Kalendarium

Het kalendarium in de nieuwe Bavo van Joseph Cuypers (foto Jo Kunne 2014).
Het kalendarium in de noordoostelijke traptoren van de nieuwe Bavo, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door firma Wed. N.S.A. Brantjes en Co., Purmerend (1898)* (foto Jo Kunnen 2015).

Komend weekend gaan we weer van winter- naar zomertijd en dat herinnert onherroepelijk aan de wisseling van de seizoenen. Die zijn in de nieuwe Bavo onder meer uitgebeeld in het kalendarium bij de noordoostelijke traptoren, naast het hoogkoor.

Een kathedraal zit vanouds vol kosmische elementen die te maken hebben met de eerbied voor Gods schepping. Hemel en aarde schiep hij uit het niets, meent de een, maar er zijn ook tradities waarbij hij de bestaande chaos tot de kosmos organiseerde als een hemelse demiurg (architect) of Deus artifex (kunstvaardige God). Het sprak de mens wel aan, dat greep krijgen op tijd en ruimte. In de nieuwe Bavo komt dat in verschillende decoratieve elementen tot uitdrukking, zoals hier in de noordertoren, waar Joseph Cuypers een kalendarium voor ontwierp. In het oudste boek over de kathedraal (1898), vertelt de priester-journalist Marie A. Thompson over ‘een tijdkalender, waarin de twaalf teekenen van den dierenriem en de symbolen der vier jaargetijden’ zitten.*

Je krijgt de indruk dat dit werk in 1898 nog niet klaar was, want Thompson schrijft dat het is uitgevoerd in ‘fijn, veelkleurig mozaiek’. In werkelijkheid is het een tegeltableau dat al staat afgebeeld in een artikel van C.J. Juffermans van mei 1898. Hij is ook de eerste die de kathedraal betitelt als ‘de Nieuwe Sint-Bavo’.* Op dat moment was het gebouw nog lang niet af, want alleen de oostpartij stond er. Tegen de eerste bouwlaag van het transept leunde een houten noodschip voor de parochianen om de mis op het voltooide priesterkoor bij te kunnen wonen. Daarom is het ook zo vreemd dat de kathedraal in het boek van Thompson werd beschreven alsof ze al helemaal af is. Dat heeft te maken met het karakter van de nieuwe Bavo als Unvollendete: als bewust onvoltooid gebouw vol met potenties die op termijn gerealiseerd kunnen worden. Op papier werd een voorschot genomen op de toekomstige afwerking van de kathedraal. Over dit spannende thema vind je meer in mijn boek: http://bit.ly/Bavo-Ao.*

Keren we terug naar het kalendarium dan zien we hoe de hemelse sterrenbeelden zijn ingebed in de groene aarde. Op de hoeken zijn de symbolen van de vier seizoenen aangegeven in de vorm van ontluikende lelietjes van dalen linksboven (lente); dan – met de klok – mee de bloeiende roos (zomer), vervolgens de rijpe druiventros (herfst) en tenslotte de eeuwig groene hulst (winter).*

Toch klopt er iets niet helemaal … Kun je me dat vertellen?

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Post scriptum —Kort na het verschijnen van deze blog heb ik een stukje over de tegenhanger van de jaarkalender, de klok in de zuider koortoren, geplaatst op LinkedIn.

 


Meer informatie & bestelgegevens van Ad orientem

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de volgende bronnen:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem’, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Voor een samenvatting surf naar http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.
  • Antoon Erftemeijer, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, ‘Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem’, Haarlem 1997, pp. 220-222.
  • C.J. Juffermans, ‘Het voltooide gedeelte van de Nieuwe Sint-Bavo’, in: ‘Sint Bavo Godsdienstig Weekblad voor het Bisdom Haarlem’ 1 (1898), pp. 301-303.
  • M.A. Thompson, ‘De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek’, Haarlem 1898, pp. 71-72.

Hoe je het boek Ad orientem kunt bestellen:

  • Bibliofiele uitgave — Er komt een bibliofiele uitgave van ‘Ad orientem’, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de nieuwe Bavo. Dat is een aparte, genummerde en gesigneerde editie, waarin de naam van de begunstigers wordt vermeld. De ondergrens is € 100,00 per exemplaar, maar meer mag natuurlijk ook! Het boek is te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag naam, bedrag en verzendadres vermelden).
  • Korting van € 10,00 — Op dit moment kan het boek ook besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, voorjaar 2016, wordt dit € 49,95. Meld je aan via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres en het woord korting vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten).
  • Voor wie dit een sympathiek doel vindt, maar geen boek wil, is er ook de mogelijkheid om een lager bedrag naar vrije keuze te doneren. Wees zo goed om dit per mail door te geven aan NieuweBavo@gmail.com, onder vermelding van het te doneren bedrag.

Specificaties:

  • Uitgever: WBooks in samenwerking met Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem
  • Aantal pagina’s: 400
  • Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
  • Uitvoering: gebonden
  • ISBN 978 94 625 8119 7
  • Meer informatie: WBOOKS of http://bit.ly/Bavo-Ao.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is eerder gepubliceerd op ‘if then is now’. Verkorte link van deze blog: http://bit.ly/Kalendarium-VHH.

 

 

Kees de Goede in De Pontmuseum

Kees de Goede in Museum De Pont Tilburg. Foto BvHH 2015.
De krantencollage van Kees de Goede in Museum De Pont brengt een indringend verhaal (foto bvhh 2015).

Tot 31 januari 2016 is de tentoonstelling van Kees de Goede in Museum De Pont in Tilburg te bekijken. Nu is het altijd al feest om naar dat museum te gaan, maar met deze expositie is een bezoek nog interessanter. En als je me nu vraagt waarom, kan ik er niet eens echt de vinger op leggen. Misschien wel vanwege de persoonlijke synthese die De Goede heeft gemaakt als kunstenaar die midden in de ontwikkelingen van zijn tijd stond en staat. Ik ben verzot op kleur, dus zijn abstracte polychromie is voor mij heel aantrekkelijk. Mijn hoofd is gevuld met beelden van negentiende en twintigste-eeuwse monumentale uitmonsteringen en grappig genoeg kan ik binnen dat referentiekader wel een plaats vinden voor de exercities van De Goede. Het is decoratief in de goede, oorspronkelijke zin van het woord: monumentaal en met een verhalend accent.

Dat verhalen kan episch zijn, zoals de wat ‘unheimische’ kosmische diepte in zijn cirkels met getande inkepingen. Of het kan heel eenvoudig liggen op het niveau van het kijk- en voelspel: hoe werken kleuren en vormen optisch ten opzichte van elkaar? Wat gebeurt er als ik een fel beschilderde huid strak span over een geraamte in een organisch aandoend vlechtwerk van takken? Het doet zo haptisch aan dat je het liefst je vingers zou willen gebruiken.

Boodschap en beeld zijn vooral indringend bij de collage van kranten tegen de muur … Het adagium dat bijna afgesleten berichten een bijzondere betekenis krijgen, zodra de kunstenaar ze van een andere context voorziet is hier heel sterk. Het trof me … maar daar wil ik verder geen woorden aan kwijt, want dit moet je gewoon gaan bekijken.

En als je dan gaat, lees dan ook het stuk op de website van het museum over Kees de Goede.1  Hoewel dat misschien wat vreemd klinkt, tekent het de zeggingskracht van zijn werk dat hierin weer heel andere accenten worden gelegd, dan in mijn blogje hierboven.

;-) B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Deze diashow vereist JavaScript.


  1. Gelukkig is de betreffende pagina op de site van het museum behouden gebleven. 

  2. Verkorte link van dit item: http://bit.ly/239F2zm.

    Het gebruik van de foto’s op deze pagina is toegestaan onder voorbehoud: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA 

Samenvatting ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’

Samenvatting boek nieuwe Bavo — In dit item vind je in kort bestek de belangrijkste thema’s in ons boek over het meesterwerk van Joseph Cuypers dat medio 2019 omgedoopt is tot KoepelKathedraal Haarlem (dit om een einde te maken aan de stelselmatige verwarring met de oude Bavo in het centrum van de stad). Normaal zou achter zo’n inleidende zin een oproep komen om het boek te bestellen, maar … dat kan niet meer. Het boek is uitverkocht, op één plek na …

*


‘De nieuwe Bavo te Haarlem’ — Ad orientem | Gericht op het oosten

Het boek dat tijdens de restauratie geschreven werd

Op 9 september 2016 is de jongste publicatie over de Haarlemse kathedraal feestelijk gepresenteerd in de nieuwe Bavo bij gelegenheid van de start van de Open Monumentendagen in Haarlem, na een korte inleiding van professor dr Paul van den Akker van de OU te Heerlen.

Ad orientem | Gericht op het oosten onthult hét leidmotief van het nieuwe boek over de Haarlemse kathedraal, beter bekend als de nieuwe Bavo van architect Joseph Th.J. Cuypers (1861-1949). De subtitel slaat zowel op de oriëntatie van het gebouw – met de apsis gericht op het oosten – als de lichtsymboliek van de dageraad en de oriëntaalse invloeden in de vormgeving. Dat heeft Joseph Cuypers niet allemaal alleen bedacht. Geen bouwmeester zonder bouwheer, dus ook zijn opdrachtgever hoort hier genoemd te worden. Dat was de bisschop van Haarlem, die vertegenwoordigd werd door zijn vicaris-generaal A.J. Callier (uit te spreken als rijmend op lier). Callier die als de programmamaker van de kathedraal beschouwd kan worden, werd in 1903 tot bisschop benoemd, tijdens de tweede bouwfase. De nieuwe Bavo kwam namelijk in drie fasen tot stand:

  • De oostpartij tot en met een deel van de viering in 1893-1898.
  • Het schip, de onderbouw van de westtorens, de rest van de viering en de koepel in 1902-1906.
  • De twee westtorens in 1925-1930, door Josephs zoon, Pierre J.J.M. Cuypers.


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | De actoren
afb. 1 De bouwheren en bouwmeesters van de nieuwe Bavo: bisschop Caspar Bottemanne, zijn opvolger vicaris-generaal Augustinus Callier, Joseph Cuypers en Jan Stuyt.

De architect en zijn ploeg

Wie de naam Cuypers hoort, zal waarschijnlijk in eerste instantie denken aan de ontwerper van het Rijksmuseum en het Centraal Station te Amsterdam. Dat ook zijn zoon Joseph en kleinzoon Pierre junior actief waren in het bouwvak is minder bekend. Hoewel er inmiddels verschillende publicaties aan Joseph Cuypers zijn gewijd – waarvan de meest recente van pastoor Crutzen over de kerk van Klimmen – is er nog veel dat niet bekend is over zijn visie en zijn creativiteit. Wat dat betreft zal met dit boek de achterstand ingelopen worden; en dat is vooral mogelijk gebleken doordat het hier om het meesterwerk gaat van Joseph Cuypers als kerkenbouwer. Bij de totstandkoming van de kathedraal waren overigens meer mensen betrokken: zijn vader kon het niet laten om in het begin zelf wat schetsen op tafel te leggen; bijna dertig jaar daarvoor was hem immers deze opdracht in het vooruitzicht gesteld. Behalve als klankbord is zijn inbreng verder beperkt gebleven tot het glas-in-lood in de lucida (de ramen in de apsis). Verder had je daar Jan Stuyt die aanvankelijk als opzichter werkzaam was, maar vanaf 1899 als vennoot van Joseph Cuypers. Ook met hem zal de architect vaak gespiegeld hebben over zijn ontwerpen. En ten slotte was daar Pierre junior die onder de hoede van zijn vader tekende aan de westtorens en het noorderportaal.[1] Los van deze creatieve mensen had je in het bouwteam bazen en onderbazen waarvan de belangrijksten in de galerij van de apsis in symbolen en initialen vereeuwigd zijn.[2]

Waarom een nieuw boek?

Nu zijn er sinds de kerkwijding van 1898 al verschillende publicaties aan de nieuwe Bavo gewijd, waarvan de laatste uit 1997: in Getooid als een bruid is uitvoerig aandacht besteed aan de ontwikkeling van het bouwplan, de iconografie en de verschillende kunstenaars die aan de inrichting werkten. Wat maakt ‘mijn’ boek anders, en sterker nog, waarom is er nog een boek nodig? Heel eenvoudig: de nieuwe inzichten als gevolg van de restauratie.[3] Het anders en nodig heeft namelijk te maken met de ontdekkingen die vooral vanaf de steiger zijn gedaan. Als een van de betrokken onderzoekers stond ik daar oog in oog met de verschillende onderdelen die van de grond af niet waren te zien. Daar kreeg ik uitleg over de vondst van minieme kleursporen wat er toe heeft geleid dat de buitenpolychromie voor een groot deel is hersteld. Daar werd ik op een wel heel directe manier geconfronteerd met onvoltooide, brute halffabricaten en zelfs misbaksels die bij zo’n verheven bouwwerk als een kathedraal eigenlijk niet passen. Daar zag je ook het vakmanschap van de baksteenpolychromie en het spannende verschiet waarin verschillende elementen hand over hand in een klimmende beweging omhoog stuwen naar het meest majestueuze onderdeel: de groenkoperen koepel. Alleen al het complexe spel van architectonische hoofdlijnen en verfijnde detaillering is een studie waard.


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | Op de steigers
afb. 2 Op de steiger zie je de dingen in heel andere dimensies. Maar het is vooral de sfeer die je niet loslaat. Een bijzondere plek tussen hemel en aarde.

Samenvatting ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’ | Wat kan ik vinden in dit boek?

Licht — Niet alleen de twee genoemde thema’s komen aan bod, want er speelt meer dan alleen de polychromie en de onvoltooide elementen. Ze gaven wel de richting aan van enkele andere bijzonderheden. Allereerst de opmerkelijke visie van Joseph Cuypers op licht in architectuur. Ik haal een klein stukje aan uit een van zijn belangrijkste artikelen over de nieuwe Bavo. Eerst vertelt hij over de sterke horizontale lijnen in de historische gebouwen van Nederland. Ons land is vlak en dat geldt ook voor de architectuur.

  • ‘Moet daarin niet worden erkend de weerspiegeling van wat het Hollandsche landschap dien ouden bouwmeesters te zien en te voelen gaf — eene groote ruimte, afgeteekend door fijne, teere profielen aan den horizon, zonder scherpe kleuren of harde contrasten: eene ruimte niet omschreven door krachtige bergruggen, maar voelbaar door de tinteling der atmosfeer en de afbleekende tonen van ’t geboomte onzer polders?’[4]

Pas toen ik dit las, realiseerde ik me dat Joseph niet alleen een Limburger is, maar ook een Hollandse jongen! Zijn vader, ja, dat was een echt ‘Remunsje jung’, maar Joseph had een Amsterdamse moeder, grootvader en overgrootvader en voelde zich dus ook Hollander. Zelf zou hij zeggen dat hij van zijn moeder een ‘Hollandsch gemoed’ erfde en van zijn Limburgse vader het ‘harmonisch kunst-inzicht’.[5] Het beste dus van twee werelden.

Wat betekende dit in de praktijk? Dat hij brak met het ideaal van de zwaar gekleurde, donkere Chartresachtige glazen omdat hij het licht van het Hollandse polderlandschap naar binnen wilde halen. Zo ontwikkelde hij een nieuw concept dat je als de architectonische variant van het impressionisme zou kunnen betitelen. Want lichtinval is iets dat elk moment verandert. En daardoor heb je eigenlijk niet met één gebouw te maken, maar met een hele serie gebouwen die ieder moment van aanzien veranderen. Een belangrijke inspiratiebron hiervoor was vrijwel zeker de beroemde reeks van Monet, van de kathedraal van Rouen. Die laat prachtig zien hoeveel verschillende gebouwen één kathedraal vormt op de verschillende momenten van de dag.[6]


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | Instantaneité
afb. 3 Claude Monet, Cathédrale de Rouen (1892-1894)

De Unvollendete — De onvoltooide elementen, misbaksels en halffabricaten worden in het boek behandeld als onderdeel van de Unvollendete, onder verwijzing naar de beroemde symfonie van Schubert. Nu was Joseph Cuypers een beelddenker, geen filosoof. Ook al zou je het niet (of misschien juist wel) zeggen na het poëtische stukje dat ik net aanhaalde: hij dacht vooral in beelden en niet in woorden. En dat is wat al die onvoltooide stukken steen laten zien: hoe Joseph Cuypers als beelddenker een filosofisch concept wist te verwerken. In dit geval gaat het om een denkbeeld van Thomas van Aquino die hierbij weer steunde op Aristoteles. Kort door de bocht kun je stellen dat alles wat bestaat één grote bulk potentie is: alleen zo kun je verklaren hoe het mogelijk is dat iets is en op hetzelfde moment iets anders aan het worden is. Als we alleen al naar ons zelf kijken zijn we voortdurend in staat van verandering: we zijn niet helemaal meer wat we waren, maar ook nog niet helemaal wat we het aan het worden zijn. En het mooie hiervan is dat we ieder moment keuzes kunnen maken. Dat is precies wat uitgedrukt wordt door de Unvollendete: de potentie om na het wordingsproces tot een bepaald stadium doorlopen te hebben, iets anders te worden. En dat iets anders maakt deel uit van een eindeloos scala aan mogelijkheden. Al die mogelijkheden zitten in ons, net zoals in de steen direct uit de groeve een eindeloze hoeveelheid beelden zit besloten.[7]


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | Die Unvollendete
afb. 4 De Unvollendete bestaat uit rudimentair beeldhouwwerk, halffabrikaten en misbaksels

Oriëntalisme — De kathedraal valt op door sterk oosters aandoende patronen en ornamenten, met de koepel als meest in het oog lopende uitdrukkingsvorm. Deze aandacht van Joseph Cuypers voor, zoals hij het zelf noemde, ‘Spaansch-Arabische motieven’ heeft niet alleen te maken met de erkenning van de inheemse architectuur van het heilige Land als inspiratiebron van christelijke cultuur, maar is opnieuw sterk beïnvloed door de figuur van Thomas van Aquino. Want zoals deze wijsgeer de geschriften van Aristoteles te danken had aan de islamitische denkers van Arabische signatuur, ontleende Joseph Cuypers daar een onderscheidend deel van zijn vormenschat aan.[8]

Polychromie — Er wordt wel gezegd dat dit oriëntalisme ook tot uitdrukking komt in de kleuren. En hoewel er zeker enige overeenkomsten zijn, steunt Joseph Cuypers hier toch vooral op de Farbenlehre van Goethe – de dichter, ja ! – en het onderzoek van Viollet-le-Duc; om de enorme ervaring van zijn vader op dit gebied niet te vergeten. Vooral de buitenpolychromie is heel bijzonder, omdat we van dit type geen enkel ander voorbeeld in Nederland (meer?) hebben. Voor de oorlog moet die voor een groot deel al zijn verweerd, want in het collectieve geheugen van Haarlem was geen enkele herinnering meer aan de eertijds rijke tooi van de torens, gevels en steunberen van de kathedraal. De polychromie werd ondersteund door verguldsel dat het licht en de kleuren reflecteerde, zoals ook aan de binnenkant gebeurde door middel van glanselementen als terracotta, edelsmeedwerk, mozaïeken en noem maar op.[9]


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | De bruid
afb. 5 Van de buitenpolychromie van de nieuwe Bavo was nauwelijks nog iets over.

Catechismus en Biblia pauperum — Ook de latere bisschop Callier was intensief bezig met het gedachtegoed van Thomas van Aquino. Hij liet zich zelfs vereeuwigen in het beeld van deze heilige bij het heilig Hartaltaar. Anders dan de architect was hij geen beelddenker, maar vooral een docent die elementaire geloofswaarheden, vervat in de catechismus, over het voetlicht wilde brengen. Daarvoor koos hij onder meer de systematiek van de middeleeuwse Biblia pauperum (armenbijbel), waarvan in het bisdom nog verschillende originele exemplaren bestonden, zoals in de Grote Kerk van Laren. Callier wist heel goed dat hij zijn ideeën niet kon realiseren zonder de tussenkomst van de uitvoerende kunstenaar, die hij dan ook een bijzondere status toekende. Zo werd zijn haast persoonlijke beeldhouwer, Johannes Maas, getypeerd als ‘priester van het Schoone’. Het geeft aan dat kunstenaars en geestelijken tijdens de bouw een bijna gelijkwaardige status hadden. Bijna, want uiteindelijk voelde de geestelijkheid zich toch ver verheven en bevoorrecht boven de leken. Wel kon de kunstenaar net als een geestelijke als een ingewijde worden beschouwd, iemand die door zijn scheppingsvermogen, kennis en inspiratie dieper doordrong tot de goddelijke geheimen dan de gewone gelovige.[10]

Netwerk en De Heilige Linie — Om het verhaal over de verschillende actoren in te kaderen, is zowel aandacht besteed aan het netwerk waarin zij verkeerden, als aan de gemene deler die onder het programma lag, het handboek over kerkbouwsymboliek van Josephs peetoom, J.A. Alberdingk Thijm, De Heilige Linie (1858).[11] Om te beginnen komt dit tot uitdrukking in de oriëntatie van de kerk, maar er spelen nog talloze andere thema’s mee die onder meer leidden tot de ontdekking van de bruid van het oosten en de bruid van het westen.[12]

Ervaring

Wat heeft het nu zo bijzonder gemaakt om dit boek te schrijven. Sowieso was het fantastisch om dit onderzoek te mogen doen, me te verdiepen in de verschillende persoonlijkheden die direct en zijdelings bij het project van 1895 tot 1930 waren betrokken – wat heb ik veel mensen leren kennen! – en bezig te kunnen zijn met alles wat zich op ons netvlies ontvouwt. Want daar gaat het per slot van rekening bij een kunsthistoricus om: om het visuele spel dat zich voor onze ogen afspeelt dankzij de kunst die door mensenhanden tot stand is gebracht. Maar wat dit boek toch wel extra bijzonder maakt, is dat ik het tijdens de restauratie heb mogen schrijven. En dat is behoorlijk apart in Nederland, want meestal gebeurt zoiets als het werk gedaan is. Dan kun je in principe al niet meer achter de schermen, of liever, vanaf de steigers kijken. Vooral dat laatste heeft dit me bij dit boek veel gebracht. Zo vond bij het herstel van de polychromie een directe wisselwerking plaats tussen onderzoek, schrijven en restaureren, waarbij over en weer een verdiepingsslag plaatsvond. Maar ook de gelukkige situatie dat het gebouw vanaf de steigers bestudeerd kon worden, leverde kennis en inzichten op die zonder dat onmogelijk zouden zijn geweest.


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | Jan Dibbets
afb. 6 Jan Dibbets (centraal met de stok) ontwierp eigentijdse glazen voor het schip van de nieuwe Bavo.

Lest best was het heel speciaal dat er een wisselwerking was met levende kunstenaars over hun recente bijdrage aan de kathedraal. Wat dacht je van de glazen van Jan Dibbets in het schip, de glasobjecten van Marc Mulders in de doopkapel of het mozaïek van Gijs Frieling bij de Sacramentskapel, allemaal na een proces van denken en overleggen tot stand gekomen in 2016. Hierbij speelde op de achtergrond de iconografische inbreng van de plebaan, met wie ik over actuele beeldprogramma’s kon praten: niet iets van gisteren, maar van vandaag, alhoewel uiteraard wel diep geworteld in de traditie. En zo vonden verschillende gesprekken plaats met de actoren van nu, variërend van de voorzitter van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo tot de koster en de conservator van het KathedraalMuseum; van de architect en de opzichter tot de metselaar; van de kleurhistoricus tot de meesterschilder. Deel uitmaken van een team, vergelijkbaar met dat wat de Bavo ooit tot stand bracht. Je kunt het slechter treffen als onderzoeker en schrijver.

;-) B(&M)

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Sociale media en erfgoed als de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media zowel in om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Met betrekking tot dit project kun je een overzicht vinden in de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’. Daartoe behoort ook deze samenvatting die op 25 november 2015 is gepubliceerd op het platform if then is now: http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo. Daarna volgde In 2016 bij gelegenheid van de verschijning van het boek tot tweemaal toe een analoge druk, en wel in Vakblad Vitruvius en in de periodiek met restauratienieuws over de nieuwe Bavo, In de steigers.

Jammer genoeg bestond destijds nog niet de optie van het Twittermoment – waarvan op dit moment (juli 2019) de vraag is hoe lang dat nog blijft bestaan – maar enkele tweets zijn verzameld onder deze link

Sinds 2018 hebben we een Facebookpagina als ankerpunt voor de berichten op de sociale media: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal, kunstenaars als Joseph Cuypers en architectuur en kunst uit de laten negentiende en twintigste eeuw een nog grotere actieradius bereiken!

Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.*

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

*

Noten & beeldmateriaal

Beeldmateriaal in de tekst

  • afb. 1 Deze collage is gemaakt aan de hand van reprovrij beeldmateriaal uit het eerste boek over de nieuwe Bavo: M.A. Thompson, De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898. De portretten zijn van de hand van Theo Molkenboer.
  • afb. 2 Deze collage is gemaakt met foto’s van Bernadette van Hellenberg Hubar.
  • afb. 3 Deze collage is gemaakt aan de hand van reprovrij beeldmateriaal, afkomstig van Wikimedia Commons (zoektermen: Monet, Cathédral Rouen).
  • afb. 4 Deze collage is gemaakt met foto’s van Bernadette van Hellenberg Hubar.
  • afb. 5 Deze collage is gemaakt aan de hand van foto’s van Bernadette van Hellenberg Hubar en Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken.
  • afb. 6 Deze collega is gemaakt met foto’s van Judith Bohan en Bernadette van Hellenberg Hubar, en met een projectie van Van Hoogevest Architecten en een scan van Haarlems Dagblad.
  • Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.

Noten

[1]    Zie de uitleg van Arjen Looyenga in Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 44-58. De vennootschap van Joseph Cuypers en Jan Stuyt duurde van 1898 tot 1909 en niet, zoals vaak wordt gedacht van 1900 tot 1908 (vriendelijke mededeling Agnes van der Linden, onder verwijzing naar haar boek: Vrienden van Jan Stuyt en Louise Barozzi: Bijdragen aan een album anno 1928, Nijmegen 2015, p.86).

[2]    Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘Hommage aan het team’, op: vanhellenberghubar.org, http://wp.me/P4eh3s-7q (2013).

[3]    Eggenkamp, Wim, ‘Restauratie Kathedrale complex van Sint Bavo halverwege’, in: Haerlem Jaarboek 2014, Haarlem 2015, pp. 133-179.

[4]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.2.5 ‘De invloed van Goethe’.

[5]    Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, p. 214.

[6]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.4 ‘Licht en atmosfeer’.

[7]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 4.2 ‘De graden van volmaaktheid (Thomas van Aquino)’.

[8]    Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 7 ‘De koepel als epiloog’.

[9]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.1 ‘De juwelen van de bruid’.

[10]   Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 5 ‘Te Deum laudamus’.

[11]   Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 2 ‘Acte de présence’. Ibidem, hoofdstuk 3 ‘De Heilige Linie’.

[12]   Hubar, Ad orientem, paragraaf 3.4 ‘De onzichtbare patrones’.

Verkorte link: http://bit.ly/2bPlZXW-nBavo

Ara pacis Augustae

Cyclus Rome 3 | Ara pacis Augustae

Cyclus Rome 3: Ara pacis Augustae

Zij stappen zwijgzaam
Een stoet van mensen met prestige
lictoren, auguren en hofhouding
achter de keizer en zijn familie
in een vreedzame processie
Of toch vertoon van macht?
geplooide koppen fronsen je aan
ieder een eigen agenda
De vrouwen met kunstige kapsels
niet minder vol intrige
deinen in het ritme
elegant vallen de plooien
van de gewaden naar benee
hier een gebaar, daar een aai
over het hoofd van een kind
als speelse rekwisieten
Maar vooral … die menselijke koppen
niet geïdealiseerd, alsof
de man om de hoek
hiertussen had kunnen staan
en zich in gedragen pas
tot de keizer begeeft,
ieders keizer
in een vrede
van nu af aan.

Cyclus Rome 3: Ara pacis Augustae - processie

_____________

Post scriptum — Het derde beeldgedicht van de cyclus Rome gaat over de Ara pacis Agustae, het altaar van de vrede van Augustus (30 voor Christus). Natuurlijk vormt dit weer een prachtig staaltje propaganda van Augustus. Op het gebied van public relations liet deze man niets aan het toeval over. Wil je er meer van weten, lees dan het mooie verhaal hierover op Wikipedia.1

De keizer had overigens duidelijk oog voor de kosmische kant van dit type gedenktekens: het altaar was zo gesitueerd dat de zon op de verjaardag van Augustus precies op het altaar viel. Niet zomaar ging het hier om een heiligdom dat geen overkapping kende, maar deel uitmaakte van een ruimtelijke constellatie direct onder de hemelkoepel. Die kosmische symboliek was de Romeinen niet vreemd, zoals – jawel! – J.A. Alberdingk Thijm in zijn Heilige Linie wist te vertellen: van menig tempel in Rome was de voorgevel georiënteerd, gericht op de dageraad, waar iedere dag weer dat even wonderlijke als vertrouwde fenomeen plaatsvond en -vindt: de zonsopkomst.2

Wat me verder frappeerde waren de rijke guirlandes, omdat die mooi laten zien hoe sterk de christelijke kunst geworteld is in de Romeinse: ditzelfde type vind je terug in de apsismozaïeken van de San Clemente uit de elfde eeuw, die we ‘s ochtends hadden bekeken. En dan moet je bedenken dat de Ara pacis ook nog gepolychromeerd was. Ook dat is iets dat direct vanuit de Romeinse cultuur overgegaan is naar de vroege middeleeuwen. Ach, wat een onzin is dit toch! Die mensen maakten dit onderscheid zelf helemaal niet: men zag geen breuklijnen die latere geleerden aan data koppelden, integendeel. Als directe nakomelingen zag men vooral de verbinding met het verleden.

Cyclus Rome 3: Ara pacis Augustae - interieur

Een van de andere themata die culturen en tijden met elkaar verbindt is het fenomeen dat aangeduid wordt als metabolisme. Stofwisseling in de meest letterlijke zin van het woord: je gebruikt het ene materiaal om het andere ermee te suggereren. Het bekendste voorbeeld zijn de trigliefen en metopen van de Griekse tempel die verwijzen naar de oorspronkelijke overdekking met hout. Ook bij de Ara pacis zie je dit, en wel aan de binnenkant, waar de ‘houten schutting’ in steen is omgezet.

Kijken naar dit rituele bouwwerk is al zo’n feest, maar dat geldt niet minder voor de architectonische hoes die er om heen staat. Richard Meijer schijnt behoorlijk veel kritiek gekregen te hebben voor zijn ontwerp, maar mij valt vooral op hoeveel respect hij betoont aan het gewijde karakter van de Ara pacis. Terwijl hij aan de buitenkant door een gevarieerde indeling met telkens verspringende, terrasachtige trappartijen iets van de ruimtelijke samenhang oproept waarin dit vredesaltaar ooit functioneerde, vormt de binnenkant een huls, waar aan alle kanten daglicht binnenstroomt alsof het object nog buiten staat.

Dus als je naar Rome gaat …

Ara pacis Augustae - Richard Meijer

Het bovenstaande gedicht schreef ik op locatie tijdens mijn excursie naar Rome van 12 tot 22 juni 2015, waarover onder deze link meer is te vinden. De foto’s zijn van mijn hand.

B.3

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Surf hiervoor naar Wikipedia 

  2. Alberdingk Thijm, De Heilige Linie, pp. 26-28. 

  3. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-1FR

    → Door naar de Cyclus Rome. 

Pas de deux à Rome

Cyclus Rome | Pas de deux

Cyclus Rome: Perseus en Minerva, Museo Palentino (foto auteur, 2015)

Zij dansen …
met tussen hen in de Gorgoon
een pas de deux op de metoop
in ‘n eenparig versneld ritme
Perseus en Minerva
Het schild als een spiegel gepoetst
zal telkens weer het
schrikbeeld weerkaatsen
dat versteent …
Deinst zij achteruit,
Stapt hij naar voor
op gevleugelde voeten
in ‘n haast niet te stuiten pas
komt de Gorgoon dichterbij
dood
of grijnzend aan ‘t ontwaken?
De schedel van de ossenkop
‘n stille verteller daaronder
laat alles in het midden …

Cyclus Rome: Perseus en Minerva, Museo Palentino (foto auteur, 2015)

______________

Post scriptum — De voorstellingen van Perseus, Minerva en de Gorgoon Medusa zijn in terracotta gebakken en vervolgens gepolychromeerd. Ze maken deel uit van een serie metopen (circa 28 voor Christus) die Augustus bestemd had voor de tempel van Apollo, maar die in werkelijkheid nooit zijn geplaatst. Ze kwamen terecht in een put, welke situatie verklaart waarom de kleuren door de inwerking van vocht en chemicaliën wel aan kracht hebben verloren, maar de lijnen van de reliëfs op de brokstukken zo gaaf zijn gebleven. Ze zijn nooit blootgesteld aan weer en wind.

De terracotta’s bevinden zich in het Museo Palentino te Rome, dat ik bezocht tijdens een excursie van 12 tot 22 juni 2015 onder leiding van Cis Brenders, klassiek archeoloog te Antwerpen die zich onder meer bezighoudt met de vertaling van De architectura Libri X  (De tien boeken over architectuur) van Vitruvius, voluit Marcus Vitruvius Pollio (circa 85 — 20 voor Christus). De resultaten van dit project zijn te volgen via www.vitruvius.be.1

Wil je meer weten over – de andere items uit – de cyclus Rome, volg dan deze link.

B.2

_________________________________

Voetnoten:


  1. Voor Vitruvius zie ook het lemma op Wikipedia

  2. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-1E7

Weefsel

Geschilderde weefsel op het beeld van Nicolaas van Tolentijn van atelier Custers (circa 1909) in de Paterskerk te Eindhoven.

Het lijkt wel een zoekplaatje, maar wat je hier ziet, is het gewaad van de hoofdfiguur van het altaarretabel in de kapel van Nicolas van Tolentijn, een van de belangrijkste augustijner heiligen in de Paterskerk te Eindhoven.* Het beeld komt uit het atelier van de gebroeders Custers te Eindhoven, wier werk tot de top van de houtsnijkunst uit de vroege twintigste eeuw behoorde.

Waarom ik dit detail laat zien? Omdat het zo’n mooi voorbeeld is van hoe weefsel werd gesuggereerd op een beeld. Vaak had een atelier voor dit werk in specialist in huis, een polychromeur die bedreven was in het beschilderen van sculptuur. Moet je kijken hoe knap hij dit heeft gedaan! Via een goud gestikt steentjesmotief op donkerblauwe stof accentueert hij de val van het gewaad: dat doet hij door de steentjes te verkorten en zelfs te vervormen, met name bij de scherpere plooien en op de plaatsen waar het been zich aftekent onder het weefsel. We hebben te maken met een echte verleider, want deze handwerksman verlokt het oog om als het ware te surfen over de golven van de stof die vol dik bollende toppen en holtes zit. Toen hij dit beeld onder handen nam, circa 1909, en er al zijn vaardigheden op los liet, zal deze polychromeur zich ongetwijfeld niet hebben gerealiseerd dat hij een uitstervend metier beoefende. De generatie beeldsnijders na hem zou afstappen van dat bonte palet, die horreur van de neogotiek, zoals dat door de kunstcritici en -historici vanaf de jaren dertig werd geformuleerd.

Nog een fase verder en dit soort beelden zou via rommelmarkten verdwijnen. Met name na Vaticanum II* daalde de waardering voor dit type kerkelijke kunst tot een absoluut dieptepunt, met alle gevolgen van dien. Zo kon het gebeuren dat de beelden van de Munsterkerk te Roermond, waar ieder atelier in de stad een exemplaar aan had bijgedragen, in de jaren zestig van de vorige eeuw volledig opgeruimd werden. Daarom is het ook zo bijzonder dat de Paterskerk in Eindhoven nog haar complete interieur heeft, waarvan de beelden een indruk geven van de veelzijdigheid van atelier Custers.

Als je een keer in de gelegenheid bent, moet je de kerk zeker gaan bezoeken!

B. *

Geschilderd weefsel in het retabel boven het altaar van Nicolaas van Tolentijn van atelier Custers (circa 1909) in de Paterskerk te Eindhoven.  Het altaar van Nicolaas van Tolentijn van atelier Custers (circa 1909) in de Paterskerk te Eindhoven.
Met één klik ga je naar ….

Post scriptum

Het teken * in de bovenstaande tekst staat voor de volgende informatie:

  • De informatie in deze blog is ontleend aan het waardenstellend cultuurhistorisch onderzoek naar de Paterskerk dat geciteerd kan worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, De mantel der liefde, De Paterskerk te Eindhoven, ErfgoedSWOT©, onderdeel waardenstelling, Ohé en Laak 2014. Meer over dit project is te vinden onder deze link.
  • De foto’s zijn gemaakt door Barbara Bonfrer van Franken Projectmanagement. Voor meer surf naar http://bit.ly/Paterskerk2franken-pm.
  • Vaticanum II duidt op het Tweede Vaticaans Concilie dat van 1962 tot 1965 werd gehouden en leidde tot de modernisering van de R.K. Kerk. Hoe goed en opportuun ook, in Nederland leidde de implementatie tot een tweede beeldenstorm in Nederland. Voor meer achtergrondinformatie zie de lemmata op Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Tweede_Vaticaans_Concilie en http://nl.wikipedia.org/wiki/Tweede_beeldenstorm.
  • Voor een uitgebreide fotodocumentatie van de Paterskerk volg deze link.
  • Voor de Open Monumentendag van 2015 volg deze link.
  • De verkorte link van dit item is http://wp.me/p4eh3s-19U.

Volg deze link naar de hoofdpagina van de Paterskerk

Inkijkexemplaar van ‘Verhalen op de muur’

Clemenskerk inkijkexemplaar Verhalen op de muur

Op 22 november 2014 werd de digitale publicatie Verhalen op de muur als uitdraai gepresenteerd tijdens de opening van de Clemenskerk te Merkelbeek. Dit rijksmonument was vanaf 2013 in restauratie, waarbij niet alleen de constructie onder handen is genomen, maar ook de schilderingen die in 1901 zijn aangebracht. Dankzij de expertise en het vakmanschap van de Stichting Restauratieatelier Limburg (SRAL) zijn ze na ruim één eeuw weer in volle glorie te bewonderen.

Welke verhalen vertellen die schilderingen nu precies? Daar kun je je een idee van vormen via dit het inkijkscherm hieronder of via http://bit.ly/Clemenskerk-inkijkbestand.

Bestellen

Je kunt dit boek niet downloaden, maar wel een uitdraai bestellen bij de vrijwilligersorganisatie clemensdomein.nl die de kerk en het bezoekerscentrum beheren.
Stuur daarvoor een mail naar info@clemensdomein.nl met je bestelling en adresgegevens.

Op de site www.clemensdomein.nl staat informatie over de openingstijden en andere bezienswaardigheden rond de Clemenskerk.

Wie overigens de publicatie vanwege een visuele handicap of studiedoeleinden in PDF zou willen hebben, kan dat laten weten via bernadette@vanhellenberghubar.org.

Als auteur ben ik altijd blij met feed back, dus mocht je nog iets tegenkomen dat informatief is, geef het me door. Ik verwerk het dan bij de eerstvolgende editie.

B.*

Clemenskerk inkijkexemplaar
De Clemenskerk te Merkelbeek herbergt intrigerende verhalen op de muur. Foto Leo Reijnen (oktober 2014).

* Post scriptum
  • Toelichting bij de collage: linksboven, Dom Romanus Jacobs als jonge monnik in de benedictijner abdij van Merkelbeek. Linksonder, het monstertje op de stoel van koning David is mogelijk Titynillus. Er gaat een rijke symboliek achter dit wezen schuil. Midden: de omslag van het boek ‘Verhalen op de muur’ met de medaillons met de heiligen Gregorius, Scholastica en Benedictus (boven) en Placidus, Clemens en Bernardus (onder); daaronder bevindt zich koning David. Rechtsboven: de gerestaureerde bloemenbies in de apsis. Rechtsonder: de restauratie van de schilderingen in de apsis.
  • Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH2Inkijk-Clemenskerk.

Terug naar de hoofdpagina!

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewarenBewarenBewaren

Bundels licht in de nieuwe Bavo

Bundels licht: Niels Polak en Josehp Cuypers in de nieuwe Bavo.

‘Licht Nieuwe Baaf overweldigt’ kopte Haarlems Dagblad afgelopen zaterdag, 15 november 2014, en: ‘Architect leidde zonlicht door het gebouw’. Die architect, Joseph Cuypers, was een meester in het regisseren van licht in zijn kathedraal: dat deed hij in allerlei variëteiten en sterktes, zoals ik in mijn webartikel over de atmosferische lichtval in de nieuwe Bavo heb geanalyseerd. Cuypers heeft ruim een eeuw na de bouw van zijn kathedraal het geluk gehad dat dit concept haast intuïtief begrepen werd door fotograaf Niels Polak. Naar aanleiding van de fototentoonstelling van Polak hierover – in Kunsthandel Courbois te Haarlem – schreef journalist Jaap Timmers zijn paginagrote verhaal. Als achtergrond gebruikte hij het genoemde webartikel, waarin ik de choreografie van het licht door de architect heb kunnen illustreren aan de hand van de foto’s van Polak die dit spel op verbluffende wijze zichtbaar heeft gemaakt. Daarover lees je hier meer.

Wat is nu zo goed aan dit krantenartikel? Omdat het een prima beeld geeft hoe Niels Polak het licht op het spoor komt. Een klein citaat:

‘Maandenlang zwerft hij al door het gebouw, zich soms spoedend van het ene schijnsel naar het andere. Zon en wolken zijn in beweging, waardoor telkens een andere plek in hel licht staat. Een goed lichtplan was erg belangrijk bij de bouw eind negentiende eeuw, anders zou het binnen pikkedonker zijn geworden. Wandelend door het monument ervaren we de lichtindrukken zelf. Geoefende fotografen, onder wie Polak, grijpen die bundels bij de kladden’.

Bundels licht: projectie engel neg nieuwe Bavo Niels Polak
Het glas-in-lood in de doopkapel is zeer waarschijnlijk ontworpen door Pierre Cuypers senior of Joseph Cuypers en mogelijk uitgevoerd door de firma Nicolas te Roermond. Foto: Niels Polak, 2014.

Maar niet alleen Niels Polak heeft het over de verrassende effecten van het licht, ook de koster, Stephan van Rijt, die het gebouw als geen ander kent, blijft zich verbazen:

‘Als we op onze rondleiding door de Nieuwe Bavo in de doopkapel aankomen, zien we opeens zonlicht naar binnenvallen door een glas-in-loodraam met engelenhoofd. Het zonneschijnsel projecteert de contouren van de engel ernaast op de zandkleurige binnenmuur. Koster Stephan van Rijt, die ons begeleidt, staat even paf’.

Het aardige is dat we hier te maken hebben met wat een van de inspiratiebronnen van Cuypers – Viollet-le-Duc – betitelde als de derde vorm van polychromie.* De eerste bestaat uit de kleuren van het materiaal, waaraan Cuypers in de nieuwe Bavo veel aandacht heeft besteed. De tweede wordt bepaald door de geschilderde onderdelen van de uitmonstering en de derde ontstaat door de projectie van licht op de pijlers en binnenmuren. Juist de diepe neggen van de ramen in de nieuwe Bavo lenen zich hier bij uitstek voor. Wat nu in de doopkapel is te zien, zal over niet al te lange tijd ook in het schip te bewonderen zijn als de glazen van Jan Dibbets eenmaal zijn geplaatst, waarover ik eerder een blog schreef.*

Ik zou zeggen, lees het hele artikel. Het is te downloaden via: http://bit.ly/HD-Bavo-Polak

B.*

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

000049 Polak Cuypers nB ITIN
Het webartikel over ‘Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo’ is ook de vinden op ifthenisnow.nl:
http://bit.ly/ITIN-nBavo-Polak.

____________

Post scriptum

Het teken * in de bovenstaande tekst staat voor de volgende informatie:

  • De foto aan het begin van dit item is van de hand van Niels Polak.
  • Het webartikel betreft: Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘De atmosferische lichtval van Joseph Cuypers in de foto’s van Niels Polak’, op: ifthenisnow.nl, http://bit.ly/ITIN-nBavo-Polak (2014) / op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/VHH-Cuypers-Polak (2014).
  • Voor de derde vorm van polychromie van E.E. Viollet-le-Duc zie de blog over het ontwerp voor de glazen in de nieuwe Bavo van Jan Dibbets.
  • De verkorte link van dit item is: http://bit.ly/HD-VHH-Polak.

Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, De lichtinval in het schip van de nieuwe Bavo gaat een sfeervolle interactie aan met de zachte, organische tinten van de baksteen en glanselementen als de glasharde terracotta’s, de terrazzo vloer en de houten banken (2014).

De atmosferische lichtval van Joseph Cuypers in de foto’s van Niels Polak

De nieuwe Bavo is een bron van artistieke inspiratie. Dat laat Jan Dibbets zien met zijn ontwerp voor de nieuwe beglazing van het schip en dat laat ook de jonge fotograaf Niels Polak zien met zijn werk in het kader van de Kunstlijn Haarlem (31 oktober – 2 november 2014 en daarna nog de hele maand november in Kunsthandel Courbois). Het opvallende is dat beide kunstenaars vanuit hun aanvliegroute de kathedraal haast intuïtief, in een oogwenk weten te vatten; een proces waarover kunsthistorici als ik soms jaren doen.

De fascinatie van Polak met de kathedraal levert boeiende foto’s in zwart-wit op die laten zien wat het licht doet als hij de ruimte op het juiste moment vanuit de juiste plek observeert. Dan slaat hij toe, precies zoals Henri Cartier-Bresson het formuleerde: want fotograferen is immers een spontane impuls die ontstaat door voortdurend kijken en die het moment in zijn eeuwigheid grijpt.[1] Dat bijzondere moment in zijn eeuwigheid is nu precies wat Niels Polak (1977) en Joseph Cuypers (1861-1949), de architect van de nieuwe Bavo, met elkaar gemeen hebben. Daarover wil ik het hier hebben en om dat uit te leggen gaan we terug in de tijd.[2] Die achterwaartse reis wordt telkens onderbroken met voorbeelden van hoe Polak het licht in de nieuwe Bavo interpreteert. Het gaat immers niet zomaar om een afstandelijke observatie van wat Cuypers bedoelde, maar om wat hij daar als kunstenaar mee doet.

Licht en ‘atmospheer’

Van de bergkam van Goethe naar de Hollandse polder — Architect Joseph Cuypers, zoon van de man die het Rijksmuseum ontwierp, heeft verschillende artikelen over de nieuwe Bavo geschreven die zijn visie op het gebouw etaleren. Het meest elementaire stuk is gepubliceerd in het tijdschrift Van onzen tijd in 1906-1907. Hierin introduceert hij onder meer het woord ‘atmospheer’ dat hij globaal in twee verschillende betekenissen gebruikt: hij bedoelt er aan de ene kant de tijdsgebonden invloed mee van het weer op het bouwmateriaal – letterlijk de verwering. Anderzijds gaat het om de waarneming van licht en kleur. Veelzeggend is de passage die volgt op de constatering dat de Nederlandse bouwkunst van het verleden veel meer horizontale lijnen toont dan elders in Europa rond dezelfde tijd:

‘Moet daarin niet worden erkend de weerspiegeling van wat het Hollandsche landschap dien ouden bouwmeesters te zien en te voelen gaf — eene groote ruimte, afgeteekend door fijne, teere profielen aan den horizon, zonder scherpe kleuren of harde contrasten: eene ruimte niet omschreven door krachtige bergruggen, maar voelbaar door de tinteling der atmosfeer en de afbleekende tonen van ’t geboomte onzer polders?’ [3]

Je zou bijna zeggen, een impressionistische beschrijving pur sang. Inmiddels weten we dat Joseph Cuypers in deze passage sterk beïnvloed was door de tekst der teksten over dit type observatie uit niet minder dan de Farbenlehre van Goethe. Dit werk dat door zijn vader al was omarmd bij de ontwikkeling van zijn polychromie, had in Nederland tot in de schoolboeken voor het schildersambacht zijn weg gevonden.[4] Ik kan het niet laten, dus ik neem je mee op een kleine omweg langs Goethe die een prachtige analyse van het blauw in de lucht noteert:

‘Wird die Finsternis des unendlichen Raums durch atmosphärische vom Tageslicht erleuchtete Dünste hindurch angesehen, so erscheint die blaue Farbe. Auf hohen Gebirgen sieht man am Tage den Himmel königsblau, weil nur wenig feine Dünste vor dem unendlichen finstern Raum schweben; sobald man in die Täler herabsteigt, wird das Blaue heller, bis es endlich, in gewissen Regionen und bei zunehmenden Dünsten, ganz in ein Weißblau [afblekend] übergeht’.[5]

‘Als de duisternis van de oneindige ruimte door atmosferische, door het daglicht verluchte nevels [van de dampkring] bekeken wordt, dan verschijnt de blauwe kleur. Op hoge bergen ziet men overdag de hemel koningsblauw, omdat daar maar weinig [wolken]sluiers voor de oneindige donkere ruimte zweven; zodra men naar het dal beneden gaat, wordt het blauw heller, totdat het uiteindelijk in bepaalde gebieden en bij een toenemende bewolking volledig in een witblauw overgaat [afbleekt]’.

Dat was de kern van de kleurenleer van Goethe, dat het niet alleen maar gaat om een natuurkundig fenomeen van frequenties en golven, maar om een atmosferische gewaarwording die we vandaag de dag vertalen in termen van sfeer en stemming. Daar pakt Joseph de draad van het verhaal op en legt hij uit hoe anders dit werkt in het Nederlandse landschap waar Goethes bergkammen ontbreken en de ruimte voelbaar wordt door het geboomte en ‘de tinteling der atmospheer’. Laat dit nu de sfeer zijn die Joseph Cuypers in de nieuwe Bavo naar binnen wilde halen. Dat benadrukt hij als hij het heeft over de kleur in de kathedraal, waarvan de zachte gele toonzetting door de toename van kleurige decoraties meer en meer naar de achtergrond zal wijken:

‘Toch is het aangewezen om hier in gevoelige schakeerin­gen te blijven, zooals de natuur van het licht in ons Vaderland dat naar mijn oordeel steeds eischt. Wat wij ook van de Italiaansche en andere in ‘t Zuiden gestichte bouwwerken mogen leeren, de krasse verlichting die daar enkel door kleine bovenlichten eene groote betoovering aan de gebouwen geeft, zou in ons land gedurende meer dan de helft van ‘t jaar een onvoldoende verlichting geven’.[6]

Vandaar dat hij telkens weer een pleidooi zal houden voor de toepassing van lichte, witte partijen in de glazen die in ‘onze lage en breede Kathedraal, en in ons klimaat hoog noodig’ zijn.[7] Alleen zo zal het licht de kans krijgen om zowel op heldere als bewolkte dagen de sfeer in de binnenruimte te bepalen.

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, Licht en schaduw in het schip van de nieuwe Bavo vanaf de galerij van het transept (2014). Het gaat hier niet om de zon in zijn volle kracht, maar om het wisselende licht dat tussen de wolken door schiet en gedempte tonen veroorzaakt die de fotograaf een extra accent geeft door geeft door middel van belichtingsinstellingen. De vele tinten schaduwgrijs illustreren de ‘gevoelige schakeeringen’ die Joseph Cuypers als een reflectie beschouwde van het Nederlandse klimaat. De meer donkere pijlers en bogen op de voorgrond omlijsten het lichtere tafereel in het schip en werken als een repoussoir waardoor het oog de diepte in wordt getrokken. Daar wordt het opgenomen in de wisselwerking tussen haaks op elkaar staande richtingen – hoogte, breedte, diepte – die via de ronding van de gewelven en bogen in balans worden gebracht. Zelfs in een statisch medium als een foto weet Polak de factor beweging van Joseph Cuypers tot uitdrukking te brengen.

Van het schilderachtige naar het impressionisme

De factor beweging — Was het nieuw wat Joseph Cuypers met licht deed? In dit stadium ben ik geneigd om te zeggen: ja, maar niet zonder kanttekeningen. In relatie tot atmosfeer als stemming waren zijn collega-architecten er, gelet op de vakliteratuur, nauwelijks mee bezig.[8] Maar los daarvan hebben we ook nog te maken met de schaduw of liever de lichtval van zijn vader. Om dit in perspectief te plaatsen, ga ik het eerst hebben over iets wat daar in hoge mate mee samenhangt, namelijk beweging, en wel de beweging van ons, mensen in en om een gebouw. Al vanaf de achttiende eeuw houden architectuurtheoretici zich bezig met de ‘schilderachtige’ belevingswaarde die ontstaat doordat men al wandelend verschillende indrukken ontvangt van een gebouw.[9] Dit werd niet langer opgevat als een statisch object, maar als een bron van aangename variatie, doordat het tijdens het bewegen als het ware voortdurend veranderde. De volgende stap in dit bewustwordingsproces was dat architecten hierop in gingen spelen. Beïnvloed door de romantische landschapstuin die al in de achttiende eeuw furore maakte, ging men er toe over om ‘momenten’ te ensceneren, waardoor het gebouw in zijn diverse vormen tot zijn recht kon komen. Er kwam een choreografie van routes en vues die de toeschouwer quasi-spontaan stuurde en zo een nieuwe dimensie gaf aan de beleving van architectuur. Voor deze kwaliteit introduceerde de architectuurhistoricus Manfred Bock de factor beweging. Hij licht dit toe aan de hand van het Rijksmuseum, dat hij als een ‘modern gebouw’ typeert onder meer vanwege:

‘het feit dat Cuypers de factor beweging bij het ontwerp incalculeert en er dus voor zorgt dat de ruimtelijke structuur niet zo maar vanuit één punt afleesbaar is, maar pas in de tijd ervaren kan worden’.[10]

Deze opmerking kan moeiteloos doorgetrokken worden naar de lichtwerking, waarvoor immers bij uitstek geldt dat die alleen in de tijd ervaren kan worden. Van dat laatste was Cuypers senior zich welbewust, zoals blijkt uit de manier waarop hij scènes in licht en kleur in zijn ruimten regisseerde. Deze aanpak maakte dat er eigenlijk nooit sprake was van één gebouw, maar een verzameling momentane gebouwen die zich naar gelang de lichtinval en de factor beweging, ingezet door de wandelende toeschouwer, manifesteerden.[11] Bij de nieuwe Bavo is het al niet anders. Zijn zoon nam hier letterlijk de ruimte om gebruik te maken van het parallaxeffect: een voortdurende verandering van de ruimte als je langs of tussen de ritmisch geordende, zware pijlers van het schip loopt of in de arcade van de kooromgang. Ook met de dubbelschalige opzet van de wanden met hun vele galerijen heeft Joseph Cuypers hierop ingezet: niet alleen geven de verticale kolommen een extra impuls aan de factor beweging, maar gaat de diepte van de galerijen gepaard met licht- en schaduweffecten die het plastische aanzien van de binnenruimte vergroten.[12] De kathedraal behelst een meesterlijk ontworpen choreografie die beleefbaar wordt als je in en met het gebouw meebeweegt.

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, Het licht gevangen in de neggen van de ramen in de noordertoren van de westbouw. De ritmische geleding, de diepte van de dagkanten en de balustrades in steen en hout geven het geheel een plastische effect. Door dit in combinatie met de lichtval uit te buiten speelt Polak in op een van vele ‘momenten’ die Joseph Cuypers in de kathedraal had ingepland (2014).

De schilderachtige visie van Cuypers senior — Dit talent hadden vader en zoon dus duidelijk gemeen, maar waar lag dan het verschil? Dat wordt duidelijk wanneer we nagaan hoe Pierre Cuypers met licht omging. Dat had in zijn geval alles te maken met de ontwikkeling van zijn visie op polychromie: veelkleurige uitmonsteringen, zoals die in het Rijksmuseum. In zijn werkwijze valt een overgang te bespeuren van relatief zachte, heldere tinten naar een zwaarder kleurengamma dat als middeleeuws geafficheerd werd. Hierover merkte ik in mijn studie ‘De muziek van het licht’ het volgende op:

‘Zeker was het een winstpunt dat het verzadigde ‘middeleeuwse’ palet meer rekening hield met de werking van glas-in-loodramen. Cuypers kon zo verbluffende clair-obscur momenten realiseren die de factor verandering en beweging in zijn interieurs optimaal uitbuitten.[13] Opnieuw zijn daarin Engelse invloeden te bespeuren en wel via het tijdschrift The Ecclesiologist, dat zowel door Thijm[14] als Cuypers geraadpleegd werd. Met de auteur van het artikel in kwestie, architect G.E. Street, had Cuypers als erelid van The Ecclesiological Society in 1862 in Londen kennis gemaakt. Street hield reeds in 1852 een pleidooi voor de integratie van ‘those lovely alterations of light and shade, when nature gives them to us in briljant sunshine.’[15] Dit doet sterk denken aan de rol die Brouwers[16] ‘het klaarder en meer donker licht’ toekent bij de afstemming van polychromie. Cuypers parafraseerde Street nog in 1891 met zijn beschrijving van de traceringen van de Utrechtse Dom, ‘die het schitterend licht met het geheimzinnige halfdonker in schilderachtige schakeering afwisselt.’ Om dit effect te bereiken adviseerde Street de architecten ‘to concentrate the admission of light on particular points.’[17] Een van de interieurs waar Cuypers dit het meest overtuigend bereikt had, betrof de verdwenen uitmonstering van de Sint Servaaskerk: de afwisselende lichtkwaliteit, variërend van gedempt tot volop stralend, genereerde hier even zovele momenten, waarin een compleet register aan clair-obscur en kleurharmonieën werd opengetrokken.[18] Door deze meerwaarde speelde de verzadigde polychromie nog beter in op de gevoelens van grootsheid, melancholie en ‘wellustige droefgeestigheid’ (‘pleasing gloom’), dat een schilderachtig beleven van architectuur vergde. Maar terwijl dit zintuiglijk deelhebben voor de één doel op zich was, moest het in de visie van de clerus leiden tot ‘huiver der heilige plaats’, tot vatbaarheid voor Gods boodschap en aldus tot het ‘Sursum Corda’, dat Brouwers met Pugin[19], Cuypers en Thijm het ultieme doel achtte van de kunst.’[20]

Naar een impressionistische visie — Waar Cuypers senior met name inspeelde op wat de heldere lichtinval via het zware glas-in-lood in zijn gebouwen deed, concentreerde Joseph zich op een veel breder gamma van het typisch Hollandse licht, dat hij ook op minder uitgesproken zonnige dagen in zijn kathedraal wilde binnenhalen. Vandaar ook dat hij afstand neemt van de verzadigde Chartres-achtige ramen en pleit voor lichte glazen. Vandaar ook dat hij heel bewust glanselementen in de nieuwe Bavo toepast, te beginnen met de glasharde gele terracottabanden die door hun spiegelende kracht bij uitstek als lichtverspreiders aan te merken zijn. Maar daar blijft het niet bij: alles doet in dit spel van reflectie mee: de luchters en het koorhek, de vergulde accenten op de sculptuur, de polychromie en het edelsmeedwerk, de fluorescerend brons geschilderde deuren en vooral niet te vergeten het glanzend opgewreven hout van de banken.[21] Het gaat niet langer om het creëren van dramatische scenes, maar om een subtiele opeenvolging van verstilde momenten, waarvoor Joseph Cuypers niet zomaar het Hollandse polderlandschap als referentie nam. Je zou kunnen zeggen dat hij de schilderachtige toonzetting van zijn vader actualiseert door een impressionistische visie te ontwikkelen. Dat hij daarmee een antwoord bood op wat men in die tijd meer en meer in architectuur waardeerde, wordt bevestigd door de kunstcriticus Jan Kalf: in een artikel over Joseph Cuypers uit 1908 liet hij zich ontvallen dat hij afziet van ‘eene architectonische of impressionistische beschrijving’ van de nieuwe Bavo, omdat er daar al zoveel van waren.[22]

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, De Mariakapel pal in het oosten van de nieuwe Bavo (2014). Het felle licht corrigeert via de camera de donkergekleurde glazen van dom Jacques van der Meij. Door met een lange sluitertijd te werken en vaak in te flitsen is de sculptuur van het altaar in zijn detaillering zichtbaar gebleven ondanks de sterke lichtval. In werkelijkheid is de kapel op dit moment zo niet waar te nemen. Met deze opname benadert Polak het beeld dat Joseph Cuypers voor ogen stond, vooral omdat het altaar van Joseph Cuypers en Johannes Maas oorspronkelijk ook nog indirect licht vanuit het priesterkoor ving.

Tussen Monet en Schubert — Het idee van de beleving van een gebouw als een verzameling momenten wordt door de meeste mensen niet geassocieerd met architectuur en waarschijnlijk al helemaal niet met het oeuvre van vader en zoon Cuypers. Voor het gros is dit concept vrijwel exclusief verbonden met de beroemde momentopnamen van één en hetzelfde object van de impressionistische schilder Claude Monet. Een wel heel toepasselijk voorbeeld vormt de serie van de kathedraal van Rouen die hij door de dag heen in een steeds ander licht geschilderd heeft (1890-1894): de fameuze ‘instantanéité’, of zoals Cartier-Bresson zou zeggen, momenten in hun eeuwigheid.[23] Nauwelijks veel later lijkt Joseph Cuypers deze nieuwe versie van een schilderachtige visie op architectuur op te pakken om een architectonische variant van de ‘instantanéité’ ontwikkelen. Wat Monet op het doek registreerde bouwde hij in in zijn concept van de kathedraal: een verzameling momenten die onder bepaalde omstandigheden onder invloed van licht en beweging realiteit kunnen worden. Dit rijmt wonderwel met dat andere concept dat aan de kathedraal ten grondslag ligt: het gebouw als Unvollendete, als een onvoltooide symfonie à la Schubert, voltooid in zijn onvoltooidheid. Er waren heel wat overwegingen die aan dat concept ten grondslag lagen, maar als we het op de meest pragmatische houden dan is het geld. Joseph Cuypers wist dat hij de nieuwe Bavo nooit in eenmaal zou kunnen realiseren, hetgeen alleen al blijkt uit de drie bouwfasen: 1895-1898, 1902-1906 en 1927-1930. Maar dit gold ook voor het interieur met zijn noodbeglazing, dito polychromie, hoogst noodzakelijke meubilair et cetera. Dit incomplete krijgt doelbewust een plaats in het concept, zoals onder meer afgelezen kan worden aan de ruwe blokken steen die her en der de buitenkant sieren en de vele onvoltooide kapitelen, basementen en zelfs misbaksels van terracotta aan de binnenkant. De kathedraal was niet zomaar een gebouw: ze was opgetuigd met kwantumachtige potenties die in de toekomst al dan niet realiteit konden worden, zoals de glazen van Jan Dibbets laten zien.[24] En dat brengt ons weer terug bij de vraag hoe vernieuwend Joseph bezig was.

Innovatie of articulatie

Van ingrediënten naar receptuur — We zagen het al met de factor beweging: de meeste ideeën komen niet zomaar uit de lucht vallen en hebben een lange incubatietijd nodig om het niveau van een levensvatbaar artistiek concept te bereiken. Dat geldt ook voor de atmosferische lichtwerking, de architectonische instantanéité en de Unvollendete. De ingrediënten waren zonder meer aanwezig: de schilderachtige effecten waar Cuypers senior op inzette, het onvoltooide karakter van kunst waarover zijn zwager J.A. Alberdingk Thijm (de peetvader van Joseph) al had geschreven, de sfeervolle Hollandse landschappen die op schilderijen waren vereeuwigd en in de Voorhal van het Rijksmuseum zaten de eerste glazen met redelijk veel wit … het lag allemaal klaar als rijp fruit. Waarom juist bij Joseph Cuypers de vonk oversprong had te maken met zijn bijzondere, zo niet unieke positie als zoon van zijn vader. Toen hij na zijn studie in Delft in 1883 toetrad tot het productieve architectenbureau Cuypers heeft hij als weinig anderen van zijn tijdgenoten het bouwproces in een veelheid van facetten in de praktijk mee kunnen maken. Wat daarbij zeker beslissend is geweest voor de ontwikkeling van zijn visie is dat hij heel wat kerken heeft gezien in de eerste fase van de afronding: klaar om in gebruik te worden genomen, maar grotendeels oningericht. Hoe vaak zal hij niet rondgelopen hebben in zo’n gebouw met een rijk palet aan geologisch bepaalde kleuren dankzij de materiaalpolychromie, met lege afgepleisterde muurvelden, waar zich nog geen schilderingen op bevonden, en een atmosferische lichtinval als gevolg van de heldere noodbeglazing. Hoe je die laatste kwaliteit kunt behouden bij de overstap naar definitief glas-in-lood liet hij zien in zijn eerste echte eigen kerk, de Urbanus in Nes aan de Amstel (1889-1891). Daar hield hij zelfs rekening met de wisselende lichtintensiteit aan de noord- en zuidzijde van het schip.[25]

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, De patroonheilige van de nieuwe Bavo in de lichtval vanuit de koortravee (2014). In het voetspoor van zijn vader schiep Joseph Cuypers in zijn kathedraal ook ruimte voor een type instantanéité met sterke clair-obscurpotenties. Het bronsachtig glanzende houten beeld is van de hand van Albert Termote (1958).

Die atmosferische beleving was echter niet het enige dat tot de vernieuwende impuls leidde: Joseph Cuypers wist uit ruime ervaring dat veel kerken de eerste tijd door geldgebrek een pas op de plaats moesten maken. Op het meest noodzakelijke meubilair na zouden sommige gebouwen pas decennia later ingericht worden. En het kon nóg erger: het meest dramatische voorbeeld op dit gebied had Joseph van nabij meegemaakt met de kathedraal van Amsterdam, de Willibrordus buiten de veste die na de eerste fase van priesterkoor en pastorie (1873) maar niet voltooid leek te kunnen raken. Joseph zou deze kerk in plaats van zijn vader afbouwen. En hij doet dat analoog aan de nieuwe Bavo op een manier die ruimte laat voor verdere afwerking. Dat was in 1897 toen de eerste fase van de Haarlemse kathedraal bijna klaar was.

Van de nood een deugd — Vanuit deze ervaring zet Joseph Cuypers bij de nieuwe Bavo een beslissende stap: hij maakt van de nood een deugd door de nog niet voltooide kerk tot de inzet van zijn ontwerp te maken: een voldragen Unvollendete met de potentie om ooit of misschien wel nooit afgebouwd en ingericht te worden. Een gebouw dat in zijn onaffe toestand zoveel kwaliteit heeft dat het als af kan gelden, maar ruimte houdt voor toevoegingen. Dat betekende echter niet dat er grenzeloos toegevoegd mocht worden, dat er geen kaders waren waar de toekomstige sierkunstenaars zich aan te houden hadden. Een van de voorwaarden waar Joseph Cuypers streng aan vasthield was nu juist die atmosferische lichtval. Dat liet hijzelf zien met het wit dooraderde glas-in-lood van zijn vader in de apsis en zijn engelenglazen in het hoogkoor. En daar zit ook het grote verdriet van deze man: dat zijn opdrachtgever, de bisschop, in een vrij vroeg stadium hier vanaf is gestapt. Zo kwamen er hoge koorbanken die de lichtwerking in de koorgang en de kapellen sterk verhinderen. Zo kwamen er conflicten met Han Bijvoet en dom Jacques van der Meij die met hun glazen terugkeerden naar het Chartres-achtige palet, waarin voor wit of zachte partijen geen ruimte was.[26] Hierdoor kon het ook gebeuren dat de toepassing van licht glas welbeschouwd opnieuw uitgevonden zou worden. Dat gebeurde in 1925 met de glazen van Derkinderen in het gebouw van de Algemene Handelmaatschappij te Amsterdam van K.P.C. de Bazel. Doordat deze door het onverwachte overlijden van Derkinderen voltooid werden door Joep Nicolas, kreeg het witte glas een plek in het idioom van de volgende generatie glazeniers.[27]

Innovatie of articulatie — Dat brengt ons terug bij de vraag of Joseph Cuypers innovatief bezig was of de erfenis van zijn vader articuleerde. Het antwoord kan zijn: beide. De vondst ligt in de ontdekking van de impressionistische schoonheid van de maar net afgebouwde kerk die volgens de rationele uitgangspunten van zijn vader was ontworpen. Door dit stadium als esthetisch doel te articuleren zet Joseph zijn ontdekking op het artistieke plan en zet hij de toon voor een volledig nieuwe benadering van de kerkbouw. De manier waarop hij dit concept in de nieuwe Bavo en de Willibrordus heeft uitgevoerd, is naar het zich laat aanzien eenmalig geweest: tot dusver is geen andere Unvollendete tevoorschijn gekomen. Wel is zijn impressionistische visie op atmosfeer en licht in de kerk, waarmee hij een hele verzameling instantanéitées regisseerde, een stabiele factor in zijn werk en dat van anderen gebleken.[28] Het zijn deze instantanéitées die als momenten in hun eeuwigheid zijn geïnterpreteerd en vastgelegd in de monochrome foto’s van Niels Polak.

Bernadette van Hellenberg Hubar

____________

Nota bene — De voorgaande analyse maakt deel uit van het voorbereidende onderzoek van de auteur ten behoeve van een publicatie over de nieuwe Bavo naar aanleiding van de huidige restauratie. Dit project vindt plaats in opdracht van de stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem.

De verkort aangegeven literatuur in de noten verwijst naar titels die volledig zijn geciteerd in de bibliografie op de site van Vanhellenberghubar.org.[29]

Op de foto’s van Niels Polak berust auteursrecht en zijn alle rechten voorbehouden! Toestemming voor gebruik kan geregeld worden via: niels@silicium.nl.

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, Vue op het schip en koor van de nieuwe Bavo vanaf de orgeltribune (2014). De rustige ritmiek van de nieuwe Bavo met de schaduwslag van banken en kolommen nodigt uit tot een processie door het middenschip die alles in beweging zet.

Noten

[1]    Voor Henri Cartier-Bresson zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Henri_Cartier-Bresson. Voor de nieuwe Bavo volg http://bit.ly/VHH2nB-Haarlem.

[2]    Deze tekst is voor een deel ontleend aan de waardenstelling die ik in 2013 over de nieuwe Bavo schreef: Hubar, Auto intextum, paragraaf 4.3.

[3]    Joseph Cuypers, Sint-Bavo, Van Onzen Tijd (1906-1907), pp. 102-103.

[4]    Hubar, Auro intextum, paragraaf 4.3. Polman, De kleuren van het Nieuwe Bouwen, pp. 39-41, 55; 56-58.

[5]    Goethe, Farbenlehre, p. 110, stelling 155.

[6]    Joseph Cuypers, Sint-Bavo, Van Onzen Tijd (1906-1907), pp. 111-112.

[7]    Brief van Joseph Cuypers aan bisschop Aengenent, 13 januari 1930, geciteerd naar Erftemijer e.a., Getooid als een bruid, p. 214.

[8]    Een kleine steekproef via het zoekprogramma van de KB, Delpher – www.delpher.nl – met de termen architectuur en atmospheer brengt als vroegste voorbeeld het artikel geciteerd in noot 6 naar voren!

[9]    Hubar, De gepatineerde droom, p. 40. Hubar, Arbeid en Bezieling, p. 114. De factor beweging valt te herleiden tot de tweede helft van de achttiende eeuw.

[10]  Bock, Cuypers-Berlage-De Stijl, Forum (1986), pp. 102-103.

[11]  Hubar, De gepatineerde droom, p. 40. Hubar, Arbeid en Bezieling, p. 114.

[12]  Voor de dubbelschalige opzet zie de analyse van Arjen Looyenga in Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 76-83. De vraag van Looyenga waarom Joseph Cuypers hiervan zo’n overvloedig gebruik maakte is hiermee wel beantwoord.

[13]  Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 23, 114.

[14]  J.A. Alberdingk Thijm, kunstcriticus, -theoreticus, zwager van Cuypers en schrijver van de toonaangevende publicatie over kerkbouwsymboliek, De Heilige Linie (1858). Voor de nieuwe Bavo is dit handboek van grote invloed geweest.

[15]  Muthesius, High Victorian movement, 39-58; m.n. 41: citeert G.E. Street, ‘The true principles of architecture and the possibilities of development’, The Ecclesiologist 13 (1852), 247-262; m.n. 257-259.

[16]  J.W. Brouwers was priester, publicist en een huisvriend van Thijm en Cuypers. Hij schreef onder meer over Cuypers’ schilderingen in de Servaaskerk en op de piano van diens vrouw, Antoinette Alberdingk Thijm (zie Brouwers, Muurschilderingen). Brouwers vormde samen met zijn vrienden het ‘Roomsche ABC’: Alberdingk Thijm, Brouwers en Cuypers. Zie: http://bit.ly/Brouwers-dbnl.

[17]  Zie de vorige noot en Cuypers, Voordracht 1892, pp. 5-6.

[18]  Hubar en Van Leeuwen, De beginselloosheid tot adagium verheven, pp. 83-85.

[19]  Brouwers, Muurschilderingen, pp. 13. King, Pugin, pp. 135-141 (De Engelse architect A.W.N. Pugin was met name aan het begin van de carrière van Cuypers een belangrijk rolmodel voor zowel hem als Thijm). Stoks, Cuypers Gedenkboek, pp. 19-25; m.n. 25. Het begrip ‘wellustige droefgeestigheid’ is afkomstig van de romanschrijver Rheinvis Feith: voor deze en aanverwante termen en hun herkomst zie Hubar, Arbeid en Bezieling, 429-432.

[20]  Deze passage is in haar geheel overgenomen uit Hubar, De muziek van het licht, p. 65.

[21]  Door de chemische inwerking van de onderlaag van de bronzen beschildering van de deuren is het glanseffect hiervan versterkt (onderzocht door Judith Bohan, kleuronderzoeker en restaurator, en Luc Megens van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed).

[22]  Kalf, Joseph Cuypers, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 1908, p. 372.

[23]  Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Kathedraal_van_Rouen_%28Monet%29. Voor een goede uitleg zie: http://bit.ly/NGA-Monet, ontleend aan: Michael Lloyd & Michael Desmond, European and American Paintings and Sculptures 1870-1970 in the Australian National Gallery, 1992 p.72.

[24]  Zie Hubar, Dibbet’s ramen, http://wp.me/p4eh3s-Uo.

[25]  Zie Hubar, Urbanuskerk, http://wp.me/P4eh3s-bK en Hubar, Dibbet’s ramen, http://wp.me/p4eh3s-Uo.

[26]  Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 214-215.

[27]  Hubar, Genade van de steiger, pp. 404-407.

[28]  Een mooi voorbeeld is de Paterskerk te Eindhoven (1896-1898) van twee Cuypersleerlingen, P. Bekkers en J. Hegener, generatiegenoten van Joseph Cuypers. De atmosferische lichtinval en polychromie zijn in 2014 geanalyseerd door middel van een waardenstelling: Hubar, Paterskerk, http://wp.me/p4eh3s-pI.

[29]  Zie http://bit.ly/VHH2bibliografie.

Titel, verkorte link, tentoonstellingsadres et cetera

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘De atmosferische lichtval van Joseph Cuypers in de foto’s van Niels Polak’, op: ifthenisnow.nl, http://bit.ly/ITIN-nBavo-Polak (2014) / op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/VHH-Cuypers-Polak (2014).

Meer foto’s van Niels Polak zijn te zien op: http://bit.ly/Niels-Polak-500px en www.nielspolak.nl.

Tentoonstellingsadres:
Kunsthandel Courbois
Schaghelstraat 14
2011 HX Haarlem
www.kunsthandelcourbois.nl

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-Cuypers-Polak

Veronica

Pierre J.H. Cuypers, Uitmonstering van de kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht. bvhh.nu 2014.

Moet je kijken hoe mooi! Dit is een van de muurschilderingen in de kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht die eind negentiende eeuw onder leiding van Pierre J.H. Cuypers tot stand is gekomen. Centraal daarin staat de verering van de doek van Veronica waaraan de afbeelding aan de bovenzijde is gewijd. In een architectonische omlijsting die niet gotisch, maar in overeenstemming met de kerk romaans is vormgegeven, wordt in feite één van de klassieke voorstellingen uit de kruisweg getoond: het moment waarop Christus Veronica ontmoet en zijn gelaat een afdruk op de doek in haar handen achterlaat.

Het geheel is opgebouwd uit drie horizontale segmenten: onder de scene waarin Veronica het gezicht van Christus aanraakt, zijn twee Bijbelse figuren in medaillons tussen decoratief vertakkend gebladerte weergegeven die deze gebeurtenis hebben geprofeteerd. Juist deze zone laat goed zien dat in het decoratieve werk van Cuypers van de late negentiende eeuw duidelijk Beuroner invloeden te bespeuren zijn. Vergelijk dit maar eens met de medaillons in de Clemenskerk van Merkelbeek of de weelde aan ranken in de uitmonstering van de Genadekapel van Beuron. Het achterliggende idee is dat van een tapisserie, een dik geweven tapijt met een verzadigd rood als hoofdtoon en grijze en gele tinten om de details vorm te geven. Heel bijzonder is de rand daaronder mer het meandermotief, waarin perspectiefgrapjes zijn verwerkt die we tegenwoordig met Escher associëren.

Pierre J.H. Cuypers, Detail van de meander in de kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht. bvhh.nu 2014.

Pierre J.H. Cuypers, Detail van de meander in de kapel van het heilig Aanschijn in de Servaaskerk te Maastricht. bvhh.nu 2014.

Het muurveld daaronder bestaat niet uit schilderingen, maar uit votiefstenen. Dit zijn dankbetuigingen van gelovigen die in deze kapel om een gunst hebben gevraagd; afgesmeekt, zei men vroeger. Votief komt van votum, belofte, stem en heeft dus te maken met stemmen in steen die als je heel stil bent hier nog hoort roepen: maak mijn kind beter, breng mijn man veilig terug, laat mij welslagen … Er was veel devotie vroeger, waarvan wij ons nauwelijks nog een voorstelling kunnen maken. Devotie die vaak heel innig was en een reflectie vormt van wat er voor de mens het meest toe doet.

Ook dat maakt het boeiend om door het venster van het verleden te kijken.

B.

__________________

Post scriptum:

  • Voor meer informatie met literatuur en downloads over de Servaaskerk zie deze blog.
  • Voor de Clemenskerk volg deze link.
  • Verkorte links van dit item: http://wp.me/s4eh3s-veronica | bit.ly/2BJenCm-VanHH2Org