Een ster en een kroon (2016)

Een ster en een kroon — Wat heeft dit wapen nu met Driekoningen te maken, hoor ik je denken. Als je kijkt naar de volledige afbeelding onder deze link, kom je waarschijnlijk niet veel verder, want wat verbindt zo’n feestcantate met de drie wijzen uit het oosten? Het antwoord ligt verborgen in de naam boven het wapen: monseigneur C.J.M. Bottemanne (1823-1903), de vierde bisschop van Haarlem sinds 1853, het jaar van het herstel van de kerkelijke hiërarchie in Nederland. Voor hem werd dit blazoen namelijk ontworpen, toen hij in 1883 aantrad. Misschien begint er een lampje te branden als je weet wat zijn roepnaam was: Caspar.

Tijdens mijn onderzoek afgelopen twee jaar naar de nieuwe Bavo, vond ik in het Noord-Hollands Archief een artikel over dit wapen in het Maandblad van het Genealogisch-heraldiek genootschap “De Nederlandsche Leeuw” (1884). Zowel de vereniging als het  tijdschrift bestaat nog steeds. De auteur, L.J.A. Braakenburg, begint met zijn vooral protestantse lezerspubliek uit te leggen dat ‘Hoogwaardigheidsbekleeders in de Catholieke kerk een zegel moeten hebben’. Dat was nodig om officiële stukken te kunnen bezegelen. Nu was een van de hoogleraren van het grootseminarie Warmond, waar Bottemanne als president leiding gaf voor hij tot bisschop werd benoemd, zo goed geweest Braakenburg het groot- en kleinzegel te sturen. Dat beschrijft hij als volgt:

‘Het wapen omgeven door de attributen der bisschop-waardigheid [kruis, mijter, staf, platte hoed met tien kwasten], eigen is;
doorsneden 1. van azuur [blauw] beladen met een zespuntige ster van goud.
2. van keel [rood] beladen met eene gouden zevenpuntige Oostersche koningskroon, op den rand versierd met roode edelgesteenten (gemmae).
Devies: “Omnia in Charitate.” [Alles in liefde]
Randschrift van het groot zegel is: Sigillum Casparis Joseph Martini Epi. Harlemen [zegel van Casper Joseph Martinus bisschop van Haarlem].
Men zou oppervlakkig uit de beschrijving geen “sprekend” wapen herkennen. En toch is dit zoo.
Toen de Zaligmaker geboren was, togen de drie wijzen uit het Oosten op naar Palestina om Jezus hunne hulde te brengen. Hunne namen waren: Balthazar, Caspar en Melchior. De ster wees aan den blauwen hemel hun den weg, verder heeft de kroon betrekking op hun’ vorstelijken stand, terwijl rood de kleur der Oosterlingen is.
De verdere verklaring van ’t wapen als “sprekend” te zijn, is niet noodig. Want een der voornamen van den Bisschop is die van een der koningen’.*

Sprekend of niet, wat zegt het dat Bottemanne zich als een van de wijzen uit het oosten profileerde? Het sluit in ieder geval prachtig aan bij het oriëntalisme in Nederland dat eind negentiende eeuw aanwakkerde. Hoe belangrijk dit is geweest voor de nieuwe Bavo, laat de prachtige koepel van Joseph Cuypers op de kathedraal (1906) iedere dag weer zien. Dankzij de herleving van de visie en denkbeelden van Thomas van Aquino kon dit oriëntalisme katholiek ingekaderd worden. De belangstelling voor de Oriënt bevorderde ondertussen een groeiende belangstelling voor het land waar Christus leefde, Palestina. Zo trok pastoor A.H.W. Kaag, een van Bottemanne’s redacteuren bij de katholieke pers, in 1895 naar het heilige Land om onder meer Kerstmis in Bethlehem bij te wonen. In de literatuur heet het dat de eerste Nederlandse pelgrimstocht naar het heilige Land in 1905 heeft plaatsgevonden, maar dat klopt toch niet. In De Tijd van 12 december 1894 staat een advertentie voor een ‘Bedevaart naar het Heilige Land’, onder ‘geestelijke leiding van den Weleerw. Heer Pastoor A. Kaag’. Kaag ging dus niet zomaar als toerist op reis, maar had de zorg voor ‘ten hoogste 16 katholieken’. In 1898 doet hij uitvoerig verslag van deze pelgrimstocht in weekblad Sint Bavo.*

Historische foto van de grotstal van Bethlehem, waar Christus geboren is (circa 1895)
Historische foto van de grotstal van Bethlehem, waar Christus geboren is en herders en wijzen hem kwamen bezoeken. Ontleend aan het artikel van A.H.W. Kaag over de bedevaart naar Palestina in 1895.

Of Bottemanne zelf nog het heilige Land had willen bezoeken? Dat is zeker niet uitgesloten, maar de bisschop kampte met twee hindernissen: allereerst was het de vraag of hij het verantwoord vond om zijn diocees, en daarmee zijn kudde, zo lang te verlaten. Kaag was immers alles bij elkaar ruim een jaar afwezig. Maar er was een nog grotere handicap. Bottemanne was begin jaren negentig al vrijwel blind. Je kunt je voorstellen dat Kaag bij hem op audiëntie is geweest om te vertellen over zijn reis. We mogen in ieder geval aannemen dat de bisschop met veel belangstelling zijn artikelen in weekblad Sint Bavo gevolgd heeft. Hoe zou dat geweest zijn? Zelf krijg ik een beeld van een winterse avond bij de haard in februari 1898: terwijl zijn secretaris hem het reisverslag van Kaag voorleest, vertrekt Bottemanne in gedachten naar het heilige Land. Als een van de drie wijzen volgt hij de ster naar Bethlehem om de nieuwe Koning te aanbidden en hem goud, wierook en mirre te offeren.

Deze scène is verschillende keren in de kathedraal uitgebeeld. Waar zou dat precies zijn?

B.1

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie & bestelgegevens

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de volgende informatie en bronnen:
  • Hellenberg Hubar, Bernadette van,De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Met name hoofdstuk 4 en hoofdstuk 6 gaan over Thomas van Aquino en het oriëntalisme van Joseph Cuypers.
  • Hellenberg Hubar, Bernadette van, ‘Driekoningenfeest’, op: Ithenisnow.nl | http://bit.ly/1O3uxFL (2016): over het volksfeest dat in het bisdom Haarlem in onbruik was geraakt.
  • Braakenburg, L.J.A., ‘Het wapen van den tegenwoordigen Bisschop van Haarlem, Mgr. C. J. M. Bottemanne’, in: Maandblad van het Genealogisch-heraldiek genootschap “De Nederlandsche Leeuw” (1884), p. 81.
  • Delpher, berichten over de bedevaart van A.H.W Kaag in Algemeen Handelsblad van 14 november 1894 en De Tijd van 12 dec 1894.
  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997, pp. 220-222.
  • Kaag, A.H.W., ‘In Palestina vóór 2000 jaar’, in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 1 (1898), pp. 135-138; 152-154; 168-171.
  • Wikipedia: items over Bottemanne, Driekoningen en tijdschrift De Nederlandsche Leeuw.

Wil je het boek over de nieuwe Bavo bestellen, surf dan naar deze pagina.

Credit beeldmateriaal collage
  • Linksboven: omslag van de feestcantate voor bisschop Caspar J.M. Bottemanne bij gelegenheid van zijn gouden priesterfeest, 1896, gecomponeerd door Philip Loots (drukwerk). Herkomst: parochiearchief nieuwe Bavo in het Noord-Hollands Archief te Haarlem. Foto bvhh.nu 2015.
  • Rechtsboven: het altaar van Marie Andriessen met rechts op het retabel Driekoningen (2010). Met toestemming ontleend aan de website van het Heilig Kerstmisgilde.
  • Rechtsonder: historische afbeelding van de grotstal in Bethlehem uit het artikel van Kaag, geciteerd hierboven.
  • Middenonder: de drie wijzen in de mozaïeken van Ravenna. Herkomst Wikimedia Commons; foto Nina Aldin Thune, 2006.


De collage op de sociale media 6 januari 2019 (bvhh.nu).

 


  1. Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en vormt een bewerking van het item, gepubliceerd op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo op 6 januari 2016.
    Verkorte link: bit.ly/2CQcdlJ-VanHH2Org 

De architecten Cuypers en het Vitruvianisme

Voor het oktobernummer van Vakblad Vitruvius (2018) hebben we een artikel gemaakt over het vitruvianisme en de architecten Pierre J.H. en Joseph Th.J. Cuypers. Daarmee sloeg ik twee vliegen in een klap. Ik wilde namelijk de balans opmaken van waarin vader en zoon Cuypers verschillen als het gaat om het zogenaamde ontwerpen op systeem. Daarom heb ik twee publicaties geklutst: hoofdstuk 10 van mijn proefschrift en verschillende passages in het boek over de nieuwe Bavo die opgezocht kunnen worden met de zoektermen: proportie, geometrie, geometrisch, cirkel, vierkant, driehoek.*

Of deze exercitie iets heeft gebracht? Ik denk het wel. Ik sta er iedere keer weer van te kijken hoe effectief een andere aanvliegroute kan werken. Heel interessant hoe nieuwe inzichten ontstaan; in dit geval niet alleen ten aanzien van de architecten Cuypers, maar ook wat betreft de wisselwerking tussen Joseph Cuypers en H.P. Berlage. Ga het verhaal maar eens lezen. Wil je er met de zoektoets doorheen gaan, download het artikel dan via het frame hieronder of deze link.

De architecten Cuypers en Vitruvius

Omdat hele stukken van een eerdere publicatie van mijn hand zijn overgenomen, wordt dit in academische kringen wel betiteld als ‘self plagiarism’. Voor mij valt dit onder de categorie ‘De honden blaffen en de karavaan trekt verder’. Zelfs in recensies word ik betiteld als iemand met ‘een missie’ en dat brengt met zich mee dat ik me bewust herhaal. Het is een oeroud pedagogisch adagium dat je alleen zo de boodschap in kunt slijpen. Zeker als het om een verhaal gaat dat voor de meeste mensen nog altijd als nieuw ervaren wordt en al helemaal als de lijn doorgetrokken kan worden naar lopend onderzoek, heeft – partiële – herhaling een evidente meerwaarde. Op dit punt zie je dat de wetenschap achterloopt op de sociale media, waar herhaling een erkend stukje gereedschap is. Pedagogiek en marketing vallen hier samen.

Overigens is dit ook een goed moment om een paar zaken aan te vullen en te corrigeren:

  • Bij de Teeken- en Ambachtsschool ontbreekt de architect die formeel het laatste gebouw ontworpen heeft, L.H. Luyten. Waarom er zoveel mensen aan mee hebben gewerkt? Dat kwam omdat Cuypers senior op dat moment in de gemeenteraad zat. Volgens de grote oeuvrecatalogus van het werk van Cuypers senior staat het vroegste ontwerp op naam van Joseph Cuypers (1894). Tevens blijkt dat verschillende tekeningen op het bureau van vader en zoon Cuypers in Amsterdam zijn gemaakt, waaronder een voorontwerp van het uiteindelijke complex aan de Godsweerdersingel.* Het ziet ernaar uit dat Joseph Cuypers een groter aandeel heeft gehad in het project, dan ik destijds in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw dacht.
  • Bij afbeelding 12 ontbreekt de naam van de fotograaf, Jan Straus.
  • De spreuk uit het ‘Boek der Wijsh. IX, 21’ dat God als een demiurg de kosmos met maat, getal en gewicht heeft geschapen – lees geconstrueerd – staat níet in de onderdoorgang van het Rijksmuseum gekalligrafeerd. Ik moet het tijdens mijn promotieonderzoek ergens hebben gevonden, dus misschien was het een andere plaats in het Rijksmuseum of een nooit uitgevoerd voorstel. Maar ruim dertig jaar na dato wil het echte laatje in mijn geheugen niet opengaan. Hopelijk kan iemand me dit nog een keer vertellen.

Je weet het, schrijven is trial and error dus terugkoppeling is altijd welkom!

;-) B.

Een van de tegeltableaus van de Roermondse Teeken- en Ambachtsschool (1904-1908). Hierin zijn de drie primaire schema’s van het driehoekssysteem van Viollet-le-Duc gecombineerd tot een afbeelding, waaronder de drie sleutelwoorden uit de bijbehorende tekst in zijn ‘Dictionnaire’ staan: Geometrie, Stabiliteit en Proportie. Foto Jan Straus Roermond.


Bronnen en verdere informatie

Nota bene — Voor de verkorte titels zie de algemene bibliografie van deze site of een van de deelbibliografieën (Joseph Cuypers Collectie, Clemenskerk):

  • Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 325-348: ‘Het reliëf De Bouw- en beeldhouwkunst. De Griekse “meester van het werk” en Cuypers’ proportiesysteem’. Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, register, zoektermen: proportie, geometrie, geometrisch, cirkel, vierkant, driehoek. Het hoofdstuk in mijn proefschrift gaat op zijn beurt terug op een artikel in de feestbundel van mijn promotor, Kees Peeters: Hubar, “‘De door wiskunst en verbeelding gebouwde kerk'”, pp. 249-259.
  • Berens e.a., P.J.H. Cuypers (1827-1921): het complete werk, p. 313.
  • Hubar, ‘”Een godin die nooit onverschillig blijkt”‘.
  • Het artikel in Vitruvius kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “De architecten Cuypers en het vitruvianisme”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 12 (2018): 18–27. http://bit.ly/2zqa7qm-VanHH2Org Meer weten over Vakblad Vitruvius, volg dan deze link

Het Rijksmuseum kan iedereen vast wel zonder mij vinden, de nieuwe Bavo in Haarlem en de Dom van Keulen ook. Maar de Teeken- en Ambachtsschool in Roermond? Mocht je die willen bezoeken, neem dan van te voren contact op met de Limburgse Werkgevers Vereniging (LWV) die in de Teekenschool gehuisvest is. In de aanpalende Ambachtsschool zit het Limburgse Groenhuis. Ik heb het complex behandeld in hoofdstuk 4 van mijn proefschrift, nadat ik er eerder over gepubliceerd had in de vakbladen De Maasgouw en De Sluitsteen.* Heel bijzonder is de polychromie, waarover ik eveneens een artikel schreef na de voltooiing van de restauratie in 1997.* Kortom, zeer de moeite waard om een bezoek te brengen.

Verkorte link van dit item http://bit.ly/2zqa7qm-VanHH2Org

Biografie Marij Coenen

Deze diashow vereist JavaScript.

Marij Coenen is mijn vrouw en vennoot. We zijn in hetzelfde jaar geboren, ik eind februari en zij half mei 1956. Marij studeerde HBO Diëtetiek (Heerlen), HBO Verpleegkunde (Sittard) en HBO+ Mesologie te Amsterdam. Zij heeft jarenlang gewerkt als wijkverpleegkundige in het Heuvelland van Zuid-Limburg en een eigen praktijk gevoerd. Vanaf 2000 was ze in dienst van Monumentenhuis Limburg en daar heeft ze als eindredacteur van de rapporten van de Monumentenwacht een blijvende liefde voor het erfgoed opgelopen. Sinds 2003 is zij zelfstandig ondernemer met een gecombineerde aanpak: ze had deels een praktijk in gezondheidsadvies en deels een bedrijf in administratie & communicatie. Vanaf 2005 was ze als vennoot en medewerker betrokken bij Res nova, waar ze de financiële administratie combineerde met de eindredactie van de rapporten en publicaties.

Redacteur

In de loop van de jaren heeft Marij zich ontwikkeld tot een uitermate precieze en kritische redacteur die zowat met het groene boekje onder haar kussen slaapt. Haar expertise op dit gebied is de afgelopen jaren alleen maar belangrijker geworden, doordat uitgevers er zelf geen redacteuren meer op na houden. Vandaar dat ik haar rol onderstreept heb aan het slot van mijn dankwoord van ons boek over de nieuwe Bavo:

De laatste die ik hier in het licht wil zetten was zeker niet de minste in dit proces: Marij Coenen is de enige die kan vertellen dat ze dit boek van voor naar achteren heeft gelezen en toen weer terug. Hele stukken heb ik haar voorgelezen in de avondzon en bij de haard, steeds weer een ultieme test om te horen of zinnen liepen en de tekst begrijpelijk bleef. Ook al blijven er delen van het boek die beslist pittig zijn, zij heeft me telkens weer aangespoord en geïnspireerd om te kiezen voor minder complexe zinswendingen en vooral de verteltrant vast te houden. Mezelf trouw te blijven in wat ik nu eenmaal ben: een verhalenverteller.*

Uitgever Johan de Bruijn van WBooks heeft deze lof op zijn manier kracht bijgezet door Marij in het ISBN-nummer op te voeren als co-auteur! Gelukkig heeft hij dat van tevoren niet laten weten, want bescheiden als Marij is had ze dat nooit goed gevonden. Dat is omgekeerd evenredig met het aantal publicaties waaraan ze heeft meegewerkt.*

Fotograaf

Marij houdt van fotograferen en dat komt tijdens onze projecten goed van pas. Zo tekende ze voor het gros van de foto’s voor de publicatie over de Clemenskerk (2014) en de rapportages over de kloosterruïne Hoogcruts (2010) en de Martinuskerk van Beek (2018). Maar ook tentoonstellingen legt ze vast, waardoor we beschikken over een groeiende beeldbank die bij onderzoek zeer van pas komt. Daartussen zit onder meer materiaal met betrekking tot de collectie van Gerard van Wezel (Droomkunst), Joep Nicolas (Cuypershuis Roermond), Jan Toorop (Haags Gemeentemuseum), Verzaagd en verspijkerd (Brabants Museum Den Bosch) et cetera. Haar kracht komt verder tot uiting in natuurfoto’s die de landschappelijke component van het erfgoed onderstrepen. Alles bij elkaar vormt haar fotografie een belangrijke bron voor de sociale media.

Sociale media

Sociale media draaien op content en erfgoed is een en al content! In onze branche heb je te maken met de overvloed van de weelde. Dus heb je behoefte aan iemand die rijp van groen kan onderscheiden. Bij dit proces van keuzes maken voegt Marij af en toe wat human interest toe aan onze berichten en dat maakt het beeld naar buiten des te overtuigender. Wil je het resultaat zien? Kijk dan bij onze Facebookpagina.

Marij Coenen is ook te volgen op Twitter via @Erfgoedcontent.* Op LinkedIn profileert ze zich vooral met haar administratieve werk.*

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende informatie:

Marij Coenen fotografeert de doopvont van Anton Molkenboer in de kathedraal van Roermond. bvhh.nu 2016.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/Marij-Coenen2VanHHOrg

Verhalen in de nieuwe Bavo ¨

Deze pagina vormt een doorverwijzing naar de collectie verhalen in de nieuwe Bavo te Haarlem, het meesterwerk van Joseph Cuypers op kerkelijk gebied.

Collectie verhalen | Hoe maak je items zichtbaar in de Joseph Cuypers Collectie? Woordenwolk bvhh.nu 2018.

Weet je op welk stuk deze woordenwolk slaat? Mail me dan of reageer hieronder en wie weet heb ik wat aardigs voor je.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Kleurenvanger

De kleurenvanger op Curaçao


Tegen elkaar aangeschurkt op de kade
pand na pand divers in toon
als kleurige helklinkende ijzeren
plaatjes
op de kinderxylofoon
flikkerend bij iedere oogopslag
Dwalend van stoep naar stoep
gaat een bonte pijper
tingelend over de klinkers
een stoet van kleuren achter hem aan
wij in hun kielzog mee
ons oog betoverd door roze
en rood, okergeel en groen
en beige, citroengeel en blauw
geplukt uit de regenboog
Hier kersvers gesausd
op nieuwe pleisterlagen
met scherpe haakse hoeken
Daar gedempt door verwering
bladderende plekken
vocht en regenslag
met suggestieve vegen vervuiling
als expressionistische toets
Vreedzaam naast elkaar
in Caribische coëxistentie

Rond de evenaar
valt de korte schemer
ebt het kleurgetijde weg
de pijper sluit de avondpoort
vereffent de balans in blauwdonkergrijsgroenzwart

______________________________

Kleurenvanger — Het gedicht ‘Kleurenvanger’ komt uit E kas blau | Het blauwe huis, de bundel die ik schreef bij mijn eerste bezoek aan Curaçao in 2011.* Vandaag krijgt het een aparte plekje in het kader van het initiatief Gedicht op maandag | #Gom. In de achtergrondverhalen van de bundel staat de volgende toelichting:

Ik ben gek op kleur en heb van – historische – architectuur mijn beroep gemaakt. Dat zie je weerspiegeld in de Kleurenvanger en Vogelvlucht vanuit de toren. Wie door Punda en Otrabanda heeft gewandeld zal zich, net als wij, op sleeptouw hebben gevoeld van een kleurenvanger die bij iedere oogopslag de blik met een nieuwe tint weet te bekoren. Eenmaal dit thema van de rattenvanger gekozen, kon het uitgerold worden tot op het moment waarop de bergdeur achter de kinderen gesloten wordt. Hier worden ze gelukkig iedere dag bij zonsopgang weer uit hun gevangenis verlost. Het lef waarmee het palet is samengesteld doet erg denken aan de natuurlijke orde: nergens immers is de polychromie zo onbeschaamd uitbundig en gevarieerd als bij bloemen die in een volstrekte willekeur worden gegroepeerd en nooit vloeken (dat is ook de reden waarom ik zo dol ben op natuurgebieden met een rijke wilde flora). Is dat kleurgevoel antropologisch bepaald? Wie zal het zeggen. De anekdote dat een gezagsdrager het wit te pijnlijk voor zijn ogen vond, kan historisch kloppen, maar lijkt me toch wat banaal.

Zoals bekend staat een groot deel van Curaçao, waaronder de kleurige gebouwen, op de werelderfgoedlijst. Hoe paradoxaal dat ook klinkt, het gevaar daarvan is overkill dat ook in Nederland bij iedere restauratie dreigt. Waarschijnlijk zal het in een tropisch klimaat nog moeilijker zijn om het midden te vinden tussen verantwoord onderhoud en vernieuwing, maar ook de toegevoegde waarde van het patin, de verwering van de tijd behoort tot de cultuurhistorische kwaliteiten die beschermd moeten worden. In die zin popte het idee van de Caribische coëxistentie op: het zou spannend zijn om naast de strakke, gloednieuw ogende panden de schoonheid van de verwering een kans te geven. Te zoeken naar een manier van consolidatie die uiterst basaal is. Over meer scenario’s te beschikken dan alleen het herstel in nieuwe luister.

Postscriptum — Zeven jaar later en een paar boeken verder is mijn fascinatie voor kleur alleen maar verder verdiept, wat overigens niet minder geldt voor de mate waarin patin of patina me boeit. Op dit punt heeft vooral het onderzoek naar de nieuwe Bavo me veel gebracht. De al eerder aangetroffen associatie van de polychromie van Cuypers senior met de kosmische kleurenleer van Goethe – die minstens zo sterk, zo niet sterker voor zijn zoon Joseph gold – heb ik verder uit kunnen diepen. Hoewel een directe relatie tussen dit werk en de kleurtoepassing van vader en zoon Cuypers – nog – niet vaststaat, zijn de aanwijzingen heel sterk.* Met name de kleurenschema’s in de nieuwe Bavo lijken er het resultaat van te zijn.*

Wat betreft de omgang met patina doet zich in Nederland een ware richtingenstrijd voor, omdat het moeilijk blijkt om eenduidig te bepalen waar patina eindigt en vervuiling begint. Bij die gebouwen waar architecten materiaalpolychromie toegepast hebben als esthetische kunstgreep – zoals bij de nieuwe Bavo is gebeurd – dient ervoor gewaakt te worden dat de kleuren verdwijnen als gevolg van het nivellerende effect van de grauwsluier van vervuiling. Wat overigens heel interessant is, is dat Joseph Cuypers met zijn ontwerp anticipeerde op de ‘atmosferische’ werking van de tijd; niet alleen buiten, maar zelfs binnen, ín het gebouw. Naar dit fenomeen is in Nederland verder geen onderzoek gedaan, wat benadrukt dat in ieder geval gekeken moet worden naar de intenties van de architect bij de besluitvorming rond de aanpak van patina/vervuiling. Het onderdeel van de waardenstelling dat ik daarover geschreven heb, is vanwege de omvang buiten het boek over de nieuwe Bavo gebleven. Het blijft op de plank liggen tot de tijd rijp is om het uit te werken tot een artikel. Enkele aspecten heb ik meegenomen in het hoofdstuk over de polychromie van de Haarlemse kathedraal.*

Wordt vervolgd!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. E kas blau | Het blauwe huis. Gedichten op locatie met reisimpressies (Curaçao). Curaçao/Ohé en Laak, 2011. http://bit.ly/2ykneeF-KasBlau. Over mijn beeldgedichten/gedichten op locatie vind je meer onder deze link.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Het register kan via deze link geraadpleegd worden. Wil je het boek bestellen volg dan deze link.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘De muziek van het licht’, Cuypers’ polychromie. Erfgoed in ontwikkeling. Ohé en Laak: Res nova-VanHH.org, 2007. http://bit.ly/Muziek-polychromie.
  • Foto’s en collage bvhh.nu 2011.

Ben je een keer in Willemstad op Curacao, ga dan eens kijken in de Rifwaterstraat, waar de foto hierboven is genomen die de Caribische coëxistentie in de kleurige gevels laat zien.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2JReVIy-VanHH2Org

Joseph Cuypers Collectie


De Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond is het onderwerp van mijn volgende E-boek. Maar je weet het, voordat je kunt schrijven moet je ordenen. En al ordenend merk je dingen op die je zouden zijn ontgaan zonder dat proces. Een duidelijk voorbeeld van het ‘meer dan de som der delen’! Hoe begon het eigenlijk allemaal met dit project?

Wat is nu feitelijk het begin?

Portretfoto op de deelnemerskaart van Joseph Cuypers voor de wereldtentoonstelling in Brussel in 1910. Herkomst en repro GAR, Joseph Cuypers Collectie.
Portretfoto op de deelnemerskaart van Joseph Cuypers voor de wereldtentoonstelling in Brussel in 1910.* Bij deze internationale happening vertegenwoordigde hij waarschijnlijk de firma Cuypers & Co te Roermond (dus niet het architectenbureau in Amsterdam). Op deze kaart zien we Joseph 49 jaar oud, kort voor of net nadat zijn compagnon Jan Stuyt en hij hebben besloten om ieder zelfstandig verder te gaan. Hun leven lang bleven zij vrienden. Herkomst en repro GAR, Joseph Cuypers Collectie.

Begin — Of het een vertekening is van de geschiedenis, of liever van de geschreven geschiedenis, vraag ik me af; maar het is wel toevallig dat als er iets gebeurt we de neiging hebben om een moment te kiezen, waarop dat wat plaatsvond begon. Niet er was er eens … want dat eens is eindeloos lang of breed, maar toen, op die plaats, op dat tijdstip. Geen fictie, maar ook geen feit; of misschien juist wel als je in aanmerking neemt dat ieder feit onvermijdelijk berust op een keuze.* Een selectief ding dus, dat nog eens extra wordt uitgelicht omdat het op een voetstuk wordt geplaatst als het begin van …

Zo ging het ook met het project rond de Joseph Cuypers Collectie. Feit is dat ik in 2015 voor de monografie over de nieuwe Bavo te Haarlem, het meesterwerk van deze architect, op bezoek ging bij zijn kleinzoon voor het archief. Pierre Cuypers, de derde in de familie van deze naam, had van alles voor me klaargelegd, het ene document nog spannender dan het andere. Het was zo’n mooi materiaal dat ik hem vroeg of hij nog meer in huis had. Het gesprek dat daarop volgde leidde er toe dat op 20 januari 2016, na achteraf bleek de sterfdag van Joseph Cuypers, de collectie van huize Cuypers in Bemmel in bewaring werd gegeven aan het gemeentearchief van Roermond.* En zo begon het …

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Voor de wereldtentoonstelling van Brussel zie het betreffende lemma op Wikipedia. Het zal spannend zijn om te achterhalen wat de firma Cuypers & Co precies heeft tentoongesteld!
  • Mensen die meer van me gelezen hebben, weten dat ik mijn oude hoogleraar filosofie L.M. de Rijk dankbaar blijf voor dit inzicht. Zie onder meer de inleidingen van de monografie over de nieuwe Bavo en mijn proefschrift Arbeid en Bezieling. Van dit laatste boek kan de inleiding onder deze link gedownload worden.
  • Zie hierover:
    • Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Archief Joseph Cuypers naar het Gemeentearchief van Roermond”. VanHellenbergHubar.org (blog), 28 januari 2016. http://bit.ly/1SlJIwW.
    • Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Joseph Cuypers in De Limburger”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2016. http://bit.ly/1PHUJ7J.

De Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond bestaat niet alleen uit archiefstukken, maar ook uit ontwerpen, topografische tekeningen, foto’s en boeken. Foto bvhh.nu 2018.
De Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond bestaat niet alleen uit archiefstukken, maar ook uit ontwerpen, topografische tekeningen, foto’s en boeken. Foto bvhh.nu 2018.

Intussen wordt onderzocht of deze schrijfopdracht door middel van fondsenwerving uitgebreid kan worden tot een echte biografie over de architect!
Wie suggesties heeft is van harte welkom om dit door te geven via vanhellenberghubar@gmail.com.


Verkorte link van de inhoudsopgave:

  • alfanumeriek: http://bit.ly/2tR0FbX
  • verbaal: http://bit.ly/JCC-VanHH2Org

Verkorte link van het item ‘Wat is nu feitelijk het begin?’: http://bit.ly/2Rzt7NG-VanHH2Org

Unieke hashtag: #JCC_VanHH2Org

Le va et vient à Pierrefonds

Le va et vient à Pierrefonds


Le va et vient | E.E. Viollet-le-Duc (ontwerp), Het binnenplein van kasteel Pierrefonds (1861-1885). Foto bvhh.nu (2008). Le va et vient | E.E. Viollet-le-Duc (ontwerp), Het binnenplein van kasteel Pierrefonds (1861-1885). Foto bvhh.nu (2008).

Le va et vient …
het plein van Pierrefonds
lost op in een markt
waar mensen slenteren …
Iedere gevel
als een apart gebouw
organisch gegroeid
tous les temps, tous les lieux
ogenschijnlijk lukraak
maar au fond
resultaat
van een
tekentafel
waar de meester van het werk
zich fronsend over buigt
en ziet dat het goed is.

Le va et vient | E.E. Viollet-le-Duc (ontwerp), De bouwvakker in een van de sluitstenen van kasteel Pierrefonds (1861-1885). Foto Poul de Haan (2008).

______________________________________________________________________

Postscriptum | La va et vient

Dit gedicht met de uitleg in het citaat hieronder komt uit mijn eerste bundel met Kunst der Vormen in de Picardie – Assez de place (2008)* – en is hier geplaatst in het kader van het initiatief Gedicht op maandag | #Gom. Toen ik met deze groep op excursie ging, realiseerde ik me helemaal niet dat we zo dicht bij Pierrefonds zouden zijn.* En dat stond al zo lang op mijn verlanglijstje. Op het notebook dat ik bij me had, had een lezing staan over Pierre Cuypers die ik aanvulde met wat foto’s die Poul de Haan, Marja Langenberg en ik bij een verkennend bezoek hadden gemaakt. En zo kon ik een presentatie geven, voordat we er met het hele gezelschap naar toe gingen. Dat was ook wel nodig: we schrijven 2008, het Rijksmuseum was nog niet herontdekt (dat gebeurde pas na de opening in 2013) en in de groep heerste de nodige argwaan jegens de neostijlen. Er was dan ook geen onverdeeld enthousiasme over dit meesterwerk van Cuypers’ grote voorbeeld, Eugène Viollet-le-Duc. Min of meer schoorvoetend gaf men zich over …

Dit thema dank ik aan Maarten* wiens eerste reactie op het binnenplein van Pierrefonds was dat het zo van de tekentafel kwam. Die opmerking activeerde een paradox die tekenend is voor dit soort complexen: Viollet-le-Duc had als opdracht om in Pierrefonds een microcosmos van het Franse rijk en zijn verleden te tonen, waarvan de organische groei in de verschillende bouwvolumes en geveldelen tot uitdrukking moest komen. In het spoor van Lodewijk XIV wilde keizer Napoleon III zichzelf in het midden van dit rijk plaatsen: het was zijn Versailles. Analoog aan de al wat oudere landschapsparken moesten hier ‘tous les temps et tous les lieux’ verbeeld worden. Marja herkende dan ook direct tijdens de voorexcursie nagenoeg rechtstreekse stijlcitaten van de Sainte Chapelle en van kastelen als Blois en Chambord.

In het spoor van de microcosmos onthult het plein nog een favoriet thema uit deze tijd: architectuur als stad in het klein. Algemeen werd die ‘stad’ alleen als silhouet getoond, zoals Cuypers met name laat zien bij het Centraal Station. Door de bijzondere opgave van Pierrefonds was Viollet-le-Duc hier in de gelegenheid om de stad in het klein ook van binnen te tonen door het plein het aanzien te geven van een markt met verschillende gebouwen.

Van de middeleeuwse bouwkunst hadden Viollet-le-Duc en Cuypers het thema van de recursie overgenomen, dat vergelijkbaar is met het Droste Cacao-effect.* De grote kathedralen zijn een verbeelding van het hemelse Jeruzalem dat ik hiervoor heb aangestipt en bevolkt met heiligenbeelden wier baldakijnen opnieuw een hemels Jeruzalem vormen. Heel fraai zien we dat bij ons broddellapje in het frontispies, waar een prachtig gedetailleerd gotisch Jeruzalem is neergedaald.*

Dit thema werd op verschillende manieren uitgewerkt in Pierrefonds, waar het grote kasteel onder meer een recursie krijgt in de bekroning van de beren van de loge naar de keizerlijke vertrekken. Bij haar speurtocht naar een detail om zich op te concentreren attendeerde Janke me hierop. We zien het dan ook terug in de tekening die zij maakte.

Le va et vient | Janke de Boer, Een van de steunberen van Pierrefonds, bekroond door een miniatuur kasteel. Foto Marjan van den Bos, 2008.
Janke de Boer, Een van de steunberen van Pierrefonds, bekroond door een miniatuur kasteel. Foto Marjan van den Bos, 2008.

Over de foto’s nog het volgende: de twee in de kop zijn van mijn hand. Wat ze bijzonder maakt is dat ze genomen zijn met mijn eerste GSM met fotocamera, een Nokia. Vergeleken met de iPhone die ik nu heb, was het een soort stoommachine, maar wat was ik destijds blij met dit hulpmiddel. Ik heb toen ontdekt hoe gemakkelijk het is om een fototoestel direct bij de hand te hebben.

De foto van de bouwvakker in een van de sluitstenen van Pierrefonds is van Poul de Haan, wiens werk ik voor nagenoeg alle bundels heb mogen gebruiken die ik met Kunst der Vormen maakte. Het was delen in de overvloed wat ook gold voor de andere fotografen en de tekenaars in het gezelschap. Dat maakte het bundelen van de gedichten een dankbaar werk.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. Assez de place pour être heureux. Art des formes visite la Picardie. Gedichten op locatie. Ohé en Laak: VanHH.org, 2008. http://bit.ly/2yS3tYj-Assez, pp. 16-17.
  • Voor zie dit lemma op Wikipedia.
  • Maarten Ruijters, architect en begenadigd topografisch tekenaar. Van hem is ook de tekening op de omslag van Hubar, Assez de place.
  • Voor het Droste-effect of de recursie zie dit lemma op Wikipedia.
  • Het broddellapje slaat op de kerk van Saint Martin au Montigny Lengrain, een onvoltooide symfonie par excellence. Van het frontispies is een foto van Poul de Haan te zien in Hubar, Assez de place, p. 17.
  • Wat betreft de achtergrond van mijn observaties, zie Hubar, Arbeid en Bezieling, zoektermen: microcosmos; Louis de Carmontelle in verband met ‘tous les temps et tous les lieux’; Aart Oxenaar voor de stad in het klein. Het thema van de recursie heb ik verder uitgewerkt in mijn monografie over de nieuwe Bavo.

Ben je in de buurt van Pierrefonds, ga dan zeker kijken!

Verkorte link van dit item: bit.ly/2Iyqt70-VanHH2Org

Verhalen en herbestemming

Verhalen en herbestemming van historische gebouwen, wat heeft dat nu met elkaar te maken? Dat vertel ik je in dit artikel voor MMNieuws.

Wil je het on line lezen met actieve links en er met de zoektoets doorheen gaan? Volg dan deze snelkoppeling.

Schrijf verhalen | De vergeten kant van herbestemming - MMNieuws

Hoe belangrijk verhalen zijn voor het duurzaam functioneren van een kerkgebouw – al dan niet in combinatie met een liturgische functie – kun je op deze site bij de volgende projecten vinden:

  • De nieuwe Bavo te Haarlem: medegebruik door de benadrukking van de museale kwaliteit van de inrichting, de orgelconcerten en het KathedraalMuseum.
  • De Clemenskerk te Merkelbeek: herbestemming voor kleinschalige publieke bijeenkomsten en optredens.
  • De Paterskerk: herbestemming als ceremoniehuis voor DELA en evenementen voor en door derden. Dit project dreigt een karakteristiek voorbeeld te worden van hoe verhalen in de marge worden gedrongen.

B.

Verhalen en herbestemming | Heb je vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

MMNieuws is een (deels gesloten) platform voor de creatieve en culturele industrie. Met ontwikkelingen, trends, cases, interviews, blogs, vacatures, recensies, whitepapers etc etc. Doe mee en registreer of abbonneer je via deze link.

In Nederland zijn verschillende partijen en specialisten bezig met het behoud van kerken en kerkelijk erfgoed. Enkele ervan – onder wie ikzelf – vind je hieronder met hun twitteraccount:

  • @AJCvanleeuwen | Wies van Leeuwen
  • @Bern4dette | Bernadette van Hellenberg Hubar
  • @Catharijne | Catharijneconvent
  • @Cuypersgenoten | Cuypersgenootschap
  • @EMFVerheggen | Evelyne Verheggen
  • @Heemschut | Heemschut
  • @Ifthenisnow | If then is now
  • @JvanHest1 | Joost van Hest
  • @Kerkverhalen | platform van ifthenisnow.eu en VanHH.org
  • @RCE_erfgoed | De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed:
  • @Reli_erfgoed | Platform RCE Religieus Erfgoed
  • @Reliwikicontrol | Reliwiki
  • @Sander_van_Daal ‏| Sander van Daal
  • @TaskForceKerken | Taske Force kerken

De balustrade van de koepel in de nieuwe Bavo ¨

De balustrade van de koepel in de nieuwe Bavo

De balustrade van de koepel in de nieuwe Bavo te Haarlem (foto BvHH 2013)

In geen gebouw is zoveel terracotta verwerkt als in de nieuwe Bavo te Haarlem, ontworpen door architect Joseph Cuypers. In geen gebouw is zo vroeg al verglaasde terracotta verwerkt. Toen de eerste bouwfase voltooid was – vanaf de apsis aan de oostkant tot en met de eerste bouwlaag van viering en transept, in 1898 – vormde het interieur een grote verrassing: het licht in de kathedraal werd opgevangen en gereflecteerd door vele strekkende meters terra cotta sierbanden over pijlers en muren, kapitelen en imposten en lijsten van ramen en bogen.

Er was op dat moment maar één fabriek in Nederland die in staat was dit toen nog hoogst experimentele bouwmateriaal te leveren: E.C. Martin te Zeist. En zo ingewikkeld was het maakproces dat slechts één op de vier exemplaren gaaf uit de ovens tevoorschijn kwam. Vandaar dat op verschillende plaatsen ook de misbaksel werden gebruikt, die werden gevernist om toch een glanzend, verglaasd effect op te roepen. Nu zou je denken dat dat alleen op verborgen plaatsen gebeurde, maar niets is minder waar. Als resultaat van een wordingsproces pasten de misbaksels bij uitstek in het concept van de Unvollendete, de bewust onvoltooide kathedraal van Joseph Cuypers. Of liever, de kathedraal van de potenties, want ieder onaf onderdeel heeft de potentie om iets te worden. Bij dit worden wordt een traject van trial and error afgelegd, dat geïllustreerd wordt door de misbaksels. Vandaar dat je deze op soms wel heel opvallende plaatsen ziet zitten, zoals bij het hoogkoor of in de top van een van de bogen bij de entree aan de westkant.

Bij de tweede bouwfase, toen transept, koepel en schip werden gebouwd (1902-1906), ging Joseph Cuypers aan de binnenkant verder met Martin. Hij leverde onder meer de sierstenen voor deze balustrade, waar de architect, zoals hij zelf vertelt, ‘Spaansch-Arabische motieven’ heeft toegepast. Die herken je in de in elkaar geschakelde decoraties, ontworpen op basis van geometrische modules. Ter afwisseling zijn de consoles waarop de kolonetten van de koepel rusten, uitgewerkt als fraaie kopjes met verschillende gelaatsuitdrukkingen. Zouden het oosterse genii zijn, of andere wezens?

Heb je een idee waar deze voor staan? Geef het me dan door. Je weet het, ik ben dol op erfgoedraadsels.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

  • De intrigerende terracotta’s, de glanselementen en het thema van de Unvollendete heb ik meer diepgaand behandeld in mijn boek over de nieuwe Bavo: Hellenberg Hubar, Bernadette van,  De nieuwe Bavo te Haarlem.Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016.
  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997.
  • Thompson,M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898.
  • Eggenkamp, Wim, ‘Restauratie Kathedrale complex van Sint Bavo halverwege’, in: Haerlem Jaarboek 2014, Haarlem 2015, pp. 133-179.
  • Een interessant stuk over E.C. Martin staat op de site van Capriolus Contemporary Ceramics – Keramiek Galerie onder deze Evernote link.

Meer lezen, bestel het boek via: bit.ly/Bavo-Ao

Bezoekadres

Heb je belangstelling om de kathedraal een keer te bezichtingen. Dat is mogelijk vanaf april tot en met oktober en in de kerstvakantie, waarbij je ontvangen wordt door kathedraalgidsen die je van alles over de nieuwe Bavo kunnen vertellen. Kijk voor je gaat even op de website van de kathedraal voor de precieze tijden.

De entree bevindt zich bij het hoofdportaal van de kathedraal aan het Bottemanneplein, onder de twee torens.
Er is ruime parkeergelegenheid op het Emmaplein, direct naast de kerk.
Voor autobussen zijn aparte plaatsen aan het Bottemanneplein.

De entree bedraagt € 4,00 en voor kinderen tot 12 jaar € 1,00.