Oneindig

Cyclus Rome 2 | Oneindig

Cyclus Rome: Charles-Louis Clérisseau (1721–1820), Stefano Rotondo, 1750-1755.

De cirkel wordt gedragen
door zuilen in het rond
in een eeuwig draaiend ritme
met lijnen haaks geplaatst
De triomfboog als een wig
hakend naar de hemel
dwars daarop de zoldering
vol aardse vlakke tinten
Twee Korinthische kapitelen,
rijke schouders met de geboort’
van twee bogen balancerend
op de as van het akkoord
noord naar zuid gelinieerd
Boven het hoogaltaar de leegte
van het boogvormige niets
al te heilig voor meer vormen
op de vliezen van het oog
Oost en west de oculi
die het rijzen en het dalen
van de zon naar ‘t laatste uur
tot een vlammend spel
herleiden in de ronde
architectuur

Cyclus Rome: Lalupa op Wikimedia Commons, Stefano Rotondo, 2008.

______________

Post scriptum — In dit beeldgedicht van de cyclus Rome staat de Stefano Rotondo centraal, een van de meest bijzondere vroegchristelijke kerken in Rome, met een bouwgeschiedenis die teruggaat op de vijfde eeuw.1 Ze vormt de eerste christelijke centraalbouw in dit deel van de beschaving. Zelfs in een stad waar het Pantheon herinnerde aan het hoge niveau van de Romeinse architecten en constructeurs, was ze typologisch een buitenbeentje door de dubbele arcade rondom de locus sanctus in het midden. De koepel die je hier zou verwachten is echter achterwege gebleven. De tweede arcade is in de twaalfde eeuw dichtgezet, maar als boogstelling nog goed herkenbaar in de concentrische muur.

Op grond van de bijzondere verschijningsvorm wordt verondersteld dat de Stefano Rotondo in figuurlijke zin een kopie vormt van de heilig Grafkerk die Constantijn in 335 over het graf van Christus in Jeruzalem heeft laten bouwen: de Anastasis rotunda.2 De grote stroom pelgrims die hier naar toe kwam, keerde terug met verhalen waarin uiteraard ook de grafkerk een rol speelde. Hoe zag dat gebouw eruit? Wel, de kerk was een centraalbouw, omringd door drie apsiden met arcades, een centraal gewelf et cetera. Vrijwel zeker beïnvloed door deze orale context ontstonden over heel Europa symbolische ‘kopieën’ die vaak niet meer dan enkele karakteristieke elementen met de bron gemeen hadden, zoals in dit geval de centraalbouw. Was de kerk in Jeruzalem opgericht over het graf van Christus, bij de Stefano stond ze over het altaar dat symbolisch gelijkstaat met dat graf, omdat hier tijdens de misviering telkens weer het bloedige offer van Christus op onbloedige wijze wordt herhaald.3

Tevens is dit de plek waar zich de relieken van de heiligen bevinden: de heilige die een ‘alter Christus’ is, een andere Christus, een concept waar Paulus de opmaat van gaf: ‘Niet ik leef, het is Christus die leeft in mij’.4 Hij leeft dus volgens Paulus in ieder van ons, maar wel het meest illu­stratief in heiligen. Je zou kunnen zeggen dat Christus zich via de heiligen aan de mensen openbaart. Vandaar dat lotgevallen van de heiligen vol zitten met ontle­ningen aan het Oude en het Nieuwe Testament, als gaat het bij wijze van spreken om Bijbelse episodes.5

SStefanoRotondoVsec
In de Stefano Rotondo te Rome is de centraalbouw gecombineerd met de kruisvorm. Naar een reconstructie van S. Corbett.6 Herkomst: Wikimedia Commons.

Nu is het interessante van de Stefano Rotondo dat de circulaire opzet wordt gecombineerd met een axiale, waarin de christelijke kruisvorm domineert. Die wordt door twee onderdelen nog eens extra geaccentueerd: allereerst door de merkwaardige dwarsmuur van noord naar zuid in het hart van de centraalbouw boven het hoogaltaar, die in de middeleeuwen aangebracht zou zijn ter ondersteuning van de constructie. Voorts door de oostelijke uitbouw met zijn raam waardoor het ochtendlicht binnenvalt en de tegenhanger aan de westkant waardoor de laatste zonnestralen van de dag de kerk betreden.7 Of in het centrum van dit gebouw overigens werkelijk sprake is van heilige leegte – zoals in de Joods-christelijke traditie – blijft de vraag.8

Het bovenstaande gedicht schreef ik op locatie tijdens mijn excursie naar Rome van 12 tot 22 juni 2015, waarover onder deze link meer is te vinden. Het reprovrije beeldmateriaal is ontleend aan:

  • Arthermitage.org: Charles-Louis Clérisseau (28 August 1721–9 January 1820), Interior of St Stefano Rotondo Church in Rome (1750-1755).9
  • Wikimedia Commons: fotograaf Lalupa (2008).10
  • Wikimedia Commons: MM (2006) naar een reconstructie van Spencer Corbett11

B.12
_________________________________

Voetnoten:


  1. Voor algemene informatie zie Stefano Rotondo op Wikipedia

  2. Deze ontdekking staat op naam van Richard Krautheimer, ‘Introduction to an “Iconography of Mediaeval Architecture”‘ → Bibliografie. Voor algemene informatie zie heilig Grafkerk op Wikipedia. Een interessant laat voorbeeld is de kapel van Hoogcruts in Margraten. 

  3. Een van de grote kenners van Stefano Rotondo, Richard Krautheimer, betwijfelt overigens of hier wel van oorsprong af een altaar heeft gestaan. Voor zijn boeiende visie zie zijn artikel ‘Succes and failure in late antique church planning’, pp. 134-135 → Bibliografie

  4. Galaten 2, 20: geciteerd naar Van den Akker en Gerritsen, ‘Legende’, op www.heiligen.netBibliografie

  5. Hubar, Verhalen op de muur, pp. 73-74 → Bibliografie

  6. Krautheimer, ‘Succes and failure’, p.123→ Bibliografie

  7. De kerk ligt overigens niet helemaal georiënteerd, maar ongeveer zuid-oost. Vergelijk Krautheimer, ‘Succes and failure’, p. 122 → Bibliografie

  8. Waarschijnlijk speelde dit ook in de Arabische cultuur, zoals verwoord in mijn beeldgedicht Op het oosten, uit de cyclus Marrakesh. 

  9. Voor meer informatie volg deze link

  10. Voor meer informatie volg deze link

  11. Voor meer informatie volg deze link

  12. Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-1EJ.

    < Naar de Cyclus Rome. 

Santekraam

→ Verdieping van de paragraaf ‘Heiligenverering’ in Verhalen op de muur.

Santekraam in het Heiligenbeeldenmuseum te Vorden

Het Heiligenbeeldenmuseum te Vorden geeft een mooi beeld van een santekraam. Herkomst: Meer hierover.

Santekraam

Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) vermeldt dat in santenkraam het verouderde woord sant zit, dat ‘heilige’ betekende, en teruggaat op het Latijnse woord sanctus (‘heilig’). Santenkraam was een spottende aanduiding voor een verzameling heiligenbeelden die zich op een bepaalde plaats (bijvoorbeeld in een kerk) bevond. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermoedt dat deze spottende betekenis “in den tijd der kerkhervorming zal zijn gevormd”. De kerkhervorming was de beweging die in het begin van de zestiende eeuw door Luther in gang werd gezet met het doel terug te keren naar de oorspronkelijke zuiverheid van de Rooms-Katholieke Kerk. Onder meer de verering van ‘de santenkraam’ werd gezien als een verwijdering van de basiswaarden van het geloof. Gezegdendeskundige Riemer Reinsma vond een citaat van Hendrik Doedyns, die in zijn satirische tijdschrift Haagsche Mercurius in 1698 schreef: “In zeeker Dorp (…) hebben de Luthersche Inwoonders den daer aangestelden Catholyken Pastoor al desselfs kerksieraden met de geheele Sante kraam voor zyn huis gebragt, en aangezegt te verhuizen.”1

Wat men er tijdens de reformatie ook van vond, de Rooms-Katholieke Kerk heeft de heiligenverering nooit losgelaten. Hierna gaan we terug in de tijd om te kijken naar het hoe en waarom daarvan.

Hoe het begon

Je wordt niet zomaar een heilige, dat is duidelijk. Dan moet je je op een bepaalde manier onderscheiden. Dat was al van meet af aan zo. In de begintijd van het Christendom ging het vaak om mensen die geëerd werden, omdat zij de verlosser nog hadden gekend. Dat de meesten van hen op een voorbeeldige manier Christus’ voetstappen hadden gedrukt, was uiteraard een meerwaarde. Uit die tijd stamt ook de eerste martelaar (martyr is Grieks voor getuige) die bereid was geweest om voor zijn geloof te sterven: Stefanus (in het Nederlands Steven of Stefan). De jonge diaken* werd gestenigd toen hij de hogepriesters en de oudsten aansprak op hun rol bij de dood van de Messias.2 Onwillekeurig worden we herinnerd aan de situatie met de overspelige vrouw, toen Christus de Farizeeën voorstelde: ‘Wie zonder zonden is werpt de eerste steen’. Met name uit de eerste eeuwen na Christus, toen de jonge kerk vervolgd werd, stammen veel martelaren. Een van de meest bekende was Sebastiaan die in de kunst vooral populair was omdat hij een goed excuus was om een mannelijk naakt af te beelden.3 Dat was echter lang nadat de grimmigheid van die tijden in de vergetelheid lag. Wat toen gold was dat de geloofsovertuiging en de moed van de martelaren voor de andere christenen een voorbeeld was om het onder moeilijke omstandigheden vol te houden.4

Stefanus, de eerste martelaar van de R.K. Kerk

Stefanus was de eerste martelaar van de R.K. Kerk. Gravure, getiteld ‘Beati qui persecutione[m] (Zalig zij die vervolgd worden), uitgevoerd door Harmen Jansz Muller, naar een ontwerp van Maerten van Heemskerk (zestiende eeuw). Herkomst Museum Boijmans Van Beuningen.

Nu was niet iedere heilige een martelaar. Vandaar dat voor de overigen de verzamelnaam confessor of belijder werd bedacht. Hieronder vind je de kluizenaars of heremieten die vanaf de vierde eeuw van Christus hun opwachting maken en die we zo goed kennen uit de taferelen van Jeroen Bosch: de meest populaire waren ongetwijfeld Antonius Abt en Hiëronymus.5 Zij trokken in navolging van Christus in de woestijn om zich door onthouding te zuiveren en tot God te komen. Door alle culturen heen is de ascese een beproefd middel om in een gemoedstoestand te komen die als extatisch beleefd werd. Van dit type heiligen werd gezegd dat zij ‘reeds tijdens hun leven de dood hebben gesmaakt’, dat wil zeggen de grens van hemel en aarde hebben bereikt door hun ascetische euforie.6

Relieken

Geleidelijk aan breidde deze groep zich uit met vooral lokale en regionale heiligen. Dat had waarschijnlijk te maken met de behoefte aan herkenbare grootheden. Aan de andere kant was ook de reliekenverering* er debet aan. Zoals op Wikipedia wordt uitgelegd:

‘De canonisatie werd in die gevallen verricht door één of meerdere bisschoppen, die de relieken van de heilige liet opgraven en in een reliekschrijn liet plaatsen, dat vervolgens tijdens een plechtige mis ter verering op of in een altaar werd geplaatst. Dit proces wordt de elevatio genoemd, de ‘verheffing’ der relieken. Een variant hierop is de translatio, de overplaatsing der relieken in een plechtige processie naar een andere plaats. Een voorbeeld hiervan is de translatio van de relieken van de heilige Lambertus van Maastricht van Sint Pieter (Maastricht) naar Luik, waarschijnlijk in 717’.7

Om dit fenomeen aan andersdenkenden duidelijk te maken, werd de reliekenverering in de negentiende eeuw wel vergeleken met de souvenirjacht van toeristen.8 Waarschijnlijk hebben we te maken met het oeroude haptische instinct van de mens om van iets wat of iemand die hem dierbaar is een tastbare herinnering te bewaren. Een memento om het contact te herstellen. En dat gold al helemaal voor relieken die bestonden uit de beenderen van de heiligen. Maar ook zaken als de moedermelk van Maria en splinters van het kruishout werden daartoe gerekend. Aan dit soort relicten (restanten) werd een wonderdadige kracht toegekend die in vele heiligenverhalen – je zou bijna zeggen – uitgemolken werd. Ondertussen leidde deze verering tot een lucratieve handel die in de zestiende eeuw sterk onder druk kwam te staan. Van Erasmus zou de spottende opmerking zijn dat alle splinters van het kruishout bij elkaar opgeteld een heel bos opleverden. Deze kritiek maakte dat de kerk tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) een resolutie aannam om de reliekenverering te verantwoorden:

‘Ook de heilige lichamen van heilige martelaren en anderen, die met Christus leven, die levende ledematen zijn van Christus en tempel van de Heilige Geest die door Hem zijn opgewekt tot eeuwig leven en verheerlijkt, moeten door gelovigen vereerd worden, waardoor de mensen van God vele weldaden worden verleend’.9

Reliekenschat Munsterkerk

Al eeuwen ligt er een reliekenschat onder een van de altaren in de Munsterkerk te Roermond. Deze werd in 1964 ontdekt, maar pas vorig jaar zijn de objecten ter conservering van deze oorspronkelijke (?) plaats weggehaald. Krantenfoto uit 1964, ontleend aan ‘Over Roermond en omstreken’.

Procedure

Werden de helden van het geloof lange tijd spontaan uitgeroepen en vereerd, in de loop van de middeleeuwen ging Rome zich ermee bemoeien. En ook dat riep kritiek op gedurende de hervorming. Eerst was het zaak de verering van heiligen veilig te stellen, wat eveneens gebeurde tijdens het Concilie van Trente (1545-1563). Toen die hobbel genomen was, werd in 1588 de Congregatie voor de Riten opgericht. Deze organisatie heeft tot 1969 gefunctioneerd, toen ze werd opgevolgd door een aparte Congregatie voor de Heilig- en Zaligsprekingsprocessen. Deze instelling gaat met name over dat deel van de procedure dat in Rome wordt uitgevoerd.

Voordat we kijken hoe dat in zijn werk gaat, moet een belangrijk onderscheid aan de orde gesteld worden, namelijk tussen zalig en heilig: het eerste is nodig om het laatste te worden. Om het eerste te bereiken is één erkend wonder nodig voor het laatste nog minimaal twee. Als die ontbreken dan blijft de zalige zalig en zal deze kandidaat nooit in de rangen van de heiligen worden opgenomen.

Hoe gaat deze zalig- en heiligverklaring nu in zijn werk:

  • Als eerste vindt er een uitvoerig onderzoek plaats: dat concentreert zich in eerste instantie op het bisdom waaruit de kandidaat afkomstig is. De belangrijkste vraag daarbij is of de betreffende figuur er wel een levenswandel op nagehouden heeft die past bij de waardigheid van een heilige. In dit opzicht lijkt het vooronderzoek veel op wat bij mensen wordt gedaan die voorgedragen worden voor een lintje. Als deze horde is genomen, dan wordt de zalige dienares of ‘dienaar Gods’ genoemd.
  • Vervolgens wordt het stokje overgenomen door Rome, door de Congregatie voor Heiligverklaringen. Deze bestudeert het dossier en als dat tot een positief advies aan de paus leidt, dan wordt de kandidaat ‘eerbiedwaardige’ genoemd.
  • Daarna moeten de gemelde wonderen worden onderzocht door een speciale commissie, waarin onder meer artsen zitten die zich buigen over wonderbaarlijke genezingen.
  • Tenslotte komt er een formeel proces met voor- en tegenstanders. Hierbij wordt de kritische rol wordt gespeeld door de ‘advocaat van de duivel’ (advocatus diaboli). De paus hoort de partijen aan en bepaalt op grond van argumenten en tegenargumenten of hij voor de echtheid van de wonderen in kan staan. Als hij daarvan overtuigd is, volgt een decreet waarin staat dat ‘veilig kan worden overgegaan tot de plechtige heiligverklaring van de zalige’ (toto procedi posse ad sollemnem beati canonizationem)’.10

De heiligen in de Clemenskerk zijn allemaal zo oud, dat ze geen van allen een dergelijke proces hebben ondergaan. Naar het zich laat aanzien hebben ze vrijwel zonder uitzondering hun status te danken aan paus Gregorius. Ik ben er dan ook van overtuigd dat hij niet alleen vanwege het Gregoriaanse koorgezang in de Clemenskerk staat afbeeld, maar ook omdat hij het leven van de heilige Benedictus te boek heeft gesteld. Maar daarover meer bij de Clemenskerk.11

B.12

Bronnen

Nota bene — In de voetnoten gebruik ik onder meer verkorte titels die volledig aangehaald zijn in de bibliografie van deze webpublicatie.


  1. Dit citaat was afkomstig van de site van Onzetaal.nl, maar jammer genoeg heeft die organisatie het betreffende item verwijderd. Voorheen te vinden op: https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/de-hele-santenkraam. 

  2. Wikipedia: Stefanus, martelaar

  3. Wikipedia: Sebastianus

  4. Bosman en Goris, Heiligen, 2011-2014. 

  5. Wikipedia: Antoniusdrieluik, Heremietendrieluik

  6. Bosman en Goris, Heiligen, 2011-2014. 

  7. Wikipedia: heiligverklaring

  8. Kapelaan M.P. Schmeitz van de Servaaskerk te Maastricht in de Servatiusklok (1877-1895. 

  9. Zie: http://bit.ly/Trente-1

  10. Hartelman en Niemeijer, 2007, 58. Wikipedia: heiligverklaring. Bosman en Goris, Heiligen, 2011-2014. Heiligennet

  11. Hubar, Verhalen aan de muur (2014). 

  12. Het bovenstaande item kan geciteerd worden als: Hubar, Verhalen op de muur in perspectief, paragraaf Heiligen, http://wp.me/P4eh3s-L5.