Kalendarium

Het kalendarium in de nieuwe Bavo van Joseph Cuypers (foto Jo Kunne 2014).
Het kalendarium in de noordoostelijke traptoren van de nieuwe Bavo, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door firma Wed. N.S.A. Brantjes en Co., Purmerend (1898)* (foto Jo Kunnen 2015).

Komend weekend gaan we weer van winter- naar zomertijd en dat herinnert onherroepelijk aan de wisseling van de seizoenen. Die zijn in de nieuwe Bavo onder meer uitgebeeld in het kalendarium bij de noordoostelijke traptoren, naast het hoogkoor.

Een kathedraal zit vanouds vol kosmische elementen die te maken hebben met de eerbied voor Gods schepping. Hemel en aarde schiep hij uit het niets, meent de een, maar er zijn ook tradities waarbij hij de bestaande chaos tot de kosmos organiseerde als een hemelse demiurg (architect) of Deus artifex (kunstvaardige God). Het sprak de mens wel aan, dat greep krijgen op tijd en ruimte. In de nieuwe Bavo komt dat in verschillende decoratieve elementen tot uitdrukking, zoals hier in de noordertoren, waar Joseph Cuypers een kalendarium voor ontwierp. In het oudste boek over de kathedraal (1898), vertelt de priester-journalist Marie A. Thompson over ‘een tijdkalender, waarin de twaalf teekenen van den dierenriem en de symbolen der vier jaargetijden’ zitten.*

Je krijgt de indruk dat dit werk in 1898 nog niet klaar was, want Thompson schrijft dat het is uitgevoerd in ‘fijn, veelkleurig mozaiek’. In werkelijkheid is het een tegeltableau dat al staat afgebeeld in een artikel van C.J. Juffermans van mei 1898. Hij is ook de eerste die de kathedraal betitelt als ‘de Nieuwe Sint-Bavo’.* Op dat moment was het gebouw nog lang niet af, want alleen de oostpartij stond er. Tegen de eerste bouwlaag van het transept leunde een houten noodschip voor de parochianen om de mis op het voltooide priesterkoor bij te kunnen wonen. Daarom is het ook zo vreemd dat de kathedraal in het boek van Thompson werd beschreven alsof ze al helemaal af is. Dat heeft te maken met het karakter van de nieuwe Bavo als Unvollendete: als bewust onvoltooid gebouw vol met potenties die op termijn gerealiseerd kunnen worden. Op papier werd een voorschot genomen op de toekomstige afwerking van de kathedraal. Over dit spannende thema vind je meer in mijn boek: http://bit.ly/Bavo-Ao.*

Keren we terug naar het kalendarium dan zien we hoe de hemelse sterrenbeelden zijn ingebed in de groene aarde. Op de hoeken zijn de symbolen van de vier seizoenen aangegeven in de vorm van ontluikende lelietjes van dalen linksboven (lente); dan – met de klok – mee de bloeiende roos (zomer), vervolgens de rijpe druiventros (herfst) en tenslotte de eeuwig groene hulst (winter).*

Toch klopt er iets niet helemaal … Kun je me dat vertellen?

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Post scriptum —Kort na het verschijnen van deze blog heb ik een stukje over de tegenhanger van de jaarkalender, de klok in de zuider koortoren, geplaatst op LinkedIn.

 


Meer informatie & bestelgegevens van Ad orientem

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de volgende bronnen:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem’, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Voor een samenvatting surf naar http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.
  • Antoon Erftemeijer, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, ‘Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem’, Haarlem 1997, pp. 220-222.
  • C.J. Juffermans, ‘Het voltooide gedeelte van de Nieuwe Sint-Bavo’, in: ‘Sint Bavo Godsdienstig Weekblad voor het Bisdom Haarlem’ 1 (1898), pp. 301-303.
  • M.A. Thompson, ‘De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek’, Haarlem 1898, pp. 71-72.

Hoe je het boek Ad orientem kunt bestellen:

  • Bibliofiele uitgave — Er komt een bibliofiele uitgave van ‘Ad orientem’, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de nieuwe Bavo. Dat is een aparte, genummerde en gesigneerde editie, waarin de naam van de begunstigers wordt vermeld. De ondergrens is € 100,00 per exemplaar, maar meer mag natuurlijk ook! Het boek is te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag naam, bedrag en verzendadres vermelden).
  • Korting van € 10,00 — Op dit moment kan het boek ook besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, voorjaar 2016, wordt dit € 49,95. Meld je aan via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres en het woord korting vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten).
  • Voor wie dit een sympathiek doel vindt, maar geen boek wil, is er ook de mogelijkheid om een lager bedrag naar vrije keuze te doneren. Wees zo goed om dit per mail door te geven aan NieuweBavo@gmail.com, onder vermelding van het te doneren bedrag.

Specificaties:

  • Uitgever: WBooks in samenwerking met Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem
  • Aantal pagina’s: 400
  • Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
  • Uitvoering: gebonden
  • ISBN 978 94 625 8119 7
  • Meer informatie: WBOOKS of http://bit.ly/Bavo-Ao.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is eerder gepubliceerd op ‘if then is now’. Verkorte link van deze blog: http://bit.ly/Kalendarium-VHH.

 

 

De Kerstkapel van de nieuwe Bavo

Joseph Cuypers en Jan Stuyt, De Kerstkapel in de nieuwe Bavo, voorheen heilige Familiekapel (1896).
Joseph Cuypers en Jan Stuyt, De Kerstkapel in de nieuwe Bavo, voorheen heilige Familiekapel (1896).* Foto BvHH 2014.

Tijdens het onderzoek voor de nieuwe publicatie over de kathedraal ben ik heel wat verrassende dingen tegen gekomen, zoals dit katern in goudopdruk dat zo van de drukker lijkt te komen. Het gaat om een nummer van het Zondagsblad voor het Katholieke Huisgezin van 1896. Bij nader inzien blijkt het de jubileumuitgave te zijn bij gelegenheid van het gouden priesterfeest van bisschop Caspar Bottemanne (1823-1903). Op zich is dat al interessant, maar wat het nog mooier maakt is de artist’s impression van de Kerstkapel, die ondertekend is met ‘Jos. Cuypers inv.’ en ‘Jan Stuyt, del’. De afkortingen verwijzen naar termen uit de grafische kunst, waarbij inv. staat voor invenit (ontwierp het) en del. voor delineavit (tekende het).* Oftewel, Joseph Cuypers ontwierp de kapel en Jan Stuyt die als opzichter of uitvoerder bij de eerste bouwfase betrokken was (1893-1898), maakte de tekening. Hij heeft overigens meer van dit soort impressies gemaakt. Opvallend genoeg zie je op zijn voorstelling geen banken staan. Mensen dwalen in stille devotie door de ruimte, vergezeld door een enkele priester. Eigenlijk krijg je hier een beeld dat voor de contrareformatie in alle kerken was te zien: een ruimte gevuld met altaren, maar zonder banken voor het kerkvolk. Je kunt je afvragen of dit ook het ideaal was van de programmamaker van de kathedraal, A.J. Callier die Bottemanne in 1903 opvolgde.

De kapel was oorspronkelijk gesticht voor de Aartsbroederschap van de Heilige Familie die het genoemde zondagsblad uitgaf. Bisschop Bottemanne zette de broederschap in als een van zijn sociale instrumenten: de organisatie was namelijk opgericht als wapen tegen de ontkerstening, die in de loop van de negentiende eeuw alleen maar toe dreigde te nemen onder druk van het opkomende socialisme. Zolang men zich in het gezin – hoeksteen van de maatschappij – concentreerde op het katholiek leven, de vervulling van de godsdienstplicht en de devoties, verminderde de kans op afvalligheid. Bij dit katholiek leven hoorden ook zaken als het berusten in het lot, zoals vanaf 1898 met grote regelmaat staat te lezen in godsdienstig weekblad Sint Bavo. Het zou al te gemakkelijk zijn om dit uit de context van de tijd te trekken. Sinds het pontificaat van Leo XIII was de kerk namelijk oprecht bezig om een sociaal beleid te ontwikkelen, maar de manier waarop bleek ver achter de realiteit aan te sjokken. Pas onder bisschop Aengenent, de opvolger van Callier, zou dit serieus van de grond komen.

Je zou verwachten dat de heilige Familiekapel in de jaren zestig werd omgedoopt tot Kerstkapel, toen de algehele teloorgang van kerkelijke devoties ook de betreffende aartsbroederschap raakte. Maar dat klopt niet. Het van oorsprong middeleeuwse heilig Kerstmisgilde kreeg nog voor de oorlog, in 1925, toestemming om deze ruimte te gebruiken en verder in te richten. De brochure op de website van het gilde vermeldt dat hierdoor de naam Kerstkapel inburgerde:

Vanaf dat moment is de kapel dankzij het gilde volledig ingericht op een wijze, zoals die voor alle (straal)kapellen bedoeld was. Mari Andriessen ontwierp het altaar, dat in 1929 werd gerealiseerd, tezamen met de daarboven als retabel geplaatste kerstscènes, Han Bijvoet maakte de ontwerpen voor de vier kroonluchters (1948) die in de loop der jaren werden uitgevoerd door de Haarlemse edelsmid Theodoor Thijssen. Datzelfde geldt voor de door Bijvoet ontworpen glas-in-loodramen en zijn evenals de kroonluchters verspreid over de jaren 1932-1957 geplaatst. In 1936 ontwierp architect B.J.J.M. Stevens de communiebank en de hardstenen vloer (1937). De bestuursbank voor het gilde werd in 1959 door beeldhouwer A.P. Termote ontworpen terwijl Bijvoet in die tijd de muurschilderingen boven de glas-in-loodramen verzorgde, evenals de wandschildering van David boven de deur, die toegang geeft tot de tribune van het transeptorgel (1965).*

De Kerstkapel vormt dan ook een prachtig ensemble van architectuur en toegepaste kunsten: een gesamtkunstwerk*, zoals dat in vakliteratuur wordt genoemd.

Kalligrafie zuiver hart Kerstkapel nBavo
Joseph Cuypers, Pijler met de kalligrafie ‘Mundi corde Deum videbunt’ (De zuiveren van hart zullen God zien). Foto www.heiligkerstmisgilde.eu.*

Waar ik tot slot nog de aandacht op wil vestigen?

Op de fraaie terracotta’s van Joseph Cuypers tegen de pijlers, ook omdat hierin de oorspronkelijke boodschap staat te lezen: Mundi corde Deum videbunt (De zuiveren van hart zullen God zien) en Deus humilibus dat gratiam (God geeft aan de nederigen zijn genade). Hoewel de aartsbroederschap dit moraliserend bedoelde om de gelovigen deugden als kuisheid en nederigheid in te prenten, gaat de strekking daar ver overheen.*

Zo begon het immers ooit, daar in Bethlehem met de herders die het kind kwamen begroeten, in alle eenvoud en onbevangen.

Een zalig kerstfeest voor iedereen!

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie & bestelgegevens

Benieuwd naar de Kerstkapel en de nieuwe Bavo? Dat komt mooi uit, want de kathedraal is ook tijdens de kerstvakantie geopend. Volg deze link voor de openingstijden.

De * in de tekst staat voor de volgende informatie:

  • Het katern met de tekening in de kop van het artikel is afkomstig van het Noord-Hollands Archief te Haarlem.
  • Voor de grafische terminologie zie de site van de kunstbus.
  • Voor de Aartsbroederschap van de Heilige Familie zie de site Warsage en die van het Meertensinstituut/KNAW.
  • De brochure Een moderne kapel kan gedownload worden via www.heiligkerstmisgilde.eu. Ook de foto van de terracotta kalligrafie komt van deze site en kan daar gedownload worden.
  • Het begrip Gesamtkunstwerk komt van de componist Richard Wagner, voor wie het om een samenspel ging van muziek, toneel, architectuur en toegepaste kunsten. Het begrip is in Nederland zodanig ingeburgerd dat het met een kleine letter geschreven wordt.
  • Voor de tekst en de oorspronkelijke boodschap zie J.S., ‘Kathedrale kerk van St. Bavo te Haarlem, Heilige Familiekapel’, in Zondagsblad voor het Katholieke Huisgezin 32 (1896), nr 33 d.d. 16 augustus, p. 264. Dit is gelijkluidend met Marie A. Thompson, De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898, p. 79.
  • Voor de opzet van het beeldprogramma zie: Bernadette van Hellenberg Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Om het boek te bestellen volg je deze link.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Zalig kerstfeest anno 2013

Het onderstaande verhaal schreef ik in 2013 als kerstboodschap. Toen was het nog lang niet zeker dat ik verder mocht gaan met mijn project over de nieuwe Bavo, waarvan de waardenstelling net was afgerond. Die was bedoeld als voorbereiding voor het schrijven van een monografie naar aanleiding van de restauratie van de kathedraal. Pas in mei 2014 was er voldoende uitzicht op het doorgaan van het project en kon de stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo mij opdracht verlenen. Nu, ruim anderhalf jaar later, ligt er een manuscript, waar alleen de inleiding nog aan ontbreekt.1 Dit werk heeft veel gebracht, en dat inspireerde me ertoe om anno 2015 het onderstaande verhaal opnieuw ter hand te nemen. De nieuwe, uitgebreide versie is te vinden op If then is now en wordt opnieuw vergezeld door een zalig kerstfeest.

Onderkoning Jozef van Egypte met achter hem de ezel op de Kerstkapel van de nieuwe Bavo (1898). Ontwerp Joseph Cuypers, uitvoering Cuypers & Co Roermond.
Onderkoning Joseph en de ezel boven de kerstkapel van de nieuwe Bavo (voorheen heilige Familiekapel). Atelier Cuypers & Co te Roermond. Foto BvHH 2013.

Zij waken over het kind boven de kerstkapel van de nieuwe Bavo in Haarlem: ‘Joseph, den onderkoning van Egypte, die het brood verstrekte aan de hongerenden en van Maria, Mozes’ zuster, die de verlossing uit Egypte bezong, welke beelden zich met den os en den ezel boven de kapel der H. Familie verheffen’, vertelt Thompson in zijn boekje uit 1898.2

Waarom heeft monseigneur Callier, die het beeldprogramma van de Haarlemse kathedraal bedacht, voor deze twee gekozen? De oudtestamentische Joseph zou je kunnen opvatten als voorafbeelding van de voedstervader die het kerstkind opvoedde, maar ook van het kind zelf dat eens koning zou worden van een rijk dat veel machtiger zou zijn dan Egypte. Ondertussen veroordeelde datzelfde Egypte na de dood van de onderkoning zijn volk tot slavernij. Mogelijk heeft Callier hier een parallel gezien met de mensheid die voor Christus’ komst het ware geloof nog niet kende en op Gods volk na zich verslaafde aan de verering van valse goden. Maar het lied van de oudtestamentische Maria bood uitzicht op de verlossing, zoals de stem van de Moeder van God het Magnificat anima mea aanhief toen Gabriel haar vertelde dat zij de Verlosser zou baren. Zijn de os en de ezel in dit verband nederige dieren? Of herinnert het laatste dier aan de intocht van de nieuwe koning in Jeruzalem met Palmpasen en de os aan de evangelist Lucas die als eerste de Madonna met haar kind schilderde?

Maria van Egypte met achter haar de os op de Kerstkapel van de nieuwe Bavo (1898). Ontwerp Joseph Cuypers, uitvoering Cuypers & Co Roermond.
Maria, de zuster van Mozes, met de os boven de kerstkapel van de nieuwe Bavo (voorheen heilige Familiekapel). Atelier Cuypers & Co te Roermond. Foto BvHH 2013.

Dit soort parallellen – harmonieën – tussen het Oude en het Nieuwe Testament waren zeer populair in de kringen waarin Joseph Cuypers en monseigneur Callier verkeerden. Opnieuw is het Josephs peetoom, J.A. Alberdingk Thijm, geweest die deze harmonieën op grond van middeleeuwse bronnen actualiseerde. Maar daar kom ik nog een andere keer over te praten. Ondertussen wens ik iedereen een zalig kerstfeest toe.

B.3

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Je kunt de restauratie steunen door het boek te bestellen via deze link

  2. Thompson, M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898. 

  3. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-c0. 

Hommage aan het team

Dit webartikel, dat ik in 2013 schreef lopende het onderzoek voor de nieuwe monografie over de Haarlemse kathedraal, is daarin verwerkt. Wil je het boek over de nieuwe Bavo (2016) bestellen, surf dan naar http://bit.ly/Bavo-Ao.

Lettertekens en emblemen in de galerij onder de lichtbeuk van de apsis. Wat is wat?
Lettertekens en emblemen in de galerij onder de lichtbeuk van de apsis. Wat zou het allemaal betekenen?

Toen ik bij mijn eerste bezoek aan de nieuwe Bavo de steigers in het hoogkoor beklom, attendeerde de projectarchitect, Louis Gerdessen van Van Hoogevest Architecten, me op allerlei letters en tekens die in de smalle galerij onder de lucida of lichtbeuk van de apsis waren aangebracht. Hij was benieuwd waar die tekens op sloegen en waarom ze op zo’n onzichtbare plaats waren aangebracht. In mijn gesprek met een van de zonen van kunstenaar Han Bijvoet die zijn leven lang in en aan de kathedraal gewerkt heeft, merkte deze op dat bisschop ‘Callier, en ook de door hem uitgenodigde werkers, Dan Brown-achtige verwijzingen hebben achtergelaten naar teksten die heel bijzonder en in vergaand detail het decoratief programma van de Bavo bepalen’. Een mooiere typering is haast niet denkbaar, want dat achter de Bavo een net zo hermetisch als hermeneutisch programma schuilgaat staat wel vast: hermetisch omdat het een gesloten geheel vormt waarvan nog lang niet alle sleutels bekend zijn, hermeneutisch omdat de kerk vol symboliek zit die sterk religieus en theologisch doordesemd is en vol archetypische verwijzingen zit.

Het grappige is dat als we dit vandaag de dag snel duidelijk willen maken de naam van Dan Brown valt. In de tijd zelf zal vooral aan J.A. Alberdingk Thijm gedacht zijn: deze kunstcriticus en oudheidkundige, romanschrijver en dichter, koopman en hoogleraar aan de Rijksacademie van Amsterdam speelde op de achtergrond van verschillende projecten van zijn zwager Pierre Cuypers senior een inhoudelijke rol. Bij het Rijksmuseum werd zijn invloed nog eens uitvergroot door de betrokkenheid van hun ‘partner in crime’, Victor de Stuers, die zich bij die gelegenheid als een echte ‘beelddenker’ ontpopte. Ook bij de nieuwe Bavo is Thijms handboek over de kerkbouwsymboliek – De Heilige Linie (1858) – van grote betekenis geweest. Jan Stuyt verhaalde later dat hij er zowat mee opstond en naar bed ging, terwijl Joseph dit werk een centrale plaats gaf in de herdenkingsprent die hij na de dood van zijn peetoom maakte.*

Het hoogkoor met de apsis voor de restauratie.
Het hoogkoor met de apsis voor de restauratie. In de galerij vóór de mozaïeken van Henk Hilterman onder de lucida of raampartij van de apsis bevinden zich de lettertekens en emblemen (met dank aan Stephan van Rijt).]

Een van de passages in dit boek betreft de veelzijdigheid van de middeleeuwse architect, die in alle vakken doorkneed was:

‘Ziet gindschen geleerden kloosterling van St Gall, die in zijne cel eene verhandeling schrijft over de symboliek der kerkvormen […]: die zelfde schrijver is een kunstenaar, is een kerkenbouwer en muzikus. De Magister artium betoogt voor zijne leerlingen, dat de acht kerketonen aan acht verschillende gemoedsstemmingen bij den Christen beandwoorden, en hoe ze daarmee in over-een-stemming komen. Hij begeeft zich te midden van het werkvolk, dat zijn bouwplan eener kerk uitvoert. Die bouwing geschiedt natuurlijk met al de kerkelijke voorbereiding en bestiering, die een goede uitkomst aan het werk kan helpen verzekeren, en die door de liturigische wetboeken geregeld is. Het wordt eene romaansche kerk, met eene apside, die mysterieus verlicht zal zijn door zeven vensters. De monnik zal ginder in zijn boek gezegd hebben, dat de vensters de zinnebeelden van ons verkeer met den Hemel zijn, en dat het getal zeven een heilig getal is, dat, onder anderen, ook de zeven gaven van den H. Geest, en de zeven Sakramenten aanduidt’.*

Je staat er van te kijken hoe sterk deze passage van toepassing is op de nieuwe Bavo, want in de zeven dubbelvensters van de apsis zijn, naast de zeven regels van het Onze Vader, de zeven sacramenten en de zeven gaven van de heilige Geest gesymboliseerd. Dat wordt bevestigd door de Haarlemse priester M.A. Thompson die bij gelegenheid van de kerkwijding in 1898 een boekje over de symboliek van de kathedraal publiceerde. Maar dat is niet het enige: de verwijzing naar Sankt Gallen brengt ons bij een van de zeer weinige, originele middeleeuwse plattegronden die bekend zijn, in dit geval uit de negende eeuw. Het aparte van de kloosterkerk die daarop staat aangegeven is dat zich zowel aan de oost- als aan de westzijde een apsis bevindt – vergelijkbaar met de basiliek van Trier – die beide omringd zijn door een ambulatorium of omgang. De magister artium die zich alle kunsten meester heeft gemaakt, was verantwoordelijk voor het ontwerp dat hij te midden van kundige werklieden tot een goed einde heeft gebracht. Dit is ook wat voorgesteld wordt op de archiefkast die vader en zoon Cuypers voor kasteel De Haar hadden bedacht, met de zeven vrije, theoretische kunsten boven en een zelf bedachte versie van de zeven mechanische, toegepaste kunsten onder.*

Pierre en/of Joseph Cuypers, Archiefkast voor kasteel de Haar (1893?)
De archiefkast van vader en zoon Cuypers voor kasteel De Haar (1893?) met de vrije, theoretische kunsten boven en een eigen versie van de mechanische, toegepaste kunsten onder (verblijfplaats: Museum Cuypershuis te Roermond).

Van magister artium naar magister operum (de meester van de werken) is slechts één stap. Niemand heeft deze figuur zo lyrisch neergezet als de beroemde Goethe (1773) die helemaal verrukt was van de kathedraal van Straatsburg en zijn middeleeuwse architect ‘meister’ Erwin van Steinbach. Ruim een halve eeuw later nam de Franse architect en oudheidkundige E.E. Viollet-le-Duc het stokje over door van de ‘maître de l’oeuvre’ een rolmodel te maken. Deze meester voerde de directie over de bouwloods bij de kathedraal, het ‘maison de l’oeuvre’, waar ook de ‘maitres oeuvriers’ verbleven, de meesters in de verschillende kunsten die betrokken waren bij de totstandkoming van de kathedraal. Het zal niet verbazen dat we hen ook op de archiefkast aantreffen. Eerder al had Cuypers senior de meester van het werk met zijn opzichter en kunstenaars afgebeeld op de voorgevel van het Rijksmuseum.*

Deze uitweiding was nodig, want dit is nu precies het thema van de door elkaar slingerende letters en tekens in de smalle galerij onder de lucida van de apsis in de nieuwe Bavo. Je zou kunnen stellen dat Joseph Cuypers voor een meer gesublimeerde uitvoering koos, qua dispositie bepaald niet minder verheven, maar wel veel meer versluierd in de haast onbereikbare galerij op het niveau waar normaal heiligen de band tussen hemel en aarde bevestigen. Wat zegt het dat juist hier de architect en zijn team zijn weergegeven? Mogelijk kan het antwoord gevonden worden bij een ander door en door Thijmiaans motief, dat diep in de klassieke oudheid geworteld is: de architect als de aardse tegenhanger van de goddelijke demiurg, de deus artifex, oftewel, zoals de oude Cuypers stellen zou, ‘den grooten Bouwmeester en Kunstenaar’ die het universum had geconstrueerd. Deze analogie leidde in De Heilige Linie tot typeringen van de aarde als ‘den grooten tempel Gods’ en vice versa van de kerk als ‘eene afbeelding der wereld’.* Elders beschreef Thijm de gelijkenis als volgt:

‘De Bouwkunst is, als ‘t ware, eene door het menschelijk genie gestichte tweede natuur, die, even als Gods groote natuur, alle vormen, door haren maker (hier de menschheid) rechtstreeks gewrocht, behoort te beheerschen’.*

Zo komen we weer terecht bij de magister operum die als leider van de bouwloods alle vormen beheerst, zowel in de zin van bepalen als deskundig zijn. Hij is immers niet alleen de dirigent, maar ook de magister artium. In de galerij wordt het monogram van Joseph Cuypers dan ook gecombineerd met een embleem waarin cirkel, vierkant en driehoek zijn weergegeven, de universele schema’s aan de hand waarvan God de schepping heeft gemaakt. Tevens zijn het de symbolen van de eeuwige en de tijdelijke orde, van hemel en aarde.

De monogrammen van het corps van de magister operum van de nieuwe #Bavo te Haarlem
De monogrammen van de magister artium of operum van de nieuwe Bavo te Haarlem en zijn team: van links naar rechts en onder naar boven volgen de initialen en de emblemen van de betrokken figuren: de architect en zijn hoofdopzichter en opzichter, de aannemer, de metselaarsbaas en de onderbaas van de aannemer. Hun tekens worden (hieronder) verklaard door Thompson.

Een zeer nauwkeurige beschrijving van het gehele team vinden we bij Thompson:

‘In vele kathedralen en abdijkerken vindt men nog heden ten dage de namen van de bouwmeesters en de werklieden bewaard en dit wel op verschillende wijze. Nu eens in letterschrift of symbolische figuren, dan weer in gebrandschilderde vensters of aan het reliëf beeldwerk van orgels en predikstoelen. Ook de nieuwe St. Bavo heeft dit gebruik willen eerbiedigen en daarom heeft men aan de namen en symbolische werkteekens van bovengenoemde mannen ter eeuwige en roemrijke gedachtenis een plaats gegeven op de onderste linteaux van den ronden koormuur in het presbyterium, en wel in deze volgorde: Van uit het midden naar het zuiden:
1. Jos. Th. J. Cuypers, architect der kathedraal, die door de conceptie en uitvoering van het monument een keer te meer bewezen heeft een grooten en waardigen naam waardig te kunnen dragen en hoog te houden. Aan de eene zijde staat het monogram van zijn naam, aan de andere zijde het drievoudig werkteeken n.l.

de cirkel, als symbool der eeuwige orde.
het vierkant, als symbool der tijdelijke orde.
de driehoek , als symbool der stabiliteit en harmonie.
2. Jan Stuyt, de wakkere hoofdopzichter van het werk, die meer dan berekend voor zijn taak, wat in het bouwplan en de opvatting van den architect besloten lag, in ontelbare fijne en onberispelijke werkteekeningen heeft uitgevoerd. Bij zijn monogram vindt ge den symbolischen passer. Onder zijne scherpzinnige leiding waren nog met grooten ijver en toewijding als teekenaars werkzaam J. Teppema en Jac. Heemskerk.
3. Jac. Etmans, de opzichter, die met alle zorgvuldigheid over de uitvoering gewaakt heeft. Bij zijn monogram staat als werkteeken de driehoek.
Van uit het midden naar het noorden:
4. G. Hulsebosch, de aannemer met nijvere en bekwame hand het geheele raderwerk ineenzettend. Bij zijn monogram staat dan ook het rad als symbolisch werkteeken.
5. P. van Paradijs, die als metselaarsbaas, en
6. P. C. Tulp, die als onderbaas van den aannemer heel de structuur van het gebouw met al zijne geledingen en zijne technieke schoonheid omhoog deden rijzen en in het metselwerk en in de behandeling van de onderdeelen der kathedraal een waar meesterwerk geleverd hebben. Naast hunne monogrammen staan er tevens de werktuigen van hun arbeid verzinnebeeld, de troffel, schietlood en maatlat’.
*

Na dit verhaal mag je wel stellen dat de zoon van Han Bijvoet er bepaald niet naast zat: de nieuwe Bavo is tot het kleinste detail zeer doordacht ontworpen. Het maakt me nog nieuwsgieriger naar wat het onderzoek verder gaat brengen.

Naschrift

Naar aanleiding van dit verhaal, attendeerde Huib Koudstaal van Van Hoogevest Architecten me er op dat er sterk gelijkende symbolen in de glazen van de sacristie van de nieuwe Bavo zitten. Hier gaat het niet alleen om het bouwvak, maar ook om andere emblemen, zoals een kroon en een bonnet (hoofddeksel van de priester), een schop met een juk (boerenbedrijf) et cetera.

Huib Koudstaal Van Hoogevest nBavo sacristie-P1010645 Huib Koudstaal Van Hoogevest nBavo sacristie-P1010646
Detail van de ramen in de parochiële sacristie van de nieuwe Bavo. Ze dateren van de eerste bouwfase (1895-1898) en zijn ontworpen door de firma Cuypers & Co. *

Daar kom ik nog een keer op terug.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Bronnen

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar bronnen die hierna vermeld worden:

  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997.
  • Groenewald, S.G., De positie van de beeldende kunsten (binnen de vrije en de mechanische kunsten), op: Digischool 2010.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997: de magister operum, pp. 42-44, 56-59; de achtergronden van J.A. Alberdingk Thijm, pp. 62-65; de herdenkingsprent voor Thijm van Joseph Cuypers, p. 63; de analogie tussen aardse en hemelse bouwmeester, pp. 35; 120; de bouwkunst als een tweede natuur bij Thijm, pp. 342-343.
  • Leeuwen, Wies van, conceptbijdrage publicatie Jan Stuyt in samenwerking met F. van Gaal en T. van Oeffelt, te verschijnen in 2014.
  • Ruyven-Zeeman, Z. van, De glazen van de Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem 1897-1959, Rapport over de kunsthistorische waarde van de beglazing in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, Maastricht/Haarlem 2009.
  • Thijm, J.A. Alberdingk, ‘De Heilige Linie, proeve over de oostwaardsche richting van kerk en autaer als hoofdbeginsel der kerkelijke bouwkunst’, in: Sterck, J.F.M., red., J.A. Alberdingk Thijm, werken IV, kunst en oudheidkunde I, Amsterdam/Den Haag 1909 (1e dr. 1858), pp. 1-198: magister artium bij Sankt Gallen, pp. 62-63.
  • Thompson, M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898: programma lucida, pp. 40-41; bouwteam: pp. 94-95.
  • Wikipedia: kloosterplan van Sankt Gallen.

De voorgaande gegevens zijn verzameld in het kader van de waardenstelling die ik geschreven heb ten behoeve van de restauratie van de nieuwe Bavo. Dit project wordt uitgevoerd in opdracht van de stichting kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort, de gemeente Haarlem, Van Hoogevest Architecten te Amersfoort, Judith Bohan Interieur Restauratie te Haarlem, Davique Sierschilderwerk te Moordrecht en Bam Schakel & Schrale (Amsterdam, Roermond).

Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-7q