Ambachtsdag nieuwe Bavo #AHM14

#AHM14-openingsdia

Het wordt een volle bak op Ambachtsdag 18 september aanstaande, én de weersverwachtingen zijn goed! Wat willen we nog meer, want we zitten niet alleen in de kerk, maar er zijn ook demonstraties en workshops buiten.1

Mijn lezing is wat buitenissig, dus die hebben ze aan het einde van de dag geplaatst. Hoezo een buitenbeentje? Omdat ik de enige ben met een kunsthistorisch verhaal en als opdracht kreeg om iets over schoonheid en symboliek te vertellen. Dus niet over de laatste reinigingsmethodes, grondstoffen of baksteensoorten, maar over vorm en boodschap. Meestal kom je dan terecht in de sfeer van de architectuuriconografie, maar daar stapte ik van af na een twittergesprek met ambachtelijk voeg- en metselspecialist Danny van der Meer:

Bavo haptisch Ambachtsdag

Daar ga ik het dus over hebben: haptische schoonheid.

Liefst zou ik hier nog wat meer over willen vertellen, maar dat moet wachten tot donderdag. Dan zie ik je misschien bij de nieuwe Bavo tussen de mensen die het erfgoed in stand houden dankzij hun handen.

B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Voor meer informatie zie Ambachtsdag in de Bavo

  2. De verkorte link van dit item is http://wp.me/p4eh3s-10a

Joseph Cuypers | Nes aan de Amstel

Op naar Nes

Dit jeugdwerk van Joseph Cuypers is een echte aanrader om te bezoeken! Dankzij de Vrienden van de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel is een leuk boekje uitgegeven, geschreven door Rob Mascini, dat je in de kerk kunt kopen. Neem wat cash mee, zou ik zeggen, want alle beetjes helpen en dit gebouw is dringend aan restauratie toe.*

Urbanuskerk Nes aan de Amstel
De Urbanus van Nes aan de Amstel (1889-1891) geldt als het eerste kerkgebouw dat Joseph Cuypers zelfstandig als architect heeft ontworpen. Herkomst: Monumenten Ouder-Amstel, 2013.

Waarom de Urbanuskerk in Nes aan de Amstel in de rubriek van de nieuwe Bavo staat? Heel simpel, omdat het hier allemaal begonnen is. Het zou het eerste werk zijn dat Joseph zelfstandig ontworpen heeft; dat wil zeggen, zonder de slagschaduw van zijn vader die bij andere – ook latere – projecten zwaar leunend op de arm van zijn zoon alles in de gaten hield.

Maar zeker zo belangrijk is het dat Joseph Cuypers bij de kerkwijding hier vicaris-generaal A.J. Callier ontmoette – de rechterhand van bisschop Bottemanne – die de opdracht zou regelen voor de nieuwe Bavo. Op de thuisreis hadden ze, naar Joseph later vertelde, ‘een langdurig en diepgaand gesprek over kerkbouw en symboliek’.* Wat dat heeft gebracht, is in mijn monografie over de nieuwe Bavo te vinden.* Bij wijze van voorschot mag hier gezegd worden dat Joseph in Nes een bijzonder programma heeft gerealiseerd. Dat geldt alleen al voor de iconografie van de doopkapel, waar het geijkte element van het water op een aparte manier is gecombineerd met andere thema’s. Daarnaast is ook aan de standaardonderdelen veel aandacht besteed, zoals de volledig betegelde kruisweg laat zien met haar lambrisering van gestileerde passiebloemen, rozen en lelies.

Interieur van de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel
Het verrassend rijke interieur van de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel vormt een typisch gesamtkunstwerk, waarbij zowel de kerk als de gehele inrichting ontworpen was door één hand, te weten die van Joseph Cuypers. Foto Judith Bohan 2014.

Juist die rijke keramiek vormt een van de meest opvallende aspecten van de kerk. Bij de doopkapel staat op één van de tegels aangegeven dat ze geproduceerd zijn door de bekende plateelbakkerij Rozenburg in Den Haag. Of dat ook voor de kruisweg en het Benedicite op de vloer opgaat, is niet duidelijk en heb ik ook niet kunnen vinden in het boekje van Rob Mascini over de Urbanuskerk.*

Kruisweg

Over die kruisweg moet ik toch nog iets kwijt. Dankzij het onderzoek dat ik deed voor De genade van de steiger is meer bekend geworden over de receptie van de artistieke idealen van de Beuroner school die haar uitvalsbasis had in de benedictijner abdij van Beuron in de deelstaat Baden-Württemberg van Duitsland. Onder leiding van pater Desiderius Lenz ontstond een type kunst dat heel Europa van conservatief tot progressief – om deze versleten termen maar te gebruiken – in zijn greep nam. In Nederland gebeurde dat na de publicatie van drie opstellen van Lenz in 1899. Joseph Cuypers memoreerde later dat zijn familiebedrijf met haar werk al veel eerder een weg had ingeslagen in die richting, want:

‘Parallel aan dat werk zien wij het type der Beuronner school zich ontwikkelen en reeds vroeger in Engeland de Praerafaelisten.’ *

Joseph Cuypers geeft hier eigenlijk aan dat de kunstzinnige productie van zijn familiebedrijf zich kan meten met deze majeure stromingen. Hoewel dit zeker het geval is, bleef enige wisselwerking niet uit, want we zien al vrij vroeg Beuroner tendensen in de uitmonsteringen van de firma Cuypers, onder meer in de Dominicuskerk te Amsterdam die in 1883-1893 werd gebouwd. Maar dat geldt niet minder voor de kruisweg van de Urbanuskerk in Nes: héél karakteristiek zijn de egale, blauwe achtergronden, waarin vrijwel alleen de stad Jeruzalem in de verte als coulisse toe wordt gelaten. Daarnaast is ook de natuurlijke, weinig gecompliceerde plooival van de gewaden – iets waar Lenz zich zeer druk om maakte – , het zachte kleurenpalet en de ingehouden dramatiek van de haast klassieke poses en gebaren van de figuren zeer Beuronesk. Hét model hiervoor waren de wandschilderingen met de kruisweg in de Mariakerk van Stuttgart van Desiderius Lenz uit 1884. In de vaktijdschriften van die tijd werd daar aandacht aan besteed in 1893.*

Betegelde kruisweg met lambrisering in de Urbanuskerk van Jospeh Cuypers in Nes aan de Amstel (1889-1891).
Met de betegelde kruisweg van de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel laat de firma Cuypers & Co zien hoe ze de Beuroner invloeden heeft verwerkt. Foto auteur 2014.

Om de vernieuwende inbreng van Joseph te illustreren kan de kruisweg van Nes het beste vergeleken worden met een ander betegeld exemplaar van de firma Cuypers & Co, te weten de kruisweg uit De Liefde (helaas gesloopt in 1990) die duidelijk de hand van Cuypers senior verraadt. Dankzij het Nederlands tegelmuseum in Otterloo, waar alle staties zijn opgeslagen, kunnen we ons hier een beeld van vormen. Volgens de site van het museum zou de kruisweg vrij snel na de voltooiing van deze Amsterdamse kerk in 1885 tot stand gekomen zijn:

‘Nederland kende al vele eeuwen een rijke traditie van tegelfabrieken, maar halverwege de negentiende eeuw verdwenen deze de een na de ander, omdat ze de concurrentie met industriële buitenlandse fabrieken niet aankonden. Cuypers koos er echter nadrukkelijk voor om zijn tegels bij een oud, traditioneel bedrijf te laten maken, hoewel zijn neogotische ontwerpen in stijl en kleurgebruik sterk afweken van de oud-Hollandse tegels. Hij kwam uit bij de tegelfabriek van Jan van Hulst in Harlingen, waar zijn tegels geschilderd werden door de eerste schilder Joseph Witte (1843-1909). Het gaat hier om één van de grote tegelopdrachten die aan het eind van de negentiende eeuw de herleving van de Nederlandse tegelindustrie inluidden’.*

Beide kruiswegen werden in een gestileerde architectuuromlijsting gevat. Maar die van De Liefde is veel gedetailleerder en vertoont een sterk neogotisch idioom dan de inkadering van het exemplaar in Nes die haast tot het hoognodige gereduceerd is. De blauwe fonds hebben de beide werken gemeen, maar als je kijkt naar de figuren valt in het Amsterdamse exemplaar de uitbundige middeleeuwse plooival van de gewaden op, met bijna gebeeldhouwde geknikte driepunten. Een ander verschil is de klassiek aandoende anatomie van de personages in het exemplaar in Nes tegenover de wat schrale en tanige actoren in dat van De Liefde. Opvallend is ook het gebruik van de gotische minuskel in de al even gotische banderollen tegenover de veel neutralere tekstband in de Urbanuskerk. Daar is ten slotte de bloemenrand eveneens minder gedetailleerd en qua opzet kloeker dan die in De Liefde.

Kruisweg uit De Liefde van Pierre J.H. Cuypers (na 1885)
De kruisweg uit De Liefde van Pierre J.H. Cuypers (na 1885) ligt opgeslagen in het Nederlands tegelmuseum. Vergeleken met die van de Urbanuskerk in Nes, ontworpen door Joseph Cuypers, valt op hoeveel neogotischer van signatuur die van zijn vader is. Herkomst: Nederlands Tegelmuseum 2008. In de zomer van 2018 is de kruisweg tentoongesteld in het Heiligenbeeldenmuseum in de oudste nog bestaande Cuyperskerk te Kranenburg bij Vorden.*

Al vanaf 1979 ben ik met Cuypers bezig, en hoewel we met een groot aantal kunst- en architectuurhistorici – vooral binnen het Cuypersgenootschap – veel onderzoek hebben gedaan en gepubliceerd, valt telkens weer op hoe weinig we van bepaalde zaken weten. Nu de tijd gekomen is om Joseph uit de schaduw van zijn vader te halen, zal daar ongetwijfeld verandering in komen.

Wordt vervolgd!

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Problematiek van vocht en zoutuitbloei bij de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel.
De Urbanuskerk van Nes aan de Amstel is dringend aan restauratie toe. Met name vocht en zoutuitbloei – hier bij de doopkapel – vormen een ernstig probleem. Foto: auteur 2014.

Archiefbericht

Zondag 9 februari 2014 organiseren de Vrienden van de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel een lezingenmiddag bij gelegenheid van het 125-jarig bestaan van dit vroegste zelfstandige werk van Joseph Cuypers. Centraal staan Pierre en Joseph Cuypers als bouwmeesters, en hun relatie als vader en zoon. Het programma is als volgt:

  • 14.15 uur: leven en werken Pierre Cuypers door Dick Keizer.
  • 15.00 uur: pauze met koffie en thee (tegen betaling voor de kerk).
  • 15.30 uur: leven en werken Joseph Cuypers door Pierre Cuypers junior, kleinzoon van Joseph Cuypers.
  • 16.15 uur: plenair: gelegenheid tot stellen van vragen aan de inleiders.
  • 16.30 uur: afsluiting, waarna samenzijn met een drankje.

De bijeenkomst is toegankelijk tegen een vrijwillige bijdrage ten behoeve van de restauratie van de kerk.

Voor informatie over dit jeugdwerk van Joseph Cuypers zie de site van Monumenten Ouder-Amstel en Reliwiki. Meer over de Vrienden van de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel vind je op hun site.

Nes Amstel bvhh 19 juni 14 (19) bew
De ark van Noah vaart als het ware de doopkapel binnen van de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel, ontworpen door Joseph Cuypers. De golven zijn gestileerd tot een decoratief repeterend patroon. Foto: auteur 2014.

Verwijzingen

  • Dit item is aan bewerking toe. Sedert ons schrijverscollectief – Marij Coenen en ik – bezig zijn met de Joseph Cuypers Collectie in Roermond hebben zich nieuwe inzichten voorgedaan. Bovendien zijn in dit webartikel nog niet de gegevens verwerkt van Timmermans, Huub, Margaret Timmermans, en Elly van Rooden. “125 jaar Sint Urbanuskerk – Nes aan de Amstel 1891 – 2016 – jubileumkrant”. UrbanusparochieNes.nl, 2016. http://bit.ly/2ukgf1l. Dat zit in de pijplijn!
  • Voor de bezoektijden, raadpleeg de site of bel anders met de pastorie: 0297-582 232. Mascini, Rob, Urbanuskerk Nes aan de Amstel, Nes aan de Amstel, z.j. Interessant is ook de brochure on line die uitgekomen is bij gelegenheid van het 125-jarig bestaan: Timmermans, Huub, Margaret Timmermans, en Elly van Rooden. “125 jaar Sint Urbanuskerk – Nes aan de Amstel 1891 – 2016 – jubileumkrant”. UrbanusparochieNes.nl, 2016. http://bit.ly/2ukgf1l, http://bit.ly/2jATu2P-Evernote.
  • Het citaat over de ontmoeting met Callier komt van Looyenga, in: Erftemeijer, Getooid als een bruid, p. 40 (zie bibliografie).
  • Kijk op het register van de monografie met de zoekterm Urbanuskerk, Nes of Nes aan de Amstel. Het boek kan besteld worden onder deze link.
  • Zie het lemma op Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Plateelbakkerij_Rozenburg. Heel informatief is ook de brochure van de RACM, thans de RCE: Nijenhuis, Henk, Tegels in de twintigste eeuw, brochure cultuurhistorie 13, RACM Amersfoort 2008.
  • Hubar, De genade van de steiger, p. 227 (zie bibliografie).
  • Hubar, De genade van de steiger, pp. 468-469: over de Beuroner school en haar invloed; pp. 227-238: over de Beuroner school en Joseph Cuypers; pp. 190-191, 222, 263, 339, 469: de kruisweg van Desiderius Lenz in de Mariakerk van Stuttgart uit 1884. Op één voorstelling na is deze tijdens de Tweede Wereldoorlog geheel vernietigd (zie bibliografie).
  • Spijtig genoeg is deze informatieve pagina over de Amsterdamse Cuyperskerk De Liefde van de site van het tegelmuseum verwijderd.
  • “Thematentoonstelling | Heiligenbeeldenmuseum Kranenburg”, Heiligenbeeldenmuseum, 2018. http://bit.ly/2KIjrd9 | http://bit.ly/2rnC5Pt-Evernote.
  • Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Joseph Cuypers | Nes aan de Amstel”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2014-2018. http://bit.ly/1Ot6l2T.

← Terug naar de inhoudsopgave van de nieuwe Bavo!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1Ot6l2T

Wil je de Urbanuskerk bezoeken, controleer dan van te voren de openingstijden op de site!

Fotodocumentatie Paterskerk

De Paterskerk te Eindhoven met het heilig Hartbeeld

De Paterskerk te Eindhoven (1896-1898) met het heilig Hartbeeld hoog in de top van de toren. Deze riskante positie heeft het beeld de bijnaam bezorgd van Jezus waaghals, of Jezus de springer. Van een aangetrouwde oom hoorde ik dat de Amerikaanse soldaten die Eindhoven op 18 september 1944 bevrijdden, dachten dat het mr Philips was. Foto: Bas Gijselhart | BASEPHOTOGRAPHY (2014).

Het onderstaande stukje schreef ik in 2014, toen ik druk bezig was met het onderzoek en de waardenstelling van dit rijksmonument. Nog altijd vraag ik me af of ik niet te naïef ben geweest. Of het projectmanagement mij niet gewoon zag als een onvermijdelijke specialist die je d’r gang laat gaan, terwijl je ondertussen je eigen plan trekt. De besluitvorming is het zoveelste echec van de monumentenzorg en vroeg of laat zit er niets anders op dan deze taak weer bij de gemeentes weg te halen, omdat men daar de broodnodige distantie mist.

Soms bof je met een project en dat geldt zeer beslist voor de Paterskerk in Eindhoven. Afgezien van het genoegen dat ik beleef aan het schrijven over zo’n mooi gebouw met zo’n bijzondere uitmonstering, heb ik het ook getroffen met de fotografen. Terwijl ik bezig was met de waardenstelling, was ondertussen een ploegje druk in de weer met de opname van alle bijzondere onderdelen van het interieur.

Want dat was de gedachte die er achter zat: de Paterskerk zal – als alles goed loopt – herbestemd worden, en dan kun je niet vroeg genoeg beginnen met de documentatie. Een goede documentatie is nog altijd de achilleshiel van alles wat in Nederland aan cultuurgoed verdwijnt. Vaak heeft dat te maken met een kwaad geweten, niet omdat mensen per definitie de kwader trouw zijn, maar omdat iedereen zich toch diep in zijn hart schaamt als iets waardevols vernietigd wordt.

Nu gaat het daar met de Paterskerk helemaal niet om. Er wordt op dit moment uitermate prudent met het gebouw en zijn inrichting omgegaan. Bij dit project ben ik er dan ook eerder bang voor dat op een gegeven moment het proces in zo’n krachtige versnelling raakt dat zoiets als documentatie over het hoofd wordt gezien.

Daarom ben ik heel blij dat fotoclub De Gender in Eindhoven, en wel meer in het bijzonder Bas Gijselhart van BASEPHOTOGRAPHY en Anke Spijkers zich over de Paterskerk ontfermd hebben. Ze hebben prachtig werk verricht. Daarnaast hebben Barbara Bonfrer en Bart van Gestel van Franken Projectmanagement opnames gemaakt. Eigenlijk zou een centraal orgaan deze digitale collectie moeten beheren, maar zover is het nog niet.

De foto’s van Bas Gijselhart en Anke Spijkers staan grotendeels on line via de site van BASEPHOTOGRAPHY. Van het werk van het tweetal van Franken Projectmagagement heb ik zelf een selectie in een lage resolutie op Flickrgezet, die bekeken kan worden via http://bit.ly/Paterskerk2franken-pm.

Ik zou zeggen, ga een kijkje nemen en geniet, maar respecteer het auteursrecht van de makers!

Inderdaad, geniet, want verreweg het meeste is verdwenen of onzichtbaar gemaakt tegen de tijd dat het gebouw weer in gebruik genomen wordt.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Detail van het Augustinusaltaar in de Paterskerk

Detail van het Augustinusaltaar van de gebroeders Custers te Eindhoven (vóór 1908). Afgezien van de bijzondere iconografie is de uitvoering van een zeer hoog niveau. Het reliëf was bedoeld om in steen gerealiseerd te worden, maar daar gaven de augustijnen geen toestemming voor. Om toch die indruk te wekken werd het gedaan in wit beschilderd hout. Foto: Barbara Bonfrer van franken-pm.nl (2014).

Meer weten?

Het onderzoek over de Paterskerk is onder meer opgeleverd in de volgende twee delen:

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, De mantel der liefde, De Paterskerk te Eindhoven, ErfgoedSWOT©, onderdeel waardenstelling, Ohé en Laak 2014.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Met hart en ziel, De Paterskerk te Eindhoven, ErfgoedSWOT©, onderdeel perspectief, Ohé en Laak 2014.

Deze twee stukken zijn te vinden in de cassette van het project Paterskerk: http://bit.ly/2B0GejS-Paterskerk, waarvan de inhoud openbaar is gemaakt door de gemeente Eindhoven als bevoegd gezag.

Mijn opdrachtgever was coöperatie DELA te Eindhoven die met succes heeft deelgenomen aan marktconsultatie van de gemeente Eindhoven en de augustijnen:

‘De Orde der Augustijnen en de gemeente Eindhoven hebben naar aanleiding van de marktconsultatie Mariënhage besloten om verkennende gesprekken te voeren met coöperatie DELA over de verkoop van het gehele complex. DELA gaat een haalbaarheidsstudie doen naar het renoveren en exploiteren van gebied Mariënhage (exclusief het klooster) als ceremoniële locatie en daarmee opnieuw invulling geven aan de ‘hart en ziel’ gedachte. Verder wordt bekeken of er een samenwerking tussen DELA en Kapellerput (als beoogd huurder) mogelijk is om er zo ook ontmoetings- en overnachtingsfaciliteiten te realiseren ten behoeve van zakelijke en particuliere bijeenkomsten’.1

Het project wordt gecoördineerd door Karl Franken van Franken Projectmanagement en namens Dela begeleid door Peter Hoesbergen Advies. Als architecten zijn Diederendirrix en Architecten|en|en, beide te Eindhoven, bij dit initiatief betrokken. Projectleider vanuit de gemeente Eindhoven is Sandra Janssen-Poelman.
Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1Pq4CZf

Door naar het hoofditem


  1. Persbericht van de gemeente Eindhoven d.d. 21 november 2013, ontleend aan de gemeentelijk website