Succesvolle crowdfunding Cuypersplafond

Succesvolle crowdfunding Cuypersplafond — 6 oktober 2019 stond de teller op 100%! De crowdfunding voor het #Cuypersplafond in het Cuypershuis is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectie opstelling in museum Cuypershuis. 

Als ambassadeur hebben we ons steentje, of liever wat kleurpigment, bijgedragen aan deze actie door hiervoor aandacht te vragen op Facebook, Twitter, LinkedIn en Instagram.

We hebben de sociale media gevoerd met de volgende items (in chronologische volgorde):

Cuypers en ons schrijverscollectief — Van ons schrijverscollectief is Bernadette al vanaf haar afstuderen in 1979 bezig met de architecten Cuypers*, terwijl Marij vanaf 2004 betrokken is bij alles wat tot het Cuypers assortiment gerekend kan worden; als co-auteur, fotograaf, beeldredacteur en/of eindredacteur van de stukken. Sinds we gewerkt hebben aan het boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal te Haarlem (2013-2016) zijn we hoofdzakelijk bezig met de zoon van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Cuypers, die na het einde van de Eerste Wereldoorlog met zijn gezin in het Cuypershuis in Roermond gaat wonen en daar – te beginnen in 1907 – verschillende verbouwingen op zijn naam heeft staan. Op dit moment zijn we druk bezig met de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief, waarover dit jaar nog ons E-boek verschijnt. Daarover vind je meer via deze link.

Tussendoor komt de oude Cuypers regelmatig langs, zoals bij het onderzoek naar Cuypersornamenten voor de N280 – jammer genoeg ligt Cuypers met 80 km per uur nog onder embargo* – en deze fondsenwerving voor het #Cuypersplafond. Beide projecten waren een pracht van een aanleiding voor Bernadette om zich weer te verdiepen in haar oude liefde: kleur, polychromie en monumentale schilderkunst!* Een totaal ander onderwerp dus als de eerdere crowdfunding voor het Cuypershuis – het herstel van de glasnegatieven – waar we eveneens als ambassadeur bij betrokken waren: ook al werd Cuypers senior hierin centraal geplaatst, het gros van de collectie komt uit de tijd dat Joseph Cuypers de scepter zwaaide.* 

Al deze onderwerpen komen met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten als de bovenstaande een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &
  • We spreken tegenwoordig over de architecten Cuypers, omdat inmiddels gebleken is dat zowel Pierre J.H. Cuypers en zijn zoon Joseph Th.J. Cuypers, als Joseph Th.J. Cuypers en diens zoon Pierre J.J.M. Cuypers op zo’n manier hebben samengewerkt dat van een dubbel of zelfs drievoudig auteurschap gesproken kan worden. Een markant voorbeeld is de zogenaamde kathedraal van Amsterdam, de Willibrordus buiten de Veste. De oostpartij was van Pierre J.H. Cuypers, schip en transept van zijn zoon Joseph en de vieringtoren van Pierre J.J.M. Cuypers. Zie hiervoor het item over Clemens Merkelbach van Enkhuizen.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. Cuypers met 80 kilometer per uur. De uitmonstering van de N280 te Roermond. Maastricht/Ohé en Laak: Provincie Limburg/VanHH.Org, 2019.
  • Bernadette publiceerde over de polychromie van Pierre J.H. en Joseph Cuypers naar aanleiding van de inmiddels grotendeels verdwenen uitmonstering van de Servaaskerk (1884) en het herstel van de kleuren in de Teekenschool van Roermond (1997). Wat betreft kleur en polychromie schreef ze vanaf 2004 samen met Marij het rapport in het kader van het grote onderzoek naar het Cuypershuis (De muziek van het licht, 2007), het inmiddels uitverkochte boek De genade van de steiger (2013), het eveneens uitverkochte boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem (2016) en het hierboven genoemde onderzoek over de N280 (2019).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. “Ambassadeur voor Cuypers’ glasnegatieven”. if then is now, 2017. http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2. Zie verder dit item op deze site. 

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/33acc66

← Naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Hoe zeldzaam is het Cuypersplafond?

Hoe zeldzaam is het Cuypersplafond in het Cuypershuis? — Voordat we dat vertellen even een update: 6 oktober 2019 stond de teller op 100%! De crowdfunding is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectie opstelling in het Cuypershuis. Dus voordat je gaat lezen hoe zeldzaam dit plafond is, willen we zeggen … tot volgend jaar in Roermond!

Vue op de kleurstelling van de draken van het plafond door Claudia Junge van de SRAL. Herkomst Cuypershuis 2019.

Vue op de kleurstelling van de draken van het plafond door Claudia Junge van de SRAL. Herkomst Cuypershuis 2019. Klik op de draak om te doneren!

Hoe zat het nu met die zeldzaamheid? We hebben het al eens eerder gezegd; we zijn heel voorzichtig met het woord ‘uniek’. Als alles uniek wordt genoemd wordt die kwalificatie erg sleets en raakt het woord zijn overtuigingskracht kwijt. Maar we kunnen er niet omheen, het #Cuypersplafond is echt uniek, dus hoogst zeldzaam.

Waarom dat zo is? Uit deze tijd, 1859, is nauwelijks polychromie van Cuypers behouden gebleven, en al helemaal geen burgerlijke polychromie, laat staan polychromie in zijn eigen woning, laat nog meer staan polychromie die hij speciaal ontworpen heeft om zijn nieuwe vrouw, Antoinette Alberdingk Thijm, welkom te heten. Het plafond is eigenlijk een grote liefdesverklaring, en – zoals we vertelden bij de draken – een lofzang op Gods verbeeldingskracht, waar de creatieve mens, man èn vrouw, in participeert. 

Wat betreft de specifieke vraagstelling over kleuren en hun toepassing vind je meer hieronder in de paragraaf over het plafond uit het rapport De muziek van het licht, dat Bernadette in 2007 schreef.

Segment Cuypersplafond uit De muziek van het licht

Zo zeldzaam is het Cuypersplafond dus! Ook al zijn er slechts fragmenten van teruggevonden, door de opmeettekeningen van Harrie Hovens en de historische foto’s kan een overtuigende reconstructie gerealiseerd worden.

Je kunt het hele rapport downloaden via Cuypers4all.

We hebben nog wat andere verhalen over het Cuypersplafond, zoals over de draken, de polychromie en de herontdekking van de schilderingen in 2007.

Om de laatste 24 donateurs te bereiken kun je ons helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn als je daarbij de hashtag #Cuypersplafond gebruikt. 

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

O ja, en vergeet niet te doneren!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2o3qXsB

← Naar de hoofdpagina van Succesvolle crowdfunding #Cuypersplafond

Draken tegen het plafond

Draken tegen het plafond — 6 oktober 2019 stond de teller op 100%! De crowdfunding is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectie opstelling in het Cuypershuis. De draken maken een rondedans van plezier omdat ze weer terug kunnen naar het #Cuypersplafond. 

Je wil meteen doneren? Klik dan op het gezelschap draken hieronder en maak het verschil! 

KLIK om te doneren voor het #Cuypersplafond in het Cuypershuis | Collage bvhh.nu

Hoe ‘middeleeuws’ waren de draken tegen het #Cuypersplafond in het Cuypershuis? Dat zie je in deze collage waar we enkele voorbeelden naast elkaar hebben gezet tussen de exemplaren van het Cuypershuis, waarvan er overigens eentje ontbreekt; a) een gevleugelde draak uit de late twaalfde eeuw, b) vervolgens een griffioen circa 1460, c) daarna een prachtvoorbeeld uit het album van Villard de Honnecourt (1278–1300) en d) tenslotte een tweekoppig voorbeeld circa 1278–1300.1 De overige draken horen bij het #Cuypersplafond. bvhh.nu 2019. Klik hier voor een vergrote weergave!

Je krijgt vast meer over de collectie monsters hierboven te horen als Cuypers’ biograaf, dr. Wies van Leeuwen, 3 oktober (14:00 uur) een rondleiding geeft in het Cuypershuis.2 Wies is net nog wat langer bezig met Cuypers dan Bernadette. Ze hebben elkaar in 1979 leren kennen, toen hij in een zaal vol vijandige Maastrichtenaren een pleidooi hield voor het behoud van Cuypers’ uitmonstering in de Servaaskerk. Dat is de opmaat geweest voor de oprichting van het Cuypersgenootschap in 1984 (jammer genoeg een vergeefse strijd, zoals bekend). Wat zou hij je kunnen vertellen over de draken tegen het plafond? 

Heel wat, want Wies heeft behalve over Pierre Cuypers ook gepubliceerd over de symboliek van Jozef A. Alberdingk Thijm, de broer van Nenny en beste vriend van haar man.3 Bladeren we door het standaardwerk van Thijm over kerkbouwsymboliek, De Heilige Linie, dan komen we bij de volgende passage:

Wij behoeven niet te wijzen op de talloze afbeeldingen uit de dieren- en plantenwaereld, die aan gothische kerken gevonden worden. Alles had, om en bij de kerken, zijne beteekenis; tot zelfs de boomen en planten in den kloosterhof getuigt Durandus (in de XIIIe Eeuw), dat de verscheidenheid der deugden verbeeldden, en de put, in het midden, de overvloed der hemelsche gaven. Men heeft in de waterspuyers (gargouilles) der kerken, en de monsters, die somtijds door zuilen of andere zwaarten verpletterd worden, wel eene afbeelding der verdreven of vertreden helsche geesten en der bestreden zonden meenen te vinden 3). De H. Bernardus betoont zich, op eene bekende plaats 4), geen voorstander van het verbeelden van dieren enz. binnen de muren der kloosters; het stoort de aandacht der broeders. Voor de kerken laat hij het echter toe, en het is ook allerwaarschijnlijkst dat men er gedeeltelijk mee op het oog heeft gehad den CXen Psalm te kommentariëeren: „Over de adder en den baziliskus zult gij binnengaan en vertreden den leeuw en den draak” 5) gedeeltelijk den CXLVIIIen, waar gezegd wordt, dat zelfs draken en ongedierten ‘s Heeren lof zullen verkondigen 6).4

Is dit wat zich boven de hoofden van het echtpaar Cuypers-Alberdingk Thijm en hun gezin en gasten afspeelde? De lof op de schepping van God, waarin de verstrengelde initialen in het monogram gekoppeld aan de beesten op de hoeken van het plafond het muzikale echtpaar verbeelden, dat met deze fantasiedieren een koor vormen? Cuypers zong destijds in Roermond in een mannenkoor en van Nenny is de muzikaliteit meer dan bekend. Gelet op het feit dat het Cuypershuis van binnen op de schop ging toen ze er kwam wonen, staat het wel vast dat zij intensief heeft meegedacht over het plafond.5

De opmetingstekening van museummedewerker Harrie Hovens uit 1977 geeft een beeld van de indeling van het cassettenplafond. Herkomst Cuypershuis Roermond.

Als deze uitleg klopt, dan zat men er in die tijd niet ver naast. Afgelopen zomer liep een tentoonstelling in het Getty Museum met de veelzeggende titel Book of Beasts: The Bestiary in the Medieval World.6 Op het platform Hyperallergic stond een interessante bespreking waarin men wijst op de rol van Augustinus. Volgens auteur Sarah Bond zag deze kerkvader fantastische beesten als tekenen van God die nader geïnterpreteerd moest worden. Ze had hierover contact met kunsthistoricus Asa Mittman, schrijver van Maps and Monsters in Medieval England, die vertelde:

[To Augustine], the seemingly impossible, unnatural elements of monsters — humans with dog-heads, with fish tails, lions with bird wings, immortal creatures, fire-breathing creatures, and all the rest — are possible because God established the laws of nature, and they do not apply to him. Indeed, by breaking them, Augustine believed, God showed his infinite power.

[Voor Augustinus] zijn de schijnbaar onmogelijke, onnatuurlijke aspecten van monsters – mensen met hondenkoppen, met vissenstaarten, leeuwen met vogelvleugels, onsterfelijke wezens, vuurspuwende wezens en al de rest – mogelijk omdat God de wetten van de natuur schiep; en die zijn niet op hem van toepassing. Juist door ze te breken, meende Augustinus, toonde God zijn oneindige kracht.

Dus niet alleen zingen ze – zoals in het Te Deum en het Benedicite – als onderdeel van al het geschapene Gods lof, maar ze demonstreren ook nog eens Zijn buitengewone vermogens. Zo zou je het plafond kunnen opvatten als een ode op de creativiteit van God, in wiens scheppingskracht de mens die gemaakt is naar Gods beeld – zoals Thijm zou zeggen – participeert; en die mens wordt in het plafond vertegenwoordigd door Pierre en Nenny, verstrengeld in hun monogram.7 

Wat zou het spannend zijn om dit verder uit te zoeken! Voor nu is het voldoende om te constateren dat reconstructie van dit plafond ook vanwege de bijzondere betekenislading zeer gewenst is. 

We kunnen alleen maar zeggen: ga naar de rondleiding van Wies van Leeuwen donderdag 3 oktober (14:00 uur)! De entree van 5 euro komt ten goede aan de crowdfunding. En als je nu al wil doneren, klik je gewoon op het gezelschap draken hierboven dat verlangend uitkijkt naar een plaatsje op het plafond. Heb je trouwens gezien dat er eentje ontbreekt? We zijn heel benieuwd hoe ze die gaan invullen.

We hebben nog wat andere verhalen over het Cuypersplafond, zoals over de kleurtoepassing, polychromie en de herontdekking van de schilderingen in 2007.

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  1. Herkomst van de middeleeuwse voorbeelden in de collage: a) Screenshot V&A Museum London, 244:3, Leaf from choir-book with initial S in red pen-work on green and blue ground depicting a dragon. Netherland. late 12th century. b) KB Den Haag, 72 A 23, fol. 46r, Chapter 47, Griffin, Fol. 46r: drawing (coloured), 46r, 100×100; Griffin (detail) from Book of Flowers (text in Latin), French and Belgian, 1460; artist unknown, author, Lambert, canon of Saint Omer. c) BnF (Bibliotheque Nationale de France) Gallica. Villard de Honnecourt , Album de dessins et croquis (circa 1175-1240). d) A Winged Dragon (detail) in a bestiary, 1278–1300, unknown illuminator, Franco-Flemish. Tempera colors, pen and ink, gold leaf, and gold paint on parchment, 9 3/16 × 6 7/16 in. The J. Paul Getty Museum, Ms. Ludwig XV 4, fol. 94. Digital image courtesy of the Getty’s Open Content Program.
  2. Voor meer informatie zie de aankondiging op Facebook.
  3. Van Leeuwen, Pierre Cuypers, pp. 51-20. architect. Van Leeuwen, Alberdingk Thijm (voor de volledige titels surf naar de bibliografie).
  4. Thijm, De Heilige Linie, p. 113 (voor de volledige titel surf naar de bibliografie).
  5. Hubar, Rien de pareil, deel 1, pp. 41-42, pp. 108-113. Hubar, Rien de pareil, deel 2, pp. 246-270.
  6. De tentoonstelling Book of Beasts: The Bestiary in the Medieval World in The Getty Center in Los Angeles is besproken door Bond, Sarah E. “Interpreting the Beasts of the Middle Ages”. Hyperallergic, 8 juli 2019. http://bit.ly/2naOkjp.
  7. Zie hiervoor Bond, “Interpreting the Beasts of the Middle Ages”. Het is de vraag of deze visie ook speelde bij de monsters die in de bouwsculptuur van de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem zijn verwerkt, waar het programma door Joseph Cuypers en de latere bisschop A.J. Callier ontwikkeld werd. Daar zijn we er steeds vanuit gegaan dat de visie van Thomas van Aquino op de schepping een rol heeft gespeeld. Hubar (en Coenen), De nieuwe Bavo te Haarlem (zoektoets monster) (voor de volledige titel surf naar de bibliografie). Wat daarin wel een rol speelt en ook in de kunsttheorie van Thijm prominent figureert, is dat de creativiteit van de mens een directe afgeleide is van Gods scheppingskracht. Zie Hubar (en Coenen), De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 141-144, 178; en Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 130-131, 231-232, 364, 387-388.
Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

O ja, en vergeet niet te doneren!

Verloop vanaf de plaatsing van dit bericht 28 september 2019
  • 4 oktober 2019 staat de teller ‘s morgens op 98%, dus met nog 3 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen, zeker als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! Er zijn nog maar 40 tientjes nodig, dus doe mee en maak het verschil door hier te doneren!
  • 3 oktober 2019 stond de teller eind van de middag op 98%, dus met nog 3 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! Er zijn nog maar 50 tientjes nodig, dus doe mee en maak het verschil door hier te doneren!
  • 3 oktober 2019 staat de teller op 89%, dus met nog 3 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! En vele tientjes maken het verschil!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2nbUhMH-VanHH2org

← Naar de hoofdpagina van Succesvolle crowdfunding #Cuypersplafond

Cuypersplafond Cuypershuis | Lezing SRAL over de kleuren van Cuypers

Cuypersplafond Cuypershuis lezing — 6 oktober 2019 staat de teller op 100%! De crowdfunding is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectie opstelling in het Cuypershuis. Dus laten we zeggen … tot volgend jaar in Roermond!

Stand van zaken bij de plaatsing van dit bericht op 24 september 2019

Het loopt goed met de crowdfunding van het Cuypershuis voor de reconstructie van het plafond dat Pierre Cuypers in 1859 ontwierp voor zijn bruid Nenny (Antoinette) Alberdingk Thijm. Ruim 60% van het streefbedrag is binnen! Bravo! Nu de overige circa 7000 euro nog. Als nu 700 mensen een tientje doneren! 

We zijn altijd heel voorzichtig met het woord uniek, omdat het zo sleets is. Liever gebruiken we dan begrippen als zonder weerga, equivalent of hoogst bijzonder. Maar eerlijk is eerlijk … dit plafond verdient absoluut de betiteling uniek. Er zijn nauwelijks burgerlijke plafonds van de hand van Pierre J.H. Cuypers behouden gebleven en dit was dan ook nog eens gemaakt voor zijn eigen woonhuis. Hoe bijzonder kan dat zijn!

Wil je nu al doneren klik dan op de draak!

De instelling die ongetwijfeld de meeste ervaring heeft met de restauratie van uitmonsteringen van de architecten Cuypers, is de SRAL, voluit bekend onder de naam van Stichting Restauratie Atelier Limburg. Dit instituut heeft een belangrijke rol gespeeld bij het terugbrengen van de kleuren van de architecten Cuypers in het Rijksmuseum. Adjunct-directeur René Hoppenbrouwers geeft 26 september – overmorgen – een lezing over de kleuren van Cuypers.

De entree van 5 euro komt ten goede aan de crowdfunding!

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Het blijft intrigeren, de polychromie van de architecten Cuypers. Ik schreef er in 1984 over naar aanleiding van de inmiddels grotendeels verdwenen uitmonstering van de Servaaskerk, in 1997 over de kleuren in de Teekenschool van Roermond, in 2007 in het kader van het grote onderzoek naar het @Cuypershuis (‘De muziek van het licht’), en in 2016 over de polychromie binnen en buiten van de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem. Nog steeds is niet precies duidelijk uit hoe vader en zoon, Pierre en Joseph Cuypers hun uitmonsteringen ontwierpen. Met name de manier waarop ze hun kleurengamma’s samenstelden zonder dat die met elkaar vloekten, is een groot raadsel. O ja, ze gebruikten de kleurendriehoek, ze kenden de theorieën van Owen Jones en Viollet-le-Duc, en vrijwel zeker ook Goethe’s Farbenlehre en de theorieën van Chevreul, maar hoe dat toverstokje eruitzag … na deze lezing komt het antwoord vast weer een paar stappen dichterbij. Alvast een kijkje nemen in ‘De muziek van het licht’? Surf dan naar http://bit.ly/Cuypers4all. Om te doneren volg je deze link: bit.ly/2ZuRNeV-Cuypersplafond ___________________ #Cuypersplafond, Cuypershuis, @Cuypershuis

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all) op

We hebben nog wat andere verhalen over het Cuypersplafond, zoals over de kleurtoepassing, de draken en de herontdekking van de schilderingen in 2007.

Hadden we al verteld over de draak waarop je kunt klikken om te doneren? 

Toe maar …

;-) B&M 

Klik op de draak om direct te doneren!
Klik op de draak voor de doneerpagina!


Et cetera

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2QZbSlU

← Naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment

Crowdfunding reconstructie plafond Cuypershuis

Crowdfunding reconstructie plafond Cuypershuis — 6 oktober 2019 stond de teller op 100%! De crowdfunding is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectieopstelling in het Cuypershuis. Dus we zouden zeggen … tot volgend jaar in Roermond!

Oral history | Hoe de schilderingen herontdekt werd in 2007

Het gebeurt wel vaker dat je herinneringen ophaalt naar aanleiding van een concreet bericht op de sociale media. Dat overkwam Karl Pesch Konopka en mij (Bernadette) toen op Cuyperiana het bericht verscheen over de crowdfunding van het #Cuypersplafond in het Cuypershuis:

In 2006-2007 waren samen met Karl intensief bezig met de cultuur- en bouwhistorische analyse en het gebrekenplan van wat toen nog Stedelijk Museum ‘Het huis van Cuypers’ heette.1 Dit gebeurde in nauw overleg met de toenmalige directeur, Ridsert Hoekstra, die anders dan de meeste van zijn voorgangers zeer betrokken was bij het gebouw. De opdracht was om onderleggers te leveren voor de restauratie en verbouwing van het museum die in de jaren daarna zou volgen. Tegelijkertijd werd gevraagd om materiaal aan te leveren voor toekomstige tentoonstellingen over het complex en zijn bewoners en gebruikers. Dat resulteerde in een cassette met verschillende rapporten die je via Cuypers4all kunt bekijken en downloaden. 

Dankzij de enthousiaste inzet van de medewerkers van het museum kwamen toen de stukken tevoorschijn – waaronder de tekeningen op schaal 1:1 van H. Hovens (oktober 1977) – die nu de basis vormen voor de reconstructie van het plafond. Op dat moment werd eerst goed duidelijk wat de verbouwing van de jaren ’70 teweeg had gebracht. Zowat alle plafonds zijn weggeslagen, waaronder dit rijk uitgemonsterde exemplaar, en vervangen door verlaagde plafonds met quasi-historische rozetten. De enige rozet die mogelijk nog origineel was, maar helemaal dicht geschilderd, was die in de voormalige Maria Theresiazaal, waar je nu binnenkomt vanuit de huidige entree en museumwinkel. Daar werd in de jaren zeventig nog iets bijzonders gesloopt: de ruimte was namelijk gescheiden van de kamer ernaast door een houten opbouw met entresol, waarvan spijtig genoeg geen enkele foto of ontwerptekening bekend is. Ooggetuigen vertellen dat dit ‘meubel’ geheel uit hout was samengesteld en een boekenkast met bureau, wenteltrapje en verdieping combineerde. Op een van de tekeningen van Joseph lijkt dit schetsmatig ingetekend te zijn tussen de twee kamers aan die kant. Zeer waarschijnlijk was deze houten inbouw, die ooggetuigen aan kasteel De Haar deed denken, van zijn hand. Vermoedelijk zijn tijdens deze campagne ook de twee houten puien aan weerszijden van de centrale gang die vanaf de oorspronkelijke voordeur naar de tuin liep, weggehaald. Hierin zaten portretten van kinderen en kleinkinderen in glas in lood die onder de familie verspreid zijn geraakt.2

5-Collage plafond Cuypershuis crowdfunding Karl Pesch Konopka

Fragmenten en een groene haard! Hoezo?
_____________

Terug naar het plafond. Wie ook alweer van wie deze informatie kreeg, kan ik me niet meer herinneren, maar Karl en kwamen erachter dat onze oud-collega Willem de Wit, in die tijd net benoemd bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, betrokken was bij deze verbouwing. Toen hij informeerde bij de kunsthistorici van de dienst wat er met dit plafond moest gebeuren, bleek dat niemand van de leiding het behoudenswaardig vond. Als het door middel van foto’s gedocumenteerd werd, kon het verdwijnen. Je kon immers toch niet alles bewaren, hoorde je vaak als mantra (nog steeds overigens). 

De hamvraag was: was het plafond na deze adviesronde inderdaad verdwenen? We konden moeilijk door de verlaagde zoldering heen kijken en er waren te weinig gegevens om een inschatting te maken. Ridsert hakte de knoop door en zo gebeurde het dat Karl en Thomas Laugs op 12 juli 2007 het stukje wegbraken waar nu de woorden ‘Een restje verleden’ bijstaan (zie foto). Wat was ik teleurgesteld dat alles zo grof was weggehakt en er niet meer behouden was. Voor Karl lag het iets genuanceerder. In hoofdlijnen deelt hij mijn verslag, maar … ‘Ik had alleen een enigszins positievere ervaring bij de ontdekking: het verlaagde plafond zat zo hoog dat ik bang was dat alles weg zou zijn, maar in elk geval de kantlijst die voor het verlaagd plafond weg gehakt zou zijn. Het idee was een klein gaatje te maken dat makkelijk weer te dichten was bij een gehele desillusie. Ik had Thomas gevraagd wegens zijn technische kennis van stucplafonds en zijn handigheid om zoiets te doen. Dus het was een onverwachte opluchting dat we de lijst aantroffen, terwijl ik die de minste kans had gegeven’.7 

Hoe zat het met de rest van het huis. Was daar nog iets te vinden? Tot onze grote spijt niet. Mijn vermoeden was dat tegen de onder/achterkant van beide spiltrappen ook polychromie had gezeten. Waarom ik dat dacht: omdat als je de huizen van het corps de logis binnenkwam je niet geconfronteerd werd met het opgaande deel van het trappenhuis, maar met de achter/onderkant ervan. Dat had alleen zin als Cuypers die nodig had om iets te laten zien en dat iets kon voor mijn gevoel alleen een staalkaart zijn van zijn polychromie. Dat zou gepast hebben in een complex dat een prospectus op ware grootte was van het kunnen van het architectenbureau. Bij de restauratie trof men echter niets aan onder de laatste afwerkingslaag, wat zou betekenen dat ook hier alles is kaal gehaald. Bij de muren was dit eveneens het geval. Foto’s laten zien dat ze tot op het metselwerk zijn afgebikt en dus alles wat er op gezeten heeft, is verdwenen. 

Geen verhaal om blij van te worden, vooral niet omdat er tot dusver geen foto’s gevonden zijn van het corps de logis van voor 1970, in tegenstelling tot de vleugel met de Cuyperszaal, die Joseph Cuypers in 1907-1908 verbouwde. En juist omdat er zoveel ongedocumenteerd weg is, is het van groot belang om dit plafond waar we wel voldoende van weten, te restaureren.

Op een andere reden komen we nog terug. Wat dacht je van de symboliek, de kleurtoepassing of van zeldzaamheidswaarde binnen het totale oeuvre van de architecten Cuypers! 

Wordt vervolgd!

Crowdfunding 

Wat is het plan van aanpak voor dit plafond? Dat lees je in onderstaand stuk dat ontleend is aan de crowdfunding pagina op de site van Voor de kunst. Aan het slot kun je gelijk een donatie doen, want hoe bijzonder is dit project. We gaan er je de komende tijd meer over vertellen!

O, je wil direct naar de donatieknop? Surf dan naar de draak en klik op zijn snuit!

Geef het Cuypersplafond weer kleur-2

Aan deze crowdfunding wordt ook aandacht besteed op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB en die van het Cuypershuis.
Ga eens kijken en ‘like’  onze pagina’s zodat de berichten over dit project een nog grotere actieradius bereiken!

Hadden we al verteld dat we ambassadeur zijn voor de Crowdfunding reconstructie plafond Cuypershuis?

;-) B&M 

Klik op de draak om direct te doneren!
Klik op de draak om direct te doneren!


Verwijzingen &

  1. Oral history is in principe gebaseerd op de verhalen die mensen over vroeger vertellen, zoals deze terugblik op de vondst van de schilderingen in 2007 van Bernadette. Dat vroeger kan van alles zijn, zoals in het bijzondere artikel van De Volkskrant op een rij is gezet: hoe werkt ons geheugen en welke verhaalfragmenten die we hebben opgeslagen zijn wel en niet betrouwbaar. Een mooie evenwichtige uiteenzetting, waarin het kind niet met het badwater is weggegooid: Visser, Ellen de. “75 jaar oorlogsherinneringen”. De Volkskrant, 7 september 2019. http://bit.ly/2k86sJx-Evernote. Voor het verhalende vertellende effect van onze hersens zie ook Mieras, Ben ik dat?, pp. 354-358. Ook mijn oral history over het plafond van Cuypershuis moet in die zin tegen het licht worden gehouden.
  2. Met dank aan Pierre M. Cuypers, kleizoon van Joseph Cuypers, voor deze informatie. Een en ander is verwerkt in Hubar, Rien de pareil, deel 1, pp. 105-107; deel 2, pp. 231-232.
  3. Wil je een idee hebben van de oorspronkelijke kleuren van de draak? Kijk dan hieronder naar het plaatje uit de brochure van het Cuypershuis, met linksboven het monogram van Antoinette Alberdingk Thijm en Pierre (J.H.) Cuypers (1859). 
  4. Donderdag 26 september 2019 van 19:30 tot 20:30 uur vindt in het Cuypershuis een lezing plaatst over de kleuren van Cuypers door René Hoppenbrouwers van de SRAL, waar men het kleurenonderzoek heeft gedaan: http://bit.ly/2ktEHew-Cuypersplafond. De entree van 5 euro komt ten goede aan de crowdfunding voor het Cuypersplafond.
  5. Donderdag 3 oktober 2019 van 14:00 – 15:00 uur geeft Cuypersbiograaf Wies van Leeuwen een rondleiding door het Cuypershuis naar aanleiding van de crowdfunding voor het plafond. De entree van 5 euro komt ten goede aan dit project.
  6. Mocht je nog aanvullingen hebben op de oral history over de vernietiging van het plafond in 1977, stuur dan een mailtje naar postvanhellenberghubar@gmail.com.
  7. Ontleend aan de mail van Karl Pesch Konopka d.d. 11 september 2019.
  8. De fragmenten van het #Cuypersplafond (1859) in het Cuypershuis, gefotografeerd door ir Karl Pesch Konopka van Stadsherstel Limburg op 12 juli 2007. Ook de haard in de ruimte met het plafond heeft hij toen vastgelegd. Wie weet laat de kleur groen van de bladeren wel de oorspronkelijke tint zien van de nog bestaande haard in die ruimte, die in een soort schoolbordgroen afgewerkt is, waarvan ik (B.) me altijd heb afgevraagd of dat de authentieke kleur was of dat die in 1977 er op is gezet. Tot dusver heeft hier nog geen materiaalonderzoek plaats gevonden. Op de haard heeft hoog waarschijnlijk ook nog sjabloonwerk gezeten.

Tussentijdse stand
  • 4 oktober 2019 staat de teller op 98%, dus met nog 2 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen, zeker als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! En vele tientjes maken het verschil! Er is nog 235 euro nodig, dus klik op deze link en doe het! Je mag ook op de draak klikken om te doneren! Die zit samen met zijn maatjes te springen om weer terug te kunnen naar het #Cuypersplafond.
  • in het bericht over de zeldzaamheid van het Cuypersplafond: 4 oktober 2019 staat de teller ‘s morgen op 98%, dus met nog 2 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen, zeker als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! Er zijn nog maar 24 tientjes nodig, dus doe mee en maak het verschil! Doneer hier of klik op de draak!
  • 3 oktober 2019 staat de teller op 89%, dus met nog 3 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! En vele tientjes maken het verschil!
  • 2 oktober 2019 staat de teller op 88%, dus met nog 4 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! En vele tientjes maken het verschil! 
  • In het bericht over de lezing van de SRAL 24 september 2019: Het loopt goed met de crowdfunding van het Cuypershuis voor de reconstructie van het plafond dat Pierre Cuypers in 1859 ontwierp voor zijn bruid Nenny (Antoinette) Alberdingk Thijm. Ruim 60% van het streefbedrag is binnen! Bravo! Nu de overige circa 7000 euro nog. Als nu 700 mensen een tientje doneren!

Verkorte link: http://bit.ly/2MYrWo5-Cuypersplafond

← Naar de hoofdpagina van ‘Succesvolle crowdfunding #Cuypersplafond’

Brochure monumentale kerkelijke schilderkunst RCE

Brochure monumentale kerkelijke schilderkunst — Wil je het verhaal eerst inzien of direct downloaden? Je kunt ook beginnen met de introductie hieronder.

Binnenkort verschijnt de brochure over kerkelijke monumentale schilderkunst, die we voor de RCE geschreven hebben naar aanleiding van ons boek ‘De genade van de steiger’. Deze kan gratis gedownload worden vanaf de site van de RCE en bij ons.

Begin 2019 verscheen de brochure over kerkelijke monumentale schilderkunst, die we voor de RCE geschreven hebben naar aanleiding van ons boek ‘De genade van de steiger’. Deze kan gratis gedownload worden.

Brochure monumentale kerkelijke schilderkunst — Als onderdeel van het beleid ten aanzien van kennisbundeling en overdracht stelt de RCE een inmiddels indrukwekkende reeks erfgoedbrochures on line ter beschikking voor eigenaren, vrijwilligers en professionals. Binnenkort wordt daar die van ons aan toegevoegd. De volledige titel luidt:

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. Monumentale kerkelijke schilderkunst (1890-1980). Onder redactie van Marij Coenen en Bernice Crijns. Brochures Rijksdienst Cultureel Erfgoed. Amersfoort: RCE, 2019. bit.ly/2TSEmyu-VanHH2Org.

In de introductie van de brochure wordt opgemerkt:

Experimenten, nieuwe schildertechnieken en beeldformules kenmerken de ontwikkeling van de muurschilderkunst in het interbellum. Naast het autonome werk uitte een breed scala aan kunstenaars hun creativiteit op wanden en gewelven van kerken, vaak met een hoog artistiek gehalte en verrassende iconografische oplossingen. Met de opgave van herbestemming van kerkgebouwen lopen deze schilderingen gevaar.

Dat laatste kan niet vaak genoeg benadrukt worden, want anders dan overige interieurelementen kun je dit type kunst niet verplaatsen als het in de weg staat bij hergebruiksplannen. Over sloop moeten we het dan helemaal niet hebben.

Kijk de brochure hieronder in en/of download deze via de tweede knop van rechts (met de dikke pijl naar beneden): 

In de brochure zit niet alleen een samenvatting van de kunsthistorische hoofdlijnen van De genade van de steiger, maar ook een doorkijkje tot 1980. Dit is gebaseerd op het (web)artikel: ‘Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract’ op deze site.

VanHH.org, monumentale_kerkelijke_schilderkunst (ol)

In de loop van het jaar verschijnt aanvullend een technische brochure Tussen organisch en synthetisch over de verschillende verfsoorten en bindmiddelen in de late negentiende en twintigste eeuw. Onze bijdrage bestond erin een compacte tekst te schrijven over de kennis en inzichten van twee specialisten van de RCE, Bernice Crijns en Rutger Morelissen. Hierin is ook het technische hoofdstuk van Angelique Friedrichs uit De genade van de steiger opgenomen.

Wordt vervolgd!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen 
  • Voortschrijdend inzicht? Nu al? Ja zeker! Dankzij de volharding van specialist in religieus erfgoed, Door Jelsma, weten we eindelijk wie de kunstenaar is van de schildering uit 1863 die aan het slot van de brochure staat: Gerrit de Moreé uit Breda. Hij tekende zowel voor de schildering, de sculptuur als het mozaïek van dit bijzondere liturgische centrum. We vertellen er meer over op de betreffende webpagina ‘Voor en na Vaticanum II in Prinsenbeek (1963)‘ (zoekterm Jelsma).
  • Het projectteam bestond uit Bernice Crijns, Ben Kooij en Rutger Morelissen van de RCE en schrijverscollectief Bernadette van Hellenberg Hubar & Marij Coenen.
  • Verkorte link van dit item: bit.ly/2TSEmyu-VanHH2Org
  • Verkorte link directe download bij de RCE: bit.ly/2DTNT2u-GvdS

← Terug naar de hoofdpagina van De genade van de steiger!

Kleurenvanger

De kleurenvanger op Curaçao


Tegen elkaar aangeschurkt op de kade
pand na pand divers in toon
als kleurige helklinkende ijzeren
plaatjes
op de kinderxylofoon
flikkerend bij iedere oogopslag
Dwalend van stoep naar stoep
gaat een bonte pijper
tingelend over de klinkers
een stoet van kleuren achter hem aan
wij in hun kielzog mee
ons oog betoverd door roze
en rood, okergeel en groen
en beige, citroengeel en blauw
geplukt uit de regenboog
Hier kersvers gesausd
op nieuwe pleisterlagen
met scherpe haakse hoeken
Daar gedempt door verwering
bladderende plekken
vocht en regenslag
met suggestieve vegen vervuiling
als expressionistische toets
Vreedzaam naast elkaar
in Caribische coëxistentie

Rond de evenaar
valt de korte schemer
ebt het kleurgetijde weg
de pijper sluit de avondpoort
vereffent de balans in blauwdonkergrijsgroenzwart

______________________________

Kleurenvanger — Het gedicht ‘Kleurenvanger’ komt uit E kas blau | Het blauwe huis, de bundel die ik schreef bij mijn eerste bezoek aan Curaçao in 2011.* Vandaag krijgt het een aparte plekje in het kader van het initiatief Gedicht op maandag | #Gom. In de achtergrondverhalen van de bundel staat de volgende toelichting:

Ik ben gek op kleur en heb van – historische – architectuur mijn beroep gemaakt. Dat zie je weerspiegeld in de Kleurenvanger en Vogelvlucht vanuit de toren. Wie door Punda en Otrabanda heeft gewandeld zal zich, net als wij, op sleeptouw hebben gevoeld van een kleurenvanger die bij iedere oogopslag de blik met een nieuwe tint weet te bekoren. Eenmaal dit thema van de rattenvanger gekozen, kon het uitgerold worden tot op het moment waarop de bergdeur achter de kinderen gesloten wordt. Hier worden ze gelukkig iedere dag bij zonsopgang weer uit hun gevangenis verlost. Het lef waarmee het palet is samengesteld doet erg denken aan de natuurlijke orde: nergens immers is de polychromie zo onbeschaamd uitbundig en gevarieerd als bij bloemen die in een volstrekte willekeur worden gegroepeerd en nooit vloeken (dat is ook de reden waarom ik zo dol ben op natuurgebieden met een rijke wilde flora). Is dat kleurgevoel antropologisch bepaald? Wie zal het zeggen. De anekdote dat een gezagsdrager het wit te pijnlijk voor zijn ogen vond, kan historisch kloppen, maar lijkt me toch wat banaal.

Zoals bekend staat een groot deel van Curaçao, waaronder de kleurige gebouwen, op de werelderfgoedlijst. Hoe paradoxaal dat ook klinkt, het gevaar daarvan is overkill dat ook in Nederland bij iedere restauratie dreigt. Waarschijnlijk zal het in een tropisch klimaat nog moeilijker zijn om het midden te vinden tussen verantwoord onderhoud en vernieuwing, maar ook de toegevoegde waarde van het patin, de verwering van de tijd behoort tot de cultuurhistorische kwaliteiten die beschermd moeten worden. In die zin popte het idee van de Caribische coëxistentie op: het zou spannend zijn om naast de strakke, gloednieuw ogende panden de schoonheid van de verwering een kans te geven. Te zoeken naar een manier van consolidatie die uiterst basaal is. Over meer scenario’s te beschikken dan alleen het herstel in nieuwe luister.

Postscriptum — Zeven jaar later en een paar boeken verder is mijn fascinatie voor kleur alleen maar verder verdiept, wat overigens niet minder geldt voor de mate waarin patin of patina me boeit. Op dit punt heeft vooral het onderzoek naar de nieuwe Bavo me veel gebracht. De al eerder aangetroffen associatie van de polychromie van Cuypers senior met de kosmische kleurenleer van Goethe – die minstens zo sterk, zo niet sterker voor zijn zoon Joseph gold – heb ik verder uit kunnen diepen. Hoewel een directe relatie tussen dit werk en de kleurtoepassing van vader en zoon Cuypers – nog – niet vaststaat, zijn de aanwijzingen heel sterk.* Met name de kleurenschema’s in de nieuwe Bavo lijken er het resultaat van te zijn.*

Wat betreft de omgang met patina doet zich in Nederland een ware richtingenstrijd voor, omdat het moeilijk blijkt om eenduidig te bepalen waar patina eindigt en vervuiling begint. Bij die gebouwen waar architecten materiaalpolychromie toegepast hebben als esthetische kunstgreep – zoals bij de nieuwe Bavo is gebeurd – dient ervoor gewaakt te worden dat de kleuren verdwijnen als gevolg van het nivellerende effect van de grauwsluier van vervuiling. Wat overigens heel interessant is, is dat Joseph Cuypers met zijn ontwerp anticipeerde op de ‘atmosferische’ werking van de tijd; niet alleen buiten, maar zelfs binnen, ín het gebouw. Naar dit fenomeen is in Nederland verder geen onderzoek gedaan, wat benadrukt dat in ieder geval gekeken moet worden naar de intenties van de architect bij de besluitvorming rond de aanpak van patina/vervuiling. Het onderdeel van de waardenstelling dat ik daarover geschreven heb, is vanwege de omvang buiten het boek over de nieuwe Bavo gebleven. Het blijft op de plank liggen tot de tijd rijp is om het uit te werken tot een artikel. Enkele aspecten heb ik meegenomen in het hoofdstuk over de polychromie van de Haarlemse kathedraal.*

Wordt vervolgd!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. E kas blau | Het blauwe huis. Gedichten op locatie met reisimpressies (Curaçao). Curaçao/Ohé en Laak, 2011. http://bit.ly/2ykneeF-KasBlau. Over mijn beeldgedichten/gedichten op locatie vind je meer onder deze link.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Het register kan via deze link geraadpleegd worden. Wil je het boek bestellen volg dan deze link.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘De muziek van het licht’, Cuypers’ polychromie. Erfgoed in ontwikkeling. Ohé en Laak: Res nova-VanHH.org, 2007. http://bit.ly/Muziek-polychromie.
  • Foto’s en collage bvhh.nu 2011.

Ben je een keer in Willemstad op Curacao, ga dan eens kijken in de Rifwaterstraat, waar de foto hierboven is genomen die de Caribische coëxistentie in de kleurige gevels laat zien.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2JReVIy-VanHH2Org

Terugkeer schilderingen kathedraal Rotterdam | Jojanneke Post in actie

Deze diashow vereist JavaScript.

De primeur was voor RTV Rijnmond op zondag 14 januari 2017, maar met Kerstmis 2017 was het al zover. Eindelijk waren de steigers afgebroken die al vanaf 2016 op het priesterkoor van de kathedraal van Rotterdam stonden en de uitmonstering aan het oog onttrokken. Eindelijk was er weer zicht op de apsis en kregen de parochianen de herstelde polychromie te zien. Eindelijk kwamen de nieuwe schilderingen in de kalot en op de triomfboog tevoorschijn die dankzij een mecenas tot stand waren gekomen. Vanaf mei 2017 was Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken bezig geweest met de voorbereiding en de uitvoering hiervan. Het resultaat is een werk dat wat betreft de kleuren, de maatvoering en de gesjabloneerde omlijsting een geheel vormt met de bestaande schilderingen van Jan Dunselman. Wat er aan onderzoek nodig was om die vertaalslag mogelijk te maken, wordt verteld in het E-boek van mijn hand. Hier alvast een voorproefje.*

De man om de hoek — Jojanneke Post had er ruim een half jaar werk voor nodig om een eigentijdse vertaalslag te maken van het ontwerp van Jans jongere broer Kees Dunselman, dat in 1964 uit de apsis verwijderd werd. Door haar eigen visie te volgen en haar persoonlijke stijl en factuur in te zetten, laat de kunstenares er geen misverstand over bestaan dit háár werk is en niet een kopie van het ontwerp uit 1929-1930. Het eigentijdse karakter komt vooral tot uitdrukking in de hoofden. Wie goed kijkt kan de ontwikkeling op dit punt op de voet volgen. Aanvankelijk volgde Post de insteek van Kees Dunselman door de figuren in de kalot als typen weer te geven: het resultaat daarvan is te zien bij zowel de evangelist Marcus (met de leeuw aan zijn voet) als de twee apostelen direct aan weerszijden van Christus. Op zijn beurt volgde Dunselman hiermee de regel van de voorman van de Beuroner school, Desiderius Lenz, die adviseerde om:

  • de eindelooze afwisselingen in het menschenbeeld tot een afzienbaar en herkenbaar aantal van types terug te brengen, welke zich dan weer zullen heenscharen om den “Canon” of het algemeen grondbeeld, dat niet aan de levende werkelijkheid, maar aan de aesthetische geometrie zal zijn ontleend’.*

De te schilderen figuren moesten volgens de Beuroner kunstleer zo geïdealiseerd worden dat ze voldeden aan een matrix van volmaakte geometrische verhoudingen. Een goed voorbeeld van wat Lenz wilde, is het Laatste Avondmaal van Paulus Krebs dat een belangrijke inspiratiebron voor de gebroeders Dunselman vormde.* Anders dan de Beuroner monnik Krebs, bleven de broers hierbij vasthouden aan bestaande mensen als vertrekpunt, zoals onder meer blijkt uit atelierfoto’s van Kees Dunselman.* Er vond een soort abstractieproces plaats, waarbij gezichten hun individuele karakteristiek verloren.

De drie genoemde koppen bevredigden Post echter niet. Ze bleef dan wel dichtbij de Beuroner opzet van haar voorganger, maar het effect was in haar ogen veel te afstandelijk om het verhaal van de voorstelling over te kunnen brengen. Daarom koos ze voor een benadering, waarin de toeschouwer vandaag de dag zich beter zou kunnen identificeren met de mensen daarboven. Het publiek moet zich uitgenodigd voelen om deel te nemen aan het feest dat in de kalot plaatsvindt: de koning van hemel en aarde wordt toegejuicht door de ploeg die de hitte van de dag heeft gedragen bij het verspreiden van zijn missie. Zij hebben hun stoel in de hemel verdiend. Binnen de kerkelijke context wordt dat op een hoger plan getild door de vier mannen daaronder. Wijzend op de ‘Koning van de harten’ benadrukken ze dat deze hemelse positie voor iedereen is weggelegd die het evangelie volgt.* Juist omdat dit verhaal vanuit het christendom tijdloos is, blijft het actueel en dat vraagt om levende en levendige mensen. In de bandbreedte tussen type en portret heeft Post een middenpositie gekozen. Ze heeft bestaande mensen zo weergegeven dat het geen portretten zijn, maar herkenbare figuren die je zo om de hoek zou kunnen tegenkomen. En dat maakt het resultaat zo eigentijds. Daarom is ook gekozen voor een breder scala aan volken: tegenover een oer-Hollandse Petrus zit een Paulus met Nederlands-Surinaamse roots. De apostel naast Paulus heeft een Afrikaanse oorsprong, de evangelist Mattheus staat voor de semitische component, linksboven zit een Rotterdammer en helemaal rechts zit een apostel met Iers-Poolse genen. Net als Da Vinci deed in zijn beroemde Laatste Avondmaal zitten hier ook jonge figuren tussen. Dit zijn mensen die je zomaar zou kunnen tegenkomen in de kerk. Als hommage aan de kunstenaar met wie het allemaal begon, heeft Post bovendien Kees Dunselman een plaats gegeven tussen de apostelen.


Een kijkje op de steigers lopende de totstandkoming van de kalotschildering van Jojanneke Post in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu op 19 oktober 2017.

Stijl en factuur — De andere ingrediënten voor een eigentijdse voorstelling zijn, zoals in het E-boek wordt uitgelegd, stijl en factuur of makelij.* De penseelvoering van Post is veel breder – met lange streken en egaal verlopende kleurvlakken – dan die van Kees Dunselman; op zijn beurt werkte hij alweer veel minder gedetailleerd dan zijn broer, Jan. Op de muur en rekening houdend met de afstand tot het schip beneden, is de meerwaarde van de nuance niet groot. Heeft de penseelstreek een stevige korrelgrootte dan draagt dat bij aan een monumentaal resultaat. Om de vlakken als figuren uit te laten komen, gebruikt Post, net als Kees, sterk aangezette lijnen, echter niet in zwart of bruinzwart, maar in een donkere variant van de kleur van het gewaad. Met dit soort lijnen drukt ze ook de suggestie uit van de lichaamsdelen onder de kleding. Ondertussen was het wel een proces van aftasten. Zoals Post lopende het project schreef:

  • ‘Sommige kleuren ben ik nog niet tevreden over, dus die pas ik nog aan. Het zijn nu nog maar de grondkleuren. De evangelisten zijn wel duidelijk en uitgespro­ken (rood, paars, blauw en groen), terwijl de apostelen meer vergrijsde kleuren hebben’.*

Post bedoelt hier het haast transparante, etherische effect, dat Kees aan bepaalde schilderingen wist mee te geven; dit was het resultaat van een techniek die hij zelf ontwikkeld had en hem van zijn collega’s – onder wie zijn broer Jan – onderscheidt. Je kunt het opvatten als zijn persoonlijke handschrift om een onaards, hemels karakter uit te drukken, zoals gedaan is in enkele schilderingen in de Amsterdamse Obrechtkerk. Het heeft veel moeite gekost om deze kunstgreep te doorgronden, zowel verbaal als ambachtelijk. De uitwerking van de apostelen in de kalot laat zien dat het niet om gewaden gaat in verschillende variaties van grijs, maar om overbelichte kleuren, wat bereikt wordt door ze met zachtgrijs op te hogen. Hiervoor heeft Post verschillende lagen aangebracht, net zolang tot de gewenste overbelichting met behoud van de onderliggende kleuren was bereikt. Opnieuw draait het hierbij niet om het kopiëren van haar voorbeeld, maar om een inleven in wat Kees Dunselman doet. Dat leidt tot een interpretatie die van vandaag is.

Sjabloonwerk — Vormen de figuraties een artistieke vertaalslag van het ontwerp van Kees Dunselman, de reconstructie van het sjabloonwerk in de kalot sluit mooi aan op het herstel van de polychromie op de muren eronder, waarmee Post vanaf begin 2017 met haar ploeg bezig was. Een tour de force was het terugbrengen van het pseudo-mozaïek achter de figuren. Het Fibonacci patroon van het geschilderde mozaïek achter het Christusmonogram op de triomfboog gaf al aan dat ook op dit punt weinig aan het toeval werd over­gela­ten. Maar het was flink puzzelen om erachter te komen welke geometrische onder­legger in de kalot was toegepast. Uiteindelijk bleek het te gaan om een raam­werk van elkaar overlappende cirkels met verschillende vertrekpunten vanuit het hart van de schildering, de wolk met de handen van God de Vader. Het uittekenen van dit patroon alleen al was een monnikenwerk. Afhankelijk van de lichtval ontpopt dit zich voor het oog als een serie parallel verlopende, halve cirkels die de concave vorm van de kalot benadrukken.

Materialen — De schilderingen zijn uitgevoerd op een ondergrond van acrylaat­basis, waarbij vervolgens voor de grote kleurvlakken eveneens een drager op acrylaatbasis is gekozen. De figuren zijn in papaverolie met pigmenten uitgewerkt. De leeuw, os en adelaar zijn in acryl opgezet. De schildering is, op Christus na, gevernist met een acrylaatvernis om een gelijke glans te verkrijgen. Voor de detaillering en het pseudo-mozaïek is palladium (in plaats van zilver), platina en 22 karaat oranje dubbelgoud gebruikt. Het materiaalgebruik is niet alleen voor kenners interessant, maar moet ook vastgelegd worden voor toekomstig onder­houd.* In principe blijkt dit soort schilderingen eenvoudig gereinigd te kunnen worden, maar indien men het dak met de hemelwaterafvoer niet systematisch onderhoudt, kunnen problemen met vochtdoorslag et cetera in de toekomst niet uitgesloten worden. Dat blijkt een kritische factor die in de praktijk vaak onderschat wordt.

Met de voltooiing van het werk in de kalot in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal van Rotterdam heeft Jojanneke Post een van de grootste monumentale schilde­ringen van de afgelopen decennia gerealiseerd. Wat belooft dat voor de toekomst?

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Dit verhaal is overgenomen uit het E-boek over de schilderingen van de kathedraal. De titel luidt: Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018.
  • Hubar, De genade van de steiger, p. 181. Nieuwbarn, Beuroner Kunstschool, p. 26 (Beuroner typen)
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, p. 123, afb. 65 (Paulus Krebs, Laatste Avondmaal).
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, p. 57, afb. 30 (Collage atelierfoto’s Kees Dunselman).
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, pp. 88-89. Quas primas, RKDocumenten.nl, deel 1, artikel 1 (‘Koning van de harten’).
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, pp. 69, 118-130 (factuur of makelij).
  • Bericht van Jojanneke Post aan Bernadette van Hellenberg Hubar via WhatsApp d.d. 11 oktober 2017.
  • Voor een verdere specificatie zie Hubar, Tussen Gabriel en Michael, pp. 142-144.

Voor de volledige titelbeschrijvingen, zie het hiervoor geciteerde E-boek.

Afbeeldingen met bijschriften

  1. De kalotschildering van Jojanneke Post geïnspireerd door het ontwerp van Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu 2018.
  2. Detail van de foto van F. H. van Dijk van de Laurentius & Elisabeth Kathedraal uit 1953. In de kalot (boven de polychromie van zijn ouder broer Jan), op de triomfboog eromheen en op de muren en het tongewelf van de koortravee zit werk van Kees Dunselman uit 1929-1930. Herkomst Stadsarchief Rotterdam, nr 4100_1976-6476.
  3. Panorama van de kalotschildering van Jojanneke Post, genomen vanaf de steiger. De foto laat goed zien dat je op de steiger rekening moet houden met de vertekening die ontstaat als je de voorstelling vanaf het schip bekijkt. Foto Davique.nl 2017.
  4. Jojanneke Post, Het linkerdeel van de schilderingen met apostelen en evangelisten waarvoor op twee figuren na (Marcus en de apostel rechtsboven) bestaande figuren als uitgangspunt hebben gediend. Foto vanaf de steiger, Davique.nl 2017.
  5. Jojanneke Post en haar man Mario de Gilder die model heeft gestaan voor Lucas (tussen hen in, met de blauwe mantel). De foto is genomen vanaf de steiger in de kathedraal te Rotterdam. Foto Léontine van Geffen-Lamers, Monumentenfotograaf.nl december 2017.
  6. In het geschilderde mozaïek achter het Christusmonogram is voor de structuur het Fibonacci patroon gevolgd, dat onder meer bekend is van de zonnebloem. Foto bvhh.nu 2017
  7. Het uittekenen van het raster van het pseudo-mozaïek was een heel werk. Duidelijk zijn de elkaar overlappende cirkelbogen te herkennen. Foto bvhh.nu 2017.
  8. Jojanneke Post, Het rechterdeel van de schilderingen in wording met centraal de apostel wiens hoofd op het fotoportret van Kees Dunselman is gebaseerd. Links van hem zit een type, rechts is Paulus weergegeven, geïnspireerd door een man van Nederlands-Surinaamse afkomst. Foto bvhh.nu 2017.
  9. Jojanneke Post, Jonge, baardloze mannen als apostelen en evangelist Johannes. Hoewel ongebruikelijk volgt de kunstenares hiermee het precedent van Leonardo Da Vinci in zijn Laatste Avondmaal. Foto Léontine van Geffen-Lamers, Monumentenfotograaf.nl december 2017.
  10. Een kijkje op de steigers lopende de totstandkoming van de kalotschildering van Jojanneke Post in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu op 19 oktober 2017.

Al het beeldmateriaal mag gebruikt worden op basis van de Creative Commons license (met naamsvermelding en zonder commercieel gebruik), behalve de foto’s van Léontine van Geffen-Lamers van Monumentenfotograaf.nl en het Stadsarchief Rotterdam, waarop alle rechten zijn voorbehouden en waarvoor dus toestemming gevraagd moet worden..

Download

Het E-boek kan gedownload worden via de website van de kathedraal, het bisdom, Davique Sierschilderwerken en deze site. De volledige titel luidt:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. ISBN 978-90-820976-2-7

Ben je in Rotterdam, ga de kathedraal dan eens bezoeken:

  • Het parochiecentrum is vrijwel iedere dag geopend tot 13:00 uur: op werkdagen vanaf 10:00 uur en zondags na de mis.
  • Bezoekadres: Robert Fruinstraat 36 (achterzijde kathedraal)
  • Voor verdere contactgegevens en bereikbaarheid met openbaar vervoer surf naar de site van de kathedraal.

Dit webartikel kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Terugkeer schilderingen kathedraal Rotterdam | Jojanneke Post in actie”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2018. http://bit.ly/2mB2ZAk-VanHH2org. Het item is ook te vinden op ifthenisnow.eu.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2mB2ZAk-VanHH2org

Het E-boek Tussen Gabriel en Michael


E-boek kathedraal | De verschijning kreeg een prelude dankzij RTV Rijnmond

E-boek kathedraal | De ontmoeting tussen Kees Dunselman en Jojanneke Post. Collage bvhh.nu 2018.

Het betrof deze opname van RT Rijnmond:

In ietwat gewijzigde vorm haalde dit item een dag later het NOS  journaal, zoals je kunt zien onder deze link.

Wil je weten hoe dit project het in de sociale media deed? Surf dan naar het Twittermoment.

B.

E-boek kathedraal | Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie

Het E-boek kan gedownload worden via de website van de kathedraal, het bisdom, Davique Sierschilderwerken en deze site. De volledige titel luidt:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. ISBN 978-90-820976-2-7

Ben je in Rotterdam, ga de kathedraal dan eens bezoeken:

  • Het parochiecentrum is vrijwel iedere dag geopend tot 13:00 uur: op werkdagen vanaf 10:00 uur en zondags na de mis.
  • Bezoekadres: Robert Fruinstraat 36 (achterzijde kathedraal)
  • Voor verdere contactgegevens en bereikbaarheid met openbaar vervoer surf naar de site van de kathedraal.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2De11QF-LauElKat

Een boek voor de bisschop

Soms heb je van die ontmoetingen die heel verrassend zijn. Dat overkwam mij toen ik begin dit jaar de Laurentius-Elisabethkathedraal in Rotterdam bezocht voor een gesprek over de schilderingen in de apsis, waar onderzoek voor nodig was. Bij die gelegenheid maakte ik kennis met de bisschop, monseigneur dr Hans J.H. van den Hende. De bisschop verraste me door een vergelijking te trekken tussen het werk van de gebroeders Dunselman en hun collega F.H. Bach, welke laatste zelfs in de kringen van kenners weinig bekendheid geniet. Bach heb ik, net als de gebroeders Dunselman, behandeld in ‘De genade van de steiger‘.* Van den Hende draagt warme herinneringen aan de heilig Hartkerk van zijn jeugd in Groningen die beschilderd was door deze kunstenaar, docent aan Academie Minerva in Groningen. Helaas is dit gebouw van Jan Stuyt uit 1913 in 1994 gesloopt.* Saillant detail: dit gesprek vond hoog boven op de steiger plaats, terwijl we de eerste resultaten van het herstel van de sjabloonschilderingen door Jojanneke Post in de apsis bekeken.

Maandag 17 juli heb ik op weg naar de kathedraal een omweg gemaakt via het bisschopshuis om De genade van de steiger aan de bisschop aan te bieden. Ik voelde me een beetje als Jozef Alberdinkg Thijm toen hij de bisschop van Haarlem De Heilige Linie aanbood; zo spiegel ik me aan een van mijn ‘helden’ uit de negentiende eeuw.* Alleen verging het mij beslist beter dan Thijm, want Van den Hende heeft grote belangstelling voor kerkelijke kunst en is heel geïnteresseerd in de terugkomst van Kees Dunselman in de kathedraal. Wordt dat een letterlijke terugkeer? Nee, zeker niet. Zoals we door de ogen van Kees kijken naar het ontwerp van zijn broer Jan – die dit project niet meer af heeft kunnen maken – zo kijken we straks door de ogen van Jojanneke Post naar de schildering van Kees Dunselman. Dat gaat nog heel spannend worden.

Van de aanbieding van ‘De genade van de steiger‘ is een bericht verschenen op de website van het bisdom, dat je hieronder kunt lezen.

Bisschop neemt boek over kerkelijke schilderkunst in ontvangst - bisdom Rotterdam (21 juli 2017).

Wil je het verhaal lezen met actieve snelkoppelingen en er met de zoektoets doorheen gaan, surf dan naar de pagina op de site van het bisdom Rotterdam.

Als kunsthistorici willen we wel eens vergeten dat de kunst van schilders als de gebroeders Dunselman niet alleen iconografisch spannend is, maar ook een liturgische functie heeft. Dat is best een ingewikkeld begrip, liturgie, dus het is goed dat Van den Hende er hier nog eens de aandacht op vestigt. Dit past overigens in de eigentijdse context, want het werk van Kees Dunselman in de Lebuïnuskerk van Deventer werd onder meer gunstig beoordeeld vanwege de ‘streng liturgische afwerking‘.* Dat was in 1927, twee jaar voordat hij de Elisabethkerk in Rotterdam van zijn broer overnam.

Hoe dat afliep … dat kun je lezen in mijn e-boek ‘Tussen Gabriel en Michael’.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette C.M., Angelique Friedrichs en G. W. C. van Wezel. De genade van de steiger: monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum. Zutphen: Walburg Pers, 2013.
  • “Groningen, Moesstraat 8 – Heilig Hartkerk – Reliwiki”, 2016. http://bit.ly/2vFyAV6.
  • “Franciscus Hermanus Bach”. Wikipedia, 22 juli 2017. http://bit.ly/2vGdXbu.
  • Thijm, J.A. Alberdingk. De Heilige Linie, proeve over de oostwaardsche richting van kerk en autaer als hoofdbeginsel der kerkelijke bouwkunst. Sterck, J.F.M., red., J.A. Alberdingk Thijm, werken IV, kunst en oudheidkunde I. Amsterdam/Den Haag: C.L. van Langenhuysen, Martinus Nijhof, 1909. http://bit.ly/Thijm-Heilige-Linie.
  • “UIT ANDERE PLAATSEN. Polychromie St. Lebuinuskerk te Deventer.” De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad. 30 augustus 1927, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2tAKYIB.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2ul3rrz
Terug naar de hoofdpagina!

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren