Crowdfunding reconstructie plafond Cuypershuis

Crowdfunding reconstructie plafond Cuypershuis — 6 oktober 2019 stond de teller op 100%! De crowdfunding is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectieopstelling in het Cuypershuis. Dus we zouden zeggen … tot volgend jaar in Roermond!

Oral history | Hoe de schilderingen herontdekt werd in 2007

Het gebeurt wel vaker dat je herinneringen ophaalt naar aanleiding van een concreet bericht op de sociale media. Dat overkwam Karl Pesch Konopka en mij (Bernadette) toen op Cuyperiana het bericht verscheen over de crowdfunding van het #Cuypersplafond in het Cuypershuis:

In 2006-2007 waren samen met Karl intensief bezig met de cultuur- en bouwhistorische analyse en het gebrekenplan van wat toen nog Stedelijk Museum ‘Het huis van Cuypers’ heette.1 Dit gebeurde in nauw overleg met de toenmalige directeur, Ridsert Hoekstra, die anders dan de meeste van zijn voorgangers zeer betrokken was bij het gebouw. De opdracht was om onderleggers te leveren voor de restauratie en verbouwing van het museum die in de jaren daarna zou volgen. Tegelijkertijd werd gevraagd om materiaal aan te leveren voor toekomstige tentoonstellingen over het complex en zijn bewoners en gebruikers. Dat resulteerde in een cassette met verschillende rapporten die je via Cuypers4all kunt bekijken en downloaden. 

Dankzij de enthousiaste inzet van de medewerkers van het museum kwamen toen de stukken tevoorschijn – waaronder de tekeningen op schaal 1:1 van H. Hovens (oktober 1977) – die nu de basis vormen voor de reconstructie van het plafond. Op dat moment werd eerst goed duidelijk wat de verbouwing van de jaren ’70 teweeg had gebracht. Zowat alle plafonds zijn weggeslagen, waaronder dit rijk uitgemonsterde exemplaar, en vervangen door verlaagde plafonds met quasi-historische rozetten. De enige rozet die mogelijk nog origineel was, maar helemaal dicht geschilderd, was die in de voormalige Maria Theresiazaal, waar je nu binnenkomt vanuit de huidige entree en museumwinkel. Daar werd in de jaren zeventig nog iets bijzonders gesloopt: de ruimte was namelijk gescheiden van de kamer ernaast door een houten opbouw met entresol, waarvan spijtig genoeg geen enkele foto of ontwerptekening bekend is. Ooggetuigen vertellen dat dit ‘meubel’ geheel uit hout was samengesteld en een boekenkast met bureau, wenteltrapje en verdieping combineerde. Op een van de tekeningen van Joseph lijkt dit schetsmatig ingetekend te zijn tussen de twee kamers aan die kant. Zeer waarschijnlijk was deze houten inbouw, die ooggetuigen aan kasteel De Haar deed denken, van zijn hand. Vermoedelijk zijn tijdens deze campagne ook de twee houten puien aan weerszijden van de centrale gang die vanaf de oorspronkelijke voordeur naar de tuin liep, weggehaald. Hierin zaten portretten van kinderen en kleinkinderen in glas in lood die onder de familie verspreid zijn geraakt.2

5-Collage plafond Cuypershuis crowdfunding Karl Pesch Konopka

Fragmenten en een groene haard! Hoezo?
_____________

Terug naar het plafond. Wie ook alweer van wie deze informatie kreeg, kan ik me niet meer herinneren, maar Karl en kwamen erachter dat onze oud-collega Willem de Wit, in die tijd net benoemd bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, betrokken was bij deze verbouwing. Toen hij informeerde bij de kunsthistorici van de dienst wat er met dit plafond moest gebeuren, bleek dat niemand van de leiding het behoudenswaardig vond. Als het door middel van foto’s gedocumenteerd werd, kon het verdwijnen. Je kon immers toch niet alles bewaren, hoorde je vaak als mantra (nog steeds overigens). 

De hamvraag was: was het plafond na deze adviesronde inderdaad verdwenen? We konden moeilijk door de verlaagde zoldering heen kijken en er waren te weinig gegevens om een inschatting te maken. Ridsert hakte de knoop door en zo gebeurde het dat Karl en Thomas Laugs op 12 juli 2007 het stukje wegbraken waar nu de woorden ‘Een restje verleden’ bijstaan (zie foto). Wat was ik teleurgesteld dat alles zo grof was weggehakt en er niet meer behouden was. Voor Karl lag het iets genuanceerder. In hoofdlijnen deelt hij mijn verslag, maar … ‘Ik had alleen een enigszins positievere ervaring bij de ontdekking: het verlaagde plafond zat zo hoog dat ik bang was dat alles weg zou zijn, maar in elk geval de kantlijst die voor het verlaagd plafond weg gehakt zou zijn. Het idee was een klein gaatje te maken dat makkelijk weer te dichten was bij een gehele desillusie. Ik had Thomas gevraagd wegens zijn technische kennis van stucplafonds en zijn handigheid om zoiets te doen. Dus het was een onverwachte opluchting dat we de lijst aantroffen, terwijl ik die de minste kans had gegeven’.7 

Hoe zat het met de rest van het huis. Was daar nog iets te vinden? Tot onze grote spijt niet. Mijn vermoeden was dat tegen de onder/achterkant van beide spiltrappen ook polychromie had gezeten. Waarom ik dat dacht: omdat als je de huizen van het corps de logis binnenkwam je niet geconfronteerd werd met het opgaande deel van het trappenhuis, maar met de achter/onderkant ervan. Dat had alleen zin als Cuypers die nodig had om iets te laten zien en dat iets kon voor mijn gevoel alleen een staalkaart zijn van zijn polychromie. Dat zou gepast hebben in een complex dat een prospectus op ware grootte was van het kunnen van het architectenbureau. Bij de restauratie trof men echter niets aan onder de laatste afwerkingslaag, wat zou betekenen dat ook hier alles is kaal gehaald. Bij de muren was dit eveneens het geval. Foto’s laten zien dat ze tot op het metselwerk zijn afgebikt en dus alles wat er op gezeten heeft, is verdwenen. 

Geen verhaal om blij van te worden, vooral niet omdat er tot dusver geen foto’s gevonden zijn van het corps de logis van voor 1970, in tegenstelling tot de vleugel met de Cuyperszaal, die Joseph Cuypers in 1907-1908 verbouwde. En juist omdat er zoveel ongedocumenteerd weg is, is het van groot belang om dit plafond waar we wel voldoende van weten, te restaureren.

Op een andere reden komen we nog terug. Wat dacht je van de symboliek, de kleurtoepassing of van zeldzaamheidswaarde binnen het totale oeuvre van de architecten Cuypers! 

Wordt vervolgd!

Crowdfunding 

Wat is het plan van aanpak voor dit plafond? Dat lees je in onderstaand stuk dat ontleend is aan de crowdfunding pagina op de site van Voor de kunst. Aan het slot kun je gelijk een donatie doen, want hoe bijzonder is dit project. We gaan er je de komende tijd meer over vertellen!

O, je wil direct naar de donatieknop? Surf dan naar de draak en klik op zijn snuit!

Geef het Cuypersplafond weer kleur-2

Aan deze crowdfunding wordt ook aandacht besteed op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB en die van het Cuypershuis.
Ga eens kijken en ‘like’  onze pagina’s zodat de berichten over dit project een nog grotere actieradius bereiken!

Hadden we al verteld dat we ambassadeur zijn voor de Crowdfunding reconstructie plafond Cuypershuis?

;-) B&M 

Klik op de draak om direct te doneren!
Klik op de draak om direct te doneren!


Verwijzingen &

  1. Oral history is in principe gebaseerd op de verhalen die mensen over vroeger vertellen, zoals deze terugblik op de vondst van de schilderingen in 2007 van Bernadette. Dat vroeger kan van alles zijn, zoals in het bijzondere artikel van De Volkskrant op een rij is gezet: hoe werkt ons geheugen en welke verhaalfragmenten die we hebben opgeslagen zijn wel en niet betrouwbaar. Een mooie evenwichtige uiteenzetting, waarin het kind niet met het badwater is weggegooid: Visser, Ellen de. “75 jaar oorlogsherinneringen”. De Volkskrant, 7 september 2019. http://bit.ly/2k86sJx-Evernote. Voor het verhalende vertellende effect van onze hersens zie ook Mieras, Ben ik dat?, pp. 354-358. Ook mijn oral history over het plafond van Cuypershuis moet in die zin tegen het licht worden gehouden.
  2. Met dank aan Pierre M. Cuypers, kleizoon van Joseph Cuypers, voor deze informatie. Een en ander is verwerkt in Hubar, Rien de pareil, deel 1, pp. 105-107; deel 2, pp. 231-232.
  3. Wil je een idee hebben van de oorspronkelijke kleuren van de draak? Kijk dan hieronder naar het plaatje uit de brochure van het Cuypershuis, met linksboven het monogram van Antoinette Alberdingk Thijm en Pierre (J.H.) Cuypers (1859). 
  4. Donderdag 26 september 2019 van 19:30 tot 20:30 uur vindt in het Cuypershuis een lezing plaatst over de kleuren van Cuypers door René Hoppenbrouwers van de SRAL, waar men het kleurenonderzoek heeft gedaan: http://bit.ly/2ktEHew-Cuypersplafond. De entree van 5 euro komt ten goede aan de crowdfunding voor het Cuypersplafond.
  5. Donderdag 3 oktober 2019 van 14:00 – 15:00 uur geeft Cuypersbiograaf Wies van Leeuwen een rondleiding door het Cuypershuis naar aanleiding van de crowdfunding voor het plafond. De entree van 5 euro komt ten goede aan dit project.
  6. Mocht je nog aanvullingen hebben op de oral history over de vernietiging van het plafond in 1977, stuur dan een mailtje naar postvanhellenberghubar@gmail.com.
  7. Ontleend aan de mail van Karl Pesch Konopka d.d. 11 september 2019.
  8. De fragmenten van het #Cuypersplafond (1859) in het Cuypershuis, gefotografeerd door ir Karl Pesch Konopka van Stadsherstel Limburg op 12 juli 2007. Ook de haard in de ruimte met het plafond heeft hij toen vastgelegd. Wie weet laat de kleur groen van de bladeren wel de oorspronkelijke tint zien van de nog bestaande haard in die ruimte, die in een soort schoolbordgroen afgewerkt is, waarvan ik (B.) me altijd heb afgevraagd of dat de authentieke kleur was of dat die in 1977 er op is gezet. Tot dusver heeft hier nog geen materiaalonderzoek plaats gevonden. Op de haard heeft hoog waarschijnlijk ook nog sjabloonwerk gezeten.

Tussentijdse stand
  • 4 oktober 2019 staat de teller op 98%, dus met nog 2 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen, zeker als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! En vele tientjes maken het verschil! Er is nog 235 euro nodig, dus klik op deze link en doe het! Je mag ook op de draak klikken om te doneren! Die zit samen met zijn maatjes te springen om weer terug te kunnen naar het #Cuypersplafond.
  • in het bericht over de zeldzaamheid van het Cuypersplafond: 4 oktober 2019 staat de teller ‘s morgen op 98%, dus met nog 2 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen, zeker als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! Er zijn nog maar 24 tientjes nodig, dus doe mee en maak het verschil! Doneer hier of klik op de draak!
  • 3 oktober 2019 staat de teller op 89%, dus met nog 3 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! En vele tientjes maken het verschil!
  • 2 oktober 2019 staat de teller op 88%, dus met nog 4 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! En vele tientjes maken het verschil! 
  • In het bericht over de lezing van de SRAL 24 september 2019: Het loopt goed met de crowdfunding van het Cuypershuis voor de reconstructie van het plafond dat Pierre Cuypers in 1859 ontwierp voor zijn bruid Nenny (Antoinette) Alberdingk Thijm. Ruim 60% van het streefbedrag is binnen! Bravo! Nu de overige circa 7000 euro nog. Als nu 700 mensen een tientje doneren!

Verkorte link: http://bit.ly/2MYrWo5-Cuypersplafond

← Naar de hoofdpagina van ‘Succesvolle crowdfunding #Cuypersplafond’

Nieuwe Bavo genomineerd voor Nationale SchildersVakprijs 2016

Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken heeft de afgelopen vijf jaar bij de nieuwe Bavo een van de meest interessante opdrachten uit haar carrière uitgevoerd. Met haar team heeft ze zowel de buitenpolychromie als de gekleurde onderdelen van het interieur gerestaureerd, gereconstrueerd of opnieuw aangebracht. Dat gebeurde in hechte samenwerking met kleuronderzoeker Judith Bohan en met mij. Dit is werkelijk zo’n project waarbij de expertises elkaar op een inspirerende manier aanvullen en er synergie ontstaat. De namen van Jojanneke Post en Judith Bohan kom je dan ook zeer regelmatig tegen in mijn boek over de kathedraal, met name in hoofdstuk 6 ‘De tinteling der atmosfeer’ dat over licht en kleur gaat. ((Om het boek over de nieuwe Bavo te bestellen surf je naar http://bit.ly/Bavo-Ao.))

Maar dat terzijde, want hier wil ik graag Jojanneke aan het woord laten en iedereen oproepen om op haar project van de nieuwe Bavo te stemmen.


De Nationale SchildersVakprijs is een initiatief van Eisma Bouwmedia, uitgever van onder andere de SchildersVakkrant, Eisma’s Schildersblad en SchildersVak.nl.

Je kunt je stem uitbrengen via deze link: http://bit.ly/Stem-op-Jojanneke.
En natuurlijk kun je haar ook helpen door dit bericht te delen op de sociale media.

B. ((Vergeet niet te stemmen, dus klik op deze link: http://bit.ly/Stem-op-Jojanneke.
Wil je meer over Jojanneke weten, bezoek dan haar website of volg haar op Twitter – @davique2001 – en Facebook.
Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2e2G9Ne))

Jojanneke Post aan het werk bij de nieuwe Bavo. Foto Margaratha Svensson 2013.

Grafmonument familie Cuypers te Roermond (2005)

Untitled Untitled
Pierre Cuypers op de leeftijd van 48 en 90 jaar.1

Terugblik

Mijn relatie met Cuypers startte in 1978, tijdens mijn afstudeeronderzoek naar de romaanse oostpartij van de Servaaskerk te Maastricht. Op dat moment was de hele uitmonstering op de koortravee en de apsis na, nog helemaal aanwezig en je kon de bouwgeschiedenis niet doorgronden, zonder je eerst door de ingrepen van Cuypers heen te werken. Aanvankelijk vol weerzin tegen die negentiende-eeuwse, ‘vertroebelende’ laag, groeide lopende het project waardering en bewondering voor de kennis van deze architect en zijn twee kompanen, Victor de Stuers en Jozef Alberdingk Thijm. Dat was het begin van een avontuur dat leidde tot de oprichting van het Cuypersgenootschap in 1984 en mijn promotie in 1995. Met het onderzoek naar de nieuwe Bavo dat in 2013 een aanvang nam, heb ik mijn fascinatie voor deze bouwmeester overgedragen op zijn zoon, Joseph Th.J. Cuypers.

Na mijn proefschrift over het programma van de voorgevel van het Rijksmuseum heb ik een aantal onderzoeken verricht die interessant zijn om Cuypers senior beter te leren kennen. Die kun je bekijken en downloaden via Cuypers4all. Hieronder vind je een samenvatting van de publicatie over zijn grafmonument in Roermond.2 In een later stadium zal een item volgen over het onderzoek naar zijn huis en tevens atelier, het huidige Cuypershuis te Roermond. Daarin komt vooral zijn vernieuwende karakter naar voren in een werkomgeving met stoommachines en in een comfortabele woonplek met een van de eerste waterclosets (toilet) in Nederland. Tot slot komt een aantal verhalen uit de Cuyperscode aan de orde die een tipje van de persoonlijke sluier oplichten. De collectie Cuyperiana is inmiddels ook aangevuld met verhalen over Joseph Cuypers. Maar nu eerst naar het begin en het einde, de alfa en de omega: de grafkapel van en voor de familie Cuypers.

Op Allerzielen 2 november 2006 is het herstelde grafmonument van Pierre J.H. Cuypers door de bisschop van Roermond, monseigneur Frans Wiertz, na een mis in de grafkapel van de bisschoppen, plechtig ingewijd als slotceremonieel van de restauratie. De campagne werd voorbereid en begeleid door Res nova (cultuurhistorisch onderzoek, sponsoring, subsidie- en fondsenwerving, vergunningentraject, draagvlakverbreding en directie werkzaamheden) in samenwerking met architect Hans Coppen en aannemer Tom Loven te Roermond. Beeldhouwer Ton Mooy verzorgde de vier nieuwe beelden voor het monument. Als slotstuk van de restauratie zijn de vier vervangen beelden geconserveerd en overgedragen aan het stedelijk museum ‘Het Cuypershuis’ te Roermond. Voor dit werk tekende restaurateur Adriaan van Rossum. Het bestuur van de Stichting Restauratie Grafmonument dr P.J.H. Cuypers heeft na de voltooiing van de restauratie het monument overhandigd aan de familie Cuypers die voor verder gebruik en beheer zorg zal dragen. Tijdens de restauratie werden de belangen van de familie behartigd door met name drs Pierre M. Cuypers uit Bemmel.3

Grafmonument Cuypers met het ontbrekende beeld. Foto: Jan Straus
Het ontbrekende beeld op het grafmonument met links Cecilia en rechts Petrus.

Het meest spannende onderdeel van de restauratie was de reconstructie van het ontbrekende beeld. Uit onderzoek bleek dat dit geïdentificeerd kon worden als Johannes de Evangelist. Hij verwijst niet alleen naar de vader van Cuypers die als oudste familielid in het graf is bijgezet, maar ook naar het visioen van het hemelse Jeruzalem dat Cuypers als symbool beschouwde van de volmaakte architectuur. Een korte samenvatting van het onderzoek is in 2005 ten behoeve van de fondsenwerving onder de titel ‘Tussen tijd en eeuwigheid’ uitgebracht en hieronder overgenomen. De afbeeldingen van het grafmonument hierin zijn van vóór de restauratie. Het hoofdrapport met de waardenstelling kan overigens gedownload worden via deze link.

Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Johannes de Evangelist. Foto 2005 Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Petrus en Catharina. Foto 2005 Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Cecilia en Catharina. Foto 2015.
Het nieuwe beeld Johannes, het meer vrij gekopieerde beeld Petrus en de gereproduceerde beelden Cecilia en Catharina (van links naar rechts).

Tussen tijd en eeuwigheid

Begraven, maar niet vergeten!

Architect dr Pierre Cuypers (bekend van onder meer het Rijksmuseum en het Centraal station in Amsterdam) ligt begraven op ‘d’n Aje Kirkhoaf’ in Roermond. Het grafmonument, waar ook andere leden van zijn familie hun laatste rustplaats hebben, en het ontwerp van de begraafplaats zelf zijn beide van zijn hand en hebben sinds enkele jaren de status van rijksmonument.

Wie was Pierre Cuypers?

Pierre Cuypers werd in Roermond geboren op 16 mei 1827. Na het stedelijk gymnasium ging hij in 1844 naar de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen om zich te ontwikkelen als architect en allround ontwerper op het gebied van de toegepaste kunsten. In 1849 keerde hij terug naar Roermond, bekroond met de prix d’excellence. Een jaar later stelde de gemeente hem aan als stadsarchitect, terwijl hij door de bisschop van Roermond belast werd met de restauratie van de Munsterkerk.

Vanaf het begin maakte Cuypers naam met wat we kortweg als neogotiek aanduiden: hij ontwikkelde een eigentijdse stijl, waarbij hij elementen uit de Europese gotiek combineerde met inheemse motieven en materialen. Met name baksteen was favoriet. In Antwerpen waren de angry young men van de Academie te hoop gelopen tegen de bepleisterde schijnarchitectuur. In plaats daarvan werd ‘kale’ baksteen gebruikt: eerlijk en duurzaam materiaal dat op dat moment echter een armoedige reputatie had. Door dit te combineren met verfijnde metseltechnieken en toe te passen in verschillende kleurschakeringen, wist Cuypers de markt te interesseren voor zijn nieuwe manier van bouwen. Op den duur slaagde hij er zo in om een eigen ‘nationaal’ gezicht te geven aan internationale stromingen als de neogotiek en de neorenaissance.

Cuypers' huis en werkplaatsen te Roermond circa 1900.
Avant garde-architectuur van 1853: het woonhuis met de werkplaatsen te Roermond.

Zijn middeleeuws aandoende stijl, waarmee Cuypers teruggreep op de inheemse bouwtradities, was toentertijd zeer modern. Het complex van zijn eigen woonhuis en enkele werkplaatsen (tegenwoordig het Cuypershuis van Roermond) gold bij oplevering in 1853 als een avant-gardistisch visitekaartje van het architectenbureau en de kunstwerkplaatsen van Cuypers.

In 1850 trouwde Cuypers met de Antwerpse modiste Rosalie van de Vin. Zij overleed echter in 1855, kort na de dood van hun tweede dochtertje. In 1859 hertrouwde hij met Antoinette, de jongste zus van de Amsterdamse koopman en publicist Joseph Alberdingk Thijm, een goede vriend van Cuypers. Nenny, zoals zij in huiselijke kring heette, en Pierre kregen vijf kinderen, waarvan zoon Joseph zelf ook een bekend architect werd. Beide echtgenotes en Joseph en zijn vrouw Delphine zijn bijgezet in het familiegraf in Roermond.

Voor de verdere ontwikkeling van architectenbureau Cuypers is zijn succes als ‘netwerker’ bijzonder belangrijk. In 1853 werd de kerkelijke hiërarchie hersteld in Nederland, hetgeen betekende dat de katholieke kerk zich als organisatie in het land mocht vestigen. Het gevolg was dat de paus met goedkeuring van de Nederlandse staat overging tot de oprichting van nieuwe bisdommen, van waaruit over heel Nederland nieuwe parochies werden gesticht. Dit luidde een hausse in de kerkenbouw in. Cuypers was samen met zijn compagnon Frans Stoltzenberg juist in 1853 van start gegaan met hun atelier voor christelijke kunst en had zich in Antwerpen al bekwaamd in de neogotische kerkenbouw. De timing om deze nieuwe markt te veroveren, was dus perfect.

De Willibrordus-buiten-de-Veste te Amsterdam, ontworpen door Cuypers (1864-1866) en voltooid door Joseph Th.J. Cuypers in 1897 en 1923.
De Willibrordus-buiten-de-Veste, ontworpen door Pierre Cuypers (1864-1866). Van de hoge torens van deze zogenaamde Kathedraal van Amsterdam, werd uiteindelijk alleen die op de viering uitgevoerd, en wel door Joseph Cuypers. De kerk is gesloopt in 1970.

In 1863 verhuisde Cuypers zijn architectenbureau naar Amsterdam, waar ‘het’ immers allemaal gebeurde. Mede door zijn functie als lid van het College van Rijksadviseurs voor de Monumenten van Geschiedenis en Kunst en zijn relatie met Victor de Stuers kreeg Cuypers de opdrachten voor het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam alsmede vele restauratieopdrachten.

Ook bij deze prestigieuze opdrachten paste Cuypers consequent baksteen als bouwmateriaal toe. Voor het Rijksmuseum liet hij zelfs een speciaal formaat ontwikkelen. Geen wonder dat zowel de vereniging van baksteenfabrikanten als de Nederlandse aannemersvereniging Cuypers huldigde bij verschillende jubilea. Doordat hij als voortrekker het traditionele bouwvak in ere had hersteld, was het spin-off effect van zijn praktijk voor zowel de ene als de andere bedrijfstak aanzienlijk.

Behalve als architect was Cuypers actief als politicus in de gemeenteraad van Amsterdam en Roermond en richtte hij een van de eerste werkgeversorganisaties in Nederland op.

Stadsplattegrond van Roermond uit 1902.
Stadsplattegrond van Roermond uit 1902: de clustering van gebouwen op het snijpunt van de wegen linksonder betreft het complex van de Kapel in het Zand. Aan de weg die naar het zuiden loopt, ligt de entree tot het kerkhof.

De begraafplaats ‘d’n Aje Kirkhoaf’ in Roermond

In de negentiende eeuw maakte de dood meer deel uit van het dagelijkse leven dan vandaag de dag. De frequentie waarmee men familie en vrienden verloor was relatief hoog ten gevolge van een verhoudingsgewijs laag peil van de kraam- en algemene gezondheidszorg. De positie die men bij leven had moest ook zichtbaar zijn na de dood. Graven waren statussymbolen, waarbij families elkaar de loef af wilden steken met de fraaiste monumenten. De laatste rustplaats werd het middelpunt van architectonische, beeldhouwkundige en sierijzeren hoogstandjes. Zo bevindt zich op het kerkhof in Roermond neogotische (graf)kunst van hoge kwaliteit in een parkachtige omgeving.

De ‘Aje Kirkhoaf’ is een van de oudste algemene begraafplaatsen in Nederland en kent een strikte scheiding van de diverse geloofsovertuigingen, zoals die in Nederland vanaf het eind van de achttiende eeuw voor dodenakkers werd doorgevoerd. Naast de indeling in religie is er op het kerkhof ook een duidelijk onderscheid in vier klassen. In de eerste klasse lieten de rijken zich begraven in “eeuwigdurende graven”, met monumentale opbouwen en indrukwekkende grafkelders. De tweede en derde klasse bestonden uit huurgraven, de vierde klasse was bedoeld voor de armste bewoners.

Deze indeling is van de hand van Cuypers, die als stadsarchitect in 1858 de begraafplaats opnieuw inrichtte. Toen ontstond ook het lineaire karakter van het kerkhof en de aandacht voor de beplanting. Inrichting en beplanting van de begraafplaats zijn belangrijk om bezoekers in de juiste sfeer te brengen. Cuypers en zijn tijdgenoten deelden de romantische visie dat de weemoed op een kerkhof een brug sloeg tussen hemel en aarde.

Cuypers gerestaureerd grafmonument aan de voet van de bisschoppelijke Grafkapel. Foto: Jan Straus
Het grafmonument van P.J.H. Cuypers ligt aan het koor van de bisschoppelijke Grafkapel. Deze symbolisch zeer belangrijke locatie zorgt ervoor dat zijn status tot het einde der tijden is verzekerd.

Cuypers’ boodschap

Het versleutelen van boodschappen in de kunst door middel van symbolen is iets van alle tijden. Bij Cuypers kan men deze ontcijferen, omdat zijn beeldentaal geënt was op een brede onderstroom van collectief bewustzijn die sterk bepaald was door het katholieke geloof. Dit kent een schat aan metaforen rond het thema ‘dood en verrijzenis’. Het kerkhof wordt beschouwd als het vertrekpunt naar het paradijs. Dit paradijs wordt gevonden in de heilige Stad, het hemels Jeruzalem dat de evangelist Johannes in de Openbaringen heeft beschreven. Deze stad staat symbool voor de katholieke maatschappij met haar heilige ordening in rangen en standen, die op haar beurt weer is ingebed in de indeling van het kerkhof. Maar dit hemelse Jeruzalem wordt ook zichtbaar gemaakt door middel van architectuur, beelden, schilderingen, (edel)smeedkunst en glas-in-lood in het aardse kerkgebouw dat als een voorafspiegeling van de Goddelijke stad geldt. Elementen als deze vormen de kern van Cuypers’ gedachtegoed, waarin de architect een rijke middeleeuwse symboliek en de rituelen van het katholieke geloof versleutelde.

Naast het thema van het hemels Jeruzalem, speelde het lijdensmotief een toonaangevende rol: het centrale ritueel in het katholieke geloof bestaat uit de eucharistie, het ‘Heilig Sacrament des Altaars’, waarbij het bloedige lijden en sterven van Christus op onbloedige wijze wordt herdacht. Daarom bevat elk altaar een kleine holte: het sepulchrum, dat een verwijzing vormt naar het graf van Christus. Iedere kerk was zo tevens de grafkerk van Christus en verwees als zodanig naar de Grafkerk bij uitstek in Jeruzalem. Dit gebouw, opgetrokken boven het lege graf van Christus (Jezus is herrezen), vormt – hoe kan het ook anders – een christelijk icoon van klasse.

Grafmonument Cuypers met de leeuw als symbool van Marcus. Grafmonument Cuypers met de os als symbool van Lucas. Grafmonument Cuypers met de adelaar als symbool van Johannes. Grafmonument Cuypers met de mens als symbool van Mattheus.
De vier evangelistensymbolen in de hoeken van het randschrift rondom de zerk en de gedenkpijler: de leeuw van Marcus, de os van Lucas, de adelaar van Johannes en de engel of mens van Mattheus.

Beide thema’s herkende Cuypers op goede gronden in de middeleeuwse Munsterkerk te Roermond. Toen hij dan ook in 1887 opdracht kreeg om een bisschoppelijke Grafkapel op ‘d’n Aje Kirkhoaf’ te ontwerpen, greep hij terug op dit model. Cuypers was waarschijnlijk al in 1858, ten tijde van de herinrichting van het kerkhof, op de hoogte van de geoormerkte positie van die grafkapel en heeft deze voorkennis gebruikt bij de bepaling van de locatie van zijn eigen graf. Als voorafbeelding van het hemels Jeruzalem, wordt de begraafplaats als het ware tot een microkosmos van de maatschappij. Het centrum van deze microkosmos wordt gevormd door de bisschoppelijke Grafkapel. Door deze symboliek plaatste Cuypers zijn graf zowel ín het hemels Jeruzalem als in de directe nabijheid van deze heilige Stad.

Grafmonument Cuypers voor de restauratie. Foto: Jan Straus
Het grafmonument van dr Pierre J.H. Cuypers te Roermond voor de restauratie (Foto: Jan Straus)

Het grafmonument van de familie Cuypers

Locatie en oriëntatie óp de begraafplaats waren van essentieel belang. Direct na de voltooiing van de werkzaamheden in 1858 wist Pierre Cuypers een vergunning te verkrijgen voor de bouw van een grafkelder op een prominente positie, in de directe nabijheid van de dertig jaar later door hem gebouwde bisschoppelijke Grafkapel.

Het grafmonument is één van de meest opvallende gedenktekens op het kerkhof. Zij geldt als eerbetoon aan zijn overleden familieleden en uiteindelijk ook voor Cuypers zelf. Het monument bestaat uit twee zerken en een grootse gedenkpijler. Op de sokkel, voorzien van de namen van de in het graf gelegen personen, is een opbouw met vier elegante heiligenfiguren geplaatst. De neogotische vormentaal van het geheel is kenmerkend voor de tweede helft van de negentiende eeuw. Het is bovendien de ‘taal’ die Cuypers gedurende zijn carrière vervolmaakte en op grote schaal toepaste.

De grafzerk van Rosa dateert van 1858 en is ontworpen in middeleeuwse stijl. Inspiratiebron hiervoor was de zerk die Cuypers vriend, geestverwant en latere zwager, Josef Alberdingk Thijm in 1855 voor de laatste rustplaats van zijn familie ontwierp. Rosa staat als het ware in een gotische kerk – verwijzing naar het hemels Jeruzalem – en is omringd door de vier evangelistensymbolen die aan ‘den ingang der poorte van het huis des Heere’ staan.

Grafmonument Cuypers voor de restauratie met de zerk van Rosa. Foto: Jan Straus
De zerk van Cuypers’ eerste vrouw, Rosa van de Vin.

De gedenkpijler, waartoe ook vier heiligenbeelden behoren, is ontstaan na de dood van Cuypers’ tweede vrouw, in 1898. De heiligen Cecilia en Catharina zijn beide verwijzingen naar Nenny; Cecilia als patrones van de muziek, Catharina als naamheilige. Beide figuren keren ook terug op een piano die Cuypers als verlovingsgeschenk aan zijn jonge vrouw had geschonken. Petrus is niet alleen afgebeeld als de naamheilige van Pierre Cuypers, maar ook als de drager van de sleutels die toegang bieden tot de poorten van de hemel, de heilige Stad. Verder was Petrus de eerste bisschop van Rome en staat hij dus symbool voor de aardse kerk.

Het vierde beeld, dat met moeite geïdentificeerd kon worden, is Johannes. Hij kreeg niet alleen een plaats als naamheilige van de vader van Cuypers, maar vooral als Johannes de evangelist die het hemels Jeruzalem in zijn visioen heeft gezien. Hij is op het grafmonument zo geplaatst dat hij kijkt naar de bisschoppelijke Grafkapel, de aardse voorafspiegeling van het hemels Jeruzalem.

Grafmonument Cuypers Mariasymbool roos op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool maarts viooltje op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool maarts viooltje op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool roos op hoek baldakijn.
De hoeken van de baldakijnen boven de vier heiligen zijn gesierd met bloemen die terug te voeren zijn tot de roos en het maarts viooltje: beide behoren tot de Mariasymbolen

Tot in details als de bloemmotieven toe werkt de symboliek door. De associatie van bloemen, hiernamaals en verrijzenis is al zo oud als de prehistorie. De rol van de bloemen in de grafcultus wordt op prachtige wijze door Cuypers verwoord, wanneer hij zijn zoon Joseph na een bezoek aan het graf van Nenny schrijft: ‘Wat is verwonderlijk hoe fraai de bloemen blijven op Moeders graf. Er zijn rozenknoppen die voortdurend ontluiken. Het groen is zoo frisch of ‘t slechts eenige uren aan de stam onttrokken is -‘. Dit thema lijkt vertaald te zijn in de stenen rozen aan de baldakijnen die in een eeuwigdurend ontluiken zijn verstild.

Met de restauratie van het monumenten zijn de graven geschud en de beenderen verzameld. Rustend tussen zijn beide vrouwen is Cuypers op 2 november 2006 opnieuw ten grave gelegd in de crypte die hij voor zijn familie had bestemd. Dona eis requiem sempiternam.

Mozaïek van Cuypers: de vloer van het koor van de Munsterkerk.
Mozaïek van Cuypers de vloer van het koor van de Munsterkerk met het Benedicite.

Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.4

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina

;-) B(&M)

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &

  1. Deze en andere foto’s in dit item zijn ontleend aan het onderzoek over het grafmonument, waravan de volledige titel luidt: Bernadette van Hellenberg Hubar en Don Rackham. Het familiegraf van Pierre J.H. Cuypers. Cultuurhistorische analyse met waardenstelling. 1ste dr. Ohé en Laak/Horn: Res nova-VanHH.org, 2005. http://bit.ly/2jT4LM3-Cuyperiana. Onder deze laatste link kan het onderzoek ingekeken en gedownload worden.
  2. Het onderzoek is uitgevoerd in nauwe samenwerking met drs Don Rackham van Res nova Monumenten die een groot deel van de tekst van de publicatie voor zijn rekening nam.
  3. Terugblikkend op dit project, anno 2019, was niet alleen de restauratie op zich een heel avontuur: het bleek ook een hele uitdaging om uit de specialistische tekst van het rapport een eenvoudige leesbare brochure te destilleren. Hier mag niet onvermeld blijven dat onze co-onderzoeker, Don Rackham, de collegiale toets verrichtte en drs Roland Bruynesteyn MBA ons hielp met het verder vereenvoudigen van de tekst en de redactie op zich nam. Bij dit project voerde de laatste ook de fondsenwerving uit namens het bestuur van de restauratiestichting.
  4. Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.

De verkorte link van deze webpagina is http://bit.ly/1PHUGJ4.

← Terug naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

← Terug naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment