Prikbord met lezingen et cetera uit de JCC

Lezingen, concept artikelen, ingezonden stukken, drukproeven en studies van Joseph Cuypers

Welkom bij het prikbord met de stukken die Joseph Cuypers over zijn vak of naar aanleiding van het onderwijs, de vakorganisatie, sociale kwesties et cetera geschreven en/of voorgedragen heeft! 

Voor het delen en het gebruik maken van de inhoud van de items op dit prikbord gelden de aangescherpte regels van de Creative Commons licentie.

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

Hoe je dit webartikel kunt citeren vind je hieronder!

De terugkerende aanduiding hieronder van GAR, JCC, v.n. staat voor Gemeentearchief Roermond, Joseph Cuypers Collectie, voorlopig nummer.

__________________

→GAR JCC v.n. 145 Lezing Stockholm met retroacta, 1916-1918

Notabene — De bewaarde krantenknipsels (namen niet zichtbaar) van een lezing over ‘Het wezen der architectuur’ (met lichtbeelden) van december 1916 (Den Haag, Academie van Beeldende Kunsten) doen vermoeden dat Joseph Cuypers deze heeft gebruikt voor het schrijven van een lezing in het Frans voor Stockholm. Op de omslag staat tweemaal in zijn handschrift Stockholm, in pen en potlood. Voorts in potlood: ‘Geschikt voor Rio de Janeiro’. ‘Nederland in den vreemde/’ ‘1917-18?’. De vermelding van Rio de Janeiro kan te maken hebben met de poging van zijn jongste zoon Charles op daar werk te vinden. Op de site/in de inventarissen van NHI/Nai met betrekking tot het architectenbureau, de kunstwerkplaatsen en de persoonlijke archieven van leden van de familie Cuypers zijn geen gegevens over de reis naar Stockholm te vinden.

PS | je vind de site/inventarissen in de bibliografie van deze collectie onder HNI/Nai.

__________________

→ GAR JCC v.n. 144 Lezing Sorbonne te Parijs over stedenbouw en architectuur in Amsterdam, georganiseerd door het Centre d’Études Franco-Hollandaises op verzoek van de Parijse universiteit, 1924

Notabene — Joseph Cuypers heeft zich vanaf de Woningwet van 1902, waarin stedenbouwkundige uitbreidingsplannen voorgeschreven werden, actief beziggehouden met stedenbouw en verschillende van dat soort plannen op zijn naam staan. In de lezing behandelt hij onder meer het Plan Zuid van H.P. Berlage in Amsterdam, dat op dat moment al ver gerealiseerd was. Berlage blijkt een jaar eerder voor dit gremium een lezing verzorgd te hebben over Nederlandse bouwkunst. Secretaris van het centrum was onder meer J.A. Pollones. Andere sprekers dat jaar waren professor J.A.G. van der Steur (TH Delft), Jan Kalf, professor T.K.L. Sluyterman (T.H. Delft), M. Wibaut en M. Verkruysen. Waarschijnlijk wordt met M(eneer) Wibaut F.M. Wibaut bedoeld, die als wethouder veel voor de stadsontwikkeling en volkshuisvesting in Amsterdam heeft betekend. M(eneer) Verkruysen was H.C. Verkruysen, medewerker van de jaarboeken van de VANK (V.A.N.K., Vereeniging voor Ambachts- en Nijverheidskunst) en vanaf 1926 hoofdredacteur van het tijdschrift Wendingen. De eerste drie personen behoren in ieder geval tot het netwerk van Joseph Cuypers.

PS | De gegevens over de VANK en Verkruysen zijn ontleend aan Thomas, Mienke Simon. Goed in vorm: honderd jaar ontwerpen in Nederland. 010 Publishers, 2008, pp. 42, 58, 70.

Typerend genoeg ontbreekt de naam van Joseph Cuypers volledig in deze publicatie. Dat is alleen al vreemd in relatie tot de VANK, waarvan het bestuur aanwezig was bij de huldiging van de architect bij gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag. Bron: “Huldiging Joseph Cuypers”. Algemeen Handelsblad/Wikisource, 1931. http://bit.ly/2T1WKoa.

De relatie tot de VANK moet verder uitgediept worden.

Joseph Cuypers stond midden in het debat tussen architecten en de eerste generatie stedenbouwers. De laatste groep meende dat de eerste zich beter niet bezig kon houden met stadsplanning. Zie hierover onder meer Rackham en Hubar, De Sacramentskerk te Tilburg (2005). Voorts Rackham m.m.v. Hubar, De Steentjeskerk te Eindhoven (2019).

__________________

→ GAR JCC v.n. 121: Stukken betreffende de voordracht over Victor de Stuers op de Monumentendag in Arnhem, later omgewerkt tot artikel bulletin Nederlandsche Oudheidkundige Bond (NOB) (1930, 1943)

Notabene — De voordracht was uit 1930 eveneens voor de NOB, het gelegenheidsartikel uit 1943 bij gelegenheid van de 100ste geboortedag van Victor de Stuers, op verzoek van H.E. van Gelder, namens de redactiecommissie van het bulletin. Joseph Cuypers lag op dat moment (1943) in het O.L. Vrouwegasthuis te Amsterdam. Mogelijk samenhang met GAR JCC v.n. 112 ‘Critische aantekeningen’ Polytechnische School Delft, vanwege de opmerking van Joseph Cuypers in de kladlezing dat hij van De Stuers een verslag moest maken na afloop van zijn studie, opdat de laatste het onderwijs in Delft kon aanpakken. Overigens waren Joseph Cuypers en De Stuers geen vrienden (zie Van Leeuwen, P.J.H. Cuypers (2007)).

PS | De teksten geven een beeld van hoe Joseph Cuypers recht probeert te doen aan de verdiensten van een man met wie hij lange tijd in onmin verkeerde, zo niet gebrouilleerd was.

__________________

→ GAR JCC v.n. 120: Drukproeven van ‘Gedenkschrift bij de Onthulling van het Gedenkteken voor Dr. P.J.H. Cuypers nabij de Munsterkerk te Roermond op den 103den verjaardag zijner geboorte aangeboden door de NV Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co 16 Mei 1930’

Notabene — Toevoegingen in handschrift Joseph Cuypers (schoonschrift t.b.v. De drukker). Deze bewijzen dat Joseph Cuypers inderdaad de auteur was en dat de toeschrijving aan hem correct is. Het bronzen beeld van zijn vader op het Munsterplein is ontworpen door August Falize, waarbij Joseph een belangrijke corrigerende invloed heeft gehad. In principe zou het beeld dus op de naam van beide kunstenaars gezet kunnen worden. De mail voor het bronzen beeld is gemaakt bij de Kunstwerkplaatsen, zoals blijkt uit de collectie glasnegatieven van het Cuypershuis.

PS | Voor het beeld van August Falize op de glasnegatieven zie dit webartikel met mijn logboek van de crowdfunding voor de glasnegatieven van het Cuypershuis op het platform if then is now: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Ambassadeur voor Cuypers’ glasnegatieven”. if then is now, 2017. http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2.

__________________

Wat Jablonka hieronder vertelt, is een belangrijke boodschap voor de biograaf: durf de kant van de literatuur te zoeken zonder je feitelijke grondlag te verwaarlozen! Denk aan Thijm!


__________________

→ GAR JCC v.n. 114 Concept artikelen en drukproeven voor periodieken, nieuwsbladen en verzamelboeken

Notabene — Onder meer: De leeuw als symbool uit Van Onzen Tijd (z.j.). Jeugdherinneringen aan J.A. Alberdingk Thijm (Thijmbundel de Beiaard 1920). Artikel herinrichting Munsterplein voor ‘Tijdschrift voor Volkshuisvesting en Stedebouw’ van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw (1925). Bezoek VANK aan Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co voor verenigingsblad (1930). Roermonds Kunstleven voor het ‘Gedenkboek ter gelegenheid van het zevenhonderdjarig bestaan van Roermond als stad’ (1932). Over Katholicisme en Facisme (1933). De begindatering is gebaseerd op het artikel over de leeuw circa 1910.

PS | Jaartal achterhalen van De leeuw als symbool uit Van Onzen Tijd (z.j.).

Het bezoek van de (V.A.N.K., Vereeniging van Ambachts- en Nijverheidskunst) is goed terug te vinden op Delpher (zoektermen: V.A.N.K. Roermond Cuypers). Een van de berichten komt uit Limburgsch Dagblad, 25-06-1930:

Op het programma staat een bezoek aan de kathedraal, Munsterkerk, Dr. Cuypersmonument, de kunstwerkplaatsen der firma Cuypers en Co, en de glasschilders-ateliers van Nicolas en Zonen, waar diverse in uitvoering zijnde glaswerken zullen worden bezichtigd o.a. de eerste uitgevoerd détails van het door Joep Nicolas te maken Hugo de Grootraam in de Nieuwe kerk te Delft, twee in opdracht van den rijksgebouwendienst vervaardigde vensters voor de nieuwe R.H.B.S. te Tiel enz. In den namiddag zal per motorboot bezoek worden gebracht aan het kerkje Asselt. Op de terugweg zal de stuw bij den Donck bezichtigd worden.

Niet Joseph Cuypers verzorgde de uitleg, maar zijn eerste man, Victor Sprenkels. Saillant detail is het bezoek aan de schilderingen en de glazen van het kerkje van Asselt onder leiding van Joep Nicolas. Deze zijn uitvoerig behandeld in De genade van de steiger. De tekst van de betreffende paragraaf staat integraal op deze site.
Voor Victor Sprenkels (met foto), zie Joseph Cuypers, Gedenkschrift, p. 40.

Cuypers, Joseph Th.J. “Roermonds kunstleven”. In Gedenkboek ter gelegenheid van het zevenhonderdjarig bestaan van Roermond als stad, 334–47. Roermond, 1932.

Het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw is opgericht in 1918. Zie Ruijter, Peter de. Voor volkshuisvesting en stedebouw. Utrecht: Matrijs, 1987.

__________________

→ GAR JCC v.n. 73 Klad en concept artikelen voor niet getraceerde periodieken

Nota bene — Schilderkunst, bouwkunst en Rijksacademie, ongedateerd, 1898 (gedateerd via Groene Amsterdammer). Arti & Industriae, boekband Pierre J.H. Cuypers (z.j.). Polychromie muren en hoogaltaar St. Hippolytus Delft ( z.j.). Glasschilderkunst (ingezonden, initiaal TH, z.j.). Szegeb Hongarije 1931. In Memoriam Eduard Brom (1935). Het verschil tussen lezingen en concept artikelen is niet altijd duidelijk. De begindatering is gebaseerd op het handschrift van een van de kladjes, de einddatering op het stuk over Eduard Brom.

PS | Arti & Industriae op Wikipedia. Naar de architecten Cuypers als grafische ontwerpers is tot dusver nog geen specialistisch onderzoek gedaan.

Joseph Cuypers schreef van tijd tot tijd onder het initiaal TH.

De Hippolytuskerk is ontworpen door Pierre J.H. Cuypers, in 1884-1886 (Wikipedia). Joseph Cuypers heeft de kerk tijdens zijn studietijd zien verrijzen.

__________________

De voorgaande items geven een goed beeld van waar Joseph Cuypers mee bezig was en zich voor inzette. Het zou interessant de verschillende concepten te vergelijken met de uiteindelijk gedrukte versies.

Bernadette denkt dat een van de belangrijkste lezingen die over stedenbouw en architectuur bij de Sorbonne is. Wanneer is die interesse van Joseph Cuypers voor stedenbouw begonnen? Is het mogelijk dat de problematiek van de wederopbouw tijdens en na de Eerste Wereldoorlog in België hierbij een rol speelt.*

We komen er op terug!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

  • Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.
  • De verkorte titels in de tekst hierboven verwijzen naar de bibliografie van de Joseph Cuypers Collectie en/of van de integrale website.
  • Zotero is een gratis referentiemanager, waarin literatuur en andere verwijzingen inzake dit project zijn opgeslagen. Voor meer informatie volg deze link. Te zijner tijd komt de deelverzameling met betrekking tot dit project on line.
  • Cuypers, Pierre M. “CUYPERS – MyHeritage”. MyHeritage, 2018-2019. http://bit.ly/2OGqofQ-JCC.
  • #PM Precieze verwijzing in de brieven opzoeken.
  • Blijkens enkele stukken in de JCC hebben de architecten Cuypers zich beziggehouden met deze wederopbouw.

Over Joseph Cuypers is nog meer te vinden bij De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

Naar dit item kan verwezen worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. “Prikbord met lezingen et cetera uit de JCC”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2019. http://bit.ly/2Hc1Rxm-VanHH2Org.

Verkorte link: bit.ly/2Hc1Rxm-VanHH2Org

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Links sociale media van de vennoten VanHH.org

Links sociale media | Hoe kwam je hier en waarom? — Waarschijnlijk kwam je hier doordat je klikte op een link in een van onze berichten op de sociale media (bit.ly/VanHH2Org21); maar het kan ook zijn dat je al surfend deze pagina bereikte. Hier kun je altijd de link vinden naar ons laatste majeure bericht op de sociale media.

De crowdfunding voor het #Cuypersplafond van het Cuypershuis Roermond​ roept heel wat herinneringen op … (lees verder via deze link)

Wil je rustig door de dia’s bladeren, druk dan op de pauzeknop en ga er met de pijltjes doorheen.

Eens in de zoveel tijd besteden we hier bovendien aandacht aan het meest bekeken bericht van de afgelopen periode.

Wat vonden jullie interessant de afgelopen maanden
  • Op Facebook stond de verjaardag van Joseph Cuypers, 10 juni 2019, met ruim 1000 bezoekers helemaal in de top. De maand ervoor, 2 mei, was het ons bericht over Jom Hasjoa: de herdenking van de doelbewuste vernietiging van zes miljoen Joodse mensen. Bij die gelegenheid hebben we het boek van Harrie-Jan Metselaars onder de aandacht gebracht over de verdwenen Joodse gemeenschap in Gennep. Alsof het zo heeft moeten zijn, was onze Paaswens in april het hoogst genoteerd.
  • Op LinkedIn scoorde tot onze verrassing in juni onze Pinksterwens het hoogst, terwijl in mei ook hier het bericht over Jom Hasjoa en het boek van Harrie-Jan Metselaars de meeste aandacht trok. Wat betreft april stond een gedicht op maandag (#Gom) aan de top: de luistervink.
  • Op Twitter was het ook bij @Bernadette de Pinksterwens in juni die de meeste kijkers trok. In mei was ‘t het item over Jeroen Bosch in en bij het Rijksmuseum en in april opnieuw de luistervink (#Gom). Joseph Cuypers rules bij @Erfgoedverhaal in juni, net als bij Faceboek. Het leuke verhaal over kennisuitwisseling op Facebook doet het juist op Twitter, bij @Erfgoed in mei, erg goed! En in april haast onvermijdelijk een item over de meest treurige brand de afgelopen decennia, die van Notre Dame in Parijs.
  • We zijn ook actief op Instagram, maar dat is nog altijd te kort om al conclusies te kunnen trekken.

Er is toch wel een opvallende consistentie over wat jullie aansprak de afgelopen tijd. Wat zegt dat? Of misschien is het correcter om te vragen: zegt dat iets?

*

Links sociale media

Het noteren van favoriete posts is niet het enige doel van van deze pagina. Hieronder staat namelijk ook een overzicht van eerdere berichten die we op de sociale media hebben geplaatst. Echt een must voor erfgoedspecialisten met een tik voor archivistiek.

Tip! — Wil je een ouder bericht snel vinden, gebruik dan de zoektoets Ctrl-F of Cmd-F.

  • 13/9/19: De crowdfunding voor het #Cuypersplafond van het Cuypershuis Roermond​ roept heel wat herinneringen op. Een goed moment om samen met Karl Pesch-Konopka​ een stukje ‘oral history’ vast te leggen. De crowdfunding gaat namelijk terug tot 2007, precies 40 jaar nadat het plafond is vernield en de resten achter een verlaagd exemplaar zijn verstopt. Ga je mee, dan kun je meteen daarna doneren: http://bit.ly/2MYrWo5-Cuypersplafond. O ja, de teller staat op ruim 4500 euro, dus een kwart van het benodigde geld is binnen. Wat zal er tijdens de Open Monumentendagen (14 en 15 september) binnenkomen? Dan is het Cuypershuis namelijk vrij toegankelijk!
  • 9/9/19: Gedicht op maandag (#Gom) is opgedragen aan een van de meest invloedrijke vrouwen in mijn leven, mijn moeder: http://bit.ly/2ZWDcnS .
  • 5/9/19: Het blijft intrigeren, de polychromie van de architecten Cuypers. Ik schreef er in 1984 over naar aanleiding van de inmiddels grotendeels verdwenen uitmonstering van de Servaaskerk, in 1997 over de kleuren in de Teekenschool van Roermond, in 2007 in het kader van het grote onderzoek naar het Cuypershuis (‘De muziek van het licht’), en in 2016 over de polychromie binnen en buiten van de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem. Nog steeds is niet precies duidelijk uit hoe vader en zoon, Pierre en Joseph Cuypers hun uitmonsteringen ontwierpen. Met name de manier waarop ze hun kleurengamma’s samenstelden zonder dat die met elkaar vloekten, is een groot raadsel. O ja, ze gebruikten de kleurendriehoek, ze kenden de theorieën van Owen Jones en Viollet-le-Duc, en vrijwel zeker ook Goethe’s Farbenlehre en de theorieën van Chevreul, maar hoe dat toverstokje eruitzag … na deze lezing komt het antwoord vast weer een paar stappen dichterbij. Alvast een kijkje nemen in ‘De muziek van het licht’? Surf dan naar http://bit.ly/Cuypers4all. Om te doneren volg je deze link: bit.ly/2ZuRNeV-Cuypersplafond
  • 6/9/19: Ik weet niet hoeveel leden van FNV Zelfstandigen onder mijn vrienden op de sociale media zitten, maar voor hen heb ik een belangrijke boodschap (voor iedereen trouwens)! FNV Zelfstandigen onderneemt namelijk niets tegen de dreigende verlaging van de zelfstandigenaftrek. Op de website wordt dit nieuws volledig genegeerd, dus men brengt zelfs geen standpunt uit! Ik heb de bond zowel via Twitter als op Facebook benaderd, maar op mijn berichten wordt niet gereageerd. Mijn oproep: 1) Teken de petitie van de enige clubs die wel wat doen! Als je het niet eens bent met de eerste alinea, teken dan onder voorbehoud (heb ik ook gedaan): http://bit.ly/2LyU66G-zzp
    2) Als je lid bent, stuur dan een mail naar FNV Zelfstandigen om te vragen alsnog wat te doen (ga ik ook doen).
    3) Roep op tot solidariteit van alle Nederlanders. We moeten ons niet tegen elkaar uit laten spelen! Dus teken met zoveel mogelijk mensen!
    4) Roep collega zzp’ers op om de petitie te ondersteunen, want als er nog geen 5000 tekenaars zijn op circa 1,2 miljoen zzp’ers, dan slaan we een figuur van jewelste.
    Dus collega zzp’er stel je opleverdatum uit (ja, ik weet hoe moeilijk dat is), laat die offerte even liggen en TEKEN! http://bit.ly/2LyU66G-zzp
  • 3/9/19: Update webartikel ‘Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract’: http://bit.ly/2folRjT.
  • 15/8/19: We hebben het magazijn van ‘Cuypers assortiment’ op onze website opgeruimd. Dat was me een werk, want er zaten heel wat ‘dode links’ tussen. Daar gaan we nog een keer een aparte blog aan wijden, want o, wat is dat vervelend! Hoe dan ook, je kunt weer terecht in ons magazijn, waar we allerlei verhalen klaar hebben staan. Ook de downloadpagina Cuypers4all zit erbij en een galerij met portretten en collages, waaronder werk van Josephs achterkleindochter, Juliette Tulkens. Erg leuk om doorheen te wandelen. Met het meest recente item zijn we nog bezig: over het herstel van het plafond in de eetkamer van het Cuypershuis. De fondsenwerving start 25 augustus! Grabbel maar eens in ons assortiment: http://bit.ly/1o6zCVp
  • 8/8/19 Een heerlijk project om aan mee te werken. Linda Eversteijn en ik kennen elkaar van Museum aan het Vrijthof. Ze zag de naam Cuypers staan, toen ze zich ging inlezen in haar nieuwe project, een tentoonstelling over Clemens Merkelbach van Enkhuizen in Stedelijk Museum Breda. ‘Cuypers, mmm … Bernadette’; en zo kwam er iets moois op mijn pad. Het toeval wil dat ik Clemens in de jaren tachtig al heb leren kennen toen hij het dubbelportret schilderde van mijn oom en tante op het Geudje in Ohé. Ons gesprek ging al heel snel over Cuypers en om een lang verhaal kort te maken … Clemens maakte een prachtige tentoonstelling in het huidige Cuypershuis met behulp van zijn tekeningen en zijn collectie objecten uit de gesloopte kerken; dat was bij gelegenheid van het eeuwfeest van het Rijksmuseum in 1985. Peter van Dael die ook aan de Bredase expositie meewerkt, hield destijds een mooie inleiding. Dat gaat hij 17 augustus bij de officiële feestelijkheden in Breda weer doen. Zo wordt de cirkel gesloten: http://bit.ly/2M6JQFt-VanHH2Org 
  • 30/7/19: Sommige geruchten zijn zo hardnekkig dat ze telkens weer de kop opsteken. Een ervan is dat Jan Stuyt eigenlijk de architect van de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem zou zijn. Dat is dus niet zo, hoewel hij zeker bij de bouw betrokken was, evenals een heleboel andere kunstenaars en niet te vergeten de zoon van Joseph, Pierre J.J.M. Cuypers. In de collage staat het kort op een rij en wordt ook  nog eens de aandacht gevestigd op de achtergrond van de Arabische motieven en de Unvollendete (onvoltooide elementen) van de nieuwe Bavo. Die kun je bij de ‘Klim naar het licht’ heel goed zien. Inmiddels is die verlengd tot eind september. Gaat het zien! http://bit.ly/2bPlZXW-nBavo
  • 22/7/19: Meesterteken | Akkoorden gaat over de haptische schoonheid van historisch metselwerk en de metaforische inwisselbaarheid van steen en woord. Bij dit gedicht op maandag (#gom) komt niet alleen de meester metselaar langs, maar ook Goethe en Wijdeveld. En zoals bij alle kunst is het zowel een kwestie van waarnemen, als van jezelf geven. Je vindt dit tweelinggedicht in de bundel ‘Een moment in zijn eeuwigheid’ uit 2008. Lees verder via http://bit.ly/2Fb5pir.
  • 17/7/19: Niet geloven toch! Ons boek over de nieuwe Bavo is uitverkocht! Bij WBooks kun je het dus niet meer bestellen. Waar wel? Dat vertellen we je op http://bit.ly/Bavo-Ao Het heeft iets met klimmen en licht te maken! ;-)
  • 8 juli 2019: Welke berichten werden afgelopen drie maanden het best bekeken? Je ziet het hierboven. Wil je een handvol broodkruimeltjes volgen voor Droste, ga dan kijken op de site van ifthenisnow.eu.
  • 24 juni 2019: In een warme week naar een zeker zo warm eiland? Ja hoor, dat kan. We gaan met gedicht op maandag naar de noordkust van Curaçao, waar je verkoeling vindt in het opspattende water in in Nationaal Park Shete Boka. http://bit.ly/2ZKPK23
  • 21 juni 2019: Onze site dijt uit met al die verhalen, presentaties, artikelen, blogs en gedichten. Dus vandaar deze heerlijk ouderwetse inhoudsopgave van de pagina’s, gevolgd door een register op het eerste woord van de berichten/blogs. En ja, de naam Cuypers komt vaak voor, langzamerhand vaker in combinatie met Joseph dan zijn vader Pierre. Wat wil je ook met zulke mooie opdrachten als de nieuwe Bavo (tegenwoordig KoepelKathedraal Haarlem) en de Joseph Cuypers Collectie. Het woord kerk is een goede tweede … http://bit.ly/1NHYdrY
  • 10 juni 2019: Van harte gefeliciteerd Joseph Cuypers (1861-1949)! Vandaag zou je 158 jaar zijn geworden! Herinner je je nog dat je jongste kleinzoon, Pierre Cuypers, in 1947 een dag later werd geboren? De derde Pierre in de familie, wat moet dat bijzonder voor je zijn geweest! Over namen gesproken, we hebben nog een klein cadeautje voor je: http://bit.ly/2R1KEvd
  • 9 juni 2019: Zalig Pinksteren voor iedereen. Wat mij betreft het mooiste kerkelijke feest van het jaar, ook al is dat formeel niet zo. Maar van al die bezieling en dat enthousiasme wordt een mens intens blij! En ga vooral naar de Cenakelkerk als je in de buurt bent! Het was een feest om over de schilderingen van Piets Gerrits te schrijven: http://bit.ly/1NI24oP 
  • 6 juni 2019:  Een van de boeken die binnen handbereik staan, met welhaast de mooiste openingswoorden die je kunt bedenken: De Heilige Linie van J.A. Alberdingk Thijm: voor de een een gruwel, voor de ander een schatkamer als het gaat om kerkbouwsymboliek en iconografie. Nodeloos te zeggen dat ik tot die laatste groep behoor. Het heeft me altijd verbaasd dat tot dusver nog geen onderzoek is gedaan naar de kennis van Thijm door middeleeuwenkenners. Lange tijd is hij weggezet als een lachertje, maar de afgelopen decennia bleek steeds vaker dat de eruditie van deze Amsterdamse koopman en hoogleraar – en die van zijn netwerk – ook op dit gebied enorm was. http://bit.ly/1ZvcKwh-VanHH2Org
  • 30 mei 2019: Hemelvaart! Hoe gaan we daarmee om? Wens je elkaar een zalige Hemelvaart toe? Of trekt dat teveel een wissel op de toekomst? Tussen de weinige visualisaties van Hemelvaart in de monumentale kunst vonden we deze van Jan Dunselman die behandeld is in ‘De genade van de steiger’. Hoe lost hij het vertrek van Christus in deze scène op? Door terug te keren naar het begin? Want in den beginne … http://bit.ly/1QPco2y
  • 20 mei 2019: Er waren twee koningskinderen … of zat het toch anders? Dat lees je in dit gedicht op maandag, geïnspireerd door verweerde bouwsculptuur. Ga je mee naar l’Ancienne abbaye de Saint-Jean-des-Vignes in Soissons? Wat hebben we een vruchtbare tijd gehad met Kunst der Vormen in de Picardie! http://bit.ly/2HEQLRw-Gom
  • 5 mei 2019: Kennisuitwisseling op Facebook | De kerk van Simon en Judas te Lattrop. Wekelijks zet kerkfotografie een foto on line met de vraag of iemand weet om welke kerk het gaat. Deze ving mijn aandacht en laat die nu toch van de architecten Joseph en zijn zoon Pierre J.J.M. Cuypers blijken te zijn. Kijk ‘ns wat dit tot een mooie kennisuitwisseling leidde: bit.ly/2GXA1oA-JCC
  • 2 mei 2019: Vandaag 2 mei – Jom Hasjoa – wordt over de hele wereld de rechteloze vernietiging van zes miljoen Joden herdacht. Waar ik dan aan denk? Meestal aan het mooie monument van Appie Drielsma in de tuin van de synagoge in Roermond, dat Annelei Engelberts en ik hebben opgenomen in onze bundel beeldgedichten voor de rechtbank te Roermond (2014).
    Dit jaar ligt het anders, want ik ben bezig met het boek van Harrie-Jan Metselaars over de verdwenen Joden in Gennep. Ik ben halverwege en het woord vergast of gaskamer is vaker langsgekomen dan ik voor mogelijk had gehouden!
    De kracht van het verhaal van Harrie-Jan is dat hij een wij-gevoel met de toenmalige gemeenschap creëert en je dus eigenlijk niet kunt geloven dat men zomaar op een trein stapte om te eindigen in een vernietigingskamp. Maar dat moet je wel geloven want de andere sterke kant van het boek is de beschrijving van de context van de holocaust en vooral … het voortdurend leggen van verbanden van bestuurlijke beslissingen van de bezetter met de situatie van een bevolkingsgroep destijds op die ene plaats in Noord-Limburg. Leen het boek via de bibliotheek (het is al uitverkocht) en ga het lezen! Voor meer informatie zie dit artikel in De Gelderlander.
  • 29 april 2019: Grappig woord luistervink … ’t schijnt uit het Fries te komen en was een geliefd thema voor genrestukken. Lang geleden schreef mijn toenmalige docent, Eddy de Jongh, hier een mooi stuk over naar aanleiding van de beroemde luistervink van Nicolaas Maes in Dordrechts Museum. Met gedicht op maandag gaan we een heel andere kant op, naar de Annabaai op Curaçao. Daar bleek de luistervink van Arnout Visser (centraal in de collage) niet nodig. Ga je mee? http://bit.ly/2DD4nfb-Gom
  • 21 april 2019: Et resurrexit! Zalig Pasen voor iedereen! Meer weten over deze vrolijke hemel die ons volgens Joep Nicolas staat te wachten dankzij Christus’ verrijzenis, surf dan naar http://bit.ly/GvdS-Nicolas-Asselt.
  • 19 april 2019: Wat doen we in de Goede Week? We kijken naar The Passion, we luisteren naar de Mattheuspassion, maar we kijken – in ieder geval hier – ook naar de kruisweg van Jan Toorop in Oosterbeek die dit jaar een eeuw geleden werd ingewijd (18 mei 1919). Een mooie aanleiding om vandaag, op Goede Vrijdag, terug te blikken op het stuk dat we in ‘De genade van de steiger’ over dit werk hebben geschreven. Surf naar http://bit.ly/2DqXb5M-VanHH2Org om verder te lezen.
  • 14 april 2019: Het mag geen naam hebben, dat beetje sneeuw dat hier in het weekend viel. Dus op naar de Kaukasus met gedicht op maandag. We verkeren in hogere sferen! Maar hoe geef je woorden aan iets dat niet te vatten is? #Gom http://bit.ly/2VHClGb-Gom
  • 8 april 2019: Wat vonden jullie zoal leuk in maart? Volgens de teller was het ‘nieuwe Bavo’ wat de klok sloeg: het bericht over het Jozefaltaar, over het evenement ‘de nieuwe Bavo bloeit’ dat NU loopt (tot en met 13 april) en de loopbrug tussen de twee westtorens die vanaf 1 mei te betreden is. Maar apart genoeg dook ook het item over de waterschapsverkiezingen op. Lees verder op bit.ly/VanHH2Org21
  • 1 april 2019: Met gedicht op maandag zoeken we de blues op die onvermijdelijk ontstaan aan het einde van een mooie reis (Georgië). Blues … alles wordt een tikkeltje scherper en uitvergroot door de onherroepelijkheid van het naderende afscheid. En daar wordt een mens introspectief van, wat weer tot bijzondere overwegingen leidt: http://bit.ly/2CNysbp-Gom.

*

Geïnteresseerd in de oudere berichten? Bezoek dan deze archiefpagina.

Wordt vervolgd!

B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


En verder?
  • Meer weten over de rubriek ‘Gedicht op maandag’? Volg dan deze link.
  • Het belangrijkste project waarmee we bezig zijn, is de Joseph Cuypers Collectie. Ga eens kijken onder deze link.
  • Via de afbeeldingen hieronder kun je verder bladeren door onze website.

Het zou fijn zijn als je dit webitem wilt delen. Dat kun je doen via de knop delen aan het einde van deze pagina (liefst met de hashtag #VanHH2Org).

Verkorte link van dit item: bit.ly/VanHH2Org21

Zoekterm bit.ly 2Ta8xRz

Met de schikgodinnen het jaar uit …

Surf naar deze blog op onze site voor het gedicht en het achtergrondverhaal.

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


En verder nog …


Wil je weten hoe het allemaal begon met de gedichten op deze site, klik dan op deze link.

Meer gedichten en verhalen lezen, die Bernadette bij gelegenheid van Kerstmis, Oud & Nieuw en Driekoningen schreef? Pluk dan eens wat uit dit rijtje:

  • 2018 Kerstmis en Nieuwjaar 2019 via deze link.
  • Tweemaal Driekoningen | Sweet memories (2016; 2018) via deze link.
  • Nieuwjaarswens op Driekoningen (2017) via deze link.
  • Kerstverhaal in de Poolse Kapel (2017) via deze link.
  • Deinend … (2009; 2017) via deze link.
  • Zalig kerstfeest allemaal! (2016) via deze link.
  • Driekoningenfeest (2016 op if then is now) onder deze link.
  • Draaiende spiralen (2015) via deze link.
  • Wat schikt het … (2015) via deze link.
  • Een ster en een kroon (2015-2016) via deze link.
  • De Kerstkapel van de nieuwe Bavo (2015) via deze link.
  • De vlam van de kosmos tegen ‘t blauw | Nieuwjaarswens 2014 via deze link.
  • Rood | Colourfield (2014) via deze link.
  • Boven de Kerstkapel (2013) via deze link.
  • Daar schoten drie stralen dooreen … (2013) via deze link.

Voor een volledig overzicht van ‘Gedicht op maandag’ surf je naar deze pagina met het Twitteroverzicht van 2017.

‘Gedicht op maandag’ komt eens in de twee à drie weken langs op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de erfgoedgedichten een nog grotere actieradius bereiken!

Glaskunst in een Twittermoment

Op het Twittermoment ‘Glas‘ verzamelijk ik allerlei tweets over hedendaagse en historische glaskunst. Sinds De genade van de steiger is glas niet meer weg te denken uit mijn belangstelling. Op een niet vermoeden manier heb ik toen kennisgemaakt met het werk van Jan Toorop, Antoon Derkinderen, Joep Nicolas, Matthieu Wiegman om er enkelen te noemen.

Later heb er in het boek over de nieuwe Bavo veel aandacht aan gewijd, zowel vanwege het werk van Joseph Cuypers, als van Jan Dibbets en Marc Mulders. Daarna volgden mijn artikelen over het werk van Annemiek Punt en over het naoorlogse balanceren tussen figuratief, decoratief en modern aan de hand van de glazen van Hugo Brouwer en Charles Eyck in het Fatimahuis te Weert. Wat mij betreft mogen er nog veel opdrachten langskomen.

Over Jan Toorop heb ik hieronder een fragment opgenomen over zijn Nijmeegse Apostelraam.

Maar ga eerst eens hieronder kijken wat glaskunst allemaal teweeg brengt op Twitter.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!



‘t Apostelraam van Jan Toorop (1908-1909)

Jan Toorop en het Apostelraam uit ‘De genade van de steiger’, p. 275. Klik op het plaatje om te vergroten!

Afb. 223a-e. c. Jan Toorop, Het Apostelraam (1913-1915) in de Jozefkerk te Nijmegen (1908-1909), met een ontwerptekening en details van de koppen
van Christus en de engelen. Vanwege het innovatieve karakter maakte dit
werk van Toorop destijds veel ophef. Dit zal zeker te maken hebben gehad
met de omstandigheid dat er in Nederland nog niet zoveel door Beuron beïnvloede glasschilderingen waren te zien.(90) Dit laatste verklaart ook waarom de ornamentele invulling nog sterk op de neogotiek lijkt te zijn afgestemd, al werd hiermee vermoedelijk een emulatie nagestreefd in glas van het Byzantijns geïnspireerde Beuroner mozaïek. Dat de vorm een ander doel dient, blijkt ook bij een vergelijking met het veel minder statische sectieltableau gewijd aan Aloysius in de Nieuwe Bavokathedraal te Haarlem uit 1907 (zie afb. 81).

Het is opvallend dat Plasschaert in zijn monografie over muurschilderingen blind lijkt voor de Beuroner inslag van (onder meer) dit werk. Zelf schreef Toorop hierover: ‘Maar ik heb er toch genoegen van om het apostelraam op die wijze, liturgisch en alles harmonieus zuiver in aansluiting met de omringende architectuur te hebben gemaakt. Daar moet maar eens een einde komen aan al dat ramengeknoei die onze mooie kerkgebouwen bederven’.(91) Hiermee toonde hij zich een rasecht Violierlid. Herkenbaar in de iconografie zijn aspecten (de blote voeten, de regenboog) die door Nieuwbarn in ‘Het Roomsche Kerkgebouw’ werden benoemd. Heel karakteristiek voor Toorop is het werken met een verdubbeling van koppen, waardoor het effect van diepte ontstaat zonder doorbreking van de tweedimensionaliteit. Opvallend is verder de totale vulling van de bogen in de ramen met figuren, waardoor geen achtergrond viel op te vullen en er een optimale eenheid tussen voorstelling en architectuur van het venster is ontstaan. In de hiëratische houding en plooival van de gewaden volgde Toorop Lenz, evenals in de lijnen van het gewaad van de zittende Christus (a). Het Christushoofd is levensecht, maar in zijn symmetrie volledig geconstrueerd naar een ideaal (d). Hoewel er naar de weergave van types is gestreefd, hebben de koppen van de apostelen een individuele signatuur behouden. Van enkele 
is bekend wie er model voor heeft gestaan. In de hoofden van de twee engelen heeft Toorop het portret van Miek Janssen verwerkt (b-c). Hiermee nam hij een voorschot op de kruisweg van Oosterbeek, waar hij de combinatie van portret, type en halftype ook in symbolische zin verder zou uitwerken. Herkomst: Beeldbank RCE.

Fragment uit De genade van de steiger, p. 275.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2isWCOh


BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Nicolas in ‘De genade van de steiger’ →

Joep Nicolas, Intrepiditas stadhuis Breda. Afb. 343 Joep Nicolas, Intrepiditas (onverschrokkenheid) uit de serie deugden (1926-27) in de trappenhal van het stadhuis van Breda. Deze cyclus is in meer opzichten beïnvloed door het werk dat hij had gedaan aan de voltooiing van de glazen van Derkinderen (1925) in de trappenhal van de Algemene Handelsmaatschappij te Amsterdam.1

Dit is een doorverwijzingspagina naar ‘Joep Nicolas tussen de glazen’, overgenomen uit mijn boek ‘De genade van de steiger’.


  1. Afbeelding uit: Claire Nicolas White, Joep Nicolas, p. 41. 

Nicolas en tijdgenoten

 


Joep Nicolas, Long island symphony 1957, eigendom Stichting 1888 Roermond. Foto Marij Coenen 2014
Een van de meest interessante werken van Joep Nicolas: Long island symphony uit 1957 (eigendom Stichting 1888 Roermond. Foto Marij Coenen 2014).
Opvallend is het deels allegorische, deels surrealistische karakater van dit werk, waarin verschillende technieken zijn toegepast. De combinatie van monochrome en polychrome onderdelen zal de glazenier later vaker toepassen.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2vLBV54

Terug naar de hoofdpagina!

BewarenBewaren

BewarenBewarenBewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Recensie Annemiek Punt

Recensie Nederlands Dagblad 7 juli 2017 boek ‘Annemiek Punt Monumentale glaskunst 1980-2017’.

Morgen, 9 juli 2017, verschijnt het boek over de monumentale glaskunst van Annemiek Punt. Samen met uitgever, redacteur en collega Joost de Wal en godsdienst(kunst)filosoof Wessel Stoker heb ik een analyse gemaakt van het gebouwgebonden oeuvre van deze kunstenares, die een van de weinige glazeniers is in Nederland.

Wat dat heeft gebracht? Daar krijg je een aardige indruk van door de recensie van Roel Sikkema in Nederlands Dagblad onder deze link.

Een enkel citaat dat aanhaakt op het eerdere boek over Annemiek Punt, Passie in glas, uit 2009:

  • ‘Maar het nieuwe boek is toch andere koek. “Het is door kunsthistorici geschreven, die een duiding geven van mijn werk”, zegt Annemiek Punt. “Het werk krijgt zo een plaats in de kunstgeschiedenis tussen dat van anderen. Het is heel merkwaardig als anderen over jou schrijven. Het is net of ik mezelf daar beter door leer kennen.”’

Het grappige is dat dit ook haar eerste reactie was toen ze mijn artikel in concept had gelezen.

Nederlands Dagblad vat mijn bijdrage samen in sleutelbegrippen als expressionisme, Joep Nicolas, Kandinsky, Cobra; de (spontane) mimesis en impliciet de herkenning door de toeschouwer. Hoewel ik hierbij een verbinding leg met de symboliek en spirituele kant van het werk van Punt, heeft Sikkema dat aspect vooral uitgediept bij het stuk van Wessel Stoker. Zijn paradox dat ‘het calvinisme de abstracte kunst heeft bevorderd’ wordt mooi geïllustreerd aan de hand van het werk van Punt. Wat onderbelicht blijft in de recensie is de oeuvrelijst die Joost de Wal heeft opgesteld, zijn stuk over de twee majeure technieken van Annemiek Punt – glas in lood en glasfusing – en een biografie in jaartallen. Allemaal zaken waardoor het boek een volwaardige monografie is geworden.

Nederlands Dagblad draagt als motto: ‘Christelijk betrokken’. Het zal dan ook niet verbazen dat deze krant gereformeerde roots heeft. Waarom ik hier de aandacht op vestig? Omdat de laatste recensies van mijn monografie over de nieuwe Bavo eveneens uit de protestants christelijke hoek komen. Ik ben benieuwd of het bij dit boek over Annemiek Punt ook zo stil blijft in de katholieke pers.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen en verdere informatie

  • Het boek over Annemiek Punt kan geciteerd worden als: Wal, Joost de, Bernadette van Hellenberg Hubar en Wessel Stoker. Annemiek Punt Monumentale glaskunst 1980-2017. Utrecht: Gebr. de Wal, 2017. ISBN 978-90-817976-2-7.
  • Wil je digitaal door het exemplaar bladeren of het boek bestellen? Volg dan deze link.
  • Voor een PDF van de recensie in Nederlands Dagblad surf je naar deze URL.

Verkorte link van dit item op de webpagina met recensies: http://bit.ly/2u3fY3J

Verkorte link van deze blog: http://bit.ly/2uCdiHx

Collectie recensies boek Annemiek Punt

De collectie recensies open ik met die van Rob Weeber vanwege het mooie citaat van Jan Engelman dat hij uit mijn bijdrage haalde. De overige besprekingen staan daaronder, rijp en groen.

Achterhoek Nieuws 8 juli 2017

BORCULO – Hoe kan het toch dat ook bekende kunstenaars relatief onbekend blijven en slechts een kleine groep in het (wetenschappelijk) brandpunt van de belangstelling komt te staan? Als leek is het moeilijk om te beoordelen wat echte kunst is en wat het belang ervan is voor de mensheid. Het moet dus van een andere groep mensen komen, kenners zoals kunsthistorici, die ons wijzen op een zekere samenhang van ontwikkelingen in een bepaald tijdperk waarbinnen individuele kunstuitingen hun plek verdienen en waarmee dit tijdsbeeld bevestigd en zelfs jaren na dato ook verdiept wordt.

Door Rob Weeber

De Borculose glaskunstenares Annemiek Punt (1959) maakt al vele jaren bijzonder werk dat internationaal hoog in aanzien staat. Met name haar kennis en toepassing van de versmeltingstechniek van glas (glasfusen) heeft haar al jaren een unieke plek in de (kleine) wereld van befaamde glaskunstenaars bezorgd. Aan nationale bekendheid ontbrak het ook niet, zeker niet na haar creatie in 2006 van het ‘gele’ Jaïrus raam, het glas voor de Nieuwe Kerk in Delft. Volgens de kenners was dit eens te meer het bewijs dat Annemiek niet alleen met glas werkt, maar zelfs ‘in glas denkt’. Sinds 1980 heeft ze meer dan zeventig opdrachten uitgevoerd voor gebouwen, kerken, stiltecentra, instellingen en woningen, variërend van ramen tot glaspanelen en glasreliëfs. Het maken van werken voor gebouwen wordt ook monumentale kunst genoemd. En juist hiermee heeft ze zich dermate onderscheiden dat ze nu ook door de wetenschap is omarmd. Haar werk is geduid onder de stroming abstract expressionisme en vergeleken met het werk van grote voorlopers als de Nederlanders Joep Nicolaas en Gunhild Kristensen, de Duitser Wassily Kandinsky, bekend van ‘Der Blauwe Reiter’ en de Amerikaan Jackson Pollock. Joep Nicolaas gold als een van Nederlands meest bekende en vernieuwende glazenier en glaskunstenaar van de 20e eeuw. Het monumentale werk van Annemiek Punt is begin 2016 op initiatief van kunsthistoricus dr. Joost van Wal onderzocht door kunsthistorica dr. Bernadette van Hellenberg Hubar en godsdienstfilosoof prof. Dr. Wessel Stoker. Dit heeft geresulteerd in een definitieve plek van haar monumentaal glaskunstwerk binnen de vaderlandse kunstgeschiedenis. Het werk is onder meer getoetst aan de hand van drie begrippen, schoonheid, betekenis voor de wetenschap en cultuurhistorische waarde. Maar misschien wel is het mooiste compliment aan haar het citaat dat kunsthistorica Van Hellenberg Hubar aanhaalt. Het dateert uit 1955 van Jan Engelman: “Door al dat denken in generaties en groeperingen, door het beate geloof in “de” ontwikkeling der kunst, zijn wij vorstelijk aan het vergeten dat de billijkheid en de intelligentie ons opleggen, ieder figuur (en zelfs ieder schilderij) als een apart fenomeen te beschouwen.”

Dr. Joost van Wal heeft een boekje over het monumentale werk van de afgelopen 35 jaar van Annemiek Punt uitgebracht, voorzien van uitleg van hemzelf en de beide onderzoekers en natuurlijk met veel afbeeldingen van de betreffende werken. De titel is: Annemiek Punt, Monumentale glaskunst 1980-2017 (ISBN 978-90-817976-2-7). Op 9 juli is de presentatie ervan in de galerie van Annemiek Punt aan de Kloosterstraat 5 te Ootmarsum. Iedereen is van harte welkom tussen 14.00 en 17.00 uur.

In november verschijnt er bovendien een artfilm over het werk en leven van Annemiek Punt, gemaakt door de bekende cineast Fokke Baarssen uit Zwolle. Deze film is te zien tijdens een expositie bij Te Lintelo Wonen in de Spoorstraat in Haaksbergen. Voor meer informatie over Annemiek Punt:
www.annemiekpunt.nl

Nederlands Dagblad 7 juli 2017

Recensie Nederlands Dagblad 7 juli 2017 boek ‘Annemiek Punt Monumentale glaskunst 1980-2017’.

Op 9 juli 2017 verscheen het boek over de monumentale glaskunst van Annemiek Punt. Samen met uitgever, redacteur en collega Joost de Wal en godsdienst(kunst)filosoof Wessel Stoker heb ik een analyse gemaakt van het gebouwgebonden oeuvre van deze kunstenares, die een van de weinige glazeniers is in Nederland.

Wat dat heeft gebracht? Daar krijg je een aardige indruk van door de recensie van Roel Sikkema in Nederlands Dagblad, waaraan ik een afzonderlijke blog heb gewijd.

Tubantia 7 juli 2017

Peter Zandee, ‘Boek over glaskunst Borculose Annemieke Punt ten doop in Ootmarsum’ — BORCULO / OOTMARSUM – De monumentale glaskunst van Annemiek Punt (1959) doet er toe, kunsthistorisch gezien. De kunsthistorici Bernadette van Hellenberg Hubar en Joost de Wal en godsdienstfilosoof Wessel Stoker hebben onderzoek gedaan naar de kunstwerken van Annemiek Punt en beschrijven ze in het boek Annemiek Punt, Monumentale glaskunst 1980-2017.

Lees dit artikel verder op de site van Tubantia of via Evernote.

Verwijzingen en verdere informatie

  • Het boek over Annemiek Punt kan geciteerd worden als: Wal, Joost de, Bernadette van Hellenberg Hubar en Wessel Stoker. Annemiek Punt Monumentale glaskunst 1980-2017. Utrecht: Gebr. de Wal, 2017. ISBN 978-90-817976-2-7.
  • Wil je digitaal door het exemplaar bladeren of het boek bestellen? Volg dan deze link.
  • Volg deze links voor meer informatie over Joost de Wal en uitgeverij Gebroeders de Wal.
  • Voor een PDF van de recensie in Nederlands Dagblad surf je naar deze URL.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2u3fY3J

Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract

Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract schreef ik eind 2016 – samen met Marij Coenen als beeld- en tekstredacteur – naar aanleiding van mijn ervaringen met het project #KunstinBreda. Het ligt aan de basis van het doorkijkje op de naoorlogse monumentale kunst in de desbetreffende brochure van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed die begin 2019 uitkwam.1 

Charles Eyck, Het Fatimaraam (1957) in het Fatimahuis (voorheen Fatimakerk) van Pierre Weegels in Weert. Foto Marij Coenen 2016.

Het Fatimaraam van Charles Eyck in het Fatimahuis (voorheen de Fatimakerk) te Weert, uit 1957. Als Eyck de figuren had weggelaten, zou het glas niets aan zeggingskracht hebben ingeboet. Het bleek niet eenvoudig om een begaanbaar pad te kiezen tussen figuratief, decoratief of abstract in de na-oorlogse kerkelijke kunst. Foto Marij Coenen, mei 2016.

_______________

Na de Tweede Wereldoorlog pakten de kunstenaars vrijwel allemaal hun figuratieve stijl op van voor 1940. Maar de nieuwe abstracte kunst drong op. Wat betekende dit voor de kerkelijke kunst? 

Je zou denken dat dit een theoretisch probleem is, maar dat is allerminst het geval. Los van hoe dit de kunstenaars aan het hart ging, heeft dit consequenties voor hoe wij hun werk waarderen. En dat heeft weer gevolgen voor het toekomstige lot van de fysieke objecten.

Het is inmiddels gemeengoed dat we midden in een hausse aan kerksluitingen zitten. En als het zover is, waar blijft dan de uitmonstering? Sterker nog, in hoeverre zijn de interieurstukken van de kerkgebouwen in Nederland geïnventariseerd of gewaardeerd? Want als we als maatschappij gaan besluiten welke kerken wel of niet behouden blijven, tellen de uitmonsteringen natuurlijk mee. Maar die verdwijnen vaak in de handen van opkopers, die hierover geen verantwoordelijkheid hoeven af te leggen. En zo verdwijnen scheepsladingen overzee, zoals ik in mijn artikel ‘De kerk als buit’ heb aangetoond.2 Het helpt niet om tegen te werpen dat er al veel is geïnventariseerd. Zeker, er is veel werk verricht door met name de opgeheven Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland, beter bekend als SKKN, die in een zeer magere vorm is opgegaan in de afdeling Erfgoed in Kerken en Kloosters van het Catharijneconvent. Maar het schort aan waardestellingen en registratie van dit kunstbezit dat niet alleen uit roerende objecten bestaat, maar ook uit aard- en nagelvaste monumentale kunst, zoals glazen, altaren en schilderingen. Dat waarden stellen kan bovendien alleen adequaat gebeuren als we voldoende weten van de kunst in kwestie. Op dit gebied bestaat, zeker wat betreft de twintigste-eeuwse kunst, in de praktijk een vrij grote kennisleemte die onder meer is ontstaan, doordat kunsthistorisch Nederland lange tijd alleen oog had voor de avant garde.3 Maar er is heel wat meer gemaakt tijdens de wederopbouw en de daarop volgende decennia.

In Breda hebben ze op deze problematiek een voorschot genomen met het project #KunstinBreda, waarover ik eerder al enkele blogs schreef. De afgelopen maanden ben ik bezig geweest met de waardering van een groot aantal religieuze kunstwerken in kerken, publieke gebouwen en de openbare ruimte. Een behoorlijk groot aantal hiervan dateert uit de periode 1935-1965, de tijdspanne waarover dit thema in het bijzonder gaat. In de jaren 1930 was het barok expressionisme wat de klok sloeg, zoals ik heb uitgelegd in het item over het wegkruis van Leen Douwes.4 Veel kunstenaars zetten dit voort na de oorlog, waardoor nog tot in de jaren zestig hiervan voorbeelden zijn te zien, zoals het tableau van Joep Nicolas in de Koninklijke Militaire Academie van Breda (1964). Daarnaast had je onder de glaskunstenaars de sterke invloed van Heinrich Campendonk, hoogleraar aan de Rijksacademie in Amsterdam, wiens invloed in naoorlogs Breda onder meer doorwerkte via het oeuvre van Marius de Leeuw, Jan Dijker en Gerrit de Morée. Zoals blijkt uit de recente vondst van een majeur werk van de laatste – het liturgisch centrum in de kerk van Prinsenbeek – zie je onder meer bij hen dat manoeuvreren met de kool en de geit tussen figuratief, decoratief of abstract.5 Collega-onderzoeker Monique Dickhaut, in 2019 gepromoveerd op het debat in de naoorlogse Limburgse kunst, wees me erop dat veel van wat als abstract gepresenteerd werd in feite decoratief was.6 Zelf viel me op dat veel van wat abstract wordt genoemd vanzelf weer figuratief wordt – of lijkt te worden – als gevolg van de spontane mimesis. Ik zal dit hieronder toelichten, maar hier kan al opgemerkt worden dat je in beide gevallen zou kunnen spreken van een ontsnappingsclausule. Dat had niet alleen met esthetische of maatschappelijke vraagstukken te maken – figuratief werd op een bepaald moment geassocieerd met het realisme van de totalitaire staten – maar ook, of liever opnieuw met de kerk.

De kerk en de kunst: figuratief, decoratief of abstract

Wie meer over de strijd van de kerk tegen de moderne kunst wil weten moet het boeiende artikel lezen van Jos Pouls, ‘Tussen Rome en Parijs’.7 Hierin bespreekt hij onder meer de reuring rond de eerste tentoonstelling over moderne kerkelijke kunst in Nederland in het Van Abbemuseum in 1951. Onder het motto dat Nederland wakker geschud moest worden, had Edy de Wilde deze overgenomen van Musee d’Art Moderne in Parijs. Dat wakker schudden lukte, want heel Nederland kwam er op af. Niemand die ook maar iets met kerkelijke kunst te maken had ontbrak. Was het dan zo schokkend wat er was te zien? Vandaag zouden we zeggen van niet – gelet op de expressionistische en kubistische signatuur – maar toen bleek het een graadmeter te zijn voor wat de Kerk (met een hoofdletter) accepteerde.

Kort en goed was er nauwelijks iets veranderd ten opzichte van de situatie van voor de oorlog, ook al was de sterke vernieuwingsbeweging vanuit Frankrijk – waarvan de bovenstaande diaserie een indruk geeft – evenmin te stuiten. Ik heb de belangrijkste jaartallen aan de hand van Pouls in een kroniek gerangschikt.8 Wat blijkt als we ze langslopen:

  • 1920 | De veroordeling van de expressionistische kruisweg van Albert Servaes (hierover vertelde ik al iets bij het wegkruis van Leen Douwes). De waardigheid van Christus was in het geding.
  • 1931 | De veroordeling van de tentoonstelling van expressionistische moderne religieuze kunst in Essen als ‘arte blasfema’: met name de vertekening en misvorming van de door God geschapen ‘werkelijkheid’, die in de visie van de kerk geïdealiseerd hoorde te worden in vorm, factuur en kleur, was onacceptabel.
  • 1946 | Tentoonstelling Stedelijk Museum: Pablo Picasso en Henri Matisse.
  • 1947 | Tentoonstelling Stedelijk Museum: Piet Mondriaan (2.9).
  • 1947 | De encycliek Mediator Dei stelt dat ‘moderne voorstellingen en vormen niet uit vooringenomenheid mochten worden verworpen en dat kerkelijke kunstenaars vrij moesten worden gelaten’. Dit ging niet zonder mitsen en maren, want opnieuw klinkt het verzet tegen moderne kunstwerken die immers ‘misvormingen en verkrachtingen zijn van de gezonde kunst en bovendien menigmaal flagrant in strijd met de christelijke betamelijkheid, zedigheid en vroomheid’.
  • 1947-1949 | Met het voorgaande was de toon gezet voor de strijd rond de ‘blasfemische’ kruisweg van Aad de Haas in Wahlwiller die hij tenslotte zelf verwijderde uit de kerk. Omdat hier nooit een officieel verbod op is gelegd door Rome, kon deze in tegenstelling tot die van Albert Servaes, teruggeplaatst worden.
  • 1947-1948 | De dominicanen M.A. Couturier en P. Regamey – bevriend met onder meer de filosoof Jacques Maritain en zijn netwerk van hedendaagse kunstenaars – starten in hun tijdschrift Art sacré een offensief voor de toepassing van moderne kunst in de kerk.
  • 1948 | Tentoonstelling Stedelijk Museum: De experimenteelen (Cobra) (dia 2.9).
  • 1948 | P. Régamey is als spreker aanwezig op het con­gres over ‘Nederland’s Nieuwe Kerken’ in Rotterdam, waar hij vernieuwing bepleit. Zijn lezing wordt gepubliceerd in het Katholiek Bouwblad.
  • 1948 | In het Gildeboek (een periodiek voor kerkelijke kunst) wordt verslag gedaan van het congres over moderne religieuze kunst in Parijs, opgezet door M.A. Couturier en P. Regamey.
  • 1950 | Onder invloed van Art sacré worden de eerste moderne kerken in Frankrijk gebouwd en ingericht met behulp van – deels niet-katholieke – kunstenaars. Een van de meest aansprekende voorbeelden hiervan is Notre Dame de Toute Grâce in Assy, waar de dominicaan Couturier onder meer als glaskunstenaar bij betrokken was (dia 1.2). Hier vind je tegeltableaus van Henri Matis­se (dia 1.7) en Marc Chagall (dia 1.4), glazen van onder meer Georges Rouault (dia 1.3) en een bijzonder crucifix van Germaine Richier (dia 1.6). De voorgevel is gesierd met een reusachtig mozaïek van Fernand Léger (dia 1.1). Een ander voorbeeld in dit medium komen we tegen aan de binnenkant en dat is van een kunstenaar die ook in Breda heeft gewerkt: Théodore Stravinsky (dia 1.5). Als we de monumentale kunst in deze kerk onder een stilistische noemer willen samenvatten, dan is het expressionisme, en wel in een vorm die voor de oorlog al gangbaar was. Wat dat betreft hoeft alleen gewezen te worden op George Raoult, van wie werk opgenomen is in het toonaangevende naslagwerk van de kunsthandelaar Clemens Meuleman – Hedendaagsche religieuse kunst – uit 1936.
  • 1950 | Recensie in Limburgsch Dagblad van de tentoonstelling van ‘moderne Franse religieuze kunst in het Palazzetto Venezia’ te Rome, ‘welker welsprekende woordvoerder, de Dominicaner pater Pie Régamey is’: met onder meer werk van Marc Chagall, Alfred Manessier (dia’s 2.4 en 2.8). Henri Matisse, Georges Raoult en Georges Braque. De recensent verwijst onder andere naar Jacques Maritain en meent: ‘ook deze expositie herbergt haar deformaties, haar extremiteiten’, maar het zijn er relatief weinig.
  • 1951-1955 | In een van de meest progressieve bisdommen van Frankrijk, Besançon, kwam hèt icoon van de moderne kerkbouw tot stand: Notre-Dame-du­-Haut in Ronchamp van Le Corbusier (dia 2.2). Hij ontwierp zowel het gebouw als de monochrome glazen die hij zelf gebrand zou hebben.
  • 1951 | Tentoonstelling ‘Moderne religieuze kunst uit Frankrijk’ in het Van Abbe­museum in Eindhoven met een sterke expressionistische nadruk. De reacties varieerden van uitgesproken positief tot negatief. Apart is de vaak positieve aandacht die Alfred Manessier(dia’s 2.4 en 2.8) krijgt die als een van de weinigen met haast volledig abstracte doeken aanwezig is. Hij past bij uitstek in de visie van Couturier en Regamey dat met name de abstracte kunst goed ingezet kon worden om het religieuze ‘binnenleven’ uit te drukken.
  • 1950-1953 | Reactie Vaticaan: veroordelingen, anti-modernistische richtlijnen en verplaatsing kunstvoorwerpen. Casus: crucifix van Germaine Richter werd verwijderd uit de kerk van Assy (dia 1.6).
  • 1951-1955 | Katholieke kunstenaars en hun organisaties omarmen het voorbeeld uit Frankrijk. Exponenten in Nederland zijn onder meer de glaskunstenaar Daan Wildschut (dia 2.5) en beeldhouwer Nic Tummers (dia 2.6).
  • 1957-1958 | Omslag in het Vaticaan met de bedevaartkerk Madonna della Lacrime in Syracuse (Italië) in een futuristische kegelvorm uit gewapend beton (1957) (dia 2.7). Voorts werd het semi-abstracte werk ‘Doornenkroon’ van Alfred Manessier uit 1954 door de kerk in 1958 bekroond (dia 2.8).
  • 1962-1965 | Tweede Vaticaans Concilie.

Ik zou de lijst nog wel wat verder kunnen uitbreiden, maar dit is voldoende om te begrijpen waarom datgene wat we standaard als het gevolg van Vaticanum II karakteriseren, vaak al enige jaren ouder is, terwijl opnieuw duidelijk is dat de uitgesproken en dramatische versie van het expressionisme na de oorlog niet alleen opnieuw ‘modern’ was, maar onveranderd de gebeten hond bleef van Rome. Dit kan een extra aansporing zijn geweest voor al die kunstenaars om vast te houden aan de barokke variant die na 1931 tot ontwikkeling kwam, zoals Leen Douwes en Jacob Ydema.9 Tegelijkertijd valt op dat maar weinig artiesten zich aan de abstracte kunst waagden, zelfs al was deze door de twee dominicaner pioniers was gepromoveerd tot volwaardig medium voor de uitdrukking van kerkelijke kunst en religieuze gevoelens. Een van de weinigen die daarin heel ver ging was Alfred Manessier die hier voor de oorlog al mee experimenteerde. Zijn werk geeft aan dat het de mannen van Ars sacré ook echt te doen was om abstract in de zin van optimaal non-figuratief.

Mimesis trouvé

De goede verstaander hoort het al: optimaal non-figuratief. Waarom ik deze nuance introduceer? Omdat het bijna ondoenlijk is pure abstracte kunst te maken. Óf het werk gaat in de richting van de geometrische abstractie, waarbij al snel een decoratieve boventoon doorklinkt. Óf de lijnen en vlakken hergroeperen zich in onze ogen tot herkenbare vormen: de spontane mimesis of mimesis trouvé die vaak geassocieerd wordt met Leonardo Da Vinci. Hij beschreef als eerste (?) hoe zich uit de wolken en – minder romantisch – bevlekte en vol gespogen muren figuren losmaakten.10 De moraal van het verhaal is duidelijk: het menselijk oog kan zichzelf niet beletten om in de chaos van vormen het herkenbare naar voren te halen en de meest elementaire daarvan zien we bij de vroegste tekeningen van ieder kind: de kopvoeters die Cobra tot een artistiek leidmotief maakten (dia 2.9).

Wat het met onze waarneming doet valt goed te illustreren aan de hand van het ‘moderne’ hoogaltaar van de heilig Hartkerk in Breda (dia 2.10). Toen het onder invloed van Vaticanum II regel werd om de mis te vieren met het gezicht naar het kerkvolk toe, was een nieuw hoogaltaar nodig. Het bestaat uit een tombe en altaarblad uit natuursteen met een zeer eenvoudige, maar weloverwogen ornamentiek. De inkepingen in de mensa suggereren stenen plooien. Op de tombe is het kruis in het midden het enige herkenbare embleem dat omringd wordt door omhooggaande, ‘zittende’ lijnen die vanuit de mimesis trouvé geïnterpreteerd kunnen worden als gelovigen rondom Christus. Het is duidelijk een van die voorbeelden waarbij de kerkelijke kunst de zwenking naar het abstracte maakt, maar wel op die manier dat het ook als decoratief geïnterpreteerd kan worden, zodat het geen aanstoot zou geven. Tegelijkertijd wordt de spontane mimesis geprikkeld die tot een figuratieve beleving leidt.

Toets: de Fatimakerk in Weert

In dit verband is het interessant om een uitstapje te maken naar Weert, naar de Fatimakerk van Pierre Weegels (1953) (dia 2.1). Hier ontwierp Hugo Brouwer in 1959 – naar verluidt – de eerste abstracte ramen voor een kerk, nadat Charles Eyck in 1957 zijn grote Fatimaraam boven de orgeltribune zag geplaatst. Dit laatste oogt als een explosie van wervelende zonnen die het centrum vormen van uitschietende vleugels van kleur, waarin de futuristisch beïnvloede zaagtandlijnen voor nog meer snelheid zorgen. Te midden van deze nagenoeg volledig abstracte dynamiek bewegen zich enkele figuren als dragers van het verhaal. De uitdrukking van dit machtige gebeuren gaf de kunstenaar een – mogelijk ook in zijn ogen – legitieme gelegenheid om over de grenzen van zijn figuratieve idioom te kijken. En een sterke expressionistische flair is het resultaat.

Wanneer Hugo Brouwer een paar jaar later, in 1959, opdracht krijgt voor de beglazing van het schip kiest hij voor een heel andere route dan Charles Eyck. Ze hebben dan al eerder aan een project gewerkt: de Catharinakerk van Pierre J.H. Cuypers te Eindhoven, waar door het oorlogsgeweld alle glazen verdwenen waren.11 Eyck heet daar onder meer abstracte roosvensters ontworpen te hebben, maar die zijn nu net bij uitstek decoratief en borduren voort op de geometrische ontwerpmethode waarin de generatie van Joseph Cuypers zo sterk was (dia 2.11). De twee voorbeelden van Charles Eyck vormen een pittig contrast met het werk van Brouwer. In de Fatimakerk ontwierp de kunstenaar liefst twee maal vijf ramen in de lichtbeuk van het schip en twee in die van de apsis, terwijl hij voorts op het niveau van de zijbeuk verschillende medaillons met glas bezette. Hij koos hierbij voor een wisselend palet in verschillende combinaties, waarbij vooral de optische kwaliteit van het gekleurde glas werd benut, met naast elkaar geplaatst vlakken van gelijke kwaliteit. Grisaille werd achterwege gelaten om plastische suggesties van schaduwen te vermijden (dia’s 2.14-2.17).

Opzet was om het lineaire, tweedimensionale karakter van het ontwerp optimaal tot uitdrukking te laten komen. Daardoor wordt ook het decoratieve karakter van dit werk bepaald. De vernieuwing ligt in de stap die Brouwer vervolgens zet. Hij laat zich inspireren door het idioom van toonaangevende kunstenaars uit de Parijse scene om vervolgens met eigen oplossingen te komen. Het is fascinerend hoe hij omgaat met de surrealistische beeldtaal van Joan Miró (dia 2.12). Maar de meest veelzijdige invloed die hij ondergaat is die van Pablo Picasso (dia 2.13). Zo ontstonden ramen, waarin het motief van de stromende lijnen van Miró of Matisse is overgenomen. Hiertussen zijn basale geometrische figuren gevlochten die je bij Miró als geïsoleerde schema’s tegenkomt, ieder met hun eigen archetypische lading. Brouwer heeft duidelijk een voorkeur voor cirkels, driehoeken en ellipsen (dia 2.14). De invloed van Picasso herken je onder meer in een raam, waar uit de lijnen en gesloten omtrekken een grotendeels naakte, gedeformeerde vrouwenfiguur tevoorschijn komt. Hierbij wordt duidelijk ingespeeld op de mimesis trouvé. Dat gaat nog sterker op voor een van de andere glazen, waarin je een soort geabstraheerde, zij het geheel geklede Venus van Milo kunt herkennen. Iconografisch zou je die twee kunnen herleiden tot Eva en Maria of Judith (dia 2.15). Of dat correct is vraagt om een ander type onderzoek.

Behalve de twee vrouwenfiguren zijn er ook enkele dieren te herkennen, evangelistensymbolen nog wel: de vogel (adelaar) van Johannes, de stier van Lucas en de leeuw van Marcus (dia 2.16). Met elkaar maken ze deel uit van een oeuvre waarin de mimesis trouvé voor een groot deel is losgelaten en het decoratieve karakter van de abstracte kunst weer naar voren treedt. Wat bij dit segment opvalt, is de – vermoedelijke – toepassing van het automatische handschrift dat zich vaak uit in enkele alles verbindende lijnen (dia 2.17).12 Hoewel op dit gebied nog veel vergelijkend onderzoek gedaan moet worden, is het wel duidelijk dat Hugo Brouwer een bijzondere prestatie heeft neergezet in Weert, waarbij een serieuze stap is gezet om de eigentijdse abstracte beeldtaal te implementeren in de kerkelijke kunst.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

De * in bovenstaande tekst verwijst naar de volgende bronnen, samengesteld met behulp van Zotero.

  1. Hubar, Bernadette van Hellenberg. Monumentale kerkelijke schilderkunst (1890-1980). Onder redactie van Marij Coenen en Bernice Crijns. Brochures Rijksdienst Cultureel Erfgoed. Amersfoort: RCE, 2019. bit.ly/2TSEmyu-VanHH2Org.
  2. Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “De kerk als buit”. if then is now, 2016. http://bit.ly/2g4EuZd. Deze mirror is samengesteld uit:
    1. Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Spolia”. if then is now, 2016. http://bit.ly/2f4Bvkq; en: 
    2. Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Uitmonstering”. if then is now, 2016. http://bit.ly/2dPFUas.
  3. Positieve uitzondering is onder meer Kuipéri, Judith. “Kerkelijke kunst”. Jan Dijker 1913-1993, 2013. http://bit.ly/2dewvZu. Voorts het hierna geciteerde werk van Jos Poels.
  4. Over het barokke expressionisme zie: Hubar, van Hellenberg, Bernadette, Angélique Friedrichs en G. W. C. van Wezel. De genade van de steiger. Monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum. Amersfoort-Zutphen: Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Walburg Pers, 2013, pp. 379-385. Voorts Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Het expressionistische wegkruis van Leen Douwes in vakblad Vitruvius”. VanHellenbergHubar.org (blog), 20 december 2017. http://bit.ly/2B6AMYg-Vitruvius.
  5. Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “#KunstinBreda | Religieuze kunst, Waardestellingen van uitmonsteringen en clusters.” Ohé en Laak, 2017. Dit project werd uitgevoerd in nauwe samenwerking met Marjanne Statema. Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Voor en na Vaticanum II in Prinsenbeek (1963)”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2016. http://bit.ly/2fVUrAz. De vondst staat op naam van Door Jelsma
  6. Dickhaut, Monique F.A. Arcadië voorbij: het Limburgse kunstdebat in de wederopbouwperiode (1945-1965). Nijmegen: Vantilt, 2019.
  7. Poels, Jos. “‘Tussen Rome en Parijs’, De context van een omstreden tentoonstelling van moderne religieuze kunst in Eindhoven (1951).” Trajecta. Tijdschrift voor de geschiedenis van het katholiek leven in de Nederlanden 11 (2002): 129–54.
  8. De kroniek aan de hand van Pouls is aangevuld met significante momenten, ontleend aan Jobse, Jonneke. De schilderkunst in een kritiek stadium? critici in debat over realisme en abstractie in een tijd van wederopbouw en Koude Oorlog: 1945-1960. Kunstkritiek in Nederland 1885-2015. Rotterdam: nai010 uitgevers, 2014.
  9. Zie voor Leen Douwes noot 4. Voor Ydema zie Hubar, De genade van de steiger, pp. afb. 2, afb. 388, afb. 389, afb. 391, 13, 16-17, 21, 171, 381, 388, 456, 458-460, 463, 465.
  10. Beyst, Stefan. “‘Mimesis: herwaardering van een schijnbaar onbruikbaar geworden concept’.” D-sites. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2dvXY6K.
  11. Zie de volgende bronnen:
    1. “Fatima Huis Historie”. Fatima Huis. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2iZjrqE.
    2. Reliwiki. “Weert, Coenraad Abelsstraat 31a – Onbevlekt Hart van Maria – Reliwiki”. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2iZc1nb.
    3. Thoben, Peter. “De ramen van de St.Catharinakerk – De historische en eigentijdse encyclopedie van Eindhoven”. Geraadpleegd 26 december 2016. http://bit.ly/2ixF16t.
    4. Brouwer, Jos, Sybrand Zijlstra, en Hugo Brouwer. Hugo Brouwer. Eindhoven: (Z)OO producties, 2013. 
  12. “Surrealisme”. Het modernisme (blog), t.p.q. 2013. http://bit.ly/2jZx2Ue.
  13. Reliwiki. “Tilburg, Ringbaan West 300 – Margarita Maria Alacoque – Reliwiki”. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2iZ5sRw.

Jan Dijker, glazen apsis Margarita Maria Alacoquekerk, Ringbaan West 300, Tilburg. Foto Reliwiki/Anton van Daal 2002.
Jan Dijker, De abstract-decoratieve glazen in de apsis van de Margarita Maria Alacoquekerk aan de Ringbaan West te Tilburg dateren van 1961.13 Ik heb hier veel herinneringen liggen, omdat dit mijn parochiekerk was. Foto Reliwiki/Anton van Daal 2002.

_________

Versies van dit artikel

  • De versie van dit webartikel kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract’, op: Vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/2folRjT (2016). Op deze site is het zowel geplaatst in het hoofdstuk #kerkverhalen als – door middel van een doorverwijzing – op #glas. Het is op 31 augustus 2019 bijgewerkt, onder meer naar aanleiding van de spectaculaire vondst van de kunstenaar van het monumentale liturgisch centrum van de kerk van Prinsenbeek, te weten Gerrit de Morée, door Door Jelsma.
  • Het item is in de oorspronkelijke vorm ook te vinden op het platform ifthenisnow.eu: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “#Kerkverhalen | Figuratief, decoratief of abstract?” if then is now, 2016-2017. http://bit.ly/2iA2yq2.
  • Tenslotte is het later enigszins aangepast analoog gepubliceerd als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 10 (2017): 10–15. http://bit.ly/2BI1Hgq-Vitruvius

Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2folRjT

Terug naar de hoofdpagina #Kerkverhalen!
Terug naar de hoofdpagina #Glas!

‘n Project in verrassend Breda

Theodore Strawinsky, Madonna met kind tussen Mozes en een heilige priester (bvhh.nu 2016)
Théodore Stravinsky, Madonna met kind tussen Mozes en een heilige priester als voorafbeelding en vervulling van de oude en de nieuwe wet (1963). Théodore (1907-1989) was de oudste zoon van Igor Stravinksy en een gevierd kunstenaar in zijn tijd. Deze schildering direct op de baksteen – een kunstgreep die tijdens het interbellum ontwikkeld werd – bevindt zich zich in de herbestemde Fatimakerk van de architecten Alphons Siebers en Wim van Dael (bvhh.nu 2016).1 De schildering behelst een interessant iconografisch raadsel.2

__________

Bij het project #KunstinBreda staat het schrijven van waardestellingen centraal en dat is werk wat ik heel graag doe, omdat je dan allerlei verbindingen mag, kunt en moet leggen. In Breda heeft de afdeling erfgoed al de gebouw- en ruimtelijk gebonden kunst laten inventariseren. Voor zover deze niet beschermd is als onderdeel van een gemeentelijk of rijksmonument, worden de objecten gewaardeerd aan de hand van de erfgoedmeetlat, een instrument dat Breda heeft ontwikkeld voor het gemeentelijk erfgoedbeleid. Mijn opdracht betreft het kerkelijke erfgoed. Het team bestaat uit collega-onderzoeker Marjanne Statema die de inventarisatie opstelde, en Marc Berens en Diewert Berben van de gemeente Breda.

Met dit werk keerde ik tot mijn verrassing terug naar De genade van de steiger, want enkele vondsten heb ik alleen kunnen doen door de kennis die ik tijdens het onderzoek en schrijven van dat boek heb opgedaan.3 Vooraan staat het bijzondere wegkruis van Leen Douwes (1930) die sterk geïnspireerd was door Albert Servaes. Dat viel in de context van de problematische verhouding van de R.K. Kerk tegenover de hedendaagse kunst van toen te plaatsen, dankzij de schier onuitputtelijke collectie digitale bronnen en de zoekmachine van de Koninklijke Bibliotheek, Delpher.

Een eerste blik op de inventarisatie laat overigens al zien dat Breda over een prachtige collectie beschikt van hoge kwaliteit. Aan de ene kant zal te maken hebben met de positie van bisschopsstad, aan de andere kant met de aanwezigheid van de kunstacademie Sint Joost. Helemaal aan het slot van het project ontdekte ik iets dat daar meer licht op werpt en daar kom ik nog op terug. Een spannend project dus, dat hier en daar tot interessante zijlijntjes leidt, zoals mijn item over de Laurentiuskerk in ‘t Ginneken op ifthenisnow.eu illustreert. En dat had ik weer niet kunnen schrijven zonder mijn boek over de nieuwe Bavo, omdat hier in beide gevallen architect Joseph Cuypers en zijn vennoot Jan Stuyt bij betrokken waren.

Met verrassend Breda is trouwens niet miszegt, want er komen heel wat interessante zaken naar voren, zoals:

  • de – raadselachtige iconografie van – de schildering van Théodore Stravinsky.
  • het verhaal over de pyrofotografie in Huize Liesbosch.
  • de speurtocht naar expressionistische wegkruisen: wat maakt het beeld van Leen Douwes zo bijzonder?
  • ook de architecten Pierre J.H. en Joseph Th.J. Cuypers en hun ateliers voor kerkelijke kunst hebben hun stempel gedrukt op #KunstinBreda.
  • wist je dat Breda een van de vroegste werken in glas in lood van Marius de Leeuw bezit?
  • en het meest monumentale profane werk van Joep Nicolas in vermurail?
  • en werk dat getuigt van de opstelling van kunstenaar(s) – zoals Albert Meertens – tijdens de oorlog (de Nederlandsche Kultuurkamer).
  • vermeldenswaard is ook de manier waarop (toch) een individuele artistieke toets wordt gegeven aan de populaire icoon van O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand.
  • en wat dacht je van de kleine collectie heilig Hartbeelden in de publieke ruimte die  niet – zoals vaak wordt gedacht – fabrieksmatig zijn gemaakt, maar voor het gros uit werk bestaat van professionele kunstenaars en ateliers.
  • een juweel van wederopbouwkunst bleek de uitmonstering van de kerk van Prinsenbeek uit 1963, waarmee wordt bevestigd dat de vernieuwing van de kerkelijke kunst in Nederland al vóór Vaticanum II doorzette.
  • en, en …

Nieuwsgierig naar het project, bekijk dan de twitterlijst via deze link of volg me op twitter (#KunstinBreda).

B.4

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Voor Théodore Stravinsky zie Wikipedia. Voor Alphons Siebers en Wim van Dael, de inleiding tot de inventaris van het architectenbureau op het Nai/HNI: http://bit.ly/2cYBltJ

  2. Ten onrechte wordt de figuur rechts van Maria met kind geïdentificeerd als keizerin Helena, vanwege haar vondst van het heilig Kruis. Het is echter ondenkbaar dat een vrouw met een kelk met de hostie wordt afgebeeld en die ontbreekt dan ook in de traditionele iconografie van Helena, die verder altijd met een kroon wordt afgebeeld. Mijn aanvankelijke idee van Christus Eucharisticus heb ik laten vallen, omdat de kruisnimbus ontbreekt die bij het Jezuskind wel aanwezig is. Een iconografische puzzel of een anomalie, waarbij Helena wel met de kelk en de hostie is afgebeeld? 

  3. Zie http://bit.ly/GevdS 

  4. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2eLzFTL