Brochure monumentale kerkelijke schilderkunst RCE

Brochure monumentale kerkelijke schilderkunst — Wil je het verhaal eerst inzien of direct downloaden? Je kunt ook beginnen met de introductie hieronder.

Binnenkort verschijnt de brochure over kerkelijke monumentale schilderkunst, die we voor de RCE geschreven hebben naar aanleiding van ons boek ‘De genade van de steiger’. Deze kan gratis gedownload worden vanaf de site van de RCE en bij ons.

Begin 2019 verscheen de brochure over kerkelijke monumentale schilderkunst, die we voor de RCE geschreven hebben naar aanleiding van ons boek ‘De genade van de steiger’. Deze kan gratis gedownload worden.

Brochure monumentale kerkelijke schilderkunst — Als onderdeel van het beleid ten aanzien van kennisbundeling en overdracht stelt de RCE een inmiddels indrukwekkende reeks erfgoedbrochures on line ter beschikking voor eigenaren, vrijwilligers en professionals. Binnenkort wordt daar die van ons aan toegevoegd. De volledige titel luidt:

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. Monumentale kerkelijke schilderkunst (1890-1980). Onder redactie van Marij Coenen en Bernice Crijns. Brochures Rijksdienst Cultureel Erfgoed. Amersfoort: RCE, 2019. bit.ly/2TSEmyu-VanHH2Org.

In de introductie van de brochure wordt opgemerkt:

Experimenten, nieuwe schildertechnieken en beeldformules kenmerken de ontwikkeling van de muurschilderkunst in het interbellum. Naast het autonome werk uitte een breed scala aan kunstenaars hun creativiteit op wanden en gewelven van kerken, vaak met een hoog artistiek gehalte en verrassende iconografische oplossingen. Met de opgave van herbestemming van kerkgebouwen lopen deze schilderingen gevaar.

Dat laatste kan niet vaak genoeg benadrukt worden, want anders dan overige interieurelementen kun je dit type kunst niet verplaatsen als het in de weg staat bij hergebruiksplannen. Over sloop moeten we het dan helemaal niet hebben.

Kijk de brochure hieronder in en/of download deze via de tweede knop van rechts (met de dikke pijl naar beneden): 

In de brochure zit niet alleen een samenvatting van de kunsthistorische hoofdlijnen van De genade van de steiger, maar ook een doorkijkje tot 1980. Dit is gebaseerd op het (web)artikel: ‘Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract’ op deze site.

VanHH.org, monumentale_kerkelijke_schilderkunst (ol)

In de loop van het jaar verschijnt aanvullend een technische brochure Tussen organisch en synthetisch over de verschillende verfsoorten en bindmiddelen in de late negentiende en twintigste eeuw. Onze bijdrage bestond erin een compacte tekst te schrijven over de kennis en inzichten van twee specialisten van de RCE, Bernice Crijns en Rutger Morelissen. Hierin is ook het technische hoofdstuk van Angelique Friedrichs uit De genade van de steiger opgenomen.

Wordt vervolgd!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen 
  • Voortschrijdend inzicht? Nu al? Ja zeker! Dankzij de volharding van specialist in religieus erfgoed, Door Jelsma, weten we eindelijk wie de kunstenaar is van de schildering uit 1863 die aan het slot van de brochure staat: Gerrit de Moreé uit Breda. Hij tekende zowel voor de schildering, de sculptuur als het mozaïek van dit bijzondere liturgische centrum. We vertellen er meer over op de betreffende webpagina ‘Voor en na Vaticanum II in Prinsenbeek (1963)‘ (zoekterm Jelsma).
  • Het projectteam bestond uit Bernice Crijns, Ben Kooij en Rutger Morelissen van de RCE en schrijverscollectief Bernadette van Hellenberg Hubar & Marij Coenen.
  • Verkorte link van dit item: bit.ly/2TSEmyu-VanHH2Org
  • Verkorte link directe download bij de RCE: bit.ly/2DTNT2u-GvdS

← Terug naar de hoofdpagina van De genade van de steiger!

Piet Gerrits in Tilburg

Piet Gerrits Tilburg | Open Kerkendag Brabant 2017. Collage bvhh.nu 2017

Een van de gebouwen die open was tijdens de eerste Open Kerkendag Brabant op 26 november 2017 was de Gerardus Majella in Tilburg. Een apart ontwerp van Joseph Cuypers (waarschijnlijk in samenwerking met zijn zoon Pierre J.J.M. Cuypers), uitgemonsterd met schilderingen en mozaïeken van Piet Gerrits. Waarom die zo bijzonder zijn vertel ik hieronder in een stuk, ontleend aan mijn boek De genade van de steiger:

Uit paragraaf 5.8.3 | Gerardus Majellakerk in Tilburg

In 1922 raakte Piet Gerrits betrokken bij de uitmonstering van de Gerardus Majellakerk in Tilburg, waarover de architect, Joseph Cuypers, in een krantenartikel schreef:

  • ‘Zeer gelukkig is in dit verband te noemen de keuze van pastoor Verschure die den kunstenaar en oud-stadgenoot Piet Gerrits, der H. Landstichting de leiding aanbood voor de meubileering en versiering der kerk, nu of later te voltooien. Juist zijn buitengewone kennis der Byzantijnsche kunst — de bakermat onzer kerkelijke kunst— zijn fijn en veel omvattend talent, zijn karaktervolle doch eenvoudige echt christelijke stijl, zullen dit nieuwe Huis Gods maken tot een heerlijk en devoot huis des gebeds.’[253]

In 1933, enkele jaren na de Cenakelkerk, waren de schilderingen klaar (afb. 187a-c). Bij een vergelijking van de twee cycli in Tilburg met de decoraties van de Heilig Landstichting valt als eerste op dat het Beuroner getinte werk vooral in mozaïek is uitgevoerd, in het heilige der heilige van de kerk, terwijl de verhalende voorstellingen boven de arcade, in de lichtbeuk van het schip geschilderd zijn. Dat de taferelen in een krantenartikel worden aangeduid als fresco’s duidt eerder op ingesleten taalgebruik dan op een correcte aanduiding van de techniek. Mede gelet op de matte toon heeft Gerrits hier zeer waarschijnlijk keimverf gebruikt, waarmee hij in 1929, dus eveneens in die tijd, ervaring opdeed in de Gerardus Majellakerk in Den Haag, ontworpen door Jan Stuyt.[254] De recensent van de Nieuwe Tilburgsche Courant was erg onder de indruk van de ‘diepe kennis van het H. Land en het oude en Nieuwe Testament’ die Gerrits in zijn uitmonstering tentoonspreidde: ‘Het is een Evangelie van lijn en kleur, waarbij de aandachtige beschouwer ziet wat hij vroeger gelezen en gehoord heeft’.[255] En dat is precies wat het werk zo bijzonder maakt.

Geen kunstenaar heeft zo systematisch als Piet Gerrits de episodes en lessen in beeld gebracht van het openbare leven van Jezus, waarin deze zich strijdbaar opstelde tegenover het vastgeroeste joodse geloof van het oude verbond. Het belang van de parabels hierbij komt in de Tilburgse schilderingen prachtig tot uitdrukking. Met korte teksten in het Nederlands worden telkens kernzinnen uit de bijbelse verhalen aangehaald, waardoor de boodschap van Christus nog sterker wordt ingeprent. De voorstellingen zijn in een vlotte stijl geschilderd, waarbij achtergrond en kostumering volledig zijn afgestemd op wat Gerrits in het Heilige Land had bestudeerd. Leerlingen, tollenaars, deugdzame en berouwvolle vrouwen, schriftgeleerden en farizeeën, ze zijn allemaal weergegeven als bedoeïenen, terwijl door middel van architectuurdetails, interieuropnames, rotsformaties en planten een beeld van het Palestina van het begin van de jaartelling wordt opgeroepen. Hier is de historieschilder aan het woord die de toeschouwer van de bijbelse wijsheid wil overtuigen. Hoewel de recensent meent dat de kleurstelling met de bruine hoofdtoon is aangepast aan de architectuur, lijkt Gerrits met deze aardse tinten met name de associatie met het Heilige Land te versterken. De afstemming op de architectuur wordt vooral bereikt door de indeling van de taferelen: ze lijken als een doorlopende reeks naadloos in elkaar over te vloeien, maar houden ondertussen het ritme aan van de korbelen van de kapconstructie en de zwikken van de bogen. Vooral bij de laatste toont Gerrits een grote vaardigheid op het gebied van compositie: hij gebruikt ze als een verlaagd podium voor zijn scènes, die door hun aparte positionering – als driekwart ruitvormig inzetje – de blik vangen.

Piet Gerrits, De parabel van Lazarus en de rijke vrek. Cyclus in de Gerardus Majellakerk in Tilburg. Foto RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2011).
Piet Gerrits, De parabel van Lazarus en de rijke vrek. Cyclus in de Gerardus Majellakerk, ontworpen door Joseph Cuypers, te Tilburg. Herkomst: RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2011).

Hier zien we Lazarus zitten tussen de honden; de beroofde en mishandelde Jood die door de meest verachtelijke van zijn geloofsgenoten, de barmhartige Samaritaan, wordt geholpen; de overspelige vrouw; het verdwaalde schaap en Maria Magdalena die de voeten van Christus wast. Voor wie gewend is aan de latere geïllustreerde kinderbijbels komt dit alles nauwelijks als revolutionair over, maar op dat moment was Gerrits de enige die op zo’n directe wijze het Nieuwe Testament voorspiegelde. Als een beeldband, een stripverhaal gelijk, kan het van de muren worden afgelezen, vooral ook vanwege de keuze voor Nederlandstalige teksten. Zelfs opgeknipt in afzonderlijke onderdelen zouden deze scènes al iconografisch een novum zijn, laat staan als doorlopende geschiedenis. Daarbij valt inhoudelijk vooral de nadruk op het menselijke karakter van dit deel van de bijbel, de kant van de eenvoud, de onvoorwaardelijke liefde en vergevingsgezindheid van Christus. Kortom, niet de straffende God waarmee de Una sancta* tijdens het interbellum het kerkvolk zo graag in het gareel hield. Voor Gerrits gold helemaal wat Van der Vliet zei: de kunstenaar moet zelf leraar zijn om de leer van Jezus te verspreiden. Met zijn laagdrempelige beeldverhalen gaf Gerrits haast een doorkijkje op wat na Vaticanum II in de kerkelijke kunst stond te gebeuren.

Het vreemde is dat het programma in de koorpartij, van de overwinnende kerk, dit idee eerder versterkt dan verzwakt: niet ondanks, maar juist dankzij de door Gerrits toegepaste Beuroner oplossingen – ‘Byzantijnsch’, zou Joseph Cuypers zeggen – lijkt hij hier vooruit te lopen op Vaticanum II (afb. 188). Op hiëratische wijze is Christus groter weergegeven dan de met hem rond de tafel zittende apostelen, terwijl Judas met zijn zak geld wegsluipt om zijn aandeel in de verlossing te bewerkstelligen. Net zoals Bach beeldde Gerrits de leerlingen ten teken van hun heiligheid vrijwel gewichtsloos, maar even kleurrijk als tweedimensionaal uit. Judas daarentegen is in wereldse dimensies neergezet met zwaar geplooide, in het aardse bruin getinte kleding. Ook hij weet dus gebruik te maken van de dichotomie die Riegl de kunstenaars had aangereikt.[256] Deze indruk wordt bevestigd door enkele kenmerken die tegelijkertijd tot de canon van Lenz kunnen worden herleid: zowel Jezus als zijn tafelgenoten zijn als non- individuele types weergegeven, zonder persoonlijke uitstraling. Op het tafelkleed na wordt iedere vorm van diepte vermeden. Wel is achter Christus’ rug als een monochroom ornament de vruchtbare druivenrank zichtbaar met elf weelderige trossen.[257] Als slotakkoord verschijnt, haast opgelost in etherische nuances, Maria als Moeder Gods. De manier waarop ze is gepositioneerd met haar mantel die uitwaaiert in een gelijkzijdige driehoek, verraadt de Beuroner getinte invloed van Toorop.

Wat iconografisch het meest frappeert, is de prominente verwijzing in woord en beeld naar de wijnstok uit het evangelie van Johannes die in het interbellum verder alleen bij Joep Nicolas in de Agneskerk te Amsterdam (1937) is te vinden (zie afb. 319). Sowieso is een laatste avondmaal op deze plaats niet standaard. Meestal komt dit onderwerp voor op de oostelijke transeptwanden of in de koortravee. Het enige andere bekende voorbeeld is het werk van Jan Dunselman in de kathedraal van Rotterdam. Vrijwel steeds wordt dan in de kalligrafie gerefereerd aan het hoogtepunt van de consecratie, zoals te zien viel bij het laatste avondmaal van Kees Dunselman in de Obrechtkerk. Piet Gerrits combineerde echter het moment van de instelling van de eucharistie met de metafoor van de wijnstok, waarmee nogmaals werd benadrukt hoe God en mens een symbiotische vereniging aangaan. Niet de geslachtofferde God, maar de liefdevolle God die het moment van de kruisdood haast voorbij kijkt, staat hier centraal. Vooral dit accent lijkt zijn licht vooruit te werpen. Men hoeft maar te denken aan het kerkelijk lied van de post-Vaticaan II dichter Huub Oosterhuis uit 1964:

  • ‘Ik ben de Wijnstok, Mijn Vader de Wijngaardenier
    Gij zijt de ranken, dus blijf in Mij, Ik blijf in u
    Dan vindt gij vruchten hier.’

Tegen de tijd dat dit lied in de kerken zou worden gezongen, werd ook op de muren een andere toon aangeslagen, zoals Kees Mandos in de Antoniuskerk in dezelfde stad laat zien (1958) (afb. 189). In een vertrouwde iconografie worden op tekenachtige wijze figuren gegroepeerd die alleen door het typologiseren van de koppen en de stilering nog iets van Beuron uitdragen. Voor het overige is er de adem van het expressionisme over heen gegaan, die opvallend genoeg het werk van Gerrits vrijwel geheel onberoerd heeft gelaten.

Piet Gerrits, Apsismozaïek met het Laatste Avondmaal. Cyclus in de Gerardus Majellakerk in Tilburg. Foto RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2011).
Piet Gerrits, Apsismozaïek met het Laatste Avondmaal. Cyclus in de Gerardus Majellakerk in Tilburg. Foto RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (2011).

Naschrift

Tot zover het fragment uit De genade van de steiger. Meer lezen? Kijk dan of je het boek tweedehands kunt kopen, want bij de Walburg Pers is het uitverkocht.

Het zou fijn zijn als je dit dit artikel wilt delen of mailen. Dat kun je doen via de knop delen aan het einde van deze pagina (gebruik de hashtag #GvdSteiger).

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

← Terug naar De genade van de steiger!

Bronnen

Bovenstaand stuk is paragraaf 5.8.3 uit De genade van de steiger, pp. 241-244. In de voetnoten staan verkorte titels die volledig zijn aangehaald in de bibliografie van het boek dat inmiddels echter uitverkocht is. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verwacht de monografie binnenkort on line toegankelijk te maken.

Toelichting op enkele namen en begrippen:

  • de Una sancta (de Ene heilige): dit begrip dat op de kerk slaat, heb ik De genade van de steiger geïntroduceerd als synoniem. Het is ontleend aan het credo of de geloofsbelijdenis en slaat op ‘de ene heilige katholieke en apostolische kerk’ (et unam sanctam catholicam et apostolicam ecclesiam)
  • Van der Vliet: (volgt)
  • Bach is niet de componist, maar de kerkschilder F.H. Bach, wiens werk in de vroegere Juvenaatskapel van Maastricht in De genade van de steiger behandeld wordt.
  • Riegls dichotomie: (volgt)

Noten:

  • [253]    KB krantenbank (tegenwoordige beter bekend als www.Delpher.nl), zoektermen: Piet Gerrits Majella (Nieuwe Tilburgsche Courant 1922).
  • [254]    KB krantenbank, zoektermen: Piet Gerrits Gerarduskerk (Het Vaderland, 1929).
  • [256]    KB krantenbank, zoektermen: Piet Gerrits Majella (Nieuwe Tilburgsche Courant 1933).
  • [257]    Zie paragraaf 5.6.3 Aardse en hemelse stijl: Riegls dichotomie.
  • [258]    Nieuwbarn, Kerkgebouw, p. 90.

Dit item is ook te vinden in de rubriek #Kerkverhalen van www.ifthenisnow.eu. Kijk ook eens op http://bit.ly/ITIN-Kerkverhalen.

De verkorte link van dit item is: http://bit.ly/2iQLE5t

Het penningske van de weduwe

Mijn eerste nieuwsbrief van 2016 – Het penningske van de weduwe -, verstuurd via Laposta, kun je inkijken via de webversie via deze link.
Dat is in ieder geval een aanrader voor smartphones, tablets en iPads.

Maar het is ook mogelijk om het document te lezen via het scherm hieronder.

Het-penningske-van-de-weduwe-en-andere-verhalen

Het belangrijkste item van deze nieuwsbrief? Dat is zeker het bericht over de nieuwe Bavo, dat ik graag onder je aandacht wil brengen!

;-) Bernadette

Vleermuis op de nieuwe Bavo, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door de firma Cuypers & Co (1898) (foto BvHH 2013)

Verkorte link: http://bit.ly/2vPjPRR (voorheen: http://bit.ly/1nJ4paE)

Op zoek naar een koepel

Op zoek naar een koepel: Foto van een onbekende koepel circa 1904 van J.L.F. Huysen uit Hoorn.
Foto van een onbekende koepel circa 1904 van J.L.F. Huysen uit Hoorn op de beeldbank van het NHA.

Deze foto is afkomstig van de beeldbank van het Noord-Hollands Archief (NHA) en staat daar onder de noemer Bavo Leidsevaart ((Voor een meer gedetailleerde weergave volg deze link naar de beeldbank van het NHA (nr NL-HlmNHA_Hrlm_25874).)) Maar dat klopt niet. De koepel van de nieuwe Bavo is weliswaar gebouwd op pendentieven, maar heeft spitsbogen en een oriëntalistische vormentaal. Verder ontbreken daar de classicistische sluitsteen en dito lijst. Ook de horizontale band direct boven de sluitsteen ontbreekt bij de kathedraal. Het NHA heeft me gevraagd waar dit dan wel zou kunnen zijn. Omdat de foto is gemaakt door J.L.F. Huysen uit Hoorn, rees bij mij het vermoeden dat het misschien om de Cyriacuskerk van A.C. Bleys (1879-1882) zou kunnen gaan. Maar hoewel dat qua stijl heel goed zou kunnen, is dat, zoals blijkt uit deze foto van de RCE, evenmin het geval. ((Zie de beeldbank van de RCE onder deze link.)) De koepel van de Amsterdamse Nicolaaskerk van Bleys zit er nog dichter tegen aan, maar die is het dus ook niet. ((Vergelijk de foto van Minke Wagenaar uit 2010 op Wikimedia commons.))

Op zoek naar een koepel: Cyriacuskerk Hoorn op de beeldbank van de RCE (foto: Paul van Galen 1977).
De koepel van Cyriacuskerk te Hoorn van A.C. Bleys op de beeldbank van de RCE. Foto: Paul van Galen 1977.

Na een oproep via de sociale media kwam al heel snel het verlossende antwoord! Ik zat er veel dichter bij dan ik dacht! Wat zeg ik: de oplossing staarde me aan!

Oplossing

De twee kerkenkenners Sander van Daal en Herman Wesselink hebben me overtuigd: het is toch de Cyriacuskerk in Hoorn. Ik had mijn conclusie gebaseerd op een foto in lage resolutie en niet meer geverifieerd met het exemplaar in hoge resolutie, die de beeldbank van het NHA me gisteren nastuurde. Ik kon de drie verticale elementen niet thuis brengen boven de sluitsteen. Nog steeds vraag ik me af wat Bleys daarmee wilde, vooral omdat ze blijkens de foto van de RCE later overgeschilderd zijn. Maar wat doorslaggevend is, is dat je op de foto in hoge resolutie nog net de onderkant ziet van het woord ‘Species’ en dat haalt iedere twijfel weg.

Mooi toch!

B. ((Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-1Gf.))
_________________________________

Voetnoten:

Erfgoedzorg in de States

Sociale media hebben de naam vluchtig te zijn. Hoewel dat niet helemaal ontkend kan worden, valt me op dat in de erfgoedsector toch heel wat nieuws passeert dat allerminst vluchtig is en af en toe best om reflectie vraagt. Van een van die berichten – over monumentenzorg in de States, dat ik een paar jaar terug deelde – verbaast het me nog steeds dat er destijds zo weinig reactie op gekomen is:

Erfgoedzorg in de States is bepaald geen alledaags onderwerp, dus dat zou op enige nieuwsgierigheid mogen rekenen. Mij raakte het onderwerp vooral, omdat Amerikanen zelf beweren nauwelijks gestolde geschiedenis te hebben. Het idee om gebouwen, stedenbouwkundige structuren of landschappelijke ensembles als getuigen van het verleden te behouden zou daar veel minder diep geworteld zijn dan hier. Of dat beeld natiebreed van toepassing is, weet ik niet, maar wie een kijkje neemt op de site van de Cultural Heritage Commission van Los Angeles, zal aangenaam verrast worden. Men is al ruim een halve eeuw actief en beschikte al in 1962 – het jaar van onze eerste monumentenwet! – over een ‘Cultural Heritage Ordinance’. Zoals ze zelf trots vertellen: ‘Los Angeles’ ordinance was one of the earliest pieces of historic preservation legislation in a major urban center, predating by three years the 1965 passage of New York City’s renowned Landmarks Preservation Law’.*

Postwar | Wederopbouw

Dat is echter niet het enige dat me aan deze post op Hyperallergic intrigeerde: bij de ‘Googie style’, waarin dit ‘landmark’ is ontworpen, gaat het ook nog eens om een categorie die in Nederland als wederopbouwarchitectuur wordt betiteld. Misschien is het naïef van me, maar dat ze aan de andere kant van de oceaan belangstelling zouden hebben voor dit jonge erfgoed, of liever, dit type architectuur uit deze periode al als erfgoed zouden beschouwen, had ik niet verwacht. Wij zijn er al trots op dat we enkele – vooroorlogse – pompstations beschermen, maar de categorie cafetaria … O zeker, je kunt ze vinden in het monumentenregister, maar het gaat dan om latere (her)bestemmingen of, zoals bij de Diergaarde Blijdorp in Rotterdam, om een onderdeel van het tentoonstellingsgebouw ‘Rivièrahal’ dat in 1939-1941 werd gebouwd naar ontwerp van Sybold van Ravesteyn 1938).* Dus niet, zoals met de benzinestations, om ‘een autonoom bouwtype, met een eigen verschijningsvorm’.*

RCE - Tankstation Van Ravesteyn Enschede | Erfgoedzorg in de States  RCE - Van Ravesteyn Arnhem | Erfgoedzorg in de States
Links: het na-oorlogse tankstation te Enschede (1959-1961) van Sybold van Ravesteyn oogt door zijn schermgevel als een functionalistische folly. Op dit moment is het object voorbeschermd in afwachting van de definitieve aanwijzing tot rijksmonument. Foto gevonden op transisalania.blogspot.nl (2013).* Rechts: Ook dit ontwerp (1957) van Van Ravesteyn werd voor Purfina gemaakt. De evidente gemene deler met het één jaar oudere Norms is … jawel, de zaagtand. Herkomst: Beeldbank RCE 2002.


Overigens zitten bij die vroege tankstations beslist enkele pareltjes, waaronder de exemplaren die ontworpen zijn door Dudok en Van Ravesteyn. De een sterker dan de ander, dragen ze vrijwel allemaal een zakelijke, minimalistische signatuur. Met hun grote luifels en ruim beglaasde kiosken maken ze een knipoog naar het Nieuwe Bouwen uit het interbellum. Met name Van Ravesteyn wist hieraan als geen ander een speelse draai te geven, zoals in Enschede en Arnhem is te zien. Zetten we Norms daarnaast, dan vallen binnen ons Nederlandse referentiekader niet alleen de zaagtand, maar vooral de Rietveldachtige elementen en kleuren op. Het meest dominant is wel het grote ruitvormige rode vlak, dat spontaan de vraag oproept in hoeverre de vooroorlogse exercities van Theo van Doesburg in Amerika bekend waren. Vanuit Amerikaans perspectief wordt het ontwerp als volgt omschreven:

The 24-hour coffee shop was designed in 1956 by Louis Armet and Eldon Davis and is emblematic of the space-age Googie style that took hold in Southern California in the postwar years. The origin of the style’s name comes from a coffee shop designed by John Lautner in 1949. Characterized by bold geometric forms, upswept roofs, glass, steel, and neon, Googie buildings represented the optimistic futurism of the Atomic age with a dose of SoCal car culture mixed in.*

Ed Ruscha, Norms La Ciegena, on Fire, 1964. Herkomst: The Broad Art Foundation, Santa Monica.

Ed Ruscha, Norms La Ciegena, on Fire, 1964. Herkomst: The Broad Art Foundation, Santa Monica.*


Op de achtergrond hoor je Roy Orbison zingen!

Over Roy Orbson gesproken, heeft iemand toevallig de film Carol (2015) gezien? Een van de scenes daarin is opgenomen bij een Googie style wegrestaurant.

;-) B.*

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Post scriptum

Het teken * in de bovenstaande tekst staat voor de volgende informatie:

  • De informatie over de bedreigde ‘LA Googie Landmark’ is afkomstig van de site Hyperallergic.
  • Al zoekende naar meer informatie kwam ik dit boek op Amazon.com tegen: Hess, Alan. Googie: fifties coffee shop architecture. San Francisco, CA: Chronicle Books, 1986.
  • Voor de informatie over het erfgoedbeleid van Los Angeles zie de webpagina over de Cultural Heritage Commission.
  • Of het om feitelijke bescherming gaat of vrome intenties, die we in Nederland vooral kennen in verkeerd opgezette bestemmingsplannen, kan onder meer afgeleid worden uit het volgende stuk van de Cultural Heritage CommissionTop Ten Myths inzake erfgoedbehoud.
  • De afbeelding van het kunstwerk van Ed Ruscha is ontleend aan www.thebroad.org. Voor meer informatie over dit werk surf naar Norms La Ciegena of naar hetzelfde item op Evernote.
  • Voor beschermde pompstations, tankstations, benzinestations levert de zoekterm ‘benzine’ in het monumentenregister on line van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) de volgende treffers: NijmegenDiemen, Breda, Den Bosch (tweemaal), Groningen en Enschede. Behalve de laatste gaat het om vooroorlogse artefacten. Met de zoekterm ‘tankstation’ kun je terecht op de beeldbank van de RCE, waar ook enkele naoorlogse, nog niet beschermde exemplaren te vinden zijn.
  • Voor de rol van Sybold van Ravesteyn bij de Diergaarde Blijdorp volg deze link. Zie ook de beschrijving in het monumentenregister on line van de RCE.
  • Een mooi overzicht van tankstations en relevante informatie is te vinden op: Johan Grootveld, ‘Volgooien maar, tanken vroeger en nu’, op: grootveld.net (2008). Aan deze site is ook de mooie formulering van ‘een autonoom bouwtype, met een eigen verschijningsvorm’ ontleend. Wat betreft authentieke voorbeelden, zie voorts de collectie op http://www.flickriver.com/photos/tags/benzinestation/interesting.
  • De foto van het tankstation van Van Ravesteyn te Enschede is gevonden op de site van Transisalania, waar als herkomst de RCE staat vermeld. Deze foto was echter op de beeldbank niet te vinden. Over dit ontwerp verscheen een artikel van de hand van M.S. Verweij, ‘Glanerbrug, een benzinestation naar ontwerp van ir S. van Ravesteyn’, in: Jaarboek Monumentenzorg 1999, pp. 159-167, on line via DBNL.
  • Voor Roy Orbison zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Roy_Orbison. Een grote collectie van zijn songs is te vinden op Youtube.
  • De film Carol van regisseur Todd Haynes is gemaakt met Cate Blanchett en Rooney Mara als hoofdrolspelers. Phyllis Nagy baseerde haar scenario op het deels autobiografische boek The Price of Salt van Patricia Highsmith uit 1952. Het is een fascinerende film over een destijds onacceptabele liefde, die een prachtig beeld geeft van het Amerika van de jaren ’50. Je kunt hem tegenwoordig huren via Youtube. Voor meer informatie volg deze link.
  • Mochten de URL’s verloren gaan, de belangrijkste stukken zijn opgenomen in Evernote.

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Erfgoedzorg in de States”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2015. http://bit.ly/1klLJLU-VanHH2Org.

De verkorte link van dit item is http://wp.me/p4eh3s-1lD | http://bit.ly/1klLJLU-VanHH2Org

Werk in uitvoering

Werk in uitvoering geeft een overzicht van waarmee ons bureau en schrijverscollectief zich bezighoudt en -hield.

Detail Laatste Avondmaal van Jan Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam, circa 1922. Foto bvhh.nu 2017.

De steigers in de apsis van de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam met het Laatste Avondmaal van Jan Dunselman (1863-1931).  Hoe vreemd het ook klinkt, met name boven deze schilderingen speelt zich een van mijn laatste publicaties af. Wat was dat een spannend project, samen met Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken! Foto bvhh.nu 2017.

Werk in uitvoering betreft de volgende projecten en activiteiten:

  • Cultuur- en bouwhistorisch onderzoek Catharinakerk van Pierre J.H. Cuypers in Eindhoven (2020).
  • Schrijfopdracht Joseph Cuypers Collectie, ten behoeve waarvan het persoonsarchief op het gemeentearchief van Roermond wordt geïnventariseerd. Dit E-boek verschijnt in 2020..
  • Het opstellen van twee brochures op basis van De genade van de steiger in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De eerste staat on line op de site van de RCE en je kunt die via deze pagina op onze site downloaden!
  • Collegiale toets in het kader van het herbestemmingsonderzoek naar Hoogcruts te Margraten, als vervolg op de verkenning uit 2010. De subsidietoekenning is in de loop van maart 2018 bekend gemaakt. Dit werk wordt uitgevoerd als coproductie met Don Rackham van Res nova monumenten en Karl Pesch Konopka van Stadsherstel Limburg. Einddatum 2020.
  • Reguliere bijdragen aan Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals vanaf 2016. Voer Vitruvius in in het zoekscherm en laat je verbazen door de resultaten!
  • Werkgroep sociale media gemeentearchief Roermond (gestart 2020).

In de pijplijn | Toekomstig ‘werk in uitvoering’

  • Onderzoek naar de polychromie van de Maria Hemelvaartkerk te Oude Tonge.
  • Vervolgopdracht polychromieonderzoek Martinuskerk te Beek.
  • Uitgave selectie gedichten in eigen beheer.

Recent of al wat langer voltooid

    • Ambassadeur crowdfundingsactie voor het terugbrengen van het Cuypersplafond in het Cuypershuis (2019).
    • Bijdrage aan de tentoonstelling en de publicatie Clemens Merkelbach van Enkhuizen Verstilling en verandering — 3 augustus 2019 t/m 23 februari 2020. Aanleiding was de schenking van het Bredase oeuvre aan Stedelijk Museum Breda door de ruim 80 jaar oude kunstenaar. Het was een hele plezierige samenwerking met collega kunsthistorica Linda Eversteijn van Dichtbijkunst. Het stuk dat we voor de catalogus schreven is ook nog eens apart gepubliceerd in Vitruvius.
    • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. Cuypers met 80 kilometer per uur. De uitmonstering van de N280 te Roermond. Maastricht/Ohé en Laak: Provincie Limburg/VanHH.Org, 2019. Een heel apart onderzoek, waarvan we binnenkort hopen de link on line te plaatsen.
    • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. Tussen functies & verhalen De Martinuskerk te Beek in Zuid-Limburg. Onderzoek verhaallijnen in het kader van de rijkssubsidie voor de herbestemming van het westelijk deel van de kerk. In samenwerking met De Steunbeer en Davique Sierschilderwerken. Ohé en Laak: VanHH.org, 2018.
    • Collegiale toets van de cultuur- en bouwhistorisch analyse van de Steentjeskerk te Eindhoven, uitgevoerd door Don Rackham van Res nova monumenten. Een fantastisch onderzoek dat opnieuw laat zien hoe innovatief het eclecticisme in het interbellum was, zowel architectonisch als iconografisch. De Liturgische beweging in katholiek Nederland heeft heel wat gebracht!
    • Voorbereiding fondsenwerving voor het Cuypersgenootschap in het kader van de transitie naar een 2.0. platform en het bereiken van de doelgroep, in samenwerking met Menno Heling van If then is now. Hoewel onze rapporten al goedgekeurd waren door het bestuur en de ALV, durft men de transitie niet aan uit gebrek aan vertrouwen in de uitkomst. Dit ondanks het feit dat er twee perspectiefvolle rapporten liggen. Het project is in 2018 voortijdig gestaakt.
    • Jurylid voor de Inspiratieprijs 2018 voor monumenten van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg. Zie hiervoor met name de berichten op mijn Facebookpagina Van Hellenberg Hubar, Kunst Cultuur & Erfgoed.
    • Het onderzoek in het kader van de herbestemmingssubsidie voor de Martinuskerk van Beek, ontworpen door de Rijnlandse architect Lambert van Fisenne en na zijn dood uitgebreid door … jawel, Joseph Cuypers en Jan Stuyt.
    • Het E-boek over de schilderingen van Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken naar Kees Dunselman – die hij weer deels naar het ontwerp van zijn broer Jan uitvoerde – in de koortravee en apsis van de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam.
    • Het schrijven van waardestellingen in het kader van #KunstinBreda, waarover je onder deze link meer vindt: http://bit.ly/KunstinBreda-VHHorg, inclusief de updates op Twitter via de hashtag #KunstinBreda.

  • In opdracht van Fatima Huis BV de belangenscan Fatima Huis Weert | Casus Esdoorn, in samenwerking met ir Karl Pesch-Konopka van Stadsherstel Limburg.
  • Item over de nieuwe Bavo voor de monografie Kerkinterieurs in Nederland van het Catharijneconvent en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
  • Waardestellend onderzoek in het kader van de herbestemming van de Paterskerk te Eindhoven. Wat staat er zoal op de site?

Meer weten over wat we vanaf 1996 hebben gedaan? Ga naar het item In vogelvlucht onder het tabblad Projecten.

;-) B&M 

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Bijgewerkt 25/7/2019

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1Zvd3Y1

Deze diashow vereist JavaScript.

Drukproeven

Het is natuurlijk geweldig om een naslagwerk te mogen schrijven, maar o help, die drukproeven … wat een werk! We zitten nu midden in de tweede ronde, en dan volgt nog een laatste controle. Ik voel me op het zwaarste punt van de marathon, dus het is doorzetten nu! De finish komt in zicht. #Interbellumboek #RCE #WalburgPers

drukproef