Kleurenvanger

De kleurenvanger op Curaçao


Tegen elkaar aangeschurkt op de kade
pand na pand divers in toon
als kleurige helklinkende ijzeren
plaatjes
op de kinderxylofoon
flikkerend bij iedere oogopslag
Dwalend van stoep naar stoep
gaat een bonte pijper
tingelend over de klinkers
een stoet van kleuren achter hem aan
wij in hun kielzog mee
ons oog betoverd door roze
en rood, okergeel en groen
en beige, citroengeel en blauw
geplukt uit de regenboog
Hier kersvers gesausd
op nieuwe pleisterlagen
met scherpe haakse hoeken
Daar gedempt door verwering
bladderende plekken
vocht en regenslag
met suggestieve vegen vervuiling
als expressionistische toets
Vreedzaam naast elkaar
in Caribische coëxistentie

Rond de evenaar
valt de korte schemer
ebt het kleurgetijde weg
de pijper sluit de avondpoort
vereffent de balans in blauwdonkergrijsgroenzwart

______________________________

Kleurenvanger — Het gedicht ‘Kleurenvanger’ komt uit E kas blau | Het blauwe huis, de bundel die ik schreef bij mijn eerste bezoek aan Curaçao in 2011.* Vandaag krijgt het een aparte plekje in het kader van het initiatief Gedicht op maandag | #Gom. In de achtergrondverhalen van de bundel staat de volgende toelichting:

Ik ben gek op kleur en heb van – historische – architectuur mijn beroep gemaakt. Dat zie je weerspiegeld in de Kleurenvanger en Vogelvlucht vanuit de toren. Wie door Punda en Otrabanda heeft gewandeld zal zich, net als wij, op sleeptouw hebben gevoeld van een kleurenvanger die bij iedere oogopslag de blik met een nieuwe tint weet te bekoren. Eenmaal dit thema van de rattenvanger gekozen, kon het uitgerold worden tot op het moment waarop de bergdeur achter de kinderen gesloten wordt. Hier worden ze gelukkig iedere dag bij zonsopgang weer uit hun gevangenis verlost. Het lef waarmee het palet is samengesteld doet erg denken aan de natuurlijke orde: nergens immers is de polychromie zo onbeschaamd uitbundig en gevarieerd als bij bloemen die in een volstrekte willekeur worden gegroepeerd en nooit vloeken (dat is ook de reden waarom ik zo dol ben op natuurgebieden met een rijke wilde flora). Is dat kleurgevoel antropologisch bepaald? Wie zal het zeggen. De anekdote dat een gezagsdrager het wit te pijnlijk voor zijn ogen vond, kan historisch kloppen, maar lijkt me toch wat banaal.

Zoals bekend staat een groot deel van Curaçao, waaronder de kleurige gebouwen, op de werelderfgoedlijst. Hoe paradoxaal dat ook klinkt, het gevaar daarvan is overkill dat ook in Nederland bij iedere restauratie dreigt. Waarschijnlijk zal het in een tropisch klimaat nog moeilijker zijn om het midden te vinden tussen verantwoord onderhoud en vernieuwing, maar ook de toegevoegde waarde van het patin, de verwering van de tijd behoort tot de cultuurhistorische kwaliteiten die beschermd moeten worden. In die zin popte het idee van de Caribische coëxistentie op: het zou spannend zijn om naast de strakke, gloednieuw ogende panden de schoonheid van de verwering een kans te geven. Te zoeken naar een manier van consolidatie die uiterst basaal is. Over meer scenario’s te beschikken dan alleen het herstel in nieuwe luister.

Postscriptum — Zeven jaar later en een paar boeken verder is mijn fascinatie voor kleur alleen maar verder verdiept, wat overigens niet minder geldt voor de mate waarin patin of patina me boeit. Op dit punt heeft vooral het onderzoek naar de nieuwe Bavo me veel gebracht. De al eerder aangetroffen associatie van de polychromie van Cuypers senior met de kosmische kleurenleer van Goethe – die minstens zo sterk, zo niet sterker voor zijn zoon Joseph gold – heb ik verder uit kunnen diepen. Hoewel een directe relatie tussen dit werk en de kleurtoepassing van vader en zoon Cuypers – nog – niet vaststaat, zijn de aanwijzingen heel sterk.* Met name de kleurenschema’s in de nieuwe Bavo lijken er het resultaat van te zijn.*

Wat betreft de omgang met patina doet zich in Nederland een ware richtingenstrijd voor, omdat het moeilijk blijkt om eenduidig te bepalen waar patina eindigt en vervuiling begint. Bij die gebouwen waar architecten materiaalpolychromie toegepast hebben als esthetische kunstgreep – zoals bij de nieuwe Bavo is gebeurd – dient ervoor gewaakt te worden dat de kleuren verdwijnen als gevolg van het nivellerende effect van de grauwsluier van vervuiling. Wat overigens heel interessant is, is dat Joseph Cuypers met zijn ontwerp anticipeerde op de ‘atmosferische’ werking van de tijd; niet alleen buiten, maar zelfs binnen, ín het gebouw. Naar dit fenomeen is in Nederland verder geen onderzoek gedaan, wat benadrukt dat in ieder geval gekeken moet worden naar de intenties van de architect bij de besluitvorming rond de aanpak van patina/vervuiling. Het onderdeel van de waardenstelling dat ik daarover geschreven heb, is vanwege de omvang buiten het boek over de nieuwe Bavo gebleven. Het blijft op de plank liggen tot de tijd rijp is om het uit te werken tot een artikel. Enkele aspecten heb ik meegenomen in het hoofdstuk over de polychromie van de Haarlemse kathedraal.*

Wordt vervolgd!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. E kas blau | Het blauwe huis. Gedichten op locatie met reisimpressies (Curaçao). Curaçao/Ohé en Laak, 2011. http://bit.ly/2ykneeF-KasBlau. Over mijn beeldgedichten/gedichten op locatie vind je meer onder deze link.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Het register kan via deze link geraadpleegd worden. Wil je het boek bestellen volg dan deze link.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘De muziek van het licht’, Cuypers’ polychromie. Erfgoed in ontwikkeling. Ohé en Laak: Res nova-VanHH.org, 2007. http://bit.ly/Muziek-polychromie.
  • Foto’s en collage bvhh.nu 2011.

Ben je een keer in Willemstad op Curacao, ga dan eens kijken in de Rifwaterstraat, waar de foto hierboven is genomen die de Caribische coëxistentie in de kleurige gevels laat zien.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2JReVIy-VanHH2Org

Terugkeer schilderingen kathedraal Rotterdam | Jojanneke Post in actie

Deze diashow vereist JavaScript.

De primeur was voor RTV Rijnmond op zondag 14 januari 2017, maar met Kerstmis 2017 was het al zover. Eindelijk waren de steigers afgebroken die al vanaf 2016 op het priesterkoor van de kathedraal van Rotterdam stonden en de uitmonstering aan het oog onttrokken. Eindelijk was er weer zicht op de apsis en kregen de parochianen de herstelde polychromie te zien. Eindelijk kwamen de nieuwe schilderingen in de kalot en op de triomfboog tevoorschijn die dankzij een mecenas tot stand waren gekomen. Vanaf mei 2017 was Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken bezig geweest met de voorbereiding en de uitvoering hiervan. Het resultaat is een werk dat wat betreft de kleuren, de maatvoering en de gesjabloneerde omlijsting een geheel vormt met de bestaande schilderingen van Jan Dunselman. Wat er aan onderzoek nodig was om die vertaalslag mogelijk te maken, wordt verteld in het E-boek van mijn hand. Hier alvast een voorproefje.*

De man om de hoek — Jojanneke Post had er ruim een half jaar werk voor nodig om een eigentijdse vertaalslag te maken van het ontwerp van Jans jongere broer Kees Dunselman, dat in 1964 uit de apsis verwijderd werd. Door haar eigen visie te volgen en haar persoonlijke stijl en factuur in te zetten, laat de kunstenares er geen misverstand over bestaan dit háár werk is en niet een kopie van het ontwerp uit 1929-1930. Het eigentijdse karakter komt vooral tot uitdrukking in de hoofden. Wie goed kijkt kan de ontwikkeling op dit punt op de voet volgen. Aanvankelijk volgde Post de insteek van Kees Dunselman door de figuren in de kalot als typen weer te geven: het resultaat daarvan is te zien bij zowel de evangelist Marcus (met de leeuw aan zijn voet) als de twee apostelen direct aan weerszijden van Christus. Op zijn beurt volgde Dunselman hiermee de regel van de voorman van de Beuroner school, Desiderius Lenz, die adviseerde om:

  • de eindelooze afwisselingen in het menschenbeeld tot een afzienbaar en herkenbaar aantal van types terug te brengen, welke zich dan weer zullen heenscharen om den “Canon” of het algemeen grondbeeld, dat niet aan de levende werkelijkheid, maar aan de aesthetische geometrie zal zijn ontleend’.*

De te schilderen figuren moesten volgens de Beuroner kunstleer zo geïdealiseerd worden dat ze voldeden aan een matrix van volmaakte geometrische verhoudingen. Een goed voorbeeld van wat Lenz wilde, is het Laatste Avondmaal van Paulus Krebs dat een belangrijke inspiratiebron voor de gebroeders Dunselman vormde.* Anders dan de Beuroner monnik Krebs, bleven de broers hierbij vasthouden aan bestaande mensen als vertrekpunt, zoals onder meer blijkt uit atelierfoto’s van Kees Dunselman.* Er vond een soort abstractieproces plaats, waarbij gezichten hun individuele karakteristiek verloren.

De drie genoemde koppen bevredigden Post echter niet. Ze bleef dan wel dichtbij de Beuroner opzet van haar voorganger, maar het effect was in haar ogen veel te afstandelijk om het verhaal van de voorstelling over te kunnen brengen. Daarom koos ze voor een benadering, waarin de toeschouwer vandaag de dag zich beter zou kunnen identificeren met de mensen daarboven. Het publiek moet zich uitgenodigd voelen om deel te nemen aan het feest dat in de kalot plaatsvindt: de koning van hemel en aarde wordt toegejuicht door de ploeg die de hitte van de dag heeft gedragen bij het verspreiden van zijn missie. Zij hebben hun stoel in de hemel verdiend. Binnen de kerkelijke context wordt dat op een hoger plan getild door de vier mannen daaronder. Wijzend op de ‘Koning van de harten’ benadrukken ze dat deze hemelse positie voor iedereen is weggelegd die het evangelie volgt.* Juist omdat dit verhaal vanuit het christendom tijdloos is, blijft het actueel en dat vraagt om levende en levendige mensen. In de bandbreedte tussen type en portret heeft Post een middenpositie gekozen. Ze heeft bestaande mensen zo weergegeven dat het geen portretten zijn, maar herkenbare figuren die je zo om de hoek zou kunnen tegenkomen. En dat maakt het resultaat zo eigentijds. Daarom is ook gekozen voor een breder scala aan volken: tegenover een oer-Hollandse Petrus zit een Paulus met Nederlands-Surinaamse roots. De apostel naast Paulus heeft een Afrikaanse oorsprong, de evangelist Mattheus staat voor de semitische component, linksboven zit een Rotterdammer en helemaal rechts zit een apostel met Iers-Poolse genen. Net als Da Vinci deed in zijn beroemde Laatste Avondmaal zitten hier ook jonge figuren tussen. Dit zijn mensen die je zomaar zou kunnen tegenkomen in de kerk. Als hommage aan de kunstenaar met wie het allemaal begon, heeft Post bovendien Kees Dunselman een plaats gegeven tussen de apostelen.


Een kijkje op de steigers lopende de totstandkoming van de kalotschildering van Jojanneke Post in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu op 19 oktober 2017.

Stijl en factuur — De andere ingrediënten voor een eigentijdse voorstelling zijn, zoals in het E-boek wordt uitgelegd, stijl en factuur of makelij.* De penseelvoering van Post is veel breder – met lange streken en egaal verlopende kleurvlakken – dan die van Kees Dunselman; op zijn beurt werkte hij alweer veel minder gedetailleerd dan zijn broer, Jan. Op de muur en rekening houdend met de afstand tot het schip beneden, is de meerwaarde van de nuance niet groot. Heeft de penseelstreek een stevige korrelgrootte dan draagt dat bij aan een monumentaal resultaat. Om de vlakken als figuren uit te laten komen, gebruikt Post, net als Kees, sterk aangezette lijnen, echter niet in zwart of bruinzwart, maar in een donkere variant van de kleur van het gewaad. Met dit soort lijnen drukt ze ook de suggestie uit van de lichaamsdelen onder de kleding. Ondertussen was het wel een proces van aftasten. Zoals Post lopende het project schreef:

  • ‘Sommige kleuren ben ik nog niet tevreden over, dus die pas ik nog aan. Het zijn nu nog maar de grondkleuren. De evangelisten zijn wel duidelijk en uitgespro­ken (rood, paars, blauw en groen), terwijl de apostelen meer vergrijsde kleuren hebben’.*

Post bedoelt hier het haast transparante, etherische effect, dat Kees aan bepaalde schilderingen wist mee te geven; dit was het resultaat van een techniek die hij zelf ontwikkeld had en hem van zijn collega’s – onder wie zijn broer Jan – onderscheidt. Je kunt het opvatten als zijn persoonlijke handschrift om een onaards, hemels karakter uit te drukken, zoals gedaan is in enkele schilderingen in de Amsterdamse Obrechtkerk. Het heeft veel moeite gekost om deze kunstgreep te doorgronden, zowel verbaal als ambachtelijk. De uitwerking van de apostelen in de kalot laat zien dat het niet om gewaden gaat in verschillende variaties van grijs, maar om overbelichte kleuren, wat bereikt wordt door ze met zachtgrijs op te hogen. Hiervoor heeft Post verschillende lagen aangebracht, net zolang tot de gewenste overbelichting met behoud van de onderliggende kleuren was bereikt. Opnieuw draait het hierbij niet om het kopiëren van haar voorbeeld, maar om een inleven in wat Kees Dunselman doet. Dat leidt tot een interpretatie die van vandaag is.

Sjabloonwerk — Vormen de figuraties een artistieke vertaalslag van het ontwerp van Kees Dunselman, de reconstructie van het sjabloonwerk in de kalot sluit mooi aan op het herstel van de polychromie op de muren eronder, waarmee Post vanaf begin 2017 met haar ploeg bezig was. Een tour de force was het terugbrengen van het pseudo-mozaïek achter de figuren. Het Fibonacci patroon van het geschilderde mozaïek achter het Christusmonogram op de triomfboog gaf al aan dat ook op dit punt weinig aan het toeval werd over­gela­ten. Maar het was flink puzzelen om erachter te komen welke geometrische onder­legger in de kalot was toegepast. Uiteindelijk bleek het te gaan om een raam­werk van elkaar overlappende cirkels met verschillende vertrekpunten vanuit het hart van de schildering, de wolk met de handen van God de Vader. Het uittekenen van dit patroon alleen al was een monnikenwerk. Afhankelijk van de lichtval ontpopt dit zich voor het oog als een serie parallel verlopende, halve cirkels die de concave vorm van de kalot benadrukken.

Materialen — De schilderingen zijn uitgevoerd op een ondergrond van acrylaat­basis, waarbij vervolgens voor de grote kleurvlakken eveneens een drager op acrylaatbasis is gekozen. De figuren zijn in papaverolie met pigmenten uitgewerkt. De leeuw, os en adelaar zijn in acryl opgezet. De schildering is, op Christus na, gevernist met een acrylaatvernis om een gelijke glans te verkrijgen. Voor de detaillering en het pseudo-mozaïek is palladium (in plaats van zilver), platina en 22 karaat oranje dubbelgoud gebruikt. Het materiaalgebruik is niet alleen voor kenners interessant, maar moet ook vastgelegd worden voor toekomstig onder­houd.* In principe blijkt dit soort schilderingen eenvoudig gereinigd te kunnen worden, maar indien men het dak met de hemelwaterafvoer niet systematisch onderhoudt, kunnen problemen met vochtdoorslag et cetera in de toekomst niet uitgesloten worden. Dat blijkt een kritische factor die in de praktijk vaak onderschat wordt.

Met de voltooiing van het werk in de kalot in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal van Rotterdam heeft Jojanneke Post een van de grootste monumentale schilde­ringen van de afgelopen decennia gerealiseerd. Wat belooft dat voor de toekomst?

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Dit verhaal is overgenomen uit het E-boek over de schilderingen van de kathedraal. De titel luidt: Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018.
  • Hubar, De genade van de steiger, p. 181. Nieuwbarn, Beuroner Kunstschool, p. 26 (Beuroner typen)
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, p. 123, afb. 65 (Paulus Krebs, Laatste Avondmaal).
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, p. 57, afb. 30 (Collage atelierfoto’s Kees Dunselman).
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, pp. 88-89. Quas primas, RKDocumenten.nl, deel 1, artikel 1 (‘Koning van de harten’).
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, pp. 69, 118-130 (factuur of makelij).
  • Bericht van Jojanneke Post aan Bernadette van Hellenberg Hubar via WhatsApp d.d. 11 oktober 2017.
  • Voor een verdere specificatie zie Hubar, Tussen Gabriel en Michael, pp. 142-144.

Voor de volledige titelbeschrijvingen, zie het hiervoor geciteerde E-boek.

Afbeeldingen met bijschriften

  1. De kalotschildering van Jojanneke Post geïnspireerd door het ontwerp van Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu 2018.
  2. Detail van de foto van F. H. van Dijk van de Laurentius & Elisabeth Kathedraal uit 1953. In de kalot (boven de polychromie van zijn ouder broer Jan), op de triomfboog eromheen en op de muren en het tongewelf van de koortravee zit werk van Kees Dunselman uit 1929-1930. Herkomst Stadsarchief Rotterdam, nr 4100_1976-6476.
  3. Panorama van de kalotschildering van Jojanneke Post, genomen vanaf de steiger. De foto laat goed zien dat je op de steiger rekening moet houden met de vertekening die ontstaat als je de voorstelling vanaf het schip bekijkt. Foto Davique.nl 2017.
  4. Jojanneke Post, Het linkerdeel van de schilderingen met apostelen en evangelisten waarvoor op twee figuren na (Marcus en de apostel rechtsboven) bestaande figuren als uitgangspunt hebben gediend. Foto vanaf de steiger, Davique.nl 2017.
  5. Jojanneke Post en haar man Mario de Gilder die model heeft gestaan voor Lucas (tussen hen in, met de blauwe mantel). De foto is genomen vanaf de steiger in de kathedraal te Rotterdam. Foto Léontine van Geffen-Lamers, Monumentenfotograaf.nl december 2017.
  6. In het geschilderde mozaïek achter het Christusmonogram is voor de structuur het Fibonacci patroon gevolgd, dat onder meer bekend is van de zonnebloem. Foto bvhh.nu 2017
  7. Het uittekenen van het raster van het pseudo-mozaïek was een heel werk. Duidelijk zijn de elkaar overlappende cirkelbogen te herkennen. Foto bvhh.nu 2017.
  8. Jojanneke Post, Het rechterdeel van de schilderingen in wording met centraal de apostel wiens hoofd op het fotoportret van Kees Dunselman is gebaseerd. Links van hem zit een type, rechts is Paulus weergegeven, geïnspireerd door een man van Nederlands-Surinaamse afkomst. Foto bvhh.nu 2017.
  9. Jojanneke Post, Jonge, baardloze mannen als apostelen en evangelist Johannes. Hoewel ongebruikelijk volgt de kunstenares hiermee het precedent van Leonardo Da Vinci in zijn Laatste Avondmaal. Foto Léontine van Geffen-Lamers, Monumentenfotograaf.nl december 2017.
  10. Een kijkje op de steigers lopende de totstandkoming van de kalotschildering van Jojanneke Post in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu op 19 oktober 2017.

Al het beeldmateriaal mag gebruikt worden op basis van de Creative Commons license (met naamsvermelding en zonder commercieel gebruik), behalve de foto’s van Léontine van Geffen-Lamers van Monumentenfotograaf.nl en het Stadsarchief Rotterdam, waarop alle rechten zijn voorbehouden en waarvoor dus toestemming gevraagd moet worden..

Download

Het E-boek kan gedownload worden via de website van de kathedraal, het bisdom, Davique Sierschilderwerken en deze site. De volledige titel luidt:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. ISBN 978-90-820976-2-7

Ben je in Rotterdam, ga de kathedraal dan eens bezoeken:

  • Het parochiecentrum is vrijwel iedere dag geopend tot 13:00 uur: op werkdagen vanaf 10:00 uur en zondags na de mis.
  • Bezoekadres: Robert Fruinstraat 36 (achterzijde kathedraal)
  • Voor verdere contactgegevens en bereikbaarheid met openbaar vervoer surf naar de site van de kathedraal.

Dit webartikel kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Terugkeer schilderingen kathedraal Rotterdam | Jojanneke Post in actie”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2018. http://bit.ly/2mB2ZAk-VanHH2org. Het item is ook te vinden op ifthenisnow.eu.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2mB2ZAk-VanHH2org

Het E-boek Tussen Gabriel en Michael


E-boek kathedraal | De verschijning kreeg een prelude dankzij RTV Rijnmond

E-boek kathedraal | De ontmoeting tussen Kees Dunselman en Jojanneke Post. Collage bvhh.nu 2018.

Het betrof deze opname van RT Rijnmond:

In ietwat gewijzigde vorm haalde dit item een dag later het NOS  journaal, zoals je kunt zien onder deze link.

Wil je weten hoe dit project het in de sociale media deed? Surf dan naar het Twittermoment.

B.

E-boek kathedraal | Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie

Het E-boek kan gedownload worden via de website van de kathedraal, het bisdom, Davique Sierschilderwerken en deze site. De volledige titel luidt:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. ISBN 978-90-820976-2-7

Ben je in Rotterdam, ga de kathedraal dan eens bezoeken:

  • Het parochiecentrum is vrijwel iedere dag geopend tot 13:00 uur: op werkdagen vanaf 10:00 uur en zondags na de mis.
  • Bezoekadres: Robert Fruinstraat 36 (achterzijde kathedraal)
  • Voor verdere contactgegevens en bereikbaarheid met openbaar vervoer surf naar de site van de kathedraal.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2De11QF-LauElKat

Een boek voor de bisschop

Soms heb je van die ontmoetingen die heel verrassend zijn. Dat overkwam mij toen ik begin dit jaar de Laurentius-Elisabethkathedraal in Rotterdam bezocht voor een gesprek over de schilderingen in de apsis, waar onderzoek voor nodig was. Bij die gelegenheid maakte ik kennis met de bisschop, monseigneur dr Hans J.H. van den Hende. De bisschop verraste me door een vergelijking te trekken tussen het werk van de gebroeders Dunselman en hun collega F.H. Bach, welke laatste zelfs in de kringen van kenners weinig bekendheid geniet. Bach heb ik, net als de gebroeders Dunselman, behandeld in ‘De genade van de steiger‘.* Van den Hende draagt warme herinneringen aan de heilig Hartkerk van zijn jeugd in Groningen die beschilderd was door deze kunstenaar, docent aan Academie Minerva in Groningen. Helaas is dit gebouw van Jan Stuyt uit 1913 in 1994 gesloopt.* Saillant detail: dit gesprek vond hoog boven op de steiger plaats, terwijl we de eerste resultaten van het herstel van de sjabloonschilderingen door Jojanneke Post in de apsis bekeken.

Maandag 17 juli heb ik op weg naar de kathedraal een omweg gemaakt via het bisschopshuis om De genade van de steiger aan de bisschop aan te bieden. Ik voelde me een beetje als Jozef Alberdinkg Thijm toen hij de bisschop van Haarlem De Heilige Linie aanbood; zo spiegel ik me aan een van mijn ‘helden’ uit de negentiende eeuw.* Alleen verging het mij beslist beter dan Thijm, want Van den Hende heeft grote belangstelling voor kerkelijke kunst en is heel geïnteresseerd in de terugkomst van Kees Dunselman in de kathedraal. Wordt dat een letterlijke terugkeer? Nee, zeker niet. Zoals we door de ogen van Kees kijken naar het ontwerp van zijn broer Jan – die dit project niet meer af heeft kunnen maken – zo kijken we straks door de ogen van Jojanneke Post naar de schildering van Kees Dunselman. Dat gaat nog heel spannend worden.

Van de aanbieding van ‘De genade van de steiger‘ is een bericht verschenen op de website van het bisdom, dat je hieronder kunt lezen.

Bisschop neemt boek over kerkelijke schilderkunst in ontvangst - bisdom Rotterdam (21 juli 2017).

Wil je het verhaal lezen met actieve snelkoppelingen en er met de zoektoets doorheen gaan, surf dan naar de pagina op de site van het bisdom Rotterdam.

Als kunsthistorici willen we wel eens vergeten dat de kunst van schilders als de gebroeders Dunselman niet alleen iconografisch spannend is, maar ook een liturgische functie heeft. Dat is best een ingewikkeld begrip, liturgie, dus het is goed dat Van den Hende er hier nog eens de aandacht op vestigt. Dit past overigens in de eigentijdse context, want het werk van Kees Dunselman in de Lebuïnuskerk van Deventer werd onder meer gunstig beoordeeld vanwege de ‘streng liturgische afwerking‘.* Dat was in 1927, twee jaar voordat hij de Elisabethkerk in Rotterdam van zijn broer overnam.

Hoe dat afliep … dat kun je lezen in mijn e-boek ‘Tussen Gabriel en Michael’.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette C.M., Angelique Friedrichs en G. W. C. van Wezel. De genade van de steiger: monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum. Zutphen: Walburg Pers, 2013.
  • “Groningen, Moesstraat 8 – Heilig Hartkerk – Reliwiki”, 2016. http://bit.ly/2vFyAV6.
  • “Franciscus Hermanus Bach”. Wikipedia, 22 juli 2017. http://bit.ly/2vGdXbu.
  • Thijm, J.A. Alberdingk. De Heilige Linie, proeve over de oostwaardsche richting van kerk en autaer als hoofdbeginsel der kerkelijke bouwkunst. Sterck, J.F.M., red., J.A. Alberdingk Thijm, werken IV, kunst en oudheidkunde I. Amsterdam/Den Haag: C.L. van Langenhuysen, Martinus Nijhof, 1909. http://bit.ly/Thijm-Heilige-Linie.
  • “UIT ANDERE PLAATSEN. Polychromie St. Lebuinuskerk te Deventer.” De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad. 30 augustus 1927, Dag druk. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2tAKYIB.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2ul3rrz
Terug naar de hoofdpagina!

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Collectie recensies boek Annemiek Punt

De collectie recensies open ik met die van Rob Weeber vanwege het mooie citaat van Jan Engelman dat hij uit mijn bijdrage haalde. De overige besprekingen staan daaronder, rijp en groen.

Achterhoek Nieuws 8 juli 2017

BORCULO – Hoe kan het toch dat ook bekende kunstenaars relatief onbekend blijven en slechts een kleine groep in het (wetenschappelijk) brandpunt van de belangstelling komt te staan? Als leek is het moeilijk om te beoordelen wat echte kunst is en wat het belang ervan is voor de mensheid. Het moet dus van een andere groep mensen komen, kenners zoals kunsthistorici, die ons wijzen op een zekere samenhang van ontwikkelingen in een bepaald tijdperk waarbinnen individuele kunstuitingen hun plek verdienen en waarmee dit tijdsbeeld bevestigd en zelfs jaren na dato ook verdiept wordt.

Door Rob Weeber

De Borculose glaskunstenares Annemiek Punt (1959) maakt al vele jaren bijzonder werk dat internationaal hoog in aanzien staat. Met name haar kennis en toepassing van de versmeltingstechniek van glas (glasfusen) heeft haar al jaren een unieke plek in de (kleine) wereld van befaamde glaskunstenaars bezorgd. Aan nationale bekendheid ontbrak het ook niet, zeker niet na haar creatie in 2006 van het ‘gele’ Jaïrus raam, het glas voor de Nieuwe Kerk in Delft. Volgens de kenners was dit eens te meer het bewijs dat Annemiek niet alleen met glas werkt, maar zelfs ‘in glas denkt’. Sinds 1980 heeft ze meer dan zeventig opdrachten uitgevoerd voor gebouwen, kerken, stiltecentra, instellingen en woningen, variërend van ramen tot glaspanelen en glasreliëfs. Het maken van werken voor gebouwen wordt ook monumentale kunst genoemd. En juist hiermee heeft ze zich dermate onderscheiden dat ze nu ook door de wetenschap is omarmd. Haar werk is geduid onder de stroming abstract expressionisme en vergeleken met het werk van grote voorlopers als de Nederlanders Joep Nicolaas en Gunhild Kristensen, de Duitser Wassily Kandinsky, bekend van ‘Der Blauwe Reiter’ en de Amerikaan Jackson Pollock. Joep Nicolaas gold als een van Nederlands meest bekende en vernieuwende glazenier en glaskunstenaar van de 20e eeuw. Het monumentale werk van Annemiek Punt is begin 2016 op initiatief van kunsthistoricus dr. Joost van Wal onderzocht door kunsthistorica dr. Bernadette van Hellenberg Hubar en godsdienstfilosoof prof. Dr. Wessel Stoker. Dit heeft geresulteerd in een definitieve plek van haar monumentaal glaskunstwerk binnen de vaderlandse kunstgeschiedenis. Het werk is onder meer getoetst aan de hand van drie begrippen, schoonheid, betekenis voor de wetenschap en cultuurhistorische waarde. Maar misschien wel is het mooiste compliment aan haar het citaat dat kunsthistorica Van Hellenberg Hubar aanhaalt. Het dateert uit 1955 van Jan Engelman: “Door al dat denken in generaties en groeperingen, door het beate geloof in “de” ontwikkeling der kunst, zijn wij vorstelijk aan het vergeten dat de billijkheid en de intelligentie ons opleggen, ieder figuur (en zelfs ieder schilderij) als een apart fenomeen te beschouwen.”

Dr. Joost van Wal heeft een boekje over het monumentale werk van de afgelopen 35 jaar van Annemiek Punt uitgebracht, voorzien van uitleg van hemzelf en de beide onderzoekers en natuurlijk met veel afbeeldingen van de betreffende werken. De titel is: Annemiek Punt, Monumentale glaskunst 1980-2017 (ISBN 978-90-817976-2-7). Op 9 juli is de presentatie ervan in de galerie van Annemiek Punt aan de Kloosterstraat 5 te Ootmarsum. Iedereen is van harte welkom tussen 14.00 en 17.00 uur.

In november verschijnt er bovendien een artfilm over het werk en leven van Annemiek Punt, gemaakt door de bekende cineast Fokke Baarssen uit Zwolle. Deze film is te zien tijdens een expositie bij Te Lintelo Wonen in de Spoorstraat in Haaksbergen. Voor meer informatie over Annemiek Punt:
www.annemiekpunt.nl

Nederlands Dagblad 7 juli 2017

Recensie Nederlands Dagblad 7 juli 2017 boek ‘Annemiek Punt Monumentale glaskunst 1980-2017’.

Op 9 juli 2017 verscheen het boek over de monumentale glaskunst van Annemiek Punt. Samen met uitgever, redacteur en collega Joost de Wal en godsdienst(kunst)filosoof Wessel Stoker heb ik een analyse gemaakt van het gebouwgebonden oeuvre van deze kunstenares, die een van de weinige glazeniers is in Nederland.

Wat dat heeft gebracht? Daar krijg je een aardige indruk van door de recensie van Roel Sikkema in Nederlands Dagblad, waaraan ik een afzonderlijke blog heb gewijd.

Tubantia 7 juli 2017

Peter Zandee, ‘Boek over glaskunst Borculose Annemieke Punt ten doop in Ootmarsum’ — BORCULO / OOTMARSUM – De monumentale glaskunst van Annemiek Punt (1959) doet er toe, kunsthistorisch gezien. De kunsthistorici Bernadette van Hellenberg Hubar en Joost de Wal en godsdienstfilosoof Wessel Stoker hebben onderzoek gedaan naar de kunstwerken van Annemiek Punt en beschrijven ze in het boek Annemiek Punt, Monumentale glaskunst 1980-2017.

Lees dit artikel verder op de site van Tubantia of via Evernote.

Verwijzingen en verdere informatie

  • Het boek over Annemiek Punt kan geciteerd worden als: Wal, Joost de, Bernadette van Hellenberg Hubar en Wessel Stoker. Annemiek Punt Monumentale glaskunst 1980-2017. Utrecht: Gebr. de Wal, 2017. ISBN 978-90-817976-2-7.
  • Wil je digitaal door het exemplaar bladeren of het boek bestellen? Volg dan deze link.
  • Volg deze links voor meer informatie over Joost de Wal en uitgeverij Gebroeders de Wal.
  • Voor een PDF van de recensie in Nederlands Dagblad surf je naar deze URL.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2u3fY3J

Aparte verloding apsisramen Begijnhofkapel Breda

Bernadette van Hellenberg Hubar. “#Kerkverhalen | Aparte verloding glas in lood Begijnhofkapel Breda”. if then is now.

Een van de meest sfeervolle kerkinterieurs van #KunstinBreda zit bij nader inzien – ook – vol geheimen. De meeste in deze intieme kapel op het Begijnhof in Breda heb ik dankzij een artikel uit 1997 van een van de docenten uit mijn studietijd, Wim Bergé, aardig kunnen ontsluieren. Overigens niet altijd tot mijn genoegen, want als je ziet wat er in anderhalve eeuw met de polychromie is gebeurd, word je niet blij. Karakteristiek voor het gebrek aan waardering in de jaren 1970 is dat, wat er aan oorspronkelijke afwerklagen op de houten beelden zat, volledig verdwenen, waarschijnlijk door ze in loogbaden onder te dompelen.

Het verhaal over de verloding van de apsisramen is gelukkig niet zo somber, al blijven de vragen daarover vooralsnog onbeantwoord.

Wie het weet, mag het zeggen! Ga het maar eens lezen op ifthenisnow.eu: http://bit.ly/2nZoZXJ.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen (opgemaakt met Zotero, Chigaco Manual of Styles 16h edition (note).

  • Bergé, Willem. “Negentiende-eeuwse gebouwen op het Begijnhof te Breda”. Evernote | deoranjeboom.nl, 1997. http://bit.ly/2laGa8D.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “#Kerkverhalen | Aparte verloding glas in lood Begijnhofkapel Breda”. if then is now. Geraadpleegd 2 april 2017. http://bit.ly/2nZoZXJ.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. #KunstinBreda | Religieuze kunst, Waardestellingen van uitmonsteringen en clusters. Ohé en Laak, 2017.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Kunst in Breda”. VanHellenbergHubar.org, 24 september 2016. http://bit.ly/KunstinBreda-VHHorg.

Het webartikel op ifthenisnow.eu is in PDF ook te vinden op deze site via de inhoudsopgave van #Kerkverhalen.

Woon je in Breda of ben je er tijdens een uitstapje, ga dan eens kijken bij de Begijnhofkapel. Er is nog veel meer te zien, dan alleen de glas in lood.

Nieuwe Bavo genomineerd voor Nationale SchildersVakprijs 2016

Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken heeft de afgelopen vijf jaar bij de nieuwe Bavo een van de meest interessante opdrachten uit haar carrière uitgevoerd. Met haar team heeft ze zowel de buitenpolychromie als de gekleurde onderdelen van het interieur gerestaureerd, gereconstrueerd of opnieuw aangebracht. Dat gebeurde in hechte samenwerking met kleuronderzoeker Judith Bohan en met mij. Dit is werkelijk zo’n project waarbij de expertises elkaar op een inspirerende manier aanvullen en er synergie ontstaat. De namen van Jojanneke Post en Judith Bohan kom je dan ook zeer regelmatig tegen in mijn boek over de kathedraal, met name in hoofdstuk 6 ‘De tinteling der atmosfeer’ dat over licht en kleur gaat.1

Maar dat terzijde, want hier wil ik graag Jojanneke aan het woord laten en iedereen oproepen om op haar project van de nieuwe Bavo te stemmen.


De Nationale SchildersVakprijs is een initiatief van Eisma Bouwmedia, uitgever van onder andere de SchildersVakkrant, Eisma’s Schildersblad en SchildersVak.nl.

Je kunt je stem uitbrengen via deze link: http://bit.ly/Stem-op-Jojanneke.
En natuurlijk kun je haar ook helpen door dit bericht te delen op de sociale media.

B.2

Jojanneke Post aan het werk bij de nieuwe Bavo. Foto Margaratha Svensson 2013.


  1. Om het boek over de nieuwe Bavo te bestellen surf je naar http://bit.ly/Bavo-Ao

  2. Vergeet niet te stemmen, dus klik op deze link: http://bit.ly/Stem-op-Jojanneke.
    Wil je meer over Jojanneke weten, bezoek dan haar website of volg haar op Twitter – @davique2001 – en Facebook.
    Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2e2G9Ne 

Flora in steen | 21 april 2016 20.00 uur

De Royal FloraHolland concert/lezing in de nieuwe Bavo 21 april 2016 20.00 uur | De nieuwe Bavo bloeit

Deze diashow vereist JavaScript.


De nieuwe Bavo zit vol raadselachtige ornamenten en een groot deel daarvan bestaat uit bloemen, bladeren en ranken. Dat heeft de kathedraal gemeen met verreweg de meeste negentiende en vroeg twintigste-eeuwse kerken. Het vergt niet veel verbeelding om daarin de inspiratie van de middeleeuwen te herkennen. Met name in de gotische bouwkunst vind je weelderig uitgewerkte bloem- en bladornamenten op pijlers en in kapitelen. Waar komt dat toch vandaan?

In de loop van de tijd zijn daar heel wat verklaringen voor bedacht, de een nog romantischer dan de ander. Bij het openingsconcert van ‘De nieuwe Bavo bloeit’ ga ik iets vertellen over een van de tradities die ten grondslag ligt aan de flora in steen. Ik zal niet te veel verklappen, maar hierna zul je met heel andere ogen naar de kathedraal kijken en nog meer genieten van alles wat in de nieuwe Bavo bloeit.

Bloeiende akkoorden

Bij het openingsconcert worden verschillende soorten muziek uitgevoerd, allemaal geïnspireerd door bloemen. Zo komt Flora met de mooiste exemplaren langs in een lied van John Wilbye, circa 1600. Maar ook de ode op de roos van de hedendaagse koorcomponist Eric Whitacre ontbreekt niet. En wat te denken van de ontroerende cyclus die Morton Lauridsen in 1993 schreef op Les Chansons des Roses van de dichter Rainer Maria Rilke. Aan het slot wordt de boel nog eens bij elkaar geveegd met Benjamin Brittens Green broom. Dit deel van het concert wordt uitgevoerd door Vocaza uit Amsterdam, het kamerkoor onder leiding van de magistra-cantus van de nieuwe Bavo, Sanne Nieuwenhuijsen.

Een heel ander, verrassend repertoire wordt neergezet door zangeres Bobbie Blommesteijn en titulair-organist van de nieuwe Bavo, Ton van Eck. Laat je verleiden door je nieuwsgierigheid en kom naar de nieuwe Bavo op donderdagavond 21 april 2016, 20.00 uur (entree € 10,00).

De opbrengst van ‘De nieuwe Bavo bloeit’ komt ten goede aan de restauratie van de kathedraal.

B.1
Joseph Cuypers, Bloemmotieven in glas in lood in de lucida van de nieuwe Bavo (1897-1898). Foto BvHH 2014.


Informatie

‘De nieuwe Bavo bloeit’ wordt mogelijk gemaakt door sponsoring van Royal FloraHolland, een koepel van 5.000 Nederlandse bloementelers en vijf veilingen (onder meer Aalsmeer).

Foto’s in de kop

  • De nieuwe Bavo te Haarlem organiseert de tweede editie van ‘De nieuwe Bavo bloeit’ in het kader van het Bloemencorso. Foto Stephan van Rijt, 2016.
  • Het bloemengewelf uit de eerste editie van 2015. Foto Hans Guldemond, 2015.
  • Een van de vele verglaasde terracotta sierranden met gestileerde bladeren en eikeltjes, ontworpen door Joseph Cuypers 1893-1898. Beeldbank Rijksdienst Cultureel erfgoed – Sjaan van der Jagt/Pixelpolder, 2014.
  • Een weelde aan tulpen tijdens ‘De nieuwe Bavo bloeit’ verleden jaar. Foto Hans Guldemond, 2015.
  • Verguld en gepolychromeerd bladkapiteel in de apsisgalerij, ontworpen door Joseph Cuypers 1893-1898. Foto BvHH 2013.
  • Verguld en gepolychromeerd kapiteel met omringende bloemornamenten in de koepel, , ontworpen door Joseph Cuypers 1902-1906. Beeldbank Rijksdienst Cultureel erfgoed – Chris Booms, 1902.
  • Het hoogaltaar in de bloemen tijdens de eerste editie van 2015. Foto Hans Guldemond, 2015.

Op al het beeldmateriaal van Van Hoogevest Architecten & Sjaan van der Jagt/Pixelpolder, en Hans Guldemond zijn alle rechten voorbehouden. De overige afbeeldingen zijn onder restricties vrij van reprorechten: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA.

Adres

Leidsevaart 146
2014 HE Haarlem
De entree is via de hoofdingang aan het Bisschop Bottemanneplein.

Programma van De nieuwe Bavo bloeit

Vrijdag & zaterdag 22 en 23 april: 10:00 – 23:00 uur
Extra lange avondopenstelling met sfeervolle verlichting
Live orgelmuziek met hobo, trompet en klarinet vanaf 10:00 uur
Koepeltochten 11:00 – 21:00 uur
Rondleidingen vanaf 11:00 uur
Kinderactiviteiten vanaf 10:00 uur
Muziek van Koorschool Haarlem 18:45 – 22:00 uur

Zondag 24 april: 11:30 – 17:00 uur
Koepeltochten 11:30 – 17:00 uur
Rondleidingen 11:30 – 17:00 uur
Kinderactiviteiten 11:30 – 17:00 uur
Live orgelmuziek met hobo, trompet en klarinet vanaf 11:30 uur

Entreeprijzen 22-24 april

Volwassenen: € 5,00
Kinderen > 10 jaar: € 2,50
Kinderen < 10 jaar: gratis
Koepeltochten: € 3,00 p.p.

Voor meer informatie ga naar www.denieuwebavobloeit.nl.

Restauratie

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

 


  1. Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is gepubliceerd op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo op 16 april 2016 en op ifthenisnow.nl op 17 april 2016. Verkorte link: http://bit.ly/1NvytNk. 

Kalendarium

Het kalendarium in de nieuwe Bavo van Joseph Cuypers (foto Jo Kunne 2014).
Het kalendarium in de noordoostelijke traptoren van de nieuwe Bavo, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door firma Wed. N.S.A. Brantjes en Co., Purmerend (1898)* (foto Jo Kunnen 2015).

Komend weekend gaan we weer van winter- naar zomertijd en dat herinnert onherroepelijk aan de wisseling van de seizoenen. Die zijn in de nieuwe Bavo onder meer uitgebeeld in het kalendarium bij de noordoostelijke traptoren, naast het hoogkoor.

Een kathedraal zit vanouds vol kosmische elementen die te maken hebben met de eerbied voor Gods schepping. Hemel en aarde schiep hij uit het niets, meent de een, maar er zijn ook tradities waarbij hij de bestaande chaos tot de kosmos organiseerde als een hemelse demiurg (architect) of Deus artifex (kunstvaardige God). Het sprak de mens wel aan, dat greep krijgen op tijd en ruimte. In de nieuwe Bavo komt dat in verschillende decoratieve elementen tot uitdrukking, zoals hier in de noordertoren, waar Joseph Cuypers een kalendarium voor ontwierp. In het oudste boek over de kathedraal (1898), vertelt de priester-journalist Marie A. Thompson over ‘een tijdkalender, waarin de twaalf teekenen van den dierenriem en de symbolen der vier jaargetijden’ zitten.*

Je krijgt de indruk dat dit werk in 1898 nog niet klaar was, want Thompson schrijft dat het is uitgevoerd in ‘fijn, veelkleurig mozaiek’. In werkelijkheid is het een tegeltableau dat al staat afgebeeld in een artikel van C.J. Juffermans van mei 1898. Hij is ook de eerste die de kathedraal betitelt als ‘de Nieuwe Sint-Bavo’.* Op dat moment was het gebouw nog lang niet af, want alleen de oostpartij stond er. Tegen de eerste bouwlaag van het transept leunde een houten noodschip voor de parochianen om de mis op het voltooide priesterkoor bij te kunnen wonen. Daarom is het ook zo vreemd dat de kathedraal in het boek van Thompson werd beschreven alsof ze al helemaal af is. Dat heeft te maken met het karakter van de nieuwe Bavo als Unvollendete: als bewust onvoltooid gebouw vol met potenties die op termijn gerealiseerd kunnen worden. Op papier werd een voorschot genomen op de toekomstige afwerking van de kathedraal. Over dit spannende thema vind je meer in mijn boek: http://bit.ly/Bavo-Ao.*

Keren we terug naar het kalendarium dan zien we hoe de hemelse sterrenbeelden zijn ingebed in de groene aarde. Op de hoeken zijn de symbolen van de vier seizoenen aangegeven in de vorm van ontluikende lelietjes van dalen linksboven (lente); dan – met de klok – mee de bloeiende roos (zomer), vervolgens de rijpe druiventros (herfst) en tenslotte de eeuwig groene hulst (winter).*

Toch klopt er iets niet helemaal … Kun je me dat vertellen?

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Post scriptum —Kort na het verschijnen van deze blog heb ik een stukje over de tegenhanger van de jaarkalender, de klok in de zuider koortoren, geplaatst op LinkedIn.

 


Meer informatie & bestelgegevens van Ad orientem

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de volgende bronnen:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem’, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Voor een samenvatting surf naar http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.
  • Antoon Erftemeijer, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, ‘Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem’, Haarlem 1997, pp. 220-222.
  • C.J. Juffermans, ‘Het voltooide gedeelte van de Nieuwe Sint-Bavo’, in: ‘Sint Bavo Godsdienstig Weekblad voor het Bisdom Haarlem’ 1 (1898), pp. 301-303.
  • M.A. Thompson, ‘De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek’, Haarlem 1898, pp. 71-72.

Hoe je het boek Ad orientem kunt bestellen:

  • Bibliofiele uitgave — Er komt een bibliofiele uitgave van ‘Ad orientem’, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de nieuwe Bavo. Dat is een aparte, genummerde en gesigneerde editie, waarin de naam van de begunstigers wordt vermeld. De ondergrens is € 100,00 per exemplaar, maar meer mag natuurlijk ook! Het boek is te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag naam, bedrag en verzendadres vermelden).
  • Korting van € 10,00 — Op dit moment kan het boek ook besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, voorjaar 2016, wordt dit € 49,95. Meld je aan via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres en het woord korting vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten).
  • Voor wie dit een sympathiek doel vindt, maar geen boek wil, is er ook de mogelijkheid om een lager bedrag naar vrije keuze te doneren. Wees zo goed om dit per mail door te geven aan NieuweBavo@gmail.com, onder vermelding van het te doneren bedrag.

Specificaties:

  • Uitgever: WBooks in samenwerking met Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem
  • Aantal pagina’s: 400
  • Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
  • Uitvoering: gebonden
  • ISBN 978 94 625 8119 7
  • Meer informatie: WBOOKS of http://bit.ly/Bavo-Ao.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is eerder gepubliceerd op ‘if then is now’. Verkorte link van deze blog: http://bit.ly/Kalendarium-VHH.

 

 

Kees de Goede in De Pontmuseum

Kees de Goede in Museum De Pont Tilburg. Foto BvHH 2015.
De krantencollage van Kees de Goede in Museum De Pont brengt een indringend verhaal (foto bvhh 2015).

Tot 31 januari 2016 is de tentoonstelling van Kees de Goede in Museum De Pont in Tilburg te bekijken. Nu is het altijd al feest om naar dat museum te gaan, maar met deze expositie is een bezoek nog interessanter. En als je me nu vraagt waarom, kan ik er niet eens echt de vinger op leggen. Misschien wel vanwege de persoonlijke synthese die De Goede heeft gemaakt als kunstenaar die midden in de ontwikkelingen van zijn tijd stond en staat. Ik ben verzot op kleur, dus zijn abstracte polychromie is voor mij heel aantrekkelijk. Mijn hoofd is gevuld met beelden van negentiende en twintigste-eeuwse monumentale uitmonsteringen en grappig genoeg kan ik binnen dat referentiekader wel een plaats vinden voor de exercities van De Goede. Het is decoratief in de goede, oorspronkelijke zin van het woord: monumentaal en met een verhalend accent.

Dat verhalen kan episch zijn, zoals de wat ‘unheimische’ kosmische diepte in zijn cirkels met getande inkepingen. Of het kan heel eenvoudig liggen op het niveau van het kijk- en voelspel: hoe werken kleuren en vormen optisch ten opzichte van elkaar? Wat gebeurt er als ik een fel beschilderde huid strak span over een geraamte in een organisch aandoend vlechtwerk van takken? Het doet zo haptisch aan dat je het liefst je vingers zou willen gebruiken.

Boodschap en beeld zijn vooral indringend bij de collage van kranten tegen de muur … Het adagium dat bijna afgesleten berichten een bijzondere betekenis krijgen, zodra de kunstenaar ze van een andere context voorziet is hier heel sterk. Het trof me … maar daar wil ik verder geen woorden aan kwijt, want dit moet je gewoon gaan bekijken.

En als je dan gaat, lees dan ook het stuk op de website van het museum over Kees de Goede.1  Hoewel dat misschien wat vreemd klinkt, tekent het de zeggingskracht van zijn werk dat hierin weer heel andere accenten worden gelegd, dan in mijn blogje hierboven.

;-) B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Deze diashow vereist JavaScript.


  1. Gelukkig is de betreffende pagina op de site van het museum behouden gebleven. 

  2. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/239F2zm.

    Het gebruik van de foto’s op deze pagina is toegestaan onder voorbehoud: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA