Crowdfunding reconstructie plafond Cuypershuis

Crowdfunding reconstructie plafond Cuypershuis — Deze pagina is in wording, maar je mag gerust alvast een kijkje nemen!

Sterker nog, lees alvast onderstaand stuk dat ontleend is aan de crowdfunding pagina op de site van Voor de kunst. Aan het slot kun je gelijk een donatie doen, want dit is wel een heel bijzonder project. We gaan er je de komende tijd meer over vertellen!

Geef het Cuypersplafond weer kleur-2

Aan deze crowdfunding wordt ook aandacht besteed op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB en die van het Cuypershuis.
Ga eens kijken en ‘like’  onze pagina’s zodat de berichten over dit project een nog grotere actieradius bereiken!

Hadden we al verteld dat Bernadette ambassadeur is voor de Crowdfunding reconstructie plafond Cuypershuis?

Wordt vervolgd!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verkorte link: http://bit.ly/2MYrWo5

← Naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment

Wie is wie in de JCC (Joseph Cuypers Collectie)

Wie is wie in de JCC? — Op deze pagina van het open atelier van de Joseph Cuypers Collectie introduceren we de spelers en figuranten in het levensverhaal van onze architect/kunstenaar/pater familias/netwerker/zoon van Pierre J.H. Cuypers et cetera. Denk eraan, dit is een groeidocument: omdat er voortdurend aan veranderd wordt, staan de noten in de hoofdtekst (hieronder) getalsmatig niet in volgorde, maar in de bronnenlijst wel.

Pierre J.J.M. Cuypers beschikte over een vliegbrevet. Wanneer de foto precies genomen is, is niet bekend (GAR JCC, fotonummer P1310611).

Pierre J.J.M. Cuypers beschikte over een vliegbrevet, wat destijds heel bijzonder geweest moet zijn. Wanneer de foto precies genomen is, is niet bekend (GAR JCC, fotonummer P1310611).10

Familie 

Nota bene — Op alfabetische volgorde voornaam en/of eerste voorletter.1

Charles J.A.G. Cuypers (1906-1985) (78 jaar)

Charles Joseph Adolphe Gérard Cuypers (30 november 1906-28 mei 1985) – in familiekring aangeduid als Charlot – was de jongste zoon van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel. Hij volgde van 1925 tot 1932 een opleiding aan de ETH (Elektro Technische Hochschule) te Zürich tot werktuigbouwkundig ingenieur. Van die tijd zijn brieven bekend aan met name zijn moeder. In een ervan vertelt hij dat hij Berlage heeft ontmoet en een avond met hem in een kroeg door heeft gebracht. Berlage hield volgens hem niet op met zijn lofzang op Rusland en Moskou in het bijzonder.14

In 1934 trouwde hij met Emmy Kneepkens met wie hij – er was in de crisis nauwelijks werk te krijgen – in 1935 naar Marokko had willen emigreren, maar dat bleek minder perspectiefrijk dan verwacht. Nét vóór de Spaanse revolutie keerde het echtpaar via Spanje terug naar Roermond, waar in 1936 en 1937 de twee oudste kinderen werden geboren (Cyril in 1936, Melo(dia) in 1937). In 1938 verhuisde de familie ze naar Den Haag, op het Benoordenhout. Charlot werkte in die tijd op het departement van economische zaken en hield zich bezig met houtgas gestookt vervoer (zijn afstudeerspecialisatie). In 1940 verliet hij het departement en ging werken voor een particulier bedrijf, Munninckhoff. Omdat Charlot het Benoordenhout in de oorlog te riskant vond, verhuisde hij met zijn gezin naar het Bezuidenhout. 

Na een bezoek met zijn gezin aan zijn ouders in 1944 kon hij niet meer terug naar Den Haag als gevolg van spoorwegstaking (vanaf september 1944). Tijdens hun verblijf werd in maart 1945 bij het vergissingsbombardement op het Bezuidenhout hun huis weggebombardeerd. Samen met drie kinderen (Cyriel van 8 jaar, Melodia van 7 jaar en Joos van 3 jaar) en de hoogbejaarde Joseph en Delphine waren Charlot en Emmy gedwongen de Tweede Wereldoorlog uit te zitten in de kelders van het Cuypershuis. Blijkens de stukken van de JCC verbleven daar ook architect Herman Reuser en zijn vrouw (aanvankelijk zaten ze met Joseph en Delphine op ’t Zwartbroek en daarna op de Maastrichterweg). Charlot hielp zijn vader in de nadagen van de oorlog om de familiekroniek te voltooien. Het ligt voor de hand dat Joseph hem daarom in 1945 tot ‘archivaris van onze stam’ benoemt.2 

Ook na de bevrijding zou het nog een hele tijd duren eer Charlot en Emmy met hun kinderen terug konden naar Den Haag. Vandaar dat het jongste kind, de derde Pierre in de familie, in 1947 in Roermond, in het Cuypershuis, geboren is. Werk vinden in die tijd was evenmin eenvoudig. Charles heeft daarom in 1948-1949 Argentinië bezocht met – opnieuw – het oog op emigratie. Helaas bracht dat niet wat Emmy en hij ervan hadden gehoopt, dus keerde hij in 1949 terug naar zijn gezin in Nederland. Navrant genoeg heeft hij hierdoor noch bij het overlijden kunnen zijn van zijn moeder Delphine in 1948 als van zijn vader, 20 januari 1949. Terug in Nederland ging hij in Den Haag aan de slag in dienst van de Octrooiraad, terwijl de familie tot 1952 in Roermond bleef wonen. In het weekend pendelde hij naar Roermond in een jeep die uit de oorlog was overgebleven. In 1965 vertrok hij samen met Emmy naar Spanje, waar hij in 1985 overleed.2

Dit item is opgesteld met medewerking van de jongste zoon van Charlot, Pierre M. Cuypers.

Delphine M.C.A. Cuypers-Povel (1868-1948) (80 jaar)

Delphine Cuypers-Povel (23 maart 1868-17 oktober 1948) kan zeker betiteld worden als de belangrijkste persoon in het leven van Joseph Cuypers. Een aparte biografische pagina over deze markante vrouw is in wording. Om alvast een beeld van haar te krijgen verwijzen we hier naar enkele losse items:

  • De lezing die ze in 1925 hield voor de R.K. Vrouwenbond van Roermond op deze pagina (zoekterm lezing).
  • Hoe Joseph en Delphine op het einde van hun leven in Meerssen terecht kwamen, vind je op deze pagina (zoekcombinatie Bernadette Veltman).

Emmy H.J. Cuypers-Kneepkens (1905-2007) (102 jaar)

Van Emmy (16 maart 1905-27 december 2007), de vrouw van Charlot, was tot dusver niet veel bekend. Zij was de dochter van het hoofd van de lagere school in Budel (?), Emmanuel Kneepkens. Dankzij Pierre M. Cuypers kon deze lacune in de kennis gedicht worden:

Mijn moeder is geboren op 16 maart 1905 te Budel waar haar vader hoofd der school was. De familie verhuisde in 1915 naar Swalmen, waar haar vader dezelfde functie kreeg. Haar moeder, Anna Doensen, was verloskundige, net als haar moeder en haar grootmoeder.
Ze kreeg verkering met Charlot ca. 1925. Tijdens een schaatspartij op de grachten rond kasteel Hillenraedt, kwam Emmy op het ijs ten val, waarbij ze een voortand verloor, die echter door een snelle actie (Charlot met auto) kon worden hersteld, waardoor blijvend letsel werd voorkomen.
Tijdens de studie van Charlot in Zürich verbleef ze frequent in Roermond bij Delphine Cuypers-Povel die haar (met groot succes) invoerde in de Franse keuken en taal, haar detacheerde bij gerenommeerde restaurants in België en Zwitserland en haar invoerde in de sociale geleding waarin zij de familie Cuypers en in elk geval de Povels achtte thuis te horen.
Haar oordeel over haar schoonouders is bepalend geweest voor het beeld dat deze later ook bij de nazaten zouden hebben.

Zoals hiervoor bij Charles werd verteld, verbleef het gezin met de drie kinderen (Cyriel van 1936, Melodia van 1937 en Joos van 1942) vanaf de spoorwegstaking, september 1944, in Roermond in het huidige Cuypershuis. Uit de kladjes voor de brieven van Joseph aan Michel blijkt dat Emmy, Cyriel en Melodia in de herfst van 1940 eveneens in Roermond bivakkeerden vanwege de gevaarlijke positie van Den Haag, maar dan nog in Roerzicht (GAR JCC v.n. 200).

In de Joseph Cuypers Collectie geven de brieven Van Emmy aan haar man en schoonouders een mooi beeld van het reilen en zeilen van de familie in de jaren na de bevrijding. De vertrouwelijke toon van de brieven tussen Delphine en Emmy roept een echo op van die tussen Nenny en Delphine een generatie eerder.13

Hubert (Angilbert) Cuypers (1873-1960) (86 jaar)

Wie onderzoek doet naar de architecten Cuypers, komt onvermijdelijk de componist-dirigent Hubert Cuypers (26 december 1873-22 februari 1960) tegen. Dat heb je met kerkenbouwers en kerkelijke componisten die tot elkaars generatie behoren. Ze staan zowaar gedrieën bij elkaar in de nationale wie-is-wie van 1937, Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld: eerst Hubert die eigenlijk Angilbert heette, dan Joseph en tenslotte Pierre J.J.M. Cuypers.10 Wel of geen familie is dan de vraag. Hubert kwam uit Baexem, niet ver van Roermond, waar zijn vader organist en koster was. Hij werd opgeleid aan de kerkmuziekschool in Aken en vestigde zich daarna in Amsterdam. Hier werd hij dirigent van het koor van de Keizersgrachtkerk; tegelijkertijd zette hij zijn studie voort bij Bernard Zweers. Hubert Cuypers heeft een indrukwekkende staat van dienst en trad met grote regelmaat op in het Concertgebouw, onder met eigen werk. Er zijn jammer genoeg maar weinig uitvoeringen van zijn werk te vinden op Youtube. Alleen zijn Ave Maria en Transeamus usque Bethlehem zijn in zwang gebleven. Van de laatste is zelfs een uitvoering op Youtube van Ton Koopman en Herman van Veen. Kenners beschouwen zijn Missa in honorem Sanctissimae Trinitatis als een van zijn topwerken, maar die moet wachten op herwaardering.11 

Voor meer informatie over de relatie met de architecten Cuypers laten we graag onze genealogische vraagbaak Pierre M. Cuypers aan het woord:

Hubert Cuypers was lang een genealogisch probleem. Mijn grootvader, Joseph, had het steeds over ‘zijn neef’, maar dat klopt natuurlijk niet en zal wel wat ruimer geïnterpreteerd moeten worden.
Totdat we Emmy Ralet-Cuypers ontmoetten. Zij bewoont een chateau bij Luik (Beyne-le-Chateau). Ze hebben/ zitten in/ beheren een farmaceutisch bedrijf en hij is consul voor Zuid Korea in België. Ze sponseren aankomende musici en laten die optreden in het kasteel, waarbij dan de ‘haute volée’ van Wallonië is geïnviteerd. […] Zij – la chatelaine Emmanuela Cuypers- is van origine lerares Frans en stamt af van Hubert Cuypers. In het Cuypersjaar meldde ze zich bij mij met de stellige mededeling dat wij verwant waren. Bij het bekijken van haar genealogie viel me op dat die een hoog Baexems kostersgehalte had. Maar omdat haar vader Petrus Josephus Hubertus Cuypers heette en – volgens Emmy- een petekind van Pierre [J.H.] was, moest er wel een verwantschap zijn. Ik kon alleen vinden dat ze van een tak afstammen ergens rond 1700, dus vier generaties vóór P.J.H. Cuypers. Stammen wij af van Herman Cuypers’ en Christina Cloudt’s zoon Jacobus (1699-1756), zij stamt af van zoon Arnoldus (*1709). Allemaal erg ver terug; het blijft dus raadselachtig.
Hubert (Angilbert) Cuypers was een oudoom van Emmy Ralet-Cuypers.12

Pierre J.J.M. Cuypers (1891-1982) (90 jaar)

Pierre J.J.M. Cuypers (11 juli 1891-3 april 1982) is de oudste zoon van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel. Op het moment dat hij in Delft bouwkunde aan de Technische Hogeschool wilde studeren brak de Groote oorlog/Eerste Wereldoorlog uit (1914) en werd Nederland gemobiliseerd. Pierre heeft vier jaar in het leger gezeten en toen hij gedemobiliseerd werd, was het moment om te studeren voorbij. Een groot deel van het familiekapitaal was verdampt (Russische Revolutie, nationalisatie Russische Staatsspoorwegen), hij was getrouwd – met Joopie van der Crab – en moest dus ook in zijn inkomen voorzien.

In de familiekroniek die Joseph Cuypers bijhield zit een kladje met daarop de aantekening: ‘Bureau verhuisd naar Vondelstr. (met potlood ingevoegd 79) na Wapenstilstand 1918, terwijl Pierre daarin trekt en weldra Jan Six daar[onder?] komt wonen’. Wanneer de associatie tussen Joseph en Pierre precies geformaliseerd wordt, is niet bekend. Pierre heeft ook nog samengewerkt met Dom Bellot en een eigen bedrijf erop nagehouden. Na de Tweede Wereldoorlog heeft hij ‘Architectuur’, zoals deze bedrijfstak in de familie heette, onder de oude naam van Joseph Cuypers en Pierre Cuypers voortgezet, waarbij onder meer zijn neef Feico Glastra van Loon, zoon van zijn zus Marguerite, ingeschakeld werd.3

In de hiervoor genoemde Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1937) staan niet alleen gegevens over de (voor)opleiding van Pierre J.J.M. en zijn loopbaan als officier en architect, maar ook over zijn activiteiten als wereldreiziger en vliegenier.10

Rosa (Felicitas Catharina Rosalia) Cuypers (1852-1936) (83 jaar)

De familie Cuypers in het groen, met onder andere Pierre senior, Joseph en Delphine en enkele kinderen, Rosa en haar man Eduard, en Katy. Herkomst Cuypershuis Roermond, nr 6509.

De familie Cuypers in het groen. Het Cuypershuis suggereert dat deze foto bij Cuypers’ 80ste verjaardag is gemaakt (1908), maar het kan om willekeurig welke familiebijeenkomst na 1900 gaan. Een aardige indicatie is de aanwezigheid van Eduard Alberdingk Thijm, de man van Rosa die in de verte bij de oude Cuypers staat. Hij overleed 60 jaar oud op 19 juni 1911. Zijn vrouw zit naast Delphine Cuypers-Povel (uiterst rechts van de boom in het midden). De setting is niet duidelijk, maar kan heel goed in de tuin bij het Cuypershuis zijn die tot de Frans Douvenstraat doorliep. Daar lag een gemengde landschappelijke tuin naar ontwerp van Henri Copijn en/of Joseph Cuypers.4 Heeft men een beroepsfotograaf ingehuurd of bediende iemand van het gezelschap de camera? Op de site van het Cuypershuis staat een genummerde versie met de mogelijke namen van de aanwezigen. Herkomst Cuypershuis Roermond, nr 6509.

Rosa (10 april 1852-14 maart 1936) is de oudste dochter uit het eerste huwelijk van Pierre J.H. Cuypers met de liefde van zijn Antwerpse academiejaren, Rosalie de Vin. De meest recente stand van zaken over haar is te vinden in de Cuypersbiografie (2007) van Wies van leeuwen.5 Haar moeder en zusje stierven met een paar maanden verschil in 1855. De eerste jaren is Rosa verzorgd door haar tante, een zus van Rosa die gehoopt had haar plaats in te nemen. Toen Cuypers Nenny Alberdingk Thijm leerde kennen en met haar verder wilde, werd dit een van de struikelblokken voor haar broer en zijn beste vriend Joseph die hij als hoofd van de familie om toestemming verzocht. Zijn schoonzus keert na de verloving van Pierre en Nenny (1858) terug naar Antwerpen; het contact met de familie van de Vin zal hierna geleidelijk uitdoven. Na het huwelijk (3 maart 1859) nam Nenny de opvoeding van ‘Roosje’ ter hand, wat zeker in het begin niet eenvoudig bleek te zijn. In 1862 vertrekt Rosa naar het pensionaat Jeruzalem van de Ursulinen in Venray, aan welk complex Cuypers zijn hele loopbaan gewerkt heeft door steeds verdere uitbreidingen. Deze staalkaart van zijn oeuvre ging in de Tweede Wereldoorlog verloren. 

In de JCC is met name v.n. 198 een belangrijke bron van informatie over Rosa. Hierin zit een selectie van brieven van Nenny aan haar stiefdochter, vanaf de kostschooltijd (te beginnen met 4 maart 1863) tot haar huwelijksreis met Eduard Alberdingk Thijm in oktober 1876. Vader Pierre maakte deze selectie voor zijn neef Jan Alberdingk Thijm, om te verwerken in het album In Memoriam – Antoinette Cathérine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm.6 Uit de brieven blijkt dat Nenny haar best doet om haar stiefdochter te bereiken, maar dat die – hoewel niet echt onhartelijk – gesloten en afstandelijk is. Toen Nenny in het gezin trad was Rosa bijna 7 jaar oud; ze was vanaf de dood van haar moeder op driejarige leeftijd verzorgd door haar tante die als het ware verjaagd werd door de tweede vrouw van haar vader. Alle ingrediënten voor een moeizame relatie waren aanwezig. 

Zoals hiervoor aangegeven trouwde Rosa in in de familie Alberdingk Thijm door haar huwelijk met Eduard, een neef van Nenny. Zijn zus, Louise, trouwde met Frans Stoltzenberg junior (1838-1909), de zoon van de vennoot van Cuypers. Dit verklaart waarom Rosa en Eduard er alles aan gedaan hebben om te voorkomen dat de vennootschap Cuypers & Stoltzenberg werd ontbonden. Door het faillissement van Frans Stoltzenberg zijn zowel de oude Cuypers als Eduard veel geld kwijtgeraakt. De verhouding met zijn zwager Joseph was en bleef goed tot het einde van zijn leven (1911). Door het gechicaneer van vader Pierre in de aanloop naar en tijdens de Eerste Wereldoorlog, verslechterde de relatie tussen Joseph aan de ene kant en Rosa en zijn jongste zus Annie aan de andere. Na het overlijden van hun vader is het niet Joseph die de erfenis afhandelt, maar zijn zoon Pierre (inmiddels 29 jaar oud). Joseph is duidelijk klaar met deze twee zussen en opent zelfs de envelop niet waarin de kwitanties zitten met betrekking tot de erfenis.7

Yvonne M.T. Cuypers (1899-1980) (80 jaar)

Yvonne Marie Thérèse Cuypers (5 april 1899-7 maart 1980) was de jongste dochter van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel. Ze was een gevoelige persoonlijkheid met belangstelling en aanleg voor kunst. In 1914 gaat ze volgens de familiekroniek van Joseph Cuypers naar ‘de Teekenschool voor meisjes’. Op het eerder genoemde kladje staat bij 1915: ‘Yvonne te Haarlem en Vogelenzang School (met potlood toegevoegd) Kunst Nijverheidsch.’. Van dat jaar is een schetsboek van Yvonne bewaard gebleven. Verder vermeldt Joseph in 1920; ‘… en studeert Yvonne […] bij Cornelie van Zanten en Tilly Koenen’.

Uiteindelijk kiest ze voor een toekomst als religieuze, maar na het zware noviciaat bij de zusters Clarissen-Capucinessen in Amsterdam (1922-1923?) belandt ze in een heftige mentale crisis. Naar het zich laat aanzien is ze daar nooit echt overheen gekomen. Vanaf vermoedelijk de late jaren ’30 woont Yvonne in bij de franciscanessen in Mariënwaard (Maastricht). Ze bleef levenslang het zorgenkind van haar ouders.8

Namen en jaartallen

Vooruitlopend op de ‘wie is wie’ worden de dramatis personae hier alvast in het kort opgevoerd. 

Familie Cuypers (op alfabetische volgorde voornaam/eerste voorletter)

  • Anna Josepha Theodora Maria Cuypers = Annie (Anny) J.T.M. Mathon-Cuypers (1873-1961)
  • Bernadette Veltman-Povel (20 mei 1876-7 juli 1957) (81 jaar)
  • Charles J.A.G. Cuypers (30 november 1906-28 mei 1985) (78 jaar)
  • Cyril J.C.E. Cuypers (1936-2019)
  • Delphine M.C.A. Cuypers-Povel (23 maart 1868-17 oktober 1948) (80 jaar)
  • Eduard Maria Alberdingk Thijm (4 november 1850-29 juni 1911)
  • Emmy H.J. Cuypers-Kneepkens (16 maart 1905-27 december 2007) (102 jaar)
  • Feico Herman Glastra van Loon (1886-1971), echtgenoot van Marguérite Cuypers.
  • Feico P. Glastra van Loon (1922-2013) (90 jaar), zoon van Marguérite Cuypers.
  • Hubert Cuypers (26 december 1873-22 februari 1960) (86 jaar)
  • Jan Glastra van Loon (16 maart 1920 – 22 oktober 2001) (80 jaar), zoon van Marguérite Cuypers.
  • Joannes (Jan) Carolus Alberdingk Thijm SJ (1847-1926)
  • Josef P.D. Cuypers (*1942)
  • Joseph Th.J. Cuypers (10 juni 1861-20 januari 1949) (87 jaar)
  • Katy (Catharina) Cuypers (1866-1934) = Katy (Katrien, Katrina) (Catharina Wilhelmina Maria) Cuypers (1866-1934)
  • Marguérite M.D.A. Glastra van Loon-Cuypers (1896-1986) = Marguérite Marie Delphine Antoinette Cuypers (1896-1986)
  • Melodia H.A.E.A. Tulkens-Cuypers (*1937)
  • Mia (Maria Catharina Ursula) Taen Er Toeng-Cuypers (1864-1944)
  • Michel (Michael) E.J.A. Cuypers (1892-1971)
  • Pierre J.J.M. Cuypers (11 juli 1891-3 april 1982) (90 jaar)
  • Pierre M. Cuypers (*11 juni 1947)
  • Rosa (Felicitas Catharina Rosalia) Cuypers (10 april 1852-14 maart 1936) (83 jaar)
  • Yvonne Marie Thérèse Cuypers = Yvonne M.Th. Cuypers (5 april 1899-7 maart 1980) (80 jaar)

Namen netwerk (op alfabetische volgorde eerste voorletter/voornaam)

  • François Charles Stoltzenberg
  • Frans Hubert Stoltzenberg (1838-1909)
  • Jan (Johannes Franciscus Maria) Sterck (1859-1941)
  • Nics F.A. Molenaar (1892-1973)

Delen &

Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruikmaken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.9

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

Meer weten over de centrale figuur van de JCC? Surf dan naar De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen &

De verkorte titels verwijzen naar de bibliografie van de JCC! Omdat dit een groeidocument is, waar voortdurend aan veranderd wordt, staan de noten in de hoofdtekst (hierboven) getalsmatig niet in volgorde, maar in het overzicht hieronder wel. 

De Joseph Cuypers Collectie wordt geïnventariseerd in opdracht van het gemeentearchief van Roermond (GAR).

  1. De genealogische gegevens op deze pagina zijn ontleend aan: Pierre M. Cuypers, ‘CUYPERS – MyHeritage’.
  2. GAR JCC v.n. 83, 96, 162-164; Prikbord met nota bene’s (zoektermen Charles en/of Emmy). Voor Herman Reuser zie GAR JCC v.n. 179 en het lemma over de AKKV op Wikipedia. Zie het lemma op Wikipedia voor het bombardement op het Bezuidenhout, waarbij ook een kerk van Nicolaas Moleneaar senoir, met een uitmonstering van Joseph en Pierre J.J.M. Cuypers verloren ging. Ook de muurschilderingen en de glazen van Antoon Molkenboer werden vernietigd (Hubar e.a., De genade van de steiger, pp. 118; 339; voorts Reliwiki). Het verhaal over Marokko is afkomstig van Pierre M. Cuypers.
  3. GAR JCC v.n. 127, 133. Aardweg e.a., Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld, zoekterm Cuypers.
  4. Zie Hubar, Rien de pareil, deel 2 (zoekterm Copijn): er lag een enorme beboste tuin achter het Cuypershuis, zoals uit de afgebeelde luchtfoto uit 1933 blijkt.
  5. Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect, pp. 13-15; 21-28; 282, 285-286, 325.
  6. GAR JCC v.n. 198. Pierre J.H. Cuypers, In Memoriam – Antoinette Cathérine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm. Zie hierover het item in Varia deel 2 van de JCC (zoekterm Nenny).
  7. GAR JCC v.n. 88, 99, 182, 198. Voor de kwestie Stoltzenberg zie Hubar, Rien de pareil, deel 1 (zoekcombinatie: Buddenbrooks revisited) en Prikbord met nota bene’s (zoekterm Stoltzenberg).
  8. Zie onder meer GAR JCC v.n. 91, brief van Thomas Kwakman d.d. 29/10/1924); hierin bevindt zich ook een brief van Joseph Cuypers aan een Duitse psychiater, dr. Allmann (1923). Voorts deel 1 van de familiekroniek in GAR JCC v.n. 133. Het schetsboek bevindt zich in GAR JCC v.n. 29. Ook Yvonne’s broer Michel refereert in een brief aan de artistieke aanleg van Yvonne (vermoedelijk in GAR JCC v.n. 87 (#controleren). Mariënwaard: GAR, JCC, v.n. 96, brief van Delphine aan Charles, circa 7-11 augustus 1948.
  9. Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.
  10. Aardweg e.a., Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld, zoekterm Cuypers.
  11. Kramer, Thijs. “Hubert Cuypers (1873-1960). Missa in honorem Sanctissimae Trinitatis Op. 5”. Vocaalensemblefioretto.nl, z.j. http://bit.ly/2lbAxYE-JCC. Voor de algemene gegevens over Hubert Cuypers zie noot 10 en het lemma op Wikipedia.
  12. Mail van Pierre M. Cuypers aan VanHH.org d.d. 13/6/2019.
  13. GAR JCC v.n. 96, 164 (Emmy) en GAR JCC v.n. 92 (Delphine).
  14. GAR JCC v.n. 96. Heijden, Marien van der. “BERLAGE, Hendrik Petrus | BWSA”. BWSA | Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, 1995-2003. http://bit.ly/2LxeM1E-JCC.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2XOboBF

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Prikbord met lezingen et cetera | JCC

Lezingen, concept artikelen, ingezonden stukken, drukproeven en studies van Joseph Cuypers

Welkom bij het prikbord met de stukken die Joseph Cuypers over zijn vak of naar aanleiding van het onderwijs, de vakorganisatie, sociale kwesties et cetera geschreven en/of voorgedragen heeft! 

Voor het delen en het gebruik maken van de inhoud van de items op dit prikbord gelden de aangescherpte regels van de Creative Commons licentie.

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

Hoe je dit webartikel kunt citeren vind je hieronder!

De terugkerende aanduiding hieronder van GAR, JCC, v.n. staat voor Gemeentearchief Roermond, Joseph Cuypers Collectie, voorlopig nummer.

__________________

→GAR JCC v.n. 145 Lezing Stockholm met retroacta, 1916-1918

Notabene — De bewaarde krantenknipsels (namen niet zichtbaar) van een lezing over ‘Het wezen der architectuur’ (met lichtbeelden) van december 1916 (Den Haag, Academie van Beeldende Kunsten) doen vermoeden dat Joseph Cuypers deze heeft gebruikt voor het schrijven van een lezing in het Frans voor Stockholm. Op de omslag staat tweemaal in zijn handschrift Stockholm, in pen en potlood. Voorts in potlood: ‘Geschikt voor Rio de Janeiro’. ‘Nederland in den vreemde/’ ‘1917-18?’. De vermelding van Rio de Janeiro kan te maken hebben met de poging van zijn jongste zoon Charles op daar werk te vinden. Op de site/in de inventarissen van NHI/Nai met betrekking tot het architectenbureau, de kunstwerkplaatsen en de persoonlijke archieven van leden van de familie Cuypers zijn geen gegevens over de reis naar Stockholm te vinden.

PS | je vind de site/inventarissen in de bibliografie van deze collectie onder HNI/Nai.

__________________

→ GAR JCC v.n. 144 Lezing Sorbonne te Parijs over stedenbouw en architectuur in Amsterdam, georganiseerd door het Centre d’Études Franco-Hollandaises op verzoek van de Parijse universiteit, 1924

Notabene — Joseph Cuypers heeft zich vanaf de Woningwet van 1902, waarin stedenbouwkundige uitbreidingsplannen voorgeschreven werden, actief beziggehouden met stedenbouw en verschillende van dat soort plannen op zijn naam staan. In de lezing behandelt hij onder meer het Plan Zuid van H.P. Berlage in Amsterdam, dat op dat moment al ver gerealiseerd was. Berlage blijkt een jaar eerder voor dit gremium een lezing verzorgd te hebben over Nederlandse bouwkunst. Secretaris van het centrum was onder meer J.A. Pollones. Andere sprekers dat jaar waren professor J.A.G. van der Steur (TH Delft), Jan Kalf, professor T.K.L. Sluyterman (T.H. Delft), M. Wibaut en M. Verkruysen. Waarschijnlijk wordt met M(eneer) Wibaut F.M. Wibaut bedoeld, die als wethouder veel voor de stadsontwikkeling en volkshuisvesting in Amsterdam heeft betekend. M(eneer) Verkruysen was H.C. Verkruysen, medewerker van de jaarboeken van de VANK (V.A.N.K., Vereeniging voor Ambachts- en Nijverheidskunst) en vanaf 1926 hoofdredacteur van het tijdschrift Wendingen. De eerste drie personen behoren in ieder geval tot het netwerk van Joseph Cuypers.

PS | De gegevens over de VANK en Verkruysen zijn ontleend aan Thomas, Mienke Simon. Goed in vorm: honderd jaar ontwerpen in Nederland. 010 Publishers, 2008, pp. 42, 58, 70.

Typerend genoeg ontbreekt de naam van Joseph Cuypers volledig in deze publicatie. Dat is alleen al vreemd in relatie tot de VANK, waarvan het bestuur aanwezig was bij de huldiging van de architect bij gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag. Bron: “Huldiging Joseph Cuypers”. Algemeen Handelsblad/Wikisource, 1931. http://bit.ly/2T1WKoa.

De relatie tot de VANK moet verder uitgediept worden.

Joseph Cuypers stond midden in het debat tussen architecten en de eerste generatie stedenbouwers. De laatste groep meende dat de eerste zich beter niet bezig kon houden met stadsplanning. Zie hierover onder meer Rackham en Hubar, De Sacramentskerk te Tilburg (2005). Voorts Rackham m.m.v. Hubar, De Steentjeskerk te Eindhoven (2019).

__________________

→ GAR JCC v.n. 121: Stukken betreffende de voordracht over Victor de Stuers op de Monumentendag in Arnhem, later omgewerkt tot artikel bulletin Nederlandsche Oudheidkundige Bond (NOB) (1930, 1943)

Notabene — De voordracht was uit 1930 eveneens voor de NOB, het gelegenheidsartikel uit 1943 bij gelegenheid van de 100ste geboortedag van Victor de Stuers, op verzoek van H.E. van Gelder, namens de redactiecommissie van het bulletin. Joseph Cuypers lag op dat moment (1943) in het O.L. Vrouwegasthuis te Amsterdam. Mogelijk samenhang met GAR JCC v.n. 112 ‘Critische aantekeningen’ Polytechnische School Delft, vanwege de opmerking van Joseph Cuypers in de kladlezing dat hij van De Stuers een verslag moest maken na afloop van zijn studie, opdat de laatste het onderwijs in Delft kon aanpakken. Overigens waren Joseph Cuypers en De Stuers geen vrienden (zie Van Leeuwen, P.J.H. Cuypers (2007)).

PS | De teksten geven een beeld van hoe Joseph Cuypers recht probeert te doen aan de verdiensten van een man met wie hij lange tijd in onmin verkeerde, zo niet gebrouilleerd was.

__________________

→ GAR JCC v.n. 120: Drukproeven van ‘Gedenkschrift bij de Onthulling van het Gedenkteken voor Dr. P.J.H. Cuypers nabij de Munsterkerk te Roermond op den 103den verjaardag zijner geboorte aangeboden door de NV Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co 16 Mei 1930’

Notabene — Toevoegingen in handschrift Joseph Cuypers (schoonschrift t.b.v. De drukker). Deze bewijzen dat Joseph Cuypers inderdaad de auteur was en dat de toeschrijving aan hem correct is. Het bronzen beeld van zijn vader op het Munsterplein is ontworpen door August Falize, waarbij Joseph een belangrijke corrigerende invloed heeft gehad. In principe zou het beeld dus op de naam van beide kunstenaars gezet kunnen worden. De mail voor het bronzen beeld is gemaakt bij de Kunstwerkplaatsen, zoals blijkt uit de collectie glasnegatieven van het Cuypershuis.

PS | Voor het beeld van August Falize op de glasnegatieven zie dit webartikel met mijn logboek van de crowdfunding voor de glasnegatieven van het Cuypershuis op het platform if then is now: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Ambassadeur voor Cuypers’ glasnegatieven”. if then is now, 2017. http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2.

__________________

Wat Jablonka hieronder vertelt, is een belangrijke boodschap voor de biograaf: durf de kant van de literatuur te zoeken zonder je feitelijke grondlag te verwaarlozen! Denk aan Thijm!


__________________

→ GAR JCC v.n. 114 Concept artikelen en drukproeven voor periodieken, nieuwsbladen en verzamelboeken

Notabene — Onder meer: De leeuw als symbool uit Van Onzen Tijd (z.j.). Jeugdherinneringen aan J.A. Alberdingk Thijm (Thijmbundel de Beiaard 1920). Artikel herinrichting Munsterplein voor ‘Tijdschrift voor Volkshuisvesting en Stedebouw’ van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw (1925). Bezoek VANK aan Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co voor verenigingsblad (1930). Roermonds Kunstleven voor het ‘Gedenkboek ter gelegenheid van het zevenhonderdjarig bestaan van Roermond als stad’ (1932). Over Katholicisme en Facisme (1933). De begindatering is gebaseerd op het artikel over de leeuw circa 1910.

PS | Jaartal achterhalen van De leeuw als symbool uit Van Onzen Tijd (z.j.).

Het bezoek van de (V.A.N.K., Vereeniging van Ambachts- en Nijverheidskunst) is goed terug te vinden op Delpher (zoektermen: V.A.N.K. Roermond Cuypers). Een van de berichten komt uit Limburgsch Dagblad, 25-06-1930:

Op het programma staat een bezoek aan de kathedraal, Munsterkerk, Dr. Cuypersmonument, de kunstwerkplaatsen der firma Cuypers en Co, en de glasschilders-ateliers van Nicolas en Zonen, waar diverse in uitvoering zijnde glaswerken zullen worden bezichtigd o.a. de eerste uitgevoerd détails van het door Joep Nicolas te maken Hugo de Grootraam in de Nieuwe kerk te Delft, twee in opdracht van den rijksgebouwendienst vervaardigde vensters voor de nieuwe R.H.B.S. te Tiel enz. In den namiddag zal per motorboot bezoek worden gebracht aan het kerkje Asselt. Op de terugweg zal de stuw bij den Donck bezichtigd worden.

Niet Joseph Cuypers verzorgde de uitleg, maar zijn eerste man, Victor Sprenkels. Saillant detail is het bezoek aan de schilderingen en de glazen van het kerkje van Asselt onder leiding van Joep Nicolas. Deze zijn uitvoerig behandeld in De genade van de steiger. De tekst van de betreffende paragraaf staat integraal op deze site.
Voor Victor Sprenkels (met foto), zie Joseph Cuypers, Gedenkschrift, p. 40.

Cuypers, Joseph Th.J. “Roermonds kunstleven”. In Gedenkboek ter gelegenheid van het zevenhonderdjarig bestaan van Roermond als stad, 334–47. Roermond, 1932.

Het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw is opgericht in 1918. Zie Ruijter, Peter de. Voor volkshuisvesting en stedebouw. Utrecht: Matrijs, 1987.

__________________

→ GAR JCC v.n. 73 Klad en concept artikelen voor niet getraceerde periodieken

Nota bene — Schilderkunst, bouwkunst en Rijksacademie, ongedateerd, 1898 (gedateerd via Groene Amsterdammer). Arti & Industriae, boekband Pierre J.H. Cuypers (z.j.). Polychromie muren en hoogaltaar St. Hippolytus Delft ( z.j.). Glasschilderkunst (ingezonden, initiaal TH, z.j.). Szegeb Hongarije 1931. In Memoriam Eduard Brom (1935). Het verschil tussen lezingen en concept artikelen is niet altijd duidelijk. De begindatering is gebaseerd op het handschrift van een van de kladjes, de einddatering op het stuk over Eduard Brom.

PS | Arti & Industriae op Wikipedia. Naar de architecten Cuypers als grafische ontwerpers is tot dusver nog geen specialistisch onderzoek gedaan.

Joseph Cuypers schreef van tijd tot tijd onder het initiaal TH.

De Hippolytuskerk is ontworpen door Pierre J.H. Cuypers, in 1884-1886 (Wikipedia). Joseph Cuypers heeft de kerk tijdens zijn studietijd zien verrijzen.

__________________

De voorgaande items geven een goed beeld van waar Joseph Cuypers mee bezig was en zich voor inzette. Het zou interessant de verschillende concepten te vergelijken met de uiteindelijk gedrukte versies.

Bernadette denkt dat een van de belangrijkste lezingen die over stedenbouw en architectuur bij de Sorbonne is. Wanneer is die interesse van Joseph Cuypers voor stedenbouw begonnen? Is het mogelijk dat de problematiek van de wederopbouw tijdens en na de Eerste Wereldoorlog in België hierbij een rol speelt.*

We komen er op terug!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

  • Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.
  • De verkorte titels in de tekst hierboven verwijzen naar de bibliografie van de Joseph Cuypers Collectie en/of van de integrale website.
  • Zotero is een gratis referentiemanager, waarin literatuur en andere verwijzingen inzake dit project zijn opgeslagen. Voor meer informatie volg deze link. Te zijner tijd komt de deelverzameling met betrekking tot dit project on line.
  • Cuypers, Pierre M. “CUYPERS – MyHeritage”. MyHeritage, 2018-2019. http://bit.ly/2OGqofQ-JCC.
  • #PM Precieze verwijzing in de brieven opzoeken.
  • Blijkens enkele stukken in de JCC hebben de architecten Cuypers zich beziggehouden met deze wederopbouw.

Over Joseph Cuypers is nog meer te vinden bij De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

Naar dit item kan verwezen worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. “Prikbord met lezingen & | JCC”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2019. http://bit.ly/2Hc1Rxm-VanHH2Org.

Verkorte link: bit.ly/2Hc1Rxm-VanHH2Org

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Jeroen Bosch in het Rijksmuseum

Het logo van de Cuyperscode bestaat uit een lakzegel met het wapen van Pierre J.H. Cuypers dat vrijwel zeker door zijn zwager J.A. Alberdingk Thijm ontworpen is in 1859. Ontwerp Wolthera.info 2006.

Jeroen Bosch in het Rijksmuseum — Naar aanleiding van de masterclass over het Rijksmuseum voor de Open Universiteit begin mei 2019, hebben we het verhaal over wat Jeroen Bosch te maken heeft met het Rijksmuseum online geplaatst. Dit stuk is geschreven in het kader van de Cuyperscode deel 2, een erfgoedspel dat begin 2009 in Den Bosch ten doop werd gehouden. Producent was ons vorige bedrijf, erfgoedbureau Res nova, dat dit samen met LostAgain.nl en Wolthera.info ontwikkelde. Deel 1 dateerde van Cuypersjaar 2007 en had Roermond als locatie, waartegenover de opvolger zich met name in Brabant afspeelde.

In een branche met zulke snelle ontwikkelingen als de game industrie, is de houdbaarheid van een spel van beperkte duur. Onlangs zijn beide delen van de Cuyperscode dan ook offline gehaald. Een aantal van de achtergrondverhalen, waaronder het item hieronder, bedden we in in onze website. Ze zijn voor het merendeel geschreven door Bernadette van Hellenberg Hubar en geredigeerd door Marij Coenen. Om dicht bij de oorsprong te blijven is in deze stukjes de situatie gehandhaafd, waarin een speler wordt aangesproken die inmiddels al wat raadsels heeft opgelost.

De bronverwijzingen hebben we uit het verhaal gehaald en er apart onder geplaatst, omdat actieve links in ingebedde items voor problemen zorgen. Dit bood tevens de gelegenheid om enkele URL’s te actualiseren.

Genoeg gepraat! Ga je mee naar het Rijksmuseum?

Jeroen Bosch in de Cuyperscode (deel 2)

De afbeeldingen van het werk van Jeroen Bosch zijn afkomstig van het Jheronimus Bosch Art Center (JBAC) te Den Bosch en ter beschikking gesteld in het kader van de Cuyperscode II, waarin het centrum een bijzondere rol speelde. Tenzij anders vermeld, zijn de overige afbeeldingen afkomstig van Wikipedia/Wikimedia Commons en zijn ze gebruikt in overeenstemming met de aldaar aangegeven voorwaarden, waaronder de GNU Free Documentation License en de Creative Commons License. Onder die laatste licentie vallen ook de afbeeldingen van de Rijksmuseum Studio. Tenslotte is beeldmateriaal ontleend aan media waar geen auteursrecht (meer) op berust.

De * in de ingebedde tekst verwijst naar de volgende bronnen:

    1. In het kader van het Jeroen Boschjaar 2016 is een aparte bronnenbank over de schilder online gezet, waarin onder meer de hieronder aangegeven referenties te vinden zijn: BoschDoc.
    2. Jeroen Bosch in het Rijksmuseum. Collage van bvhh.nu met reprovrij beeldmateriaal: de afbeelding van de achtergrond met de polychromie van het Rijksmuseum en de foto linksboven van het Rijksmuseumgebouw komen beide uit het hiervoor geciteerde album van De Stuers en Cuypers, Het Rijks-Museum te Amsterdam. De foto van het paneel van Jeroen Bosch is ontleend aan Bogers, J., en J.P. Filedt Kok. “Rijksmuseum, Ecce Homo, Copy after Jheronimus Bosch, c. 1530 – c. 1550”. Rijksmuseum, 2019. http://bit.ly/2DVGi38
    3. Het naslagwerk van Christiaan Kramm is eveneens integraal te vinden op de DBNL: Kramm, Christiaan. “De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters, van den vroegsten tot op onzen tijd · dbnl”. DBNL, 1857. http://bit.ly/2VjhOeU. De verschillende citaten hierboven kunnen getraceerd worden via de zoektoets.
    4. Het portret van Karel van Mander komt van Wikimedia Commons. Dat van Jeroen Bosch idem van Wikimedia Commons.
    5. Het Schilderboeck van Karel van Mander is te vinden op de site van de DBNL (Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren): Mander, Karel van. “Het schilder-boeck · dbnl”. DBNL, 1604. http://bit.ly/2DSfSzy. De verschillende citaten hierboven kunnen getraceerd worden via de zoektoets.
    6. Wat betreft dit citaat, de rol van de tekenkunst (en de filosofie achter het Rijksmuseum in het algemeen) zie Bernadette van Hellenberg Hubar, Arbeid en Bezieling, De esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, Nijmegen, 1997 (register: tekenkunst, teekenen, teyckenen, Van Mander, Oefenschool).
    7. Dit achtergrondverhaal staat nog niet online. De Biblia pauperum hebben we overigens uitvoerig behandeld in Hubar (en Coenen), De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 85-86, 168-169, 184-194.
    8. Over de aanschaf van Victor de Stuers uit 1875 zie Bogers, J., en J.P. Filedt Kok. “Rijksmuseum, Ecce Homo, Copy after Jheronimus Bosch, c. 1530 – c. 1550”. Rijksmuseum, 2019. http://bit.ly/2DVGi38  | This panel was one of a group of five early Netherlandish paintings and several medieval statues that Victor de Stuers bought from the Brigittine sisters in Uden in 1875 for the Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst. The Ecce Homo panel was thus one of the nation’s earliest purchases of medieval art. De Stuers bought it as a work by Jheronimus Bosch himself; it was not until 1912 that it was recorded as a copy after Bosch in the Rijksmuseum’s catalogue’.
    9. Het tegeltableau van de ontvangst van Albrecht Dürer in Den Bosch is door Vincent Steenberg vrijgegeven op Wikimedia Commons. Onder deze link kun je de volledige capita selectie in de tegeltableaus op de gevels vinden.
    10. Het citaat uit het dagboek van Dürer is ontleend aan: J. Becker, ”Ons Rijksmuseum wordt een tempel’, zur Ikonographie des Amsterdamer Reichsmuseums’, Het Rijksmuseum, opstellen over de geschiedenis van een nationale instelling, Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek 35 (1984), Weesp 1985, pp. 227-326., i.h.b. p. 277.
    11. De beschrijvingen van De Stuers zijn afkomstig uit: Stuers, V. de, en Pierre J.H. Cuypers. Het Rijks-Museum te Amsterdam. Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1898.
    12. De collage met kunstenaarsportretten is als volgt samengesteld met materiaal van Wikimedia Commons: Jan van Scorel met daaronder Jan Gossaert en Maarten van HeemskerkLucas van Leyden boven en Pieter Coecke van Aelst onder. De gravure links van Pieter Coeck stelt Jeroen Bosch voor. Op Wikimedia bevindt zich overigens ook een portret van Lucas van Leyden door Albrecht Dürer.
    13. Voor de symboliek in het werk van Jeroen Bosch zie in het bijzonder: Jeanne van Waadenoijen, De ‘geheimtaal’ van Jheronimus Bosch. Een interpretatie van zijn werk, Hilversum 2007. Iconografische thema’s zijn verder op te sporen via BoschDoc.
    14. De presentatie over het Rijksmuseum die ik voor de masterclass van de OU in 2017 en 2019 hield, kun je bekijken onder deze link

Vond je het een interessant verhaal? Dan nodigen we je graag uit om het te delen via de knop delen aan het einde van deze pagina (liefst met de hashtag #Rijksmuseum en/of #JeroenBosch).

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Verkorte link van dit item: bit.ly/2E0WccH-VanHH2Org

Retroacta van de Joseph Cuypers Collectie

Retroacta? En postacta? Je leest er meer over na de inhoudsopgave!

Terug naar hoofdpagina


Retroacta | Joseph Cuypers in De Limburger (2016)

Wat retroacta zijn, gaan we je binnenkort uitgebreider vertellen! Hier houden we ‘t er even op dat het een prachtig woord uit de archivistiek is voor de ‘prequel’, de aanloop, wat vooraf ging, de voorgeschiedenis en noem maar op. Als je alleen al denkt aan de nieuwe Bavo, dan is die voorgeschiedenis hier aanzienlijk! Vandaar dat ook Cuypers assortiment aan de inhoudsopgave hierboven is toegevoegd!

Een van de mooiste berichten uit deze retroacta? De reddingsactie van de glasnegatieven. Natuurlijk heeft Museum Cuypershuis vooral getamboereerd op de rol van hun naamgever, maar dat neemt niet weg dat de meeste glasnegatieven uit de periode afkomstig zijn dat Joseph Cuypers aan het roer stond! 

Postacta — Overigens zijn er naast retroacta ook postacta, zoals in het dossier van de lezing voor de R.K. Volksbond te Roermond (1897).* Bij deze gelegenheid hield Joseph Cuypers een pleidooi voor een eigentijds herstel van het gildesysteem. Voor de maatschappelijk geëngageerde katholieken, waartoe Joseph behoorde, zou dat een passend antwoord bieden op de ‘sociale quaestie’ (het opkomende socialisme). Joseph en zijn tijdgenoten gaven hiermee invulling aan de katholieke sociale leer van paus Leo XIII in zijn encycliek Rerum novarum (1891). In de lezing zijn krantenknipsels geplakt over kieswet en kiesgerechtigden. Het bewaarde krantenartikel van na de lezing van 7 februari 1897 heeft titel noch datum, maar kon opgespoord worden via de krantenbank van het archief. Bij de retroacta zitten onder meer het adres (in de zin van oproep) van architecten en het bouwvak aan de gemeente Amsterdam (1893). Bij de postacta het artikel ‘Over Patroonsverenigingen’ van G.W. Konings in De Katholiek van 1898. Joseph Cuypers spreekt in de lezing over zichzelf als een ‘Romundsje jong’; in de krant wordt dit in het Nederlands omgezet! Dat hij van jongs af aan Roermonds sprak blijkt ook uit het dagboek van zijn moeder.*

De Joseph Cuypers Collectie komt met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen en wat dies meer zij

Voor verkorte titels zie de bibliografie.

  • GAR JCC, v.n. 150. “Lezing van den heer Jos. Cuijpers voor de leden van den R.K. Volksbond”. Maas- en Roerbode. 9 februari 1897. GAR, Historische kranten. http://bit.ly/2ZL7XNH-JCC. Zie ook v.n. 151 (vermelding Leo XIII, R.K. Volksbond) en v.n. 22 (R.K. Gildenbond). Een jaar eerder had zijn vader het herstel van het gildesysteem bepleit (lezing Maastricht 1896; zie bibliografie Hubar, Arbeid & Bezieling). Voor meer informatie zie het lemma Rerum novarum op Wikipedia.
  • GAR JCC, v.n. 85. In Varia deel 2 hebben we een apart item over Nenny en haar Roermonds sprekende zonen (ook de vroeg overleden Theo sprak Roermonds).
  • In principe mag iedereen gebruik maken van de gegevens die op deze site staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op deze site. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.
  • Verkorte link: http://bit.ly/2TdS1PN

Terug naar hoofdpagina

 

In het open atelier van de JCC

In het open atelier? Je leest er meer over na de inhoudsopgave!

Terug naar hoofdpagina


*

In het open atelier

Hoe zo open atelier, zul je denken? Tja, we kregen associaties met restauratoren van een kunstwerk die in een glazen ruimte zitten, zichtbaar voor iedereen, geconcentreerd bezig met hun werkzaamheden. Begin dit jaar zag Bernadette dit nog bij de restauratie van het Lam Gods in Gent en sinds kort is een dergelijk ‘aquarium’ ook opgetrokken rond de Nachtwacht in het Rijksmuseum.* Dat leidde tot het idee van dit open atelier. Zie je ons al zitten achter het glas, als in een vissenkom … in het oog van iedereen die wil weten hoe zo’n project zich al doende ontwikkelt? Want hoe gaat dat nou, al schrijvend inventariseren? Of is het al inventariserend schrijven? Het is in ieder geval al werkend denken, zoals je hieronder kunt lezen bij het stukje over de oude orde of oude ordening in de archivistiek.

Vooraf in het kort iets over de varia en prikborden: tijdens het ordenen sla je van alles op om niet te vergeten. Dat zijn de varia die van lieverlee in verhalen uitmonden. Daarnaast zijn er de nota bene’s bij de beschrijvingen van de collectie stukken, waarvan we er een aantal op prikborden hebben geprikt.

Beide categorieën geven een kijkje in de keuken! Wil je weten wanneer Joseph Cuypers nu precies gestudeerd heeft of welke andere banden hij met Delft had, ga dan eens kijken. Heel interessant is ook de ontsluiting van de conceptartikelen en lezingen die hij geschreven heeft. Staat dat in verhouding tot wat vakgenoten deden? Dat kunnen we in dit stadium van het project nog niet vertellen. Maar wie weet …

Al doende | De JCC zit vol met mappen, waarop in het handschrift van Joseph Cuypers aanwijzingen van een oude ordening staan. Foto bvhh.nu 21 september 2018.

De JCC zit vol met mappen, waarop in het handschrift van Joseph Cuypers aanwijzingen van een oude ordening staan. Foto bvhh.nu 21 september 2018.

Oude orde

Bovenstaande foto laat iets van de oude orde in de collectie zien. ‘Oude orde’, zul je denken, ‘Wat is dat?’ De oude orde of oude ordening is een begrip dat zijn entree maakte als gevolg van de ontwikkeling van het vak archivistiek in de negentiende eeuw. Grote namen als die van Victor de Stuers zijn daarmee verbonden; een man waarmee Joseph Cuypers het overigens niet goed kon vinden, ook al was het een van de beste vrienden van zijn vader. De Stuers en zijn medestanders in de archiefwereld geloofden stellig in het concept dat een archief een organisch geheel was: het vormde de weerslag van de organisatie die het had geproduceerd. Men dacht toen vooral in termen van overheidsorganisaties. Het begrip raakte ingeburgerd lang voordat ook familie- en persoonsarchieven hun weg vonden naar de archiefdepots. En sindsdien blijft er discussie of er wel zoiets als een oude ordening bestaat in een collectie als die van Joseph Cuypers. In ons artikel ‘De sortering van het verleden’ gaat Bernadette hierop in met betrekking tot de collectie van Joseph Cuypers.* Inmiddels zijn we, voorjaar 2019, zover met de ordening gevorderd, dat we aan kunnen sturen op een nieuwe invulling van dit begrip.

Je kunt er in de loop van dit jaar meer over lezen in ons E-boek.

Als je meer wilt weten over Joseph Cuypers, dan kun je ondertussen terecht bij de De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Terug naar hoofdpagina

De genade voorbij | Het Laatste Oordeel in Alkmaar

De genade voorbij

Deze diashow vereist JavaScript.

Ze zijn zich van geen kwaad bewust
en staan verbaasd om
zich heen te kijken
Naakt als in het paradijs
Mooi van lijf en leden
Blij … maar waren ze niet dood?
Kijk daar en daar en daar
Familie, geliefden en die daar …
Zijn dat mijn kindskinderen?

Maar veel tijd voor verbazing is er niet.
De wind steekt op en met iedere vlaag
… trompetgeschal
Engelen uit grimmiger tijden
Hun gewaad in scherpe knipplooien
met in hun handen de weegschaal,
overgedimensioneerd …
neemt Michael de mensheid de maat
De schroeiende hitte van
de hellemond voelbaar

Centraal in het gewelf de wereldrechter
Gods zoon zonder twijfel

met ‘n poker face
sierlijk gebarend naar links en rechts
scheidt hij de goeden van de kwaden
na voorspraak van moeder en doper
de genade voorbij

Jacob Corneliszoon van Oostsanen m.m.v. Cornelis Buys, Het Laatste Oordeel in de Grote Laurenskerk te Alkmaar (1519), gerestaureerd door Willem Haakma Wagenaar en Edwin van den brink (2003-2011). Foto bvhh.nu 2018.

_______________________________

De genade voorbij

Twee jaar geleden was het ‘De wonderlijke klim’ in Den Bosch, dit jaar gooit Alkmaar er nog een schepje bovenop met ‘De klim naar de hemel’.* In het ene geval de aardse microkosmos, in het andere geval het einde der tijden.* Ik was er met ons kwintet, Wim Eggenkamp, Eduard Kimman, Harrie-Jan Metselaars en Gert van Kleef, welke laatste nauw betrokken was bij de organisatie van ‘De klim naar de hemel’ en de feestelijkheden rond het 500-jarig bestaan van de Grote Laurenskerk. Een geweldige ervaring om hoog boven het dak van de kerk te wandelen en over het golvende patroon van de geschubde leien naar de stad te kijken. En dan de stap naar binnen … oog in oog met het Laatste Oordeel van Jacob Corneliszoon van Oostsanen (1519): schilderingen op een houten gewelf die normaal ver boven je uitstijgen en waarvan de details door de afstand en speling van het licht aan je oog ontsnappen. Een geweldige ervaring daar boven op de steigers, zoals je kunt zien aan de laatste foto’s in de diaserie.

Steigers … mijn fascinatie voor steigers houdt nooit op. En waarom dat is? Misschien wel omdat je je eigenlijk in het luchtledige bevindt, even houvast hebt op plaatsen waar buiten alleen vogels kunnen komen, scherend over een dak of langs rijzige gevels; en binnen hooguit de rook van kaarsen of de klanken van het orgel. Eigenlijk bestaat de plek waar je op de steiger staat niet.

Het thema op zich hoeft iconografisch nauwelijks introductie, zeker niet na de belangstelling die het werk van Jeroen Bosch in het jubileumjaar 2016 heeft ondervonden. Met mijn gedicht volg ik de driedeling van het gewelf in de zaligen (links), de voltrekking van het oordeel (midden) en de verdoemden (rechts), waarbij Maria en Johannes de Doper als voorsprekers zijn afgebeeld.


Portret van Jacob Corneliszoon van Oostsanen (c. 1472/77-1528/33), door zijn atelier in Amsterdam, c. 1533. Herkomst Rijksmuseum, objectnumber SK-A-1405.*

Restauratiegeschiedenis | Slepen met een gewelf 

Restaurator Willem Haakma Wagenaar heeft tijdens de restauratie van 2003 tot 2011 een artikel geschreven voor de nieuwsbrief van de stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen, de Jacobsbode, waarin hij de lotgevallen van het houten gewelf beschrijft. Ook hier manifesteerde zich de ‘educatieve roofzucht’ van het rijk (lees het hoofd van de afdeling Kunsten & Wetenschappen van het ministerie van Binnenlandse Zaken, Victor de Stuers en zijn rijksadviseur, Pierre Cuypers). Tussen 1885-1886 werd geregeld dat het gewelf beetje bij beetje naar het Rijksmuseum getransporteerd werd in ruil voor subsidie om een nieuw houten beschot aan te brengen. Los van de discussie over hoe je met dit soort kunst om moet gaan – conserveer je heel terughoudend of streef je naar een evocatie van het origineel – is het voor mij heel interessant dat twee schilders die ik behandeld heb in ‘De genade van de steiger’, gevraagd werden de schilderingen in orde te maken. In eerste instantie, 1902-1904, was dat Jan Dunselman, bevriend met Joseph Cuypers, die vooral bekend is geworden van de uitmonstering van de Nicolaaskerk te Amsterdam.* Mede doordat de houten drager werd ingekort om het gewelf in het Rijksmuseum te kunnen plaatsen, heeft Dunselman er vrij veel aan moet doen.

Als gevolg van gewijzigde inzichten verdween het houten gewelf uit de opstelling van het Rijksmuseum: directeur Frans Schmidt Degener had niet veel op met de educatieve visie van Cuypers en De Stuers, noch met hun belangstelling voor monumentale kunst. Daar kwam bij dat de toeschrijving inmiddels veranderd was van Jacob Corneliszoon naar zijn broer, Cornelis Buys, waardoor de kunsthistorische waarde van het oeuvre kennelijk daalde. Om kort te gaan, het gewelf werd opnieuw gecompartimenteerd en teruggebracht naar Alkmaar, waar het moest wachten tot 1940 om weer op zijn oude plek hersteld te worden. Ditmaal was het Gerhard Jansen die aan de slag ging. Over hem is Haakma Wagenaar nog minder enthousiast dan over Dunselman, vooral vanwege het gebruik van vernis. Ook al zou vandaag de dag – terecht – niemand dat meer doen, Gerhard Jansen was bepaald geen amateur. Hij had grote ervaring als restaurator en als kerkschilder. Toen Antoon Derkinderen aan het experimenteren was met het schilderen direct op de muur, deed hij dat onder meer met Gerhard Jansen in de Doopkapel van de Nicolaaskerk van Jutphaas (1904). Uiteindelijk is dat het enige oeuvre in dit genre dat van Derkinderen behouden bleef, die overigens ook voor het technische kunnen van Jan Dunselman grote waardering had. Het zou goed zijn als tijdens zo’n grote restauratie meer onpartijdig gekeken zou kunnen worden naar de ingrepen van voorgangers, waardoor ook andere aspecten van hun inmenging in het licht komen te staan. Dat maakt gewoonweg deel uit van de geschiedenis van het kunstwerk in kwestie, die nu voor een groot deel is weggepoetst, zoals onder meer uit de aanpak van de Christusfiguur blijkt. Daarnaast vergroot zo’n onderzoek de kennis over de technische vaardigheden van in casu Dunselman en Jansen en die komt weer van pas op het moment dat hun werk wordt hersteld. In het geval van de eerste hebben de laatste decennia al grote conserveringsprojecten plaatsgevonden, met name door Rob Bremer en Wil Werkhoven.*

Daantje Meuwissen legt uit waarom het Laatste Oordeel van de hand van Jacob Czn van Oostsanen is. Screenshot van het artikel in de Jacobsbode uit 2009.
Daantje Meuwissen legt uit waarom het Laatste Oordeel van de hand van Jacob Czn van Oostsanen is. Screenshot van het artikel in de Jacobsbode uit 2009.

Tekenachtig schilderen

Ik noem Derkinderen hier ook, omdat er sprake is van een opvallende synchroniciteit tussen zijn stijl en die van Jacob Cornelisz. van Oostsanen: beiden hadden een tekenachtige manier van schilderen, zoals specialist Daantje Meuwissen bij Van Oostsanen ontdekte en ik bij Derkinderen. Of dat helemaal op toeval berust is zeer de vraag. Derkinderen kende dat andere monumentale werk van Van Oostsanen dat naar het Rijksmuseum was overgebracht, heel goed: het beschilderde houten gewelf van Warmenhuizen dat zich in de ‘kapel’ van de Oefenschool bevond op het terrein. De bedoeling was dat hij dit zou restaureren, maar daar is het door de moeizame verstandhouding met Cuypers en De Stuers niet van gekomen. Wel had Derkinderen als voorbereiding daarop het hele gewelf in 1892 onderzocht en uitgetekend.* Algemeen was de belangstelling voor dit type werk in de tweede helft van de negentiende eeuw groot, zowel bij onderzoekers als kunstenaars: Cuypers’ zwager, J.A. Alberdingk Thijm, Derkinderens docent aan de Rijksacademie, noemt het voorbeeld van Naarden bij zijn transcriptie van de biblia pauperum die hij in 1866 publiceerde. Een van de meest indrukwekkende uitwerkingen van het onderliggende systeem van corresponderende voorstellingen uit het Oude en het Nieuwe Testament uit de late negentiende eeuw is de kruisweg in de Amsterdamse Nicolaaskerk van Jan Dunselman (1891-1898).*

Reformatie

Een van de vragen die steeds weer opkomt bij middeleeuwse kerken die in protestantse handen zijn overgegaan, is waarom dit soort werken de beeldenstorm ontsprong. Dat geldt niet alleen voor schilderingen als deze die op een vrij onbereikbaar niveau zaten, maar ook voor zestiende-eeuws glas in lood zoals in de Oude Kerk van Amsterdam. En wat te denken van het altaarstuk van Jacob van Heemskerck (1538-1542) dat pas na de reformatie, in 1581, naar Zweden ging en nu weer even in de Alkmaarse Grote Laurenskerk te zien is. Tegenwoordig gaat men er vanuit dat dat heeft te maken met de invloed van de schenkers van deze kunstwerken die vaak op de betreffende werken staan afgebeeld. Ook de elite ging om naar het nieuwe geloof, maar dat betekende niet dat hun kostbare investeringen te grabbel moesten worden gegooid. Of dit een urban legend is of gebaseerd is op onderzoek, heb ik niet direct kunnen achterhalen. Indien deze verklaring klopt, dan zal die ondogmatische opstelling vast tot discussies hebben geleid tussen de ‘rekkelijken’ en de ‘preciezen’. In dat geval hebben we aan het stedelijke patriciaat het behoud van bijzondere kunstwerken te danken van een generatie die bij het grote publiek nog maar weinig bekendheid geniet. Des te meer reden om naar Alkmaar te gaan voor ‘De klim naar de hemel’.

;-) Bernadette

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (deels opgemaakt met Zotero). De volledige inhoud van de afgekorte titels is te vinden in de bibliografie op deze site.

  • ‘De klim naar de hemel’ is mogelijk tot en met 8 oktober 2018!
  • Voor mijn gedicht naar aanleiding van ‘De wonderlijke klim’ volg deze link.
  • Gegevens Rijksmuseum: ‘workshop of Jacob Cornelisz van Oostsanen, Portrait of Jacob Cornelisz van Oostsanen (c. 1472/77-1528/33), Amsterdam, c. 1533′, in J.P. Filedt Kok (ed.), Early Netherlandish Paintings, online coll. cat. Amsterdam: hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.8170 (consulted 27 August 2018). Permalink via deze URL.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Haakma Wagenaar, Willem. “De gewelfschilderingen van de Laurenskerk in Alkmaar (I en II)”. Jacobsbode, nieuwsbrief van stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen 4–5 (2005): 1–5; 2–4. bit.ly/2BKjK6M-Oostsanen. Haakma Wagernaar voerde de restauratie uit met Edwin van den Brink.
    • Over de toeschrijving aan J.C. van Oostsanen zie het overtuigende artikel van: Meuwissen, Daantje. “Het plafond van de Laurenskerk in Alkmaar: de hand van de meester”. Jacobsbode, nieuwsbrief van stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen 8 (2009): 3-5. bit.ly/2BKjK6M-Oostsanen
    • De term ‘educatieve roofzucht’ komt van Wies van Leeuwen, De maakbaarheid van het verleden, pp. 117-129.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Haakma Wagenaar, “De gewelfschilderingen van de Laurenskerk”, p. 4.
    • Over Jan en zijn broer Kees Dunselman, zie met name Hubar, Tussen Gabriel en Michael (2018), pp. 53-69, waarin de bevindingen in Hubar, De genade van de steiger, pp. 178-208, zijn aangevuld en bijgesteld. Dit was met name mogelijk door de toename van het aantal dagbladen in Delpher.nl en de toegang tot Kerkcollectie Digitaal van het Catharijneconvent. Zie ook de errata op deze site.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Haakma Wagenaar, “De gewelfschilderingen van de Laurenskerk”, pp. 4-5. bit.ly/2BKjK6M-Oostsanen. Over de oorsprong van de aanwezige Christusfiguur is Haakma Wagenaar onduidelijk. Niettemin besloot hij deze te vervangen door een figuur waarvan het hoofd ontleend is aan de doek van Veronica op een van de andere gewelven in de Laurenskerk. Behalve dat ik hier bedenkingen tegen heb, heb ik iconografisch twijfel bij de inwisselbaarheid van het ene en het andere type. Dit is een kwestie die ik nog een keer wil voorleggen aan Daantje Meuwissen.
    • Haakma Wagenaar, Willem, en Edwin van den Brink. De gewelfschilderingen in de Laurenskerk van Alkmaar gerestaureerd, 2003-2011. z.pl. (Alkmaar), 2011. bit.ly/2oeUb4n-Oostsanen
    • Hubar, De genade van de steiger, pp. 44 (Jutphaas), 335-336 (Gerhard Jansen), 187-190 (Jan Dunselman). Rob Bremer en Wil Werkhoven hebben onder meer de Nicolaaskerk te Amsterdam gerestaureerd (Jan Dunselman), de Obrechtkerk te Amsterdam (Kees Dunselman), de Jozefkerk te Noordwijkerhout (Kees Dunselman) en de Agathakerk te Lisse (Jan en kees Dunselman).
  • Deze noot verwijst naar:
    • Het hiervoor geciteerde artikel van Daantje Meuwissen.
    • Voor Warmenhuizen: Wies van Leeuwen, De maakbaarheid van het verleden, pp. 126-129.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Hubar, De genade van de steiger, met name pp. 44 (abusievelijk staat hier 1861 in plaats van 1866), 189 (Jan Dunselman).
    • Thijm, “De harmonieën van het Oude en het Nieuwe Testament in de beeldende kunst, Biblia Pauperum”, p. 433.*
    • Het thema van Thijm en de biblia pauperum heb ik verder uitgediept in mijn boek De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 84-86, waarop een voorschot is genomen met dit webartikel over de glazen van vader en zoon Cuypers in de apsis van de nieuwe Bavo.
  • Meer weten over de gedichten met de achtergrondverhalen die ik schrijf? Surf dan naar dit item.

Je moet zeker de hemel gaan beklimmen, dus op naar Alkmaar!*

Verkorte link van dit item: bit.ly/2ocXr07-VanHH2Org

Joseph Cuypers Collectie bibliografie

Bij dit project is gekozen voor een aparte bibliografie on line ter ondersteuning van de verschillende blogs et cetera. De bronnen zijn deels opgemaakt met Zotero en deels afkomstig uit oudere bibliografieën, zoals die van De genade van de steiger en De nieuwe Bavo te Haarlem. Vandaar dat bij enkele titels vooralsnog alleen een * staat om aan te geven dat het betreffende werk on line te vinden is.

Joseph Cuypers Collectie bibliografie | De betreffende collectie op het gemeentearchief van Roermond bestaat niet alleen uit archiefstukken, maar ook uit ontwerpen, topografische tekeningen, foto’s en boeken. Foto bvhh.nu 2018.
De Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond bestaat niet alleen uit archiefstukken, maar ook uit ontwerpen, topografische tekeningen, foto’s en boeken. Foto bvhh.nu 2018.

Titels

Om snel door de titels heen te gaan gebruik Ctrl F of Cmd F!

  • “Alfred Tepe”. Wikipedia, 31 oktober 2015. bit.ly/2y87xoq-Wikipedia.
  • “Directeuren en leraren van 1843 tot 1946 (Rolduc)”. DocPlayer, 2018. bit.ly/2WLbkCv-JCC.
  • “Friedrich Wilhelm Mengelberg”. Wikipedia, 14 november 2017. bit.ly/2y5dQc7-Wikipedia.
  • “Lambert von Fisenne”. Wikipedia, 30 augustus 2018. http://bit.ly/2Ox5X99-Wikipedia.
  • “Lezing van den heer Jos. Cuijpers voor de leden van den R.K. Volksbond”. Maas- en Roerbode. 9 februari 1897. GAR, Historische kranten. http://bit.ly/2ZL7XNH-JCC.
  • “Parochie Twente, Sint Stephanus in Bornerbroek”. SintMarcellenus.nl, 2016. bit.ly/2Ii4ZaV-Kropholler.
  • “Parochieblad Sint Martinus Beek, juli 2017”. MartinusBeek.nl, 2017. http://bit.ly/2Pk0rDI-Evernote.
  • “Platform Groen Erfgoed”. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 16 april 2014. bit.ly/2y5vInx-RCE.
  • “St. Erfgoed St.-Martinuskerk Beek « St.-Martinusparochie Beek”. Geraadpleegd 4 september 2018. bit.ly/2y5efLF-Martinuskerk.
  • A.J. (K.J.L. Alberdingk Thijm, pseudoniem Lodewijk van Deyssel), J.A. Alberdingk Thijm, Amsterdam 1893.
  • Aardweg, H.P. van den, Hüllstrung, J.P.J.C., H. Brugmans, en N. Japikse. “Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Nederlanders en hun werk.” Huygens ING | KNAW, 1938. http://bit.ly/2larOG5-JCC (zoekterm Cuypers).
  • Bakker, M.S.C. “Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel VI, Zutphen 1995.” DBNL, 2009. http://bit.ly/2kZ7zHp.
  • Berens, Hetty, Jan Bank, Wilfrid van Leeuwen e.a. P.J.H. Cuypers (1827-1921): het complete werk. Rotterdam: NAi Publishers, 2007.
  • Berlage, H.P. “Iets over Gothiek”. Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia 3 (1895): 70–71, 72–73, 74–75, 76, 86-87.
  • Bock, M., Anfänge einer neuen Architektur, Berlages Beitrag zur architektonischen Kultur der Niederlände im ausgehenden 19. Jahrhundert, Den Haag/Wiesbaden 1983.
  • Bosch, Mineke, Aletta Jacobs 1854-1929, Amsterdam 2005.
  • Broeke, van den, Leonardus (L.v.d.B.). “Bij dr P.J.H. Cuypers”. De Tijd, Godsdienstig-Staatkundig Dagblad, 15 mei 1917. http://bit.ly/2O9nBMT.
  • Brood, Paul, red. Respect voor de oude orde: honderd jaar Vereniging van Archivarissen in Nederland. Stichting Archiefpublikaties. Uitgeverij Verloren, 1991. http://bit.ly/2GqwJMH.
  • Cuypers, (toeschrijving), Joseph. “Petrus Josephus Hubertus Cuypers”. Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 5 (1897): 1–4. http://bit.ly/Architectura-Tresor
  • Cuypers, (toeschrijving), Joseph. Gedenkschrift bij de Onthulling van het Gedenkteken voor Dr. P.J.H. Cuypers nabij de Munsterkerk te Roermond op den 103den verjaardag zijner geboorte aangeboden door de NV Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co 16 Mei 1930. Roermond, 1930.
  • Cuypers, Joseph (toeschrijving), ‘Petrus Josephus Hubert Cuypers’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 5 (1897), pp. 271-272.
  • Cuypers, Joseph Th.J. “Biographie (typoscript van levensdata)”, 1932-1927. GAR, Joseph Cuypers Collectie (voorl.nr volgt).
  • Cuypers, Joseph Th.J. “Symboliek aanteekeningen 1915 november studie (handschrift van een lezing)”, 1915. GAR, Joseph Cuypers Collectie(voorl.nr volgt).
  • Cuypers, Joseph Th.J., en A. van de Pavert. “Portret van Josephus Albertus Alberdingk Thijm, Joseph Theodorus Johannes Cuypers, after A. v.d. Pavert, 1889”. Stichting Het Rijksmuseum, 1889. http://bit.ly/2NPamQC-Rijksmuseum.
  • Cuypers, Joseph, ‘Van hedendaagsche bouwkunst in ’t algemeen en de kathedraal van Sint Bavo in ’t bijzonder.’, in: Van Onzen Tijd 7 (1906-1907), pp. 1-16; 100-116 (i.h.b. p. 3 en p. 103): http://bit.ly/Bavo2all
  • Cuypers, Pierre J.H. In Memoriam – Antoinette Cathérine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm (1829 – 1859 – 1898). Collectie on line Cuypershuis. Amsterdam: H.J. Koersen, 1915. http://bit.ly/2WeHbLx-JCC.
  • Cuypers, Pierre M. “CUYPERS – MyHeritage”. MyHeritage, 2018-2019. http://bit.ly/2OGqofQ-JCC.
  • Cuypers, Pierre J.H. “De Heilige Linie”. In De Heilige Linie, proeve over de oostwaardsche richting van kerk en autaer als hoofdbeginsel der kerkelijke bouwkunst, xiv–xvi. Sterck, J.F.M., red., J.A. Alberdingk Thijm, werken IV, kunst en oudheidkunde I. Amsterdam/Den Haag: C.L. van Langenhuysen, Martinus Nijhof, 1909. http://bit.ly/Thijm-HeiligeLinie-Kompozitie.
  • Dukker, fotograaf, G.J. “Willemsparkweg 50 Amsterdam, architect Joseph Th.J. Cuypers in opdracht van kerkschilder Jan Dunselman (1885; 1889)”. Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 1998. http://bit.ly/2t5F953.
  • Eggenkamp, Wim, ‘Restauratie Kathedrale complex van Sint Bavo halverwege’, in: Haerlem Jaarboek 2014, Haarlem 2015, pp. 133-179.
  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marike van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997.
  • Goossens, Th., ‘Een Roomsche Academie’, in: Gildeboek 7 (1924), pp. 68-69 op Bibliodoc.
  • Heijden, Marien van der. “BERLAGE, Hendrik Petrus | BWSA”. BWSA | Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, 1995-2003. http://bit.ly/2LxeM1E-JCC.
  • Heijenbrok, Jacqueline, Guido Steenmeijer, Katrien Timmers, en Cor Bouwstra. Tien eeuwen Kasteel de Haar: wat een weelde. Zwolle: WBOOKS, 2013.
  • HNI/Nai. “CUBA Bureau Cuypers / Archief”. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, 1851-1958. http://bit.ly/2DsrmcB-Cuypers.
  • HNI/Nai. “CUCO Kunstwerkplaats Cuypers & Co. / Archief”. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, ca. 1851-1957. http://bit.ly/2DqORCU-Cuypers.
  • HNI/Nai. “CUYP Cuypers, P.J.H. , J.Th.J. & P.J.J.M / Archief”. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, 1851-1958. http//bit.ly/2DrRbcU-Cuypers.
  • Hoefnagel, Sam, Besprekingen van inventarissen in recensies in het Nederlandsch Archievenblad tussen 1898-1995, Amsterdam 2011.
  • Horsman, P.J., F.C.J. Ketelaar en Th.H.P.M. Thomassen, Tekst en context van de ‘Handleiding voor het ordenen en beschrijven van archieven’ van 1898, Hilversum 1998. |  http://bit.ly/29dZ4ns
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. ISBN 978-90-820976-2-7. http://bit.ly/VanHH-LauElKat-download 
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Ambassadeur voor Cuypers’ glasnegatieven”. if then is now, 2017. http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg (en Marij Coenen). De nieuwe Bavo te Haarlem: ad orientem – gericht op het oosten. Zwolle; Haarlem: Wbooks ; Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, 2016.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘De nieuwe Bavokathedraal te Haarlem. Het boek dat tijdens de restauratie geschreven werd’, op: ifthenisnow.eu, http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo (2015).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Angélique Friedrichs, en G. W. C. van Wezel. De genade van de steiger. Monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum. Amersfoort-Zutphen: Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Walburg Pers, 2013.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 1 de stad in het klein, Ohé en Laak 2007. http://bit.ly/Cuypershuis-Cassette
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 2 Icoon van de natie, Ohé en Laak 2007. http://bit.ly/Cuypershuis-Cassette
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Archief Joseph Cuypers naar het Gemeentearchief van Roermond”. VanHellenbergHubar.org (blog), 28 januari 2016. http://bit.ly/1SlJIwW
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. “De sortering van het verleden. De archiefcollectie van Joseph Cuypers bij het gemeentearchief van Roermond”. Spiegel van Roermond 25 (2017): 100–107.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Joseph Cuypers in De Limburger”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2016. http://bit.ly/1PHUJ7J
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette C. M. van. Arbeid en Bezieling: de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum. Nijmeegse kunsthistorische studies, d. 3. Nijmegen: Nijmegen University Press, 1997.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Ambassadeur voor Cuypers’ glasnegatieven”. if then is now, 2017. http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Grafmonument familie Cuypers te Roermond (2005)”. VanHellenbergHubar.org, 14 maart 2015. http://bit.ly/1PHUGJ4
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Don Rackham. Het familiegraf van Pierre J.H. Cuypers. Cultuurhistorische analyse met waardenstelling. 1ste dr. Ohé en Laak/Horn: Res nova-VanHH.org, 2005. http://bit.ly/2jT4LM3-Cuyperiana.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Kunst in Breda”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2016-2017. http://bit.ly/KunstinBreda-VHHorg.
  • Kalf, Jan, ‘De bouwmeester Joseph Cuypers’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 18 (1908), pp. 360-375.
  • Kalf, Jan. “Vierde jaarverslag van den Katholieken Kunstkring De Violier”. Van Onzen Tijd [volgno 2], (Delpher Koninklijke Bibliotheek), 6 (1905 1906): 130–43. http://bit.ly/2HXGOz9.
  • Kramer, Thijs. “Hubert Cuypers (1873-1960). Missa in honorem Sanctissimae Trinitatis Op. 5”. Vocaalensemblefioretto.nl, z.j. http://bit.ly/2lbAxYE-JCC.
  • Krogt, van der, Peter, en René van der Krogt. “Roermond – Pierre Cuypers”. vanderkrogt.net, 2008. http://bit.ly/2kCF68w
  • Krol, Hans. “Leo Tepe Van Heemstede (1842-1928)”. Librariana (blog), 24 september 2012. bit.ly/2sY5mBh-Krol.
  • L.v.d.B. (=Leonard van den Broeke), “AMSTERDAM Ir. Joseph Cuypers gehuldigd.” De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad. 29 juni 1931, Avond druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2hZFnH3-JoCuy.
  • Lankhorst, Otto, Door Timmerman en Katholiek Documentatie Centrum, red. Bibliografie van katholieke Nederlandse periodieken. Vol. 2. KDC sleutels 4. Nijmegen: Valkhof Pers, 2008. http://bit.ly/2jA0qz3-Evernote.
  • Leeuwen, A. J. C (Wies) van. Alberdingk Thijm, bouwkunst en symboliek. Ohé en Laak: Cuypers Genootschap, 1989. http://bit.ly/2retpLg-VanLeeuwen.
  • Leeuwen, A. J. C. (Wies) van. Pierre Cuypers, architect (1827-1921). Cultuurhistorische studies. Zwolle : Amersfoort/Zeist: Waanders ; Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, 2007.
  • Leeuwen, Y. M. van, Olga Minkema, K. van Dooren, P. te Winkel, en Chr. Dols. “AR-Z020 Archiefinventaris Clarissen-Capucinessen (Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven)”. Archieven.nl, 2018. http://bit.ly/2YP759C-JCC.
  • Leijnse, Elisabeth, Cécile en Elsa, strijdbare freules, een biografie, Amsterdam 2015.
  • Linssen, G.C.P. In het teken van werk. De ingebruikname van de Teekenschool te Roermond door de LWV. Roermond: Limburgse Werkgeversvereniging/LWV, 1996.
  • Looyenga, A.J. “Cuijpers, Josephus Theodorus Joannes (1861-1949)”. Huygens ING | KNAW, 12 januari 2015. http://bit.ly/2wPtyG2
  • Mieras, Mark, Ben ik dat? Wat hersenonderzoek vertelt over onszelf, Amsterdam 2010.
  • Nai, ‘Op zoek naar een eigen stijl. Archief van J.Th.J. (Joseph) Cuypers ontsloten’, op: nai.nl, http://bit.ly/29BIIYq (z.j.).
  • Redactie (Nic. Molenaar junior?) en Jan Stuyt. “Themanummer Joseph Cuypers 70 jaar”. Van Bouwen en Sieren. Veertiendaagsch-Tijdschrift Officieel Orgaan van de groepen Bouwkunst en Beeldende Kunst der Algem. R.K. Kunstenaars-Vereeniging, 1931. GAR, Collectie Joseph Cuypers.
  • Rackham, Don, en Bernadette van Hellenberg Hubar. De Sacramentskerk te Tilburg. Waardenstellend onderzoek. Erfgoed in ontwikkeling. Ohé en Laak: Res nova, 2005. http://bit.ly/2AsiWkc.
  • Rackham, Don. De Steentjeskerk. Cultuur- en bouwhistorisch onderzoek Antoniusstraat 5-9 te Eindhoven. Echt, 2019.
  • Reliwiki. “,s-Hertogenbosch, Jeroen Boschplein 2 – Sint Jacobskerk (1907 – 2002) – Reliwiki”, 2018. http://bit.ly/2N4xgqx.
  • Rilke, Rainer Maria, Susan Ranson en Ben Hutchinson. Rainer Maria Rilke’s The Book of Hours. A New Translation with Commentary. Camden House, 2008. http://bit.ly/2DXVSvV-nBavo.
  • Roon, Marike van. Goud, zilver & zijde: katholiek textiel in Nederland, 1830-1965. Zutphen: Walburg Pers, 2010. http://bit.ly/1yR4eyV.
  • Sacre Cœur Vereniging Nederland (S.C.V.) – Geschiedenis”. Sacre-coeur.nl. Geraadpleegd 4 augustus 2019. bit.ly/2GL01UK-JCC.
  • Schiphorst, Lidwien. “Een toevloed van werk, van wijd en zijd”: de beginjaren van het Atelier Cuypers – Stoltzenberg, Roermond 1852 – ca. 1865. Nijmeegse kunsthistorische studies 13. Nijmegen: Univ. Press, 2004.*
  • Stuers, V. de, en Pierre J.H. Cuypers. Het Rijks-Museum te Amsterdam. Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1898.
  • Thompson, M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898.
  • Timmermans, Huub, Margaret Timmermans, en Elly van Rooden. “125 jaar Sint Urbanuskerk – Nes aan de Amstel 1891 – 2016 – jubileumkrant”. UrbanusparochieNes.nl, 2016. http://bit.ly/2ukgf1l, http://bit.ly/2jATu2P-Evernote.
  • Wikipedia. “Jules Jacques Van Ysendyck”. Wikipedia, 28 februari 2018. http://bit.ly/2ISPCFG.
  • Weers (repro), C.G. “Reproductie van een fotoportret van P.J.H. Cuypers (1858)”. Collectie online gemeente Roermond, 1927. http://bit.ly/2jfuRuW
  • Wezel, G.W.C. van. Jan Toorop: zang der tijden. [Den Haag] : Zwolle: Gemeentemuseum Den Haag ; WBOOKS, 2016.
  • Zijl, Annejet van der, Bernhard een verborgen geschiedenis, Amsterdam 2010.

Verkorte titels

Nota bene — Namen die beginnen met De of Van et cetera zijn op het voorvoegsel gesorteerd. Bij de familie Cuypers is op voornaam gesorteerd.

  • Aardweg e.a., Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld, zoekterm Cuypers.
  • De Stuers en Cuypers, Het Rijks-Museum te Amsterdam
  • De Vries, ‘Antoinette Cuypers-Alberdingk Thijm’
  • HNI/Nai, ‘CUBA Bureau Cuypers’
  • HNI/Nai, ‘CUCO Kunstwerkplaats Cuypers & Co’
  • HNI/Nai, ‘CUYP Cuypers, P.J.H., J.Th.J. & P.J.J.M’
  • Hubar, Rien de pareil, deel 1.
  • Hubar, Rien de pareil, deel 2.
  • Hubar (en Coenen), De nieuwe Bavo te Haarlem, (register online, zoektermen
  • Hubar, Friedrichs en Van Wezel, De genade van de steiger (register on line, zoektermen 
  • Hubar, ‘Kunst in Breda’ (VanHH.Org).
  • Hubar, Post en Coenen, Tussen Gabriel en Michael (online)
  • Hubar en Rackham, Het familiegraf van Pierre J.H. Cuypers, 
  • Joseph Cuypers, Biographie
  • Joseph Cuypers, ‘Van hedendaagsche bouwkunst’
  • Joseph Cuypers, Gedenkschrift
  • Kalf, “Vierde jaarverslag van den Katholieken Kunstkring De Violier”
  • Looyenga, “Cuijpers, Josephus Theodorus Joannes (1861-1949)”
  • Nai, ‘Op zoek naar een eigen stijl’
  • Pierre J.H. Cuypers, In Memoriam – Antoinette Cathérine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm
  • Pierre M. Cuypers, ‘CUYPERS – MyHeritage
  • Rackham en Hubar, De Sacramentskerk te Tilburg (2005)
  • Rackham, De Steentjeskerk te Eindhoven (2019)
  • Rilke, Ranson en Hutchinson, Rainer Maria Rilke’s The Book of Hours
  • Schiphorst, Een toevloed van werk
  • Steenberg, Joseph Cuypers. Wikipedia
  • Van Leeuwen, Alberdingk Thijm
  • Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect
  • Van Roon, Goud, zilver & zijde
  • Van Wezel, Jan Toorop: zang der tijden

Afkortingen

  • GAR: Gemeentearchief Roermond
  • HNI/Nai: Het Nieuwe Instituut/Nederlands Architectuur Instituut, Rotterdam
  • JCC: Joseph Cuypers Collectie
  • RCE: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amstersfoort

Wordt vervolgd!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Le va et vient à Pierrefonds

Le va et vient à Pierrefonds


Le va et vient | E.E. Viollet-le-Duc (ontwerp), Het binnenplein van kasteel Pierrefonds (1861-1885). Foto bvhh.nu (2008). Le va et vient | E.E. Viollet-le-Duc (ontwerp), Het binnenplein van kasteel Pierrefonds (1861-1885). Foto bvhh.nu (2008).

Le va et vient …
het plein van Pierrefonds
lost op in een markt
waar mensen slenteren …
Iedere gevel
als een apart gebouw
organisch gegroeid
tous les temps, tous les lieux
ogenschijnlijk lukraak
maar au fond
resultaat
van een
tekentafel
waar de meester van het werk
zich fronsend over buigt
en ziet dat het goed is.

Le va et vient | E.E. Viollet-le-Duc (ontwerp), De bouwvakker in een van de sluitstenen van kasteel Pierrefonds (1861-1885). Foto Poul de Haan (2008).

______________________________________________________________________

Postscriptum | La va et vient

Dit gedicht met de uitleg in het citaat hieronder komt uit mijn eerste bundel met Kunst der Vormen in de Picardie – Assez de place (2008)* – en is hier geplaatst in het kader van het initiatief Gedicht op maandag | #Gom. Toen ik met deze groep op excursie ging, realiseerde ik me helemaal niet dat we zo dicht bij Pierrefonds zouden zijn.* En dat stond al zo lang op mijn verlanglijstje. Op het notebook dat ik bij me had, had een lezing staan over Pierre Cuypers die ik aanvulde met wat foto’s die Poul de Haan, Marja Langenberg en ik bij een verkennend bezoek hadden gemaakt. En zo kon ik een presentatie geven, voordat we er met het hele gezelschap naar toe gingen. Dat was ook wel nodig: we schrijven 2008, het Rijksmuseum was nog niet herontdekt (dat gebeurde pas na de opening in 2013) en in de groep heerste de nodige argwaan jegens de neostijlen. Er was dan ook geen onverdeeld enthousiasme over dit meesterwerk van Cuypers’ grote voorbeeld, Eugène Viollet-le-Duc. Min of meer schoorvoetend gaf men zich over …

Dit thema dank ik aan Maarten* wiens eerste reactie op het binnenplein van Pierrefonds was dat het zo van de tekentafel kwam. Die opmerking activeerde een paradox die tekenend is voor dit soort complexen: Viollet-le-Duc had als opdracht om in Pierrefonds een microcosmos van het Franse rijk en zijn verleden te tonen, waarvan de organische groei in de verschillende bouwvolumes en geveldelen tot uitdrukking moest komen. In het spoor van Lodewijk XIV wilde keizer Napoleon III zichzelf in het midden van dit rijk plaatsen: het was zijn Versailles. Analoog aan de al wat oudere landschapsparken moesten hier ‘tous les temps et tous les lieux’ verbeeld worden. Marja herkende dan ook direct tijdens de voorexcursie nagenoeg rechtstreekse stijlcitaten van de Sainte Chapelle en van kastelen als Blois en Chambord.

In het spoor van de microcosmos onthult het plein nog een favoriet thema uit deze tijd: architectuur als stad in het klein. Algemeen werd die ‘stad’ alleen als silhouet getoond, zoals Cuypers met name laat zien bij het Centraal Station. Door de bijzondere opgave van Pierrefonds was Viollet-le-Duc hier in de gelegenheid om de stad in het klein ook van binnen te tonen door het plein het aanzien te geven van een markt met verschillende gebouwen.

Van de middeleeuwse bouwkunst hadden Viollet-le-Duc en Cuypers het thema van de recursie overgenomen, dat vergelijkbaar is met het Droste Cacao-effect.* De grote kathedralen zijn een verbeelding van het hemelse Jeruzalem dat ik hiervoor heb aangestipt en bevolkt met heiligenbeelden wier baldakijnen opnieuw een hemels Jeruzalem vormen. Heel fraai zien we dat bij ons broddellapje in het frontispies, waar een prachtig gedetailleerd gotisch Jeruzalem is neergedaald.*

Dit thema werd op verschillende manieren uitgewerkt in Pierrefonds, waar het grote kasteel onder meer een recursie krijgt in de bekroning van de beren van de loge naar de keizerlijke vertrekken. Bij haar speurtocht naar een detail om zich op te concentreren attendeerde Janke me hierop. We zien het dan ook terug in de tekening die zij maakte.

Le va et vient | Janke de Boer, Een van de steunberen van Pierrefonds, bekroond door een miniatuur kasteel. Foto Marjan van den Bos, 2008.
Janke de Boer, Een van de steunberen van Pierrefonds, bekroond door een miniatuur kasteel. Foto Marjan van den Bos, 2008.

Over de foto’s nog het volgende: de twee in de kop zijn van mijn hand. Wat ze bijzonder maakt is dat ze genomen zijn met mijn eerste GSM met fotocamera, een Nokia. Vergeleken met de iPhone die ik nu heb, was het een soort stoommachine, maar wat was ik destijds blij met dit hulpmiddel. Ik heb toen ontdekt hoe gemakkelijk het is om een fototoestel direct bij de hand te hebben.

De foto van de bouwvakker in een van de sluitstenen van Pierrefonds is van Poul de Haan, wiens werk ik voor nagenoeg alle bundels heb mogen gebruiken die ik met Kunst der Vormen maakte. Het was delen in de overvloed wat ook gold voor de andere fotografen en de tekenaars in het gezelschap. Dat maakte het bundelen van de gedichten een dankbaar werk.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. Assez de place pour être heureux. Art des formes visite la Picardie. Gedichten op locatie. Ohé en Laak: VanHH.org, 2008. http://bit.ly/2yS3tYj-Assez, pp. 16-17.
  • Voor zie dit lemma op Wikipedia.
  • Maarten Ruijters, architect en begenadigd topografisch tekenaar. Van hem is ook de tekening op de omslag van Hubar, Assez de place.
  • Voor het Droste-effect of de recursie zie dit lemma op Wikipedia.
  • Het broddellapje slaat op de kerk van Saint Martin au Montigny Lengrain, een onvoltooide symfonie par excellence. Van het frontispies is een foto van Poul de Haan te zien in Hubar, Assez de place, p. 17.
  • Wat betreft de achtergrond van mijn observaties, zie Hubar, Arbeid en Bezieling, zoektermen: microcosmos; Louis de Carmontelle in verband met ‘tous les temps et tous les lieux’; Aart Oxenaar voor de stad in het klein. Het thema van de recursie heb ik verder uitgewerkt in mijn monografie over de nieuwe Bavo.

Ben je in de buurt van Pierrefonds, ga dan zeker kijken!

Verkorte link van dit item: bit.ly/2Iyqt70-VanHH2Org

Museumweek 2018 | Cuypersweekend 2018 | Pronkstuk Cuyperszaal van Joseph Cuypers

Museumweek 2018 en Cuypersweekend 2018 in het Cuypershuis te Roermond — Wie het Cuypershuis bezoekt en daar de ‘feestzaal’ in de zuidelijke vleugel binnenstapt, denkt dat hij te maken heeft met een ontwerp van Pierre J.H. Cuypers. Maar dat is niet het geval. Oorspronkelijk zaten in deze beuk de houtsnijders en meubelmakers die bij hun werk onder meer gebruik maakten van op stoom aangedreven draaibanken. Van 1907 tot 1908 vond een ingrijpende verbouwing plaats waarbij dit deel van het complex getrokken werd bij het woonhuis van de inmiddels tachtigjarige Pierre senior.* De volgende generatie in de persoon van zijn zoon, Joseph Cuypers, drukte hier een stevig stempel op door de ‘feestzaal’ te overdekken met een holle versie van de koepel van de nieuwe Bavo, die hij kort daarvoor had ontworpen (1906). Net als daar zijn ook in Roermond Moors aandoende motieven verwerkt.* Maar daarover een andere keer meer.

Deze diashow vereist JavaScript.

Museumweek 2018 | Cuypersweekend 2018 in de Cuyperszaal van het Cuypershuis. Wil je rustig tussen de dia’s bladeren, druk dan op de pauzeknop en navigeer zelf met de cursor.

Het Roermondse museum beschouwt terecht het eigen gebouw als collectiestuk nummer 1. Daarbinnen heeft de ‘feestzaal’ het even terechte predicaat gekregen van ‘pronkstuk Cuyperszaal’.

Vanaf de museumweek (9 tot en met 5 april 2018) tot en met het Cuypersweekend 99 en 10 juni 20180, staat in deze ruimte een tafelvitrine opgesteld met voorwerpen uit de collectie van Joseph Cuypers, die de familie in 2016 in bewaring heeft gegeven aan het gemeentearchief van Roermond. Er zit van alles in: een deel van zijn bibliotheek, dozen vol brieven, een flinke hoeveelheid half voltooide ontwerpen en – crème de la crème voor de echte liefhebber – zijn schetsboekjes vanaf zijn jeugd tot op hoge ouderdom. Behalve van Joseph zitten er ook stukken in van zijn vader, zijn zoons Pierre junior en Charles en van zijn vrouw Delphine.* Van haar wordt een aquarel van een bloemstuk getoond.

Daarnaast zijn enkele schetsboekjes te zien, het mooi vormgegeven jubileumalbum bij gelegenheid van het gouden huwelijksfeest van Joseph en Delphine, enkele publicaties van en over Joseph Cuypers, oude foto’s en ontwerpen, waaronder een 50 gulden biljet. Het moet gemaakt zijn voor 1890, want rechtsboven staat Willem III afgebeeld. Aan het handschrift te zien zijn de aantekeningen van Pierre senior. Of dat betekent dat hij het ontwerp heeft gemaakt, is de vraag, want het kan ook zijn dat hij opmerkingen heeft geplaatst bij het werk van zijn zoon. Alleen al de grafische productie van vader en zoon Cuypers is een aparte studie waard!

De collectie van Joseph Cuypers zal de komende jaren geordend worden als onderdeel van een E-boek en mogelijk zelfs een biografie, waarmee ik medio mei aan de slag ben gegaan.* Dit project wordt gekoppeld aan een tentoonstelling over Joseph Cuypers in het Cuypershuis. Er gaan mooie dingen gebeuren in de aanloop naar het volgende decennium!

En om het nog mooier te maken, Joseph Cuypers is jarig in het Cuypersweekend (10 juni 1861). Laten we zijn 157ste verjaardag vieren met een bezoek aan de plaats waar hij geboren is!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De museumweek 2018  loopt van 9 april tot en met 15 april.

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen:

  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette C.M. De nieuwe Bavo te Haarlem: ad orientem – gericht op het oosten. Zwolle; Haarlem: Wbooks ; Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, 2016. Je kunt het boek bestellen via deze link.
  • In 2006-2007 heb ik voorafgaand aan de restauratie en verbouwing van het Cuypershuis diepgaand onderzoek verricht naar het complex. Dat mondde uit in een cassette van drie rapporten en een samenvatting. Jammer genoeg was er tot dusver tijd noch financiële ruimte om de ontdekkingen na de verbouwing te verwerken en – naar aanleiding daarvan – de conclusies bij te stellen. Hubar, Bernadette van Hellenberg. Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 1 De stad in het klein. Res nova, Ohé en Laak 2007. http://bit.ly/Cuypers4all
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 2 Icoon van de natie. Res nova, Ohé en Laak 2007.  http://bit.ly/Cuypers4all
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg.“De sortering van het verleden. De archiefcollectie van Joseph Cuypers bij het gemeentearchief van Roermond“. Spiegel van Roermond 25 (2017), pp. 100–107.
  • Hubar, Van Hellenberg. “Archief Joseph Cuypers naar het Gemeentearchief van Roermond”. VanHellenbergHubar.org (blog), 28 januari 2016. http://bit.ly/1SlJIwW.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Joseph Cuypers in De Limburger”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2016. http://bit.ly/1PHUJ7J.

Om terug te gaan naar je vorige positie, kun je omhoog scrollen.

Je bent van harte welkom in het Cuypershuis. Wil je weten wat er nog meer te doen is, volg dan deze link.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2HjDL3o-VanHH2Org