Terugkeer schilderingen kathedraal Rotterdam | Jojanneke Post in actie

Deze diashow vereist JavaScript.

De primeur was voor RTV Rijnmond op zondag 14 januari 2017, maar met Kerstmis 2017 was het al zover. Eindelijk waren de steigers afgebroken die al vanaf 2016 op het priesterkoor van de kathedraal van Rotterdam stonden en de uitmonstering aan het oog onttrokken. Eindelijk was er weer zicht op de apsis en kregen de parochianen de herstelde polychromie te zien. Eindelijk kwamen de nieuwe schilderingen in de kalot en op de triomfboog tevoorschijn die dankzij een mecenas tot stand waren gekomen. Vanaf mei 2017 was Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken bezig geweest met de voorbereiding en de uitvoering hiervan. Het resultaat is een werk dat wat betreft de kleuren, de maatvoering en de gesjabloneerde omlijsting een geheel vormt met de bestaande schilderingen van Jan Dunselman. Wat er aan onderzoek nodig was om die vertaalslag mogelijk te maken, wordt verteld in het E-boek van mijn hand. Hier alvast een voorproefje.*

De man om de hoek — Jojanneke Post had er ruim een half jaar werk voor nodig om een eigentijdse vertaalslag te maken van het ontwerp van Jans jongere broer Kees Dunselman, dat in 1964 uit de apsis verwijderd werd. Door haar eigen visie te volgen en haar persoonlijke stijl en factuur in te zetten, laat de kunstenares er geen misverstand over bestaan dit háár werk is en niet een kopie van het ontwerp uit 1929-1930. Het eigentijdse karakter komt vooral tot uitdrukking in de hoofden. Wie goed kijkt kan de ontwikkeling op dit punt op de voet volgen. Aanvankelijk volgde Post de insteek van Kees Dunselman door de figuren in de kalot als typen weer te geven: het resultaat daarvan is te zien bij zowel de evangelist Marcus (met de leeuw aan zijn voet) als de twee apostelen direct aan weerszijden van Christus. Op zijn beurt volgde Dunselman hiermee de regel van de voorman van de Beuroner school, Desiderius Lenz, die adviseerde om:

  • de eindelooze afwisselingen in het menschenbeeld tot een afzienbaar en herkenbaar aantal van types terug te brengen, welke zich dan weer zullen heenscharen om den “Canon” of het algemeen grondbeeld, dat niet aan de levende werkelijkheid, maar aan de aesthetische geometrie zal zijn ontleend’.*

De te schilderen figuren moesten volgens de Beuroner kunstleer zo geïdealiseerd worden dat ze voldeden aan een matrix van volmaakte geometrische verhoudingen. Een goed voorbeeld van wat Lenz wilde, is het Laatste Avondmaal van Paulus Krebs dat een belangrijke inspiratiebron voor de gebroeders Dunselman vormde.* Anders dan de Beuroner monnik Krebs, bleven de broers hierbij vasthouden aan bestaande mensen als vertrekpunt, zoals onder meer blijkt uit atelierfoto’s van Kees Dunselman.* Er vond een soort abstractieproces plaats, waarbij gezichten hun individuele karakteristiek verloren.

De drie genoemde koppen bevredigden Post echter niet. Ze bleef dan wel dichtbij de Beuroner opzet van haar voorganger, maar het effect was in haar ogen veel te afstandelijk om het verhaal van de voorstelling over te kunnen brengen. Daarom koos ze voor een benadering, waarin de toeschouwer vandaag de dag zich beter zou kunnen identificeren met de mensen daarboven. Het publiek moet zich uitgenodigd voelen om deel te nemen aan het feest dat in de kalot plaatsvindt: de koning van hemel en aarde wordt toegejuicht door de ploeg die de hitte van de dag heeft gedragen bij het verspreiden van zijn missie. Zij hebben hun stoel in de hemel verdiend. Binnen de kerkelijke context wordt dat op een hoger plan getild door de vier mannen daaronder. Wijzend op de ‘Koning van de harten’ benadrukken ze dat deze hemelse positie voor iedereen is weggelegd die het evangelie volgt.* Juist omdat dit verhaal vanuit het christendom tijdloos is, blijft het actueel en dat vraagt om levende en levendige mensen. In de bandbreedte tussen type en portret heeft Post een middenpositie gekozen. Ze heeft bestaande mensen zo weergegeven dat het geen portretten zijn, maar herkenbare figuren die je zo om de hoek zou kunnen tegenkomen. En dat maakt het resultaat zo eigentijds. Daarom is ook gekozen voor een breder scala aan volken: tegenover een oer-Hollandse Petrus zit een Paulus met Nederlands-Surinaamse roots. De apostel naast Paulus heeft een Afrikaanse oorsprong, de evangelist Mattheus staat voor de semitische component, linksboven zit een Rotterdammer en helemaal rechts zit een apostel met Iers-Poolse genen. Net als Da Vinci deed in zijn beroemde Laatste Avondmaal zitten hier ook jonge figuren tussen. Dit zijn mensen die je zomaar zou kunnen tegenkomen in de kerk. Als hommage aan de kunstenaar met wie het allemaal begon, heeft Post bovendien Kees Dunselman een plaats gegeven tussen de apostelen.


Een kijkje op de steigers lopende de totstandkoming van de kalotschildering van Jojanneke Post in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu op 19 oktober 2017.

Stijl en factuur — De andere ingrediënten voor een eigentijdse voorstelling zijn, zoals in het E-boek wordt uitgelegd, stijl en factuur of makelij.* De penseelvoering van Post is veel breder – met lange streken en egaal verlopende kleurvlakken – dan die van Kees Dunselman; op zijn beurt werkte hij alweer veel minder gedetailleerd dan zijn broer, Jan. Op de muur en rekening houdend met de afstand tot het schip beneden, is de meerwaarde van de nuance niet groot. Heeft de penseelstreek een stevige korrelgrootte dan draagt dat bij aan een monumentaal resultaat. Om de vlakken als figuren uit te laten komen, gebruikt Post, net als Kees, sterk aangezette lijnen, echter niet in zwart of bruinzwart, maar in een donkere variant van de kleur van het gewaad. Met dit soort lijnen drukt ze ook de suggestie uit van de lichaamsdelen onder de kleding. Ondertussen was het wel een proces van aftasten. Zoals Post lopende het project schreef:

  • ‘Sommige kleuren ben ik nog niet tevreden over, dus die pas ik nog aan. Het zijn nu nog maar de grondkleuren. De evangelisten zijn wel duidelijk en uitgespro­ken (rood, paars, blauw en groen), terwijl de apostelen meer vergrijsde kleuren hebben’.*

Post bedoelt hier het haast transparante, etherische effect, dat Kees aan bepaalde schilderingen wist mee te geven; dit was het resultaat van een techniek die hij zelf ontwikkeld had en hem van zijn collega’s – onder wie zijn broer Jan – onderscheidt. Je kunt het opvatten als zijn persoonlijke handschrift om een onaards, hemels karakter uit te drukken, zoals gedaan is in enkele schilderingen in de Amsterdamse Obrechtkerk. Het heeft veel moeite gekost om deze kunstgreep te doorgronden, zowel verbaal als ambachtelijk. De uitwerking van de apostelen in de kalot laat zien dat het niet om gewaden gaat in verschillende variaties van grijs, maar om overbelichte kleuren, wat bereikt wordt door ze met zachtgrijs op te hogen. Hiervoor heeft Post verschillende lagen aangebracht, net zolang tot de gewenste overbelichting met behoud van de onderliggende kleuren was bereikt. Opnieuw draait het hierbij niet om het kopiëren van haar voorbeeld, maar om een inleven in wat Kees Dunselman doet. Dat leidt tot een interpretatie die van vandaag is.

Sjabloonwerk — Vormen de figuraties een artistieke vertaalslag van het ontwerp van Kees Dunselman, de reconstructie van het sjabloonwerk in de kalot sluit mooi aan op het herstel van de polychromie op de muren eronder, waarmee Post vanaf begin 2017 met haar ploeg bezig was. Een tour de force was het terugbrengen van het pseudo-mozaïek achter de figuren. Het Fibonacci patroon van het geschilderde mozaïek achter het Christusmonogram op de triomfboog gaf al aan dat ook op dit punt weinig aan het toeval werd over­gela­ten. Maar het was flink puzzelen om erachter te komen welke geometrische onder­legger in de kalot was toegepast. Uiteindelijk bleek het te gaan om een raam­werk van elkaar overlappende cirkels met verschillende vertrekpunten vanuit het hart van de schildering, de wolk met de handen van God de Vader. Het uittekenen van dit patroon alleen al was een monnikenwerk. Afhankelijk van de lichtval ontpopt dit zich voor het oog als een serie parallel verlopende, halve cirkels die de concave vorm van de kalot benadrukken.

Materialen — De schilderingen zijn uitgevoerd op een ondergrond van acrylaat­basis, waarbij vervolgens voor de grote kleurvlakken eveneens een drager op acrylaatbasis is gekozen. De figuren zijn in papaverolie met pigmenten uitgewerkt. De leeuw, os en adelaar zijn in acryl opgezet. De schildering is, op Christus na, gevernist met een acrylaatvernis om een gelijke glans te verkrijgen. Voor de detaillering en het pseudo-mozaïek is palladium (in plaats van zilver), platina en 22 karaat oranje dubbelgoud gebruikt. Het materiaalgebruik is niet alleen voor kenners interessant, maar moet ook vastgelegd worden voor toekomstig onder­houd.* In principe blijkt dit soort schilderingen eenvoudig gereinigd te kunnen worden, maar indien men het dak met de hemelwaterafvoer niet systematisch onderhoudt, kunnen problemen met vochtdoorslag et cetera in de toekomst niet uitgesloten worden. Dat blijkt een kritische factor die in de praktijk vaak onderschat wordt.

Met de voltooiing van het werk in de kalot in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal van Rotterdam heeft Jojanneke Post een van de grootste monumentale schilde­ringen van de afgelopen decennia gerealiseerd. Wat belooft dat voor de toekomst?

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Dit verhaal is overgenomen uit het E-boek over de schilderingen van de kathedraal. De titel luidt: Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018.
  • Hubar, De genade van de steiger, p. 181. Nieuwbarn, Beuroner Kunstschool, p. 26 (Beuroner typen)
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, p. 123, afb. 65 (Paulus Krebs, Laatste Avondmaal).
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, p. 57, afb. 30 (Collage atelierfoto’s Kees Dunselman).
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, pp. 88-89. Quas primas, RKDocumenten.nl, deel 1, artikel 1 (‘Koning van de harten’).
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, pp. 69, 118-130 (factuur of makelij).
  • Bericht van Jojanneke Post aan Bernadette van Hellenberg Hubar via WhatsApp d.d. 11 oktober 2017.
  • Voor een verdere specificatie zie Hubar, Tussen Gabriel en Michael, pp. 142-144.

Voor de volledige titelbeschrijvingen, zie het hiervoor geciteerde E-boek.

Afbeeldingen met bijschriften

  1. De kalotschildering van Jojanneke Post geïnspireerd door het ontwerp van Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu 2018.
  2. Detail van de foto van F. H. van Dijk van de Laurentius & Elisabeth Kathedraal uit 1953. In de kalot (boven de polychromie van zijn ouder broer Jan), op de triomfboog eromheen en op de muren en het tongewelf van de koortravee zit werk van Kees Dunselman uit 1929-1930. Herkomst Stadsarchief Rotterdam, nr 4100_1976-6476.
  3. Panorama van de kalotschildering van Jojanneke Post, genomen vanaf de steiger. De foto laat goed zien dat je op de steiger rekening moet houden met de vertekening die ontstaat als je de voorstelling vanaf het schip bekijkt. Foto Davique.nl 2017.
  4. Jojanneke Post, Het linkerdeel van de schilderingen met apostelen en evangelisten waarvoor op twee figuren na (Marcus en de apostel rechtsboven) bestaande figuren als uitgangspunt hebben gediend. Foto vanaf de steiger, Davique.nl 2017.
  5. Jojanneke Post en haar man Mario de Gilder die model heeft gestaan voor Lucas (tussen hen in, met de blauwe mantel). De foto is genomen vanaf de steiger in de kathedraal te Rotterdam. Foto Léontine van Geffen-Lamers, Monumentenfotograaf.nl december 2017.
  6. In het geschilderde mozaïek achter het Christusmonogram is voor de structuur het Fibonacci patroon gevolgd, dat onder meer bekend is van de zonnebloem. Foto bvhh.nu 2017
  7. Het uittekenen van het raster van het pseudo-mozaïek was een heel werk. Duidelijk zijn de elkaar overlappende cirkelbogen te herkennen. Foto bvhh.nu 2017.
  8. Jojanneke Post, Het rechterdeel van de schilderingen in wording met centraal de apostel wiens hoofd op het fotoportret van Kees Dunselman is gebaseerd. Links van hem zit een type, rechts is Paulus weergegeven, geïnspireerd door een man van Nederlands-Surinaamse afkomst. Foto bvhh.nu 2017.
  9. Jojanneke Post, Jonge, baardloze mannen als apostelen en evangelist Johannes. Hoewel ongebruikelijk volgt de kunstenares hiermee het precedent van Leonardo Da Vinci in zijn Laatste Avondmaal. Foto Léontine van Geffen-Lamers, Monumentenfotograaf.nl december 2017.
  10. Een kijkje op de steigers lopende de totstandkoming van de kalotschildering van Jojanneke Post in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu op 19 oktober 2017.

Al het beeldmateriaal mag gebruikt worden op basis van de Creative Commons license (met naamsvermelding en zonder commercieel gebruik), behalve de foto’s van Léontine van Geffen-Lamers van Monumentenfotograaf.nl en het Stadsarchief Rotterdam, waarop alle rechten zijn voorbehouden en waarvoor dus toestemming gevraagd moet worden..

Download

Het E-boek kan gedownload worden via de website van de kathedraal, het bisdom, Davique Sierschilderwerken en deze site. De volledige titel luidt:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. ISBN 978-90-820976-2-7

Ben je in Rotterdam, ga de kathedraal dan eens bezoeken:

  • Het parochiecentrum is vrijwel iedere dag geopend tot 13:00 uur: op werkdagen vanaf 10:00 uur en zondags na de mis.
  • Bezoekadres: Robert Fruinstraat 36 (achterzijde kathedraal)
  • Voor verdere contactgegevens en bereikbaarheid met openbaar vervoer surf naar de site van de kathedraal.

Dit webartikel kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Terugkeer schilderingen kathedraal Rotterdam | Jojanneke Post in actie”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2018. http://bit.ly/2mB2ZAk-VanHH2org. Het item is ook te vinden op ifthenisnow.eu.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2mB2ZAk-VanHH2org

Help Powervrouwen to ‘Free a girl’

Afgelopen maanden heb ik me sterk gemaakt voor onderstaande actie van Léontine van Geffen-Lamers. In de laatste week van 2016 slaagde ze erin om door middel van crowdfunding via voordekunst.nl het benodigde bedrag bij elkaar te krijgen. Een applaus waard! Je kunt haar nog steeds steunen. Lees daarvoor het onderstaande verhaal.

Item op ifthenisnow.eu over de actie #Powervrouwen voor #FreeAGirl (2016).

Het leuke van creatieve mensen is dat je van tevoren nooit weet wat ze nu weer gaan verzinnen. In een wereld die bol staat van de protocollen vormen ze een apart fenomeen, waaraan de een zich vanwege de onvoorspelbaarheid ergert en de ander zich juist optrekt aan het vernieuwende, het innovatieve, het out of the box. Dat laatste begrip staat Léontine van Geffen-Lamers op het lijf geschreven. Na een carrière in de filmsector keerde ze terug naar een oude liefde, het fotograferen van historische architectuur en vestigde ze zich als monumentenfotograaf. Het gebouw zelf in al zijn facetten, ruimtelijkheid, lichtval, detaillering, staat daarin centraal. De ene keer registreert ze zo objectief mogelijk wat de samenstellende onderdelen zijn, de volgende keer vangt ze de sfeer in de wisselwerking tussen licht en schaduw of vangt een oude balk haar lens. Mensen spelen daarin geen rol, want het object zelf is de geportretteerde die ze wil doorgronden en neerzetten.

Daarom is het wel apart dat juist een foto van architectuur mét een – geregisseerde – figuur haar prikkelde tot iets nieuws. Het portret van de schermer in de trappenhal uit de beroemde serie Berlin van Erwin Olaf gaf de impuls aan een wordingsproces dat leidde tot het concept #Powervrouwen. Op het eerste gezicht lijkt het te gaan om zomaar een serie portretten van een groep sterke vrouwen, maar er is meer, veel meer … want eigenlijk gaat het om een orkest van stemmen, een partituur met een sterk episch karakter die uitgevoerd wordt door Léontine. Als dirigent neemt zij zelf de eerste plaats in in dit boek, niet om de anderen in de schaduw te stellen, maar om dapper naar voren te stappen en de lezer uit te nodigen dit avontuur aan haar hand te volgen. Vroeger werd het titelblad van een boek wel eens vergeleken met de voorgevel van een gebouw. In dit geval staat Léontine bij de voordeur om iedereen welkom te heten: kom binnen en maak kennis met mijn gezelschap sterke vrouwen … zij brengen verhalen met voor elk wat wils, een boodschap, troost en inspiratie. Existentieel en oeroud!

Daarom is de volgende stap zo vreemd nog niet, ook al staat die haaks op de geijkte canon in de marketing: Léontine draagt het boek namelijk op aan de organisatie #FreeAGirl. Ze werft fondsen voor de publicatie om de opbrengsten daarvan weer aan #FreeAGirl te kunnen geven. Kinderen hebben het al zo zwaar in ontwikkelingslanden, maar voor meisjes geldt dat nog eens in versterkte mate. Het beeld is zo afschrikwekkend dat ik er hier niet eens over wil schrijven. Eigenlijk wil ik het allemaal niet weten en met mij een heleboel anderen. Maar niet Léontine! Ze dook in de materie en schreef haar eerste opiniestuk: Maak van slavenmeisjes Powervrouwen, want ‘Als het met 10-jarige meisjes goed gaat, dan gaat het in de hele wereld goed’.

Als dat geen motto is om dit project te steunen!

Er is nog een dikke week om #Powervrouwen te steunen, zodat zij #FreeAGirl kunnen helpen.
Surf daarvoor naar http://bit.ly/Powervrouwen-FreeAGirl en doneer!

Ik heb het gedaan. Wie volgt!

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


 
Meer over #FreeaGirl

Om direct te doneren surf je naar http://bit.ly/Powervrouwen-FreeAGirl

Contactpersoon

Léontine van Geffen-Lamers (06 22 444 681)
http://bit.ly/Powervrouwen-FreeAGirl
www.monumentenfotograaf.nl

Spankerenseweg 6
6974 Leuvenheim

Opiniestuk van Léontine van Geffen-Lamers over #FreeAGirl (2016).

Dit item staat eveneens op ifthenisnow.eu, waar je ook het werk van monumentenfotograaf Léontine van Geffen-Lamers kunt bekijken: http://bit.ly/2iadarU

Vriendenbrief aan de vooravond van Kerstmis

Een vriendenbrief, wat is dat nu weer? En waarom heet dat geen nieuwsbrief? Omdat ik me hiermee niet richt tot mijn netwerk van zoveel honderd adressen, maar tot de mensen die me na staan, die me door het jaar heen volgen en steunen, en met wie ik graag het jaar doorloop. Oude vrienden en nieuwe vrienden, fysieke contacten en virtuele relaties. Een bont gezelschap dat over het merendeel mijn liefde voor kunst, cultuur en erfgoed deelt. Wat wil ik op mijn beurt graag met jullie delen?

Het boek over de nieuwe Bavo is goed ontvangen

De Mariakapel van de nieuwe Bavo (1951) met het altaar van Joseph Cuypers en Johannes Maas (1898).

De blikvanger van de aankondiging van de vriendenbrief toont – geheel in de sfeer van de kerstdagen – de Mariakapel van de nieuwe Bavo. Een van de mooiste opdrachten ooit leidde tot een prachtig vormgegeven boek over de kathedraal van Haarlem. Veel heb ik er op deze site al over geschreven en zoals vroeger plakboeken met krantenknipsels werden gemaakt, vergaar ik nu opmerkingen en kritieken digitaal.

De grappigste kwam van het Reformatorisch Dagblad dat ik zekerheidshalve op Evernote heb opgeslagen. De journalist signaleert op basis van recent onderzoek interessante verbanden tussen de oude en de nieuwe Bavo. Dat doet hij aan de hand van mijn boek en dat van Thomas von der Dunk. Ik zal niet zeggen Bien étonnés de se trouver ensemble, want Thomas en ik delen een verleden als actieve leden van het Cuypersgenootschap. Maar het was toch wel frappant.

‘Laat je dat nu makkelijk los, zo’n groot project?’, wordt me wel eens gevraagd. Nee, helemaal niet, maar als zelfstandig onderzoeker heb je geen keus. Je moet weer verder met het volgende project, waar ik tot mijn vreugde Joseph Cuypers (en Jan Stuyt) weer tegenkwam. Dat was bij de Annakerk en vooral de Laurentiuskerk in ‘t Ginneken in Breda. Ik schreef er een artikel over voor ifthenisnow.eu.

Ondertussen heb ik over Joseph Cuypers zelf ook een artikel geschreven in verband met het project van de inventarisatie van het archief dat Pierre M. Cuypers begin dit jaar in bruikleen gaf aan het gemeentearchief van Roermond. Je kunt het via deze link inzien. Deze drukproef is exclusief de laatste verbeteringen, dus wil je het ‘schoon’ en in drukvorm zien, surf dan naar De Spiegel van Roermond en bestel dit jaarboek van 2017.

Wie weet zien we elkaar nog in Roermond of Haarlem. Want beide plaatsen zal ik komend jaar zeker nog een aantal keren aandoen.

Een nieuw boek over Annemiek Punt

'Thomas Moore' van Annemiek Punt in de kathedraal van Roermond. Foto bvhh.nu 2016.

Een leuke opdracht die via collega Evelyne Verheggen mijn kant op kwam, was het artikel over glazenier Annemiek Punt. Ik dacht dat het om een artikel zou gaan, maar het blijkt een boek te zijn, waarvan de andere bijdrage wordt geleverd door esthetisch filosoof Wessel Stoker die onder meer naam maakte met de publicatie: Kunst van hemel en aarde. Het spirituele bij Kandinsky, Rothko, Warhol en Kiefer (2011). Ik heb zijn verhaal nog niet gezien, maar ik ben er heel benieuwd naar. Het gaat vast een bijzonder boek worden. Je leest er meer over onder deze link.

Powervrouwen voor Free a girl

Ik weet dat we aan het einde van het jaar doodgegooid worden met goede doelen, maar ik ben zo vrij om er eentje in het bijzonder aan te bevelen. Dat is het initiatief van monumentenfotograaf Léontine van Geffen-Lamers: ‘Powervrouwen voor Free a girl’. Meer informatie vind je onder de link op deze site of op ifthenisnow.eu. Direct doneren? Ga dan naar http://bit.ly/Powervrouwen-FreeAGirl.

Opiniestuk van Léontine van Geffen-Lamers: 'Powervrouwen voor Free a girl' 2016.

#KunstinBreda

Het schrijven van waardestellingen over de niet beschermde religieuze kunst in Breda – aan en in de gebouwen of solitair in de publieke ruimte – was ‘n groot feest. Marjanne Statema en ik zijn van de ene verbazing in de andere gevallen. Mooi om dan van de mannen van de gemeente te horen dat ze geen idee hadden dat er zoveel bijzonders tussen zat. Wel eens gehoord van pyrofotografie? Of van een expressionistisch wegkruis? Of van … ach wat, ga eens kijken onder deze link.

Leen Douwes, Wegkruis te Breda (1930). Foto Marjanne Statema 2014.

#Kerkverhalen

Met Menno Heling van if then is now heb ik afgelopen jaar het project #kerkverhalen opgezet. Het idee is om de rijkdom aan verborgen schatten in de kerken in het licht te zetten door middel van verhalen. Als platform voor verhalen over toerisme, kunst en erfgoed past dit bij uitstek in de doelstellingen van if then is now. Veel kerken zullen de komende jaren gesloten en herbestemd of – als het aan de Nederlandse kerk ligt – gesloopt worden. Door te helpen om een museale omslag te maken kunnen de kerken die voor de eredienst open blijven op meer fronten een publieksfunctie vervullen. Want medegebruik zal nodig blijven om inkomsten voor het beheer van deze gebouwen te genereren, of dat nu op het gebied van de kunsten is of andersoortige manifestaties.

Het leverde een leuk interview op van Rob den Boer in Christelijk weekblad.

Interview over #kerkverhalen in Christelijk Weekblad (2016).

Meer over #kerkverhalen kun je vinden op deze site en bij ifthenisnow.eu door #kerkverhalen in te voeren in het zoekscherm. Binnenkort worden de verhalen gebundeld op een aparte website.

De glasnegatieven van Cuypers

Ga maar direct kijken naar de diashow over de glasnegatieven in het Cuypershuis die dringend gerestaureerd moeten worden. Dan weet je waarom crowdfunding nodig is. Dit soort acties laat je beseffen hoe veel er nog is waarvan we nauwelijks iets weten. Inderdaad, Cuypers maakte al heel vroeg gebruik van de publicitaire mogelijkheden van de fotografie. Meer bijzonder is de exercitie die hij in 1860 in Breda uitvoert, waarbij foto’s gebruikt worden in het restauratieproces. Mijn collega-Cuyperianen Wies van Leeuwen en Lidwien Schiphorst betitelen deze werkwijze als heel vroeg en dat lijkt me terecht. Maar wat hebben we nu aan vergelijkingsmateriaal? Hoe ging het er elders aan toe?

Zo zie je maar weer dat iedere vondst niet alleen antwoorden brengt, maar vaak nog meer vragen oproept. Dat is natuurlijk ook het mooie aan dit vak.

Tentoonstelling en crowdfunding glasnegatieven Cuypershuis (2016).

De foto toont een van de glasnegatieven die Pierre M. Cuypers uit Bemmel bij gelegenheid van de opening van de tentoonstelling aan de verzameling toevoegde. Je ziet zijn vader Charles op de schoot van zijn overgrootvader Pierre, zijn grootvader Joseph links en zijn ooms, Pierre junior en Michael, staand. De foto is genomen op een van de mooiste plaatsen in het museum, de Cuyperszaal die Joseph in 1907-1908 in het complex integreerde.

Dit goede doel kan gesteund worden tot medio maart. Surf daarvoor naar http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven.

Bach’s Weihnachtsoratorium

Rest mij ieder van jullie een zalig Kerstmis, ontspannen feestdagen en een voorspoedig 2017 toe te wensen. Zelf kwam ik in de stemming door naar het Weihnachtsoratorium van Bach te luisteren. Ik vond een prachtige, historische uitvoering van Nikolaus Harnoncourt (1929-2016) op Youtube, die ik jullie van harte kan aanbevelen: klik hier voor de cantates 1-3 en hier voor de cantates 4-6. In een tijd waarin we tastend voorwaarts schuifelen – want dat we in zwaar weer verkeren en de wind voorlopig niet af zal nemen is wel duidelijk – brengt Bach je met zijn muziek terug naar het wonder van het Kerstfeest.

Dat gevoel van peis en vree is een schaars goed, dus laten we dat met elkaar delen.

;-) Bernadette

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-Vriendenbrief

Arbeid & Bezieling bij het Rijksmuseum (proefschrift)

Arbeid & Bezieling | Masterclass Open Universiteit over het Rijksmuseum

Nota bene — Je kunt de dia’s op je gemak bekijken door op de pauzeknop te klikken en er met de pijltjes doorheen te gaan.

Arbeid & Bezieling — De presentatie hierboven is gebaseerd op mijn proefschrift Arbeid & Bezieling dat in het bijzonder gaat over het programma van de voorgevel van het Rijksmuseum. Aan de hand van dit verhaal heb ik uitleg gegeven aan de masterclass van de Open Universiteit over de invloed van het Rijksmuseum op onze interpretatie van de renaissance (en de middeleeuwen) als nationale cultuurdrager(s). Deze bijeenkomst stond onder leiding van professor dr. Paul van den Akker van de Open Universiteit (12 mei 2017 en 3 mei 2019), die zelf een lezing gaf over ons beeld van de renaissancestad bij uitstek, Florence. Het was een plezierige bijeenkomst die in 2017 voortgezet werd op locatie bij het Rijksmuseum. Het is één ding om een presentatie te geven en weer een ander om het onderwerp daarvan met eigen ogen te kunnen bekijken. Dat leidde tot een aantal interessante vragen en discussie. Bij de rondwandeling is ook ingegaan op verschillende aspecten van de afgelopen restauratie.

Spijtig genoeg kon ik in 2019 fysiek niet bij de masterclass aanwezig zijn. Het bleek wel een uitgelezen aanleiding om voor het eerst een presentatie on line via Skype te geven. Dat ging veel beter dan ik had verwacht, vooral door de dialoog tijdens het verhaal met Paul van den Akker.

De presentatie kan als PDF gedownload worden via deze link: http://bit.ly/Rijksmuseum-OU-12mei17.

Hoewel het in 2017 tot in de middag pijpenstelen regende, kwam gelukkig op tijd de zon door. Zou het dan toch geholpen hebben om een worst aan de heilige Clara te beloven?1

Aan de hand van de Engelse samenvatting hieronder kun je een eerste indruk opdoen van Arbeid & Bezieling.

;-) B.2

Masterclass Open Universiteit bij het Rijksmuseum (2017).

Masterclass Open Universiteit bij het Rijksmuseum: uitleg van de topgevel met Arbeid & Bezieling (2017).

Naar aanleiding van de presentatie:

  • Op het bezoek van Albrecht Dürer aan Den Bosch wordt kort ingegaan in deze blog. Van het item over Jeroen Bosch is inmiddels een apart webartikel gemaakt.
  • Over het fenomeen gipsafgietsel heeft Hanno van der Lans een lemma gemaakt voor Wikipedia. Hij heeft daarvoor onder meer gebruik gemaakt van mijn artikel over het Rijksmuseum – het Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst en de collectie gipsafgietsels – uit 1983: http://bit.ly/Hubar-gipsafgietsels.

Karel van Manderprijs

29 maart 1995 promoveerde ik aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen op het proefschrift Arbeid & Bezieling, de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum. Daarna zou het nog twee jaar duren eer de handelseditie van het proefschrift uitkwam. Het was een hele eer dat het werk in datzelfde jaar, 1997, bekroond werd met de Karel van Manderprijs voor beste boek op het gebied van architectuurgeschiedenis en beeldhouwkunst van de Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici (VNK).

Dat het die onderscheiding ontving, mag best een wonder heten, want het is een buitengewoon complexe studie. Ik heb nooit meer iets geschreven dat zo ingewikkeld is: in de beste tradities van de grote iconoloog Erwin Panofsky is op grond van kunsttheoretische, filosofische, theologische en architectuurhistorische bronnen getraceerd, wat mogelijkerwijs achter het beeldprogramma van de voorgevel van het Rijksmuseum schuilgaat. Ook andere delen van het museumgebouw zijn daarbij betrokken, maar het accent ligt op de façade aan de Stadhouderskade die als een compendium in steen opgevat kan worden van de opvattingen van het driemanschap Cuypers, Thijm en De Stuers. Hoe ik dit onderzoek heb aangepakt kun je lezen in de inleiding die de veelzeggende titel draagt: Een poging in de kunst.*

Een van mijn dromen is om op basis van Arbeid & Bezieling een klein, makkelijk toegankelijk boekje te schrijven over de buitenkant van het Rijksmuseum, zodat de bezoeker met dit bijzondere programma kennis kan maken. Tot het zover is, nodig ik je graag uit om onderstaande samenvatting te lezen.

Het Rijksmuseum van Pierre J.H. Cuypers (1875-1885)

Het Rijksmuseum kort na de opening in 1885. Aan de voet van de gelijkzijdige, centrale topgevel zitten de beelden van Arbeid & Bezieling (herkomst: het Nieuwe Instituut te Rotterdam, waar het archief van de firma Cuypers & Co ligt)

Labour and Inspiration

An iconological interpretation of the façade of the Amsterdam Rijksmuseum based on the aesthetics of P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm and V.E.L. de Stuers

Bernadette van Hellenberg Hubar

Labour and Inspiration (Arbeid en Bezieling) is a study of the theories on the active and passive process of artistic creation of P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm and V.E.L. de Stuers as they were expressed in the sculpture of the façade of the Rijksmuseum in Amsterdam and the decoration of the Arts & Crafts School in Roermond. Although in both cases the design of the ornament was supervised by Cuypers, the programme of meanings to be expressed in and through the deco­ration was devised in frequent consultations between the aesthetician and man of letters Alberdingk Thijm , the civil servant De Stuers and the architect Cuypers. In order to present their theories on both the active creative process of making a work of art and the passive artistic experience of the public and to interpret their formal expression in the Rijksmuseum and the Arts & Crafts School in Roermond, the methods of iconography and iconology have been used. In spite of their draw­backs, these methods have proved themselves to be useful instruments for an inquiry into the meaning of these decoration programmes. However, it should be remarked at the outset that the aim was not to reach quasi-objective results, but to enter into a dialogue with these works of art, leading to interpretations and reflec­tions in which the role of the educated guess is openly acknowledged.

Order and Movement

Labour and Inspiration is devided into three parts, called after a triad of con­cepts which play a central role in Thijm’s view of the development of a contem­porary Christian art formed after a devine model: “the Holy Type of Unity and Multiplicity, Order and Movement, and Harmony and Diversity”. Part I (Order and Movement) presents the opinions of the three men on the practical and idealis­tic aspects of the creation and enjoyment of art. In three chapters Cuypers’ educa­tion as an architect, Thijm’s aesthetic theories and De Stuers’ policy concerning artistic education and public art collections are discussed. Each chapter is prece­ded by a short biographical sketch of the dramatis personae of this study.

A close study of the years Cuypers spent at the Académie des Beaux Arts in Antwerp reveals not only the wide range of ‑ often conflicting ‑ theories of art that prevailed in Belgium and The Netherlands in the first half of the nineteenth century, but also the artistic practice at that time. The transformation of the classi­cist ideal of the ‘universal master’ into a romantic, quasi-mediaeval ideal of the Magister operum is a central theme in this chapter; another is the discovery that Cuypers’ professors, under the influence of J.-F. Blondel’s Cours d’Architecture, held a rhetorical view of architecture which was a major factor in determining  Cuypers’ ideas on the meaning and impact of architecture, on the role of iconolo­gical programmes and on the use of building styles and ornament.

Spotprent van J.P. Holswilder op het Rijksmuseum kort na de opening in 1885.

Spotprent van J.P. Holswilder op het Rijksmuseum kort na de opening in 1885. Het geeft een aardig beeld van wie men algemeen als de bedenkers van dit al te ‘Roomsch’ aandoende overheidsgebouw zag. Het oorspronkelijke onderschrift luidt dan ook: ‘De wijding van het bisschoppelijk paleis, genaamd “Het Rijksmuseum te Amsterdam”‘. Van links naar rechts: jonkheer Victor E.L. de Stuers, Joseph A. Alberdingk Thijm en Pierre J.H. Cuypers (herkomst: KDC Nijmegen).

Thijm’s aesthetics is presented by means of a discussion of one of his most beautiful historical novellas, The Organist of the Cathedral (De Organist van den Dom, 1848). In this work Thijm combines without effort typical Renaissance motifs such as the furor poeticus and the furor melancholicus with a general ro­mantic and catholic atmosphere, thus throwing new light on the mediaeval Cathe­dral of Utrecht, where the action takes place.

To end Part I, De Stuers’ cultural and educational policy is discussed. Both the state-supervised national programme for schooling in the arts and crafts and the idealistic programme of the National Museum for History and Art (Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst), a subdivision of the Rijksmuseum, were dictated by the same vision on the role of the arts and crafts in society. One of De Stuers’ preoccupations was the problem of translating a creative concept into a practicable drawing and subsequently into an artistic product; another was the appeal of the work of art on its public, whose participation is made possible by the moving effect of aesthetic experience. This rhetorical view of art, in which its capacity to move the beholder is so central, is one of the characteristics of De Stuers’ museum ideology. This ideology was partly based on the “propre musée” located at the house of Cuypers’ first mentor Charles Guillon. Both preoccupa­tions of De Stuers have clearly informed the conception of the Rijksmuseum and its annexe, the Art Training School (Oefenschool).

Pierre J.H. en Joseph Th.J. Cuypers, De Teekenschool voor Nuttige en Beeldende Kunsten te Roermond (1904-1905) was net als het Rijksmuseum iconografisch opgezet als een tempel der kunst. Dit gebouw is in het oeuvre van Cuypers als enige buiten het Rijksmuseum gesierd met voorstellingen van Arbeid en Bezieling. (Opname van nà de restauratie in 1996).

Harmony and Diversity

Part II (Harmony and Diversity) is devoted to the Arts & Crafts School in Roermond and especially to its tile decoration of images of Labour and Inspira­tion. Although the Rijksmuseum antedates the Roermond School, the latter is dis­cussed first because this offers the opportunity to present the thoroughly catholic and mediaeval pair of concepts ‘inspiration’/’conception’ and ‘labour’/’craftsman’ as the background to the partly ‘Oudhollandsche’ (Old-Dutch) and partly classicist use of these concepts in the façade of the Rijksmuseum. To begin with, the buil­ding history and the architectural composition of this Gesamtkunstwerk is elucida­ted. Because of its liveliness and subtle balance between variety and variation, movement and asymmetry it is one of the outstanding Dutch examples of ‘pictu­res­que’ architecture. Cuypers ‘picturesque’ and varied design received added lustre by the colourful decoration of the exterior, where different kinds of brick, com­plex masonry motifs, sculpture and tile pictures were used. Secondly, the pro­gramme which formed the basis of all this ornament is interpreted. The represen­tation of ‘inspiration’/’conception’ is based on Mariological metaphors as they occur in the dogma De immaculata conceptione (1854); it strongly resembles the iconography of the decorations designed by Cuypers for the piano he gave as a wedding present to his second wife, Thijm’s sister Nenny. The figure of ‘inspira­tion’/’conception’ expresses an analogy between the ‘inspiration’ of Christ in Mary and the inspiration of the creative concept in the artist. This analogy was based on the interpretation of the articles devoted to Mary by Thijm’s friend, the priest and theologian Cornelis Broere. The figure of ‘labour’/’craftsman’ on the other hand shows the romantical, ‘mediaeval’ labor ethic of the three friends, which was held up to the citizens of Roermond as a harmonious model of a pros­perous society.

De personificatie van Bezieling te Roermond

Het tegeltableau van Bezieling bij de Teekenschool voor Nuttige en Beeldende Kunsten te Roermond (1905): Bezieling is afgestemd op de traditionele iconografie van de Annunciatie en wordt weergegeven als Maria (foto: Paul Kuyt 1983).

Unity and Multiplicity

Part III, Unity and Diversity, is devoted to the iconography and iconology of the Schauseite of the Rijksmuseum. The analysis of its content and meaning is preceded by a chapter which reconstructs the development of the plan, the buil­ding history and the façade sculpture, and describes the complex. The statues of Labour and Inspiration which support the façade, are the central themes here. In Thijm’s aesthetical theory and the series of conceptual associations which form an important part of it this pair of concepts is identical with that of Matter and Spirit. ‘True’ works of art can only be created in and through their interaction. The matter and craft aspect is reflected in the complex of meanings attached to the figure of Labour-Luke-Apelles as a patron of Painting, which combination goes back in essence to the apocryphal biblical story of Saint Luke painting the Madon­na. In the representation of Labour-Luke, drawing takes precedence over painting because drawing is the visual equivalent of verbal language. Labour-Luke thus illustrates the belief of Thijm, Cuypers and De Stuers in the Renaissance notion of drawing as the mediator of Platonic Ideas. The origins of this conviction can be traced through contemporary art criticism, philosophical treatises and the ‘Oudhol­landsche’ artistic theory to the Platonist humanism of Marsilio Ficino and his classical sources.

Het beeld Arbeid in de topgevel van het Rijksmuseum (Bart van den Hove 1883).

Het beeld Arbeid in de topgevel van het Rijksmuseum kreeg van Victor de Stuers de volgende beschrijving: ‘De driehoekige topgevel is aan zijn voet besloten door twee zittende beelden, de Arbeid en de Bezieling, de voorwaarden onmisbaar tot voortbrenging van ware kunstwerken; de Arbeid is een bejaard man gebogen over zijn tafel waarop hij zijn werk teekent. Naast hem een os als zinnebeeld van den ingespannen arbeid’. Deze figuur personifieert niet alleen de tekenkunst, maar verwijst tevens naar de evangelist Lucas en de klassieke schilder Apelles. Het beeld is van de hand van Bart van den Hove (1883-1885) (foto: J.J. Kuyt, 1988).

Inspiration on the other hand turns out to be John the evangelist, represented as the personification of the art of building, beholding the perfection of the heavenly Jerusalem. He is pictured in accordance with both the type of Meditatione and that of the furor poeticus, derived from the ‘Oudhollandsche’ edition of Cesare Ripa’s Iconologia. By this typology, which was extremely popular, the young man Inspi­ration symbolizes Thijm’s view of the creative power of sublimated melancholy. This theme, which was known above all through Dürer’s Melencolia I, can also be traced back to Ficino.

Het beeld Bezieling in de topgevel van het Rijksmuseum, van de hand van Bart van den Hove (1883).

Over het beeld Bezieling in de topgevel van het Rijksmuseum vertelt De Stuers: ‘De Bezieling is een jongeling naar den Hemel starend en gereed in een open boek de ontvangen ingeving op te teekenen; naast hem een arend, wiens hooge vlucht en scherpe blik hem vanouds stelden als zinnebeeld der bezieling’. Op deze bezieling kreeg men vat dankzij de furor poeticus (dichterlijke razernij), hetgeen de jonge man tot symbool van de dichtkunst maakt. Tegelijkertijd verwijst hij naar Johannes de Evangelist die als ziener van het hemelse Jeruzalem de bouwkunst vertegenwoordigt. Het beeld werd net als zijn tegenhanger Arbeid gemaakt door Bart van den Hove (1883-1885) (foto: J.J. Kuyt, 1988).

Next comes the interpretation of the decoration programme of the façade, pre­sented as a book for the laity. The strikingly classical design of the sculpture can be explained by connecting it with the double aim of emulating both the Parthe­non and the Amsterdam Town Hall by Jacob van Campen. By means of a con­struction of the history of art that had been prepared symbolically by Thijm and rationally by Viollet-le-Duc, Greek and mediaeval art could be considered as equivalents because they both represented the flowering of a culture. As a result of this specific concordance masterpieces of Greek art ‑ here the Parthenon ‑ also served as a model for contemporary projects. The emulation of the Town Hall was legitimated because its designers, Van Campen and Artus Quellinus, had tried in a similar way to find a national, classicist-’Oudhollandsch’ answer to the classics. In virtue of the central role of the Virgin, the sculpture of the Rijksmuseum can be interpreted as a litany in stone to the Madonna: the Parthenon, originally a temple devoted to a virgin goddess, had been consecrated tot the Mother of God in the early Christian age; the Amsterdam Town Hall had the Amsterdam Virgin as pa­troness, and the Rijksmuseum the Dutch Virgin. In both cases, this use of a virgin patroness originates in the use of Mary as a symbol of architecture, city-state or society. Moreover, in virtue of a multiplicity of ‘Oudhollandsche’ motifs, the Rijksmuseum would grow into a monument of patriotic feeling: a cultural and historical pantheon for national heroes, exempla virtutis, whose names and por­traits were immortalized in the tympana of the windows on the exterior. Thus the decoration of the façade presents us with a summa in which varying motifs had been connected by the “fertility and elasticity of the Christian-symbolical system” (Thijm). Various controversial catholic elements received in this fashion a diffe­rent, ‘Oudhollandsche’ and ‘classical’ interpretation.

Het centrale paneel in de latei boven de onderdoorgang van het Rijksmuseum toont het reliëf van de Nederlandse Maagd tussen Wijsheid en Rechtvaardigheid met Schoonheid en waarheid aan haar voeten. Ze wordt geflankeerd door Nederlandse wetenschappers en kunstenaars. Het beeldhouwwerk werd uitgevoerd door Frans Vermeylen 1881-1885 (foto: J.J. Kuyt, 1988).

One of these ‘elastic’ themes of the façade is represented in the relief ‘The Art of Drawing and Painting’, which is in fact an anachronistically ‘Greek’ variation of the theme ‘Saint Luke paints the Madonna’. Instead of Luke we find the pain­ter Apelles and instead of the Virgin with Christ sitting on her lap we find Venus Urania with Amor. The analysis of this relief is preceded by the iconographical explanation of the tile tableau with the Three Graces ‘Beauty, Truth and Good­ness’ above the entrance to the Art Training School (Oefenschool). This picture especially demonstrates the importance of the part played by De Stuers as icono­grapher and the great knowledge of ‘Oudhollandsche’ culture both he and Thijm possessed. Ficino’s concept of the Geminae Veneres ‑ heavenly Urania and earthly Pandemos ‑ is mixed with that of the Three Graces as they are represented in the tile tableau. These twins also appear in the relief with the Greek ‘Luke’ or Apel­les: Venus Urania as a model, the other Venus drawing. The design of the relief of ‘The Art of Drawing and Painting’ is based on a harmony between a classical, humanistic and mediaeval motif, devised by Thijm as an allusion to the Concordia Veteris et Novi Testamenti. Again, Mary is the link: she is prefigured as “the highest ideal in art” by Venus Urania, who in turn is often used as a visual me­taphor for the Idea of beauty.

Reliëf met de teken- en schilderkunst aan de gevel van het Rijksmuseum te Amsterdam

Apelles schildert Venus Urania met Amor divinus | Lucas schildert de Madonna met het Christuskind. De meester wordt omringd door zijn leerlingen. Linkerpaneel van de latei boven de onderdoorgang van het Rijksmuseum. Het reliëf werd uitgevoerd door Frans Vermeylen 1881-1885 (foto: J.J. Kuyt, 1988).

The counterpart for the relief of Apelles is the tableau depicting ‘The Art of Building and Sculpture’. Here, the motif of the Greek Magister operum is repre­sented on the basis of a similar concordance. Holding a banderole showing the almost magical emblem of circle, square and triangle, the architect refers as well to Vitruvius as to the mediaeval technique of triangulation. Thus this representa­tion of an architect can be linked to the portrait of Cuypers as an architectus doctus painted in Roermond by his brother in 1853: it shows the sitter against a richly filled book-case, with a drawing-case, an equilateral triangle and a Roman-Gothic capital. Similarly, the Amsterdam relief shows the symbiosis between vitruvianism and organicism in Cuypers’ thought and work in so far as the ‘master of the works’ also refers to the demiourgos, the architect of the universe. Analogous to this divine architect, the Magister operum creates architecture as a “second natu­re” (Thijm).

Reliëf van de bouw- en beeldhouwkunst aan de voorgevel van het Rijksmuseum te Amsterdam.

De bouwloods met de klassieke meester van het werk. Op zijn banderol toont hij het klassieke kwadratuurschema dat symbool staat voor de onvergankelijke geometrische figuren, die ten grondslag liggen aan de bouwkunst als een tweede natuur. Het reliëf werd uitgevoerd door Frans Vermeylen 1881-1885 (foto: J.J. Kuyt, 1988).

Victory-imagination is the central theme of the last chapter of Part III. The three friends considered imagination as a powerful creative instrument, active in a poetical, combining and perfecting way, but only if it is divinely inspired and recognized as a gift from heaven. Because of the analogy between God and man the latter is almost forced to use his imagination and to work creatively. From this results both the victory of mind over matter and the connecting link between heaven and earth. It is quite remarkable to see that this concept turns out to be similar in countless points to the aesthetics of the agnostic Carel Vosmaer, the most important opponent of Thijm, Cuypers and De Stuers.

Finally, by way of a conclusion and synthesis of the meanings connected with the programme of the façade, the most important lines and patterns ‑ both compo­sitional and allegorical ‑ are discussed. As in a perpetuum mobile a limited num­ber of themes dominates the front in ever changing forms and combinations. Among these are Mary as the highest ideal in art, the Magister operum, Beseleel and the demiourgos, the heavenly Jerusalem and the temple of the arts, Venus Urania and Venus Pandemos, the art of drawing as the mediator of the idea, the furor poeticus and many more. By continually balancing on the razor’s edge, turning necessity into a virtue by taking into account the criticism of opponents and incor­porating it in the visual programme, the iconology of the Rijksmuseum has acqui­red its acuteness and its subtle and inspired content. Yet at the same time this programme has remained incomprehensible for the average visitor because of its extreme difficulty. Even if countless symbolical ‘beams’ (Thijm) in the façade flash out with the aim of striking each other in the mind of the beholder, the programme remained too exclusive for the unsuspecting public. One can therefore safely state that similar to the mediaeval cathedral, the Rijksmuseum did not suc­ceed completely in being a book for the layman.

Het centrale deel van het Rijksmuseum met de sculptuur in het teken van Arbeid en Bezieling.

De voorgevel van het Rijksmuseum wordt bekroond door het beeld van Victoria, de gevleugelde dochter des hemels die staat voor de artistieke verbeeldingskracht. Zij reikt dan ook kransen uit aan de geslaagde kunstenaars wier werk als resultaat van Arbeid & Bezieling in het museum is te zien (foto: bvhh.nu 2013).

Epilogue

The epilogue first gives an evaluation of the degree in which ‘Oudhollandsche’ conceptual triads such as nature, teaching and exercise ‑ which were known from the writings of Vondel, Dürer, Ripa, Van Hoogstraten and others ‑ could be suc­cessfully transformed into the trio Labour, Inspiration and Victory. Again, it transpires that Cuypers, Thijm and De Stuers possessed a very solid and profound knowledge of such ‘Oudhollandsche’ metaphors. In this way, they can be conside­red as the precursors of the iconography and iconology of the twentieth century, in spite of the lack of actuality of the metaphors they used for contemporary art. Secondly, the epilogue considers whether and in which way the programme of the completed museum has influenced the work and opinions of the next generation of artists: the architect H.P. Berlage, the writers A. Verwey and L. van Deyssel (Thijms’ son), the painters R.N. Roland Holst, J. Toorop and A. Derkinderen and the composer A. Diepenbrock (Cuypers’ and Thijm’s relative), who summarized their ideals in the concept of ‘community art’ or Gemeenschapskunst.

De plechtigheid rond Cuypers' negentigste verjaardag bij de Teekenschool te Roermond.

Bij gelegenheid van zijn negentigste verjaardag werd Pierre Cuypers in Roermond geëerd met een buste in ‘zijn’ Teekenschool, waar overigens, naar achteraf bleek, ook zijn zoon Joseph als architect een belangrijk aandeel aan heeft geleverd. De school was onder meer gesierd met de personificaties van Arbeid & Bezieling. Rechts op de foto staat Joseph Cuypers met zijn hoed in de hand. Zijn generatie zou de ‘gemeenschapskunst’ hoog in het vaandel dragen.

Critique fortune

Arbeid & Bezieling heeft uiteraard behalve lof ook kritiek gekregen. Dat is met name omdat de betekenis van Thijm te zwaar aangezet zou zijn en omdat de analyse een dolgedraaide iconologische exercitie heet te zijn: de bewijsvoering – voor zover van zoiets al sprake kan zijn – is te uitputtend en te abstract, en dus in meer opzichten onnavolgbaar. Vooral Elineor Bergvelt heeft het er moeilijk mee en veroordeelt Arbeid & Bezieling in één adem met het artikel van Jochen Becker uit 1985 dat me inspireerde tot het proefschrift. Deze opstelling doet vermoeden dat ze van geen van beide echt kennis genomen heeft, want het gaat om twee heel verschillende studies. Dat zou tegelijkertijd verklaren waarom het haar is ontgaan dat Arbeid & Bezieling juist op het punt van de moeilijkheidsgraad een hoog oplossend vermogen heeft. Het is namelijk zo opgezet dat je snel tot zeer snel van de hoofdlijnen en conclusies kennis kunt nemen zonder de breed uitgewerkte onderbouwing door te hoeven ploegen:

  • de Engelse samenvatting – die hierboven staat – beslaat slechts 4 pagina’s.
  • ieder hoofdstuk wordt voorafgegaan door een samenvatting vooraf, waardoor je in om en nabij de 35 pagina’s in vogelvlucht over het onderzoek scheert.
  • wie daarna voor diepgang wil gaan, kan het hele boek lezen, maar desgewenst ook via de inhoudsopgave en de index kiezen voor een selectie van onderwerpen.

Wat betreft de de rol van Thijm zijn het met name Ype Koopmans en Aart Oxenaar die ten strijde trekken, zij het wel ieder om andere redenen. De eerste is van mening dat ik Victor de Stuers als programmamaker te kort doe en de laatste vindt algemeen dat Thijm teveel gewicht krijgt als het om de productie van Cuypers als architect gaat. Beide gewaardeerde collegae hebben net zoveel gelijk als ongelijk, waarmee ik maar wil zeggen dat een andere aanvliegroute niet hoeft te betekenen dat we niet vrij dicht bij elkaar op dezelfde bestemming landen.

Wordt vervolgd!

B.3

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Het equivalent van die worst is gedoneerd aan monumentenfotograaf Léontine Van Geffen-Lamers voor haar actie ten behoeve van #FreeAGirl. 

  2. Meer weten over de familie Cuypers? Surf dan naar http://bit.ly/Cuypers4all

  3. Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Proefschrift Arbeid & Bezieling’, op: Vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/Arbeid-Bezieling (2014).