Biografie Marij Coenen

Deze diashow vereist JavaScript.

Marij Coenen is mijn vrouw en vennoot. We zijn in hetzelfde jaar geboren, ik eind februari en zij half mei 1956. Marij studeerde HBO Diëtetiek (Heerlen), HBO Verpleegkunde (Sittard) en HBO+ Mesologie te Amsterdam. Zij heeft jarenlang gewerkt als wijkverpleegkundige in het Heuvelland van Zuid-Limburg en een eigen praktijk gevoerd. Vanaf 2000 was ze in dienst van Monumentenhuis Limburg en daar heeft ze als eindredacteur van de rapporten van de Monumentenwacht een blijvende liefde voor het erfgoed opgelopen. Sinds 2003 is zij zelfstandig ondernemer met een gecombineerde aanpak: ze had deels een praktijk in gezondheidsadvies en deels een bedrijf in administratie & communicatie. Vanaf 2005 was ze als vennoot en medewerker betrokken bij Res nova, waar ze de financiële administratie combineerde met de eindredactie van de rapporten en publicaties.

Redacteur

In de loop van de jaren heeft Marij zich ontwikkeld tot een uitermate precieze en kritische redacteur die zowat met het groene boekje onder haar kussen slaapt. Haar expertise op dit gebied is de afgelopen jaren alleen maar belangrijker geworden, doordat uitgevers er zelf geen redacteuren meer op na houden. Vandaar dat ik haar rol onderstreept heb aan het slot van mijn dankwoord van ons boek over de nieuwe Bavo:

De laatste die ik hier in het licht wil zetten was zeker niet de minste in dit proces: Marij Coenen is de enige die kan vertellen dat ze dit boek van voor naar achteren heeft gelezen en toen weer terug. Hele stukken heb ik haar voorgelezen in de avondzon en bij de haard, steeds weer een ultieme test om te horen of zinnen liepen en de tekst begrijpelijk bleef. Ook al blijven er delen van het boek die beslist pittig zijn, zij heeft me telkens weer aangespoord en geïnspireerd om te kiezen voor minder complexe zinswendingen en vooral de verteltrant vast te houden. Mezelf trouw te blijven in wat ik nu eenmaal ben: een verhalenverteller.*

Uitgever Johan de Bruijn van WBooks heeft deze lof op zijn manier kracht bijgezet door Marij in het ISBN-nummer op te voeren als co-auteur! Gelukkig heeft hij dat van tevoren niet laten weten, want bescheiden als Marij is had ze dat nooit goed gevonden. Dat is omgekeerd evenredig met het aantal publicaties waaraan ze heeft meegewerkt.*

Fotograaf

Marij houdt van fotograferen en dat komt tijdens onze projecten goed van pas. Zo tekende ze voor het gros van de foto’s voor de publicatie over de Clemenskerk (2014) en de rapportages over de kloosterruïne Hoogcruts (2010) en de Martinuskerk van Beek (2018). Maar ook tentoonstellingen legt ze vast, waardoor we beschikken over een groeiende beeldbank die bij onderzoek zeer van pas komt. Daartussen zit onder meer materiaal met betrekking tot de collectie van Gerard van Wezel (Droomkunst), Joep Nicolas (Cuypershuis Roermond), Jan Toorop (Haags Gemeentemuseum), Verzaagd en verspijkerd (Brabants Museum Den Bosch) et cetera. Haar kracht komt verder tot uiting in natuurfoto’s die de landschappelijke component van het erfgoed onderstrepen. Alles bij elkaar vormt haar fotografie een belangrijke bron voor de sociale media.

Sociale media

Sociale media draaien op content en erfgoed is een en al content! In onze branche heb je te maken met de overvloed van de weelde. Dus heb je behoefte aan iemand die rijp van groen kan onderscheiden. Bij dit proces van keuzes maken voegt Marij af en toe wat human interest toe aan onze berichten en dat maakt het beeld naar buiten des te overtuigender. Wil je het resultaat zien? Kijk dan bij onze Facebookpagina.

Marij Coenen is ook te volgen op Twitter via @Erfgoedcontent.* Op LinkedIn profileert ze zich vooral met haar administratieve werk.*

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende informatie:

Marij Coenen fotografeert de doopvont van Anton Molkenboer in de kathedraal van Roermond. bvhh.nu 2016.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/Marij-Coenen2VanHHOrg

Tussen de Museumweek en het Cuypersweekend 2018 *

Deze pagina vormt een doorverwijzing naar Museumweek 2018 | Cuypersweekend 2018 | Pronkstuk Cuyperszaal van Joseph Cuypers.

Dit is een doorverwijzing binnen de Joseph Cuypers Collectie. Woordwolk bvhh.nu 2018

Weet je op welk stuk deze woordenwolk slaat? Mail me dan of reageer hieronder en wie weet heb ik wat aardigs voor je.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

De JCC verhalen


De JCC verhalen — Over de Joseph Cuypers Collectie – vormen een bundeling van de blogs en webartikelen over de collectie en de collectievormers. Daartoe behoort niet alleen de naamgever, Josehp Th.J., maar ook zijn peetoom J.A. Alberdingk Thijm. En wat te denken van zijn moeder, Antoinette Cuypers-Alberdingk Thijm, zijn vader, Pierre J.H. Cuypers, zijn vrouw Delphine Povel, zijn zoons Pierre J.J.M., Michael en Charles en … en …


De felicitatie op de sociale media in 2018. Ook in dit jaar viel Josephs verjaardag in het Cuypersweekend. Nog meer redenen voor een feestje. Herkomst foto’s op de collage: linksboven, genomen in het Cuypershuis door Sjaan van der Jagt-Pixelpolder (2014); linksonder een scan uit de De Maasbode van 1931; linksonder midden uit de Joseph Cuypers Collectie op het GAR; rechtsonder midden scan Joseph Cuypers op 86-jarige leeftijd, uit De Katholieke Illustratie van 1947; recht midden boven, scan uit het bestek voor Oud Leijerhoven (1884) in Amsterdam, een van de eerste bouwwerken van Joseph Cuypers (zijn stempel is later toegevoegd); rechtsmidden foto van een familiefeest (?) uit deJoseph Cuypers Collectie op het GAR, circa 1895, met in het medaillon rechtsboven een uitsnede van de architect en rechtsonder, van zijn vrouw, Delphine Povel. Collage bvhh.nu 2018.

De JCC verhalen | Joseph Cuypers is jarig in het Roermondse Cuypersweekend (10 juni 1861). Collage bvhh.nu 2017.
Joseph Cuypers(* 10 juni 1861) was jarig in het Roermondse Cuypersweekend van 2017. Collage bvhh.nu 2017.

Permalink onder deze knop.

Verkorte link: http://bit.ly/2xYiQSf-VanHH2Org

Joseph Cuypers in De Limburger *

Dit is een doorverwijspagina naar het item Joseph Cuypers in De Limburger.

Dit is een doorverwijzing binnen de Joseph Cuypers Collectie. Woordwolk bvhh.nu 2018

Weet je op welk stuk deze woordenwolk slaat? Mail me dan of reageer hieronder en wie weet heb ik wat aardigs voor je.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Museumweek 2018 | Cuypersweekend 2018 | Pronkstuk Cuyperszaal van Joseph Cuypers

Museumweek 2018 en Cuypersweekend 2018 in het Cuypershuis te Roermond — Wie het Cuypershuis bezoekt en daar de ‘feestzaal’ in de zuidelijke vleugel binnenstapt, denkt dat hij te maken heeft met een ontwerp van Pierre J.H. Cuypers. Maar dat is niet het geval. Oorspronkelijk zaten in deze beuk de houtsnijders en meubelmakers die bij hun werk onder meer gebruik maakten van op stoom aangedreven draaibanken. Van 1907 tot 1908 vond een ingrijpende verbouwing plaats waarbij dit deel van het complex getrokken werd bij het woonhuis van de inmiddels tachtigjarige Pierre senior.* De volgende generatie in de persoon van zijn zoon, Joseph Cuypers, drukte hier een stevig stempel op door de ‘feestzaal’ te overdekken met een holle versie van de koepel van de nieuwe Bavo, die hij kort daarvoor had ontworpen (1906). Net als daar zijn ook in Roermond Moors aandoende motieven verwerkt.* Maar daarover een andere keer meer.

Deze diashow vereist JavaScript.

Museumweek 2018 | Cuypersweekend 2018 in de Cuyperszaal van het Cuypershuis. Wil je rustig tussen de dia’s bladeren, druk dan op de pauzeknop en navigeer zelf met de cursor.

Het Roermondse museum beschouwt terecht het eigen gebouw als collectiestuk nummer 1. Daarbinnen heeft de ‘feestzaal’ het even terechte predicaat gekregen van ‘pronkstuk Cuyperszaal’.

Vanaf de museumweek (9 tot en met 5 april 2018) tot en met het Cuypersweekend 99 en 10 juni 20180, staat in deze ruimte een tafelvitrine opgesteld met voorwerpen uit de collectie van Joseph Cuypers, die de familie in 2016 in bewaring heeft gegeven aan het gemeentearchief van Roermond. Er zit van alles in: een deel van zijn bibliotheek, dozen vol brieven, een flinke hoeveelheid half voltooide ontwerpen en – crème de la crème voor de echte liefhebber – zijn schetsboekjes vanaf zijn jeugd tot op hoge ouderdom. Behalve van Joseph zitten er ook stukken in van zijn vader, zijn zoons Pierre junior en Charles en van zijn vrouw Delphine.* Van haar wordt een aquarel van een bloemstuk getoond.

Daarnaast zijn enkele schetsboekjes te zien, het mooi vormgegeven jubileumalbum bij gelegenheid van het gouden huwelijksfeest van Joseph en Delphine, enkele publicaties van en over Joseph Cuypers, oude foto’s en ontwerpen, waaronder een 50 gulden biljet. Het moet gemaakt zijn voor 1890, want rechtsboven staat Willem III afgebeeld. Aan het handschrift te zien zijn de aantekeningen van Pierre senior. Of dat betekent dat hij het ontwerp heeft gemaakt, is de vraag, want het kan ook zijn dat hij opmerkingen heeft geplaatst bij het werk van zijn zoon. Alleen al de grafische productie van vader en zoon Cuypers is een aparte studie waard!

De collectie van Joseph Cuypers zal de komende jaren geordend worden als onderdeel van een E-boek en mogelijk zelfs een biografie, waarmee ik medio mei aan de slag ben gegaan.* Dit project wordt gekoppeld aan een tentoonstelling over Joseph Cuypers in het Cuypershuis. Er gaan mooie dingen gebeuren in de aanloop naar het volgende decennium!

En om het nog mooier te maken, Joseph Cuypers is jarig in het Cuypersweekend (10 juni 1861). Laten we zijn 157ste verjaardag vieren met een bezoek aan de plaats waar hij geboren is!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De museumweek 2018  loopt van 9 april tot en met 15 april.

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen:

  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette C.M. De nieuwe Bavo te Haarlem: ad orientem – gericht op het oosten. Zwolle; Haarlem: Wbooks ; Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, 2016. Je kunt het boek bestellen via deze link.
  • In 2006-2007 heb ik voorafgaand aan de restauratie en verbouwing van het Cuypershuis diepgaand onderzoek verricht naar het complex. Dat mondde uit in een cassette van drie rapporten en een samenvatting. Jammer genoeg was er tot dusver tijd noch financiële ruimte om de ontdekkingen na de verbouwing te verwerken en – naar aanleiding daarvan – de conclusies bij te stellen. Hubar, Bernadette van Hellenberg. Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 1 De stad in het klein. Res nova, Ohé en Laak 2007. http://bit.ly/Cuypers4all
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 2 Icoon van de natie. Res nova, Ohé en Laak 2007.  http://bit.ly/Cuypers4all
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg.“De sortering van het verleden. De archiefcollectie van Joseph Cuypers bij het gemeentearchief van Roermond“. Spiegel van Roermond 25 (2017), pp. 100–107.
  • Hubar, Van Hellenberg. “Archief Joseph Cuypers naar het Gemeentearchief van Roermond”. VanHellenbergHubar.org (blog), 28 januari 2016. http://bit.ly/1SlJIwW.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Joseph Cuypers in De Limburger”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2016. http://bit.ly/1PHUJ7J.

Om terug te gaan naar je vorige positie, kun je omhoog scrollen.

Je bent van harte welkom in het Cuypershuis. Wil je weten wat er nog meer te doen is, volg dan deze link.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2HjDL3o-VanHH2Org

Homepage september 2017-maart 2018

Het boek over de nieuwe Bavo!
Op 9 september, aan de voormiddag van de Open Monumentendagen in 2016, kwam mijn boek over de nieuwe Bavo uit, geproduceerd door WBooks te Zwolle in opdracht van de stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem. Je kunt het boek bestellen via deze link. De omslag van ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’ is ontworpen door Marjo Starink, met een foto van de RCE beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015.1

Welkom — Welkom op deze site waar ik graag met je kennis wil maken en mijn werk onder de aandacht wil brengen. Mijn naam is Bernadette van Hellenberg Hubar en ik ben erfgoedspecialist, homo ludens (spelende mens), schrijver en dichter, en voorheen vennoot van Res nova, erfgoed in ontwikkeling. Als professional ben ik al ruim vijfendertig jaar actief in de wereld van de monumentenzorg en het erfgoedbeheer, een carrière die startte met de oprichting van het Cuypersgenootschap in 1984. Meer hierover lees je in mijn biografie.

Eén van de meest interessante projecten die ik ooit heb mogen doen, is afgerond. Dat is het boek over de nieuwe Bavo te Haarlem van architect Joseph Cuypers dat 9 september 2016 voorafgaand aan de Open Monumentendagen in Haarlem is gepresenteerd. Hiermee ben ik vanaf 2013 bezig geweest. Nu is de kathedraal op zich al zo bijzonder, maar dat boek is nog eens extra apart omdat ik het lopende de restauratie heb mogen schrijven. Dat is tamelijk ongebruikelijk, maar heeft beslist een meerwaarde. Je komt met dingen in aanraking op een manier die onmogelijk wordt zodra de steigers verdwenen zijn. En het resultaat is er dan ook naar. Een prachtwerk, waar heel wat fotografen aan meegeholpen hebben. Dankzij vormgever Marjo Starink en WBooks heeft de lezer echt wat moois in handen. En dat moois zit tjokvol verhalen. Om daarvan alvast een indruk te geven, is een samenvatting gepubliceerd: http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo. Maar ook elders op deze site vind je verhalen over de Haarlemse kathedraal.2

Ik mag me gelukkig prijzen, want in de jaren ervoor is ook al zo’n spannend project op mijn weg gekomen: het onderzoek naar monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum. Het resultaat was een publicatie, getiteld De genade van de steiger, die tot stand kwam in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en uitgegeven is door de Walburg Pers te Zutphen.3

Bernadette van Hellenberg Hubar met 'De genade van de steiger' (2013)
Een blije Bernadette van Hellenberg Hubar met haar net verschenen boek ‘De genade van de steiger‘ in haar hand. De presentatie van dit naslagwerk over monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum vond 21 november 2013 plaats in de Obrechtkerk te Amsterdam (foto Marij Coenen, 2013).

Met wie werk ik veel samen?

De kracht van ondernemend Nederland ligt in de samenwerkingsverbanden die per project worden aangegaan. Zo werk ik bij kleuronderzoek graag samen met Judith Bohan in Haarlem en Angelique Friedrichs van de SRAL in Maastricht. Voor bijzondere bouwhistorische expertise kan ik steevast terecht bij Karl Pesch Konopka van Stadsherstel Limburg die tevens restauratiearchitect is. Ook met andere architecten werk ik in wisselende combinaties samen. Daarnaast is Charlotte Ruys mijn onmisbare hulp bij genealogische vragen, terwijl ik met Annelei Engelberts inmiddels twee bundels met beeldgedichten heb mogen maken. Op het digitale vlak word ik zowel technisch als creatief bijgestaan door Wolthera.info en Lost again. En dan heb je nog de vele netwerken die via de sociale media tot stand komen, zoals @Ifthenisnow.4 Met de laatste ben ik bezig een platform op te richten voor @kerkverhalen.

Degene echter met wie ik het meest constant samenwerk is Marij Coenen van Transparant A&C. Zij verzorgt niet alleen de boekhouding, maar helpt mij ook met de fotografie, de rapporten, de berichtgeving op de sociale media en de items op deze site. Zonder haar was het boek over de nieuwe Bavo er niet gekomen.

Marij en Bernadette expo Nicolas Steef Stevens
Bernadette en Marij luisteren geconcentreerd naar de uitleg tijdens de Probusexcursie naar de tentoonstelling ‘De sporen van Joep Nicolas’. Dit was in de galerie van Mariska Dirkx in het voormalige atelier van Nicolas te Roermond (foto Steef Stevens, 2014).
5

Waar ben je mee bezig?

‘Waar ben ik je op dit moment mee bezig?’, wordt me vaak gevraagd. En vaak in een adem er achter aan: ‘Wat zijn nu je plannen?’ Na twee van die grote projecten – om ook #KunstinBreda niet te vergeten – kunnen mensen zich niet voorstellen dat er weer wat moois op je pad komt. Maar toch gebeurt dat.

Op de wat langere termijn ligt er iets heel bijzonders in het verschiet: de inventarisatie van het archief van Joseph Cuypers, met een tentoonstelling en biografie. Dit project is net opgestart, maar verkeert nog in de fase van verkenning en fondsenwerving. Als het doorgaat is het een droom die uitkomt, want sinds het onderzoek naar de nieuwe Bavo ben ik meer dan ooit geïntrigeerd door de figuur van Joseph Cuypers (1861-1949).6 En een biografie schrijven … wat een uitdaging. Ik heb al een beetje voorwerk gedaan met mijn artikel voor De Spiegel van Roermond van dit jaar.

En als we dan toch een beetje hardop aan het dromen zijn: kennis overdragen staat ook hoog op mijn agenda. Na zo’n 35 jaar in de erfgoedwereld zit er een heleboel in mijn hoofd wat ik graag met anderen deel. Vandaar dat ik graag tijdens mijn projecten gebruik maak van de sociale media, overigens niet alleen om kennis te delen, maar ook om kennis te vergaren. Ondertussen is het ook heerlijk om veldwerk te doen, liefst bovenop een steiger … gewoon lekker kijken met je handen en ze vies maken bij het onderzoeken van een gebouw. Het heeft allemaal met passie, ontdekkingsreizen en verhalen te maken. Wat ik ontdek probeer ik – binnen de grenzen van de opdracht  – over te dragen via blogjes en de sociale media: de ene keer heel laagdrempelig, de andere keer meer diepgaand.

Op de steigers in de Laurentius-Elisabethkathedraal met Jojanneke Post. Foto Davique.nl 30 jan 2017
Op de steigers in de apsis van de Laurentius-Elisabethkathedraal van Rotterdam met Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken. Foto Davique.nl 2017.

Of het nu toeval is of niet, het E-boek wat ik net heb afgerond, borduurt naadloos voort op het De nieuwe Bavo en De genade van de steiger. Het betreft de schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius-Elisabethkathedraal in Rotterdam, waarover je meer vindt onder deze link. Nu al is het verbazingwekkend wat er allemaal tevoorschijn is gekomen.

En verder? Kijk eens bij ‘Werk in uitvoering‘.

;-) B.7

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Deze pagina is vervangen in de week vanaf 24 maart 2018


  1. De nieuwe Bavo te Haarlem kan on line besteld worden via: http://bit.ly/Bavo-Ao

  2. Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo

  3. De genade van de steiger. Het boek is sinds oktober 2017 uitverkocht. Het is nog wel antiquarisch te verkrijgen. 

  4. Voor meer informatie surf naar de pagina met snelkoppelingen. 

  5. Voor de tentoonstelling zie http://bit.ly/BiennaleX #biennaleX. 

  6. Zie het item over het archief van Joseph Cuypers

  7. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-org 

Beveiligd: De volgende keer

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Vul het wachtwoord hieronder in om hem te kunnen bekijken:

De balustrade van de koepel in de nieuwe Bavo

De balustrade van de koepel in de nieuwe Bavo te Haarlem (foto BvHH 2013)

In geen gebouw is zoveel terracotta verwerkt als in de nieuwe Bavo te Haarlem, ontworpen door architect Joseph Cuypers. In geen gebouw is zo vroeg al verglaasde terracotta verwerkt. Toen de eerste bouwfase voltooid was – vanaf de apsis aan de oostkant tot en met de eerste bouwlaag van viering en transept, in 1898 – vormde het interieur een grote verrassing: het licht in de kathedraal werd opgevangen en gereflecteerd door vele strekkende meters terra cotta sierbanden over pijlers en muren, kapitelen en imposten en lijsten van ramen en bogen.

Er was op dat moment maar één fabriek in Nederland die in staat was dit toen nog hoogst experimentele bouwmateriaal te leveren: E.C. Martin te Zeist. En zo ingewikkeld was het maakproces dat slechts één op de vier exemplaren gaaf uit de ovens tevoorschijn kwam. Vandaar dat op verschillende plaatsen ook de misbaksel werden gebruikt, die werden gevernist om toch een glanzend, verglaasd effect op te roepen. Nu zou je denken dat dat alleen op verborgen plaatsen gebeurde, maar niets is minder waar. Als resultaat van een wordingsproces pasten de misbaksels bij uitstek in het concept van de Unvollendete, de bewust onvoltooide kathedraal van Joseph Cuypers. Of liever, de kathedraal van de potenties, want ieder onaf onderdeel heeft de potentie om iets te worden. Bij dit worden wordt een traject van trial and error afgelegd, dat geïllustreerd wordt door de misbaksels. Vandaar dat je deze op soms wel heel opvallende plaatsen ziet zitten, zoals bij het hoogkoor of in de top van een van de bogen bij de entree aan de westkant.

Bij de tweede bouwfase, toen transept, koepel en schip werden gebouwd (1902-1906), ging Joseph Cuypers aan de binnenkant verder met Martin. Hij leverde onder meer de sierstenen voor deze balustrade, waar de architect, zoals hij zelf vertelt, ‘Spaansch-Arabische motieven’ heeft toegepast. Die herken je in de in elkaar geschakelde decoraties, ontworpen op basis van geometrische modules. Ter afwisseling zijn de consoles waarop de kolonetten van de koepel rusten, uitgewerkt als fraaie kopjes met verschillende gelaatsuitdrukkingen. Zouden het oosterse genii zijn, of andere wezens?

Heb je een idee waar deze voor staan? Geef het me dan door. Je weet het, ik ben dol op erfgoedraadsels.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

  • De intrigerende terracotta’s, de glanselementen en het thema van de Unvollendete heb ik meer diepgaand behandeld in mijn boek over de nieuwe Bavo: Hellenberg Hubar, Bernadette van,  De nieuwe Bavo te Haarlem.Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016.
  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997.
  • Thompson,M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898.
  • Eggenkamp, Wim, ‘Restauratie Kathedrale complex van Sint Bavo halverwege’, in: Haerlem Jaarboek 2014, Haarlem 2015, pp. 133-179.
  • Een interessant stuk over E.C. Martin staat op de site van Capriolus Contemporary Ceramics – Keramiek Galerie onder deze Evernote link.

Meer lezen, bestel het boek via: bit.ly/Bavo-Ao

Bezoekadres

Heb je belangstelling om de kathedraal een keer te bezichtingen. Dat is mogelijk vanaf april tot en met oktober en in de kerstvakantie, waarbij je ontvangen wordt door kathedraalgidsen die je van alles over de nieuwe Bavo kunnen vertellen. Kijk voor je gaat even op de website van de kathedraal voor de precieze tijden.

De entree bevindt zich bij het hoofdportaal van de kathedraal aan het Bottemanneplein, onder de twee torens.
Er is ruime parkeergelegenheid op het Emmaplein, direct naast de kerk.
Voor autobussen zijn aparte plaatsen aan het Bottemanneplein.

De entree bedraagt € 4,00 en voor kinderen tot 12 jaar € 1,00.

Deinend …

Toen ik de Oermoeder gisteren fotografeerde – ik was gefascineerd door het effect van de achtergrond van de kersverse sneeuw – kwam de gedachte op om haar een plaatsje te geven in de serie ‘Gedicht op maandag’ (#Gom). Wat je hierna leest is een bewerking een van de items uit Oermoeder, een bundel die ik in 2009 tegen het einde van het jaar schreef. Centraal hierin staat dit robuuste, verhalende beeld dat Marij een paar maanden daarvoor had aangekocht van de Belgische beeldhouwer Wilfried Jacobs. Dat gaf me een inspiratie! Ik vind het heerlijk om gedichten te schrijven bij erfgoed en kunstwerken, zoals je hieronder kunt lezen.

Deinend in de moederschoot, uit ‘De oermoeder’. Foto bvhh.nu 2017.

Deinend in
de moederschoot
de vrouw in haar stenen foedraal
dat vloeibaar werd,
watermassa’s langs de
groeven
golven graverend in de steen
spoelend over obstakels
en slijpend en schurend en schavend
tot gladde vlakken ontstaan,
van buiten zo gaaf als
de huid van
een kind.
dat nog wacht in de vrouw
tastende handen
op de buik
voelt ze het leven
dat de kracht van het water
als golven herkent
in weeën

voortgestuwd
werd ook hij geboren
die de vrede brengt.

Deinend in de moederschoot (detail), uit ‘De oermoeder’. Foto bvhh.nu 2017.


Postscriptum — Met nog een paar weken te gaan tot Kerstmis dwarrelen als vanzelf associaties omlaag over de naderende geboorte van het ‘licht der wereld’ … uit de vrouw, wier beeldvorming zo sterk bepaald is door de archetypische oermoeder. Hierover schreef ik een verhaal onder de noemer van ‘De vrouw in het oosten’ in mijn boek over de nieuwe Bavo. Heel bijzonder wat Joseph Cuypers en de latere bisschop A.J. Callier daar hebben bedacht. Iedere dag vond hier in de Mariakapel tijdens de dageraad op symbolische de wijze de conceptie van ‘het licht der wereld’ opnieuw plaats!

Voor de toelichting bij de oorspronkelijke versie van het gedicht kun je een blik werpen in de bundel via http://bit.ly/Gedichten4all.

We gaan een mooie, contemplatieve tijd tegemoet en de sneeuw levert daar op haar manier een bijdrage aan.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2jM0pqF-Oermoeder

Piet Gerrits tijdens de Open Kerkendag Brabant 2017

Piet Gerrits Tilburg | Open Kerkendag Brabant 2017. Collage bvhh.nu 2017

Een van de gebouwen die open is tijdens de eerste Open Kerkendag Brabant vandaag is de Gerardus Majella in Tilburg. Een apart ontwerp van Joseph Cuypers (waarschijnlijk in samenwerking met zijn zoon Pierre J.J.M. Cuypers), uitgemonsterd met schilderingen en mozaïeken van Piet Gerrits. Waarom die zo bijzonder zijn vertel ik hieronder in een stuk, ontleend aan mijn boek ‘De genade van de steiger’:

Uit paragraaf 5.8.3 | Gerardus Majellakerk in Tilburg

In 1922 raakte Piet Gerrits betrokken bij de uitmonstering van de Gerardus Majellakerk in Tilburg, waarover de architect, Joseph Cuypers, in een krantenartikel schreef:

  • ‘Zeer gelukkig is in dit verband te noemen de keuze van pastoor Verschure die den kunstenaar en oud-stadgenoot Piet Gerrits, der H. Landstichting de leiding aanbood voor de meubileering en versiering der kerk, nu of later te voltooien. Juist zijn buitengewone kennis der Byzantijnsche kunst — de bakermat onzer kerkelijke kunst— zijn fijn en veel omvattend talent, zijn karaktervolle doch eenvoudige echt christelijke stijl, zullen dit nieuwe Huis Gods maken tot een heerlijk en devoot huis des gebeds.’[253]

In 1933, enkele jaren na de Cenakelkerk, waren de schilderingen klaar (afb. 187a-c). Bij een vergelijking van de twee cycli in Tilburg met de decoraties van de Heilig Landstichting valt als eerste op dat het Beuroner getinte werk vooral in mozaïek is uitgevoerd, in het heilige der heilige van de kerk, terwijl de verhalende voorstellingen boven de arcade, in de lichtbeuk van het schip geschilderd zijn. Dat de taferelen in een krantenartikel worden aangeduid als fresco’s duidt eerder op ingesleten taalgebruik dan op een correcte aanduiding van de techniek. Mede gelet op de matte toon heeft Gerrits hier zeer waarschijnlijk keimverf gebruikt, waarmee hij in 1929, dus eveneens in die tijd, ervaring opdeed in de Gerardus Majellakerk in Den Haag, ontworpen door Jan Stuyt.[254] De recensent van de Nieuwe Tilburgsche Courant was erg onder de indruk van de ‘diepe kennis van het H. Land en het oude en Nieuwe Testament’ die Gerrits in zijn uitmonstering tentoonspreidde: ‘Het is een Evangelie van lijn en kleur, waarbij de aandachtige beschouwer ziet wat hij vroeger gelezen en gehoord heeft’.[255] En dat is precies wat het werk zo bijzonder maakt.

Geen kunstenaar heeft zo systematisch als Piet Gerrits de episodes en lessen in beeld gebracht van het openbare leven van Jezus, waarin deze zich strijdbaar opstelde tegenover het vastgeroeste joodse geloof van het oude verbond. Het belang van de parabels hierbij komt in de Tilburgse schilderingen prachtig tot uitdrukking. Met korte teksten in het Nederlands worden telkens kernzinnen uit de bijbelse verhalen aangehaald, waardoor de boodschap van Christus nog sterker wordt ingeprent. De voorstellingen zijn in een vlotte stijl geschilderd, waarbij achtergrond en kostumering volledig zijn afgestemd op wat Gerrits in het Heilige Land had bestudeerd. Leerlingen, tollenaars, deugdzame en berouwvolle vrouwen, schriftgeleerden en farizeeën, ze zijn allemaal weergegeven als bedoeïenen, terwijl door middel van architectuurdetails, interieuropnames, rotsformaties en planten een beeld van het Palestina van het begin van de jaartelling wordt opgeroepen. Hier is de historieschilder aan het woord die de toeschouwer van de bijbelse wijsheid wil overtuigen. Hoewel de recensent meent dat de kleurstelling met de bruine hoofdtoon is aangepast aan de architectuur, lijkt Gerrits met deze aardse tinten met name de associatie met het Heilige Land te versterken. De afstemming op de architectuur wordt vooral bereikt door de indeling van de taferelen: ze lijken als een doorlopende reeks naadloos in elkaar over te vloeien, maar houden ondertussen het ritme aan van de korbelen van de kapconstructie en de zwikken van de bogen. Vooral bij de laatste toont Gerrits een grote vaardigheid op het gebied van compositie: hij gebruikt ze als een verlaagd podium voor zijn scènes, die door hun aparte positionering – als driekwart ruitvormig inzetje – de blik vangen.

Piet Gerrits, De parabel van Lazarus en de rijke vrek. Cyclus in de Gerardus Majellakerk in Tilburg. Foto RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2011).
Piet Gerrits, De parabel van Lazarus en de rijke vrek. Cyclus in de Gerardus Majellakerk, ontworpen door Joseph Cuypers, te Tilburg. Herkomst: RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2011).

Hier zien we Lazarus zitten tussen de honden; de beroofde en mishandelde Jood die door de meest verachtelijke van zijn geloofsgenoten, de barmhartige Samaritaan, wordt geholpen; de overspelige vrouw; het verdwaalde schaap en Maria Magdalena die de voeten van Christus wast. Voor wie gewend is aan de latere geïllustreerde kinderbijbels komt dit alles nauwelijks als revolutionair over, maar op dat moment was Gerrits de enige die op zo’n directe wijze het Nieuwe Testament voorspiegelde. Als een beeldband, een stripverhaal gelijk, kan het van de muren worden afgelezen, vooral ook vanwege de keuze voor Nederlandstalige teksten. Zelfs opgeknipt in afzonderlijke onderdelen zouden deze scènes al iconografisch een novum zijn, laat staan als doorlopende geschiedenis. Daarbij valt inhoudelijk vooral de nadruk op het menselijke karakter van dit deel van de bijbel, de kant van de eenvoud, de onvoorwaardelijke liefde en vergevingsgezindheid van Christus. Kortom, niet de straffende God waarmee de Una sancta* tijdens het interbellum het kerkvolk zo graag in het gareel hield. Voor Gerrits gold helemaal wat Van der Vliet zei: de kunstenaar moet zelf leraar zijn om de leer van Jezus te verspreiden. Met zijn laagdrempelige beeldverhalen gaf Gerrits haast een doorkijkje op wat na Vaticanum II in de kerkelijke kunst stond te gebeuren.

Het vreemde is dat het programma in de koorpartij, van de overwinnende kerk, dit idee eerder versterkt dan verzwakt: niet ondanks, maar juist dankzij de door Gerrits toegepaste Beuroner oplossingen – ‘Byzantijnsch’, zou Joseph Cuypers zeggen – lijkt hij hier vooruit te lopen op Vaticanum II (afb. 188). Op hiëratische wijze is Christus groter weergegeven dan de met hem rond de tafel zittende apostelen, terwijl Judas met zijn zak geld wegsluipt om zijn aandeel in de verlossing te bewerkstelligen. Net zoals Bach beeldde Gerrits de leerlingen ten teken van hun heiligheid vrijwel gewichtsloos, maar even kleurrijk als tweedimensionaal uit. Judas daarentegen is in wereldse dimensies neergezet met zwaar geplooide, in het aardse bruin getinte kleding. Ook hij weet dus gebruik te maken van de dichotomie die Riegl de kunstenaars had aangereikt.[256] Deze indruk wordt bevestigd door enkele kenmerken die tegelijkertijd tot de canon van Lenz kunnen worden herleid: zowel Jezus als zijn tafelgenoten zijn als non- individuele types weergegeven, zonder persoonlijke uitstraling. Op het tafelkleed na wordt iedere vorm van diepte vermeden. Wel is achter Christus’ rug als een monochroom ornament de vruchtbare druivenrank zichtbaar met elf weelderige trossen.[257] Als slotakkoord verschijnt, haast opgelost in etherische nuances, Maria als Moeder Gods. De manier waarop ze is gepositioneerd met haar mantel die uitwaaiert in een gelijkzijdige driehoek, verraadt de Beuroner getinte invloed van Toorop.

Wat iconografisch het meest frappeert, is de prominente verwijzing in woord en beeld naar de wijnstok uit het evangelie van Johannes die in het interbellum verder alleen bij Joep Nicolas in de Agneskerk te Amsterdam (1937) is te vinden (zie afb. 319). Sowieso is een laatste avondmaal op deze plaats niet standaard. Meestal komt dit onderwerp voor op de oostelijke transeptwanden of in de koortravee. Het enige andere bekende voorbeeld is het werk van Jan Dunselman in de kathedraal van Rotterdam. Vrijwel steeds wordt dan in de kalligrafie gerefereerd aan het hoogtepunt van de consecratie, zoals te zien viel bij het laatste avondmaal van Kees Dunselman in de Obrechtkerk. Piet Gerrits combineerde echter het moment van de instelling van de eucharistie met de metafoor van de wijnstok, waarmee nogmaals werd benadrukt hoe God en mens een symbiotische vereniging aangaan. Niet de geslachtofferde God, maar de liefdevolle God die het moment van de kruisdood haast voorbij kijkt, staat hier centraal. Vooral dit accent lijkt zijn licht vooruit te werpen. Men hoeft maar te denken aan het kerkelijk lied van de post-Vaticaan II dichter Huub Oosterhuis uit 1964:

  • ‘Ik ben de Wijnstok, Mijn Vader de Wijngaardenier
    Gij zijt de ranken, dus blijf in Mij, Ik blijf in u
    Dan vindt gij vruchten hier.’

Tegen de tijd dat dit lied in de kerken zou worden gezongen, werd ook op de muren een andere toon aangeslagen, zoals Kees Mandos in de Antoniuskerk in dezelfde stad laat zien (1958) (afb. 189). In een vertrouwde iconografie worden op tekenachtige wijze figuren gegroepeerd die alleen door het typologiseren van de koppen en de stilering nog iets van Beuron uitdragen. Voor het overige is er de adem van het expressionisme over heen gegaan, die opvallend genoeg het werk van Gerrits vrijwel geheel onberoerd heeft gelaten.

Piet Gerrits, Apsismozaïek met het Laatste Avondmaal. Cyclus in de Gerardus Majellakerk in Tilburg. Foto RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2011).
Piet Gerrits, Apsismozaïek met het Laatste Avondmaal. Cyclus in de Gerardus Majellakerk in Tilburg. Foto RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2011).

Naschrift

Tot zover het fragment uit De genade van de steiger. Meer lezen? Kijk dan of je het boek tweedehands kunt kopen, want bij de Walburg Pers is het uitverkocht.

Het zou fijn zijn als je dit dit artikel wilt delen of mailen. Dat kun je doen via de knop delen aan het einde van deze pagina (gebruik de hashtag #GvdSteiger).

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

Nota bene — In de voetnoten staan verkorte titels die volledig zijn aangehaald in de bibliografie van het boek dat inmiddels echter uitverkocht is. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verwacht de monografie binnenkort on line toegankelijk te maken.

*Una sancta (de enige): dit begrip dat op de kerk slaat, heb ik De genade van de steiger geïntroduceerd als synoniem. Het is ontleend aan het credo of de geloofsbelijdenis en slaat op ‘de enige heilige katholieke en apostolische kerk’ (et unam sanctam catholicam et apostolicam ecclesiam)

[253]    KB krantenbank (tegenwoordige beter bekend als Delpher.nl), zoektermen: Piet Gerrits Majella (Nieuwe Tilburgsche Courant 1922).

[254]    KB krantenbank, zoektermen: Piet Gerrits Gerarduskerk (Het Vaderland, 1929).

[256]    KB krantenbank, zoektermen: Piet Gerrits Majella (Nieuwe Tilburgsche Courant 1933).

[257]    Zie paragraaf 5.6.3 Aardse en hemelse stijl: Riegls dichotomie.

[258]    Nieuwbarn, Kerkgebouw, p. 90.

De verkorte link van vrijwel hetzelfde item op de projectpagina van De genade van de steiger is: http://bit.ly/2iQLE5t