Kennisuitwisseling op Facebook

De kerk van Simon en Judas te Lattrop

Kennisuitwisseling — Voor erfgoedspecialisten is Facebook een prima platform voor kennisuitwisseling. Dat blijkt maar weer uit wat we afgelopen week meemaakten (30 april-3 mei 2019) rond de wekelijkse vraag van Kerkfotografie over welke kerk je hier ziet.

Het verloop van de uitwisseling in screenshots

Let op — Dit zijn afbeeldingen, dus je kunt de links hierin niet aanklikken. Per screenshots hebben we de belangrijkste URL’s apart toegevoegd. Je kunt ze ook aanklikken in het originele bericht.

Kerk van Simon en Judas te Lattrop op Reliwiki.*

Inventaris in PDF op HNI/Nai. Online via het zoekportaal van HNI onder deze link.

Historisch krantenonderzoek is mogelijk dankzij de krachtige zoekmachine van Delpher.nl, ontwikkeld door de Koninklijke Bibliotheek.

Wordt vervolgd!

Hadden we dit aan zien komen, toen we ons commentaar bij de foto van Kerkfotografie schreven? Het was niet helemaal een verrassing, maar er waren natuurlijk meer architecten bezig met expressionistische baksteenpolychromie. Wel is het zo dat Joseph en/of Pierre J.J.M. (II) Cuypers in dit genre een naam te verliezen hadden. Het zou interessant zijn om te kijken of er een wisselwerking was met de vroeger parochiekerk van Bernadette, de Margarita Maria Alacoquekerk in Tilburg van Harrie Bonsel (1922).* Hij zal Joseph Cuypers gekend hebben als docent bouwkunst en directeur van de Academie voor Beeldende en Bouwende kunsten van de R.K. Leergangen te Tilburg, waar de Roermondse architect als examinator aan verbonden was.*

Voor verder onderzoek geven we het estafettestokje graag over aan Gert van Kleef die vorig jaar gestart is met een promotieonderzoek over Joseph Cuypers. Hij concentreert zich op het oeuvre, terwijl wij bezig zijn met de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond. Dit project komt met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

  • Reliwiki. “Lattrop, Dorpsstraat 66 – Simon en Judas – Reliwiki”, t.a.q 2019. bit.ly/2WvZgoA-JCC. Naar aanleiding van deze kennisuitwisseling is het lemma op 3 mei 2019 voor een deel al aangepast.
  • Reliwiki. “Tilburg, Ringbaan West 300 – Margarita Maria Alacoque – Reliwiki”, t.a.q 2017. http://bit.ly/2iZ5sRw.
  • Hubar, De genade van de steiger, p. 67; verwijst naar het artikel van de toenmalige rector Goossens in het Gildeboek van 1924 op Bibliodoc.

Het zou trouwens ook fijn zijn als je dit webitem wilt delen of mailen. Dat kun je doen via de knop delen aan het einde van deze pagina (liefst met de hashtag #JCC en/of #Joseph_Cuypers).

Ben je een keer in de buurt van Lattrop, ga dan eens kijken!

Verkorte link van dit item: bit.ly/2GXA1oA-JCC

Varia deel 1 | Van Thérèse Schwartze en opslagmedia &

Varia deel 1 van de JCC  — Een mens komt zoveel tegen als hij bezig is met historische stukken. Rijp, maar vooral groen passeren allerlei zaken de revue. Bij een collectie gaat het dan niet alleen om de inhoud, maar ook om de vorm. Hoe werden de stukken bewaard en waarom koos men voor bepaalde oplossingen. Was het weloverwogen of ging het om een tijdelijke oplossing? Was schaarste een drijfveer of gemakzucht? Ook dit soort dingen verdient aandacht in een E-boek over een collectie. 

In de loop van het project zullen we er een aantal van uitwerken in blogs of een webartikel. Wat je je daarbij kunt voorstellen? Ga eens kijken bij de rubriek Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo.

Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.*

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

Varia deel 1 – De brief van Anton van Duyl

In de Joseph Cuypers Collectie zitten niet alleen stukken van Joseph, maar ook van zijn familie, onder wie zijn vader Pierre J.H. Cuypers. Het is niet altijd duidelijk voor wie van de twee een bepaalde brief is bestemd. Dan moet je wat dieper graven en vooral niet schromen om de familie erbij te betrekken, zoals in het onderhavige geval.

Pierre J.H. Cuypers (I) door Thérèse Schwartze (1885-1909). Herkomst en verblijfplaats Rijksmuseum.
Pierre J.H. Cuypers (I) door Thérèse Schwartze. De precieze datum is onbekend, maar wordt geplaatst tussen 1885 (opening Rijksmuseum) en 1918 (jaar voor de dood van de kunstenares). Op basis van de brief van haar echtgenoot, waaruit een amicale relatie blijkt, kan het laatste jaartal teruggebracht worden tot 1909. Herkomst en verblijfplaats Rijksmuseum.

Opnieuw gaat het om een brief die in een boek is opgeborgen. Ditmaal staat niet het boek als opslagmedium centraal, zoals hieronder bij Van Can, maar om een ingenesteld stuk dat iets vertelt over de betreffende publicatie. Het gaat om de biografie van Leo van Heemstede (pseudoniem van Leo Tepe) over Paul Alberdingk Thijm (1827-1904), uit 1909.* Paul was de jongere broer van Jozef en Nenny (Antoinette) en was als historicus gepromoveerd op een voor die tijd behoorlijk kritisch wetenschappelijk onderzoek naar Willibrordus.* In zijn biografie zit een brief aan vermoedelijk Pierre senior, gelet op de aanhef ‘Hooggeachte heer en vriend’ die een verschil in senioriteit suggereert. Het stuk is gedateerd op 15 december 1909 en gaat onder meer in op de genealogische onnauwkeurigheden in de biografie. Pierre M. Cuypers (III) was zo goed om de handtekening te ontcijferen en de scribent te identificeren. Hij schreef me het volgende:

Een aantal aanknopingspunten in de brief:

  • er wordt gerefereerd aan een verjaardag te Amsterdam kort voor 15 december (19)09:
  • ondertekenaar is: A.G.C. van Duyl senior
  • schrijver is geïnteresseerd in de familie en is inhoudelijk goed op de hoogte, want hij heeft gelijk over de onnauwkeurigheden: Johann Heinrich Alberdingk (* 14 mei 1719 in Herstelle) trouwt op 15 november 1750 in Amsterdam met Geertruy Clasen (* 6 mei 1725 in Amsterdam). Dit echtpaar zijn de overgrootouders van Joseph, Antoinette en Paul Alberdingk Thijm. Uit het eerste huwelijk van Joannes Franciscus Alberdingk met Elisabeth Reydon werden twee kinderen geboren: Catharina (1811-1831) en Theo (1813-1881). Beiden heetten dus Alberdingk, maar werden later ook tot Alberdingk Thijm hernoemd, toen JF voor de tweede maal trouwde met Catharina Thijm.*

Betreft wellicht Anton Gillis Cornelis van Duyl (1829-1918), echtgenoot van Thérèse Schwartze, die leden van de familie geschilderd had.
De verwijzing naar de verjaardag slaat waarschijnlijk op zijn 80ste verjaardag. De man was hoofdredacteur geweest van het Algemeen Handelsblad.*

En zo krijgen we steeds meer inzicht in het netwerk van de familie Cuypers. Voor een biografie – of die nu over de collectie of de persoon gaat – is dat ideaal. Van de portretten van Thérèse Schwartze bevindt zich dat van Cuypers senior in het Rijksmuseum en dat van Rosa Cuypers – uit het eerste huwelijk van Pierre (I) – in het Cuypershuis te Roermond.* Schwartze was een belangrijke society portretschilder, wat opnieuw aangeeft dat de familie Cuypers – zonder meer dankzij het huwelijk van Pierre met Nenny – zich in Amsterdam op stand bewoog.

Varia deel 1 – De regie

In het archief gedeelte van de collectie bevindt zich van Joseph Cuypers, onder meer een ‘Biographie’, een ongedateerde typoscript van levensdata. Het laatste jaar dat ik erin vond was 1927, waarachter Joseph in potlood 1932 heeft geplaatst. Het stuk start als een egodocument met persoonlijke herinneringen, waarna een kroniek volgt. Die kroniek lijkt sterk op wat je terugvindt in verschillende herdenkingsartikelen bij gelegenheid van de 70ste verjaardag van de architect in 1931. Heeft men hem hierom gevraagd of heeft Joseph dit uit eigen beweging gedaan om de regie in de hand te houden. Dat laatste zou overeenkomen met het beeld in mijn artikel in De Spiegel van Roermond van 2017.*

Wat het des te interessanter maakt, is dat in een van die herdenkingsartikelen niet alleen Joseph, maar ook zijn vrouw Delphine lijkt te bepalen wat er gebeurt. Het betreft het themanummer in het tijdschrift Van bouwen en sieren uit 1931.* Aanvankelijk dacht ik dat Pierre (II) hier als regisseur naar voren trad, maar dat blijkt gelet op de verschillende handschriften, zijn moeder Delphine te zijn.* Op de omslag staat in potlood: ‘Pierre Cuypers’, in haar schuins lopende handschrift. Dit komt vaker voor bij meer nummers van hetzelfde tijdschrift, die zij kennelijk verdeelde onder de kinderen. In een van de artikelen zit een strookje aantekeningen in haar handschrift met het oog op publicatie in andere bladen. Los daarvan is later nog een krantenknipsel toegevoegd over het nieuwe raadhuis te Haaksbergen d.d. 10 mei 1939, van Joseph en Pierre (II) Cuypers.* Of dit een actie is van Delphine of haar zoon, valt niet uit te maken.

Pagina uit het artikel van Jan Stuyt over Joseph Cuypers bij zijn 75ste verjaardag in ‘Van bouwen en sieren’ uit 1931. Het strookje met aantekeningen links is van Pierre (II) Foto bvhh.nu 2018
Pagina uit het artikel van Jan Stuyt over Joseph Cuypers bij zijn 70ste verjaardag in ‘Van bouwen en sieren’ uit 1931. Het strookje met aantekeningen links is van Delphine Cuypers-Povel. Foto bvhh.nu 2018.*

Frappant dat we hier de vrouw achter de architect tevoorschijn zien komen. Van Josephs moeder, Nenny, wisten we dat ze nauw betrokken was bij de bedrijfsvoering, maar van Delphine niet. Wie weet wat er nog meer tevoorschijn gaat komen. Los daarvan is dit een mooi thema voor het E-boek: wat vertellen de stukken over hoe en dankzij wie de architectenfamilie zich profileerde?

Varia deel 1 – Ingenestelde stukken en de oude ordening

Het boek van Matheus van Can over Alberdingk Thijm dient tevens als opslagmedium voor allerlei stukken van en over Thijm. Foto bvhh.nu 2018.
Het boek van Matheus van Can over Alberdingk Thijm dient tevens als opslagmedium voor allerlei stukken van en over Thijm. Foto bvhh.nu 2018.

Archivarissen zijn gek op een oude ordening. Die lijkt zich onder meer voor te doen bij de publicatie van Matheus (H.L.M) van Can, J.A. Alberdingk Thijm, Zijn dichterlijke periode, proefschrift Leiden (1ste dr. Rotterdam: Vox Romana, 1936). Dit proefschrift is niet alleen een boek, maar ook een opslagmedium voor allerlei brochures en overdrukken van en artikelen over Thijm. In de inventaris beschrijf ik dit fenomeen als ingenestelde stukken. Omdat er geen brieven of andere archivalia in de strikte zin van het woord bij zitten, ligt dit probleem op het terrein van de bibliothecaris. Het exemplaar is van Joseph Cuypers, dus het ligt voor de hand om de inhoud apart als een deel van zijn bibliotheek te beschrijven. Wat denk je, geldt dat ook voor de krantenknipsels?

Varia deel 1 – Het Gildeboek

In de collectie zit een los deel van Het gildeboek, Orgaan van het St. Bernulphusgilde, uit 1948, met in potlood Charlot (Charles Cuypers). Het gildeboek blijkt in de laatste jaren van zijn bestaan uitgegeven te worden door Het Limburgsch Dagblad (Heerlen). Zegt dit wat over de invloed van het bisdom Roermond in die tijd op dit landelijke gilde? De redactie blijkt over heel Nederland verspreid te zijn en een realistische afspiegeling van clerici en leken in de kunst te bieden. Van de laatste zijn er dus meer dan van de eerste.

Dat is behoorlijk veelzeggend als je bedenkt dat het Gildeboek het tijdschrift was van het Bernulphusgilde dat in 1869 startte als educatief gezelschap voor kerkelijke kunst voor uitsluitend geestelijken.* Later in de eeuw opende het gilde zijn kringen voor leken. Tussen de clericale kopstukken treffen we al heel snel Joseph Cuypers en zijn vriend Antoon Derkinderen aan (1888).* Anno 1948 behoren tot de toonaangevende leken in de redactie onder meer de kunstcritici Pieter van der Meer de Walcheren en Jan Engelman, die ik uitvoerig behandeld heb in De genade van de steiger.*

Varia deel 1 – Opslagmedium of collectiestuk?

Een deel van het bestand aan tekeningen en foto’s van de Joseph Cuypers Collectie is opgeslagen in de omslag van september 1887 van de jaargang 1886-1887 van Documents classés de l’art dans les Pays-Bas du Xe au XVIIIe siècle, recueillis et reproduits par J.-J. Van Ysendyck.* Op zich heel interessant, omdat het vol prachtige foto’s zit van gebouwen in Vlaamse renaissance die nauwelijks verschilt van de ‘Oud-Hollandsche’ stijl, waardoor Cuypers senior zich liet inspireren voor zijn profane gebouwen. Mogelijk is dit nog gebruikt voor het Centraal Station te Amsterdam.

Wat doe je met deze vorm van hergebruik? Behandel je het item als een afzonderlijk collectiestuk? Maakte het origineel deel uit van de bibliotheek van Pierre J.H. Cuypers? En wat is er met de inhoud gebeurd?

Voor een foto van dit stuk volg deze link.

Wordt vervolgd!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen in varia deel 1 van de JCC

Nota bene — De * in het stuk hierboven linkt door naar de verwijzingen hieronder. De volledige titels van verkorte literatuur zijn te vinden in de Joseph Cuypers Collectie Bibliografie.

  • Voor Leo van Heemstede zie Krol, ‘Leo Tepe Van Heemstede’.
  • Zie Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 199-220.
  • Voor een genealogisch overzicht van Joannes Franciscus Alberdingk Thijm volg deze link.
  • Mail van Pierre M. Cuypers (III) d.d. 14 juni 2018. Voor Thérèse Schwartze zie het lemma op Wikipedia.
  • Voor een overzicht van de kinderen en de directe familie van Pierre Cuypers (I) volg deze link. Het portret van Rosa Cuypers staat op de beeldbank van het Cuypershuis. Daarnaast is er een portret van Mia Cuypers (particuliere collectie) dat het Cuypershuis bij gelegenheid van het Cuypersweekend in 2018 op Facebook heeft geplaatst.
  • Hubar, ‘De sortering van het verleden’.
  • Volledige titel: Redactie (Nic. Molenaar junior?) en Jan Stuyt. “Themanummer Joseph Cuypers 70 jaar”. Van Bouwen en Sieren. Veertiendaagsch-Tijdschrift Officieel Orgaan van de groepen Bouwkunst en Beeldende Kunst der Algem. R.K. Kunstenaars-Vereeniging, 1931. GAR, Collectie Joseph Cuypers.
  • Voor de verschillende handschriften zie de brieven in de doos ‘Brieven Joseph Cuypers e.d. [onleesbaar door waterschade] + kroniek’ (fotonummer JoCuy-IMG_4376.JPG). Tijdens de inventarisatie worden deze brieven geordend naar adressant. Behalve van Pierre (II) zitten hier ook brieven tussen van Michael Cuypers die in 1920 met zijn gezin via Londen naar Amerika vertrok.
  • In het ‘Avondblad’ van een onbekende krant. Nog achterhalen via Delpher.nl.
  • Redactie e.a., ‘Themanummer Joseph Cuypers 70 jaar’.
  • Voor meer informatie zie met name Lankhorst en Timmerman (Katholiek Documentatie Centrum),  Bibliografie van katholieke Nederlandse periodieken.
  • Zie het lemma ‘St. Bernulphusgilde’ op Wikipedia.
  • Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, p. 56.
  • Hubar, De genade van de steiger, pp. 130-144; 144-166.
  • Zie bibliografie JCC. Voor meer informatie over Jules Jacques van Ysendyck zie het betreffende lemma op Wikipedia.
  • Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze Facebookpagina en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.

Wil je het gemeentearchief van Roermond bezoeken? Dat kan door de week van maandag tot en met donderdag van 9:00 tot 17:00 uur.

Over Joseph Cuypers is nog meer te vinden bij De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2INMw9I-VanHH2Org | http://bit.ly/2INMw9I

Museumweek 2018 | Cuypersweekend 2018 | Pronkstuk Cuyperszaal van Joseph Cuypers

Museumweek 2018 en Cuypersweekend 2018 in het Cuypershuis te Roermond — Wie het Cuypershuis bezoekt en daar de ‘feestzaal’ in de zuidelijke vleugel binnenstapt, denkt dat hij te maken heeft met een ontwerp van Pierre J.H. Cuypers. Maar dat is niet het geval. Oorspronkelijk zaten in deze beuk de houtsnijders en meubelmakers die bij hun werk onder meer gebruik maakten van op stoom aangedreven draaibanken. Van 1907 tot 1908 vond een ingrijpende verbouwing plaats waarbij dit deel van het complex getrokken werd bij het woonhuis van de inmiddels tachtigjarige Pierre senior.* De volgende generatie in de persoon van zijn zoon, Joseph Cuypers, drukte hier een stevig stempel op door de ‘feestzaal’ te overdekken met een holle versie van de koepel van de nieuwe Bavo, die hij kort daarvoor had ontworpen (1906). Net als daar zijn ook in Roermond Moors aandoende motieven verwerkt.* Maar daarover een andere keer meer.

Deze diashow vereist JavaScript.

Museumweek 2018 | Cuypersweekend 2018 in de Cuyperszaal van het Cuypershuis. Wil je rustig tussen de dia’s bladeren, druk dan op de pauzeknop en navigeer zelf met de cursor.

Het Roermondse museum beschouwt terecht het eigen gebouw als collectiestuk nummer 1. Daarbinnen heeft de ‘feestzaal’ het even terechte predicaat gekregen van ‘pronkstuk Cuyperszaal’.

Vanaf de museumweek (9 tot en met 5 april 2018) tot en met het Cuypersweekend 99 en 10 juni 20180, staat in deze ruimte een tafelvitrine opgesteld met voorwerpen uit de collectie van Joseph Cuypers, die de familie in 2016 in bewaring heeft gegeven aan het gemeentearchief van Roermond. Er zit van alles in: een deel van zijn bibliotheek, dozen vol brieven, een flinke hoeveelheid half voltooide ontwerpen en – crème de la crème voor de echte liefhebber – zijn schetsboekjes vanaf zijn jeugd tot op hoge ouderdom. Behalve van Joseph zitten er ook stukken in van zijn vader, zijn zoons Pierre junior en Charles en van zijn vrouw Delphine.* Van haar wordt een aquarel van een bloemstuk getoond.

Daarnaast zijn enkele schetsboekjes te zien, het mooi vormgegeven jubileumalbum bij gelegenheid van het gouden huwelijksfeest van Joseph en Delphine, enkele publicaties van en over Joseph Cuypers, oude foto’s en ontwerpen, waaronder een 50 gulden biljet. Het moet gemaakt zijn voor 1890, want rechtsboven staat Willem III afgebeeld. Aan het handschrift te zien zijn de aantekeningen van Pierre senior. Of dat betekent dat hij het ontwerp heeft gemaakt, is de vraag, want het kan ook zijn dat hij opmerkingen heeft geplaatst bij het werk van zijn zoon. Alleen al de grafische productie van vader en zoon Cuypers is een aparte studie waard!

De collectie van Joseph Cuypers zal de komende jaren geordend worden als onderdeel van een E-boek en mogelijk zelfs een biografie, waarmee ik medio mei aan de slag ben gegaan.* Dit project wordt gekoppeld aan een tentoonstelling over Joseph Cuypers in het Cuypershuis. Er gaan mooie dingen gebeuren in de aanloop naar het volgende decennium!

En om het nog mooier te maken, Joseph Cuypers is jarig in het Cuypersweekend (10 juni 1861). Laten we zijn 157ste verjaardag vieren met een bezoek aan de plaats waar hij geboren is!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De museumweek 2018  loopt van 9 april tot en met 15 april.

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen:

  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette C.M. De nieuwe Bavo te Haarlem: ad orientem – gericht op het oosten. Zwolle; Haarlem: Wbooks ; Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, 2016. Je kunt het boek bestellen via deze link.
  • In 2006-2007 heb ik voorafgaand aan de restauratie en verbouwing van het Cuypershuis diepgaand onderzoek verricht naar het complex. Dat mondde uit in een cassette van drie rapporten en een samenvatting. Jammer genoeg was er tot dusver tijd noch financiële ruimte om de ontdekkingen na de verbouwing te verwerken en – naar aanleiding daarvan – de conclusies bij te stellen. Hubar, Bernadette van Hellenberg. Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 1 De stad in het klein. Res nova, Ohé en Laak 2007. http://bit.ly/Cuypers4all
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 2 Icoon van de natie. Res nova, Ohé en Laak 2007.  http://bit.ly/Cuypers4all
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg.“De sortering van het verleden. De archiefcollectie van Joseph Cuypers bij het gemeentearchief van Roermond“. Spiegel van Roermond 25 (2017), pp. 100–107.
  • Hubar, Van Hellenberg. “Archief Joseph Cuypers naar het Gemeentearchief van Roermond”. VanHellenbergHubar.org (blog), 28 januari 2016. http://bit.ly/1SlJIwW.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Joseph Cuypers in De Limburger”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2016. http://bit.ly/1PHUJ7J.

Om terug te gaan naar je vorige positie, kun je omhoog scrollen.

Je bent van harte welkom in het Cuypershuis. Wil je weten wat er nog meer te doen is, volg dan deze link.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2HjDL3o-VanHH2Org

Down memorylane

Omslag CBA Bovendonk Hoeven 2008

Het onderzoek naar Bovendonk van drie generaties Cuypers uit 2008 blijkt nog steeds actueel.

Soms kom je uit bij een trip down memory lane en dat was bij mij het geval met Bovendonk. Ik was op zoek naar wat Thijm ook al weer vond van de pondération van Viollet-le-Duc – want die speelt natuurlijk bij de nieuwe Bavo ook een belangrijke rol1 – en toen kwam ik uit bij dit onderzoek uit 2008. Dit was werkelijk een heel plezierig project samen met David Mulder en Wies van Leeuwen. David heeft de hoofdmoot van het onderzoek gedaan, produceerde samen met Wies stukken tekst in diverse soorten en maten, ik schreef de waardenstelling, voegde er het een en ander aan toe, waarvan ik weer wat meer wist (zoals polychromie) en Marij Coenen maakte er een rapport van.

Toen ik er toch mee bezig was, leek het wel aardig om de projectbeschrijving van dit oeuvre van drie generaties Cuypers on line te zetten. Dan kun je zelf constateren dat synergie tot vruchtbare resultaten leidt: http://wp.me/P4eh3s-DR.

En mooier nog, het rapport kan zonder kosten gedownload worden via Cuypers4all.2

O ja, voor de liefhebber: zondag 31 augustus ben je van harte welkom bij de lezing Caelestis urbs Jeruzalem die ik vroeg in de middag in de nieuwe Bavo te Haarlem geef (vergeet niet om je op te geven bij koster@rkbavo.nl). De bijeenkomst begint om 12:15 uur.3

Wordt vervolgd!

B.4

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

 


  1. Voor het onderzoek naar de nieuwe Bavo volg deze link

  2. Voor Cuypers4all volg deze link

  3. Zie het item Caelestis urbs Jeruzalem op deze site. 

  4. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-SI 

De nieuwe Bavo in verhalen


De nieuwe Bavo in verhalen

De titels van de items hierboven in het overzicht van deze pagina zijn gerangschikt op alfabetische volgorde, op de gecursiveerde titel na! Die is het meest actueel.

Zin in een voorproefje? Kijk dan eens hieronder!

De nieuwe Bavo in verhalen: Han Bijvoet, wonder Kana.

De nieuwe Bavo beschikt over een mooie collectie muurschilderingen van de kunstenaar Han Bijvoet (1897-1975), die vanaf 1925 tot zijn dood bij de kathedraal betrokken was. Tot dat oeuvre behoort ook het werk op de foto hierboven, die ik afgelopen zomer (2014) maakte. Het betreft het rechterdeel van de voorstelling op de kopwand van het zuidertransept, waarin de bruiloft van Kana wordt weergegeven:

Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ ‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’ Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. Toen zei hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze. En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’ Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem.*

Bijvoet was een epische kunstenaar pur sang die in zijn schilderingen de aloude epische traditie van de Rijksacademie hoog hield. Geleidelijk aan ontstaat gelukkig weer meer waardering voor het verhalende, figuratieve karakter van dit type werk, dat lange tijd als gedateerd werd verguisd.*

Gerelateerde onderwerpen

Met één klik op de afbeelding ga je naar …

Nes Amstel bvhh 19 juni 14 (31) bew (Large)  Recensie Mieke Rijnders 'Genade van de steiger' in Museumtijdschrift, mei 2014.  Merkelbeek mc 16 apr 14 (20) (Large)

B.

_________________________________

Post scriptum:

Het teken * in de bovenstaande tekst staat voor de volgende informatie:

  • Voor het leven en het oeuvre van Han Bijvoet zie de site www.bijvoet.org.
  • Voor het werk van Han Bijvoet in de nieuwe Bavo zie Erftemijer e.a., Getooid als een bruid, passim
  • Het bijbelcitaat gaat terug op Johannes 2, 1-11 en is ontleend aan www.willibrordbijbel.nl. De gecursiveerde passage is in dit deel van de schildering weergegeven.
  • Voor de herwaardering van dit type kunst zie mijn boek De genade van de steiger.
  • Meer weten over de nieuwe Bavokathedraal? Bezoek dan de volgende pagina’s:
  • Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-Or | http://bit.ly/VHH2nB-Verhalen

< Terug naar de projectpagina!
< [print_link]

 

Lambert Lourijsen in tweemaal de Agathakerk

De Agathakerk van Pierre Cuypers junior in Heemstede.
Een van de glazen, waarschijnlijk ontworpen door de architect, in de Agathakerk van Pierre Cuypers junior in Heemstede. Foto auteur 2014.

Dit is een aangeklede doorlinkpagina naar het geposte bericht: Lambert Lourijsen in Zandvoort.

Wat een dagje toeren rond Haarlem niet al brengt als je bezig bent met de architectenfamilie Cuypers. Stephan van Rijt, koster van de nieuwe Bavo, nam me op sleeptouw om het werk te bekijken van vader Joseph en zoon Pierre Cuypers junior in Heemstede, Aerdenhout en Zandvoort. Zo kwamen we ook uit bij deze bijzondere kerk van de jongste Cuypers, waar de monumentale kunstenaar Lambert Lourijsen een belangrijk deel van de inrichting verzorgde. Wat betreft de betegelde kruiswegstaties (1949) gaat het zelfs om zijn laatste opdracht. Joseph en Pierre junior Cuypers werkten overigens graag met hem, zoals blijkt uit de inrichting van hun kerk in Beverwijk, ook gewijd aan Agatha.


Agathakerk Beverwijk van Joseph Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers junior, hoofdaltaar, marmer en koper (Lambert Lourijsen) met tabernakel, kruis en reliëf (1925) – RCE |20291240
De Agathakerk te Beverwijk van Joseph Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers junior, heeft behalve mozaïeken ook een hoofdaltaar van Lambert Lourijsen, met tabernakel, kruis en reliëf (1925). Herkomst: Wikimedia Commons-RCE | nr 20291240.

Lourijsen was een toonaangevende kunstenaar, zoals blijkt uit het volgende fragment uit een artikel over mozaïek:

‘De mozaïkkunst is een dier kunsten, welke door de massa ‘t minst worden gekend, terwijl zij zich toch voor haar scheppingen steeds zoo gevoelig toont. Het mozaïkwerk in kerken faalt nooit, niemand kan aan haar stemmingsuggestie en kleurbekoring ontkomen. Men moet vooral niet denken dat de wondermozaiken alleen maar in de oudheid werden gemaakt in Griekenland en Italië, zelfs in dezen tijd leeft gelukkig de mozaikkunst weer op, ook in ons land. In tal van nieuwe katholieke kerkgebouwen wordt zij weer op ruime schaal toegepast en wij tellen een weliswaar klein getal kunstenaars van wie wij Lambert Lourijsen als een der grootsten noemen, die in dit werk een aanzienlijke hoogte hebben bereikt en meesterlijk de zeer groote bezwaren hebben overwonnen, welke aan die techniek dezer kunst vastzitten’.1

Het meesterschap van Lourijsen kan ook bewonderd worden in de Sacramentskapel van de nieuwe Bavo die in combinatie met het kathedraal museum iedere dag op maandag en zondag na te bezoeken is.

Over de kerk van Pierre J.J.M. Cuypers junior is een folder beschikbaar met interessante informatie: Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort.

B.2


  1. Anoniem, ‘Een en ander over wandmozaïken. Een kunst die uit het Oosten komt’, in: De Hollandsche revue jaargang 35 (1930), pp. 520-522. 

  2. Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-Gl.

    < Door naar naar de hoofdpagina

Lambert Lourijsen in Zandvoort

Lambert Lourijsen Zandvoort — 1 juli 2018 start een kleine tentoonstelling in de Agathakerk te Zandvoort over het werk van de kunstenaar Lambert Lourijsen. Een van de organisatoren, Dick Duijves, pastor emeritus, schreef een interessant stuk over dit initiatief om het 90-jarig bestaan van de kerk te herdenken. Meer daarover vind je onder deze link.

Terugblik anno 2018 op 2014 — Twee jaar geleden kwam mijn boek uit over – de restauratie van – de kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem. Dit project betekende een boeiende tocht door de tijd, waarbij ik onderweg heel wat plaatsen aandeed. Met regelmaat kwam ik zaken tegen waar een verhaal bij hoorde, zoals het mozaïek van Lambert Lourijsen (1885-1950) in de Agathakerk te Zandvoort van Pierre J.J.M. Cuypers junior (1891-1982).1 Daarover gaat deze blog.

In de Agathakerk

Lambert Lourijsen Zandvoort | Calvariegroep in de Agathakerk van Pierre J.J.M. Cuypers uit 1928. Foto bvhh.nu 2014.
Lambert Lourijsen (1885-1950), Calvariegroep in de apsis van de Agathakerk van Pierre Jean Joseph Michel Cuypers junior (1891-1982). De kerk dateert van 1928. Het mozaïek in de apsis is in hetzelfde jaar aangebracht, hetgeen voor de hand ligt bij een dergelijke prominente plaats voor de eredienst (foto bvhh.nu 2014).2

Een van de dingen die me trof bij het Zandvoortse mozaïek van Lambert Lourijsen (1885-1950) was het verschil met zijn werk in het zelfde medium  bij de Sacramentskapel van de nieuwe Bavo (1923-1926).3 Op een grotendeels leeg, gouden veld staat een Calvariegroep afgebeeld, geflankeerd door twee zwevende opschriften: adoramus te – Christe – et benedicimus tibi | quia per crucem tuam redemisti mundum (wij aanbidden je, Christus, en verheerlijken je | omdat je door jouw kruis de wereld hebt gered). Wat vooral treft, is het pure en uiterst sobere karakter van dit werk, alsof we zomaar een sprong in de tijd maken en direct van 1928 doorschieten naar midden jaren ’60, na het Tweede Vaticaans Concilie. In dit opzicht herinnert het aan het koormozaïek van Piet Gerrits in de Gerardus Majella in Tilburg (1922-1933). In beide gevallen vormt de versobering het resultaat van de invloed van de Beuroner school. In De genade van de steiger heb ik uitgelegd dat de kerkelijke kunstenaars in Nederland niet zozeer de stijl als wel de mentaliteit van Beuron in hun werk hebben overgenomen.4

Dat betekende onder andere een herinterpretatie van de oude symbolische tweedeling van het gebouw, van strijdende kerk in het schip en overwinnende kerk in koor en apsis. In dit laatste compartiment van het gebouw werden voorstellingen op een strenge, gestileerde manier toegepast: statische figuren met verstilde gezichten en gebaren tegen een egaal, liefst gouden fond. Of het nu Jan Dunselman, Piet Gerrits of Lambert Lourijsen is, dit hebben ze gemeen. Bij Lourijsen gaat het echter niet zomaar om Beuron, maar om Beuron door het filter van Jan Toorop. Want ook dat is in De genade van de steiger te voorschijn gekomen: hoe sterk het (katholieke) oeuvre van Toorop doordrongen was van Beuron en hoe superbe hij die invloed heeft getransformeerd in zijn eigen stijl.5 De manier waarop Lourijsen van dit filter gebruik maakt, herinnert aan de Roomse Haagse school: de figuren worden haast tot op het bot gestileerd, omdat men meende dat dat tot een overtuigend ascetisch resultaat zou leiden. In het koor verkeerde men immers in hemelse sferen, waarin voor aardse massa’s geen plaats was. De verheven locatie vraagt ook om gesublimeerde emoties: dus geen heftige dramatiek rond de kruisdood van Christus, maar ingehouden smart. Dit was de nieuwe kerkelijke kunst van de jaren twintig. In de kunstkritiek was hier veel waardering voor, zelfs als men van neutrale, niet-roomse huize was.6 Er gingen echter vanaf 1925 ook tegenstemmen op, met name in kringen van De Gemeenschap, waar Jan Engelman het voortouw nam. In De genade van de steiger heb ik hierover onder meer het volgende geschreven:

In 1931 maakte Jan Engelman de balans op van tien jaar kunstproductie en constateerde dat katholiek Nederland doorgeschoten was toen er eindelijk ruimte kwam voor kunstenaars ‘die zich hadden afgewend van de historische stijlen’. De ernst waarmee men had geëxperimenteerd, had geleid tot ‘veel godsdienstig bezielde kunst’, maar de nadruk lag te veel op godsdienst, meende hij niet zonder spijt. De vlam was er uitgedreven, zoals Engelman zei:

‘Zoodat vele nieuwe kerken er nu uitzien als tempels eener gewilde monumentaliteit, met beelden en voorstellingen, waarvan de soberheid vergeefs een armoede van het hart tracht te verbergen. Men heeft op kunstmiddelen [bedoeld worden die van Toorop – BvHH], die onder bepaalde omstandigheden goed zouden kunnen zijn, systemen gebouwd en verzuimd de hoogstrevende intenties vast te leggen in materie die leeft, materie die den artist gaat aankijken, biologeeren en zijn vlam doet terugslaan’. ((Hubar, De genade van de steiger, p. 312.))

Hoewel Engelmans kritiek de basis legde voor een nieuw type kerkelijke kunst, richtte ze ook schade aan. Ruimte om het kaf van het koren te scheiden was er niet, dus alles ging de container in. Dit lot heeft het oeuvre van de hiervoor genoemde kunstenaars zeker niet verdiend, zoals ook hierna zal blijken.

Lambert Lourijsen Zandvoort | Detail van de zeven watersprongen van de Calvariegroep (1928) in de Agathakerk te Zandvoort. bvhh.nu 2014.
Detail van de zeven waterstromen van de Calvariegroep van Lambert Lourijsen in de Agathakerk te Zandvoort. Foto bvhh.nu 2014.

Water

Een mooi symbolisch detail is de transformatie van de Calvarieberg, waarop het kruis staat, in de fontein van overvloed. Opnieuw komen enkele collega’s van Lourijsen langs. In de Obrechtkerk te Amsterdam combineerde Kees Dunselman in 1921 op een soortgelijke manier de vier paradijsstromen met een ander prominent thema dat met water te maken had, namelijk het dorstige hert. Oftewel, zoals hun tijdgenoot, de iconograaf Mattheaus Nieuwbarn over dit dier schreef:

‘Ook bekend symbool der vurige begeerte van de ziel naar de h. Kommunie, “gelijk een hert verlangt naar de waterbronnen” (des eeuwigen levens), vooral naar de zeven watersprongen der h. Sakramenten’.7

Zo vloeien de zeven stromen van de genade vanuit de bron die de Calvarieberg vormt langs de lambrisering het priesterkoor in. Je zou bijna zeggen dat in het abstracte mozaïek daaronder niet – zoals gebruikelijk – de aarde lijkt te zijn weergegeven, maar de wereld onder de waterspiegel, de zee.

Collega Jan Loots

Lambert Lourijsen Zandvoort | Jan Loots, Calvariegroep in het noordertransept van de nieuwe Bavo (circa 1925). bvhh.nu 2014.
Jan Loots, Calvariegroep boven de zogenaamde Mariapoort  in het noordertransept van de nieuwe Bavo.8 Het werk werd uitgevoerd in mozaïek door de Venetiaan Victor Bonata van de firma Wilhelm in Keulen (circa 1925; de Christusfiguur werd pas in 1951 toegevoegd ter vervanging van een houten corpus). De omringende schilderingen zijn van de hand van Han Bijvoet (1952). Foto bvhh.nu 2014.

Een iets vroeger voorbeeld is de voorstelling in het noordertransept van de nieuwe Bavo van Jan Loots9, circa 1925. Lourijsen heeft dit zeker gekend, omdat ook hij bij de kathedraal was betrokken. Het boogveld van de Mariapoort is afgezet met een tekstband waarin een zinsnede uit het Weesgegroet staat: Sancta Maria mater dei ora pro nobis peccatoribus (Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons, zondaars). Bij de voorstelling heeft Loots het thema van de kruising en de waterbronnen verenigd met dat van de boom des levens. In de ranken – een geliefd Beuroner motief10 – is de tekst verwerkt die Christus aan het kruis tot zijn moeder en Johannes sprak: Ecce mater tua (zie hier je moeder). Ecce filius tuus (zie hier je zoon).11 De opgeheven handen van Maria verwijzen volgens een oud iconografisch schema naar haar onbevlekte ontvangenis, waarmee ook dat dogma een plaats kreeg.12

Als we kijken naar de overeenkomsten met het werk van Lourijsen, dan gaat het ook hier om mozaïek, ook hier om een Calvariegroep, ook hier om de combinatie van de fontein van de genade, met de paradijsstromen en de zeven waterbronnen. Het was kennelijk een populaire iconografische variant onder de door Beuron geïnspireerde kunstenaars in de jaren twintig. Algemeen laat de kerkelijke kunst uit deze tijd verrassende iconografische combinaties zien. Vaak komt zoiets niet uit de lucht vallen, dus het roept de vraag op of er op dat moment vanuit Rome, of dichterbij, bepaalde geloofsthema’s zijn geactualiseerd die de kunstenaar op een meer aansprekelijke manier aan het kerkvolk kon overbrengen. Ook hiervoor bestond onder kunstcritici veel waardering.13

Pictor en mozaïst

Detail met de signatuur van de pictor, Lambert Lourijsen en van de mozaïst, de firma Beyer uit Keulen die dit werk uitvoerde in Venetiaans glas.14 Foto’s bvhh.nu 2014.

Ondertussen is er ook een duidelijk verschil tussen de mozaïeken. Terwijl Loots koos voor de firma Wilhelm in Keulen, ging Lourijsen in zee met de concurrent uit dezelfde stad, de Rheinische Mosaikwerkstätte Peter Beyer & Sohne. Omdat Loots met dit bedrijf al zijn mozaïeken zou maken, ziet het er naar uit dat de bisschop bij de keuze van de uitvoering de kunstenaar het laatste woord gunde.15 Op dit punt kan een parallel getrokken worden met de productie van glas-in-lood, waar over het algemeen ook sprake was van twee zelfstandige actoren bij het maakproces. Een van de weinigen in Nederland die het werk van pictor en mozaïst in één hand hield, was Anton Molkenboer, over wie ik in een later stadium kom te spreken.

De kruiswegstaties van Lambert Lourijsen in de Agathakerk zijn uitgevoerd als sectieltableaus in opaalglas. Dit laatste medium kwam op in de jaren dertig met name dankzij Joep Nicolas. Het werken in sectiel herinnert aan Toorop die op dit punt ook de kruisweg van Han Bijvoet in de nieuwe Bavo beïnvloed heeft. Bij de statie rechts staat rechtsonder het monogram van de kunstenaar en het jaartal 1949.16 Foto’s bvhh.nu 2014.

Maar ook over Lourijsen ben ik nog niet uitgesproken. Want behalve het mozaïek in de apsis en de Jozefkapel heeft hij later de glas-in-loodramen van de Agathakerk ontworpen (1948) en de kruisweg (1949), tevens zijn allerlaatste werk.17 Uitgevoerd als sectieltableaus, tonen de staties hoe trouw Lourijsen is gebleven aan de stijl die hij onder invloed van Toorop en Beuron ontwikkelde. Dat dit late oeuvre niet gedateerd oogt, geeft nogmaals aan hoe sterk de nieuwe kerkelijke kunst van de jaren twintig lijkt te anticiperen op de versobering van Vaticanum II.

Maar daarover vertel ik een andere keer.

B.18

Referenties en vervolg

In het vervolg verwacht ik nog een keer aandacht te besteden aan de volgende thema’s:

  • het Beuroner motief van de ranken: zeker in combinatie met het kruis als boom des levens en de stromen is dat op zijn beurt vrijwel zeker ontleend aan het beroemde vroegchristelijke apsismozaïek van de San Clemente te Rome, circa 1200. In De genade van de steiger verwijs ik naar het mausoleum van Galla Placida dat ook een goed referentiebeeld geeft, maar het apsismozaïek van de San Clemente staat nog dichter bij het werk van Loots.19
  • een heel bijzondere verwerking van dit Beuroner thema laat Charles Eyck zien met zijn schilderingen in Rumpen (Brunssum) in 1929.20

Nota bene — In de voetnoten gebruik ik onder meer verkorte titels die volledig aangehaald zijn in de bibliografie van deze site.21


  1. Met dank aan Stephan van Rijt, koster van de nieuwe Bavo, die de excursie organiseerde naar het werk van vader Joseph en zoon Pierre Cuypers in Heemstede, Aerdenhout en Zandvoort. Voor Pierre J.J.M. Cuypers zie het lemma op Wikipedia. Voor Lourijsen, die ook vermeld wordt als Lourysen en Lourijssen, zie het RKD. Voorts Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 231-233; 233-235. Over de kerk is een folder beschikbaar met mooie informatie: Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort. 

  2. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, p. 2. 

  3. Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 233-235. 

  4. Hubar, De genade van de steiger, pp. 243-244; 253-254: Piet Gerrits respectievelijk in Tilburg en evaluatie van onder meer de Beuroner invloed; pp. 468-469: over de Beuroner school en haar invloed. 

  5. Hubar, De genade van de steiger, pp. 273-306: Toorop en (onder meer) Beuron. 

  6. Van der Boom, ‘Mozaïek Jan Loots’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift (1925) pp. 293-295. Voorts http://wp.me/a4eh3s-E6

  7. Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, p. 89. 

  8. Voor de benaming Mariapoort zie: Van der Boom, ‘Mozaïek Jan Loots’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift (1925) p. 294. 

  9. Over Jan Loots zie Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 235-237. Voorts http://wp.me/a4eh3s-E6

  10. Hubar, De genade van de steiger, i.h.b. p. 255. 

  11. Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, p. 237. 

  12. Hubar, De genade van de steiger, p. 201: iconografie Maria onbevlekt ontvangen. 

  13. Van der Boom, ‘Mozaïek Jan Loots’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift (1925) pp. 293-295. Voorts http://wp.me/a4eh3s-E6

  14. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, p. 3. 

  15. Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, p. 233. 

  16. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, p. 6. 

  17. Rondleiding in de St. Agathakerk te Zandvoort, pp. 2-3; 6. 

  18. Anno 2018 heeft zich de gelegenheid nog niet aangediend om dit verhaal voort te zetten. Wel hebben tussentijdse onderzoeken, zoals die voor #KunstinBreda en in de kathedraal van Rotterdam de hier geschetste inzichten versterkt. 

  19. Hubar, De genade van de steiger, i.h.b. p. 255. Zie voorts het lemma over de San Clemente op Wikipedia

  20. Hubar, De genade van de steiger, i.h.b. pp. 254-260. 

  21. Zie de bibliografie van deze site.

    Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Lambert Lourijsen in Zandvoort’, op: Vanhellenberghubar.org: http://wp.me/p4eh3s-sF (2014). Verkorte link van dit item: bit.ly/1QPcZRQ-VanHH2Org 

De jongste Cuypers in Zandvoort

Cuypers Heemstede bvhh 15 mei 2014 (189)

Interieur van de Agathakerk uit Zandvoort van Pierre J.J.M. Cuypers junior (1891-1982) uit 1928. Je zou het niet zeggen, maar er zijn verschillende overeenkomsten tussen dit gebouw en de nieuwe Bavo, waaraan hij in de laatste fase (1929-1930) heeft meegewerkt. Dat geldt met name voor het decoratieprogramma, dat in een ander item aan de orde zal komen. Bijzonder is de met glad geschaafd hout afgeschoten kap op geknikte schoren. Hoewel de dragende onderdelen aan het oog onttrokken zijn, volgt de bekleding de structuur, waardoor deze herkenbaar is gebleven. Hoewel het jammer is dat de oorspronkelijke banken verdwenen zijn, wordt de nieuwe opstelling met lichte, houten stoelen als meer uitnodigend ervaren. Met het oog op de toename van het medegebruik van kerken is dit zeker niet overbodig.

B.

____________________

Gerelateerde onderwerpen:

  • De Agathakerk in Zandvoort als ontdekking tijdens de Cuypersexcursie in Heemstede en omgeving (mei 2014).
  • De nieuwe Bavokathedraal.

 

Cuypers4all

Cuyperiana: omslag van het rapport over het Kruiswegpark uit 2006  Cuyperiana: omslag van het rapport over het familiegraf van P.J.H. Cuypers uit 2005.
In het rapport links over een van de laatste ontwerpen van Cuypers wordt de schijnwerper onder meer gericht op de symboliek van de flora die vooral gewijd is aan de passiecyclus en Maria. Het rapport rechts spreek voor zich. Je kunt de bestanden gratis downloaden via de links Kruiswegpark en Familiegraf Cuypers.  

De collectie bestanden over het werk van de architecten Cuypers kan zonder kosten geraadpleegd en gedownload worden via de map van VanHH.org op Google drive: http://bit.ly/Cuypers2all. Als er gebruik van wordt gemaakt, wel graag verwijzen naar de bron.

Wat zul je hier onder meer kunnen vinden:

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, De muziek van het licht, Cuypers’ polychromie, Res nova, Ohé en Laak 2007: http://bit.ly/Muziek-polychromie
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 1 de stad in het klein, Res nova, Ohé en Laak 2007: http://bit.ly/Cuypershuis-Cassette.*
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 2 Icoon van de natie, Res nova, Ohé en Laak 2007. Hier zit onder meer een paragraaf over vader en zoon Cuypers als tuinarchitect: http://bit.ly/Cuypershuis-Cassette
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Wies van Leeuwen en David Mulder, Bovendonk te Hoeven, Cultuur- en bouwhistorische analyse van het voormalige seminariecomplex van Pierre J.H. en Joseph Th.J. Cuypers, Res nova, Ohé en Laak 2008. Over dit complex is afgelopen jaar een boek verschenen, waarin enkele aspecten van ons onderzoek door David Mulder in korte items zijn samengevat.
  • Leeuwen, A. J. C (Wies) van. Alberdingk Thijm, bouwkunst en symboliek. Ohé en Laak: Cuypers Genootschap, 1989. http://bit.ly/2retpLg-VanLeeuwen

Van de collectie Cuypers assortiment+ die te zijner tijd on line zal gaan, zal alleen tegen een donatie gebruik gemaakt kunnen worden.

Daarnaast kun je natuurlijk prachtige verhalen vinden in het collectie van de nieuwe Bavo op deze site. Aan dit opus magnum van Joseph Cuypers heeft niet alleen hij, maar ook zijn vader Pierre J.H. Cuypers en in nog sterkere mate zijn zoon Pierre J.J.M. Cuypers junior gewerkt.

En dan hebben we het nog niet gehad over de Joseph Cuypers Collectie, waar we sinds een jaar druk mee bezig zijn!
Het project komt met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over de architecten Cuypers een nog grotere actieradius bereiken!

Wordt vervolgd!

B&M*

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen:

  • Zowel dit als het volgende deel is geschreven ten behoeve van en dus vóór de laatste restauratie van Museum Cuypershuis. Voor een deel zullen de conclusies en vermoedens dus niet langer actueel zijn.
  • Op het gebruik van Bibliodoc zijn de disclaimers van de betreffende pagina en van deze site van toepassing.

Het zou fijn zijn als je dit webitem wilt delen. Dat kun je doen via de knop delen aan het einde van deze pagina (liefst met de hashtag #Cuypers4all).

Verkorte link van deze pagina: http://bit.ly/Cuypers4all (niet te verwarren met de bestandsmap on line: http://bit.ly/Cuypers2all).

← Terug naar de inhoudsopgave van Bibliodoc!