bavo? Dat ga ik aan de hand van dit 3D-model op 31 augustus a.s. verduidelijken. Productie: wolthera.info.

De bijeenkomst is in principe voor de parochie bedoeld, maar iedereen is welkom vanaf 10.00 uur bij de start van de hoogmis. Mijn lezing begint om 12:15 uur en daarna is er nog alle tijd om de kathedraal te bezichtigen.

B. ((Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-Dh.

← Terug naar het hoofdthema!))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Vue vanuit de koepel van de nieuwe Bavo

Vue op transept en schip vanuit de koepel van de nieuwe Bavo te Haarlem (bvhh.nu 2 juli 13).
Vue op transept en schip vanuit de koepel van de nieuwe Bavo te Haarlem (bvhh.nu 2 juli 2013).

Momenteel ben ik intens bezig met de lezing voor 3 maart over het hemels Jeruzalem. Het vreemde is dat ik zelf nooit van tevoren weet hoe het precies gaat worden. Ik drijf wat dat betreft op mijn intuïtie. Alsof je in een verhaal zit dat je weliswaar zelf schrijft, maar tegelijkertijd haast buiten jou om een afloop krijgt. Iedere keer weer verbaast me dat. Hersenonderzoekers beweren dat dat met de epische opzet van onze hersens te maken heeft. We zijn dol op verhalen, wat zeg ik: we zijn zelf één groot verhaal.;-) B.

Postscriptum — Wil je weten hoe het afliep met de lezing? Surf dan naar dit bericht.

Het Rijksmuseum down memorylane

Het Rijksmuseum met Arbeid & Bezieling
De voorgevel van het Rijksmuseum te Amsterdam met de beelden van Arbeid & Bezieling in de topgevel. Aan het programma van deze façade is mijn proefschrift gewijd. Foto bvhh.nu 2013.

Het Rijksmuseum down memorylane — Op weg naar 3 maart* maak ik een trip down memory lane waar ik op verschillende plaatsen herinneringen heb aan het hemelse Jeruzalem. Een van de meest prominente locaties tijdens deze tour is toch wel het Rijksmuseum te Amsterdam van de oude heer Cuypers. Et voilà … hier staat mijn proefschrift op een paar stevige pijlers: de voorgevel met het beeldprogramma waarachter de esthetica van Pierre J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en Victor E.L. de Stuers schuilgaat. De voorbereiding van 3 maart was een perfecte aanleiding om de Engelse samenvatting van Arbeid & Bezieling eindelijk eens on line te zetten. Na ruim 20 jaar mocht dat ook wel eens. Kortom, wat het Rijksmuseum te maken heeft met de Caelestis urbs, vind je hier: bit.ly/VHH2AnB.

Wist je trouwens dat de componist Alphons Diepenbrock zijn compositie op de oeroude tekst van de kerkwijdingshymne Caelestis urbs Jeruzalem speciaal voor Cuypers’ zeventigste verjaardag schreef. De première vond plaats in het Rijksmuseum en als je denkt in termen van het gesamtkunstwerk van Richard Wagner zou je kunnen stellen dat het gebouw op het moment van die eerste uitvoering definitie voltooid werd.

En om de trip down memory lane te vervolmaken, het was toch een hele belevenis dat deze hymne werd uitgevoerd bij mijn promotiefeest in Kasteel de Haar in 1995. Eerder gebeurde dat al bij het jubileum van het Cuypersgenootschap (1994), waar ik toen secretaris van was. Ook dat was heel bijzonder, omdat we door een misverstand met de organisatie van de Dom van Keulen toen met koor en al de kathedraal uit zijn gezet.

Programmablad bij het aanbieden van een oorkonde voor de 70ste verjaardag van Pierre Cuypers, met onder meer de hymne Caelestis urbs Jeruzalem van Alpons Diepenbrock (1897). Cuypershuis adlib 0483a.
Programmablad bij het aanbieden van een oorkonde voor de 70ste verjaardag van Pierre Cuypers, met onder meer de hymne Caelestis urbs Jeruzalem van Alpons Diepenbrock (1897). Herkomst Cuypershuis Roermond (adlib 0483a).

Als je de hymne van Diepenbrock life wil horen, moet je al helemaal niet vergeten om je aan te melden voor de lezing van 3 maart*, want die wordt dan uitgevoerd door de Kathedrale Bavo Cantorij: bit.ly/BvHH2Bavo1

Wordt vervolgd!

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Postscriptum

Deze lezing hield ik op 3 maart en 31 augustus 2014 in de nieuwe Bavo te Haarlem, waar ik op dat moment bezig was met het onderzoek voor mijn boek over de kathedraal. Mijn verslag er over heb ik opgenomen in de rubriek ‘De nieuwe Bavo in verhalen‘ onder de titel ‘Caelestis urbs Jeruzalem’. Ik kreeg er lovende reacties op, waaronder deze van Annelei Engelberts*:

  • Gisteravond bedacht ik in de trein waarom je lezing zo goed was: het wás geen lezing, het was een vertelling. Tijdens het deel na de pauze dacht ik: nou ze overschrijdt de beschikbare tijd. Dat kon mij niets schelen, maar ik had het idee dat je al uren bezig was terwijl je helemaal binnen het schema bleek te zijn. Een lezing gaat altijd een beetje over aangeleerde materie maar dit was helemaal van jouzelf. Met aanstekelijk enthousiasme. En allemaal uit het hoofd.

Kijk, daar doe je het voor!

Ubi sunt op weg naar Haarlem

Ubi sunt op weg naar Haarlem herinnert aan de Cuyperscode. Collage en tekst bvhh.nu 2007.
Ubi sunt, a photo by Bern4dette on Flickr.

Op weg naar 3 maart ben ik me aan het oriënteren. Daarbij kwam ik zomaar deze afbeelding tegen. Oude tijden herleven, niet alleen wat betreft de inhoud, maar ook de context, want dit kleine gedicht maakte ik als aanwijzing in het kader van het erfgoedspel De Cuyperscode. Welke weg zou hier beschreven staan? Misschien kom ik daar wel op terug bij de lezing van 3 maart 2014 in de nieuwe Bavo te Haarlem.

Post scriptum 2017

Het is jammer dat het niet meer kan, want ik vond het een geweldige optie: vanuit Flickr een foto met een stukje tekst bloggen. In bovenstaand geval nam ik een voorschot op een lezing over het hemels Jeruzalem in de kathedraal van Haarlem die zelf een van de mooiste incarnaties vormt van dit thema.

Toen ik enige tijd geleden de serie ‘Gedicht op maandag | #Gom’ startte – er lag inmiddels zoveel fraais onder het stof – vond ik dat ook Ubi sunt daarin een plaats verdiende. Misschien wel omdat het een van de exemplaren was die me er in 2008 toe inspireerde eindelijk de stap te zetten naar een bundel. Dat werd Assez de place pour être heureux. Die titel heeft zich onbedoeld tot een metafoor ontpopt, want het is beslist een van de dingen die me erg gelukkig maakt: gedichten schrijven.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen