Kunst in Breda


De glazen in de lucida of koorvensters van de Laurentiuskerk in 't Ginneken (links) en in de nieuwe Bavokathedraal (collage bvhh.nu 2016). 

De glazen in de lucida of koorvensters van de Laurentiuskerk in ‘t Ginneken (links) en in de nieuwe Bavokathedraal (collage bvhh.nu 2016). De linkerafbeelding is ontleend aan Hulshof o.p., Ben, Laurentiuskerk Ginneken, Een iconografie, Breda 2012, p. 24; de rechter van de nieuwe Bavo is van bvhh.nu 2014.

#KunstinBreda zit vol verrassingen! Dat bleek voor het eerst toen ik bezig was met de uitmonstering van de Laurentiuskerk in ‘t Ginneken, ontworpen door Joseph Cuypers en Jan Stuyt (1900-1902). Zo trok onder meer de lucida mijn aandacht:

  • Achter de glazen in de lucida of de lichtbeuk van de apsis gaat een apart verhaal schuil. Ze heten ontworpen te zijn door Pierre Cuypers, de vader van Joseph, maar dat klopt waarschijnlijk niet. Aangezien ze zo sterk lijken op die van de lucida in de nieuwe Bavo te Haarlem, staat wel vast dat ook de zoon een aandeel heeft gehad. Pierre Cuypers ontwierp de figuraties, Joseph Cuypers de ornamenten. In Haarlem vervullen ze iconografisch een rol als Biblia pauperum (armenbijbel) en in die positie maken ze deel uit van de ‘catechismus van steen’. Nu gaat het in de Laurentiuskerk niet om een kopie, want de opbouw van de ramen in horizontale lagen (registers) wijkt sterk af. Waarschijnlijk is voor een andere indeling gekozen om nog beter aan te sluiten bij de middeleeuwse platenbijbel, die Joseph Cuypers net als zijn vader goed kende. In de vijftiende-eeuwse Biblia pauperum zijn bij de indeling van de pagina’s onder de taferelen telkens twee vertellers of commentatoren geplaatst met een tekstband. Die zie je ook in het laagste register van de ramen in Breda (zie de afbeeldingen 6 en 7 in de galerij in de kop van dit artikel). De architect sloeg hiermee twee vliegen in één klap, want hierdoor kwam tegelijkertijd meer ruimte voor minder verzadigde kleurpartijen. En dat was een stokpaardje van Joseph Cuypers: meer licht in de kerk. In de vakliteratuur wordt wel gesuggereerd dat het ontwerp van Pierre Cuypers voor de glazen in de Haarlemse kathedraal aan Joseph was opgedrongen. Het vervolg in Breda geeft aan dat dat vrij onwaarschijnlijk is. Wel heeft Joseph in beide gevallen de wat ouderwetse figuraties door middel van eigentijdse ornamenten aan laten sluiten op de architectuur. In het boek over de nieuwe Bavo heb ik die samenhang als volgt […]

Lees het vervolg van dit verhaal in mijn artikel over de Laurentiuskerk op ifthenisnow.eu: http://bit.ly/25qDCR7

Nieuwsgierig naar wat dit project allemaal al heeft gebracht? Bekijk dan de twitterlijst op deze site of de andere items die in de kop van deze pagina staan.
Je kunt me ook volgen op twitter (#KunstinBreda).

B.1

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/KunstinBreda-VHHorg 

Recensies en reacties

De eerste recensie van ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’ kwam 10 september 2016 van John Oomkes van Haarlems Dagblad: een ‘vlot geschreven pil’.

Eerste recensie 'Nieuwe Bavo te Haarlem' Haarlems Dagblad 10 sep 16 (foto: Marij Coenen)

Voor een downloadexemplaar volg deze link.

Benieuwd naar de errata (die zijn er natuurlijk altijd) en het voortschrijdend inzicht (en dat is er gelukkig ook), volg dan deze link.


Reacties van lezers

Gerard Brom (26 april 2017)

  • Ik heb eerder je boek gekocht en een start gemaakt om te lezen. Pittig!
    Inmiddels van voor naar achter en van achter naar voren doorgewerkt.
    Bij het steeds opnieuw doornemen van het boek en het kijken naar Kathedraal Bavo ontstaat er bewondering voor zowel de architect als de schrijver van dit boek. Het is geweldig de achtergronden te lezen van/voor de restauratie van de Nieuwe Bavo. Het boek is heerlijk compleet.
    Al maar meer kwamen we in ons studiegroepje erachter hoe bijzonder het bouwwerk is. Daarnaast verbaast het ons nog steeds dat zo weinig mensen van het bestaan van de kerk weten. Mensen die er naast wonen zijn nog nauwelijks binnen geweest. Je kunt lezen in het boek dat het ook wel jouw levenswerk geworden is. Hulde.

Philip Weijers uit Aerdenhout, als diaken en vrijwilliger betrokken bij de kathedraal (19 november 2016):

  • Allereerst mijn complimenten voor dit prachtige boek met veel mooie en unieke foto’s. Het is ook nog eens verrassend van inhoud. Ik refereer naar het fenomeen van het Unvollendete, de ontdekkingen mbt de polychromie, de symboliek, de oosterse invloed. Heel leerzaam en zeer bruikbaar in onze rondleidingen, zowel de reguliere (kerkbezoek door de weeks van maart t/m oktober) als de zgn. gewelventochten (3 x per jaar).

Letty Muizelaar uit Haarlem (27 oktober 2016):

  • Leuk dat zelfs mijn naam vermeld wordt bij de errata.
    Verder wil ik je laten weten dat ik erg geniet van je doorwrochte boek over de Bavo!

Bart Maltha, voorzitter voorzitter van de stichting ‘Vrienden van de Abt’, van de Antonius Abtkerk in Scheveningen (29 september 2016):

  • […] alleréérst wilde ik je feliciteren met jouw doorwrochte boek over de ‘Nieuwe Bavo’! Ik heb het grondig doorgelezen en veel zijdelingse informatie gevonden, die
    me helpt om aspecten van de H. Antonius Abt beter en misschien ook anders te gaan bekijken. Natuurlijk gaat soms de diepgang van jouw Bavo-boek mijn kennisniveau te
    boven, maar nergens verloor ik mijn interesse’.

Reacties via de pers en de digitale media
Woord en Dienst, opiniërend magazine voor protestants Nederland (juni 2017)

Een bijzondere recensie van Aarnoud van der Deijl over het onvoltooide, Thomas van Aquino, de potentie en de ‘buit van de Egyptenaren’, het goud en zilver dat het uitverkoren volk meenam bij de uittocht uit Egypte (en waaruit Mozes de ark van het verbond liet maken). Dit stond symbool voor het gebruik en ommunten van het gedachtegoed van heidense volkeren. Het slot van de recensie is heel mooi: ‘In de huidige tijd, waarin geloof enerzijds en cultuur en wetenschap anderzijds elkaar soms met wantrouwen bejegenen, vormt de Bavo een inspiratie om het goud en het zilver van de andere gerust te gebruiken’.

Download hier de PDF-versie.

Reformatorisch Dagblad (19 december 2016)

Van ‘t Reformatorisch Dagblad kwam wel een heel aparte reactie (zie Evernote). De journalist signaleert op basis van recent onderzoek interessante verbanden tussen de oude en de nieuwe Bavo. Dat doet hij aan de hand van mijn boek en dat van Thomas von der Dunk. Ik zal niet zeggen Bien étonnés de se trouver ensemble, want Thomas en ik delen een verleden als actieve leden van het Cuypersgenootschap. Maar het was toch wel frappant. Nadat de journalist het betoog van Thomas over de uivormige bekroning van de vieringtoren eindigt met:

  • ‘En verschillende Bourgondische hertogen en graven van Holland die over Haarlem de baas waren, hadden Jeruzalem bezocht. De grote steden in Holland kenden bovendien invloedrijke Jeruzalembroederschappen. De oosters-uivormige beugelkroon van de toren van de Bavo is volgens Von der Dunk een directe link met Jeruzalem. Zo’n lijn legde de architect Jospeh Cuypers bijna vier eeuwen later ook bij de bouw van de in 1898 in gebruik genomen rooms-katholieke Sint-Bavo. Vooral de grote koepel van de kerk en veel ornamenten doen sterk denken aan een oosters gebouw. Daarnaast staat de kerk gericht op het oosten. In ”De nieuwe Bavo van Haarlem” laat Bernadette van Hellenberg Hubar zien hoe dat komt. Een van de gedachten was dat de Arabieren, die net als de Joden behoren tot de afstammelingen van Sem, weleens een meer authentieke ontwikkeling van hun cultuur uit de mozaïsche traditie zouden kunnen hebben gerealiseerd dan de christenen. Het fotorijke boek over de rooms-katholieke Bavo laat zien dat de kerk vol Bijbelse symboliek zit, waarbij het gedachtegoed van de scholastieke Thomas van Aquino (1225-1274) over de Unvoll­endete bepalend was. Zo zijn in lijn hiermee in het kerkgebouw ruwe, onbehouwen stenen opgenomen. Over de kleinste details in de kerk is nagedacht, zo bleek tijdens nauwkeurig onderzoek dat mogelijk was door de vele steigers die de afgelopen jaren in de kerk stonden vanwege de grote restauratie. De foto’s laten ook de kleurrijkdom van de kerk zien’.
Stadsglossy (week 24 november 2016)


Positieve reactie Stadsglossy op het boek over de nieuwe Bavo te Haarlem (2016).

Biblion (16 november 2016)

Van WBooks kreeg ik dit bericht van Biblion, een instelling die de Openbare Bibliotheken informeert over interessante publicaties. Hier ben ik blij mee, want ik ben een groot voorstander van de de Openbare Bibliotheek. Kijk maar ‘ns wat recensent drs J.W. Pauw van het boek vindt:

  • ‘Ter gelegenheid van de restauratie van de Nieuwe Bavo in Haarlem is dit boek uitgegeven, opgedragen aan het voltallige team. De beroemde architect is Joseph Cuypers, de zoon van Pierre Cuypers (architect van onder andere het Rijksmuseum). Dit zeer rijk geïllustreerde (235 illustraties) naslagwerk bevat een uitvoerige uitleg over de binnen – en buitenzijde van de basiliek, met speciale aandacht voor ornamenten en de achterliggende betekenis ervan. De bouwperiode beslaat een ruime periode (1893-1930) en bewust zijn nog steeds onderdelen onvoltooid gebleven. De auteur weet deze basiliek in een context te plaatsen van christelijke bronnen (Thomas van Acquino) en andere kunst (bijvoorbeeld Monet). Deze beschrijving ondersteunt het unieke karakter van dit bouwwerk als cultureel erfgoed. De auteur is een zeer toegewijd onderzoekster, die eerder publiceerde over kerkelijke kunst en over de familie Cuypers. Dertig pagina’s eindnoten en een register zijn toegevoegd’.

Wel apart dat mijn toewijding hier wordt genoemd, die kennelijk tot aanbeveling strekt om het boek te kopen. Overigens zit er inderdaad een register bij het boek, maar dat staat on line, onder meer op de sites van de nieuwe Bavo en WBOOKS.

Els’ blogs (29 september 2016)

Strikt genomen is het geen recensie van het boek, maar een reflectie op de samenvatting die ik schreef. Aanleiding voor Els van Swol was haar bespreking van de Weissenbruch tentoonstelling in Teylers Museum te Haarlem met de bijbehorende publicatie, allebei in de categorie klein: ‘Maar pas op’, meent de auteur, want ‘beiden hebben veel te zeggen! Kijk en lees’.

  • Bijvoorbeeld ook het artikel over de nieuwe Bavo in Haarlem dat Bernadette van Hellenberg Hubar schreef in de 5de editie (september 2016) van Nieuwe Bavo in de steigers. Nieuws over de restauratie van de kathedrale basiliek St. Bavo in Haarlem. Daarin heeft zij het onder meer over De Unvollendete: ‘onvoltooide elementen, misbaksels en halffabricaten’ die in een nieuw boek over de Bavo (De nieuwe Bavo in Haarlem) worden behandeld. ‘In dit geval gaat het om een denkbeeld van Thomas van Aquino die hierbij weer steunde op Aristoteles. Kort door de bocht kun je stellen dat alles wat bestaat één grote bulk potentie is (…). De potentie om na het wordingsproces tot een bepaald stadium doorlopen te hebben, iets anders te worden. En dat iets anders maakt deel uit van een eindeloos scala aan mogelijkheden. Al die mogelijkheden zitten in ons, net zoals in de steen direct uit de groeve een eindeloze hoeveelheid beelden zit besloten.’
    En dan doemen Socrates en Michelangelo in mij op: je moet ze geboren laten worden, uithakken wat eigenlijk al in de steen verstopt zit.

En verder …

Voor errata en voortschrijdend inzicht volg deze link.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Thijm en het theater #collectievissen

Thijm en het theater, een thema dat eigenlijk niet in een blog valt te vangen! Toch deed ik een poging in het kader van #collectievissen* 

Als het gaat over de liefde voor het theater van de familie Alberdingk Thijm, kan Lodewijk van Deyssel niet ontbreken. Maar dat geldt niet minder voor zijn oom Pierre Cuypers en zijn vrouw, Antoinette Alberdingk Thijm. En dan heb je ook nog de familie Diepenbrock!

Binnen katholieke kringen werd die liefde voor het toneel bepaald niet altijd gewaardeerd, zelfs niet als het om Vondel ging. Dit vormt een zijlijntje van mijn boek over de nieuwe Bavo dat over een paar dagen, op 9 september (2016), wordt gepresenteerd.*

Nieuwsgierig? Lees dan het hele verhaal op LinkedIn door te klikken op het sterretje *

;-) B.

De Vioolstruik. Herkomst: http://bit.ly/2cqsgaT


Verwijzingen

De * verwijst naar het volgende:

  • Voor collectievissen volg deze link.
  • Voor de aankondiging van de boekpresentatie surf naar dit webartikel op ifthenisnow.eu: http://bit.ly/nBavo-boekpresentatie-ITIN
  • Mijn speech bij gelegenheid van de presentatie van het boek over de nieuwe Bavo, kan ingezien worden op deze webpagina.
  • Het boek over de nieuwe Bavo kan hier besteld worden.

De luchtboogbeelden onderweg

Onderweg — De aanleiding mag Jeroen Bosch zijn geweest, maar dat had de ‘wonderlijke klim’ bij de Sint Jan van Den Bosch helemaal niet nodig. Het was werkelijk een briljante vondst geweest om deze sculptuur op de steunbogen langs het schip – die globaal tussen 1470 en 1520 tot stand kwam – op deze manier toegankelijk te maken voor een groot publiek. Wie wat vaker verhalen van mij leest, weet dat ik gek ben op steigers, of liever, helemaal weg ben van die wonderlijke wereld tussen hemel en aarde. Toen de Bossche kathedraal de laatste keer in de steigers stond, heb ik daar rond mogen dwalen in het gezelschap van Wies van Leeuwen die de problematiek van de restauratie toelichtte. Was dat al boeiend, nog aangrijpender was de poëtische sfeer op de steigerplanken tussen de beren, luchtbogen en wimbergen, oog in oog met beelden en ornamenten. Een andere wereld, dacht ik toen, een totaal aparte wereld. Datzelfde gevoel overviel me toen ik in 2013 op de steigers stond bij die andere fantastische kathedraal, de nieuwe Bavo in Haarlem, en waar dat toe leidde gaan we 9 september beleven. Maar nu eerst het fata morgana – of was het een fantas morgana? – dat me overviel bij de ‘wonderlijke klim’ in Den Bosch.

Sint Jan Den Bosch, De wonderlijke klim (bvhh.nu 2016).


Zittend op de luchtboog
zetten we ons voorzichtig af
om opwaarts te schuiven
‘n trage dodendans
van heiligen en zondaars
zotskappen en wijzen
de man om de hoek en de koning
tussen dieren en monsters
zestien bogen lang
‘n brug tussen aarde en hemel
waar Cerberus wacht
in vele gedaanten

de muil wijd geopend
gebeurt ‘t ieder moment
kokhalzend spuwend
een zondvloed van water
kolkt op onze lijven
houvast verdwijnt
graaiend, tuimelend,
vallend klauwend
vergeefs grijpen we
naar wapperende panden
‘n arm ‘n voet van hen
die nog sneller
dalen
de aarde tegemoet

aan de voet van de beren
zijn wij als Sisyphus
behept met ‘n taak
die nooit lijkt te voleinden
Steeds weer onderweg
naar waar engelen
zingen: Alleluja

________________

Programma — Je wil nog weten wat er waar is in mijn verhaal in dichtvorm? Of het klopt van die waterspuwers boven de luchtbogen? Zoals zo vaak, is het antwoord ‘ja’ en ‘nee’. Wat de luchtboogbeelden precies betekenen heeft tot dusver niemand kunnen achterhalen, zoals Ronald Glaudemans in zijn boek hierover nog eens benadrukt.* Het onderliggende programma blijft in raadselen gehuld. Sterker nog, mijn promotor, Kees Peeters, meende zelfs dat de cyclus van toevalligheden aan elkaar hing. Ongetwijfeld is er naar de middeleeuwse achtergronden nog veel onderzoek nodig, maar misschien is het ook wel aardig om de menagerie op de luchtbogen te bekijken door een negentiende en vroeg twintigste-eeuwse bril. Want we denken wel dat we naar een middeleeuws toneel kijken, daarboven in de dakgoot van de Sint Jan, maar het gros van wat we zien is negentiende-eeuws. We zijn niet zozeer beland bij de wereld van Jeroen Bosch, als wel bij die van de belangrijkste restauratie-architect, Lambert Hezenmans (1841-1909) , en de man die namens het Rijk de inspectie van de werken uitvoerde, Pierre J.H. Cuypers (1827-1921). De twee kenden elkaar goed, want beiden waren door de afdeling kunsten en wetenschappen van het ministerie van buitenlandse zaken – dat wil zeggen, Victor de Stuers – aangesteld als rijksinspecteur. Niet zelden controleerden ze in die functie elkaars werken. In het geval van de luchtboogbeelden leidde dat tot pittige kritiek van de kant van Cuypers, met name wat betreft de concrete aanpak van Hezenmans, waardoor origineel, gerestaureerd en aangevuld niet goed te onderscheiden waren.*


Lambert Hezenmans, Schetsjes van een aantal luchtboogbeelden (1870-1885). Herkomst: site Bossche Encyclopedie
Lambert Hezenmans, Schetsjes van een aantal luchtboogbeelden (1870-1885). Herkomst: site Bossche Encyclopedie: http://bit.ly/29kyLN3.

Lange tijd is behoorlijk denigrerend gedaan over de kennis die mensen als Hezenmans en Cuypers over de middeleeuwen hadden en wat dat voor een fnuikende gevolgen had voor de middeleeuwse monumenten van ons land. Vanaf de jaren zeventig kwam een herwaardering op gang die startte met een pleidooi voor de erkenning van de intrinsieke oudheidkundige betekenis van dit soort restauraties. Vrijwel niemand vond de negentiende-eeuwse bijdrage in die tijd ‘mooi’, maar dat stond los van de cultuurhistorische waarde. Geleidelijk kwam meer oog voor de ambachtelijke kwaliteit van de negentiende-eeuwse ateliers met hun strak gepolijste technieken. Toen eenmaal die horde tot het ‘mooi’ vinden genomen was, bleek ook nog eens dat men in die tijd veel meer wist van de middeleeuwen dan tot dusver was aangenomen. En dan valt onvermijdelijk de naam van Cuypers’ zwager, J.A. Alberdingk Thijm en zijn standaardwerk De Heilige Linie (1858). Niet dat Thijm de enige was die zich bezighield met de middeleeuwen, maar op het gebied van de iconografie en symboliek kun je hem zeker beschouwen als een vaandeldrager.*

Microkosmos — Voor Thijm en zijn tijdgenoten was de kathedraal een microkosmos, waarin ‘de gedaante der kerk als afbeelding der waereld’ centraal stond: een wereld in het klein, met al het goed en het kwaad wat ertoe behoorde. Zijn petekind, Joseph Cuypers, zou – vast ook geïnspireerd door de Sint Jan die hij onvermijdelijk kende – deze visie tot uitdrukking brengen in de beeldencyclus van de nieuwe Bavo. Dat deed hij niet alleen, want ook vicaris-generaal en later bisschop A.J. Callier droeg bij aan dit programma. Een belangrijk netwerk waar katholieke kunstenaars en geleerden elkaar ontmoeten was De Violier die in 1906 een bezoek bracht aan de kathedraal van Den Bosch. Tot deze kunstkring hoorde onder meer Xavier Smits die al eerder voor De Violier een lezing had gehouden over de Sint Jan en een proefschrift daarover voorbereidde bij de universiteit van Leuven.* Juist hij wordt afgeserveerd door Ronald Glaudemans:

  • ‘Een andere onderzoeker van de bouwgeschiedenis, C.-F.-X. Smits, ‘Doctor in de Archaeologie’, […] beredeneert in 1907 dat de beeldjes ‘de gezamenlijke menschheid’ voorstellen; ‘De geheele menschheid is dan door dat leger van opstijgende beeldjes verpersoonlijkt. Tusschen de rangen der menschen bevinden zich eenige potsierlijke en phantastische typen, die den mensch op zijn weg door het leven bemoeilijken’. Deze minstens zo merkwaardige verklaring verraadt duidelijk de tijdgeest van de periode waarin deze werd opgeschreven en kan vandaag de dag ook niet echt stand houden’.*

Als we het woord mensheid vervangen door schepping dan komen we dicht in de buurt van Thijms visie op de microkosmos die – zoals hij in De Heilige Linie uitlegt – een sterk antropologisch karakter heeft. Al zo lang als de mensheid bestaat hebben de volkeren in hun gewijde gebouwen de wereld in het klein weergegeven; niet alleen in het westen, maar over de hele aardbol. Dit idee werd bij De Violier verder uitgedragen door een andere vriend van Joseph Cuypers, de iconograaf Matthaeus Nieuwbarn die hierbij op Viollet-le-Duc leunde:

  • ‘De kunstenaars der middeleeuwen hebben van de Christelijke Kerk een soort van nieuwe schepping gemaakt; zij hebben er al wat in de zichtbare en onzichtbare wereld geschapen was, als een heldendicht van lijn en steen in samengebracht.’*

In die wereld is de mens op een symbolische pelgrimage op weg naar de hemel, en onderweg ontmoet hij alles en iedereen: naast de man om de hoek en z’n vrouw, de elite van koningen en keizers; naast bekende dieren de meest vreemdsoortige wezen die onder meer staan voor de beproevingen en verleidingen, zoals Jeroen Bosch ze heeft weergegeven op zijn beroemde schilderijen van heilige heremieten. Zo tijdgebonden was de visie van Smits dus niet. Daarbij komt dat de luchtboogbeelden zich bevinden boven het schip, de plek die volgens Thijm bij uitstek staat voor de aarde, de strijdende kerk, waar de gelovigen ‘zich door des waerelds woelige golven trachten heen te werken’.* Sinds ik met de nieuwe Bavo bezig ben geweest, koppel ik dit beeld van goed en kwaad aan de theodicee* van Thomas van Aquino die vanaf 1879 (opnieuw) in het centrum van het katholieke denken stond. Of daarin nog aanknopingspunten zitten voor het middeleeuwse programma van de beeldencyclus van de kathedraal, vraagt om verder onderzoek.



Brochure met de plattegrond en de benaming van de luchtboogbeelden. Net als het informatieve boekje van Ronald Glaudemans (zie hieronder) verkrijgbaar bij de kaartverkoop van ‘De wonderlijke klim‘ van de Sint Jan in Den Bosch.

Klassieke referenties — Maar ja, zul je denken, hoe zit het dan met Cerberus en Sisyphus? Dan komen we toch terecht in de klassieke oudheid? Dat klopt, maar uit het oogpunt van de middeleeuwen was er geen scheiding met die oudheid. Die maakte integraal deel uit van het eigen erfgoed. Een mooi voorbeeld daarvan is de Divina Commedia van Dante uit het eerste kwart van de veertiende eeuw: de auteur gaat hierin met de – let wel! – klassieke schrijver Vergilius op stap. Op zijn reis – die in de vakliteratuur vaak als pelgrimage wordt bestempeld – komt hij onder meer Sisyphus en Cerberus tegen.*

Kijk, dat is het nu het mooie aan gedichten: met een minimum aan woorden roep je een beeld op, waarna heel veel zinnen nodig zijn om uitleg te geven. Terwijl zo’n gedicht ontstaat gebeurt er van alles in je hoofd: in een hoog tempo rijgen zich voorstellingen aan elkaar die vanuit de enorme vergaarbak van het geheugen intuïtief elkaars gezelschap zoeken en vervolgens via je vingers op het scherm belanden. Dit is een proces van ‘n paar minuten, het denken daarna over de achtergrond en de context vraagt heel wat meer. Dat geeft de verdiepingsslag en maakt het – wie weet – wel mogelijk dat je als je daar staat, terugdenkt aan dit verhaal.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

De * in de tekst verwijst naar de volgende bronnen:

  • ‘Luchtboogfiguren’, op: bossche-enyclopie.nl, http://bit.ly/29kyLN3 (2016).
  • Cuypers, Jos. en Jan Stuyt (Constructie) en Xav. Smits (Symboliek), De nieuwe St. Jacob te ’s-Hertogenbosch, ’s-Hertogenbosch 1907.
  • Davidson,Linda Kay en David Martin Gitlitz, Pilgrimage: From the Ganges to Graceland: an Encyclopedia, deel 1, 2002, pp. xviii-xix. | http://bit.ly/29NFwau
  • Divina commedia: zie https://www.wikiwand.com/nl/De_goddelijke_komedie
  • Donkers, Geert, ‘“De parel aan Brabants kroon”: het bezoek van ‘De Violier’ aan ‘s-Hertogenbosch’, in: Bossche Bladen, Cultuurhistorisch magazine over ‘s-Hertogenbosch 3 (2001), pp. 16-20. | http://bit.ly/29AHsPK
  • Donkers, Geert, ‘De Katholieke Kunstkring De Violier, 1901-1920’, in: Trajecta 10 (2001), pp. 112-135. | http://bit.ly/29mBa5Y
  • Glaudemans, Ronald, Een wonderlijke klim, De luchtboogbeelden op de Sint-Jan, Den Bosch 2016, pp. 6; 10-12.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997, onder meer pp. 325-329 (microkosmos).
  • Kalf, J., ‘Vierde jaarverslag van den Katholieken Kunstkring: De Violier’, in: Van Onzen Tijd 6 (1905-1906), pp. 130-142. | http://bit.ly/VanOnzenTijd (lezing Xavier Smits kathedraal Sint Jan).
  • Nieuwbarn, M.C., Het Roomsche kerkgebouw, leer der algemeene symboliek en ikonografie onzer Katholieke kerken, Nijmegen 1908, p. 9. | http://bit.ly/Nieuwbarn-bouwsymboliek.
  • Theodicee: https://www.wikiwand.com/nl/Theodicee
  • Thijm, J.A. Alberdingk, De Heilige Linie, pp. 73; 197. | http://bit.ly/Thijm-Sterck-Oudheidkunde

Beeldmateriaal

De foto’s in de kop en de diashow zijn van de hand van de auteur (bvhh.nu) en vallen onder http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA.

Dit bericht is tot stand gekomen in het kader van #kerkverhalen en tevens geplaatst op ifthenisnow.eu: http://bit.ly/29PRceK.
Meer weten over #kerkverhalen? Volg dan deze link. Interesse om mee te doen? Meld je dan aan bij menno@ifthenisnow.nl. Je kunt ons ook volgen op Twitter via @kerkverhalen.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/28U5chf

Grafmonument familie Cuypers te Roermond (2005)

Untitled Untitled
Pierre Cuypers op de leeftijd van 48 en 90 jaar.1

Terugblik

Mijn relatie met Cuypers startte in 1978, tijdens mijn afstudeeronderzoek naar de romaanse oostpartij van de Servaaskerk te Maastricht. Op dat moment was de hele uitmonstering op de koortravee en de apsis na, nog helemaal aanwezig en je kon de bouwgeschiedenis niet doorgronden, zonder je eerst door de ingrepen van Cuypers heen te werken. Aanvankelijk vol weerzin tegen die negentiende-eeuwse, ‘vertroebelende’ laag, groeide lopende het project waardering en bewondering voor de kennis van deze architect en zijn twee kompanen, Victor de Stuers en Jozef Alberdingk Thijm. Dat was het begin van een avontuur dat leidde tot de oprichting van het Cuypersgenootschap in 1984 en mijn promotie in 1995. Met het onderzoek naar de nieuwe Bavo dat in 2013 een aanvang nam, heb ik mijn fascinatie voor deze bouwmeester overgedragen op zijn zoon, Joseph Th.J. Cuypers.

Na mijn proefschrift over het programma van de voorgevel van het Rijksmuseum heb ik een aantal onderzoeken verricht die interessant zijn om Cuypers senior beter te leren kennen. Die kun je bekijken en downloaden via Cuypers4all. Hieronder vind je een samenvatting van de publicatie over zijn grafmonument in Roermond.2 In een later stadium zal een item volgen over het onderzoek naar zijn huis en tevens atelier, het huidige Cuypershuis te Roermond. Daarin komt vooral zijn vernieuwende karakter naar voren in een werkomgeving met stoommachines en in een comfortabele woonplek met een van de eerste waterclosets (toilet) in Nederland. Tot slot komt een aantal verhalen uit de Cuyperscode aan de orde die een tipje van de persoonlijke sluier oplichten. De collectie Cuyperiana is inmiddels ook aangevuld met verhalen over Joseph Cuypers. Maar nu eerst naar het begin en het einde, de alfa en de omega: de grafkapel van en voor de familie Cuypers.

Op Allerzielen 2 november 2006 is het herstelde grafmonument van Pierre J.H. Cuypers door de bisschop van Roermond, monseigneur Frans Wiertz, na een mis in de grafkapel van de bisschoppen, plechtig ingewijd als slotceremonieel van de restauratie. De campagne werd voorbereid en begeleid door Res nova (cultuurhistorisch onderzoek, sponsoring, subsidie- en fondsenwerving, vergunningentraject, draagvlakverbreding en directie werkzaamheden) in samenwerking met architect Hans Coppen en aannemer Tom Loven te Roermond. Beeldhouwer Ton Mooy verzorgde de vier nieuwe beelden voor het monument. Als slotstuk van de restauratie zijn de vier vervangen beelden geconserveerd en overgedragen aan het stedelijk museum ‘Het Cuypershuis’ te Roermond. Voor dit werk tekende restaurateur Adriaan van Rossum. Het bestuur van de Stichting Restauratie Grafmonument dr P.J.H. Cuypers heeft na de voltooiing van de restauratie het monument overhandigd aan de familie Cuypers die voor verder gebruik en beheer zorg zal dragen. Tijdens de restauratie werden de belangen van de familie behartigd door met name drs Pierre M. Cuypers uit Bemmel.3

Grafmonument Cuypers met het ontbrekende beeld. Foto: Jan Straus
Het ontbrekende beeld op het grafmonument met links Cecilia en rechts Petrus.

Het meest spannende onderdeel van de restauratie was de reconstructie van het ontbrekende beeld. Uit onderzoek bleek dat dit geïdentificeerd kon worden als Johannes de Evangelist. Hij verwijst niet alleen naar de vader van Cuypers die als oudste familielid in het graf is bijgezet, maar ook naar het visioen van het hemelse Jeruzalem dat Cuypers als symbool beschouwde van de volmaakte architectuur. Een korte samenvatting van het onderzoek is in 2005 ten behoeve van de fondsenwerving onder de titel ‘Tussen tijd en eeuwigheid’ uitgebracht en hieronder overgenomen. De afbeeldingen van het grafmonument hierin zijn van vóór de restauratie. Het hoofdrapport met de waardenstelling kan overigens gedownload worden via deze link.

Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Johannes de Evangelist. Foto 2005 Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Petrus en Catharina. Foto 2005 Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Cecilia en Catharina. Foto 2015.
Het nieuwe beeld Johannes, het meer vrij gekopieerde beeld Petrus en de gereproduceerde beelden Cecilia en Catharina (van links naar rechts).

Tussen tijd en eeuwigheid

Begraven, maar niet vergeten!

Architect dr Pierre Cuypers (bekend van onder meer het Rijksmuseum en het Centraal station in Amsterdam) ligt begraven op ‘d’n Aje Kirkhoaf’ in Roermond. Het grafmonument, waar ook andere leden van zijn familie hun laatste rustplaats hebben, en het ontwerp van de begraafplaats zelf zijn beide van zijn hand en hebben sinds enkele jaren de status van rijksmonument.

Wie was Pierre Cuypers?

Pierre Cuypers werd in Roermond geboren op 16 mei 1827. Na het stedelijk gymnasium ging hij in 1844 naar de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen om zich te ontwikkelen als architect en allround ontwerper op het gebied van de toegepaste kunsten. In 1849 keerde hij terug naar Roermond, bekroond met de prix d’excellence. Een jaar later stelde de gemeente hem aan als stadsarchitect, terwijl hij door de bisschop van Roermond belast werd met de restauratie van de Munsterkerk.

Vanaf het begin maakte Cuypers naam met wat we kortweg als neogotiek aanduiden: hij ontwikkelde een eigentijdse stijl, waarbij hij elementen uit de Europese gotiek combineerde met inheemse motieven en materialen. Met name baksteen was favoriet. In Antwerpen waren de angry young men van de Academie te hoop gelopen tegen de bepleisterde schijnarchitectuur. In plaats daarvan werd ‘kale’ baksteen gebruikt: eerlijk en duurzaam materiaal dat op dat moment echter een armoedige reputatie had. Door dit te combineren met verfijnde metseltechnieken en toe te passen in verschillende kleurschakeringen, wist Cuypers de markt te interesseren voor zijn nieuwe manier van bouwen. Op den duur slaagde hij er zo in om een eigen ‘nationaal’ gezicht te geven aan internationale stromingen als de neogotiek en de neorenaissance.

Cuypers' huis en werkplaatsen te Roermond circa 1900.
Avant garde-architectuur van 1853: het woonhuis met de werkplaatsen te Roermond.

Zijn middeleeuws aandoende stijl, waarmee Cuypers teruggreep op de inheemse bouwtradities, was toentertijd zeer modern. Het complex van zijn eigen woonhuis en enkele werkplaatsen (tegenwoordig het Cuypershuis van Roermond) gold bij oplevering in 1853 als een avant-gardistisch visitekaartje van het architectenbureau en de kunstwerkplaatsen van Cuypers.

In 1850 trouwde Cuypers met de Antwerpse modiste Rosalie van de Vin. Zij overleed echter in 1855, kort na de dood van hun tweede dochtertje. In 1859 hertrouwde hij met Antoinette, de jongste zus van de Amsterdamse koopman en publicist Joseph Alberdingk Thijm, een goede vriend van Cuypers. Nenny, zoals zij in huiselijke kring heette, en Pierre kregen vijf kinderen, waarvan zoon Joseph zelf ook een bekend architect werd. Beide echtgenotes en Joseph en zijn vrouw Delphine zijn bijgezet in het familiegraf in Roermond.

Voor de verdere ontwikkeling van architectenbureau Cuypers is zijn succes als ‘netwerker’ bijzonder belangrijk. In 1853 werd de kerkelijke hiërarchie hersteld in Nederland, hetgeen betekende dat de katholieke kerk zich als organisatie in het land mocht vestigen. Het gevolg was dat de paus met goedkeuring van de Nederlandse staat overging tot de oprichting van nieuwe bisdommen, van waaruit over heel Nederland nieuwe parochies werden gesticht. Dit luidde een hausse in de kerkenbouw in. Cuypers was samen met zijn compagnon Frans Stoltzenberg juist in 1853 van start gegaan met hun atelier voor christelijke kunst en had zich in Antwerpen al bekwaamd in de neogotische kerkenbouw. De timing om deze nieuwe markt te veroveren, was dus perfect.

De Willibrordus-buiten-de-Veste te Amsterdam, ontworpen door Cuypers (1864-1866) en voltooid door Joseph Th.J. Cuypers in 1897 en 1923.
De Willibrordus-buiten-de-Veste, ontworpen door Pierre Cuypers (1864-1866). Van de hoge torens van deze zogenaamde Kathedraal van Amsterdam, werd uiteindelijk alleen die op de viering uitgevoerd, en wel door Joseph Cuypers. De kerk is gesloopt in 1970.

In 1863 verhuisde Cuypers zijn architectenbureau naar Amsterdam, waar ‘het’ immers allemaal gebeurde. Mede door zijn functie als lid van het College van Rijksadviseurs voor de Monumenten van Geschiedenis en Kunst en zijn relatie met Victor de Stuers kreeg Cuypers de opdrachten voor het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam alsmede vele restauratieopdrachten.

Ook bij deze prestigieuze opdrachten paste Cuypers consequent baksteen als bouwmateriaal toe. Voor het Rijksmuseum liet hij zelfs een speciaal formaat ontwikkelen. Geen wonder dat zowel de vereniging van baksteenfabrikanten als de Nederlandse aannemersvereniging Cuypers huldigde bij verschillende jubilea. Doordat hij als voortrekker het traditionele bouwvak in ere had hersteld, was het spin-off effect van zijn praktijk voor zowel de ene als de andere bedrijfstak aanzienlijk.

Behalve als architect was Cuypers actief als politicus in de gemeenteraad van Amsterdam en Roermond en richtte hij een van de eerste werkgeversorganisaties in Nederland op.

Stadsplattegrond van Roermond uit 1902.
Stadsplattegrond van Roermond uit 1902: de clustering van gebouwen op het snijpunt van de wegen linksonder betreft het complex van de Kapel in het Zand. Aan de weg die naar het zuiden loopt, ligt de entree tot het kerkhof.

De begraafplaats ‘d’n Aje Kirkhoaf’ in Roermond

In de negentiende eeuw maakte de dood meer deel uit van het dagelijkse leven dan vandaag de dag. De frequentie waarmee men familie en vrienden verloor was relatief hoog ten gevolge van een verhoudingsgewijs laag peil van de kraam- en algemene gezondheidszorg. De positie die men bij leven had moest ook zichtbaar zijn na de dood. Graven waren statussymbolen, waarbij families elkaar de loef af wilden steken met de fraaiste monumenten. De laatste rustplaats werd het middelpunt van architectonische, beeldhouwkundige en sierijzeren hoogstandjes. Zo bevindt zich op het kerkhof in Roermond neogotische (graf)kunst van hoge kwaliteit in een parkachtige omgeving.

De ‘Aje Kirkhoaf’ is een van de oudste algemene begraafplaatsen in Nederland en kent een strikte scheiding van de diverse geloofsovertuigingen, zoals die in Nederland vanaf het eind van de achttiende eeuw voor dodenakkers werd doorgevoerd. Naast de indeling in religie is er op het kerkhof ook een duidelijk onderscheid in vier klassen. In de eerste klasse lieten de rijken zich begraven in “eeuwigdurende graven”, met monumentale opbouwen en indrukwekkende grafkelders. De tweede en derde klasse bestonden uit huurgraven, de vierde klasse was bedoeld voor de armste bewoners.

Deze indeling is van de hand van Cuypers, die als stadsarchitect in 1858 de begraafplaats opnieuw inrichtte. Toen ontstond ook het lineaire karakter van het kerkhof en de aandacht voor de beplanting. Inrichting en beplanting van de begraafplaats zijn belangrijk om bezoekers in de juiste sfeer te brengen. Cuypers en zijn tijdgenoten deelden de romantische visie dat de weemoed op een kerkhof een brug sloeg tussen hemel en aarde.

Cuypers gerestaureerd grafmonument aan de voet van de bisschoppelijke Grafkapel. Foto: Jan Straus
Het grafmonument van P.J.H. Cuypers ligt aan het koor van de bisschoppelijke Grafkapel. Deze symbolisch zeer belangrijke locatie zorgt ervoor dat zijn status tot het einde der tijden is verzekerd.

Cuypers’ boodschap

Het versleutelen van boodschappen in de kunst door middel van symbolen is iets van alle tijden. Bij Cuypers kan men deze ontcijferen, omdat zijn beeldentaal geënt was op een brede onderstroom van collectief bewustzijn die sterk bepaald was door het katholieke geloof. Dit kent een schat aan metaforen rond het thema ‘dood en verrijzenis’. Het kerkhof wordt beschouwd als het vertrekpunt naar het paradijs. Dit paradijs wordt gevonden in de heilige Stad, het hemels Jeruzalem dat de evangelist Johannes in de Openbaringen heeft beschreven. Deze stad staat symbool voor de katholieke maatschappij met haar heilige ordening in rangen en standen, die op haar beurt weer is ingebed in de indeling van het kerkhof. Maar dit hemelse Jeruzalem wordt ook zichtbaar gemaakt door middel van architectuur, beelden, schilderingen, (edel)smeedkunst en glas-in-lood in het aardse kerkgebouw dat als een voorafspiegeling van de Goddelijke stad geldt. Elementen als deze vormen de kern van Cuypers’ gedachtegoed, waarin de architect een rijke middeleeuwse symboliek en de rituelen van het katholieke geloof versleutelde.

Naast het thema van het hemels Jeruzalem, speelde het lijdensmotief een toonaangevende rol: het centrale ritueel in het katholieke geloof bestaat uit de eucharistie, het ‘Heilig Sacrament des Altaars’, waarbij het bloedige lijden en sterven van Christus op onbloedige wijze wordt herdacht. Daarom bevat elk altaar een kleine holte: het sepulchrum, dat een verwijzing vormt naar het graf van Christus. Iedere kerk was zo tevens de grafkerk van Christus en verwees als zodanig naar de Grafkerk bij uitstek in Jeruzalem. Dit gebouw, opgetrokken boven het lege graf van Christus (Jezus is herrezen), vormt – hoe kan het ook anders – een christelijk icoon van klasse.

Grafmonument Cuypers met de leeuw als symbool van Marcus. Grafmonument Cuypers met de os als symbool van Lucas. Grafmonument Cuypers met de adelaar als symbool van Johannes. Grafmonument Cuypers met de mens als symbool van Mattheus.
De vier evangelistensymbolen in de hoeken van het randschrift rondom de zerk en de gedenkpijler: de leeuw van Marcus, de os van Lucas, de adelaar van Johannes en de engel of mens van Mattheus.

Beide thema’s herkende Cuypers op goede gronden in de middeleeuwse Munsterkerk te Roermond. Toen hij dan ook in 1887 opdracht kreeg om een bisschoppelijke Grafkapel op ‘d’n Aje Kirkhoaf’ te ontwerpen, greep hij terug op dit model. Cuypers was waarschijnlijk al in 1858, ten tijde van de herinrichting van het kerkhof, op de hoogte van de geoormerkte positie van die grafkapel en heeft deze voorkennis gebruikt bij de bepaling van de locatie van zijn eigen graf. Als voorafbeelding van het hemels Jeruzalem, wordt de begraafplaats als het ware tot een microkosmos van de maatschappij. Het centrum van deze microkosmos wordt gevormd door de bisschoppelijke Grafkapel. Door deze symboliek plaatste Cuypers zijn graf zowel ín het hemels Jeruzalem als in de directe nabijheid van deze heilige Stad.

Grafmonument Cuypers voor de restauratie. Foto: Jan Straus
Het grafmonument van dr Pierre J.H. Cuypers te Roermond voor de restauratie (Foto: Jan Straus)

Het grafmonument van de familie Cuypers

Locatie en oriëntatie óp de begraafplaats waren van essentieel belang. Direct na de voltooiing van de werkzaamheden in 1858 wist Pierre Cuypers een vergunning te verkrijgen voor de bouw van een grafkelder op een prominente positie, in de directe nabijheid van de dertig jaar later door hem gebouwde bisschoppelijke Grafkapel.

Het grafmonument is één van de meest opvallende gedenktekens op het kerkhof. Zij geldt als eerbetoon aan zijn overleden familieleden en uiteindelijk ook voor Cuypers zelf. Het monument bestaat uit twee zerken en een grootse gedenkpijler. Op de sokkel, voorzien van de namen van de in het graf gelegen personen, is een opbouw met vier elegante heiligenfiguren geplaatst. De neogotische vormentaal van het geheel is kenmerkend voor de tweede helft van de negentiende eeuw. Het is bovendien de ‘taal’ die Cuypers gedurende zijn carrière vervolmaakte en op grote schaal toepaste.

De grafzerk van Rosa dateert van 1858 en is ontworpen in middeleeuwse stijl. Inspiratiebron hiervoor was de zerk die Cuypers vriend, geestverwant en latere zwager, Josef Alberdingk Thijm in 1855 voor de laatste rustplaats van zijn familie ontwierp. Rosa staat als het ware in een gotische kerk – verwijzing naar het hemels Jeruzalem – en is omringd door de vier evangelistensymbolen die aan ‘den ingang der poorte van het huis des Heere’ staan.

Grafmonument Cuypers voor de restauratie met de zerk van Rosa. Foto: Jan Straus
De zerk van Cuypers’ eerste vrouw, Rosa van de Vin.

De gedenkpijler, waartoe ook vier heiligenbeelden behoren, is ontstaan na de dood van Cuypers’ tweede vrouw, in 1898. De heiligen Cecilia en Catharina zijn beide verwijzingen naar Nenny; Cecilia als patrones van de muziek, Catharina als naamheilige. Beide figuren keren ook terug op een piano die Cuypers als verlovingsgeschenk aan zijn jonge vrouw had geschonken. Petrus is niet alleen afgebeeld als de naamheilige van Pierre Cuypers, maar ook als de drager van de sleutels die toegang bieden tot de poorten van de hemel, de heilige Stad. Verder was Petrus de eerste bisschop van Rome en staat hij dus symbool voor de aardse kerk.

Het vierde beeld, dat met moeite geïdentificeerd kon worden, is Johannes. Hij kreeg niet alleen een plaats als naamheilige van de vader van Cuypers, maar vooral als Johannes de evangelist die het hemels Jeruzalem in zijn visioen heeft gezien. Hij is op het grafmonument zo geplaatst dat hij kijkt naar de bisschoppelijke Grafkapel, de aardse voorafspiegeling van het hemels Jeruzalem.

Grafmonument Cuypers Mariasymbool roos op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool maarts viooltje op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool maarts viooltje op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool roos op hoek baldakijn.
De hoeken van de baldakijnen boven de vier heiligen zijn gesierd met bloemen die terug te voeren zijn tot de roos en het maarts viooltje: beide behoren tot de Mariasymbolen

Tot in details als de bloemmotieven toe werkt de symboliek door. De associatie van bloemen, hiernamaals en verrijzenis is al zo oud als de prehistorie. De rol van de bloemen in de grafcultus wordt op prachtige wijze door Cuypers verwoord, wanneer hij zijn zoon Joseph na een bezoek aan het graf van Nenny schrijft: ‘Wat is verwonderlijk hoe fraai de bloemen blijven op Moeders graf. Er zijn rozenknoppen die voortdurend ontluiken. Het groen is zoo frisch of ‘t slechts eenige uren aan de stam onttrokken is -‘. Dit thema lijkt vertaald te zijn in de stenen rozen aan de baldakijnen die in een eeuwigdurend ontluiken zijn verstild.

Met de restauratie van het monumenten zijn de graven geschud en de beenderen verzameld. Rustend tussen zijn beide vrouwen is Cuypers op 2 november 2006 opnieuw ten grave gelegd in de crypte die hij voor zijn familie had bestemd. Dona eis requiem sempiternam.

Mozaïek van Cuypers: de vloer van het koor van de Munsterkerk.
Mozaïek van Cuypers de vloer van het koor van de Munsterkerk met het Benedicite.

Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.4

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina

;-) B(&M)

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &

  1. Deze en andere foto’s in dit item zijn ontleend aan het onderzoek over het grafmonument, waravan de volledige titel luidt: Bernadette van Hellenberg Hubar en Don Rackham. Het familiegraf van Pierre J.H. Cuypers. Cultuurhistorische analyse met waardenstelling. 1ste dr. Ohé en Laak/Horn: Res nova-VanHH.org, 2005. http://bit.ly/2jT4LM3-Cuyperiana. Onder deze laatste link kan het onderzoek ingekeken en gedownload worden.
  2. Het onderzoek is uitgevoerd in nauwe samenwerking met drs Don Rackham van Res nova Monumenten die een groot deel van de tekst van de publicatie voor zijn rekening nam.
  3. Terugblikkend op dit project, anno 2019, was niet alleen de restauratie op zich een heel avontuur: het bleek ook een hele uitdaging om uit de specialistische tekst van het rapport een eenvoudige leesbare brochure te destilleren. Hier mag niet onvermeld blijven dat onze co-onderzoeker, Don Rackham, de collegiale toets verrichtte en drs Roland Bruynesteyn MBA ons hielp met het verder vereenvoudigen van de tekst en de redactie op zich nam. Bij dit project voerde de laatste ook de fondsenwerving uit namens het bestuur van de restauratiestichting.
  4. Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.

De verkorte link van deze webpagina is http://bit.ly/1PHUGJ4.

← Terug naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

← Terug naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment