Klim naar het licht

Klim naar het licht — Als je het gedicht hieronder leest, zou je denken dat het gemaakt is bij gelegenheid van de ‘Klim van het licht’. Maar dat is niet zo. Bernadette schreef het als eindejaarsgedicht bij de jaarwisseling van 2015 naar 2016, toen we net het laatste hoofdstuk van het boek over de nieuwe Bavo bij de leescommissie hadden ingeleverd. Dat gaat … je raadt het al, over de koepel van Joseph Cuypers. Wat jammer dat toen de naam KoepelKathedraal nog niet bestond, want die is gelet op de iconografie van dit gebouw heel toepasselijk: vanuit het oogpunt van architectuur, van het decoratieprogramma binnen en buiten, de polychrome uitmonstering, de liturgische choreografie en noem maar op.

Zouden al die ruim 70.000 klimmers naar het licht de vue op de koepel ook zo ervaren hebben, zoals hieronder wordt verteld? Al die keren dat Bernadette tijdens de restauratie op de steigers van de kathedraal rondliep – toen de woorden nog moesten komen – werd ze steeds weer naar dit ene punt getrokken. Steeds weer die draaiende spiralen …  

Naar de zon in het zenith gericht
draaien de spiralen
een dubbele helix gelijk
mysterie van hoe het begon
en tot de geboorte leidde
van stammen, rassen en volkeren
dna van duizenden gelovigen
die al eeuwenlang
de jacobsladder beklimmen
naar het licht …
vuur dat langs de vier
armen van het kruis
in de windrichtingen spreidt
het spectrum openbreekt
en de ontelbare kleuren
bundelt tot energie
onvoorwaardelijk voor iedereen

KoepelKathedraal/ nieuwe Bavo Haarlem. Verguld en gepolychromeerd kapiteel met omringende bloemornamenten in de koepel, ontworpen door Joseph Cuypers 1902-1906. Beeldbank Rijksdienst Cultureel erfgoed - Chris Booms, 2012.

________________________

Klim naar het licht met gedicht op maandag — Met gedicht op maandag zitten we in Haarlem, waar het afgelopen half jaar tienduizenden mensen van de ene verbazing in de andere vielen toen ze de spilloze wenteltrap betraden, vervolgens op de balustrade van de koepel belandden en de hele kerk van bovenaf konden bekijken; de moedigen onder hen hielden zich goed vast en keken nog wat verder omhoog naar de stadsmuur van het hemels Jeruzalem en het koepelgewelf. Daarna over de gewelven van het schip naar de westtorens, waar de echte klim begon, om te eindigen op het hoogste punt met het onvergetelijke uitzicht op de koepel van Joseph Cuypers.

Het mooie is, dit kan nog even: deze week tot en met 27 oktober! Surf naar deze site voor meer informatie.

En als je daar dan staat, en je je verwondert over het oosterse karakter van het patroon op de koepel – een vorm van oriëntalisme die je ook elders in het gebouw tegenkomt (Sacramentskapel, orgeltribune et cetera) – denk dan even aan de architect, Joseph Cuypers en zijn opdrachtgever, bisschop A.J. Callier. Hun liefde voor ‘Spaansch-Arabische motieven’ (jargon van Joseph Cuypers) heeft niet alleen te maken met de erkenning van de inheemse architectuur van het heilige Land als inspiratiebron van christelijke cultuur, maar is sterk beïnvloed door de figuur van Thomas van Aquino. En deze middeleeuwse denker dankte zijn kennis van Aristoteles aan de Arabische scholen: aan stukken die hij ter beschikking kreeg via Spanje en zijn islamitische tradities van Arabische signatuur. Daarmee construeerde hij zijn eigen filosofie, zoals Joseph zijn eigen koepel bouwde. De nieuwe Bavo slaat een brug tussen de christelijke en islamitische cultuur door te laten zien wat de een vol respect van de ander heeft overgenomen en in iets eigens heeft getransformeerd. De hele wereld met zijn weelde aan visies en opvattingen was hun deel, in de stellige overtuiging dat het katholieke geloof dit een aparte plek zou geven in zijn eigen bestel; of het nu om religie, filosofie, kunst of architectuur ging. De boodschap die rond 1900 werd afgegeven, blijkt anno 2019 verrassend actueel te zijn.

Alle Menschen werden Brüder!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Et cetera
  • Ons boek over de nieuwe Bavo is uitverkocht, maar op een plaats hebben ze dat nog in voorraad, bij de KoepelKathedraal waar je het na de klim naar het licht kunt kopen!
  • Voor de volledige tekst van Ode an die Freude van Friedrich von Schiller met de profetische uitroep ‘Alle Menschen werden Brüder!’, zie dit lemma op Wikipedia. Op Spotify en Youtube kun je allerlei uitvoeringen vinden van het slotkoor van de negende symfonie van Beethoven die de Ode an die Freude met drie beginregels heeft uitgebreid en op muziek heeft gezet.
  • Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2P4Pysk-Gom

Zowel aan Joseph Cuypers als aan #Gom | Gedicht op maandag wordt aandacht besteed op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat berichten als deze een nog grotere actieradius bereiken en wie weet, ook anderen inspireren tot dichterlijke reflecties op erfgoed!

Dat kun je ook doen door dit item te delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn zijn als je daarbij de hashtag #gom gebruikt.

Meer weten over architect Joseph Cuypers? Surf dan naar de Joseph Cuypers Collectie of de items over de KoepelKathedraal/nieuwe Bavo.

Delphine Cuypers-Povel en het vrouwenkiesrecht

Misschien dat iemand ons nog een keer kan uitleggen waarom de een gisteren en de ander vandaag herdenkt dat de wet op het vrouwenkiesrecht in Nederland 100 jaar geleden van kracht werd. Wie met de hashtag #vrouwenkiesrecht door Twitter gaat, ziet dat er nog al wat verwarring is. Zou die datum dan toch niet goed uitgerekend zijn?*

Hoe dan ook, wij vonden dit een mooi moment om Delphine Cuypers-Povel te eren die de kwestie van het vrouwenkiesrecht meemaakte als lid van vermoedelijk de R.K. Vrouwenbond in Amsterdam (tot uiterlijk 1919) en vervolgens in Roermond vanaf om en nabij 1922. In vermoedelijk dat jaar schrijft Joseph Cuypers aan hun jongste dochter Yvonne dat Delphine wat overwerkt is door de vele drukke bezigheden, onder meer ‘oefeningen vrouwelijke vrijwillige landstorm, politiek naast vrouwenbond!’*

Wat ons trof is haar relatie met de eerste vrouwelijke politica van Roermond die nog voordat het vrouwenkiesrecht een feit was, al lid was van de gemeenteraad: Mathilde de Haan, afgestudeerd als apotheker, die in het bestuur van de Roermondse R.K. Vrouwenbond zat.* 

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Zaterdag 28 september is het 100 jaar geleden dat het kiesrecht voor vrouwen wettelijk in werking trad. Een majeur moment in de geschiedenis, mogen we wel zeggen. Een van de vrouwen die dat bewust en actief meemaakte was Delphine Cuypers-Povel (1868-1948), de vrouw van Joseph Cuypers. Ze was een pittige, daadkrachtige vrouw die zich intensief bezighield met de maatschappelijke ontwikkelingen in haar tijd. Vandaar de vraag wat zij gemeen heeft met Mathilde de Haan (1886-1947), de eerste Roermondse politica, die in 1919 nog voordat het vrouwenkiesrecht een feit was, gemeenteraadslid van Roermond was! Aan de hand van de Joseph Cuypers Collectie (voorlopig nummer 200) gaan we een kijkje nemen. Ga je mee? http://bit.ly/2kXgjlM-JCC ___________ Cuypershuis @Cuypershuis Historiehuis #Historiehuis @archief_roermond @#JCC #archiefonderzoekisgenieten

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all) op

Surf naar http://bit.ly/2kXgjlM-JCC voor de rest van het verhaal en blijf onze berichten over de Joseph Cuypers Collectie volgen, hier of op Facebook (#JCC).

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  • Dit is wat de scribent van het lemma ‘Vrouwenkiesrecht in Nederland’ op Wikipedia vertelt: ‘Deze datum werd pas uitgerekend in Trouw van 19 september 2018. De Wet (initiatiefwet van vrijzinnig-democratische kamerlid H.P. Marchant) van 9 augustus 1919 werd gepubliceerd in Staatsblad 536 van 8 september 1919, maar noemde geen inwerkingtredingsdatum. In zo’n geval golden tot 1988 de artikelen 1 en 2 van de Wet Algemeene Bepalingen: de twintigste dag na die van het Staatsblad. En dat is dus 28 september 1919.’ Iemand een verklaring voor de verwarring? We horen het graag!
  • Voor de bron van deze uitspraak surf naar http://bit.ly/2kXgjlM-JCC (zoekterm landstorm).
  • Zie http://bit.ly/2kXgjlM-JCC (zoekterm Mathilde)

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2mC3FcJ

Jan Toorop, De genade van de steiger en wat dies meer zij …

Aanleiding: de kruisweg van Oosterbeek een eeuw oud

Naar aanleiding van het item over de kruisweg in Oosterbeek van Jan Toorop (1919-2019) in de aanloop naar Pasen 2019 – en het eeuwfeest van dit oeuvre dat dit jaar gevierd wordt – hebben we de staties integraal on line gezet. Ze zijn gefotografeerd door Sjaan van de Jagt/Pixelpolder in het kader van De genade van de steiger, waarin het monumentale, kerkelijke werk van Toorop een substantiële plaats inneemt, en maken deel uit van de reprovrije beeldbank van de RCE. Projectleider namens de RCE was Tooropspecialist Gerard van Wezel.

Als iemand ons vraagt wat de kern van deze samenwerking was, komt het woord ‘gesprek’ als eerste naar boven. We waren voortdurend in gesprek over het onderzoek en toen we bij Toorop belandden, gaf Gerard Bernadette alle ruimte voor een kunstkritische en iconografische analyse van het hem zo vertrouwde oeuvre. In die dialoog mag ook Gerards wederhelft Paul van den Akker niet vergeten worden. Over en weer stonden we open voor nieuwe inzichten. Dat is absoluut een meerwaarde voor het boek geweest. 

Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.*

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

Van het een naar het ander …

De aanleiding resulteerde in nog meer aanleiding, want het herlezen van de paragraaf over de kruisweg van Toorop in De genade van de steiger bracht ons bij Antonie Nolet. Door ons intensieve werk aan de Joseph Cuypers Collectie begon er een belletje te rinkelen en waar dat toe leidde lees je hieronder.

Netwerken | Antonie Nolet, Jan Toorop en Joseph Cuypers

We beginnen met dit bericht op Delpher, afkomstig van De Maasbode van 17-04-1924 (permalink): 

Antonie Nolet bruikleen tekeningen van Jan Toorop gemeentemuseum Utrecht. Screenshot Delpher, De Maasbode van 17-04-1924.

Antonie Nolet bruikleen tekeningen van Jan Toorop gemeentemuseum Utrecht. Screenshot Delpher, De Maasbode van 17-04-1924.

Antonie Nolet was een van de intimi van Joseph Cuypers (alleen familie, intimi en oude jeugdvrienden schreven hem aan als Joop).* Gek genoeg is er niets bekend van een fysieke ontmoeting tussen Toorop en Joseph Cuypers. En dat ondanks hun sterk overlappende netwerken en vooral niet te vergeten, de tegeltableaus van Jan Toorop in de Aloysiuskapel van de  nieuwe Bavokathedraal van Joseph Cuypers, net na de afronding van de tweede bouwfase in 1906. Tooropspecialist Gerard van Wezel, met wie ik De genade van de steiger heb gemaakt, heeft nooit iets gevonden dat getuigt van persoonlijk contact en ik evenmin.* Apart toch! Wie behoorden onder meer tot dat netwerk:

  • Antoon Derkinderen, goede vriend van Joseph Cuypers en bevriend oud-klasgenoot van Jan Toorop.
  • Jan Veth, klasgenoot en vriend van Jan Toorop en Antoon Derkinderen. Tekende het portret van hun leermeester J.A. Alberdingk Thijm voor de biografie van Lodewijk van Deyssel (Karel, de jongste zoon van Thijm). In de Rijksstudio van het Rijksmuseum zitten onder meer brieven daarover van Joseph Cuypers aan Jan Veth.*
  • Joan Collette, met beide kunstenaars collegiaal bevriend.
  • A.J. Callier, de bisschop van Haarlem, bouwheer van de nieuwe Bavo, samenwerkend met zijn architect, Joseph Cuypers, en getekend en geschilderd door Jan Toorop.
  • Alphons Diepenbrock, achterneef van en bevriend met Joseph Cuypers, en getekend door Jan Toorop.
  • Alphons Ariëns (priester), via de familie Povel aangetrouwde neef van en bevriend met Joseph Cuypers, en getekend door Jan Toorop.
  • Thomas Kwakman (priester), bemiddelaar in familieaangelegenheden van Joseph Cuypers en getekend door Jan Toorop. 
  • Gerard Brom, hoogleraar kunstgeschiedenis in Nijmegen, bevriend met beide kunstenaars en getekend door Jan Toorop.
  • De familie Molkenboer:
    • Anton Molkenboer, kunstenaar die met Joseph Cuypers samenwerkte en Toorop geportretteerd heeft.
    • Pater Bernard H. Molkenboer o.p., correspondeerde met Joseph Cuypers en werd getekend door Jan Toorop.
    • Of ook de derde broer, Theo Molkenboer, kunstenaar en kunstcriticus persoonlijk in contact stond met Toorop staat niet vast. Hij behoorde wel tot diens vaste recensenten. Joseph Cuypers kende hij onder meer van de nieuwe Bavo en het portret dat hij van de architect tekende.
  • H.P. Berlage, collegiaal bevriend met Joseph Cuypers en getekend door Jan Toorop.
  • Jan Stuyt.

Wordt vervolgd!

B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • GAR JCC, v.n. 153.
  • Burg, V.A.M. van der. “Anthony Nolet”. Biografisch Woordenboek Gelderland, 2006. bit.ly/2WKnJXj-JCC. 
  • Hubar (en Coenen), De nieuwe Bavo te Haarlem, (register online, zoekterm Toorop). Hubar, Friedrichs en Van Wezel, De genade van de steiger (register on line, zoektermen Toorop, Nolet). Van Wezel, Jan Toorop: zang der tijden.
  • Voor de relatie van de hierboven genoemde mensen met Jan Toorop en Joseph Cuypers wordt de bron onder meer vermeldt in:
    • Hubar, Friedrichs en Van Wezel, De genade van de steiger (register on line): Antoon Derkinderen, Alphons Diepenbrock, Antoon Molkenboer en Joan Collette.
    • Hubar (en Coenen), De nieuwe Bavo te Haarlem, (register online): A.J. Callier, Antoon Derkinderen, Theo en Antoon Molkenboer, en H.P. Berlage.
    • Hubar, Post en Coenen, Tussen Gabriel en Michael (online):Alphons Ariëns.
    • Van Wezel, Jan Toorop: zang der tijden: Antonij Nolet, Antoon Derkinderen, Theo Molkenboer.
    • Voor Thomas Kwakman zie Toorop, Jan. “Portret van Thomas Kwakman (1875-1955), Utrecht, Museum Catharijneconvent”. RKD | Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, 1910. http://bit.ly/2QhZux8. Wat betreft Joseph Cuypers en Thomas Kwakman zie de brieven van 29 oktober 1924 (TK), 31 oktober (JC) en 23 november 1926 (TK) in GAR, JCC, v.n. 90.
    • Voor Bernard Molkenboer zie Toorop, Jan. “Portret Prof. B.H. Molkenboer O.P.” Musea in Drenthe, 1914. bit.ly/2EbMN2c-JCC; de betreffende webpagina is – tijdelijk? – verwijderd. Dit portret is echter ook te vinden via: Toorop, Jan. “Portret Prof. B.H. Molkenboer O.P.” Europeana Collections, 1914. http://bit.ly/37cM3qt. Zie verder GAR JCC v.n. 93.
    • Voor Gerard Brom zie het portret door Toorop bij het RKD, Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect (via register) en GAR JCC v.n. 93.
    • Voor Anton Molkenboer zie het portret dat hij van Toorop maakte op de slecht gedocumenteerde site: Leeuwenberg, Eric. “Portretten van de hand van Antoon Molkenboer (collectie RKD)”. Antoon Molkenboer (blog), 28 september 2013. http://bit.ly/2WPp66Q-JCC. Wat betreft de herkomst van het daar geplaatste materiaal het volgende: ‘De aanzet was een vrijgekomen archief van mevrouw Françoise de Nie-Molkenboer (), jongste dochter van Antoon. Het archief bevatte drie kartonnen dozen vol met foto’s folders. knipsels, schetsjes. Vrijwel alles belandde toen onder de scanner en is daarna veilig in bewaring afgegeven bij de Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie te Den Haag alwaar archiefmateriaal aanwezig van alle kunstenaars die Nederland tot nu toe voortgebracht heeft’.
    • Zie specifiek over het portret van Thijm: “Brief aan Jan Veth, Joseph Theodorus Johannes Cuypers, 1893 – Rijksmuseum”. Rijksmuseum, 1893. http://bit.ly/2WcVFj2-JCC.
  • Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze Facebookpagina en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.
     
Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2Hi3byR

Prikbord met lezingen et cetera uit de JCC

Joseph Cuypers 159 jaar. Collage en tekst bvhh.nu 2018-2020.

Lezingen, concept artikelen, ingezonden stukken, drukproeven en studies van Joseph Cuypers

Welkom bij het prikbord met de stukken die Joseph Cuypers over zijn vak of naar aanleiding van het onderwijs, de vakorganisatie, sociale kwesties et cetera geschreven en/of voorgedragen heeft! 

Voor het delen en het gebruik maken van de inhoud van de items op dit prikbord gelden de aangescherpte regels van de Creative Commons licentie.
Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

Hoe je dit webartikel kunt citeren vind je hieronder!

De terugkerende aanduiding hieronder van GAR, JCC, v.n. staat voor Gemeentearchief Roermond, Joseph Cuypers Collectie, voorlopig nummer.

__________________

→GAR JCC v.n. 150 Stukken betreffende de voorbereiding, de verslaglegging en het vervolg van de lezing gehouden voor de R.K. Volksbond te Roermond (1897). Met retroacta en postacta (1893-1897)

Notabene — Betreft een pleidooi voor een eigentijds herstel van het gildesysteem. In de lezing zijn krantenknipsels geplakt over kieswet en kiesgerechtigden. Het krantenartikel van na de lezing van 7 februari 1897 heeft titel noch datum. Bij de retroacta onder meer het adres van architecten en het bouwvak aan de gemeente Amsterdam (1893). Bij de postacta het artikel ‘Over Patroonsverenigingen’ van G.W. Konings in De Katholiek van 1898 (vermelding Leo XIII, R.K. Volksbond (zie v.n. 151), R.K. Gildenbond (zie v.n. 22). Joseph Cuypers spreekt in de lezing over zichzelf als een ‘Romundsje jong’; in de krant wordt dit in het Nederlands omgezet! Dat Joseph Cuypers Roermonds sprak blijkt ook uit v.n. 85.

PS | Sluit opvallend aan bij een lezing over het gildensysteem die zijn vader een jaar eerder hield in het R.K. Patronaat in Maastricht.

__________________

→GAR JCC v.n. 145 Lezing Stockholm met retroacta, 1916-1918

Notabene — De bewaarde krantenknipsels (namen niet zichtbaar) van een lezing over ‘Het wezen der architectuur’ (met lichtbeelden) van december 1916 (Den Haag, Academie van Beeldende Kunsten) doen vermoeden dat Joseph Cuypers deze heeft gebruikt voor het schrijven van een lezing in het Frans voor Stockholm. Op de omslag staat tweemaal in zijn handschrift Stockholm, in pen en potlood. Voorts in potlood: ‘Geschikt voor Rio de Janeiro’. ‘Nederland in den vreemde/’ ‘1917-18?’. De vermelding van Rio de Janeiro kan te maken hebben met de poging van zijn jongste zoon Charles op daar werk te vinden. Op de site/in de inventarissen van NHI/Nai met betrekking tot het architectenbureau, de kunstwerkplaatsen en de persoonlijke archieven van leden van de familie Cuypers zijn geen gegevens over de reis naar Stockholm te vinden.

PS | Je vindt de site/inventarissen in de bibliografie van deze collectie onder HNI/Nai.

__________________

→ GAR JCC v.n. 144 Lezing Sorbonne te Parijs over stedenbouw en architectuur in Amsterdam, georganiseerd door het Centre d’Études Franco-Hollandaises op verzoek van de Parijse universiteit, 1924

Notabene — Joseph Cuypers heeft zich vanaf de Woningwet van 1902, waarin stedenbouwkundige uitbreidingsplannen voorgeschreven werden, actief beziggehouden met stedenbouw en verschillende van dat soort plannen op zijn naam staan. In de lezing behandelt hij onder meer het Plan Zuid van H.P. Berlage in Amsterdam, dat op dat moment al ver gerealiseerd was. Berlage blijkt een jaar eerder voor dit gremium een lezing verzorgd te hebben over Nederlandse bouwkunst. Secretaris van het centrum was onder meer J.A. Pollones. Andere sprekers dat jaar waren professor J.A.G. van der Steur (TH Delft), Jan Kalf, professor T.K.L. Sluyterman (T.H. Delft), M. Wibaut en M. Verkruysen. Waarschijnlijk wordt met M(eneer) Wibaut F.M. Wibaut bedoeld, die als wethouder veel voor de stadsontwikkeling en volkshuisvesting in Amsterdam heeft betekend. M(eneer) Verkruysen was H.C. Verkruysen, medewerker van de jaarboeken van de VANK (V.A.N.K., Vereeniging voor Ambachts- en Nijverheidskunst) en vanaf 1926 hoofdredacteur van het tijdschrift Wendingen. De eerste drie personen behoren in ieder geval tot het netwerk van Joseph Cuypers.

PS | De gegevens over de VANK en Verkruysen zijn ontleend aan Thomas, Mienke Simon. Goed in vorm: honderd jaar ontwerpen in Nederland. 010 Publishers, 2008, pp. 42, 58, 70.

Typerend genoeg ontbreekt de naam van Joseph Cuypers volledig in deze publicatie. Dat is alleen al vreemd in relatie tot de VANK, waarvan het bestuur aanwezig was bij de huldiging van de architect bij gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag. Bron: “Huldiging Joseph Cuypers”. Algemeen Handelsblad/Wikisource, 1931. http://bit.ly/2T1WKoa.

De relatie tot de VANK moet verder uitgediept worden.

Joseph Cuypers stond midden in het debat tussen architecten en de eerste generatie stedenbouwers. De laatste groep meende dat de eerste zich beter niet bezig kon houden met stadsplanning. Zie hierover onder meer Rackham en Hubar, De Sacramentskerk te Tilburg (2005). Voorts Rackham m.m.v. Hubar, De Steentjeskerk te Eindhoven (2019).

__________________

→ GAR JCC v.n. 121: Stukken betreffende de voordracht over Victor de Stuers op de Monumentendag in Arnhem, later omgewerkt tot artikel bulletin Nederlandsche Oudheidkundige Bond (NOB) (1930, 1943)

Notabene — De voordracht was uit 1930 eveneens voor de NOB, het gelegenheidsartikel uit 1943 bij gelegenheid van de 100ste geboortedag van Victor de Stuers, op verzoek van H.E. van Gelder, namens de redactiecommissie van het bulletin. Joseph Cuypers lag op dat moment (1943) in het O.L. Vrouwegasthuis te Amsterdam. Mogelijk samenhang met GAR JCC v.n. 112 ‘Critische aantekeningen’ Polytechnische School Delft, vanwege de opmerking van Joseph Cuypers in de kladlezing dat hij van De Stuers een verslag moest maken na afloop van zijn studie, opdat de laatste het onderwijs in Delft kon aanpakken. Overigens waren Joseph Cuypers en De Stuers geen vrienden (zie Van Leeuwen, P.J.H. Cuypers (2007)).

PS | De teksten geven een beeld van hoe Joseph Cuypers recht probeert te doen aan de verdiensten van een man met wie hij lange tijd in onmin verkeerde, zo niet gebrouilleerd was.

__________________

→ GAR JCC v.n. 120: Drukproeven van ‘Gedenkschrift bij de Onthulling van het Gedenkteken voor Dr. P.J.H. Cuypers nabij de Munsterkerk te Roermond op den 103den verjaardag zijner geboorte aangeboden door de NV Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co 16 Mei 1930’

Notabene — Toevoegingen in handschrift Joseph Cuypers (schoonschrift t.b.v. De drukker). Deze bewijzen dat Joseph Cuypers inderdaad de auteur was en dat de toeschrijving aan hem correct is. Het bronzen beeld van zijn vader op het Munsterplein is ontworpen door August Falize, waarbij Joseph een belangrijke corrigerende invloed heeft gehad. In principe zou het beeld dus op de naam van beide kunstenaars gezet kunnen worden. De mail voor het bronzen beeld is gemaakt bij de Kunstwerkplaatsen, zoals blijkt uit de collectie glasnegatieven van het Cuypershuis.

PS | Voor het beeld van August Falize op de glasnegatieven zie dit webartikel met mijn logboek van de crowdfunding voor de glasnegatieven van het Cuypershuis op het platform if then is now: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Ambassadeur voor Cuypers’ glasnegatieven”. if then is now, 2017. http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2.

__________________

Wat Jablonka hieronder vertelt, is een belangrijke boodschap voor de biograaf: durf de kant van de literatuur te zoeken zonder je ‘feitelijke’ grondslag te verwaarlozen! Denk aan Thijm!


__________________

→ GAR JCC v.n. 114 Concept artikelen en drukproeven voor periodieken, nieuwsbladen en verzamelboeken

Notabene — Onder meer: De leeuw als symbool uit Van Onzen Tijd (z.j.). Jeugdherinneringen aan J.A. Alberdingk Thijm (Thijmbundel de Beiaard 1920). Artikel herinrichting Munsterplein voor ‘Tijdschrift voor Volkshuisvesting en Stedebouw’ van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw (1925). Bezoek VANK aan Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co voor verenigingsblad (1930). Roermonds Kunstleven voor het ‘Gedenkboek ter gelegenheid van het zevenhonderdjarig bestaan van Roermond als stad’ (1932). Over Katholicisme en Facisme (1933). De begindatering is gebaseerd op het artikel over de leeuw circa 1910.

PS | Jaartal achterhalen van De leeuw als symbool uit Van Onzen Tijd (z.j.).

Het bezoek van de (V.A.N.K., Vereeniging van Ambachts- en Nijverheidskunst) is goed terug te vinden op Delpher (zoektermen: V.A.N.K. Roermond Cuypers). Een van de berichten komt uit Limburgsch Dagblad, 25-06-1930:

Op het programma staat een bezoek aan de kathedraal, Munsterkerk, Dr. Cuypersmonument, de kunstwerkplaatsen der firma Cuypers en Co, en de glasschilders-ateliers van Nicolas en Zonen, waar diverse in uitvoering zijnde glaswerken zullen worden bezichtigd o.a. de eerste uitgevoerd détails van het door Joep Nicolas te maken Hugo de Grootraam in de Nieuwe kerk te Delft, twee in opdracht van den rijksgebouwendienst vervaardigde vensters voor de nieuwe R.H.B.S. te Tiel enz. In den namiddag zal per motorboot bezoek worden gebracht aan het kerkje Asselt. Op de terugweg zal de stuw bij den Donck bezichtigd worden.

Niet Joseph Cuypers verzorgde de uitleg, maar zijn eerste man, Victor Sprenkels. Saillant detail is het bezoek aan de schilderingen en de glazen van het kerkje van Asselt onder leiding van Joep Nicolas. Deze zijn uitvoerig behandeld in De genade van de steiger. De tekst van de betreffende paragraaf staat integraal op deze site.
Voor Victor Sprenkels (met foto), zie Joseph Cuypers, Gedenkschrift, p. 40.

Cuypers, Joseph Th.J. “Roermonds kunstleven”. In Gedenkboek ter gelegenheid van het zevenhonderdjarig bestaan van Roermond als stad, 334–47. Roermond, 1932.

Het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw is opgericht in 1918. Zie Ruijter, Peter de. Voor volkshuisvesting en stedebouw. Utrecht: Matrijs, 1987.

__________________

→ GAR JCC v.n. 73 Klad en concept artikelen voor niet getraceerde periodieken

Nota bene — Schilderkunst, bouwkunst en Rijksacademie, ongedateerd, 1898 (gedateerd via Groene Amsterdammer). Arti & Industriae, boekband Pierre J.H. Cuypers (z.j.). Polychromie muren en hoogaltaar St. Hippolytus Delft ( z.j.). Glasschilderkunst (ingezonden, initiaal TH, z.j.). Szegeb Hongarije 1931. In Memoriam Eduard Brom (1935). Het verschil tussen lezingen en concept artikelen is niet altijd duidelijk. De begindatering is gebaseerd op het handschrift van een van de kladjes, de einddatering op het stuk over Eduard Brom.

PS | Arti & Industriae op Wikipedia. Naar de architecten Cuypers als grafische ontwerpers is tot dusver nog geen specialistisch onderzoek gedaan.

Joseph Cuypers schreef van tijd tot tijd onder het initiaal/pseudoniem TH.

De Hippolytuskerk is ontworpen door Pierre J.H. Cuypers, in 1884-1886 (Wikipedia). Joseph Cuypers heeft de kerk tijdens zijn studietijd zien verrijzen.

__________________

De voorgaande items geven een goed beeld van waar Joseph Cuypers mee bezig was en zich voor inzette. Het zou interessant zijn de verschillende concepten te vergelijken met de uiteindelijk gedrukte versies.

Bernadette denkt dat een van de belangrijkste lezingen die over stedenbouw en architectuur bij de Sorbonne is. Wanneer is die interesse van Joseph Cuypers voor stedenbouw begonnen? Is het mogelijk dat de problematiek van de wederopbouw tijdens en na de Eerste Wereldoorlog in België hierbij een rol speelt.*

We komen er op terug!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

  • Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.
  • De verkorte titels in de tekst hierboven verwijzen naar de bibliografie van de Joseph Cuypers Collectie en/of van de integrale website.
  • Zotero is een gratis referentiemanager, waarin literatuur en andere verwijzingen inzake dit project zijn opgeslagen. Voor meer informatie volg deze link. Te zijner tijd komt de deelverzameling met betrekking tot dit project on line.
  • Cuypers, Pierre M. “CUYPERS – MyHeritage”. MyHeritage, 2018-2019. http://bit.ly/2OGqofQ-JCC.
  • #PM Precieze verwijzing in de brieven opzoeken.
  • Blijkens enkele stukken in de JCC hebben de architecten Cuypers zich beziggehouden met deze wederopbouw.

Over Joseph Cuypers is nog meer te vinden bij De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op de Facebookpagina’s van Bern4dette en Van Hellenberg Hubar, Kunst, Cultuur & Erfgoed.
Ga eens kijken en ‘like’ de berichten, zodat de verhalen over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

Naar dit item kan verwezen worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. “Prikbord met lezingen et cetera uit de JCC”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2019. http://bit.ly/2Hc1Rxm-VanHH2Org.

Verkorte link: bit.ly/2Ag3nzc-VanHH2Org

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Varia deel 2 | Van Nenny, Joseph en Katy & in de JCC

Varia deel 2 — Welkom in het open atelier van de JCC. Deze pagina wordt voortdurend bijgewerkt, dus soms kom je stukjes tegen die nog niet helemaal af zijn. Neem evengoed een kijkje. De inhoudsopgave kan je daarbij helpen.

Een groot deel van de Joseph Cuypers Collectie bestaat uit brieven die gelukkig vaak nog in de originele envelop zitten. De bovenste van deze waaier is een envelop met het handschrift van de oude Cuypers. Foto Marij Coenen 2018.

Een kijkje in het open atelier

In ons open atelier hebben we prikborden en varia, waarmee we vooruitlopend op het E-boek en de biografie alvast inzage geven in de samenstelling van de Joseph Cuypers Collectie. Zoals eerder verteld zitten we – vergelijkbaar met restaurateurs – in een soort aquarium, waardoor iedereen kan zien hoe het werk vordert en welke nova tevoorschijn komen.

Om te delen — Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie onder deze link.

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

_____________

Varia deel 2 | Nenny | Antoinette Catherine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm (15 maart 1829-7 januari 1898) (68 jaar)

Pierre Cuypers schonk zijn vrouw Antoinette dit reliëf met haar portret bij de viering van hun eerste huwelijksjaar. Nenny (Antoinette) Cuypers-Alberdingk Thijm, een getalenteerd pianiste en zangeres, is afgebeeld als de Heilige Cecilia, patroonheilige van de muziek. Zij zit hier achter de piano die zij als huwelijksgeschenk van Pierre Cuypers kreeg. Het reliëf werd gemaakt door Jean Hubert Lauweriks (Antwerpen 1819 – Kerkrade 1869) die bij de familie inwoonde. Tekst ontleend aan de site van Cuypershuis Roermond. Screenshot bvhh.nu 2020.

Ook al zijn we druk met de mannen bezig, de vrouwen worden niet overgeslagen. Hoewel … eigenlijk is het vreemd dat er nog maar zo weinig over Nenny, de moeder van Joseph, is geschreven (voluit: Antoinette Alberdingk Thijm). De enige die al een hele tijd geleden wat dieper op haar persoonlijkheid is ingegaan, is de Roermondse historica en stadskenner Yvonne de Vries in De Spiegel van Roermond (1995).1 Een verrassend fris artikel dat – ook al is het natuurlijk na ruim 20 jaar op een aantal punten aan herziening toe – een mooi beeld geeft van deze vrouw achter de schermen. Net als Wies van Leeuwen in zijn biografie van Cuypers tien jaar later heeft ze gebruik gemaakt van het album dat zich in het Cuypershuis bevindt:

In Memoriam Antoinette Catherine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm, 1829-1859-1898 (als handschrift gedrukt), H.J. Koersen, Amsterdam 1915 (een door Pierre Cuypers samengestelde keuze uit haar dagboek, begeleid door teksten van hemzelf).2

In de biografie over haar man geeft Van Leeuwen een mooie impressie van hun huwelijk dat bijzonder hecht was. Verder vermeldt hij in een noot:

32 De briefwisseling met Pierre en vrienden in Persoonsgebonden archief G 48.1-48.2 en in het Gemeentearchief Roermond. Een dagboek verbrandt ze zelf in een ‘auto da fé‘ op 24 november 1858. Veel gegevens en citaten uit haar jeugdherinneringen geciteerd in In Memoriam. Daaronder citaten uit haar in het Italiaans gestelde herinneringen.3

In de JCC hebben we een aparte rubriek voor haar opgenomen met onder meer correspondentie en excerpten in haar handschrift, in het Italiaans. Hierin bevindt zich verder het ‘dagboek van Joopie’ (Joseph Cuypers), dat Nenny schreef voor haar zus Door. Ook De Vries refereert hieraan, maar dan door tussenkomst van Cuypers’ In memoriam. Een van de bijzonderheden is het verslag dat Nenny geeft van Joopie’s taalontwikkeling en wel vooral van het Roermonds. Voordat Joseph een Amsterdammer werd (1864), had hij zich ontwikkeld tot een ‘Romundsje jong’ (zijn woorden4) dat vlot dialect sprak dankzij Betje de dienstmaagd. De Vries, getrouwd met de eerste streektaalfunctionaris van de provincie, Pierre Bakkes, merkt op dat het noteren van het dialect door Nenny een zeldzaam iets is.5

Uit de JCC blijkt verder dat Jan Alberdingk Thijm zich in 1912 op verzoek van de oude Pierre zet aan de uitgave van een bloemlezing uit de brieven van Nenny. Daarover heeft hij overleg met Joseph Cuypers en ontvangt hij van zijn oom onder meer een selectie brieven van Nenny aan haar stiefdochter Rosa. Hierin zit interessante informatie over de jonge Joseph, Katrientje en Annie, terwijl Kareltje Thijm (Lodewijk van Deyssel) eveneens langskomt. Je krijgt verder een beeld van gewone dagelijks dingen, zoals het keren van kleding en zuinig met geld omgaan. En heel interessant is de omgang van Nenny met de dood, in dit geval die van haar vader. Uiteindelijk resulteert het werk van pater Jan in het hiervoor aangehaalde In Memoriam Antoinette Catherine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm.6

Joseph Cuypers was zeer gesteld op zijn moeder, zoals onder meer blijkt uit een stuk waarin hij pater Jan de belangrijkste biografische gegevens stuurt. In de begeleidende brief aan Jan maakt hij melding van de correspondentie met zijn moeder uit zijn tijd op kostschool in Rolduc, die hij volledig bewaard zegt te hebben. Deze is tot dusver niet aangetroffen. Mogelijk heeft hij deze niet teruggekregen van pater Jan, in tegenstelling tot de andere stukken. Daartoe behoren ook de enveloppen met de laatste brieven van moeder aan zijn vrouw Delphine en aan hem.7 

Antoinette Catherine Therese Cuypers Alberdingk Thijm op gevorderde leeftijd. Screenshot beeldbank Cuypershuis, bvhh.nu 2019.

Antoinette Catherine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm op gevorderde leeftijd. Screenshot beeldbank Cuypershuis, bvhh.nu 2019.

Bronnen
  1. De Vries, ‘Antoinette Cuypers-Alberdingk Thijm’, pp. 99-108.
  2. Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect, pp. 20-30, 325. Het persoonsgebonden archief staat online en wordt hier verkort geciteerd als HNI/Nai, ‘CUYP Cuypers, P.J.H., J.Th.J. & P.J.J.M’. 
  3. De Vries, ‘Antoinette Cuypers-Alberdingk Thijm’, p. 108, verwijst naar Pierre J.H. Cuypers, In Memoriam – Antoinette Cathérine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm. De omslag en het schutblad staan online bij het Cuypershuis.
  4. GAR, JCC v.n. 85-86, 158-159, 201, 204.
  5. Zie GAR JCC v.n. 150. In de krant wordt dit vernederlandst tot ‘Roermondsche jongen’: “Lezing van den heer Jos. Cuijpers voor de leden van den R.K. Volksbond”. Maas- en Roerbode. 9 februari 1897. GAR, Historische kranten. http://bit.ly/2ZL7XNH-JCC.
  6. GAR, JCC v.n. 86 (fotonummers P1300551.JPG-P1300574.JPG). Wies van Leeuwen vermeldt de inbreng van Jan Alberdingk Thijm bij de totstandkoming van het hiervoor vermelde album In Memoriam: Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect, p. 26. Voor de brieven van Nenny aan Rosa zie Wie is wie in de JCC (zoekterm Rosa); ze bevinden zich in GAR JCC v.n. 198.
  7. GAR, JCC v.n. 86 (fotonummers P1300551.JPG-P1300574.JPG). Jan Hartmann, bezig met een digitale herdruk van het boek ‘De kleine republiek’, dat Lodewijk van Deyssel (Karel Alberdingk Thijm) over zijn kostschooljaren op Rolduc schreef, heeft tijdens al het onderzoek dat hij heeft gedaan, hier evenmin de hand op weten te leggen. Vooralsnog bevinden de laatste brieven van Nenny aan Delphine en Joseph zich in GAR, JCC v.n. 92, maar overwogen wordt deze apart op te slaan, mogelijk met het dagboek van Joopie in v.n. 204.

Aparte link voor dit segment: http://bit.ly/3b10nU1-JCC

_____________

Varia deel 2 | De datering van de studietijd van Joseph Cuypers in Delft

Af en toe is het ontsluiten van archiefcollecties echt priegelwerk. Zo ben ik een tijdje terug een hele ochtend bezig geweest om de juiste datering te achterhalen van de studietijd van Joseph Cuypers aan de Polytechnische School in Delft. Die staat fout op de oude site van het Nai (en dus ook in mijn boek over de nieuwe Bavo), ze staat onvolledig op Wikipedia en helemaal niet in het lemma op het Biografische Woordenboek van Nederland. Dankzij de stukken uit de Joseph Cuypers Collectie die we invoerden in MAIS-Flexus, kan ik nu met zekerheid zeggen dat het 1879-1883 was (JCC v.n. 38 en JCC v.n. 112). Zegt het voort, zegt het voort!

De Polytechnische School te Delft was de voorganger van de Technische Hogeschool en de huidige Technische Universiteit. In de tijd dat Joseph er studeerde, van 1879 tot 1883, stond de opleiding bouwkunde onder leiding van professor Eugen Gugel uit Duitsland.

Joseph heeft trouwens ook een evaluatie geschreven over het onderwijs in Delft (JCC v.n. 112). Gelet op het handschrift is dat vrij kort gebeurd na de afronding van zijn studie. 

_____________

Varia deel 2 | Joseph Cuypers en Virgilius in Delft. Hoe zit dit precies?

Bij de huldiging van pater de Groot in 1912 heet het: ‘De heer Cuypers verklaart de relatie van de Violier tot Prof. de Groot en schetste hoe hij op 15-jarigen leeftijd voor ‘t eerst kennis maakte met Prof. de Groot in het klooster te Huissen en later als student in de Studenten-vereeniging te Delft’. We spreken hier over 1876 toen Joseph 15 jaar was en zijn studententijd van 1879-1883. Aangezien Virgilius pas in 1898 werd opgericht ziet het er naar uit dat de verslaggever hier een vergissing heeft gemaakt. Of bestond er een voorloper van deze vereniging? Blijkens het goed gedocumenteerde lemma op Wikipedia is dat inderdaad het geval, maar ook die lijkt niet ouder te zijn dan 1898.

Uit de Joseph Cuypers Collectie blijkt dat er inderdaad sprake is van een nog oudere voorloper. Er zijn verschillende brieven van vriend en student Paul Versteegh aan ‘Joop’ bewaard gebleven, waarin hij aangeschreven wordt als ‘Hoofdman’ en ‘Sarastro’ (een figuur uit de Zauberflöte). Voorts vraagt Versteegh hem of of hij een cachet (zegelstempel) voor ‘onze vereeniging’ wil ontwerpen.*

Wordt vervolgd! 

In dit gezelschap heeft Joseph Cuypers vermoedelijk ook pater Herman Ermann s.j. leren kennen, die moderator was van Virgiel.

Bronnen
  • “Geschiedenis vereniging”. Virgiel.nl.
  • “Jubileum Prof. J. V. de Groot.” Het Centrum, 6 november 1913. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2OTIJ9b-nB.
  • GAR JCC v.n. 140. (1876-1885). Joseph Cuypers kende Paul (Jean Paul Ernest) Versteegh (Pasuruan, Indonesië, 7 oktober 1858-Den Haag, 14 november 1901) al vanaf hun HBS-tijd op Rolduc (GAR, JCC v.n. 208) en zou na diens dood samen met Delphine de opvoeding ter hand nemen van diens zoon, Paulus Franciscus Maria Jozef Versteegh (29 augustus 1895, Besuki, Indonesië-25 januari 1971, Rotterdam) (GAR JCC v.n. 156). Zie hierover meer bij Wie is wie in de JCC (zoekterm Paulus)

Aparte link van deze paragraaf: https://vanhellenberghubar.org/index.php/archief/webitems/varia-deel-2/#virgilius  

_____________

Varia deel 2 | Momentopname: de brief van Katy (Catharina) Cuypers aan haar schoonzusje Delphine

JCC v.n. 90, brief d.d. 10/9/1893: Katy (Catharina Wilhelmina Maria) Cuypers (1866-1934) aan haar schoonzusje Delphine Cuypers-Povel vanuit Valkenburg, nadat Pierre J.H. Cuypers uit Amsterdam is vertrokken.* Ze verkeert in een situatie, waarin haar moeder, Nenny Cuypers-Alberdingk Thijm haar niet begrijpt, maar Delphine wel. Ze wil graag naar de kunstnaald werkschool, maar haar vader is niet overtuigd (dit blijkt ook uit de brieven in het familiearchief op het GAR). Op de beeldbank van het Cuypershuis zijn verschillende naaldwerken van haar te vinden. Deze borduur- en kantwerken komen van een anonieme schenkster, van wie de grootmoeder een goede vriendin was van Katy: ‘Volgens de schenkster is er kantwerk door Catharina aan haar grootmoeder gegeven bij diverse familiegelegenheden, maar ook in 1916 bij het intreden van Catharina in het klooster, toen zij geen bezittingen mee mocht nemen’.*

Het raadsel van de vier Ever(t)sen — Katy heeft het verder over de twee Evertsen: mgr dr Willem Everts (goede vriend van haar vader en woonachtig bij hem aan de Maastrichterweg) en zijn neef professor Everts. Dit onderscheid is van belang omdat ook de Delftse hoogleraar Henri Evers tot de intimi van Pierre J.H. Cuypers behoorde. Mogelijk gaat het om mgr Henri W.H. Everts (1854-1899) die net als zijn oom verbonden was aan Rolduc, en wel vanaf 1879. Hij kan gelet op het jaar van overlijden niet de Everts zijn met wie Joseph Cuypers nog in de Tweede Wereldoorlog in contact staat vanwege de restauratie van Rolduc; dat zal dus dr Pieter S. Everts zijn (1888) die in 1939 directeur van het gymnasium werd. Joseph kende Willem Everts als directeur van zijn kostschool (Rolduc) en bleef ook na die tijd met hem corresponderen. Hoe goed de relatie was blijkt wel uit het feit dat Willem Everts de peetoom van zijn oudste dochter, Marguerite, was.*

Cuypershuis Roermond: 'Op foto 5275-2, genomen in augustus 1895, staan volgens het opschrift aan de achterzijde Annie Cuypers en de gezusters Kathy en Marie Povel.' Marie, het Engelse nichtje van Delphine had geen zusje Kathy, dus waarschijnlijk gaat het hier om Kathy/Katy/Catharina Cuypers (links).

Cuypershuis Roermond: ‘Op foto 5275-2, genomen in augustus 1895, staan volgens het opschrift aan de achterzijde Annie Cuypers en de gezusters Kathy en Marie Povel.’ Marie, het Engelse nichtje van Delphine (zie hieronder), had geen zusje Kathy, dus waarschijnlijk gaat het hier om Kathy/Katy/Catharina Cuypers (links).

 
Bronnen
  • Katy schreef zich afwisselend Katy en Catharina, maar wordt door anderen ook als Kathy aangeschreven. 
  • Voor het vertrek naar en het verblijf van de familie in Valkenburg zie Hubar, Rien de pareil, deel 1 (zoekterm Valkenburg). Voorts de biografie Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect.
  • voor het naaldwerk van Katy: Cuypershuis Roermond, beeldbank, zoekterm Catharina Cuypers.
  • “Directeuren en leraren van 1843 tot 1946 (Rolduc)”. DocPlayer, 2018. bit.ly/2WLbkCv-JCC. Voor de relatie tussen Willem Everts en Pierre J.H. Cuypers zie hiervoor noot 1. GAR JCC v.n. 175.
  • Voor de familierelaties zie Pierre M. Cuypers, ‘CUYPERS – MyHeritage’.

_____________

Varia deel 2 | De kinderen van Joseph en Delphine

In de JCC zitten verspreid verschillende stukken die in het bijzonder licht werpen op de wederwaardigheden van de kinderen. Vooral in de correspondentie van het ouderpaar is veel te vinden, maar ook in de stukken ter onderbouwing van de familiekroniek.*

  • Over Yvonne en Michael zie onder meer de brief van Joseph aan pastoor Th. (Thomas) Kwakman d.d. 31 oktober 1926. Kwakman heeft Joseph Cuypers vermoedelijk leren kennen als lid van De Violier en schreef regelmatig over kunst, onder meer in het Gildeboek. Hij maakt overigens deel uit van het netwerk dat Joseph Cuypers en Toorop gemeen hadden. Kwakman heeft geprobeerd te bemiddelen bij de conflict tussen Michael en zijn vrouw Enny Schlencker met Joseph en Delphine, wat met name door de opstelling van Enny en haar ouders niet lukte. Met Yvonne blijkt Kwakman vrij veel contact te hebben gehad, voordat zij intrad bij de zusters Clarissen-Capucinessen in Amsterdam(1922-1923?).  Na een mislukt en naar zeggen van Joseph en Delphine veel te zwaar noviciaat keerde zij terug met ernstige psychische problemen, waar ze nooit helemaal meer uitgekomen is.*
  • Marguerite is het onderwerp van een brief van Delphine aan haar schoonzoon Feico Glastra van Loon en aan een vriendin bij wie ze haar hart lucht. Hoe romantisch het ook allemaal begon, Marguerite heeft geen gelukkig leven met Feico gehad. Het huwelijk eindigde dan ook in 1931 in een echtscheiding.*

Wordt vervolgd! 

Bronnen
  • GAR JCC v.n. 90-91 (Correspondentie); v.n. 81-83, 133-134, 196 (Familiekroniek).
  • Kalf, “Vierde jaarverslag van den Katholieken Kunstkring De Violier”, (zoekterm Kwakman), p. 140.
  • Van Roon, Goud, zilver & zijde (zoekterm Kwakman), verwijst naar Th. Kwakman, ‘Alex Asperslagh’, in: Het Gildeboek 11 (1929), 1, p. 12–17.
  • Toorop, Jan. “Portret van Thomas Kwakman (1875-1955), Utrecht, Museum Catharijneconvent”. RKD | Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, 1910. http://bit.ly/2QhZux8.
  • Kwakman over Michel/Michael en Yvonne: GAR JCC v.n. 90, brieven van Thomas Kwakman d.d. 29/10/1924 en d.d. 31 oktober 1926. Op verzoek van Joseph Cuypers stuurt Kwakman de originele brief terug.
  • Leeuwen, Y. M. van, Olga Minkema, K. van Dooren, P. te Winkel, en Chr. Dols. “AR-Z020 Archiefinventaris Clarissen-Capucinessen (Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven)”. Archieven.nl, 2018. http://bit.ly/2YP759C-JCC.
  • Marguerite: GAR JCC v.n. 196 (Familiekroniek). Zie de brief van Joseph Cuypers hieronder. Cuypers, Pierre M. “Stamboom van Marguérite Marie Delphine Antoinette Cuypers”. Geneanet, 2018. bit.ly/2XayZfG-JCC. 

_____________

Varia deel 2 | Losse krabbels
  • Wat is de relatie van Pierre J.J.M. Cuypers met Herman en zijn zoon Frans van den Eerenbeemt van onder meer het Internationaal Cultuur Centrum Paviljoen Vondelpark Amsterdam? Herman van den Eerenbeemt kan getypeerd worden als een katholieke cultuurdrager. In ‘De genade van de steiger‘ hebben we hem behandeld als oprichter van het weekblad Opgang. Hij speelde een belangrijke rol in de affaire rond de kruisweg van Albert Servaes en zorgde voor de verspreiding van het gedachtengoed van de neothomist Jacques Maritain. Diens ideeën, verwoord in Art et Scholastique (1920)| Kunst en Scholastiek (1924), zijn van zeer groot belang geweest voor de katholieke kunstkritiek van Pieter van der Meer de Walcheren en Jan Engelman, en voor de kunstenaars rond het tijdschrift De Gemeenschap, van met name Engelman. Tot deze groep behoorden onder meer Charles Eyck en Joep Nicolas, welke laatste bevriend was met Pierre J.J.M. Cuypers en een een enkele keer met Joseph Cuypers heeft samengewerkt (Tilburg, Breda) (JCC v.n. 72, 188). Zie Hubar e.a., De genade van de steiger, pp. 131, 133 (Van den Eerenbeemt); 130-166 (Jacques Maritain, Pieter van der Meer de Walcheren, Jan Engelman, De Gemeenschap).
  • JCC v.n. 65 In dit gereconstrueerde schetsboekje vind je onder meer de dierenkoppen van het woonhuis van Joseph en Delphine Cuypers ‘Nabijbuiten’, Roerzicht, vlakbij het Cuypershuis.
  • JCC v.n. 23 Notitieboekje met zakelijke, persoonlijke en financiële notities, waaronder reisherinneringen Italië (1937), schetsjes, besteknummers 101-240, oorlogsjaren, kerk Meerssen, ziekte in 1943 (met ingenestelde stukken waaronder de speech bij zijn 80ste verjaardag), 1937-1943. Uit GAR JCC v.n. 121 blijkt dat Joseph Cuypers in 1943 in het O.L. Vrouwegasthuis te Amsterdam lag. Vanuit het ziekenhuis vraagt hij aan zijn secretaresse het dossier op over de lezing over Victor de Stuers in Arnhem; hij weet precies onder welk nummer ze moet kijken. Dat bewijst – nogmaals – het bestaan van een oude ordening. Waar Joseph toen aan geopereerd is, is nog niet bekend.
  • JCC v.n. 90, brief d.d. 27 nov (poststempel 28 nov 89): in het Engels geschreven brief van Marie (Marie Marguerite Jeanne) Povel (14 dec 1866-7 jun 1957) aan haar nicht Delphine over het overlijden van een vrouwelijk familielid. Apart genoeg waren de vaders van Delphine en Marie broers, terwijl hun moeders zusters waren. De naar Engeland verhuisde familie Povel was woonachtig in Manchester en in Salford en Chorlton bij Manchester.* Vrijwel zeker is dit het gezin waar Marguerite logeert als ze onder meer in 1914 in Engeland is (zie de conceptbrief hieronder).
  • JCC v.n. 91, brief d.d. 23/3/1908: verjaarsbrieven van de Marguerite en Yvonne aan hun moeder Delphine. Ze logeren met alle vijf kinderen bij tante Bernadette (?). Marguerite, bijna 13 jaar oud (bijnaam Paquerette), vindt dat haar ouders wel erg lang weg zijn. Zijn Joseph en Delphine dan op reis. Is zij naar Engeland om haar nichtje te helpen voor haar oom te zorgen?
  • JCC v.n. 90, brief d.d. 2/8/1908: een bijzondere, openhartige brief van kloosterlinge Jeanne Povel, zus van Delphine, aan haar zwager Joseph over roeping. Verder heeft ze het over Pierre J.J.M. (1891-1982) die – op dat moment 17 jaar oud – plannen maakt om in Delft te gaan studeren (hij heeft daarvoor extra voorbereiding nodig).
  • De R.K. Volksbond: ‘Zinrijk en waardig ook is hun door Dr. Alberdingk Thijm z.g. ontworpen herkenningsteeken, hun insigne: een schildjen, horizontaal overdekt met het rationale rood-wit-blauw en het pauselijk geel-wit, in smallen band, dwars daarover heen’. Zie het artikel in tijdschrift De Katholiek van 1898.* Het aparte hiervan is dat de R.K. Volksbond ouder is dan de encycliek Rerum novarum van paus Leo XIII, waarin het katholieke sociale beleid uiteengezet wordt Zie het lemma op Wikipedia). De encycliek dateert van 1891, terwijl Jozef Alberdingk Thijm in 1889 overleden is. Ook Joseph Cuypers was betrokken bij de R.K. Volksbond, zoals we bij de retroacta van de JCC hebben uitgelegd (zoekterm postacta).
  • Uit een brief van Delphine aan het adres van het Rijksmuseum blijkt Joseph Cuypers in 1918 daar nog steeds een bureau te hebben: datum poststempel, vrijdag 3 mei 1918. Idem een brief van Michel Cuypers d.d. 1 juni 1918.*
  • JCC v.n. 91, conceptbrief Tweede Pinksterdag 2018: De oudste dochter van Joseph Cuypers, Marguerite, heeft tijdens de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk en Nederland gewonde soldaten verpleegd. Conceptbrief Joseph Cuypers aan pater Herman Ermann s.j. (Fotonummer MG_1132-1133).
  • Uit de stukken blijkt dat Pierre J.J.M. Cuypers in 1914 zijn studie aan de TH Delft niet kon starten, omdat hij gemobiliseerd werd. Na 1918 was dit niet meer in te halen. Nu is eindelijk duidelijk waarom hij niet naar Delft is gegaan (JCC v.n. 81).
  • Fotonummer P1300923, 1915: Pierre J.H. Cuypers schrijft Joseph Cuypers dat hij de plannen voor de kerk van Steenbergen heeft ondertekend. Hij bleef dus tot op hoge leeftijd boegbeeld. Een van de voorwaarden die hij stelde in ruil voor financiële regelingen?
  • JCC v.n. 144: Het Comité Neerlando-Belge d’Art Civique en de wederopbouw van de steden en dorpen in België. Begint hier de belangstelling van Joseph Cuypers voor stedenbouw? De lezing voor de Sorbonne vindt plaats in 1924.* 
  • Delphine is lid van de vrouwelijke vrijwillige landstorm. Is dat al tijdens de Eerste Wereldoorlog of daarna? Het probleem van de brieven van Delphine is dat ze die meestal niet dateert! Als er geen envelop met poststempel is, zijn ze moeilijk te dateren.
  • Joseph ondertekent zijn brieven aan Delphine met Joop! Zoals ook hieronder bij ‘Joopie’ blijkt, was dat zijn eigenlijke roepnaam die alleen door familie en intimi werd gebruikt. Ditzelfde was het geval met zijn peetoom, Jozef Alberdingk Thijm.* Overigens schrijft zijn vader hem nooit anders aan dan als Joseph.
  • JCC v.n. 72: Lezing #terracotta met brief P.F. Martin: typeert Joseph als de eerste die terracotta constructief heeft gemaakt.
  • Joopies dagboek, van zijn moeder Nenny aan haar zus Dora. Geeft een kijkje in de keuken over huiselijke gebruiken en opvoeding. Joseph sprak als kind al Limburgs.
  • Stuk over glas in lood van Joseph Cuypers (getypt). Heeft het over de glazen van Joep Nicolas in de Noordhoekse kerk. Volgens de Tilburgse Wiki uit 1938-1939. Was dit niet eerder? Totaal andere visie dan bij de nieuwe Bavo, waar hij rond dezelfde tijd slaags raakt met dom van der Meij. Interessant om uit te werken.
  • In 1943 maakt Joseph Cuypers een soort reconstructietekeningen van de meubels uit de eerste van zijn vaders atelier voor het museum. Zie v.n. 65, v.n. 68 en v.n. 69.
  • Waarom is Joseph Cuypers zo vaak naar Osnabrück geweest? Daar geven met name de schetsboeken blijk van.
  • Kun je ook een verhaal vertellen over het ordenen? Zeker, want de manier waarop je een collectie aantreft, zegt alles over de archiefvormer.
  • Schetsboekjes gereconstrueerd op basis van formaat, verkleuring, bindgaatjes, thema en/of jaartal. Dat is niet eenvoudig omdat je ervan uit mag gaan dat bladen van hetzelfde formaat in principe tot meer schetsboekjes kunnen behoren. Soms viel dat te achterhalen op grond van de bindgaatjes. Het was te intensief om aan de hand daarvan individuele schetsboeken te reconstrueren, maar het leidde wel tot de omschrijving van een stapeltje van gelijk formaat als ‘schetsboek(en)’.
  • JCC v.n. 39: Album bij gelegenheid van de 12,5 jarige bruiloft van Joseph Cuypers en Delphine Povel, gemaakt door medewerkers van de firma Cuypers & Co en personeel van Architectuur.* Opvallend genoeg is de stijl van de inbreng van het architectenbureau modern en die van de kunstwerkplaatsen ‘ouderwets’ quasi middeleeuws. De twee gezichten van het bedrijf of van Joseph Cuypers?
  • Portretfoto op de deelnemerskaart van Joseph Cuypers voor de wereldtentoonstelling in Brussel in 1910. Herkomst en repro GAR, Joseph Cuypers Collectie. Wat heeft Cuypers & Co toen laten zien?
  • JCC v.n. 36: Receptieboek met handtekeningen aanwezigen tijdens de receptie van de 70ste verjaardag van Joseph Cuypers (met ingenestelde stukken). Verkeerd om: notitieboekje Delphine Cuypers met terugblik op de Tweede Wereldoorlog
  • Het bezoek van Joseph Cuypers aan de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900.
  • Josephs vrouw Delphine Cuypers-Povel als spelverdeler bij onder meer de PR van de firma. Wordt dit beeld bevestigd door andere stukken?
Bronnen
  • Pierre M. Cuypers, ‘CUYPERS – MyHeritage’: Ouders Delphine: Anton Johan Eduard Johann POVEL (24 jan 1827-17 mrt 1894) x Delphine Marie GUILLOT 15 sep 1839-29 jul 1898). Ouders Marie: Michael Anton Ludwig POVEL (22 feb 1834-28 mrt 1902) x Juliette Marguérite GUILLOT (20 jun 1840-20 jan 1907).
  • Gedownload via dbnl.org: http://bit.ly/DeKatholiek-tijdschrift.
  • Fotonummer P1300848.JPG e.v. (Delphine) en P1300782-786.JPG (Michel). Zie de foto’s van het bureau op de beeldbank van het Rijksmuseum, de Rijksstudio.
  • De onderbouwing door middel van gegevens opgeslagen op Evernote en Zotero over dit onderwerp volgen nog.
  • Vergelijk A.J., J.A. Alberdingk Thijm.
  • In de correspondentie die in verschillende nummers binnen de JCC is ondergebracht, wordt het architectenbureau van vader, zoon en kleinzoon Cuypers met Architectuur aangeduid.
Opslagmedium of collectiestuk? Een deel van het bestand aan tekeningen en foto’s van de Joseph Cuypers Collectie is opgeslagen in de omslag van september 1887 van de jaargang 1886-1887 van 'Documents classés de l’art dans les Pays-Bas du Xe au XVIIIe siècle, recueillis et reproduits par J.-J. Van Ysendyck'. Op zich heel interessant, omdat het vol prachtige foto's zit van gebouwen in Vlaamse renaissance die nauwelijks verschilt van de 'Oud-Hollandsche' stijl, waardoor Cuypers senior zich liet inspireren voor zijn profane gebouwen. Foto bvhh.nu 2018.

Opslagmedium of collectiestuk? Een deel van het bestand aan tekeningen en foto’s van de Joseph Cuypers Collectie is opgeslagen in de omslag van september 1887 van de jaargang 1886-1887 van ‘Documents classés de l’art dans les Pays-Bas du Xe au XVIIIe siècle, recueillis et reproduits par J.-J. Van Ysendyck’. Op zich heel interessant, omdat het vol prachtige foto’s zit van gebouwen in Vlaamse renaissance die nauwelijks verschilt van de ‘Oud-Hollandsche’ stijl, waardoor Cuypers senior zich liet inspireren voor zijn profane gebouwen. Foto bvhh.nu 2018.

Over Joseph Cuypers is meer te vinden bij De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M 

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Wat dies meer zij …
  • De gebruiksvoorwaarden van Creative Commons zijn gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.
  • Naar dit item kan bibliografisch als volgt verwezen worden:  Hubar, Bernadette van Hellenberg en Marij Coenen. “Varia deel 2 | Van Nenny, Joseph en Katy & in de JCC”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2019. bit.ly/2U4u4LM-VanHH2Org.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2U4u4LM-VanHH2Org

← Terug naar de hoofdpagina

Retroacta van de Joseph Cuypers Collectie

Retroacta? En postacta? Je leest er meer over na de inhoudsopgave!

Terug naar hoofdpagina


Retroacta | Joseph Cuypers in De Limburger (2016)

Wat retroacta zijn, gaan we je binnenkort uitgebreider vertellen! Hier houden we ‘t er even op dat het een prachtig woord uit de archivistiek is voor de ‘prequel’, de aanloop, wat vooraf ging, de voorgeschiedenis en noem maar op. Als je alleen al denkt aan de nieuwe Bavo, dan is die voorgeschiedenis hier aanzienlijk! Vandaar dat ook Cuypers assortiment aan de inhoudsopgave hierboven is toegevoegd!

Een van de mooiste berichten uit deze retroacta? De reddingsactie van de glasnegatieven. Natuurlijk heeft Museum Cuypershuis vooral getamboereerd op de rol van hun naamgever, maar dat neemt niet weg dat de meeste glasnegatieven uit de periode afkomstig zijn dat Joseph Cuypers aan het roer stond! 

Postacta — Overigens zijn er naast retroacta ook postacta, zoals in het dossier van de lezing voor de R.K. Volksbond te Roermond (1897).* Bij deze gelegenheid hield Joseph Cuypers een pleidooi voor een eigentijds herstel van het gildesysteem. Voor de maatschappelijk geëngageerde katholieken, waartoe Joseph behoorde, zou dat een passend antwoord bieden op de ‘sociale quaestie’ (het opkomende socialisme). Joseph en zijn tijdgenoten gaven hiermee invulling aan de katholieke sociale leer van paus Leo XIII in zijn encycliek Rerum novarum (1891). In de lezing zijn krantenknipsels geplakt over kieswet en kiesgerechtigden. Het bewaarde krantenartikel van na de lezing van 7 februari 1897 heeft titel noch datum, maar kon opgespoord worden via de krantenbank van het archief. Bij de retroacta zitten onder meer het adres (in de zin van oproep) van architecten en het bouwvak aan de gemeente Amsterdam (1893). Bij de postacta het artikel ‘Over Patroonsverenigingen’ van G.W. Konings in De Katholiek van 1898. Joseph Cuypers spreekt in de lezing over zichzelf als een ‘Romundsje jong’; in de krant wordt dit in het Nederlands omgezet! Dat hij van jongs af aan Roermonds sprak blijkt ook uit het dagboek van zijn moeder.*

De Joseph Cuypers Collectie komt met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen en wat dies meer zij

Voor verkorte titels zie de bibliografie.

  • GAR JCC, v.n. 150. “Lezing van den heer Jos. Cuijpers voor de leden van den R.K. Volksbond”. Maas- en Roerbode. 9 februari 1897. GAR, Historische kranten. http://bit.ly/2ZL7XNH-JCC. Zie ook v.n. 151 (vermelding Leo XIII, R.K. Volksbond) en v.n. 22 (R.K. Gildenbond). Een jaar eerder had zijn vader het herstel van het gildesysteem bepleit (lezing Maastricht 1896; zie bibliografie Hubar, Arbeid & Bezieling). Voor meer informatie zie het lemma Rerum novarum op Wikipedia.
  • GAR JCC, v.n. 85. In Varia deel 2 hebben we een apart item over Nenny en haar Roermonds sprekende zonen (ook de vroeg overleden Theo sprak Roermonds).
  • In principe mag iedereen gebruik maken van de gegevens die op deze site staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op deze site. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.
  • Verkorte link: http://bit.ly/2TdS1PN

Terug naar hoofdpagina

 

In het open atelier van de JCC

In het open atelier? Je leest er meer over na de inhoudsopgave!

Terug naar hoofdpagina


*

In het open atelier

Hoe zo open atelier, zul je denken? Tja, we kregen associaties met restauratoren van een kunstwerk die in een glazen ruimte zitten, zichtbaar voor iedereen, geconcentreerd bezig met hun werkzaamheden. Begin dit jaar zag Bernadette dit nog bij de restauratie van het Lam Gods in Gent en sinds kort is een dergelijk ‘aquarium’ ook opgetrokken rond de Nachtwacht in het Rijksmuseum.* Dat leidde tot het idee van dit open atelier. Zie je ons al zitten achter het glas, als in een vissenkom … in het oog van iedereen die wil weten hoe zo’n project zich al doende ontwikkelt? Want hoe gaat dat nou, al schrijvend inventariseren? Of is het al inventariserend schrijven? Het is in ieder geval al werkend denken, zoals je hieronder kunt lezen bij het stukje over de oude orde of oude ordening in de archivistiek.

Vooraf in het kort iets over de varia en prikborden: tijdens het ordenen sla je van alles op om niet te vergeten. Dat zijn de varia die van lieverlee in verhalen uitmonden. Daarnaast zijn er de nota bene’s bij de beschrijvingen van de collectie stukken, waarvan we er een aantal op prikborden hebben geprikt.

Beide categorieën geven een kijkje in de keuken! Wil je weten wanneer Joseph Cuypers nu precies gestudeerd heeft of welke andere banden hij met Delft had, ga dan eens kijken. Heel interessant is ook de ontsluiting van de conceptartikelen en lezingen die hij geschreven heeft. Staat dat in verhouding tot wat vakgenoten deden? Dat kunnen we in dit stadium van het project nog niet vertellen. Maar wie weet …

Al doende | De JCC zit vol met mappen, waarop in het handschrift van Joseph Cuypers aanwijzingen van een oude ordening staan. Foto bvhh.nu 21 september 2018.

De JCC zit vol met mappen, waarop in het handschrift van Joseph Cuypers aanwijzingen van een oude ordening staan. Foto bvhh.nu 21 september 2018.

Oude orde

Bovenstaande foto laat iets van de oude orde in de collectie zien. ‘Oude orde’, zul je denken, ‘Wat is dat?’ De oude orde of oude ordening is een begrip dat zijn entree maakte als gevolg van de ontwikkeling van het vak archivistiek in de negentiende eeuw. Grote namen als die van Victor de Stuers zijn daarmee verbonden; een man waarmee Joseph Cuypers het overigens niet goed kon vinden, ook al was het een van de beste vrienden van zijn vader. De Stuers en zijn medestanders in de archiefwereld geloofden stellig in het concept dat een archief een organisch geheel was: het vormde de weerslag van de organisatie die het had geproduceerd. Men dacht toen vooral in termen van overheidsorganisaties. Het begrip raakte ingeburgerd lang voordat ook familie- en persoonsarchieven hun weg vonden naar de archiefdepots. En sindsdien blijft er discussie of er wel zoiets als een oude ordening bestaat in een collectie als die van Joseph Cuypers. In ons artikel ‘De sortering van het verleden’ gaat Bernadette hierop in met betrekking tot de collectie van Joseph Cuypers.* Inmiddels zijn we, voorjaar 2019, zover met de ordening gevorderd, dat we aan kunnen sturen op een nieuwe invulling van dit begrip.

Je kunt er in de loop van dit jaar meer over lezen in ons E-boek.

Als je meer wilt weten over Joseph Cuypers, dan kun je ondertussen terecht bij de De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Terug naar hoofdpagina

Prikbord met stukken uit de JCC

Joseph Cuypers Collectie: bloedstollend is dat archiefwerk! En af en toe denk ik dat Joseph Cuypers me roept ... Foto's en collage bvhh.nu 2017

Ik meende wel dat Joseph Cuypers me riep, maar Pierre M. Cuypers (III) attendeerde me erop dat dit het handschrift is van zijn vrouw Delphine Povel die hier begon met een brief aan haar zusje Bernadette (zie hieronder). Wat zegt het dat ik dat zelf niet opgemerkt heb, want de handschriften van het echtpaar zijn – na zoveel leeswerk – vertrouwd en goed te onderscheiden. Overigens is het ook prima om geroepen te worden door Delphine. Uit de vele brieven komt ze naar voren als een pittige vrouw. Collage, tekst en foto’s bvhh.nu 2018.

Welkom op dit prikbord!

Zoals op de hoofdpagina uitgelegd maakt het prikbord deel uit van het open atelier van de Joseph Cuypers Collectie. Hier vind je allerlei fragmenten met informatie die te maken hebben met de nota bene’s bij de beschrijving van de stukken uit de Joseph Cuypers Collectie in MAIS-Flexus. Voor een deel moeten deze verder uitgewerkt worden en voor het overige staan ze hier met extra informatie en bronverwijzingen ten behoeve van het E-boek over de inventarisatie en de biografie.

Het gaat om een selectie die we nu al on line zetten. Waarom we dat doen? Omdat we graag ons voordeel doen met de kennis van anderen, dus als je aanvullingen of correcties hebt, heel graag doorgeven via deze link. Denk eraan, dit is een groeidocument: omdat er voortdurend aan veranderd wordt, staan de noten in de hoofdtekst (hieronder) getalsmatig niet in volgorde, maar in de bronnenlijst wel.

De terugkerende aanduiding hieronder van GAR, JCC, v.n. staat overigens voor Gemeentearchief Roermond, Joseph Cuypers Collectie, voorlopig nummer.

__________________

GAR JCC v.n. 200: Bijdragen van Delphine Cuypers-Povel aan de R.K. Vrouwenbond, 1925-1930

Notabene — Voorlopig inventarisnummer (v.n.) 200 in de Joseph Cuypers Collectie betreft een lezing voor de R.K. Vrouwenbond in Roermond en de concept beantwoording van een vragenlijst van waarschijnlijk dezelfde club. De R.K. Vrouwenbond speelde een belangrijke rol bij het klaarstomen van vrouwen voor het kiesrecht vanaf 1919. De lezing van Delphine gaat over de mentale en fysieke opvoeding en morele herbewapening van de mannelijke jeugd en het leger. In het verlengde daarvan bespreekt ze de opleiding van hulpziekenverpleegsters. De tekst zelf heeft geen datum, maar kon via krantenartikelen gedateerd worden op 1925 (#GAR, Historische Kranten, Nieuwe Koerier Maas- en Roerbode 1925-04-18, 1925-04-15, 1925-04-11). Tijdens de lezing zong Delphine verschillende (kinder)liederen en werd ze door de schilder Joan Collette, destijds werkzaam voor de Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co, begeleid op de luit. Op de envelop met de lezing, geadresseerd aan Delphine Cuypers-Povel, staat in het (bejaarde) handschrift van Joseph Cuypers: DCP? Zijn vermoeden blijkt dus inderdaad correct te zijn. De ongedateerde beantwoording van de vragenlijst, waarop in het handschrift van Joseph Cuypers ‘D. Cuypers-Povel’ staat (in potlood), laat zien dat Delphine rechts van het midden stelling neemt in de bandbreedte tussen de katholieke huisvrouw en de moderne werkende vrouw (zie #E-boek). De vragenlijst is vrijwel zeker door de kerk via de R.K. Vrouwenbond verspreid, gelet op het anti-modernistische karakter ervan. Overigens woonde Joan (Sjoan) Collette in die tijd in een van de woonhuizen van het corps de logis van het Cuypershuis (zie GAR JCC v.n. 184 en v.n. 188). 

Delphine Cuypers-Povel in een park of tuin, vermoedelijk in Amsterdam. Screenshot website Cuypershuis, nr 6492. bvhh.nu 2019.

Delphine Cuypers-Povel in een park of tuin, vermoedelijk in Amsterdam of Roermond. Screenshot website Cuypershuis, nr 6492. bvhh.nu 2019.

Delphine Cuypers-Povel, een politiek bewuste vrouw 

Hoe Joseph Cuypers en Delphine Povel elkaar hebben leren kennen, is niet precies bekend, maar het was beslist een ‘match made in heaven’: een goed huwelijk van twee mensen die elkaar tot op hoge leeftijd zeer nabij waren. 

Delphine is zeer aanwezig in de Joseph Cuypers Collectie. Primair door de vele brieven die ze met haar man wisselde als hij weg was. En net zoals zijn vader was Joseph véél weg: allereerst door zijn werkzaamheden die maakten dat hij door het hele land trok, en vervolgens door de vele buitenlandse reizen. Dat reizen sloeg over op de volgende generatie, van wie alleen Yvonne door haar langdurige depressie nauwelijks de grens over is geweest, België uitgezonderd. De brieven van Delphine geven een inkijkje in een familie op stand, waarin kunstzinnigheid en burgerlijkheid (in de goede zin van het woord) hand in hand gingen. 

Wat opvalt is dat Delphine een redelijk zelfstandige vrouw is in de behoudende, anti-modernistische katholieke zuil van de samenleving. Zeker, ze committeert zich aan de geijkte verhoudingen tussen man en vrouw die in haar wereld vanzelfsprekend waren en ook door de katholieke kerk ingeprent werden. Dat geldt navenant voor de visie op de gevaren voor werkende vrouwen en de intellectuele vorming, maar juist op dit laatste punt geeft ze in haar antwoorden op de vragenlijst – haast nolens volens – blijk van eigen inzichten. De manier waarop zij zich manifesteert, verraadt duidelijk de sporen van de eerste emancipatiegolf van de vrouw die bekroond werd met het vrouwenkiesrecht in 1919, waaraan zij in haar lezing refereert. Ze werkte in 1917-1918 actief mee aan de oproep aan de vrouwen in Nederland om een petitie te steunen gericht aan de keizerin van Duitsland ten behoeve van het lot van weggevoerde vrouwen, kinderen en andere burgers uit oorlogsgebieden (GAR JCC v.n. 107). In die tijd was haar dochter Marguerite (1896-1986) in de weer als vrijwillige oorlogsverpleegster in Frankrijk en bij gedetineerde Engelse militairen in Nederland (1916-1917/18). In een van de brieven van Joseph Cuypers aan Yvonne (ongedateerd) vertelt hij dat haar moeder ‘overwerkt’ was: ‘Je kent dat leven hier wel: tuin, huishouden, dienstbode zoeken voor Joopie [de vrouw van Pierre J.J.M.], oefeningen vrouwelijke vrijwillige landstorm, politiek naast vrouwenbond!’ 6

De brief is geschreven in de tijd dat Yvonne in het klooster zat, want Joseph legt uit waarom zij hem nog niet in ‘de spreekkamer’ heeft gezien, de ruimte in het klooster waar familieleden van en door de religieuzen ontvangen werden. Voor de datering van deze brief betekent dit zeer waarschijnlijk 1922. Direct na deze opmerking vertelt Joseph over de ontmoeting met haar tante Jeanne in ‘de spreekkamer’ van het klooster in Velp, waar hij – saillant detail – liggend op de ‘sopha’ jeugdherinneringen met zijn tien jaar jongere schoonzus ophaalt die nog bij hen op de Vondelstraat heeft gewoond.7 Jeanne Povel behoorde tot de Franse onderwijscongregatie van de Dames du Sacré-Coeur, ook bekend als de Société du Sacré-Coeur de Jesus.8 

Drie van de vier zusjes Povel: van links naar rechts Bernadette Veltman-Povel m(1876-1957), Delphine Cuypers-Povel (1868-1948) en Jeanne Povel (1871-1956). Alleen Bébé (koosnaam voor Mathilde Delphine Marie Elisabeth Everard-Povel, 1882-1955) ontbreekt. Zeer waarschijnlijk is de foto gemaakt door hun neef/zoon/neef Charles Cuypers circa 1935; mogelijk in de grote tuin achter het woonhuis aan de Maastrichterweg, net voordat deze verkaveld zou worden voor woningbouw en de - nieuwe - Henri Luytenstraat. Herkomst GAR, JCC, v.n. 199.

Drie van de vier zusjes Povel! Wat lijken ze op elkaar! Van links naar rechts Bernadette Veltman-Povel (1876-1957), Delphine Cuypers-Povel (1868-1948) en Jeanne Povel (1871-1956). Alleen Baby (koosnaam voor Mathilde Delphine Marie Elisabeth Everard-Povel, 1882-1955) ontbreekt. Zeer waarschijnlijk is de foto gemaakt door hun neef/zoon/neef Charles Cuypers circa 1935; mogelijk in de grote tuin achter het woonhuis aan de Maastrichterweg, net voordat deze verkaveld zou worden voor woningbouw en de – nieuwe – Henri Luytenstraat. Herkomst GAR, JCC, v.n. 199.

De R.K. Vrouwenbond en het vrouwenkiesrecht

De lezing van Delphine moet zeker tegen het licht worden gehouden. Passen haar ideeën over de opvoeding van jongens tot mannen en de rol daarbij van een ‘vredeleger’ in de toenmalige tijdsgeest of zijn ze dan al aan de conservatieve kant? En hoe zit het met haar pleidooi voor een opleiding van hulpziekenverpleegsters? Verder moet de vragenlijst die ten grondslag ligt aan haar antwoorden achterhaald worden. Mogelijk via een centraal archief van de R.K. Vrouwenbond die in de jaren ’60 (?) omgedoopt is tot Katholiek Vrouwengilde. De bond werd in 1912 centraal opgericht. Het katholieke dagblad De Tijd meldt:  

dat door elk der Bisschoppen in hun diocees dames zullen worden aangewezen om voor een R. K. Vrouwenbond te gaan werken, dat de R K. Vrouwenorganisatie zal staan op den grondslag der K.S.A. (Katholieke Sociale Actie), doch een zelfstandig lichaam zal vormen, dus in hoofdzaak geheel vrij zal zijn van het Centraal Bureau. Wel zal prof. Aengenent, algemeen Adviseur worden van de Vrouwenorganisatie. De indeeling zal zijn als bij de K.S.A.: er zullen afdeelingen worden opgericht en deze vereenigd in een R. K. Vrouwenbond.9

Uit een eerste speurtocht op Delpher blijkt dat de vroegste vermeldingen van de R.K. Vrouwenbond in relatie staan tot de door de kerk verafschuwde vrouwenemancipatie. Veelzeggend is de speech van ‘den pas benoemden geestelijken adviseur van de op te richten Diocesanen R. K. Vrouwenbond, rector Stroomer’, bij de oprichting van de afdeling Amsterdam, 28 november 1912:

Daarom zijn we hier bijeen. Een R. K. Vrouwenbond zal worden gesticht en Amsterdam zal, zooals ‘t behoort, de eerste afdeeling krijgen. In vele kringen zal het bericht uit de couranten omtrent de oprichting tot verschillende beoordeelingen hebben aanleiding gegeven. Velen zullen geroepen hebben: »eindelijk« ; en zij dachten, dat al ‘t bestaande omvergeworpen zou worden om een nieuwe beweging te beginnen. Dezulken zijn niet vrij te pleiten van overdrijving. Zeker, er is nog een groot arbeidsveld, doch wij zijn verre er van om — zooals in het leelijke boek van Hilda van Suylenburgh gedaan wordt — te denken, dat in deze jaren eerst de vrouwenbeweging begint. Wij kunnen wijzen op een breede schare vrouwen, dié jaren en jaren in alle stilte aan ‘t heil der menschheid werkzaam zijn geweest. Niet echter langs heel de linie zal het»eindelijk« vernomen zijn. Het bericht over de stichting werd gepubliceerd in de dagen, dat de couranten vol stonden met nieuws over het modepaleis van Hirsch. Had dit aanstekelijk gewerkt vroeg men! Gaat men nu een R. K. Vrouwenbond stichten, omdat de vrouwenbeweging »mode« is in onze dagen. Ja, sommigen zagen de rust verstoord reeds door R. K. Kiesrechtjuffers. Neen, de R.K. Vrouwenbond zal niet met geringschatting op het bestaande neerzien. Integendeel. De R. K- Vrouwenbond wil niet met alle energie er naar streven de mode te dienen. Een christelijk feminisme zal hij niet brengen. Hij wil echter de vrouwenbeweging, die in onzen tijd niet te ontkennen valt, langs goede banen leiden en behoeden voor afwijkingen.9

Een van die afwijkingen betrof in 1912 de politiek: ‘Doel is: deelneming der vrouw aan het katholieke leven in den geest van Paus en Bisschoppen, met uitsluiting van alle politieke actie.’9

Een saillant detail is de afkeurende verwijzing naar de feministische roman Hilda van Suylenburg (1897) van Cécile de Jong van Beek en Donk, een van de hoofdpersonen van Elisabeth Leijnse, Cécile en Elsa, strijdbare freules, een biografie (2015). Terwijl Cécile in deze tendensroman die van onvoorstelbaar belang is geweest voor het feminisme in Europa, de barricaden beklimt, kwam haar zus Elsa aan de andere kant van de scheidslijn terecht: zij trouwde met de componist Alphons Diepenbrock, verre neef (via de familie Alberdingk Thijm) en vriend van Joseph Cuypers. Zelf behoorlijk vrij opgevoed, kwam Elsa in een door en door roomse familie terecht; weliswaar een die over de schutting kon kijken, maar toch …10

De afkeuring van de kerk roept de vraag op of Delphine dit boek gelezen zal hebben. Ze was vrijwel zeker aanwezig bij deze bijeenkomst, want in 1912 woonde het gezin nog op de Vondelstraat in Amsterdam; als lid van de familie Povel en de familie Cuypers behoorde Delphine stellig tot de roomse elite van de stad. Uit de bevolkingsregisters kun je opmaken dat ze waarschijnlijk vanaf 1917 in Roermond verbleef: in 1917 en 1918 worden haar dochters Yvonne en Marguerite in Roermond ingeschreven. Op 28 januari 1919 volgt Delphine zelf en pas 2 september 1921 (een etmaal voor hun trouwdag), Joseph. Of Delphine in Amsterdam lid was van de R.K. Vrouwenbond moet nog nagegaan worden. Wanneer ze zich in Roermond aansluit vraagt eveneens nader onderzoek. De Vrouwenbond daar werd begin 1919 opgericht, zoals blijkt uit de publicatie van de akte van dit gezelschap in de Nederlandsche Staatscourant op 22 januari 1919. Al snel blijkt sprake van een actieve vereniging die april dat jaar toetreedt tot de R.K. Diocesane Vrouwenbond. Wat heel opvallend is, is dat de Roermondse club werd uitgezonderd van het verbod op politieke actie: in mei 1919 werd een van de bestuursleden, Mathilde de Haan, door de Katholieke Kiesvereniging (KK) aangezocht als kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen. Zo bizar was de situatie dat een vrouw wel gekozen kon worden, maar niet zelf mocht kiezen. Mathilde de Haan, afgestudeerd en werkzaam als apotheker, was tot haar huwelijk in 1923 lid van de gemeenteraad van Roermond. Aangezien Delphine zeer waarschijnlijk in 1922 lid was van de R.K. Vrouwenbond in Roermond (zie de brief van Joseph hierboven), zal ze haar vrijwel zeker gekend hebben. Het zou interessant zijn om te achterhalen of en wat dit contact heeft gebracht.11 

Toen het kiesrecht voor de vrouw op 27 september 1919 een feit werd, was het helemaal gedaan met het verbod op politieke actie. Dan kunnen de heren clerici er niet langer omheen. Dat deel van het – potentiële – electoraat dat altijd op de achtergrond was gehouden, moest men nu wel serieus nemen en kiesrijp maken; dat wil zeggen, kiesrijp voor de Algemeene Bond van R.K. Kiesverenigingen (toen al bekend onder de naam van R.K. Staatspartij die formeel pas in 1926 werd opgericht)! De R.K. Vrouwenbond lijkt een onmisbaar podium voor deze vorm van missionering te zijn geweest, zoals ook blijkt uit de diocesane richtlijnen van onder meer het bisdom Den Bosch. In Roermond zal dat niet anders zijn geweest, want een van van de krantenberichten over de R.K. Vrouwenbond aldaar uit 1920 betreft nu net politieke vorming. Op 24 november 1920 weet de Limburger koerier te melden:

R.K. Vrouwenbond. — Onze dameskiezers die zich vereenigd hebben in bovengenoemde bond, zullen in geregelde cursussen op de hoogte gebracht worden van Staats- en sociale wetenschappen. Daarom zal mr. Bolsius op Maandag 29 November a s. te 8 1/2 uur nam. In het Christoffelhuis het eerste onderwerp behandelen.12 

Met het oog op de Tweede Kamer verkiezingen van 1922 en de gemeenteraadsverkiezingen van 1923 wilde Roermond er kennelijk op tijd bij zijn. Mr. Frans Jozef Bolsius was overigens niemand minder dan de president van de rechtbank van Roermond, tevens de zoon van de eerste co-architect en buurman van Pierre J.H. Cuypers, A.C. Bolsius, die getrouwd was met M.C.H.J. Stoltzenberg (dochter van de eerste vennoot van Cuypers in de firma Cuypers & Stoltzenberg). Antoine Bolsius werd beschouwd als een ‘neef’, hoewel hij de zoon was van een later huwelijk van Antoon Petrus Bolsius die weduwnaar was van Maria Theresia Cuypers, een tante van Pierre senior.15 De oude Cuypers heeft zijn leven lang contact gehouden met Frans Bolsius. Delphine heeft hem ongetwijfeld via haar schoonvader gekend.

In 1920 mocht de vrouw voor het eerst kiezen. De primeur daarvoor ging naar Maria Elisabeth (Elise) Spauwen-Schrijnemakers, getrouwd met de burgemeester van Gronsveld (onder Maastricht), waar zij op zaterdag 15 mei 1920 (!) bij de gemeenteraadsverkiezingen van Gronsveld haar stem uitbracht.12 Zou de R.K. Vrouwenbond ook hier voor instructie hebben gezorgd?

Terug naar de lezing — In 1925 al blijken stemmen op te gaan om het leger af te schaffen en voelt men de dreiging van een ‘vernielenden maalstroom’ buiten Nederland. Het ‘vrede leger’ moet dienen als ‘levensschool’, in de vorm van een niet al te groot ‘keurkorps’. Delphine vermeldt verder de oprichting van een ‘cursus’ op verzoek van de ‘gewestelijke landstorm commissie’ voor de opleiding van ‘hulpziekenverpleegsters’ voor ‘vredestijd als bij internationale ontwikkelingen’. Dit mislukte bij gebrek aan steun van de ‘toenmalige inspecteur van den landstorm’. Recent vond de oprichting plaats van een ‘voorloopig bestuur […] van eene afdeeling van het roode kruis in Roermond’ met hetzelfde doel. Het Rode Kruis zelf bestond in Roermond al in de negentiende eeuw, dus het gaat specifiek om dit punt. Delphine refereert aan de rampzalige staat van ziekenverpleging tijdens de mobilisatie. Deze belangstelling kwam niet uit de lucht vallen! Haar moeder stond aan de wieg van de katholieke ziekenzorg in Amsterdam en was een van de oprichters van het O.L. Vrouwe Gasthuis; en haar dochter Marguerite was vrijwillige oorlogsverpleegster tijdens de Eerste Wereldoorlog.16

We komen nog terug op de R.K. Vrouwenbond, want er valt waarschijnlijk nog heel wat te achterhalen over de positie van Delphine in de Roermondse afdeling.

Addendum via de sociale media

En toen kwam deze verrassing via Twitter van een specialist vrouwenstudies, Myriam Everard:

Als je het artikel leest blijkt duidelijk dat Delphine in 1922 niet alleen in besloten kring, maar ook in de openbaarheid politieke uitspraken deed over het vrouwenkiesrecht en vrouwelijke vertegenwoordigers in het parlement! 

Voor deze notitie over Delphine en de R.K. Vrouwenbond is een aparte verkorte link aangemaakt: http://bit.ly/2kXgjlM-JCC

Wordt vervolgd!

__________________

Bidprentje Joseph Cuypers met tekst deken van Meerssen

Bidprentje Joseph Cuypers met de tekst van deken H. Steegmans van Meerssen en een foto van Mathieu Koch uit Roermond.14

GAR JCC v.n. 179: Condoleances naar aanleiding van het overlijden van Joseph Cuypers, 20 januari 1949, met algemeen bedankbriefje van Pierre J.J.M. Cuypers, 1949

Notabene — De condoleances zijn onder meer gericht tot Delphine die een paar maanden eerder, 17 oktober 1948, was overleden. Onder de afzenders zitten beroemde, bekende en minder bekende namen die met elkaar een indrukwekkend beeld geven van de uitgebreide vriendenkring en het netwerk van Joseph Cuypers, om de familie niet te vergeten. De lijst is zo groot dat deze apart opgenomen is in het E-boek. Voor de condoleances bij gelegenheid van het overlijden van Delphine zie v.n. 197. 

Noot B&M | Aanvankelijk bevond zich in de JCC een relatief klein bestand aan condoleances. Dat kon aanmerkelijk uitgebreid worden dankzij de nagekomen doos met stukken van Pierre M. Cuypers. Hierin bevindt zich onder meer een pak met condoleances met het overlijden van Joseph Cuypers. Uit een begeleidend briefje van Pierre J.J.M. Cuypers blijkt dat hij deze heeft overgedragen aan Charles. Omdat Pierre J.J.M. ook centraal staat in het eerste segment hebben we ze samengevoegd. Het is namelijk mogelijk, dat er een afsplitsing heeft plaatsgevonden tijdens de verschillende verhuizingen. Het gezamenlijke nummer is onder de rubriek van Pierre J.J.M. Cuypers gerangschikt, ook al is dat in principe in strijd met het herkomstbeginsel; dat schrijft voor dat het tweede cluster onder Charles Cuypers geplaatst zou moeten worden. In het E-boek komen we hierop terug!

Wordt vervolgd!

__________________

GAR JCC v.n. 173: Correspondentie van en aan Joseph Cuypers tijdens zijn studiereis door België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, Oostenrijk-Hongarije, 1884-1885

Notabene —Joseph Cuypers reist voor een deel samen met zijn zus Katrien (Katrina, later Kat(h)y en vanaf 1916 zuster Maria Benedicta bij de redemptoristinnen te Velp). Zie ook de schetsboeken en losse schetsen van die reis: v.n. 17, 31, 41, 42, 47, 58-62, 67; hieruit blijkt dat de studiereis direct begon in Nederland. De brieven aan zijn ouders zijn ondertekend met Joseph. De brieven zijn bij elkaar gehouden in een (hergebruikte) omslag, afkomstig van een van de schetsboekjes (oude ordening). Zie #E-boek: Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect, p. 288.

__________________

GAR JCC v.n. 172: Stukken met betrekking tot de breuk met Frans Stoltzenberg junior, 1892

Notabene — Frans Stoltzenberg junior, zoon en opvolger van François Stoltzenberg met wie P.J.H. Cuypers in 1852 het atelier Cuypers & Stoltzenberg heeft opgericht, licht Cuypers senior op door een eigen bedrijf te beginnen en uiteindelijk met geld van de firma naar Amerika te gaan. Dit betekende het einde van de firma Cuypers & Stoltzenberg en het begin van de Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co. Dit nummer bevat voornamelijk correspondentie hierover tussen Pierre J.H. Cuypers, Delphine Cuypers-Povel en Joseph Cuypers, die de laatste apart heeft gehouden. Het gaat dus om oude ordening. Zie het #E-boek: Hubar, Rien de pareil, deel 1; Schiphorst, Een toevloed van werk, p. 85. Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect, pp. 34-36.

Noot B&M | Het hoofdstuk in Rien de pareil kreeg de veelzeggende subtitel Buddenbrooks revisited. Zeer de moeite waard om te lezen, omdat ook de rol van Joseph Cuypers hierin duidelijk wordt. Vaststaat dat Cuypers senior een buitengewoon eigenwijs iemand was die zowel de raadgevingen van zijn vrouw, zijn zwager als zijn zoon passeerde, met een vertrouwenscrisis en financiële rampspoed als gevolg. Dit verhaal van vaders en zonen, van vertrouwen en bedrog, stond centraal in de Cuypersmusical van Hans van Bergen (tekst) & Hub Boesten (muziek) die in 2007 in Roermond werd uitgevoerd bij gelegenheid van het Cuypersjaar.


In bovenstaand item worden zoon Frans en vader François door elkaar gehaald, maar verder is het een geweldige aanvulling op het verhaal over de familie Stoltzenberg!

__________________

GAR JCC v.n. 164: Correspondentie van (en tussen) Emmy Cuypers-Kneepkens en Charles Cuypers, 1945-1949

Notabene — Betreft onder meer de brieven van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel aan hun schoondochter. Net zoals bij Joseph en Delphine is de correspondentie tussen Charles en Emmy voor een deel gescheiden opgeslagen, hier vooral vanwege de omstandigheid dat zij in de naoorlogse jaren voor een groot deel noodgedwongen apart leefden. Behelst onder meer een brief van Joseph (1945) waarin hij Charles tot ‘archivaris van onze stam’ benoemt. Er blijkt veel contact met zoon Michael te zijn die vanuit de USA postpakketten stuurt. Delphine’s zus Bernadette Veltman-Povel die eerder al in Meerssen ging wonen, was kwartiermaker voor hun verhuizing. Verder zat ook zus Jeanne in de buurt, en wel in het klooster Sacre Coeur bij Vaals (brief aan Charles Cuypers d.d. 26 februari 1948, v.n. 96). Ten slotte verbleef jongste dochter Yvonne in Mariënwaard in Maastricht (GAR, JCC, v.n. 96, brief van Delphine aan Charles, circa 7-11 augustus 1948). Joseph werkt in deze tijd ondanks zijn slechtziendheid aan de restauratie/herbouw van het ‘Kloosterpension’ van de Kleine Zusters van de Heilige Joseph in Meerssen dat hij in 1932 had gebouwd (2010 gesloopt). Zie aanvullend de correspondentie in v.n. 96.

Noot B&M | Wie is Antoinette die voor Joseph en Delphine zorgt in Meerssen, waar ze 28 maart 1945 naar toe verhuizen. De zuster van Delphine, Bernadette Veltman-Povel, heeft gezorgd dat het echtpaar daar terecht kon.1 In de brief van Joseph aan Charles van 7 november 1948 blijkt het om Antoinette Smeets te gaan. Waarschijnlijk de gezelschapsdame van Bernadette na het overlijden van haar man Karel in 1940. Bernadette zelf overlijdt in Meerssen in 1957 en overleeft haar zuster bijna negen jaar.2 Een bijzonderheid of niet, brieven werden in die tijd een paar keer achter elkaar gelezen, zoals Delphine schrijft aan Emmy, zelfs bij de afstand Meerssen-Roermond. Emmy doet na de dood van Joseph in haar brief een boekje open over Marguerite en Pierre die volgens haar liever hebben dat Charles niet terugkomt uit Argentinië (GAR, JCC, 22 januari 1949, v.n. 96).

Uit de briefwisseling tussen Joseph en Michel blijkt dat zijn ouders in december 1940 al van plan waren om naar een ‘klein pension’ te zoeken, waardoor Delphine ontlast zou worden van de steeds meer drukkende huishoudelijke taken. Dat had ook te maken met de inmiddels te hoge kosten van de bewoning van Roerzicht in relatie tot de geslonken middelen van inkomsten (GAR, JCC, v.n. 184).

Voor het ‘Kloosterpension’ zijn verschillende items opgeslagen in Zotero, die nader uitgewerkt worden.3

Wordt vervolgd!

__________________

GAR JCC v.n. 118: Inleiding tot de eisen waaraan een kunstwerk moet voldoen, door Pierre J.H. Cuypers

Notabene — Handschrift Pierre J.H. Cuypers, oorspronkelijk in pen, met later aantekeningen in potlood. Waarschijnlijk gebruikt voor lessen aan de Quellinusschool en/of de Rijksschool voor Kunstnijverheid in het Rijksmuseum te Amsterdam. Thema’s: ‘aesthetica’, ontwerpen op systeem (geometrie, patronen), ‘symmetrie’ en ‘ponderation’, ‘denkbeeld’ en ‘wezen’, ‘Karakter en stijl’, ‘Symboliek’, ‘Het meetkundig geometrische element’, ‘Stijl’, ‘Symbool’, ‘(Ornament) De Versiering’, ‘De Kleuren’. #PM Einddatum bepaald door afscheid Rijksmuseumscholen in 1895 (?) Zie uitnodiging uitreiking oorkonde 1895 in GAR JCC v.n. 93.

Noot B&M | Pierre J.H. Cuypers werd in 1881 benoemd tot docent aan de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers en de Rijksschool voor Kunstnijverheid die na 1885 (?) gevestigd waren op de zolder van het Rijksmuseum. Datum ontleend aan: Cuypers, (toeschrijving), Joseph. “Petrus Josephus Hubertus Cuypers”. Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia 5 (1897): 1–4. http://bit.ly/Architectura-Tresor.

__________________

GAR JCC v.n. 117: Stukken met betrekking tot het rapport over de O.L. Vrouwe Hemelvaart te Heemstede ten behoeve van de liturgische commissie van het bisdom Haarlem, 1925

Notabene — Deze kerk werd ontworpen door Joseph Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers en in gebruik genomen in 1926 (bron: parochiesite). Typologisch vormt het gebouw een hybride tussen de klassieke kruiskerk en de koepelkerk (centraalbouw) met als doel de liturgische betrokkenheid van de kerkganger te vergroten (volkskerk, Liturgische Beweging).

Noot B&M | De parochiesite verwijst naar W. de Groot-Boot, M. Bakker, M. Wagemaker, Onze Lieve Vrouw Hemelvaart, 75 jaar parochieleven aan het Valkenburgerplein, Uitgeverij De Vrieseborgh, Haarlem 2002.
Het lemma op Reliwiki is te globaal om te gebruiken als verwijzing. Daaraan is wel ontleend dat in 2018 besloten is de kerk op termijn buiten gebruik te stellen.

Onlangs zijn twee artikelen verschenen over deze kerk van Gert M. van Kleef en Gerrit Vermeer, welke eerste bezig is met de voorbereiding van een proefschrift over Joseph Cuypers.

Voor het liturgische concept van de volkskerk en de daaruit voortgekomen Christocentrische kerk zie Rackham en Hubar, De Sacramentskerk te Tilburg (2005), pp. 34-46. Voorts Rackham m.m.v. Hubar, De Steentjeskerk te Eindhoven (2019).

__________________

GAR JCC v.n. 113: Stukken met betrekking tot de oprichting van de Bond van Nederlandsche Bouwkundige Vereenigingen en de Bond van Nederlandsche Architecten, met een overzicht van steun betuigende architecten; en van de R.K. Architecten Vakvereeniging, 1898-1933

Notabene — Centrale spelers hierin zijn De Maatschappij ter Bevordering van de Bouwkunst en Architectura et Amicitia. Uiteindelijk leidden deze ontwikkeling tot het ontstaan aan de B.N.A. Bij de ondertekenaars van de oproep tot een Bond van Nederlandsche Bouwkundige Vereenigingen zitten onder meer J.H. Leliman, Eug. Gugel, Henri Evers, W. Kromhout, C.B. Posthumus Meyes (doorgestreept), F.J. Nieuwenhuijs, K.P.C. de Bazel, J.W. Boerbooms, C.A. Huijgen, J.L.M. Lauweriks, J. van Gils, D.A.N. Margadant, L.M. Moolenaar, Nic. Moolenaar, C.W. Nijhoff, W. te Riele, J.A.G. van der Steur, Jac. van Straaten, Joseph Cuypers, W.C. Deenik junior (toegevoegd in handschrift JC) (zie artikel David Mulder Cuypersbulletin), J.G. van Gendt (toegevoegd in handschrift JC), D.J. Nijland (toegevoegd in handschrift JC). De R.K. Architecten Vakvereeniging lijkt een initiatief van Joseph Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (tweespalt standsorganisatie en vakorganisatie).

Noot B&M | Lijst nog completeren met namen, functies en de relatie tot Joseph Cuypers.

__________________

GAR JCC v.n. 109: Stukken met betrekking tot modernisering van het Bernulphusgilde

Notabene — Met onder meer statutenwijziging 1896 (reacties van Jan Brom, Hendriks van der Geld, Nics Molenaar, M. Maarschalkerweerd, Hermans Smits Eindhoven). Violier; K.S.A. Het Bernulphusgilde (1869) had als doel om de clerus te sensibiliseren voor historische en eigentijdse kerkelijke kunst en architectuur. De oprichter, monseigneur G.W. van Heukelum, deed dat door middel van bijeenkomsten met lezingen, excursies en de uitgave van een eigen tijdschrift, Het Gildeboek. Aanvankelijk was het lidmaatschap beperkt voor de clerus. Vanaf medio jaren 1880 werd de vereniging opengesteld voor leken. Joseph Cuypers en zijn vriend Antoon Derkinderen werden in 1888 lid.

Noot B&M | Herkomst: Wikipedia. Hubar, De nieuwe Bavo, pp. 54, 56.

Nog uitzoeken: K.S.A.

__________________

GAR JCC v.n. 1: Schetsboek België, Nederland, Engeland, Duitsland. België: Montjoie, Weismes, Visé Haute. Nederland: Haarzuylens, Zutphen, Denekamp (Wolter te Riele), Vondelstraat Amsterdam, Beverwijk (1914-1915), Meerssen Tweebruggen (1945). Engeland: W.F. Dixon Londen. Duitsland: München, 1914-1945

Notabene — Schutblad: Jos Cuypers. BNA. C.B.Ing. Vondelstraat 77 Amsterdam APRIL – 1914 / Joh. Van Oostveen (?). W.F. Dixon, glazenier van de Voorhal van het Rijksmuseum (1848-1929). Door papierschaarste Tweede Wereldoorlog hergebruikt.

Noot B&M | Kennelijk hielden de architecten Cuypers, of in ieder geval Joseph, contact met Dixon na de glazen die hij leverde voor het Rijksmuseum.

Kennisgeving van de opheffing van de VOF Cuijpers & Co te Roermond tussen P.J.H. Cuypers en J.Th.J. Cuypers op 1 februari 1912. Foto Marij Coenen 2018.

Kennisgeving van de opheffing van de VOF Cuijpers & Co te Roermond tussen P.J.H. Cuypers en J.Th.J. Cuypers op 1 februari 1912. Joseph zet de ‘de zaken der vennootschap onder denzelfden firmanaam’ voort. Een jaar later, 1913, komt er een nieuwe vennootschap van Joseph en zijn zoon Michael Cuypers die tot circa 1920 blijft bestaan.4 Foto Marij Coenen 2018.

Zoals we hierboven hebben aangegeven gaat het om een uitdijende selectie die als gevolg van voortschrijdend inzicht telkens aangepast wordt. Mocht je bezig zijn met onderzoek of de voorbereiding van een lezing of artikel en feedback willen geven of meer informatie willen hebben, dan kun je ons mailen via postvanhellenberghubar@gmail.com.

Naar dit item kan verwezen worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. “Prikbord met stukken uit de JCC”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2018-2019. bit.ly/2BH5fP1-VanHH2Org.

Wij delen graag, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.5

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

Wordt vervolgd!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De verkorte titels in de tekst hierboven verwijzen naar de bibliografie van de Joseph Cuypers Collectie en/of van de integrale website.

  1. GAR JCC v.n. 164 en 96. Precieze verwijzing verifiëren. Voor de datum van vertrek naar Meerssen zie GAR JCC v.n. 36.
  2. Cuypers, Pierre M. “CUYPERS – MyHeritage”. MyHeritage, 2018-2019. http://bit.ly/2OGqofQ-JCC. Delphine Cuypers-Povel overlijdt 17 oktober 1948 en Bernadette Veltman-Povel 7 juli 1957.
  3. Zotero is een gratis referentiemanager, waarin literatuur en andere verwijzingen inzake dit project zijn opgeslagen. Voor meer informatie volg deze link. Te zijner tijd komt de deelverzameling met betrekking tot dit project on line: Joseph Cuypers Collectie (zoektermen klooster, Meerssen).
  4. Toepasselijke nummers in GAR JCC nog opzoeken. 
  5. In principe mag iedereen gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op deze site. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.
  6. Voor de vrijwillige landstorm zie dit lemma op Wikipedia, waarin overigens niets over de vrouwelijke tak wordt vermeld.
  7. GAR JCC v.n. 91, VanHH.org-fotonrs P1300794-P1300796. De bewoningsgeschiedenis van Joseph en Delphine is tamelijk complex en komt vanwege de plaatsen waar de JCC zich heeft ontwikkeld, uitvoerig ter sprake in het E-boek. Wat betreft Amsterdam is het echtpaar begonnen op een appartement in Oud Leyerhoven II, een pension dat ontworpen is door Joseph Cuypers op de hoek Tesselschadestraat 13-Vondelstraat 9: er heeft daar nog een interne verhuizing plaatsgevonden van Tesselschadestraat 13 naar Vondelstraat 9. Daarnaast was Delphine met haar kinderen in de zomer vaak op Hilverheuvel in Hilversum, het zomerverblijf van de familie Povel.
  8. GAR JCC v.n. 91, VanHH.org-fotonrs P1300794-P1300796. Ibidem v.n. 90, en 164 (voor de laatste zie hierboven). Voor zover tot dusver (augustus 2019) uit de briefwisseling opgemaakt kan worden, heeft soeur Jeanne Povel als lid van de congregatie La Société du Sacré-Cœur de Jésus (kortweg Sacre Coeur) gewoond in de huizen van Sacre Coeur in Jette (bij Brussel) rond 1902 (als novice; ze was een late roeping met haar 31 jaar), in Velp rond 1922 en in Vaals na de Tweede Wereldoorlog. Haar brieven vallen op door een zakelijke, levendige schrijfstijl met nauwelijks religieuze overpeinzingen. Vergelijk onder meer v.n. 90, VanHH.org-fotonummers P1310473-479.JPG: Jeanne Povel aan Joseph en Delphine Cuypers-Povel, 21 juli 1902, aan Delphine waarbij Jeanne Joseph en Delphine vraagt om erbij te zijn als zij geprofest wordt (het habijt aanneemt) bij La Société du Sacré-Cœur de Jésus (kortweg Sacre Coeur). Ze vertelt ook dat ze er nog altijd van overtuigd is, dat dit voor haar de goede weg is. Ze vermeldt ene Antoinette, mogelijk dezelfde persoon die in 1945 helpt bij de verhuizing naar Meerssen en daar mogelijk de gezelschapsdame is van Bernadette Veltman-Povel. Na Hilverheuvel was het Cuypershuis in Roermond – bij Pierre J.H. Cuypers – het zomerverblijf van Joseph en Delphine. Wat betreft Sacre Coeur zie “Sacre Cœur Vereniging Nederland (S.C.V.) – Geschiedenis”. Sacre-coeur.nl. Geraadpleegd 4 augustus 2019. bit.ly/2GL01UK-JCC.
  9. “NED. R.K. VROUWENBOND.” De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad. 13 november 1912, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2zePnBw-JCC. “STADSNIEUWS. R.K. Vrouwenbond.” De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad. 29 november 1912, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2NyTWyV-JCC. Rector Stroomer is vrijwel zeker Petrus Stroomer (1861-1929), de latere deken van Amsterdam, die van 1910 tot 1913 rector was van Joannes de Deo te Amsterdam. 
  10. Leijnse, Elisabeth, Cécile en Elsa, strijdbare freules, een biografie, Amsterdam 2015. In de JCC bevinden zich verschillende stukken van en over Diepenbrock en zijn dochters (GAR JCC v.n. 73, 142, 153, 192, 199). Voor de invloed van dit boek zie onder meer het lemma ‘Hilda van Suylenburg’ op Wikipedia.
  11. Hubar, Rien de pareil, deel 2, pp. 227-229, onder verwijzing naar GAR I.5. Bevolkingsregisters, inv.nrs 3861 pp. 167 en 172, en 3879, p. 127. Bevolkingsregister Amsterdam Gezinskaarten: NL-SAA-2118784. “Provinciaal Nieuws. R.K. Dioc. Vrouwenbond”. Nieuwe Venlosche courant. 15 april 1919, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2NCymtm-JCC. De Roermondse R.K. Vrouwenbond werd ingeschreven in de Staatscourant in januari 1919: “MEDEDEELINGEN VAN VERSCHILLENDEN AARD.” Nederlandsche staatscourant. 22 januari 1919, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2ZjdTkz-JCC. Roos, Jan de. “Haan, Mathilda Alexia Frederica Hubertina”. ING Project. Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, 30 mei 2017. http://bit.ly/2QhYTz4-JCC (nog toevoegen aan bibliografie). 
  12. “Politiek en R.-K. Vrouwenbond”. Eindhovensch dagblad. 8 maart 1919, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2MGrrQ6-JCC.  “Nagekomen Nieuws. Maastricht R.K. Vrouwenbond. Roermond R.K. Vrouwenbond.” Limburger koerier: provinciaal dagblad. 24 november 1920, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/344FKDu-JCC (Maastricht: juridische positie van de vrouw. Roermond: kiesrecht). Zie verder de lemma’s Vrouwenkiesrecht en Algemeene Bond van RK-kiesverenigingen op Wikipedia.
  13. Voor Frans J. Bolsius zie het betreffende lemma op Wikipedia. Voorts Linssen, G. (2013) “Mr. Frans Bolsius, politicus en president (1911-1939)” in Berkvens, A.M.J.A. et al. Rechtspraak in Roermond: van Soevereine Raad naar Rechtbank Limburg (1580-2012). Hilversum: Verloren. ISBN 978-908704-351-3. pp. 165-167 (nog toevoegen aan de bibliografie van de JCC).  Bij gelegenheid van zijn benoeming tot president van de rechtbank ontving Bolsius van de oude Pierre een beschilderd paneel met een persoonlijke opdracht aan de achterkant. Dit paneel is in particuliere handen.
  14. GAR JCC v.n. 96, brief van Emmy Cuypers-Kneepkens aan Charles Cuypers d.d. 22 januari 1949: het portret is gemaakt door fotograaf Mathieu Koch in Roermond, de tekst is geschreven door deken H. Steegmans van Meerssen. De collectie van Mathieu Koch berust bij het GAR.
  15. A.C. Bolsius (1830/1839-1874) was een zoon uit het derde huwelijk van notaris Antoon Petrus Bolsius uit Den Bosch die weduwnaar was van Maria Theresia Cuypers (1787-1820), een tante van Pierre. Ontleend aan Schiphorst, Toevloed van werk, pp. 72; 76 ; 174-175; 184; 186; 188; 217; 296. Schiphorst vermeldt dat hij overleed in 1874 en geboren is in 1830. Volgens het bevolkingsregister van Roermond is Antoine Bolsius geboren in 1839. Zie Hubar, Rien de pareil, deel 1, p. 167.
  16. Voor Marguerite Cuypers als vrijwillige oorlogsverpleegster zie de conceptbrief van haar vader aan pater Herman Ermann sj, d.d. 20 mei 1918,  in GAR JCC v.n. 90. Voor haar grootmoeder, Delphine Marie Povel-Guillot zie Eijt, José. Religieuze vrouwen: bruid, moeder, zuster: Geschiedenis van twee Nederlandse zustercongregaties, 1820-1940. Hilversum: Verloren, 1995. http://bit.ly/2rsiyR0-JCC (nog opnemen in de bibliografie).

Over Joseph Cuypers is nog meer te vinden bij De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

Verkorte links:

  • Verkorte link van deze pagina: bit.ly/2BH5fP1-VanHH2Org
  • Verkorte link van de notitie over Delphine Cuypers-Povel en de R.K. Vrouwenbond http://bit.ly/2kXgjlM-JCC

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Joseph Cuypers Collectie bibliografie

Bij dit project is gekozen voor een aparte bibliografie on line ter ondersteuning van de verschillende blogs et cetera. De bronnen zijn deels opgemaakt met Zotero en deels afkomstig uit oudere bibliografieën, zoals die van De genade van de steiger en De nieuwe Bavo te Haarlem. Vandaar dat bij enkele titels vooralsnog alleen een * staat om aan te geven dat het betreffende werk on line te vinden is.

Joseph Cuypers Collectie bibliografie | De betreffende collectie op het gemeentearchief van Roermond bestaat niet alleen uit archiefstukken, maar ook uit ontwerpen, topografische tekeningen, foto’s en boeken. Foto bvhh.nu 2018.
De Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond bestaat niet alleen uit archiefstukken, maar ook uit ontwerpen, topografische tekeningen, foto’s en boeken. Foto bvhh.nu 2018.

Titels

Om snel door de titels heen te gaan gebruik Ctrl F of Cmd F!

  • “Alfred Tepe”. Wikipedia, 31 oktober 2015. bit.ly/2y87xoq-Wikipedia.
  • “Directeuren en leraren van 1843 tot 1946 (Rolduc)”. DocPlayer, 2018. bit.ly/2WLbkCv-JCC.
  • “Friedrich Wilhelm Mengelberg”. Wikipedia, 14 november 2017. bit.ly/2y5dQc7-Wikipedia.
  • “Lambert von Fisenne”. Wikipedia, 30 augustus 2018. http://bit.ly/2Ox5X99-Wikipedia.
  • “Lezing van den heer Jos. Cuijpers voor de leden van den R.K. Volksbond”. Maas- en Roerbode. 9 februari 1897. GAR, Historische kranten. http://bit.ly/2ZL7XNH-JCC.
  • OUD LEYERHOVEN.” Algemeen Handelsblad. 4 februari 1885, Avond druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2LZBvT1-JCC.
  • “Parochie Twente, Sint Stephanus in Bornerbroek”. SintMarcellenus.nl, 2016. bit.ly/2Ii4ZaV-Kropholler.
  • “Parochieblad Sint Martinus Beek, juli 2017”. MartinusBeek.nl, 2017. http://bit.ly/2Pk0rDI-Evernote.
  • “Platform Groen Erfgoed”. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 16 april 2014. bit.ly/2y5vInx-RCE.
  • “St. Erfgoed St.-Martinuskerk Beek « St.-Martinusparochie Beek”. Geraadpleegd 4 september 2018. bit.ly/2y5efLF-Martinuskerk.
  • “Studenten almanakken | Delftsche Studenten-Almanak”. tresor.tudelft.nl, 1851-1951. bit.ly/2n1rbj1-JCC.
  • A.J. (K.J.L. Alberdingk Thijm, pseudoniem Lodewijk van Deyssel), J.A. Alberdingk Thijm, Amsterdam 1893.
  • Aardweg, H.P. van den, Hüllstrung, J.P.J.C., H. Brugmans, en N. Japikse. “Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Nederlanders en hun werk.” Huygens ING | KNAW, 1938. http://bit.ly/2larOG5-JCC (zoekterm Cuypers).
  • Bakker, M.S.C. “Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel VI, Zutphen 1995.” DBNL, 2009. http://bit.ly/2kZ7zHp.
  • Berens, Hetty, Jan Bank, Wilfrid van Leeuwen e.a. P.J.H. Cuypers (1827-1921): het complete werk. Rotterdam: NAi Publishers, 2007.
  • Berlage, H.P. “Iets over Gothiek”. Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia 3 (1895): 70–71, 72–73, 74–75, 76, 86-87.
  • Bock, M., Anfänge einer neuen Architektur, Berlages Beitrag zur architektonischen Kultur der Niederlände im ausgehenden 19. Jahrhundert, Den Haag/Wiesbaden 1983.
  • Bosch, Mineke, Aletta Jacobs 1854-1929, Amsterdam 2005.
  • Broeke, van den, Leonardus (L.v.d.B.). “Bij dr P.J.H. Cuypers”. De Tijd, Godsdienstig-Staatkundig Dagblad, 15 mei 1917. http://bit.ly/2O9nBMT.
  • Brood, Paul, red. Respect voor de oude orde: honderd jaar Vereniging van Archivarissen in Nederland. Stichting Archiefpublikaties. Uitgeverij Verloren, 1991. http://bit.ly/2GqwJMH.
  • Cuypers, Joseph Th.J. No. 23 BESTEK en VOORWAARDEN WAARNAAR zal worden aanbesteed, voor rekening van den Heer P. J. H. CUYPERS, Architect te Amsterdam HET BOUWEN VAN 4 HEERENHUIZEN in één blok, aan de Vondelstraat te AMSTERDAM, MET DE LEVERANTIE VAN alle MATERIALEN en ARBEIDSLOONEN VOLGENS ONTWERP van den Architect, Civiel-Ingenieur JOSEPH TH. J. CUYPERS. 1ste dr. z.pl. (Amsterdam), z.j. (GAR, JCC bibliotheek).
  • Cuypers, (toeschrijving), Joseph. “Petrus Josephus Hubertus Cuypers”. Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 5 (1897): 1–4. http://bit.ly/Architectura-Tresor
  • Cuypers, (toeschrijving), Joseph. Gedenkschrift bij de Onthulling van het Gedenkteken voor Dr. P.J.H. Cuypers nabij de Munsterkerk te Roermond op den 103den verjaardag zijner geboorte aangeboden door de NV Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co 16 Mei 1930. Roermond, 1930.
  • Cuypers, Joseph (toeschrijving), ‘Petrus Josephus Hubert Cuypers’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 5 (1897), pp. 271-272.
  • Cuypers, Joseph Th.J. “Biographie (typoscript van levensdata)”, 1932-1927. GAR, Joseph Cuypers Collectie (voorl.nr volgt).
  • Cuypers, Joseph Th.J. “Symboliek aanteekeningen 1915 november studie (handschrift van een lezing)”, 1915. GAR, Joseph Cuypers Collectie(voorl.nr volgt).
  • Cuypers, Joseph Th.J. “De huizen aan het Leidsche Boschje”. Amstelodamum, orgaan van het Genootschap Amstelodamum, (Delpher Koninklijke Bibliotheek), 4 (1917): 4–5. http://bit.ly/2J1XXsD-JCC.
  • Cuypers, Joseph Th.J., en A. van de Pavert. “Portret van Josephus Albertus Alberdingk Thijm, Joseph Theodorus Johannes Cuypers, after A. v.d. Pavert, 1889”. Stichting Het Rijksmuseum, 1889. http://bit.ly/2NPamQC-Rijksmuseum.
  • Cuypers, Joseph, ‘Van hedendaagsche bouwkunst in ’t algemeen en de kathedraal van Sint Bavo in ’t bijzonder.’, in: Van Onzen Tijd 7 (1906-1907), pp. 1-16; 100-116 (i.h.b. p. 3 en p. 103): http://bit.ly/Bavo2all
  • Cuypers, Pierre J.H. In Memoriam – Antoinette Cathérine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm (1829 – 1859 – 1898). Collectie on line Cuypershuis. Amsterdam: H.J. Koersen, 1915. http://bit.ly/2WeHbLx-JCC.
  • Cuypers, Pierre M. “CUYPERS – MyHeritage”. MyHeritage, 2018-2019. http://bit.ly/2OGqofQ-JCC.
  • Cuypers, Pierre J.H. “De Heilige Linie”. In De Heilige Linie, proeve over de oostwaardsche richting van kerk en autaer als hoofdbeginsel der kerkelijke bouwkunst, xiv–xvi. Sterck, J.F.M., red., J.A. Alberdingk Thijm, werken IV, kunst en oudheidkunde I. Amsterdam/Den Haag: C.L. van Langenhuysen, Martinus Nijhof, 1909. http://bit.ly/Thijm-HeiligeLinie-Kompozitie.
  • Dukker, fotograaf, G.J. “Willemsparkweg 50 Amsterdam, architect Joseph Th.J. Cuypers in opdracht van kerkschilder Jan Dunselman (1885; 1889)”. Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 1998. http://bit.ly/2t5F953.
  • Eggenkamp, Wim, ‘Restauratie Kathedrale complex van Sint Bavo halverwege’, in: Haerlem Jaarboek 2014, Haarlem 2015, pp. 133-179.
  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marike van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997.
  • Gemeentearchief Roermond te Roermond”. Archieven.nl. Geraadpleegd 8 september 2019. http://bit.ly/2lKmLfN-JCC.
  • Goelema, W.E. “De Handleiding: nieuwlichterij of codificatie?” In Respect voor de oude orde: honderd jaar Vereniging van Archivarissen in Nederland, 61–72. Stichting Archiefpublikaties. Hilversum: Uitgeverij Verloren, 1991. http://bit.ly/2GqwJMH.
  • Glastra van Loon, Feico P. A Protestant Church. (in eigen beheer), 1951. http://bit.ly/2LdR8p0-JCC (Wel de vermelding gevonden op Google boeken, maar nog niet het boek zelf opgespoord). 
  • Goossens, Th., ‘Een Roomsche Academie’, in: Gildeboek 7 (1924), pp. 68-69 op Bibliodoc.
  • Heijden, Marien van der. “BERLAGE, Hendrik Petrus | BWSA”. BWSA | Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, 1995-2003. http://bit.ly/2LxeM1E-JCC.
  • Heijenbrok, Jacqueline, Guido Steenmeijer, Katrien Timmers, en Cor Bouwstra. Tien eeuwen Kasteel de Haar: wat een weelde. Zwolle: WBOOKS, 2013.
  • HNI/Nai. “CUBA Bureau Cuypers / Archief”. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, 1851-1958. http://bit.ly/2DsrmcB-Cuypers.
  • HNI/Nai. “CUCO Kunstwerkplaats Cuypers & Co. / Archief”. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, ca. 1851-1957. http://bit.ly/2DqORCU-Cuypers.
  • HNI/Nai. “CUYP Cuypers, P.J.H. , J.Th.J. & P.J.J.M / Archief”. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, 1851-1958. http//bit.ly/2DrRbcU-Cuypers.
  • Hoefnagel, Sam, Besprekingen van inventarissen in recensies in het Nederlandsch Archievenblad tussen 1898-1995, Amsterdam 2011.
  • Horsman, P.J., F.C.J. Ketelaar en Th.H.P.M. Thomassen, Tekst en context van de ‘Handleiding voor het ordenen en beschrijven van archieven’ van 1898, Hilversum 1998. |  http://bit.ly/29dZ4ns
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. ISBN 978-90-820976-2-7. http://bit.ly/VanHH-LauElKat-download 
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Ambassadeur voor Cuypers’ glasnegatieven”. if then is now, 2017. http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg (en Marij Coenen). De nieuwe Bavo te Haarlem: ad orientem – gericht op het oosten. Zwolle; Haarlem: Wbooks ; Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, 2016.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘De nieuwe Bavokathedraal te Haarlem. Het boek dat tijdens de restauratie geschreven werd’, op: ifthenisnow.eu, http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo (2015).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Angélique Friedrichs, en G. W. C. van Wezel. De genade van de steiger. Monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum. Amersfoort-Zutphen: Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Walburg Pers, 2013.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 1 de stad in het klein, Ohé en Laak 2007. http://bit.ly/Cuypershuis-Cassette
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 2 Icoon van de natie, Ohé en Laak 2007. http://bit.ly/Cuypershuis-Cassette
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Archief Joseph Cuypers naar het Gemeentearchief van Roermond”. VanHellenbergHubar.org (blog), 28 januari 2016. http://bit.ly/1SlJIwW
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. “De sortering van het verleden. De archiefcollectie van Joseph Cuypers bij het gemeentearchief van Roermond”. Spiegel van Roermond 25 (2017): 100–107.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Joseph Cuypers in De Limburger”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2016. http://bit.ly/1PHUJ7J
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette C. M. van. Arbeid en Bezieling: de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum. Nijmeegse kunsthistorische studies, d. 3. Nijmegen: Nijmegen University Press, 1997.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Ambassadeur voor Cuypers’ glasnegatieven”. if then is now, 2017. http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Grafmonument familie Cuypers te Roermond (2005)”. VanHellenbergHubar.org, 14 maart 2015. http://bit.ly/1PHUGJ4
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Don Rackham. Het familiegraf van Pierre J.H. Cuypers. Cultuurhistorische analyse met waardenstelling. 1ste dr. Ohé en Laak/Horn: Res nova-VanHH.org, 2005. http://bit.ly/2jT4LM3-Cuyperiana.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Kunst in Breda”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2016-2017. http://bit.ly/KunstinBreda-VHHorg.
  • Kalf, Jan, ‘De bouwmeester Joseph Cuypers’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 18 (1908), pp. 360-375.
  • Kalf, Jan. “Vierde jaarverslag van den Katholieken Kunstkring De Violier”. Van Onzen Tijd [volgno 2], (Delpher Koninklijke Bibliotheek), 6 (1905 1906): 130–43. http://bit.ly/2HXGOz9.
  • Keuller, J.M.L. “Levensbericht van Mgr. Dr. W. Everts | Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde”. DBNL, 1905. http://bit.ly/2NuOhbx-JCC
  • Keuning, David. Bouwkunst en de Nieuwe Orde: collaboratie en berechting van Nederlandse architecten 1940-1950. Nijmegen: Vantilt, 2017.
  • Klip, Ronald. “Nieuw Leyerhoven, Vondelstraat 73-75 – Amsterdam 1850-1940”. 020apps, 2017. http://bit.ly/2p2cvRS-JCC.
  • Klip, Ronald. “Oud Leyerhoven II, Tesselschadestraat 31 – Amsterdam 1850-1940”. 020apps, 2017. bit.ly/2os3x0m-JCC.
  • Kramer, Thijs. “Hubert Cuypers (1873-1960). Missa in honorem Sanctissimae Trinitatis Op. 5”. Vocaalensemblefioretto.nl, z.j. http://bit.ly/2lbAxYE-JCC.
  • Krogt, van der, Peter, en René van der Krogt. “Roermond – Pierre Cuypers”. vanderkrogt.net, 2008. http://bit.ly/2kCF68w
  • Krol, Hans. “Leo Tepe Van Heemstede (1842-1928)”. Librariana (blog), 24 september 2012. bit.ly/2sY5mBh-Krol.
  • L.v.d.B. (=Leonard van den Broeke), “AMSTERDAM Ir. Joseph Cuypers gehuldigd.” De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad. 29 juni 1931, Avond druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2hZFnH3-JoCuy.
  • Lankhorst, Otto, Door Timmerman en Katholiek Documentatie Centrum, red. Bibliografie van katholieke Nederlandse periodieken. Vol. 2. KDC sleutels 4. Nijmegen: Valkhof Pers, 2008. http://bit.ly/2jA0qz3-Evernote.
  • Leeuwen, A. J. C (Wies) van. Alberdingk Thijm, bouwkunst en symboliek. Ohé en Laak: Cuypers Genootschap, 1989. http://bit.ly/2retpLg-VanLeeuwen.
  • Leeuwen, A. J. C. (Wies) van. Pierre Cuypers, architect (1827-1921). Cultuurhistorische studies. Zwolle : Amersfoort/Zeist: Waanders ; Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, 2007.
  • Leeuwen, Y. M. van, Olga Minkema, K. van Dooren, P. te Winkel, en Chr. Dols. “AR-Z020 Archiefinventaris Clarissen-Capucinessen (Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven)”. Archieven.nl, 2018. http://bit.ly/2YP759C-JCC.
  • Leijnse, Elisabeth, Cécile en Elsa, strijdbare freules, een biografie, Amsterdam 2015.
  • Linssen, G.C.P. In het teken van werk. De ingebruikname van de Teekenschool te Roermond door de LWV. Roermond: Limburgse Werkgeversvereniging/LWV, 1996.
  • Looyenga, A.J. “Cuijpers, Josephus Theodorus Joannes (1861-1949)”. Huygens ING | KNAW, 12 januari 2015. http://bit.ly/2wPtyG2
  • Mieras, Mark, Ben ik dat? Wat hersenonderzoek vertelt over onszelf, Amsterdam 2010.
  • Nai, ‘Op zoek naar een eigen stijl. Archief van J.Th.J. (Joseph) Cuypers ontsloten’, op: nai.nl, http://bit.ly/29BIIYq (z.j.).
  • Redactie (Nic. Molenaar junior?) en Jan Stuyt. “Themanummer Joseph Cuypers 70 jaar”. Van Bouwen en Sieren. Veertiendaagsch-Tijdschrift Officieel Orgaan van de groepen Bouwkunst en Beeldende Kunst der Algem. R.K. Kunstenaars-Vereeniging, 1931. GAR, Collectie Joseph Cuypers.
  • Rackham, Don, en Bernadette van Hellenberg Hubar. De Sacramentskerk te Tilburg. Waardenstellend onderzoek. Erfgoed in ontwikkeling. Ohé en Laak: Res nova, 2005. http://bit.ly/2AsiWkc.
  • Rackham, Don. De Steentjeskerk. Cultuur- en bouwhistorisch onderzoek Antoniusstraat 5-9 te Eindhoven. Echt, 2019.
  • Reliwiki. “,s-Hertogenbosch, Jeroen Boschplein 2 – Sint Jacobskerk (1907 – 2002) – Reliwiki”, 2018. http://bit.ly/2N4xgqx.
  • Rilke, Rainer Maria, Susan Ranson en Ben Hutchinson. Rainer Maria Rilke’s The Book of Hours. A New Translation with Commentary. Camden House, 2008. http://bit.ly/2DXVSvV-nBavo.
  • Roon, Marike van. Goud, zilver & zijde: katholiek textiel in Nederland, 1830-1965. Zutphen: Walburg Pers, 2010. http://bit.ly/1yR4eyV.
  • Sacre Cœur Vereniging Nederland (S.C.V.) – Geschiedenis”. Sacre-coeur.nl. Geraadpleegd 4 augustus 2019. bit.ly/2GL01UK-JCC.
  • Schiphorst, Lidwien. “Een toevloed van werk, van wijd en zijd”: de beginjaren van het Atelier Cuypers – Stoltzenberg, Roermond 1852 – ca. 1865. Nijmeegse kunsthistorische studies 13. Nijmegen: Univ. Press, 2004.*
  • Stuers, V. de, en Pierre J.H. Cuypers. Het Rijks-Museum te Amsterdam. Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1898.
  • Thompson, M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898.
  • Timmermans, Huub, Margaret Timmermans, en Elly van Rooden. “125 jaar Sint Urbanuskerk – Nes aan de Amstel 1891 – 2016 – jubileumkrant”. UrbanusparochieNes.nl, 2016. http://bit.ly/2ukgf1l, http://bit.ly/2jATu2P-Evernote.
  • Visser, Ellen de. “75 jaar oorlogsherinneringen”. De Volkskrant, 7 september 2019. http://bit.ly/2k86sJx-Evernote.
  • Vries, Yvonne de. “Antoinette Cuypers-Alberdingk Thijm, 1829-1898”. Spiegel van Roermond. Jaarboek voor Roermond. Uitgave van de stichting RURA 3 (1995): 99–108.
  • Wikipedia. “Jules Jacques Van Ysendyck”. Wikipedia, 28 februari 2018. http://bit.ly/2ISPCFG.
  • Weers (repro), C.G. “Reproductie van een fotoportret van P.J.H. Cuypers (1858)”. Collectie online gemeente Roermond, 1927. http://bit.ly/2jfuRuW
  • Wezel, G.W.C. van. Jan Toorop: zang der tijden. [Den Haag] : Zwolle: Gemeentemuseum Den Haag ; WBOOKS, 2016.
  • Zijl, Annejet van der, Bernhard een verborgen geschiedenis, Amsterdam 2010.

Archiefstukken

  • Bevolkingsregister 1874-1893: NL-SAA-33587518. “Tesselschadestraat 13, Joseph Cuypers (Cuijpers) en gezin.” Archiefbank Gemeente Amsterdam Stadsarchief, 1889-1891. http://bit.ly/35slInq-JCC.
  • Bevolkingsregister 1874-1893: NL-SAA-33587518. “Vondelstraat 45, Joseph Th.J. Cuypers (Cuijpers) en gezin”. Archiefbank Gemeente Amsterdam Stadsarchief, 1879-1881. http://bit.ly/35jUejQ-JCC.
  • Bevolkingsregister 1874-1893: NL-SAA-33587518. “Vondelstraat 47, Joseph Th. J. Cuypers (Cuijpers) en gezin”. Archiefbank Gemeente Amsterdam Stadsarchief, 1882-1900. http://bit.ly/2ILYIpN-JCC.
  • Bevolkingsregister Gezinskaarten: NL-SAA-2118784. “Joseph Th.J. Cuypers (Cuijpers) en gezin”. Archiefbank Gemeente Amsterdam Stadsarchief, 1889-1921. http://bit.ly/2nJKjmE-JCC.
  • Cuypers, Joseph Th.J., Jan Stuyt en HNI/Nai. “CUBA.110381406 Nieuwbouw en decoratie van woonhuis ‘Hilverheuvel’ in Bloemendaal.” Bureau Cuypers/ Archief. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, 1905-1914. http://bit.ly/2nHfbEh-JCC.
  • Cuypers, Joseph Th.J., en HNI/Nai. “CUBA.110382982 Nieuwbouw van eigen woonhuis ‘Huize Nabij Buiten’ in ‘Roerzicht’ in Roermond.” Bureau Cuypers/ Archief. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, 1933-1939. http://bit.ly/34yMeu7-JCC.
  • Glastra van Loon, Feico P., en HNI/Nai. “CUYPf2382 Protestantse kerk”. Cuypers, P.J.H. , J.Th.J. & P.J.J.M / Archief. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, z.j. bit.ly/35N2iZA-JCC.
  • Glastra van Loon, Feico P., Pierre (JJ.M.) Cuypers, en HNI/Nai. “CUBA.110383242 Rijksluchtvaartschool in Eelde”. Bureau Cuypers/ Archief. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, 1948-1956. bit.ly/37VGk8L-JCC
  • GAR I.5. Bevolkingsregisters.

Verkorte titels

Nota bene — Namen die beginnen met De of Van et cetera zijn op het voorvoegsel gesorteerd. Bij de familie Cuypers is op voornaam gesorteerd.

  • Aardweg e.a., Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld, zoekterm Cuypers.
  • Bevolkingsregister 1874-1893, Tesselschadestraat 13.
  • Bevolkingsregister Amsterdam (1874-1893), Vondelstraat 45.
  • Bevolkingsregister Amsterdam (1874-1893), Vondelstraat 47.
  • Bevolkingsregister Amsterdam Gezinskaart Joseph Th.J. Cuypers.
  • De Stuers en Cuypers, Het Rijks-Museum te Amsterdam
  • De Vries, ‘Antoinette Cuypers-Alberdingk Thijm’
  • HNI/Nai, ‘CUBA Bureau Cuypers’
  • HNI/Nai, ‘CUCO Kunstwerkplaats Cuypers & Co’
  • HNI/Nai, ‘CUYP Cuypers, P.J.H., J.Th.J. & P.J.J.M’
  • Hubar, Rien de pareil, deel 1.
  • Hubar, Rien de pareil, deel 2.
  • Hubar (en Coenen), De nieuwe Bavo te Haarlem, (register online, zoektermen
  • Hubar, Friedrichs en Van Wezel, De genade van de steiger (register on line, zoektermen 
  • Hubar, ‘Kunst in Breda’ (VanHH.Org).
  • Hubar, Post en Coenen, Tussen Gabriel en Michael (online)
  • Hubar en Rackham, Het familiegraf van Pierre J.H. Cuypers, 
  • Joseph Cuypers, No. 23 BESTEK en VOORWAARDEN.
  • Joseph Cuypers, Biographie
  • Joseph Cuypers, ‘Van hedendaagsche bouwkunst’
  • Joseph Cuypers, Gedenkschrift
  • Joseph Cuypers, ‘De huizen aan het Leidsche Boschje’.
  • Kalf, “Vierde jaarverslag van den Katholieken Kunstkring De Violier”
  • Klip, “Nieuw Leyerhoven.
  • Klip, “Oud Leyerhoven II.
  • Looyenga, “Cuijpers, Josephus Theodorus Joannes (1861-1949)”
  • Mieras, Ben ik dat?, p. 357.
  • Nai, ‘Op zoek naar een eigen stijl’
  • Pierre J.H. Cuypers, In Memoriam – Antoinette Cathérine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm
  • Pierre M. Cuypers, ‘CUYPERS – MyHeritage
  • Rackham en Hubar, De Sacramentskerk te Tilburg (2005)
  • Rackham, De Steentjeskerk te Eindhoven (2019)
  • Rilke, Ranson en Hutchinson, Rainer Maria Rilke’s The Book of Hours
  • Schiphorst, Een toevloed van werk
  • Steenberg, Joseph Cuypers. Wikipedia
  • Van Leeuwen, Alberdingk Thijm
  • Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect
  • Van Roon, Goud, zilver & zijde
  • Van Wezel, Jan Toorop: zang der tijden
  • Visser, ’75 jaar oorlogsherinneringen’.

Afkortingen

  • GAR: Gemeentearchief Roermond
  • HNI/Nai: Het Nieuwe Instituut/Nederlands Architectuur Instituut, Rotterdam
  • JCC: Joseph Cuypers Collectie
  • RCE: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amstersfoort

Wordt vervolgd!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Varia deel 1 | Van Thérèse Schwartze en de regie & in de JCC

Varia deel 1 van de JCC  — Een mens komt zoveel tegen als hij bezig is met historische stukken. Rijp, maar vooral groen passeren allerlei zaken de revue. Bij een collectie gaat het dan niet alleen om de inhoud, maar ook om de vorm. Hoe werden de stukken bewaard en waarom koos men voor bepaalde oplossingen? Was het weloverwogen of ging het om een tijdelijke oplossing? Was schaarste een drijfveer of gemakzucht? Ook dit soort dingen verdient aandacht in een E-boek over een collectie. 

In de loop van het project zullen we er een aantal van uitwerken in blogs of een webartikel. Wat je je daarbij kunt voorstellen? Ga eens kijken bij de rubriek Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo.

Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.*

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

Varia deel 1 – De brief van Anton van Duyl

In de Joseph Cuypers Collectie zitten niet alleen stukken van Joseph, maar ook van zijn familie, onder wie zijn vader Pierre J.H. Cuypers. Het is niet altijd duidelijk voor wie van de twee een bepaalde brief is bestemd. Dan moet je wat dieper graven en vooral niet schromen om de familie erbij te betrekken, zoals in het onderhavige geval.

Pierre J.H. Cuypers (I) door Thérèse Schwartze (1885-1909). Herkomst en verblijfplaats Rijksmuseum.
Pierre J.H. Cuypers (I) door Thérèse Schwartze. De precieze datum is onbekend, maar wordt geplaatst tussen 1885 (opening Rijksmuseum) en 1918 (jaar voor de dood van de kunstenares). Op basis van de brief van haar echtgenoot, waaruit een amicale relatie blijkt, kan het laatste jaartal teruggebracht worden tot 1909. Herkomst en verblijfplaats Rijksmuseum.

Opnieuw gaat het om een brief die in een boek is opgeborgen. Ditmaal staat niet het boek als opslagmedium centraal, zoals hieronder bij Van Can, maar om een ingenesteld stuk dat iets vertelt over de betreffende publicatie. Het gaat om de biografie van Leo van Heemstede (pseudoniem van Leo Tepe) over Paul Alberdingk Thijm (1827-1904), uit 1909.* Paul was de jongere broer van Jozef en Nenny (Antoinette) en was als historicus gepromoveerd op een voor die tijd behoorlijk kritisch wetenschappelijk onderzoek naar Willibrordus.* In zijn biografie zit een brief aan vermoedelijk Pierre senior, gelet op de aanhef ‘Hooggeachte heer en vriend’ die een verschil in senioriteit suggereert. Het stuk is gedateerd op 15 december 1909 en gaat onder meer in op de genealogische onnauwkeurigheden in de biografie. Pierre M. Cuypers (III) was zo goed om de handtekening te ontcijferen en de scribent te identificeren. Hij schreef me het volgende:

Een aantal aanknopingspunten in de brief:

  • er wordt gerefereerd aan een verjaardag te Amsterdam kort voor 15 december (19)09:
  • ondertekenaar is: A.G.C. van Duyl senior
  • schrijver is geïnteresseerd in de familie en is inhoudelijk goed op de hoogte, want hij heeft gelijk over de onnauwkeurigheden: Johann Heinrich Alberdingk (* 14 mei 1719 in Herstelle) trouwt op 15 november 1750 in Amsterdam met Geertruy Clasen (* 6 mei 1725 in Amsterdam). Dit echtpaar zijn de overgrootouders van Joseph, Antoinette en Paul Alberdingk Thijm. Uit het eerste huwelijk van Joannes Franciscus Alberdingk met Elisabeth Reydon werden twee kinderen geboren: Catharina (1811-1831) en Theo (1813-1881). Beiden heetten dus Alberdingk, maar werden later ook tot Alberdingk Thijm hernoemd, toen JF voor de tweede maal trouwde met Catharina Thijm.*

Betreft wellicht Anton Gillis Cornelis van Duyl (1829-1918), echtgenoot van Thérèse Schwartze, die leden van de familie geschilderd had.
De verwijzing naar de verjaardag slaat waarschijnlijk op zijn 80ste verjaardag. De man was hoofdredacteur geweest van het Algemeen Handelsblad.*

En zo krijgen we steeds meer inzicht in het netwerk van de familie Cuypers. Voor een biografie – of die nu over de collectie of de persoon gaat – is dat ideaal. Van de portretten van Thérèse Schwartze bevindt zich dat van Cuypers senior in het Rijksmuseum en dat van Rosa Cuypers – uit het eerste huwelijk van Pierre (I) – in het Cuypershuis te Roermond.* Schwartze was een belangrijke society portretschilder, wat opnieuw aangeeft dat de familie Cuypers – zonder meer dankzij het huwelijk van Pierre met Nenny – zich in Amsterdam op stand bewoog.

Overigens bevindt zich in de correspondentie van Nenny Cuypers-Alberdingk Thijm een brief van Thérèse Schwartze over de portretten van Pierre J.H. en Mia Cuypers, waarin ze zich ‘onaangenaam’ bejegend verklaart. Daar komen we nog op terug (GAR JCC v.n. 85).

Varia deel 1 – De regie

In het archief gedeelte van de collectie bevindt zich van Joseph Cuypers, onder meer een ‘Biographie’, een ongedateerde typoscript van levensdata. Het laatste jaar dat ik erin vond was 1927, waarachter Joseph in potlood 1932 heeft geplaatst. Het stuk start als een egodocument met persoonlijke herinneringen, waarna een kroniek volgt. Die kroniek lijkt sterk op wat je terugvindt in verschillende herdenkingsartikelen bij gelegenheid van de 70ste verjaardag van de architect in 1931. Heeft men hem hierom gevraagd of heeft Joseph dit uit eigen beweging gedaan om de regie in de hand te houden. Dat laatste zou overeenkomen met het beeld in mijn artikel in De Spiegel van Roermond van 2017.*

Wat het des te interessanter maakt, is dat in een van die herdenkingsartikelen niet alleen Joseph, maar ook zijn vrouw Delphine lijkt te bepalen wat er gebeurt. Het betreft het themanummer in het tijdschrift Van bouwen en sieren uit 1931.* Aanvankelijk dacht ik dat Pierre (II) hier als regisseur naar voren trad, maar dat blijkt, gelet op de verschillende handschriften, zijn moeder Delphine te zijn.* Op de omslag staat in potlood: ‘Pierre Cuypers’, in haar schuins lopende handschrift. Dit komt vaker voor bij meer nummers van hetzelfde tijdschrift, die zij kennelijk verdeelde onder de kinderen. In een van de artikelen zit een strookje aantekeningen in haar handschrift met het oog op publicatie in andere bladen. Los daarvan is later nog een krantenknipsel toegevoegd over het nieuwe raadhuis te Haaksbergen d.d. 10 mei 1939, van Joseph en Pierre (II) Cuypers.* Of dit een actie is van Delphine of haar zoon, valt niet uit te maken.

Pagina uit het artikel van Jan Stuyt over Joseph Cuypers bij zijn 75ste verjaardag in ‘Van bouwen en sieren’ uit 1931. Het strookje met aantekeningen links is van Pierre (II) Foto bvhh.nu 2018
Pagina uit het artikel van Jan Stuyt over Joseph Cuypers bij zijn 70ste verjaardag in ‘Van bouwen en sieren’ uit 1931. Het strookje met aantekeningen links is van Delphine Cuypers-Povel. Foto bvhh.nu 2018.*

Frappant dat we hier de vrouw achter de architect tevoorschijn zien komen. Van Josephs moeder, Nenny, wisten we dat ze nauw betrokken was bij de bedrijfsvoering, maar van Delphine niet. Wie weet wat er nog meer tevoorschijn gaat komen. Los daarvan is dit een mooi thema voor het E-boek: wat vertellen de stukken over hoe en dankzij wie de architectenfamilie zich profileerde?

Varia deel 1 – Ingenestelde stukken en de oude ordening

Het boek van Matheus van Can over Alberdingk Thijm dient tevens als opslagmedium voor allerlei stukken van en over Thijm. Foto bvhh.nu 2018.
Het boek van Matheus van Can over Alberdingk Thijm dient tevens als opslagmedium voor allerlei stukken van en over Thijm. Foto bvhh.nu 2018.

Archivarissen zijn gek op een oude ordening. Die lijkt zich onder meer voor te doen bij de publicatie van Matheus (H.L.M) van Can, J.A. Alberdingk Thijm, Zijn dichterlijke periode, proefschrift Leiden (1ste dr. Rotterdam: Vox Romana, 1936). Dit proefschrift is niet alleen een boek, maar ook een opslagmedium voor allerlei brochures en overdrukken van en artikelen over Thijm. In de inventaris beschrijf ik dit fenomeen als ingenestelde stukken. Omdat er geen brieven of andere archivalia in de strikte zin van het woord bij zitten, ligt dit probleem op het terrein van de bibliothecaris. Het exemplaar is van Joseph Cuypers, dus het ligt voor de hand om de inhoud apart als een deel van zijn bibliotheek te beschrijven. Wat denk je, geldt dat ook voor de krantenknipsels?

Varia deel 1 – Het Gildeboek

In de collectie zit een los deel van Het gildeboek, Orgaan van het St. Bernulphusgilde, uit 1948, met in potlood Charlot (Charles Cuypers). Het gildeboek blijkt in de laatste jaren van zijn bestaan uitgegeven te worden door Het Limburgsch Dagblad (Heerlen). Zegt dit wat over de invloed van het bisdom Roermond in die tijd op dit landelijke gilde? De redactie blijkt over heel Nederland verspreid te zijn en een realistische afspiegeling van clerici en leken in de kunst te bieden. Van de laatste zijn er dus meer dan van de eerste.

Dat is behoorlijk veelzeggend als je bedenkt dat het Gildeboek het tijdschrift was van het Bernulphusgilde dat in 1869 startte als educatief gezelschap voor kerkelijke kunst voor uitsluitend geestelijken.* Later in de eeuw opende het gilde zijn kringen voor leken. Tussen de clericale kopstukken treffen we al heel snel Joseph Cuypers en zijn vriend Antoon Derkinderen aan (1888).* Anno 1948 behoren tot de toonaangevende leken in de redactie onder meer de kunstcritici Pieter van der Meer de Walcheren en Jan Engelman, die ik uitvoerig behandeld heb in De genade van de steiger.*

Varia deel 1 – Opslagmedium of collectiestuk?

Een deel van het bestand aan tekeningen en foto’s van de Joseph Cuypers Collectie is opgeslagen in de omslag van september 1887 van de jaargang 1886-1887 van Documents classés de l’art dans les Pays-Bas du Xe au XVIIIe siècle, recueillis et reproduits par J.-J. Van Ysendyck.* Op zich heel interessant, omdat het vol prachtige foto’s zit van gebouwen in Vlaamse renaissance die nauwelijks verschilt van de ‘Oud-Hollandsche’ stijl, waardoor Cuypers senior zich liet inspireren voor zijn profane gebouwen. Mogelijk is dit nog gebruikt voor het Centraal Station te Amsterdam.

Wat doe je met deze vorm van hergebruik? Behandel je het item als een afzonderlijk collectiestuk? Maakte het origineel deel uit van de bibliotheek van Pierre J.H. Cuypers? En wat is er met de inhoud gebeurd?

Voor een foto van dit stuk volg deze link.

Wordt vervolgd!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Varia deel 1 – Bronnen en wat dies meer zij

Nota bene — De * in het stuk hierboven linkt door naar de verwijzingen hieronder. De volledige titels van verkorte literatuur zijn te vinden in de Joseph Cuypers Collectie Bibliografie.

  • Voor Leo van Heemstede zie Krol, ‘Leo Tepe Van Heemstede’.
  • Zie Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 199-220.
  • Voor een genealogisch overzicht van Joannes Franciscus Alberdingk Thijm volg deze link.
  • Mail van Pierre M. Cuypers (III) d.d. 14 juni 2018. Voor Thérèse Schwartze zie het lemma op Wikipedia.
  • Voor een overzicht van de kinderen en de directe familie van Pierre Cuypers (I) volg deze link. Het portret van Rosa Cuypers staat op de beeldbank van het Cuypershuis. Daarnaast is er een portret van Mia Cuypers (particuliere collectie) dat het Cuypershuis bij gelegenheid van het Cuypersweekend in 2018 op Facebook heeft geplaatst.
  • Hubar, ‘De sortering van het verleden’.
  • Volledige titel: Redactie (Nic. Molenaar junior?) en Jan Stuyt. “Themanummer Joseph Cuypers 70 jaar”. Van Bouwen en Sieren. Veertiendaagsch-Tijdschrift Officieel Orgaan van de groepen Bouwkunst en Beeldende Kunst der Algem. R.K. Kunstenaars-Vereeniging, 1931. GAR, Collectie Joseph Cuypers.
  • Voor de verschillende handschriften zie de brieven in de doos ‘Brieven Joseph Cuypers e.d. [onleesbaar door waterschade] + kroniek’ (fotonummer JoCuy-IMG_4376.JPG). Tijdens de inventarisatie worden deze brieven geordend naar adressant. Behalve van Pierre (II) zitten hier ook brieven tussen van Michael Cuypers die in 1920 met zijn gezin via Londen naar Amerika vertrok.
  • In het ‘Avondblad’ van een onbekende krant. Nog achterhalen via Delpher.nl.
  • Redactie e.a., ‘Themanummer Joseph Cuypers 70 jaar’.
  • Voor meer informatie zie met name Lankhorst en Timmerman (Katholiek Documentatie Centrum),  Bibliografie van katholieke Nederlandse periodieken.
  • Zie het lemma ‘St. Bernulphusgilde’ op Wikipedia.
  • Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, p. 56.
  • Hubar, De genade van de steiger, pp. 130-144; 144-166.
  • Zie bibliografie JCC. Voor meer informatie over Jules Jacques van Ysendyck zie het betreffende lemma op Wikipedia.
  • Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze Facebookpagina en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.

Wil je het gemeentearchief van Roermond bezoeken? Dat kan door de week van maandag tot en met donderdag van 9:00 tot 17:00 uur.

Over Joseph Cuypers is nog meer te vinden bij De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2INMw9I-VanHH2Org | http://bit.ly/2INMw9I